Tagarchief: christendom

De Messiaanse profetie

Standaard

categorie : religie

.

.

 

De Messiaanse Profetie

 

Messiaanse profetie is de verzameling van meer dan 100 voorspellingen in het Oude Testament over de toekomstige Messias van het Joodse volk. Deze voorspellingen werden door diverse schrijvers opgeschreven in een periode van ongeveer 1,000 jaar. Tegenwoordig is de Messiaanse profetie zeer treffend. Vanwege de ontdekking van de Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament kun je er zeker van zijn dat deze voorspellingen echt werden gedaan.

 

 

daniel1

 

.

Vervulling door Jezus Christus

 

De Messiaanse profetie werd door de Messias, Jezus Christus, vervuld. Het Christendom, dat gebaseerd is op de vervulling van  een historische profetie, verspreidde zich snel tijdens het Romeinse Rijk van de 1e eeuw. Wat zei christus zelf : Hij zei tegen hen: “Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”( Lucas 24:44 )

De verzen in het Oude Testament zijn de profetie; de verzen in het Nieuwe Testament verkondigen de vervulling.

  • Geboren uit een maagd (Jesaja 7:14; Matteüs 1:21-23)
  • Een afstammeling van Abraham (Genesis 12:1-3; 22:18; Matteüs 1:1; Galaten 3:16)
  • Van de stam van Juda (Genesis 49:10; Lucas 3:23, 33; Hebreeën 7:14)
  • Van het huis van David (2 Samuël 7:12-16; Matteüs 1:1)
  • Geboren in Betlehem (Micha 5:2, Matteüs 2:1; Lucas 2:4-7)
  • Naar Egypte meegenomen (Hosea 11:1; Matteüs 2:14-15)
  • Het doden van de baby’s door Herodus (Jeremia 31:15; Matteüs 2:16-18)
  • Gezalfd door de Heilige Geest (Jesaja 11:2; Matteüs 3:16-17)
  • Aangekondigd door de boodschapper van de Heer (Johannes de Doper) (Jesaja 40:3-5; Maleachi 3:1; Matteüs 3:1-3)
  • Zou wonderen verrichten (Jesaja 35:5-6; Matteüs 9:35)
  • Zou goed nieuws prediken (Jesaja 61:1; Lucas 4:14-21)
  • Zou in Galilea prediken (Jesaja 9:1; Matteüs 4:12-16)
  • Zou de Tempel zuiveren (Maleachi 3:1; Matteüs 21:12-13)
  • Zou Zichzelf 173880 dagen, na de verordening om Jeruzalem te herbouwen, als koning presenteren (Daniël 9:25; Matteüs 21:4-11)
  • Zou Jeruzalem als koning op een ezel binnengaan (Zacharia 9:9; Matteüs 21:4-9)
  •  Zou door de Joden worden afgewezen (Psalm 118:22; I Petrus 2:7)

 

Stierf een vernederende dood (Psalm 22; Jesaja 53) met hierbij:

  • afwijzing (Jesaja 53:3; Johannes 1:10-11; 7:5,48)
  • verraden door een vriend (Psalm 41:9; Lucas 22:3-4; Johannes 13:18)
  • verkocht voor 30 zilverstukken (Zacharia 11:12; Matteüs 26:14-15)
  • zweeg tegen Zijn aanklagers (Jesaja 53:7; Matteüs 27:12-14)
  • werd bespot (Psalm 22: 7-8; Matteüs 27:31)
  • geslagen (Jesaja 52:14; Matteüs 27:26)
  • bespuugd (Jesaja 50:6; Matteüs 27:30)
  • Zijn handen en voeten werden doorboord (Psalm 22:16; Matteüs 27:31)
  • werd met dieven gekruisigd (Jesaja 53:12; Matteüs 27:38)
  • bad voor Zijn vervolgers (Jesaja 53:12; Lucas 23:34)
  • Zijn zij werd doorboord (Zacharia 12:10; Johannes 19:34)
  • kreeg gal en azijn te drinken (Psalm 69:21, Matteüs 27:34, Lucas 23:36)
  • geen gebroken botten (Psalm 34:20; Johannes 19:32-36)
  • begraven in de graftombe van een rijk mens (Jesaja 53:9; Matteüs 27:57-60)
  • er werd om Zijn kleren geloot (Psalm 22:18; Johannes 19:23-24)
  • Zou uit de dood opstaan (Psalm 16:10; Marcus 16:6; Handelingen 2:31)
  • Steeg op naar de Hemel (Psalm 68:18; Handelingen 1:9)
  •  Zou aan de rechterhand van God zitten (Psalm 110:1; Hebreeën 1:3)

 

 

Messiaanse Profetie – Wat Zijn de Kansen op Vervulling Zonder God?

 

Messiaanse Profetie is zo krachtig vanwege de kleine statistische kans dat één enkele man elk van de voorspellingen zou kunnen vervullen. Als we slechts zeven van de meer specifieke profetieën in het Oude Testament zouden analyseren, die later in de Persoon van Jezus Christus werden vervuld, dan staan we versteld vanwege de statistische onmogelijkheid van een dergelijke historische realiteit. Ter illustratie hebben we enkele conservatieve kansen naast de vervulde profetieën gezet.

 

 

Messiaanse Profetie Kans zonder God
Jezus zou van David afstammen 104 (1 op 10,000)
Jezus zou in Betlehem geboren worden 105 (1 op 100,000)
Jezus zou wonderen verrichten 105 (1 op 100,000)
Jezus zou zichzelf op een ezel als Koning presenteren 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou door een vriend voor 30 zilverstukken worden verraden 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou gekruisigd worden 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou zichzelf 173,880 dagen na de verordening van Artaxerxes om Jeruzalem te herbouwen als koning presenteren 106 (1 op 1,000,000)
Totale Kans 1038 (1 op 100 miljard miljard miljard miljard)

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Het paradijs volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Moslims geloven dat God Adam en Eva hun zonde vergaf. Zij geloven dus niet in de Erfzonde. Volgens de islam wordt elk kind geboren als een blanco blad, zonder zonde. Wanneer een mens gedurende zijn leven leeft volgens de leidraad van God kan hij naar het paradijs gaan. Wanneer zijn gedrag strijdig is met de boodschap aan de profeten en dus met de leidraad die God zelf gaf kan men naar de hel gaan, tenzij men berouw betoont en God hem vergeeft.

 

 

Allah wil je in het Paradijs zien

 

 

Het verwerven van het eeuwig leven in de paradijselijke tuinen is volgens de islam dus niet zozeer afhankelijk van de naam van het geloof waartoe men behoort, maar wel van hoe men zich gedraagt tegenover andere mensen, de dieren en het milieu.

Elk mens is volledig verantwoordelijk voor eigen gedrag, en zal daarop beoordeeld worden. Elk mens is ook vrij in zijn keuze van hoe hij zich tegenover God verhoudt. In die zin schrijft elk mens het scenario van de eigen oordeelsdag, wanneer men zich tegenover God zal moeten verantwoorden.

Het criterium waartegenover het gedrag zal beoordeeld worden, is het Woord van God, zoals het door de Profeten werd verkondigd. Volgens de islam kenmerkt een gelovige zich door naastenliefde, het delen van de eigen welvaart met de behoeftigen,  het bewandelen van de middenweg en schuwen van extremen,  het doen van goede werken,  verantwoordelijkheidszin, nederigheid, trouw aan een gegeven woord, oprechtheid, waarachtigheid, vergevingsgezindheid,  werklust, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, verzoeningsgezindheid, het vermijden van conflicten, hulpvaardigheid,  het afwijzen van hoogmoed, onrecht, racisme en afgunst, geduld en respect voor de anderen en voor hun geloofsovertuiging enz.

Dit zijn een paar van de houdingen en gedragingen waarmee men in het leven de weg effent naar het paradijselijke hiernamaals wat neerkomt op het uitdragen van een hoogstaand moreel gedrag. Deze idealen uit de Koran en de Sunnah zijn dezelfde als deze welke in de Bijbel vermeld worden. Een jood of een christen die volgens de Bijbel leeft kan dus volgens de islam naar het paradijs gaan, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

 

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)

Dat volgens de islam ook christenen of joden naar het paradijs kunnen gaan, hangt samen met het islamitisch geloof dat zij allemaal in dezelfde ene God geloven die in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt en in het Arabisch Allah (zoals hij in het Frans Dieu genoemd wordt en in het Nederlands God).

 

 

 

De Koran moedigt christenen aan om te leven volgens de Evangeliën,

moedigt joden aan te leven volgens de Thora

 

“En wij hebben de Thora neer gezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen.  Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden, dat zijn de ongelovigen.” (Koran 5:44)
“En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de Godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen.” (Koran 5:46-47)

Ter vergelijking: het christendom gelooft dat alleen christenen naar de hemel zullen gaan. Het verwerven van het Eeuwig Leven vereist volgens het christendom dat men zich bekeert tot volgeling van Jezus. Dit komt omdat christenen geloven in de erfzonde (volgens het christendom heeft God Adam en Eva nooit hun zonde vergeven, zodat elk kind zondig – als drager van de erfzonde – geboren wordt).

Omdat christenen geloven dat de verlossingsdood van Jezus deze erfzonde en dus alle daarop gebaseerde zonden ongedaan gemaakt heeft voor zijn volgelingen, kunnen alleen christenen naar het paradijs en is missioneringswerk zo belangrijk om zielen te redden.

Moslims geloven echter dat elk kind zonder zonden geboren wordt en dat elk mens die vroom is en goede daden stelt  tot het paradijs toegelaten kan worden. Daarbij zijn moslims slechts overbrengers van de Boodschap. Het is moslims ten zeerste verboden om anderen te dwingen zich tot de islam te bekeren.

Overigens is daar theologisch  geen dwingende reden toe vermits volgens de islam ook niet-moslims naar de hemel kunnen gaan. In de islam gebeurt de beoordeling op Oordeelsdag, niet op basis van de kerkgemeenschap waartoe men behoort, maar op basis van de vroomheid, het gedrag en de intenties voor dat gedrag.

De islam benadrukt herhaaldelijk het belang van waarachtigheid, in die mate dat de diepste putten in de hel voorbehouden worden voor de ‘hypocrieten”. Volgens de koran zijn dat moslims die beweren dat zij gelovig zijn, maar wiens daden dit tegenspreken. Het zijn moslims die het ene zeggen en het andere doen.

 

“De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur

en jij zal voor hen geen helper vinden.” (Koran 4:145)

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

voorpagina openbaring a4
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

.

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

                                             

Wat zijn Apocriefen?

Standaard

categorie : religie

.

.

APOCRIEFEN

 

Zowel in het jodendom als in het vroege christendom zijn heel wat meer geschriften ontstaan dan in de Bijbel zijn opgenomen. Daarin werden slechts die boeken opgenomen die voor joden en christenen beslissend gezag hadden inzake geloof en moreel handelen, geschriften die echt als woord van God erkend werden en op grond daarvan in de joodse of christelijke gemeenschap gelezen werden in de liturgische diensten. Men ging daarbij niet lichtvaardig te werk; getuige daarvan de strenge selectie die werd doorgevoerd en de soms langdurige aarzelingen en betwistingen over sommige boeken (Ezechiël en Prediker bij de rabbijnen; Hebreeën en Apokalyps in sommige kerken).

De geschriften die in de Bijbel zijn opgenomen, noemt men canonische geschriften, omdat zij behoren tot de canon ( = lijst, regel, norm) van heilige boeken die voor de gelovige jood of christen gezaghebbend en normerend zijn inzake geloof en moreel handelen.

 

De boeken die verwantschap vertonen met de Bijbelse geschriften, ongeveer in dezelfde tijd ontstaan zijn, en hier en daar als heilige boeken beschouwd werden, noemt men aprocriefen (van een Grieks woord dat ‘verborgen’ betekent).

 

 

 

 

Vaak circuleerden deze geschriften in marginale groepen die in onmin leefden met de grote kerkgemeenschap, en er min of meer afwijkende meningen op na hielden die ze met behulp van hun geschriften probeerden te ondersteunen. Vooral in de twee eeuwen voor en na onze tijdrekening zijn er talrijke apocriefen ontstaan, zowel bij de joden als bij de christenen. Zo spreekt men van de apocriefen van het Oude Testament en de apocriefen van het Nieuwe Testament.

Wat de eerste groep betreft, werd reeds gewezen op het feit dat de protestantse christenen een aantal boeken die in de katholieke Bijbels staan, apocriefen noemen; de boeken die de katholieken apocriefen noemen, noemen zij pseudepigrafen.

Enkele bekende voorbeelden van de talrijke oudtestamentische apocriefen zijn het Henochboek, de Testamenten van de twaalf patriarchen en het Vierde boek Ezra. Bij de apocriefen van het Nieuwe Testament zijn vooral bekend: het evangelie van Thomas (een honderdtal losse gezegden van Jezus), het prota-evangelie van Jakobus (over de kinderjaren van Maria en Jezus), en de Handelingen van Paulus.

De apocriefen worden – ten onrechte – toegeschreven aan bekende Bijbelse figuren. De informatie die in die boeken gegeven wordt, is legendarisch en historisch onbetrouwbaar, maar de apocriefen bevatten interessante gegevens over de opvattingen en de mentaliteit van de joodse en christelijke groepen waarin ze ontstaan zijn.

Ondanks het feit dat veel gelovigen tegenwoordig weinig vertrouwen stellen in de apocriefen, zijn deze omstreden geschriften in het algemeen moreel van aard en geven zij inzicht in bepaalde aspecten van de geschiedenis, de gebruiken en de religieuze ontwikkeling van de Joden tijdens deze periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De volgende veertien geschriften, die nu kort worden samengevat, vormen samen de zogenaamde apocriefen. Hoewel de meeste tussen 300 voor Christus en 100 na Christus zijn ontstaan, verwijzen diverse van deze boeken naar eerdere tijden en gaan zij uit van verschillende historische contexten.

 

 

 

De 14 apocriefen

 

1 ESDRAS, de Griekse naam voor Ezra, is een historisch verslag over de periode van het einde van de ballingschap tot de voltooiing van de tempel. Het is een compilatie die delen van Ezra, Nehemia en de Kronieken bijna dupliceert. Een toegevoegd verhaal probeert uit te leggen waarom Zerubabbel een leidende rol had in de wederopbouw van de tempel. Volgens het verhaal beargumenteerde Zerubabbel met succes in een debat met twee andere wachters van koning Darius dat vrouwen en waarheid sterker zijn dan koningen en wijn.

 

 

 

 

2 ESDRAS, van Latijnse oorsprong uit de eerste drie eeuwen na Christus, beoogt een reeks apocalyptische visioenen over de toekomst van de wereld te verslaan. In dat opzicht is het vergelijkbaar met de apocalyptische visioenen van de toonaangevende profeten, vooral die van Daniël. Een groot gedeelte van het boek bespreekt een aantal van de moeilijke kwesties die in het boek Job worden behandeld: hoe kan God toestaan dat Zijn mensen lijden? Waarom zou God ervoor kiezen om volken die slechter zijn dan Israël te gebruiken om Israël te straffen? Waarom een rechtschapen leven leiden als de boosaardigen er beter vanaf lijken te komen? Hoe lang zal het duren voordat de rechtschapen mensen eindelijk hun beloning zullen ontvangen? Hoe zullen de goddelozen worden gestraft? En ook al worden er net als in het boek Job enkele antwoorden gegeven, toch is de primaire respons dat er nu eenmaal veel is dat de mens nog niet kan bevatten.

 

 

 

 

HET BOEK TOBIT is een fictief religieus verhaal over een vrome Jood, Tobit genaamd, en zijn zoon Tobias. Het verhaal concentreert zich vooral op de reis van Tobias van Ninevé naar de stad Ecbatana om geld op te halen dat zijn vader daar in bewaring had gegeven. Op zijn reis ontmoet Tobias een verre verwante, Sarah genaamd, met wie hij trouwt. Sarah had al zeven echtgenoten overleefd; zij stierven steeds tijdens de huwelijksnacht. Een centrale figuur in het verhaal introduceert elementen van Perzisch mysticisme en demonisme. Deze hoofdrolspeler beweert de aartsengel Rafaël te zijn, die zich vermomd heeft als Tobias’ gids. De morele boodschap in het verhaal is het aanmoedigen van onzelfzuchtigheid en liefdadigheid, vooral zoals deze te zien zijn in het leven van Tobit en de principes die hij zijn zoon heeft meegegeven.

 

 

 

 

HET BOEK JUDITH is een ander religieus fictief werk, over een mooie Joodse vrouw, Judith genaamd, die haar stad en zelfs het hele volk van Israël redt door een Assyrische generaal om de tuin te leiden en zijn hoofd af te hakken. De generaal Holofernes wordt verondersteld een legeraanvoerder te zijn van Nebukadnezar, de koning over de Assyriërs in Ninevé. Die historische fout bevestigt de fictieve aard van het verhaal en richt de aandacht van de lezer nadrukkelijker op het duidelijke doel van het boek: het bevorderen van een strikte navolging van de Joodse wetten, vooral de ceremoniële wetten en de voedingswetten. Het verhaal kan zijn voortgebracht door de Joodse Farizeeërs, die in latere verhalen nog uitgebreider zullen worden besproken.

 

 

 

 

TOEVOEGINGEN OP HET BOEK ESTHER zijn aanvullingen op het canonieke verslag over Esther. Deze supplementen vinden we verspreid over de Griekse vertalingen van het boek. Omdat er in het boek Esther geen rechtstreekse verwijzingen bestaan naar God of de Joodse godsdienst, is het mogelijk dat de vertalers besloten om de diverse aanvullingen op het boek toe te voegen om zo de religieuze invloed ervan te vergroten. Onder de aanvullingen vinden we, zo wordt beweerd, de inhoud van het decreet van koning Artaxerxes om de Joden af te slachten, een vermeend verslag over Esthers gebed tot God voordat zij de koning ongenodigd zou benaderen, de veronderstelde inhoud van de brief die de Joden toestond om zichzelf te verdedigen en tenslotte een epiloog waarin Mordechai laat zien hoe zijn droom in alle voorgaande gebeurtenissen bewaarheid werd.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN SALOMO, of Boek der Wijsheid, is een gedicht dat stilistisch vergelijkbaar is met het boek Prediker en is karakteristiek voor de literatuur in de wijsheidsbeweging van Salomo. Daarom wordt het boek soms met Salomo’s naam aangeduid, ook al is het kennelijk pas rond 50-40 voor Christus geschreven. Het gedicht spreekt op prachtige wijze over Gods alwetendheid, de aard van de dood, de geborgenheid van de rechtschapenen, de superioriteit van deugdzaamheid en de vernietiging van de goddelozen. En op een manier die doet denken aan de profeten, voert de schrijver een scherpe aanval uit op afgoderij en heidense perversies. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van Gods omgang met Israël en Zijn altijddurende zorg voor Zijn volk, zelfs wanneer zij ontrouw zijn.

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN JEZUS SIRACH is het langste boek van de apocriefen en is vergelijkbaar met het boek Spreuken wat betreft inhoud en stijl. Het werd oorspronkelijk rond 180 voor Christus in Jeruzalem in het Hebreeuws geschreven en zo’n vijftig jaar later in de stad Alexandrië in het Grieks vertaald. Het laatste gedeelte van het boek bevat een overzicht van alle grote mannen in de Joodse geschiedenis, eindigend met Simon de hogepriester, die in 199 voor Christus overlijdt. Een proloog geeft aan dat de schrijver een man met de naam Jezus of Jozua is (wiens vaders naam Sirach is) en dat zijn gedachten voortkomen uit een jarenlange bestudering van de wet, de profeten en andere oudtestamentische wijsheidsliteratuur. Het is niet verbazingwekkend dat dit boek, dat ook wel Ecclesiasticus wordt genoemd, begint met de woorden: “Alle wijsheid komt van de Heer en is bij hem tot in eeuwigheid.”

Net als het boek Spreuken vindt Ecclesiasticus wijsheid in de vrees voor de Heer, maar ook in zelfbeheersing, vooral spraakbeheersing. Liefdadigheid en nederigheid worden aangemoedigd en het boek bevat waarschuwingen tegen ongepaste begeerten en overmatig wijngebruik. De kortheid van het leven en de bestraffing van de goddelozen worden als motivaties voor een correcte leefstijl gezien. Slechte vrouwen en klagende vrouwen worden net als overspelige mannen heel scherp als boosaardig bestempeld.

In tegenstelling tot andere wijsheidsliteratuur in de canonieke Schrift bevat Ecclesiasticus ook werelds advies voor gepaste etiquette aan de eettafel en primaire gezondheidsgewoontes. Verschillende beroepen worden geprezen, van artsen tot gewone handelslieden, waarvan wordt gezegd: “…wat voor altijd geschapen is, krijgt door hen zijn plaats…” en “…ze hebben alleen de behoefte hun ambacht uit te oefenen”. Alles in aanmerking genomen behandelt Ecclesiasticus een breed scala aan wijze gezegden die een weerspiegeling zijn van de wijsheidsliteratuur die al eerder gepresenteerd werd.

 

 

 

 

HET BOEK BARUCH wordt verondersteld geschreven te zijn door de kopieerder van Jeremia. Het werd volgens het boek zelf meegezonden met een ingezameld geldbedrag om de aanbidding in de tempel in 582 te steunen. Maar aangezien de tempel in die tijd een ruïne was, bestaan er twijfels over de geschiedkundige nauwkeurigheid van het geschrift. Het lijkt erop dat het document ergens aan het einde van de eerste eeuw tot ontstaan kwam, toen Jeruzalem en de herbouwde tempel opnieuw werden bedreigd. In dit boek vinden we een bekentenis van nationale zonden, een smeekbede voor genade, een vraag om wijsheid en bemoedigende woorden voor een onderdrukt volk. Deze worden gevolgd door de “Brief van Jeremia”, waarvan beweerd wordt dat hij door de grote wenende profeet zelf geschreven is aan de gevangenen in Babylon en waarin hij waarschuwt tegen betrokkenheid bij afgoderij. Deze brief is een van de krachtigste en meest wijze aanvallen tegen afgoderij die ooit zijn geschreven.

 

 

 

 

HET VERHAAL VAN SUSANNA is een kort verhaal over een deugdzame vrouw die Susanna genoemd wordt en valselijk van ontrouw wordt beschuldigd door twee boosaardige Joodse volksoudsten, wanneer zij hun seksuele avances afwijst. Wanneer zij wordt weggevoerd om geëxecuteerd te worden, na een rechtszaak waarin haar aanklagers een vals getuigenis afleggen, dringt Daniël (verondersteld wordt dat het Daniël uit het Oude Testament is) erop aan dat de twee oudsten afzonderlijk worden ondervraagd. Deze zet leidt tot getuigenissen die met elkaar in strijd zijn en waarmee Susanna’s onschuld bewezen wordt.

Het verhaal is misschien niets meer dan een hypothetisch geval dat geschreven is om aan te zetten tot hervormingen in de manier waarop bewijslast wordt vergaard in rechtszaken over misdaden waarop de doodstraf staat. Hoewel de wet vereist dat er twee getuigen nodig zijn om iemand schuldig te kunnen verklaren, is het toch mogelijk dat deze twee getuigen samenzweren waardoor een onschuldig mens ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Deze nieuwe procedure zou dan kunnen helpen om een dergelijke samenzwering te ontmaskeren en juist de doodstraf op te leggen aan de samenzweerders.

 

 

 

 

HET LIED VAN DE DRIE JONGE MANNEN is een geschrift uit de periode 170-150 voor Christus, bedoeld om geïntegreerd te worden met het boek Daniël (na vers 3:23). Het boek beweert een verslag te zijn over het wonder waarmee Sadrach, Mesach en Abednego gered werden toen zij in de brandende oven werden geworpen, samen met een gebed van Azarja (Abednego), dat feitelijk een bekentenis van Israëls zonden en een smeekbede voor de redding van het volk is. Het bevat verder een loflied op de God die de drie mannen uit het dodelijke vuur heeft gered.

 

 

 

 

BEL EN DE DRAAK is het derde verhaal dat aan het boek Daniël is toegevoegd en is een aanval op afgoderij, vooral de verering van slangen, of “draken”, zoals zo vaak gebeurde rond 100 voor Christus toen dit boek geschreven werd. Het verhaal plaatst Daniël in een dispuut met koning Kores over de vraag of de Babylonische god Bel het voedsel dat aan hem wordt geofferd al dan niet opeet. Door middel van eenvoudige vindingrijkheid weet Daniël aan te tonen dat het voedsel door de priesters van Bel wordt opgegeten. Daniël veroorzaakt vervolgens de dood van een aanbeden slang, waardoor de Babylonische aanbidders zó boos worden dat zij Daniël in een leeuwenkuil gooien. In dit fictieve verhaal over de leeuwenkuil wordt Daniël eten gebracht door de profeet Habakuk, waarvan beweerd wordt dat hij voor deze gelegenheid op wonderbaarlijke wijze van Judea naar Babylon werd overgebracht.

 

 

 

 

HET GEBED VAN MANASSE is een kort, maar uitstekend voorbeeld van een vroom en berouwvol gebed, misschien van Farizese oorsprong.

 

 

 

 

1 MAKKABEEEN verhaalt de geschiedenis van het Joodse volk in Judea in de periode 175-132 voor Christus. Het bevat er een groot aantal details over die in latere geschriften slechts summier zullen worden aangestipt. De strijd tussen de belangrijkste koningen van deze periode – de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte – wordt afgeschilderd. De Joden bevinden zich midden tussen de strijdende grootmachten. Er wordt verwezen naar een latere Romeinse macht, maar in deze periode bestaat er nog geen directe Romeinse heerschappij waar Judea door beïnvloed zou zijn. Het begin van dit historische verslag gaat voornamelijk over de Seleucidische koning Antiochus Epiphanes, die een grote vervolging begint van de Joden en hun godsdienst. Er zijn Joden die liever sterven dan toezien dat de wet onderdrukt wordt en zij reageren op een militante wijze. Meerdere decennia lang worden deze Joden in de ene na de andere strijd aangevoerd door een man met de naam Mattatias en drie van zijn zonen.

De eerste zoon die deze taak van zijn vader overneemt is Judas, die Makkabeüs wordt genoemd. Het historische verslag is naar deze man vernoemd. Judas Makkabeüs wordt opgevolgd door zijn twee broers Jonatan en Simon, en later door Simons zoon Hyrkanus. De militaire strijd van de Joden tegen de Syriërs, Grieken, Egyptenaren, Edomieten en een aantal plaatselijke vijanden, doet denken aan de oorlogen van koning David. Maar de bijna onophoudelijke gevechten geven Judea en de Joden uiteindelijk een korte periode van vrede, te midden van door conflicten gekenmerkte eeuwen. Jonatan en Simon worden aangesteld als hogepriesters en gouverneurs, wat duidt op een evolutie in de traditionele rollen van het Joodse leiderschap. Het eerste boek der Makkabeeën is de belangrijkste en meest betrouwbare bron van de geschiedenis van de Joden in deze periode.

 

 

 

 

2 MAKKABEEEN wordt verondersteld de periode te beschrijven van 175-160 voor Christus, maar het is minder historisch dan vaderlandslievend. Het boek beweert een leesbare samenvatting te zijn van een veel gedetailleerder werk in vijf delen, geschreven door Jason van Cyrene. Het meest in het oog springend zijn de gedetailleerde verslagen over gewelddadige wreedheden die Antiochus Epiphanes tegen de Joden zou hebben begaan.

Met behulp van deze geschriften en de historische verslagen van andere volken in de volgende vier eeuwen is het mogelijk om in grote lijnen vast te stellen hoe het Joodse volk zich verder ontwikkelt, als natie en als een uiteengeslagen volk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Is godsdienstvrijheid mogelijk in de Islam?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wanneer er in de islam godsdienstvrijheid bestaat, dan moet deze ingesteld zijn door God zelf. Immers, islam betekent overgave aan God en moslims geloven dat de koran het letterlijke Woord van God is zoals dat door de aartsengel Gabriël geopenbaard werd aan profeet Mohamed.

 

 

 

dyn009_original_750_531_jpeg_41830_cdebb02474fd920f8bef855b935dabb1

 

 

 

Het is inderdaad God zelf die in de Koran elke dwang inzake godsdienst verbiedt:

In de godsdienst is er geen dwang” (Koran, 2:256)
.
.
.

Met dit vers verbiedt God moslims uitdrukkelijk te proberen anderen tot de islam te dwingen. Daartoe bestaat trouwens ook geen theologische reden, vermits ook niet-moslims volgens de Koran naar het paradijs kunnen gaan. Volgens de islam is het verwerven van het paradijselijk eeuwig leven immers niet gebonden aan lidmaatschap van een kerkgemeenschap, maar wel van vroomheid en hoe men zich gedraagt. Mensen die zich gedragen volgens de leringen van de Profeten die in hun midden gestuurd werden, kunnen naar het paradijs gaan.

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)
.
.
.

Het christendom gelooft dat God Adam en Eva hun zonde nooit vergaf. Deze zonde wordt volgens het christendom overgedragen op de nakomelingen zodat elk kind geboren wordt met de erfzonde waarvan men slechts verlost kan worden door volgeling van Jezus te worden. Vandaar ook de sterke missioneringsdrang van het christendom. Het is de enige manier om zielen te redden.

De islam daarentegen gelooft dat God Adam en Eva hun zonde wèl vergaf nadat zij berouw toonden. Elk kind wordt dan ook geboren als een onbeschreven blad, begiftigd met verstand, gevoel en een elementair inzicht in goed en kwaad. Wanneer men zich tijdens het leven laat inspireren door God en zich gedraagt volgens zijn leidraad, kan men in het hiernamaals, mits God’s genade,  toetreden tot het paradijs.

Volgens de islam kunnen moslims die zich misdragen naar de hel gaan, terwijl christenen die leven volgens de aan hen geopenbaarde boodschap naar het paradijs kunnen gaan.

In een op de islam geïnspireerde samenleving kan elkeen vrij zijn geloof belijden. In de islam wordt gesteld dat mensen zich het hoofd niet moeten breken over de verschillen tussen godsdiensten. Dat er verschillende godsdiensten bestaan wordt immers geacht de wil van God te zijn, en God zal op de oordeelsdag wel uitleggen hoe de vork in de steel zat.

In afwachting daarvan draagt de islam mensen van verschillende godsdiensten op met elkaar te wedijveren in goede daden, dwz elk vanuit het eigen geloof het best mogelijk te doen om zo een rechtvaardige samenleving voor iedereen (zijnde het maatschappelijk doel van de islam) tot stand te brengen:

“… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.” (Koran 5:48)
.
.
.

Het staat iedereen vrij te geloven wat men wil of ongelovig te zijn:

“Wie het wil, die moet dan geloven en wie het wil, die moet maar ongelovig zijn.” (Koran 18:29)
.
.
.

Immers, islam betekent zich overgeven aan God of in het Arabisch Allah. Dit kiezen voor God veronderstelt dat men vrij is om het te doen. Zonder godsdienstvrijheid is islam niet eens mogelijk.

Er wordt vaak  gedacht dat islamitische landen oorden zijn waar mensen verplicht zijn zich tot de islam te bekeren. Dit is niet het geval. Moslims worden aangemoedigd om een vrije samenleving uit te bouwen die voor iedereen rechtvaardig is.

In veruit de meeste moslimlanden geldt trouwens de shari’ah niet. Zelfs met de shar’iah garandeert deze godsdienstvrijheid  dat andere religies een reeks geloofsgebonden zaken zoals familierecht zelf kunnen ordenen via eigen rechtbanken.

Moslims zijn slechts waarschuwers, overbrengers van de Boodschap. Het is hen uitdrukkelijk verboden anderen te dwingen tot de islam:

“Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.” (Koran 88:22-23)
.
.
.

Moslims mogen ook niet oordelen over het geloof van anderen. Dit gaat zelfs zo ver dat er een islamitische uitdrukking is die zegt dat wanneer een moslim een andere moslim van ongeloof beschuldigt, er al minstens één ongelovige is, nl. diegene die de andere beschuldigt van ongeloof.

Oordelen over geloof is iets dat alleen God toekomt. De islam is gebouwd rond het centrale concept dat er geen god is dan God. Zich een goddelijke taak aanmeten, komt neer op zich gelijkstellen aan God en is dus de zwaarste zonde die men zich kan inbeelden. Oordelen over het geloof van anderen, betekent het zich aanmeten van een taak die alleen God toekomt en is dus een zware zonde.

Het centrale belang van godsdienstvrijheid, in samenhang met een totaal afwijzen van elke vorm van racisme, maakt dat de islam eigenlijk zelf een soort van multicultureel model is. Moslims hanteren inderdaad waarden en normen die zeer dicht aansluiten bij de joodse en christelijke waarden waaruit het Westerse model gegroeid is.

Dat is niet verwonderlijk vermits moslims in dezelfde God (in het Arabisch: Allah, in het Hebreeuws: Jahweh) geloven als de christenen en de joden.  Mensen die in dezelfde God geloven, kijken allemaal naar diezelfde God voor de bepaling van wat goed en verkeerd is en delen dus allemaal dezelfde normatieve basis.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De zeven gemeenten in Openbaring

Standaard

categorie : religie

 

 

 

250px-Seven_churches_of_asia.svg

 

 

 

De zeven gemeenten in Openbaring zijn

werkelijke locaties in Klein-Azië

 

De zeven gemeenten in het boek Openbaring zijn zeven  werkelijk bestaande gemeenten. Ze worden beschreven in hoofdstukken 2 en 3 van het boek. Deze vroege christelijke gemeenten bevonden zich in de tijd van het Romeinse Rijk in Klein-Azië. Hoewel de bloei van deze gemeenten een halt werd toegeroepen door de overheersing van de moslims, in de eeuwen na het Romeinse Rijk, toch zijn de archeologische resten van alle zeven locaties tegenwoordig nog terug te vinden in het hedendaagse Turkije.

 

 

Openbaring hoofdstuk 1,2 en 3 : Christus wandelt tussen 7 kandelaren die staan voor de 7 gemeenten in Turkije

Openbaring hoofdstuk 1,2 en 3 : Christus wandelt tussen 7 kandelaren die staan voor de 7 gemeenten in Turkije

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De zeven gemeenten toen en nu

 

De zeven gemeenten van het boek Openbaring bevinden zich in het westen van Klein-Azië, het hedendaagse Turkije,  Ze kunnen bereikt worden via de Egeïsche Zee en de oude handelsroutes tussen het Westen en het Oosten.

Om verschillende redenen (handel, militaire strategie of puur hedonisme), werden deze steden belangrijke culturele centra. In de eerste eeuwen na Jezus Christus werden deze steden door de Romeinen bestuurd.

Ze waren ook belangrijk in het vroege christendom. De zeven gemeenten werden aan het einde van de eerste eeuw beschreven door de apostel Johannes :

 

 

1 : EfezeDe begeerlijke gemeente die de liefde van weleer had opgegeven (Openbaring 2:1-7). Efeze was de invloedrijke hoofdstad van Klein-Azië aan de Egeïsche Zee. Efeze staat nu bekend vanwege haar immense metropool van oude straten, bogen en ruïnes.

 

2 : Smyrna – De vervolgde gemeente die onder armoede en martelaarschap leed (Openbaring 2:8-11). Smyrna was ten noorden van Efeze gelegen op een machtige handelslocatie aan de Egeïsche Zee en stond bekend om haar havens, handel en marktplaatsen. De belangrijkste ruïnes van Smyrna bevinden zich nu in de moderne Turkse stad Izmir.

 

3 : Pergamum – De wereldse gemeente die de christelijke leer verwaterde en tot inkeer moest komen (Openbaring 2:12-17). Pergamum bevindt zich op de vlakten en de lager gelegen heuvels langs de rivier de Caïcus in Westelijk Turkije. Het werd in Klein-Azië sinds de 3e eeuw voor Christus als een belangrijke stad beschouwd en werd later een Grieks en Romeins centrum voor tempelverering.

 

4 : Tyatira – De valse gemeente die een verleidelijke profetes volgde (Openbaring 2:18-29). Tyatira is gelegen in westelijk Klein-Azië, ongeveer 65 kilometer landinwaarts van de Egeïsche Zee. Deze stad uit de oudheid stond bekend om haar handel in textiel en kleurstoffen, en staat tegenwoordig bekend als de Turkse stad Akhisar.

 

5 : Sardes – De “dode” gemeente die in slaap was gevallen (Openbaring 3:1-6). Sardes bevindt zich op oevers van de rivier de Pactolus in het westen van Klein-Azië, een kleine 100 kilometer landinwaarts van Efeze en Smyrna. Onder de populaire ruïnes zijn onder meer de decadente tempels en de badhuizen.

 

6 : Filadelfia – De gemeente van broederlijke liefde die geduldig volhardt (Openbaring 3:7-13). Filadelfia ligt aan de rivier de Cogamis in westelijk Klein-Azië, ongeveer 130 kilometer ten oosten van Smyrna. Filadelfia stond bekend om haar verscheidenheid aan tempels en aanbiddingscentra.

 

7 : Laodicea – De “lauwe” gemeente met een lauw geloof (Openbaring 3:14-22). Laodicea is gelegen in de vallei van de rivier de Lycus in het westen van Klein-Azië, een belangrijke handelsroute tussen de culturen van het Westen en het Oosten. Laodicea stond bekend als een belangrijk centrum voor het Romeinse systeem van aquaducten.

 

 

De 7 gemeentelijke tijdperken

De 7 gemeentelijke tijdperken

 

 

 

De zeven gemeenten hun uiteindelijke belang

 

De zeven gemeenten in het boek Openbaring zijn letterlijke gemeenten uit de eerste eeuw na Christus. Maar de zeven gemeenten in Openbaring hebben ook een geestelijke betekenis voor de gemeenten en gelovigen van tegenwoordig. Het hoofddoel van de brieven van Johannes aan de zeven gemeenten was om een “rapportkaart” van Jezus over hun geestelijke welzijn af te leveren.

Maar een tweede doel van de door God ingegeven brieven was om zeven soorten gemeenten (en gelovigen) te beschrijven die door de geschiedenis heen steeds weer zouden opduiken. Deze korte brieven aan de zeven gemeenten in het boek Openbaring dienen als snelle en soms pijnlijke geheugensteuntjes voor mensen die zichzelf “volgelingen van Christus” noemen.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De duivel, de uit de hemel gevallen Morgenster

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de duivel in de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

De duivel

 

Als er één persoon uit de hele geschiedenis van het christendom is die tot de verbeelding spreekt, dan is het de duivel wel. Als hoogmoedige Morgenster uit de hemel gevallen, komt hij al millennia lang in opstand tegen de almachtige God. Satan is de intrigerende tegenstander, de fascinerende tester en aanklager van mensen.

 

 

De duivel in de Bijbel

 

De duivel wordt talloze malen genoemd door de Bijbel heen, zowel in het Oude als het Nieuwe Testament. Er is echter niet op één plek een alomvattende definitie gegeven van de duivel. Wie dus een goed beeld wil krijgen van de duivel, zal verschillende Bijbelteksten van Genesis tot Openbaring met elkaar moeten combineren en deze plaatsen in het licht van de theologische traditie.

Het Vierde Lateraans Concilie (1215) stelde dat God in de beginne twee schepselen maakte, het spirituele en het lichamelijke, het engelachtige en het aardse, en tenslotte de mens, die tegelijkertijd geest en lichaam was. Het concilie vervolgt hierop:

“Diabolus enim et alii dæmones a Deo quidem naturâ creati sunt boni, sed ipsi per se facti sunt mali.” Vertaald:

 

“De duivel en de andere demonen zijn door God gemaakt, van nature goed, maar slecht door zichzelf.”

 

God maakte de duivel en de andere demonen als spirituele en engelachtige wezens. Hij maakte hen goed, maar door hun eigen daden werden ze slecht. Door hun val werden ze duivels van aard. Dit gebeurde vóór de zondeval van Adam en Eva, die immers veroorzaakt werd door de misleidende, sluwe slang in de hof van Eden (Genesis 3). Het is dan ook opmerkelijk dat het verhaal over de val van de engelen pas gevonden wordt in het laatste boek van de Bijbel. In Openbaring staat geschreven:

“Toen brak er een oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid.” (Openbaring 12:9)

In Job 4:18 is een korte referentie te vinden van de val: “(…) ook bij zijn engelen bespeurt hij [God] nog gebreken.”

 

Uitgebreider wordt over de val gesproken in twee klassieke teksten in de profeten: Jesaja 14: 12-15

 

“O morgenster, zoon van de dageraad,
hoe diep ben je uit de hemel gevallen.
Overwinnaar van alle volken,
hoe smadelijk lig je daar geveld.
Je zei bij jezelf: ik stijg op naar de hemel,
boven Gods sterren plaats ik mijn troon.
Ik zetel op de toppen van de Safon,
de berg waar de goden bijeenkomen.
Ik stijg op tot boven de wolken,
ik evenaar de Allerhoogste.
Nee! Je daalt af in het dodenrijk,
in de allerdiepste put.”

 

 

de duivel in de sport

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De profeet Jesaja spreekt deze woorden tegen de koning van Babylon, maar erin verborgen ligt een diepere laag die refereert aan de val van Satan, de rebellerende aartsengel. De tekst hieraan parallel is Ezechiëls klaagzang over de Koning van Tyrus:

  • “Eens was jij een toonbeeld van perfectie, vervuld van wijsheid en volmaakt van schoonheid. Je leefde in Eden, in de tuin van God, en je was bekleed met een keur van edelstenen: met robijn, topaas en aquamarijn, met turkoois, onyx en jaspis, met saffier, granaat en smaragd, gevat in gouden zettingen.
  • Op de dag dat je geschapen werd lagen ze klaar. Je was een cherub, je vleugels beschermend uitgespreid, je was door mij neergezet op de heilige berg van God, waar je wandelde tussen vurige stenen. Je was onberispelijk in alles wat je deed, vanaf de dag dat je was geschapen tot het moment dat het kwaad vat op je kreeg.
  • Door al het handeldrijven raakte je verstrikt in onrecht en geweld, en je zondigde; daarom, beschermende cherub, verbande ik je van de berg van God en verdreef ik je van je plaats tussen de vurige stenen. Je schoonheid had je hoogmoedig gemaakt, je had je wijsheid en luister verkwanseld. Daarom heb ik je op de aarde neergeworpen.” (Ezechiël 28: 12-17)

 

 

Waaraan hebben de gevallen engelen zich bezondigd, dat ze uit de hemel werden verbannen? Engelen zijn niet gevoelig voor lichamelijke verlokkingen en gaan niet ten onder aan de zwakheid van het vlees. De zonde die Lucifer en zijn volgelingen begingen tegen God, was hoogmoed. Het verlangen om onafhankelijk te zijn van God en gelijk te zijn aan hem. Vóór zijn val zou Lucifer een hoge positie in de hiërarchie van de hemel hebben bekleed.

Hij stond dichtbij God. Uit de geschiedenis blijkt dat degene die het dichtst bij de troon staat, het meest vatbaar is voor gevoelens van ambitie. Lucifer, de morgenster en zoon van de dageraad, wilde hoger stijgen dan God en viel in de allerdiepste put.

In zijn val nam hij de engelen mee die hem hadden gevolgd in zijn opstand tegen God. De duivel heeft blijvende macht over deze engelen. Dat blijkt uit deze Bijbelteksten:

“de duivel en zijn engelen” (Matteüs 25:41)

“heerser over de machten in de lucht” (Efeze 2:2)

“de draak en zijn engelen” (Openbaring 12:7).

 

Niet alleen zijn engelen, maar ook de wereld valt binnen de invloedssfeer van de duivel. Jezus typeert de duivel als “de heerser van deze wereld” (Johannes 14:30). En Paulus spreekt hierover in de brief aan de gemeente in Efeze:

“de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn” (Efeze 2:2).

 

In het eerdergenoemde gedeelte van Openbaring staat dit bevestigd: “Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt.” Na zijn val trok hij Adam en Eva met zich mee, en sindsdien is hij niet gestopt met het verleiden en misleiden van hun kinderen.

 

 

de duivel in de politiek

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De Koran is tegen geweld

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

Vrede is de wenselijke toestand

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

 

1 Erbarmen en barmhartigheid

 

De eerste woorden waarmee we geconfronteerd worden wanneer we de Koran openslaan, en die meteen de relatie tussen de lezer en de Auteur vestigen, zijn ‘Bismillah al Rahman al Rahim’. Dit is in de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige.

De draagwijdte van deze woorden, kan niet overschat worden. Erbarmer en Barmhartige zijn twee van de ‘mooie namen’ of ‘attributen’ van God. Door daarmee de Koran te openen, wordt alles wat in dit boek zal volgen, gekaderd binnen goddelijk erbarmen en barmhartigheid.

  • Bismillah betekent : in de naam van God, aan wie niets of niemand gelijkwaardig is.
  • Al Rahman (de Erbarmer, Genadevolle) verwijst naar de eindeloze liefdevolle genade die God voortdurend aan al zijn schepselen schenkt, zonder dat ze er ook maar iets moeten voor doen, geheel onafhankelijk van hun daden, dus ook als ze Zijn genade niet verdienen. Ook als God mensen straft voor hun zonden en misstappen, kunnen ze nog altijd rekenen op deze rahmah, op deze liefdevolle genade van God.
  • Al Rahim (de Barmhartige) heeft betrekking op het medelijden dat God schenkt aan de gelovigen die door hun daden Zijn genade verdienen. Al Rahim slaat tevens op de genade die God de gelovigen zal schenken in het hiernamaals. Het heeft ook betrekking op de vergeving die God schenkt aan gelovigen die berouw tonen.

 

De openingszin van de Koran zet dus al meteen de volledige islamitische levensvisie neer. Eerst en vooral, wordt de uniciteit van God gevestigd, zonder wie niets of niemand zou bestaan. Vervolgens wordt zijn kenmerk Al Rahman geëvoceerd, een kenmerk dat refereert aan Gods veelvuldige goedheid voor alle mensen, altijd en overal, ongeacht hoe ze zich gedragen.

Daar wordt Gods genade aan toegevoegd voor diegenen die Hem verheerlijken en om leiding, hulp of vergiffenis vragen. Het is een uitdrukking die daarom warmte, hoop en geborgenheid in zich draagt. Alles wat daarna volgt, wordt binnen dit kader gedefinieerd en moet binnen dit kader begrepen worden. Elk vers, wat er ook de individuele betekenis van is, krijgt pas zijn volledige draagkracht binnen dit kader, ook de bestraffende verzen.

Een eerste gevolg hiervan is dat moslims in hun omgang met anderen zich evenzeer moeten laten kennen door barmhartigheid, genade en vergevingsgezindheid. De islam geeft moslims de levenslange opdracht aan de eigen persoonlijkheid te werken in de richting van een ideaal dat zich kenmerkt door gematigdheid, naastenliefde, discretie, nederigheid, oprechtheid en minzaamheid. Hoe dichter men dat ideaal benadert, hoe groter de innerlijke vrede, hoe groter de kans dat men in het hiernamaals tot het paradijs toegelaten wordt.

 

 

hqdefault

 

 

 

2 Rechtvaardigheid

 

Volgens de islam, leidt overgave aan God tot innerlijke vrede, en vrede in de samenleving. Om die toestand te bereiken, speelt naast eerder genoemde barmhartigheid en vergevingsgezindheid, ook rechtvaardigheid een centrale rol. De Koran schrijf voor rechtvaardig te zijn zelfs wanneer het eigen belang daardoor geschaad zou worden:

 

«Jullie die geloven! Weest standvastig in de gerechtigheid als getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf of de ouders of de verwanten. Of het nu om een rijke of om een arme gaat, God staat hen beiden zeer na. Volgt dus niet je geneigdheid om niet rechtvaardig te zijn. Maar als jullie verdraaien of jullie afwenden, dan is God welingelicht over wat jullie doen. » (Koran 4:135)

 

 

Ook een afkeer tegenover mensen mag rechtvaardigheid niet in de weg staan:

 

«Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij Godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen.» (Koran 5:8)

 

 

 

3 Godsdienstvrijheid

 

In de Koran nodigt God iedereen uit deelachtig te worden in de vrede:

 

«En God roept naar het tehuis van Vrede en leidt wie Hij wil naar het rechte pad.» (Koran 10:25)

 

 

 

Dwang wordt evenwel uitgesloten, het staat diegenen die zich niet aangesproken voelen vrij de uitnodiging in de wind te slaan want:

 

«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran 2:256)
en
«Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.»(Koran 88:22-23)

 

 

 

In weerwil van het in het Westen heersende misverstand, is een islamitische samenleving dus geen samenleving waarin iedereen gedwongen wordt zich tot de islam te bekeren, maar is het integendeel een samenleving die godsdienstvrijheid garandeert.

Men kan hier opmerken dat de vrijheid toch niet volledig is vermits in de Koran de ‘ongelovigen’ geregeld met straffen door God bedacht worden. Vooreerst is het evenwel zo dat het in dergelijk verzen stuk voor stuk God is die straft; nergens geeft de Koran mensen de toestemming anderen te straffen voor hun ongeloof.

Alleen God kan immers oordelen over geloof en kan daar gevolgen aan vastknopen. Maar zelfs dan is het zo dat in eerste instantie de bestraffing bestaat uit het onthouden van de goddelijke liefde aan mensen die dit onwenselijk gedrag stellen.

 

 

Geloof naar waarheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

4 Pluralisme en verdraagzaamheid

 

Omgekeerd aan het onthouden van liefde en het bestraffen voor mensen die slecht gedrag stellen, wordt devote mensen die rechtschapen handelen als beloning bijzondere liefde van God en vrede in het vooruitzicht gesteld. Ook hieruit blijkt dat de gewenste toestand vrede is.

 

«God leidt daarmee wie Zijn welgevallen navolgen op de wegen van de vrede, brengt hen met Zijn toestemming uit de duisternis naar het licht en leidt hen op een juiste weg.» (Koran 5:16)
En:
«Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten rust » (Koran 13:28)

 

 

Merk op dat deze ‘beloning’ met vrede niet alleen moslims toekomt, maar alle mensen die in God geloven en goede werken doen. Vroomheid wordt niet gedefinieerd in termen van de gebedsrichting waarin men bidt (m.a.w. de naam van de godsdienst waartoe men zich bekent), maar in termen van geloven in God en stellen van goede daden voor de medemens:

 

«Vroomheid is niet dat jullie je gezicht naar het oosten en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in God, in de laatste dag, in de engelen, in het boek en in de profeten en wie zijn bezit, hoe lief hij dat ook heeft, geeft aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan de bedelaars en voor de (vrijkoop van) de slaven, en wie de salaat [gebed] verricht en de zakaat [verplichte liefdadigheid] geeft en wie hun verbintenis nakomen en wie volhardend zijn in tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd. Zij zijn het die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.» (Koran 2:177)

 

 

De Koran erkent daarmee uitdrukkelijk dat er verschillende wegen zijn om tot God te komen. Meer nog, net zoals de Koran moslims aanmoedigt om volgens de Koran te leven, moedigt de Koran christenen aan om te leven volgens de Evangeliën, en worden Joden aangemoedigd om te leven volgens de Thora (dat een boek van ‘licht’ genoemd wordt) :

 

« En wij hebben de Thora neergezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen. (…) Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat zijn de ongelovigen.» (Koran 5:44)

«En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen. » (Koran 5:46-47)

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

Christendom ; pasteltekening van John Astria

 

 

De islam verwerpt daarmee het assimileren van andersgelovigen, maar schrijft integendeel waarachtigheid binnen het eigen geloof voor. Dat gaat zover dat in een maatschappij die op islamitische leest geschoeid is, andersgelovigen eigen rechtbanken mogen opzetten voor zaken als familierecht en erfenisrecht zodat zij werkelijk in staat zijn hun geloof zo getrouw mogelijk te beleven. De islam verfoeit hypocrisie. Hypocrieten worden de diepste putten van de hel toegezegd, erger nog dan waar de ongelovigen terecht zullen komen:

 

«De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.» (Koran 4:145)

 

 

 

Net zoals moslims die zich niet houden aan hun geloofsvoorschriften met afkeuring bedacht worden, omschrijft de Koran joden en christenen die zich niet aan hun geloof houden, als ongelovigen en verdorvenen. Maar net zoals er bij moslims mensen zijn die zich wel aan hun geloof houden en die daarvoor beloond zullen worden, erkent de Koran dat er ook hij joden en christenen gelovigen zijn die hun beloning niet zullen mislopen:

 

«Onder de mensen van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. …» (Koran 3:199)

 

 

 

Op die manier, schrijft de Koran respect voor eenieders eigenheid voor. Het bestaan van de verschillende godsdiensten wordt immers beschouwd als een aspect van de goddelijke wil. Het is God zelf die voor de verschillende godsdiensten gezorgd heeft, daarom moet men die verschillende godsdiensten respecteren:

 

«… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.» (Koran 5:42-47)
En:
«”Ieder heeft een richting waarheen hij zich wendt. Wedijvert dan met elkaar in goede daden. Waar jullie ook zijn, God zal jullie te samen brengen.”» (Koran 2:148)

 

 

 

Dergelijke verzen schrijven meteen ook voor hoe men met die diversiteit in religies moet omgaan: men zal elkaar niet bestrijden, maar met elkaar wedijveren in goede daden. Moslims wordt dan ook voorgeschreven attent, vriendelijk en voorkomend om te gaan met alle mensen, ook met niet-moslims.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De essentie van alle religies

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Gouden Regel ; de essentie van alle religies:

 

Confucianisme

 

 

confuciaans-symbool-17462664

 

 

“Dit is het uiterste van vriendelijkheid en liefde: doe niets bij de ander waarvan je niet wilt dat het ook jezelf gebeurt.”

bron: Analects, XV, 23

 

 

 

Jodendom

 

 

ster

 

 

“Wat je zelf als haat ervaart, doe dat de ander niet aan. Dat is de enige Wet.”

bron: Talmoed, Shabbat 31a

 

 

 

Islam

 

 

2000px-IslamSymbol2_svg

 

 

“Niemand van jullie is een gelovige als je niet voor je broeder hetzelfde wenst als voor jezelf.”

bron: Sunnah

 

 

 

 

Boeddhisme

 

 

wiel-van-dhamma-van-boeddhisme-20633564

 

 

“Doe de ander geen pijn op een manier die je ook zelf pijnlijk zou vinden.”

bron: Undana-vargua: 5.18

 

 

 

 

Christendom

 

 

Kruis_portaal_christendom

 

 

“Behandel de ander zoals jij zelf ook behandeld zou willen worden.”

bron: Lucas 6:31

 

 

 

 

zoroastrisme

 

 

faravahar_-31 zoro

 

“Dat natuur alleen goed is als het niets doet bij een ander, dat jet  zelf niet zou willen ondergaan.”

bron: Dadistan-I Dinik, 94:5

 

 

 

 

Hondoeïsme

 

 

luck-gold-hindu-om

 

 

“Dit is de optelling van al het rechtvaardige; behandel anderen zoals je zelf ook behandeld zou willen worden. Doe niets bij uw buurman waarvan u het zelf niet wilt.”

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

Religie en spiritualiteit

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat is het verschil tussen religie en spiritualiteit?

 

 

Religie kan gedefinieerd worden als :

 

geloof in God

komt tot uitdrukking in gedrag en rituelen

een bepaalde geloofswijze nastreven

een manier van aanbidding beoefenen

ethische regels van een God volgen

 

 

Spiritualiteit kan gedefinieerd worden als :

 

de eigenschap of het feit spiritueel, niet-fysiek te zijn

voornamelijk spiritueel karakter dat tot uiting komt in denkwijze

een spirituele neiging of klank

 

 

Het ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

In het kort is religie een verzameling geloofsstandpunten en rituelen die beweren een persoon in de juiste verhouding tot God te plaatsen, en is spiritualiteit een focus op spirituele dingen en de geestenwereld in plaats van fysieke/aardse dingen.

 

De meest voorkomende misvatting over religie is dat het christendom gewoon weer de zoveelste religie is zoals de islam, het Jodendom, het hindoeïsme enzovoorts. Helaas benaderen christenen het christendom inderdaad alsof het een religie is. Voor velen is het christendom niet meer dan een verzameling regels en rituelen die een persoon moet uitvoeren om naar de hemel te gaan na de dood.

Dat is niet het ware christendom, het is geen religie. Christendom is het hebben van een goede relatie met God door Jezus Christus te ontvangen als de Verlosser-Messias, via genade door geloof. Het christendom heeft “ri-tuelen” zoals de doop en het avondmaal waar men zich aan houdt. Er zijn ook “regels” om te volgen, bijvoorbeeld niet moorden, elkaar liefhebben, enzovoorts.

Deze rituelen en regels vormen echter niet de essentie van het christendom. De rituelen en de regels zijn het re-sultaat van verlossing. Wanneer we verlossing ontvangen door Jezus Christus, worden we gedoopt als verkon-diging van dat geloof. We houden het heilig avondmaal waarbij we het offer van Christus gedenken. We volgen een lijst van dingen die we wel en niet moeten doen uit liefde voor God en uit dankbaarheid voor wat Hij heeft gedaan.

 

 

Helend bloed van Christus, de Messias

 

Pasteltekening van John Astria

 

De meest voorkomende misvatting over spiritualiteit is dat er vele vormen van spiritualiteit zijn, en dat ze allemaal even veel gezag hebben. Mediteren in ongewone lichamelijke posities, één worden met de natuur, contact zoe-ken met de geestenwereld enzovoorts, lijken misschien “geestelijk”, maar zijn in feite een valse vorm van spiritualiteit. Ware spiritualiteit is het bezitten van de Heilige Geest van God door het ontvangen van verlossing door Jezus Christus.

Ware spiritualiteit is de vrucht die de Heilige Geest voorbrengt in iemands leven door middel van  liefde, geluk, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Galaten 5: 22 – 25).  Bij spiri-tualiteit gaat het erom meer als God te worden, die geest is (Johannes 4 : 23 – 24) en het omvormen van ons karakter zodat het meer naar Zijn beeld wordt (Romeinen 12: 1 – 2).

 

 

Galaten 5: 22 – 25

 

22 Maar door de Geest ontstaan liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, hulpvaardig-heid, zelfbeheersing. 23 Tegen zulke dingen heeft de wet van Mozes niets. 24 De mensen die van Christus zijn, hebben hun ‘ik’ met alles wat daarbij hoort gekruisigd. 25 Laat je dus leiden door Gods Geest. Dan zul je ook door de Geest op het rechte pad blijven.

 

 

Johannes 4 : 23 – 24

 

23 Nu is de tijd begonnen dat echte aanbidders de Vader zullen aanbidden met hun geest en vol van waarheid. Want dat is het soort aanbidders waar de Vader naar verlangt. 24 God is een geest. Als je Hem wil aanbidden, moet je Hem aanbidden met je geest en vol van waarheid.

 

 

Romeinen 12: 1 – 2

 

1 God is liefdevol en goed. Daarom moedig ik jullie aan, broeders en zusters, om jezelf aan God te geven. Geef jezelf als een levend en heilig offer waar God blij mee is. Het is goed om God op die manier te dienen. 2 Jullie moeten niet meer op dezelfde manier leven als de ongelovige mensen. Maar leef als nieuwe mensen, doordat jullie op een nieuwe manier gaan denken, namelijk op Gods manier. Dan zullen jullie ook anders gaan leven. Dan zullen jullie weten wat Gods wil is. En alles wat Hij wil is goed, mooi en volmaakt.

 

 

Wat religie en spiritualiteit wel met elkaar gemeen hebben, is dat ze allebei verkeerde manieren kunnen zijn om een ware relatie met God te hebben. Religie heeft de neiging om een ware relatie met God te vervangen door het harteloos volgen van rituelen. Spiritualiteit heeft de neiging om een ware relatie met God te vervangen door con-tact met de geestenwereld. Beide kunnen verkeerde wegen naar God zijn, en ze zijn dat dan ook vaak.

Tegelijkertijd kan religie waardevol zijn door het feit dat deze wel naar God wijst en dat we op de een of andere manier verantwoording moeten afleggen aan Hem. De enige werkelijke waarde van religie is het feit dat deze ons kan wijzen op ons tekortkomen, en op het feit dat we een Verlosser nodig hebben. Spiritualiteit kan waardevol zijn doordat deze ons laat zien dat de stoffelijke wereld niet het enige is dat er is. Mensen bestaan niet slechts uit materie, maar bezitten ook een ziel-geest.

Er is een geestelijke wereld om ons heen waar we ons bewust van dienen te zijn. De echte waarde van spiritua-liteit is dat deze laat zien dat er iets en iemand is achter deze fysieke wereld; iemand waarmee wij in contact zou-den moeten staan. Jezus Christus is de vervulling van zowel religie als spiritualiteit. Jezus is Degene aan wie wij verantwoording moeten afleggen en waar ware religie naartoe wijst. Jezus is Degene waar wij mee in contact dienen te staan en Degene naar wie ware spiritualiteit wijst.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Is God Jezus?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Is Jezus God?

 

 

 Het historische geschil

 

Het antwoord op deze vraag is het enige echte geschil rondom de historische Jezus. Geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde ontkent tegenwoordig dat Jezus een historische persoonlijkheid was die ongeveer 2000 jaar gele-den de aarde bewandelde, opmerkelijke wonderen en goede daden verrichtte en even buiten Jeruzalem een af-schuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis. Het emotionele debat concentreert zich in het bijzonder op de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God is die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond.

 

 

 De enige alternatieven

 

Veel mensen hebben dit geestelijk vraagstuk “opgelost” door Jezus te aanvaarden als een goed mens, een goed leraar of een groot profeet. Maar Jezus en Zijn volgelingen gebruikten duidelijke taal toen zij verkondigden dat Hij God was :

zie Johannes 10: 30-38, Matteüs 16: 13-17, Marcus 14: 61-64, Johannes 14: 6, Hebreeën 1: 6-8, Kolossenzen 1: 15 – 19, Johannes 12: 37-41 [citaat van Jesaja 6: 1-10]).

 

 

Johannes 10: 30-38

 

30 Ik en de Vader zijn helemaal één.” 31 De Joden begonnen weer stenen aan te slepen om Hem daarmee dood te gooien. 32 Maar Jezus zei: “Ik heb laten zien wat voor geweldige dingen mijn Vader doet. Om welke van die dingen willen jullie Mij nu doden?” 33 De Joden antwoordden Hem: “We willen U niet doden vanwege de goede dingen die U doet, maar omdat U God beledigt. Want U, een mens, zegt van Uzelf dat U God bent.” 34 Jezus antwoordde hun: “Er staat toch in de Boeken: ‘Ik heb gezegd: jullie zijn goden’  ? 35 God noemt de mensen dus goden als Hij tegen hen spreekt, en we moeten ons houden aan wat er in de Boeken staat. 36 Ik ben speciaal door de Vader geroepen om naar de wereld te gaan. Waarom zeggen jullie dan dat Ik God beledig, als Ik zeg dat Ik Gods Zoon ben? 37 Als Ik níet doe wat mijn Vader zegt, geloof Mij dan maar niet. 38 Maar als Ik dat wél doe en jullie Mij toch niet geloven, geloof dan de dingen die Ik doe. Dan zullen jullie moeten toegeven dat de Vader één met Mij is en Ik één ben met de Vader.”

 

 

Matteüs 16: 13-17

 

13 Ze kwamen in de buurt van de stad Cesarea Filippi. Daar vroeg Hij aan zijn leerlingen: “Wat zeggen de men-sen over de Mensenzoon? Wie ben Ik volgens hen?” 14 Ze antwoordden: “Sommige mensen zeggen dat U Jo-hannes de Doper bent. Andere mensen zeggen de profeet Elia  . Weer andere mensen zeggen Jeremia, of één van de andere profeten.” 15 Maar Jezus zei tegen hen: “Maar Wie ben Ik volgens júllie?” 16 Simon Petrus ant-woordde: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” 17 Jezus antwoordde: “Simon, zoon van Jona, wat heerlijk voor je dat je dit begrijpt! Want je weet dat niet doordat een mens je dat heeft laten zien. Maar mijn hemelse Vader heeft jou dat laten zien.

 

 

Marcus 14: 61-64

 

61 Maar Jezus zweeg en gaf geen antwoord. Toen vroeg de Hogepriester Hem weer: “Ben Jij de Messias, de Zoon van de Gezegende God?” 62 Jezus zei: “IK BEN  het. En u zal de Mensenzoon zien als Hij naast de Almach-tige God zit en op de wolken komt.” 63 De hogepriester riep uit: “We hebben verder geen beschuldigingen meer nodig! 64 Jullie hebben zelf gehoord dat Hij God heeft beledigd! Wat vinden jullie?” En ze vonden allemaal dat Hij de doodstraf moest krijgen.

 

 

Johannes 14: 6

 

6 Jezus zei tegen hem: “IK BEN  de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen. 7 Als jullie Mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen. Vanaf nu kennen jullie Hem en zien jullie Hem.”

 

 

Hebreeën 1: 6 – 8

 

6 En opnieuw zegt God, op het moment dat Hij zijn eerstgeboren Zoon in de wereld brengt: “Al Gods engelen moeten Hem aanbidden.” 7 Van de engelen zegt Hij: “Zijn engelen zijn als de wind. Zijn dienaren zijn als vuur-vlammen.” 8 Maar van de Zoon zegt Hij: “God, U bent voor eeuwig Koning en U heerst volmaakt rechtvaardig.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 19

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde ge-maakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem. 18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opge-staan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen.

 

 

Johannes 12: 37-41

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

Daarom is elke mogelijke intellectuele compromis die Jezus een “goed mens” noemt logisch gezien inconsequent. Waarom? Omdat er feitelijk slechts drie werkelijke alternatieven zijn voor de identiteit van Jezus Christus. Hij is een leugenaar, een gek of onze Heer en God. Omdat Jezus beweerde God te zijn, zijn Zijn beweringen of waar, of onwaar. Als ze onwaar zijn, dan moet Hij dus een leugenaar zijn geweest, die de massa’s met opzet misleidde. Of Hij was een gek die oprecht geloofde dat Hij zelf God was, maar in werkelijk slechts een gewoon mens was.

Maar als Jezus een “goed mens” was, wat volgens de meeste mensen waar is, hoe kon Hij dan tegelijkertijd goed en gek zijn, of goed en een leugenaar? Er bestaat maar één logisch consequent alternatief: Hij moet de waarheid verteld hebben over Zijn identiteit. Naast de logische onverenigbaarheid toont het opmerkelijke historische en archeologische bewijs, samen met het bewijs uit de manuscripten, dat Jezus geen leugenaar en ook geen gek was. Nogmaals, de enige overgebleven positie is dat Zijn bewering waar was. Jezus is Heer en God.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het enige nog resterende alternatief is dat Jezus slechts een legende of een mythe was. Het is erg onwaarschijn-lijk dat de beweringen van Jezus slechts legendarisch van aard zijn. Er was gewoonweg niet voldoende tijd voor de ontwikkeling van fabelachtige verhalen die de werkelijkheid konden vervangen. We weten nu bijvoorbeeld dat de Evangeliën zo’n 30 tot 50 jaar na de kruisiging van Jezus werden geschreven. We kunnen nu zelfs enkele van de vroege christelijke geloofsbelijdenissen, waarin het leven, de dood en de opstanding van Jezus worden ver-kondigd, dateren tot ongeveer 3 tot 10 jaar na Zijn kruisiging. Hieronder bevinden zich de brieven van Paulus aan de Korintiërs, de Romeinen en de Galaten.

Tenslotte, als de bewering van Jezus dat Hij God was slechts een mythe was, dan zouden de vroege Joodse tegenstanders van het christendom zeer zeker gebruik hebben gemaakt van het simpele feit dat deze dingen nooit werkelijk hadden plaatsgevonden. Maar in tegenstelling tot moderne sceptici ontkenden de Joodse rabbijnen nooit de bewering van Jezus dat Hij God was. In plaats daarvan noemden zij Hem een leugenaar en berechtten zij Hem wegens godslastering.

 

 

 Het enige mogelijke antwoord

 

Als jij jezelf al deze vragen hebt gesteld, al het bewijs hebt gewogen en alle argumenten hebt beproefd, zul je ui-teindelijk oog in oog staan met deze vraag. In Matteüs 16:15 zei Jezus het als volgt, “‘En wie ben ik volgens jullie?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.” Wat is jouw antwoord?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget