Tagarchief: lichtblauw

Celestiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Celestiet is een strontium-sulfaat en is kleurloos, grijs tot lichtblauw van kleur. De steen is doorzichtig tot doorschijnend met een glasachtige glans. De getrommelde steen kan heel makkelijk breken.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam celestiet is afgeleid van het Griekse woord “cœlestis” wat hemels betekent.

 

 

.

.

Vindplaats

 

Het wordt hoofdzakelijk gevonden in sedimentaire gesteenten, en in evaporieten samen voorkomend met de mineralen gips, anhydriet en haliet. Het mineraal wordt over de hele wereld gevonden, gewoonlijk in kleine hoeveelheden.  Celestiet wordt o.a. gevonden in Madagaskar, China, Bolivia, de Verenigde Staten, Australië, Groot-Britanië, Oostenrijk en Zuid-Afrika. In Nederland komt celestiet voor in de groeven rond Winterswijk.

 

 

.

.

.

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: SrSO4

hardheid: 3-3,5  dichtheid: 4

 

 

Celestiet
Celestite crystal crust.jpg
Mineraal
Chemische formule SrSO4
Kleur Blauw, bruin, groen, grijs en kleurloos
Streepkleur Wit
Hardheid 3 – 3,5
Gemiddelde dichtheid 3,95 kg/dm3
Glans Glas- tot parelmoerglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Schelpvormig (bros)
Splijting [001] Perfect, [210] Goed
Kristaloptiek
Kristalstelsel orthorombisch
Brekingsindices 1.621 – 1.632
Dubbele breking 0.0090 – 0.0100

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Kromhals : Anchusa arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-kromhals_bloem_anchusa_arvensis

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine (4-10 mm), lichtblauwe bloemen en
– de ruwe beharing van de hele plant

 

 

kromhals-westkapelle-zuiderduin-pe191

 

 

 

Algemeen

 

Kromhals is een eenjarige plant van 15 tot 60 cm hoog. De plant groeit voornamelijk op droge, zonnige standplaatsen. In Nederland vinden we de plant dan ook in de duinen, in Noord-Brabant en in Gelderland op leemhoudende grond. Ze is hier redelijk algemeen.

Ook in België wordt de soort als inheems beschouwd. Het verspreidingsgebied beslaat grote delen van Europa. In Noord-Amerika is de soort geïntroduceerd. Ze groeit op open, droge, voedselrijke, omgewerkte grond; ook op zandige vloedmerken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Kromhals bloeit vanaf mei tot de herfst met kleine, 5-tallige, lichtblauwe bloemen. Zoals bij alle soorten van de ruwbladigenfamilie staan de bloemetjes in een schicht bijeen. De vijf kroonbladen zijn trechtervormig vergroeid. De hals van de bloem heeft een s-vormige bocht. Dat is alleen te zien als je de bloem uit de kelk trekt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren zijn lang en smal (lancetvormig) en evenals de rest van de plant ruw behaard met op knobbels staande stijve haren.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 15 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot de herfst
– schicht
– trechtervormig
– 4 tot 10 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp
– rand golvend getand
– voet (half) stengelomvattend
– 1-nervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

mijne kop a4

Akkervergeet-me-nietje : Myosotis arvensis

Standaard

categorie :  Kamerplanten en bloemen

 

 

 

myoar-adultw-42_1344772939

 

 

Goed te herkennen aan
– trosjes kleine lichtblauwe, iets klokvormig verdiepte bloemetjes en
– de met afstaande haren bedekte kelkbladen en
– de vruchtstelen, die ongeveer 2x zo lang zijn als de vruchtkelk

 

 

myosotis_victoria_dsc00894

 

 

 

Algemeen

 

Akkervergeet-me-nietje is een zeer algemeen voorkomende, vrij dicht behaarde, eenjarige plant van 10 tot 60 cm hoog. Ze groeit op open, droge tot matig vochtige, voedselrijke grond in akkers, bermen, op dijken, aan bosranden en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Akkervergeet-me-nietje bloeit vanaf mei tot in de herfst met kleine lichtblauwe bloemetjes, die in de knop roze zijn. In het begin van de bloei staan de bloemetjes in een opgerolde schichtvormige bloeiwijze aan het einde van de stengels en zijstengels.

In de loop van de bloeitijd ontrolt de schicht zich en verlengt de bloeistengel, zodat er uiteindelijk een langgerekte bloeiwijze ontstaat met aan de top bloeiende bloemen en lager aan de stengel vruchten, die verborgen zitten in de kelk.

De vruchtstelen zijn ongeveer 2 tot 3x zo lang als de vruchtkelk en staan in het midden van de bloeiwijze in een hoek van 45 tot 60 graden met de stengel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn ongesteeld en zacht behaard. Vooral op zonnige plaatsen kunnen de bladeren wat gewelfd zijn en zijn de randen omgerold.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

De medicinale werking van akkervergeet-mij-nietje tegen tuberculose is wetenschappelijk bewezen. Tuberculose komt gelukkig bijna niet meer voor.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 10 tot 60 cm

Bloem
– lichtblauw
– vanaf mei tot in de herfst
– schicht
– stervormig
– 2 tot 4(5) mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid en rozet
– enkelvoudig
– lancetvormig of langwerpig
– top spits of stomp
– rand gaaf
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond tot kantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Veldsla : Valerianella locusta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de hele kleine (2 mm) lichtblauwe (bijna witte) bloemetjes
– in schermachtige hoofdjes, die
– paarsgewijs aan het einde van een gevorkte stengel zitten

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Veldsla is een eenjarig plantje, dat 7 tot 25 cm hoog wordt. Ze is plaatselijk vrij algemeen in de Lage Landen. El-ders is ze zeer zeldzaam. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte, grazige grond in bermen en op dijken, soms in akkers.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeitijd van veldsla is april en mei, zelden in juli/augustus. De bloemen van veldsla zijn heel lichtblauw (bijna wit), soms paarsachtig. Ze zijn 2 mm groot en hebben 5 kroonblaadjes. Ze staan in schermvormige hoofdjes, die paarsgewijs aan het einde van de vorkachtig vertakte stengel staan. Onder elk scherm bloemetjes zitten een aan-tal schutbladen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De tere stengels zijn vaak onderaan verspreid behaard en soms voelen ze bovenaan ruw aan door omlaag gerich-te stijve haren. De onderste bladeren vormen een rozet. Ze zijn spatelvormig. De bovenste bladeren zijn tegen-overstaand, iets spits, lancetvormig tot langwerpig, meestal met een gave, soms iets getande rand, verspreid be-haard en gewimperd.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Veldsla wordt vanwege haar rozet-bladeren ook gekweekt als groente. De gekweekte soort is in alle delen groter dan de wilde. De bladeren kunnen zowel vers als gestoofd gegeten worden en smaken nootachtig. Veldsla is een wintergroente : in de herfst kiemen de zaden en ze overwintert als rozet. Veldsla bevat slijm en is daardoor gevrij-waard van slakkenvraat.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Naast veldsla zijn er nog drie andere soorten veldsla : gegroefde veldsla, getande veldsla en geoorde veldsla. Alle drie staan ze op de rode lijst (gegroefde als gevoelig, getande als ernstig bedreigd en geoorde als verdwenen. Veldsla soorten zijn van elkaar te onderscheiden door de vorm en de hokjes-indeling van de vruchtjes.

 

 

gekweekte

 

 

 

gekweekte

 

 

 

gegroefde

 

 

 

geoorde

 

 

 

getande

 

 

 

Algemeen

 

– kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae)
– eenjarig
– plaatselijk vrij algemeen voorkomend
– 7 tot 25 cm hoog

Bloem
– heel lichtblauw, bijna wit,
soms paarsachtig
– april en mei, zelden in juli/augustus
– stervormig
– 2 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 3 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– onderste :
– rozet
– spatelvormig
– top stomp
– rand gaaf
– veernervig
– bovenste :
– tegenoverstaand
– langwerpig tot lancetvormig
– top stomp
– rand gaaf of iets getand
– 1-nervig
– verspreid behaard
– gewimperd

Stengel
– rechtop
– vier- of meerkantig
– onderaan verspreid behaard
– soms bovenaan ruw door stijve haren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wilde cichorei : Cichorium intybus

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
de prachtig lichtblauwe bloemhoofdjes, die in de bladoksels staan en die bestaan uit in een vlakke cirkel gespreide lintbloemen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Wilde cichorei komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. In de Lage Landen is ze vrij algemeen voor komend. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grazige grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Wilde cichorei bloeit in juli en augustus, soms tot de herfst, met lichtblauwe bloemen, die meestal alleen in de ochtend geopend zijn. Afhankelijk van de omstandigheden wordt de plant wordt 0,3 tot 2 m hoog. De plant is erg kwetsbaar, de stengel breekt snel, de bloemen verdragen geen regen, kou of aanraking en bij teveel warmte vallen ze af.

 

.

 

.

 

Toepassingen

Als medicinale plant geneest ze maagklachten en bevordert ze de galwerking. Tot in de Tweede Wereldoorlog werd van de wortel surrogaat koffie gemaakt. Tegenwoordig vind je cichorei samen met andere ingrediënten in koffie-vervangers. Een gekweekte vorm van cichorei kennen wij als witlof.

 

 

.

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het rivierengebied,

– 0,3 tot 2 meter

Bloem
– lichtblauw, zelden roze of wit
– hoofdje
– juli en augustus, soms tot de herfst
– 5-tandige lintbloemen
– 2,5 tot 4,5 cm
– omwindselblaadjes met klierharen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– langwerpig
– bochtig veervormig gespleten
– grote spitse eindlob
– bovenste :
– lancetvormig
– half stengelomvattend
– top spits
– rand gaaf of getand
– netnervig
– onderkant ruw behaard

Stengel
– rechtop
– houtig
– sterk vertakt
– verspreid ruw behaard of nagenoeg
kaal
– gegroefd
– bevat bitter melksap

zie wildebloemen

.

 

 

 

.

 

 

 

 

Vlas : Linum usitatissimum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de lichtblauwe (soms witte), 5 tallige, tere bloemen,
– waarvan de kroonbladen donker geaderd zijn én
– de slanke, alleen bovenaan vertakte stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Vlas is een oud cultuurgewas, dat soms verwilderd voorkomt in omgewerkte bermen. Ze wordt 30 tot 120 hoog. In de Lage landen wordt vlas voornamelijk verbouwd. Samen met wol is vlas lange tijd de belangrijkste grondstof voor textiel geweest. Vanaf de 19de eeuw is men meer katoen gaan verwerken in textiel en is de teelt van vlas aanzienlijk terug gelopen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Vlas bloeit in juni en juli. De tere bloemen zijn lichtblauw (soms wit), donker geaderd, bloeien maar een paar dagen en alleen in de ochtend.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren zijn maximaal 4 cm lang en slechts 3 tot 5 mm breed. Ze hebben drie nerven in de lengte. De stengels van de soorten die gekweekt worden voor de vezels zijn vaak langer dan de stengels van de soorten die vanwege de zaden gekweekt worden.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Vlas wordt al meer dan 8000 jaar gekweekt. Van de vezels wordt linnen gemaakt. Geperst vlas is een zeer veelzijdig product, waarvan bijvoorbeeld verkeersborden en tennisrackets gemaakt kunnen worden. Het zaad van vlas heet lijnzaad. Lijnolie wordt gebruikt in de voedings- en farmaceutische industrie. Lijnzaad heeft een licht laxerende werking. Daarnaast kan het een gunstige invloed hebben op de cholesterol- en bloedsuikerspiegel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– vlasfamilie (Linaceae)
– eenjarig
– cultuurgewas
– 30 tot 120 cm hoog

Bloem
– lichtblauw
– juni en juli
– alleenstaand
– stervormig
– 16 tot 24 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 5 stijlen

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand gaaf
– voet aflopend
– 3-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen