Tagarchief: dichtheid

Euklaas

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Eigenschappen

.

Het doorzichtige tot doorschijnende kleurloze, witte, (licht)blauwe of lichtgroene euklaas heeft een witte streep- kleur, een glasglans en de splijting is perfect volgens kristalvlak [010]. De gemiddelde dichtheid is 3,04 en de hardhheid is 7,5. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief.

.

.

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal euklaas is afgeleid van de Griekse woorden eu en  klasis goed breken. Deze naam lijkt opvallend, omdat de hardheid van het mineraal 7,5 bedraagt. Breken is echter niet afhankelijk van hardheid.

.

.

.

.

Geschiedenis

.

Hoewel euklaas al in 1792 is beschreven wordt het nog niet zo lang als edelsteen gebruikt.

.

Voorkomen

.

Euklaas is, zoals andere berylliumhoudende mineralen, een algemeen mineraal in pegmatieten, maar het wordt ook gevonden in gebieden met hydrothermale activiteit. De typelocatie is het Orenburg district in de Zuidelijke-Oeral, Rusland. Het wordt ook gevonden in Colombia. Rijke vindplaatsen van blauwe en groene euklaaskristallen bevinden zich in Brazilië. Grote euklaas kristallen worden ook gevonden in ZimbabweOegandaKongoZuid-AfrikaNoorwegen en Oostenrijk.

.

.

.

.

Chemische eigenschappen

.

chemische samenstelling: AlBe(OH)SiO4)

hardheid: 6,5 – 7,5

.

.

Euklaas
Euclase 1.jpg
Mineraal
Chemische formule AlBe(OH)SiO4)
Kleur kleurloos, groenachtig, blauw
Streepkleur wit
Hardheid 6,5-7,5
Glans glasglans, diamantglans
Breuk schelpvormig
Splijting zeer goed
Kristaloptiek
Brekingsindices Np 1,652, Nm 1,656, Ng 1,672
Dubbele breking 0,019-0,025
Dispersie 0,016
Luminescentie soms donkerrood, onduidelijk
Pleochroïsme zwak tot sterk, geelachtig tot blauwgroen
Overige eigenschappen
Veredeling niet bekend
Bijzondere kenmerken geen

 


.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Esmeraldiet of Lepidocrociet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Lepidocrociet is rood tot roodbruin van kleur en wordt gevormd bij ijzerrijke gesteenten zoals goethiet en limoniet. Het wordt ook wel esmeraldiet of hydrohematiet genoemd.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam lepidocrociet wordt gevormd door de Griekse woorden lepis (schub) en krokè (vezel)

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Lepidocrociet wordt gevonden in Duitsland, Frankrijk, Tsjechië en de Verenigde Staten.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

chemische samenstelling: γ-FeO(OH)

hardheid: 5

dichtheid: 4

 

 

 

 

 

 

Lepidocrociet
Mineraly.sk - lepidokrokit.jpg
Mineraal
Chemische formule γ-Fe3+O(OH)
Kleur Dieprood tot roodbruin
Streepkleur Oranje
Hardheid 5
Gemiddelde dichtheid 4,05 – 4,13 g/cm³
Glans Submetallisch
Opaciteit Transparant
Breuk Oneffen
Splijting [010] perfect; [100] perfect; [001] goed
Habitus Lamellair
Kristaloptiek
Kristalstelsel Orthorombisch
Ruimtegroep Amam
Eenheidscel a = 3,88 Å
b = 12,54 Å
c = 3,07 Å
Dubbele breking δ = 0,570
Overige eigenschappen
Radioactiviteit geen
Magnetisme geen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bastnasiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Eigenschappen

 

Bastnasiet is een fluorhoudend carbonaatmineraal. Het doorzichtig tot doorschijnend geel tot roodbruine bastnasiet heeft een glas- tot vetglans, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is imperfect volgens het kristalvlak [1011] en onduidelijk volgens [0001]. Het kristalstelsel is hexagonaal. Bastnasiet heeft een gemiddelde dichtheid van 4,97, de hardheid is 4 tot 5 en het mineraal is niet tot zwak radioactief.

De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute ligt, afhankelijk van de exacte samenstelling, tussen de 0 (voor de Y-houdende variant) en de 60.386,61 voor de cerium-houdende variëteit. De brekingsindex is 1,717 tot 1,818 en de dubbelbreking is 0,1010.

 

 

 

 

 

 

.

 

Naam

 

Het mineraal bastnasiet is genoemd naar de Bastnäs-mijn in Zweden, waar het mineraal voor het eerst gevonden werd.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Bastnasiet is een mineraal dat gevormd wordt in de verweringszones van alkalische stollingsgesteenten. De typelocatie van bastnasiet is de Bastnäsmijn in het district Riddarhyttan in Västermanland te Zweden. Bastnasiet wordt momenteel gewonnen in Zweden, Noorwegen, de Balkan landen, Canada en de Verenigde staten.

 

 

.
.
.
.
.

 

 

Chemische eigenschappen

 

 

Mineraal
Chemische formule (La,Ce,Y)CO3F
Kleur Geel tot roodbruin
Streepkleur Wit
Hardheid 4 tot 5
Gemiddelde dichtheid 4,97 kg/dm3
Glans Glas- tot vetglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Oneffen
Splijting Imperfect, [1011], onduidelijk [0001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel diagonaal
Brekingsindices 1,017 – 1,818
Dubbele breking 0,1010
Overige eigenschappen
Radioactiviteit Niet tot zwak radioactief; gamma ray; 0 – 60.386,61 API

 

 

 

.

.

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pyroop

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemene informatie

.

Het mineraal pyroop is een magnesium-aluminium silicaat met de chemische formule Mg3Al2(SiO4)3. Het nesosilicaat behoort tot de granaatgroep. Het rozerode, oranjerode, donkerrode maar vaak bloedrode pyroop heeft een glasglans, een witte streepkleur en het mineraal kent geen splijting. De gemiddelde dichtheid is 3,74 en de hardheid is gedefinieerd als 7,5. Het kristalstelsel is isometrisch en pyroop is niet radioactiief.

.

.

.

.

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal pyroop is afgeleid van het Oudgriekse  πυρωπός (purōpos), dat “vuurogig” betekent. Dit vanwege de rode kleur van het mineraal.

.

.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Pyroop, ook rhodoliet genoemd, is een granaat en komt als zodanig voor in sterk gemetamorfoseerde gesteenten, maar ook in ultramafische stollingsgesteenten. De typelocatie is gelegen in Zöblitz, Duitsland. Het wordt ook gevonden in Brazilië en Zuid-Spanje.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.