Tagarchief: boodschap

Het woord van God is de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

Verschillende mensen hechten meer of juist minder waarde aan de Bijbel. Deze wordt vaak omschreven als “Het woord van God”, maar er zijn twee manieren om naar de Bijbel te kijken. “Het is het woord van God, door God gegeven”, of “Het is het woord over God, door gelovige mensen geschreven”. De meeste mensen, inclusief vele theologen gaan van dat laatste uit. De beide opvattingen, en de conclusies daarover, staan hieronder.

 

 

De Bijbel: goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Broeders in Christus gaan uit van de opvatting in de linker kolom

 

 

De Bijbel is het Woord van God De Bijbel is het Woord over God
De Bijbel is het resultaat van het zoeken van mensen naar God.
Mensen schreven vanuit hun eigen belevingswereld, waarbij zij vaak wel zeer gelovig waren, maar toch heel erg mensen van hun tijd.
Bijbelteksten zijn vaak ontstaan doordat verschillende verhalen zijn samengevoegd tot één geheel.
Delen van de Bijbel zijn veel later geschreven dan de schrijvers ons willen doen geloven.
Kennelijke tegenstellingen komen voort uit het feit dat er verschillende schrijvers zijn, of omdat het verhaal afkomstig is van verschillende bronnen.
De Bijbel toont een ontwikkeling in het denken en de opvattingen over God.
Er is nog veel mysterie dat wij nooit zullen weten. En er ontbreekt veel dat wij er zelf bij moeten bedenken.
Ook buiten de Bijbel is veel te vinden dat van nut is.
Er zijn ook andere Bijbelse tradities die we niet mogen verwaarlozen.
De Bijbel is een toevallige verzameling geschriften, waar je uit kunt halen wat je aanspreekt. Bestudering van het geheel is niet nodig.
Het voorzeggen van de toekomst is voor mensen principieel niet mogelijk. Wel kunnen mensen algemene toekomstverwachtingen hebben. Zogenaamde ‘voorzeggingen’ kunnen alleen door latere schrijvers toegevoegd zijn onder de naam van de oorspronkelijke schrijver.
We leven nu in een heel andere tijd. Grote delen zijn voor ons niet meer van belang.
Het boek is een cultuurgebonden afspiegeling van zijn tijd. Wij moeten het eerst “naar deze tijd toe vertalen”.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Ezechiël: 25-48 / met video

Standaard

Categorie: religie

Ezechiël 25–48

 

In de komende hoofdstukken krijgen we een diepe inkijk in de wereld van de geestelijke machten. In het boek Ezechiël wordt een grote tip van de sluier opgetild, waardoor wij een heldere glimp van de metahistorische werkelijkheid achter de geschiedenis te zien krijgen. Willen we iets meer gaan begrijpen van de majestueuze verschijning van de heerlijkheid des Heren aan het begin van het boek van Ezechiël dan moeten we goed luisteren naar de rest van de boodschap van Ezechiël.
In de hoofdstukken uit Ezechiël (25-32) die in deze les worden behandeld, richt de Heer God zich ten eerste tot de volken rondom Israël. Wegens de houding die zij hebben gehad ten opzichte van het volk Israël zegt de Heer God al deze volken het oordeel aan. Eerst komen kort de ‘kleine’ volken rond Israël aan bod: Ammon, Moab, Edom en de Filistijnen. Daarna worden er meerdere hoofdstukken gewijd aan zowel Tyrus (en Sidon) als aan Egypte.
Laten we om te beginnen ons richten op de hoofdstukken die de profetieën tegen Tyrus (en een kort stukje Sidon) behandelen. Dit begint in hoofdstuk 26, waar wordt voorzegd dat Tyrus zal vergaan. In hoofdstuk 27 is in de vorm van een klaaglied te lezen hoe groot en belangrijk Tyrus was. Tot slot treffen wij in hoofdstuk 28 een opmerkelijke dubbele laag aan die ons een bijzonder inzicht biedt over de werkelijke macht achter Tyrus.

 

 

 

 

Wie is de vorst van Tyrus en wat was zijn rol?

Samen met steden als Sidon en Biblos vormden Tyrus het gebied van de Phoeniciërs. Tussen deze steden bestond geen politieke eenheid, eigenlijk waren het verschillende afzonderlijke stadstaten die ieder hun eigen gang gingen. Tot aan 1000 vC was Sidon de belangrijkste stad, maar daarna nam Tyrus deze positie over. Koning David en met name koning Salomo hadden in die periode belangrijke betrekkingen met Hiram, de koning van Tyrus (1Sm 5:11, 1 Kn 5, 7, 9, 10).
Het gebied van de Phoenicische steden als Tyrus en Sidon is tegenwoordig bekend als het land Libanon. Een land dat tot voor kort verscheurd werd door een dramatische burgeroorlog tussen christenen en moslims. Tyrus was een economisch en politiek sterke handelsmacht die op een treurige wijze aan haar einde gekomen is. In de Bijbel vinden we echter een enkele aanwijzing dat Tyrus een slecht buurvolk was voor het volk Israël en dat zij uit was op haar ondergang (Ps 83:8, Jl 3:4-8). Naast deze fysieke dreiging ging er ook een sterke geestelijke dreiging van de Phoeniciërs uit.
Het grondgebied van de steden als Tyrus en Sidon was de bakermat voor de heidense vruchtbaarheidsgodsdienst met gruwelen als sacrale prostitutie en kinderoffers voor afgoden als Baäl en Asjera (of Astharte). Hoe groot en verderfelijk de invloed van de Phoenicische godsdienst was in het land Israël kunnen we zien aan het optreden van de beruchte koning Izebel, die een dochter was van de Phoenicische koning Etbaäl.
Als we deze aspecten van de steden Tyrus en Sidon bezien dan begrijpen wij meer van het oordeel dat de Heer God uitspreekt tegen dit volk. Maar als hoofdstuk 28 goed lezen, dan zien we dat er een dubbele laag zit in het oordeel dat de Heer God uitspreekt tegen Tyrus. In de verzen 2-10 spreekt de Heer tegen de ‘vorst van Tyrus’ en in de verzen 11-19 tegen de‘koning van Tyrus’. Op grond van de tekst zien we heel duidelijk het onderscheid dat in het eerste gedeelte een menselijke vorst aangesproken wordt, maar in het tweede gedeelte een hemelse/goddelijke vorst.
Ik heb niet kunnen achterhalen welke menselijke vorst bij name bedoeld wordt in het eerste gedeelte. Maar dat het om een menselijke vorst gaat, kunnen we concluderen uit de zinsnede ‘je achtte jezelf een god gelijk, terwijl je een mens bent en geen god’ (vs 2). Juist deze hoogmoed zal deze vorst duur komen te staan, want hierom zal hij overvallen en gedood worden door vreemdelingen en sterven als een heiden (‘een onbesnedene’, vs 10).
In het tweede gedeelte wordt echter een wezen van een totaal andere orde aangesproken. Er is duidelijk sprake van een wezen dat niet tot de mensen gerekend kan worden. Een korte opsomming: ‘je leefde in Eden’ (vs 13), ‘je was een cherub’ (vs 14, 16), ‘je was neergezet op de heilige berg van God’ of ‘heilige berg der goden’ (vs 14, 16), ‘neergeworpen op aarde’ (vs 17). Als we de tekst van Ezechiël lezen, dan wordt er duidelijk gesproken over een cherub, een engel die al leefde in de hof van Eden en die heeft vertoeft op de berg der goden, oftewel de berg waar de hemelwezens wonen. Hier wordt ons dus getoond dat achter de aardse vorst van Tyrus een geestelijke vorst schuilgaat.
Wie is deze vorst? In Lukas 10:18 zegt de Heer Jezus wanneer de tweeënzeventig enthousiast terugkeren van hun rondgang in het land en Hem vertellen over de macht die zij hadden over demonen, dat Hij ‘de satan als een bliksem uit de hemel zag vallen’. Ook in de Apocalyps die Johannes heeft gezien, wordt verhaald hoe een ster uit de hemel op de aarde valt (Op 9:1). Deze beschrijvingen komen overeen met de morgenster die uit de hemel valt (Js 14:12) en de cherub die van tussen de vlammende stenen van de berg der goden (een mogelijke metafoor
voor de hemel) wordt verbannen (Ez 28:16).
De vorst achter Tyrus, dat zoals we zagen Israël overspoelde met afgodische onreinheid en ook het bestaan van het volk bedreigde, is dus satan. Hiermee hebben we een belangrijk bewijs voor de metahistorisch werkelijkheid waarin de strijd tussen de Heer God en de satan duidelijk naar voren komt.
Nu we dat weten is het goed om de associatie tussen de vorst uit de verzen 2-10 en de koning uit de verzen 11-19 te bekijken. We weten dat de aardse vorst zich identificeerde met ‘zijn’god. Hij ziet zichzelf als mens dus in strijd met de goden en zelfs met de God van Israël, de Heer God. Dat de koning geassocieerd werd met de godheid van zijn land, is in de antieke oudheid een gebruikelijk verschijnsel en het juist dit waarover de Heer God zich uitspreekt in Ezechiël 28:2-10 tegen de koning van Tyrus, die zichzelf ook associeerde met een god.
De Heer God verbood Israël uitdrukkelijk om zich neer te buigen voor de hemellichamen. Wij kunnen daaruit concluderen dat heidense volken hemellichamen vereren als goden en dat deze hemellichamen meer zijn dan menselijke afgodische ideeën, maar werkelijke wezens. Ook uit een vergelijking tussen de twee teksten 2 Kn 17:16 en 1 Kn 22:19 kunnen we concluderen dat het ‘heer des hemels’, engelen zijn die geassocieerd worden met de hemellichamen.
Het boek Openbaring is een boek waarin de Bijbel ons een heel duidelijk beeld geeft van de geestelijke strijd die speelt achter de zichtbare historische gebeurtenissen. In Openbaring 12 zien we hoe de engel Michaël strijd voert tegen de satan en zijn engelen. Hier uit kunnen we concluderen dat satan ook beschikt over engelen.
conclusies:
1.Heidense volken vereren afgoden die geassocieerd worden met hemellichamen.
2.Engelen worden geassocieerd met hemellichamen.
3.Er zijn gevallen engelen van satan en er zijn engelen van de Heer God tussen deze twee groepen is er strijd.
4.Afgoden zijn gevallen engelen.
Als we met deze kennis opnieuw naar de verschijning van de heerlijkheid des Heren kijken dan springt direct de heerschappij van de Heer God over de hemelwezens in het oog. Hij troont op een troonwagen die is samengesteld uit hemelse wezen. Hij is niet gelijk aan deze hemelwezens, maar deze wezens dienen Hem.
Het is alsof de Heer God de gevallen hemelwezens die in het boek Ezechiël aangesproken worden als vorsten achter de aardse machten die Israël bedreigen, herinnert aan Zijn Majesteit. Al proberen zij zich steeds weer te verheffen tegen de Almachtige ze zullen falen. Zij zijn slecht schepselen en Hij is de Machtige Schepper. Zo wordt ook het volk Israël door de indrukwekkende verschijning van de heerlijkheid des Heren met hun neus op de feiten gedrukt. Zij vereren geschapen en gevallen engelen, terwijl zij de Schepper als Zijn eigen volk toebehoren, zoals de Heer God in Deuteronomium 4:20 stelt in contrast tot de andere volken.

 

 

 

 

 

Heilshistorie in Ezechiël

In hoofdstuk 33 wordt de opdracht van Ezechiël hernieuwd. Opnieuw wordt hij gewezen op de belangrijke taak die hij heeft als wachter. Ezechiël was verantwoordelijk als wachter over Israël om te waarschuwen voor het oordeel. Deed hij dat niet dan werd hij verantwoordelijk gehouden voor de dood van de mens die hij niet had gewaarschuwd. De ernst van deze boodschap mogen wij niet aan ons voorbij laten gaan. We hebben een geweldige boodschap niet alleen van oordeel, maar juist van verlossing. Deze boodschap klinkt ook heel duidelijk in het boek Ezechiël. De Heer God zegt dat Hij geen vreugde heeft aan de dood van een slecht mens, maar dat Hij wil dat de mensen zich bekeren en leven (33:11).
Als contrast tegenover de wachter worden in hoofdstuk 34 de slechte herders van Israël geplaatst. Wat heel belangrijk is in dit hoofdstuk is de belofte van de Goede Herder. Vanaf vers 7 volgt er een indrukwekkende opsomming van de dingen die de Heer God zelf gaat doen en in vers 23 zien we hoe Hij dat gaat doen. Hij zal ‘Zijn knecht David’ aanstellen als Herder. Uit Johannes 10:11 kunnen wij concluderen dat de Heer Jezus, dé Zoon van David, deze Goede Herder is.
In Ezechiël 36 zien we een tragische schildering van de verstrooiing van de joden onder de volken (16-21). Het is opmerkelijk hoe deze teksten in de verleden tijd staan geschreven en de rest van het hoofdstuk voornamelijk in de toekomende tijd. Het is dus alsof de Heer God terug kijkt, wanneer Israël hersteld is, op de periode dat ze verstrooid waren. Als wij denken aan de diaspora (de verstrooiing) dan denken wij niet aan de periode vanaf 70 (vernietiging Jeruzalem door de Romeinen) tot 1948 (heroprichting staat Israël). Dit is een lange periode waarin de donkere middeleeuwen hevige pogroms op de joden hebben voorgebracht en waarin de fel antisemitische negentiende eeuw is uitgelopen op de verschrikkelijke holocaust onder nazi-Duitsland. Met de kennis die wij nu hebben, zien wij heel duidelijk de dubbele laag in de profetie van Ezechiël.
De profetie heeft niet alleen betrekking op de situatie van de joden toen, maar ziet vooruit op de komende eeuwen tot de tijd dat Israël weer volledig hersteld zal worden. Dit wordt in Ezechiël 37 indrukwekkend uitgebeeld in het visioen van de dorre doodsbeenderen. Ik denk dat wij met het nationale herstel van Israël in 1948 al een begin van de vervulling van deze profetie hebben gezien. Bij al deze ontwikkelingen moeten wij echter goed in de gaten waar het echt om draait. Op drie plaatsen in Ezechiël 36 spreekt de Heer God uit dat het gaat om Zijn naam (vers 21, 22, 23). De Heer God zegt letterlijk dat Hij het niet doet om Israël, maar om Zijn heilige naam.
In Ezechiël 38 en 39 zien we vervolgens een loodzware strijd tegen Gog. Deze strijd wordt ook aangehaald in de Openbaring 20:8, waarin de satan ná het duizend jarige rijk zal uittrekken met o.a. Gog en Magog tegen de heiligen en de geliefde stad. Er zijn allerlei theorieën over wie Gog is. Met name Rusland is hiervoor in de laatste decennia vaak genoemd. De Bijbel zelf zegt hier natuurlijk niets over.  Vooralsnog is er geen aanleiding om bepaalde landen aan te wijzen als mogelijkheden voor Gog. Het enige waar de Bijbel met betrekking tot deze vorst iets over zegt is de afkomst. In Ezechiël 38:2 wordt gezegd: ‘Gog in het land Magog, de grootvorst van Mesek en Tubal’. Het opvallende is dat Magog, Mesek en Tubal alledrie kinderen waren van Jafeth (Gn 10:2). Hij is één van de drie stamvaders van de hedendaagse mensheid, die overigens door veel uitleggers als de stamvader van de Indo-Europese volkeren wordt beschouwd.
De laatste acht hoofdstukken van het boek Ezechiël zijn gewijd aan de nieuwe tempel. Gezien de gedetailleerde bouwkundige beschrijvingen denkt men dat de tempel van Ezechiël daadwerkelijk gebouwd gaat worden. Er zijn ook meerdere Bijbelteksten waaruit we kunnen concluderen dat er in de eindtijd weer een tempel zal zijn. Het belangrijkste is dat het een tempel zal zijn waar de heerlijkheid des Heren weer in zal kunnen wonen (Ezechiël 43).
Daarbij moeten we echter de geestelijke vervulling van de nieuwe tempel in de Heer Jezus niet voorbij gaan. Hijzelf sprak namelijk over Zijn lichaam als de tempel (Jh 2:21).Ook de beschrijving van het levende water in Ezechiël 47 zien we verklaard in de persoon van de Heer Jezus (Jh 4; 7:38).
Zo zien we dat de profetie van Ezechiël op meerdere plaatsen heen wijst naar de Heer Jezus. Dat Hij de vervulling is van Gods heilsplan is de geweldige boodschap die wij bij Ezechiël horen. In dat verband is het ook indrukwekkend om te horen hoe de Heer Jezus de plaatsen Tyrus en Sidon bezoekt en daar zijn volgelingen van Hem (Mk 3:8, 6:17) en ook Paulus treft later discipelen aan te Tyrus (Hd 21:3, 4). Het werk van de Heer Jezus beperkt zich niet tot het volk Israël. Het gaat dus niet meer om het volk waartoe mensen behoren, maar het gaat erom wat iedereen persoonlijk met de boodschap van de Heer Jezus doet.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Jezus’ boodschap aan de gemeente in de eindtijd. Een trouwe gemeente te midden van afval en verval.

Standaard

Categorie: religie/video

Jezus’ boodschap aan de gemeente in de eindtijd.

Een trouwe gemeente te midden van afval en verval.

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

 

De Hemelvaartsdag van Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hemelvaart

.

 

Wat lezen we in de Bijbel over Jezus’ hemelvaart?

 

 

Lees mee wat Jezus zegt in Johannes 14:2 en 20:17:

 

In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; Ik ga heen om voor u plaats te bereiden… Ik vaar op tot Mijn Vader en tot uw Vader.

 

en in Mattheus 28:20

 

En zie, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld.

 

Jezus Christus is na zijn opstanding naar de hemel gegaan. Zijn leerlingen hebben er bij gestaan, en het ons verteld in de Bijbel. Maar dat Jezus naar de hemel ging, betekent niet dat wij Hem kwijt zijn. In de hemel blijft Hij aan de aarde denken en van daaruit bestuurt Hij ook de aarde, zelfs als u daar misschien niets van ziet. Alle macht in de hemel en op de aarde is nu aan Hem gegeven. En speciaal blijft Hij nu zorgen voor al Gods kinderen.

Jezus bidt voor mij in de hemel. Als ik struikel in mijn geloof, houdt Hij mij vast. Hij is altijd bij mij. Door zijn Woord, de Bijbel, en door Zijn Geest leidt Hij mij. Tegelijk maakt Hij voor mij een eeuwige plaats in de hemel, waar ik straks mag wonen.

Hij zorgt voor de kerk. Zelfs als zijn volgelingen bespot en vervolgd worden. Ze blijven van Hem getuigen. Hij wil dat er steeds meer mensen komen die in Hem geloven. Dat zijn zondaren net als de anderen. Maar Christus laat ze hun zonden zien en Hij biedt zichzelf aan als Verlosser. Hij nodigt ze tot zich. Hij vergeeft ze hun zonden en helpt ze te strijden tegen het kwade. Dat doet Hij in zijn liefde. Zijn bidden voor ons wordt verhoord door de Vader.

 

Jezus gaat naar de hemel 

 


Veertig dagen waren voorbij gegaan nadat Jezus was opgestaan uit de dood. Zijn vrienden, de discipelen en de vrouwen hadden hem allemaal gezien daarna. En vandaag, 40 dagen na Zijn opstanding, was Jezus weer in Jeruzalem bij de discipelen. Maar ze bleven niet in de stad, ze gingen buiten Jeruzalem, naar de Olijfberg. De discipelen luisterden goed naar Jezus want Hij vertelde hen onderweg weer zoveel mooie dingen. Ze begrepen dat Jezus niet op deze aarde zou blijven, maar weer terug zou gaan naar de hemel.

“Maar”, zei de Here Jezus, “Ik laat jullie niet alleen achter hoor, want ik zal jullie iemand zenden, die altijd bij jullie zal blijven. Hij zal jullie alles duidelijk maken, wat ik je heb verteld. Hij zal altijd bij jullie zijn en jullie leiden en alles leren over God de Vader en Mij. Dat zal De Heilige Geest, de Trooster doen. Jullie zullen nooit alleen zijn, want de Heilige Geest is een deel van God. Zijn Heilige Geest zal in jullie komen wonen”.

Jezus zei dat de apostelen terug moesten gaan naar Jeruzalem en daar moesten wachten op de Heilige Geest, die Jezus hen had beloofd.

“En als de Heilige Geest is gekomen moeten jullie aan iedereen in de hele wereld gaan vertellen dat Ik, Jezus, de Zoon van God ben. Dat ik ben gestorven aan het kruis voor de zonden van alle mensen en dat Ik ben opgestaan en leef! Als de mensen in Mij geloven mag je hen dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.

 


Dat was een opdracht, die Jezus hen gaf.

 

Zo kwamen ze op de Olijfberg. De discipelen wisten dat Jezus van hen heen zou gaan, ze wisten dat Hij weer terug zou gaan naar Zijn Vader in de Hemel. Maar ze waren niet verdrietig, want Jezus ging daar in de Hemel een plaats klaar maken voor alle mensen, die in Hem geloven, zodat ook zij later bij Hem mochten komen wonen in de Hemel.

Jezus keek Zijn discipelen nog eenmaal vol liefde aan. Hij strekte Zijn Handen uit en zegende hen. Toen raakten Zijn voeten los van de grond. De discipelen keken vol ontzag toe en zagen hoe een wolk Jezus aan het gezicht onttrok. Zij konden Hem niet meer zien. De wolk droeg Jezus omhoog, steeds hoger tot in de Hemel, waar Hij nu nog steeds woont bij Zijn Vader.

 

 

 

 

Was hij nu voor altijd weg ?

 


Plotseling stonden daar twee engelen in blinkend witte kleren bij de discipelen. “Wat staan jullie daar?” spraken de engelen. “Jezus, die jullie zojuist op hebben zien varen naar de Hemel, zal ook weer terug komen. Eens zal Hij terug komen op de wolken en dan zal iedereen Hem mogen zien”.

 

Dat was een blijde boodschap, Jezus zou terugkomen, dat had Hij beloofd.

 

En nog steeds wachten wij op de terugkomst van Jezus. Die dag komt, dat is zeker en dan zal het pas echt feest zijn. Dan komt Jezus ook ons halen en dan mogen we altijd bij Hem zijn. Er zal geen verdriet of pijn meer zijn, niemand zal nog honger hebben en er zal geen oorlog meer worden gevoerd.

 

.

.

De hemelvaart van Jezus

.

Na Zijn opstanding uit de dood ontmoet Jezus Zijn discipelen verschillende keren.Na enige tijd (40 dagen) verliet Hij hen. Hij ging niet naar een andere plaats op de aarde maar naar Zijn Vader in de hemel. We lezen in de Bijbel dat Hij van een berg opsteeg naar de hemel. Zijn discipelen waren hier getuige van. Ze bleven net zolang kijken tot Jezus door de wolken voor hun zicht verdwenen was. Waarom ging Jezus eigenlijk weg? Had Hij niet beter kunnen blijven? Als Hij nog op aarde was dan zou Hij zich aan iedereen kunnen laten zien. Toch deed Jezus het op deze manier en dat had alles te maken met de komst van de Heilige Geest.

 

 

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

 

pasteltekening van John Astria

 

Jezus definitief naar zijn Vader

 


En dan komt het moment dat Jezus definitief naar Zijn Vader in de Hemel gaat. Niet langer verschijnt Hij aan zijn leerlingen. “Terwijl de leerlingen naar boven kijken wordt Hij aan hun zicht onttrokken door een wolk”, staat in het Evangelie.

De hemel, het bij God zijn, is het uiteindelijke doel ook van ons leven. Niet in deze ‘aardse’ tijd, maar na onze dood. Jezus, door de dood heengegaan, heeft een plekje bij God de Vader voor ons bereid. Wij zijn uitgenodigd om daar te komen.

Nu Hij naar de hemel is gegaan heeft Hij voor dit aardse leven de leerlingen destijds, en daarmee ook ons, een Trooster en Helper gegeven. De Heilige Geest, uitgegaan van de Vader en de Zoon, wordt met Pinksteren, de 50ste dag na Pasen, gegeven aan hen die in God geloven en Jezus willen volgen.

 

 

 

De betekenis van hemelvaartsdag 

 

De eerste betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat zij, voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning is.

 

De eerste betekenis: De hemelvaart van Christus, is voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning. Met hemelvaart wordt Christus verhoogd! Christus wordt verhoogd omdat Hij het in zijn leven hier op aarde nooit erg gevonden heeft om klein te worden en zijn eigen leven helemaal op te geven voor God. Hij heeft zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood aan het kruis.

Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken. Christus heeft zijn leven helemaal in de dienst van God gestel en een leven geleid, dat precies tegenovergesteld was dan het leven van die mensen, die toentertijd de toren van Babel gingen bouwen. Zo staan wij vaak in het leven, als bouwers van de toren van Babel, om onszelf te verhogen en onszelf aan God gelijk te maken.

Christus bouwde geen eigen toren van aanzien en eer. Het leven van Christus bestond uit het verwijzen naar God de Vader. Zijn leven stelde hij beschikbaar aan God. 

De Schrift zegt op Hemelvaartsdag tegen al deze mensen: “Jullie loon zal groot zijn in het koninkrijk der hemelen!” Jullie hebben niet voor niets geleefd! Er komt een tijd dat ook jullie ooit eens zullen worden verhoogd en geëerd evenals en met Christus. 

 

 

De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat er iemand bij is die, bij God voor ons pleit.

 

De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is dat er iemand is die bij God voor ons pleit.  Je mag Hem dan wel wat vergelijken met een advocaat, die voor ons de verdediging op zich neemt. Paulus zegt dat onder ons mensen niet één rechtvaardig is. Iedereen van ons breekt, met z’n voornemens.

De hemelvaart van Christus wil zeggen dat er iemand bij God is die voor ons pleit. Iemand, die tegen God zegt:  Reken hem niet af, of zijn daden. Accepteert u Hem ook zonder werken der wet. Veroordeelt u Hem niet langer. Maar spreekt u Hem vrij van de situatie waarin hij beland is! Neemt u hem de last van zijn leven af! En geeft u hem weer een nieuwe kans.

Christus staat, als wij dat willen, aan onze kant en neemt het voor ons op. Uiteindelijk zullen we ooit merken dat Christus voor ons instaat.

 

 

De derde betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat de wereld waarin we vandaag leven goed bestuurd wordt.

 


De derde en laatste betekenis van hemelvaart ligt in de woorden van Paulus besloten, wanneer hij ergens zegt: “God heeft Christus Jezus uitermate verhoogd, opdat in zijn naam zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer!” Het mooiste is nog dat Christus naast God mag plaatsnemen om samen met Hem te regeren over onze aarde.

Dat er geregeerd wordt wil niet zeggen dat wij niets meer zouden hoeven te doen. Wij mensen zijn geroepen om van het Koninkrijk van Christus bewust deel uit te maken. Christus roept een ieder van ons op om zijn bedoelingen en bevelen op te volgen.Christus regeert door zijn Geest die onze harten aanraakt.


Zo zijn wij geroepen deel te nemen aan Christus regering over deze wereld om beelddrager van Hem te zijn en Hem na te volgen. Het leven is meer dan alleen maar chaos, het leven is geborgen in Christus.

 

 

Met welke titel wordt Jezus aangeduid in de volgende verzen?


Mt 2:2 De koning is geboren
Mt 5 :35 Jeruzalem is de stad van de grote Koning
Mt 21:5 Zie uw Koning komt op een ezelsveulen
Mt 27:11 Bent u de Koning der Joden?
Mt 27:37 Deze is Jezus de koning der Joden.
Luc 1:33 Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in eeuwigheid.
Joh 18:37 Jezus zei: .. Ik ben een koning.

 

.

.

Wanneer is het koninkrijk der hemelen gekomen?

 

Mt 3:2 het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen
Mt 4:17 Van toen af begon Jezus te prediken: Het koninkrijk der hemelen is nabij
gekomen

 

 

 

Waaruit bestond de prediking van Jezus en waarmee ging dat gepaard?

 

Mt 4:23 …. predikte het evangelie van het koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal
onder het volk.
1 Kor 4:20 Want het koninkrijk van God bestaat niet in woord, maar in kracht.

 

 

 

Welke opdrachten gaf Jerzus zijn discipelen? Wat is het verband tussen die opdrachten?

 

Mt 10:7 Als u nu heengaat, predikt aldus: Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. 8 Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft demonen uit; u hebt het voor niets ontvangen, geeft het voor niets.
Lukas 9:1 Hij nu riep de twaalf samen en gaf hun kracht en macht over alle demonen en om ziekten te genezen. 2 En Hij zond hen uit om het koninkrijk van God te prediken en de zieken gezond te maken.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het koninkrijk der hemelen was nabij gekomen. Maar is dat voor iedereen zichtbaar?

 

Mt 13:10 En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U in gelijkenissen tot hen? 11 Hij nu antwoordde en zei tot hen: Omdat het u is gegeven de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven.


Markus 9 : 1 En Hij zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij hebben gezien dat het koninkrijk van God is gekomen met kracht.

Lucas 17:20 Toen Hem nu gevraagd werd door de farizeeen: Wanneer komt het
koninkrijk van God? antwoordde Hij hun en zei: Het koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze; 21 en men zal ook niet zeggen: Zie, hier, of: daar. Want zie, het koninkrijk van God is midden onder u.

Lucas 19:11 Toen zij nu dit hoorden, sprak Hij bovendien een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden.

 

 

Voor wie is het koninkrijk wel zichtbaar en toegankelijk?

 

Joh 3 : 3 Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien.


Joh 3 : 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.

 

 

Wat kunnen de gelovigen nu al?

 

Heb 6:4  Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest, 5 wie het weldadige woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft.

 

 

Wat zien we nu echter nog niet?

 

Heb 3:8 Doordat hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld. Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet;

 

.

 

Wat is er nodig om ook lichamelijk het koninkrijk te kunnen beërven?

 

1 Kor 15:50  Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed Gods koninkrijk niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.


Rom 14:17  Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

De visionaire ervaring van Hildegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

 

 

 

ac18a38cac095545fd0bb6dfb19413f3

 

.

 

De beste samenvatting van de betekenis der miniaturen van SCIVIAS is:

Visionaire ervaring van het christen zijn.

 

.

 

De ervaring van Hildegard

 

 “De kracht en het mysterie van verborgen en wonderbare gezichten ondervind ik in mijn binnenste, reeds vanaf mijn kinderjaren, om precies te zijn vanaf mijn vijfde levensjaar, en ik ondervind ze nu nog (Hildegardis was, toen ze dit schreef, ongeveer 45 jaar). Hier sprak ik met niemand over, tot de tijd dat mij werd opgedragen dit alles te openbaren.

Deze gezichten die ik schouw, ontvang ik niet in droomtoestanden tijdens de slaap of in geestesgestoordheid, niet met de ogen van mijn lichaam of mijn uitwendige oren. Ik krijg ze ook niet op afgelegen plaatsen, maar wakend, heel bewust en met heldere geest, met ogen en oren van de innerlijke mens, en op voor iedereen toegankelijke plaatsen, al naar gelang God het wil.

Hoe dit allemaal gebeurt, is voor een aan het lichaam gebonden mens moeilijk te vatten. Toen ik drie en veertig jaar was zag ik een hemels gezicht. Ik zag een groot licht en een hemelse stem klonk daaruit en gaf mij deze boodschap: Maak de wonderen bekend welke ge ervaart. Schrijf ze op en spreek.”

 

Bij deze visioenbeschrijvingen kan men twee aspecten ontdekken:

de persoonlijke ervaring van de ziener en de poging om deze persoonlijke

ervaring aan anderen duidelijk te maken.

 

Alle teksten over ware visioenen zowel in de Bijbel als in de mystieke litteratuur vertonen gelijkenissen: kortheid, oproep, een omschrijving van het goddelijke en een gesprek. Maar men ontdekt bij iedere ziener individuele bijzonderheden.

In de visioenen van Hildegardis wordt op de eerste plaats gesproken van een hemels gezicht, dat onverwachts als een vurige bliksemstraal bezit neemt van haar hoofd, hart en zinnen, waardoor zij zich niet gekwetst weet, maar in haar totaliteit verwarmd voelt:

“Toen ontsloot zich voor mij plotseling de diepste zin van de H. Schrift, die van de psalmen zowel als die van het evangelie en ook die van de overige Katholieke Boeken van het Oude en Nieuwe Verbond.”

Zij noemt eerst de psalmen noemt waarin zij heel het Oude Testament samengevat weet en deze als voorbereiding ziet op de boodschap van het evangelie. “Maar,” voegt zij er toch heel nuchter aan toe,

“de tekst van die Bijbel, de taalregels en het schrijven zelf, daarvan leerde ik in dat hemelse gezicht niets.”

Hier maakt Hildegardis zelf een heel scherp onderscheid tussen de eigenlijke mystieke ervaring met God en de moeite welke zij zich daarna moet geven, om die ervaring onder woorden te brengen. Bij de visioenen is er sprake van een onmiddellijk kennen en een kennen waaruit de zieneres nadenken moet om ons die kennis proberen mede te delen.

De grote geopenbaarde geloofswaarheden zijn voor haar geloofswijsheid geworden, een weten tot in de diepste grond van haar bewustzijn. Maar wil zij ons die wijsheid meedelen, dan is zij gedwongen te putten uit haar geheugen, fantasie, onderbewustzijn en haar parapsychologisch vermogen.

Ieder van deze termen is bij Hildegardis’ werk verantwoord. Eerst roept zij haar geheugen te hulp: alles wat zij in haar jeugd tot haar vijfde jaar heeft meegemaakt in het ouderlijk huis, waarschijnlijk een ridderburcht. Dan wat zij beleefd heeft in de kluis van Zuster Jutta, haar tante. Vervolgens wat Hildegard meemaakte in de kluizenaressengemeenschap, waar zij tenslotte op 36 jarige leeftijd tot magistra gekozen werd. Zij put verder uit haar fantasie, waarin zij haar creatieve persoonlijkheid uitleefde, wat op latere leeftijd vruchten opleverde van poëtische en muzikale aard. Zeker werd haar verbeelding ook gevoed door haar onderbewustzijn. De erfenis van eeuwenoude verhalen en bijgelovige verklaringen van de raadsels der natuur.

 

.

Museum - Hildegard von Bingen

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

Tenslotte is het bekend dat Hildegardis zeer merkwaardige parapsychologische vermogens bezat. Daarmee was zijzelf zozeer vertrouwd, dat zij er geen erg in had dat anderen die vermogens niet bezaten. De 35 miniaturen van Scivias zijn gemaakt naast de tekst van zesentwintig visioenen. Tekst en miniatuur steunen elkaar om de boodschap over te brengen die Hildegardis aan de mensen van haar tijd wilde mededelen. Onder de mensen van haar tijd dienen we vooral te denken aan clerici.

Al haar geschriften staan vol van verwijten en vermaningen gericht tot de hogere en lagere geestelijkheid en vervolgens tot hen die de wereldlijke bestuursmacht uitoefenen. In feite richt zij zich op de manier van de profeten van het Oude Verbond tot allen die een verantwoordelijkheid dragen. Zij denkt sterk hiërarchisch, maar niet zo, alsof de hiërarchie de kerk zou uitmaken.

We zullen dat duidelijk zien in het derde boek van Scivias, waar de opbouw van de kerk in de loop der geschiedenis wordt uitgelegd in beelden van een stadsbouw. De hiërarchie van het Oude- en Nieuwe Testament vormt daarvan wel de muren en de torens, maar het gaat voornamelijk om de grote massa van gelovigen, die samen de bouwstenen van het uiteindelijke kerkgebouw uitmaken.

Tijdens haar leven heeft zij enorme indruk gemaakt en werd zij ‘het orakel’ en de ‘profetes’ genoemd. Zuster Adelgundis Führkotter zegt in haar inleiding van Scivias:

“Van verre togen mensen van alle rangen en standen, leken en geestelijken, bisschoppen en monniken, zieken, gezonden of noodlijdenden naar het klooster op de Rupertusberg bij Bingen aan de Rijn, om haar raad in te winnen en hulp en troost te vinden. De briefwisseling die zij met de groten van de Kerk en het Rijk voerde, verspreidde zich over een gebied dat zich over vrijwel het gehele avondland uitstrekte: van Denemarken over Engeland en de Nederlanden naar Frankrijk en ltalië en tot in Griekenland.”

Dit was allemaal het gevolg van het boek Scivias in het jaar 1151, waaraan zij in latere jaren nog twee theologisch-wijsgerige werken toevoegde. Verder bestaan er van haar hand natuur- en geneeskundige verhandelingen en zij componeerde bovendien melodieën bij zelf-gedichte teksten. Al deze geschriften en brieven zijn tot op onze dagen bewaard gebleven in enkele manuscripten, die kort na haar dood door haar geestelijke dochters in enkele grote codices zijn bijeengebracht in het scriptorium van de Rupertusberg.

Van het boek Scivias bleven tot op heden negen manuscripten uit de 12e en 13e eeuw bewaard. De miniaturen behoren bij de tekst van Scivias. Deze miniaturen staan in de zogenaamde prachtcodex van Rupertusberg en zij zijn onder toezicht van Hildegardis zelf vervaardigd.

Volgens de monialen van Eibingen zouden de miniaturen door wel zeven verschillende monniken-kunstenaars ontworpen en geschilderd zijn. Toch is er, dank zij de regie van de heilige Hildegardis, een gesloten eenheid tot stand gekomen. Waarop nu de overtuiging steunt, dat deze verluchtingen door mannelijke miniaturisten tot stand zou zijn gekomen, is mij niet bekend. Men denkt aan monniken uit de abdij van H.H. Eucharius en Matthias te Trier. Het programma van het beeldhouwwerk en de ramen der kathedralen was volkomen afgestemd op de traditionele verkondiging van de Bijbel.

Iedereen kende de symbolen waarmede God, zijn heilswerk en de overbekende heiligen van het Oude en Nieuwe Testament werden afgebeeld. Een eenvoudige gelovige van die tijd kon de ramen van onder naar boven lezen als was het een boek. Zulke ramen kregen dan ook de naam van Biblia Pauperum. Maar de miniaturen bij Scivias bezitten naast de traditionele symbolen en beeldvormen ook verschillende volkomen nieuwe motieven.

Deze motieven zijn ingegeven door Hildegardis zelf en ze zijn belangrijk zijn om de oorspronkelijkheid en eigenheid van Hildegardis’ visioenen en boodschap te ontdekken.

De samenvattende zin van deze boodschap is :

 

‘het verleden, heden en toekomst van het Verlossingswerk’.  

“een eeuwigheidsdrama dat bij God begint en bij Hem eindigt en

waarbij Christus volledig in het middelpunt staat”.

 

 

Scivias bestaat uit drie boeken, wij zouden zeggen drie delen of drie hoofdstukken.

Eerste boek: Val van de mens en de gevolgen daarvan.

Tweede boek: De sacramentenleer.

Derde boek: Het bovennatuurlijke leven van de Kerk met als slot de uiteindelijke voltooiing na de Antichrist en de scheiding in hemel en hel.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

De drie dagen van duisternis.

Standaard

categorie  : religie

 

 

.

 

Binnen de profetische waarschuwingen die in de tijd na Christus aan de mensen zijn meegedeeld, komt geen andere toekomstige gebeurtenis zo herhaaldelijk voor en wordt zo vaak gelijkluidend beschreven als de wereldramp van ‘Drie Dagen Duisternis’.

 

 

 

 

Als een rode draad loopt de aankondiging ervan door de talrijke boodschappen en visioenen, tot in de middeleeuwen toe. Het is verbazingwekkend dat de Kerk en de theologen zich tot nu toe zo weinig ingelaten hebben met een zo dikwijls voor de toekomst aangekondigd ingrijpen Gods. Immers, dat het zal gaan om een handelen van God, dat wordt gewaarborgd door de woorden van Christus en de Moeder Gods.

Van bijzondere betekenis zijn de waarschuwende woorden van Jezus, gericht tot de gestigmatiseerde Pater Pio, die in de geur van heiligheid is gestorven en wiens uitspraken boven iedere redelijke twijfel staan. Tot hem sprak Christus over de ‘toorn van Mijn Vaderdie ‘heilig is’. Dankzij latere boodschappen en visioenen weten wij dat de ‘Drie Dagen Duisternis’ tevens het einde zal betekenen van een wereldwijde oorlog, vermoedelijk op een moment dat een atoomvernietiging de aarde bedreigt.

 

 

 

Boodschap aan Pater Pio

 

 

 

 

De boodschap van de Heer Jezus Christus aan Pater Pio luidt letterlijk als volgt:

‘Uit de wolken zullen zich orkanen van vuurstromen over de aarde verspreiden. Storm en noodweer, donderslagen en aardbevingen zullen zonder ophouden elkaar opvolgen; ononderbroken zal de vuurregen neerkomen. Opdat men zich op de gebeurtenis zal kunnen voorbereiden, geef Ik u het volgende teken:

De nacht is zeer koud, er zal een hevige wind staan en na enige tijd zullen de donderslagen beginnen. Sluit dan alle deuren en ramen goed af en spreekt met niemand buiten uw huis. Knielt neer voor het kruis en hebt berouw over uw zonden. Bidt Mijn Moeder om haar bescherming. Kijkt dan niet naar buiten zolang de aarde beeft, want de toorn van Mijn Vader is heilig. In de derde nacht zullen de aardbevingen en het vuur ophouden en de volgende dag zal de zon weer schijnen. De engelen zullen uit de hemel afdalen en de geest van vrede over de aarde brengen.’

 

Bij deze boodschap maakte Pater Pio nog een opmerking:

‘Jezus wil niet dat we naar de toorn van God kijken, want Gods toorn moet met angst en beven benaderd worden. Wie deze raad niet opvolgt zal ogenblikkelijk omkomen. De wind zal gif en gas met zich meevoeren die zich over de hele aarde zullen verspreiden.’

 

 

 

Alois Irlmayer

 

 

 

 

De bekende Beierse ziener Alois Irlmayer bleef tot zijn dood, op 26 juni 1959, bij zijn visioen omtrent een derde wereldoorlog, waarin de ‘Drie Dagen Duisternis’ op dezelfde manier worden weergegeven als in de boodschap van Pater Pio.

‘Tijdens de oorlog komt de grote duisternis die 72 uur duurt. Op een dag tijdens de oorlog zal het donker worden. Dan barst een hagelstorm los met bliksem en donder en een aardbeving schudt de aarde hevig. Ga dan niet buitenshuis. Geen licht zal er kunnen branden behalve dat van kaarslicht. De stroom valt uit. Wie de stof inademt krijgt kramp en sterft. Doe de ramen niet open, bedek ze met zwart papier.

Al het open water wordt giftig, ook alle open voedsel dat niet in afgesloten dozen is gedaan. Ook voedsel dat in glas zit blijft niet goed. Buiten heerst de stofdood, zeer veel mensen zullen sterven. Na 72 uur is alles weer voorbij. Maar nogmaals zeg ik het: Ga niet naar buiten, kijk ook niet door het raam naar buiten, laat de gewijde kaarsen of de waxinelichtjes branden en bid. In die nacht sterven meer mensen dan tijdens de beide wereldoorlogen samen.’

 

Op de vraag hoe de mensen voorzorgen kunnen nemen voor deze duisternis antwoordt Alois Irlmayer het volgende:

‘Koopt een paar conservenblikken met rijst en peulvruchten. Brood en meel blijven goed, vochtig voedsel bederft, behalve in conservenblikken. Leidingwater is drinkbaar, maar melk niet. Echt veel honger zullen de mensen zo niet krijgen tijdens deze catastrofe en duisternis. Het vuur zal branden, maar doet tijdens deze 72 uur geen raam open. De rivieren zullen zo weinig water bevatten dat men ze gemakkelijk zou kunnen doorwaden.

Het vee valt om, het gras wordt geel en dor, de dode mensen worden helemaal geel en zwart. De wind drijft de doodswolken naar het oosten weg. Hoelang de oorlog zal duren? Ik zie duidelijk het getal drie, maar of het drie dagen, drie weken of drie maanden zijn, dat weet ik niet’.

 

 

 

La Salette

 

 

Maximin en Melanie

 

De voor de hand liggende vraag, of de katholieke Kerk de boodschap van de drie donkere dagen – dus een strafgericht van God – ooit ter kennisneming heeft aangenomen en erkend, is eenvoudig te beantwoorden: Dit strafgericht en de ‘omwenteling’ van de aarde in drie dagen behoort tot de kern van de grote boodschap van La Salette, die door de Kerk is erkend. De Moeder Gods verscheen op 19 september 1846 op een helling van een steile berg in de Franse Alpen aan de herderskinderen Maximin en Melanie. Maria weende om de zonden en de goddeloosheid van de mensen.

 

‘Als mijn volk zich niet wil onderwerpen, ben ik gedwongen de arm van mijn Zoon te laten vallen…’

 

Letterlijk zei Maria toen over de toekomstige gebeurtenissen:

‘De Kerk zal verduisterd worden en de wereld zal in ontsteltenis verkeren. Wee de bewoners van de aarde! Er zullen bloedige oorlogen komen, hongersnood, pestaanvallen en besmettelijke ziekten. De hele wereld zal met ontzetting en verbijstering worden geslagen. De zon wordt verduisterd. Alleen het Geloof zal blijven leven. Water en vuur zullen de aarde dan reinigen en alle werken van menselijke hoogmoed verdelgen; alles zal vernieuwd worden.’

 

 

 

Anna Henle

 

 

 

 

Steeds weer heeft God aan daartoe uitgekozen zielen vingerwijzingen gegeven omtrent een komend strafgericht dat zich zou voordoen, als de mensheid zich niet zou bekeren. Zo kreeg ook de begenadigde zieneres Anna Henle (geb. 18 november 1871 in Aichstetten/Allgäu), die op zestienjarige leeftijd de wondetekens van Christus ontving, een behartenswaardige boodschap van Christus:

‘O laat Gods kinderen toch niet verloren gaan in de hevige verwarring van de strijd!’- ‘Drie dagen, waarin het nacht zal zijn, zullen er komen. Wanneer dan de dwaalleren verdwijnen, wanneer ze met de gesel van de strafroede gezuiverd worden en verstommen, dan zal het heerlijk zijn, dan zal er vrede zijn. De straf zal de gehele aarde treffen. De Drie Dagen Duisternis, te vergelijken met de drie uren van Jezus aan het Kruis, zullen spoedig komen. Het zal plotseling nacht worden en de aarde zal sidderen en beven zoals nooit tevoren.’

 

Anna Henle schrijft verder:

‘Gelooft u een zo zwak en ellendig mensenkind zoals ik: zou ik tientallen jaren lang hebben kunnen strijden, als Gods macht mij niet had gesterkt? Gelooft maar dat ik anders nu niet meer onder u geleefd zou hebben. Ik heb grote offers en zware strijd moeten doormaken met mensen en priesters die steeds met verwijten kwamen. Laten we toch uitroepen: Heer, zegen ons, want wij worden allen martelaren in de strijd van de Drie Dagen.

Heer, blijf bij ons, zullen wij moeten roepen, wanneer wij dat uur zien en het nacht zal zijn geworden, wanneer alle mensen tekeergaan. Heilige woorden heb ik vernomen omtrent deze ernstige straf die over de mensheid komt. Huiver en afschuw over deze wereld! Zo snel als de bron der eeuwigheid gekomen is, zo snel zal de wereld omvergeworpen worden.

Rekent het tot uw plicht er serieus werk van te maken naar Gods vermaning te luisteren! Ik heb de grote en geweldige omwenteling aanschouwd, het is vreselijk, verschrikkelijk! De vinger Gods tikt tegen de wereldbol! O laten we toch alles dragen, alles dulden, al het lijden dragen, zodat wij niet zullen versagen en goede vruchten zullen oogsten, wanneer de zware dagen aanbreken.

Hoezeer zullen wij dan als compensatie voor de uren van lijden, van nachtwaken, van strijd naar de verdiensten ervoor streven en verlangen. O, hoe gelukkig zijn wij, als we weten in welke tijd wij leven en wat ons te wachten staat!’

Juist zoals de Moeder Gods in La Salette, zo spreekt Anna Henle van de grote ‘omwenteling’ van de aarde tijdens de ‘Drie Dagen Duisternis’.

 

Dat komt wat de inhoud betreft overeen met vele andere visioenen en boodschappen, die nog concreter zijn. De wereld zal na het strafgericht niet meer zo zijn als nu. Door een kanteling (omkering) van de aardas zullen de klimaatzones zich verplaatsen. Afrika zal een Europees klimaat krijgen, Europa een Afrikaans. Dat wordt algemeen verklaard als een teken van Gods gerechtigheid: de overgebleven Europeanen zullen dan de hitte van Afrika te verduren krijgen.

Anna Henle heeft ook de Eerste Wereldoorlog en de communistische revoluties voorspeld. Als ze spreekt van ‘de vinger Gods die tegen de wereldbol tikt’, dan is dat iets zeer concreets, want volgens andere boodschappen zal de aarde door een inslag van een bol of kogel, een meteoor of planeet getroffen worden. In de boodschappen van Bayside (New York) is er steeds sprake van de ‘kogel van de verlossing’, van een ‘vuurbal’ die de aarde zal treffen en verschrikkelijke verwoestingen zal aanrichten.

In een van de allernieuwste boodschappen wordt als aanvulling vermeld dat de botsing met de ‘kogel’ zal leiden tot de explosie van talrijke depots van chemische wapens. De ‘gele gifwolken’, die over de aarde trekken en waarvan in bijna alle boodschappen sprake is, zijn het gevolg van deze explosies.

 

 

 

Anna Maria Taigi

 

 

 

 

Waardevolle informatie hebben we te danken aan de visioenen van de op 30 mei 1920 door de Kerk zaligverklaarde zieneres uit Rome Anna Maria Taigi (1769-1837), moeder van zeven kinderen. Na haar bekering was het haar gegeven als in een mysterieuze zon iedere gebeurtenis te herkennen waarop zij haar gedachten richtte. In de akten van haar zaligverklaringsproces is het volgende visioen opgetekend:

‘God zal twee strafgerichten voltrekken: het ene komt van de aarde (t.w. oorlogen en revoluties) en het andere kwaad, het andere strafgericht gaat van de hemel uit. Er zal over de hele aarde een diepe duisternis komen, die drie dagen en drie nachten zal duren. Deze duisternis zal het volkomen onmogelijk maken waar dan ook iets te zien. Verder zal de duisternis een verpesting van de lucht met zich meebrengen, die weliswaar niet uitsluitend maar wel hoofdzakelijk de vijanden van de godsdienst het leven zal ontnemen.

Zolang de duisternis duurt, zal het onmogelijk zijn om licht te maken. Uitsluitend gewijde kaarsen zullen aangestoken kunnen worden en licht geven. Wie tijdens deze duisternis uit nieuwsgierigheid het raam opendoet en naar buiten kijkt of uit zijn huis gaat, zal ter plekke dood neervallen. Tijdens deze drie dagen moeten de mensen binnenshuis blijven, de Rozenkrans bidden en Gods erbarming afsmeken.’

‘Alle openlijke en geheime vijanden van de Kerk zullen tijdens de duisternis omkomen. Slechts enkelen die God tot bekering wil brengen, zullen in leven blijven. De lucht zal verpest zijn door de demonen die in afgrijselijke gestalten zullen verschijnen. De gewijde kaarsen zullen bescherming bieden voor de dood, evenals de gebeden tot de allerheiligste Maagd Maria en tot de heilige Engelen.

Na deze duisternis zal de heilige Aartsengel Michaël naar de aarde komen en de duivel ketenen tot aan de tijden van de antichrist. In die tijd zal de godsdienst overal verspreid worden en het zal zijn: één Herder, ‘unus pastor’. De Russen bekeren zich, evenals Engeland en China; alles en iedereen zal jubelen om de triomf van de Kerk.’

 

Christus liet de zieneres (Anna Maria Taigi) in een bos vijf bomen zien en zei daarbij:

‘Voordat deze triomf van de Kerk kan komen, moeten van vijf bomen de wortels afgesneden worden. Deze bomen zouden “giftige wortels” hebben, waardoor alle andere planten bedorven zouden worden.’

 

Dit visioen toont ons de moderne Kerk van vandaag, die bedreigd wordt door vijf grote ketterijen. Iedere gelovige katholiek weet wat daarmee bedoeld wordt, als hij de strijd rondom bepaalde theologiën volgt. Christus liet ook geen twijfel bestaan aan het feit dat na de ‘Drie Dagen Duisternis’ niet alleen de afgescheiden christenen, maar dat gehele naties – d.w.z. dat wat er nog van zal zijn overgebleven – tot één katholieke Kerk zullen terugkeren.

Moderne bisschoppen en theologen beweren tegenwoordig: ‘Er bestaat geen terugkeer-oecumene!’ Er is overigens in alle andere belangrijke boodschappen aangaande dit thema altijd en alleen sprake van één herder en één kudde, die na het strafgericht God zullen verheerlijken en Hem dienen. De onveranderde leer van de katholieke Kerk heeft ook nooit iets anders verklaard.

 

 

 

Marie Julie Jahenni

 

 

 

 

Ontroerend en indringend is de klacht van Christus tot de gestigmatiseerde zieneres Marie Julie Jahenni, die leefde van 12 februari 1850 tot 4 maart 1941 in het kleine plaatsje Blain, in het zuiden van Bretagne. Op 15 maart 1873 verscheen Maria aan het doodzieke meisje en zei:

‘Mijn lieve kind, wil je de vijf  wonden van mijn goddelijke Zoon aannemen?’ – ‘Wat zijn dat, die vijf wonden?’- ‘Dat zijn de littekens van de spijkers die Zijn handen en voeten doorboord hebben en ook van de door de lans toegebrachte wond.’ – ‘Ja, van harte, als mijn Jezus het wil en Hij mij dat waardig acht.’- ‘Wil jij je hele leven lang lijden voor de bekering van de zondaars?’ – ‘Ja, mijn allerliefste Moeder, als Uw goddelijke Zoon dat wenst.’ – ‘Mijn lieve kind, dat is jouw bestemming.’ De Moeder Gods keek daarop naar de hemel en zei: ‘Mijn dierbare Zoon, zij biedt zich aan als zoenoffer. Neem haar als zodanig aan.’

 

Zes dagen later, op 21 maart 1873, ontving het meisje van Christus de wondetekens en leed voor de eerste keer de “passio” (het lijden van Christus). Tegen deze achtergrond moet men de vermanende boodschap zien die Christus in 1938 aan Marie Julie gaf:

‘De mensen hebben niet geluisterd naar de woorden van Mijn allerheiligste Moeder in Fatima. O wee, als ze nu geen gevolg geven aan Mijn woorden! Bidt, bidt, doet boete! Eens moeten alle mensen aan Mij rekenschap afleggen over de genaden, die Ik hun gegeven en aangeboden heb. De mensen moeten in het bijzonder bidden en boete doen voor de bekering van de zondaars, opdat Ik zoveel mogelijk mensen nog redden kan.

De zieken zal ik alleen genezen, als ze tot de juiste gezindheid komen. De mensen hebben de taal van de oorlog niet begrepen. Er leven zeer veel mensen in zonde en dagelijks beledigt men Mij opnieuw, het meest door de zonden van onkuisheid. Bidt nog meer voor de bekering van de zondaars. Wee de mensen die onschuldigen verleiden! U mag degenen die niet willen geloven, dat niet kwalijk nemen, want zij weten niet wat ze doen.

Maar wee degenen die zich een oordeel veroorloven, voordat zij zich voldoende hebben laten inlichten! Door hun woorden bederven zij heel veel en houden ze zo de genaden tegen die Ik aan de mensen wil geven. Maar Ik zal ervoor zorgen dat Mijn zaak doordringt en dat Mijn waarschuwingen tot de mensen doordringen. Indien de mensen zich niet bekeren en Mij en het Onbevlekte Hart van Mijn heilige Moeder blijven beledigen, zal een nog grotere straf over de mensheid komen dan alles wat tot nu toe gebeurd is. Bidt, bidt!

De straffen kunnen door gebed verzacht worden. De priesters, de lievelingen van Mijn Hart, mogen niet in trots en ongeloof datgene vernietigen wat de Liefde en Barmhartigheid in de schoot van de Allerheiligste Drievuldigheid heeft besloten tot de redding van de mensen. Bij twijfelachtige verschijningen moeten ze het exorcisme uitspreken, veel bidden en veel laten bidden. Zo zal de invloed van het kwaad tenietgedaan worden, het ware zal blijven, mensenwerk komt vanzelf wel ten val.

Zij zullen in geduld en heilige liefde beproefd moeten worden om het kwaad niet de gelegenheid te geven zijn woede bot te vieren op mijn begenadigden. Eerder zullen zijzelf zijn werktuig worden dan dat Mijn uitverkoren zielen in hun reine nederigheid en kinderlijk vertrouwen in Mij in verwarring zouden kunnen raken. Hoofdzaak is en blijft dat Mijn gebod, de Liefde, niet geschonden wordt.

De veelvuldige verschijningen van Mijn lieve Moeder Maria zijn werken van Mijn Barmhartigheid! Ik zend haar in de kracht van de Heilige Geest als Moeder van Barmhartigheid: om de mensen in het laatste uur te waarschuwen, om te redden wat er nog te redden valt. Ik moet dit alles over de wereld laten komen, opdat nog vele duizenden zielen gered zouden worden die anders verloren zouden gaan.

Voor alle kruis en lijden en voor alle andere vreselijke dingen die nog staan te gebeuren, mag u niet vloeken, maar Mijn hemelse Vader bedanken! Het is het werk van Mijn Liefde. U zult het later inzien. Omwille van Mijn Gerechtigheid, omwille van Mijn Naam zal Ik moeten komen, omdat de mensen de tijd van Mijn genade niet erkend hebben. De maat van de zonde is vol! Maar van Mijn getrouwen die Ik ken zal geen haar gekrenkt worden.

Als  in een koude winternacht de donder over de aarde raast zodat de bergen er van zullen sidderen, sluit dan de ramen en deuren, sluit het uitzicht naar buiten af, want uw ogen zullen het verschrikkelijke van al deze gebeurtenissen niet met nieuwsgierige blikken mogen onteren! Heilig is Gods  toorn die de aarde zal reinigen voor u, de kleine trouw gebleven kudde. Verzamelt u in gebed voor Mijn kruisbeeld en roept de beschermers van uw zielen aan.

Stelt u onder de bescherming van Mijn allerzaligste Moeder en weest onbevreesd! Wat u ook te zien of te horen krijgt, het is misleiding van de hel, die u niet schaden kan. Strijdt met vertrouwen op Mijn Liefde en laat geen twijfel aan uw redding in u opkomen. Hoe vaster en meer overtuigd u op Mijn Liefde vertrouwt, des te ondoordringbaarder is de muur waarmee Ik u kan omgeven.

Offert uw beproevingen, de grote verleidingen, de zichtbare en onzichtbare plagen op tot redding van de zielen. Mijn Liefde zal het u belonen. Brandt gewijde kaarsen en bidt de rozenkrans. Bidt, bidt, bidt, komt tot inkeer en doet boete! Slaapt niet zoals Mijn apostelen op de Olijfberg geslapen hebben, want Ik ben zeer nabij! De toorn van de Vader over dit mensengeslacht is meer dan groot!

Als niet het Rozenkransgebed en de opoffering van Mijn kostbaar Bloed de Vader zo aangenaam zouden zijn, dan was er allang veel eerder geleden naamloze ellende over de aarde gekomen. Maar Mijn Moeder bidt tot de Vader, tot Mij en tot de H.Geest steeds weer opnieuw om genade. Daarom laat de driemaal heilige God zich steeds weer verzoenen! Dankt het toch aan Mijn Moeder dat het mensengeslacht nog leeft!

Eert haar daarom met kinderlijke eerbied, zoals Ik u een voorbeeld heb gegeven, want zij is de Moeder van Barmhartigheid. Laat nooit na om altijd en steeds weer de opoffering van het kostbare Bloed te herhalen. Mijn Moeder bidt steeds weer tot Mij en met haar en langs haar veel offer- en boetezielen. Ik kan haar geen wens weigeren. Dus, dankt het aan Mijn Moeder als die dagen gekort worden omwille van Mijn uitverkorenen. Wees getroost, u allen die Mijn kostbaar Bloed vereert: er zal u niets overkomen!

Besteedt daarom ook aandacht aan de inhoud van de boeken die deze wereldramp van Drie Dagen Duisternis behandelen. Alleen door gebed, offers en boetedoening kunnen de rampen die de mensheid bedreigen, nog afgewend worden.

Auteur:Franz Speckbacher, Pr.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Het evangelie van Judas.

Standaard

categorie : religie

 

 

Judasevangelie

 

Het Judasevangelie is een door de RK-Kerk als ketters veroordeelde gnostische tekst. Kerkvader Ireneus waarschuwde er rond 180 na Christus al tegen. Een afschrift van de eeuwen lang verloren gewaande tekst werd eind twintigste eeuw ontdekt en in april 2006 aan de wereld gepresenteerd.

 

 

Goede boodschap

 

Het Griekse woord ‘evangelie’ betekent letterlijk ‘goede boodschap’ of ‘blijde boodschap’. In het Nieuwe Testament wordt Evangelie gebruikt om de verkondiging van het Rijk Gods door Jezus Christus aan te duiden. Ook slaat ‘evangelie’ in het Nieuwe Testament op de door de volgelingen van Jezus, de christenen, verkondigde goede boodschap dat Hij in zijn optreden op inspirerende wijze aan Gods koningschap gestalte heeft gegeven.

 

 

Boek

 

De Blijde Boodschap werd in de kringen der christenen aanvankelijk alleen mondeling doorgegeven. In de loop van de tweede eeuw is ‘evangelie’ ook de aanduiding geworden van een boek dat een schets geeft van de betekenis van Jezus’ levensloop voor het Heil der mensen, met bijzondere nadruk op zijn Lijden en dood. Omdat er toen reeds vele geschriften van dat type in omloop waren, werd het woord ‘evangelie’ in het vervolg ook in het meervoud gebruikt.

 

 

Vier evangeliën

 

De RK-Kerk heeft uiteindelijk vier evangeliën als canoniek bestempeld en in het Nieuwe Testament opgenomen. Het gaat om teksten die worden toegeschreven aan de evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Hoewel onbekend is wie de geschriften nu precies hebben geschreven dan wel samengesteld, staat vast dat de teksten alle in de eerste eeuw na Christus tot stand kwamen.

 

 

 

 

Gnosis

 

In de tweede eeuw na Christus bloeiden vele scholen, die ‘Gnosis’ leerden. ‘Gnosis’ stond in het oud-Grieks voor ‘geheime kennis’ of ‘esoterisch inzicht’. Alleen wie beschikte over een geheime, aan ingewijden voorbehouden kennis van de goddelijke en kosmische orde, kon verlossing bereiken, zo meende de aanhangers van deze leer: de zogeheten ‘gnostici’. Er bestond indertijd een verwarrende veelheid aan gnostische scholen, die enigszins geordend kan worden door, uitgaande van bepaalde gemeenschappelijke gedachten, enkele stromingen te onderscheiden.

 

 

Geest tegenover materie

 

De scholen van de gnostische stroming die in de tweede eeuw na Christus een grote populariteit genoot, stelden veelal geest en materie scherp tegenover elkaar. Materie, zo leerden zij, is de ‘hechtgrond’ van al het kwade. De godheid, zuiver geest, moet volledig aan de materie, en dus ook aan onze aardse materiële wereld onttrokken zijn. De godheid kan de wereld dan ook niet geschapen hebben. De schepping is het werk van een lagere god, gelijk te stellen aan de door de filosoof Plato opgevoerde ‘demiurg’.

 

 

 

 

 

Demonen en eonen

 

De wereld, zo leerden vele gnositici in de tweede eeuw, wordt bevolkt door demonen. Tegenover deze boze wezens staan goede geesten, aangeduid met de term ‘eonen’. Deze ‘eonen’ zijn niet geschapen, maar ‘vloeien voort’ uit de hoogste godheid (‘emanatie’). Alle ‘eonen’ tezamen maken het ‘pleroma’ uit: de volheid van de godheid, oftewel een Rijk van Licht.

 

 

Goddelijke vonk

 

De mens, zo werd in gnostische kringen vrij algemeen aangenomen, is een vermenging van geest en materie. De menselijke ziel (‘geest’), is een ‘vonk’ of ‘straal’ van het goddelijk Licht, die is ingekerkerd in het menselijk lichaam (‘materie’). De ziel moet uit de materie worden bevrijd. Die bevrijding is dus alleen mogelijk door het ontvangen van geheime kennis: de gnosis, die een geestelijke opstanding uit de doden bewerkt.

 

 

Christus als ‘eoon’ en brenger der geheime kennis

 

Christus, zo verkondigden een aantal gnostici, moet worden gezien als een van de ‘uitvloeisels’ van de godheid: een ‘eoon’ dus. Hij was een goede geest die op aarde verscheen om demonen te bestrijden. Het was natuurlijk niet denkbaar dat Jezus waarlijk mens was geworden: als goddelijk, geestelijk wezen kon hij nooit werkelijk, maar alleen in schijn een materiële gedaante aannemen. Christus werd door veel gnostici niet enkel gezien als een demonenbestrijder, maar bovenal ook als Verlosser: als de goede geest die geheime kennis had geopenbaard.

 

 

 

 

 

Gnostische ‘evangeliën’

 

In verschillende teksten voerden gnostici Jezus ten tonele. Enkele van deze boeken werden door hen expliciet als ‘Evangelie’ aangeduid. Zo kenden gnostici het Evangelie van Thomas, het Evangelie van Maria Magdalena, het Evangelie van Petrus, het Evangelie van Filippus en het Evangelie van Judas. Dat al deze zogenaamde ‘evangeliën’ niet zijn opgenomen in het Nieuwe Testament laat zich onder meer verklaren uit het feit, dat in deze teksten doorgaans niet Jezus en zijn boodschap centraal staat, als wel de persoon waarnaar het evangelie is vernoemd: Maria Magdalena bijvoorbeeld, of Judas.

 

 

Ireneus contra de ketters

 

De gnosis werd door de christelijke kerk fel als een gevaarlijke dwaalleer (Ketterij) bestreden. Een belangrijk bestrijder was kerkvader Ireneus van Lyon (ca 140-202 na Christus). Rond 180 na Christus schreef hij het werk ‘Tegen de Ketters’ (Contra Haereses). Ireneus vermeldt in zijn boek (I.31.1) een ketterse sekte, die naast Kaïn ook Judas zou hebben verheerlijkt.

 

 

 

 

 

Judas en zijn verraad

 

Judas Iskariot komt in het Nieuwe Testament naar voren als de leerling van Jezus, die hem voor 30 zilverlingen overlevert aan zijn vervolgers, de hogepriesters die uiteindelijk Jezus’ dood aan het kruis zullen bewerkstelligen. De ‘uitlevering’ van Jezus door Judas wordt door veel christenen traditioneel als ‘verraad’ gezien. Paus Benedictus XVI bevestigde deze opvatting op Witte Donderdag in 2006 tijdens een preek, waarin hij Judas Iskariot neerzette als de verpersoonlijking van de onbetrouwbare mens, voor wie geld, macht en succes belangrijker zijn dan de zo nadrukkelijk door Jezus verkondigde liefde.

 

 

 

 

 

Evangelie van Judas

 

De leden van de door Ireneus beschreven sekte zagen Judas beslist niet als de verrader van Jezus. Zij gingen, integendeel, zo ver om Judas als Jezus’ meest volmaakte leerling te verheerlijken. Judas zou, zo beschrijft Ireneus de leer van de sekte, het ‘mysterie van het verraad’ (‘mysterium proditionis’) hebben volbracht. De sekte zou volgens Ireneus over een ‘verdichtsel’ (‘confictio’) hebben beschikt, onder de titel Evangelie van Judas (‘Iudae Evangelium’).

 

 

Papyri gevonden

 

De tekst van het Judasevangelie werd, na de succesvolle onderdrukking van de gnosis door de kerk, nauwelijks nog overgeleverd. Geleerden beschouwden de tekst als verloren, totdat in het midden van de jaren ’70 van de vorige eeuw in Egypte een pakket van aan elkaar gekleefde, dicht beschreven papyrusbladen gevonden werd. Die zogeheten ‘codex’ bevatte, naar later werd vastgesteld, onder meer een tekst met de titel ‘Evangelie van Judas’.

 

 

Tchacos

 

De codex geraakte al snel na ontdekking in handen van louche handelaren. Na de nodige omzwervingen kwamen de papyri uiteindelijk in bezit van Frieda Tchacos-Nussberger, een galeriehoudster te Genève. Onder de naam ‘Tchacos-Codex’ zijn de bladen verder bekend geworden. De Codex is door de eigenaresse ondergebracht in een stichting en zal, naar verluidt, in de toekomst aan de Egyptische overheid worden overgedragen.

 

 

 

 

 

Hype

 

De rechten op openbaarmaking van het in de Tchacos-Codex opgenomen Judasevangelie werden verworven door de Amerikaanse organisatie National Geographic. Op 6 april 2006 presenteerde National Geographic met enig spektakel het Judasevangelie aan de wereld. De organisatie trachtte, onder meer met een televisie-uitzending op 9 april 2006, een zekere hype rond het boek te creëren. In diverse media werd daadwerkelijk gespeculeerd over het wereldschokkende belang dat de tekst zou kunnen hebben voor ons beeld van het leven van Christus.

 

 

Authenticiteit en datering der papyri

 

Aan de authenticiteit van de papyri die het Judasevangelie bevatten, hoeft volgens wetenschappers niet getwijfeld te worden. Het papyrus en de inkt zijn gedateerd op de derde eeuw na Christus. De tekst van het gevonden Judasevangelie is gesteld in het koptisch, de taal die christelijke Egyptenaren in die tijd bezigden. Geleerden nemen aan dat het origineel in het Grieks gesteld zal zijn geweest. Dit origineel zou dan vóór het jaar 180, toen Ireneus zijn ketterboek schreef, moeten zijn vervaardigd.

 

 

Korte inhoud van het Judasevangelie

 

De tekst beweert een geheim verslag te zijn van een onderhoud dat Jezus met Judas Iskariot zou hebben gehad. Jezus, zo verhaalt de tekst, treft op zekere dag zijn leerlingen in gebed bijeen. Hij voegt zich bij hen, en brengt hen met gelach en geheimzinnige uitspraken van hun stuk. Alleen Judas lijkt de woorden van Jezus te begrijpen. Jezus neemt hem daarop apart, en zegt hem de geheimen van het Koninkrijk te willen toevertrouwen.

Jezus draagt inderdaad geheimen aan Judas over, die in de tekst in enig detail worden ontvouwd. Met name naar een fantasierijke kosmologie gaat veel aandacht uit. Daarbij komen ook ‘eonen’ ter sprake. De tekst eindigt tamelijk abrupt met een kort relaas van de uitlevering van Jezus door Judas. Op deze passage na besteedt het Judasevangelie aan het leven van Jezus overigens vrijwel geen aandacht; wat dat betreft brengt de tekst dus beslist geen nieuwe inzichten.

 

 

Alleen voor geleerden

 

De geheimen die in het gevonden Judasevangelie beschreven staan, kunnen, in onze tijd, alleen goed geduid kunnen worden door geleerden die veel verstand hebben van de gnostische leer. Voor de leek moet het geschrevene duister blijven. Eén van de geleerden die goed thuis zijn in de gnosis is de Nederlander Hans van Oort, hoogleraar Vroeg Christendom en Gnostiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In een persbericht dat de Radbouduniversiteit op 6 april 2006, de dag van de presentatie van het Judasevangelie door de Amerikanen, deed uitgaan, tracht Van Oort de kern van het Judasevangelie inzichtelijk te maken.

 

 

Hans van Oort

 

 

‘De mens offeren’

 

Van Oort haalt onder meer naar voren dat Judas volgens het Judasevangelie de enige leerling was, die zou hebben begrepen wie Jezus werkelijk was. Judas leverde Jezus uit aan zijn vervolgers, opdat de ‘aardse’ mens, de lichamelijke verschijningsvorm van Jezus, kon sterven, en zijn ware geestelijke aard bevrijd kon worden. Jezus zelf duidt dit met zoveel woorden aan, als hij, tegen het einde van de evangelietekst, tegen Judas zegt: “Jij zult de mens offeren die mij bekleedt.” Dat hiermee een kerngedachte van de gnosis wordt verwoord, zal na het voorgaande duidelijk zijn.

 

 

Een belangrijke tekst?

 

Van Oort heeft zich, net als de Nederlandse Nieuw-Testamenticus Wim Weren, over de ontdekking en openbaarmaking van het Judasevangelie enthousiast uitgelaten. Dat is vanuit wetenschappelijk standpunt zeer goed te begrijpen. De vondst van het Judasevangelie is ook werkelijk van belang voor wetenschappers, die met de tekst hun inzicht in de Gnosis kunnen verfijnen. Voor christenen evenwel is de tekst betekenisloos. Ireneus blijkt reeds eeuwen geleden de inhoud van het geschrift op hoofdlijnen goed geschetst te hebben.

 

 

Dwaalleer

 

Kerkvader Ireneüs van Lyon bestreed de gnosis en waarschuwde tegen het Judasevangelie als een gevaarlijk ‘verdichtsel’. Op Goede Vrijdag 2006 werd in de Sint-Pieter te Rome opnieuw tegen de tekst, alsmede tegen andere, vergelijkbare geschriften gepredikt. Christelijke kerken zullen niet terugkomen op de reeds eeuwen geleden uitgesproken veroordelingen van de gnostische dwaalleer, zoals die onder meer in het Evangelie van Judas te lezen is.

 

 

 

Fragmenten uit het Judasevengelie

 

Het geheime verslag van de openbaring die Jezus meedeelde in een gesprek met Judas Iskariot gedurende een week, drie dagen voordat hij Pasen vierde.

 

Toen Jezus op aarde verscheen, verrichtte hij mirakelen en grote wonderen om de mensheid te redden. En aangezien sommigen in gerechtigheid wandelden en anderen in hun overtredingen, werden de twaalf apostelen geroepen. Hij begon met hen te spreken over de mysteries buiten deze wereld en wat zou gebeuren op het einde. Vaak verscheen hij niet als hijzelf aan zijn leerlingen, maar werd hij onder hen gevonden als een kind.

… [Jezus spreekt met de twaalf] …

En den zeiden: Wij hebben de kracht’.
Maar hun geesten durfden niet voor zijn aangezicht staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken en wendde zijn gezicht af.
Judas zei tot hem: ‘Ik weet wie u bent en waar u vandaan komt. U komt van het onsterfelijke rijk van Barbelo. En ik ben niet waardig de naam uit te spreken van degene die u gezonden beeft’.
Wetend dat Judas nadacht over iets verhevens, zei Jezus hem: ‘Neem afstand van de anderen en ik zal je de geheimen van het koninkrijk meedelen. Jij kunt het bereiken, maar je zult groot verdriet kennen. Want een ander zal in jouw plaats komen, zodat de twaalf weer volledig zullen zijn ten overstaan van hun god’.
Judas zei hem: ‘Wanneer zult u me die dingen meedelen, en wanneer zal de grote dag van licht aanbreken voor dit geslacht?’ Maar terwijl hij dit zei, verliet Jezus hem.

Judas zei tot hem: ‘Rabbi, wat voor vrucht brengt deze generatie voort?’
Jezus zei: ‘De zielen van elk mensengeslacht zuilen sterven. Maar wanneer dit volk de tijd van het koninkrijk heeft voltooid en de geest hen verlaat, dan zuilen hun lichamen sterven maar hun zielen zuilen leven en zij zuilen opgenomen worden’.

Judas zei: ‘Meester, zou het kunnen dat mijn nageslacht onderworpen is aan de heersers?
Jezus antwoordde hem: ‘Kom, dat ik … [2 regels ontbreken] …, maar je zult veel verdriet hebben wanneer je bet koninklijk ziet en heel zijn geslacht’.
Toen hij dat hoorde, zei Judas hem: Wat voor goeds is het dat ik het ontvangen heb? Want u hebt mij afgezonderd voor dat geslacht’.
Jezus antwoordde: ‘Jij zult de dertiende worden, en je zult vervloekt worden door de andere generaties, en je zult komen om over hen te heersen. In de laatste dagen den ze jouw opstijgen naar het heilige geslacht vervloeken’.

Judas zei tot Jezus: ‘Kijk, wat zullen degenen die in uw naam gedoopt zijn, doen?
Jezus zei: Voorwaar, ik zeg u: dit doopsel in mijn naam … [ongeveer 9 regels ontbreken] …
Maar jij zuùt hen den overtreffen. Want jij zult de mens offeren die mij bekleedt.
Reeds is je hoorn verheven,
je toorn ontbrand,
je ster heeft helder geschenen
en je hart …

… [verscheidene regels ontbreken of zijn moeilijk leesbaar] …

En dan zal het beeld van de grote generatie van Adam worden verheven, want die generatie is van het eeuwige koninkrijk en bestaat eerder dan de hemel, de aarde en de engelen. Kijk, des is je meegedeeld geworden. Hef je ogen op en kijk naar de wolk, het licht erin en de sterren eromheen. De ster die de weg wijst, is jouw ster’.
Judas hief zijn ogen op en zag de lichtende wok en hij trad er binnen. Zij die op de grond stonden, hoorden een stem uit de wok zeggend … grote generatie … beeld … [ongeveer vijf regels ontbreken].

Hun hogepriesters morden omdat hij de gastenkamer was binnengegaan om te bidden. Maar sommige schriftgeleerden hielden daar zorgvuldig de wacht om hem te arresteren tijdens het gebed, want zij waren bang voor het volk, aangezien den hem voor een profeet hielden.
Ze naderden Judas en zeiden hem: ‘Wat doe jij hier? Jij bent Jezus’ leerling’.
Judas antwoordde hen zoals zij het wensten. En hij kreeg wat geld en hij droeg hem over aan hen.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Drie waardevolle lessen uit Openbaring 1-5

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Drie waardevolle lessen uit Openbaring 1-5

 

Hoe verderop in de Bijbel, hoe wonderlijker de boeken lijken te zijn. Schrijft Judas al over een strijd tussen de aartsengel Michaël en de duivel, en heeft Johannes het over de antichrist, het boek Openbaring staat vol met engelen, angstaanjagende beesten en vreemde gebeurtenissen.

 

 

Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

.
.
.

1. Wat voor beeld geven de eerste vijf hoofdstukken van Jezus Christus?

 

In het eerste hoofdstuk ziet Johannes Jezus Christus als verrezen Heer in al zijn goddelijk glorie, de vervulling van vele profetieën. Hij is betrokken bij zijn kerk (Hij staat te midden van de lampenstandaards, die de zeven gemeenten symboliseren, 1:12), en heeft het recht om elke gemeente te waarschuwen en andere profetische boodschappen te geven.

In het vijfde hoofdstuk lezen we dat Johannes over Jezus hoort als de leeuw uit de stam Juda, de telg van David. Alleen Hij kan de zeven zegels van de boekrol verbreken. Maar wat Johannes vervolgens ziet is een lam, dat eruitzag of het geslacht was. De combinatie van wat Johannes hoort en ziet vormt samen een nieuw symbool: Jezus, de krachtige Messiaanse heerser, heeft overwonnen door te worden als een lam, dat zich opoffert. Kortom, God overwint in Jezus niet door machtsvertoon, maar door opoffering en kwetsbaarheid.

 

 

Openbaring 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

 

2. Wat is de boodschap van de eerste vijf hoofdstukken van Openbaring?

 

Deze Jezus geeft Johannes boodschappen voor de kerk (Opb. 2 en 3). Die boodschappen bevatten bijna allemaal zowel bemoediging als waarschuwing. Jezus complimenteert de christenen die veel te verdragen hebben om Hem, zoals gevangenschap, laster, en zelfs de dood. Daarnaast waarschuwt Jezus de christelijke gemeenschappen die compromissen sluiten en/of veel te tolerant in hun cultuur en maatschappij staan. Elke kerk moet goede keuzes maken in de strijd tussen goed en kwaad en Jezus belooft hen overwinning als zij zich radicaal blijven toewijden aan Hem.

Die overwinning kan Hij de kerken toezeggen, omdat Hij zelf de overwinning heeft behaald, zoals Openbaring 4 en 5 laten zien: God is de werkelijke heerser van de kosmos en Jezus heeft de dood en de duivel overwonnen. De eindbeslissing van de strijd die in Openbaring wordt beschreven, staat al vast: God heerst en heeft alle macht, ook al lijkt het misschien nog niet zo. Hij beschermt zijn kinderen. Voor alle hemelbewoners is dit aanleiding voor eindeloze aanbidding.

God overwint in Jezus niet door machtsvertoon, maar door opoffering en kwetsbaarheid.
.
.
.

Openbaring hoofdstuk 5 ; de heerlijkheid van de verzoening door Christus

 

Pasteltekeningen van John Astria

 

.

3. Hoe kunnen we Openbaring beter begrijpen?

 

We kunnen Openbaring beter begrijpen als we ons de volgende zaken voor ogen houden:

• Openbaring is een boek om te bestuderen met tijd en aandacht. Het boek is beter te begrijpen als je het in één keer achter elkaar uit leest: dan krijg je zicht op de thema’s en ontwikkelingen in het boek, en daarmee meer begrip.
• Openbaring wil zijn lezers gelukkig maken, dat staat tenminste in het begin van het boek: Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt (1:3). Vraag je bij het lezen af, hoe Openbaring die claim realiseert: welke boodschap komt in het boek naar voren, die ons als gelovigen gelukkig maakt?
• Openbaring is een hybride van genres. In het boek worden zowel het apocalyptisch als het profetisch genre gebruikt. En deze apocalyptische profetie wordt in de eerste eeuw ook nog eens als brief naar zeven concrete bestaande gemeenten gestuurd. Dit betekent onder andere dat de boodschap van Openbaring voor de kerk in die tijd actueel was. De kerk werd vervolgd, maar er stonden christenen nog ernstiger vervolgingen te wachten. Dit besef helpt om het boek beter te begrijpen.

Kortom, het boek Openbaring roept op om naar het Lam te kijken en te horen wat de Geest tot de gemeente zegt. Aanbid God en het Lam en getuig van hem in woord in daad. Ook als het je alles kost, is het vooruitzicht fantastisch: altijd bij God zijn en heersen met Hem in de nieuwe schepping!

 

 

 

.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

Het grote wonder van Garabandal

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Mariaverschijningen in Garabandal bleven niet bij eenvoudige gesprekjes en liefkozingen tussen Maria en de kinderen. Maria was gekomen om een twee kernboodschappen door te geven,namelijk van 18 okt. 1961 en 18 juni 1965

.
.
.
.

De 1e Boodschap van 18 oktober 1961

.

.

“Breng vele offers,
Doe veel boete,
We moeten vaak het H. Sacrament bezoeken,
Maar vooral moeten we zeer goed zijn,
Als men dat niet doet,
Dan zal een straf ons treffen,
De beker vult zich reeds,
Als wij niet veranderen zullen wij gestraft worden.”

 

.

 

De 2e Boodschap van 18 juni 1965.

 

“Omdat men mijn Boodschap van 18 oktober 1961 niet vervuld heeft, en men er geen grote bekendheid aan heeft gegeven in de wereld, wil ik U zeggen dat de nu volgende de laatste Boodschap is. Eerder vulde de beker zich. Nu loopt hij over (red.: de beker van Gods toorn). Vele kardinalen, bisschoppen en priesters gaan het pad van het verloren gaan op en nemen vele zielen met zich mede.

Aan de Eucharistie wordt steeds minder waarde gehecht. Wij moeten alle nodige pogingen in het werk stellen om Gods toorn, die zwaar op ons drukt, te ontwijken. Als gij Hem vergiffenis vraagt, met een oprecht gemoed, dan zal Hij U vergeven. Ik, uw moeder, wil U zeggen, door de bemiddeling van de H. Michaël, dat ge U moet bekeren.

Gij zijt al in de tijd der laatste waarschuwingen. Ik hou veel van U en ik wil uw veroordeling niet. Vraag ons oprecht en Wij zullen het U geven. (red.: ons/wij is God en Maria). Gij zult U opofferen. Mediteer het Lijden van Jezus.”

 

 

 

Interviews met de kinderen

 

 

Jacinta-15jaar

 

 

Loli-16-jaar

 

 

Conchita

 

 

 

Zieneres Jacinta

 

Februari 1977

 

De H. Maagd had Jacinta nooit over het Wonder verteld. Jacinta zei, dat wanneer zij Onze Lieve Vrouw ook vragen stelde over het Wonder, de H. Maagd eenvoudig antwoordde: “Iedereen zal geloven”.

 

.

 

Mari-Loli

 

Februari 1977

 

Vraag: Heeft u over het Wonder gehoord tijdens een verschijning en zo ja, door wie?

Antwoord: De Allerheiligste Maagd heeft het mij verteld

 

Vraag: Wat weet u over het Wonder?

Antwoord: Alles wat ik weet is dat het zal plaatsvinden binnen een jaar na de Waarschuwing.

 

 

 

Conchita

 

1973

 

Vraag: Wat gaat er gebeuren op die dag [van het Wonder]?

Antwoord: Ik zal u alles vertellen wat ik kan zeggen, precies zoals de H. Maagd het mij gezegd heeft. Zij vertelde mij dat God een groot Wonder zou verrichten en dat er geen twijfel zou bestaan over het feit dat het een wonder was. Het zal rechtstreeks van God komen zonder menselijke tussenkomst. Die dag zal komen en zij vertelde mij welke dag, de maand en het jaar; dus ik weet de exacte datum.

 

Vraag: Wanneer is die dag?

Antwoord: Het komt spoedig, maar ik kan het pas acht dagen vóór de datum bekendmaken.

 

Vraag: Wat gaat er die dag precies gebeuren?

Antwoord: Het is mij niet toegestaan om precies zeggen wat er gaat gebeuren. Wat ik wel mag zeggen is dat de H. Maagd zei, dat iedereen die daar aanwezig zal zijn [in Garabandal] het zal zien. De zieken die daar zijn zullen genezen worden, wat hun ziekte of hun godsdienst ook is. Zij moeten er echter aanwezig zijn.

 

Vraag: Heeft u gezegd dat degenen die op de dag van het Wonder aanwezig zijn, bekeerd zouden worden?

Antwoord: De H. Maagd heeft gezegd dat iedereen, die aanwezig is, zou geloven. Zij zouden zien dat dit rechtstreeks van God kwam. Alle aanwezige zondaars zouden bekeerd worden. Zij heeft ook gezegd dat men er foto’s van kon maken en het via de televisie zou kunnen uitzenden. Verder heeft zij gezegd, dat er van dat ogenblik af bij de pijnbomen een blijvend teken zou zijn, dat iedereen zal kunnen zien en aanraken, maar niet kunnen voelen. Ik kan het niet uitleggen.

 

Vraag: Zal er op de dag van het Wonder een uitzonderlijk teken zijn, dat niet door mensenhanden is gemaakt?

Antwoord: Ja. En dit teken zal daar blijven tot het einde der tijden.

 

Vraag: Wat betreft de zieke mensen, de H. Maagd heeft in het bijzonder iemand genoemd, een blinde man, Joey Lomangino. Wat zei zij over hem?

Antwoord: Zij zei dat Joey op het ogenblik van het Wonder nieuwe ogen zal hebben en dat hij vervolgens blijvend zal kunnen zien. Zij sprak ook over een jongen die verlamd is, wiens ouders uit mijn dorp komen [Garabandal]. Deze jongen zal ook genezen worden. Dit zijn de enige twee mensen die zij heeft genoemd.

 

Vraag: Kunt u ons iets vertellen over Pater Luis Andreu?

Antwoord: Ja. Deze priester kwam vaak naar ons dorp om te zien of de verschijningen echt waren of niet. Na enige tijd geloofde hij erin. Op zekere dag, terwijl wij in extase waren bij de pijnbomen, begon hij te schreeuwen: ‘Een wonder, een wonder, een wonder.’ Toen dit gebeurde zei de H. Maagd: ‘Op dit ogenblik ziet de priester mij en het Wonder dat zal gebeuren.’

 

Vraag: Zag Pater Luis werkelijk het Wonder?

Antwoord: Ja. Diezelfde dag, op de terugweg naar huis zei hij tot zijn vrienden: ‘Dit is de gelukkigste dag van mijn leven. Wat een geweldige moeder hebben wij in de hemel. De verschijningen zijn echt.’ Terwijl hij deze woorden sprak stierf hij.

 

Vraag: Zei de H. Maagd niet iets betreffende Pater Andreu, dat zou gebeuren op de dag van het Wonder?

Antwoord: Ja, zij zei dat op de dag van het Wonder zijn lichaam ongeschonden zou worden gevonden (Conchita verduidelijkte, dat het graf de dag na het Wonder zou worden geopend).

 

 

 

7 februari 1974

 

Vraag: U heeft gezegd dat het Wonder in Garabandal zou samenvallen met een grote gebeurtenis binnen de Kerk. Heeft Onze Lieve Vrouw u verteld wat die gebeurtenis zal zijn en kunt u iets toevoegen aan wat u reeds heeft gezegd over deze zaak?

Antwoord: Ja. Ik weet wat de gebeurtenis is. Het is een unieke gebeurtenis in de Kerk, die zeer zelden voorkomt en tijdens mijn leven niet is voorgekomen. Het is niet nieuw of ontzagwekkend, alleen zeldzaam, zoiets als de verklaring van een dogma, iets wat de hele Kerk aangaat. Het zal gebeuren op dezelfde dag als het Wonder, maar niet als gevolg van het Wonder, slechts bij toeval.

 

Vraag: Hoe zult u het Wonder aankondigen?

Antwoord: Dat weet ik niet precies. Ik zal zeer zeker om middernacht (acht dagen voor het Wonder) Joey [Lomangino] opbellen, maar ook de radio, de televisie en iedereen in de wereld die ik in staat acht te helpen om het nieuws snel te verspreiden. Ik maak me daar geen zorgen over. Ik weet dat als de H. Maagd wil dat u daar bent, u er dan zult zijn.

 

Vraag: Joey heeft gezegd dat hij onmiddellijk na de Waarschuwing naar Garabandal zal gaan. Weet u hoeveel tijd er zal verlopen tussen de Waarschuwing en het Wonder?

Antwoord: Het is een goed idee dat Joey na de Waarschuwing naar Garabandal gaat, maar ik weet niet hoeveel tijd er zal verlopen tussen de Waarschuwing en het Wonder.

 

Vraag: Denkt u vaak aan de dag van het Wonder en kijkt uit met spanning uit naar de komst van de Waarschuwing en het Wonder?

Antwoord: Soms denk ik dat het heel dichtbij is, soms ver weg. Wanneer ik eraan denk, dat de mensen de Boodschap niet naleven lijkt het zo dichtbij, omdat na het Wonder misschien de straf komt. Ik kijk er met spanning naar uit, ja. Ik wacht. De H. Maagd liegt nooit. De Waarschuwing en het Wonder moeten gebeuren, opdat de woorden van de H. Maagd in vervulling gaan. Het is alles tezamen één boodschap.

 

 

 

Februari 1977

 

Vraag: Heeft u het Wonder gezien of werd het u verteld?

Antwoord: De H. Maagd heeft me erover gesproken en heeft mij precies doen begrijpen hoe het zal zijn.

 

Vraag: Was u alleen of met de andere meisjes toen Onze Lieve Vrouw u over het Wonder vertelde?

Antwoord: Ik kan het mij niet meer herinneren.

 

Vraag: Hoe zal het Wonder eruitzien?

Antwoord: Zelfs al zou ik het proberen uit te leggen, ik zou niet in staat zijn om het goed te doen. Het is beter dat u het afwacht.

 

Vraag: Zou u nog eens kunnen zeggen tijdens welke maanden wij het Wonder zouden kunnen verwachten?

Antwoord: Van maart tot mei.

 

Vraag: Sommige mensen zeggen, dat de manier waarop u het Wonder zult aankondigen op zichzelf al een ‘wonder’ zal zijn. Kunt u dit uitleggen?

Antwoord: Ik geloof dat de manier waarop het gezegd zal worden ook een wonder zal zijn, omdat het voor mij een zeer grote verantwoordelijkheid is en ik een wonder nodig heb om het te zeggen.

 

Commentaar van Wim Langeveld: In 1977 kon niemand bevroeden wat voor een vlucht het Internet zou nemen. Dit wereldwijde informatie net brengt razendsnel alle gebeurtenissen uit diverse landen en plaatsen in de huiskamer. Per email wordt vanuit New-York de dag van het Grote wonder aangekondigd. Alle Garabandal sites en centra zullen deze aankondiging van Conchita bekendmaken. Daarin heeft Conchita gelijk dat het Internet een soort wetenschappelijk wonder is om op de meest snelle wijze de datum van het Grote Wonder bekend te maken.

 

Vraag: Als ik ver van het dorp in de bergen ben, maar ik kan wel de pijnbomen zien, zal ik dan het Wonder duidelijk kunnen zien? Als ik ziek ben, zal ik vanaf die afstand genezen worden?

Antwoord: U zult het Wonder duidelijk kunnen waarnemen, en als God het wil zult u worden genezen.

 

Vraag: Sommige mensen hebben gezegd dat op andere plaatsen in de Verenigde Staten en Europa mensen Maria heiligdommen zouden kunnen bezoeken en op die dag genezen kunnen worden. Wat weet u hierover?

Antwoord: De H. Maagd heeft mij hierover niets verteld.

 

Vraag: Zullen degenen, die sterk geloven in het komende Wonder, maar niet in staat zijn om het bij te wonen, vanwege hun levensstaat, bijvoorbeeld kloosterlingen, die dag speciale genaden ontvangen?

Antwoord: Dat weet ik persoonlijk niet. Het hangt af van deze mensen, van hun wensen, van hun geloof, van hun opoffering of hun gehoorzaamheid.

 

Vraag: Heeft Onze Lieve Vrouw ooit iets gezegd over de grote menigte mensen, die van plan is om enige dagen tevoren in Garabandal te zijn? Velen vragen zich bezorgd af hoe zij het zullen klaarspelen wat betreft het eten en de sanitaire voorzieningen. Kunt u daarover iets zeggen?

Antwoord: Laat dat in handen van God. Doe wat u kunt en wat het overige betreft, denk eraan: ‘God doet wonderen.’

 

Meer informatie van Conchita over het Wonder:

  • Het zal plaatsvinden bij de Pijnbomen in Garabandal op een donderdag om half negen ’s avonds.
  • Het zal gebeuren tussen de 8e en de 16e van de maanden maart, april of mei.
  • Het zal vallen op de feestdag van een jonge martelaar.
  • Het zal ongeveer 15 minuten duren.
  • De Paus zal het zien van waar hij zich ook bevindt, en Pater Pio zal het ook zien.*

In oktober 1968 in Lourdes vertelde Pater Bernardino Cennamo O.F.M. aan Conchita in Lourdes, dat Pater Pio het Wonder had gezien, voordat hij op 23 september 1968 stierf. Hij zei, dat Pater Pio hem dat zelf had verteld.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget