Tagarchief: bloeiwijze

De Anthurium

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Anthurium

 

De naam Anthurium stamt uit het Grieks. Anthos betekent “bloei” en oura “staart”. Deze benaming dankt zij aan haar bijzondere bloeiwijze.Anthuriums kwamen in de negentiende eeuw in de mode als woonplant, mede door hun opvallende uitstraling.De Anthurium behoort tot de familie van de Araceae, ofwel de aronskelkachtigen.

.

.

 

anthurium

 

 

 

Anthurium_WHITE_HEART(3)_(Small)

 

 

 

anthurium_purple_0198

 

 

 

De Anthurium

 

Anthurium is een groot plantengeslacht uit tropisch Amerika dat bestaat uit 600 soorten. Het geslacht behoort tot de aronskelkfamilie. Deze planten hebben weinig wortels. De stengels zijn 15-30 cm lang. De bladeren hebben meestal bladstelen, maar er zijn ook typen die een bladrozet maken.

De bloemen zijn ongeveer 3 mm en groeien op een vlezige bloeikolf met een schutblad eromheen. De bloemen kunnen verschillende kleuren hebben. De meeste soorten hebben een weinig opvallend schutblad dat groen tot zwart van kleur is. Sommige soorten zijn echter voorzien van fel gekleurde schutbladen: donkergroen tot wit, roze, oranje tot helrood en paars.

Deze kleur kan veranderen naargelang het bloemstadium. De vruchten zijn bessen die uitgroeien op een vruchtentak. Met name de lakanthurium  en de flamingoplant worden in de handel aangeboden als potplant of als snijbloem. De talloze hybriden zijn goed bestand tegen droge kamerlucht en garanderen een rijke en langdurige bloei.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een glimmende kamerplant

 

De Anthurium is al jaren gegeerd door plantenliefhebbers. Deze geliefde kamerplant maakt met zijn glimmende groene blad, gekleurde schutbladeren een diepe indruk op iedereen die van planten houdt. Een witte Anthurium zorgt voor een serene look, terwijl felgekleurde soorten een levendige uitstraling hebben. Omdat de plant in elk interieur past, wordt ze veel als cadeau gegeven.

 

 

 

 

 

 

 

 

Uit de tropische regenwouden

 

Midden de 19de eeuw vond de Oostenrijkse arts en botanicus Dr. Karl van Scherzer de eerste soort Anthurium.De tweede werd rond dezelfde periode door Eduard Francois Andre ontdekt in het Andesgebergte in Colombia en Ecuador. Hij vernoemde deze plant ook naar zichzelf. Ondertussen kennen we meer dan 500 soorten Anthuriums.

 

Plaats: De Anthurium houdt van een lichte plek, maar niet van direct zonlicht.

Water: Geef één tot twee keer per week wat lauw water. De potkluit mag niet helemaal droog zijn, maar moet vochtig blijven. Als de plant te nat staat, is de grond zwart in plaats van bruin en giet je beter wat minder.

Verzorging: Hij vindt het prettig om af en toe besproeid te worden. De Anthurium geeft nieuwe bloemen en bladeren nadat de oude bladeren en bloemen verkleuren. Gele bladeren en verdorde bloemen kun je dan weghalen. Glimt het blad mooi? Dan is hij helemaal tevreden.

Temperatuur
Niet winterhard. Warm houden in de zomer, iets koeler in de winter, nooit onder 18 C.

Info:

  • De Anthurium doet het als snijbloem ook heel goed in boeketten.
  • Het gekleurde schutblad van de Anthurium wordt vaak ten onrechte aangezien voor de bloem. De echte bloemetjes van de plant groeien op de kolf en bestaan uit kleine bobbeltjes.

 

 

Anthurium8

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: http://nl.blurb.com/books/5378870?

ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Japans hoefblad ; Petasites japonicus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9202-gr-japans-hoefblad

 

 

Goed te herkennen aan
– de bolvormige bloeiwijze met witachtig, geelgroene hoofdjes en
– de puntige lichtgroene schutbladeren

 

 

SAMSUNG DIGITAL CAMERA

 

 

Japans hoefblad is een overblijvende, woekerende plant, die groeit op vochtige tot natte, voedselrijke grond aan waterkanten. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit Korea, China en Japan. In de eerste helft van de 19de eeuw is de plant naar Nederland gehaald en aangeplant in de grote tuinen van kastelen en op landgoederen. Ze behoort tot het bijgoed van de stinsenflora.

Japans hoefblad bloeit in maart en april. De bolvormige bloeiwijze is een tros die bestaat uit gesteelde, witachtig, geelgroene hoofdjes. Eerst is de bloeiwijze zeer compact en wordt ze omringd door de lichtgroene schutbladen. Later groeien de hoofdjes wat uit en wordt de bloeiwijze losser.

De schutbladen zijn duidelijk groter dan de bloeiwijze, in tegenstelling tot de schutbladen van wit hoefblad, die kleiner zijn dan de bloeiwijze. Net als bij groot en klein hoefblad verschijnen de groene wortelbladeren na de bloeiwijzen en ontwikkelen zich na de bloei pas tot hun volle omvang.

Ze hebben een hartvormige bladschijf en kunnen tot meer dan 1 meter breed worden en 1,5 meter hoog. Als het ’s zomers warm, droog en zonnig weer is, liggen de bladeren slap op de grond en richtten ze zich ’s nachts weer op.

 

 

japans-hoefblad-3-2011-natuurkieker-paint

 

.

Vergelijkbare soorten

 

In Nederland en België komen 4 soorten hoefblad voor, die alle vier goed uit elkaar te houden zijn, zeker als je ze gezien hebt. Klein hoefblad is laag en heeft gele bloemen. Groot hoefblad heeft een kegelvormige, bleekroze bloeiwijze.

Japans en wit hoefblad lijken het meest op elkaar. Ze zijn het makkelijkst van elkaar te onderscheiden aan de hand van de schutbladen aan de bloeistengel; bij Japans hoefblad zijn die bladen duidelijk langer dan de bloeiwijze, bij wit hoefblad zijn ze korter.

 

 

klein hoefblad

 

 

groot hoefblad

 

 

wit hoefblad

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Gewoon barbarakruid : Barbarea vulgaris

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

Barbarea_vulgaris_002

 

 

Goed te herkennen aan
– de 4-tallige helder gele bloemen en
– de glanzende, niet gesteelde bovenste bladeren
– met bochtig ingesneden rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewoon barbarakruid is een overblijvende (meestal tweejarige) niet behaarde plant, die bloeit vanaf april tot en met juni. Ze wordt 20 tot 90 cm hoog en is vrij algemeen voorkomend. Ze wordt ook uitgezaaid. Je vindt gewoon barbarakruid op open of licht beschaduwde plaatsen in grazige, vochtige, voedselrijke grond in bermen, aan slootkanten en rivieroevers, ook in de duinen.

 

 

winterkers

 

 

 

Bloemen

 

Gewoon barbarakruid bloeit met gele 4-tallige bloemen, die eerst in een zeer dichte bloeiwijze staan. Als de vruchten zich gaan ontwikkelen wordt de bloeiwijze langer.

 

 

bloeiende-plant-gewoon-barbarakruid

 

 

 

Bladeren

 

De kroonbladen zijn tweemaal zo lang als de kelkbladen en staan min of meer twee aan twee tegenover elkaar in plaats van een kruis te vormen, zoals gebruikelijk is bij kruisbloemigen. De bladeren van gewoon barbarakruid zijn glanzend. De onderste zijn gesteelde wortelbladeren, diep geveerd met aan beide kanten twee tot vijf eirond tot langwerpige deelblaadjes en een groot, rond-achtige topblaadje.

De bovenste bladeren zijn (half) stengelomvattend met (meestal) kale oortjes, ongedeeld, bochtig ingesneden en met of zonder een paar zijslippen. De jonge bladeren kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Ze bevatten veel vitamine C, maar smaken wel wat bitter.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– overblijvend, meestal tweejarig
– vrij algemeen tot zeer zeldzaam
– 20 tot 90 cm

Bloem
– helder geel
– vanaf april t/m juni
– tros
– stervormig
– 1 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– bochtig getand
– top stomp
– rand bochtig getand
– voet (half) stengelomvattend
– veernervig
– glanzend
– kaal

Stengel
– rechtop
– kaal
– gegroefd

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

Gewone smeerwortel : Symphytum officinale

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de omlaag hangende opgerolde bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels en
– de ruw behaarde bladeren en stengels

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone smeerwortel is een overblijvende plant, die zeer algemeen voorkomt in de Lage Landen. Ze groeit op zonnige tot licht beschaduwde, vochtig tot natte, voedselrijke grond in wegbermen, loofbossen, slootkanten en op dijken.

.

 

 

.

 

Bloem

 

Gewone smeerwortel bloeit vanaf eind april tot en met augustus met witte, roze, lila of paarse bloemen. De bloe-men hangen aan korte stelen in paren omlaag zoals de staart van een schorpioen.

.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel, bladeren en kelkbladen zijn behaard, waardoor de plant ruw aanvoelt. De onderste bladeren zijn ge-steeld, groter en breder dan de hogere. De achterkant van de bladeren is geaderd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Smeerwortel is een geneeskrachtige plant. De Grieken en Romeinen maakten hier al melding van. De soort-aanduiding ‘officinale’ geeft aan dat de plant gebruikt wordt voor medicinale doeleinden. De plant wordt uit-sluitend uitwendig toegepast, in de vorm van omslagen bij botbreuken, wonden, en gewrichtsontstekingen. On-derzoek heeft aangetoond dat de allantoïne uit de wortel de heling van wonden bevordert.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend, vrij zeldzaam
op de Waddeneilanden
– 30 tot 100 cm

Bloem
– paars, lila, roze of (room)wit
– vanaf eind april t/m augustus
– schicht
– buisvormig
– 12 tot 16 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig, onderste eirond tot   langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– netnervig
– ruw behaard
– onderkant geaderd
– onderste bladeren gesteeld

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– gevleugeld

zie wildebloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kleine sneeuwroem : Chionodoxa sardensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
niet knikkende, blauwe, 6-tallige bloemen kleiner dan 12 mm met een klein wit of bleekblauw hart

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kleine sneeuwroem is een bolgewas, oorspronkelijk afkomstig uit Klein-Azië en in de 19de eeuw bij ons inge-voerd. Ze is op buitenplaatsen als stinsenplant aangeplant en vandaar langzaam verwilderd. Ze is ook te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kleine sneeuwroem bloeit in april. De bloeiwijze is een tros van 4 tot 12 bloemen, die min of meer aan dezelfde kant van de bloeistengel zitten. Ze zijn blauw en hebben 6 bloemdekbladen (geen aparte kroon- en kelkbladen), die aan de basis 3 tot 4 mm met elkaar vergroeid zijn. Ze hebben een klein wit of bleekblauw hart.

 

 

 

 

 

Blad

 

Per bol zijn er 2 of 3 gootvormige bladeren van 1,5 cm breed met een kapvormige top.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Er zijn meerdere vroeg bloeiende bolgewassen met blauwe, stervormige bloemen, zoals grote sneeuwroem en vroege- en oosterse sterhyacint.

 

 

 

oosterse sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, knikkende bloemen en bloemstelen korter dan de doorsnede van de bloem.

 

 

 

 

 

 

 

vroege sterhyacint : bloemdek niet vergroeid, rechtopstaande bloemen en bloemstelen langer dan de doorsnede vd bloem.

 

 

 

 

 

 

 

grote sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen 20-35 mm, groot wit hart.

 

 

 

 

 

kleine sneeuwroem : bloemdek vergroeid, doorsnede van de bloemen tot 12 mm, klein bleekblauw of wit hart.

 

 

Algemeen

 

– aspergefamilie (Asparagaceae)
– overblijvend
– verwilderd, plaatselijk ingeburgerd
– 5 tot 15 cm
– stinsenplant
– ook te koop als tuinplant

Bloem
– blauw
– april
– tros
– stervormig
– tot 12 mm
– 6 bloemdekbladen, vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– bolstandig
– enkelvoudig
– breed lijnvormig
– top gekapt, spits
– rand gaaf
– parallelnervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen