Tagarchief: vertrouwen

Bijbelteksten over angst

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Geloof redt de ziel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wees niet bang, want ik ben bij je,
vrees niet, want ik ben je God.
Ik zal je sterken, ik zal je helpen,
je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand.

 

In mijn bangste uur vertrouw ik op u.

 

Ik gebied je dus: wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de Heer, je God, staat je bij.

 

Want ik ben de HEER, je God,
ik neem je bij je rechterhand en zeg je:
Wees niet bang, ik zal je helpen.

 

Met de Heer aan mijn zijde heb ik niets te vrezen,
wat kunnen mensen mij doen?

 

Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.

 

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

 

Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.

 

U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.

 

Angst voor mensen is een valstrik,
wie op de Heer vertrouwt, wordt beschermd.

 

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn?

 

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

 

Ik zocht de Heer en hij gaf antwoord,
hij heeft mij van alle angst bevrijd.

.

Wees vastberaden en standvastig. Er is geen enkele reden om bang voor hen te zijn, want het is de Heer, uw God, die met u meegaat. Hij zal niet van uw zijde wijken en u niet verlaten.

 

Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.

 

U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.

 

Zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’

 

Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen.

.

Toen ze hem over het water zagen lopen, dachten ze dat hij een geestverschijning was en ze schreeuwden het uit. Ze hadden hem allemaal gezien en raakten in paniek. Maar hij sprak hen meteen aan en zei: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang.’

 

Op God, wiens woord ik prijs,
op God vertrouw ik, angst ken ik niet,
wat kan een sterveling mij aandoen?

 

Vrees niet, kleine kudde, want jullie Vader heeft jullie het koninkrijk willen schenken.

 

Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.

 

Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen.’

 

Hoe groot is het geluk
dat u hebt weggelegd voor wie u vrezen,
dat u bereid hebt voor wie schuilen bij u,
heel de wereld zal het zien.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

.

 

Bijbelteksten over Liefde

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

liefde tussen man en vrouw

 

Pasteltekening van John Astria

.

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan.

1 Korintiërs 13:4-5 |

.

.
.

Alles wat u doet, moet u met liefde doen.

1 Korintiërs 16:14 |

.

.
.
Laat mij in de morgen uw liefde horen,
in u stel ik mijn vertrouwen,
wijs mij de weg die ik gaan moet,
mijn ziel verlangt naar u.
.
.
.
.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten,
wind ze om je hals,
schrijf ze in je hart.
God en de mensen zullen je genegen zijn
en je zult waardering ondervinden.
.
.
.

En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.

.
.
.

Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

.
.
.

Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.

.
.
.

Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad.

.
.
.

Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden.

.
.
.

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

.
.
.

Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.

.
.
.

Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.

.
.
.

Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.

.
.
.
Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten
of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg?
Zelfs al zou zij het vergeten,
ik vergeet jou nooit.
Ik heb je in mijn handpalm gegrift,
je muren staan mij steeds voor ogen.
.
.
.
.

Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad.

.
.
.

Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden.

.
.
.

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.

.
.
.

Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.

.
.
.

Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.

.
.
.

Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.

.
.
.

Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.

.
.
.
Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,
zo waardevol, en ik houd zo veel van je
dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,
ja alle volken om jou te behouden.
.
.
.
.

Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’

.
.
.
 .
 Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.
.
.
.

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

.
.
.

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.

.
.
.
Wie rechtvaardigheid en trouw nastreeft,
ontvangt leven, rechtvaardigheid en eer.
.
.
.
.

Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus.

.
.
.
Haat brengt ruzie voort,
liefde dekt alle fouten toe.
.
.
.
.

Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

.
.
.

Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.

.
.
.
.

Eenheid in de liefde

.

 

Pasteltekening van John Astria

.

.
.

Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.

.
.
.
Draag mij als een zegel op je hart,
als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur,
een laaiende vlam.
.
.
.
.
De Heer heb ik lief, hij hoort
mijn stem, mijn smeken,
hij luistert naar mij,
ik roep hem aan, mijn leven lang.
.
.
.
.

Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.

.
.
.

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.

.
.
.
Zijn woede duurt een oogwenk,
zijn liefde een leven lang,
met tranen slapen we ’s avonds in,
’s morgens staan we juichend op.
.
.
.
.

Immers: Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen, hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven.

.
.
.

Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander.

.
.
.

Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid.

.
.
.
Genadig is de Heer: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen.
Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw!
.
.
.
.

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

.
.
.
Liefdevol en genadig is de Heer,
hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
.
.
.
.

Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.

.
.
.

Barmhartigheid zij u, vrede en liefde, in overvloed.

.
.
.

Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.

.
.
.

En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen.

.
.
.
Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?
.
.
.
.

Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

.
.
.
Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid.
.
.
.
.

De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

.
.
.
Overdag bewijst de Heer mij zijn liefde,
’s nachts klinkt een lied in mij op,
een gebed tot de God van mijn leven.
.
.
.
.

En ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.

.
.
.
Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg,
hield uw trouw mij staande, Heer.
.
.
.
.

De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’

.
.
.

Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben.

.
.
.

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.

.
.
.

Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.

.
.
.

Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.

.
.
.

En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven.

.
.
.

Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.

.
.
.
.
.

De zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

.

.
.

Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.

.
.
.
Uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.
U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw naam, de handen geheven.
.
.
.
.
U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid,
uw trouw is groot voor ieder die u aanroept.
.
.
.
.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.

.
.
.

Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered.

.
.
.

Want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.

En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.

.
.
.

Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt.

.
.
.

Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.

.
.
.
Mijn zoon, een berisping van de Heer
mag je nooit terzijde schuiven,
zijn bestraffing moet je zonder afschuw ondergaan,
want de Heer straft wie hij liefheeft,
zoals een vader die houdt van zijn zoon.
.
.
.
.

‘Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’

.
.
.

Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.’

.
.
.

Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.
Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.
.
.
.
.

Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden.

.
.
.

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.

.
.
.

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

.
.
.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief,
van de trouw van de Heer is de aarde vervuld.
.
.
.
.
Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige!
Heb daarom de Heer, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
.
.
.
.
Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel.
.
.
.
.

‘Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’

.
.
.

We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.

.
.
.

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.

.
.
.

Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt.

.
.
.
Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.
.
.
.
.
Zij verkregen het land niet met het zwaard,
niet hun eigen kracht heeft hen gered,
maar uw rechterhand, uw arm,
het licht van uw gelaat. U had hen lief.
.
.
.
.
Halleluja!
Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer en met liefde voor zijn geboden.
.
.

Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad.

.
.
.

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

.
.
.

Je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.

.
.
.
U, Heer,
u weigert mij uw ontferming niet,
uw liefde en uw trouw
zullen mij steeds bewaren.
.
.
.
.

Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.

.
.
.

Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de HEER, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.

.
.
.

In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.

.
.
.
Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen,
toon uw trouw en red uw dienaar.
.
.
.
.

Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in ​vrede​ met elkaar – dan zal de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ met u zijn.

.
.
.

Hoe kan Gods ​liefde​ in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn ​hart​ sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

.
.
.

‘Pleeg geen ​moord, pleeg geen ​overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.

 

 

 

 

God werkt door ons heen.

Standaard

categorie : religie

 

 

God werkt door ons heen

 

2014-11-25-19-18-20_kracht%20van%20de%20heilige%20geest

.

.

 

Efeziërs 3: 20-21

 

Laat het volgende uit Efeziërs 3:20-21 eens op je inwerken: “God kan oneindig veel meer doen dan wij ooit kunnen bidden of beseffen” en besef dan eens goed wat een geweldige omschrijving dit is van het vermogen van God om in en door ons te werken.

En toch ligt onze focus vaak grotendeels op wat wij graag willen dat Hij kan doen om ons heen: ‘als Hij nou dit of dat wil veranderen of dit probleem wil oplossen, dan zal dat mijn leven gemakkelijker maken’.

Maar Hij nodigt ons uit om verder dan dat te denken en Hem om grotere dingen te vragen . Hij wil ons namelijk veranderen! Zijn Geest heeft meer dan genoeg kracht om al onze levens van binnenuit te veranderen, maar deze veranderingen van binnenuit nemen vaak een langere tijd in beslag en is iets wat wij zelf moeten willen.

Geestelijke vruchtdraging vergt tijd om in te groeien en te rijpen en kan vaak gepaard gaan met vallen en opstaan. Dat is waarom we geduldig moeten zijn en geloven dat Hij in ons werkt, zelfs al zien we niet gelijk de resultaten. God heeft geen haast en Hij zal ons nooit opgeven. De Heer heeft een doel met je leven en bedenk dat Hij hier constant aan werkt in al je gaan en staan!

Naast dat Hij met ieder van Zijn kinderen een plan heeft, heeft Hij eveneens een overspannend doel om elke gelovige te spiegelen naar het beeld van Zijn zoon Jezus Christus. Om dit te kunnen voltooien brengt Hij ons soms in situaties waar we zelf geen raad mee weten, maar waar God precies weet wat hij doet. Onthoud dat Hij ons geen last op de schouders legt die door ons niet te dragen zou zijn, ook al lijkt dat soms wel! Met elke situatie geeft Hij ons ook een uitweg en door hiervan gebruik te maken zal je geestelijke groeien!

Wat zou je op dit moment graag willen dat de Heer in jou zal doorwerken? De volgende keer als je de Bijbel leest, kijk, zoek dan naar de eigenschappen die voor God waardevol en belangrijk zijn en vraag Hem om deze eigenschappen door te laten werken in jouw leven. Vertrouw dan op Zijn eigen woorden en belofte dat Hij zelfs nog meer zal doen en geven dan je hebt gevraagd of maar kunt voorstellen. Het gaat om het vertrouwen en geloven dat Hij het beste met je voorheeft en het beste in jou wil laten doorwerken.

.

.

.

Psalmen 37:4

.

Verheug u in de Here; dan zal Hij erop toezien dat u


alles krijgt wat u nodig hebt en waarnaar u verlangt.

 

.

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Preview van het boek “De Openbaring”

Standaard

categorie : de Openbaring

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne kop a4

 

 

Te verkrijgen als boek of als PDF bestand.

 

 

 

     Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus.‘’

Openbaring 1 : 3 > ‘’gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij.‘’

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt: ‘’ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt.‘’

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. De mens hoort de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele pre-ken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan .

 

 

 

 

Waarover gaat Psalm 78?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Psalm 78

 

 

Inleiding

 

Net als psalm 105 en psalm 106 is psalm 78 een historische psalm. De dichter spreekt over de wonderen in Egypte en in de woestijn tot aan Israëls verlossing. Doel van de psalm is op te wekken tot vertrouwen op God en het bewaren van zijn geboden. De dichter wil met zijn lied niet alleen een onderwijzing meegeven, maar ook hoop geven voor de toekomst, op grond van het nieuwe begin, waarmee de psalm eindigt.

 

 

 

 

 

 

 

Literaire kenmerken

 

De psalmdichter maakt gebruik van oude tradities binnen het volk Israël die met name in verhalende vorm bekend zijn. In de weergave van deze oude tradities lijkt de dichter de werkwoordsvormen van het proza toe te passen. Tegelijk voorziet hij deze tradities van zijn eigen commentaar, waarbij hij meer dichterlijke vormen gebruikt. Niet altijd is duidelijk wanneer de dichter tradities doorgeeft en wanneer hij zijn eigen commentaar naar voren brengt.

De psalm bestaat uit een korte inleiding ( deel 1) gevolgd door zes delen, waarvan er drie ( deel 2,3 en 7) inzetten met een ‘positief’ handelen van de Here God ten opzichte van Israël en drie met een ‘ negatieve’ reactie van de mensen die daarbij betrokken zijn (deel 4, 5 en 6). Vanwege de lengte van deze psalm zal hij per deel worden besproken in plaats van per vers.

 

 

 

Datering

 

De psalm kan worden gedateerd na de bouw van de tempel, op grond van vers 69. Over de precieze datering van deze psalm wordt verschillend gedacht. Sommige uitleggers gaan ervan uit dat de psalm inderdaad door Asaf is geschreven. In dat geval is de psalm kort na de tempelbouw ontstaan. Anderen menen dat de psalm van later datum is, uit de tijd na de ballingschap.

 

 

 

Commentaar

 

[1-4] 

De dichter richt zich tot een breed publiek, hij spreekt tot het hele volk. Men moet de berichten over het handelen van de Here God doorgeven aan het nageslacht, zodat de kennis daarover blijft bestaan. Dit doet denken aan de opdracht die God geeft in Exodus 10:2 en Exodus 13:14. De dichter noemt zijn psalm een ‘spreuk’, een ‘leerdicht’. Het belangrijkste onderwerp zijn de wonderen die de Heer verricht heeft. De dichter bezingt zijn grootheid.

 

 

 

[ 5-11]

De dichter verwijst naar het initiatief van God om een relatie aan te gaan met het volk waaraan de namen ‘Jakob’ en ‘Israël’ verbonden zijn. Het is belangrijk dat Gods betrokkenheid met het volk wordt doorgegeven aan de volgende generatie, zodat zij niet worden zoals hun vaders: opstandig, weerspannig, onbetrouwbaar. In vers 9-11 noemt de dichter hier een voorbeeld van: de Efraïmieten bleven in gebreke ten dage van de strijd. Dit is ontrouw jegens de Here en Zijn verbond. De verwerping van Efraïm komt later in deze psalm nog ter sprake (vs. 60,67).

 

 

 

[12-29]

De dichter onderstreept dat de ‘ vaderen’ Gods wonderen wel moesten zien, het kon ze niet ontgaan. De plaats Soan ligt in Egypte, in het uiterste Noordoosten van de delta van de Nijl. Opvallend is dat de Here God enerzijds het water in bedwang hield (vers 13) en anderzijds het water juist deed stromen, in de woestijn. (vers 15-16). Vervolgens beschrijft de dichter de reactie van de Israëlieten: ze vragen om nog meer voedsel: brood en vlees. Ze vertrouwen God niet en stellen Hem op de proef. Ze vragen zich af of God wel in staat zou zijn om hen ‘brood en vlees te kunnen geven’. (vs. 20) Deze vragen roepen Gods boosheid op. Eerst komt Hij aan hun wensen tegemoet, maar daarna straft Hij hen. Duidelijk is dat de dichter zich in deze psalm niet houdt aan de chronologische volgorde. Het zenden van de kwakkels en het manna (Exodus 16) gaat vooraf aan het waterwonder van Exodus 17. Het manna wordt ‘engelenbrood’ genoemd. Met deze uitdrukking wil de dichter het wonderlijke karakter van het manna accentueren. Het is brood dat bedoeld is voor hemelbewoners.

 

 

 

[30-41]

In dit deel van de psalm staat de relatie tussen God en Zijn volk centraal. In vers 30 en 31 wordt verteld dat de Here een slachting onder het volk aanrichtte. De meeste uitleggers denken dat de dichter hier verwijst naar Numeri 11:33-35. Het volk bekeert zich, maar valt opnieuw in zonde. Hun bekering is niet echt: hun hart was niet aan God gehecht. (vs. 37) Tegenover de ontrouw van het volk, staat de barmhartigheid en vergevingsgezindheid van God.

 

 

 

[42-55]

De dichter geeft een opsomming van de tekenen die God in Egypte deed. In tegenstelling tot wat in vers 38 staat, brengt God nu Zijn toorn tot uitdrukking, wat leidt tot dood en vernietiging. Zijn volk blijft Hij echter leiden en brengt hen tot Zijn ‘heilig gebied’, het land rondom de tempel te Jeruzalem. De dichter veroorlooft zich een grote mate van vrijheid: van de tien plagen uit Egypte laat hij er vier weg. Bij de door hem genoemde zes volgt hij een eigen orde. Met de ‘tenten van Cham’ worden de Egyptenaren bedoeld, die van Cham afstammen. (zie Gen. 10:6)

 

 

 

[56-64]

Het volk volhardt echter in de ontrouw van hun vaders. Ze dienen andere goden en vergeten de Here God. De ‘hoogten’ zijn de in het land verspreide offerplaatsen, vaak van Kanäanitische oorsprong. Daarom straft God hen, het heiligdom te Silo gaat ten onder. In 1 Samuel 5 wordt dit heiligdom uitgebreid beschreven. Het lijkt erop dat er een einde is gekomen aan de relatie tussen God en Zijn volk. (vs. 62 e.v.) Over de verwerping van Silo wordt ook gesproken in Jeremia 7: 12, 14.

 

 

 

 

[65-72]

In dit laatste deel beschrijft de dichter dat dit niet het geval is. God komt opnieuw in actie en verslaat zijn tegenstanders. God verwerpt de stammen Jozef en Efraïm. Waarschijnlijk speelt hier op de achtergrond de spanning tussen het Zuiden (Juda) en het Noorden van Israël (waarvan de stam Efraïm de belangrijkste is) een rol.
De dichter beschouwt het optreden van David als een nieuw initiatief van de kant van de Here God, dat perspectieven opent voor de toekomst van heel het volk Israël.

 

 

 

 

 

 

Psalm 78

1 Een lied van Asaf, om iets van te leren.

Luister, mijn volk, naar wat ik jullie leer.
Luister naar mijn woorden.
2 Ik wil jullie vertellen over het verleden.
Ik wil jullie laten weten welke wijsheid daarin verborgen is.
3 We hebben de verhalen gehoord van onze vaders.
Zij hebben ons alles verteld.
4 Nu moeten wij het ook aan onze kinderen vertellen.
We moeten hun laten weten
welke geweldige dingen de Heer heeft gedaan.
We zullen hun vertellen over zijn kracht en zijn wonderen.

5 Hij sloot een verbond met het volk van Jakob.
Hij gaf het volk Israël een wet.
Onze voorvaders moesten die wet aan hun kinderen leren
en hun vertellen wat God had gedaan.
6 Zo zouden ook zij zijn wet kennen
en weten wat Hij heeft gedaan.
En ook zij moesten het weer vertellen aan hún kinderen.
7 Zo zouden ze leren om op de Heer te vertrouwen.
Zo zouden ze niet vergeten wat God had gedaan
en ze zouden zich aan zijn wetten houden.
8 Zo zouden ze niet hetzelfde doen als hun voorouders,
die aldoor koppig en ongehoorzaam waren.
Zij waren nooit lang trouw aan God.
9 Want toen er oorlog kwam,
kwam Israël niet opdagen,
ook al waren ze goed bewapend.
10 Ze hielden zich niet aan Gods verbond.
Ze weigerden zich aan zijn wetten te houden.
11 Ze vergaten wat Hij had gedaan,
vergaten de wonderen die Hij hun had laten zien.

12 Want Hij had wonderen gedaan
voor hun voorouders in Egypte.
13 Hij spleet de zee in tweeën en leidde hen er doorheen.
Hij hield het water tegen zodat het als een muur bleef staan.
14 Overdag leidde Hij hen met een wolk,
’s nachts met grote vuurvlam.
15 Hij spleet rotsen in de woestijn
zodat er water uit stroomde en ze konden drinken.
16 Hij liet een beek ontstaan uit de rots:
water stroomde als een rivier.

17 Toch werden ze Hem weer ongehoorzaam.
Daar in de woestijn waren ze koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze maakten Hem boos.
18 Ze daagden Hem uit
door om eten te vragen.
19 Ze zeiden:
“Kan God soms eten geven in de woestijn?
20 Toen Hij op de rots sloeg, stroomde er water uit.
Maar kan Hij ook zorgen voor brood en vlees voor zijn volk?”
21 Toen de Heer dat hoorde, werd Hij vreselijk boos.
Hij werd woedend op het volk van Jakob.
22 Want ze geloofden Hem niet.
Ze vertrouwden er niet op dat Hij hen wilde redden.
23 Toch gaf Hij de wolken een bevel.
Hij opende de deuren van de hemel.
24 Toen regende het manna! ‘Manna’ betekent: ‘Wat is dat nou toch?’ Lees Exodus 16.
Hij gaf hun hemels graan.
25 Zo aten ze engelenbrood.
Ze konden eten zoveel als ze wilden.
26 Hij zorgde ervoor dat er een oostenwind ging waaien.
Ook zorgde Hij voor een sterke zuidenwind.
27 De wind bracht vogels mee,
zo ontelbaar als het zand langs de zee.
28 Het regende vogels in het kamp,
rondom hun tenten.
29 Ze aten zoveel ze wilden.
Hij gaf hun waar ze om hadden gevraagd.
30 Nog tijdens het eten
– ze hadden het eten nog in hun mond –
31 werd God vreselijke boos op hen
omdat ze zich vol zaten te schrokken.
Hij doodde veel van de jonge mannen.

32 Toch bleven ze Hem ongehoorzaam.
Ze vertrouwden niet op zijn wonderen.
33 Toen maakte Hij hun leven zinloos.
Hun leven werd één en al ellende, jarenlang.
34 Steeds als Hij een aantal van hen doodde,
kwam het volk weer bij Hem terug
en wilden ze God weer dienen.
35 Dan wisten ze weer
dat God de rots onder hun voeten was,
dat Hij de Allerhoogste God was,
de enige die hen kon redden.
36 Maar ze bedrogen Hem.
Ze beloofden Hem dingen die ze niet meenden.
37 Ze hielden niet echt van Hem.
Ze waren niet trouw aan zijn verbond.
38 Maar omdat Hij medelijden met hen had,
vergaf Hij hun steeds hun ongehoorzaamheid
en vernietigde Hij hen niet.
Elke keer hield Hij zich in.
39 Hij dacht er aan dat ze maar mensen waren,
een zuchtje wind dat langswaait en nooit meer terugkomt.

40 Wat waren ze Hem toch vaak ongehoorzaam!
Steeds weer deden ze Hem verdriet daar in de woestijn.
41 Steeds weer daagden ze God uit.
Steeds weer dachten ze dat Hij hen niet zou kunnen redden.
42 Ze vergaten zijn macht.
Ze vergaten hoe Hij hen had gered van hun vijand Egypte.
43 Ze vergaten de wonderen
die Hij in Egypte had gedaan.
44 Daar had Hij het Nijlwater veranderd in bloed.
En niet alleen de Nijl, maar ook de andere rivieren.
Niemand kon het water nog drinken.
45 Hij had allerlei ongedierte laten komen dat hen verslond.
Daarna kikkers die hun het leven onmogelijk maakten.
46 Hij liet sprinkhanen komen
die de planten en de oogst op-aten.
47 Met hagel en ijzel
vernielde Hij de wijnstruiken en vijgenbomen.
48 Hij doodde hun vee door de hagel,
hun kudden door de bliksem.
49 Woedend was Hij.
Hij strafte Egypte met een leger doods-engelen.
50 Hij strafte hen zwaar. Hij ontzag niets en niemand.
Hij liet hun dieren door de pest doden.
51 Ook doodde Hij alle oudste zonen in Egypte,
alle eerstgeboren mannen in de huizen van Cham. Cham was één van de zonen van Noach. Hij was de voorvader van het volk van Egypte.
52 Maar zijn eigen volk nam Hij mee,
zoals een herder zijn schapen meeneemt.
Hij leidde zijn kudde door de woestijn.
53 Bij Hem waren ze veilig.
Ze hoefden nergens bang voor te zijn.
Want hun vijanden waren verdronken in de zee.
54 Hij bracht hen naar zijn eigen gebied,
naar de berg die zijn eigendom was.
55 Hij joeg de volken voor hen weg.
Hij gaf het gebied van die volken aan zijn eigen volk.
Het werd hun eigendom, hun eigen land.

56 Maar ze daagden God weer uit.
Ze waren koppig tegen de Allerhoogste God.
Ze hielden zich niet aan zijn bevelen.
57 Net als hun voorouders waren ze ontrouw aan Hem.
Ze gingen de verkeerde kant op,
zoals kromme pijlen uit een slechte boog.
58 Ze maakten Hem kwaad met hun altaren voor de afgoden.
Ze maakten Hem jaloers met hun godenbeelden.
59 God zag hoe ontrouw ze waren.
In zijn woede liet Hij Israël in de steek.
60 Hij verliet zijn heiligdom in Silo, De kist van het verbond van God was als buit meegenomen door de Filistijnen. Lees 1 Samuel 4.
de plaats waar Hij bij de mensen woonde.
61 Hij liet de kist van zijn verbond
– de plaats waar Hij woonde –
door de vijanden meenemen als buit.
62 Hij liet zijn volk door de vijand doden,
omdat Hij vreselijk boos op hen was.
63 De jonge mannen werden gedood.
De meisjes hadden niemand meer om mee te trouwen.
64 De priesters werden vermoord.
De weduwen hadden geen tranen meer over.

65 Toen werd de Heer wakker,
zoals iemand die diep heeft geslapen,
zoals een held die overmoedig roept door de wijn.
66 En Hij doodde zijn vijanden terwijl ze vluchtten.
Hij versloeg hen volkomen.

67 Hij koos niet voor de stam van Jozef.
Hij wilde niet meer wonen bij de stam van Efraïm. Vóórdat de kist van het verbond door de Filistijnen werd veroverd, stond hij in Silo, in het gebied van de stam van Efraïm.
68 Maar Hij koos de berg Sion uit
in het gebied van de stam van Juda,
de berg Sion waar Hij zoveel van houdt.
69 Daar bouwde Hij zijn heiligdom,
indrukwekkend als de hoogste bergen,
stevig en vast als de aarde.
70 En Hij koos zijn dienaar David uit.
Hij haalde hem weg bij de schapen.
71 David zou niet langer voor de schapen zorgen,
maar voor Gods eigen volk, het volk van Jakob.
72 David was een goede herder.
Hij leidde het volk rechtvaardig en wijs.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

Bidden om genezing.

Standaard

categorie : religie

]

 

 

 

 

.

Kan ik genezing van God ontvangen?

 

Misschien kamp jij wel met een aandoening of een dodelijke ziekte en ben je op zoek naar genezende gebeden. Je wil naar God uitroepen en Hem om genezing vragen! Meestal worden wij er door onze hopeloosheid toe aangezet om een bovennatuurlijke bron aan te tappen om een ernstige aandoening of ziekte te verlichten. De meesten onder ons volgen een patroon waarin we eerst op onszelf vertrouwen, dan op de medische wetenschappen en uiteindelijk tot God uitroepen en Hem om een wonderbaarlijke genezing vragen.

God geneest, omdat dat Zijn patroon is voor de openbaring van Zijn aard, door middel van Zijn Zoon. Jezus koos er vol erbarmen voor om de rijpe zweren van de melaatse aan te raken (Matteüs 8:3). Hij toonde genade, toen Hij de met korsten omgeven oogleden van de blinden aanraakte (Matteüs 9:29). Om genezing van God te ontvangen moeten wij er oprecht naar streven om ook Hem aan te raken.

“De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond” (Matteüs 14:35-36).

 

 

 

 

 

Kan ik genezing van God ontvangen als mijn geloof sterk genoeg is?

 

Elk mens heeft het vermogen om, door te bidden om genezing, zijn of haar geloof of vertrouwen uit te drukken; het geloof in de waarheid of de betrouwbaarheid van een mens, idee of ding. Je toont je vertrouwen in de autofabrikant die je remmen installeert, vertrouwen in de architect die je kantoorgebouw ontwerpt en vertrouwen in onzichtbare zaken zoals zwaartekracht, zonnewarmte of een belofte.

“Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien” (Hebreeën 11:1).

Bijbels vertrouwen en geloof worden bepaald door:

1) een vertrouwen op God in plaats van de mens, en

2) een vertrouwen op de onzichtbare macht van God.

Het uitoefenen van je geloof op het gebied van genezing kan om onconventioneel gedrag vragen. De Bijbel verhaalt over een vrouw die al twaalf jaar lang bloedingen had (Marcus 5:25-34). Zij wist dat haar aandoening Jezus volgens de Joodse wet onrein zou maken, als ze Hem zou aanraken. Maar toch strekte zij haar hand naar Hem uit en werd ze onmiddellijk genezen, toen “Jezus zich ervan bewust werd dat er kracht uit hem was weggestroomd” (Marcus 5:30).

Een oprecht geloof vereist daadkracht. Maar het is niet zo dat God ons zal genezen als we maar genoeg geloof “te voorschijn toveren”. Uiteindelijk is God Degene die ervoor kiest of we genezen zullen worden of niet.

Wanneer mensen oog in oog staan met pijn, of mogelijk zelfs de dood, dan worden hun levens hierdoor drastisch veranderd. Voor sommigen betekent dit dat hun dromen aan duigen zijn gevallen, dat hun relaties verbroken zijn en dat wanhoop hun harten verteert. Voor anderen betekent dit dat nieuwe dromen zich aandienen, dat relaties worden versterkt en dat hoop een plaats vindt in hun harten.

Een rouwende en smekende vader viel aan de voeten van Jezus neer. De twaalfjarige dochter van Jaïrus was zojuist overleden. Waarom Jezus nu nog lastig vallen? Jezus zegt tegen de vader dat hij niet bang moet zijn, maar dat hij alleen maar hoeft te geloven. Met mededogen houdt Jezus de hand van het dode meisje vast en hij brengt haar weer tot leven (Marcus 5:35-43). We moeten ons geloof en ons vertrouwen in de Jezus stellen. Hij is de bron van alle hoop en Hij heeft ons het eeuwige leven beloofd. God weet het echt het beste.

 

 

 

 

.

Kan ik herhaaldelijk genezing van God ontvangen?

 

Het antwoord op deze vraag is ongetwijfeld “Ja!”. God kan elke ziekte genezen die uiteindelijk tot onze dood zou leiden. Maar kiest God er altijd voor om ons te genezen? Nee. Het is mogelijk dat Hij ons naar aanleiding van onze gebeden geneest. Het is mogelijk dat Hij ons met behulp van kleine ingrepen geneest of met behulp van de deskundige handen van een chirurg, maar Hij kan ons ook op een manier genezen die wij medisch gesproken niet kunnen verklaren.

Gods genezing in onze levens is boven ons tijdelijke perspectief van pijn en dood verheven. Zijn wil, of Goddelijke plan, voor onze levens bestaat eruit dat wij deze aardse tent zullen inruilen voor een hemels onderkomen dat nooit te lijden zal hebben onder de gevolgen van het verval, dat het gevolg is van de zonden (2 Korintiërs 5:1-2). Voor ieder van ons, kinderen van God, zal er uiteindelijk een genezing plaatsvinden.

Als kinderen van God, kunnen we op de volgende manier om genezing bidden:

“Hemelse Vader, U bent nauw betrokken bij het gevecht dat ik op dit moment strijd. U kent de pijn en de wanhoop. U kent het verlangen van mijn hart om van deze ziekte genezen te worden. Ik vraag U nu om Uw genezende aanraking. Ik weet dat U in staat bent om mij te genezen, net als in de Bijbelse tijden.

Ik begrijp ook dat U zal kiezen wat voor mij het beste is. Ik bid dat ik door deze beproeving dichter tot U zal komen; dat U mijn troost en mijn kracht zal zijn. Ik bid dat U uiteindelijk, wat er ook gebeurt, geëerd zult worden door wat er met mij gebeurt. Ik bid dit in de naam van Jezus. Amen.”

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De 2de negentien van Bachbloesem : Elm

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

bach_bloesem_remedie_elm_-veldiep

.

 

Elm (Veld-iep)

Ulmus procera

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

 

.

Indicatie

 

Voor degenen die goed werk doen, de roeping van hun leven volgen en hopen om iets van belang te doen, en dan vaak iets dat de mensheid ten goede komt.

 

 

 

Affirmatie

 

Het leven vraagt van ons geen ondenkbaar offer; het vraagt ons om de reis van het leven af te leggen met vreugde in ons hart, en een zegen te zijn voor de mensen om ons heen. Als we de wereld net een beetje beter achterlaten als gevolg van ons bezoek, dan hebben we ons werk gedaan.

 

 

bach-bloesem-remedie-nr_-11-elm-_-veld-iep_83_0

 

 

 

Habitat

 

De gladde iep of veld-iep is een boom uit de iepen familie (Ulmaceae) die van nature voorkomt in Europa, Noord-Amerika en Zuidwest-Azië. De boom kan 30 m hoog worden.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor degenen die zeer capabel zijn en die vaak grote verantwoordelijkheid dragen, maar die af en toe het gevoel hebben dat ze niet opgewassen zijn tegen de omvang van hun taken. Daardoor worden ze soms overmand, ze struikelen en verliezen tijdelijk het vertrouwen. Het lijkt alsof ze tijdelijk de verbinding kwijt zijn, en dit zorgt dat ze zich ongemakkelijk en ellendig voelen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

John Astria

Aartsengel Michaël : het derde karmische patroon, voor-oordelen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het derde karmische patroon: voor-oordelen

 

 

 

 

3: Het karmische patroon van voor-oordelen

 

Doe de/een voor jou vertrouwde ontspanningsoefening totdat je volledig ontspannen bent. Totdat je je kalm en vredig voelt. Je lichaam en geest zijn nu ontspannen. Je bent daardoor ontvankelijk om je van de informatie bewust te worden, tegelijkertijd te verwerken en om tenslotte het geschenk van genade in ontvangst te nemen. Onze broeders en zusters aan de andere kant van de sluiers hebben ons verlangen en onze bereidheid om genade te ontvangen gehoord en zijn aanwezig om ons die te schenken.

Bij ons is op dit moment onze vaste begeleider Aartsengel Michaël aanwezig en staat te popelen om zijn boodschap door te geven. Naast hem zie ik Meester St. Germain die tijdens alle bijenkomsten die over de karmische patronen gaan aanwezig is om met zijn violette vlam het desbetreffende patroon iedere keer te zuiveren bij degenen die toestemming hebben verleent.

Dus bij deze vraag ik jullie om nu wel of geen toestemming te verlenen aan meester St. Germain om je te bevrijden van het karmische patroon van vooroordelen dat we vandaag gaan behandelen. Als je het nu één keer doet hoef je het daarna niet meer te herhalen. Ik zie ook moeder Maria en lady Faith, het vrouwelijke aspect van Aartsengel Michaël en zoals altijd is ook Meester Sananda aanwezig.

Ieder van hen heeft een schare engelen meegenomen om ons vandaag te beschermen en onze energie op peil te houden zodat wij de kracht en de moed zullen hebben om alle aspecten van dat karmische patroon te onderkennen, te accepteren en het vervolgens voorgoed los te laten.

Lieve vrienden, children of love, ik ben Michael. Zoals ik al eerder aangekondigd heb, zullen we het vandaag over het karmische patroon van voor-oordelen hebben. Het koesteren van oordelen is inherent aan het dualistische bewustzijn, aan de afgescheidenheid van de bron. Oordelen en vooroordelen hebben een belangrijke functie gehad, namelijk de dualiteit te dienen. Op deze wijze konden jullie begrijpen wat goed en wat slecht is, wat moet en wat niet mag doorzien en wat wel of niet gevaarlijk is onderscheiden.

Oordelen en vooroordelen hebben jullie nodig gehad om tussen goed en kwaad te kunnen kiezen. Deze functie was noodzakelijk anders zou jullie bewustzijn niet hebben kunnen groeien. Het huidige bewustzijn is eigenlijk aan de dualiteit te danken. Aan het kunnen onderscheiden van wat wenselijk of pijnlijk is. Op alles wat jullie bewustzijn binnenkomt, hebben jullie etiketten geplakt.

Alle handelingen, ideeën, eigenschappen, verschijnselen en alles wat in het dualistische bewustzijn bestaat, is voorzien van een etiket met de waardering goed of slecht, mooi of lelijk, groot of klein, van moet en van mag, van gevaarlijk, aangenaam of pijnlijk.

Niets in het dualistisch bewustzijn is vrij van een oordeel. Alles wordt beoordeeld op het moment dat het de hersenen bereikt. Oordelen liggen aan de basis van het ontstaan van vooroordelen. Vooroordelen zijn afkomstig uit angst. Angst om fouten te maken, angst voor je leven, je eigenwaarde, je bestaansrecht, angst voor armoede, pijn, afwijzing,  straf of mislukking.

Vooroordelen beperken jullie vrijheid, lieve vrienden. Vooroordelen staan de onvoorwaardelijke liefde in de weg. Onvoorwaardelijkheid staat tegenover vooroordelen. Door vooroordelen ben je geneigd om voorwaardelijk van iemand te houden, om alles te doen onder voorwaarden, ik doe dit als jij dat voor me doet. Dat is niet verkeerd, lieve vrienden. Begrijp me goed, wij oordelen niet, laat staan dat we jullie veroordelen. Maar de tijd van de vooroordelen, de tijd van voorwaardelijkheid loopt ten einde.

De tijd van onvoorwaardelijkheid is aangebroken. Laten we een van de vaak voorkomende vooroordelen aansnijden zodat jullie beter kunnen begrijpen wat de gevolgen van een aantal vooroordelen kunnen zijn. Een van de oudste vooroordelen, reeds ontstaan bij het begin van jullie komst in de dualiteit is het vooroordeel dat mensen die anders zijn dan jezelf, gevaar betekenen.

Dat is een basis oordeel dat nog steeds jullie culturen, op enkelen na, blijft beïnvloeden. Nazisme, nationalisme en racisme – met alle gevolgen van dien -blijven jullie planeet verontreinigen. Maar ook ruimer bekeken, alle ideeën omtrent het anders zijn leiden tot afgescheidenheid, vooroordelen, haat en geweld. We zien hoe jullie nog steeds mensen die er anders uitzien of een andere levensstijl hebben, vermijden, vervolgen, vernederen of zelfs met geweld uitroeien.

Dat vooroordeel (het onbekende is bedreigend) staat eenheid en liefde in de weg. Vanuit dat vooroordeel zijn talrijke oorlogen ontketend en is zoveel lijden voortgekomen dat leven na leven telkens groter en sterker werd. De angst voor het onbekende heeft ook veroorzaakt dat andersdenkenden, mensen met een andere culturele achtergrond als bedreiging werden gezien.

De mildste reactie op die broeders en zusters was hen uitsluiten, buiten de gemeenschap. Maar er zijn periodes in jullie geschiedenis dat mensen die anders waren, gestenigd, verbrand of op een andere manier gemarteld werden. Denk aan onze zusters die heks, kruidenvrouwtje of genezeres waren.

Denk aan de bloedige vervolgingen gedurende de Middeleeuwen. Denk ook aan de heilige oorlogen van de Westerlingen die in Naam van God alle niet Christenen de dood injoegen mits zij zich tot het Christendom bekeerden. Dat vooroordeel kende verschillende uitingsvormen: De personen die anders waren vermijden, straffen, doden, uit de gemeenschap verwijderen of  bekeren.

Bekeren in de zin dat de persoon net zo moest worden als de rest. En zie, dan komt arrogantie weer kijken. Ik ben beter, ik weet meer dan de ander. Zoals jullie inmiddels begrijpen zijn alle karmische patronen met elkaar verweven. Het een versterkt het ander.

 

 

MIN19_004

 

 

We zien dat een groot deel van de mensheid nu verdraagzaam is en open staat voor verscheidenheid en voor multiculturele samenlevingen. Toch vernemen we ook dat diep in jullie zelf, in ieder van jullie, het karmische patroon van vooroordelen nog steeds leeft. Ook in de multiculturele samenlevingen is er nog steeds discriminatie, weliswaar in een milde vorm.

Vrouwen worden nog steeds licht gediscrimineerd in de meest vooruitstrevende samenlevingen. De vooroordelen over vrouwen zitten diep in het onderbewuste verscholen en komen regelmatig aan de oppervlakte bij spontane acties. Neem bijvoorbeeld het vooroordeel dat  “Vrouwen ondergeschikt zijn aan mannen in het maatschappelijk verkeer”. Het is een feit dat over het algemeen vrouwen meer vrouwelijke eigenschappen hebben dan mannen en andersom. Bepaalde beroepen zijn geschikter voor mannen en andere meer voor vrouwen. Dat is een feit.

Maar het koppelen van waardeoordelen aan de mannelijke en de vrouwelijke eigenschappen komt rechtstreeks voort uit oude vooroordelen, die ooit ontstaan zijn om de evolutie van het soort te waarborgen. Deze oude veronderstellingen, deze oude overtuigingen zorgen nu dat vrouwen in de westerse samenlevingen zich gediscrimineerd voelen in het economisch en maatschappelijk leven.

We voelen de pijn van miljoenen vrouwen omdat ze moeizaam aan leidinggevende posities kunnen komen, omdat ze veel meer moeten presteren om dezelfde erkenning en beloning te krijgen als mannen. Op mentaal niveau  is een groot deel van de westerse samenleving het erover eens dat er geen waardeoordeel valt te geven over het mannelijke en het vrouwelijke omdat ze niet met elkaar te vergelijken zijn.

Ze zijn verschillend en complementair aan elkaar. Op emotioneel niveau speelt de oude pijn uit vorige levens nog steeds een rol en belemmert de evolutie naar de Eenheid. Een ander gebied waar nog steeds vooroordelen leven die voor pijn, verdriet en afgescheidenheid zorgen is het gebied omtrent seksualiteit. Seksualiteit heeft in de loop van jullie geschiedenis een ontwikkeling ondergaan, van middel om het soort in stand te houden tot de integratie op het hoogste niveau van jullie wezen.

Seksualiteit is niet alleen een fysieke, maar ook een spirituele emotie. Een manier om onvoorwaardelijke liefde tot expressie te brengen. We zien dat er nog steeds vele taboes op seksualiteit rusten. Veel oordelen en vooroordelen. Het meest pijnlijke zien we op kleine schaal in sommige culturen waar vrouwen besneden moeten worden omdat ze geen seksueel genot mogen ervaren. Dat vooroordeel is geworteld in het voorafgaande vooroordeel omtrent de rol van mannen en vrouwen en de mate van waardering daarvoor.

Een ander vooroordeel dat op grote schaal aanwezig is, is discriminatie van homoseksualiteit. Verstandelijk begrijpen jullie wel dat het oordelen en discrimineren van homoseksualiteit onzinnig is en dat het getuigt van gebrek aan liefde. Jullie hebben zelfs het huwelijk tussen dezelfde sekse gelegaliseerd. Toch leeft in ieder van jullie, ja in ieder van jullie, nog steeds – in een subtiele vorm weliswaar – het vooroordeel dat homoseksualiteit iets verkeerds is, iets onnatuurlijks en daarom boezemt het jullie angst in. Kijk eerlijk naar je zelf lieve vrienden, we willen jullie daarmee niet kwetsen.

We houden onvoorwaardelijk van jullie. We willen jullie absoluut niet beoordelen of veroordelen. Wij vragen alleen: Aanvaardt de sporen van dat oude karmische patroon. Het is ooit ontstaan om jullie soort te beschermen. En als je dat aanvaardt, ben je pas in staat om er afstand ervan te nemen. Begrijp dat je dat vooroordeel niet meer nodig hebt. Jullie zijn in staat om zonder vooroordelen jullie koers in het leven uit te zetten.

Jullie zijn in staat om met onvoorwaardelijkheid en verscheidenheid om te gaan. Dat verzekeren wij jullie. Daarom bieden we jullie de gelegenheid NU om jezelf te bevrijden van dit karmische patroon dat de onvoorwaardelijke liefde en Eenheid in de weg staat.

 

 

jury Het derde karmische patroon: voor oordelen

 

 

Laten we nog meer aspecten van oordelen en vooroordelen belichten zodat jullie bewustzijn geprikkeld wordt om je eigen persoonlijke vormen van vooroordelen te ontdekken.Vooroordelen hebben altijd een functie gehad, met name om als kompas te fungeren bij het creëren van je leven, ook al waren jullie je niet eens bewust dat je zelf je eigen leven creëerde. De vooroordelen waren de bakens waarbinnen jullie konden handelen. Die werden klakkeloos aangenomen.

Zelfs de religies die allemaal aan jullie geschonken zijn door onze broeders en zusters, die op aarde te incarneerden om jullie de waarheid te laten zien, zijn door vooroordelen bezoedeld. Religieuze leiders hebben uit onwetendheid en uit de behoefte aan macht velerlei vooroordelen en mythen gecreëerd omtrent de essentie.

Ze hebben de heilige boodschappen zodanig geïnterpreteerd en vervormd dat ze aan de bestaande vooroordelen konden voldoen. Laten we het Christendom eens onder de loep nemen en een aantal leugens en onwaarheden bekijken: God zetelt op zijn troon en beloont of straft, de vromen komen in het paradijs, de zondaren in de hel, homoseksualiteit is een zonde, geboortebeperking is een zonde, ieder mens is in de kern een zondaar, door gebeden en biechten worden je zonden vergeven, op zondag mag niet worden gewerkt, en nog veel meer.

Ooit hadden deze leugens een functie. Met name om bepaalde grenzen aan het gedrag van mensen te stellen om geweld en chaos zouden beperken. Tot op heden hebben nog steeds vele van jullie deze functie niet begrepen en neemt men nog steeds klakkeloos alle regels van de Kerken aan zonder naar het eigen hart te luisteren. Lieve broeders en zusters, de tijden dat jullie grenzen nodig hadden om geweld en chaos te beperken zijn Nu voorbij.

De meerderheid van jullie, onze menselijke broeders en zusters, is reeds in staat om zelf grenzen te stellen en om de eigen waarheid over God, Liefde en het Leven te scheppen. Een andere leugen, die nog steeds diep in jullie beleving gegrift is, is de overtuiging, de veronderstelling, het vooroordeel, dat de dood het einde van alles betekent. Dat is een misvatting, lieverds. Dat is geboren uit onwetendheid, het gevolg van de afgescheidenheid waardoor jullie het contact met jullie ziel kwijt zijn geraakt.

Het is onmogelijk om het leven te beëindigen. Het leven is oneindig, het is eeuwig. Alleen de vorm verandert voortdurend. Wat vinden jullie van de misvatting dat het lot, of het toeval, bepaalt wat er in je leven gebeurt? Wat vinden jullie van de misvatting dat karma een kwestie van schuld is, die afbetaald moet worden? Dat zijn allemaal leugens en vooroordelen die gezorgd hebben dat jullie steeds verder van jullie kern afdreven en je onmachtig zijn gaan voelen.

Ze hebben de mythe in jullie collectief onbewuste geschapen dat jullie slachtoffers van het lot zijn of dat jullie overgeleverd zijn aan een strenge machtige God die vanaf zijn troon oordeelt. Ze staan daarom jullie creativiteit, het goddelijk geschenk om te mogen scheppen, in de weg. Ze bedekken jullie vermogen om onvoorwaardelijk lief te hebben, om vreugde en overvloed te ervaren, met een dikke ondoorzichtige sluier. Hoe kun je vreugdevol en spontaan zijn als je altijd angstig, onmachtig en inferieur voelt?

Hoe kun je krachtig, liefdevol en tevreden leven als je er van overtuigd bent dat niemand te vertrouwen is, dat je waardeloos, slecht en altijd op je hoede moet zijn? Zien jullie nu in lieve vrienden, hoe deze leugens en vooroordelen jullie visie op jezelf beïnvloeden? Hoe denk je over jezelf, broeder en zuster? Wat zijn je eigen oordelen over jezelf? Ben je de moeite waard om vreugde, liefde en overvloed te ervaren?

Ben je goed genoeg? Hou je eigenlijk wel onvoorwaardelijk van jezelf? Aan welke eisen moet je voldoen om de moeite waard te zijn? Om succes te hebben? Hoe moet je bewijzen dat je goed en waardevol bent? Moet je beter dan je vrienden zijn? Beter dan je ouders? Beter dan je baas? Wat moet je doen om aanzien te krijgen of om bewonderd en gerespecteerd te worden?

Lieve vrienden, waardeoordelen en vooroordelen over jezelf en de ander staan jullie vrijheid, jullie vrije expressie in de weg. Deze zijn niet je eigen waarheid. Het is de collectieve waarheid van de mensheid gevormd door de zeven karmische patronen gedurende jullie evolutie op aarde. Jullie hebben deze verhalen, deze leugens, deze waardeoordelen geërfd bij de geboorte en ze zijn versterkt door de opvoeding en het leven zelf.

Ze zitten nog steeds in jullie onbewuste, ook bij jullie broeders en zusters die in de vierde dimensie verkeren. Ze vervormen en belemmeren jullie groei, jullie kracht. Ze beïnvloeden nog steeds jullie leven en creëren nog steeds karma. We vragen jullie om NU diep in jezelf te kijken en je eigen waardeoordelen, overtuigingen en vooroordelen over jezelf en anderen op te sporen, deze te accepteren te  begrijpen, jezelf te vergeven en ze los te laten.

Meester St. Germain staat klaar om met zijn violette vlam het karmische patroon van vooroordelen te transformeren. Dit leven, dit huidige leven, lieve vrienden, is voor jullie allemaal het laatste leven in de derde dimensie en dus om de kans om bevrijd te worden van het karma die de karmische patronen hebben opgebouwd van het begin van hun ontstaan tot nu.

Jullie bevrijden jezelf van het karma dat jullie gecreëerd hebben leven na leven aan de hand van vooroordelen en de schade die jullie daarmee aangericht hebben. Maak gebruik van deze gelegenheid en bevrijdt jezelf van de ketens van de dualiteit. Weet dat de volgende stap, de stap naar de Eenheid is. De stap naar de onvoorwaardelijke liefde. Dat is je toekomst. De toekomst hoeft niet ver weg te liggen, vrienden. De toekomst kan er NU voor jou zijn.

Gebruik deze kans, lieve vrienden. Iedere keer dat je vanaf morgen jezelf er op betrapt dat je aan de hand van een vooroordeel handelt, wees er dan van verzekerd dat je dat onmiddellijk zult ontdekken, je ervan bewust zal worden en dat onmiddellijk zult veranderen. Dat is de weg die jullie gaan volgen totdat het karmische patroon  of beter gezegd de gewoonte om te handelen vanuit oordelen en vooroordelen, is afgebouwd en tenslotte verdwenen.

Vandaag hebben jullie de kans om bevrijd te worden van het karma als gevolg van dit opgebouwde karmische patroon. Helaas het is onmogelijk om een karmische patroon direct door dispensatie los te laten. Het karma van dat karmische patroon zal kwijt worden gescholden, maar de gewoonte om vanuit dat karmische patroon te denken, voelen en handelen is een proces dat geleidelijk aan zal plaatsvinden, door bewustwording, keer op keer, dat je vanuit oordelen denkt, voelt of handelt.

Lieve vrienden, children of love, we houden onvoorwaardelijk van jullie en we voelen de behoefte om ons nu met jullie te verbinden. Laten we het volgende doen: Stel je ongeveer 60 centimeter boven je kruin een stralende gouden bol voor. Deze bol symboliseert jullie hogere Zelf. Hij zit nog steeds boven jullie hoofd. De komende tijd – dagen, maanden of jaren – zal jullie hogere Zelf in jullie lichaam indalen. Voorlopig moeten jullie genoegen nemen met het feit dat je je op elk moment met je hogere Zelf kan verbinden.

Ga met je aandacht naar je hogere Zelf en vraag of hij bereid is bezit te nemen van je mind, je denken en voelen. Vraag of hij bereid is om voortaan je leven te besturen. We verzekeren jullie dat het antwoord altijd JA zal zijn. Je hogere Zelf is jouw essentie, het is onmogelijk dat het niet verlangt om zich met je huidige persoonlijkheid te verenigen. Leven na leven heeft jullie hogere Zelf je bijgestaan en jullie hebben het opgemerkt als je intuïtie of als je beschermengel in moeilijke tijden. Bij sommigen van jullie neemt het hogere Zelf regelmatig bezit van de mind en verlicht je pad, maar het is onmogelijk om permanent te blijven.

Ga nu met je aandacht naar je kruin en laat symbolisch een energielijn naar je hogere zelf lopen. Dat staat op energetisch niveau symbool voor een verzoek om verbinding. Je hogere Zelf reageert direct door een energielijn terug te zenden naar je hart en vervolgens van daar uit naar je kruin. Op energetisch nivo zijn jullie nu met je hogere Zelf verbonden. Vanuit deze verbinding zijn jullie vrij om met ons, met elkaar en met alles wat is te verbinden.

Als je wil kun je lijnen sturen naar de mensen die nu om je heen zijn, naar de mensen van wie je houdt, naar mensen over de hele wereld, naar ons, naar het engelenrijk of naar de Meesters, naar de bomen, de zon, de maan, de dieren, naar de zee en de dieren die daar in leven. Vanuit je hogere Zelf kun je permanent verbonden zijn met alles wat is.

 

Jullie zijn gezegend mijn vrienden, children of love.

We houden onvoorwaardelijk van jullie,

Ik ben

Michael. 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De 7 helpers van Bachbloesem : Vine

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

800px-weinrebeblutenstand

.

 

Vine (Wijnstok)

Vitis vinifera

Een van Bach’s 7 helpers.
Bereid volgens de zonne-methode.

 

.

Indicatie

.

Uiterst bekwame mensen, overtuigd van hun eigen kunnen, vol vertrouwen op succes. Omdat ze zo zelfverzekerd zijn, denken ze dat het ook voor anderen goed zou zijn als ze ertoe overgehaald konden worden om de dingen zo te doen zoals zij ze zelf doen, of zoals zij weten dat het hoort. Zelfs als ze ziek zijn zullen ze hun verzorgers zeggen wat ze moeten doen. Ze kunnen zeer waardevol zijn in noodsituaties.

 

.

Affirmatie

.

Als we alles en iedereen om ons heen de vrijheid geven, zullen we zien dat we daardoor rijker worden aan liefde en bezittingen dan ooit tevoren, want die liefde die vrijheid geeft is de grootse liefde die des te nauwer verbindt.

 

.

55225_bach-bloesem-wijnstok-nr-32_nl-thumb-1_800x800

 

 

 

Habitat

.

Wilde en gecultiveerde wijnstokken worden over de hele wereld gevonden waar het klimaat goed is.

 

 

Chronische houding

 

Degenen die zeer uitgesproken zijn. Ze weten zo zeker hoe dingen gedaan moeten worden, zowel voor zichzelf als voor anderen, dat het hen kritisch maakt en veeleisend. Ze willen dat alles precies op hun manier gebeurt, en geven bevelen aan degenen die hen helpen. En zelfs dan zijn ze moeilijk tevreden te stellen.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

John Astria