Advertenties

Tagarchief: herder

Gods beloften in de Bijbel : deel 2

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

2 Gods beloften om te voorzien in noden, behoeften en zorgen 

 

 

Gen.22:14 En Abraham noemde die plaats: De Here zal erin voorzien (Jehovah-Jireh); waarom nog heden gezegd wordt: Op de berg des Heren zal erin voorzien worden.

 

 

Deut.2:7 Want de Here, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer handen; Hij heeft uw tocht door deze grote woestijn gekend; deze veertig jaar was de Here, uw God, met u, gij hebt aan niets gebrek gehad.

 

 

Neh.9:20 En Gij hebt hun uw goede Geest gegeven, om hen te onderrichten, en uw manna hebt Gij aan hun mond niet onthouden, en Gij hebt hun water gegeven voor hun dorst. 21 Ja, veertig jaar hebt Gij hen in de woestijn onderhouden, zij hebben geen gebrek gehad, hun klederen zijn niet versleten en hun voeten niet gezwollen.

 

 

Ps.23:1 De Here is mijn herder, mij ontbreekt niets;

 

 

Ps.34: 8 De Engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen. 9 Smaakt en ziet, dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt. 10 Vreest de Here, gij, zijn heiligen, want wie Hem vrezen, hebben geen gebrek. 11 Jonge leeuwen lijden ontbering en honger, maar wie de Here zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.

 

 

Ps.37:25 Jong ben ik geweest, ook ben ik oud geworden, maar – een rechtvaardige heb ik niet verlaten gezien, noch zijn nageslacht zoekende brood;

 

 

Ps.55:23 Werp uw bekommernis op de Here, Hij zal voor u zorgen; Hij zal nimmermeer toelaten, dat de rechtvaardige wankelt.

 

 

Ps.81:11 …doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.

 

 

Ps.84:11 het goede onthoudt Hij niet aan hen die onberispelijk wandelen.

 

 

Ps.127:2 Het is voor u tevergeefs, dat gij vroeg opstaat, laat opblijft, brood der smarten eet. Hij geeft het immers zijn beminden in de slaap.

 

 

Matt 6:32 Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. 33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden.

 

 

Matt.7:11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.

 

 

Luc.6:38 Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde, overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmede gij meet, zal u weder gemeten worden.

 

 

Fil.4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.

 

 

2 Kor.9:6 Bedenkt dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. 7 En ieder doe, naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief. 8 En God is bij machte alle genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn.

 

 

Hebr.4:16 Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.

 

 

1 Petr.5:7 Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Advertenties

De Heer is mijn redder!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Psalm 23

 

De Here is mijn Herder….
WAT EEN RELATIE!


mij ontbreekt niets….
WAT EEN VERZORGING!


Hij doet mij nederliggen in grazige weiden….
WAT EEN RUST!


Hij voert mij aan rustige wateren….
WAT EEN VERFRISSING!


Hij verkwikt mijn ziel….
WAT EEN GENEZING!


Hij leidt mij in de rechte sporen….
WAT EEN LEIDING!


om zijns naams wil….
WAT EEN DOEL!


Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis….
WAT EEN BEPROEVING!


ik vrees geen kwaad….
WAT EEN ZEKERHEID!


want Gij zijt bij mij….
WAT EEN TROUW!


Uw stok en uw staf, die vertroosten mij….
WAT EEN SCHUILPLAATS!


Gij richt een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen….
WAT EEN HOOP!


Gij zalft mijn hoofd met olie….
WAT EEN HEILIGING!


mijn beker vloeit over….
WAT EEN OVERVLOED!


Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen
WAT EEN ZEGEN!


Ik zal in het huis des Heren verblijven….
WAT EEN GEBORGENHEID!


tot in lengte van dagen….
WAT EEN TIJD!


Amen

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Wie zijn de “andere schapen”?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wie bedoelde Jezus met de“andere schapen”(Johannes10:16)?

 

 

De redding van een verloren schaap

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De herder is in het Oude Testament een bekend beeld voor de zorg van God voor zijn volk, voor de enkeling (Psalm 23), maar vooral voor de natie, die Hij uit slavernij leidde en voedde en beschermde (Psalm 74:1; 79:13; 80:2; 95:7; 100:3; Jesaja 63:5).

Het was geen toeval dat zowel de grote leider, Mozes, als de grote koning, David, herders waren voordat God hen riep om zijn volk te hoeden. Toen het volk Israël door zijn herders te gronde werd gericht, beloofde God dat Hij zelf zijn kudde zou redden via de Messias. God zou David aanstellen als hun herder: “Dan zal ik één herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn” (Ezechiël 34:23).

Micha zei eveneens van Jezus die in Bethlehem geboren zou worden: “Dan zal hij staan en hen weiden in de kracht van de Here, zijn God”( Micha 5:3);

en Jesaja:

“Hij zal als een herder zijn kudde weiden, in zijn arm de lammeren vergaderen…”(Jesaja40:11).

Jezus was die goede herder die door de profeten aan Israël was beloofd. Gedurende zijn leven was zijn werk beperkt gebleven tot “de verloren schapen van het huis van Israël”( Mattheüs 15:24; 10:6). Pas na zijn dood en opstanding kregen zijn discipelen de opdracht om behoudenis in Hem in de hele wereld te gaan prediken.

Voortaan werden ook de heidenen geroepen om deel te hebben aan Gods beloften: ook zij waren binnen de kudde van Israël gebracht. In de woorden van Paulus in Efeziërs 2:13: “Thans in Christus Jezus bent u, die eertijds veraf was, dichtbij gekomen door het bloed van Christus”. De toekomstige niet-Joodse gelovigen werden dus de “andere schapen die niet van deze stal zijn”. Zij zouden aan Gods volk toegevoegd worden, om één kudde te vormen; en “het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens”(Openbaring 7:17).

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De vier dieren uit de Openbaring van hoofdstuk 4

Standaard

categorie : religie

 

De vier dieren

 

“En het eerste dier leek op een leeuw, het tweede dier leek op een kalf, het derde dier had het gezicht als van een mens, en het vierde dier leek op een vliegende arend. En de vier dieren hadden elk voor zich zes vleugels rondom, en van binnen waren die vol ogen. Ze hadden geen rust en zeiden dag en nacht: Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt!” (Op 4:7,8)

 

 

 

 

Deze vier dieren zijn vier cherubs. Koning Salomo vervaardigde twee cherubs die hij vervolgens in de tempel van God plaatste. Dit kan je lezen in 1 Koningen hoofdstuk 6.  Maar deze cherubs komen ook voor in Ezechiël 1 en in 10. In Ezechiël hoofdstuk 1 krijgt Ezechiël het visioen van de levende wezens. Deze wezens vertonen veel gelijkenissen met die van Openbaringen.

“Hun gezicht leek op het gezicht van een mens, bij alle vier van rechts op de kop van een leeuw, bij alle vier van links op de kop van een rund, en alle vier hadden zij de kop van een arend.” (Ez 1:10)

 

 

Openbaring hoofdstuk 4 ; de troonsheerlijkheid van God

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Cherubs hebben allemaal een symbolische betekenis en wijzen ons naar Christus zelf

 

De eerste was als een leeuw, wat zijn koningschap symboliseert. Christus wordt ook vergeleken met een leeuw. Hij is een brullende leeuw (Amos 1:2), (Jl 3:16).

De tweede was als een kalf wat zijn priesterschap symboliseert. In Leviticus 9 kunnen we lezen dat Aaron een kalf moest offeren als zonde-offer toen hij als priester ging dienen. Dat kalf wat geslacht moest worden als zonde-offer staat ook weer symbool voor het offer die Christus heeft gegeven voor de zonde van de mens aan het kruis.

De derde was als een mens. Wat Christus als mens symboliseert toen hij hier was als onze zaligmaker, dienaar, herder, onze leermeester, De zoon des mensen, Het vlees geworden woord.

En het vierde was als een arend, wat bescherming symboliseert. In Openbaringen 12:14 lezen we de vrouw die vleugels als van een arend krijgt en de woestijn in vliegt om buiten het bereik van de slang te blijven.

“En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt, een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang.” (Op 12:14)

Deze vrouw symboliseert de kerk die beschermt wordt tegen de duivel.
Deze vier Cherubs vertonen karakter eigenschappen van Christus. Namelijk Koning, Priester, Zaligmaker en Beschermer.

 

 

 

De 4 cherubs en de 4 evangelisten

 

Er zit zelfs parallellisme tussen deze vier karakter eigenschappen en de vier evangelies.

Mattheüs schrijft vooral over zijn koningschap en het koninkrijk der hemelen,

Markus legt de nadruk meer op zijn priesterlijke kant. Als dienaar van de mens. De taak van de aardse priesters was om het volk te dienen als ze hadden gezondigd.

Lukas beschreef vooral zijn menselijke kant. De zoon des mensen.

En Johannes beschrijft vooral zijn Goddelijke kant. God als beschermer.

In de laatste drie verzen uit Openbaringen 4 lezen we hoe deze vier dieren en de 24 ouderlingen God aanbidden, hun kronen voor zijn troon neergooien, en Christus vereren als schepper van alle dingen.

“U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.” (Op 4:11)

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De heilige Konrad van Konstanz

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Konrad van Konstanz, Duitsland; bisschop; † 975

 

 

 

 

Hij moet rond 900 te Altdorf bij Konstanz geboren zijn uit het beroemde geslacht der Welfen. Hij was proost aan de dom van Konstanz en hoofd van de Domschool, toen hij in 934 tot bisschop benoemd werd. Hij mocht zich een persoonlijke vriend noemen van keizer Otto I († 973).

In een tijd dat kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zich vooral met de landspolitiek bemoeiden, bleek hij een goed herder en stond hij vanwege zijn heilige levenswandel in hoog aanzien. Zo deelde hij nagenoeg zijn hele persoonlijk vermogen uit aan de armen. Drie keer maakte hij een pelgrimstocht naar het Heilig Land. In zijn diocees stichtte hij meerdere kerken.

 

 

 

Legende

 

Een legende weet nog te vertellen hoe te Einsiedeln (Zwitserland) de inwijding van de Meinradskapel en van de kloosterkerk die aan Maria zou worden toegewijd, in zijn werk is gegaan.

In de dagen die aan de feestelijke wijding voorafgingen, hadden zich vele gasten, pelgrims en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders ter plaatse verzameld. Bisschop Konrad kon in de laatste nacht de slaap niet vatten en begaf zich midden in het pikkedonker naar de kloosterkerk om er te bidden.

Plotseling werd hij omgeven door een hemelse liturgie. Christus zelf verscheen in bisschoppelijk ornaat, juist zoals hij zelf, Konrad, morgen gekleed zou zijn voor de wijdingsplechtigheid. De vier evangelisten assisteerden Hem, evenals Petrus en de grote Paus Gregorius († 604; feest 3 september): ze gaven onze Heer mijter, staf en wijwaterkwast aan.

Talloze andere heiligen woonden de plechtigheid bij. Ook Maria was natuurlijk aanwezig. Tenslotte werd de kerk aan haar toegewijd. Zij troonde boven het hoogaltaar. Engelen deden intussen het werk van misdienaars en acolieten: ze zwaaiden met het wierookvat, droegen toortsen, gaven de nodige antwoorden, musiceerden en zongen hemelse mis gezangen. Konrad neuriede mee.

Toen het schouwspel ten einde was, raakte bisschop Konrad in verlegenheid. Nu de kapel door de Heer Jezus zelf was ingewijd, kon hij dat morgen toch niet nog eens over doen? Hij verkeerde zolang in tweestrijd, dat hij door de monniken tot spoed moest worden gemaand. De openingsgezangen waren al aan de gang en de bisschop was nog niet eens met de voorbereidingen begonnen. Ze reikten hem zijn tabberd, mijter en staf; ze droegen wijwater en wierookvat mee.

Plotseling klonk luid en duidelijk dwars door de liturgische gezangen heen een stem van boven: “Laat maar, broeders; het hoeft niet meer. De kapel is al ingewijd door God zelf.” Iedereen viel stil. Toen vertelde bisschop Konrad wat hij die nacht had meegemaakt. Uit dankbaarheid voor dit grote wonder werd een prachtig genadebeeld van Maria gemaakt en boven op het hoofdaltaar geplaatst, juist zoals Konrad het had gezien. Jaarlijks komen er nog duizenden pelgrims naar deze plek; en elk jaar wordt op de gedenkdag van dit wonder, 14 april, de zogeheten ‘engelenwijding’ gevierd.

Na veertig jaar het ambt van bisschop bekleed te hebben overleed hij; hij werd te Konstanz begraven in de door hem gestichte Mauritiuskerk. Later werd hij bijgezet in de domkerk.

 

 

 

 

 

Verering & Cultuur

 

Mede op grond van de vele wonderen die er na zijn dood rond zijn graf gebeurden, werd hij door paus Callistus II († 1124) in 1123 heilig verklaard. Tijdens de Reformatie werden zijn relieken in de Bodensee gegooid, alleen zijn hoofd werd gered; het bevindt zich thans in de schatkamer van de dom. Hij is patroon van het aartsbisdom Freiburg en van het bisdom Konstanz.

Koenraad van Konstanz wordt vaak afgebeeld met een kelk, waarop een spin zit. Volgens een middeleeuwse legende zou Koenraad toen tijdens een mis een spin, die in de miswijn was gevallen, met de wijn opgedronken hebben. De reden hiervoor was dat hij niet de reeds geconverteerde wijn wilde weggooien. Later is de spin weer ongeschonden uit zijn mond gekomen en vrijgelaten.

Zijn feestdag is op 26 november.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Schaap en herder in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Eeuwig leven gevend water of de eeuwige dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Schaap en herder

 

Wij lezen in de Bijbel vaak over schapen en herders. De bekendste van alle psalmen (Psalm 23) gebruikt hen als beeld van de zorg die God (en zijn Zoon) voor zijn volk heeft:

 

“De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.”

 

 

Psalm 23

 

1 Een lied van David.
.
De Heer zorgt voor mij zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
Ik kom niets tekort.
2 Hij laat mij rusten in groene velden.
Hij laat mij drinken uit rustige stroompjes.
3 Hij geeft me kracht.
Hij helpt me om te leven zoals Hij het wil,
omdat Hij dat heeft beloofd.
4 Zelfs als ik door een diep, donker dal ga,
een dal van moeilijkheden,
ben ik nergens bang voor, want U bent bij mij.
Met uw stok en uw herdersstaf
beschermt U mij en stuurt U mij bij.
Het troost mij dat U dat doet.
5 Mijn vijanden zien hoe goed U voor mij bent:
U zet een feestmaaltijd voor mij neer.
U zalft mijn hoofd met zalf-olie.
U schenkt mijn beker zó vol dat hij overloopt.
6 Uw goedheid en liefde zijn mijn leven lang bij mij.
Ik mag mijn hele leven dicht bij U zijn.

 

 

De goede herder

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Maar de taak van de traditionele herder in het Midden-Oosten verschilt enorm van die van een West-Europese herder. Om een begrip te vormen van de betekenis van wat hierover in de Bijbel wordt verteld, is het nuttig eens te kijken naar die oude gewoonten, die de Arabieren in het moderne Israël nog steeds vasthouden. Omdat Psalm 23 van de hand van David komt, weerspiegelt het de herderspraktijken in de heuvels van Judea, ten zuiden van Jeruzalem. Het terrein is er ruig en schraal, met diepe ravijnen die naar de Dode Zee afdalen. Vers 2 zegt:

 

“Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredig water (‘rustige wateren’, NBG ’51).”

 

Hier ontbreekt het niet aan groene weiden, en de boer kan de schapen er gewoon op loslaten. In de heuvels van Judea moest de herder het groen echt zoeken. Hij moest er ook op letten dat de schapen daar bleven, en niet af-dwaalden naar verlaten streken, waar geen gras groeide. Beken in dat gebied vloeien snel met cascades en water-vallen. Maar de herder heeft daar niets aan, want schapen houden niet van harde geluiden en het wilde water weerhoudt ze te drinken. Dus zijn de herder en zijn schapen aangewezen op poelen, of de zacht vloeiende delen van een beek.

Desnoods creëert hij zulke drinkplaatsen, door de stroom met stenen af te dammen. Of, hij haalt water uit een put en giet het in een drinkbak, zoals wij in Exodus 2:16 lezen. Wij zien dus hoe God in zijn wijsheid schapen op een zodanige manier geschapen heeft, dat zij een passend beeld voor ons mensen zijn. Net als zij, hebben wij een Herder nodig, die ons naar rustige plekken kan brengen, en te verfrissen door het water des levens.