Tagarchief: kudde

Bijbelteksten over angst

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Geloof redt de ziel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wees niet bang, want ik ben bij je,
vrees niet, want ik ben je God.
Ik zal je sterken, ik zal je helpen,
je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

 

In mijn bangste uur vertrouw ik op u.

 

Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.

 

Want ik ben de HEER, je God,
ik neem je bij je rechterhand en zeg je:
Wees niet bang, ik zal je helpen.

 

Met de Heer aan mijn zijde heb ik niets te vrezen,
wat kunnen mensen mij doen?

 

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

 

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

 

Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.

 

U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.

 

Angst voor mensen is een valstrik,
wie op de Heer vertrouwt, wordt beschermd.

 

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

 

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

 

Ik zocht de Heer en hij gaf antwoord,
hij heeft mij van alle angst bevrijd.

.

Wees vastberaden en standvastig. Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn, want het is de Heer, uw God, die met u meegaat. Hij zal niet van uw zijde wijken en u niet verlaten.

 

Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.

 

U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.

 

Zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’

 

Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen.

.

Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’

 

Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?

 

Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.

 

Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.

 

Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.’

 

Hoe groot is het geluk
dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen,
dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u,
heel de wereld zal het zien.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

 

Wie zijn de “andere schapen”?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wie bedoelde Jezus met de“andere schapen”(Johannes10:16)?

 

 

De redding van een verloren schaap

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De herder is in het Oude Testament een bekend beeld voor de zorg van God voor zijn volk, voor de enkeling (Psalm 23), maar vooral voor de natie, die Hij uit slavernij leidde en voedde en beschermde (Psalm 74:1; 79:13; 80:2; 95:7; 100:3; Jesaja 63:5).

Het was geen toeval dat zowel de grote leider, Mozes, als de grote koning, David, herders waren voordat God hen riep om zijn volk te hoeden. Toen het volk Israël door zijn herders te gronde werd gericht, beloofde God dat Hij zelf zijn kudde zou redden via de Messias. God zou David aanstellen als hun herder: “Dan zal ik één herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn” (Ezechiël 34:23).

Micha zei eveneens van Jezus die in Bethlehem geboren zou worden: “Dan zal hij staan en hen weiden in de kracht van de Here, zijn God”( Micha 5:3);

en Jesaja:

“Hij zal als een herder zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen…”(Jesaja40:11).

Jezus was die goede herder die door de profeten aan Israël was beloofd. Gedurende zijn leven was zijn werk beperkt gebleven tot “de verloren schapen van het huis van Israël”( Mattheüs 15:24; 10:6). Pas na zijn dood en opstanding kregen zijn discipelen de opdracht om behoudenis in Hem in de hele wereld te gaan prediken.

Voortaan werden ook de heidenen geroepen om deel te hebben aan Gods beloften: ook zij waren binnen de kudde van Israël gebracht. In de woorden van Paulus in Efeziërs 2:13: “Thans in Christus Jezus bent u, die eertijds veraf was, dichtbij gekomen door het bloed van Christus”. De toekomstige niet-Joodse gelovigen werden dus de “andere schapen die niet van deze stal zijn”. Zij zouden aan Gods volk toegevoegd worden, om één kudde te vormen; en “het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens”(Openbaring 7:17).

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget