Advertenties

Tagarchief: geest

Wat is Hatha Yoga?

Standaard

categorie : yoga en meditatie

 

 

 

 

Het woord Yoga is afgeleid van het woord Yog, dat in het Sanskriet verenigen/verbinden betekent. Het vertegenwoordigt ‘het verenigen van de de lagere menselijke natuur met de hogere’, of het ‘verbond met het Zelf’.

 

 

‘Wie zijn bewustzijn, intellect en ego beheerst en één is met de geest die in hem schuilt vindt voldoening en innerlijke zaligheid die verder gaat dan de zintuigen en beredenering kunnen verklaren : ’ Bhagavad Gita ‘.

 

.

hatha-yoga-art-expression

 

 

Het doel van het leven moet gezocht worden in het diepste van de ziel, door middel van ervaringen, hoop, geloof, een vredevolle geest en spirituele wijsheid. De grote wijsheden hebben vele methodes ontwikkeld, zodat elk mens de mogelijkheid heeft om de betekenis van het leven te vinden en begrijpen door zijn eigen fysieke en mentale capaciteiten.  Op alle wegen van Yoga leren de mens discipline en zelfcontrole. Ook al lijken de verschillende Yogawegen anders, de essentie blijft hetzelfde: Zelfrealisatie.

 

.

Er zijn vier soorten mensen op deze wereld: de intellectuele, de actieve, de emotionele en de bezinnende.

 

Degenen die intellectueel zijn volgen de weg van Jnana Yoga, de weg van wijsheid en scherpzinnigheid.

Degenen die actief zijn volgen de weg van Karma Yoga, de weg van actie en onbaatzuchtige dienstbaarheid.

Degenen die emotioneel zijn volgen het pad van Bhakti Yoga, de weg van devotie en liefde, waar de persoonlijkheid opgelost en het individu één wordt met het Hogere.

Degene die de meeste waarde hechten aan bezinning zullen de weg van Raja Yoga( “de Koninklijke weg”) volgen, de manier die is ontworpen om de geest de controleren en te overmeesteren door mentale concentratie.

.

Een tak van Raja Yoga is Hatha Yoga dat de Yogi voorbereidt op de hogere niveaus van Raja Yoga.

 

.

 

20 Hatha Yoga oefeningen

.

 

De Arhanta Yoga volgt de rijke traditie en filosofie van Swami Sivananda en Sri Vivekananda en vereist een samenvoeging van de verschillende wegen van Yoga. Swami Sivananda herkende dat ieder mens beschikt over intellect, hart, lichaam en geest en adviseert daarom dat iedereen bepaalde technieken uit elke weg moet beoefenen. Rekening houdend met de individuele aard en voorkeur kan iemand een bepaalde weg van Yoga benadrukken.

 

 

 

Hatha yoga

 

Hatha-yoga (हठ haṭha, योग yoga) is een tak van yoga die bestaat uit een systeem van oefeningen om beheersing te verkrijgen over de geest en vooral het lichaam. In het Westen is het vooral deze vorm van yoga die bekendheid heeft gekregen, waardoor men vaak hatha-yoga bedoelt, wanneer men van yoga spreekt.

Hatha-yoga is een fysieke yogavariant die voor het grootste deel bestaat uit de beoefening van lichaamshoudingen (asana’s) en ademhalingstechnieken (pranayama). Hatha-yoga bestaat voornamelijk uit niet-bewegende asana’s. Meditatie is voor veel yogi’s een belangrijke afronding om de eenheid van lichaam en geest te voelen.

In andere fysieke vormen van yoga worden de asana’s niet statisch maar juist bewegend uitgevoerd, vaak door verschillende asana’s in series  achter elkaar uit te voeren. Hatha-yoga kent eveneens enkele series, waarvan de Zonnegroet de bekendste is.

 

 

 

de zonnegroet

 

 

In het Westen is hatha-yoga vooral een populair middel om te onthaasten of stress te verminderen. Daarnaast wordt aan de technieken ook een gunstig effect toegeschreven op het zenuwstelsel, de klieren en andere belangrijke organen en treedt er in het algemeen een versoepeling van het lichaam op. Het doel van hatha-yoga is in het Westen is daarom vooral het bevorderen van de gezondheid en het welbevinden.

 

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Advertenties

Hoe kan men Gods stem leren verstaan?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

.
.

7 manieren om Gods stem te leren verstaan 

 

Hebreeën 3 : 16 >

“Wie waren het dan die zijn stem hoorden en toch opstandig werden? Waren dat niet degenen die onder Mozes’ leiding uit Egypte waren weggetrokken?”

 

Hebreeën 3 : 18-19>

“En aan wie zwoer hij dat ze niet zouden binnengaan in zijn rust – toch zeker aan hen die ongehoorzaam waren? Zo zien we dat zij er niet konden binnengaan vanwege hun ongeloof.”

Het daadwerkelijk horen van Gods stem is dus blijkbaar niet genoeg. Gods stem was duidelijk, Zijn plan was duidelijk en wat hij van de mensen vroeg, was duidelijk. Het ging mis bij de ongehoorzaamheid van de mens.

 

 

1. Geloof en gehoorzaamheid

 

Gods plan gaat hand-in-hand met geloof en gehoorzaamheid. Jezus zegt zelf:

“Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Johannes 5:24)

 

 

 

 

 

2. Handelen

 

In Romeinen 2 : 15 staat dat gehoorzaamheid ook zichtbaar moet zijn.

“Ze bewijzen door hun daden dat wat de wet eist in hun hart geschreven staat; en hun geweten bevestigt dit, omdat ze zichzelf met hun gedachten beschuldigen of vrijpleiten.”

God schrijft Zijn wet en via de Heilige Geest worden al de gedachten en plannen getoetst aan die wet. De mens hoort te handelen naar de wet wat geen vrijblijvendheid is.  “Als je geen gehoor geeft aan de wet, is zelfs je gebed voor de Heer een gruwel.” (Spreuken 28:9)

 

 

3. Strijd tegen het kwaad

 

Wanneer Gods stem klinkt voor mensen is er altijd sprake van strijd tegen het kwaad.

“Laat nu zien hoe groot uw naam is, Vader.’ Toen klonk er een stem uit de hemel: ‘Ik heb mijn grootheid getoond en ik zal mijn grootheid weer tonen.’” (Johannes 12:28)

Dit gebeurt vlak voordat Jezus gevangen wordt genomen en Hij zelf zegt, dat Hij doodsbang is. Jezus staat daar midden in de geestelijke strijd. De mensen die daar aanwezig zijn kunnen de stem niet plaatsen. Het antwoord van Jezus is opvallend:

“Die stem heeft niet voor mij gesproken, maar voor u. Nu wordt het oordeel over deze wereld geveld. Nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden.” (Johannes 12:30-31)

Gods stem klinkt hier niet om Jezus te troosten, maar om de mensen er van te doordringen wat hier gaande is. God bindt de strijd met satan aan.

 

 

De strijd tegen het kwade

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

4. Strijd in jezelf

 

 “Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde.” (Nehemia 8:9)

Dit komt ook terug in Daniël:

“Het kwaad dat over ons gekomen is, staat al beschreven in de wet van Mozes, en toch hebben wij de Heer, onze God, niet gunstig gestemd door afstand te nemen van onze overtredingen en uw waarheid in acht te nemen. (Daniël 9:13)

Gods stem leren verstaan, betekent dus dat men niet alleen moet luisteren, maar dat men ook moet gehoorzamen en strijd voeren met het kwade.

“Wie zich door zijn eigen natuur laat leiden is gericht op wat hij zelf wil, maar wie zich laat leiden door de Geest is gericht op wat de Geest wil. Wat onze eigen natuur wil brengt de dood, maar wat de Geest wil brengt leven en vrede.” (Romeinen 8:5-6)

Gods plan volgen betekent automatisch geestelijke strijd. Vragen om Gods stem te mogen verstaan, gaat ten koste van alles. Het is verkeerd te denken, wanneer men Gods plan leert en volgt, dat dan alles voor de wind zal gaan. Maar wanneer men zich door de Geest laat leiden, dan wijst Hij de weg naar leven en vrede.

“Zij die in tranen zaaien, zullen oogsten met gejuich. Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven.” (Psalmen 126:5-6)

Strijd en zegen gaan hand in hand.

 

 

5. Terug naar het Woord

 

Om te weten wat God wil, moet men steeds terug naar het Woord dat Hij door Zijn Geest in ons hart schrijft.

“Want levend en krachtig is het woord van God, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.” (Hebreeën 4:12)

 

 

6. Dagelijks onderhoud

 

God zuivert het hart door Zijn Woord en Geest. Vervolgens vraagt dat om voortdurend onderhoud.

“Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden, geef aan mijn uitspraken gehoor. Houd ze steeds voor ogen, bewaar ze in het diepste van je hart. Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden, sterken heel het lichaam als een medicijn. Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven.” (Spreuken 4:20-23)

 

 

7. Uitzien naar wat komt

 

God wil ons Zijn plan laten zien. Als men Hem wat vraagt, zal Hij antwoorden.

“Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.” (Openbaring 3:20)

En hoeveel mij dat ook zal kosten, het is niet voor niets!

“Ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: ‘Schrijf op: “Gelukkig zijn zij die vanaf nu in verbondenheid met de Heer sterven.”’ En de Geest beaamt: ‘Zij mogen uitrusten van hun inspanningen, want hun daden vergezellen hen.’” (Openbaring 14:13)

Iedereen mag uitzien naar eeuwige rust en vrede, al de tranen zullen zijn geteld. Men hoeft alleen de deur van het hart open te zetten.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Satans aanval op boodschappers van God

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

De boodschapper van Daniël

De boodschapper van Daniël

 

 

 

Daniël 10

 

10 In het derde regeringsjaar van koning Kores van Perzië kreeg Daniël, ook wel Beltsazar genoemd, een openbaring. Het ging over dingen die onherroepelijk in de toekomst zouden gebeuren, over tijden van grote nood. Deze keer begreep Daniël de betekenis van wat hem werd bekendgemaakt.

Ik, Daniël, was al drie weken in rouw over mijn volk.

Al die tijd had ik geen wijn of vlees of andere lekkere dingen gegeten. Ook verzorgde ik mijn uiterlijk niet.

Op de vierentwintigste dag van de eerste maand stond ik aan de oever van de rivier de Tigris.

Ik keek op en plotseling stond voor mij een man in linnen kleren met om zijn middel een gordel van zuiver goud!

Hij had een prachtig glanzende huid. Zijn gezicht schitterde als de bliksem en zijn ogen leken op vlammende fakkels. Zijn armen en voeten glansden als gepoetst koper en zijn stem klonk als het gedruis van een grote mensenmenigte.

Alleen ikzelf zag dit visioen. De andere mannen die bij mij waren, zagen niets. Maar zij werden wel overvallen door grote angst en vluchtten weg.

Ik bleef alleen achter. Door dit indrukwekkende visioen voelde ik mij onmachtig worden. Ik werd doodsbleek en voelde me als verlamd.

Toen hij tegen mij begon te praten, viel ik flauw en lag languit op de grond.

10 Maar zijn hand raakte mij aan en richtte mij op, op handen en knieën. Ik beefde van angst.

11 Hij sprak tegen mij: “Daniël, geliefde man van God, sta op en luister aandachtig naar wat ik u te vertellen heb, want God heeft mij naar u toegestuurd.” Ik stond op, maar beefde nog steeds.

12 “Wees niet bang, Daniël”, zei hij. “Want uw gebed is in de hemel gehoord en verhoord, al vanaf de allereerste dag waarop u voor God begon te bidden om inzicht. Diezelfde dag werd ik gestuurd om u hier te ontmoeten.

13 Maar onderweg werd ik 21 dagen lang opgehouden door de machtige boze geest, die heerst over het rijk van de Perzen.  Toen kwam Michaël, één van de hoogste bevelhebbers van het hemelse leger, mij te hulp. Daardoor was ik in staat door deze blokkade heen te breken.

14 Ik ben hier gekomen om u te vertellen wat met uw volk in de eindtijd zal gebeuren. Want de vervulling van deze profetie zal nog vele jaren op zich laten wachten.”

15 Al die tijd keek ik naar de grond, niet in staat een woord uit te brengen.

16 Toen raakte iemand (hij zag eruit als een mens) mijn lippen aan en ik kon weer spreken. Ik zei tegen de persoon voor mij: “Mijn heer, ik ben verlamd van angst door uw verschijning. Ik heb geen kracht meer over.

17 Hoe kan iemand als ik zelfs maar met u spreken? Ik voel mij helemaal krachteloos en kan amper ademen.”

18 De persoon die er uitzag als een mens, raakte mij opnieuw aan waardoor ik weer wat kracht kreeg.

19 “God houdt erg veel van u”, zei hij. “Wees dus niet bang. Rustig maar. U moet heel sterk zijn!” Terwijl hij sprak, voelde ik plotseling mijn kracht terugkeren en zei: “Ga maar door, mijn heer, want dank zij u voel ik mij een stuk beter.”

20-21 Hij antwoordde: “Weet u waarom ik ben gekomen? Ik ben hier om u te vertellen wat in het ‘Waarheidsboek van de Toekomst’ staat. Wanneer ik vertrek, moet ik mij weer vechtend een weg terug banen langs de vorst der Perzen. En na hem moet ik de strijd aanbinden met de vorst van Griekenland. Alleen Michaël, de engel die waakt over uw volk Israël, zal mij daarbij terzijde staan.”

 

 

 

Satan voortdurend gevecht tegen Gods engelen en de mens

 

 

Het 21 dagen durende oponthoud van de boodschapper in de tweede hemel

Het 21 dagen durende oponthoud van de boodschapper in de tweede hemel

 

 

Hier kunnen we uit concluderen dat de boodschapper van God aangevallen werd door Satan, zowel op zijn weg naar Daniël als op zijn terugweg naar God.

Paulus sprak in de Bijbel over zijn voorrecht om de derde hemel te mogen zien, de woonplaats van God en zijn engelen. Dan moeten er ook een eerste en tweede hemel bestaan. Een plausibele uitleg is dan dat de eerste hemel de zichtbare omgeving rond de aarde is, de atmosfeer en de kosmos.

God heeft Satan en zijn gevallen engelen uit zijn derde hemel gegooid na de eerste val der engelen. Zij vertoeven op een plek tussen de eerste hemel en de derde hemel, de tweede hemel. De tweede hemel is de huidige verblijfplaats van de onzichtbare afvalligen van God die voortdurend invloed willen uitoefenen op de mens met als doel zich los te maken van God.

We lezen in Daniël 10 dat de engel Gods zich, gedurende een lang oponthoud, een weg moest banen naar de aarde om Daniël de waarheid over de toekomst mede te delen. Hij had zelfs de hulp van aartsengel Michaël nodig om te lukken. Dit oponthoud gebeurde in de tweede hemel, de laag tussen de aarde en Gods woonplaats. De boodschapper wist dat hij op zijn terugweg naar de derde hemel de hulp van Michaël zou nodig hebben.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Boeddha wijsheden ; deel 10

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

 

animaatjes--boeddha-87902

 

1. Vertrouw ten eerste op de geest en de bedoeling van de lessen,

niet op de woorden;

2. Vertrouw ten tweede op de lessen,

niet op de persoonlijkheid van de leraar;

3. Vertrouw ten derde op echte wijsheid,

niet op opervlakkige interpretatie;

4. Vertrouw ten vierde op het wezen van je pure geest van wijsheid,

niet op waarnemingen vol vooroordelen.

 

 

 

31677

 

Er komt een dag dat de grote aarde verbrandt, vergaat en niet

meer is, maar ik verzeker u dat de wezens

die ronddolen en zwerven,

bevangen in onwetendheid en geprangd

door de dorst om te leven,

geen einde zullen vinden.

.

.

.

buddha_orange

 

 

Het is voor ons belangrijk om goede gedachten te hebben,

want wij worden wat wij denken.

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Johannes 5: 1 – 18

 

 

De genezing van een man bij de vijver van Betesda

 

1 Daarna ging Jezus naar Jeruzalem voor één van de Joodse feesten. 2 In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een vijver om te baden. Die plek wordt in het Hebreeuws ‘Betesda’ (= ‘huis van medelijden’) genoemd. Er zijn vijf zuilengangen omheen gebouwd. 3 In die gangen lagen allerlei zieke, blinde, kreupele en verlamde mensen. Ze lagen daar te wachten tot het water zou gaan bewegen. 4 Want af en toe daalde er een engel in de vijver neer. Dan bewoog het water. Wie daarna het eerst in het water kwam, werd genezen. Het maakte niet uit wat voor ziekte hij had.

5 Er was daar een man die al 38 jaar lang ziek was. 6 Jezus zag hem liggen. Hij wist dat hij daar al heel lang was. Hij vroeg hem: “Wil je gezond worden?” 7 De zieke man antwoordde Hem: “Heer, ik heb niemand om me in de vijver te gooien als het water beweegt. En als ik probeer om bij de vijver te komen, is iemand anders er altijd eerder dan ik.” 8 Jezus zei tegen hem: “Sta op, pak je matras op en loop.” 9 Onmiddellijk werd de man gezond. Hij pakte zijn matras op en liep.

Nu was het die dag de heilige rustdag. 10 Daarom zeiden de Joden tegen de man die net genezen was: “Het is vandaag de heilige rustdag. Dus je mag je matras niet dragen.” 11 Maar hij zei tegen hen: “Maar de Man die mij heeft genezen, zei tegen me: ‘Pak je matras op en loop.’ ” 12 Toen vroegen ze: “Wie heeft dat dan tegen je gezegd?” 13 Maar de man wist niet wie Hij was. Want Jezus was weer weggegaan, omdat er daar heel veel mensen waren.

14 Maar later zocht Jezus hem op in de tempel. Hij zei tegen hem: “Kijk, je bent nu gezond geworden. Wees vanaf nu niet meer ongehoorzaam aan God, want anders kan je nog iets veel ergers overkomen.” 15 De man ging weg en zei tegen de Joden dat het Jezus was geweest die hem genezen had. 16 Toen wilden de Joden Jezus gevangen nemen en doden. Dat wilden ze omdat Hij deze dingen op de heilige rustdag had gedaan. 17 Maar Hij antwoordde hun: “Mijn Vader werkt altijd, en Ik dus ook.” 18 Toen hadden de Joden nog méér reden om Hem te willen doden. Want Hij hield Zich dus niet aan de heilige rustdag, en beweerde óók nog dat God zijn eigen Vader was. Daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij gelijk was aan God.

 

 

 

 

 

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

 

De laatste tijd is er in diverse kerken een stroming ontstaan die zich in navolging van de evangelische- en pinkstergemeenten ook richt op wonderen. Wonderen van genezing, van spreken in tongen en nog veel meer. Vroeger werd er vaak gezegd: die wonderen horen in de jonge kerk thuis. Wonderen waren bestemd voor lang geleden, de beginjaren. Dat klonk logisch en we slikten dat allemaal als zoete koek.

Maar is dat zo logisch? Kijk eens naar wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 12: daar heeft hij het over de gaven van de Geest die royaal aan de kerk worden uitgedeeld. In dat hoofdstuk wordt nergens gezegd dat die gaven alleen maar voor de begintijd van de kerk bedoeld zijn. Er wordt alleen maar gezegd dat niet iedereen dezelfde gaven krijgt en dat niet iedereen alle gaven ontvangt, maar dat er juist een mooie eenheid ontstaat als iedereen een eigen gave krijgt. Paulus gebruikt daarvoor het beeld van het ene lichaam dat vele verschillende ledematen heeft. En alleen zo kan functioneren.

Je kunt toch niet zeggen dat de Heer Jezus nu minder macht heeft dan vroeger? Wonderen kunnen gebeuren. Ook in onze eigen tijd. En ze gebeuren inderdaad en niet eens ver weg. Maar waar gaat het Jezus nu om, als hij zieken geneest? Uiteindelijk zal iedereen sterven, of je nu wonderlijk genezen bent of dat je tot je dood gehandicapt blijft.

Ja en dat is nu precies waarover het in onze tekst gaat. Er is feest in Jeruzalem en Jezus is ter plaatse. Het is sabbat en dan moet je goed uitkijken wat je doet, of liever wat je niet doet. Want er zijn farizeeën die een heleboel sabbatswetten gemaakt hebben om de sabbat naar hun idee te heiligen. Je mocht geen eten kopen of klaarmaken, je mocht geen huisraad bij je hebben op je sabbatswandeling en zo was er nog veel meer, een loodzware last voor het volk van God. Een last die God nooit opgelegd had, maar die zogenaamd ‘vrome’ voorgangers hadden verzonnen om God welgevallig te zijn.

Jezus loopt bij de Schaapspoort met zijn leerlingen. Hij gaat een heel groot gebouw binnen, laten we zeggen een groot zwembad, met wel vijf zuilengangen erom heen. In die gangen ligt een groot aantal zieken, gehandicapten, blinden, kreupelen en misvormden. Eén grote hoop ellende. Maar er is een heel kleine hoop om beter te worden. Want op ongezette tijden komt er uit de hemel een engel bij dat water en dan raakte hij dat aan. En, o wonder, dan was er voor één zieke genezing, degene die het eerst in het water wist te komen. Het was dus maar niet gewoon een verzamelplaats van zieken en gehandicapten, maar het was een plaats waar van tijd tot tijd genezing was, dat was het.

Wat doet Jezus? Gaat hij in één klap in dat grote bad Bethesda iedereen gezond maken? Dat kan hij toch? Maar nee, na even zoeken gaat hij op één man af en hij stelt hem de vraag: wilt u gezond worden? Jezus weet wat hij doet. Hij kent die man die al 38 jaar lang ziek is, zijn benen niet gebruiken kan en dus nooit bij het water kan komen als de engel daar verschijnt.  Een hopeloos geval… geen wonder voor hem, altijd is er wel iemand eerder dan hij. En hij, hij heeft ook niemand om hem in het water te gooien als het weer eens beweegt.

Dan zegt Jezus tegen hem: Sta op, pak je mat op en loop. Wat een kracht heeft zijn woord. Net als bij de schepping in Genesis 1. Zijn Vader sprak – en het gebeurde. Hier is de Zoon. Hij spreekt en het gebeurt! De patiënt is beter, niet maar een beetje, maar helemaal. Daar staat hij, daar gaat hij, daar draagt hij zijn slaapmat op zijn rug. De mensen om hem heen, ook de zieken, ze staan allemaal verstomd. Maar een paar farizeeën weten alleen maar te zeggen: man, het is vandaag sabbat. Dan is het niet toegestaan om met een slaapmat over de straat te lopen.

Later komt hij in de tempel Jezus weer tegen. Dan begrijpt hij wie hem beter gemaakt heeft en kan hij dat aan de farizeeën gaan vertellen. Jezus, het is Jezus die mij gezond gemaakt heeft! Maar de farizeeën kunnen alleen maar zeggen: Jezus moet dood, want hij geneest mensen op sabbat, vreselijk, wat een minachting van Gods heilige dag.

Ja, dan ontdekken we opeens dat het niet zozeer om een wonderlijke genezing gaat, maar om de vraag wat Jezus mag doen, ook op sabbat. En dat is dan ook de spits van deze historie. Jezus zegt: Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook. Dat is een veelzeggend woord. Want in Genesis staat dat God op de sabbat rust en geniet van zijn schepping. Dat was voor de zondeval. Maar nu, nu heel de wereld in zonde is gevallen, en zeker wanneer Jezus hier op aarde zijn werk doet, is er voor zijn Vader geen rust meer. En ook voor Jezus niet.

God neemt geen rust meer totdat hij heel zijn schepping heeft bevrijd van zonde en dood. Daarom geneest Jezus deze man, juist op sabbat. Tegelijk laat Jezus duidelijk zien, dat hij dus niet gekomen is om zoveel mogelijk mensen van hun aardse ziekten en ongemakken af te helpen. Hij heeft een veel grotere taak. Hij komt ten diepste om ons te verlossen van onze zonden.

Want, waar zonde is, is schuld. En voor zondige mensen is er op geen enkele manier een weg naar God de Vader. Dat is de grote narigheid voor ieder in deze wereld. Niet maar dat je allerlei ziekten en rampen kunnen treffen, maar dat je het eeuwige leven misloopt. Het leven zoals God dat in het begin heeft bedoeld.

Jezus geneest. Nou en of. Maar het is maar de vraag of je ziet met welke genezing de Heer naar ons toekomt. Blijven we stilstaan bij de tekenen die hij doet, of worden we daardoor juist nieuwsgierig naar de grote verlossing die hij geeft aan ieder die in hem gelooft.

Kijk, het is prachtig als onze Heer Jezus tekenen doet, ook in onze tijd. Er zijn kerken die dat heel erg vergeten zijn. Er zijn kerkleden die het gewoonweg ontkennen: er zijn geen wonderen van Jezus meer, zoals die er vroeger waren. Maar Jezus is machtig en hij blijft machtig. Ook in onze tijd. Als hij tekenen geeft van zijn majesteit, van zijn priesterlijke ontferming in deze wereld, dan is dat geweldig. Maar we moeten niet bij die tekenen blijven staan.

Hij geeft ze om ons door die tekens te laten zien dat hij een veel grotere verlossing op het oog heeft. Wie een wonder heeft ervaren in zijn of haar leven weet toch zeker dat hij eens zal sterven, een wondergenezing helpt daar echt niet tegen. Maar iedereen weet hoeveel macht hij heeft en iedereen in de omgeving te Bethesda was daar getuige van. Ze hebben Jezus gezien in dat wonder.

En dan is de vraag: hoeveel van die mensen in Bethesda hebben zich door dat wonder laten overtuigen van die grote verlossing die bij Jezus te vinden is? Dat geldt net zo goed voor ons. Als je van zo’n wondergenezing getuige mag zijn, zeg dan niet: waarom worden er niet meer mensen genezen, waarom mijn gehandicapte moeder niet, waarom mijn verlamde vader niet, waarom mijn blinde kind niet?

Maar prijs luidkeels en met vreugde de Heer dat hij ook in onze tijd nog zichtbare tekenen en wonderen bij enkelingen doet om ons allemaal te overtuigen van het onzichtbare wonder van het eeuwige leven dat hij geven wil aan ieder die gelooft en daarom van harte Jezus eert en hem dankbaar als zijn Verlosser aanneemt.

 

Prijs Jezus hartelijk nu en tot in eeuwigheid om zijn grote en onvoorstelbare genade

Amen.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De meditatiehouding

Standaard

    categorie : meditatie en yoga

 

 

 

De meditatiehouding en de mentale houding

 

Een goede houding is zeer belangrijk tijdens het mediteren. De activiteit van de geest en de houding werken samen.  Als we een meditatiehouding kiezen moeten we rekening houden met het feit dat

de meditatie houding ons in staat stelt goed te ontspannen

de meditatie houding ons in staat stelt alert en wakker te blijven

.

 

 

.

Veel mensen stoppen met mediteren omdat ze geleerd hebben in een houding te zitten die enkel gebaseerd is op alertheid. Voor de meeste westerlingen is het zeer moeilijk om lang in de kleermakerszit of lotushouding te zitten. Door pijn en ongemak wordt het steeds moeilijker om de concentratie vast te houden.

Soms komen er twijfels bij over het nut van meditatie. Sommigen vinden het te moeilijk en vragen zich af of meditatie wel voor hen geschikt is. Dit is een foute conclusie. Niets of niemand kan iemand verplichten om een meer comfortabele positie aan te nemen.

Meditatie is lichaam en geest doen één worden, de houding is van ondergeschikt belang. Voor mensen die langer mediteren is het goed om naar een meer traditionele meditatiehouding over te gaan zoals de kleermakerszit of de lotushouding. Na veel oefenen stellen zij ons in staat om nog alerter en bewuster meditatie te beleven.

 

 

 

 

 

Een juiste mentale houding

 

Meditatie is meer dan in een goede fysieke houding zitten en de juiste techniek toe passen. De mentale houding en instelling is zeker zo belangrijk. We moeten ervoor zorgen dat we een juiste attitude en houding gaan scheppen om verandering in ons bewustzijn te gaan bekomen. Dat kan door vooroordelen te laten varen, door niet resultaatgericht bezig te zijn, door niet te oordelen, door te accepteren en gemotiveerd te blijven.

 

 

vooroordelen laten varen

 

We zouden vooroordelen niet mogen toelaten in ons denken omdat ze ons het uitzicht belemmeren. Ga het leven tegemoet alsof elke belevenis iets nieuw is. Het is belangrijk om zonder vooroordeeld in het leven te staan. Laat elke ervaring tijdens het mediteren zonder emotie in je geest komen waardoor je steeds dichter bij de kern van jezelf komt. Dan zul je zien dat het leven vanzelf eenvoudiger wordt.

 

 

geen resultaatgerichtheid

 

Met mediteren kan je nooit wat fout doen. Slaag je erin om je verwachtingen en resultaatgerichtheid los te laten, dan zul je de voordelen die mediteren met zich meebrengt spoedig ervaren. Als je geen verwachtingen koestert is het onnodig om een oordeel over jezelf te vellen. Zo worden onmogelijke doelstellingen, eisen of stress vermeden.

 

 

niet oordelen

 

Oordelen is het voortdurend evalueren van ervaringen in het hoofd. Elk oordeel brengt een gevoel met zich mee, positief of negatief. Een eerste indruk kan vaak de verkeerde indruk zijn. Daardoor krijgen we stress. Het zal ons nooit lukken om de goede en slechte dingen in ons leven onder controle te houden. Als we op onze eigen geest gaan letten ontdekken we dat we voortdurend oordelen over onze ervaringen, situaties en andere mensen. Tijdens het mediteren leren we bij het afdwalen van onze gedachten terug te keren naar het meditatieobject. Daardoor verliest ons oordeelvermogen aan kracht. Het loont de moeite om deze methode in het dagelijks leven toe te passen.

 

 

Accepteren

 

Acceptatie betekent dat je bereid bent de dingen te zien zoals ze zijn en je ermee verzoent. Aanvaard ook de vervelende dingen in je leven. Verzet tegen de realiteit  kost energie en vertroebelt het uitzicht. Reageren op een persoon of situatie is op  eigen gevoelens inwerken. Het is niet de bedoeling om alles leuk te gaan vinden, altijd tevreden te zijn of passief te worden. Acceptatie helpt een situatie helderder in te schatten waardoor je beter beslissingen kunt nemen.

 

 

motivatie

 

Om te mediteren is een goede motivatie en zelfdiscipline belangrijk. Het is goed na te denken waarom je wenst te mediteren. De meeste mensen stoppen met mediteren in het begin bij gebrek aan karakter en ongeduld voor de nog ontbrekende resultaten. Probeer dagelijks op hetzelfde tijdstip te mediteren. Dat zal de kans op het slagen in je doelstellingen vergroten. Zie dat meditatie geen verplichting wordt. Panikeer niet mocht je het een dag moeten overslaan. Heb geduld, de voordelen zullen zeker komen.

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De geestelijke ontwikkeling van de mens.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

.

 

hildegard von bingen

 

.

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Geest, ziel en lichaam

.

Dat er met de mens een verhouding tussen geest, ziel en lichaam samenhangt, wordt wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt.
Zie artikel ” de geestelijke wereld “.

.

 

scivias-t-11

.

 

 

2. De geestelijke vermogens

.

De eigenschappen van de geestelijke vermogens worden opgesomd in de tekst bij het visioen Scivias Boek II,2:
Er is namelijk sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

.Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

.
Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is de waarheid) en duidt de Vader aan.
(Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is de levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is het bewustzijn) en duidt de Heilige Geest aan.
(Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is de zachtmoedigheid) en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.

 

.

Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

In het Liber Divinorum Operum bij visioen 1

 

ldo-visioen-1

 

.

 

ldo-visioen-1-b

.

 

“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt. Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.
En ik ben het equalis leven (‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens).”

 

.

rationalis
equalis
officialis
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

Het Liber Divinorum Operum, visioen 4

 

 

ldo-visioen-4

 

.

Het vierde visioen van het Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel (geest) in het lichaam werkt. De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart.

Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken.
Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is het immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel (geest) naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht.

Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden. De ziel vliegt in de mens met vier vleugels (bewegen: willen), namelijk met het waarnemingsvermogen(sensualitas), met het verstand (intellectus, denken) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali, voelen).

Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees; door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis, namelijk van het goede en kwade, voltooit de mens elk werk in de ziel, waardoor de innerlijke verscheidenheid ervan getoetst wordt: welke werken door de geest verlossing door God verlangen, welke door het vlees het eerbetoon eigenlijk van de mensen begeren.

 

 

.

3. De geestelijke ontwikkeling (en)

.

4. De geestesgesteldheid van onbewuste vereenzelviging,

gehechtheid, eenzijdigheid (en)

.

5. Bewustwording, bevrijding, zelfverwerkelijking

 

.

In de drie visioenen die in Scivias Boek I ( miniaturen T5,T6 en T7) staan beschreven, wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest (de vurige bol) door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking. Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

.

 

 

Sivias T5 : geboorte uit de hemel en de levensweg op aarde

 

.

scivias-t5

 

.

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de algeest): in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, levengevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).

En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur.

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording).

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

 

.

De rechter helft van de miniatuur, die uit vijf afbeeldingen bestaat, toont de levensweg van de mens. De onderste drie laten de beproevingen zien die de mens op aarde heeft te verduren om zich staande te houden tegenover allerlei verleidingen.
De vierde afbeelding toont de mens die tot bezinning is gekomen en besluit zich weer tot God te richten. De bovenste toont de mens die de geestelijke vermogens (de vleugels) tot ontwikkeling heeft gebracht en zich daardoor niet meer laat afleiden van de rechte weg. Zijn lichaam is een tempel Gods geworden.

 

.

 

Scivias T6 : de beproefde, zich tot God richtende mens bij zijn gang over de aarde

 

.

scivias-t-6

 

.

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Dit visioen toont de mens die op aarde aan verleidingen blootstaat, maar die zich vastberaden tot God wendt (de opgeheven handen beduiden een biddende houding).

 

 

.

Scivias T7 : overlijden en terugkeer naar huis

 

.

scivias-t-7

 

.

“Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken; en ‘dat zij zich ervan losmaakte en haar woonplaats aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar vrees inboezemt, omdat zij het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God.

En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn; en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’:

zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.”
(namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).

 

.

 

Scivias T25 : de vrije keuze van de mens

 

.

scivias-t25

 

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen, terwijl rechts van haar zes welwillende gelovigen naderen en links drie personen zich vijandig gedragen. Deze mensen komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich bevindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel belangrijks in de geschiedenis van de Verlossing.

Hildegard geeft deze Godskracht of deugd, de naam van Scientia Dei dat is het ‘Weten van God’ of de ‘Godskennis’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt. Op de eerste plaats het kennen of het weten van God, wie aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. Op de tweede plaats betekent dit het weten van de mens over God. Het antwoord van de mens, die uit vrije wil geloof schenkt aan de openbaring van het Woord Gods.

Hier komt de scheiding der geesten: zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed, maar zij die zonder kleed binnendringen, worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat, de ongelukkigen door zijn dienaars liet ophalen, opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter verwacht dat hij komt in een feestkleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er wel gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uitverkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God in zijn goddelijke ijver om de ongelovigen te bekeren, samen met de gelovigen gaat beginnen de drie gemetselde muren op te trekken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het door strenge discipline (de ‘Wetten van Mozes’).

 

.

 

6. Gebed als godsbezinning, de hereniging

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel te bereiken.
Heel Scivias en Liber Divinorum Operum zijn doordrongen van de raad zich altijd in gebed tot God te richten.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

De wereld van de geesten.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

hildegard von bingen

.

 

 

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Omschrijvingen van de geest

.

Hildegard gebruikt niet het begrip ‘geest’ maar het begrip ‘ziel’. Het was in haar tijd gebruikelijk het begrip ‘ziel’ in die zin te gebruiken, naar aanleiding van de uitspraak van het vierde Concilie van Konstantinopel (869-870), canon 11: De mens heeft een rationele en intellectuele ziel.

In haar tijd was de kerk oppermachtig en het was niet raadzaam tegen haar leer in te gaan. Hildegard laat daarom de ‘ziel’ doen wat in geestkunde de ‘geest’ zou doen. Zij maakt ook gebruik van de leer van de Drieëenheid, maar geeft daar wel een geheel eigen uitleg aan: de drie personen staan voor de drie geestelijke vermogens van God.

 

 

 

2. Omschrijvingen van God

 

.

Scivias miniatuur, boek ll

Scivias miniatuur, boek ll

 

 

.

Dit is het eenvoudigste maar ook belangrijkste miniatuur van Scivias, waarover de stem van het levende Licht tegen Hildegard zegt:

.
“Dit is de diepe zin van het grote goddelijk geheim, dat helder door je werd aanschouwd, dat je zou inzien hoe groot die volheid wel is, welke geen oorsprong kent en nooit vermindert en aan wier kracht alle ‘levensstromen’ (de geschapen, menselijke geesten als ‘krachtbron’) ontspringen. Immers, als bij de Schepper en Heer de eigen levenskracht leeg zou zijn, wat zou dan zijn schepping niet leeg zijn; naar waarheid zou zij ijdel zijn. Nu herkent men in het volmaakte werk het diepste wezen van de Maker zelf”.

Duidelijk gaat Hildegard hier van de zichtbare orde der geschapen dingen over naar de innerlijke rangorde van God zelf. De goddelijke liefde voor de mens heeft zich geopenbaard door de schepping en verlossing van de mens. Hier vinden het innerlijke leven terug van God zelf. In dit visioen schrijft Hildegard als volgt:

“Toen zag ik een zeer helder licht en daar middenin een saffierblauwe mensengestalte, die geheel in een zeer zacht roodachtig trillend vuur gloeide. En dat heldere licht doordrong geheel het roodgloeiende vuur. En het roodgloeiende vuur doordrong geheel het heldere licht. En dit heldere licht en dat roodgloeiende vuur doordrongen geheel die mensengestalte. Aldus waren zij één licht, bestaande in één kracht van mogelijkheden.”

 

Er is m.a.w. sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (komt overeen met zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

“Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is waarheid) en duidt de Vader aan.
(m.a.w. Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is bewustzijn)  en duidt de Heilige Geest aan.
(m.a.w. Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is zachtmoedigheid)  en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(m.a.w. Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.”

 

.

Drieëenheid kenmerken vermogens
Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.De stem van het levende licht:

“Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht.”

 

.

Het Godsbeeld in Liber Divinorum Operum, Visioen 1

 

.

liber-divinorum-operum-1-i1

 

.

 

Hildegard:

 

“In het midden van de zuidelijke windstreek aanschouwde ik in de geheimen Gods een prachtige gestalte: Zij leek op een mens. De schoonheid en helderheid van het gezicht was zo mooi dat het gemakkelijker zou zijn geweest in de zon te kijken dan naar dit gezicht.

Het hoofd was met een gouden kring omgeven: in deze kring domineerde een tweede gezicht, dat van een grijsaard, het eerste; zijn kin en baard raakten de top van zijn schedel. Aan beide zijden van de hals van de eerste gestalte was een vleugel te zien. Deze vleugels waren geheven en raakten elkaar boven de gouden kring.

Uit de uiterste punt van de kromming van de rechtervleugel kwam de kop van een adelaar; zijn ogen van vuur straalden als in een spiegel de engelachtige pracht uit. Op hetzelfde punt in de linkervleugel was een mensenhoofd te zien dat schitterde als een ster. Beide figuren waren met het gezicht naar het oosten gekeerd.

Vanuit de twee schouders van de gestalte raakte een vleugel tot de knieën. De gestalte was bekleed met een gewaad dat straalde als de zon. In haar handen droeg ze een lam dat schitterde als een met licht overgoten dag.

Met de voet verbrijzelde de gestalte een schrikwekkend, lelijk en zwart monster en een slang. De slang hield het rechteroor van het monster tussen haar tanden. Het lijf van de slang kronkelde om het hoofd van het monster, haar staart reikte aan de linkerkant van de gestalte tot haar voeten.”

 

.

De stem van het levende Licht bij dit beeld:

“Ik ben de hoogste vuurkracht, die alle levende vonken heb aangestoken en geen enkele sterfelijke dingen heb uitgeademd, maar ze in leven roep; ik heb de cirkelende cirkel (kringloop, draaikolk) met mijn bovenste vleugels, d.i. met wijsheid, ontworpen door er omheen te vliegen.

Maar ik ben ook het vurige leven van de goddelijke wezenheid en vlam op boven de schoonheid van de akkers, ik schitter in de wateren, ik brand in de zon, de maan en de sterren. En met de wind van de lucht voorzie ik alles op een levengevende wijze van een onzichtbaar leven, dat alles ondersteunt.

De lucht leeft immers in de groenheid (levenskracht) en in de bloemen, de wateren vloeien alsof ze leven, ook de zon leeft in zijn lucht; en wanneer de maan op het punt staat te verdwijnen, wordt ze door het licht van de maan aangestoken, zodat ze als het ware weer tot leven komt; ook de sterren lichten op in zijn licht alsof ze erdoor leven.

Ik heb ook de zuilen, die de hele wereldbol bevatten, gemaakt, namelijk de winden die de onderste vleugels bevatten, – dat zijn de zachtere winden – en die door hun zachtheid de sterkere winden in bedwang houden, zodat ze niet op gevaarlijke wijze zouden waaien; net zoals het lichaam de ziel bedekt (beschermt) en bevat, opdat ze niet zou sterven.

Net zoals ook de zieleadem het lichaam bijeenhoudt en het sterkte geeft, zodat het niet zou doodgaan, net zo bezielen de sterkere winden de haar onderworpen winden, zodat ze hun taak op eenstemmige wijze kunnen uitvoeren.

Zo ben ik, de vuurkracht, in hen verborgen. En terwijl ik in hen ben, branden ze uit mijn bron, zoals de zieleadem de mens voortdurend in beweging brengt en zoals de winderige vlam in de zon is. Al deze dingen leven in hun essentie en ze zijn niet in de dood gevonden, want ik ben het leven.

Ik ben ook de racionalitas (‘berekenen’: denken), die de wind van het klinkende woord bevat, waardoor elk schepsel gemaakt is; en in al die dingen heb ik mijn adem geblazen, zodat geen van deze dingen, geen enkele soort ervan sterfelijk is. Want ik ben het leven.

Want ik ben het volledige leven, die niet van de stenen afgetrokken is en niet gebloeid is op takken en niet geworteld is in de kracht van de man; integendeel, alles wat levend is, wortelt in mij. De racionalitas is immers de wortel; het klinkende woord bloeit echter in die wortel.

Vandaar: aangezien God racionalis is, hoe zou het dan kunnen dat hij niet werkzaam zou zijn, daar zijn gehele werk in de mens tot bloei komt? Want hij heeft de mens naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt en hij heeft alle schepselen volgens hun maat in deze zelfde mens afgedrukt.

Want in de eeuwigheid reeds heeft God zijn werk, namelijk de mens, tot bestaan willen brengen; en toen hij dit werk tot een goed einde bracht, gaf hij hem alle schepselen, zodat hij met hen zijn werk zou kunnen uitvoeren, net zoals ook God zélf zijn werk, namelijk de mens, heeft gemaakt.

Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij; en ik ben het equalis leven in de eeuwigheid, die niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (nl: racionalis – officialis – equalis).

Want het feit dat ik boven de schoonheid van de akkers opvlam, dat is de materie en dat is de materie waaruit God de mens heeft gemaakt; en dat ik in de wateren schitter, dat is zoals de ziel, want zoals het water de aarde volledig bevloeid heeft, zo heeft de ziel het hele lichaam doorlopen. Het feit echter dat ik in de zon en de maan brandt, dat is de racionalitas; de sterren immers zijn ontelbare woorden van de redelijkheid.

En dat ik met de wind van de lucht alles op een levenwekkende manier als met een onzichtbaar leven vul die alles ondersteunt: dat is omdat dankzij de lucht en de wind de dingen die beginnen te kiemen tot gewassen uitgroeien en als zodanig kunnen blijven bestaan, terwijl ze door niets verwijderd zijn van datgene wat ze zijn.

En weer hoorde ik een stem die zei: “God die alles geschapen heeft, heeft de mens naar zijn beeld en gelijkenis gemaakt en heeft in hem zowel de hogere als de lagere schepsels afgedrukt; en hij had hem zo lief, dat hij hem had voorbestemd voor de plek waaruit de engel (Lucifer) verdreven werd en voor hem de heerlijkheid en de eer had uitgekozen die de andere (Adam), toen hij in de zaligheid was, verloren was. Dat is wat dit visioen, dat je nu ziet, aantoont.”

.

(samenhang met de vermogens)
“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt.

Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.

En ik ben het equalis leven (betekenis ‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen; het beeld van ‘de ruiter op het paard’ is het beeld van het waarnemen en willen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens behoren tot de éne geest).”

 

.

Gods kenmerken vermogens
rationalis
equalis
officialis
redelijkheid
ruiter op paard
dienstvaardigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

.

3. Vader-Moeder-God en kinderen

.

Het Scheppingsbeeld in Liber Divinorum Operum, Visioen 2

 

.

liber-divinorum-operum-2-i2

 

.

 

Hildegard :

 

“In het midden van de borst van de gestalte die ik in de zuidelijke windstreken had aanschouwd, verscheen een wonderbaarlijk rad. Het bevatte tekenen waardoor het ging lijken op het visioen in de vorm van een ei dat ik achtentwintig jaar eerder had gehad en dat ik had beschreven in het derde deel van mijn Liber Scivias.

In de kromming van de schaal van het bovenste gedeelte verscheen een kring van hel lichtend vuur boven een kring van zwart vuur. Deze twee kringen waren met elkaar verbonden op een manier dat het leek alsof ze één waren. Onder de zwarte kring verscheen een andere kring, die op zuivere ether leek en even dik was als de twee andere samen.

Vervolgens kwam er een kring te voorschijn als van vochtige lucht, hij was even dik als de hel lichtende kring van vuur. Onder deze kring van vochtige lucht verscheen er een van witte lucht die zo hard was dat hij op de pees van een mens leek; hij had de dikte van de kring van zwart vuur. Deze twee kringen waren eveneens met elkaar verbonden alsof ze één geheel vormden.

Ten slotte verscheen er onder deze witte, dichte lucht een tweede, ijle luchtlaag, die zich over de hele kring leek uit te breiden en nu eens lichte, dan weer laaghangende, donkere wolken leek op te stuwen. Deze zes kringen waren onderling zonder enige tussenruimte met elkaar verbonden. De bovenste kring overgoot de andere kringen met zijn licht, terwijl de waterhoudende kring alle andere met zijn vochtigheid bedekte.

De menselijke gestalte bezette het midden van dit reusachtige rad. Zijn schedel bevond zich boven, terwijl de voeten de kring met dichte, witte en lichtende lucht raakten. De gestrekte vingers van de rechter- en linkerhand wezen net als de armen in de vorm van een kruis naar de omtrek.

Dit hele visioen wordt beademd door de koppen van vier groepen dieren: een luipaard, een wolf, een leeuw, een beer, met daartussen een krab, een hert, een slang en een lam. Boven het hoofd van genoemde gestalte stonden de zeven planeten tegenover elkaar: drie in de kring van lichtend vuur, één in de kring van zwart vuur, en drie in de kring van zuivere ether. Alle planeten straalden in de richting van de dierenkoppen en de menselijke gestalte. 

De kring van lichtend vuur bevatte zestien belangrijke sterren, vier tussen de koppen van de luipaard en de leeuw, vier tussen die van de wolf en de leeuw, vier tussen die van de wolf en de beer, en vier tussen die van de beer en de luipaard. Acht sterren bezetten een middenpositie en stonden elkaar bij; ze bevonden zich tussen de koppen in en zonden elkaar hun stralen, die de dunne luchtlaag raakten.

De acht andere, naast de resterende dierenkoppen, bestraalden de wolken die ertegenover hingen. Op de rechterhelft van het beeld vormden twee afzonderlijke tongen twee stromen die het wiel en de menselijke gestalte bevloeiden. Hetzelfde gold voor de linkerhelft: het waren net kolkende beekjes.”

 

.

Zoals we zien is het opgeroepen universum in het geheel niet statisch van aard: actie en reactie gaan een confrontatie met elkaar aan en houden elkaar in evenwicht, zoals de energie van vuur wordt getemperd door de vochtige kring. Het heelal staat voornamelijk bloot aan winden (geestelijke invloeden).

De leeuwekop staat voor de zuidenwind, de belangrijkste, die vergezeld gaat van de wind uit twee aangrenzende streken, verzinnebeeld door de koppen van de slang en het lam. Deze winden houden de energie van het heelal en van de mens, die de hele schepping in zich bergen, in bedwang.

Ze beschermen hen tegen de vernietiging. De zijwinden waaien voortdurend, zij het als zwakke briesjes. Op de schrikwekkend grote kracht van de voornaamste winden wordt geen beroep gedaan; dat gebeurt pas op de dag van Gods Oordeel, bij de ondergang van de wereld, om de laatste tuchtiging toe te passen. De zuidenwind zorgt voor hittegolven en grote overstromingen, de noordenwind brengt bliksem en donder, hagel en koude met zich mee.

 

 

 

4.  De liefde

 

.

De stem van het levende licht:

“Want uit deze bron des levens is de moederlijke liefde van Gods omhelzing gekomen, die ons tot leven voedde en die in gevaar onze helpster is, … die de diepste en zoetste liefde is en ons tot boetedoening onderricht.”

 

 

 

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

.

JOHN ASTRIA

Scivias Boek I, Visioen 4 : De Vuurbol

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

scivias-t-5-boek-i4

.

 

 

Het vierde visioen van Scivias: de levensweg van de geest

 

Dit visioen is een schouwspel in drie bedrijven, waarin de menselijke geest de hoofdrolspeler is. Elke akte wordt gevolgd door een monoloog van de geest, die zijn belevenissen vertelt en zich beklaagt over de moeiten en strijd die hem ten deel vallen.

– Het eerste bedrijf verhaalt het begin van de pelgrimsreis van de jonge geest.

– In het tweede bedrijf vertelt de volwassen geworden geest hoe hij belaagd wordt in zijn aardse tent, die hij zorgvuldig heeft ingericht.

– In het derde bedrijf moet de geest zijn tent verlaten om naar een ongewisse bestemming gevoerd te worden.

 

 

.

Het visioen van Hildegard

.

Toen zag ik een buitengewoon grote en zeer heldere glans, die als met vele ogen opvlamde. Zijn vier hoeken wezen naar de vier delen van de wereld. Die glans betekent een geheimenis van de hemelse Schepper, dat mij in een groot mysterie geopenbaard werd. Daarin verscheen ook een andere glans als morgenrood, dat de helderheid van een purperen bliksemstraal bezit.

En toen zag ik op de aarde mensen, die melk in hun vaten droegen en daaruit kaas bereidden. Die (melk) was gedeeltelijk vet en gaf krachtige kazen, gedeeltelijk dun en die (melk) stremde tot slappe kazen. En gedeeltelijk was die (melk) met gif vermengd en daaruit ontstonden bittere kazen.

Ook zag ik een vrouw die in haar schoot als het ware een volledig gevormde mensengestalte droeg. En plotseling bewoog deze gestalte zich, naar de verborgen verordening van de hemelse Schepper, met levendige bewegingen, doordat een vuurbol die niet de omtrekken van een menselijk lichaam had, het hart van deze gestalte als het ware in bezit nam. Zij raakte de hersenen (van de gestalte) aan en goot zich uit door alle leden ervan.

Maar toen de levend gemaakte menselijke gestalte uit de schoot van de vrouw tevoorschijn kwam, veranderde zij naar gelang de bewegingen die deze (vuur)bol in haar uitvoerde, haar kleur. En ik zag, hoe vele stormen over zulk een (vuur)bol binnen braken in dit mensenlichaam en het ter aarde neerdrukten. Maar zij verzamelde haar krachten, richtte zich moedig op en weerstond hen dapper.

Hierop volgt een klacht van de geest (voorgesteld door de vuurbol), die in het menselijke lichaam is neergedaald.

.

– Ikzelf heb de menselijke geest mogen zien als een bolvormige wolk van licht en warmte, de ‘vuurbol’; immers: vuur doet zich voor als een bewegend, schijnend licht en een bewegende, stromende warmte.

– Ik zag de menselijke geest als bolvormige wolk door verdichting uit het licht en de warmte van de goddelijke algeest geboren worden.

– Ik heb ervaren dat ik als menselijke geest in mijn lichaam kan neerdalen en er ook weer uit kan opstijgen.

 

 

 

 

 

.

voorpagina openbaring a4

 

.

 

 

JOHN ASTRIA

Demonen bestaan

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

De aanbidding van de gelddemon

De aanbidding van de Mammon, de geldgod

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Een demon is een boze niet-menselijke geest. Demonologie is de studie, theorie en/of kennis aangaande demonen. Demonen kunnen mensen beïnvloeden en zelfs bezetten. Ze staan onder de heerschappij van satan en wijken voor de macht van Jezus, de Zoon van God.

 

 

Maria Domina Animarum Maria, de koningin van elke ziel en heerseres over de demonen

Maria Domina Animarum :
Maria, de koningin van elke ziel en heerseres over de demonen

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Citaten uit het Oude- en Nieuwe Testament over demonen

.

De 32:17 Zij hebben geofferd aan de demonen, niet aan God; aan goden die zij niet kenden, aannieuwe goden, die kortgeleden gekomen zijn, voor wie uw vaderen niet gehuiverd hebben.

Ps 106:37 Bovendien offerden zij hun zonen en hun dochters aan de demonen.

Le 17:7 Zij mogen hun offers niet meer aan de demonen brengen, waar zij als in hoererij achteraangaan. Dit is voor hen een eeuwige verordening, al hun generaties door.

.Jes 13:21 maar hyena’s zullen er legeren en hun huizen zullen vol uilen zijn; struisvogels zullen daar wonen en veldgeesten daar rondhuppelen,

.Jes 34:14 En de wilde dieren der woestijnen zullen de wilde dieren der eilanden daar ontmoeten, en de duivel zal zijn metgezel toeroepen; ook zal het nachtgedierte zich aldaar nederzetten, en het zal een rustplaats voor zich vinden.

Mt 8:31 En de duivelen baden Hem, zeggende: Indien Gij ons uitwerpt, laat ons toe, dat wij in die kudde zwijnen varen.

 

 

 

Boze en onreine geesten

 

De Schrift maakt duidelijk dat demonen boze en onreine geesten zijn:

Opb 16:13 En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen als kikkers;


Opb 16:14 want het zijn 
geesten van demonen die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van het hele aardrijk, om hen te verzamelen tot de oorlog van de grote dag van God de Almachtige. 

De boze geesten die zoveel mensen bezet hadden toen de Heer op aarde was, waren demonen, en uit de vermelde gevallen leren we veel aangaande hen. In de synagoge te Kapernaüm, waar Jezus leerde, openbaarde zich een onreine geest in een bezoeker.

Mr 1:23 En terstond was er in hun synagoge een mens met een onreine geest en hij riep de woorden uit:
Mr 1:24 Wat hebben wij met U te maken, Jezus, Nazarener? Bent U gekomen om ons te verderven? Ik weet Wie U bent: de Heilige van God.
Mr 1:25 En Jezus bestrafte hem en zei: Zwijg en ga uit van hem.
Mr 1:26 En de onreine geest liet hem stuiptrekken en ging met luider stem roepend van hem uit.
Mr 1:27 En zij stonden allen verbaasd, zodat zij zich onder elkaar aldus afvroegen: Wat is dit? Welke nieuwe leer is dit? Want met gezag gebiedt Hij zelfs de onreine geesten en zij gehoorzamen Hem! 

Mr 1:28 En het gerucht over Hem ging terstond overal uit in de hele omgeving van Galilea.

Deze geest sprak door de mond van de bezetene. Hij wist wie Jezus was en erkende dienst macht. Hij wist van de straf die hem in de toekomst wacht (vers. 24). Hij beheerste niet alleen de tong, maar ook het lichaam van de bezetene: hij liet hem stuiptrekken (vers 26).

Bezetenheid gaat verder dan beïnvloeding. De satan en zijn engelen (demonen) kunnen mensen beïnvloeden zonder hen te bezetten.

De Farizeeën zeiden dat de Heer demonen uitdreef door Beëlzebul, de overste van de demonen. De Heer legde dit als ‘Satan uitwerpen door satan’ uit, waardoor wij leren dat de demonen dienaren van Satan zijn, en dat Satan als een sterke man moet worden gebonden voor zijn koninkrijk kan worden binnengevallen, Mt. 12:24-29. De demonen waren ook sterken, wat gebleken is door hun behandeling van bezetenen en door de kracht die ze bewezen door zeven mannen te verwonden en te doen vluchten, Hand. 19:16.

 

 

 

Met rede begiftigd

 

We weten ook dat ze redelijke, d.i. met verstand en redeneervermogen begiftigde wezens zijn, want ze kennen de Heer Jezus en bogen terstond voor Zijn gezag. Ze weten ook dat hun straf te wachten staat: sommigen vroegen de Heer tot Hij tot hen was gekomen om hen vóór de tijd te pijnigen, Matth. 8:29.

Mr 1:34 En Hij genas velen die aan allerlei ziekten leden, en vele demonen dreef Hij uit; en Hij liet de demonen niet toe te spreken, omdat zij wisten Wie Hij was. 

 

 

 

Hun kennis aangaande Jezus

 

In de confrontatie met de Heer Jezus geven zij er blijk van Hem te kennen: zij noemen Hem ‘de Heilige van God’, Luc. 4:34, ‘de Zoon van God’, Luk. 4:41. Ze weten dat Hij de Christus is, Luk. 4:41, en dat hij hen eens zal verderven (in de hel), Luc. 4:34.

Lu 4:33 En in de synagoge was een mens die de geest van een onreine demon had; 
Lu 4:34 en hij schreeuwde uit met luider stem: Ach, wat hebben wij met U te maken, Jezus, Nazarener? Bent U gekomen om ons te verderven? Ik weet Wie U bent: de Heilige van God. 

Lu 4:41 En er gingen van velen ook demonen uit, terwijl zij de woorden riepen: U bent de Zoon van God! En Hij bestrafte hen en liet hun niet toe te spreken, omdat zij wisten dat Hij de Christus was. 

 

 

 

Verleidende geesten

 

We worden vermaand geesten, valse profeten, die tot ons komen te beproeven:

1 Johannes 4:1. : “Geloof niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld.”.

Met deze vermaning stemt de mededeling in 1Tim 4:1 overeen dat :

“in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten en leringen van demonen.” 

Spiritisten en theosofen hebben contact met verleidende geesten en worden door hen geleerd.

 

 

 

Demonen en natuurverschijnselen

 

God draagt, onderhoudt  en bestuurt de waarneembare schepping. En onder Gods toelating speelt zijn tegenstander, satan, ook een rol van veroorzaker van natuurfenomenen. Dat de geest op stof kan inwerken bewijzen wijzelf. Onze onstoffelijke geest staat in wisselwerking met ons stoffelijk lichaam.

Boze geesten kunnen aardse fysische gebeurtenissen beïnvloeden.

Satan sloeg Job met boze zweren: “Toen ging de satan uit van het aangezicht des Heren, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn schedel toe.” (Job. 2:7)

Ook de eerdere rampen die Jobs veestapel en kinderen overkwamen, lijken door satan veroorzaakt te zijn. God gaf hem tijdelijk zulk een vrijheid van handelen ten opzichte van Job.

De occulte tovenaars van Egypte konden staven in slangen veranderen, water in bloed veranderen en een kikkerplaag veroorzaken.

Het Beest uit de aarde zal vuur uit de hemel laten neerdalen op de aarde (Opb. 13:13).

 

 

Openbaring hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

Openbaring hoofdstuk 13 ; de komst van de antichrist en de valse profeet

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

Afgoderij en demonen

 

De Schrift openbaart dat afgoderij in wezen aanbidding van demonen is, de afgod zelf is niets.

Ze offerden aan demonen, niet aan God ;  Deut 32:17; 1 Kor 10:19,20.

Zij zullen niet meer hun offers aan demonen  brengen ; Lev. 17:7 en Opb. 9:20.

Jerobeam was zo diep gezonken omdat hij priesters had aangesteld voor de demonen en voor de kalveren die hij gemaakt had ; 2 Kronieken 11:15.

Sommige Israëlieten offerden hun zonen en hun dochteren aan de demonen  ; Ps. 106:37.

Achter de aanbidding van afgoden en afgodsbeelden zitten boze, onreine geesten, zodat het zedelijk onmogelijk is om gemeenschap te hebben met de Heer Jezus en met deze demonen ; 1 Kor. 10:19-21.

De 32:16 Zij hebben Hem tot na-ijver gebracht met vreemde goden, met gruwelijke daden hebben zij Hem tot toorn verwekt.
De 32:17 Zij hebben geofferd aan de demonen, niet aan God; aan goden die zij niet kenden, aan nieuwe goden, die kortgeleden gekomen zijn, voor wie uw vaderen niet gehuiverd hebben. 

 

 

 

Toekomst

 

In een toekomstige tijd, wanneer God Zijn oordelen over de aarde zal brengen, zullen de mensen zich niet bekeren, maar demonen en allerlei afgoden blijven aanbidden, Opb. 9:20. De geesten van demonen zullen door tekenen de koningen van de aarde verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God, Opb. 16:14. En Babylon, het valse godsdienstige stelsel van de eindtijd, zal zijn “de woonplaats van demonen, en een bewaarplaats van alle onreine geesten, en een schuilplaats van alle onrein en verfoeilijk gevogelte.”, Opb 18:2.

 

Openbaring hoofstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin

Openbaring hoofstuk 9 ; de vijfde en zesde bazuin

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Wanneer Jezus zijn vrederijk vestigt op aarde, zullen de demonen zullen worden opgepakt en in de hel, die voor hen en de satan is bereid, worden geworpen. Ze worden ‘verdorven’ in de hel. Ze weten thans dat hen deze straf te wachten staat.

Mr 1:24 Wat hebben wij met U te maken, Jezus, Nazarener? Bent U gekomen om ons te verderven? Ik weet Wie U bent: de Heilige van God. 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria