Tagarchief: christendom

Jezus en Maria volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

In deze bijdrage overlopen we hoe de drie monotheïstische godsdiensten (dwz de drie godsdiensten die in de Ene God geloven – het jodendom, chirstendom en de islam) denken over Jezus.

 

 

 

MariaIcoon

.

.

.

Islam

 

Volgens de islam is Jezus een machtig profeet van God. De islam leert dat er duizenden profeten geweest die allemaal hetzelfde geloof brachten, voor de noden van hun specifieke gemeenschap. Zo waren er bijvoorbeeld de profeten Abraham, Mozes, David en Jezus. Daarna kwam er volgens de islam nog één en meteen de laatste profeet, met name de profeet Mohammed. Met hem werden de openbaringen van God (in het Arabisch: Allah) aan de hele mensheid voltooid. Volgens de meeste moslims kunnen nu geen Profeten meer komen.

.

Eén van de geloofsartikelen van de islam, is het geloof in alle profeten van God en in de aan hen geopenbaarde Heilige Boeken. Dit betekent dat iemand die niet in het profeetschap van Jezus gelooft, dus ook geen moslim kan zijn. Moslims beschouwen Jezus echter niet als (zoon van) God. Volgens de islam is het onmogelijk dat een mens God kan zijn. Dat gaat in tegen het centrale geloofspunt dat er geen god is dan God.

.

Zeg: “Hij is God, als enige. God de bestendige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en nieti is aan Hem gelijkwaardig.” (Koran 112:1-4)
.

Net zoals de christenen, geloven moslims in de maagdelijke verwekking van Jezus. Beiden delen ook het geloof dat Jezus levend in de hemel is en van daar zal weerkeren. Volgens moslims is Jezus echter niet gekruisigd en is hij dus ook geen drie dagen dood geweest. Moslims geloven dat God ervoor gezorgd heeft dat iemand die op Jezus leek gekruisigd werd. Later is Jezus levend ten hemel opgenomen.

.

Zoals uit volgende voorbeelden blijkt, worden Jezus (Arabisch: Isa) en zijn Moeder Maria (Arabisch: Maryam, Mariam, Meriam) in de Koran vele malen eervol vermeld. Een hoofdstuk van de Koran draagt zelfs als titel de naam ‘Maryam’. En sommige moslims aanzien ook Maria als een Profeet.

.

“En toen de engelen zeiden: ‘ O Maria, God heeft jou uitverkoren en jou rein gemaakt en Hij heeft jou uitverkoren boven de vrouwen van de wereldbewoners. O Maria, wees jouw Heer onderdanig en buig je eerbiedig voor Hem neer (in gebed) en buig met de buigenden’ … Toen de engelen zeiden:
.
‘O Maria, God kondigt jou een woord van Hem aan, wiens naam zal zijn de Messias, Jezus zoon van Maria. Hij zal in het tegenwoordige leven en in het hiernamaals in hoog aanzien staan en behoren tot hen die in de nabijheid [van God] zijn. Als kind en als volwassene zal hij tot de mensen spreken en hij zal een van de rechtschapenen zijn’.
.
Zij zei ‘Mijn Heer, hoe zou ik een kind krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft.’ Hij zei: ‘Zo is het. God schept wat Hij wil. Wanneer Hij iets beslist, dan zegt Hij er slechts tegen: “Wees! en het is.” En God zal hem het Boek, de Wijsheid, de Taura (de Wet) en de Bijbel onderwijzen. ‘ (Koran 3:42-48)
.
“En God zal hem als een gezant tot de Israëlieten zenden, om te zeggen: “Ik ben tot jullie gekomen met een teken van jullie Heer: dat ik voor jullie uit klei iets als de vorm van een vogel zal scheppen, er dan in zal blazen en dat het dan met Gods toestemming een vogel zal zijn. Dat ik blindgeborenen en melaatsen zal genezen en doden levend maak, met Gods toestemming…” (Koran 3:49)
.
“… Wij hebben Jezus, de zoon van Maria, de duidelijke bewijzen gegeven en hem gesterkt met de heilige geest. Maar telkens als er een gezant tot jullie komt met iets wat jullie niet zint, zijn jullie dan niet hoogmoedig? Dan betichten jullie sommigen van leugens en anderen doden jullie”(Koran 2:87)
.
“Zeg: ‘Wij geloven in God, in wat naar ons is neer gezonden en in wat naar Abraham, Ismaïl, Isaac, Jacob en de stammen is neer gezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen, en wij hebben ons aan Hem overgegeven.'” (Koran 2:136)
.
.
.
.
.

Jodendom

 

Joden erkennen Jezus niet als zoon van God. Ze erkennen ook het Jezus als profeet niet. Volgens hen was Jezus ook geen Messias. Joden wachten nog altijd op de komst van de messias. Sommige Joden menen dat ze door eigen handelingen de komst van de messias kunnen bespoedigen, anderen menen dat dit niet het geval is.

 

.

.

Christendom

 

Na het leven van Jezus ontstonden er verschillende strekkingen in het christendom. In het jaar 325 na Christus behaalde de strekking van Paulus het overwicht en werd op het Concilie van Nicea beslist dat Jezus zelf God en Zoon van God was. Het Concilie vestigde meteen ook de doctrine van de Heilige Drievuldigheid. Het christendom vereerde Jezus voortaan tegelijk als God en Zoon van God. Maria wordt vereerd als de Moeder van Jezus, de Moeder van God.

.

.

.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

                                                           

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

Jeanne d’Arc en de 100 jarige oorlog

Standaard

categorie : beroemde mensen

 

 

 

 

d’Arc Jeanne

 

Jeanne d’Arc (1412-1431) speelt een doorslaggevende rol in de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) maar wordt door de Bourgondiërs uitgeleverd aan de Engelsen, waarna ze op de brandstapel belandt. De in 1920 heilig verklaarde Jeanne d’Arc wordt vermoedelijk geboren in 1412 in de Franse plaats Domrémy.

 

 

 

art_04_xl

 

 

 

 

In de tijd dat ze leefde woedde de Honderdjarige Oorlog al jaren. Dit  conflict tussen de Fransen en de Engelsen had vooral de heerschappij over Frankrijk als inzet. Toen Jeanne een jaar of 13 was, hoorde ze stemmen van onder andere de aartsengel Michaël. De stemmen vertelden haar dat ze de Franse kroonprins Karel VII (1403-1461), die in die tijd slechts controle had over een stuk ten zuiden van de rivier de Loire, te hulp moest schieten in zijn strijd tegen de Engelsen.

 

 

 

Jeanne d’Arc in mannenkleding

 

Nadat Jeanne de stemmen in haar hoofd hoorde, besloot ze naar Karel VII toe te gaan. Om met de koning naar Reims te gaan, moest ze eerst helpen de stad Orléans te bevrijden van de Engelse overheersing. Jeanne d’Arc vertrok eerst naar Vaucolais waar een graaf woonde. Aan deze graaf vroeg ze hulp. Van hem kreeg Jeanne d’Arc een paard, een zwaard en een aantal man tot haar beschikking. Ook kreeg ze mannelijke kleding, zodat ze niet te veel op zou vallen.

 

 

 

 

Beleg van Orléans

 

Karel stond aarzelend tegenover de bedoelingen van Jeanne. Hij liet Jeanne d’Arc bij zich komen terwijl hij zelf in het gezelschap van andere hooggeplaatste edelen was. Karel VII zat niet op zijn troon, zodat het voor Jeanne d’Arc moeilijk was om hem te herkennen. Ze herkende de kroonprins echter meteen en knielde voor hem neer.  Op 6 mei 1429 begon het beleg van Orléans. Onder leiding van Jeanne d’Arc waren de Fransen aan de winnende hand. Op 8 mei 1429 verloren de Engelsen de controle over de stad Orléans.

 

 

 

 

Militaire confrontaties

 

Onder leiding van Jeanne d’Arc volgden nog meer overwinningen, waardoor de weg naar Reims bijna geheel in Franse handen kwam. Daarop vertrok kroonprins Karel VII richting Reims om zich tot koning van Frankrijk te laten kronen. De strijd was echt nog niet gestreden en Jeanne d’Arc trok vervolgens met een leger op naar Parijs om deze stad te veroveren. Hier was het gedaan met haar successen. Het leger van Jeanne d’Arc bleek minder sterk dan ze dacht en in Parijs werd ze opgepakt door Bourgondiërs, een zelfstandig volk dat zich verzette tegen de Fransen. Zij waren de Engelsen goed gezind en leverden Jeanne d’Arc uit aan hen.

 

 

 

 

Proces tegen Jeanne d’Arc

 

Uiteindelijk werd ze op 30 mei 1431 op de brandstapel ter dood gebracht. Toch zou haar inbreng in de Honderdjarige Oorlog van doorslaggevend belang zijn. Door de inzet van Jeanne d’Arc was het moreel van de troepen een stuk hoger en de troepen van Karel VII behaalden ook na Jeanne d’Arc’s dood de ene overwinning na de andere. In 1453 kwam er zo definitief een einde aan de Honderdjarige Oorlog in het voordeel van de Fransen. Jeanne d’Arc is altijd een heldin voor de Fransen gebleven.

 

 

 

 

 

François_Chifflart_Jeanne_d'Arc

Rouen 1431 – De Engelsen binden haar ruw op de brandstapel.Jeanne d’Arc bidt ondertussen samen met een priester. Ze vraagt hem of hij een kruis omhoog wil houden boven het vuur. Als de vlammen omhoog slaan op het marktplein van de Franse stad schreeuwt Jeanne drie keer ‘Jezus’. De sfeer op het plein is gedempt. Mensen huilen om het droevige lot van Frankrijks grootste heldin.

 

 

Het lijden van Jeanne d’Arc heeft in de eeuwen na haar dood mytische proporties aangenomen. Met als hoogtepunt haar heiligverklaring door de Paus in 1920. De reden waarom Jeanne zo tot de verbeelding spreekt is haar ongekende moed in combinatie met haar leeftijd: Jeanne was 16 toen ze ten strijde trok tegen de Engelse bezetter. Drie jaar later eindigde haar bevlogen leven als ‘ketter’ op de brandstapel.

Jeanne begon haar strijd na het horen van stemmen die haar ingaven het op te nemen tegen de Engelsen. Frankrijk was in een honderjarige oorlog met Engeland verwikkeld, die het noorden van Frankrijk bezet hield. Ze overtuigde de troonopvolger van Karel de VI om haar de leiding over het leger te geven. Gekleed als man in een harnas nam ze Orleans en later Reims in. In die laatste stad  zorgde ze er persoonlijk voor dat de troonopvolger tot koning Karel VII werd gekroond.

Jeanne en haar leger rukten op naar Parijs. Een aanval op die stad in1430 mislukte. Ze werd gevangengenomen door de Engelsen. Die wilde haar als ketter laten veroordelen om zo de legitimiteit van het koningschap van Karel VII te ontkrachten. Maar de Inquisitie sprak haar door een gebrek aan bewijs vrij. De Engelsen namen daar geen genoegen mee. Nadat ze haar hadden ‘betrapt’ op het dragen van mannenkleding, werd ze alsnog veroordeeld en nog dezelfde dag op de brandstapel gebonden. Haar veroordeling tot ‘ketter’ is in 1456 nietig verklaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Wat betekent het kruis?

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

Het kruis. Gekoesterd door ontelbare mensen. Vereerd op uiteenlopende plaatsen. Misbruikt ook. Verworpen. En dat eeuwen achtereen. Wat is dat voor een teken, dat zo tot de verbeelding spreekt, maar ook zoveel weerstand oproept?

 

 

 

Het Ware Geloof

Pasteltekening van John Astria

 

 

Blijkbaar heeft het kruis zijn eigen aantrekkingskracht. Sporters slaan een kruis als ze gescoord hebben. Meisjes hangen een kruisje aan een ketting om hun hals, en sommige jongens ook. Popartiesten gebruiken het kruis in videoclips. Kruisen worden geplaatst op torenspitsen van kerken, op graven, langs wegen en boven deuren. Je ziet ze op vlaggen en wapenschilden. Het kruis doet het goed als beeldmerk van het christendom.

Wie een galg, een strop, een vuurpeleton of een elektrische stoel als beeldmerk draagt, wordt voor gek versleten. Het kruis als beeldmerk was namelijk een wreed executiemiddel waaraan misdadigers opgehangen werden. Geen weldenkend mens zou in onze tijd zo’n martelwerktuig als symbool voeren.

Maar ook vroeger riep het kruis als teken van het christendom veel weerstand op, getuige de eerste berichtgevingen. ‘De Joden ergeren zich eraan en de Grieken vinden het een dwaasheid,’ schreef Paulus al zo’n 55 jaar na Christus.

 

 

 

Waarom dan toch dat kruis?

 

Omdat het christendom een visie heeft op het leven die rechtstreeks ingaat op de realiteit van lijden en dood. “De laatste vijand is de dood,” zeggen christenen. Het kruis maakt iets duidelijk van de rauwe realiteit van de dood, maar het protesteert daar tegelijkertijd tegen. Het spreekt van de duistere kanten van het bestaan, maar het toont ook aan dat er licht is aan de horizon.

Achter het kruis gaat namelijk een ontzagwekkende geschiedenis schuil, die van het kruis een teken van hoop, herstel en genezing heeft gemaakt. Het gaat om een gebeurtenis uit het begin van onze jaartelling die een revolutie ontketende in de manier waarop mensen naar het leven kijken. Het is deze geschiedenis die van het kruis zo’n vitaal teken maakte.

Wie zich de betekenis ervan eigen maakt, ontdekt dat er ondanks lijden en dood toch een hoopvolle toekomst mogelijk is voor ieder mens afzonderlijk, voor de samenleving als geheel en voor de totale schepping. Dat maakt het kruis tot de wegwijzer naar het hart van het christelijke geloof. Sterker nog: het ís het hart van het christelijke geloof. Het spreekt van de kracht die alles verandert. Iedereen die het leven serieus neemt zou daar meer van moeten weten.

 

 

 

kruisiging_med

.

.

.

Een uitgekiend martelwerktuig

 

Het kruis is een executiemiddel waaraan Jezus Christus stierf. Toch hebben maar weinigen zich verdiept in de vraag wat een ter dood veroordeelde moest doorstaan tijdens deze gruwelijke marteldood. Zelfs christenen met grote eerbied voor het kruis weten er vaak niet veel van. Enkele artsen hebben zich wel met die vraag beziggehouden. Ze onderzochten welk effect de kruisiging op iemands lichaam heeft.

Hun inzichten kunnen ons helpen om beter te begrijpen wat Jezus doormaakte tijdens die uren aan het kruis.
We willen het kruis bezien in de context van de historische feiten, om ons daarna beter te kunnen inleven in alles wat Jezus onderging en ten slotte te kunnen bepalen wat het kruis ons vandaag de dag te zeggen heeft.

 

.

.

.

 

Het onderzoek van artsen

 

De eerste arts die een omschrijving van de kruisiging gaf was Lucas. Hij was een Griek uit het gezelschap van de apostel Paulus, die waarschijnlijk enkele jaren na Jezus’ optreden een van zijn volgelingen werd. Zijn verslag, dat bekend werd als het evangelie van Lucas, kreeg een plaats in de Bijbel.

Lucas deed nauwkeurig onderzoek naar de geschiedenis van Jezus. Hij had intense belangstelling voor mensen en besteedde meer aandacht aan de afzonderlijke personen die met Jezus optrokken dan de andere drie evangelieschrijvers Matteüs, Marcus en Johannes. Hij schreef bijvoorbeeld over de vrouwen in het gezelschap van Jezus en deed als enige verslag van het gesprek tussen Jezus en de twee misdadigers tijdens hun kruisiging.

Over het lichamelijk lijden van Jezus geeft Lucas echter nauwelijks meer informatie dan de andere evangelieschrijvers. Ze beschrijven alle vier de rechtspraak tot in detail, noteren de tijd en plaats van elke handeling gedurende die dag en noemen alle betrokkenen bij naam, maar de kruisiging zelf geven ze maar mondjesmaat weer.

Ook Lucas houdt het kort en bondig: ‘Aangekomen bij de plek die de Schedelplaats heet, werd hij gekruisigd, samen met twee misdadigers, de een rechts van hem, de ander links…’ Het lijkt erop dat ze er vanuit gingen dat de lezers wel wisten hoe het eraan toeging tijdens de kruisiging. Deze martelpraktijk was in die dagen dan ook overal in het Romeinse rijk bekend. Bij iedere stad stonden wel een aantal kruisen langs de weg opgesteld.

Later verdween deze gewoonte. Nadat Constantijn de Grote (de eerste christelijke keizer) in het jaar 337 het kruisigen verbood, werd het kruis op den duur alleen nog maar met Jezus geassocieerd. In de vroege Middeleeuwen werd van Jezus aan het kruis een fraaie, gestileerde vertoning gemaakt, gericht op het aanmoedigen van verheven gedachten. Pas in latere eeuwen kregen mensen meer belangstelling voor de lugubere details van het lichamelijk lijden aan het kruis.

Renaissance-kunstenaars als Matthias Grünewald, Albrecht Dürer en Rembrandt van Rijn probeerden Jezus’ kruisdood zo realistisch mogelijk weer te geven en componisten als Monteverdi en Bach zochten een toon die bij het lijden van Christus paste. In de daarop volgende eeuwen, toen zowel het historisch onderzoek als de medische oorzaken van lijden en sterven steeds meer in de belangstelling kwamen, werd met nieuwe aandacht naar de kruisiging gekeken. Diverse artsen vroegen zich af wat er met iemands lichaam aan het kruis gebeurde en wat de precieze doodsoorzaak van Jezus zou kunnen zijn.

 

 

 

wenende Maria aan het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

De kruisigingsmethode

 

Uit historisch onderzoek blijkt dat het kruisigen als executiemethode bijna 1000 jaar als doodstraf in gebruik is geweest. Waarschijnlijk werd het in het Perzische rijk bedacht en door de Griekse keizer Alexander de Grote op zijn veroveringstochten meegenomen naar de landen rondom de Middellandse Zee.

Volgens Romeinse geschiedschrijvers namen de Romeinen het kruisigen over van de Foeniciërs in Carthago (Noord-Afrika). Zij ontwikkelden de techniek tot in de puntjes. Er kwamen allerlei soorten kruisen in omloop, voor allerlei doeleinden. Daarmee werd een maximale pijn bereikt en kon de lengte van de doodsstrijd griezelig precies worden geregeld.

In het algemeen kruisigden de Romeinen uitsluitend misdadigers die niet gerekend werden tot Romeinse burgers. Zij deinsden er echter niet voor terug om ook massa-executies uit te voeren, zoals na de Spartacus-opstand in het jaar 71 voor Christus, waarbij langs de weg naar Rome 6472 opstandige slaven en gladiatoren tegelijk gekruisigd werden.

Het kruis waaraan de veroordeelden werden opgehangen bestond uit een rechtopstaande paal (in het Latijn van de Romeinen ‘stipes’ genoemd), die verankerd in de grond stond. Daarop werd zo’n 30 tot 90 centimeter lager de dwarsbalk (het ‘patibulum’) bevestigd. Deze kruisvorm is bekend geworden als het klassieke kruis en wordt ook wel Latijns kruis genoemd.

Toch maakten de Romeinen in de dagen van Jezus meer gebruik van een T-vormig kruis, waarbij de dwarsbalk bovenop de paal rustte. Sommige onderzoekers geloven dat Jezus aan zo’n T-vormig ‘Tau-kruis’ of ‘crux commissa’ werd opgehangen. Maar het is best mogelijk dat hij aan een vierarmig Latijns kruis (een ‘crux immissa’) stierf, omdat er boven zijn hoofd een flink bord bevestigd werd.

Op dit bord, de ‘titulus’, stond de misdaad vermeld, die door de omstanders gelezen moest kunnen worden (in het geval van Jezus in het Hebreeuws, Grieks en Latijn). Het bord werd meestal door een soldaat voor de veroordeelde uit naar de plaats van terechtstelling gedragen, zodat omstanders onderweg de aanklacht kon lezen. Zelf droeg hij de dwarsbalk van het kruis, waaraan hij met uitgespreide armen vastgebonden was.

De Romeinse soldaten sprongen bepaald niet zachtzinnig met het slachtoffer om. Struikelde hij onderweg, dan kon hij zichzelf niet opvangen en viel hij plat op zijn gezicht. Hij kreeg de balk in zijn nek, waarna hij ernstig gewond gedwongen werd om zijn weg te vervolgen. Op de plaats van executie dreef een soldaat met enkele ferme hamerslagen een vingerdikke vierkante spijker door iedere hand in de dwarsbalk.

Direct daarna trokken de soldaten het slachtoffer aan deze balk tegen de rechtopstaande paal omhoog, eventueel met behulp van touwen en ladders als het om een hoge paal ging. De dwarsbalk werd in een inkeping op de paal getrokken en met spijkers vastgeklonken. Tenslotte werden de voeten van de veroordeelde op elkaar gezet en met één lange spijker aan het hout bevestigd.

Voor de Romeinse soldaten was de kruisiging een routineklus die niet meer dan 10 tot 15 minuten in beslag nam. De doodsstrijd kon echter wel twee dagen duren, lang genoeg om als afschrikwekkend voorbeeld te dienen en voorbijgangers in te prenten wie de baas was in het land.

Om de dood te rekken kregen de gekruisigden ook wel een extra dwarsbalk onder het zitvlak. Hadden de Romeinen echter geen tijd om op die langzame dood te wachten, dan sloegen zij met een ijzeren of bronzen staaf (een ‘crurifragium’, letterlijk benenbreker) de onderbenen van de gekruisigde stuk. Die kon zich dan niet meer opgericht houden, maar zakte in elkaar, bungelend aan een paar spijkers en touwen, zodat hij binnen een kwartier door ademnood en bloedverlies stierf.

De lichamen van de gekruisigden bleven meestal aan het hout hangen totdat roofvogels het vlees van het skelet scheurden en wilde honden de resten die onder het kruis vielen opvraten. Het was waarschijnlijk om die reden dat de plek net buiten Jeruzalem waar Jezus zou hangen ‘Schedelplaats’ werd genoemd.

 

 

 

220px-TissotRaisingCroos

.

.

.

De geseling vooraf

 

Om het lichamelijk lijden van een gekruisigde en dat van Jezus in het bijzonder beter te begrijpen moeten we niet alleen naar de gevolgen van de kruisiging kijken. We moeten ook iets weten van de toestand waarin een verdachte gebracht werd voordat hij aan het kruis kwam te hangen. Om te beginnen verkeerde de gevangene meestal in grote angst met het vooruitzicht dat hij binnenkort een gruwelijke marteldood zou sterven.

Bij Jezus zien we die angst al optreden voor zijn arrestatie, als hij met zijn leerlingen in de tuin van Getsemane bivakkeert. De arts Lucas maakte hier een opmerkelijke kanttekening en schreef dat Jezus’ zweet die nacht veranderde in bloeddruppels.

In medische publicaties wordt dit bloedige zweet een zeldzaamheid, maar geen onmogelijkheid genoemd, omdat zweet met bloed vermengd wordt als er haarvaten in de zweetklieren breken. Dit kan gebeuren bij intense spanningen, waarna er een sterke verzwakking of zelfs een shock kan optreden. In die toestand werd Jezus door de Joodse autoriteiten gevangengenomen en overgeleverd aan de Romeinen.

Tijdens de vroege ochtenduren werd hij vervolgens in de Romeinse burcht Antonia voor de regeringszetel van de stadhouder Pontius Pilatus geleid om verhoord te worden. Hoewel deze geen schuld vond, gaf hij bevel om Jezus te geselen. Het geselen was een veelgebruikte Romeinse straf. De gevangene werd uitgekleed en met de handen boven zijn hoofd aan een paal vastgebonden.

Twee Romeinse soldaten (‘legionairs’) voerden vervolgens de geseling uit. Zij sloegen de gevangene om beurten met een ‘flagrum’: een Romeinse zweep met een kort handvat en verscheidene leren riemen die vol zaten met knopen, loden kogels, botjes of scherven en die bij het uiteinde aan elkaar waren geknoopt.

Deze gesel werd met volle kracht keer op keer systematisch van boven naar beneden op het naakte lichaam geslagen. Eerst werkte het leer met de scherpe stukken zich door de huid heen. Daarna tastten de slagen het huidweefsel aan, waarbij het bloed begon te druipen. Uiteindelijk lag de rug zo ver open dat ook de onderliggende spieren werden beschadigd en het slachtoffer uitgeput aan de touwen hing, met zijn voeten in een plas bloed.

Pas als de gevangene de dood nabij was werd de geseling op bevel van de hoofdman (de ‘centurio’) gestaakt.
Misschien kreeg Jezus niet meer dan 39 slagen te verduren: de Joodse wet verbood om iemand meer dan 40 slagen te geven. Het is echter de vraag of de Romeinen met deze wet rekening hielden. In ieder geval waren de Romeinse soldaten nog niet tevreden met Jezus’ afstraffing.

Ze gaven hem na de geseling een stok in handen bij wijze van scepter, drukten hem een rode mantel op de bebloede schouders en persten een kroon van takken met vlijmscherpe doorns op zijn hoofd, om een bespottelijke vertoning van hem te maken als koning van de Joden.

 

 

 

passion-beating-300x186

.

.

.

Met een balk op weg

 

Nadat Pontius Pilatus in het openbaar het definitieve doodvonnis had getekend, werd Jezus de mantel van het lijf gescheurd en kreeg hij zijn eigen kleding terug om niet naakt rond te hoeven lopen. Vervolgens moest hij, zoals gebruikelijk was bij gevangenen die tot het kruis veroordeeld waren, de dwarsbalk van het kruis op zijn gehavende schouders tillen en naar de plaats van executie dragen, net buiten de oostelijke stadspoort van Jeruzalem, zo’n 600 meter verwijderd van de burcht Antonia.

Hij werd begeleid door een executiepeloton dat ook nog twee andere ter dood veroordeelden onder haar hoede had. Vermoedelijk viel Jezus onderweg een of meerdere keren, zodat een willekeurige voorbijganger gedwongen werd de balk van hem over te nemen. Zijn naam, Simon van Cyrene, werd door drie van de vier evangelieschrijvers genoteerd.

 

 

 

Golgotha

Golgotha

 

 

 

Na een langzame tocht over een hellend wegdek door de straten van Jeruzalem bereikte Jezus rond tien uur in de ochtend de heuvel buiten de stad die bekend werd met zijn Hebreeuwse naam Golgota, omstuwd door een op sensatie beluste menigte die in bedwang gehouden werd door het legertje Romeinen. Volgens Lucas liepen daar ook een aantal vrouwen tussen, die hem met veel misbaar beklaagden, zoals alleen Oosterse vrouwen dat kunnen doen.

 

 

 

 

Van de veroordeling van Pilatus tot op Golgotha

Van de veroordeling van Pilatus tot op Golgotha

 

 

.

.

.

Aan het kruis

 

Nu begon de kruisiging. De ter dood veroordeelde werd op zijn rug op de grond gesmeten, zijn schouders werden tegen het hout van de dwarsbalk gedrukt, zijn armen erop uitgespreid. De spijkers werden met een hamer tussen de handwortelbeentjes onderin de hand gedreven, waardoor de polsen ontwricht werden en de zenuwen van de polsen en handen aangetast.

Een vlammende pijn verkrampte de vingers en joeg door de armen naar de hersens. Direct daarop werd het slachtoffer aan de balk omhoog gehesen, waardoor het volle gewicht van zijn lichaam aan de spijkers kwam te hangen. Vervolgens werden zijn knieën gebogen en zijn voeten achterwaarts op elkaar tegen de dragende paal gedrukt. Ook daar werd een spijker doorheen gedreven. Het eenzame gevecht nam een aanvang. De doodsstrijd.

Diverse artsen hebben erop gewezen dat het slachtoffer niet stierf vanwege de spijkers of door bloedverlies. Het was de belasting van het eigen lichaamsgewicht dat hem fataal zou worden. Het lichaam zakte naar beneden, wat een folterende pijn aan handen en polsen veroorzaakte. Om deze pijn te verlichten drukte de gekruisigde zich omhoog, wat mogelijk was door de steun die de spijker in de voeten bood.

Door de verplaatsing van het gewicht ging dat echter met nieuwe pijn gepaard, zodat hij zich weer liet hangen, totdat de pijn opnieuw ondraaglijk werd. Zo drukte hij zich op en neer. Na enige tijd werd het opdrukken bemoeilijkt door kramp in de spieren. Het slachtoffer bleef langer aan de armen hangen, wat een toenemende benauwdheid veroorzaakte. De borstkas werd namelijk wel in de juiste stand gebracht om in te ademen, maar uitademen ging zo hangend een stuk moeilijker.

Na enige tijd moest de gehangene zich omhoog worstelen om tenminste nog een beetje lucht te krijgen. Dit op en neer drukken probeerde hij met tussenpozen te herhalen om maar niet te stikken. Tegelijkertijd schuurde zijn opengereten rug over het hout. Langzaam verzuurden de spieren door de belemmerde bloedcirculatie in de ledematen. Het verlies aan weefselvloeistof bereikte een kritiek niveau, het hart worstelde om dik, traag stromend bloed rond te pompen en iedere teug zuurstof kostte extreme inspanning.

Het einde kwam nu dichterbij. Zweet droop van het lichaam van de gekruisigde, hij kon de kilte van de dood al voelen. Zijn bloeddruk daalde, de kleur trok uit zijn verdroogde lippen weg, zijn hartslag werd onregelmatig, zijn longen liepen vol met vocht en ademhalen ging met gereutel gepaard. We weten uit de bijbel dat Jezus in zijn doodsstrijd nog zeven keer een korte zin uitstootte. Voordat hij in elkaar zakte en stierf riep Hij zijn laatste woorden uit: “Het is volbracht!”

 

 

 

jezus-christus-lam-gods

.

.

.

De doodsoorzaak

 

Omdat de Romeinse soldaten niet tot de volgende dag wilden wachten (dat was een Sabbatsdag, een rustdag en ook nog eens een jaarlijkse feestdag waarop de Joden het jaarlijkse Pasen vierden), sloegen zij de benen van de beide misdadigers die samen met Jezus gekruisigd waren stuk, om zo hun dood binnen een kwartier te bewerkstelligen.

Jezus was echter al gestorven. Om zeker van die snelle dood te zijn dreef een van de soldaten zijn speer tussen Jezus’ ribben in de hartstreek. Volgens de apostel Johannes (ooggetuige van deze mensonterende kruisiging van zijn meester) vloeide er water en bloed uit de wond. Misschien verklaart dit de relatief korte doodsstrijd van Jezus.

‘Voor een lijkschouwer is dit een afdoende bewijs dat Jezus niet de gebruikelijke kruisigingsdood door verstikking stierf, maar door een hartstilstand ten gevolge van shock en van vernauwing van het hart door vocht in het hartzakje,’ schreef dr. C. Truman Davis. Lucas maakte in zijn verslag melding van de reactie van de centurio op alles wat hij van Jezus aan het kruis gezien had. Hij zei: “Werkelijk, deze mens was een rechtvaardige!”

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

.

 

Het kruis: Gods vreemde kracht

 

Jezus werd niet zomaar gekruisigd. Heel zijn optreden wees in de richting dat hij zichzelf vrijwillig uit zou leveren. De Bijbel verklaart zijn kruisdood als volgt: ‘Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.

Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God’ (Filippenzen 2 vers 6-11).

Er vond een ruil plaats aan dat kruis daar op die heuvel 2000 jaar geleden. Jezus stierf in ruil voor de mensheid, zodat mensen recht kunnen staan tegenover God. Paulus schrijft: ‘Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.’

Jezus droeg onze dood, zodat wij in ruil daarvoor zijn leven kunnen ontvangen. Jesaja profeteerde daarover ruim 500 jaar voordat Jezus verscheen en verklaarde dat hij zijn leven offerde voor onze schuld (Jesaja 53 vers 10). Hij schreef: ‘Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.’

Petrus, één van Jezus’ leerlingen die gezien heeft hoe de striemen op Jezus’ rug tot één grote open wond werden geslagen, schrijft in 1 Petrus 3 vers 18 en 2 vers 24: ‘Christus heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om jullie zo bij God te brengen. Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen zijn jullie genezen.’

Het kruis is het ultieme genade-teken, het teken dat God om mensen geeft en alles voor ons over heeft. Het is het symbool van lijden en dood, en ook van de opstanding uit de dood. Christenen erkennen met het kruis de realiteit van hun zonden, maar ook dat die door Jezus Christus gedragen werden, zodat ze hen niet worden toegerekend.

In plaats daarvan wordt hen het leven van Jezus toegerekend. Hij stond op uit de dood om zijn leven te delen met iedereen die gelooft en zijn Geest ontvangt. Dat geloof opent enorme perspectieven. Wie het kruis serieus neemt, ziet het niet langer als een sieraad of een relikwie. Je ontdekt dat het kruis niet alleen een sprekend symbool is, maar ook een teken dat werkt.

Er gaat kracht vanuit. Gods kracht. Het kruis pakt de doodlopende wegen in ons leven aan, het wijst ons op een betere weg en maakt die ook mogelijk. Het kruis is daarom een teken van hoop voor de toekomst, zo oud als het is. Sterker nog, het is de enige garantie voor een hoopvolle toekomst. Het kruis staat middenin de wereld, zonder dat het aan slijtage onderhevig is. Het verandert ons. Het verbindt ons. Het plaatst ons middenin de wereld met een gemeenschappelijke hoop op eeuwig leven, waarvan de kwaliteit nu al steeds sterker in ons leven doordringt.

 

 

 

whiteholycross-1

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Mystieke levitatie of bedrog

Standaard

categorie : religie

 

.

.

Verschijnselen van levitatie. 

 

 

Levitatie is een bovennatuurlijk fenomeen van het omhoog zweven van wezens of mensen, zonder dat daad een wetenschappelijke verklaring voor de geven is. Dit verschijnsel wordt door zowel Oosterse Mystici als moderne mediums geclaimd. In vroeger tijden zijn er al gevallen van levitatie gerapporteerd. Slachtoffers van bezetenheid, heiligen, slachtoffers van bezetenheid en heksen zouden de zwaartekracht hebben overwonnen in een bijzondere bewustzijnstoestand.

 

 

 

 

 

Welles – nietes

 

Wetenschappers beschouwen levitatie meestal als bedrog, dan wel ontkennen het bestaan van dergelijke fenomenen. Spiritualisten zien levitatie als een manifestatie van psychische krachten of als een vorm van extase. In verschillende occulte stromingen gaat men er vanuit dat levitatie kan worden bereikt door middel van meditatietechnieken. Toen het spritisme in de 19e eeuw een hype was, behoorde levitatie tot het vaste repertoire van mediums. Toen onderzoekers van “psychische fenomenen” hun technieken verbeterd hadden, zijn veel van deze  mediums op bedrog betrapt.

 

 

 

bedrog

 

 

Levitatie van een kind door hekserij, 1681

 

 

Levitatie in het Oosten

 

Vasco Da Gama schreef in zijn dagboek dat hij getuige is geweest van het ‘in de lucht zweven’ van boeddhistische lama’s. Van taoïstische monniken wordt gezegd dat zij door middel van diepe meditatie kunnen leviteren. Zo wordt dit ook gezegd van boeddhistische monniken.

 

 

 

 

Een aantal bekende gevallen van mystieke levitatie uit het Christendom:

 

 

Jozef van Cupertino

 

Jozef van Cupertino (1603-1663) was een Italiaanse monnik en mysticus. Als kind had hij al epilepsie. Hij wijdde zijn jeugd aan zelfkastijding, uithongering en het dragen van boetekleden. Ondanks dat hij niet bijster slim was werd hij in 1628 tot priester gewijd. In het Italiaans staat de man bekend als Giuseppe da Copertino.

In de Acta Sanctorum werden van hem tot 70 ‘vluchten’ in heel Italië geregistreerd, waarbij hij in één geval in een boom vloog en daar op een dunne tak bleef zitten wiegen. Vaak keken hele menigten toe. Er zijn meer dan 150 ooggetuigenverslagen gepubliceerd over de ‘vluchten’ van Cupertino, die ook wel de vliegende heilige werd genoemd. Hij kon zich voor lange tijd van de grond opheffen.

Het verhaal gaat dat hij regelmatig in extase raakte en dan begon te zweven en voorspellingen deed. Ook hoorde hij hemelse muziek. Er werd druk over gesproken. De inquisitie bevond hem onschuldig aan tovenarij, maar stuurde hem eerst naar Assisi en later naar meer afgelegen kloosters om de volkstoeloop en de jaloezie van medebroeders te ontgaan.

Op 24 februari 1753 werd Cupertino zalig verklaard door paus Benedictus XIV en op 16 juli 1767 volgde de heiligverklaring door Clemens XIII. Cupertino werd in Rome op hetzelfde moment als Galileo Galilei onder een soort huisarrest geplaatst. De één was een mysticus, de ander de grondlegger van de moderne wetenschap.

 

 

 

Jozef van Cupertino

 

 

 

 

 

Theresia van Ávila

 

Theresia van Ávila (1515—1582) was een mystica die later heilig is verklaard. Samen met Johannes van het Kruis heeft zij in de zestiende eeuw de orde van de Karmel hervormd. In 1970 werd zij als eerste vrouwelijke heilige uitgeroepen tot kerkleraar door Paulus VI. In de volksmond wordt zij ook wel de “grote Theresia” genoemd.

In 1538 werd ze ziek en werd naar een genezeres in Becedas gestuurd. Zij las daarr een boek, waardoor zij haar eerste mystieke genaden ontving. De behandeling had geen effect en in 1539 werd ze doodziek teruggebracht naar Ávila gebracht. Nadat ze op de dag van Maria-Tenhemelopneming gebiecht had, geraakte ze in de toestand van schijndood.

Ze bleef zo gedurende drie jaar. In 1542 genas ze uiteindelijk zonder dat daar een aanwijsbare natuurlijke oorzaak voor was. Theresia van Ávila  leviteerde ongeveer 30 centimeter boven de grond voor een periode van iets korter dan een uur in een mystieke extase. Zij noemde de ervaring een ‘spirituele visitatie’. Dit wordt bevestigd door de “Catholic Encyclopedia”.  St.Teresa van Avila zou geleviteerd hebben in Madrid in 1640.

 

 

 

Theresia van Avila en Johannes van het kruis

 

 

 

 

 

Gemma Galgani

 

Maria Gemma Umberta Pia Galgani (1878-1903) is een Italiaanse rooms-katholieke heilige. Zij leed aan een slechte gezondheid en ze leefde als een asceet. Eten deed ze nauwelijks en weinige slaap deed ze op de koude grond. Er waren ook tijden dat zij zichzelf verwondde. Zij werd in een visioen toegesproken door de Heilige Gabriël van de Moeder van Smarten (overleden 1862) die haar postuum genas van haar tuberculose.

Gemma ervoer veel bovennatuurlijke ervaringen en extases waarin zij dan leviteerde. Vanaf 1899 vertoonde stigmata die ze elke week terug kreeg. In 1900 kwamen hier wonden van de doornenkroon bij. In 1940 werd zij heilig verklaard en vervolgens kwam haar verering razendsnel op gang.

 

 

 

Gemma Galgani

 

 

 

 

Andere geclaimde gevallen van levitatie in het christendom:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De kerk en haar valse leraren

Standaard

Religie

.

.

.

7 dodelijke valse leraren in de kerk vandaag 

                                 

 

 

7 valse leraren in de kerk vandaag

 

 

De Apostel Paulus waarschuwde er al herhaaldelijk voor: pas op voor valse profeten, leraren en leiders (bijv. Ef. 4:14, 2 Tim. 4:1-5, 2 Tes. 2:3-12 etc.). Zij willen u misleiden en van de waarheid weglokken. De geschiedenis van de kerk van Jezus is niet te scheiden van het werk van Satan om haar te vernietigen. En hoewel de kerk grote uitdagingen van buiten heeft moeten doorstaan zijn de meest desastreuze altijd van binnenuit gekomen.

Want van binnenuit ontstaan ​​de valse leraren, diegenen die dwalingen naar binnen brengen terwijl ze zich voordoen als leraren van de waarheid. Ze nemen vele vormen aan, iedere keer op maat gemaakt voor de tijd, cultuur en context. Hieronder vind je er zeven die je vandaag de dag in de kerk tegenkomt bij het uitvoeren van hun bedrieglijke, destructieve werk. Alles is in mannelijke vorm beschreven maar het kunnen natuurlijk net zo goed vrouwen zijn.

 

 

 

Vernietiging van de valse profeet door Christus ( de leeuw )

 

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

 

De Ketter

 

De Ketter is de meest prominente en misschien wel de gevaarlijkste van de valse leraren. Petrus waarschuwde in zijn tweede brief tegen hem.

“Er zijn destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen stiekem met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang.” (2 Petrus 2:1).

 

De Ketter is de persoon die onderwijst wat duidelijk in tegenspraak is met een essentiële leer van het christelijk geloof. Hij is een gezellig figuur, een natuurlijk leider die net genoeg waarheid onderwijst om zijn dodelijke dwaalleer te maskeren. Maar door het geloof te ontkennen en te vieren wat onwaar is, leidt hij zijn volgelingen van de veiligheid van het orthodoxe christelijk geloof naar het gevaar van ketterij.

Vanaf de vroegste dagen van de kerk is ze door de Ketter in zijn verschillende vormen geteisterd. Hij zet zijn slechte werk vandaag voort, soms door de waarheid tegen te spreken en soms door eraan toe te voegen. Hij kan de geloofsbelijdenissen van de Drie-eenheid opnieuw in een kader plaatsen, zoals Arius deed in de derde eeuw en zoals oneness-pentecostals dat vandaag doen.

Hij kan, net als Marcus Borg en andere prominente geleerden, de maagdelijke geboorte of de opstanding van Jezus Christus ontkennen. Net als Jehovah’s Getuigen, kan hij Gods afgewerkte woord veranderen, of zoals Mormonen, daaraan toevoegen. Hij knutselt, telkens weer, stoutmoedig met “het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd” (Judas 1:3b).

 

 

 

oneness pentecostals

 

 

 

 

Marcus Borg

 

 

 

 

De Kwakzalver

 

De Kwakzalver is de persoon die het christendom gebruikt als een middel tot persoonlijke verrijking. Paulus waarschuwde Timotheüs om op zijn hoede te zijn:

“Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ en de leer van ons geloof, is verblind. Zo iemand begrijpt niets, maar is ​ziek​ door zijn geredetwist en geruzie; dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen, en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt.” ( 1 Timotheüs 6: 3-5).

 

De Kwakzalver is alleen geïnteresseerd in het christelijk geloof in de mate dat het zijn portemonnee kan vullen. Hij gebruikt zijn leidende positie om te profiteren van de rijkdom van anderen. Simon, bijvoorbeeld, was gemotiveerd door de liefde voor geld toen hij probeerde de kracht van de Heilige Geest te kopen (Handelingen 8:9-24). En na hem is de Kwakzalver in vele vormen verschenen, altijd op zoek naar bekendheid in de kerk, zodat hij in extravagantie kan leven.

Toen paus Leo X de beroemde Tetzel opdracht gaf om aflaten te verkopen, financierde de winst niet alleen de reconstructie van de Sint-Pietersbasiliek, maar ook zijn luxueuze levensstijl. In de jaren negentig bracht televangelist Robert Tilton elk jaar tientallen miljoenen dollars binnen door de kwetsbaren en goedgelovigen te exploiteren. Tegenwoordig zetten Benny Hinn, Creflo Dollar en een heel aantal anderen het welvaartsevangelie in om zichzelf te verrijken met de geschenken van hun volgelingen.

 

 

 

paus Leo x

 

 

 

 

Robert Tilton

 

 

 

 

Creflo Dollar

 

 

 

 

 

De valse Profeet

 

De Valse Profeet beweert begiftigd te zijn door God om nieuwe openbaringen buiten de Schrift te spreken – nieuwe, gezaghebbende voorspellingswoorden, onderwijzingen, berispingen of aanmoedigingen. In werkelijkheid wordt hij echter door Satan opgedragen en gemachtigd met het doel de kerk van Christus te misleiden en te verstoren. Johannes kondigde een dringende waarschuwing over hem aan.

” Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een ​geest van God​ komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen.” (1 Johannes 4:1).

 

Christenen moeten “de geesten testen” om te bepalen of ze voortkomen uit de Heilige Geest of uit een demonische geest. Later verklaarde Johannes dat Gods Woord volledig en af is. Daarbij waarschuwde hij voor mensen die zichzelf gelijk stellen aan Gods Woord door er aan toe te voegen of ervan af te halen.

“Ik verklaar tegenover eenieder die de ​profetie​ van dit ​boek​ hoort: als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit ​boek​ beschreven zijn; en als iemand iets afneemt van wat in het ​boek​ van deze ​profetie​ staat, zal God hem zijn deel afnemen van de levensboom en van de ​heilige​ stad, zoals die in dit ​boek​ beschreven zijn.” (Openbaring 22:18-19).

 

De Profeet verschijnt in de loop van de geschiedenis van de kerk. Al in de tweede eeuw beweerden Montanus en zijn discipelen te spreken in naam van de Heilige Geest. In de negentiende eeuw beweerde Joseph Smith het boek van Mormon van de engel Moroni ontvangen te hebben. Tegenwoordig zit de lucht vol van mensen die beweren in naam van God te spreken door de kracht van de Geest. Persoonlijke profetieën zijn slechts een telefoontje verwijderd. Sarah Young, auteur van de beste christelijke bestseller van het decennium, beweert dapper dat haar boek de woorden van Jezus bevat. De Profeet blijft spreken en misleiden.

 

 

 

Joseph Smith

 

 

 

 

Sara young

 

 

 

 

 

De Misbruiker

 

De Misbruiker gebruikt zijn leiderschapspositie om te profiteren van andere mensen. Meestal maakt hij er gebruik van om zijn seksuele lust te voeden, hoewel hij ook naar macht verlangt. Zowel Petrus als Judas waren zich bewust van de lust van de Misbruiker:

“Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen” (2 Petrus 2:2).

 

De Misbruiker beweert dat hij zielen verzorgt, maar zijn echte interesse ligt in hoe hij zijn seksuele behoeften kan bevredigen. Hij werkt zich een weg in het leven van vrouwen, hun vertrouwenskring, huizen en bedden. Wanneer hij geen illegaal seksueel genot nastreeft, is hij vaak een dominant persoon die uit is op macht en hen misbruikt op zijn weg naar bekendheid.

Hij doet dit in de naam van zijn bediening, met de claim van Gods zalving. Hij gebruikt en misbruikt anderen op ongepaste wijze om zijn lusten te voeden. Het is tragisch dat de geschiedenis van het christelijk geloof talloze misbruikers kent. Zelfs in de vroegste dagen van de kerk waren er seks secten en andere verdorven perversies van het geloof. Eeuwenlang was het pausschap weinig meer dan een corrupte machtsstrijd.

Vandaag lijkt het erop dat we iedere week opnieuw horen van een leider die zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele zonden met mannen, vrouwen of zelfs kinderen. Ondertussen horen we de droevige verhalen van overlevenden die misbruikt en terzijde geschoven zijn door een leider die hunkert naar macht. De Misbruiker zet, ook vandaag de dag, zijn werk voort.

 

.

 

 

De Stoker

 

De Stoker gebruikt valse leerstellingen om de ​​kerk te verstoren en waar mogelijk zelfs ten gronde te richten. Hij zaait vrolijk verdeeldheid tussen broers en zussen. Judas waarschuwde voor hem:

‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet. (Judas 18-19). De stoker zaait verdeeldheid en is verstoken van de Heilige Geest wiens eerste vrucht liefde is en wiens speciale werk gelovigen bij elkaar houdt in de band van vrede (Galaten 5:22, Efeziërs 4:3).

 

Deze valse leraar brengt strijd, geen liefde. Hij genereert facties, geen eenheid. Hij verlangt onenigheid, geen harmonie. Gemeenten en denominaties zijn vaak versplinterd door de Stoker terwijl hij zijn leugens promoot. Hij maakt soms secundaire zaken primair en laat ze functioneren als ‘het’ kenmerk van christelijke volwassenheid, waardoor er facties in het lichaam ontstaan. Soms introduceert hij dus sluwe on-Bijbelse leerstellingen, of hij ondermijnd het bestaande leiderschap. Maar hij doet het allemaal voor een perverse voldoening die gepaard gaat met vernietiging.

 

.

.

 

 

De People Pleaser

 

De People Pleaser is de foute leraar die niet gericht is op wat God belangrijk vindt maar op wat de mensen graag willen. Hij is eerder iemand die de mensen naar de mond praat dan dat hij de God-pleaser is. Paulus benoemde hem al:

“Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels” (2 Timotheüs 4:3-4).

 

De People Pleaser hunkert naar populariteit en lof van de wereld. En om het respect van zijn volgers te behouden, predikt hij alleen de delen van de Bijbel die zij acceptabel vinden. Daarom spreekt hij veel over geluk, maar weinig over zonde, veel over de hemel maar niets over de hel. Hij geeft ze alleen wat ze willen horen. Hij predikt een gedeeltelijk evangelie wat helemaal geen evangelie is.

De People Pleaser is al zo oud als de kerk zelf. In de negentiende eeuw was hij Henry Ward Beecher, en in de twintigste was hij Norman Vincent Peale en Robert Schuller. Tegenwoordig is hij Joel Osteen, predikant van de grootste kerk in Amerika, die even bekend staat om zijn brede glimlach als om zijn lege inhoud. Hij predikt een leeg evangelie aan een volle kerk. Net als de valse profeten van Jeremia, zegt hij en de duizenden zoals hij: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede is ” (Jeremia 6:14).

 

 

 

Henrry Ward Beecher

 

 

 

 

 

Norman Vincent Peale

 

 

 

 

Robert Schuller

 

 

 

 

Joel Osteen

 

 

 

 

 

De Speculant

 

Ten slotte is de Speculant degene die geobsedeerd is door nieuwheid, originaliteit of speculatie. De schrijver van de Hebreeën brief waarschuwde zijn kerk voor deze ‘vreemde leringen’, terwijl Paulus aan Timoteüs opdroeg de kerk te beschermen tegen elke ‘afwijkende leer’ (Hebreeën 13:9, 1 Timotheüs 1:3). Onderwijs, gericht op speculatie, verdringt de zekere en constante leer van de Schrift.

De Speculant gooit het grootste deel van de Bijbelinhoud en het gewicht van de Bijbel opzij om geobsedeerd te raken door zaken die triviaal, fris, nieuw of modern zijn. Hij wordt moe van de oude waarheden en streeft naar respect door originaliteit. Tegenwoordig, zoals in elk tijdperk, is de Speculant geobsedeerd door de eindtijd. Maar op de een of andere manier weerhouden zijn mislukte voorspellingen hem en zijn volgelingen er niet van om er vrolijk mee door te gaan.

Onlangs hebben we hem de duidelijke boodschap van de Schrift zien verduisteren door naar verborgen codes in de Schrift te zoeken. Soms beweegt hij zichzelf in de academische wereld, waar een van zijn recente meester- werken een opnieuw uitgevonden God is, die niet in staat is om de toekomst te zien en te kennen. Terecht beschreef Paulus de Speculant als een tegenstrijdige, oneerbiedige babbelaar (1 Timotheüs 6:20-21).

 

 

 

Conclusie

 

Satans grootste ambassadeurs zijn geen pooiers, politici of succesvolle zakenmensen, maar voorgangers en leiders in de kerk. Zijn priesters prediken niet een andere religie, maar een dodelijke variant van de ware. Zijn troepen gaan niet voor een frontale aanval, maar werken under cover en sluipen langzaam het andere leger binnen. Satans tactieken zijn slim, voorspelbaar en effectief. Daarom moeten we altijd waakzaam blijven.

“Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen” (Mattheüs 7:15-16a).

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Het christendom wordt misleid

Standaard

categorie : religie

 

.

.

.

Schrikbarende misleidingen binnen het christendom

 

 

Opmerkelijk dat Jezus in de brief aan Thyatira (Openbaring 2) verwijst naar de laatste fase van het huidige wereldbestel: “totdat Ik gekomen ben”;”tot het einde toe”. Jezus ziet dat er in de gemeente Thyatíra gelovigen zijn die niet buigen voor satan en zich niet laten verleiden door de tovenarijen van valse profetes Izébel.  Deze vrouw beweert te zijn begiftigd met bijzondere krachten en de woorden Gods te spreken, maar zij is een valse profetes die de gelovigen aanzet tot hoererij en tot deelneming aan afgodendienst.

In deze gemeente is sprake van een vermenging van godsdiensten, vermengd met tongentaal, occultisme en zwarte kunst en allerlei andere occulte zaken. Paulus stelde de Galaten de vraag: “Wie heeft u betoverd?”(Galaten 3:1)  De tovenaars in Egypte konden een aantal wonderen die Mozes deed, ook verrichten!

“Totdat Ik gekomen ben”;”tot het einde toe” betekent dat Thyatíra en Izébel vandaag voortleven in gemeentes en in allerlei figuren die eveneens beweren Gods wil te doen. In de praktijk treden ze echter de werkelijke waarden van het geloof met hun voeten en satanische tovenarijen worden als gaven van de Heilige Geest uitgelegd.

De Heilige Geest zou hen nieuwe openbaringen gegeven hebben die (nog) niet in de Bijbel staan. Het zijn echter maar al te vaak dwaalgeesten (1 Tim. 4:1) die tot hen spreken en zich voor kunnen doen als de Heilige Geest, of als Jezus, of als God enz. Soms lijkt dit met ogenschijnlijk grote vroomheid gepaard te gaan, maar het gaat er niet meer om wat Gods Woord tot de gemeente te zeggen heeft, maar wat zij tot de mensen te zeggen hebben. Het is mogelijk om een andere geest te ontvangen. (2 Kor. 11:4).

 

“De komst van de wetteloze mens is het werk van Satan en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen…” (2 Thessalonicenzen 2:9) 

 

Demonen kunnen allerlei verschijnselen en uitingsvormen hebben. Met name in Charismatische kringen is satan geïnfiltreerd met ‘tekenen en wonderen’. TV-evangelisten zorgen ervoor dat de gezonde Bijbelse leer steeds meer wordt losgelaten en ingeruild wordt voor boze geesten. De Bijbel waarschuwt, dat de wonderen, genezingen en allerlei krachten die de valse predikers zullen doen, zo geloofwaardig zullen overkomen, dat zelfs veel gelovigen het gevaar zullen lopen erdoor verleid te worden.

Deze verleiders presenteren zich vandaag als wonderdoeners. Het is een raadsel hoe allerlei figuren van het rechte pad zijn afgedwaald. Het is een gruwel in Gods ogen wanneer mensen boze werken verrichten en dan beweren dat zij de wil Gods doen. Deze verleiders menen een soort sensatie evangelie te moeten brengen waar wonderen, tekenen en allerlei bizarre manifestaties de boventoon voeren zoals onder meer is terug te zien in de onheilige Toronto-misleiding “Toronto Blessing” (Catch the fire Ministries).

Het gaat bij de Toronto Blessing om een demonische invasie. De onheilige manier waarop men in die kringen omgaat met God, is ronduit godslasterlijk. Men wekt er zijn eigen geestelijke ervaringen op, de een nog bizarder dan de andere. Het heeft de gemeente van Christus bijzonder veel schade berokkend en talloze mensen geestelijk beschadigd. Er is sprake van een totale verblinding bij de ‘herders’ uit die bewegingen. Degenen die hun leugens ontmaskeren worden zelf voor leugenaar uitgemaakt en neergezet als vijanden van Gods werk.

Mensen die vanuit het satanisme of uit oosterse godsdiensten tot bekering zijn gekomen reageren ontsteld als ze zien wat er vanuit deze beweging wordt geleerd. Voor hen is het duidelijk dat er een demonische kracht aan het werk is de zogenaamde Kundalini. Dat staat voor slangenenergie die zich door je lichaam heen manifesteert. Dit is ook wat we vanuit deze beweging zien. Mensen kronkelen draaien en rollen over de grond. Ze zijn totaal de controle over zichzelf kwijt.

 

 

.

Wie handen oplegt in de naam van Jezus is gelovig en staat onder

 

bescherming van de Heilige Geest

.

 

Jezus’ opdracht aan zijn leerlingen

 

Marcus 16: 15 – 20

 

15 En Jezus zei tegen hen: “Ga nu de hele wereld in en vertel het goede nieuws aan iedereen. 16 Wie het nieuws gelooft en zich laat dopen, zal worden gered. Maar wie het niet gelooft, zal worden veroordeeld. 17 De mensen die het geloven, zullen de volgende wonderen doen: ze zullen namens Mij duivelse geesten uit mensen wegjagen, ze zullen in nieuwe talen spreken, 18 ze zullen slangen oppakken, en zelfs als ze iets dodelijks drinken zal dat hun geen kwaad doen.

En als ze zieke mensen de handen opleggen, zullen die mensen gezond worden.” 19 Toen de Heer Jezus dit tegen hen had gezegd, werd Hij meegenomen naar de hemel. Daar is Hij naast God gaan zitten. 20 Maar de leerlingen gingen op pad en vertelden overal het goede nieuws. En de Heer Jezus deed wonderen door hen heen. Zo liet Hij zien dat het waar was wat ze zeiden.

 

 

.

.

Wie handen oplegt in zijn eigen naam is ongelovig en staat onder

 

bescherming van Satan

.

 

Johannes 10: 6- 10

 

6 Jezus vertelde hun dit verhaal, maar ze begrepen niet wat Hij ermee bedoelde. 7 Jezus vertelde verder: “Luister goed! Ik zeg jullie: IK BEN  de deur van de schapen. 8 Alle mensen die vóór Mij binnen zijn gekomen, zijn dieven en rovers. Maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. 9 IK BEN de deur. Als iemand door Mij binnenkomt, zal hij worden gered. Hij zal naar binnen gaan en naar buiten gaan en hij zal het goed hebben. 10 Maar een dief (Satan) komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.

 

 

Het begon allemaal met de uit Zuid-Afrika afkomstige Rodney Howard Browne die in de Verenigde Staten, Randy Clark (Vineyard, Missouri) aanstak, die op zijn beurt bij John Arnott in Toronto ‘het vuur ontstak’.

 

 

 

Rodney Howard Browne

 

 

 

Ontluisterend voor de deelnemers en destructief voor de

.

waarheid van Gods Woord

 

Het is een wonderlijk verschijnsel dat zelfs vele herders zich door de Toronto-gekte, in de maling hebben laten nemen en proclameren het ‘Toronto vuur te grijpen’. Deze herders hebben de zielen van vele charismatische christenen met hun bizarre manifestaties, onder demonische bezetenheid geplaatst. Honderden Pinkster- charismatische leiders zijn naar Toronto afgereisd op zoek naar nieuwe ervaringen, emotie en spektakel om vervolgens deze ‘zegen’op hun eigen gemeenteleden los te laten.

Bevangen door een geest van hysterie hollen ze als kuddedieren voort om al deze idiote verschijnselen in hun samenkomsten te integreren. Met een grote naïviteit en argeloosheid geven gelovigen zich vervolgens aan de roes van de Toronto-gekte over. De duivel speelt zijn spelletje door christenen op deze manier bezig te houden met entertainment en manipulatie, om zo de aandacht af te leiden van werkelijk geestelijk leven. Natuurlijk zijn er onder de charismatische christenen veel oprechte gelovigen, maar juist onder hen komen de meeste excessen voor.

 

 

 

 

 

 

Sommige deelnemers rollen stuiptrekkend in het gangpad en anderen maken dierengeluiden zoals blaffen, brullen, hinniken en kakelen als een kip. Sommigen kreunen, kotsen (heilig overgeven), gillen, heilig lachen en nog veel meer van dit soort waanzinnige uitingen. Het is allemaal Gods Geest zo beweren de ‘evangelisten’ maar het is in werkelijkheid ontluisterend voor de deelnemers en destructief voor de waarheid van Gods Woord. De dronken conditie van de deelnemers wordt uitgelegd als hun getuigenis en hun stamelend spreken als het “bewijs van de kracht van de Heilige Geest”.

 

Jesaja 29:9 zegt: “zij zijn vrolijk, derhalve roept gij; zij zijn dronken, maar niet van wijn; zij waggelen, maar niet van sterke drank”.

 

 

 

 

Soaking Prayer

 

 

 

Johan and Carol Arnott

 

 

Na de Toronto Blessing hebben John en Carol Arnott een nieuwe beweging opgestart: Soaking prayer. Terwijl het bij de Blessing nogal lawaaierig toegaat, is het bij het soaken redelijk stil. Ook in dit geval spreekt men van een speciale ervaring met de Heer. Volgens de beide Arnotts treden er  diepe veranderingen op van het hart, huwelijken worden genezen, angsten gaan weg, depressies en ziekten verdwijnen als sneeuw voor de zon en levens worden compleet getransformeerd.

Volgens hen laat God de Rivier van leven, die Hij met de uitstorting van de Toronto Blessing in 1995 liet stromen, nu opnieuw stromen door middel van het soaken. Ook dit soaken probeert men Bijbels te verdedigen maar het komt van oorsprong uit de Oosterse godsdiensten en wordt o.a. door de monniken van het boeddhisme en het hindoeïsme beoefend en wordt eveneens toegepast in kringen van de New Age. Over de hele wereld zijn honderden Soaking Prayer Centers in meer dan 70 landen.

 

 

.

 

New Apostolic Reformation

 

 

 

 

Een sterke dwaling in het Protestantse christendom staat bekend als de “New Apostolic Reformation”(NAR) en de “Kingdom Now”. De NAR bestaat uit honderden kerken en organisaties waarin zogenaamde  ‘apostelen’ en ‘profeten’ beweren nieuwe goddelijke openbaringen te ontvangen die nodig zijn om Gods Koninkrijk op aarde nu te verwezenlijken. NAR leiders leren dat God het ambt van profeet in de kerk tussen 1980 en 1990 heeft hersteld. En het ambt van apostel tijdens de 10 jaar daarna.

Het is duidelijk dat de Bijbel geen enkel ondersteunend bewijsmateriaal levert voor de geldigheid van ervaringen zoals die zich binnen de extreem charismatische gemeenten voordoet.  De verschijnselen die zich hier voordoen komen overeen met de verschijnselen uit het hindoeïsme bij de zogenaamde Kundalini Yoga. Wanneer men de verschijnselen krijgt, spreekt men van de “Ontwakende Kundalini” wat “slangen-kracht” betekent.

Het gaat om een vorm van hypnose dat voor het eerst in het Westen onder het publiek was verbreid door de Oostenrijkse arts Franz Anton Mesmer (1734-1815) en van oorsprong werd uitgeoefend door de oude Sjamanen, toverdokters en  medicijnmannen en vervolgens in een nieuw jasje gestoken door Mesmer.

 

 

 

 

 

 

Mesmers ideeën waren later ook van invloed op de ontwikkeling van de psychiatrie. Hoewel de deelnemers het niet beseffen, doen zich in pinkstercharismatische samenkomsten tijdens zogenaamde “bevrijdings-en genezingsbedieningen” regelmatig variaties op “de Mesmer Crisis” voor. Wat hier gebeurt, is een grove vorm van Mesmers manipulatieve hypnotherapie. De praktijk leert dat mensen te allen tijde andere mensen kunnen beïnvloeden naar eigen goeddunken.

De Pinkstercharismatische gemeenten en anderen die deze vorm van hypnose toepassen, worden meegesleept in een bovennatuurlijke golf van kwaad. Natuurlijk zijn er in de charismatische bewegingen ook oprechte gelovigen die zich niet laten meeslepen in deze waanzin. Zij die het geloof in Gods Woord serieus belijden zouden zich niet moeten inlaten met activiteiten die Gods kernboodschap ondermijnen. Om met Petrus te spreken;

 

1 Petrus 5:8-9 Wordt nuchter en waakzaam, Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden. Wederstaat hem, vast in het geloof.

 

God leidt Zijn kinderen, en als het in Zijn ogen nodig is, dan leidt Hij Zijn kinderen op Zijn wijze. Maar daar waar men gericht is op de tekengaven van de Geest, ontstaat er een verschuiving van het verkondigen van Gods Woord naar geestelijke manifestaties. Hedendaagse gemeenten die zich bezig houden met manifestaties als de “religieuze rage” van de Toronto Blessing, bereiden een nieuwe generatie voor van occulte mediums van wie de religieuze ervaringen weinig verschillen van de ervaringen in talloze heidense godsdiensten, zowel oude als moderne.

De gemeenten die zich hier mee bezig houden zijn brengers van een ander evangelie, vervalsers van het Woord. Het is een manier van de boze om de gemeente te verzwakken. De duivel gebruikt allerlei vormen van extase om onenigheid te zaaien. Nooit heeft de Here Jezus beloofd, dat als Zijn volgelingen de Heilige Geest zouden ontvangen, zij de dwaze gevolgen zouden ontvangen zoals die nu in allerlei evangelisch charismatische bewegingen te zien zijn.

Hij beloofde Zijn volgelingen, dat zij onderricht van Hem zouden ontvangen en dat zij in de Bijbelse waarheid geleid zouden worden. Want zou het werkelijk zo kunnen zijn dat God het beeld van mensen die zich als idioten gedragen, gebruikt als uitdrukking van Zijn Heilige Geest? God schept geen verwarring! Satan echter corrumpeert alles wat God volmaakt heeft geschapen.

Er verschijnen aan de lopende band herders die de massa begeesteren. Een daarvan is dominee Matthew Ford, voorganger van het Australische Fire it up Ministyries. Deze figuur laat door zijn krankzinnige gedrag openlijk zien demonisch bezeten te zijn en legt dit vol trots uit als ‘zalving’ van de heilige Geest van God die door hem Pappie genoemd wordt. Buitenstaanders die Ford voor het eerst aan het werk zien, denken met een komiek van doen te hebben.

Hij zegt dat God hem regelmatig onder een soort hypnose brengt. Dat gaat gepaard met luidruchtig schreeuwen, krampachtig kreunen, en onnavolgbare klanken die zo idioot zijn, dat zijn volgelingen vrijwel voortdurend in lachen uitbarsten. Het is niets anders dan een belachelijke en beschamende vertoning.

 

 

 

Matthew Ford in actie

 

 

TV-predikers zwepen hun publiek op tot echte waanzin als zij spreken over het “binden van Satan” en “hem uitdrijven uit deze wereld”. Zulke leer negeert volslagen de Schriftuurlijke richtlijnen voor de gelovige. Ze promoten en moedigen aan wat genoemd wordt “komen onder de kracht”. Dat is niets anders dan een gevaarlijke on-Bijbelse praktijk, misbruik makend van Johannes 18:6 om deze praktijk te rechtvaardigen. Hypnotische suggestie en het verlangen naar een buiten-Bijbelse ervaring stelt iemand open voor zowel voorgewende als demonisch bekrachtigde resultaten die overeenkomen met dat van het occulte.

De Bijbel waarschuwt, dat de wonderen, genezingen en allerlei krachten die de diverse predikers zullen doen, zo geloofwaardig zullen overkomen, dat veel gelovigen het gevaar zullen lopen erdoor verleid te worden. Jezus, heeft gezegd dat wie op een on-Bijbelse wijze uitziet naar wonderen, groot gevaar loopt Gods spoor te verlaten. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen genezingen kunnen plaatsvinden door een wonder van God. De Here Jezus heeft meer dan eens gezegd: Vertel het aan niemand!

 

.

.

Welvaartspredikers

 

Diverse tv-evangelisten -vooral in kringen van het welvaartsevangelie – hebben weinig boodschap aan Gods Woord. Sommigen halen miljoenen per jaar binnen. Het zijn op geld beluste predikers. Zij verplaatsen zich in privévliegtuigen, sportwagens, Rolls Royces, wonen in riante villa’s. Deze heren lijken wel erg ver afgedwaald van de eenvoud die de Here Jezus bracht.

Auteur Hans Frinsel noemt de Welvaartsevangelisten een “hardnekkige verleiding”. Hij schrijft dat toen veertig jaar geleden het welvaartsevangelie in Amerika op kwam, de Welvaartsevangelisten het Evangelie aanpasten bij de hang naar rijkdom en het najagen van materiële overvloed. Later sloeg dit over naar Europa en nu kan geconstateerd worden dat veel elementen van deze dwaalleer zich overal in de evangelisch charismatische beweging genesteld heeft.

.

 

 

 

De profeet Elia slaat de Baäl priesters

 

 

Frinsel schrijft dat deze beweging bestond uit een mengsel van oosters denken en christelijke elementen en dat verscheidene occulte en metafysische bewegingen hieruit zijn voortgekomen, zoals de sekte van Christien Science en de leer van het ‘positief denken’ van de vrijmetselaar Norman Vincent Peale. Peale stierf op 24-12-1993 op de leeftijd van 95 jaar.

Peale heeft tijdens zijn leven miljoenen mensen bedrogen, en nog miljoenen meer na zijn dood, naarmate zijn valse leringen verder verspreid werden door hen die zijn gevaarlijke ideeën verder uitdroegen waaronder Robert Schuller. Op het Phil Donahue Tv-programma werd hem een vraag gesteld over Jezus’ verklaring in Johannes 14:6 dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven was, waarop Peale antwoordde dat Jezus één van de wegen” was.

Hij claimde een christelijke dienaar te zijn en als zodanig algemeen geaccepteerd, onthullen zijn woorden en geschriften dat hij alles behalve een dienaar van God was. In 1940 stichtte hij de “Foundation for Christian Living”, en in 1952 schreef hij een boek getiteld The Power of Positive Thinking dat in een oplage van 15 miljoen stuks werd verkocht en vertaald in verschillende talen.

In latere jaren van zijn bediening voegde Peale de ketterij van positieve verbeelding toe aan zijn positief denken, dezelfde satanische filosofie die Shirley MacLaine en andere welgekende new-agers hanteren. De huidige schatrijke welvaartsevangelisten promoten zichzelf en zijn Bijbels gezien het spoor volkomen bijster omdat zij het Evangelie vooral als iets winstgevends beschouwen (1 Timotheüs6: 5). Met welvaartsevangelisten  kreeg het welvaartsevangelie zijn meest banale vorm.

 

 

 

Norman Vincent Peale

 

 

 

 

Shirley Mac Lane

 

 

.

.

2 Petrus 2:1“Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochende en een schielijk verderf over zichzelf brengend.” 

 

.

De gaven van de Geest worden door deze figuren gecorrumpeerd en misbruikt om bizarre leringen en praktijken te rechtvaardigen. In Matthéüs 11:28-29 zegt de Here Jezus dat wij Hem in gehoorzaamheid moeten volgen. Kenneth Hagin leerde dat de mens op voet van gelijkheid met God is geschapen, een kopietje van God, een  soort  kleine god dus. Kenneth Copeland ging zelfs zover dat hij God een lengte van ongeveer 1.85 meter toemat.

Copeland zegt: ‘Je hebt geen God in je, je bént een God.’ En een god is niet arm. Kenneth Copeland is een vrijmetselaar maar probeert dit voor de buitenwereld te verbergen. Deze dwaalgeest zei openlijk dat de Romeinen anale seks hadden met Jezus. Hij gedraagt zich regelmatig als een dronkenlap en loopt dikwijls schaterlachend en hinnikend als een paard over het podium. En de aanwezigen, die vinden het allemaal prachtig en denken dat Gods Geest hier aan het werk is.

Copeland heeft de beschikking over een miljoenen kostend privé straalvliegtuig en heeft daarnaast nog drie andere vliegtuigen. Zijn kerk in Newark Texas heeft een eigen start- en landingsbaan, inclusief een hangar voor zijn vliegtuigen. De verklaring van Copeland aan zijn volgelingen: ‘De Heer sprak tot mij en zei: jij gaat nú geloven dat je een Citation 10 krijgt,’ Hij beloofde dat hij de jet alleen ter ere van Jezus zou gebruiken. En zo zijn er meer predikers met een privéjet.

 

.

 

 Openbaring 3:14t/m18 

 

En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicéa: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods: Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in vuur gelouterd is, opdat gij rijk moogt worden, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worden; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt.

 

 

.

 

Kenneth Hagen

 

 

.

 

 

Kenneth Copeland

 

 

.

Wereldwijd worden vele miljoenen christenen ernstig misleid met volkomen on-Bijbelse tekenen en wonderen. In de jaren ’90 werden dit soort verbijsterende zaken (en zelfs openlijk urineren) al waargenomen bij de diensten van de occulte Nigeriaanse pinkster ‘profeet’ T.B. Joshua. Deze figuur heeft de leiding heeft over een mysterieuze groep die zich de The Synagoge Church of all Nations noemt in de Nigeriaanse hoofdstad Lagos. Hij verteld het onzinnige verhaal dat zijn moeder hem 15 maanden in haar buik heeft gedragen omdat hij een speciale profeet is.

Joshua mixt Pinkster- met heidense spiritualiteit. Christenen zijn uitermate kwetsbaar in handen van deze profeten. Honderdduizenden worden door dit soort figuren misleid. Dat overkwam zelfs de Nederlandse prof. dr. Willem Ouweneel. Ook hij werd een enthousiast verdediger van Joshua. Ouweneels dochter en schoonzoon, Josien en Hans Baksteen, die reizen naar Joshua organiseerden waren dat al eerder en haalden hem kennelijk over eens in Lagos te gaan kijken. Daar veranderde Ouweneel in een vurige aanhanger van deze  ‘valse profeet’.

Tegenwoordig worden de reizen, vrijwel maandelijks, van Nederlanders naar Lagos georganiseerd door de Stichting ‘Bevrijding in Jezus’ Naam’. Die houdt ook maandelijks een zogenoemde ‘Anointing Water dienst’ (Gezalfd Water Dienst) in Eindhoven. Dit water – gepaard gaande met gebed – zou geneeskrachtig zijn.

 

 

.

 

TB Joshua

 

 

Ook William Branham hield zich met vele valse leringen bezig. Zo leerde hij dat Kaïn het resultaat was van seksuele gemeenschap tussen Eva en de slang. Hij claimde dat een engel hem geleerd had hoe hij ziekten kon opsporen door trillingen in zijn linkerhand. Het zijn misleidende leugenpredikers die ontmaskerd moeten worden zodat hun blinde volgelingen de waarheid van deze valsspelers zullen zien.

 

 

William Branham

 

 

.

Een andere pias is Rodney Howard Browne. Deze figuur is bekend van het lachen in de Geest. Wanneer Browne zijn publiek onder de Mesmeristische betovering (hypnose) heeft gebracht geeft hij instructies wanneer ze moeten lachen. Soms worden mensen aangezet om in de kerkbanken heen en weer te lopen waar de meesten dan ook gewoon aan mee doen. Vervolgens ligt iedereen in een deuk, inclusief Browne zelf. Ook blijkt meneer onver- draagzaam tegen hen die niet volgens zijn wensen reageren. Howard Browne is gelijk al die andere bedriegers, handig, selectief en misleidend.

In Nederland lopen ook diverse figuren rond die niet schromen de gelovigen te trakteren op kletsverhalen.  Zo bracht TRIN, de club voorman van Matheus van der Steen, eind december 2012 ‘breaking news’ zoals dat heet. Tijdens hun campagne in Birma waren er zeven blinden genezen. Marten Visser, een zendeling in de buurt had zo zijn twijfels. Na een klein onderzoek kwam hij tot andere conclusies. Er was niemand genezen. Hij vroeg TRIN om verantwoording. Maar die gaven te kennen wel wat anders te doen te hebben.

Visser liet het er echter niet bij zitten. Er kwam een onderzoek door Karel Smouter, een onafhankelijk journalist. Die kwam met overtuigend bewijs: de blinde kinderen die waren opgevoerd zijn nog even beperkt als voor het TRIN-bezoek. Nu zou je denken dat TRIN zijn excuus zou aanbieden. Maar nee hoor, niets van dat alles. Ze blijven gewoon volharden in hun eigen leugens.

 

.

TRIN

 

Diverse predikers ontmoedigen het bestuderen van de eindtijd profetieën en noemen dat tijdverspilling. Ze nemen hiermee de kennis weg bij de gelovigen over deze materie. Jezus waarschuwt ons juist waakzaam te zijn. Maar de gelovigen zien dat helaas niet en spreken van een onterechte heksenjacht. Maar zij zien niet waar hun voorgangers mee bezig zijn. De Bijbel is niet meer de basis voor het denken.

Bijbelse waarheden worden zo maar overboord gegooid. Er wordt door sommigen zelfs getwijfeld aan het plaatsvervangende lijden en sterven van Jezus Christus. Men heeft Gods Woord losgelaten en is terecht gekomen bij afgoderij. Dat hier valse geesten aan het werk zijn, blijkt bovendien uit het feit dat men binnen de charismatische beweging, openstaat voor het contemplatieve gebed.

Men zoekt via mystieke technieken naar een Godservaring. Men probeert zichzelf te ontledigen, de geest buiten werking te zetten, door bijvoorbeeld het zeggen van mantra’s, al noemt men dat niet zo. Maar door de geest uit te schakelen, zet men zich open voor boze geestelijke wezens.

Ze spreken over “nieuwe winden van de Heilige Geest” maar het zijn niets anders dan schrikbarende misleidingen die het christendom zijn binnengedrongen. Wat er in Pinkstercharismatische bijeenkomsten gebeurd is een schande voor het christendom. Hier wordt de mens openlijk als een idioot te kijk gezet. Sommige mensen rennen uit wanhoop van de ene naar de andere gebedsgenezer (charlatan). De tragedie is dat er voor niemand van deze mensen iets goeds uit voortkomt.

Niemands geloof wordt erdoor versterkt, niemands ziekte wordt werkelijk genezen. Velen gaan verslagen en teleurgesteld weg en denken dan dat zij God te kort gedaan hebben of dat God hen te kort gedaan heeft. Ze redeneren dat, als er wel genezing bestaat en zij die niet krijgen, het of hun fout of Gods fout moet zijn. En zo laten geloofsgenezers een spoor van niet te overziene ellende achter zich.

Christenen die wonderen en tekenen najagen, stellen zich bloot aan satanische verleiding. Nergens in de brieven van Paulus is een opdracht te vinden wonderen en tekenen als uitingen van de Geest na te jagen. Wel zei hij dat de mens in de Geest moet wandelen’(Gal.5-25), of om het anders te stellen: “Het woord van Christus wone rijkelijk in u’(Col.3:16). Met andere woorden, we moeten het Woord gehoorzamen in de kracht van de Heilige Geest.

 

.

Romeinen: 17-18

 Maar ik vermaan u broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen. Want zulke lieden dienen niet onze Here Christus, maar hun eigen buik, en misleiden door hun schoonklinkende en vrome taal de harten der argelozen.

 

 

.

 

 

 

 

.

 

 

De Here Jezus waarschuwde

 

“Want er zullen valse messiassen, bedrieglijke arbeiders (2 Kor 11:13) en valse leraars komen (2Petr 2:1), die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden (Matthéüs 24:24-25).

“Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters”. (Mattheus 7: 21 – 23 )

 

Hoewel men spreekt over werkingen van Gods Geest zijn veel werkingen juist afkomstig van de geest waarvoor de Bijbel juist zo ernstig waarschuwt! De charismatische beweging bevindt zich op een groot aantal terreinen op bijzonder gevaarlijk terrein. Terwijl ze beweren dat alles wat ze doen, het werk van de Heilige Geest is, zijn ze in werkelijkheid aan het werk als handlangers van de duivel en doen zij de kunstjes die de satan hen laat doen.

Nergens in de Bijbel lezen wij over de zogenaamde bijzondere tekenen die in een groot aantal charismatische gemeenten gedaan worden. Het is allemaal niet het werk van de Heilige Geest. Sprekers spreken vanuit hun eigen hart, maar niet vanuit Gods hart zoals dat in de Bijbel geopenbaard is. Natuurlijk zeggen zij dat ze wel uit Gods hart spreken. Satan zegt ook dat hij een engel des lichts is. Maar het is allemaal geen echt werk van de Heilige Geest.

De pinkster/charismatische beweging is een wanstaltig gedrocht van pseudo-geestelijkheid geworden. Talloze christenen raken in extase wanneer hun tongenbrabbelende voorgangers hen opzwepen met valse tekenen en (nep) wonderen. Ze hebben het niet door dat God hen reeds verblind heeft en hen heeft overgegeven in de begeerlijkheden van hun harten (Rom. 1:28).

Christenen willen figuren met aanzien. Het maakt niet uit wanneer ze dwaasheden verkondigen. Sommige dwaalherders verkondigen zelfs dat de Bijbel niet compleet is en dat God vandaag toegevoegde openbaring aan hen openbaart. Dat is niets anders dan onzin want de Heilige Geest onthult niets nieuws vandaag! God geeft geen nieuwe openbaring maar bevestigt de oude.

Nooit heeft de Here Jezus beloofd, dat als Zijn volgelingen de Heilige Geest zouden ontvangen, zij de dwaze gevolgen zouden ontvangen zoals je die nu ziet in de charismatische beweging. Hij beloofde Zijn volgelingen, dat zij onderricht van Hem zouden ontvangen en dat zij in de Bijbelse waarheid geleid zouden worden. Het volk Israël werd indertijd gewaarschuwd maar wilde ook niet luisteren.

 

.

 

 Jesaja 43:8

 

 Doet het volk uitgaan, dat blind is, al heeft het ook ogen, en dat doof is, al heeft het ook oren.

.

 

 

Jesaja 56:10 

 

De wachters zijn blind, zij allen hebben geen kennis, zij zijn allen stomme honden, die niet kunnen blaffen; dromend liggen zij neer, zij hebben de sluimering lief.

 

 

.

Wonderen van Satan in de eindtijden

 

De Bijbel leert, dat in de eindtijd er een massale afval van het Bijbelse geloof zal zijn en dat er een machtig werk van de antichrist, van de duivel gevonden zal worden.

 

 

 

Openbaring 13:13 

 

“En het (andere beest – de valse profeet) doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen.”

 

.

 

 

Openbaring 13:14

 

“En het (andere beest – de valse profeet) misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd.”

 

.

 

 

Openbaring 13:15a

 

“En hem (d.i. het andere beest – de valse profeet) werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zelfs zou spreken,…”

 

.

.

 

Handen opleggen, wat zegt de bijbel ervan?

.

.

In  dossiers wordt soms  het opleggen van handen sterk veroordeeld. Men beweert zelfs dat het andersom werkt, namelijk dat de boze geesten door handoplegging van de zieke in de handoplegger komen. Maar er staan in de Bijbel alleen teksten die handoplegging aanbevelen of zelfs gebieden. Welke aanwijzingen geeft de Bijbel ons?

 

 

.

 

 

.

.

Bijbelteksten over handen opleggen

.

.

1. Eerst een duidelijke tekst die wel eens gebruikt wordt om géén handen op te leggen:   – 1Tim.5:22a Leg niemand overijld de handen op [dus wél doen, maar niet haastig]

 

2. Dan een tekst waar het niet genoemd wordt, maar wel gebeurt:
– Hand.14:3,4 Paulus en Barnabas deden tekenen en worderen door hun hánden
– Jak.5:14-15 de zieken zalven… [en dat doe je met je hánden]

 

3. Dan zijn er verder heel veel duidelijke uitspraken van de Schrift:
– Mt.19:13 kinderen tot Jezus gebracht… opdat Hij hun de handen zou opleggen
– Mk.5:23 dochter van Jaïrus… leg haar de handen op… dat zij in leven blijft
– Mk.10:16 kinderen… hun de handen opleggende, zegende Hij ze
– Mk.16:16 gelovigen… op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen
– Hand.6:6 de apostelen… na gebeden te hebben, legden zij hun (de dienaren) de handen op
– Hand.8:17 apostelen… legden hun (Samaritanen) de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest
– Hand.13:2-3 apostelen… zij vastten en baden en legden hun (de uitgezondenen) de handen op
– Hand19:6 Paulus legde hun de handen op, de Heilige Geest kwam op hen en zij spraken in tongen
– Hand.19:11 God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus
– Hand.28:8 Paulus legde hem de handen op en genas hem (en anderen die kwamen)
– 1Tim.4:14 aan Timotheus is een gave geschonken door een profetenwoord en onder oplegging
van de handen van de oudsten
– 2Tim.1:6 aan Timotheus… wakker de gave in je aan, die door mijn handoplegging in je is
– Hebr.6:2 er is zelfs een leer van handoplegging

 

 

 

Handoplegging werd dus gebruikt voor:
– genezing
– doop in de Heilige Geest
– meedelen van geestelijke gaven
– uitzending van werkers
– aanstelling oudsten en dienaren

.

.

.

.

Oude Testament


– In Numeri 8:10 moest het volk Israël de handen opleggen bij de Levieten om hen af te zonderen voor een speciale taak.
– De priesters moesten hun handen op de kop van het offerdier leggen, zodat hun zonden overgedragen werden op het dier (Lv.1:4; 15:21; Nm.8:12).
– En door handenoplegging werd de zegen doorgegeven (Gen.48:14-15).
– Mozes legde Jozua de handen op (Num.27:18-20) en daarom luisterde het volk nu naar hem
(Dt.34:9) want hij was vol van de Geest en hij was door de handoplegging aangesteld als leider.

 

.

 

.

Matth. 26:36-46, speciaal :39.

 

“Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbij ­gaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt”

 

 

 

Beseffen dat wat je overkomt gebeurt onder leiding van God

 

Er is geen toeval in je leven. Je wordt niet getroffen door het blinde noodlot. Je bent geen speelbal van bedreigende en onbe­heersbare krachten. God staat er boven. Hij bepaalt wat er in je leven gebeurt. Je haren zijn geteld. Er valt geen musje zonder dat de Vader erbij is betrokken (Matth. 10:29,30). God wordt nooit verrast. Het loopt bij Hem nooit uit de hand.

Hij laat alles medewerken ten goede (Rom. 8:28). Het moet mede­werken om het doel van God in je leven te bereiken (gelijkvor­migheid aan zijn Zoon, 8:29). Er staat alles. Alles wat je overkomt. Alles wat God toelaat in je leven. Ook de tegenslagen. Ook de tegenslagen die God ondanks dringend gebed om verlossing niet (direkt) wegneemt. God zegt hier, zwart op wit in de bijbel, dat Hij alles doet medewerken ten goede. Dat houdt ook in dat Hij alles volledig onder kontrole heeft.

De Here Jezus erkende dat wat er op Hem afkwam onder leiding van God geschiedde. God staat zelfs boven het woeden van de boze mensen en machten. De Vader stelt de grens. Dat was zo bij Job en dat is ook zo bij ons.  “alleen”  (Job 1:12, 2:6).

 

 

God beslist of via een handoplegging iemand geneest. Het ritueel is ondergeschikt aan de wil van God. Zijn beslissing houdt altijd verband met de gevolgen in de eeuwigheid. Het is niet zo dat God niet van de persoon houdt wanneer hij niet geneest via een handoplegging. De genaden en barmhartigheid van God zijn zo groot dat het verstand van een mens dat niet kan begrijpen. Wanner men Jezus ontmoet, na het leven, wordt alles duidelijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De Messiaanse profetie

Standaard

categorie : religie

.

.

.

De Messiaanse Profetie

 

Messiaanse profetie is de verzameling van meer dan 100 voorspellingen in het Oude Testament over de toekomstige Messias van het Joodse volk. Deze voorspellingen werden door diverse schrijvers opgeschreven in een periode van ongeveer 1,000 jaar. Tegenwoordig is de Messiaanse profetie zeer treffend. Vanwege de ontdekking van de Dode Zee Rollen en de betrouwbaarheid van de Septuagint versie van het Oude Testament kun je er zeker van zijn dat deze voorspellingen echt werden gedaan.

 

 

 

 

 

daniel1

 

.

.

.

Vervulling door Jezus Christus

 

De Messiaanse profetie werd door de Messias, Jezus Christus, vervuld. Het Christendom, dat gebaseerd is op de vervulling van  een historische profetie, verspreidde zich snel tijdens het Romeinse Rijk van de 1e eeuw. Wat zei christus zelf : Hij zei tegen hen: “Toen ik nog bij jullie was, heb ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.”( Lucas 24:44 )

De verzen in het Oude Testament zijn de profetie; de verzen in het Nieuwe Testament verkondigen de vervulling.

  • Geboren uit een maagd (Jesaja 7:14; Matteüs 1:21-23)
  • Een afstammeling van Abraham (Genesis 12:1-3; 22:18; Matteüs 1:1; Galaten 3:16)
  • Van de stam van Juda (Genesis 49:10; Lucas 3:23, 33; Hebreeën 7:14)
  • Van het huis van David (2 Samuël 7:12-16; Matteüs 1:1)
  • Geboren in Betlehem (Micha 5:2, Matteüs 2:1; Lucas 2:4-7)
  • Naar Egypte meegenomen (Hosea 11:1; Matteüs 2:14-15)
  • Het doden van de baby’s door Herodus (Jeremia 31:15; Matteüs 2:16-18)
  • Gezalfd door de Heilige Geest (Jesaja 11:2; Matteüs 3:16-17)
  • Aangekondigd door de boodschapper van de Heer (Johannes de Doper) (Jesaja 40:3-5; Maleachi 3:1; Matteüs 3:1-3)
  • Zou wonderen verrichten (Jesaja 35:5-6; Matteüs 9:35)
  • Zou goed nieuws prediken (Jesaja 61:1; Lucas 4:14-21)
  • Zou in Galilea prediken (Jesaja 9:1; Matteüs 4:12-16)
  • Zou de Tempel zuiveren (Maleachi 3:1; Matteüs 21:12-13)
  • Zou Zichzelf 173880 dagen, na de verordening om Jeruzalem te herbouwen, als koning presenteren (Daniël 9:25; Matteüs 21:4-11)
  • Zou Jeruzalem als koning op een ezel binnengaan (Zacharia 9:9; Matteüs 21:4-9)
  •  Zou door de Joden worden afgewezen (Psalm 118:22; I Petrus 2:7)

 

Stierf een vernederende dood (Psalm 22; Jesaja 53) met hierbij:

  • afwijzing (Jesaja 53:3; Johannes 1:10-11; 7:5,48)
  • verraden door een vriend (Psalm 41:9; Lucas 22:3-4; Johannes 13:18)
  • verkocht voor 30 zilverstukken (Zacharia 11:12; Matteüs 26:14-15)
  • zweeg tegen Zijn aanklagers (Jesaja 53:7; Matteüs 27:12-14)
  • werd bespot (Psalm 22: 7-8; Matteüs 27:31)
  • geslagen (Jesaja 52:14; Matteüs 27:26)
  • bespuugd (Jesaja 50:6; Matteüs 27:30)
  • Zijn handen en voeten werden doorboord (Psalm 22:16; Matteüs 27:31)
  • werd met dieven gekruisigd (Jesaja 53:12; Matteüs 27:38)
  • bad voor Zijn vervolgers (Jesaja 53:12; Lucas 23:34)
  • Zijn zij werd doorboord (Zacharia 12:10; Johannes 19:34)
  • kreeg gal en azijn te drinken (Psalm 69:21, Matteüs 27:34, Lucas 23:36)
  • geen gebroken botten (Psalm 34:20; Johannes 19:32-36)
  • begraven in de graftombe van een rijk mens (Jesaja 53:9; Matteüs 27:57-60)
  • er werd om Zijn kleren geloot (Psalm 22:18; Johannes 19:23-24)
  • Zou uit de dood opstaan (Psalm 16:10; Marcus 16:6; Handelingen 2:31)
  • Steeg op naar de Hemel (Psalm 68:18; Handelingen 1:9)
  •  Zou aan de rechterhand van God zitten (Psalm 110:1; Hebreeën 1:3)

 

 

Messiaanse Profetie – Wat Zijn de Kansen op Vervulling Zonder God?

 

Messiaanse Profetie is zo krachtig vanwege de kleine statistische kans dat één enkele man elk van de voorspellingen zou kunnen vervullen. Als we slechts zeven van de meer specifieke profetieën in het Oude Testament zouden analyseren, die later in de Persoon van Jezus Christus werden vervuld, dan staan we versteld vanwege de statistische onmogelijkheid van een dergelijke historische realiteit. Ter illustratie hebben we enkele conservatieve kansen naast de vervulde profetieën gezet.

 

 

 

Messiaanse Profetie Kans zonder God
Jezus zou van David afstammen 104 (1 op 10,000)
Jezus zou in Betlehem geboren worden 105 (1 op 100,000)
Jezus zou wonderen verrichten 105 (1 op 100,000)
Jezus zou zichzelf op een ezel als Koning presenteren 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou door een vriend voor 30 zilverstukken worden verraden 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou gekruisigd worden 106 (1 op 1,000,000)
Jezus zou zichzelf 173,880 dagen na de verordening van Artaxerxes om Jeruzalem te herbouwen als koning presenteren 106 (1 op 1,000,000)
Totale Kans 1038 (1 op 100 miljard miljard miljard miljard)

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Het paradijs volgens de Islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Moslims geloven dat God Adam en Eva hun zonde vergaf. Zij geloven dus niet in de Erfzonde. Volgens de islam wordt elk kind geboren als een blanco blad, zonder zonde. Wanneer een mens gedurende zijn leven leeft volgens de leidraad van God kan hij naar het paradijs gaan. Wanneer zijn gedrag strijdig is met de boodschap aan de profeten en dus met de leidraad die God zelf gaf kan men naar de hel gaan, tenzij men berouw betoont en God hem vergeeft.

 

 

 

Allah wil je in het Paradijs zien

 

 

Het verwerven van het eeuwig leven in de paradijselijke tuinen is volgens de islam dus niet zozeer afhankelijk van de naam van het geloof waartoe men behoort, maar wel van hoe men zich gedraagt tegenover andere mensen, de dieren en het milieu.

Elk mens is volledig verantwoordelijk voor eigen gedrag, en zal daarop beoordeeld worden. Elk mens is ook vrij in zijn keuze van hoe hij zich tegenover God verhoudt. In die zin schrijft elk mens het scenario van de eigen oordeelsdag, wanneer men zich tegenover God zal moeten verantwoorden.

Het criterium waartegenover het gedrag zal beoordeeld worden, is het Woord van God, zoals het door de Profeten werd verkondigd. Volgens de islam kenmerkt een gelovige zich door naastenliefde, het delen van de eigen welvaart met de behoeftigen,  het bewandelen van de middenweg en schuwen van extremen,  het doen van goede werken,  verantwoordelijkheidszin, nederigheid, trouw aan een gegeven woord, oprechtheid, waarachtigheid, vergevingsgezindheid,  werklust, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, verzoeningsgezindheid, het vermijden van conflicten, hulpvaardigheid,  het afwijzen van hoogmoed, onrecht, racisme en afgunst, geduld en respect voor de anderen en voor hun geloofsovertuiging enz.

Dit zijn een paar van de houdingen en gedragingen waarmee men in het leven de weg effent naar het paradijselijke hiernamaals wat neerkomt op het uitdragen van een hoogstaand moreel gedrag. Deze idealen uit de Koran en de Sunnah zijn dezelfde als deze welke in de Bijbel vermeld worden. Een jood of een christen die volgens de Bijbel leeft kan dus volgens de islam naar het paradijs gaan, terwijl een moslim die zich misdraagt in de hel kan terechtkomen.

 

“Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)

Dat volgens de islam ook christenen of joden naar het paradijs kunnen gaan, hangt samen met het islamitisch geloof dat zij allemaal in dezelfde ene God geloven die in het Hebreeuws Jahweh genoemd wordt en in het Arabisch Allah (zoals hij in het Frans Dieu genoemd wordt en in het Nederlands God).

 

 

 

De Koran moedigt christenen aan om te leven volgens de Evangeliën, moedigt joden aan te

leven volgens de Thora

 

“En wij hebben de Thora neer gezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen.  Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden, dat zijn de ongelovigen.” (Koran 5:44)
“En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de Godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neer gezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen.” (Koran 5:46-47)

Ter vergelijking: het christendom gelooft dat alleen christenen naar de hemel zullen gaan. Het verwerven van het Eeuwig Leven vereist volgens het christendom dat men zich bekeert tot volgeling van Jezus. Dit komt omdat christenen geloven in de erfzonde (volgens het christendom heeft God Adam en Eva nooit hun zonde vergeven, zodat elk kind zondig – als drager van de erfzonde – geboren wordt).

Omdat christenen geloven dat de verlossingsdood van Jezus deze erfzonde en dus alle daarop gebaseerde zonden ongedaan gemaakt heeft voor zijn volgelingen, kunnen alleen christenen naar het paradijs en is missioneringswerk zo belangrijk om zielen te redden.

Moslims geloven echter dat elk kind zonder zonden geboren wordt en dat elk mens die vroom is en goede daden stelt  tot het paradijs toegelaten kan worden. Daarbij zijn moslims slechts overbrengers van de Boodschap. Het is moslims ten zeerste verboden om anderen te dwingen zich tot de islam te bekeren.

Overigens is daar theologisch  geen dwingende reden toe vermits volgens de islam ook niet-moslims naar de hemel kunnen gaan. In de islam gebeurt de beoordeling op Oordeelsdag, niet op basis van de kerkgemeenschap waartoe men behoort, maar op basis van de vroomheid, het gedrag en de intenties voor dat gedrag.

De islam benadrukt herhaaldelijk het belang van waarachtigheid, in die mate dat de diepste putten in de hel voorbehouden worden voor de ‘hypocrieten”. Volgens de koran zijn dat moslims die beweren dat zij gelovig zijn, maar wiens daden dit tegenspreken. Het zijn moslims die het ene zeggen en het andere doen.

 

“De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.” (Koran 4:145)

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4
.
.
.
.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

.

.

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

                                             

Islam en christendom, overeenkomsten en verschillen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 In de Koran komen we veel begrippen tegen die we uit de Bijbel kennen.

Toch hebben de

meeste begrippen in de islam uiteindelijk een andere betekenis.

 

.

 

 

religie-islam-2

 

 

 

 

Waarheid

 

Wie strijdt voor de waarheid over God wordt vandaag met veel argwaan bekeken. Begrijpelijk, want soms sleuren mensen met religieuze motieven hun medemensen de dood in. Toch houden we vol dat het mogelijk is een passie voor waarheid te hebben, zonder de vrede te bedreigen.

Jezus Christus heeft zelf de waarheid van God in zijn leven en met zijn woorden duidelijk gemaakt op een manier die niet ten koste ging van anderen, maar van Zichzelf, ten dienste van anderen! Zo’n passie, zo’n djihaad (het Arabische woord dat letterlijk ‘ijver’ betekent) is verantwoord.

In onze pluralistische samenleving wordt ons voortdurend voorgehouden dat godsdienst alleen maar een privé-overtuiging dient te zijn. Wij geloven echter dat God werkelijk gesproken en gehandeld heeft in onze geschiedenis en dat we onszelf en Hem te kort doen, wanneer we Hem niet als Derde in de dialoog met anderen betrekken.

 

 

 

Allah

 

Waar denken moslims anders over? Je zou in zekere zin kunnen zeggen: over alles. We komen heel veel begrippen tegen in de Koran die we uit de Bijbel kennen. Christenen herkennen in de ontmoeting met moslims vaak veel. Islam en christelijk geloof, Bijbel en Koran, zeggen in woorden op veel punten hetzelfde over God. Toch hebben de meeste begrippen in de islam uiteindelijk een andere betekenis.

Het verschil zit niet in het woord dat veel moslims voor God gebruiken: ‘Allah’. De Arabische Bijbel spreekt immers ook over Allah. Allah is eenvoudig het Arabische woord voor God. Het verschil zit in wat Bijbel en Koran over God zeggen. In de ontmoeting met moslims zullen we dus steeds moeten uitleggen wat we bedoelen. Een paar begrippen uitgelicht.

 

 

 

God en zijn schepping

 

De islam leert duidelijk dat God de Schepper is. In veel andere godsdiensten ligt dat anders. Daar kunnen God en de natuur in elkaar opgaan. Christenen en moslims geloven beide dat God geen onderdeel is van de kosmos. In het begin heeft God alles uit niets heeft gemaakt. Hij heeft de mens geschapen. Maar hoe? De islam noemt de mens abd (slaaf, dienaar) en khaliefa (rentmeester), herkenbare bijbelse begrippen.

De Bijbel noemt daar echter bij dat God de mens naar Zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen. De Bijbel spreekt over een intieme relatie met God die ons als zijn kinderen wil aannemen. De mens is dienaar en rentmeester, daar stemt de Bijbel mee in, maar dat is hij pas naar Gods bedoeling wanneer hij leeft in een intieme omgang als tussen een vader en zijn zoon.

In veel gelijkenissen van Jezus komt dit naar voren. De Koran spreekt niet zo over de verhouding van God en mens. Hoewel sommige moslims God wel Vader noemen, wijst de meerderheid dit als ongepast af. De islamitische theologie heeft altijd sterk de verhevenheid van God benadrukt. Mens-zijn betekent die verhevenheid erkennen door te buigen voor God.

Het woord ‘islam’ betekent dan ook onderwerping. Gods eer ligt volgens moslims daarin dat de mens Hem als Heer erkent. In het christelijke geloof ligt Gods eer vooral daarin, dat de mens Gods liefde (h)erkent en beantwoordt.

 

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

Gods openbaring

 

Christenen geloven dat God zichzelf heeft geopenbaard in Jezus: “Niemand heeft ooit God gezien; de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, die heeft Hem doen kennen” (Johannes 1:18, zie ook Johannes 17:6). Moslims zijn het daar niet mee eens. Zij spreken van de 99 ‘schone namen’ van God, die iets openbaren van de eigenschappen van God.

Al-Faruqi, een moslim, zei het zo: “Hij (God) openbaart zichzelf op geen enkele manier en aan niemand. God openbaart alleen zijn wi. Christenen spreken van Gods openbaring van zichzelf – door God van God – en dat is het grote verschil tussen christendom en islam.” Moslims stellen dan ook nadrukkelijk dat het onmogelijk is dat God in Jezus mens geworden is. Ook in de Koran openbaart God zich volgens moslims niet zelf.

Je leest daar vooral wat God wil dat mensen doen. Dat is een eeuwige, heilige boodschap die volgens de meeste moslims niet afhankelijk is van de menselijke geschiedenis. De volgorde van de profeten lijkt in de Koran dan ook niet belangrijk. In de Bijbel ontdekken we een heilsgeschiedenis. De Bijbel is het verslag van Gods omgang met mensen. De profeten zijn geen heiligen, maar zondige mensen zoals ieder ander.

Dwars door hun worstelingen heen wordt openbaar wie God is voor mensen in zijn toorn en in zijn ontferming. Dat spoor loopt uit op Jezus Christus, in wie God zelf tot ons gekomen is. In de islam is de Koran belangrijker dan de profeten. In het christelijke geloof is Jezus belangrijker dan de Bijbel.

 

 

 

 

God regeert

 

God regeert als koning met volledige macht. Maar hoe oefent Hij zijn koninklijke gezag uit? En hoe reageert Hij als mensen zijn heerschappij over hun leven verwerpen? Volgens christenen is de kern van Gods antwoord hierop de komst van Jezus, de Messias, die voor ons de weg van kruis en opstanding ging. Door overgave aan Jezus gaat men het koninkrijk van God binnen, we komen als verloren kinderen weer thuis bij onze Vader.

Moslims verbinden het koninkrijk van God met het ‘huis van de islam’. Je behoort daartoe als je de eenheid van God belijdt, Mohammed als profeet erkent en probeert te leven volgens de islamitische voorschriften. God is te verheven om voor ons te kunnen lijden.

Jezus heeft gebruik van geweld om het koninkrijk van God te vestigen radicaal afgewezen en precies het tegenovergestelde in de praktijk gebracht: de zonde op zich genomen van hen die Hem haatten. Hij vraagt van zijn volgelingen om die houding ook aan te nemen. In de Arabische Bijbel lezen we in 2 Timoteüs 4:7 over de djihaad van Paulus. Dat is een strijd waarin hij in navolging van Jezus, zichzelf prijsgaf om anderen te redden.

Mohammed heeft vanaf het moment dat hij in Medina kwam, het gebruik van geweld niet geschuwd wanneer het ging om de verdediging van zijn profeetschap of zijn positie als staatsman. Dit heeft zijn weerslag gehad in de islamitische traditie. Dit wil overigens niet zeggen dat er geen christenen zijn geweest die toch geweld gebruikten om ‘het christendom’ uit te breiden of moslims die geweld radicaal afwezen.

 

 

 

Gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Zonde(n)

 

Zonde is voor moslims een bekend begrip, maar de islam kent geen erfzonde. Ieder mens wordt rein geboren. Adam en Eva zijn uit het hemelse paradijs naar de aarde verbannen nadat ze gezondigd hadden door naar de satan te luisteren in plaats van naar God. Na berouw heeft God Adam als plaatsvervanger (kalief) van God op aarde aangesteld. Alle mensen na hen worden zonder zonden geboren, met een schone lei.

Alleen door zwakte, onkunde of misleiding door de satan overtreden ze Gods wetten. Bij zonde denken moslims aan de verkeerde daden die wij doen, de overtreding van Gods geboden. Je kunt ze tellen en er zijn hele lijsten van grotere en kleinere zonden. De Bijbel kent deze zonden (meervoud) ook, maar spreekt daarnaast vooral van de zonde (enkelvoud).

De zonde (enkelvoud) is de gebroken relatie met God, waaruit de zonden (meervoud) voortkomen. Ons hart, het centrum van ons leven, is gericht op onszelf in plaats van op God. Daardoor leven we gescheiden van God en is er geen toekomst voor ons leven. Je zou daarom kunnen zeggen dat de Bijbel de zonde ernstiger neemt dan de Koran. Jezus is gekomen voor de betaling en bevrijding van deze zonde en verzoening met God. Om ons een nieuw hart, een nieuw leven te geven dat gericht is op Hem.

 

 

 

 

Gods oordeel

 

Moslims en christenen geloven beiden in de oordeelsdag. Maar op welke basis oordeelt God? De Bijbel leert dat alle mensen schuldig staan voor God. Romeinen 3:23-24 zegt: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.” Bij het oordeel mogen we zien op Jezus, de Middelaar, die de schuld heeft weggenomen.

Moslims geloven dat ieder mens op de laatste dag persoonlijk beoordeeld zal worden op zijn werken. God weegt daarbij goed en kwaad. Niemand kan voor de ander optreden of bemiddelen. De oordeelsdag is volgens soera (= hoofdstuk van de Koran) 2:255 ‘…een dag waarop er geen han­del (onderhandelin­gen), geen vriendschap en geen voorspraak is’. De meeste moslims geloven dat God de zonden van moslims eenvoudigweg kan vergeven. Afhankelijk van je goede daden moet je nog wel een tijdlang voor je zonden boeten in het vuur.

 

 

 

 

Gods liefde en vergeving

 

HoeGod ons liefheeft, is duidelijk geworden door Jezus: “Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…”(Johannes 3:16). In de Koran wordt ook gesproken van Gods liefde. Zonder zelfopoffering echter en ook niet voor zondaren. Alleen voor hen die moslim zijn, dat wil zeggen: zij die zich inspannen om God te gehoorzamen en zijn profeet Mohammed erkennen.

In de islam vergeeft God alleen als mensen berouw hebben. Omdat de mens van nature het goede kan doen, heeft hij geen verlosser nodig. Als hij zondigt, moet hij terugkeren op het rechte pad en zijn best doen volgens de islam te leven. Dan kan God hem zijn zonde eenvoudigweg vergeven. Een moslim gelooft dat God de vrijheid heeft om te vergeven wie Hij wil, want Hij is de Koning (soera 48:14).

Goddelijke vergeving gaat in de Bijbel dieper en is niet een gebaar van ‘zand erover’. God wil zonde niet zomaar vergeven, dat is in strijd met de heiligheid van zijn liefde. Vergeving brengt lijden met zich mee en vraagt ook om genoegdoening van Gods eer en herstel van de liefdesgemeenschap. De offerdienst van het Oude Testament leerde de joden dat al.

Het Nieuwe Testament vertelt ons van het offer dat voor eens en voor altijd is gebracht door Jezus Christus, het Lam van God. Wie zijn genade aanvaardt, mag delen in zijn liefdesgemeenschap. Ons oude, op ons zelf gerichte bestaan moet met Jezus begraven worden, willen wij een nieuw leven van Hem kunnen ontvangen, dat gericht is op God. Inzicht in Gods wet is niet voldoende volgens de Bijbel.

De wet alleen prikkelt ons mensen zelfs tot overtreden (Romeinen 7). Zonde is slavernij aan de boze en de macht van het kwaad; een breuk in de relatie met God. Daarom is er verlossing van Gods kant nodig.

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

                                                          

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Wat zijn Apocriefen?

Standaard

categorie : religie

.

.

 

APOCRIEFEN

 

Zowel in het jodendom als in het vroege christendom zijn heel wat meer geschriften ontstaan dan in de Bijbel zijn opgenomen. Daarin werden slechts die boeken opgenomen die voor joden en christenen beslissend gezag hadden inzake geloof en moreel handelen, geschriften die echt als woord van God erkend werden en op grond daarvan in de joodse of christelijke gemeenschap gelezen werden in de liturgische diensten. Men ging daarbij niet lichtvaardig te werk; getuige daarvan de strenge selectie die werd doorgevoerd en de soms langdurige aarzelingen en betwistingen over sommige boeken (Ezechiël en Prediker bij de rabbijnen; Hebreeën en Apokalyps in sommige kerken).

De geschriften die in de Bijbel zijn opgenomen, noemt men canonische geschriften, omdat zij behoren tot de canon ( = lijst, regel, norm) van heilige boeken die voor de gelovige jood of christen gezaghebbend en normerend zijn inzake geloof en moreel handelen.

 

De boeken die verwantschap vertonen met de Bijbelse geschriften, ongeveer in dezelfde tijd ontstaan zijn, en hier en daar als heilige boeken beschouwd werden, noemt men aprocriefen (van een Grieks woord dat ‘verborgen’ betekent).

 

 

 

 

 

 

 

 

Vaak circuleerden deze geschriften in marginale groepen die in onmin leefden met de grote kerkgemeenschap, en er min of meer afwijkende meningen op na hielden die ze met behulp van hun geschriften probeerden te ondersteunen. Vooral in de twee eeuwen voor en na onze tijdrekening zijn er talrijke apocriefen ontstaan, zowel bij de joden als bij de christenen. Zo spreekt men van de apocriefen van het Oude Testament en de apocriefen van het Nieuwe Testament.

Wat de eerste groep betreft, werd reeds gewezen op het feit dat de protestantse christenen een aantal boeken die in de katholieke Bijbels staan, apocriefen noemen; de boeken die de katholieken apocriefen noemen, noemen zij pseudepigrafen.

Enkele bekende voorbeelden van de talrijke oudtestamentische apocriefen zijn het Henochboek, de Testamenten van de twaalf patriarchen en het Vierde boek Ezra. Bij de apocriefen van het Nieuwe Testament zijn vooral bekend: het evangelie van Thomas (een honderdtal losse gezegden van Jezus), het prota-evangelie van Jakobus (over de kinderjaren van Maria en Jezus), en de Handelingen van Paulus.

De apocriefen worden – ten onrechte – toegeschreven aan bekende Bijbelse figuren. De informatie die in die boeken gegeven wordt, is legendarisch en historisch onbetrouwbaar, maar de apocriefen bevatten interessante gegevens over de opvattingen en de mentaliteit van de joodse en christelijke groepen waarin ze ontstaan zijn.

Ondanks het feit dat veel gelovigen tegenwoordig weinig vertrouwen stellen in de apocriefen, zijn deze omstreden geschriften in het algemeen moreel van aard en geven zij inzicht in bepaalde aspecten van de geschiedenis, de gebruiken en de religieuze ontwikkeling van de Joden tijdens deze periode tussen het Oude en het Nieuwe Testament. De volgende veertien geschriften, die nu kort worden samengevat, vormen samen de zogenaamde apocriefen. Hoewel de meeste tussen 300 voor Christus en 100 na Christus zijn ontstaan, verwijzen diverse van deze boeken naar eerdere tijden en gaan zij uit van verschillende historische contexten.

 

 

 

De 14 apocriefen

 

1 ESDRAS, de Griekse naam voor Ezra, is een historisch verslag over de periode van het einde van de ballingschap tot de voltooiing van de tempel. Het is een compilatie die delen van Ezra, Nehemia en de Kronieken bijna dupliceert. Een toegevoegd verhaal probeert uit te leggen waarom Zerubabbel een leidende rol had in de wederopbouw van de tempel. Volgens het verhaal beargumenteerde Zerubabbel met succes in een debat met twee andere wachters van koning Darius dat vrouwen en waarheid sterker zijn dan koningen en wijn.

 

 

 

 

 

 

2 ESDRAS, van Latijnse oorsprong uit de eerste drie eeuwen na Christus, beoogt een reeks apocalyptische visioenen over de toekomst van de wereld te verslaan. In dat opzicht is het vergelijkbaar met de apocalyptische visioenen van de toonaangevende profeten, vooral die van Daniël. Een groot gedeelte van het boek bespreekt een aantal van de moeilijke kwesties die in het boek Job worden behandeld: hoe kan God toestaan dat Zijn mensen lijden? Waarom zou God ervoor kiezen om volken die slechter zijn dan Israël te gebruiken om Israël te straffen? Waarom een rechtschapen leven leiden als de boosaardigen er beter vanaf lijken te komen? Hoe lang zal het duren voordat de rechtschapen mensen eindelijk hun beloning zullen ontvangen? Hoe zullen de goddelozen worden gestraft? En ook al worden er net als in het boek Job enkele antwoorden gegeven, toch is de primaire respons dat er nu eenmaal veel is dat de mens nog niet kan bevatten.

 

 

 

 

 

 

HET BOEK TOBIT is een fictief religieus verhaal over een vrome Jood, Tobit genaamd, en zijn zoon Tobias. Het verhaal concentreert zich vooral op de reis van Tobias van Ninevé naar de stad Ecbatana om geld op te halen dat zijn vader daar in bewaring had gegeven. Op zijn reis ontmoet Tobias een verre verwante, Sarah genaamd, met wie hij trouwt. Sarah had al zeven echtgenoten overleefd; zij stierven steeds tijdens de huwelijksnacht. Een centrale figuur in het verhaal introduceert elementen van Perzisch mysticisme en demonisme. Deze hoofdrolspeler beweert de aartsengel Rafaël te zijn, die zich vermomd heeft als Tobias’ gids. De morele boodschap in het verhaal is het aanmoedigen van onzelfzuchtigheid en liefdadigheid, vooral zoals deze te zien zijn in het leven van Tobit en de principes die hij zijn zoon heeft meegegeven.

 

 

 

 

 

 

HET BOEK JUDITH is een ander religieus fictief werk, over een mooie Joodse vrouw, Judith genaamd, die haar stad en zelfs het hele volk van Israël redt door een Assyrische generaal om de tuin te leiden en zijn hoofd af te hakken. De generaal Holofernes wordt verondersteld een legeraanvoerder te zijn van Nebukadnezar, de koning over de Assyriërs in Ninevé. Die historische fout bevestigt de fictieve aard van het verhaal en richt de aandacht van de lezer nadrukkelijker op het duidelijke doel van het boek: het bevorderen van een strikte navolging van de Joodse wetten, vooral de ceremoniële wetten en de voedingswetten. Het verhaal kan zijn voortgebracht door de Joodse Farizeeërs, die in latere verhalen nog uitgebreider zullen worden besproken.

 

 

 

 

 

 

TOEVOEGINGEN OP HET BOEK ESTHER zijn aanvullingen op het canonieke verslag over Esther. Deze supplementen vinden we verspreid over de Griekse vertalingen van het boek. Omdat er in het boek Esther geen rechtstreekse verwijzingen bestaan naar God of de Joodse godsdienst, is het mogelijk dat de vertalers besloten om de diverse aanvullingen op het boek toe te voegen om zo de religieuze invloed ervan te vergroten. Onder de aanvullingen vinden we, zo wordt beweerd, de inhoud van het decreet van koning Artaxerxes om de Joden af te slachten, een vermeend verslag over Esthers gebed tot God voordat zij de koning ongenodigd zou benaderen, de veronderstelde inhoud van de brief die de Joden toestond om zichzelf te verdedigen en tenslotte een epiloog waarin Mordechai laat zien hoe zijn droom in alle voorgaande gebeurtenissen bewaarheid werd.

 

 

 

 

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN SALOMO, of Boek der Wijsheid, is een gedicht dat stilistisch vergelijkbaar is met het boek Prediker en is karakteristiek voor de literatuur in de wijsheidsbeweging van Salomo. Daarom wordt het boek soms met Salomo’s naam aangeduid, ook al is het kennelijk pas rond 50-40 voor Christus geschreven. Het gedicht spreekt op prachtige wijze over Gods alwetendheid, de aard van de dood, de geborgenheid van de rechtschapenen, de superioriteit van deugdzaamheid en de vernietiging van de goddelozen. En op een manier die doet denken aan de profeten, voert de schrijver een scherpe aanval uit op afgoderij en heidense perversies. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van Gods omgang met Israël en Zijn altijddurende zorg voor Zijn volk, zelfs wanneer zij ontrouw zijn.

 

 

 

 

 

 

DE WIJSHEID VAN JEZUS SIRACH is het langste boek van de apocriefen en is vergelijkbaar met het boek Spreuken wat betreft inhoud en stijl. Het werd oorspronkelijk rond 180 voor Christus in Jeruzalem in het Hebreeuws geschreven en zo’n vijftig jaar later in de stad Alexandrië in het Grieks vertaald. Het laatste gedeelte van het boek bevat een overzicht van alle grote mannen in de Joodse geschiedenis, eindigend met Simon de hogepriester, die in 199 voor Christus overlijdt. Een proloog geeft aan dat de schrijver een man met de naam Jezus of Jozua is (wiens vaders naam Sirach is) en dat zijn gedachten voortkomen uit een jarenlange bestudering van de wet, de profeten en andere oudtestamentische wijsheidsliteratuur. Het is niet verbazingwekkend dat dit boek, dat ook wel Ecclesiasticus wordt genoemd, begint met de woorden: “Alle wijsheid komt van de Heer en is bij hem tot in eeuwigheid.”

Net als het boek Spreuken vindt Ecclesiasticus wijsheid in de vrees voor de Heer, maar ook in zelfbeheersing, vooral spraakbeheersing. Liefdadigheid en nederigheid worden aangemoedigd en het boek bevat waarschuwingen tegen ongepaste begeerten en overmatig wijngebruik. De kortheid van het leven en de bestraffing van de goddelozen worden als motivaties voor een correcte leefstijl gezien. Slechte vrouwen en klagende vrouwen worden net als overspelige mannen heel scherp als boosaardig bestempeld.

In tegenstelling tot andere wijsheidsliteratuur in de canonieke Schrift bevat Ecclesiasticus ook werelds advies voor gepaste etiquette aan de eettafel en primaire gezondheidsgewoontes. Verschillende beroepen worden geprezen, van artsen tot gewone handelslieden, waarvan wordt gezegd: “…wat voor altijd geschapen is, krijgt door hen zijn plaats…” en “…ze hebben alleen de behoefte hun ambacht uit te oefenen”. Alles in aanmerking genomen behandelt Ecclesiasticus een breed scala aan wijze gezegden die een weerspiegeling zijn van de wijsheidsliteratuur die al eerder gepresenteerd werd.

 

 

 

 

 

 

HET BOEK BARUCH wordt verondersteld geschreven te zijn door de kopieerder van Jeremia. Het werd volgens het boek zelf meegezonden met een ingezameld geldbedrag om de aanbidding in de tempel in 582 te steunen. Maar aangezien de tempel in die tijd een ruïne was, bestaan er twijfels over de geschiedkundige nauwkeurigheid van het geschrift. Het lijkt erop dat het document ergens aan het einde van de eerste eeuw tot ontstaan kwam, toen Jeruzalem en de herbouwde tempel opnieuw werden bedreigd. In dit boek vinden we een bekentenis van nationale zonden, een smeekbede voor genade, een vraag om wijsheid en bemoedigende woorden voor een onderdrukt volk. Deze worden gevolgd door de “Brief van Jeremia”, waarvan beweerd wordt dat hij door de grote wenende profeet zelf geschreven is aan de gevangenen in Babylon en waarin hij waarschuwt tegen betrokkenheid bij afgoderij. Deze brief is een van de krachtigste en meest wijze aanvallen tegen afgoderij die ooit zijn geschreven.

 

 

 

 

 

 

HET VERHAAL VAN SUSANNA is een kort verhaal over een deugdzame vrouw die Susanna genoemd wordt en valselijk van ontrouw wordt beschuldigd door twee boosaardige Joodse volksoudsten, wanneer zij hun seksuele avances afwijst. Wanneer zij wordt weggevoerd om geëxecuteerd te worden, na een rechtszaak waarin haar aanklagers een vals getuigenis afleggen, dringt Daniël (verondersteld wordt dat het Daniël uit het Oude Testament is) erop aan dat de twee oudsten afzonderlijk worden ondervraagd. Deze zet leidt tot getuigenissen die met elkaar in strijd zijn en waarmee Susanna’s onschuld bewezen wordt.

Het verhaal is misschien niets meer dan een hypothetisch geval dat geschreven is om aan te zetten tot hervormingen in de manier waarop bewijslast wordt vergaard in rechtszaken over misdaden waarop de doodstraf staat. Hoewel de wet vereist dat er twee getuigen nodig zijn om iemand schuldig te kunnen verklaren, is het toch mogelijk dat deze twee getuigen samenzweren waardoor een onschuldig mens ter dood zou kunnen worden veroordeeld. Deze nieuwe procedure zou dan kunnen helpen om een dergelijke samenzwering te ontmaskeren en juist de doodstraf op te leggen aan de samenzweerders.

 

 

 

 

 

 

HET LIED VAN DE DRIE JONGE MANNEN is een geschrift uit de periode 170-150 voor Christus, bedoeld om geïntegreerd te worden met het boek Daniël (na vers 3:23). Het boek beweert een verslag te zijn over het wonder waarmee Sadrach, Mesach en Abednego gered werden toen zij in de brandende oven werden geworpen, samen met een gebed van Azarja (Abednego), dat feitelijk een bekentenis van Israëls zonden en een smeekbede voor de redding van het volk is. Het bevat verder een loflied op de God die de drie mannen uit het dodelijke vuur heeft gered.

 

 

 

 

 

 

 

BEL EN DE DRAAK is het derde verhaal dat aan het boek Daniël is toegevoegd en is een aanval op afgoderij, vooral de verering van slangen, of “draken”, zoals zo vaak gebeurde rond 100 voor Christus toen dit boek geschreven werd. Het verhaal plaatst Daniël in een dispuut met koning Kores over de vraag of de Babylonische god Bel het voedsel dat aan hem wordt geofferd al dan niet opeet. Door middel van eenvoudige vindingrijkheid weet Daniël aan te tonen dat het voedsel door de priesters van Bel wordt opgegeten. Daniël veroorzaakt vervolgens de dood van een aanbeden slang, waardoor de Babylonische aanbidders zó boos worden dat zij Daniël in een leeuwenkuil gooien. In dit fictieve verhaal over de leeuwenkuil wordt Daniël eten gebracht door de profeet Habakuk, waarvan beweerd wordt dat hij voor deze gelegenheid op wonderbaarlijke wijze van Judea naar Babylon werd overgebracht.

 

 

 

 

 

 

 

HET GEBED VAN MANASSE is een kort, maar uitstekend voorbeeld van een vroom en berouwvol gebed, misschien van Farizese oorsprong.

 

 

 

 

 

1 MAKKABEEEN verhaalt de geschiedenis van het Joodse volk in Judea in de periode 175-132 voor Christus. Het bevat er een groot aantal details over die in latere geschriften slechts summier zullen worden aangestipt. De strijd tussen de belangrijkste koningen van deze periode – de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte – wordt afgeschilderd. De Joden bevinden zich midden tussen de strijdende grootmachten. Er wordt verwezen naar een latere Romeinse macht, maar in deze periode bestaat er nog geen directe Romeinse heerschappij waar Judea door beïnvloed zou zijn. Het begin van dit historische verslag gaat voornamelijk over de Seleucidische koning Antiochus Epiphanes, die een grote vervolging begint van de Joden en hun godsdienst. Er zijn Joden die liever sterven dan toezien dat de wet onderdrukt wordt en zij reageren op een militante wijze. Meerdere decennia lang worden deze Joden in de ene na de andere strijd aangevoerd door een man met de naam Mattatias en drie van zijn zonen.

De eerste zoon die deze taak van zijn vader overneemt is Judas, die Makkabeüs wordt genoemd. Het historische verslag is naar deze man vernoemd. Judas Makkabeüs wordt opgevolgd door zijn twee broers Jonatan en Simon, en later door Simons zoon Hyrkanus. De militaire strijd van de Joden tegen de Syriërs, Grieken, Egyptenaren, Edomieten en een aantal plaatselijke vijanden, doet denken aan de oorlogen van koning David. Maar de bijna onophoudelijke gevechten geven Judea en de Joden uiteindelijk een korte periode van vrede, te midden van door conflicten gekenmerkte eeuwen. Jonatan en Simon worden aangesteld als hogepriesters en gouverneurs, wat duidt op een evolutie in de traditionele rollen van het Joodse leiderschap. Het eerste boek der Makkabeeën is de belangrijkste en meest betrouwbare bron van de geschiedenis van de Joden in deze periode.

 

 

 

 

 

 

 

2 MAKKABEEEN wordt verondersteld de periode te beschrijven van 175-160 voor Christus, maar het is minder historisch dan vaderlandslievend. Het boek beweert een leesbare samenvatting te zijn van een veel gedetailleerder werk in vijf delen, geschreven door Jason van Cyrene. Het meest in het oog springend zijn de gedetailleerde verslagen over gewelddadige wreedheden die Antiochus Epiphanes tegen de Joden zou hebben begaan.

Met behulp van deze geschriften en de historische verslagen van andere volken in de volgende vier eeuwen is het mogelijk om in grote lijnen vast te stellen hoe het Joodse volk zich verder ontwikkelt, als natie en als een uiteengeslagen volk.