Tagarchief: Ezechiël

De verloren stammen van Israël

Standaard

 De verloren stammen van Israël

.

.

De profeet Ezechiël

 

Het lot van de verloren tien stammen van Israël staat al tientallen jaren in de belangstelling. Tot ongeveer 1950 was de algemene mening het volgende: In de oorlog tegen de Assyriërs in 722 voor Christus, werd een groot deel van het volk Israël afgeslacht. De overlevenden werden door de Assyriërs in ballingschap gezonden. Zij vermengden zich met de heidenen en verdwenen als herkenbaar volk.

 

 

 

 

 

Onderscheiden volksdelen: Israël en Juda!

 

Sommige theologen zien geen onderscheid meer tussen Juda en Israël. Zij zijn van mening, dat het huidige Joodse volk niet alleen uit afstammelingen van Juda en Benjamin bestaat, maar ook uit leden van de andere tien stammen. Dat zou waar kunnen zijn, indien we naar menselijke maat meten. Uit de tien stammen hebben zich in de loop der eeuwen inderdaad beperkte aantallen bij de Joden gevoegd. Ezechiël 37:16 doet daar een verhelderende uitspraak over en uit die tekst blijkt, dat God hen daarom niet meer onder Israël telt, maar bij Juda.

Ook wordt gesteld dat het onderscheid tussen de twaalf stammen al grotendeels is weggevallen door onderlinge huwelijken. Ook dat lijkt een geldig argument. Weer dienen we te zeggen: naar menselijke maat gemeten. De Almachtige blijkt daar anders over te denken. De profeet Ezechiël is daar heel duidelijk over:

 

 

De profetie voorzegt een terugkeer van Israël

 

De profetieën van Ezechiël spreken over de terugkeer van de tien stammen van Israël in de Eindtijd. We citeren een aantal teksten uit de grondtekst.

 

Ezechiël 34:12 en 13a

Ik zal hen redden uit elke plaats waarheen zij verstrooid waren; Op de dag van wolken en dikke duisternis (= de oordelen van de Eindtijd). En zal Ik hen uit de naties tevoorschijn brengen.

De tekst spreekt over de Eindtijd. Aangezien de Joden al tientallen jaren bezig zijn terug te keren naar het land Kanaän en de Eindtijd nog niet is aangebroken, kunnen zij dus niet bedoeld zijn. Blijft over dat de tekst over de tien stammen van Israël spreekt. Dat volk is voor ons verborgen, daarom moet het tevoorschijn gebracht worden.

 

Ezechiël 34:16

De verlorene zal Ik opsporen en het verstrooide zal Ik terugbrengen.

Het Joodse volk (Juda en Benjamin) is nooit verloren geweest. Het is tot op de huidige dag herkenbaar (zoals zo schrijnend bleek bij de holocaust). Het hoeft dus niet opgespoord te worden, het volk Israël wel.

 

Ezechiël 36:24

Want Ik zal u uit de heidenvolken tevoorschijn brengen en Ik zal u verzamelen uit alle landen en Ik zal u terugbrengen naar uw eigen land.

Ook hier wordt gesproken van een volk, dat in de heidenvolken is opgegaan en daarom eerst zichtbaar gemaakt moet worden.

 

Ezechiël 37:12

Daarom, profeteer! Dan zult u tot hen zeggen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Zie toch! Ik zal uw graven openen en Ik zal u doen oprijzen uit uw graven, o mijn volk en Ik zal u terugbrengen naar het land van Israël.

Een dood volk herleeft. Weer een verwijzing naar de verdwenen tien stammen van Israël.

 

Ezechiël 37:16

Wat u betreft, mensenzoon: Neem houten panelen voor u en schrijf op het ene: Voor Juda en voor de kinderen Israëls die hun metgezellen zijn. Neem dan een ander houten paneel en schrijf daarop: Voor Jozef – dat is het houten paneel van Efraïm – en geheel het huis van Israël die zijn metgezellen zijn;

Dit is een heel belangrijke uitspraak. Het spreekt over Juda en degenen van de kinderen Israëls die hun metgezellen zijn. Dat zijn afstammelingen van de overige tien stammen, voorzover zij zich bij Juda (= de Joden) gevoegd hebben. Zij worden onder Juda geteld.

De tien stammen worden hier, onderscheidend, Jozef en Efraïm genoemd. Daarbij worden allen uit geheel het huis van Israël geteld (dus ook uit Juda en Benjamin), die daarbij horen, dus die met hen samenleven. Daarmee is de absolute scheiding tussen Israël en Juda hersteld.

 

Ezechiël 37:19

Zeg dan tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Ziet! Ik zal het houten paneel van Jozef nemen – dat in de hand van Efraïm is – en de stammen van Israël, zijn metgezellen. Dan zal Ik die bij de ander voegen – het houten paneel van Juda – en Ik zal hen tot één houten paneel maken. Zo zullen zij één worden in mijn hand.

In de Eindtijd worden Juda en Israël weer één. Dat is nog onvervulde profetie.

 

Ezechiël 37:21

Zeg vervolgens tot hen: Zo spreekt de Soeverein Jahweh: Zie Mij aan, die de zonen van Israël oppak van tussen de volken – waarheen zij ook gingen – en Ik zal hen overal vandaan verzamelen en hen terugbrengen naar hun eigen land.

Ook hier het beeld van een volk dat verdwenen is en dat door God zelf opgespoord wordt.

 

 

Regio Israël en Palestina: 9e eeuw voor Christus

 

 

Bijbel: Opmerkelijke feiten

 

Sinds de terugkeer van Juda (en Benjamin) is de belangstelling voor het lot van de overige tien stammen sterk gegroeid. Het feit, dat in die terugkeer een aantal profetieën vervuld zullen worden, bracht schriftgetrouwe onderzoekers tot de overtuiging, dat de profetieën over de tien stammen van Israël serieus genomen dienden te worden. Want de Bijbel spreekt ook over hun terugkeer. Die toenemende belangstelling stimuleerde onderzoek en zo kwamen vele feiten aan het licht.

 

 

De tien stammen van Israël worden langzaam maar zeker zichtbaar

 

Uiteenlopende bevolkingsgroepen worden genoemd als afstammelingen van Israël, of geloven dat zelf. Veel claims zijn volstrekte onzin, echter lang niet alle. Want het staat nu wel vast dat een aantal bevolkingsgroepen inderdaad van Israël afstammen. Joden en/of Israëlieten behoren helaas niet tot de meest geliefde mensen in de wereld en antisemitisme is vandaag een voortdurend toenemend kwaad.

Toch doet het wonderlijke fenomeen zich voor dat een stijgend aantal families, stammen en/of volken er aanspraak op maken, dat zij tot de verloren tien stammen van Israël behoren.

Een aantal door Joodse instanties wordt serieus genomen en onderzocht en sommige van die claims werden al bevestigd. Hier een aantal korte omschrijvingen van mogelijke kandidaten:

 

1. Lemba Joden

De Lemba wonen in Zuid-Afrika en spreken Bantu. Zij claimen van Israël af te stammen. Genetisch onderzoek heeft dat bevestigd.

 

2. B’ney Efraïm (kinderen van Efraïm)

Deze worden ook Telugu Joden genoemd. Zij wonen in Andhra Prades, in India, bij de delta van de rivier de Krishna. Ze zijn zo overtuigd van hun afkomst, dat ze Hebreeuws hebben geleerd en zich tot het Judaïsme hebben bekeerd.

 

3. B’ney Manashe (kinderen van Manasse)

Dit betreft een groep van onbekende grootte (sommigen spreken van 1-2 miljoen), die aan de noordoost grens van Manipur leven, in India en in Noord-Birma. In Birma worden zij de Lusi genoemd, dat betekent ‘de tien stammen’. In hun liederen en gebeden vinden we de naam Manasse veelvuldig terug. Zij zijn ervan overtuigd dat zij tot de stam Manasse behoren. Een deel van de B’ney Manashe heeft zich tot het Judaïsme bekeerd en vereert Jozef als hun stamvader. Zij bezitten geen geschreven geschiedenis. Echter, de overlevering spreekt van een tocht over een rood gekleurde zee (Rode Zee?) en over een wolkkolom, die hen leidde op hun zwerftocht.

 

4. Beta Israël (huis van Israël)

Dit zijn donkergekleurde Falasha’s van Ethiopische herkomst. De bevolkingsgroep telt ongeveer 120.000 leden. Hoewel een deel van hen in naam christen was, zijn ze vrijwel allen overgegaan naar het Joodse geloof. Zij zijn al als Joden erkend.

 

5. Igbo Joden

Die vinden we in Nigeria. Ze tellen ongeveer 40.000 leden. Zij spreken naast de landstaal, ook Hebreeuws. De Igbo’s beweren van Gad, Zebulon en Manasse af te stammen. Zij houden zich al eeuwen aan Joodse tradities.

 

China

In Jesaja 49:12 vinden we de volgende, intrigerende tekst, over de terugkeer van Israël: Zie, dezen komen uit de verte, genen uit het noorden en het westen, weer anderen uit het land Sinim.

Dit laatste woord (Grondtekst: çiynîym) betekent waarschijnlijk China. En ook daar vinden we sterke aanwijzingen dat daar afstammelingen van Israël leven.

 

6. Chiang Min Joden

Zij wonen in China, aan de grens met Tibet en houden een aantal Joodse religieuze gebruiken in ere. Zij kennen één God (wat heel ongewoon is in die streken) die zij Jawei noemen (Jahweh).

 

7. Kaifeng Joden

In China, in de Henan provincie, vinden we ook de Kaifeng Joden. Zij houden in hun religie en gebruiken het geloof der vaderen in stand en staan bekend als: De godsdienst die de pees verwijdert. De geschiedenis van de Kaifeng Joden gaat terug tot 1163, toen zij een synagoge bouwden. Volgens de overlevering kwamen zij in 200 v. Chr. vanuit Noord-India naar China en stammen zij af van de Joden, die onder Ezra verbannen werden (Ezra 9).

 

8. De Pashtun

Dit is een groot volk, want het telt 40-50 miljoen leden. Zij leven in Afghanistan, Pakistan en het noorden van Iran. Een deel van hen heeft waarschijnlijk Israëlische voorouders. Het oude Afghaanse koningshuis (de Mahmad Zei-familie) beweert zelfs van Mefiboseth, de zoon van Jonathan, de zoon van koning Saul, uit Benjamin, af te stammen (2 Samuël 9).

 

 

 

 

Een aantal stamnamen toont een sterke overeenkomst met de tien stammen van Israël. Zoals: Efidi of Ephriti (Efraïm), Rabbani of Rebbani (Ruben) Shinwari (Simeon), Lewani of Levoni (Levi), Daftani (Naftali), de Gaji of Ghagi (Gad) en Ashurai (Aser). Veel Pashtun dragen een amulet met daarop de Hebreeuwse woorden: Shema Yisrael (= Hoor Israël) waarmee de morgen- en avondgebeden van vrome Joden beginnen. Onder de Pashtun-stammen worden zeer veel Joodse namen gevonden, al dan niet verbasterd. De Pashtun houden een groot aantal Joodse gebruiken in stand en passen besnijdenis toe, zoals de Mozaïsche wet voorschrijft, op de achtste dag. Zij werken of koken niet op de Sabbath. En in veel huizen van de Pashtun treffen we de ster van David aan.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Ezechiël deel 7: De val van Lucifer

Standaard

  Categorie: video

 

 

 

Ezechiël deel 7: De val van Lucifer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Waardevolle lessen uit Ezechiël

Standaard

Categorie: religie

 

 

Drie waardevolle lessen uit Ezechiël

 

Het Bijbelboek met de profetieën van Ezechiël is redelijk omvangrijk, 48 hoofdstukken. Sommige gedeelten uit Ezechiël zijn behoorlijk bekend, denk maar eens aan de profetie over het dal van de doodsbeenderen (37:1-14) en aan het beeld van de tempelbeek (47:1-12). Toch is een groot deel van het Bijbelboek nogal onbekend bij christenen. Belangrijke redenen daarvoor zijn dat oordeel een grote rol speelt bij Ezechiël en dat zijn toekomst profetieën lastig te begrijpen zijn. Toch valt er heel wat te leren van deze profeet. Hij toont ons aspecten van wie God is die soms wat ondergesneeuwd dreigen te raken.

 

 

 

.
.
.

1. De heerlijkheid van God

 

De heerlijkheid van God, omschreven als ‘stralende verschijning’, speelt door het hele Bijbelboek heen een belangrijke rol. Dat begint al bij de roeping van Ezechiël als profeet in hoofdstuk 1. In een machtig visioen ziet hij eerst de cherubs die God dienen (hij beschrijft hen in 1:5-25), hoewel hij pas in 10:20 begrijpt dat het cherubs zijn. Daarna ziet hij boven hun hoofden God in Zijn heerlijkheid, gezeten op de troon (1:26-28). De beschrijving van de cherubs is uitgebreider dan die van God, en we zouden ons af kunnen vragen waarom. Mogelijk kan Ezechiël door alle glans niet veel zien, maar vermoedelijk wil hij uit ontzag geen overbodige woorden gebruiken ten aanzien van de heilige verschijning van God. Ook op andere plaatsen in de Bijbel wordt de verschijning van God terughoudend beschreven, zie met name Exodus 33:18-23. Juist in het minimale legt de beschrijving dus de nadruk op Gods onmetelijke grootheid.

De heerlijkheid van God staat in schrille tegenstelling tot het kwaad en confronteert mensen met hun zondigheid. In het visioen van hoofdstuk 8-11 ziet Ezechiël opnieuw de heerlijkheid van God. Ezechiël wordt meegenomen naar de tempel in Jeruzalem en ziet de verschrikkelijke zonden die daar begaan worden. Dit kan en mag God niet tolereren. Hoofdstuk 9 is een beschrijving van de straf, maar hoofdstuk 10 laat iets zien dat nog verbijsterender en ingrijpender is: Gods heerlijkheid gaat vertrekken uit de tempel en Jeruzalem. Het verdwijnen van Gods heerlijkheid uit Israël toont aan dat God het volk verlaat. God zegt als het ware: “Dit is Mijn volk niet meer.” In 11:22-25 verdwijnt Gods heerlijkheid definitief uit Jeruzalem, maar gelukkig is er toch nog hoop. God gaat verder met degenen die al in ballingschap zijn, nadat Hij hen gereinigd zal hebben (11:16-21).

Tegen het einde van het boek, in hoofdstuk 43, keert Gods heerlijkheid naar de tempel terug. Dit laat zien dat er herstel komt en dat de nieuwe situatie beter zal zijn dan de oude. Schrikbarend is dat het herstel niets te maken heeft met een verbetering van de kant van mensen, het is God die het herstel voor honderd procent bewerkt. Motieven hiervoor die bij andere profeten naar voren komen zijn Gods trouw aan de belofte die Hij Abraham heeft gedaan (Micha 7:20) en zijn liefde (Hosea 11:7-9). In Ezechiël wordt een andere beweegreden van God benadrukt: de heiliging van Zijn naam. Daarom ook zien we bij Ezechiël regelmatig de uitdrukking ‘weten dat Ik de Here ben’ (zie bijvoorbeeld 36:23 en 36:38).

 

 

.
.
.
.
.

2. Innerlijke vernieuwing bij de mens

 

We zagen al dat de goede toekomst die God wil geven niets te maken heeft met wat voor menselijke inspanning of prestatie ook. Alleen de Geest van God geeft innerlijke vernieuwing: Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden. Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, Ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn Geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. (36:25-27)

De profetie ontwikkelt zich heel mooi tot juist een heilsprofetie voor Gods volk: God zelf zal voor de Israëlieten zorgen als een herder voor zijn schapen.

Dit principe is niet alleen belangrijk voor de volksgenoten van Ezechiël die hem hoorden profeteren, het is ook belangrijk voor ons. Paulus past het in 2 Korintiërs 3:1-6 toe op zichzelf, zijn medewerkers en de lezers van zijn brief. Als we ons bewust zijn dat elke positieve verandering in ons het werk is van de Geest van God, bewaart ons dat voor trots.

 

 

3. Het herderschap van God

 

Ezechiël 34 is een onheilsprofetie tegen de leiders van Israël, die met herders worden vergeleken. Ze hebben zichzelf bevoordeeld ten koste van de gewone en zwakke mensen. De profetie ontwikkelt zich heel mooi tot juist een heilsprofetie voor Gods volk: God zelf zal voor de Israëlieten zorgen als een herder voor zijn schapen. Nadat God beschreven heeft hoe Hij zijn schapen liefdevol zal verzorgen, kondigt Hij aan dat Hij zijn volk een nieuwe herder zal geven: David, zijn dienaar (34:23). Samen met Psalm 23 is deze profetie een prachtige achtergrond voor Christus, die zichzelf openbaart als de goede herder (Johannes 10).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget