Advertenties

Tagarchief: zegen

Bijbelse getallen en hun betekenis in de Schrift

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

bible and numbers

 

.

 

 

1

.

Het getal 1 wijst ons op de volmaaktheid en éénheid van God:

.

een enig Here, Deut. 6:4; 1 Kor. 8:6.

Wij hebben één God, Gal. 3:20.

1 Tim. 2:5 zegt: Er is één God en één Middelaar.

Ef. 4:4-6 zegt: één Heer, één geloof, één doop, en één God en Vader.

Matt. 23:8, één Meester.

Hebr. 10:14, één offer.

Kol. 1:18 en Openb. 1:5: de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de Eerste zou zijn.

1 Kor. 15:23, Christus als Eersteling.

.

 

2

.

Het getal 2 spreekt van gemeenschap en getuigenis:

.

Gen. 1:27; 2:24; Ps. 85:11-12; Pred. 4:9-12; Matt. 18:16, 20; Marc. 6:7; Joh. 8:17.

Verder 2 cherubim, 2 zuilen, 2 Kron. 3:15.

het reukofferaltaar 2 ellen hoog; 2 grote lichten, Gen. 1:16 enz.

 

 

 

3

.

God = Vader , Zoon , Heilige Geest. Drie-eenheid!

.

Noach had drie zonen: Sem, Cham en Jafet.

Er zijn drie aartsvaders: Abraham, Izak en Jakob.

En er zijn drie grote feesten: Paasfeest, Pinksterfeest en Loofhuttenfeest.

Het getal 3 is dat van de goddelijke Drie-eenheid: Matt. 28:16; 1 Kor. 12:4-6; 1 Petr. 1:2; 1 Joh. 5:6-10; Hebr. 13:8; Openb. 1:8.

Driemaal heilig, Jes. 6:3; Rom. 11:36.

Drievoudige zegen, Neh. 6:24-26; 2 Kor. 13:13; Openb. 1:5.

De tabernakel was 3-delig, Ex. 26-27.

1 Kon. 6. Drie verzoekingen, Matt. 4.

Drie gebeden, Marc. 14; Matt. 26:44.

Drie gelijkenissen, Luc. 15.

Drie gaven in Ef. 4: evangelisten, herders en leraars.

Het derde deel: Openb. 8:9; 12:4.

Het derde uur: begin van de kruisiging, Marc. 15:25;

het uur van het gebed, Hand. 2:15.

 

 

.

4

.

Het getal van de aarde: vier einden of de vier hoeken. Je zou ook kunnen zeggen de vier windstreken: oost, west, noord en zuid.

.

Het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld: de vier einden der aarde en de vier hoeken des hemels, Jes. 11:12; Jer. 49:36; Openb. 20:8.

Vier windstreken, Matt. 24:31; Ezech. 37:9; Zach. 6:5.

Vier hemelrichtingen, Ps. 107:3.

Vier evangeliën.

Vier levende wezens, Openb. 4.

Vier wereldrijken, Dan. 7; Zach. 1:18.

Oordeel over het vierde deel van de aarde, Openb. 6:8.

 

.

 

Openbaring 6 : het breken van de eerste zegels

Openbaring 6 : het breken van de eerste zegels

pasteltekening van John Astria

 

.

 

5

.

Het getal 5 ziet op de behoeften en de verantwoordelijkheid van de mens: 5 vingers en 5 tenen.

.

Het brandofferaltaar was 5 maal 5 ellen groot, Ex. 27:1.

Het gordijn voor de ingang van de tabernakel hing aan 5 pilaren op 5 koperen voetstukken, Ex. 26:37.

Er waren 5 wijze en 5 dwaze maagden, Matt. 25:2.

Vijf broden, Marc. 6:38.

Vijf woorden, 1 Kor. 14:19 enz.

 

 

.

6

.

Het getal 6 is het getal van de mens in zijn onvolmaaktheid, moeite en arbeid.

.

zes dagen het land bewerken; zes watervaten, Joh. 2:6.

 

 

.

7

.

Het getal zeven duidt een afgesloten periode aan met een nieuw begin als gevolg.

.

De scheppingsweek van zeven dagen.

Om een afgesloten periode aan te duiden lezen we ook van: 7 weken, 7 maanden, 7 jaren.

Het 7e jaar is het sabbatsjaar.

Besprenkeling van 7x bij zoenoffers en reiniging.

Zeven armen aan de kandelaar.

De 7 geesten voor Gods troon.

Brieven aan 7 gemeenten in het boek Openbaringen en ook 7 lampen voor de troon van God.

Het getal 7 spreekt van de volmaaktheid in Gods wegen en handelen:

7 dagen in de week, Ex. 12:15; Lev. 23:8.

Zeven weken, Lev. 23:15.

Zeven maanden, Ezech. 39:12.

Zeven jaar, Ezech. 39:9; Dan. 4:32.

Na 7 maal 7 jaar een jubeljaar, Lev. 25:8-13.

Zeven zendbrieven, Openb. 2-3.

Kandelaar met 7 armen, Ex. 25:37.

Zeven gouden kandelaars, Openb. 1:20.

Zeven Geesten, Openb. 1:4, 5:6; Jes. 11:2.

In het boek Openbaring ook 7 engelen, 7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen, 7 plagen.

Verder 7 diakenen in Hand. 6:3; 7 gelijkenissen in Matt. 13; 7 hoogtijden des Heren in Lev. 23, enz.

 

.

 

Openbaring 1 : de zeven kandelaren

Openbaring 1 : de zeven kandelaren

pasteltekening van John Astria

 

 

 

.

Voorbeelden waar het getal 7 een rol speelt in de Bijbel

.

Genesis
God schiep de wereld in 6 dagen, waarbij de zevende dag (de sjabbat) een heilige dag is. Gen. 2:2.

Van de reine dieren gingen er 7 paartjes in de ark van Noach. Gen 7:2

Zeven dagen later begon de zondvloed. Gen 7:4-10

Er waren in de droom van Farao twee keer zeven koeien en twee keer zeven korenaren. Die betekenden twee keer 7 jaren. Gen 41

 

.

Exodus
Het water van de Nijl veranderde 7 dagen in bloed. Ex. 7:25

De Israëlieten aten 7 dagen ongezuurd brood. Ex. 12-13, 34:18, Ezechiël 45:21-23

De menora heeft 7 lampen. Ex. 25:37, 37:23, Zacharia 4:2-10

 

.

Mattheüs

De boze geest haalt er 7 demonen bij. Mat. 12:45, Lukas 11:26

We moeten een zondaar 70 keer 7 maal vergeven. Mat. 18:22

Er waren 7 broden bij de wonderbare spijziging en er werden 7 manden met brokken opgehaald. Mat. 15:34-37, Markus 8:5-8

 

.

Markus
Maria Magdalena had 7 demonen. Markus 15:9, Lukas 8:2

 

.

Lukas
Hanna was 7 jaar getrouwd geweest. Lukas 2:36

 

.

Handelingen
De apostelen kozen 7 diakenen. Hand 6:3-6, Hand. 20:8

God onderwierp in Kanaän 7 volken. Hand. 13:19

 

.

Openbaring
Er zijn 7 gemeenten in Asia. Op. 1-3

Er staan 7 geesten voor Gods troon. Op. 1:4, Op 4:5, Op. 5:6

De boekrol had 7 zegels. Op. 5

Er waren 7 bazuinen. Op. 8-9

Er waren 7 donderslagen. Op 10:3-4

De draak had 7 koppen. Op. 12:3, Op. 17:3-7

Er waren 7 engelen met 7 fiolen. Op. 15-17, 21

 

.

 

Openbaring 7 : de zeven bazuinen

Openbaring 7 : de zeven bazuinen

 

pasteltekening van John Astria

 

.

 

8

.

Het getal 8 stelt het begin van een nieuw tijdperk voor.

.

Ex. 22:30; Lev. 22:27; Neh. 8:18; Joh. 7:37.

Het is de opstandingsdag, Matt. 28:1; Joh. 20:1.

de Pinksterdag, Lev. 23:16, Hand. 2. Noach, 1 Petr. 3:20.

 

 

 

.

9

.

Het getal 9 is een drievoudige drie-eenheid:

.

de negenvoudige vrucht van de Geest, Gal. 5:22;

het uur van het gebed en van het avondoffer, Dan. 9:21;

het sterfuur van de Heer, Marc. 15:34;

9 zaligsprekingen, Matt. 5:3-12.

 

 

.

 

10

.

Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God:

.

de tien woorden van de wet, Ex. 20 en 34;

Deut. 4:13; het geven van de tienden, Gen. 14:20: 28:22; 1 Sam. 8:15;

tien dagen op de proef, Dan. 1:12;

tien slaven en tien ponden, Luc. 19:13;

tien horens, Openb. 17:3 enz.
Waar zich 10 Israëlieten bevinden kan een synagoge gevormd worden. We kennen allemaal de Tien Geboden. Zie ook de 10 maagden op weg naar een bruiloft.

 

 

.

 

Openbaring 10 : de 10 horens van het beest

Openbaring 17 : de 10 horens van het beest

 

.

 

 

12

.

Het getal 12 geeft aan volmaaktheid in het goddelijk bestuur.

.

Er stonden 12 toonbroden in het heiligdom. Het nieuwe Jeruzalem heeft 12 poorten. Er waren 12 discipelen.
12 uren, Joh. 11:9;

12 maanden, 1 Kon. 4:7;

12 stammen, Ex. 24:4 en Ezech. 48:31 en Openb. 21:12;

12 edelstenen, Ex. 28:10 en  Openb. 21:19-20;

12 toonbroden, Lev. 24:5:

12 fonteinen, Ex. 15:27;

12 discipelen, Luc. 6:13; Openb. 21:14;

12 manden, Marc. 6:43;

12 legioenen, Matt. 26:53;

12 poorten, Openb. 21:12.

.

 

 

Openbaring 21 : de 12 poorten

Openbaring 21 : de 12 poorten

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Er waren 2 x 12 = 24 priesterklassen. In het boek Openbaringen 2 x 12 = 24 oudsten voor Gods troon. Komt veel voor als tijds-aanduiding

 

.

 

40

.

Het getal 40 is de tijd van opvoeding, beproeving en regering

.

Het volk was 40 jaar in de woestijn. Mozes was 40 dagen op de berg Horeb. De profeet Elia 40 dagen/nachten in afzondering. Jezus was eveneens 40 dagen in de woestijn.

de woestijnreis duurde 40 jaar;

Elia’s 40 dagen en veertig nachten, 1 Kon. 19:8;

de verzoeking in de woestijn was 40 dagen, Matt. 4;

er waren 40 dagen tussen Christus’ opstanding en hemelvaart.

De beproeving in het leven van :

Mozes, Hand. 7:13; Deut. 2:7;

Jozua, Joz. 14:7;

David, 2 Sam. 5:4;

Salomo, 1 Kon. 11:42;

Zie verder Gen. 7:4; 8:6; 25:20; 26:34; Ex. 2:16; 24:18; Num. 14:34; 33:38; 1 Sam. 4:18; 1 Kon. 6:17; Ezech. 4:6; Jona 3:4.

 

 

.

48

.

Er waren 4 x 12 = 48 steden voor de Levieten.

 

 

 

.

50

.

Na 7 x 7 jaren werd het 50e jaar als Jubeljaar gevierd.

.

Het jubeljaar was een echt Israëlische instelling. Het werd gevierd in elk 50e jaar, gerekend van herfst tot herfst en greep diep in in het sociale leven. Het kende vooral twee bepalingen. De eerste was dat een Israëliet (en diens wettige erfgenamen) het erfgoed van zijn familie weer terugkreeg, indien hij gedwongen was geweest het te verkopen of het op een andere wijze verloren had. De tweede bepaling regelde dat iemand, als hij zichzelf en zijn gezin als slaaf had moeten verkopen, in het Jubeljaar de vrijheid terugkreeg.

 

 

.

 

70

.

Het getal 70 is dat van de verantwoordelijkheid gedurende het hele leven:

.

Ps. 90:10; Jes. 23:15; Jer. 25:11; 29:10; Zach. 1:12; 7:5; Dan. 9:24; Ezra 6:15; Ex. 1:5; Richt. 8:30; 2 Kon. 10:1; Ex. 24:1; Num. 11:16; Ezech. 8:11; Luc. 10:1.

 

 

.

 

153

.

Het getal 153 spreekt van oordeel en genade.

.

Het aantal grote vissen dat door de discipelen gevangen werd na de opstanding van Jezus in de zee van Tiberias.
Zoals het kruis een schaduw- en een lichtzijde heeft, en het evangelie een reuk van het leven ten leven en een reuk uit de dood ten dode is. Zie 2 Kon. 1; Joh. 21:11.

 

 

 

 

666

.

Dit is het getal van 3 keer de onperfekte mens, symbool van de duivel (de antichrist en de valse profeet)

.

Het beest in Openbaring 13:18 -Hier is de wijsheid: wie verstand heeft, berekene het getal van het beest, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zesenzestig.

 

 

 

 

Uitgebreide studie over -Getallen – in de Bijbel

.

A)  De grootste getallen in de Bijbel vinden wij in Dan. 7:10 en Opb. 5:11; 9:16.

B) Bijna alle volken ontwikkelden het tientallig stelsel door het gebruik van de tien vingers. Het tientallig stelsel was van oudsher bij de Hebreeën in gebruik, wat blijkt uit het feit dat er voor 1, 10, 100, 1000 en 10.000 afzonderlijke woorden waren. De andere getallen werden aangegeven door meervoudsvormen of door optelling en vermenigvuldiging.

Ook de Israëlieten vonden natuurlijk de optelling, deling en vermenigvuldiging met 5 en 10 het gemakkelijkst.

De rekenkunde van de oude Israëlieten ging niet verder dan het dagelijks leven: het meten van akkers, het bouwen van huizen, de vervaardiging van maten en gewichten. Zij hadden voorliefde voor symmetrische verhoudingen tussen getallen, vooral in geslachtsregisters .

Net als wij gebruikte men voor het gemak graag een rond getal zoals 10, 100, 1000 of 10.000, maar ook 40 en 70. Een onbepaald begrip werd als enige door 1 en 2 (Ex. 21:21; Deut. 32:30; Job 33:29; Am. 4:9) maar ook wel door 2 en 3 uitgedrukt (Job 33:29; Am. 4:8), of door 4 en 5 (Jes. 17:6). Voor een onbepaalde veelheid gebruikte men 3 en 4 (Ex. 20:5; Am. 1:3,6), 6 en 7 (Job 5:19), 7 en 8 (Micha 5; Pred. 11:2).

.

 

de 10 geboden

de 10 geboden

 

pasteltekening van John Astria

 

.

C) Om getallen weer te geven gebruikte men de letters van het alfabet; de eerste negen letters van het alfabet duidden de eenheden, de volgend letters de tientallen en de vier eerste honderdtallen aan. De overige honderdtallen ontstonden door samenstelling van 400 met andere honderdtallen en verder door de vijf eindletters. De duizendtallen werden aangeduid met de letters die de eenheden uitdrukten, met twee punten daarboven. Bij samengestelde getallen staat het grotere getal vóór (rechts van) het kleinere.

D) De symbolische betekenis van getallen was bij allerlei volken bekend. Maar de Bijbelse getallensymboliek staat helemaal op zichzelf, bepaald door Israëls godsdienst en door Israëls geschiedenis.

.

 

 

Het getal 7

 

In de eredienst had het getal zeven een religieuze betekenis. Op de vraag waarom de 7e dag de heilige dag is, zou de Israëliet antwoorden dat God in 6 dagen de wereld geschapen heeft en op de 7e dag rustte. Volgens kritische uitleggers is het juist omgekeerd: de instelling van de week en van de zevende dag is op het scheppingsverhaal overgedragen.

.

.

We komen nu bij de afleidingen van zeven:

.

  • de eenvoudige verdubbeling is 14 (Gen. 46:22; Lev. 12:5; 13:4,6,31,33,50,54; Num. 29:13v; 1 Kon. 8:65; Matt.1:17).
  • Vaker vinden wij het getal 70 als aanduiding van een afgesloten periode van langere duur: het gericht van God was op 70 jaar bepaald (Jes. 23:15; Jer. 25:11v; 29:10; Zach. 1:12; 7:5).
  • De leeftijd van de mens is zeventig jaar (Ps. 90:10).
  • Daniël spreekt over 70 weken (Dan. 9:2, 24vv).
  • Voorbeelden van het gebruik van 70 als aanduiding van een bepaalde veelheid zijn de 70 palmen te Elim (Ex. 15:27; Num. 33:9), de 70 verminkte koningen (Richt. 1:7), de 70 zoons van Gideon (Richt. 8:30; 9:18) en van Achab (2 Kon. 10:1), en de 70 zoons en kleinzoons van Abdon (Richt. 12:14).

 

.

E) Ter aanduiding van een grote menigte gebruikte men als rond getal 1000 (Ex. 20:6; 34:7) en 10.000 (Deut. 32:30; Ps. 91:7; Matt. 18:24; 1 Kor. 4:15; 14:19); een heel lange periode werd spreekwoordelijk 1000 jaar genoemd (Ps. 90:4; 2 Petr. 3:8; Opb. 20:2vv).

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria

Advertenties

Gods beloften in de Bijbel : deel 14 en 15

Standaard

categorie : religie

.

.

.

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

14 Gods beloften voor zegeningen en voorspoed 

 

Gen.39:3 Toen zijn heer zag, dat de Here met hem was, en dat de Here alles wat hij ondernam onder zijn hand deed gelukken.

 

Joz.1:7 Alleen, wees zeer sterk en moedig en handel nauwgezet overeenkomstig de gehele wet die mijn knecht Mozes u geboden heeft; wijk daarvan niet af naar rechts noch naar links, opdat gij voorspoedig zijt, overal waar gij gaat. 8 Dit wetboek mag niet wijken uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij op uw wegen uw doel bereiken en zult gij voorspoedig zijn.

 

 

1 Kron.22:13 Dan zult gij voorspoed hebben, indien gij stipt onderhoudt de inzettingen en de verordeningen, die de Here Mozes geboden heeft Israël op te leggen. Wees sterk en moedig; vrees niet en wees niet verschrikt.

 

 

Psalm 1:3 hij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt; – al wat hij onderneemt, gelukt. 12 Wie is de man die de Here vreest? .…13 Hij zelf zal in voorspoed vertoeven.

 

 

Ps.75:7 Want het verhogen komt niet van oost of van west, noch uit de woestijn – 8 maar God is rechter, Hij vernedert deze en verhoogt gene.

 

 

Ps.32:10 maar wie op de Here vertrouwt, die omringt Hij met goedertierenheid.

 

 

Ps.112:1 Halleluja. Welzalig de man, die de Here vreest, die van harte lust heeft in zijn geboden. ..3 overvloed en rijkdom zijn in zijn huis, ..5 Voorspoedig is de man die zich ontfermt en uitleent, die zijn zaken recht behartigt.

 

 

Spr.28:13 Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming. 20 Een betrouwbaar man heeft veel zegen, maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft.

 

 

Mal.3:10 Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Here der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.

 

 

Matt.5:7 Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.

 

 

Luc.6:36 Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is. 37 En oordeelt niet en gij zult niet geoordeeld worden. En veroordeelt niet en gij zult niet veroordeeld worden; laat los en gij zult losgelaten worden. 38 Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmede gij meet, zal u wedergemeten worden.

 

 

3 Joh.1:2 Geliefde, ik bid, dat het u in alles wèl ga en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wèl gaat.

 

 

Efeze.6:1 Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam in de Here, want dat is recht. 2 Eer uw vader en uw moeder – dit is immers het eerste gebod, met een belofte – 3 opdat het u welga en gij lang leeft op aarde.

 

 

 

15 Gods beloften in tijd van vrees

 

gen.15:1 Vrees niet, Abram, Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn.

 

 

Gen.21:19 Wat deert u, Hagar? Vrees niet, want God heeft naar de stem van de jongen gehoord, daar waar hij is.

 

 

Ex.14:13 Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des Heren zien, die Hij u heden bereiden zal.

 

 

Deut.3:22 gij zult voor hen niet vrezen, want de Here, uw God, is het, die voor u strijdt.

 

 

20:3 en zeggen: Hoor, Israël! Gij staat thans vlak voor de strijd tegen uw vijanden; laat uw hart niet week worden, vreest niet, wordt niet angstig en siddert niet voor hen.

 

 

Joz.1:9 Heb Ik u niet geboden: wees sterk en moedig? Sidder niet en word niet verschrikt, want de Here, uw God, is met u, overal waar gij gaat.

 

 

Joz.10:25 Toen zeide Jozua tot hen: Vreest niet en weest niet verslagen, weest sterk en moedig, want aldus zal de Here doen aan al uw vijanden, tegen wie gij strijdt.

 

 

Kon.6:16 Maar hij zeide: Vrees niet, want zij, die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen zijn.

 

 

1 Kron.28:20 Toen zeide David tot zijn zoon Salomo: Wees sterk en moedig, en doe het: vrees niet en wees niet verschrikt, want de Here God, mijn God, is met u. Hij zal u niet begeven en u niet verlaten, totdat al het werk voor de dienst van het huis des Heren gereed is.

 

 

Ps 23:4 Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis (schaduwen des doods), ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij.

 

 

Ps 27:1 De Here is mijn licht en mijn heil, voor wie zou ik vrezen? De Here is mijns levens veste, voor wie zou ik vervaard zijn? 3 Al legert zich een leger tegen mij, mijn hart vreest niet; al verheft zich een krijg tegen mij, noch- tans blijf ik vertrouwen.

 

 

Ps.34: 5  Ik heb den Here gezocht, en Hij heeft mij geantwoord, en mij uit al mijn vrezen gered.

 

 

Jes.41:13 Want Ik, de Here, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.

 

 

Ps.46:2 God is ons een toevlucht en sterkte, een zeer bevonden een hulp in benauwdheden. 3 Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatste zich de aarde, al wankelden de bergen in het hart van de zee. 4 Laat bruisen, laat schuimen haar wateren, laat de bergen beven door haar onstuimigheid.

 

 

Jes.51:7 Vreest niet voor de smaad van stervelingen, wordt niet verschrikt vanwege hun beschimpingen.

 

 

Ps:56:4 Ten dage dat ik vrees, vertrouw ik op U; 5 op God, wiens woord ik prijs. Op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou vlees mij aandoen? …12 op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat zou een mens mij aandoen?

 

 

Ps.91:5 Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht.

 

 

Ps.107:19 Toen riepen zij tot de Here in hun benauwdheid, en Hij verloste hen uit hun angsten; Ps.112:7 Voor een kwaad gerucht zal hij niet vrezen, zijn hart is gerust, vol vertrouwen op de Here; 8 zijn hart is standvastig, hij vreest niet.

 

 

Ps.118:6 De Here is met mij, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?

 

 

Spr.3:24 Indien gij u nederlegt, zult gij niet opschrikken, maar gij zult u nederleggen en uw slaap zal zoet zijn. 25 Vrees niet voor plotselinge schrik.

 

 

Jes.41:10 vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand.

 

 

Ezech.3:9 Als diamant, harder dan steen, maak Ik uw voorhoofd; vrees hen dan niet en wees niet beangst voor hun blik, want zij zijn een weerspannig geslacht.

 

 

Matt.10:24 Indien men aan de heer des huizes de naam Beëlzebul heeft gegeven, hoeveel te meer aan zijn huis-genoten! 26 Vreest hen dan niet.

 

 

 

29 Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader. 30 En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld. 31 Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.

 

 

Luc.12:4 Ik zeg u, mijn vrienden, vreest hen niet, die het lichaam doden en daarna niets meer kunnen doen.

 

 

2 Tim.1:7 Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid.

 

 

Hebr.13:5 Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. 6 Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?

 

 

1 Petr.3:14 Al moest gij lijden om de gerechtigheid, toch zijt gij zalig. Doch vreest niet voor hun dreiging, en laat u niet verschrikken.

 

 

1 Joh.4:18 Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Waarom vasten christenen niet op dezelfde manier als moslims?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

.

.

.

Waarom vasten christenen niet op

dezelfde manier als moslims?

 

.

Antwoord

 

Zowel moslims als christenen vasten, maar hun doelen voor het vasten verschillen. Een moslim is verplicht om tijdens de Ramadan te vasten, om de Vijf Zuilen te onderhouden. Veel moslims streven tijdens hun vastentijd oprecht naar de zegen en vergeving van Allah.

 

 

 

 

Voor christenen is vasten geen plicht, maar een genot. Het overslaan van maaltijden geeft hen de gelegenheid om hun voldoening in God uit te drukken, in plaats van in voedsel. Hoewel met vasten noch Gods genade noch een plaats in het paradijs kan worden verdiend, vasten veel christenen toch en wel om de volgende redenen:

• om hun tevredenheid in God alleen uit te drukken (Lucas 4:4)
• om zichzelf voor God te vernederen (Daniël 9:310:12)
• om God om hulp te vragen (2 Samuël 12:16Ester 4:16Ezra 8:23)
• om naar Gods wil op zoek te gaan (Handelingen 13:2-3)
• om zich van de zonde af te keren (Jona 3:5-101 Koningen 21:25-29)
• om God zonder afleidingen te aanbidden (Lucas 2:36-38)

 

 

 

 

.

Hoewel Jezus (Isa) het vasten aanmoedigde, zei Hij niet wanneer of hoe lang gevast moest worden. De religieuze leiders uit de tijd van Isa waren er trots op dat zij twee keer per week vastten, maar Jezus twijfelde aan hun oprechtheid. Christenen volgen Zijn voorbeeld.

 

.

 

Isa’s voorbeeld van het vasten

.

Aan het begin van Isa’s openbare bediening, vóór Zijn grote wonderen en onderricht, vastte Hij veertig dagen lang. Daarna stelde de duivel Jezus op de proef, toen Hij hongerig en zwak was:

“Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger… De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.” (Matteüs 4:28-11)

Satan probeerde Jezus tot de zonde te verleiden, maar Jezus bleef perfect – in tegenstelling tot alle andere mensen in de geschiedenis.

 

 

.

 

.

Isa’s waarschuwing tegen hoogmoedig vasten 

.

Vast niet om godsdienstig te lijken in de ogen van andere mensen

.
“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Matteüs 6:16-18)

.

Vast niet om vergeving van je zonden te verdienen

.
(Farizeeër = iemand die bij een zekere religieuze, fundamentele Joodse sekte behoorde) 
“De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf:

‘God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.’ De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: ‘God, wees mij zondaar genadig.’ Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden” (Lucas 18:11-14).

Jezus leerde ons dat we met vasten geen toegang tot de hemel kunnen verdienen. Onze zonden maken onze beste religieuze daden onwaardig.

 

 

 

 

.

Isa’s transformatie van het vasten (Marcus 2:18-22)

.
Jezus onderwees dat het volgen van Gods heilige wil meer voldoening zal brengen dan eten:

“Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien’.” (Johannes 4:31-34)

.

 

Wat zijn Gods wil en werk dan?

.

“‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’” (Johannes 6:35-40)

Net zoals we zullen sterven als we niet eten, zo zullen we ook geestelijk sterven (dat wil zeggen: eeuwig van God afgescheiden worden in de hel) als we Jezus niet ontvangen. Hij is het Brood van het Leven. Omdat Hij “uit de hemel neerdaalde” en uit een maagd geboren werd, noemde Jezus God Zijn Vader. Jezus bewees met Zijn perfecte leven, dood en opstanding dat Hij Goddelijk is; Hij is Gods Zoon. Jezus Christus voerde de wil van Zijn Vader uit: Hij redde zondaars door hun straf aan het kruis op Zich te nemen. Door Jezus uit de dood op te wekken toonde God dat de offergave van Jezus aanvaard werd.

Heb jij het Brood van het Leven ontvangen? Jij moet je van je zonden afkeren en op de dood en de opstanding van Jezus vertrouwen om je te redden – niet op je eigen goedheid en daden, zoals vasten.

Nadat Hij je van jouw zonden verlost, geeft Jezus jou het verlangen en de kracht om God door middel van goede daden te eren:

“Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” (Romeinen 6:22-23)

.

 

Helend bloed

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

Welvaartspredikers misbruiken 10 Bijbelverzen

Standaard

categorie : religie

 

 

Het welvaartsevangelie verkondigt dat God persoonlijk geluk, financiële rijkdom en een goede, lichamelijke gezondheid belooft aan hen die veel geloof hebben. Bijbel-teksten waarin wordt vermeld dat het christenleven gepaard gaat met vervolging, lijden en zelfverloochening blijven achterwege. Hier worden tien Bijbelverzen op een rij vermeld die welvaartspredikers vaak citeren.

 

 

 

 

 

1. ‘De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben’ (Johannes 10:10)


Dit vers wordt gebruikt om te suggereren dat God in alles het geluk voor ogen heeft voor Zijn volgelingen. Maar daarmee wordt de context rondom dit vers verwaarloosd. De overvloed waar dit vers over spreekt, heeft te maken met het kennen en gekend worden door Jezus. Dat zijn niet-materiële zaken.

 

 

2. ‘U krijgt niet, omdat u niet bidt’ (Jakobus 4:2)


Dit vers wordt binnen het welvaartsevangelie gebruikt om biddend te claimen wat je zelf niet bezit. Wanneer je niets hebt, komt dat omdat je niet genoeg gebeden hebt. Maar deze interpretatie negeert het vers dat volgt: ‘U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt met het doel het in uw hartstochten door te brengen.’

Het gebed is cruciaal in het leven van een christen. Dit als middel gebruiken om eigen verlangens af te dwingen bij God gaat ook in tegen het gebed dat Jezus bad aan de vooravond van Zijn kruisiging: ‘Laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden’ (Lukas 22:42).

 

 

3. ‘Er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd.’


Welvaartspredikers leggen graag de nadruk op geven, zodat hun visie op het eerste gezicht in lijn lijkt met de Schrift. Maar de motivatie die erachter zit verstoort de Bijbelse boodschap. De predikers denken door financiële donaties te geven dit 100 maal terug te ontvangen.

Dit is uiteraard niet de juiste uitleg van het desbetreffende vers. Het volgende vers geeft duidelijkheid: ‘Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten.’ Hier wordt gehoorzaamheid en discipelschap aangemoedigd in plaats van persoonlijk gewin.

 

 

 

 

 

4. ‘De zegen van Abraham is in Christus Jezus tot de heidenen gekomen, opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof’ (Galaten 3:14)


Welvaartspredikers gebruiken dit vers om te verwijzen naar het in Genesis gesloten verbond met Abraham en concluderen daaruit dat God de nakomelingen van Abraham financiële zegeningen heeft beloofd. Opnieuw wordt een Bijbelgedeelte verwaarloosd.

In hetzelfde gedeelte staat vermeld dat Jezus is geofferd, zodat wij door het geloof de belofte van de Geest ontvangen. Paulus herinnert de Galaten hier aan de geestelijke zegeningen als gevolg van Jezus’ redding – wat niets te maken heeft met aardse rijkdom.

 

 

5. ‘Want u kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden’ (2 Korinthiërs 8:9)


Welvaartspredikers suggereren aan de hand van dit vers dat Jezus’ dood ons rijkdom geeft. De meeste christenen zijn het erover eens dat wanneer Paulus zegt dat Jezus ‘rijk’ werd, hij verwijst naar Zijn status als de Zoon van God. En Zijn armoede is een verwijzing naar Zijn vrijwillige daad om mens te worden. Paulus maakte de vroege christenen duidelijk dat Zijn doel gelijkheid was.

 

 

6. ‘Geliefde, ik wens dat het u in alles goed gaat en dat u gezond bent, zoals het uw ziel goed gaat’ (1 Johannes 3:2)


Binnen het welvaartsevangelie wordt naar aanleiding van dit vers beweerd dat lichamelijke gezondheid onlosmakelijk verbonden is met geestelijke groei. Wanneer iemand voldoende geloof bezit, zal hij of zij lichamelijke zegeningen ontvangen. Maar dit vers is ‘gewoon’ het begin van een brief aan Johannes door middel van een groet.

Dit zou je kunnen vergelijken met iemand die uit beleefdheid aan het begin van een brief de ander het goede toewenst. Het gaat hier niet om een belofte en dit mag zeker niet worden opgevat als de belofte dat Gods kinderen niet ziek kunnen worden.

 

 

7. ‘Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de Heer van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn’ (Maleachi 3:10)


Dit vers wordt vaak als krachtig hulpmiddel gebruikt bij fondsenwerving onder welvaartspredikers. Gelovigen worden zo gemanipuleerd om tienden te geven, waarna ze er veel meer voor zullen terugkrijgen. Maar dit vers is niet van toepassing op individuele rijkdom. Integendeel, het komt voort uit de historische situatie van het volk Israël.

De Israëlieten waren ongehoorzaam aan God door onvoldoende voedsel te geven aan de nationale opslagplaats, dat werd gebruikt door de priesters. God vermaande Zijn volk en riep op tot gehoorzaamheid. Als zij zouden gehoorzamen, zou beloning volgen.

 

 

 

 

8. ‘De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen’ (Jesaja 53:5)


De meeste christelijke geleerden lezen dit vers als een profetie waarin de overwinning op onze zonden wordt vermeld, dankzij het verzoenende werk van de Heer Jezus. Maar welvaartspredikers gebruiken dit vers om duidelijk te maken dat geloof zal leiden tot lichamelijke genezing.

Eén van de oprichters van het welvaartsevangelie schreef: “Het plan van onze Vader is, dat Hij in Zijn grote liefde en barmhartigheid, geen enkele gelovige ooit nog ziek wordt. Iedere gelovige zal zijn volledige levensduur in gezondheid op aarde zijn.”

 

 

9. ‘Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de Heer. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven’ (Jeremia 29:11)


Dit is één van de meest onbegrepen Bijbelverzen onder christenen. Jeremia 29:11 wordt gebruikt om anderen goed nieuws te beloven en suggereert dat God iedere slechte situatie in ons voordeel gebruikt. Dit vers is niet bedoeld voor hedendaagse christenen die hun baan hebben verloren. Het was een door God gegeven belofte aan het volk van Israël, waaruit blijkt dat God op Zijn eigen tijd het volk zou herstellen.

 

 


10. ‘Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen’ (Johannes 14:14)

 

Dit is vergelijkbaar met het misbruiken van Jakobus 4:2 door welvaartspredikers. Alsof God alle gebeden van gelovigen zou beantwoorden. Christenen die bidden voor financiële rijkdom doen er verstandig aan om Mattheüs 19:24 te lezen: ‘Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.’

In Johannes 14:14 moedigt Jezus zijn discipelen aan om het Evangelie te verspreiden. Dit vers moet dan ook worden gelezen in de context van de verzen die erop volgen: ‘Wie in Mij gelooft, zal de werken doen die Ik doe’ (vers 12) en ‘Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht’ (vers 15).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Zegen en vloek in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Koning Balak vraagt aan Bileam om het machtige volk Israël te vervloeken. Hij gaat ervan uit dat deze vloek een negatieve uitwerking zal hebben op het volk; het lijkt de enige kans dat de Moabieten de strijd zullen winnen (Num.22). Is dit bijgeloof of heeft een vloek echt zoveel macht? De Israëlieten moeten in het beloofde land naar de bergen Ebal en Gerizim. Op elk van de bergen komen zes stammen te staan en zij moeten de zegen en de vloek uitspreken (Deut.27). Wat is de betekenis van deze ceremonie?

 

 

 

 

We kunnen deze vragen uit historische interesse stellen, maar het is ook duidelijk dat ‘zegen en vloek’ in
onze samenleving steeds actueler worden. In de christelijke gemeente wordt vaak een zegen uitgesproken, bijvoorbeeld aan het eind van een dienst of bij een huwelijkssluiting. Maar hoe komt het dat er bijna nooit een vervloeking klinkt?

Uit contacten met beoefenaars van occulte praktijken en aanhangers van andere godsdiensten blijkt dat er soms veel waarde gehecht wordt aan vervloekingen. Men gelooft in de werking van deze zwarte magie, en zelfs dat deze kan doorwerken in de generaties. En aan de andere kant is er ook de witte magie die mensen genezing en voorspoed moet brengen.

We geven aandacht aan dit onderwerp door met name stil te staan bij de eerste Bijbelboeken. Daarbij ligt de nadruk meer op ‘vervloeking’ dan op ‘zegening. Het is van belang te beseffen dat het woord ‘vloek’ in de Bijbel niet hetzelfde betekent als wat er in onze maatschappij meestal onder wordt verstaan: het oneerbiedig en profaan gebruiken van de naam van God.

Een vloek in de Bijbel betekent een vervloeking in de naam van God of andere goden, met de bedoeling dat Gods straf een bepaalde persoon zal treffen. Het lichtvaardig en ongeoorloofd gebruik van de naam van God valt onder het verbod van Ex.20:7, maar wordt met andere woorden omschreven dan ‘vloek’.

Uit de Bijbel wordt duidelijk dat het van groot belang is de zegen van God te ontvangen. Die is nodig voor vruchtbaarheid, voorspoed, bescherming, bevrijding, genezing, bewaring, kracht en om verhoogd en begunstigd te worden. Het ideaal is een gezegend leven; daarentegen is een leven zonder Gods zegen, of een leven onder Gods vervloeking het ergst denkbare (Ps.129:8; Jer.17:5-6; 20:14), want dat betekent hongersnood, ziekte en alle mogelijke tegenslagen, zodat het niet meer mogelijk is om te leven (Deut.28).

Mensen kunnen ook elkaar vervloeken, maar omdat in Israël het eigenlijke subject van de zegen en vloek
de Heer is (Num.6:27; 23:8,26), kan Hij in zijn vrijheid de zegen in een vloek (Mal.2:2) en de vloek in
een zegen veranderen (Deut.23:5 en Neh.13:2).

 

 

 

 

 

De priesterlijke zegen (Num.6)

 

Uit diverse geschiedenissen kunnen we opmaken dat allerlei personen een zegen kunnen en mogen uitspreken. Noach, de aartsvaders, Mozes, Jozua, David en Salomo. Maar in bijzondere mate zijn het de priesters, de zonen van Aäron, die een zegen mogen uitspreken en daarmee de naam van JHWH op het volk leggen (Num.6:22-27). Volgens Deut.10:8 is het één van de hoofdfuncties van de priesters om de Israëlieten te zegenen :

‘Toen zonderde de HERE de stam van de Levieten af om de ark van het verbond des Heren te dragen, voor de Here te staan om Hem te dienen, en in zijn naam te zegenen tot op deze dag.’ De macht van de zegen is direct verbonden met de bereidheid en de macht van God om de zegen te verstrekken.

In 2Kr.30:27 staat :

‘Toen stonden de Levitische priesters op en zegenden het volk, en hun stem werd gehoord; hun gebed kwam tot in zijn heilige woning, tot in de hemel.’

Hier worden zegen en gebed parallel geplaatst en daardoor tot op zekere hoogte gelijkgeschakeld. Het is een spreken vanuit een goddelijke opdracht, waarbij verwacht wordt dat de woorden effect hebben. Daarom staat er ook in het volgende vers dat deze handeling betekent ‘mijn naam op de Israëlieten leggen’ en de belofte ‘en Ik zal hen zegenen’ (vs.27). De vervulling is echter geen automatisme, maar hangt mede af van de gehoorzaamheid van de Israëlieten.

 

 

Woorden voor zegen en vloek

 

De woorden voor zegen en zegening komen maar liefst 516 keer voor in de Bijbel, terwijl de begrippen
die verband houden met vervloeken 199 keer aangetroffen worden. De laatste categorie is 180 keer aanwezig in het OT, terwijl het NT slechts aan een aantal van 19 komt. Deze getallen vormen een belangrijke aanwijzing voor de belangrijkheid van de woorden die nu onderzocht worden.

Het boek Job gebruikt ‘zegenen’ zeven maal in het raamwerk (hfst. 1, 2 en 42), waarvan vier keer in de betekenis van ‘vervloeken’. De SV vertaalt de uitspraak van de vrouw van Job heel letterlijk met ‘Zegen God en sterf’, terwijl de NV de bedoeling weergeeft met: ‘Zeg God vaarwel en sterf!’ (2:9; vgl. 1:5).

De houding van Job, in het zegenen van God, is een aanzet tot een latere ontwikkeling dat de zegen niet gelijk is aan voorspoed; zegen behoeft het lijden niet uit te sluiten.  Soms heeft de vloek de vorm van een gebed voor goddelijk ingrijpen, zoals in Jer.18:21-23. Tevensmoet er iets zijn bij het slachtoffer, waardoor de vloek geldigheid kan krijgen, want een onverdiende vervloeking werkt niet:

‘Gelijk een mus wegfladdert en een zwaluw heenvliegt, zo is een ongegronde vloek: hij treft geen doel’ (Spr.26:2). Een niet te rechtvaardigen vloek kan zelfs terugkeren op de persoon die hem heeft uitgesproken (Ps.109:17-20).

 

 

 

 

 

 Gods vervloekende uitspraken

 

Zoals reeds aangegeven, is het van belang dat de vervloeking in naam van God uitgesproken wordt. Maar het is ook mogelijk dat God zelf een negatieve, vervloekende uitspraak over iemand doet. De eerste keer dat we dit tegenkomen in de Bijbel, is de uitspraak over de slang die Adam en Eva verleid heeft. De slang krijgt te horen:

‘Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte van het veld’ (Gen.3:14). Het is opmerkelijk dat Adam en Eva wel gestraft, maar niet vervloekt worden. Ze zullen voortaan moeten zwoegen op de aarde die vervloekt wordt en doornen en distels voortbrengt (3:17; vgl. 5:29).

Het feit dat de eerste mensen niet vervloekt worden, is een teken van hoop te midden van alle donkere gebeurtenissen. In het volgende hoofdstuk staat de doodslag van Kaïn op zijn broer Abel beschreven. Als straf krijgt de moordenaar het volgende oordeel te horen:

‘Vervloekt bent u, ver van de bodem die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen’ (4:11).

Maar als Kaïn bezwaar maakt tegen de zware straf, krijgt hij goddelijke bescherming.

‘Ieder, die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten’ (4:15).

Hoewel het woord hier niet gebruikt wordt, kan deze uitspraak als een voorwaardelijke vloek opgevat worden.

Wanneer later Abram geroepen wordt om naar Kanaän te gaan, krijgt hij van Godswege mee :

‘wie u vervloekt/verwenst, zal Ik vervloeken’ .

In Lev.26 en Deut.28 staan zegeningen en vervloekingen die gekoppeld zijn aan de houding van de Israëlieten tegenover het verbond. Deze uitspraken worden door Mozes in Gods naam gedaan.

 

 

 

 Mensen vervloeken anderen in Gods naam

 

De eerste keer dat een mens een vervloeking uitspreekt over een ander, is gedocumenteerd in de geschiedenis van Noach. Hij spreekt:

‘Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders’ (9:25).

De latere geschiedenis bevestigt de uitwerking ervan. Isaak zegent zijn beide zonen, en spreekt een vloek uit over wie Jakob zou vervloeken (Gen.27:29; vgl. 12:3). De Filistijn Goliat vervloekt David bij zijn goden (1Sam.17:43). Simi vervloekt David tijdens diens vlucht uit Jeruzalem (2Sam.16:5- 14). Beide verwensingen en vervloekingen blijken echter niet te werken ten opzichte van Gods verkoren koning. Dit is een belangrijke aanwijzing dat zegen en vloek niet magisch werken, maar afhankelijk zijn van goddelijke activiteit.

In het boek Richteren staat beschreven dat de moeder van de leviet Micha een vervloeking heeft uitgesproken over de dief van elfhonderd zilverstukken. Micha heeft die uitspraak gehoord en gaat naar zijn moeder toe om te erkennen dat hij het geld weggenomen heeft. Daarop verandert de moeder de vervloeking in een zegen:

‘Gezegend zij mijn zoon door de HERE’ en zij besluit om het geld voor de dienst van God te besteden, al doet ze dat op haar eigen manier (Ri.17:1-3).

Spr.26:2 geeft aan dat een vloek zonder grond geen schade zal doen (zie par. 3; vgl. ook Ez.13:18-23). Wanneer Israël leeft naar Gods wil, zal Hij beschermen tegen kwade machten en wie Hij zegent, zal gezegend zijn. Dus theoretisch was het mogelijk dat Bileam, een afgodendienaar in het Oude Testament, vervloekingen had uitgesproken die toch geen uitwerking hadden.

Het is onjuist een magische opvatting van vloeken te hebben, waardoor God wel ‘verplicht’ is geweest het uitspreken van deze negatieve woorden te verhinderen. God laat in de geschiedenis van Bileam zien dat Hij regeert, en kwade voornemens kan ombuigen, maar zelfs wanneer de vervloekingen geuit worden, kan Hij zijn volk behoeden. Problemen ontstaan uiteraard als Hij zijn bescherming terugtrekt, gewoonlijk vanwege zonden van de Israëlieten. Dan krijgen kwade machten meer mogelijkheden.

 

 

 Verbondszegen en -vloek in verbondsteksten

 

Er zijn veel overeenkomsten met zegen- en vloekbepalingen van oude verdragsteksten. De zegen en de vloek worden op mensen gelegd en de verwerkelijking van deze bepalingen is afhankelijk van hun gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid. Het is duidelijk de God van Israël die de zegen verleent of straft. Wanneer later koning Josia de profetes Chulda om raad vraagt met betrekking tot het gevonden wetboek, zegt zij:

‘Zo zegt de HERE: zie, Ik breng onheil over deze plaats en over haar inwoners: al de vervloekingen die geschreven staan in het boek dat men de koning van Juda heeft voorgelezen’ 

De inwoners hebben de wetten overtreden, de inzetting ontdoken en het eeuwig verbond verbroken.
Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten (vgl. ook Dan.9:11 en Zach.5:3).
De uitwerking van de vloek betekent hier oordeel en onheil dat mensen treft. Overigens is het na uitvoering van de straf, die zelfs tot ballingschap kan leiden, mogelijk dat het volk tot inkeer komt en dat het weer gezegend wordt. Dit gebeurt op grond van Gods trouw aan zijn verbond met de aartsvaders (Lev.26:40-45 en Deut.30:1-10). De Here zal dan zelfs de vervloekingen op hun vijanden leggen.

.

.

 

 

 

Zegen- en vloekceremonie

 

Mozes geeft opdracht dat Israël in het beloofde land naar de bergen Ebal en Gerizim moet gaan voor een
speciale ceremonie, om hun verantwoordelijkheden te benadrukken. Het volk moet een keuze maken tussen de zegen en de vloek (Deut.11:26-30). Bij de plaats Sichem moeten zes stammen op de berg Gerizim gaan staan om het volk te zegenen en zes op de berg Ebal voor de vloek (Deut.27:11-26). De inhoud ervan wordt niet genoemd, maar wel staan er twaalf vervloekingen die door de Levieten uitgesproken moeten worden.

Het gehele volk moet deze uitspraken beamen. Later leidt Jozua de Israëlieten naar de Ebal en de Gerizim, en daar wordt de ceremonie uitgevoerd (Joz.8:30-35). De twee bergen zijn voor altijd het zichtbare symbool van de twee mogelijkheden die God het volk voorhoudt. Het volk neemt door het uitspreken van ‘amen’ de inhoud van het verbond op zich en spreekt zelf uit dat een vervloeking mag komen wanneer men ongehoorzaam is.

 

 

Het Nieuwe Testament

 

Jezus spreekt in Mat.25:31-46 over het toekomstige oordeel. Dan zal Hij ‘de gezegenden’ welkom heten en ‘de vervloekten’ van zich stoten. Hun bestemming heeft te maken met de manier waarop ze zich in dit leven opgesteld hebben ten opzichte van zijn minste broeders en daarmee ten opzichte van Hem. De Heiland roept zijn volgelingen op om hun vijanden lief te hebben, te zegenen wie hen vervloeken en te bidden voor hen die smadelijk tegen hen handelen (Luc.6:27-28). De apostelen trekken die lijn door ten
opzichte van vervolgers en kwaaddoeners (Rom. 12:14; 1Pet.3:9).

Maar tegen dwaalleraren met valse leringen en praktijken of mensen onder invloed van een kwade macht (bv. Hand.13:6-12), die het Evangelie tegenwerken en verdraaien, worden wel vervloekingen uitgesproken. In 1Kor.16:22 staat het anathema:

‘Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt’.

 

 

zegening door het bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Actualiteit

 

Mensen mogen niet zomaar een zegen en vloek uitspreken. In de eerste plaats is van belang in wiens naam (met welk gezag) deze woorden gezegd worden en in de tweede plaats zijn geloof en leven van de ontvanger belangrijk. Wat de zegen betreft: in de eenheid van spreken en aanvaardend luisteren wordt de aanwezigheid van God op de levensweg beloofd. De zegen is met Gods gebod verbonden.

In de actuele discussie over inhoud en zin van zegenhandelingen is het daarom nodig een grens te trekken, omdat eis en belofte niet van elkaar te scheiden zijn. Net zo min als er ‘goedkope genade’ is, is er een ‘goedkope zegen’. Het zegenen van ongeoorloofde oorlogen, en het zegenen van ongeoorloofde relaties is daarom een innerlijke tegenstrijdigheid. Wie een zegen wil ontvangen, zal ook rekening moeten houden met de mogelijkheid van vervloeking. De werking van de zegen en vloek hebben immers alles te maken met de houding tegenover God.

De vloek heeft in de theorie en praktijk van het protestantisme bijna geen betekenis meer, maar de interesse in zegenhandelingen neemt sterk toe. Om magisch misverstand te voorkomen, is de zegen vanaf de 17e eeuw vaak als zegenwens of zegenbede opgevat. Echter, een zegenwens is geen zegen in de eigenlijke zin van het woord, want hij richt zich niet op de medemens maar op God, en wordt niet meegedeeld.

De laatste jaren komt er wel meer belangstelling voor de doorwerking van vloeken die te maken hebben met occulte praktijken. Wanneer mensen de door God gegeven grens overschrijden en zich bezighouden met verboden praktijken (Deut.18:9-14) kan dat een occulte belasting met zich meebrengen. Ook kunnen mensen in de naam van allerlei goden ( demonen ) of van satan een vervloeking over anderen uitspreken. Ook een zelfvervloeking komt voor, bijvoorbeeld in de eden die leden van de Vrijmetselarij zweren; wanneer men uit deze beweging stapt en geheimen verraadt, rusten zelfvervloekingen op hen en hun nageslacht.

In het NT staan geen teksten die de vloek direct verbinden met de opeenvolging van de geslachten, maar het is wel zo dat de zonde van Adam doorwerkt in alle volgende generaties (Rom.5) en dat Paulus bij de heidenen een proces ziet waarin de waarheid in ongerechtigheid ten onder is gehouden, waardoor daar de meest verkeerde handelingen plaatsvinden (Rom.1).

We moeten voorzichtig zijn om de veroordeling ‘tot in het derde en vierde geslacht’ (Ex.20:5; Deut.5:9) en de uitsluiting van zelfs het tiende geslacht (Deut.23:2-3) ongewijzigd over te brengen naar onze tijd, maar de zojuist genoemde gedeelten uit de brief aan de Romeinen en de pastorale praktijk maken wel duidelijk dat er een langdurige doorwerking in de generaties kan plaatsvinden.

Bestudering van de gehele Bijbel leert ons, dat in Genesis (voor de tijd van het verbond aan de Sinaï) en ook in het NT, God zijn normen stelt die zegen met zich meebrengen, maar dat ongehoorzaamheid straf en vervloeking opleveren.

De kern van de zaak is in de gehele Schrift terug te vinden, maar het is waar dat de sterk aards gekleurde zegen en vloek in het NT een andere gedaante krijgen. Daar is het lijden om Christus’ wil, en daarmee
verdrukt worden door een vijand, een erezaak geworden (Mat.5:11). We moeten oppassen om ‘het lijden
van deze tegenwoordige tijd’ (Rom.8:18) niet uitsluitend negatief te zien. God wil voor zijn kinderen alles
laten meewerken ten goede (8:28).

Omdat in het NT het leven na de dood een veel grotere plaats inneemt dan in het OT, komen veel zaken in een ander perspectief te staan. Het NT verscherpt in zekere zin zegen en vloek. Want de onrechtvaardigen zullen niet slechts gestraft worden met honger of ballingschap, maar worden uitgesloten uit het Koninkrijk van God (1Kor.6:9-10).

Terwijl Paulus elders eerst schrijft dat zij die zich door de Geest laten leiden niet onder de wet zijn, voegt hij eraan toe, dat zij die de werken van het vlees doen, zoals onreinheid, toverij, nijd en dronkenschap, het Koninkrijk niet zullen beërven (Gal.5:18-21). Petrus roept op tot een levenswandel van liefde en barmhartigheid, en om geen kwaad met kwaad te vergelden, ‘maar zegent integendeel, omdat u hiertoe geroepen bent, dat u zegen zou beërven’ (1Pet.3:8-9). Een christen zal op deze wijze dus zeker zegen ontvangen.

Wie vertrouwt op God en de geestelijke wapenrusting aandoet (Ef.6), zal veilig zijn tegen de vele vurige pijlen die de boze op ons afvuurt. Dan geldt de belofte van 2Tes.3:3 :

‘Getrouw is de Here, die u sterken zal en u bewaren voor de boze’.

Maar wie zich met verboden zaken inlaat en zondigt, zal daar de negatieve gevolgen van ervaren. Terwijl tot de zondaren gezegd wordt ‘Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler’ klinkt tot de gelovigen:

‘wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd’.

De reden daarvoor is, dat Christus spoedig komt en zijn loon bij Hem is, om een ieder te vergelden naar dat zijn werk is (Op.22:11-12). Zegen en vloek komen zo in eeuwigheidsperspectief te staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De heilige Charbel Makhlouf 

Standaard

categorie : religie

.

.

.

† 1898  Charbel Makhlouf

 

Charbel (ook Sjarbel; gedoopt JoessefMakhloef, Annaya, Libanon;

monnik; † 1898. Feest 24 juli & 24 & 25december.

 

.

 

 

.

.

Geografie

 

Ten noorden van Beyrouth, op 1600 m hoogte, bevindt zich Beqaa Kafra, het hoogstgelegen dorp van Libanon. Daar is het centrum van de Maronieten. Het zijn fiere, moedige en gastvrije mensen die sterk gehecht zijn aan hun christelijke overtuiging.

Sedert vele eeuwen vereren zij de H.Maagd Maria; ze bidden de Rozenkrans waar ze ook zijn: thuis, op het werk, op het veld. Ze hebben grote eerbied voor hun priesters. Als een Maroniet een priester ontmoet, kust hij zijn hand als uitdrukking van eerbied voor hem.

 

 

.

Youssef Anton Makhlouf

 

Youssef Anton Makhlouf is op 8 mei 1828 geboren, als vijfde kind van een arm gezin. Zijn ouders waren zeer vroom en godvrezend, inzonderheid zijn moeder, Brigitta. Zij vastte dikwijls. Vol genegenheid leerde zij haar kinderen de geloofswaarheden kennen en bracht ze elke avond samen voor het gezinsgebed. Ze ontbrak nooit in de dagelijkse H.Mis. Voor haar was dit het steunpunt van de dag. Ze ging ernaar toe met haar jongstgeborene in de armen.

Toen hij amper drie jaar was verloor Youssef zijn vader. Tanios, een oom aan moeders kant, deed zijn best om zijn zuster en de weeskinderen te helpen. Enkele jaren later besloot Brigitta opnieuw te huwen. Lahoud, de tweede man van Brigitta was zeer vroom. Hij nam het welzijn van het gezin ter harte. Hij droomde ervan priester te worden. Hij sprak erover met zijn vrouw. Zij stemde in. Na zijn studies werd hij priester gewijd. De orthodoxe godsdienst laat immers toe dat gehuwde mannen priester worden.

De jonge Youssef koesterde onmiddellijk genegenheid voor zijn stiefvader Lahoud. Toen deze priester werd kreeg hij de naam pater Dominicus. Hij nam het kind met zich mee overal waar hij ging om de mensen te helpen.

Als hij oud genoeg was werd hij zijn koorknaap en diende hem als hij de H.Mis opdroeg. Naast de dorpskerk werd er een school opgericht waar de jongens leerden lezen en schrijven, de H.Mis dienen en ze leerden er ook de H.Mis helemaal te zingen.

Naast zijn studies, moest de jonge Youssef de dieren hoeden en hij werkte op het veld. Zijn moeder leerde hem te bidden met het hart, maar ook bidden in de eenzaamheid. Hij nam de gewoonte zich terug te trekken in een grot, waar hij alleen was en waar hij bad voor een beeldje van O.L.Vrouw dat hij daar verborgen had. Aan de H.Maagd sprak hij zijn verlangen uit om in het voetspoor te treden van zijn twee ooms van moeders zijde, Augustin en Daniël die monniken en asceten waren. Vaak bracht hij hun een bezoek in het klooster en bad er met hen. Hij bewonderde hun leven van onthechting en volkomen overgave aan God.

Mariam, een jong meisje uit de buurt en zelfs een verre verwante van Youssef, werd verliefd op hem. Soms volgde ze hem ongemerkt tot aan de grot en sloeg hem gade terwijl hij in gebed verzonken was. In stilte leed ze eronder dat hij zo onthecht was aan het wereldse. Ze begreep dat hij zijn liefde enkel aan God zou geven. Het jonge meisje had de echte betrachting van Youssef begrepen.

Op de leeftijd van 23 jaar verliet Youssef zijn huis,’s nachts in het geheim, zich bewust dat zijn omgeving niet opgetogen zou zijn met zijn keuze. Zijn stiefvader en zijn oom rekenden op hem voor het werk op het veld en zijn moeder had twijfels in verband met zijn roeping. Mariam hield van hem en zijn broers en zussen verkozen dat hij bij hen bleef.

Om die reden nam Youssef afscheid van hen in de stilte van zijn gemoed. Zonder dat iemand het wist, ondernam hij een verre tocht naar het heiligdom van O.L.Vrouw van Mayfoug. Hij had besloten daar zijn eerste jaren noviciaat te doen.

Na enige ontreddering wegens het plotse vertrek van Youssef, gingen zijn oom Tanios en zijn moeder naar het klooster van Mayfoug om hem te overreden naar huis terug te keren. Maar dit bleek vergeefse moeite. Hij wilde monnik worden. Tenslotte zei zijn moeder:” Als je een slechte monnik wil worden, kom dan direct naar huis! Maar als je roeping van God komt, word dan een heilige.”

De jonge man was echter meer dan ooit overtuigd van zijn levenskeuze. Hij bleef in het klooster en kreeg de naam Charbel. Die naam verwijst naar een martelaar uit de tweede eeuw. Om God nog beter te dienen en Zijn Wil te doen, wijdde hij zich nog meer aan gebed en vasten, aan gehoorzaamheid en versterving.

Na dit eerste jaar noviciaat begaf de jonge Charbel zich naar het klooster van de heilige Maron (behoeder van de katholieke orthodoxie). Hij deed er zijn eeuwige geloften. Hij begon toen uitsluitend binnen de kloostermuren te leven. Het was aan vrouwen niet toegelaten er binnen te komen, zelfs niet aan familieleden. Zo kwam Brigitta, zijn moeder op zekere dag naar het klooster op bezoek bij haar zoon.

Maar ze kreeg hem niet te zien. Ze kon enkel zijn stem van achter de tralies horen en zei hem:

”Mijn jongen, wat doe je? Steek je je weg voor mij?”

“ Moeder, antwoordde Charbel, als God het wil, zullen we mekaar ontmoeten in de eeuwigheid en we zullen voor altijd verenigd zijn.”

 

 

 

.

Zijn leven als kluizenaar

 

Na zijn theologiestudies in het klooster van St Kobrianous en St Justin te Kfifan( Batroun), werd Charbel op 23 juli 1859 te Bkerkg priester gewijd.

Toen hij naar de stad Annaga werd gestuurd, kwamen alle familieleden en veel mensen uit zijn dorp daarheen.

Zij ontvingen er zijn zegen. Zo kwamen ook zijn oom Tanios en zijn oude moeder daar naartoe. Ook Mariam die intussen gehuwd was en vele anderen. Ze kusten zijn hand vol eerbied en vroegen hem naar het dorp te komen en er de H.Mis op te dragen. Maar hij weigerde. Hij was er zich van bewust dat de monnik die zijn klooster verlaat, het risico loopt de onthechting aan de voormalige levenswijze te schaden.

Onder leiding van zijn geestelijke leidsman, pater Hardini, wijdde hij zich aan de studie van de Heilige Schrift om zo te groeien in heiligheid. Hoe meer hij afstand nam van het leven, hoe meer zijn innerlijk leven groeide in eenheid met God.

Dit alles ging niet vanzelf. De duivel, de eeuwige vijand van de mens, kwelde hem voortdurend. Maar hij doorstond de pijnen, zuchtend en op de tanden bijtend. Wanneer de aanval van Satan voorbij was, herwon hij ogenblikkelijk zijn serene, onthechte ingesteldheid.

Charbel leidde een steeds ascetischer leven. Hij werd een voorbeeld van armoede, droeg de meest versleten kledij, altijd dezelfde en at geen vlees.

Op het veld deed hij het lastigste werk. Wanneer hij geld ontving om H.Missen op te dragen, gaf hij het onmiddellijk af aan zijn oversten, zonder zelfs te weten wat hij gekregen had. Hoewel hij voortdurend in de stilte leefde, in onthechting aan de wereld, kende men hem als een iemand die vol respect en liefde voor de medemens was.

Wanneer hij biecht hoorde, bleek dat hij de gave had om in de harten van de mensen te zien. Hij gaf strenge penitenties voor het herstel van de zonden, terwijl hij de biechteling met respect en liefde hielp om zijn levensstijl tegenover God en de naaste te verbeteren.

Op een zekere dag werd Charbel opgeroepen bij een zieke knaap. Hij begreep onmiddellijk dat het levenseinde van de jongen nabij was. Hij nam zijn biecht af en bereidde hem voor om sereen in Gods barmhartige Liefde te sterven. Naar verluidt heeft Charbel een andere jongeman genezen van typhus.

Bij een brutale aanval van de Turken werden 14.000 christenen samen met hun priesters gemarteld en gedood. Urenlang bleef hij geknield voor het tabernakel, bewegingloos, om God te bidden om hulp voor zijn volk. Hij smeekte de H.Maagd Maria om voorspraak bij haar Zoon om Libanon te redden.

 

.

Zijn toewijding aan de Moeder Gods was bekend.

Vaak zei hij : “ Als je wil dat je ziel gered wordt, bid dan tot de H.Maagd Maria opdat Zij voor jou ten beste spreekt. Zij zal je heil waarborgen.”

 

Na zestien jaar kloosterleven met de andere monniken, vroeg Pater Charbel de toelating om afgezonderd als kluizenaar te leven. Gedurende 23 jaar leefde hij in onthechting, strijdend tegen de zonde en tegen elke gedachte die niet op God was gericht. Hij at slechts éénmaal per dag en at slechts één soort voedsel tegelijk. Hij gebruikte geen vlees noch fruit.

Hij sliep ongeveer drie à vier uren per nacht op een schamele strozak op de grond; een houtblok diende als hoofdkussen. Hij kreeg toelating om in zijn cel slechts over een kan met water te beschikken. Tijdens zijn kluizenaarschap ging hij door met  eenvoudige en lastige handenarbeid. Hij bad veel. Om 11u , elke dag, droeg hij de Heilige Mis op. Die duurde drie uren. Daarna gebruikte hij zijn armoedige maaltijd. Als hij iets moest zeggen aan zijn confraters, sprak hij op gedempte toon en met weinig woorden. Hij stapte in stilte, met neergeslagen blik, terwijl hij de Rozenkrans of andere gebeden bad.

 

 

 

 

Anekdotes van zijn levensstijl

 

Op zekere dag kwam zijn broer op bezoek. Pater Charbel liet zijn broer binnenkomen, na toestemming van de overste, en stelde hem twee korte vragen: “ Hoe gaat het met de ganse familie? En beleven jullie de geboden van God?” Hiermede was het onderhoud afgelopen.

De kluizenaar gebruikte ook niet veel woorden als andere monniken hem kwamen bezoeken. Hij ontving hen met een glimlach die hun welkom betekende en zonder verder omhaal stak hij hun de biografie van een heilige in handen. Daarna wees hij hun een passage aan die ze moesten lezen als spirituele aansporing.

Verscheidene mensen kunnen getuigen dat Pater Charbel nooit een dier heeft gedood, zelfs niet als het om gevaarlijke dieren ging. In de wijngaard van het klooster vonden de monniken eens een grote giftige slang. Vol schrik riepen zij de kluizenaar te hulp. Hij kwam, stond recht tegenover de slang en terwijl hij zijn wijsvinger vooruit richtte, zei hij op kalme toon: “ Verdwijn van hier!” de slang kronkelde even en kroop weg in de richting die hij had aangewezen! Dit gebeurde volgens de manier van denken van de heilige. “Het behoort mij niet toe, maar alleen God, de Schepper, om al dan niet een slang van het leven te beroven.”

De overste van de kluizenarij, die vaststelde dat de lucht verduisterde door miljoenen dreigende sprinkhanen, vroeg aan Pater Charbel onmiddellijk water te wijden. Hij wijdde het en overal waar dit wijwater werd gebruikt waren de velden gered. Later hebben de bewoners van de nabij gelegen dorpen de gewoonte aangenomen wijwater van de Kluizenarij te gebruiken om ongedierte ( ratten, vossen) en ook muggen en andere schadelijke insecten te verdrijven.

 

Bij de christenen en de moslims was het vertrouwen in de macht van de wonderdoener, pater Charbel, zeer groot.

De genezing van een gevaarlijke mentaal zieke toont dit aan. Met veel moeite en met de hulp van verscheidene sterke mannen werd de zieke man tot aan de ingang van het klooster gebracht. Toen ze daar aankwamen was hij woest, hij beet, hij sloeg en schreeuwde en wou niet naar binnen. Maar toen de rijzige gestalte van de Kluizenaar aan de deur verscheen, knarsetandde de gekke man en hij snakte naar adem. Daarna werd hij rustig en liet zich naar de kapel leiden waar pater Charbel het Evangelieboek op zijn hoofd legde. Hij las er een bladzijde uit voor en de man was volkomen genezen.

 

 

.

De dood van de Kluizenaar

 

De laatste week van zijn leven lag hij vol pijn op een strozak op de grond. Ondanks het lijden en met de dood voor ogen, bad hij zonder ophouden. Hij weigerde versterkend voedsel en wilde trouw blijven aan zijn vroegere gelofte. In de heilige nacht even voor Kerstmis, na het sacrament van de zieken te hebben ontvangen, is hij gestorven om voor eeuwig in Gods Liefde opgenomen te worden.

Wenend droegen zijn medebroeders zijn lichaam op hun schouders. Stappend doorheen de tuin die met een laagje verse sneeuw was bedekt, brachten  ze hem binnen in de ijskoude kapel. Ze legden hem vóór het altaar en staken vier kaarsen aan. Bevend van de koude en helemaal verkleumd, hielden ze de hele nacht de wake bij de afgestorvene.

’s Anderendaags wikkelden zij het lichaam in een laken en begroeven het, zonder kist, in de grond van het kerkhof van Annaga, dat aan de kluizenarij paalt. Vijf maanden later werd een schitterende lichtstraal gezien tussen de begraafplaats van Pater Charbel en de kapel. De overste was hierover niet verbaasd. Hij wist dat pater Charbel reeds tijdens zijn leven een heilige was. Hij gaf opdracht het lichaam te ontgraven. Tot ieders verbazing bleek het lichaam ongeschonden.

Het laken was doordrenkt met een rooskleurig vocht dat op bloed geleek. Het leek alsof pater Charbel niet dood was, maar ingeslapen. Het lichaam was niet stijf maar soepel en beweeglijk alsof hij levend was. Ze trokken hem verse kleren aan. Kort daarna waren die kleren ook doordrenkt met hetzelfde eigenaardige vocht. Deze feiten konden niet onopgemerkt of onbesproken blijven. Weldra kwamen de mensen van overal toegelopen.

Er volgden toen tal van genezingen en duizenden bekeringen, en dit niet alleen bij de christenen.

Teneinde het lichaam te onttrekken aan de soms opdringerige mensen, legde men het in een stenen graf. Kort daarop begonnen de wanden van het graf bloederig zweet af te scheiden.

In 1927 werd een nieuwe opgraving bevolen. Opnieuw vond men een ongeschonden lichaam, soepel, dat hetzelfde mysterieus vocht afscheidde. Vanuit het klooster zond men een brief aan Paus Pius XI met verzoek tot zaligverklaring van Pater Charbel. Toen werd hij een derde maal begraven in een nieuwe graftombe.

 

 

 

.

Talrijke genezingen

 

Er werden talrijke genezingen door toedoen van de heilige uit Libanon vastgesteld. We staan even stil bij twee gevallen die met het oog op de zaligverklaring door de geneesheren nauwgezet onderzocht werden.

Het eerste geval betreft de plotse genezing van zuster Marie Abel Kamani. Door een landurige ziekte kon ze zich enkel in een rolstoel verplaatsen. Nadat ze het “ vocht” dat door de stenen wand van het graf naar buiten drong, had aangeraakt, was zij in staat uit haar rolstoel op te staan. Al 14 jaar leed zij aan de maag. Haar pancreas, blaas en nier waren aaneengekleefd en werkten bijna niet.

Ze moest dikwijls overgeven en ze was graatmager. Haar rechter arm was verlamd. Ondanks twee operaties voelde ze dat ze weldra zou sterven. Maar nadat ze het “ vocht” op de wand van het graf van Pater Charbel had aangeraakt, was ze ineens helemaal genezen. Toen de klokken luidden om dit heugelijk feit te verkondigen, was er ook een moslim naar de kerk gekomen; hij verklaarde meteen dat hij christen wilde worden. Hij zei tegen de genezen zuster:”uw genezing heeft me teruggebracht tot het christendom. Eigenlijk was ik naar hier gekomen om te genezen van mijn doofheid, maar God heeft mij geestelijk licht gegeven.”

De andere genezing betreft de heer Iskander Obeide die opnieuw kon zien nadat hij het graf van de heilige had bezocht. Nadat hij uit één oog blind was geworden, had hij vaak tot de heilige Charbel gebeden. Deze verscheen hem ‘s nachts in een droom en zegde hem zich naar zijn graf te begeven. Hij zou pijn voelen maar ook genezen. Toen hij daar aankwam, voelde die man een brandende pijn in zijn oog en toen hij zijn oog opende kon hij opnieuw zien.

Het nieuws over de buitengewone genezingen en bekeringen van vele mensen die het graf van Pater Charbel bezochten, ging tot ver over de grenzen van Libanon. Steeds meer mensen gingen er op bedevaart om meer van zijn leven te weten te komen en om zijn voorspraak te bekomen. Een jong meisje, Hosn Mohair had van toen ze nog klein was een been dat 5 à 6 centimeter korter was dan het andere. Hierdoor liep ze erg mank. Ze begaf zich naar Annaga en bracht wijwater en wat aarde, die ze nabij het graf van de heilige had genomen, mee naar huis. Met dit water en die aarde begon ze haar gebrekkig been te masseren. Haar verwanten probeerden haar daar vanaf te brengen omdat ze na verloop van enkele dagen geen enkel resultaat bespeurden. Maar het meisje was zo gedreven door een vast vertrouwen dat ze doorzette…. en stilaan werd het gebrekkige been langer tot het even lang was als het andere. De overheidspersonen van het dorp die tot de Druzen behoorden, kende haar persoonlijk. In 1950 verstrekten zij beëdigde verklaringen om dit wonderbare feit te bevestigen.

In de jaren 1950 werd het graf meerdere malen geopend. Eminente specialisten onderzochten het lichaam. Na meer dan een halve eeuw bleek het nog onaangetast. Er was geen enkel spoor van ontbinding en het was bedekt met een rooskleurig vocht, wat medisch onverklaarbaar was. Veel mensen die naar het graf kwamen werden genezen, niet alleen fysisch maar ook spiritueel.

Het nieuws over de talrijke mirakelen verspreidde zich als een lopend vuurtje. Er bestaat ook een miraculeuze foto. Deze kwam er tijdens één van de verschijningen van de heilige Charbel. Op die wijze kregen de komende generaties een duurzaam portret van de heilige.

 

 

 

Scapulier

 

 

 

Het scapulier van Sint Charbel (heeft de macht duivels te verdrijven).

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Abraham, de stamvader van Israël

Standaard

categorie : religie

 

 

Abraham, oorspronkelijk Abram geheten, is de stamvader van het volk Israël. Uit de Bijbel leren wij hem kennen als een uitstekend vroom man, die zich, in het volle vertrouwen, volkomen aan de goddelijke Voorzienigheid overgaf, toen hem gevraagd werd zijn zoon Izak te offeren. Hij werd als zoon van Terah (of ‘Terach’) en kleinzoon van Nahor geboren in Ur. Hij was dus een afstammeling van Sem, zoon van Noach.

 

 

Abraham Friend of God2

 

 

 

Naam

 

Zijn naam was eerst Abram (‘hoge vader’, ‘vader der hoogheid’), doch na de goddelijke belofte van een talrijk kroost (Gen. 12:2; 17:5), ontving hij op 99-jarige leeftijd de naam Abraham, welke hij de hele Bijbel door behoudt. De nieuwe naam betekent ‘vader van een grote menigte’. Hij zou worden ‘tot een groot volk’ (Gen. 12:2) en ‘een vader van menigte der volken’ (Gen. 17:5).

 

 

 

Afgoderij

 

Terah en zijn zonen Abraham en Nahor hebben andere goden gediend. Jozua verhaalde daarvan:

Joz 24:2 Toen zei Jozua tegen heel het volk: Zo zegt de Heere, de God van Israël: Aan de overzijde van de rivier hebben uw vaderen van oude tijden af gewoond, Terah, de vader van Abraham, en de vader van Nahor; en zij hebben andere goden gediend.

Joz 24:14 Nu dan, vrees de Heere, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de goden weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in Egypte, en dien de Heere.

Joz 24:15 Maar als het in uw ogen kwalijk is de Heere te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de goden die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden,gediend hebben, óf de goden van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn huis betreft, wij zullen de Heere dienen!

Joz 24:16 Toen antwoordde het volk en zei: Er is geen sprake van dat wij de Heere zouden verlaten om andere goden te dienen.

 

 

52e00dfb70a3badbe4499241b720db2f

 

 

 

Roeping

 

Abram werd door God geroepen om zijn land en familie te verlaten en te gaan naar een ander land dat God hem zou wijzen. Jahweh zou hem tot een groot volk maken, namelijk het volk van Israël. In hem zouden alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.


Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.


Ge 12:4 Toen ging Abram op weg, zoals de Heere tot hem gesproken had, en Lot ging met hem mee. Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran vertrok.

.

.

God verscheen meermaals aan Abraham

 

Hij zei eens van Abraham:

Ge 18:19 want Ik heb hem gekend, opdat hij gebieden zou, dat zijn zonen en zijn huis na hem de weg des Heeren zouden bewaren door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere aan Abraham vervulle wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

Abraham kreeg acht zonen bij drie vrouwen

 

De vrouwen van Abraham waren Sara, Hagar en Ketura. Hij nam Ketura tot vrouw nadat Sara, 127 jaar oud (Gen. 23:1) gestorven was; Abraham was toen 137 jaar oud. De naam “Ketura” betekent “reukwerk”. Abrahams zonen waren:

  1. Ismaël (‘God verhoort’), zoon van Sara’s dienstmaagd Hagar
  2. Izak (‘gelach’), zoon van Sara.
  3. Zimran (‘beroemde’), zoon van Ketura
  4. Joksan (‘vogelaar’), zoon van Ketura
  5. Medan (‘twist’), zoon van Ketura
  6. Midian (‘strijd’), zoon van Ketura
  7. Jisbak (‘verlatene’), zoon van Ketura
  8. Suah (‘treurig’), zoon van Ketura.

Sara’s overlijden in Hebron gaf hem aanleiding om een spelonk te kopen van de Hethiet Efron (Gen. 23). Hij kocht de spelonk en de akker van Efron voor 400 zilverstukken. Dat was zijn eerste, aangekochte eigendom in het land Kanaän. Na de dood van Sara heeft Abraham nog 38 jaar geleefd. Hij bereikte een leeftijd van 175 jaar. Door zijn zonen Izak en Ismaël werd hij begraven in de spelonk van Machpela.

 

 

 

Abraham, de profeet

 

God noemde Abraham tegenover de filistijnse vorst Abimelech “een profeet” (Gen. 20:7).

Ge 20:7 Nu dan, geef de vrouw van die man terug, want hij is een profeet! Hij zal voor u bidden, zodat u in leven blijft. Als u haar echter niet teruggeeft, weet dan dat u zeker zult sterven, u en al wat van u is.

Dat Abraham een profeet was, bleek uit zijn antwoord aan Izak, onderweg naar de offerplaats.

Ge 22:7 Toen sprak Izak tot zijn vader Abraham en zei: Mijn vader! Hij zei: Zie, hier ben ik, mijn zoon. Hij zei: Zie, hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam voor het brandoffer?
Ge 22:8 Abraham zei: God zal Zichzelf voorzien van het lam voor het brandoffer, mijn zoon. Zo gingen zij beiden samen.

 

 

1505

 

 

De profeet Abraham sprak tot zijn knecht, die de opdracht kreeg naar Abrahams familie te gaan en daar een vrouw voor Izak te vinden.

Ge 24:7 De Heere, de God van de hemel, Die mij uit mijn familie en uit mijn geboorteland weggehaald heeft, Die tot mij gesproken heeft en Die mij gezworen heeft: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven -die God zal Zijn engel voor u uit sturen, opdat u voor mijn zoon daarvandaan een vrouw zult nemen.

Toen de aartsvader zich tegenover de Hethieten, van wie hij een gunst verzocht, “een vreemdeling en een inwoner bij u” noemde, noemden zij hem “een vorst Gods in het midden van ons’ (Gen. 23:6). God noemde hem tegenover zijn volk Israël “de rotssteen” waaruit de Israëlieten gehouwen zijn.

 

Jes 51:1  Hoort naar Mij, gij, die de gerechtigheid najaagt, gij, die den Heere zoekt! aanschouwt den rotssteen, waaruit gij lieden gehouwen zijt, en de holligheid des bornputs, waaruit gij gegraven zijt.


Jes 51:2 Aanschouwt Abraham, ulieder vader, en Sara, die ulieden gebaard heeft; want Ik riep hem, toen hij nog alleen was, en Ik zegende hem, en Ik vermenigvuldigde hem.

 

Jezus Christus wordt “de Zoon van Abraham” genoemd, omdat hij naar het vlees een afstammeling van Abraham is en evenals deze wandelde in geloof.

Mt 1:1 Geslachtsregister van Jezus Christus, Zoon van David, Zoon van Abraham.

 

Joh 8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zei tot hen: Als u kinderen van Abraham was, zou u de werken van Abraham doen.

 

 

 

Belofte van land

 

Abraham kreeg de belofte van het land Kanaän. Hij was gegaan en gekomen in het land dat God hem ter bezitting aanwees. Het land was voor hem en zijn ‘zaad’, zijn nageslacht. De landbelofte wordt meermaals herhaald.

 

Ge 12:1 De Heere nu zei tegen Abram: Gaat u uit uw land, uit uw familiekring en uit het huis van uw vader, naar het land dat Ik u wijzen zal.


Ge 12:7 Zo verscheen de Heere aan Abram, en zeide: Aan uw zaad zal Ik dit land geven. Toen bouwde hij aldaar een altaar den Heere, Die hem verschenen was.


Ge 15:7 Voorts zeide Hij tot hem: Ik ben de Heere, Die u uitgeleid heb uit Ur der Chaldeën, om u dit land te geven, om dat erfelijk te bezitten.


Ge 17:8 En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.

 

 

Afbeelding-04-Het-Beloofde-Land

 

 

 

Het beloofde land is zelfs groter dan Kanaän en strekt zich uit tot de rivier Eufraat (of Frath).

 

Ge 15:18 Ten zelfden dage maakte de Heere een verbond met Abram, zeggende: Aan uw zaad heb Ik dit land gegeven, van de rivier van Egypte af, tot aan die grote rivier, de rivier Frath.

 

 

 

Abraham bleef een vreemdeling in het land en woonde in tenten.

 

Hnd 7:5 En Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs geen voetbreed, en Hij beloofde het hem tot een bezitting te geven en zijn nageslacht na hem, terwijl hij geen kind had.

 

 

3sarah-et-abraham_isaac540

 

 

 

De landbelofte wordt door God aan Abrahams zoon Izak bevestigd

 

Ge 26:2 En de Heere verscheen hem en zeide: Trek niet af naar Egypte; woon in het land, dat Ik u aanzeggen zal;

Ge 26:3 Woon als vreemdeling in dat land, en Ik zal met u zijn, en zal u zegenen; want aan u en uw zaad zal Ik al deze landen geven, en Ik zal den eed bevestigen, dien Ik Abraham uw vader gezworen heb.

Ge 26:4 En Ik zal uw zaad vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en zal aan uw zaad al deze landen geven; en in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde,

Ge 26:5 Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.

 

Ook aan Jacob en Mozes werd de belofte door God bevestigd (Deut. 34:4).

 

 

 

Belofte van talrijk nageslacht

 

Abraham kreeg ook de belofte van een talrijk nageslacht. Abraham is, overeenkomstig de belofte van God, een vader van vele volken geworden. De naam ‘Abraham’ betekent ‘vader van een grote menigte’ .

Ge 12:2 Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn.

Ge 17:5 En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.


Ge 17:6 En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.

Ge 18:17 De Heere zei: Zal Ik voor Abraham verbergen wat Ik ga doen?


Ge 18:18 Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden.


Ge 18:19 Want Ik heb hem uitgekozen, opdat hij aan zijn kinderen en zijn huis na hem bevel zou geven om de weg van de Heere in acht te nemen, door gerechtigheid en recht te doen, opdat de Heere over Abraham zal brengen wat Hij over hem gesproken heeft.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van een talrijk nageslacht werd door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden,

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

Abraham heeft afstammelingen naar het vlees en naar het geloof. Van Abraham stammen af naar het vlees (lijfelijke nakomelingen):

  • de Israëlieten, via zijn zoon Izak
  • de Edomieten, via zijn zoon Izak
  • de Ismaëlieten, via zijn zoon Ismaël
  • de Assurieten, via zijn zoon Joksan
  • de Letusieten, via zijn zoon Joksan
  • de Leümmieten, via zijn zoon Joksan
  • de Midianieten, via zijn zoon Midian
  • en vele Arabische stammen

Volgens de islamitische overlevering zijn de Arabieren de nakomelingen van Ismaël en daarmee kinderen van Abraham. Moslims zien Abraham als hun vader.

 

 

 

Abrahams nageslacht door het geloof

 

In figuurlijke of geestelijke zin, namelijk om hun geloof, worden gelovigen in de Bijbel kinderen van Abraham genoemd. Abraham geloofde God op het woord van Diens beloften en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Zo wordt ook ons geloof in Jezus Christus, de Zoon van God en de Heiland der wereld, ons tot gerechtigheid gerekend. In dat opzicht is de gelovige als Abraham en wordt hij door God als een zoon van Abraham beschouwd.

Ga 3:7 Erkent dan, dat zij die op grond van geloof zijn,zonen van Abrahamzijn. 

Ga 3:29 En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en volgens belofte erfgenamen.

 

Uit en door Abraham is dus een natuurlijk en aards volk (Israël) alsook een geestelijk en hemels volk (gemeente van Christus) ontstaan. Deze beide volken worden misschien aangeduid door de uitdrukkingen “de sterren aan de hemel” (gemeente van Christus) en “het zand aan de oever van de zee” (Israël).

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als hetzand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden.

 

 

plaat10

 

 

 

Belofte van zegen

 

Abraham kreeg ook een belofte van zegen in hem: in hem zouden alle geslachten van het aardrijk gezegend worden.

Ge 12:3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken; en in u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden.

 

 

 

God herhaalde Zijn belofte nadat Abraham zijn zoon offerde:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

 

 

De belofte van zegen wordt door God aan Izak herhaald:

 

Ge 26:4 Ik zal uw nageslacht zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en uw nageslacht al deze landen geven. In uw nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, 

Ge 26:5 omdat Abraham Mijn stem gehoorzaamd heeft en Mijn voorschriften, Mijn geboden, Mijn verordeningen en Mijn wetten in acht genomen heeft.

 

 

 

Op de Pinksterdag herinnert Petrus zijn toehoorders aan deze belofte:

 

Hnd 3:25 U bent de zonen van de profeten en van het verbond dat God met uw vaderen heeft gemaakt, toen Hij tot Abraham zei: ‘En in uw nageslacht zullen alle families van de aarde gezegend worden’.

 

 

 

Deze zegen komt door een zoon van Abraham, namelijk Jezus Christus, tot alle volken van de aarde. Eén zegen is de rechtvaardiging uit geloof.

 

Ga 3:8 De Schrift nu, die voorzag dat God de volken op grond van geloof zou rechtvaardigen, verkondigde tevoren aan Abraham de blijde boodschap: ‘In u zullen alle volken gezegend worden’.

 

 

 

Belofte van overwinning

 

Nadat God aan Abraham meermaals de belofte van land, een talrijk nageslacht en zegen door hem voor de volken had gedaan, voegt Hij, nadat Abraham zijn eigen zoon offerde, er een nieuwe belofte bij.

 

 

Het zaad (nageslacht) van Abraham zou de poort van zijn vijanden in bezit nemen:

 

Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de Heere: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt,


Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.


Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

 

Wanneer wij Abrahams zaad (nageslacht) in het meervoud nemen, dus op zijn nakomelingen zien, dan zegt de belofte dat Abrahams nageslacht de poort van zijn vijanden (erfelijk) zal bezitten, hun steden innemen en het goed van hun land genieten. Een poortis in de Heilige Schrift het beeld van macht en sterkte (vgl. Matth. 16:18). In de poorten werden ook de rechtspraken gehouden. Jahweh wil daarmee dus aan Abraham zeggen, dat zijn nakroost over zijn vijanden zal heersen en zijn vijanden overwinnen zal.

Deze belofte ging in vervulling toen Israël zijn vijanden versloeg en het beloofde land innam. De volkomen vervulling geschiedt na de Grote Verdrukking en het geestelijke herstel van Israël. Israël zal dan niet langer de smaad en de staart, maar de eer en het hoofd der volken zijn.

Wanneer wij Abrahams zaad in het enkelvoud nemen, dus op zijn Nakomeling Jezus zien – zoals Paulus doet in Gal. 3:16 – dan zegt de belofte dat de Heer Jezus de poort van zijn vijanden zal innemen. De Heer Jezus is verhoogd aan Gods rechterhand totdat God al zijn vijanden tot zijn voetbank heeft gesteld.

Heb 1:13 Tot wie van de engelen echter heeft Hij ooit gezegd: ‘Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden stel tot een voetbank voor uw voeten’?

Lu 19:27 Die vijanden van mij evenwel, die niet wilden dat ik over hen regeerde, brengt ze hier en slacht ze in mijn bijzijn af.

 

 

De Heer Jezus heeft door de dood de satan, die de macht over de dood had, teniet gedaan.

 

Heb 2:14  Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel.

 

 

 

Hij heeft de sleutel van de dood en de hades (= dodenrijk).

 

Opb 1:18 en de levende; en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en de hades.

Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen.

Hij zal bij zijn toekomstige verschijning in de wereld zijn vrederijk op aarde oprichten. Hij zal de wereld regeren, die voordien, na de zondeval, door satan werd geregeerd.

 

1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

De helderziendheid van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Helderziendheid is een speciale gave, in hoofdzaak toegeschreven aan heiligen, die toelaat duistere feiten of gebeurtenissen te voorzien. Deze gave maakt het ook mogelijk te zien en te horen van op afstand, in tijd en ruimte, zonder tussenkomst van zintuigen of geestelijke vermogens. Bij Pater Pio was die gave zo ontwikkeld dat hij letterlijk de ziel van mensen kon lezen. Er zijn verschillende getuigenissen die interventies van Pater Pio, namelijk in zijn biechtstoel, bevestigen.

 

 

padre_pio

 

 

 

Een dame uit Bologne vertelde: op een dag bracht mijn moeder een bezoekje aan pater Pio met vrienden. Wanneer ze aankwam in San Giovanni Rotonda, ontmoette ze in de sacristie van het klooster de aanbeden priester die haar zei: “Wat doe jij hier? Ga onmiddellijk naar huis: je man is ziek.” Bij die woorden was mijn moeder stomverbaasd: immers, toen ze haar huis verlaten had was de toestand van haar man stabiel. Ze verliet San Giovanni Rotondo met de eerste trein.

Wanneer ze helemaal ongerust thuis kwam vernam ze het nieuws omtrent haar man. Men vertelde haar dat er geen verandering was maar dat hij gedurende de nacht zware ademhalingsmoeilijkheden had gekend, net alsof iets de keel blokkeerde.  Mijn moeder wou zeker zijn en telefoneerde onmiddellijk de dokter. Rond elf uur ’s avonds werd mijn vader binnengebracht in het ziekenhuis om daar met spoed geopereerd te worden

De chirurg die de interventie leidde, haalde uit de keel van mijn vader een grote hoeveelheid etter. Pater Pio had het voorgevoel gehad dat een gevaar mijn man bedreigde en zijn gebeden en zijn raad hadden een zeer positieve invloed op zijn gezondheidstoestand.

 

 

Een van de spirituele zonen van Pater Pio leefde in Rome. Op een dag bevond hij zich onder vrienden en verzuimde door een schaamtegevoel, het Heilig Sacrament te eren door zijn hoed af te nemen. Dit deed hij nochtans telkens hij een kerk passeerde. Hij hoorde een stemmetje in zijn oor, dat van Pater Pio, die hem toefluisterde: “Laf!” Enkele dagen later ging hij naar San Giovanni Rotondo en Pater Pio zei tegen hem: “Opgepast, deze keer heb ik je maar een waarschuwing gegeven maar in de toekomst zal ik je een stevig pak slaag geven.”

 

 

Bij zonsondergang, in de tuin van het klooster was Pater Pio aangenaam aan het keuvelen met enkele gelovigen en met zijn spirituele zonen wanneer hij opmerkte dat hij geen zakdoek meer had. Hij vertrouwde zijn sleutel toe aan één van de aanwezigen en vroeg hem naar zijn kamer te gaan en daar een zakdoek te halen. De man begaf zich dus naar de kamer van Pater Pio waar hij een zakdoek nam.

Hij zag ook de handschoenen liggen en kon niet weerstaan aan de drang om een relikwie te ontvreemden. Hij nam een van de handschoenen en stak ze in zijn zak. Hij keerde terug naar de tuin en gaf de zakdoek aan Pater Pio die hem zei: “En nu ga je terug naar mijn kamer en leg je de handschoen terug die je weggenomen hebt.

 

 

Elke avond voor het slapen gaan knielde een dame voor de beeltenis van Pater Pio om hem zijn zegen te vragen. Haar man, alhoewel hij katholiek was en geloofde in Pater Pio veroordeelde dat overdreven gedrag en lachte iedere keer met haar. Op een dag zei hij tegen Pater Pio: “Weet u dat mijn echtgenote elke avond knielt voor uw foto en u om uw zegen vraagt? ” En Pater Pio zei:” Ja, ik weet het, en jij , jij lacht er elke avond mee. ”

 

 

Op een dag ging een gebrekkig katholiek die desondanks veel waardering genoot in kerkelijke middens, te biecht bij Pater Pio. De man verwaarloosde zijn vrouw en had een minnares. Trachtend zijn gedrag te verantwoorden beweerde hij in een geestelijke crisis te zitten. Hij had niet gerekend op de gave van Pater Pio die met luide stem zei tegen de man die voor hem geknield zat: ” Wat, een geestelijke crisis! Je bedriegt je echtgenote en God is kwaad op jou. Ga weg!”

 

 

Een man vertelde eens: ik had beslist te stoppen met roken en dat offer op te dragen aan Pater Pio. De eerste avond, pakje sigaretten in de hand, bekeek ik de beeltenis van Pater Pio en zei tegen hem:” Pater, het is nu reeds een dag” De tweede avond deed ik hetzelfde:” Pater Pio, het is nu al twee dagen” En zo ging dat voort gedurende drie maanden. Op een dag ging ik Pater Pio opzoeken en ik zei hem:” Pater het is nu al 81 dagen geleden dat ik gestopt ben met roken, 81 pakjes…” Pater Pio antwoordde:” Ik weet het net zo goed als jij , omdat je me ze alle avonden hebt doen tellen. ”

 

 

Een begeleider van een autobus met toeristen op excursie in Gargano zag Pater Pio in de sacristie binnen komen, precies op het ogenblik dat hij wou vertrekken. De man was vergezeld van een tiental personen die wilden biechten. Pater Pio vroeg aan de begeleider “En gij, mijn zoon, wil u zich ook laten zegenen?” Verrast, schoof de begeleider naar voor en knielde neer om de zegen te ontvangen, maar alvorens de zegen te geven, vroeg de pater nog: “En wat hebt u gedaan?”

De man antwoordde: “Niets, vader, een paar uur geleden heb ik gebiecht op de berg San Angelo en nadien heb ik samen met mijn toeristen de H. Communie ontvangen”. Pater Pio vervolgde: “En daarna?” De man antwoordde: “Ik heb piëteitsvolle voorwerpen gekocht”. Pater Pio hernam: “Het zijn niet de devotiestukken die u geërgerd hebben, maar deze zoete dingen”.

Verbaasd herinnerde de begeleider zich dat hij, na de eucharistieviering, gevloekt had omdat de krokante zoetigheden die hij gekocht had minder geschikt waren dan die bedoeld door de toeristen. Te neer geslagen trachtte hij iets te zeggen, maar pater Pio vervolgde: “Het is niet alles. Op de weg nabij San Giovanni Rotondo hebt u de voerder van een voertuig beledigd omdat hij niet rechts hield”. De begeleider, die aanvankelijk gezegd had dat hij niets gedaan had, zegde verward zijn schuldbelijdenis op.

 

 

Een Anglo-Italiaanse dame uit Engeland begaf zich onmiddellijk in de biechtstoel van pater Pio. Maar pater Pio luisterde niet naar haar belijdenis, hij sloot het raampje. Waarom wilde pater Pio de belijdenis van deze dame niet aanhoren? Deze dame kwam gedurende twee weken praktisch alle dagen, waarna pater Pio uiteindelijk haar biecht afnam. Deze dame vroeg waarom zij zo lang moest wachten. Pater Pio antwoordde: “En jij, hoe lang heb jij de Heer laten wachten?”

Gij moet u afvragen hoe Jezus en ik zelf u zouden kunnen ontvangen na al uw heiligschennende communies. Immers gedurende jaren heb jij in staat van doodzonde gecommuniceerd aan de zijde van uw moeder en uw man”.  De dame, ondersteboven en vol spijt, ontving al wenend de absolutie. Enkele dagen later vertrok zij vredevol terug naar Engeland.

 

 

Een man vertelt. Op een avond at ik enkele vijgen meer dan naar gewoonte. Scrupuleus als ik was omwille van die gulzigheid besloot ik ’s anderendaags te biechten bij pater Pio. Op weg naar het klooster deed ik mijn gewetensonderzoek. Ongelukkig herinnerde ik mij niet meer die zonde van gulzigheid. Maar alvorens aan pater Pio de absolutie te vragen zei ik: “ik geloof dat ik een zonde vergeten heb, maar voor ’t ogenblik herinner ik ze mij niet”. Pater Pio zei al lachend: “Eh wel, zijn het de twee vijgen!?”

 

 

God ziet alles en Hij zal onze daden beoordelen. Het volgende verhaal toont duidelijk aan dat God onze intiemste gedachten kent. In 1920 meldde een man zich aan in het klooster van de Kapucijnen. Zonder spijt in zijn hart dacht hij er aan zijn vrouw te vermoorden om met een andere te kunnen trouwen. Het lag dus uitsluitend in zijn bedoeling om zijn bezoek als alibi te gebruiken.

Daar hij wist dat zijn vrouw een monnik kende in een nabijgelegen dorp van de Gargano, waar hij, noch zij gekend waren, kon hij er gemakkelijk zijn misdaad voorbereiden. Enige tijd later kon hij er zijn vrouw van overtuigen om die reis te doen. Na rijp beraad stelde hij zijn vrouw voor een bezoek te brengen aan die pater waarover iedereen sprak. De vrouw reserveerde een plaats voor een retraite en de man begaf zich alleen naar het klooster om een biechtgelegenheid te reserveren.

Terwijl zijn vrouw op de biechtafspraak zou zijn, zou hij zich in het dorp laten zien met de bedoeling te zorgen voor een alibi. Hij bezocht een bistro en benaderde er enkele habitués. Hij zou hen dan een pint betalen, met hen een klapje doen en daarna vertrekken om zijn vrouw te vermoorden nadat zij het bezoek bij de pater had afgelegd. In volle natuur, in de avondschemering, zou niemand iets merken, ook geen lijk vinden. Daarna zou hij zijn kameraden in het bistro opnieuw opzoeken en vertrekken zoals hij gekomen was.

Een perfect plan, met uitzondering van een klein detail: terwijl hij zijn misdaad voorbereidde, las iemand zijn gedachten. In het klooster zag hij pater Pio die reeds de schuld van enkele dorpsbewoners geraden had. Onder een onweerstaanbare dwang wierp de man zich op de knieën in de biechtstoel. Hij had nog maar pas een kruisteken gemaakt of hij hoorde roepen: “ga weg! ga weg, onmiddellijk ga weg zeg ik. Weet u dan niet dat het verboden is u te drenken in het bloed van een moord? Ga weg! Ga weg!”.

Daarna nam de pater de man bij de arm en joeg hem uit de kerk. Bewust van zijn ongure intenties, vluchtte de man naar buiten, viel neer op een steenblok, zijn gezicht in de modder en werd zich bewust van zijn ontelbare zonden. In een oogwenk kwam zijn leven voor de geest en in een ommezwaai zag hij zijn boosaardigheid in. Met pijn in het hart keerde hij terug naar de kerk en vroeg pater Pio om te biechten, met een oprecht hart deze keer.

Pater Pio sprak vol tederheid, alsof hij hem altijd gekend had. Om niet te vergeten beleed hij al zijn zonden, één na één, misdrijf na misdrijf, met alle details. De man kon zijn gruwelijke misdaad toegeven, misdaad die hij alleen kende. Uitgeput maar verlost wierp hij zich voor de pater neer en vroeg nederig vergiffenis. Het is niet alles.

Toen de penitent zich klaar maakte om te vertrekken, zei pater Pio tot hem: “hebt ge nooit verlangd naar een zoon?”. De man dacht: “maar nee toch, weet pater Pio dat ook al?!” En pater Pio voegde er aan toe: “stop met God te mishagen en ge zult een zoon krijgen”. Een jaar later, dag op dag, kwam de man pater Pio terug opzoeken, overtuigd en vader van een zoon, geboren uit zijn vrouw die hij wilde doden.

 

 

De pater Gardiaan van het klooster van San Giovanni Rotondo vertelde: ”Eens kwam hier een zakenman toe uit Pisa met de vraag aan pater Pio om de genezing van zijn dochter. Maar pater Pio bekeek hem en zei: “gij zijt zieker dan uw dochter, gij schijnt bijna dood te zijn.” De man antwoordde daarop: “Bijlange niet, ik voel me prima.” Pater Pio ging verder: “Sukkelaar, hoe kunt ge zeggen dat je je goed voelt met al die zware fouten op je geweten? Minstens 32!” Onmiddellijk daarop beleed de man zijn fouten. En na zijn biecht vertelde hij aan iedereen dat pater Pio hem al zijn zonden die hij had bedreven op voorhand reeds kende.

 

 

Een priester vertelde een voorval dat een confrater had meegemaakt toen hij van tamelijk ver naar pater Pio was gekomen om te biechten. Hij had van trein moeten overstappen en had uren moeten wachten in Bologna. Toen hij gedaan  had met biechten, vroeg pater Pio hem:”Mijn zoon, hebt u me niets vergeten te vertellen?” Toen hij negatief antwoordde, dacht hij goed na en vond niets. Dan zei pater Pio hem met veel begrip: Mijn zoon, gij zijt in Bologna om 5 uur ’s morgens aangekomen.

De kerken waren toe. In plaats van te wachten ben je naar het hotel geweest om wat te rusten voor de H. Mis. Ge hebt u op bed gelegd en hebt zo diep geslapen dat je pas om 15 uur wakker bent geworden, zodanig dat je de Eucharistie niet kon celebreren. Ik weet dat je het niet uit kwade wil hebt gedaan …. Maar het getuigt van wat tekort aan waakzaamheid tegenover ons Heer.

 

 

Toen er nogal wat volk afkwam om pater Pio te zien waren er twee gewapende bewakers belast met de veiligheid van de pater. Toen dan eens na de eucharistieviering pater Pio zich terugtrok naar de sacristie om zijn gewaden uit te doen zei hij tot één van de bewakers vriendelijk: ”wanneer ge hier gedaan hebt, en ik mijn dankzegging heb beëindigd, kom dan eens naar mijn kamer, ik moet u iets zeggen.”

De bewaker was erg gelukkig, en wachtte tot pater Pio zijn dankzegging had gedaan. Hij ging hem opzoeken naar zijn kamer. Pater Pio zei hem: “Ge moet eens naar je ouders gaan, want binnen de acht dagen ga je sterven.” De man antwoordde “Ik voel me opperbest, pater.” Pater Pio zei daarop:”wees niet ongerust, over 8 dagen ga je je nog beter voelen. Dit leven is toch maar een pelgrimstocht. Ga verlof vragen en regel je zaken met je familie; morgen zou het al te laat kunnen zijn.

Nogal onthutst vroeg de bewaker hem: “Mag ik vertellen wat u mij gezegd hebt?” Pater Pio zei: “Niet direct, maar wel als je thuis bent.” De jonge man ging het dorp in en vroeg aan zijn overste om naar huis te mogen gaan. De verantwoordelijke weigerde aanvankelijk, omdat hij het een onvoldoende motief vond, maar toen pater Pio tussenbeide kwam mocht hij eindelijk vertrekken. Eenmaal thuis vertelde de man wat pater Pio hem gezegd had en dat hij nu gekomen was om zijn familie te groeten voor zijn dood. En op het einde van 8 dagen is hij overleden.

 

 

De religieuzen van het klooster van Venafro, die pater Pio gedurende een tijd hadden opgevangen waren getuigen van de visioenen maar ook nog van andere onverklaarbare verschijnselen. Onder andere, zelf zwaar ziek kon pater Pio de gedachten, van andere mensen lezen. Op een keer kwam eerwaarde Heer Augustin hem opzoeken. Pater Pio vroeg hem: “Bid vanmorgen eens speciaal voor mij”.

Toen hij van de kerk wegging was hij van plan tijdens de eucharistie speciaal voor hem te bidden. Maar hij vergat het. Wanneer hij pater Pio terug ontmoette vroeg deze:”Hebt ge voor mij gebeden?” Abbé Augustin gaf zijn vergetelheid toe en pater Pio zei daarop:”’t Is goed, Ons Heer heeft uw intenties aanvaard toen je van de kerk wegging.”

 

 

Op een keer toen pater Pio in het heiligdom aan het bidden was kwamen zijn confraters hem vragen om van iemand een particuliere biecht te horen. Pater Pio keek op en zei op strenge toon: “Denkt ge dat, nadat Ons Heer 25 jaar heeft gewacht, hij geen 5 minuten geduld moet hebben? En iedereen begreep dat pater Pio de waarheid had gesproken!

 

 

Pater Carmelo Durante, die de overste was van pater Pio in het klooster van San Giovanni Rotondo gaf dit getuigenis naar aanleiding van de gave van profetie van pater Pio. “Gedurende de Tweede Wereldoorlog hoorden we bijna dagelijks spreken over de oorlog, over schitterende militaire overwinningen die de Duitsers op het front behaalden. Op zekere morgen, toen de gemeenschap in de kleine zaal samen zat, hoorde ze het recente nieuws dat de Duitsers zich naar Moscou begaven.

Ik stond aan de grond genageld met de gedachte dat dit het einde van de oorlog zou kunnen betekenen en ook de uiteindelijke overwinning van de Duitsers. Ik kwam in de gang de eerwaarde pater Pio tegen, en ik vertelde hem erg gelukkig en vol enthousiasme: “De oorlog is gedaan.”  “Wie heeft u dit verteld?”, vroeg pater Pio. En ik toonde hem de krant. Pater Pio zei daarop: “Heeft Duitsland gezegevierd? Denk eraan: Duitsland zal deze keer verliezen. Het zal niet zijn zoals de andere oorlog, vergeet dat niet.”

Maar ik repliceerde:” De Duitsers trekken al op naar Moscou.” Pater Pio zei:”Vergeet niet wat ik u gezegd heb, …” en toen ik nog insisteerde: ”Maar als Duitsland de oorlog verliest, verliest Italië ook!” En toen zei hij me nog op een besliste toon:”Kijk goed uit je twee ogen of ze wel samen de oorlog beëindigen.” Op dat moment leken die woorden nogal mysterieus, want er bestond een verbond tussen Duitsland en Italië. Maar het jaar daarna, na de wapenstilstand met de geallieerden op 8 september 1943 en na de daaropvolgende oorlogsverklaring van Italië aan Duitsland begreep ik het wel allemaal!

 

 

Een vrouw vertelde: “Ook ik wilde deelnemen aan een georganiseerde reis naar San Giovanni Rotondo om pater Pio te leren kennen en en hem te ontmoeten. Dat was in 1961. In de bus was er een man die opeens luid riep: “Mijn vrouw wilde dat ik met haar meeging naar deze ‘bedrieger’”. Dit was natuurlijk een verwijzing naar de dierbare pater. Deze beschuldiging ging dwars door mijn hart.

Toen we in San Giovanni Rotondo aankwamen gingen we onmiddellijk naar de kerk om er de heilige mis bij te wonen. Na de mis begaf pater Pio zich onder de pelgrims. Toen hij dichtbij ons kwam bleef hij staan vlak vóór de man die zich in de bus negatief over hem had uitgelaten en zei: “Kom hier, kom bij die bedrieger!” De man werd bleek, knielde neer en kon enkel stamelend zeggen: “Vergeef me pater! Vergeef me!” Pater Pio legde een hand op zijn hoofd en zegenend vervolgde hij: “Sta op, ik vergeef je.” De man was meteen bekeerd en allen waren vol bewondering en ontroering.”

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1945 bracht mijn moeder me naar San Giovanni Rotondo om pater Pio te leren kennen en om bij hem te biechten. Er was veel volk. In afwachting van mijn beurt dacht ik na over alles wat ik aan de pater moest zeggen maar toen ik dan bij hem was klapte ik volledig dicht. De dierbare pater bemerkte meteen mijn bedeesdheid en zei met een glimlach: “Wil je dat ik het in jouw plaats zeg?” Ik knikte instemmend en meteen stond ik stomverbaasd.

Dat kon niet waar zijn! Pater Pio zegde woord voor woord alles wat ik hem had willen zeggen. Ik werd rustig en kalm en ik dankte in gedachten de geëerde pater dat hij mij een van zijn uitzonderlijke bovennatuurlijke gaven had laten ervaren. Ik vertrouwde hem de gezondheid toe van mijn ziel en mijn lichaam. Hij antwoordde: “Ik zal altijd je geestelijke vader zijn!” Ik nam afscheid van hem met een immense vreugde in mijn hart. Terwijl ik in de trein op terugweg naar huis was, nam ik een intense geur waar die ik nooit zal vergeten!”

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

De onzichtbare wereld bestaat.

Standaard

categorie : religie

 

 

Door het geloof weten wij dat het heelal

door een woord van God gemaakt is; dat het

zichtbare uit het onzichtbare is voortgekomen (Hebreeën 11:3 ).

.

Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het Woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.

De zichtbare wereld is ontstaan of voortgekomen uit de onzichtbare wereld. Alles om u heen heeft zijn oorsprong in de onzichtbare wereld. Alles wat u kunt waarnemen met uw zintuigen, is ontstaan uit de onzichtbare wereld. De onzichtbare wereld was er eerst en daarna pas de zichtbare wereld.

Eerst komen dingen tot stand in de geestelijke wereld, alvorens ze zichtbaar zijn in de natuurlijke wereld. De onzichtbare wereld is reëler, meer werkelijkheid dan de zichtbare wereld. Als de zichtbare wereld voortgekomen is uit de onzichtbare wereld, dan is de onzichtbare wereld belangrijker en van een hogere orde dan de zichtbare wereld. 

Wat we vandaag in de natuurlijke of zichtbare wereld zien, is een reflectie van wat er zich afspeelt in de geestelijke of onzichtbare wereld. De dingen die men ziet, zijn oorspronkelijk voortgekomen uit de onzichtbare wereld. Het wil niet zeggen omdat we dingen niet kunnen zien of waarnemen met onze zintuigen, dat ze niet bestaan.

Radiogolven kunnen niet met onze zintuigen waargenomen worden, alhoewel we omringd zijn met radiogolven. Met de juiste instrumenten kan men deze onzichtbare golven wel zichtbaar en hoorbaar maken. Zo zijn er in de onzichtbare wereld dingen aanwezig, die alhoewel ze er zijn, niet zichtbaar of waarneembaar zijn met onze natuurlijke zintuigen.

.

 

invisible_world_by_montiljo-d6yqkga

 

 

.

Hoe weten wij en kunnen wij zien wat er zich

in de onzichtbare wereld bevindt?

 

In de eerste plaats spreekt de Bijbel erover, zodat we er weet van hebben. Daarnaast hebben we de openbaring van Gods Geest. Door uw geestelijke wedergeboorte, ontvangt u het geloof waardoor u de dingen, die zich in Gods hemels, onzichtbare rijk bevinden, kunt zien.

U zou geloof het zesde zintuig kunnen noemen waarmee u in de geestelijke wereld dingen of personen, kunt bemerken, bespeuren, voorstellen of geestelijk inzicht krijgt.

.

Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien. Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. (Johannes 3:3,5 )

.

Iemand die niet wedergeboren is kan de dingen van Gods Koninkrijk niet zien noch binnengaan. Jezus spreekt hier ook over Gods Koninkrijk Ingaan. In het Grieks betekent dit ook in bezit nemen. Eerst moeten we het Koninkrijk en al Zijn zegeningen zien en dan pas kunnen we ze in bezit nemen. Daarom is het ook zo belangrijk kennis te hebben van Gods wil. Gods wil vinden in Zijn Woord, de Bijbel. Maak dit gebed van Paulus voor de Kolossenzen tot een persoonlijk gebed.

Hemelse Vader ik bid dat ik vervuld mag worden met de juiste en nauwkeurige kennis van Uw wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, zodat ik waardig mag wandelen en U in alles mag behagen, in elk goed werk vrucht draag en groei in de juiste en nauwkeurige kennis van U, terwijl ik met alle kracht bekrachtigd wordt, overeenkomstig de sterkte van Uw heerlijkheid, om met blijdschap in alles te volharden en geduld te oefenen.

Daarbij dank ik U Vader, U heeft mij bekwaam gemaakt om deel te hebben aan de erfenis van de heiligen in het licht. U heeft mij getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon Uwer liefde. (naar Kolossenzen 1:9-13 )

Zoals in de Bijbel staat geschreven is genezing Gods wil voor u. Krijg hierover de juiste en nauwkeurige kennis, zodat u hiervan doordrongen bent. In het licht van Gods Woord ontdekt u uw erfenis, wat Jezus voor u gedaan heeft. God heeft u bekwaam gemaakt om er deel aan hebben. Denk niet dat het niet voor u weggelegd is. God heeft u bekwaam gemaakt!

.

Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, DIE ONS GEZEGEND HEEFT MET ALLE GEESTELIJKE ZEGEN IN DE HEMELSE GEWESTEN IN CHRISTUS. (Efeziers 1:3 )

.

God heeft u gezegend met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus. In uw geest, waar Christus woont, bent u gezegend met alle geestelijke zegen. Het Goede Nieuws is dat God ook Zijn geloof aan u heeft gegeven, om al Zijn zegeningen, inclusief uw genezing, in bezit te kunnen nemen en Hij openbaart u in Zijn Woord, hoe u dat kunt doen. Hoe u de genezing die in uw geest reeds aanwezig is, kunt laten manifesteren in uw lichaam.

.

.

.

.

 

De noodzaak van wedergeboorte

 

De ongeestelijke, niet wedergeboren mens of de natuurlijke mens, gaat alleen maar af en leeft alleen naar wat zijn 5 zintuigen hem vertellen. Daardoor is hij geestelijk gehandicapt, schiet hij tekort en begrijpt hij niets van de geestelijke wereld. Hij kan dat ook niet omdat hij geestelijk blind en dood is(Efeziërs 2:1).

Iemand die geloof heeft, heeft geen uitleg nodig.
Voor iemand die geen geloof heeft, is geen uitleg mogelijk.
St. Thomas Aquinas

Een natuurlijk denkend, ongeestelijk mens, begrijpt niets van de geestelijke waarheden, het is dwaasheid voor hem (1 Korintiërs 2:14). Een niet geestelijk wedergeboren mens kan Gods Koninkrijk niet zien. Sommige dingen lijken hem dwaas. Geestelijke dingen kunnen niet door het natuurlijke verstand gevat worden.

Voor iemand die wedergeboren is, is dit compleet anders. In zijn geest is iets gebeurd. Zijn geest die voorheen geestelijk dood was, afgesneden was van God, is wedergeboren door de inwoning van Gods Geest. Hij is geestelijk, een totaal nieuwe schepping. God plaatste hem geestelijk in Christus.

.

.

 

 

 Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping;

het oude is voorbijgegaan.

Zie, het nieuwe is gekomen (2 Korintiërs 5:17 ).

.

In Christus bent u een nieuwe schepping! Geestelijk bent u opnieuw geschapen. In het Grieks worden hier woorden gebruikt die ernaar verwijzen dat u de eigendom bent geworden van uw Maker. Toen God uw geest herschiep, bent u Zijn eigendom geworden, u bent deel geworden van Hem! Klaargemaakt voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en voor Zijn Koninkrijk!

Zie, het nieuwe is gekomen ! Het woord “zie” staat hier in de gebiedende wijze, er op duidend dat we het extra aandacht moeten geven. En alhoewel Jezus zei dat het Koninkrijk van God niet waarneembaar is met de natuurlijke zintuigen, is het wel waarneembaar met onze geestelijke zintuigen. Het nieuwe IS gekomen, uw genezing inclusief !

Nu hebben we niet de geest die tot de wereld hoort ontvangen, maar de Heilige Geest die uit God is , opdat wij zouden realiseren en bevatten en waarderen de gaven van Gods gunst en zegen die God zo vrij en rijkelijk aan ons geschonken heeft. (1 Korintiërs 2:12 )

Gods Geest openbaart wat God in genade rijkelijk aan u geschonken heeft. Gods Geest verbergt geen dingen voor u, maar toont Gods gaven van gunst en zegen aan u. Het is aan elk wedergeboren christen om zich dit te realiseren (te beseffen wat er in zijn geest gebeurd is), te bevatten (geestelijk te pakken) en te waarderen (God er voor te danken).

Het is goed om hier even bij stil te staan en tijd te maken, te mediteren over de geweldige dingen die God voor u en in u gedaan heeft. Toen u geestelijk wedergeboren werd, is er iets groots in u gebeurd, iets wat niet met woorden te omschrijven is, maar geestelijk moet gepakt worden.

.

.

slide_3

.

.

Bidt dit gebed:

 

“Hemelse Vader, help mij te beseffen wat er bij mijn geestelijke wedergeboorte in mijn geest gebeurd is. Help mij dit te vatten en te waarderen. Open mijn geestelijke ogen en oren voor Uw Koninkrijk, zodat ik het kan binnengaan en kan genieten van het overvloedige leven in Christus”.

Wij realiseren ons eerst wat er in de geestelijke wereld gebeurd is, om het later realiteit zien te worden in de natuurlijke wereld! Hoeveel wedergeboren christenen nemen de zegeningen en gunsten van Gods Koninkrijk in bezit? Hoeveel christenen zijn zich geestelijk bewust dat ze tot een ander Koninkrijk behoren en zijn dit Koninkrijk binnengegaan om te genieten van al Gods gaven van gunst en zegen?

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Dieren in het hiernamaals

Standaard

categorie : religie

 

 

Gaan dieren naar de hemel?

 

Voor veel christenen die een huisdier verliezen is het een moeilijke vraag. Is mijn huisdier nu in de hemel? En ga ik hem of haar daar weer terugzien? Het lijkt er op dat de Bijbel erop wijst dat er ook voor dieren een plaats is in de hemel, en dat de dieren die daar zullen zijn dezelfde zijn als de dieren die nu op aarde zijn. Dieren dragen mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens en zij zullen ook verlost worden. Een troost voor gelovigen die een huisdier verliezen.

 

 

 

.

Hoe dieren de gevolgen van de relatie tussen God en de mens merken

 

In het Bijbelboek Genesis wordt het lot van dieren meerdere malen gekoppeld aan dat van mensen en dragen dieren mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens. Namelijk bij de zondeval, tijdens de zondvloed en op het moment dat God het Noachitisch verbond sluit met Noach. Het zou vreemd zijn als de dieren op aarde de gevolgen merken van deze zaken, maar in de hemel ineens niet meer.

 

 

 

De zondeval

 

Met de zondeval, beschreven in Genesis 3, kwamen dood en vervloeking de wereld in. Voor de mensen hield dit in dat zij vanaf dat moment onvermijdelijk zouden sterven, dat het leven veel zwaarder zou worden en dat alle mensen in zonde geboren zouden worden (Ps. 51:7). Voor de dieren betekende dit echter ook een einde aan het goede leven. Dieren zouden jagers en prooien worden, ook van de mens. Dit alles was het gevolg van de zonde van de mens.

 

 

 

De zondvloed

 

Wanneer God vanwege de slechtheid van de mensen besloot tot de zondvloed had dit vanzelfsprekend niet alleen impact op de mens, maar ook op de dieren. God besloot echter dat Noach, zijn gezin en zijn schoondochters een uitzondering moesten vormen (Gen. 6:18). Naast deze uitzondering zouden er echter ook onder de dieren uitzonderingen zijn.

Van elke diersoort een mannetje en een vrouwtje, van de reine dieren zeven paar (Gen. 7:2). Door de zonde van de mens werden de dieren ook hier het slachtoffer, maar door de rechtvaardigheid van Noach waren er ook dieren die gespaard werden.

 

 

 

Het Noachitisch verbond

 

In Genesis 9:8-17 sluit God een verbond met Noach, waarin Hij, onder andere, belooft dat er nooit meer een zondvloed zal zijn. In dit verbond wordt echter niet alleen de mens als verbondspartner genoemd, maar ook de dieren. God sluit het verbond met Noach en met “alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte” (Gen. 9:10).

Het bijzondere aan het verbond is dat er veel nadruk op de dieren wordt gelegd. Tot vijf maal toe spreekt God over Noach én al wat op aarde leeft (Gen. 9:10; 12; 15; 16; 17). Het verbond dat God met de mens sloot gold dus ook voor de dieren.

 

 

 

het paradijs

 

 

 

Teksten over verlossing en vernieuwing voor dieren

 

Onder christenen is het algemeen bekend dat de Bijbel verlossing voorzegt voor mensen, maar het lijkt erop dat niet alleen mensen verlost zullen worden. Als het gaat over de vraag wie er verlost en vernieuwd zullen worden wordt er namelijk gesproken over ‘alle vlees’, ‘de hele schepping’ en ‘alle dingen’.

 

 

Alle vlees

 

In Lucas 3:4-6 citeert Jezus een profetie van Jesaja (Jes. 40:3-5) waarin hij voorzegde dat alle vlees het heil van God zou zien. Dit roept de vraag op wat Jesaja, en later Jezus, bedoelde met ‘alle vlees’. Doorgaans wordt dit geïnterpreteerd als ‘alle mensen’, maar het is niet duidelijk waarom het zo wordt geïnterpreteerd, omdat theologen doorgaans niet aangeven waarom zij het zo interpreteren.

Als het alleen over mensen had moeten gaan dan had er ook kunnen staan ‘alle mensen’, maar zowel in Jesaja als in Lucas wordt gesproken over ‘alle vlees’. Daardoor lijkt het ook dieren te omvatten, omdat die ook van vlees gemaakt zijn.

 

 

 

De hele schepping

 

Volgens de apostel Paulus zouden niet alleen de mensen bevrijd worden, maar zou de schepping worden bevrijd van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Rom. 8:21-23). Als dieren ook bevrijd worden van vergankelijkheid dan moet er een link zijn tussen dieren in het hiernamaals en dieren in dit leven. Is die link er niet (als dieren hier sterven en als er in de hemel andere dieren zullen zijn, of geen dieren), dan zijn de dieren (en daarmee een deel van de schepping) niet bevrijd.

 

 

 

Alle dingen

 

In Openbaringen 21:5 zegt Jezus dat Hij alle dingen nieuw zal maken. Ook hier lijken dieren deel te zijn van de vernieuwde schepping, omdat het vreemd zou zijn als dieren niet onder ‘alle dingen’ zouden vallen.

 

 

 

 

 

 

Maar dieren hebben toch geen ziel?

 

Onder christenen leeft het idee dat dieren geen ziel hebben. Een reden hiervoor is dat dieren in de Bijbel redeloos genoemd worden (Ps. 32:9; 73:22 – bron 2). De vraag is echter of ‘redeloos’ ook zielloos betekent. Dit lijkt niet het geval.

In het Genesis 1 en 2 staat dat niet alleen de mens levensadem ingeblazen kreeg en een levend wezen (nephesh) werd (Gen. 2:7), maar dat ook dieren de ‘adem van de levensgeest’ in hun neus hadden en daardoor levend (nephesh) zijn (Gen. 1:20; 30; 7:22).

Als mensen die nephesh zijn dus een ziel hebben, dan hebben dieren er ook één.

 

 

 

De term nephesh

 

De Hebreeuwse term ‘nephesh’ kan worden vertaald als ‘adem’ of ‘leven’, maar ook als ‘ziel’. Daardoor wordt het inblazen van de levensadem in de neus van Adam door christenen gezien als het moment dat hij een ziel kreeg. Als dit zo is dan moet men stellen dat ook dieren een ziel hebben.

Men zou kunnen stellen dat ‘nephesh’ zijn betekent dat je daadwerkelijk leeft, omdat je adem haalt en dat het in het scheppingsverhaal niets zegt over het al of niet hebben van een ziel. Het lastige hieraan is dat toen de mens nephesh was geworden hij volledig af was. Hij moet op dat moment dus een ziel gehad hebben, want nadat de mens nephesh werd zien we niet meer dat God hem verder vormde.

 

 

 

Het gedrag van dieren in de hemel en op de nieuwe aarde

 

Er staan in de Bijbel in ieder geval twee teksten over de manier waarop dieren in de hemel zich gedragen. Volgens die teksten zullen ze vredig zijn en zullen ze God aanbidden.

 

 

Vrede

 

“Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich neder leggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen neder leggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.” (Jesaja 11:6-8 )

In de hemel zullen dieren die voorheen elkaar aanvielen en zelfs opaten vredig naast elkaar leven. Ook mensen zullen volledig veilig zijn en hoeven zich geen zorgen te maken over hoe dieren zich gedragen. Een wonderlijke situatie, helemaal omdat die dieren in hun vorige leven elkaars vijand waren.

 

 

 

Aanbidding

 

“En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.” (Openbaring 5:13 )

In een deel van zijn Openbaring hoort Johannes dat alle schepselen, inclusief dieren, de Vader (die op de troon zit) en de Zoon (het Lam) aanbidden. Het meest bijzondere in deze openbaring is niet eens dat de dieren God aanbidden, maar dat Johannes hen kan verstaan. De vraag die dit oproept luidt of mensen en verschillende soorten dieren in de hemel met elkaar kunnen praten.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Een vaak gestelde vraag

 

Wij houden van onze huisdieren en we willen weten wat er met hen zal gebeuren. Wat Gods Woord zegt over de dood van de dieren is te vinden in Prediker 3 vers 1:

 

 “Wie bemerkt, dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde ?” 

 

Bemerk, dat dit werd geschreven door Salomo, de wijste mens die ooit had geleefd, maar die deze uitspraak afsloot met een vraagteken. Zelfs Salomo wist het antwoord op deze vraag niet. Daarom is het fout te concluderen uit deze tekst dat de dieren na hun dood geen bestemming zullen krijgen, ze hebben een ziel. Het vraagteken is uitermate belangrijk.

Laten we daarom eens kijken naar een heel andere tekst:

“Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben.” 1 Korintiërs 2 vers 9

en

“Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.”  Efeziërs 2 vers 7

 

 

 

De wensen van ons hart?

 

De Here God houdt van ons. Hij wil ons zegenen. “verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.”  Psalm 37 vers 4  Hoe veel betekent de Here voor jou? Verlustig jij jezelf in de Here? Is Hij de ‘nummer Een’ van jouw leven? Houdt met je hele hart van de Heer; Hij houdt van jou. Hij kent de wensen van ons hart. Misschien dat de wens van jouw hart, dat je je geliefde dier zult terugzien, ook door Hem wordt gezien?

 

 

 

Een getuigenis van dieren in de hemel

 

Een meisje van ongeveer drie jaar werd ernstig ziek en naar het ziekenhuis gebracht, waar haar hart stopte. Gedurende zeven minuten werd zij gereanimeerd voordat haar hart weer ging kloppen. Gelukkig herstelde zij. Enkele maanden daarna zat het kind aan tafel, toen het plotseling tegen haar moeder zei: ‘ik wilde dat ik de Heer Jezus weer kon zien’.

De moeder’s adem stokte, ‘wanneer heb jij de Heer Jezus dan gezien?’ vroeg ze. ‘Toen ik zo ziek was, in het ziekenhuis’ antwoordde het meisje. De moeder vroeg door en vroeg wat ze dan gedaan had. ‘We hebben gewandeld en ik hield Zijn hand vast’ zei het meisje. ‘en we hebben gespeeld met de jonge hondjes. Daarna zei de Heer Jezus dat ik terug moest gaan en toen werd ik wakker in het ziekenhuisbed’.

 

 

 

Geldt dit ook voor jou?

 

Ik geloof voor geen moment dat de Here God Zijn kinderen de simpele en blijde genoegens zal onthouden (zoals liefde voor en van onze dieren) die tijdens ons leven zo’n zegen waren. Maar trek je eigen conclusies. Hoe dan ook: een ieder die de Heer Jezus niet kent als zijn/haar Verlosser, en die sterft in de zonden, zal de onuitsprekelijke zegeningen missen die God aan Zijn kinderen heeft beloofd! De tijd, waarin verlorenen alsnog gered kunnen worden, loopt ten einde. Maak er ernst mee!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget