Tagarchief: spoordijken

Grijskruid : Berteroa incana

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine witte bloemetjes,
– die in een dichte tros aan het einde van de stengel staan en
– de door beharing grijsgroene bladeren en stengels

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Grijskruid is een 20 tot 50 cm hoge, eenjarige plant. Ze groeit op open plaatsen met matig voedselrijke, zandige grond in bermen, langs spoordijken, in de duinen, op industrieterreinen en in graslanden. Ze is vrij algemeen voor komend. Grijskruid wordt ook uitgezaaid.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Grijskruid bloeit vanaf juni tot en met september met witte bloemetjes, die 4 gespleten kroonbladen hebben. De bloemen van grijskruid staan in dichte trossen aan het einde van de stengel.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Behalve op de kroonbladen hebben alle delen van de plant een dichte, aanliggende, stervormige beharing, wat de plant een grijsgroen uiterlijk geeft. De stengelbladeren staan verspreid aan de stengel, zijn lancetvormig met een stompe top en gave (soms getande) rand.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrucht

 

Tijdens de bloei worden de stengels langer en vormen zich onder de bloeiwijze langs de stengel elliptische, iets bolle, behaarde, rechtopstaande vruchtjes. In elke vruchtje zitten 6 tot 10 zaden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– vrij algemeen tot zeldzaam
– ook uitgezaaid
– 20 tot 50 cm

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m september
– dichte tros
– stervormig
– 8 tot 16 mm
– 4 gespleten kroonbladen
– niet vergroeid
– 4 behaarde kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp
– rand gaaf of iets getand
– 1-nervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bermooievaarsbek : Geranium pyrenaicum

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

img_9617-gr-bermooievaarsbek

 

 

Goed te herkennen aan
– de in paren staande, helder roze tot lila , donker geaderde bloemen  met ingesneden kroonbladen en
– de behaarde, handvormig ingesneden bladeren

 

 

geranium-pyrenaicum-bermooievaarsbek-02

 

 

 

Algemeen

 

Bermooievaarsbek is een overblijvende, behaarde plant van 20 tot 60 cm hoog, oorspronkelijk afkomstig uit de bergstreken van Zuid-Europa, het Zwarte Zeegebied en het Atlasgebied.

Nederland: Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, het rivierengebied, de kustprovincies en in stedelijke omgeving. Elders zeer zeldzaam. Niet op de Waddeneilanden.

Vlaanderen: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasgebied en het kustgebied. Elders vrij zeldzaam, maar zeldzaam in de Kempen.

Wallonië: Vrij algemeen in de Leemstreek, het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders vrij zeldzaam en zeer zeldzaam in de Hoge Ardennen.

Je vindt bermooievaarsbek op open, min of meer vochtige, voedselrijke grond in bermen en op rivier- en spoordijken.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloemen van bermooievaarsbek zijn eerst helder roze, oudere bloemen neigen meer naar het paars. Zelden zijn ze wit. De bloemen staan in paren en hebben 5 voor een kwart ingesneden kroonbladen, die 2 tot 3 keer zo lang zijn als de kelkbladen. Bloemen in de knop hangen, geopende bloemen staan rechtop, de vruchten staan rechtop op terug gebogen steeltjes.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is behaard met witte afstaande haren en naar boven toe met een toenemend aantal klierharen, die aanzienlijk korter zijn dan de overige haren. Ook de bladeren zijn behaard, in omtrek rond en voor 1/2 tot 2/3 handvormig ingesneden in 5 tot 9 slippen.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam tot ontbrekend
– 20 tot 60 cm

Bloem
– helder roze tot paarsroze, zelden wit
– vanaf mei tot de herfst
– gesteeld, met 2 bij elkaar
– stervormig
– 15 tot 20 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– handvormig
– top stomp
– rand top van de slippen getand
– voet hartvormig
– handnervig
– zachte behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

geranium-pyrenaicum

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

 

Brem.

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

266px-cytisus_scoparius1

 

 

 

Goed te herkennen aan

de altijd groene takken, kleine blaadjes (2 cm), grote gele bloemen en de bezemvorm van de plant

 

 

 

geheel1-g

 

 

 

Algemeen

 

Brem is een zeer decoratieve, struikvormige plant van 0,6 tot 2 meter hoog die bloeit in mei en juni. Brem komt zeer algemeen voor, vooral op zandgrond, heidevelden, in duinen en langs spoordijken. Elders is ze aangevoerd met zand of aangeplant. Ze groeit op allerlei droge, kalkarme, vaak omgewerkte grond.

 

 

 

 

 

Bloem

 

In de oksels van de bladeren groeien de grote gele vlinderbloemen, meestal 1 soms 2. De geurende bloemen hebben 5 kroonbladen waarvan de bovenste de vlag wordt genoemd, de twee zijdelingse heten zwaarden. De kiel wordt gevormd door de twee onderste kroonbladen die aan de rand vergroeid zijn.

Op de vlag van de bloem zit een honingmerk, oranjebruine lijntjes die de bezoekende insecten de weg naar de nectar wijzen. Het is een manier om te zorgen voor bestuiving, want de bloemen bevatten geen nectar.
Van de 10 meeldraden zijn er vier langer, de stijl is opgerold.

De bloem ontploft bij bezoek van de juiste insecten. Dat houdt in dat het insect door zijn gewicht een proces op gang brengt, waarbij de kiel aan de bovenkant open gaat. Zodra die opening tot de helft is gekomen springen de kortere meeldraden uit de kiel en slingeren hun stuifmeel tegen de buik van het insect.

Gaat de kiel nog verder open, dan komt ook de stijl, die als een veer opgeborgen zit in de kiel, naar buiten en slingert zich op de rug van het insect, waar reeds stuifmeel zou kunnen zitten van de langere meeldraden van een vorige bloem. Tegelijkertijd geven ook de langere meeldraden hun stuifmeel af aan het insect.

 

 

 

 

 

Blad en takken

 

De bladeren van brem zijn klein (2 cm) en vallen ook spoedig af. De onderste zijn samengesteld uit drie deelblaadjes en gesteeld. De bovenste zijn enkelvoudig en zittend. Ze zijn aan de onderkant zacht behaard. De beharing loopt iets door over de rand op de bovenkant. De takken zijn groenblijvend en vijfkantig. De oudere takken van de plant zijn rond en met een grijsbruine schors bedekt.

 

 

 

 

 

Toepassing

 

In de kruidengeneeskunde worden de gedroogde takken, bladeren en bloemen van brem gebruikt in preparaten tegen hartritmestoornissen, te lage bloeddruk en aandoeningen van het bloedvatenstelsel.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen
– 60 tot 200 cm

Bloem
– goudgeel
– mei en juni
– vlinderbloem
– vlag 1,5 tot 2 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 opgerolde stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig of samengesteld
– smal eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet wigvormig
– 1-nervig
– onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– sterk vertakt
– vijfkantig
– groen blijvend

zie wilde bloemen

 

 

botanische-tekening-extragr-brem

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

John Astria

Zeepkruid : Saponaria officinalis

Standaard

categorie : Kamerplanten en bloemen

 

 

 

.

 

Goed te herkennen aan
– roze (soms witte), grote, 5-tallige, iets geurende bloemen in eindelingse trossen en
– de groepsgewijze groei

.

 

 

.

 

Algemeen

 

Zeepkruid is een overblijvende plant van 40 tot 70 cm hoog. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen. Ook wordt ze aangeboden als tuinplant, dan vaak met gevulde bloemen. Je vindt zeepkruid op open, vochtige tot droge, veelal kalkrijke, omgewerkte zandgrond in de duinen, langs de rivieren en op spoordijken. Door kruipende wortels met ondergrondse uitlopers groeit zeepkruid in groepen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zeepkruid bloeit vanaf juli tot en met september met zachte roze (soms witte), iets zoet geurende bloemen, die in eindelingse, 5-10 bloemige trossen staan. De kroonbladen zijn niet of iets uitgerand en elk kroonblad heeft 2 witte keelschubben. De kelkbladen zijn vergroeid tot een groen, soms rood aangelopen kelkbuis. Bestuiving vindt voornamelijk plaats door nachtvlinders. De nectar ligt namelijk heel diep in de bloem, waardoor alleen insecten met een lange tong die kunnen bereiken. Hommels plegen vaak inbraak door een gat in de kelkbuis te bijten.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Wanneer men de groene delen of de wortelstok kneust en in water kookt, ontstaat een schuimende vloeistof, die vroeger veel voor het wassen van wol of wollen kleding werd gebruikt. Voor dit doel werd de plant zelfs in de buurt van wol verwerkende bedrijven aangeplant. De plant werd medicinaal gebruikt voor het oplossen van slijm, het opwekken van braken en het reinigen van de huid.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– anjerfamilie (Caryophyllaceae)
– overblijvend
– vrij algemeen in het duingebied,
elders zeldzamer
– 40 tot 70 cm

Bloem
– roze, soms wit
– vanaf juli t/m september
– dichtbloemige tros
– stervormig
– 2,5 tot 4 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– tegenoverstaand
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top spits
– rand gaaf
– voet doorgegroeid
– 3- tot 5-nervig

Stengel
– rechtop
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

.