Category, categorie : Mode en kledij + collecties Christian Dior 2000-2024
.
.
Christian Dior – Automne/hiver- herfst/winter – 2022-2023
.
.
Collection – Looks
.
.






































































.
.






































































.
.
.




































































.
.
.
Grote kamerplanten zijn erg gezellig in de huiskamer. Ze brengen sfeer in huis. Hou er rekening mee dat grote kamerplanten steeds groter worden. Dus denk er goed over na voordat je een grote kamerplant in huis neem, hij neemt namelijk aardig wat ruimte in beslag.
.
.
De Pachira aquatica staat bekend om zijn handvormige bladeren en gevlochten stam. Maar ze zijn ook te koop in de natuurlijke vorm. Maar omdat de natuurlijke vorm nogal grof en weerbastig is, zul je de meeste Pachira’s in een gevlochten vorm vinden, maar dat maakt ze ook meteen een stuk duurder. De Pachira is een makkelijke plant om te houden.
Je kan de Pachira bija overal neerzetten behalve in de zon. In de winter is ie met 1x in de maand een flinke scheut water zonder voeding en 1x per week even besproeien tevreden. In de zomer vraagt hij om flink meer water met wat voeding. Dan heeft de plant 1x in de twee weken een grote scheut met water nodig en 1x per week even sproeien.
In de zomer kan de Pachira erg hard groeien. Wordt de plant te groot,dan kan je hem op elke willekeurige plaats +/- 3 cm boven de aangroei van een blad afknippen. Door de plant aan de bovenkant te snoeien, zal hij minder hard de lucht in gaan en wat meer in de breedte, je krijgt dan dus een vollere plant. Let op de plant is licht giftig!
.
.
.
De Yucca is een van de gemakkelijkste planten om de houden. De stevige spitse maar niet stekende bladeren verdragen volle zon, maar ook op een wat donkerdere plek blijft deze plant een lange tijd goed. De plant vraagt weinig water. Ga je een aantal weken op vakantie, maak je je dan over de Yucca dan geen zorgen, die overleeft het wel. Het is een langzame groeier.
De plant kan in de zomer lekker naar buiten. Door de frisse lucht groeien ze duidelijk sneller. In de winter willen ze graag een koele standplaats. Dus een onverwarmde kamer is perfect. De temperatuur mag gerust dalen tot 5 graden. Geef weinig water. Het is de rustperiode van de plant. Ze gebruiken alleen een heel klein beetje water om de winter door te komen.
.
.
.
De Ficus bestaan in veel verschillende soorten en maten. Je hebt ze met effe en bondgekleurde bladeren, kleine, langwerpige en grote bladeren. De ficus is een makkelijke plant, zolang er niet te veel temperatuurschommelingen zijn en er regenwater op kamertemperatuur wordt gegeven.Als er teveel temperatuur schommeling is en hij krijgt te koud water, dan verliest de plant zijn bladeren.
Geef matig water en laat de aarde opdrogen tussen iedere giet beurt (niet uitdrogen) De ficus is vrijwel het hele jaar te koop in plantenwinkels of tuincentra’s. De beste standplaats is in het licht zonder te veel direct zonlicht, maar een wat donkerdere plek mag ook. De Ficus is een dankbare plant. Voelt de plant zich lekker, dan laat hij dat merken door veel jonge blaadjes te maken.
.
.
.
De Dracaena heeft veel variaties in uiterlijk Zo heb je planten met een bladbreedte van 10 cm en planten met een bladbreedte van 2 sm. Je hebt variaties op stam en je hebt soorten die alleen uit een toefje met bladeren bestaat. De verschillende Dracaena’s hebben ook een grote variatie aan kleur. Van rood-groen gestreepte tot groen met roomwitte gespikkelde soorten. Een ding heben ze allemaal gemeen, het is een relatief makkelijke plant om te houden. De verzorging is vrijwel hetzelfde als de Yucca, alleen vragen ze iets meer water.
.
.
Een van de polulairste kamerplanten zijn palmen. Maar van alle beschreven planten heeft de palm wel de meeste verzoring nodig. De meest verkochte palm is de Chrysaldocarpus lutescens. De bladveren zijn bij jonge planten erg slap, maar als de plant wat ouder is word het blad steviger. Palmen houden niet van kou. Een van de natuurlijke plekken waar palmen groeien is Madagascar.
Het is daar altijd warm, en daarom is een palm niet op lage temperaturen ingesteld. De temperatuur mag dan ook niet lager zakken dan 15 graden. De potgrond moet zo gelijkmogelijk vochtig blijven, dus regelmatig gieten is erg belangrijk. Zorg er voor dat het water handwarm is, anders krijgt de palm een koudeschok.
De standplaats voor een palm moet wel licht zijn maar niet zonnig. Palmen kunnen erg groot worden, maar kunnen niet gesnoeid worden. Mocht de palm voor een bepaalde plek te groot worden, dan zal de palm verplaatst of weggegooid moeten worden.
.
.
.
.
.
Goed te herkennen aan
– het indrukwekkende formaat tot 2,5 meter hoog en
– het grijze uiterlijk door de witte spinnenwebachtige beharing
.
.
Algemeen
Wegdistel is een forse, grijsgroene, stekelige, wit spinnenwebachtig behaarde plant van 0,6 tot 2,5 meter hoog. Ze groeit op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke, omgewerkte grond. Ze is 2-, 3- of meerjarig, waarvan minstens één winter als rozet. Op warmere plekken houdt ze langer stand. Ze is vrij zeldzaam en meestal verwilderd vanuit tuinen of uitgezaaid.

Bloem
Ze bloeit van juli tot en met september met helder roze, lang gesteelde, grote bloemhoofdjes. Onder de helder roze bloemetjes zit een behaard, bolvormig omwindsel, dat bestaat uit priemvormige omwindselbladen met stekelige gele punten. De onderste staan recht af. Tussen de omwindels en bloemetjes zijn de hoofdjes sterk ingesnoerd.

.
Blad en stengel
De bladeren zijn langwerpig tot elliptisch en aan beide kanten wollig behaard. Ze worden later kaal. De bladrand is bochtig en fors stekelig getand. De stengel is boven het midden vertakt, wit spinnenwebachtig behaard en breed stekelig gevleugeld door de aflopende bladeren.
.
Toepassingen
Verschillende delen van wegdistel zijn te gebruiken; uit de zaden is distelolie te persen, dat vroeger gebruikt werd voor lampen. Het vruchtpluis en zelfs het spinrag op de bladeren en stengel kan verwerkt worden tot textiel of werd gebruikt als opvulmateriaal voor kussens. Sap van wegdistel was medicinaal in gebruik tegen aandoeningen van de gal, in hoestdrank en in preparaten tegen slecht helende wonden. En tot slot: de wortels, jonge scheuten en de bodem van nog niet bloeiende hoofdjes zijn als groente eetbaar.
.
.
Vergelijkbare soorten
De enige distel waarmee wegdistel te verwarren zou zijn is wollige distel. Beide distels hebben een opvallend behaard, groot, rond omwindsel. Het duidelijkste verschil tussen beide planten is de kleur; wegdistel is grijzig en wollige distel is groen. Daarnaast is ook de vorm van de bladeren totaal verschillend. Wegdistel heeft bladeren met een bochtige stekelige rand, terwijl wollige distel veervormig ingesneden bladeren heeft.

wollige distel
Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot zeldzaam
– ook verwilderd en uitgezaaid
– 0,6 tot 2,5 meter hoog
Bloem
– helder roze
– vanaf juli t/m september
– alleenstaand hoofdje
– 3 tot 5 cm
– bolvormig, behaard omwindsel
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot elliptisch
– top stekelpuntig
– rand bochtig stekelig getand
– voet aflopend
– veernervig
– zacht behaard
Stengel
– rechtop
– behaard
zie wildebloemen
.
Goed te herkennen aan
de grote, helder roze, knikkende distelhoofdjes met fors, stekelig omwindsel
Algemeen
Knikkende distel een overblijvende of tweejarige distel van 0,3 tot 2 meter hoog, die groeit op droge tot matig vochtige, kalkrijke, vaak omgewerkte grond. Ze brengt minstens één winter door als rozet en zodra ze vruchtjes gevormd heeft, sterft ze af. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen.
Bloem
De bloemhoofdjes van knikkende distel zijn tamelijk groot. Onder het hoofdje met buisbloemen zit het omwindsel, dat gelijk een spinnenweb behaard is en vaak rood-bruine kleur heeft. De omwindselbladen zijn voorzien van scherpe stekels, in het midden iets ingesnoerd en dan naar buiten gebogen.

Blad en stengel
De smalle, glanzende, donkergroene, stekelige bladeren zijn veervormig ingesneden en lopen in gestekelde vleugels af langs de stengel. De onderkant van de bladeren is behaard, de bovenkant is kaal. De lange stengels zijn gelijk een spinnenweb behaard, onderaan gevleugeld, bovenaan kaal en gebogen.

Algemeen
– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 0,3 tot 2 m hoog
Bloem
– helder roze buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– alleenstaand
– 2 tot 8 cm
– omwindselbladen stekelig, afstaand
en licht spinnenwebachtig behaard
Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand gestekeld
– voet aflopend
– veernervig
Stengel
– rechtop
– wit spinnenwebachtig behaard
– rolrond en onderaan gevleugeld
zie wilde bloemen
Veel van de huidige Japanse patronen komen voort uit het Shintoïsme, de oudste godsdienst in Japan. De filosofie ervan draait om de natuur en de eerbied ervoor. Daarom stellen veel van de motieven planten, dieren of landschapselementen voor zoals rivieren. Enkele motieven zoals wolkjes zijn in de loop van tijd uit China overgenomen, net als het boeddhisme en de bijbehorende motieven.
Zelfs in deze moderne tijden zit er nog een stukje natuurverering in het Japanse volk; ze passen hun huisversieringen en kleding aan het seizoen aan. Ze zullen bijvoorbeeld in de lente nooit een kimono of ander kledingstuk met een wintermotief dragen. Naast het in de gaten houden van in welk seizoen iets thuishoort, wordt er ook rekening gehouden met symbolische betekenissen, leeftijden en gelegenheden.
Dit zijn bladeren van de esdoorn of ahorn. Ze staan symbool voor de herfst, bezinning en rust. Deze bomen zijn erg populair vanwege hun spectaculaire bladkleuren in de herfst, het is dus niet vreemd dat mensen ze al snel vereeuwigden op afbeeldingen en er poëzie over schreven. Vaak worden deze fel roodoranje bladeren afgebeeld in combinatie met contrasterende kleuren zoals zwart of paars, om het dramatische effect ervan te versterken.
De chrysant, dit is sinds de Meiji periode het familiewapen van de keizerlijke familie, het symboliseert de belichaming van de eenheid van het Japanse volk, oftewel de keizer. Het is ook een herftsymbool, en staat daarom ook voor bezinning, vergankelijkheid van het leven en eindes.
Pruimbloesem, welke staat voor de winter en een belofte voor nieuw leven en een nieuwe lente. De gestileerde ume lijkt op de kersenbloesem maar heeft altijd ronde bloemblaadjes, die van de kers zijn hartvormig.
Dit stelt de den voor, deze symboliseert ook de winter. Omdat hij altijd groen is, herinnert hij aan het leven tijdens de barre wintermaanden en geeft hoop en de verwachting voor nieuw leven.
Bamboe, buigzaam en altijd groen, symboliseert standvastigheid en hoop. Zijn seizoen is winter of vroege lente. Samen met de ume en matsu behoort take tot de “Drie vrienden in de Winter”, een combinatie die in China is ontstaan. De groepsbetekenis is een lang leven, het winterseizoen en de cultured gentleman. Dit motief kan overal waar elegantie nodig is, worden gebruikt.
De beroemde kersenbloesem. “Uitbundige doch tere schoonheid welke van korte duur is maar het hart warmte en vreugde schenkt, met de wetenschap dat het weer zal terugkomen, in grotere getale”. De Japanse kers bloeit in de vroege lente en staat daarom ook symbool voor dit seizoen. Het is een van de meest geliefde motieven, vooral bij meisjes en jonge vrouwen, wiens frisse schoonheid wordt geassocieerd met deze mooie bloesem.
Vanwege de uitbundigheid en snelle vergankelijkheid van deze bloesem, wordt het motief ook door beoefenaars van de krijgskunsten gebruikt, zoals bijvoorbeeld op wapens en uitrustingen van de samurai.
Dit motief stelt het hennepblad voor en staat symbool voor de zomer. In oude tijden werd hennep voor religieuze offergaves gebruikt. Het is niet helemaal zeker wat de oorspronkelijke betekenis was, tegenwoordig worden er betekenissen als kracht en duurzaamheid aan gegeven. Van de hennepplant worden al lang zomerkleren gemaakt, vooral kleding voor werk, de symboliek heeft er geheid iets mee te maken.
De verkoeling brengende rivier, duidelijk een zomersymbool. Verder staat hij voor de bron van (levens)kracht en de stroom des levens. Irissen staan vaak om de rivier met dezelfde betekenis, om het als waterplant te accentueren. Soms is alleen de iris afgebeeld die dan het water symboliseert. Kawa komt veel voor samen met het seigaiha motief, zie het stukje hieronder.
Waterpatronen worden ook op dingen als houten daken gebruikt om brand weg te houden. Daarnaast kunnen ze in hun wildere vormen ook mannelijkheid en durf symboliseren, zo komen ze bijvoorbeeld voor op schorten van sumo worstelaars.
Dit patroon stelt golven voor, ze symboliseren steeds terugkerende beweging; van het aan- en terugrollen van de golven en de rusteloosheid van de zee. Op het theebekertje hieronder wordt het samen met kawa, de rivier, gebruikt om water te accentueren. De symbolische betekenis zou kunnen zijn; een moment van rust tijdens het theedrinken in een anders turbulent dagelijks leven.
In het midden zit een mannetje vanuit een boot te vissen, er vliegen vogels en er zijn rustieke bergtoppen in de verte; deze beelden roepen rust op. De symboliek wordt verder verstekt door het letterlijke rustmoment te plaatsen in een venster, omgeven door het drukke seigaiha motief. Het idee van thee als levengevend elixer wordt ook versterkt door de rivier.
Een schildpad. Een sterk gelukssymbool; het staat voor 10.000 jaar geluk en gezondheid, en ook voor volharding en doorzetting. Het abstractere kame patroon bestaat uit zeshoeken of hexagrammen die op verschillende manieren uitgewerkt kunnen zijn. De naam voor de hexagonale patronen is kikko. Bishimon kikko is een aaneensluitend patroon van een soort driepootjes.
De naam Bishomon komt van een van de geluksgoden, ook wel Hachiman genoemd. Hij beschermt de boedhisstische wetten en brengt geluk, vooral aan de armen, volgens de legendes. Dit patroon komt vaak op harnassen en wapenuitrustingen voor omdat deze geluksgod altijd als een krijger werd afgebeeld.
Een van de meest favoriete Japanse motieven, de kraanvogel, is net als de schildpad ook een sterk symbool voor geluk en gezondheid. Ze worden dan ook vaak samen afgebeeld. Bij een ongeluk roepen Japanners dan ook niet god aan, maar “tsuru-kame!” een paar keer achter elkaar om de schade te beperken. Volgens legendes zou deze vogel duizend jaar leven en de metgezel zijn van verschillende onsterfelijken en geluksgoden. De kraanvogel wordt verder geassocieerd met Nieuwjaar en met trouwceremonies.
.
De betekenis van deze zou te maken hebben met een kern, of oorsprong. Als je het woord letterlijk vertaalt zou het “babyhert” betekenen. Jonge herten hebben stippen op hun rug dus het is mogelijk dat het daarvandaan komt. Sommigen zeggen dat het afkomt van het patroon van sommige soorten koi karpers. Het zou misschien te maken kunnen hebben met de oorsprong van (het) leven, sinds deze in de zee ontstaan zou zijn en de woorden “oorsprong” en “baby” verweven zijn met dit patroon.
Dit stelt gestileerde pijlpunten voor, welke staat voor moed, trefzekerheid en vastberadenheid van de krijger en ieder mens wat zijn doel nastreeft. Traditionele kleding voor mannen heeft vaak dit soort patronen.
Een waaier, het symbool voor verfijning, moed en kunstenaarschap, maar ook van hoge rangen en adel. Ze werden veel in ka mon’s verwerkt. Tijdens de Edo periode werden ze populair als Nieuwjaars symbool en werden ze met die gelegenheid vaak cadeau gedaan.
Tegenwoordig komen ze veelvuldig voor op kleding en decoratieve spullen maar ook op geschenkverpakkingen e.d. Met sensu wordt altijd de uitvouwbare waaier bedoeld. De waaier die bestaat uit een gespannen velletje papier of zijde heet de uchiwa en symboliseert altijd een religieus persoon of iemand uit China.
Dit zijn kleine bamboehekjes met kleine bamboeblaadjes er tussenin. Bamboe is het symbool voor standvastigheid, volharding en taaiheid. Het kasuri patroon kan uitlopen tot een bijna onherkenbare abstractie, het heeft soms meer weg van een ruitjespatroon dan bamboeblaadjes. In welke vorm dan ook, het is een geliefd motief op mannenkleding.
Temari zijn handgemaakte speelgoedballen, het is een uit China overgewaaide traditie. Meestal vind je ze op kinderkimono’s, maar ze duiden ook speelsheid en vrolijkheid aan op kleding voor wat ouderen.
Gedurende de zomer dient de Trachycaprus in een vochtige grond te staan. Vooral bij warme dagen, als de palm buiten staat, is dagelijks een flinke scheut water nodig. De grond mag niet uitdrogen in de zomer. Gedurende de winter is het juist beter om de grond droog te houden. Dit voorkomt vorstschade. Bij een standplaats binnen is het beter om gedurende de winter de grond licht vochtig te houden.
De hoeveelheid water is afhankelijk van verschillende factoren, zoals luchtvochtigheid en hoeveelheid licht, daarom is het verstandig om te beginnen met kleinere hoeveelheden water per gietbeurt. Is de grond binnen 2 dagen droog, geef dan iets meer water. Is de grond na 5 dagen nog steeds erg nat, geef dan minder water per keer. Indien de palm buiten staat en de plantenbak is voorzien van drainage gaten zal het overtollige water wegstromen.
Het is raadzaam maar niet noodzakelijk om wekelijks de Trachycaprus te sproeien. Vooral bij een standplaats binnen is regelmatig sproeien gewenst.

trachycarpus fortenei
De Trachycarpus wenst veel licht. Buiten kan de palm in de volle zon staan. Plaats deze palm niet in de volle wind, blad zal daardoor sneller afsterven. Een standplaats naast een schutting of muur is ideaal. Wanneer de Trachycarpus binnen staat, dan is minimaal 5 uur direct zonlicht per dag gewenst. Dit betekent dat de Trachycarpus tot 2 meter voor een raam op het zuiden mag staan, of voor een raam op het westen, oosten of noorden.
Overdag: – 12 °C
‘S nachts: – 18 °C
Bescherm de palm bij nachttemperaturen onder de 15 graden. Dit kan met een lichtslang of speciale winter- hoezen voor palmen.
Vooral buiten is het belangrijk een zo groot mogelijke pot te nemen voor de Trachycarpus. Hoe groter de wortelkluit wordt, hoe beter de palm bestand is tegen lage temperaturen. Daarnaast is er meer grond aanwezig wat vocht zal vasthouden. Hiermee is de kans op uitdroging kleiner. Gebruik een plantenbak welke 2x zo groot is als de wortelkluit. Bij potten met drainage gaten voeg je eerst een laag hydrokorrels op de bodem.
Vervolgens een laag palmengrond of universele potgrond. Daarop plaats je de wortelkluit en vervolgens kun je de bak vullen met grond tot dezelfde hoogte als de grond voorheen was. Verpot bij voorkeur in de lente. Gedurende die periode herstellen de wortels het snelst. Het is aangeraden om deze palm eens per 3 jaar te verpotten.
Ook is het raadzaam om de bovenste grondlaag elk jaar te vervangen. Trachycarpussen kunnen ook in de volle grond worden geplaatst. Graaf een diep gat, vul deze eerst met een zak hydrokorrels, vervolgens een laag verse aarde en plaats daarop de palm. Vul de grond aan met verse grond.

Geef de Trachycarpus vaste voeding. Doseer nooit meer dan de verpakking aangeeft. Voeding in de herfst of winter is overbodig en kan zelfs schadelijk zijn.
De onderste bladeren zullen op den duur verkleuren en lelijk worden. Dit is een natuurlijk proces en is helaas niet te voorkomen. Wanneer de palm zwarte bladpunten heeft, is dat waarschijnlijk een teken van overmatige watergift. Bruine of gele bladeren zijn eerder een teken van te weinig water. Ook kan de overgang van een schaduwrijke standplaats naar een zonnige locatie tijdelijk zorgen voor gele bladeren. De nieuwe bladeren zijn beter bestand tegen het directe licht.
De onderste bladeren van deze palmen worden op den duur minder mooi. Door deze naar beneden te buigen zijn de bladeren eenvoudig met en snoeischaar te verwijderen. Bruine punten mogen met een schaar geknipt worden. Kort de stam niet in, hierdoor zal de palm sterven.

trachycarpus fortenei groei
Trachycarpus palmen zijn alleen doormiddel van zaad te vermeerderen.
De Trachycarpus kan buiten tot bloei komen. Gele trossen met bloemetjes zullen onderaan de kruin verschijnen.
.
De Trachycarpus is niet giftig.
Dopluis kan voorkomen bij een Trachycarpus. Verwijder besmette bladeren en behandel de palm eventueel met een bestrijdingsmiddel


.
.

