Dagelijks archief: augustus 1, 2025

Charoiet

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

.

Kenmerken van charoiet

.

Charoiet is een mooi blauwpaars gesteente uit Rusland, Siberië. Het gesteente wordt ook wel tsaroiet genoemd, een verwijzing naar de Russische tsaren. De kleur kan variëren: lichtbruin, licht- tot donkerviolet, soms blauw- violet, met gouden, donkergroene, grijze of zwarte insluitsels. De zuiverste kwaliteit is paarsblauw. De charoiet is steen van de hoop, van de toekomstverwachting en van de vrijheid – die je altijd zelf kunt kiezen, ook al lijkt dat niet zo.

 

 

charoiet

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

Charoiet is nog niet zo lang bekend als heelsteen. Rond 1915 werden in Siberië grote voorraden van het gesteente ontdekt, ongeveer gelijktijdig met de grote revolte in Rusland. Charoiet werd gevonden toen tsaar Nicolaas II gedwongen werd afstand te doen van de troon. Het volk interpreteerde dat als een moment van hoop, dat er nu een einde zou komen aan de bittere armoede in Rusland. De steen werd daarom voor de Russen de steen van de hoop. Het gesteente was in Rusland lange tijd in de handel als paarse canasiet.

Pas in 1978 werd het beschreven als zelfstandig mineraal en kreeg het zijn tegenwoordige naam. Charoiet is niet echt zeldzaam. Maar omdat Rusland zeer strikte regels voor de export hanteert, is het aanbod op de markt klein. In Siberië bestaat de traditie om een charoïet mee te koken in het theewater. De aldus verrijkte thee zou de familiebanden sterken en beschermen tegen allerlei negatieve zaken. In Rusland werden van charoiet vazen, schalen en kistjes gesneden.

Sinds 1947 wordt de steen ook tot sieraad bewerkt. Het is een geliefde steen voor het slijpen van cabochons, die gebruikt worden in broches, hangers en ringen. Russen gebruiken charoiet ook wel als siersteen in de bouw. De steen is immers decoratief dankzij een rijkgeschakeerd uiterlijk, met mooie vloeiende lijnen en groene, blauwe, zwarte en gouden insluitsels.

 

 

edelsteen_charoiet_1

.

 

 

Chemische samenstelling

.

Eigenlijk is charoiet geen mineraal, maar een gesteente dat uit verschillende mineralen bestaat. De steen kan vele kleuren vertonen, maar wordt niettemin tot de paarse stenen gerekend. Zuivere charoiet is paars-paarsblauw. Uiteenlopende insluitsels zijn verantwoordelijk voor andere kleuren. Het gesteente kan sporen bevatten van onder meer gele tinaksiet, witte tot lichtgroene nefelien, donkergroene aegirien en roze mangaan.

.

 

 

Samenstelling:

(Ca,Na)4(K,Sr,Ba)2[(OH,F)(Si9O22)].H2O
+ Al, Ba, Ca, F, Fe, K, Mn, Na, Si, Sr, Ti
Hardheid: 5 – 6
Glans: glasglans, zijdeglans, parelglans
Transparantie: doorschijnend, doorzichtig,
ondoorzichtig
Breuk: ruw, oneffen
Splijtbaarheid: zeer goed
Dichtheid: 2,54 – 2,78
Kristalstelsel: monoklien

 

 

 

bol50mmcharoiet2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

        

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Spirit Cave

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

Eigenschappen 

 

Spirit Cave is een spirituele naam gegeven aan een geode die bestaat uit Hyaliet Opaal met kwartsbloemen en fluorescerende chalcedoon.

 

 

Afmeting: 6 x 5,7 x 3,9 cm.

Gewicht: 78 gram.

Vindplaats: Candacara mijn, NW Chihuahua, Mexico.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilgenroosje : Chamerion angustifolium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de aarvormige bloeiwijze met grote 4-tallige helder roze
(zelden witte) bloemen en
– de donker bruinrode kelkbladen, die tussen de kroonbladen
naar voren buigen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilgenroosje is een overblijvende plant van 30 tot 150 cm hoog. Ze komt zeer algemeen en groeit op zonnige tot half beschaduwde plaatsen met vochtige tot droge, omgewerkte zandgrond op kapvlakten, brandplekken en aan bos- en struikgewasranden. Op kap-, brand- en door storm geteisterde plaatsen kan wilgenroosje plotseling massaal voorkomen.

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilgenroosje bloeit vanaf juni tot en met september met lange aarvormige trossen. De helder roze bloemen zijn 4-tallig en hebben donker bruinrode kelkbladen. De meeldraden en de stijl steken duidelijk buiten de bloem en gaan later hangen.

De vier kroonbladen zijn niet gelijk. De bovenste twee zijn iets groter dan de onderste, waardoor de kroonbladen wat weg lijken te hebben van de vleugels van een vlinder.

De bloemen lijken op lange stengels te staan, maar die “stengel” is het vruchtbeginsel, dat zich na de bloei ontwikkelt tot een doosvrucht met talrijke pluizige zaden, die door de wind makkelijk verspreid worden.

Naast uitbreiding door middel van zaden, breidt wilgenroosje zich ook uit door middel van de kruipende wortelstok. Op die manier kan de plant grote bestanden vormen, waarin andere planten geen kans krijgen.

 

 

 

 

 

Blad

 

Wilgenroosje draagt smalle lancetvormige bladeren, die verspreid langs de stengel staan. De bladeren lijken op de bladeren van de wilg, vandaar de naam.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De bladeren van wilgenroosje kunnen gedroogd worden in de zon om er daarna thee van te trekken. Werkt goed bij darmproblemen. Jonge bladeren en jonge scheuten kunnen als groente gegeten worden of in soep gebruikt worden.

 

 

harig wilgenroosje

 

 

 

Algemeen

 

– teunisbloemfamilie (Onagraceae)
– overblijvend
– zeer algemeen voorkomend
– 0,3 tot 1,5 m

Bloem
– helder roze (zelden wit)
– vanaf juni t/m september
– aarvormige, zeer lange tros
– stervormig
– 2 tot 3 cm
– 4 kroonbladen, iets uitgerand
– niet vergroeid
– 4 donker bruinrode kelkbladen
– 8 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lijn- lancetvormig
– zittend
– top spits
– rand gaaf of iets getand
– voet afgerond of wigvormig
– onderkant blauw/groen

Stengel
– rechtop
– niet vertakt
– kaal
– rolrond
– vaak roodachtig aangelopen

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde weit : Melampyrum arvense

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de prachtige helder roze aarvormige bloeiwijzen met paars/gele bloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde weit is een eenjarig plantje, dat helaas zeer sterk in aantal is afgenomen en op de rode lijst staat als ernstig bedreigd. Ze groeit op droge, enigszins omgewerkte kalkrijke grond. Wilde weit is een halfparasiet net als de ratelaars. Ze is voor water en mineralen afhankelijk van andere planten. Daardoor kan ze in een paar weken volledig uitgroeien en zich handhaven in droge milieus.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met augustus met prachtige bloemen die schuin omhoog gericht in dichte trossen bij elkaar staan en ze wordt 15 tot 50 cm hoog. De bloemen zijn aan de top paars met daar onder een geel of geel/witte rand.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lancetvormig, de bovenste bladeren hebben priemvormige tanden. De helder roze schutbladen hebben lijnvormige tanden en donkere klierpuntjes aan de onderkant. Ze verkleuren naar groen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– bremraapfamilie (Orobanchaceae)
– eenjarig
– zeer zeldzaam
– 15 tot 50 cm

Bloem
– helder roze met geel/wit
– vanaf juni t/m augustus
– aarvormige tros
– lipbloem
– 4 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lijnlancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet afgerond
– veernervig
– kort behaard

Stengel
– rechtop
– vierkant
– behaard

zie wilde bloemen