Tagarchief: bloeiwijze

Spoorbloem : Centranthus ruber

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de rode op valeriaan lijkende bloeiwijze en
– de blauwgroene bladeren met spitse punt

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Spoorbloem is van oorsprong een overblijvende tuinplant van 30 tot 80 cm hoog afkomstig uit landen rond de Middellandse Zee. Het is dan ook een plant voor warme, droge, stenige plaatsen. In de Lage Landen is spoorbloem vanuit tuinen verwilderd.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Zowel de bladeren als de stengel zijn blauwgroen berijpt van kleur. De bladeren staan kruisgewijs tegenover elkaar. De bovenste bladeren zijn stengelomvattend met een hartvormige voet.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De bloeiwijze en de bloemen van spoorbloem lijkt op die van echte valeriaan. Veel mensen noemen spoorbloem dan ook rode valeriaan of rode spoorbloem. De Engelse naam is Red Valerian.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– overblijvend
– ingeburgerd vanuit Zuid-Europa
– 30 tot 80 cm

Bloem
– rozerood, zelden wit
– vanaf juni t/m september
– pluimvormig bijscherm
– buisvormig gespoord
– 8 tot 12 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 1 meeldraad
– 1 stijl

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig tot eirond
– top spits
– rand gaaf, soms iets getand
– voet hartvormig
– netnervig
– kaal, soms vlezig
– blauwgroen berijpt

Stengel
– rechtop
– vertakt
– kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kluwenhoornbloem : Cerastium glomeratum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes met 5 tot 1/4 ingesneden kroonbladen
– in een gedrongen, dichte bloeiwijze en
– de behaarde stengels, die vooral bovenaan kleverig zijn door klierharen

 

 

 

 

Algemeen

 

Kluwenhoornbloem is een zeer algemeen voorkomende, eenjarige, behaarde plant, vooral bovenin met klierharen, waardoor ze kleverig aanvoelt. Ze groeit op open, vrij droge, tamelijk voedselrijke grond in tuinen, perken, bermen en graslanden.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kluwenhoornbloem bloeit vanaf januari tot en met oktober. De hoofdbloei valt in de maanden april tot en met juni. Ze bloeit met kleine witte bloemetjes, die in een gedrongen, dichte bloeiwijze staan. Later wordt de bloeiwijze wat losser. In een bloeiwijze bloeien de bloemen zelden allemaal tegelijk. De bloemen hebben 5 kroonbladen, die ongeveer voor 1/4 zijn ingesneden. Ze zijn iets langer dan de kelkbladen, die tot aan de top behaard zijn.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 5 tot 45 cm

Bloem
– wit
– vanaf april t/m juni
– dicht bijscherm
– stervormig
– 5 tot 8 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– (kruisgewijs) tegenoverstaand
– enkelvoudig
– breed eirond
– top stomp
– rand gaaf
– voet vergroeid
– 1-nervig
– aan beide zijden zacht behaard
– geelgroen

Stengel
– rechtop
– behaard, ook met klierharen
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone agrimonie : Agrimonia eupatoria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gedeelde bladeren met afwisselend grote en kleine deelblaadjes
– en de lange, slanke, aarvormige trossen met
– talrijke 5-tallige gele bloemen tot 1 cm

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone agrimonie is een overblijvende, 30 tot 120 cm hoge plant. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen. Gewone agrimonie groeit op matig droge tot vochtige, vaak kalkhoudende grond op licht beschaduwde plaatsen tussen laag struikgewas, op dijken en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met talrijke, tot 1 cm grote, gele bloemetjes, die in een lange, slanke, aarvormige bloeiwijze gerangschikt staan. De bloemetje hebben 5 uitgerande kroonbladen en ze hebben een lichte, zoete geur. Ze zien er wat gekreukeld uit. De onderste bloemen in een aar bloeien als eerst. Zodra de bloemen uitgebloeid zijn verlengt de bloeiwijze zich.

 

 

 

 

 

Blad

 

De donkergroene bladeren zijn oneven geveerd. De grotere deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig en elk paar grotere deelblaadjes wordt afgewisseld met een aantal kleinere. De bladeren onderin zijn groter en hebben meer deelblaadjes dan de bovenste.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De vrucht zit in de hard geworden, dicht behaarde kelkbladen. Aan de bovenkant van de kelkbladen zitten haakvormige stekels. De onderste rijen stekels staan schuin tot recht uit. Ze zijn niet teruggebogen, zoals bij welriekende agrimonie.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Agrimonie kent vele toepassingen als geneesmiddel, onder andere uitwendig als middel tegen verstuikingen en kneuzingen, inwendig voor diverse spijsverteringsproblemen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast gewone agrimonie is er ook welriekende agrimonie. Het verschil tussen beide zit in kleine details, waarvan de meest in het oog springende de haakvormige borstels op de rand van de kelkbladen zijn. Bij welriekende agrimonie zijn de onderste stekels teruggebogen; ze maken een scherpe hoek met de verharde kelkbladen. Bij gewone agrimonie staan ze hooguit haaks op de kelkbladen.

 

 

welriekende agrimonie

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– lange, slanke, aarvormige tros
– 0,5 tot 1,0 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– tot 12 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervorming oneven
– top spits
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– onderzijde behaard
– soms ook met weinig klierharen

Stengel
– rechtop

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Anthurium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Anthurium

 

De naam Anthurium stamt uit het Grieks. Anthos betekent “bloei” en oura “staart”. Deze benaming dankt zij aan haar bijzondere bloeiwijze.Anthuriums kwamen in de negentiende eeuw in de mode als woonplant, mede door hun opvallende uitstraling.De Anthurium behoort tot de familie van de Araceae, ofwel de aronskelkachtigen.

.

.

 

anthurium

 

 

 

Anthurium_WHITE_HEART(3)_(Small)

 

 

 

anthurium_purple_0198

 

 

 

De Anthurium

 

Anthurium is een groot plantengeslacht uit tropisch Amerika dat bestaat uit 600 soorten. Het geslacht behoort tot de aronskelkfamilie. Deze planten hebben weinig wortels. De stengels zijn 15-30 cm lang. De bladeren hebben meestal bladstelen, maar er zijn ook typen die een bladrozet maken.

De bloemen zijn ongeveer 3 mm en groeien op een vlezige bloeikolf met een schutblad eromheen. De bloemen kunnen verschillende kleuren hebben. De meeste soorten hebben een weinig opvallend schutblad dat groen tot zwart van kleur is. Sommige soorten zijn echter voorzien van fel gekleurde schutbladen: donkergroen tot wit, roze, oranje tot helrood en paars.

Deze kleur kan veranderen naargelang het bloemstadium. De vruchten zijn bessen die uitgroeien op een vruchtentak. Met name de lakanthurium  en de flamingoplant worden in de handel aangeboden als potplant of als snijbloem. De talloze hybriden zijn goed bestand tegen droge kamerlucht en garanderen een rijke en langdurige bloei.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een glimmende kamerplant

 

De Anthurium is al jaren gegeerd door plantenliefhebbers. Deze geliefde kamerplant maakt met zijn glimmende groene blad, gekleurde schutbladeren een diepe indruk op iedereen die van planten houdt. Een witte Anthurium zorgt voor een serene look, terwijl felgekleurde soorten een levendige uitstraling hebben. Omdat de plant in elk interieur past, wordt ze veel als cadeau gegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit de tropische regenwouden

 

Midden de 19de eeuw vond de Oostenrijkse arts en botanicus Dr. Karl van Scherzer de eerste soort Anthurium.De tweede werd rond dezelfde periode door Eduard Francois Andre ontdekt in het Andesgebergte in Colombia en Ecuador. Hij vernoemde deze plant ook naar zichzelf. Ondertussen kennen we meer dan 500 soorten Anthuriums.

 

Plaats: De Anthurium houdt van een lichte plek, maar niet van direct zonlicht.

Water: Geef één tot twee keer per week wat lauw water. De potkluit mag niet helemaal droog zijn, maar moet vochtig blijven. Als de plant te nat staat, is de grond zwart in plaats van bruin en giet je beter wat minder.

Verzorging: Hij vindt het prettig om af en toe besproeid te worden. De Anthurium geeft nieuwe bloemen en bladeren nadat de oude bladeren en bloemen verkleuren. Gele bladeren en verdorde bloemen kun je dan weghalen. Glimt het blad mooi? Dan is hij helemaal tevreden.

Temperatuur
Niet winterhard. Warm houden in de zomer, iets koeler in de winter, nooit onder 18 C.

Info:

  • De Anthurium doet het als snijbloem ook heel goed in boeketten.
  • Het gekleurde schutblad van de Anthurium wordt vaak ten onrechte aangezien voor de bloem. De echte bloemetjes van de plant groeien op de kolf en bestaan uit kleine bobbeltjes.

 

 

Anthurium8

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?

ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Japans hoefblad ; Petasites japonicus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9202-gr-japans-hoefblad

 

 

Goed te herkennen aan
– de bolvormige bloeiwijze met witachtig, geelgroene hoofdjes en
– de puntige lichtgroene schutbladeren

 

 

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

 

 

Japans hoefblad is een overblijvende, woekerende plant, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke grond aan waterkanten. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit Korea, China en Japan. In de eerste helft van de 19de eeuw is de plant naar Nederland gehaald en aangeplant in de grote tuinen van kastelen en op landgoederen. Ze behoort tot het bijgoed van de stinsenflora.

Japans hoefblad bloeit in maart en april. De bolvormige bloeiwijze is een tros die bestaat uit gesteelde, witachtig, geelgroene hoofdjes. Eerst is de bloeiwijze zeer compact en wordt ze omringd door de lichtgroene schutbladen. Later groeien de hoofdjes wat uit en wordt de bloeiwijze losser.

De schutbladen zijn duidelijk groter dan de bloeiwijze, in tegenstelling tot de schutbladen van wit hoefblad, die kleiner zijn dan de bloeiwijze. Net als bij groot en klein hoefblad verschijnen de groene wortelbladeren na de bloeiwijzen en ontwikkelen zich na de bloei pas tot hun volle omvang.

Ze hebben een hartvormige bladschijf en kunnen tot meer dan 1 meter breed worden en 1,5 meter hoog. Als het ’s zomers warm, droog en zonnig weer is, liggen de bladeren slap op de grond en richtten ze zich ’s nachts weer op.

 

 

japans-hoefblad-3-2011-natuurkieker-paint

 

.

Vergelijkbare soorten

 

In Nederland en België komen 4 soorten hoefblad voor, die alle vier goed uit elkaar te houden zijn, zeker als je ze gezien hebt. Klein hoefblad is laag en heeft gele bloemen. Groot hoefblad heeft een kegelvormige, bleekroze bloeiwijze.

Japans en wit hoefblad lijken het meest op elkaar. Ze zijn het makkelijkst van elkaar te onderscheiden aan de hand van de schutbladen aan de bloeistengel; bij Japans hoefblad zijn die bladen duidelijk langer dan de bloeiwijze, bij wit hoefblad zijn ze korter.

 

 

klein hoefblad

 

 

groot hoefblad

 

 

wit hoefblad

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria