Tagarchief: streepkleur

Fenakiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Eigenschappen

 

Het kleurloze, blauwige, witte, gele, roze of bruine fenakiet heeft een witte streepkleur en een glasglans. De hardheid van het mineraal is 8 op de schaal van Mohs en het doorzichtig tot doorschijnende mineraal komt voor in kristallen of korrelige of radiale aggregaten. Het soortelijk gewicht van fenakiet is 2,98 en het mineraal heeft een trigonaal kristalstelsel.

 

 

 

 

Naam

 

De naam van het mineraal fenakiet is afgeleid van het Griekse  phenax, dat “bedrieglijk” betekent want het werd met kwarts verwisseld.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Fenakiet komt voor in pegmatieten en is zeldzaam. De typelocatie is Takovaya in het Oeralgebergte in Rusland waar men tot 18 centimeter grote kristallen gevonden heeft. Gele en rode kristallen komen voor in Brazilië  en in de VS. Grote kristallen (tot 8 centimeter) komen voor in het Habachdal in Oostenrijk.

 

 

 

 

 

Mineraal
Chemische formule Be2SiO4
Kleur Kleurloos, wit, blauwig, geel, roze, bruin
Streepkleur Wit
Hardheid 7,5 – 8
Gemiddelde dichtheid 2,98 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Schelpvormig (bros)
Splijting Duidelijk, [1020]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Brekingsindices 1,654 – 1,670
Dubbele breking 0,0160
Dispersie 0,015
Fluorescentie Bleek groenachtig, blauw
Luminescentie Soms violet tot roze
Pleochroïsme Duidelijk, kleurloos tot oranjegeel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Euklaas

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

 

Eigenschappen

 

Het doorzichtige tot doorschijnende kleurloze, witte, (licht)blauwe of lichtgroene euklaas heeft een witte streep- kleur, een glasglans en de splijting is perfect volgens kristalvlak [010]. De gemiddelde dichtheid is 3,04 en de hardhheid is 7,5. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

.

.

Naamgeving

 

De naam van het mineraal euklaas is afgeleid van de Griekse woorden eu en klasis goed breken. Deze naam lijkt opvallend, omdat de hardheid van het mineraal 7,5 bedraagt. Breken is echter niet afhankelijk van hardheid.

 

 

 

 

.

Geschiedenis

 

Hoewel euklaas al in 1792 is beschreven wordt het nog niet zo lang als edelsteen gebruikt.

 

 

Voorkomen

 

Euklaas is, zoals andere berylliumhoudende mineralen, een algemeen mineraal in pegmatieten, maar het wordt ook gevonden in gebieden met hydrothermale activiteit. De typelocatie is het Orenburg district in de Zuidelijke-Oeral, Rusland. Het wordt ook gevonden in Colombia. Rijke vindplaatsen van blauwe en groene euklaaskristallen bevinden zich in Brazilië. Grote euklaas kristallen worden ook gevonden in ZimbabweOegandaKongoZuid-AfrikaNoorwegen en Oostenrijk.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

chemische samenstelling: AlBe(OH)SiO4)

hardheid: 6,5 – 7,5

 

 

Euklaas
Euclase 1.jpg
Mineraal
Chemische formule AlBe(OH)SiO4)
Kleur kleurloos, groenachtig, blauw
Streepkleur wit
Hardheid 6,5-7,5
Glans glasglans, diamantglans
Breuk schelpvormig
Splijting zeer goed
Kristaloptiek
Brekingsindices Np 1,652, Nm 1,656, Ng 1,672
Dubbele breking 0,019-0,025
Dispersie 0,016
Luminescentie soms donkerrood, onduidelijk
Pleochroïsme zwak tot sterk, geelachtig tot blauwgroen
Overige eigenschappen
Veredeling niet bekend
Bijzondere kenmerken geen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Fayaliet

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Eigenschappen

 

Het mineraal fayaliet is een ijzer-silicaat met de chemische formule Fe(II)2SiO4. Het is een vorm van olivijn en behoort tot de nesosilicaten. Het doorschijnende tot doorzichtige fayaliet heeft een glasglans en de kleur is groengeel of geel tot bruin en zwart. De streepkleur is wit (doorzichtig) en de splijting is onduidelijk volgens kristalvlak [010]. De gemiddelde dichtheid is 4,39 en de hardheid is 6,5. Het kristalstelsel is orthorombisch en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

Fayaliet is door Christian Gmelin genoemd naar de typelocatie van het mineraal: het eiland Faial, dat tot de Azoren behoort. Het is in 1840 voor het eerst beschreven.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Fayaliet voornamelijk voor in stollingsgesteenten. De typelocatie is het vulkanische eiland Faial, dat tot de Azoren behoort.

 

 

 

 

Fayaliet
FayaliteUSA.jpg
Mineraal
Chemische formule Fe2SiO4
Kleur Geel, amberkleurig,
Streepkleur Wit
Hardheid 6,5
Gemiddelde dichtheid 4,39 kg/dm3
Glans Glasglans
Breuk Conchoïdaal
Kristaloptiek
Brekingsindices 1,4585

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Epidoot

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Epidoot is geelgroen, pistachegroen of donkergroen. De steen is doorzichtig tot doorschijnend en heeft een glasachtige glans. De steen heeft een grijswitte streepkleur en de splijting is perfect volgens het kristalvlak [001]. Het kristalstelsel is monoklien. Epidoot is niet radioactief.

 

 

 

.

.

Etymologie

 

Epidoot is afgeleid van het Griekse woord  epidosis = toevoeging.

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: Ca2(Al,Fe3+)3(SiO4)3(OH)

hardheid: 6-7

dichtheid: 3,3-3,5

 

 

 

 

 

Epidoot
Epidote Oisans.jpg
Mineraal
Chemische formule Ca2(Fe3+,Al)Al2(SiO4)(Si2O7)O(OH)
Kleur Geelgroen, bruingroen, zwart, geel of grijs
Streepkleur Grijswit
Hardheid 7
Gemiddelde dichtheid 3,45 kg/dm3
Glans Glasglans
Opaciteit Doorzichtig, doorschijnend tot opaak
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bergkristal met epidoot

 

 

 

 

 

 

Diopsiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Het kleurloze, blauwe, grijze, bruine of groene diopsied heeft een groenwitte streepkleur, een glasglans en een goede splijting volgens het kristalvlak [110]. De gemiddelde dichtheid is 3,4 en de hardheid is 6. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Naam

 

De naam van het mineraal diopsied is afgeleid van de Griekse  woorden dis (“twee soorten”) en opsis (“mening”).

 

 

 

.

.

Voorkomen

 

Diopsied is een van de meest voorkomende pyroxenen in mafische en ultra-magmatische en metamorfe gesteenten. Het wordt onder andere gevonden in de Valle d’Aosta, Italië en in Aldan aan de rivier de Gon in Rusland.

 

 

 

.

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CaMg(Si2O6)

hardheid: 5-6

dichtheid: 3,2-3,4

.

.

Diopsied
Diopside Aoste.jpg
Mineraal
Chemische formule CaMgSi2O6
Kleur Blauw, bruin, groen, grijs of kleurloos
Streepkleur Witgroen
Hardheid 6
Gemiddelde dichtheid 3,4 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Bros, schelpvormig
Splijting Goed, [110]
Kristaloptiek
Kristalstelsel monoklien
Brekingsindices 1,663 – 1,738
Dubbele breking 0,0290 – 0,0300
Pleochroïsme Blauwgroenig, geelgroenig, bruingroenig

 

 

.

 

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

 

 

 

Datoliet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Het doorzichtig tot doorschijnend kleurloze, witte, gele, lichtgroene of bruine datoliet heeft een glasglans, een witte streepkleur en het mineraal kent geen splijting. Datoliet heeft een gemiddelde dichtheid van 2,9 en de hardheid is 5,5. Het kristalstelsel is monoklien en het mineraal is niet radioactief. Datoliet is een relatief zeldzame steen.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

De naam van het mineraal datoliet is afgeleid van het Griekse woord dateisthai, dat scheiden betekent. Het is zo genoemd omdat aggregaten van datoliet makkelijk verkruimelen.

 

 

 

.

 

Vindplaats

 

Verenigde staten, Noorwegen, Rusland, Mexico, Tanzania, Canada, Zuid-Afrika, Schotland, Rusland en Duitsland.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CaBSiO4(OH)

hardheid: 5 – 5,5

dichtheid: 2,96 – 3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

groene datoliet

 

 

 

 

 

 

 

 

Cinnaber

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Cinnaber, of cinnabariet, is een kwiksulfide. Het mineraal wordt sinds de Oudheid gebruikt als erts om kwik uit te winnen. Het mineraal vormt grote kristallen die diep vermiljoen tot baksteenrood van kleur zijn. Kleine kristallen kunnen licht doorschijnend zijn.

Cinnaber heeft een helderrode streepkleur en een volkomen splijting volgens kristalvlak [1010]. Het kristalstelsel is trigonaal, de dichtheid is met 8,1 hoog. De hardheid is 2 tot 2,5. Cinnaber is niet radioactief. Cinnaber is giftig omdat het kwik bevat. Het kan dus beter niet op de huid gedragen worden en na aanraking moeten de handen gewassen worden.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Het woord cinnaber betekende oorspronkelijk vermiljoen en is afkomstig uit het Perzisch (shangarf). Het heeft onze taal bereikt via het Grieks, het Latijn en het Frans.

 

 

 

 

.

Vindplaats

 

Cinnaber komt vooral voor in hydrothermale aders van lage temperatuur. De typelocatie en lang een belangrijke vindplaats van kwik als erts is Almadén, Spanje, waar het reeds door de Kelten werd ontgonnen. Cinnaber wordt nog gevonden in Italië, Slovenië, het Midden-Oosten, China, Japan en Midden-Amerika.

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: HgS

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 8,2

 

 

 

 

 

Cinnaber
Cinnabar.jpg
Mineraal
Chemische formule HgS
Kleur rood tot bruinrood, loodgrijs
Streepkleur purper
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 8090 kg/m³
Glans diamantglans tot metaalglans
Splijting volkomen volgens [1010]
Habitus massief, korrelig, romboëdrisch of dik tabulair
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Bijzondere kenmerken belangrijkste kwikerts, vanaf 344 °C wordt cinnaber omgezet tot metacinnaber

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chalcopyriet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Chalcopyriet of koperkies is een koper-ijzer-disulfide. De kleur van het mineraal is messinggeel, soms ook wat groenig. Vaak is als gevolg van oxidatie aan het oppervlak een grote verscheidenheid aan kleuren te zien. De steen heeft soms blauw-paarse aanloopkleuren en groen of zwarte strepen. Het mineraal heeft een slechte splijting. De streepkleur van het opake chalcopyriet is groenig zwart. Het mineraal heeft een tetragonale kristalstructuur, met de ribben: a=52.5 nm, c=103.2nm. De structuur lijkt veel op die van sfaleriet (zinkblende).

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam chalcopyriet komt van de Griekse woorden “chalkos” (koper), en “pyrites” (vuur stoken).

 

 

Sphaleriet met chalcopyriet

 

 

 

Vindplaats

 

Chalcopyriet wordt o.a. gevonden in Australië, China, Ethiopië, Spanje, Frankrijk, Noorwegen, Zweden, Verenigde Staten, Canada en Mexico.

 

 

Sideriet met chalcopyriet

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: CuFeS2

hardheid: 3,5-4

dichtheid: 4,1-4,3

 

 

 

Chalcopyriet
Chalcopyrite angleterre.jpg
Mineraal
Chemische formule CuFeS2
Kleur Koper- of honinggeel
Streepkleur Groenzwart
Hardheid 3,5 tot 4
Gemiddelde dichtheid 4,19 kg/dm3
Glans Metallisch
Opaciteit Opaak
Breuk Bros
Splijting Onduidelijk, [112]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Tetragonaal
Brekingsindices Geen; opaak
Dubbele breking Geen; opaak
Overige eigenschappen
Magnetisme Na verhitting

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cerussiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Cerussiet behoort tot de carbonaten en wordt ook wel loodcarbonaat of witte looderts genoemd. De kleur kan wit, grijs, blauw of groen zijn. Cerussiet is doorschijnend en heeft een diamant-, glas- of vetglans. Het mineraal heeft een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is duidelijk volgens de kristalvlakken [110] en [021].

Het kristalstelsel is orthorombisch. Cerussiet heeft een gemiddelde dichtheid van 6,58, de hardheid is 3 tot 3,5 en het mineraal is niet radioactief. De dubbelbreking is 0,2730. Omdat cersussiet lood bevat, wordt aangeraden na aanraking de handen te wassen en inademing bij breken te vermijden.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam cerussiet is afgeleid van het Latijnse cerussa, dat “wit lood” betekent.

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Cerussiet is een zeer algemeen mineraal, dat gevormd wordt in gebieden waar loodhoudende vloeistoffen kalksteen doorsnijden. De typelocatie is niet nader gedefinieerd, maar het mineraal wordt onder andere gevonden in Tsumeb in Namibië. Cerussiet wordt nog gevonden in West Australië, Duitsland, VS en China.

 

 

 

barriet met cerussiet

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Chemische formule: Pb [CO3]

hardheid: 3 – 3,5

dichtheid: 6,55

 

 

 

 

 

Cerussiet
Cerusite kristal - Frankrijk
Cerusite kristal – Frankrijk
Mineraal
Chemische formule PbCO3
Kleur Kleurloos, wit, grijs, blauw, groen
Streepkleur Wit
Hardheid 3 tot 3,5
Gemiddelde dichtheid 6,55 kg/dm3
Glans Diamant
Opaciteit Doorzichtig tot subdoorschijnend
Breuk Schelpvormig (bros)
Splijting Duidelijk, [110] & [021]
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Brekingsindices 1,803 – 2,076
Dubbele breking 0,2730

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spessartien

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

.

.

Algemeen

 

Spessartien of spessartiet is een mangaan-aluminium-silicaat met de chemische formule Mn2+3Al2(SiO4)3. Het nesosilicaat behoort tot de granaatgroep.

 

 

 

 

Eigenschappen

 

Het rode, oranjerode, geelbruine, roodbruine of bruine spessartien heeft een glasglans, een witte streepkleur en de splijting van het mineraal is duidelijk volgens een onbekend kristalvlak. De gemiddelde dichtheid is 4,18 en de hardheid is 6,5 tot 7,5. Het kristalstelsel is isometrisch en spessartien is niet radioactief.

 

 

 

 

 

Naamgeving

 

Het mineraal spessartien is genoemd naar het Duitse Spessart gebergte, waar het mineraal voor het eerst beschreven is.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Spessartien is een granaat en komt als zodanig voor in sterk gemetamorfoseerde gesteenten, maar ook in stollingsgesteenten waaronder in pegmatieten. De typelocatie is gelegen in Aschaffenburg, Spessart gebergte, Beieren, Duitsland. Het wordt ook gevonden in het Hamarosh gebergte, Baltistan, Pakistan.