Maandelijks archief: september 2024

Abraham, de stamvader van Israël

Standaard

categorie : religie

 

 

Abraham, oorspronkelijk Abram geheten, is de stamvader van het volk Israël. Uit de Bijbel leren wij hem kennen als een uitstekend vroom man, die zich, in het volle vertrouwen, volkomen aan de goddelijke Voorzienigheid overgaf, toen hem gevraagd werd zijn zoon Izak te offeren. Hij werd als zoon van Terah (of ‘Terach’) en kleinzoon van Nahor geboren in Ur. Hij was dus een afstammeling van Sem, zoon van Noach.

 

 

Abraham Friend of God2

 

 

 

Naam

 

Zijn naam was eerst Abram (‘hoge vader’, ‘vader der hoogheid’), doch na de goddelijke belofte van een talrijk kroost (Gen. 12:2; 17:5), ontving hij op 99-jarige leeftijd de naam Abraham, welke hij de hele Bijbel door behoudt. De nieuwe naam betekent ‘vader van een grote menigte’. Hij zou worden ‘tot een groot volk’ (Gen. 12:2) en ‘een vader van menigte der volken’ (Gen. 17:5).

 

 

 

Afgoderij

 

Terah en zijn zonen Abraham en Nahor hebben andere goden gediend. Jozua verhaalde daarvan:

Joz 24:2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

Joz 24:14 Nu dan, vrees de Heere, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de Heere.

Joz 24:15 Maar als het in uw ogen kwalijk is de Heere te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden,gediend hebben, óf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen!

Joz 24:16 Toen antwoordde het volk en zei: Er is geen sprake van dat wij de Heere zouden verlaten om andere goden te dienen.

 

 

52e00dfb70a3badbe4499241b720db2f

 

 

 

Roeping

 

Abram werd door God geroepen om zijn land en familie te verlaten en te gaan naar een ander land dat God hem zou wijzen. Jahweh zou hem tot een groot volk maken, namelijk het volk van Israël. In hem zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.


Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.


Ge 12:4 Toen ging Abram op weg, zoals de Heere tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

.

.

God verscheen meermaals aan Abraham

 

Hij zei eens van Abraham:

Ge 18:19 want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heeren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

Abraham kreeg acht zonen bij drie vrouwen

 

De vrouwen van Abraham waren Sara, Hagar en Ketura. Hij nam Ketura tot vrouw nadat Sara, 127 jaar oud (Gen. 23:1) gestorven was; Abraham was toen 137 jaar oud. De naam “Ketura” betekent “reukwerk”. Abrahams zonen waren:

  1. Ismaël (‘God verhoort’), zoon van Sara’s dienstmaagd Hagar
  2. Izak (‘gelach’), zoon van Sara.
  3. Zimran (‘beroemde’), zoon van Ketura
  4. Joksan (‘vogelaar’), zoon van Ketura
  5. Medan (‘twist’), zoon van Ketura
  6. Midian (‘strijd’), zoon van Ketura
  7. Jisbak (‘verlatene’), zoon van Ketura
  8. Suah (‘treurig’), zoon van Ketura.

Sara’s overlijden in Hebron gaf hem aanleiding om een spelonk te kopen van de Hethiet Efron (Gen. 23). Hij kocht de spelonk en de akker van Efron voor 400 zilverstukken. Dat was zijn eerste, aangekochte eigendom in het land Kanaän. Na de dood van Sara heeft Abraham nog 38 jaar geleefd. Hij bereikte een leeftijd van 175 jaar. Door zijn zonen Izak en Ismaël werd hij begraven in de spelonk van Machpela.

 

 

 

Abraham, de profeet

 

God noemde Abraham tegenover de filistijnse vorst Abimelech “een profeet” (Gen. 20:7).

Ge 20:7 Nu dan, geef de vrouw van die man terug, want hij is een profeet! Hij zal voor u bidden, zodat u in leven blijft. Als u haar echter niet teruggeeft, weet dan dat u zeker zult sterven, u en al wat van u is.

Dat Abraham een profeet was, bleek uit zijn antwoord aan Izak, onderweg naar de offerplaats.

Ge 22:7 Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Ge 22:8 Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.

 

 

1505

 

 

De profeet Abraham sprak tot zijn knecht, die de opdracht kreeg naar Abrahams familie te gaan en daar een vrouw voor Izak te vinden.

Ge 24:7 De Heere, de God van de hemel, Die mij uit mijn familie en uit mijn geboorteland weggehaald heeft, Die tot mij gesproken heeft en Die mij gezworen heeft: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven -die God zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen.

Toen de aartsvader zich tegenover de Hethieten, van wie hij een gunst verzocht, “een vreemdeling en een inwoner bij u” noemde, noemden zij hem “een vorst Gods in het midden van ons’ (Gen. 23:6). God noemde hem tegenover zijn volk Israël “de rotssteen” waaruit de Israëlieten gehouwen zijn.

 

Jes 51:1  Hoort naar Mij, gij, die de gerechtigheid najaagt, gij, die den Heere zoekt! aanschouwt den rotssteen, waaruit gij lieden gehouwen zijt, en de holligheid des bornputs, waaruit gij gegraven zijt.


Jes 51:2 Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem.

 

Jezus Christus wordt “de Zoon van Abraham” genoemd, omdat hij naar het vlees een afstammeling van Abraham is en evenals deze wandelde in geloof.

Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham.

 

Joh 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zei tot hen: Als u kinderen van Abraham was, zou u de werken van Abraham doen.

 

 

 

Belofte van land

 

Abraham kreeg de belofte van het land Kanaän. Hij was gegaan en gekomen in het land dat God hem ter bezitting aanwees. Het land was voor hem en zijn ‘zaad’, zijn nageslacht. De landbelofte wordt meermaals herhaald.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:7 Zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den Heere, Die hem verschenen was.


Ge 15:7 Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.


Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.

 

 

Afbeelding-04-Het-Beloofde-Land

 

 

 

Het beloofde land is zelfs groter dan Kanaän en strekt zich uit tot de rivier Eufraat (of Frath).

 

Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de Heere een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath.

 

 

 

Abraham bleef een vreemdeling in het land en woonde in tenten.

 

Hnd 7:5 En Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs geen voetbreed, en Hij beloofde het hem tot een bezitting te geven en zijn nageslacht na hem, terwijl hij geen kind had.

 

 

3sarah-et-abraham_isaac540

 

 

 

De landbelofte wordt door God aan Abrahams zoon Izak bevestigd

 

Ge 26:2 En de Heere verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal;

Ge 26:3 Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb.

Ge 26:4 En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde,

Ge 26:5 Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.

 

Ook aan Jacob en Mozes werd de belofte door God bevestigd (Deut. 34:4).

 

 

 

Belofte van talrijk nageslacht

 

Abraham kreeg ook de belofte van een talrijk nageslacht. Abraham is, overeenkomstig de belofte van God, een vader van vele volken geworden. De naam ‘Abraham’ betekent ‘vader van een grote menigte’ .

Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.

Ge 17:5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.


Ge 17:6 En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

Ge 18:17 De Heere zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?


Ge 18:18 Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden.


Ge 18:19 Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de Heere in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van een talrijk nageslacht werd door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

Abraham heeft afstammelingen naar het vlees en naar het geloof. Van Abraham stammen af naar het vlees (lijfelijke nakomelingen):

  • de Israëlieten, via zijn zoon Izak
  • de Edomieten, via zijn zoon Izak
  • de Ismaëlieten, via zijn zoon Ismaël
  • de Assurieten, via zijn zoon Joksan
  • de Letusieten, via zijn zoon Joksan
  • de Leümmieten, via zijn zoon Joksan
  • de Midianieten, via zijn zoon Midian
  • en vele Arabische stammen

Volgens de islamitische overlevering zijn de Arabieren de nakomelingen van Ismaël en daarmee kinderen van Abraham. Moslims zien Abraham als hun vader.

 

 

 

Abrahams nageslacht door het geloof

 

In figuurlijke of geestelijke zin, namelijk om hun geloof, worden gelovigen in de Bijbel kinderen van Abraham genoemd. Abraham geloofde God op het woord van Diens beloften en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Zo wordt ook ons geloof in Jezus Christus, de Zoon van God en de Heiland der wereld, ons tot gerechtigheid gerekend. In dat opzicht is de gelovige als Abraham en wordt hij door God als een zoon van Abraham beschouwd.

Ga 3:7 Erkent dan, dat zij die op grond van geloof zijn,zonen van Abrahamzijn. 

Ga 3:29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en volgens belofte erfgenamen.

 

Uit en door Abraham is dus een natuurlijk en aards volk (Israël) alsook een geestelijk en hemels volk (gemeente van Christus) ontstaan. Deze beide volken worden misschien aangeduid door de uitdrukkingen “de sterren aan de hemel” (gemeente van Christus) en “het zand aan de oever van de zee” (Israël).

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als hetzand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden.

 

 

plaat10

 

 

 

Belofte van zegen

 

Abraham kreeg ook een belofte van zegen in hem: in hem zouden alle geslachten van het aardrijk gezegend worden.

Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van zegen wordt door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, 

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

 

 

 

Op de Pinksterdag herinnert Petrus zijn toehoorders aan deze belofte:

 

Hnd 3:25 U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen heeft gemaakt, toen Hij tot Abraham zei: ‘En in uw nageslacht zullen alle families van de aarde gezegend worden’.

 

 

 

Deze zegen komt door een zoon van Abraham, namelijk Jezus Christus, tot alle volken van de aarde. Eén zegen is de rechtvaardiging uit geloof.

 

Ga 3:8 De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.

 

 

 

Belofte van overwinning

 

Nadat God aan Abraham meermaals de belofte van land, een talrijk nageslacht en zegen door hem voor de volken had gedaan, voegt Hij, nadat Abraham zijn eigen zoon offerde, er een nieuwe belofte bij.

 

 

Het zaad (nageslacht) van Abraham zou de poort van zijn vijanden in bezit nemen:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

Wanneer wij Abrahams zaad (nageslacht) in het meervoud nemen, dus op zijn nakomelingen zien, dan zegt de belofte dat Abrahams nageslacht de poort van zijn vijanden (erfelijk) zal bezitten, hun steden innemen en het goed van hun land genieten. Een poortis in de Heilige Schrift het beeld van macht en sterkte (vgl. Matth. 16:18). In de poorten werden ook de rechtspraken gehouden. Jahweh wil daarmee dus aan Abraham zeggen, dat zijn nakroost over zijn vijanden zal heersen en zijn vijanden overwinnen zal.

Deze belofte ging in vervulling toen Israël zijn vijanden versloeg en het beloofde land innam. De volkomen vervulling geschiedt na de Grote Verdrukking en het geestelijke herstel van Israël. Israël zal dan niet langer de smaad en de staart, maar de eer en het hoofd der volken zijn.

Wanneer wij Abrahams zaad in het enkelvoud nemen, dus op zijn Nakomeling Jezus zien – zoals Paulus doet in Gal. 3:16 – dan zegt de belofte dat de Heer Jezus de poort van zijn vijanden zal innemen. De Heer Jezus is verhoogd aan Gods rechterhand totdat God al zijn vijanden tot zijn voetbank heeft gesteld.

Heb 1:13 Tot wie van de engelen echter heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden stel tot een voetbank voor uw voeten’?

Lu 19:27 Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.

 

 

De Heer Jezus heeft door de dood de satan, die de macht over de dood had, teniet gedaan.

 

Heb 2:14  Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel.

 

 

 

Hij heeft de sleutel van de dood en de hades (= dodenrijk).

 

Opb 1:18 en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.

Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen.

Hij zal bij zijn toekomstige verschijning in de wereld zijn vrederijk op aarde oprichten. Hij zal de wereld regeren, die voordien, na de zondeval, door satan werd geregeerd.

 

1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Numbers, Numeri 8-9 / De lampenstandaard, Levieten en Pascha

Standaard

Category, categorie:  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

Numeri 8 1 – 4 Wetten over het aansteken der lampen
5 – 26 Inwijding der Levieten
Numeri 9 1 – 5 Het pascha in de woestijn van Sinaï
6 – 14 Verandering van de wettigen tijd
15 – 23 De wolk- en vuurkolom boven de tabernakel

Numbers, Numeri 8-9 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

De tedere momenten van God

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Geloof

Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Sefanja 3:17

 

“De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen”

 

 

 

Jeremia 31:3-4

 

“Van ver ben ik naar je toe gekomen. . .Ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen. Ik breng je weer tot bloei. Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken.”.

 

 

 

God spreekt

 

Mijn kind, zo zeker als het is dat de zon weer zal opkomen, zo is Mijn liefde voor jou. Bij aanvang van de dageraad slaat Mijn hart in opwinding over het vooruitzicht om de dag met jou door te brengen. In de nacht houd Ik de wacht en waak Ik over jou (Psalm 32:8). En in de nacht maak Ik de plannen die Ik met je wil delen. Jazeker, Mijn hart slaat de hele nacht met een blijde verwachting van de tedere momenten tussen ons.

Terwijl je ogen knipperen in een poging om wakker te worden, worden Mijn gedachten bekoord door herinneringen aan vroegere momenten. Dit vergroot Mijn verlangen om met jou te communiceren en te delen. Soms kan Ik niet tot de ochtend wachten. Dan giet Ik dromen en visioenen in jouw rust (Handelingen 2:17). Met jou samen zijn is wat Ik het liefst doe.

Wij bestaan voor elkaar. De één is niet compleet zonder de ander. Kind, je bent voor Mij de dauw in de ochtend, je neemt elk moment van Mijn bestaan in, je dringt diep door tot in de kern van wie Ik ben (Deuteronomium 32:2).

En toch ontbreekt er iets. Ik ben op de vleugels van de wind naar jou toe gekomen, alleen om te ontdekken dat er niemand thuis is. Mijn hart doet zeer, Mijn hart verlangt naar je. De kern van Mijn wezen verlangt ernaar om met jou samen te zijn. O, hoe zeer ik je heb gemist!

De drukte van het dagelijkse leven heeft jouw dagen opgeslokt en de levenspoel in je binnenste levenloos gemaakt. Ik kan er niet tegen. Ik kan er niet tegen om jou zo te zien leven, terwijl ik zo veel te bieden heb.

Jouw levenspoel wordt gevormd door ondergrondse bronnen van tedere toewijding tussen ons beiden. Ik kan niet langer wachten. Ik word gedreven door Mijn grote liefde, gedreven door de vreugde uit het verleden. Ik kom nu naar je toe, om je te raken, om je poel in beroering te brengen, zodat je uit de Bron van je redding kunt putten die zich in jou bevindt (Jesaja 12:3).

Jazeker, ik zie de vele dingen die je voor Me doet en dat zijn goede dingen, maar goede dingen voor Mij doen hetzelfde is niet hetzelfde als met Mij samen zijn. Denk dat nooit. Ik hou niet van je omdat je “doet”. Ik hou van je omdat je bent.

Open je hart, laat elk gevoel van onwaardigheid varen dat je zou kunnen hebben door gedane zaken. Ik wacht met open armen op je. Open je innerlijke geest, want ik ben bij je om herinneringen aan onze wederzijdse zoete fluisteringen aan te wakkeren, onze wederzijdse liefdesverklaringen. Ik zing over jou, Mijn dauw in de ochtend. O, hoe veel ik van je hou!

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

7 belangrijke ervaringen in het geloof

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het christendom levert heel wat verwachtingen op. Sommige verwachtingen zijn onrealistisch. We denken bijvoorbeeld dat doorgewinterde christenen altijd dichtbij God leven en nooit twijfelen. Maar je zult al gauw zien dat dit niet het geval is. Dan volgt het besef dat het volgen van Christus niet gaat zoals we hadden verwacht. War kan men ondervinden als men christen is geworden?

 

 

Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1. Geloven is echt moeilijk

 

Het christenleven verbloemen als een gemakkelijk, vrolijk, succesvol en prachtig alternatief voor het ‘seculiere’ leven is een gevaarlijke tendens. Het christelijk geloof zal zeker haar gelukzalige momenten hebben, maar veel zaken vereisen dienstbaarheid, opoffering, toewijding, nederigheid, geduld, vergeving, genade, barmhartigheid en inzet. Met andere woorden, zaken die centraal staan voor de liefde van Jezus. Dit is over het algemeen erg moeilijk.

Het christendom wordt vaak gezien als een ontsnappingsmechanisme en een manier om de harde realiteit van het leven te vermijden. Maar in werkelijkheid is dit precies het tegenovergestelde. Deze reis confronteert mensen met eerlijke en vaak pijnlijke waarheden. Bereid je dus niet alleen voor op de goede, maar ook op de moeilijke dingen van het christelijk geloof.

 

 

 

2. Het geloof is geen antwoord op alle problemen

 

Na het horen van wonderbaarlijke getuigenissen van mensen die zijn genezen, verslavingen hebben overwonnen en Bijbelse verhalen over verlossing, hoop en verzoening, nemen de verwachtingen over het christendom enorm toe. Ja, God doet geweldige en onverklaarbare dingen, maar uiteindelijk zul je beseffen dat het geloof niet al je problemen zal oplossen. Ziekte zal niet altijd verdwijnen, niet alle relaties worden hersteld en je inkomen zal niet toenemen. Simpel gezegd worden je problemen er niet mee opgelost.

In plaats daarvan gaat het christelijk geloof veel meer over het bouwen aan een relatie met God dan het vinden van een magische oplossing voor alle moeilijkheden in het leven. Helaas beschouwen veel mensen het christelijk geloof nog steeds als een spirituele formule waardoor je alles kunt ontvangen wat je maar wilt. Maar wanneer je te maken krijgt met onvermijdelijke teleurstellingen, zal dit leiden tot gevoelens van verraad, cynisme, teleurstelling en boosheid. Dit heeft tot gevolg dat velen het christelijk geloof achter zich zullen laten, omdat het niet voldeed aan hun verwachtingen.

 

 

 

3. Je zult niet overal een antwoord op krijgen

 

Vaak wordt het Evangelie voorgesteld als een verhaal dat alle antwoorden heeft op alle diepste levensvragen. Maar het christendom zal er niet in slagen om alle twijfels, intellectuele worstelingen en filosofische vragen uit te roeien. In werkelijkheid levert het Evangelie zelfs nog meer vragen op dan antwoorden.

Duizenden predikanten, theologen en andere christenen debatteren over de Bijbelse inhoud. Iedere leer wordt geassocieerd met honderden theorieën, ideeën en tradities. Wanneer je op zoek bent naar overtuigende en onbetwistbare feiten, zal het christelijk geloof een aantal handvatten aanreiken. Maar uiteindelijk gaat het geloof over het vinden van God en zal het bewijs voor zichzelf spreken.

 

 

 

4. Je zult nooit stoppen met leren en je blijft veranderen

 

Je geloofsleven verandert keer op keer. We worden ouder, krijgen een baan, ontmoeten nieuwe mensen, gaan op reis, leren nieuwe culturen kennen en begrijpen, worden verliefd, trouwen en krijgen kinderen. Al die momenten beïnvloeden de manier waarop we nadenken over God.

Vaak benaderen we het geloof als iets onveranderlijks. God is eeuwig en onveranderlijk, maar ons geloof niet. We zien dit door de hele Bijbel. Zowel bij de Israëlieten in het Oude Testament en de discipelen in het Nieuwe Testament. Door verschillende gebeurtenissen en omstandigheden veranderde hun relatie met God voortdurend. Ons geloof is een pelgrimstocht met als z’n ups en downs. Veel gelovigen vinden verandering angstig en zien dit als een soort zonde. Maar we kunnen veranderingen niet vermijden, omdat we telkens opnieuw leren van Jezus.

 

 

 

5. Je zult fouten blijven maken

 

De meest gevaarlijke mensen zeggen van zichzelf dat ze niets verkeerd doen en hun fouten nooit zullen toegeven. Fouten maken is menselijk. Daar verandert het christelijk geloof niets aan. Je zult nog steeds falen, verkeerde beslissingen maken. Maar het verschil is de zekerheid van Gods genade, barmhartigheid en liefde.

 

 

 

6. Het is complex

 

De term ‘christelijk’ heeft voor alle mensen verschillende betekenissen. Er zijn honderden denominaties, duizenden verschillende kerken en een groot aantal tradities en theologie die daarin verweven zijn. Dit betekent dat het christendom enorm complex, gevarieerd en genuanceerd is. Er zijn discussies en conflicten, maar er is ook ruimte voor eenheid en dialoog. Kortom, het christelijk geloof is veel ingewikkelder dan de meeste mensen beseffen. Maar God werkt nog steeds daar doorheen.

 

 

 

7. Het is niet ‘wij tegen de rest’

 

Christenen strijden vaak tegen het secularisme, de ‘gevallen wereld’ en kwade krachten. Daardoor kunnen gelovigen het idee hebben dat ze in een strijd zijn verwikkeld, maar dat hoeft niet per se het geval te zijn. Christenen voeren een reële strijd tegen het kwaad (de satan), maar we moeten ervoor waken dat we ongelovigen als vijanden gaan beschouwen. Het is gemakkelijk om je te laten beïnvloeden door alles wat met het christelijk geloof te maken heeft en je te vervreemden van de rest van de mensheid.

Dit leidt tot zelfingenomen oordelen en het angstig vermijden van de wereld om ons heen. Maar God houdt van alle mensen. Deze boodschap is controversieel en absurd, maar wel Bijbels. Als volgelingen van Christus mogen we hetzelfde doen. Vraag God om de kracht en het vermogen om hieraan handen en voeten te kunnen geven.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget