Tagarchief: stekels

Veldhondstong : Cynoglossum officinale

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

veldhondstong-100603-014

 

 

Goed te herkennen aan
de donkerrode (later vuilpaarse) bloemen en de grijze zachte beharing

 

 

takje_van_de_zomereik_met_aardappelgallen_foto_j_bouwmans

 

 

 

Algemeen

 

Veldhondstong is overblijvende plant van 30 tot 80 cm hoog. De veldhondstong komt voor in de gematigde streken van Europa en Azië ; in Noord-Amerika is de plant ingevoerd. Je vindt haar op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke grond op duinhellingen en in duinstruikgewas, op dijkhellingen en in ruigten op kalk.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldhondstong bloeit vanaf mei tot en met juli met donkerrode (zelden witte) bloemen. Later in de bloei wordt de bloem vuilpaars. In het hart van de bloem zie je 5 donkerrode, behaarde keelschubben. De knoppen zitten opgerold in een schicht. Naarmate de bloei vordert rolt de bloeiwijze zich uit. Aan de stengel zitten dan van onder naar boven vruchten, uitgebloeide bloemen, bloemen in bloei en tot slot knoppen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De dicht bebladerde stengels van veldhondstong zijn grijs behaard met korte haren. De bladeren, ook behaard aan beide kanten, zijn langwerpig tot lancetvormig, de onderste steelachtig versmald, de bovenste zittend met half stengelomvattende voet.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De vruchtjes, omgekeerd plat eirond, zijn bezet met stekels, waarmee ze aan kleding of vacht blijven hangen en zo verspreid worden.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De plant verspreidt een onaangename geur en werd vroeger gebruikt om muizen en ratten te verjagen.
Veldhondstong is giftig voor paarden en vee.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde wordt ze gebruikt als wondheelmiddel. Omdat de aanwezige pyrrolizidine alkaloïden ook voor mensen giftig zijn, dient de plant niet inwendig gebruikt te worden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duingebieden,
elders zeer zeldzaam of adventief
– 30 tot 80 cm

Bloem
– donkerrood tot vuilpaars, zelden wit
– vanaf mei t/m juli
– schicht
– 5 tot 7 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– onderste steelachtig versmald
– bovenste half stengelomvattend
– top spits
– rand gaaf
– veernervig
– boven- en onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– zacht behaard
– rolrond

 

 

veldhondstong

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

De Bamboe of Bambusa en de Chamaerops Humilis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

De Bamboe of Bambusa behoort tot de grassenfamilie Poaceae. Deze soorten zijn vrijwel altijd grotere varianten van de Bamboe. Oorspronkelijk komt deze plantenfamilie uit de tropische en sub-tropishe gebieden in Azië

 

 

 

Bonsai-plants-bonsai-flower-indoor-ornamental-bamboo-bambusa-shape-bamboo-buddha

 

 

 

Water geven

 

De bamboe verbruikt veel water. Deze kamerplant staat dan ook graag met zijn wortels in vochtige grond, voorkom echter een laagje water onderop in de pot. Vooral in de zomer verbruikt de Bambusa veel water.

 

 

 

 

 

Watersysteem

 

Indien je de kamerplant opmaakt met vulcastrat en een watermeter veranderd de watergift. Hierbij geef je eenmaal per week water, totdat de watermeter begint te bewegen. Des te kleiner de uitslag, des te beter. De watermeter geeft namelijk aan dat er te veel water in de pot staat. Je kunt dan ook het beste de watergift stoppen vlak voordat de watermeter uitslaat. In de winter kun je eenmaal per twee weken water geven.

 

 

 

 

 

Sproeien

 

Het sproeien van de bamboe plant is niet noodzakelijk. Echter kan een sproeibeurt nooit kwaad en werkt het preventief tegen ziektes en ongedierte.

 

 

 

 

 

 

De Europese dwergpalm of de Chamaerops Humilis is een palm uit het Middellandse Zeegebied. De dwerg-waaierpalmen komen van nature voor in alle landen die langs de Middellandse Zee gelegen zijn, en worden daar ook aangeplant als sierplant.

 

 

 

 

 

Licht en Warmte

 

De Chamaerops Humilis heeft minimaal 5 uur direct zonlicht nodig. Wanneer de Chamaerops Humilis naar buiten wordt verplaatst, waarbij de palm voorheen binnen wat verder van het raam stond, is het noodzakelijk hem geleidelijk aan direct zonlicht te laten wennen.

Wanneer de palm zonder gewenning in direct zonlicht komt te staan kan het blad verbranden. Maar geen zorgen, de palm zal snel nieuw blad aanmaken wat prima bestand is tegen direct zonlicht.

 

 

Minimale temperatuur

 

Overdag:-10

‘S nachts:-13

 

 

 

 

 

Verpotten

 

Plaats de Chamaerops buiten in een pot met drainage gaten, waarbij de bodem is voorzien van hydrokorrels. Binnen is het overbodig om hydrokorrels te gebruiken, omdat er dan stilstaand water onderin de pot verzamelt zonder dat de wortels dit kunnen opnemen.

Het verpotten van de plant stimuleert de groei. Daarnaast voorkomt meer aarde dat de grond te snel uitdroogt. Verpot de Chamaerops in een plantenbak die minimaal 20% groter is. Het verpotten kan na de aankoop of in de lente. In deze periode herstellen wortels namelijk het snelst.

 

 

 

 

 

Voeding

 

Bemest de Chamaerops in de lente en in de zomer. Het is ten zeerste afgeraden om dit in de winter te doen. In de winter zit de palm namelijk in een rustperiode. Raadpleeg de verpakking voor de juiste dosering. Zowel vloeibare als vaste voeding is geschikt. Geef nooit een overdosis, dit leidt al snel tot verbranding van de wortels. De plant kan hierdoor doodgaan.

 

 

 

 

Onderhoud

 

Verkleurde bladeren

 

Deze palm heeft niet snel last van verkleurende bladeren. Mochten de bladeren vergelen, dan heeft de Chamaerops waarschijnlijk een tekort aan stikstof. Bijmesten is in dit geval raadzaam (geen overdosis geven). Bruine bladeren zijn vaak aan het afsterven van ouderdom. Geen zorgen; gewoon afknippen. De palm maakt in de kern weer vers blad. Indien de palm in de winter buiten heeft gestaan kunnen verkleurende bladeren duiden op vorstschade.

 

 

Snoeien

 

De stam van de Chamaerops Humilis is niet te snoeien. De bladeren mogen wel gesnoeid worden. Knip deze dichtbij de stam af. Pas hierbij op voor de stekels. Vooral de onderste bladeren worden op den duur minder mooi. Dit is een natuurlijk proces, waar helaas weinig aan te doen is. Het is dan ook raadzaam om deze te verwijderen.

 

 

Vermeerderen

 

Deze palm is te kweken door middel van zaad. Dit is redelijk eenvoudig ten opzichte van andere palmen. Temperatuur: vanaf 13 graden, verhoog de luchtvochtigheid voor meer succes.

 

 

 

 

 

Bloemen

 

De Chamaerops kan bloeien in de Lage Landen, waarbij de bloemen van het mannelijke geslacht heerlijk ruiken.

 

 

 

Giftig

 

De Chamaerops Humilis is niet giftig, maar heeft wel stekels.

 

 

Ziektes

 

De Chamaerops heeft harde stugge bladeren waaraan ongedierte zich niet gemakkelijk kan hechten. Een harde waterstraal verwijderd hierdoor eenvoudig verschillende soorten luis en spint. Indien een besmette Chamaerops binnen staat is het raadzaam om hem buiten te plaatsen, maar niet direct in de volle zon. Zo wordt besmetting van andere kamerplanten voorkomen en zal de regen helpen met het bestrijden van het ongedierte.

 

 

Chamaerops humilis in bloei

 

 

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Hangplanten

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

Hangplanten

 

Ben je op zoek naar een extra dimensie in je interieur? Het verrassende karakter van hangplanten is hiervoor ideaal! Met groene en bloeiende hangplanten kan je heel gemakkelijk effecten in perspectief creëren in een ruimte. Het groen biedt rust en laat tegelijk licht door. Ook bij hangplanten heb je heel wat keuze: van grillige vormen over spannende sprieten tot welvende bladeren.

 

 

Groen, warm en spannend

 

De materialen bij je hangplanten mogen gerust tot de verbeelding spreken. Denk aan opvallend glanzende poten of hangers gemaakt van koorden of metaal dat in het licht steeds van kleur verandert. Voor het meest indrukwekkende en onwerkelijke effect hang je verschillende bloeiende hangplanten bij elkaar, op diverse hoogtes.

 

 

Rhipsalis: warrig & wild

 

Rhipsalis is eigenlijk een cactus, maar dan zonder de stekels. Het is een snelle groeier die in lange ranken naar beneden hangt. Diepgroen van boven, wat ijler aan de uiteinden. Hij hangt graag op een lichte plek en kan zelfs volle zon verdragen, maar gedijt ook bij wat minder licht. De kluit mag tussen de gietbeurten een beetje uitdrogen. Hangt Rhipsalis in de zon dan heeft hij wat meer water nodig. Groeien de ranken te lang, dan kan je ze simpelweg terug in model knippen.

 

  • Rhipsalis is een van de betere luchtzuiverende planten om in huis te hebben.
  • Inheems in regenwouden in Midden- en Zuid-Amerika, Afrika en op een paar eilanden in de Indische Oceaan.
  • De plant staat ook bekend als Rotskoraal en er zijn wel 60 verschillende soorten van.
  • De naam is afgeleid van oud-Grieks voor ‘vlechtwerk’, met dank aan het uiterlijk van de plant.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aeschynanthus: alien beauty

 

Het eerste wat opvalt is de grillige, uniek gelaagde bladweelde die royaal aan alle kanten naar beneden valt. Alsof dat niet al indrukwekkend genoeg is, bloeit Aeschynanthus ook nog eens met dieprode bloemen die verstopt zit-ten in paarse kokertjes: apart en een beetje geheimzinnig. Aeschynanthus heeft graag een lichte plek, maar hangt liever niet in direct zonlicht. In de winter is eenmaal per week water geven voldoende, in de zomer tweemaal per week. In het algemeen geldt: liever iets te weinig dan veel te veel water.

  • De naam spreek je uit als Eskinántus.
  • Aeschynanthus wordt ook wel lipstickplant genoemd, vanwege de opvallende rode bloemen.
  • In het wild groeit de plant in Maleisië waar de lianen wel anderhalve meter lang kunnen worden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tillandsia usneoides: lichte waterval

 

De schitterende grijze sluier van Tillandsia usneoides laat licht door, maar dempt tegelijk alle felheid van buiten. Zeer decoratief, perfect voor gedeeltelijke verhullingen en spelen met dimensies. Deze plant hangt graag licht, maar niet in vol zonlicht. Deze Tillandsia heeft geen wortels en absorbeert vocht en voeding via speciale schub ben op de gekrulde, smalle bladeren. Twee keer per week benevelen met kalkarm water, liefst regenwater. Als de plant niet binnen vier uur weer droog is, gebruik je de volgende nevelronde best wat minder water.

  • Tillandsia usneoides wordt ook wel Spaans mos genoemd.
  • De bloemetjes zijn niet erg indrukwekkend, maar geuren wel heerlijk.
  • In het wild groeit Tillandsia van het zuiden van de Verenigde Staten tot Argentinië op boomstammen en soms zelfs aan elektriciteitsdraden.
  • Volgens een Indiaanse legende is Tillandsia het haar van een prinses die op de dag van haar huwelijk door vijanden werd vermoord. De rouwende bruidegom sneed haar haar af en hing het in een boom, de wind verspreidde het over het land.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ceropegia woodii: het lantaarnplantje

 

Kronkelende stengels, bloemen met een bizarre vorm: Ceropegia woodii geeft al snel het gevoel dat je naar een buitenaards wezen kijkt. De stengels zijn dun als draad, de hartvormige blaadjes zitten er als bedeltjes aan en de bloemen doen aan een opengewerkte lantaarn denken, vandaar zijn bijnaam: lantaarnplant. Het blad is prachtig grijsgroen gepatroneerd met spatvlekken en waterachtige patronen. Deze hangplant houdt van een lichte plek, maar kan ook in half schaduw hangen. Geef matig water, de kluit mag tussen de gietbeurten een beetje uitdrogen.

  • Ceropegia woodii is inheems in Zuid-Afrika, Swaziland en Zimbabwe, en bekend sinds 1881.
  • De naam komt van keros (was) en pege (bron): naamgever Carl Linnaeus vond de bloem lijken op ‘een fontein van was’.
  • In het wild vormen de bloemen een val voor vliegjes die voor de bestuiving zorgen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Asparagus: zwevend sprookje

 

Deze seventies-ster maakt een enorme comeback als groen gordijntje met ontelbare fijne blaadjes die iets van naaldjes weghebben. Asparagus oogt licht en luchtig en tegelijk zacht en sierlijk. Het is een van de weinige hangplanten die eerst omhoog groeit en daarna pas in hoge bogen gaat hangen. Door de lichte structuur van de stengels en bladeren lijken ze door de lucht te zweven. Asparagus wil geen volle zon, maar wel een lichte hangplaats. Geef regelmatig water, maar voorkom een voetbad en benevel eens per maand.

  • Asparagus ziet er frêle uit, maar kan zo snel groeien dat de wortels de pot breken.
  • Water geven is spannend bij dit exemplaar: de kluit mag een beetje uitdrogen, maar te droog betekent in een mum van tijd een bruine wolk in huis: opletten dus.
  • De plant bloeit zelden, maar als hij bloeit hebben de piepkleine bloemetjes een zware, jasmijnachtige geur.
  • Hoewel de sierasperge verwantschap met de groente suggereert, is niets aan deze plant eetbaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

.
.
 .
.
.
.

Speerdistel : Cirsium vulgare

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de forse, helder roze tot lichtpaarse bloemhoofdjes met stekelig omwindsel en
– de vorm van de bladeren; ze lijken op een speer

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Een zeer algemeen voorkomende grote distel is speerdistel die wel 1,2 meter hoog kan worden. Het is een tweejarige plant. Het eerste jaar vormt zich een groot rozet van bladeren (zie laatste foto), die gelijk een spinnen- web behaard zijn. Het tweede jaar gaat ze de hoogte in en vormt bloemen en vruchten. De bladeren van het tweede jaar zijn ruw behaard. Speerdistel groeit op zonnige open plaatsen, zoals ruige bermen, weilanden en dijken. Ze wordt ook als sierplant gebruikt.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in juli en augustus. De bloemhoofdjes zijn helder roze tot lichtpaars, zelden wit. Ze zijn 3 tot 5 cm lang. De hoofdjes zijn net onder de buisbloemen iets ingesnoerd. Onder het hoofdje met buisbloemen zit het omwind- sel. De omwindselbladeren zijn stekelig en afstaand. De stuifmeelrijke bloemhoofdjes worden druk bezocht door insecten.

 

 

Speerdistel

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren lopen uit in lange puntige gele stekels, hebben een iets omgekrulde rand en lijken op een speer.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Speerdistel onderscheidt zich van de andere distels het meest door haar bladeren. Ook heeft de plant van alle distels de scherpste en grootste stekels. Zie “Sleutel distels” voor een compleet overzicht.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– tweejarig
– zeer algemeen voorkomend
– tot 120 cm hoog

Bloem
– helder roze tot lichtpaarse
buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– alleenstaand
– 3 tot 5 cm
– omwindselbladen stekelig, afstaand
en licht spinnenwebachtig behaard

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand iets omgekruld en met stekels
van 0,5 cm lang
– voet aflopend
– veernervig
– bladeren tweede jaar bovenkant
ruw behaard
– rozetbladeren spinnenwebachtig
behaard

Stengel
– rechtop
– behaard en/of gestekeld
– rolrond of gevleugeld

zie wilde bloemen

 

 

 

.

 

 

 

Kruisdistel : Eryngium campestre

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de bleek-groene kleur van de hele plant en
– het stekelige uiterlijk

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kruisdistel is een opvallende bleek-groene overblijvende plant van 15 tot 60 cm hoog. Het hele jaar is ze zeer decoratief. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend op vochtige tot droge, kalkhoudende grond op rivierduinen, zandige dijken, in kalkgraslanden en in grazige duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kruisdistel bloeit in juli en augustus met kleine witte bloemen die gerangschikt zitten in een bol- of eirond, gesteeld, stekelig, hoofdjesachtig scherm van 1 tot 1,5 cm. De witte kroonbladen zijn kleiner dan de kelkbladen, waardoor de bloeiwijze een groenig uiterlijk krijgt. De 4 tot 6 schutbladen onder de bloeiwijze zijn langwerpig tot lijnvormig en hebben meestal stekels.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn leerachtig en scherp gestekeld. De onderste zijn gesteeld en groter dan de stengelomvattende bovenste bladeren.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

Uit de wortels en de bloeiende plant worden stoffen gewonnen tegen nierstenen en huidaandoeningen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort 

 

Blauwe zeedistel is blauw(grijs)groen van kleur en heeft een (meestal) paarseblauwe bloeiwijze.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen
– 15 tot 60 cm

Bloem
– wit
– juli en augustus
– hoofdjesachtig scherm
– buisvormig
– bloeiwijze 1 tot 1,5 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– (dubbel) veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand stekelig getand
– veernervig
– onderste gesteeld
– bovenste stengelomvattend
– leerachtig

Stengel
– rechtop
– kaal
– sterk vertakt
– zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Knikkende distel : Carduus nutans

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
de grote, helder roze, knikkende distelhoofdjes met fors, stekelig omwindsel

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Knikkende distel een overblijvende of tweejarige distel van 0,3 tot 2 meter hoog, die groeit op droge tot matig vochtige, kalkrijke, vaak omgewerkte grond. Ze brengt minstens één winter door als rozet en zodra ze vruchtjes gevormd heeft, sterft ze af. Ze is vrij algemeen voor komend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemhoofdjes van knikkende distel zijn tamelijk groot. Onder het hoofdje met buisbloemen zit het omwindsel, dat gelijk een spinnenweb behaard is en vaak rood-bruine kleur heeft. De omwindselbladen zijn voorzien van scherpe stekels, in het midden iets ingesnoerd en dan naar buiten gebogen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De smalle, glanzende, donkergroene, stekelige bladeren zijn veervormig ingesneden en lopen in gestekelde vleugels af langs de stengel. De onderkant van de bladeren is behaard, de bovenkant is kaal. De lange stengels zijn gelijk een spinnenweb behaard, onderaan gevleugeld, bovenaan kaal en gebogen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 0,3 tot 2 m hoog

Bloem
– helder roze  buisbloemen
– juli en augustus
– hoofdje
– alleenstaand
– 2 tot 8 cm
– omwindselbladen stekelig, afstaand
en licht spinnenwebachtig behaard

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– veervormig ingesneden
– top stekelpuntig
– rand gestekeld
– voet aflopend
– veernervig

Stengel
– rechtop
– wit spinnenwebachtig behaard
– rolrond en onderaan gevleugeld

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Gewone agrimonie : Agrimonia eupatoria

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gedeelde bladeren met afwisselend grote en kleine deelblaadjes
– en de lange, slanke, aarvormige trossen met
– talrijke 5-tallige gele bloemen tot 1 cm

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Gewone agrimonie is een overblijvende, 30 tot 120 cm hoge plant. Ze is vrij algemeen voorkomend in de Lage Landen. Gewone agrimonie groeit op matig droge tot vochtige, vaak kalkhoudende grond op licht beschaduwde plaatsen tussen laag struikgewas, op dijken en in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf juni tot en met september met talrijke, tot 1 cm grote, gele bloemetjes, die in een lange, slanke, aarvormige bloeiwijze gerangschikt staan. De bloemetje hebben 5 uitgerande kroonbladen en ze hebben een lichte, zoete geur. Ze zien er wat gekreukeld uit. De onderste bloemen in een aar bloeien als eerst. Zodra de bloemen uitgebloeid zijn verlengt de bloeiwijze zich.

 

 

 

 

 

Blad

 

De donkergroene bladeren zijn oneven geveerd. De grotere deelblaadjes zijn eirond tot langwerpig en elk paar grotere deelblaadjes wordt afgewisseld met een aantal kleinere. De bladeren onderin zijn groter en hebben meer deelblaadjes dan de bovenste.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De vrucht zit in de hard geworden, dicht behaarde kelkbladen. Aan de bovenkant van de kelkbladen zitten haakvormige stekels. De onderste rijen stekels staan schuin tot recht uit. Ze zijn niet teruggebogen, zoals bij welriekende agrimonie.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Agrimonie kent vele toepassingen als geneesmiddel, onder andere uitwendig als middel tegen verstuikingen en kneuzingen, inwendig voor diverse spijsverteringsproblemen.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast gewone agrimonie is er ook welriekende agrimonie. Het verschil tussen beide zit in kleine details, waarvan de meest in het oog springende de haakvormige borstels op de rand van de kelkbladen zijn. Bij welriekende agrimonie zijn de onderste stekels teruggebogen; ze maken een scherpe hoek met de verharde kelkbladen. Bij gewone agrimonie staan ze hooguit haaks op de kelkbladen.

 

 

welriekende agrimonie

 

 

 

Algemeen

 

rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– lange, slanke, aarvormige tros
– 0,5 tot 1,0 cm
– stervormig
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– tot 12 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– veervorming oneven
– top spits
– rand gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– onderzijde behaard
– soms ook met weinig klierharen

Stengel
– rechtop

zie wilde bloemen