Tagarchief: duinen

Akkervergeet-me-nietje : Myosotis arvensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

myoar-adultw-42_1344772939

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes kleine lichtblauwe, iets klokvormig verdiepte bloemetjes en
– de met afstaande haren bedekte kelkbladen en
– de vruchtstelen, die ongeveer 2x zo lang zijn als de vruchtkelk

 

 

myosotis_victoria_dsc00894

 

 

 

Algemeen

 

Akkervergeet-me-nietje is een zeer algemeen voorkomende, vrij dicht behaarde, eenjarige plant van 10 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge tot matig vochtige, voedselrijke grond in akkers, bermen, op dijken, aan bosranden en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Akkervergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot in de herfst met kleine lichtblauwe bloemetjes, die in de knop roze zijn. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schichtvormige bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels.

In de loop van de bloeitijd ontrolt de schicht zich en verlengt de bloeistengel, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de kelk.

De vruchtstelen zijn ongeveer 2 tot 3x zo lang als de vruchtkelk en staan in het midden van de bloeiwijze in een hoek van 45 tot 60 graden met de stengel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn ongesteeld en zacht behaard. Vooral op zonnige plaatsen kunnen de bladeren wat gewelfd zijn en zijn de randen omgerold.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De medicinale werking van akkervergeet-mij-nietje tegen tuberculose is wetenschappelijk bewezen. Tuberculose komt gelukkig bijna niet meer voor.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– schicht
– stervormig
– 2 tot 4(5) mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig of langwerpig
– top spits of stomp
– rand gaaf
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond tot kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Zandraket : Arabidopsis thaliana

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4 – 8 mm), witte 4-tallige bloemetjes en
– de lange, dunne, rolronde, schuin afstaande vruchten en
– het rozet van behaarde blaadjes met een grof getande rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zandraket is een eenjarige plant van 5 tot 30 cm hoog. Ze is zeer algemeen voor komend in de Lage Landen. Zandraket groeit op open, droge, min of meer voedselrijke zandgrond in bermen, akkers, plantsoenen, op dijken en tussen tegels.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit in april en mei met kleine witte bloemetjes. De zuiver witte bloemetjes zijn 4 tot 8 mm groot, hebben 4 kroonbladen, 4 geelgroene kelkbladen, 1 stijl en 6 meeldraden, 4 langere en 2 kortere. De bloemen staan in een tros aan het einde van de stengel en zijstengels.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Zandraket heeft een korte levenscyclus. De zaden kiemen in de herfst en de plant gaat als rozet de winter door. In het vroege voorjaar groeien uit het rozet een aantal al of niet vertakte bloeiende stengels. ’s Nachts en bij regen-achtig weer buigen de bloemtrossen zich om het stuifmeel te beschermen tegen vocht.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Zandraket is een grijsgroen plantje, dat fijner en smaller oogt dan herderstasje. Naast zandraket zijn er nog 5 andere algemeen voorkomende, vroege voorjaarsbloeiers met 4-tallige, kleine witte bloemetjes en een bladrozet.

 

 

 

herderstasje : driehoekige vruchten.

 

 

 

 

 

 

 

vroegeling : gespleten kroonbladen en brede, platte vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

zandraket : lange, smalle, schuin afstaande vruchten, rozetbladeren gaaf of getand.

 

 

 

 

 

 

 

kleine veldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

bosveldkers : lange, smalle, rechtop staande vruchten, die niet of nauwelijks boven de bloemen uitkomen, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

klein tasjeskruid : ongelijke kroonbladen, eironde, platte, haaks afstaande vruchten, rozetbladeren veervormig.

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen tot zeldzaam
– 5 tot 30 cm

Bloem
– wit
– april en mei
– tros
– stervormig
– 4 tot 8 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– enkelvoudig
– 1-nervig
– behaard
– rozetbladeren :
– eirond tot lancetvormig
– top stomp of afgerond
– rand grof getand
– voet versmallend in steel
– stengelbladeren :
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf of grof getand
– zittend

Stengel
– rechtop
– vooral onderaan behaard
– rolrond

zie wilde bloemen