Advertenties

Tagarchief: leer

De handtas van vroeger tot nu

Standaard

Al eeuwen is de tas het noodzakelijke ‘huisje’ van de vrouw, waarin zij haar attributen en privézaken bewaart. De tas als onmisbaar accessoire is niet alleen een verschijnsel van de laatste jaren, maar het is vanaf de vroegste tijden een nuttig gebruiksvoorwerp, zowel voor vrouwen als voor mannen.

 

 

Hangend aan de gordel of riem

 

Vanaf de late Middeleeuwen bestaat er een variatie aan tassen en beurzen. Dit waren toen al praktische accessoires bij de kleding die nog geen binnenzakken kende. Gemaakt van leer, linnen, zijde, fluweel tot prachtig geborduurd, hadden ze vakjes voor het meedragen van geld en andere persoonlijke benodigdheden. Men had een ruime keus van stoere beugeltassen met wel achttien verborgen vakjes, leren beurzen met decoratief metalen beslag tot buidel vormige beurzen aan lange trekkoorden. Met uitzondering van enkele vroege voorbeelden van tassen die om de schouder werden gehangen, zoals sommige jachttassen, werden tassen en beurzen in die tijd aan de riem of gordel gedragen. Een draagwijze die zowel voor mannen en vrouwen modieus was.

Met de komst van de binnenzakken in de mannenkleding aan het einde van de 16 de eeuw en in de 17 de eeuw raakte de tas bij de man langzaam uit. Met uitzondering van de jacht en documententas werd de tas in de volgende eeuwen het exclusieve domein van de vrouw. Naast tassen en beurzen voor het dagelijkse gebruik, kende men kleine exemplaren die gebruikt werden voor speciale doeleinden. Als huwelijksbeurs, speelbeurs, aalmoezenbeurs, reuktasje of nieuwjaarsgeschenk vervulden ze allemaal hun eigen bijzondere rol.

 

 

buidel – beursje

 

 

 

buidel hangend -fluweel-zilverdraad – eerste helt 17 e eeuw

 

 

 

Zichtbaar of verborgen: het tuigje, de beugeltas en de dijzakken

 

 

Naast tassen en beurzen voor aan de riem konden vrouwen hun beursjes ook hangen aan het tuigje. Een veel in Nederland en in sommige delen van Duitsland voorkomend alternatief om persoonlijke benodigdheden mee te nemen was de tas met zilveren beugel en haak om aan de rokband te hangen. De beugeltas werd in Nederland vanaf de tweede helft van de 17 de eeuw tot in het begin van de 20 ste eeuw gedragen.

Gedurende de 17 de, 18 de en een groot deel van de 19 de eeuw was de dameskleding zo wijd dat het gemakkelijk was om onder de rok één of twee losse zakken onzichtbaar  te dragen.  Deze zogenoemde dijzakken werden gedragen als paar, één op elke heup hangend.

 

 

tas met zijzakken -1766

 

 

 

handwerktas-bloemen-zijde-Frankrijk-17 e eeuw

 

 

De reticule, de chatelaine en de handtas

 

Onder invloed van de ontdekking van Pompeï en het herontdekken van de Griekse tempels werd in de loop van de 18 de eeuw alles wat met de Griekse en Romeinse Oudheid te maken had erg populair. Men kreeg een andere architectuur en andere meubels maar ook een heel andere mode en andere tassen. De wijde japonnen verdwenen. De japon werd sluik, de taille ging omhoog tot vlak onder de buste en een modieuze japon moest het liefst van fijne linnen of mousseline zijn. Voor de goedgevulde dijzak is geen plaats meer onder deze ragfijne japonnen. De inhoud van de dijzak verhuist naar de eerste echte voorloper van de handtas, het reticule. Het reticule had een draagkoord of ketting om in de hand te dragen. Gedurende enkele decennia bleef het modieus om de tas in de hand te dragen.

 

 

Reticule-1840-1870

 

 

Zijde-reticule-19e-eeuw

 

 

 

Tericule-1855

 

 

Met de industriële revolutie (ca.1760-1830) kwamen ‘nieuwe’ materialen als papier-maché, ijzer en geslepen staal die tevens hun weg vonden naar de tas. Een rijkdom aan tassen in aparte vormen en materialen zijn de ware ‘staaltjes’ van een nieuwe tijd. Met de opkomst van de reticule, leek de rol van de dijzakken uitgespeeld. Niets is minder waar gebleken. Het opnieuw wijder worden van de rokken leidde ertoe dat de herleving van grootmoederszakken- de dijzakken- rond 1830 met gejuich werd ingeluid. Tot in de 20 ste eeuw bleven sommige vrouwen de voorkeur aan deze zakken geven.

Het tuigje met daaraan hangende accessoires, al bekend uit vorige eeuwen, werd met de wijdere mode in de 19 de eeuw opnieuw populair. Onder invloed van de Romantiek kreeg het de nieuwe naam ‘chatelaine’ naar het Franse woord voor kasteelvrouwe, en duidend op de sleutels die de kasteelvrouw in de Middeleeuwen, als symbool van haar functie, aan haar riem droeg. Naast de chatelaine met naaigerei hing de vrouw in de 19 de eeuw een variatie aan nuttige accessoires aan de chatelaines. Een praktisch alternatief op de chatelaine was de chatelaine-tas.

Deze werd populair toen met de komst van de crinoline het dragen van een tas aan de rokband opnieuw inkwam. Met de toename van het reizen ontstaat een assortiment aan tassen voor de moderne reiziger. De kleine handbagage voor in de trein groeit uit tot de ware voorloper van de handtas, die de vrouw niet alleen op reis meeneemt, maar ook gebruikt voor op visite en bij het winkelen. Passend bij haar nieuwe rol kreeg ze de nieuwe naam handtas.

Aan het begin van de 20 ste eeuw heeft de handtas definitief de draagfunctie van de chatelaine en chatelainetas overgenomen.

 

 

dijzak 1830

 

 

 

chatelaine

 

 

 

1791 chatelaine tas

 

 

 

chatelaine tas

 

 

 

20ste eeuw

 

De sierlijkheid van de tas is nog van groot belang maar de emancipatie van de vrouw, haar toenemende deelname aan het arbeidsproces en met de toenemende mobiliteit nemen de praktische eisen toe. De vrouw krijgt voor elke gelegenheid op de dag een tas. Het reticule of de beugeltas is sierlijk voor naar het theater, voor in de namiddag heeft ze een wandel- en visite tas en voor naar het werk worden documententassen aangeboden.

Onder invloed van filmsterren op het witte doek neemt het cosmeticagebruik en het roken een enorme vlucht. De ‘vanity-case’ in de 20 er jaren en de ‘minaudière’ in de 30 er jaren vervullen met hun vakjes voor de sigaretten en de make-up op sierlijke en vernuftige wijze de behoefte aan een speciale tas. Uitgevoerd in metaal, waaronder zilver of goud, of in kunststof versierd met strass is het een belangrijk accessoire voor de modieuze vrouw in die tijd.

 

 

 

vintage Engelse vanity case- 20 e eeuw

 

 

 

minaudiere- sigaretten, aansteker, poederdoos

 

 

 

minaudiere – Goyard

 

 

 

moderne minaudiere

 

 

 

leren-avondtas-1915

 

 

 

Kralentas-1920-1930

 

 

 

clutch-brokaat-1925

 

Niet alleen in gebruik maar ook in het materiaal heeft de draagster een grotere keuze dan ooit tevoren. Tassen van textiel, minuscuul petit point, maliën en kralen van glas of geslepen staal, zijn geliefd in de eerste decennia. Leer en kunststoffen vechten om de gunst van de tas. Leer is populair om zijn bijzondere structuur, de duurzaamheid en de kleurmogelijkheden. De kunststoffen celluloid, caseïne en celluloseacetaat zijn in de 20 er jaren in eerste instantie bedoeld als goedkope imitatie van de exclusieve beugels in schildpad en ivoor. In de 30 er jaren worden ze in tassen juist gewaardeerd om hun bij de tijd passende strakke structuur.

Allerlei nieuwe kunststoffen als pvc, perspex en nylon worden in die jaren uitgevonden, maar worden vooral na de Tweede Wereldoorlog opvallend verwerkt in tassen. Doosvormige tassen van harde kunststof, doorschijnend in zogenaamd lucite of in schitterende felle kleuren, en tassen van kunststof telefoondraden en tegels waren een groot succes. De Verenigde Staten heeft in die jaren een leidende rol in deze rages. De zachte kunststoffen worden als imitatieleer de grootste rivaal van leer.

 

Lucite-1950-1960

 

 

Tas-van-kralen-1954

 

 

leer-en-pauwenveren-1970-

.
.
.
.

De uitgroei van de tas

.

 

In de 20ste eeuw groeit de verscheidenheid aan modellen van de tas sterk.

 

  • De handtas wordt in de 20 ste eeuw een vast onderdeel van het genre tas. Een populair model van vroeger is de platte rechthoekige onderarm tas, die geklemd onder de arm of in de hand wordt gedragen. Zij wordt ook wel clutch (pochette) of envelop tas genoemd. Rond het begin van de Eerste Wereldoorlog verschijnt deze tas voor het eerst in modebladen. Zij was naast de handtas de meest populaire tas inde 20 er en 30 er jaren. Rond de Tweede Wereldoorlog moet zij even plaats maken voor de praktische schoudertas. Bij de gracieuze mode van de New Look in 1947 en de vijftiger jaren herwint ze haar positie en komt ze als elegante tas opnieuw in de mode. Tegenwoordig is ze voornamelijk favoriet als elegante avondtas.
  • De schoudertas is tegenwoordig uitgegroeid tot het modeaccessoire voor de praktisch ingestelde vrouw. Met haar lange draagriem slingeren wij haar om onze nek en houdt ze onze handen vrij in ons drukke bestaan. Een belangrijk keerpunt vormen de schoudertassen die de Italiaanse modeontwerpster Elsa Schiaparelli in de 30 er jaren van de twintigste eeuw ontwierp. Met hun functionele en militaire uitstraling waren ze vooral populair in de jaren van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de handtas en onderarm tas na de oorlog opnieuw modieus werden, behoudt de schoudertas haar rol als sportieve en praktische tas. Haar definitieve doorbraak komt in de 60 er jaren toen de jonge generatie modeontwerpers als Mary Quant, Pierre Cardin, Paco Rabanne, Courrèges en Yves Saint Laurent zich liet inspireren door de jongerencultuur. De jeugdige en nonchalante mode vraagt om een handige en jeugdige tas, de schoudertas. Een zeer bekende schoudertas is de Chanel-tas met haar karakteristieke kussentjes en goudkleurige ketting. Met een korte schouderband als een stokbroodje geklemd onder de oksel is de ‘baguette’ van het Italiaanse merk Fendi de jongste hit van de 90 er jaren. Sinds haar introductie in 1998 heeft de tas zowel in de draagwijze als de vorm het modebeeld mede bepaalt.
  • De tegenwoordig zo veel gedragen rugtas is als modeaccessoire van jonge datum. Het is vooral het exclusieve Italiaanse tassenmerk Prada dat met de introductie van een zwarte nylon rugtas in 1985 de rugtas als modeaccessoire lanceerde. Bekend als trouwe metgezel van de wandelaar en de avontuurlijke reiziger werd deze ontdaan van haar stoffige imago. Zowel voor jong en oud is de rugtas een geliefd pretentieloos modeaccessoire geworden, doeltreffend in haar functie, en praktisch in het dragen.

 

 

handtas van metalen kralen – Pierre Cardin- Frankrijk – 1970

 

 

lederen handtas tweede helft 20 e eeuw

 

 

schoudertas tweede helft 20 e eeuw

 

 

moderne rugtas

 

 

In de twintigste eeuw is het merkartikel een steeds

grotere rol gaan spelen

.

Dit geldt ook voor de tas. Hermès, Gucci, Louis Vuitton, Prada, Fendi en Judith Leiber zijn internationaal bekende merken die van origine betrekking hebben op handtassen of in elk geval op fijne exclusieve lederwaren. Sommige merken zijn bekend vanwege een specifieke tas. Een klassieker met allure is de ‘Kelly’ tas van Hermès. De leren Kelly-tas met hengsel werd ontwikkeld in 1935 uit een zadeltas die al in 1892 bestond. Ze dankt haar naam en adeldom aan actrice en prinses Grace Kelly die sinds haar verloving met prins Rainier van Monaco in 1955 de tas veel droeg. Het model wordt nog steeds door Hermès gemaakt.

Ook voor bekende modeontwerpers en/of modehuizen als Chanel, Dior, Yves Saint Laurent, Versace, Donna Karan en Dolce & Gabbana is de tas tegenwoordig een belangrijk modeaccessoire. In tegenstelling tot vorige eeuwen waarin de mode veel langzamer verliep, is de tas tegenwoordig een mode accessoire dat elk seizoen wisselt.

 

Kelly bag Hermes

 

 

 

Kelly bag Hermes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Kernbegrippen in de leer van Boeddha

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Kernbegrippen

.

 

verlichting-boeddha

 

 

 

In de rubriek ” religie ” van deze blok  wordt de leer van Boeddha in  9 delen besproken.

 

Bardo = de tussentoestand tussen de dood en de volgende geboorte
Boeddha= ontwaakte
Bodhisattva = verlicht wezen, iemand die streeft om de verlichting van alle wezens te realiseren, oa door het voorbeeld van mededogen
Bhikshu, Bhikshuni  = monnik / non; volldig ingewijde, behorend tot de sangha
Dukkha= lijden, onbevredigdheid, pijn, frustratie
Kinhin= loopmeditatie
Nirodha= het niet meer gevangen zijn
Nirvana= niet (meer) branden=de staat van verlichting
Samatha=kalmtemeditatie
Samsara = kringloop van geboorte en wedergeboorte
Sangha= gemeenschap van monniken, nonnen en leken volgelingen
Tanha= verlangen, hunkering, begeerte
Tipitaka= de nagelaten geschriften; drie ‘manden’
Vipassana= inzichtmeditatie
Zen= meditatie met concentratie op de adem

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De leer van Boeddha : deel 1

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Boeddha Dharma

 

.

 

 

.

De leer van de Boeddha is geen godsdienstige leer maar is in wezen een levensleer of religie. Het boeddhisme is geen godsdienst omdat de vraag of God of een hogere macht bestaat niet relevant is in het boeddhisme. Het boeddhisme is met andere woorden ‘non-theïstisch’. Het kan wel een religie worden genoemd omdat er naast een aantal praktische levensadviezen sprake is van metafysische en mystieke elementen. In dit document zijn een aantal begrippen van de leer van de Boeddha, de Boeddha Dharma, uitgelegd.

.

.

Ter inleiding

 

Het spirituele pad van het boeddhisme gaat heel concreet over het hier en nu. De staat van verlichting wordt in het boeddhisme wel omschreven als een ‘non-conceptuele’ staat van zijn, d.w.z. niet gebonden aan concepten, overtuigingen of geloof. Verlichting (Nirvãna) is de staat waarin de begeerten zijn uitgedoofd en men vrij is van gehechtheid aan illusies. Het houdt een totale onbevangenheid ten opzichte van ons denken in. Samsãra is de onverlichte staat, waarin we ons laten leiden door onze denkbeelden van wat ‘geluk’ is. Onze denkbeelden van geluk staan echter ons werkelijke geluk in de weg. Velen zoeken houvast in opvattingen (dogma’s) en geloofszekerheden. Het boeddhisme wijst ons echter op het belang van het volledig gewaar-zijn in het Hier-en-Nu. Het gaat er om bewust te leven, zodat we in het dagelijks leven ons elk moment gewaar zijn van het onderscheid tussen illusie (onze concepten waarmee we de werkelijkheid interpreteren) en werkelijkheid (het concrete zijn in het hier en nu). Het middel bij uitstek om ons te oefenen in het met aandacht aanwezig zijn in het ‘hier-en-nu’ is meditatie.

.

.

Dharma

 

Dharma (Pali: dhamma) is een centraal begrip in het boeddhisme; het wordt in verschillende betekenissen gebruikt.

  1. De kosmische wet die ten grondslag ligt aan onze wereld; vooral de wet van karmisch bepaalde wedergeboorte. Het leven bestaat uit een continu proces van veranderingen. Wij mensen zijn opgenomen in dit proces van verdwijnen en ontstaan. Een gebeurtenis vindt onvermijdelijk plaats als alle voorwaarden voor het ontstaan ervan aanwezig zijn. Iedere gebeurtenis is op deze manier het resultaat van een veelheid van voorwaarden. Zo’n voorwaarde wordt ook wel dharma genoemd. Zo’n dharma werkt (in combinatie met andere voorwaarden) mee aan het ontstaan van een ander dharma, dat op zijn beurt ook weer als voorwaarde dient. Zo is er sprake van een voortdurend proces van onophoudelijk opeenvolgende dharma’s. Dit proces betreft zowel de materiële wereld als ook alle psychische processen en gebeurtenissen en zelfs de ziel. Alle psychische fenomenen worden verklaard in termen van het proces van het voortdurend ontstaan en verdwijnen van psychische gebeurtenissen of dharma’s.  Dit veranderingsproces heeft geen externe oorzaak, maar komt voort uit de dharma’s zelf. Vergankelijkheid is dus een essentieel onderdeel van dharma’s. Alle nieuwe dingen dragen vanaf het moment van hun ontstaan de oorzaak van hun vernietiging in zich en verdwijnen dus weer onmiddellijk.
  2. De leer die de Boeddha formuleerde. De Boeddha herkende de kosmische wetten, die ‘universele waarheid’ bevatten, en heeft deze geformuleerd in zijn leer, de Boeddha Dharma. De dharma bestond dus al vanaf het begin der wereld, de Boeddha is de ontdekker ervan en heeft ze toegankelijk gemaakt voor zijn volgelingen. Bij zijn sterven zei de Boeddha dan ook tegen zijn trouwe volgeling Ananda: ‘Hoe zou wat geboren wordt niet sterven? Als de Gezegende is heengegaan denk je misschien dat je leermeester verdwenen is, dat je geen leermeester meer hebt. Dat is niet zo. De Dharma, de discipline en de beoefening die ik jullie heb onderricht zal je leermeester zijn als ik ben heengegaan. De dharma is volledig geopenbaard. Neem je toevlucht tot de Dharma. Elk van jullie moet de Dharma maken tot zijn eiland en geen andere toevlucht zoeken.’ (uit: De Boeddha, het verhaal van zijn leven). Een boeddhist neemt zijn toevlucht tot deze door de Boeddha geformuleerde leer. Dharma in deze betekenis wordt vaak met een hoofdletter geschreven uit eerbied voor de door de Boeddha geformuleerde leer.
  3. Gedragsnormen en ethische regels, bestaande uit shila en vinaya. Shila’s zijn de voorschriften (ethische richtlijnen) voor monniken en nonnen.
    De tien shila’s zijn:
    (1) zich onthouden van doden, (2) niet nemen wat niet gegeven is, (3) zich onthouden van verboden seksuele daden, (4) zich onthouden van onjuiste spraak, (5) afzien van het gebruik van bedwelmende middelen, (6) afzien van vast voedsel na 12 uur ’s middags, (7) vermijden van muziek, dans, toneel en ander vermaak, (8) afzien van het gebruik van parfum en sieraden, (9) zich onthouden van slapen in hoge, zachte bedden en (10) zich onthouden van omgaan met geld of andere waardevolle artikelen.
    De eerste vijf shila’s gelden ook voor boeddhistische leken; op bepaalde, bijzondere dagen houden zij zich aan de eerste acht shila’s.
    Vinaya is één van de drie delen van de tripitaka en bevat de regels en richtlijnen voor het gemeenschapsleven van monniken en nonnen.

 

  • Manifestatie van de werkelijkheid; elk voorwerp of verschijnsel is een manifestatie van de werkelijkheid en maakt als zodanig deel uit van de dharma.

 

  • Mentale inhoud, voorwerp van gedachte, idee. Hier worden weerspiegelingen van de realiteit in de menselijke geest bedoeld. Zo kan een voorwerp dat zich buiten ons bevindt in onze geest weerspiegeld worden als voorstelling of gedachte. Deze gedachteninhouden zijn tot ons gekomen via de zintuigen (zien, horen, ruiken, proeven en tasten) en door onze mentale bron. Uit deze laatste bron welt de stroom van mentale verschijnselen op, zoals gedachten, concepten, emoties, herinneringen, plannen, fantasieën, enz. Ze bevatten de zogenaamde mentale dharma’s, onze gedachtenstroom.

 

Wanneer we onze geest observeren, dan kunnen we zien dat de zintuigelijke waarnemingen èn de mentale dharma’s zich tegelijk en in combinatie op elk moment in onze mentale stroom bevinden. We horen geluiden, zien voorwerpen of mensen, ruiken de geur van de ruimte waar we ons in bevinden, proeven de smaak die zich op onze tong bevindt, ervaren de onderlaag waarop we staan of zitten, nemen onze mentale inhouden waar (gedachten, gevoelens, oordelen, enz).

Wanneer we meegezogen worden door (aspecten van) de mentale gedachtenstroom bevinden we ons in . Observatie kan ons echter bewust maken van dit alles. We kunnen er voor kiezen om de totaliteit van de mentale stroom met enige distantie te observeren en ons er niet mee te identificeren. Het kan dan gebeuren dat we de percepties en de mentale verschijnselen niet goed van elkaar kunnen onderscheiden. Er is dan een mengvorm van bewust-zijn en niet-bewust-zijn.

Onze waarneming van de werkelijkheid wordt daarbij gekleurd of vervormd door ons denken, door onze mentale inhouden. Met andere woorden: onze denkbeelden vermengen zich met zintuiglijke waarnemingen. Onze waarneming is dan niet helder, is gedeformeerd, gekleurd, ons ervaringsveld is mistig, de wolken van ons denken verhinderen het waarnemen van de heldere zonneschijn. Soms zien we de zon even door de wolken schijnen.

Door veel oefening (meditatie) kan een omvattend helder bewustzijn ontstaan, dat functioneert als ‘panoramisch bewust zijn’. Dan bevind je je in en is er helderheid van geest.

.
.
.
.
.
.

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Vraag en antwoord over Reiki

Standaard

categorie : reiki en de aura

 

 

 

Reiki werkt met energieën die voor de verlichte mens, in de tijd van de computer en wetenschap, niet te vatten zijn. Esoterische kennis is nodig om de onbekende verschijnselen rondom ons een plaats te geven in de kosmos. Iedereen heeft het vermogen om met Reiki te werken. Willen we Reiki gebruiken voor onszelf of voor anderen, dan moeten bepaalde gebieden van het lichaam en de ziel door een Reikimaster geopend worden. Volgens de traditionele leer noemt men dat een inwijding. Maar als het echte Reikiwerk begint duiken spoedig vele vragen op!

 

 

 

 

 

 

      Vragen en antwoorden

 

 

Waarom voel ik niets in mijn handen?

 

 

 

 

 

  1. Je sensibiliteit voor het stomen van de Reikikracht kan sterk verminderd worden door indrukken uit je omgeving. Na een drukke dag kan je het gevoel hebben dat je geen stroom voelt, alhoewel de Reiki er toch is. Ontspan je dan en het gevoel van energie zal er snel weer zijn.
  2. Als je nog niet lang geleden in de 1ste graad ingewijd bent, dan kan je waarnemingsvermogen om gevoelige energieën te voelen nog niet goed genoeg ontwikkeld zijn. Door regelmatig met de Reikikracht te werken zal dat vermogen hoe langer hoe meer verbeteren.
  3. Als er op een bepaalde plek van het lichaam geen energie nodig is, dan zal die ook niet stromen.

 

 

 

Is het mogelijk dat Reiki bij mij niet meer stroomt?

 

Neen, omdat je door de inwijdingen voor altijd een Reikikanaal bent en verbonden met de Goddelijke energie. Zelfs wanneer je jaren lang geen gebruik van Reiki maakte zou de kracht je meteen weer ter beschikking staan zoals direct na je inwijding.

 

 

 

Is Reiki spirituele genezing?

 

Ja, omdat er met fijnstoffelijke energieën gewerkt wordt die de hele mens in het genezingsproces betrekken. Iedereen kan Reiki gebruiken om bewuster te leren leven, ontvankelijker en levendiger te worden, het liefdesvermogen te ontwikkelen of de nabijheid van God te voelen.

 

 

 

 

 

 

Mag ik met de 2de graad Reiki sturen op afstand, wetend dat de persoon dit niet wenst?

 

Neen, want niemand heeft het recht Reiki op te dringen aan personen tegen hun wil. Iedereen heeft het recht om zijn eigen manier van leven vorm te geven.

Ja, wanneer je er niet achter kunt komen of iemand Reiki wenst of weigert door coma, bewusteloosheid of een geestesgestoordheid.

 

 

 

Waarom zijn Reiki-inwijdingen zo duur?

 

  1. Elke mens heeft in zijn hele leven per graad slechts één inwijding nodig. Over die periode verdeeld zijn de kosten niet groot.
  2. De Reiki-inwijdingen zijn een fantastisch goed als men het nodig heeft voor persoonlijke ontwikkeling en men het zich kan permitteren.
  3. Een juiste prijs voor een Reiki-inwijding bestaat niet. De prijs is altijd gerechtvaardigd als de vraag en het aanbod in evenwicht zijn.
  4. Omdat Reiki een deel van iemands persoonlijkheid beïnvloedt, is het belangrijk dat dit als waardevol wordt aanvaard. ‘Reiki in de solden’ hoort niet.

 

 

 

Moet men een Reiki-inwijding hebben om de handen te mogen opleggen?

 

Neen, want ieder mens heeft het vermogen om via de handen levensenergie door te geven. Na een inwijding wordt echter niet de eigen levensenergie gegeven maar de universele levensenergie. Deze is onuitputtelijk en wordt per graad in capaciteit versterkt.

 

 

 

Moet men in Reiki geloven om het te doen werken?

 

Neen, er wordt automatisch Reiki gegeven als men de handen oplegt. Reiki is geen hypnose of suggestie. Het gebeurt automatisch en onvoorwaardelijk.

 

 

 

Is Reiki magie?

 

Neen, want de processen van bewustzijnsverandering hebben hun eigen ritme. De wil kan er geen invloed op uitoefenen. In de volksmond is magie de kunst om natuurkrachten te benutten ten einde wonderbaarlijke successen te boeken. De hoofdzaak van Reiki is liefde en heeft met magie niets te maken.

 

 

 

 

 

 

Wat gebeurt er bij een inwijding?

 

Bij de inwijdingen stelt een Reikimaster het kanaal van een persoon  ter beschikking aan God. Hij raakt de ziel en dat is voor iedereen zeer ingrijpend. Wanneer schuldgevoelens door zonden achter zich gelaten worden, kan de universele energie stromen. Men komt tot het besef dat bij een handoplegging God altijd het laatste woord heeft. Iedereen moet ooit sterven.

 

 

 

Kan ik met Reiki iemand schade toebrengen.

 

Neen, want Reiki is liefde. Je kan echter wel schade aanrichten door de noodzakelijke medische hulp niet in te schakelen. Het denken dat je iedereen met je eigen Reikikracht kunt genezen is pretentieus en gevaarlijk. Reiki in combinatie met de hedendaagse geneeskunde is sterk aan te raden.

 

 

 

Kan elk gezondheidsprobleem met Reiki opgelost worden?

 

Neen, Reiki kan veel maar niet alles. Ernstige ziekten behoren in handen van medisch, opgeleide deskundigen. Ondersteunende Reiki kan niettemin een grote hulp zijn. Het aanvaarden van een ziekte en ermee leren omgaan is zeer belangrijk. Het weten dat God altijd bij je is tot in de dood is een enorme steun.

 

 

 

Stroomt er bij iedereen evenveel Reiki?

 

Neen, want het vermogen om de levensenergie door te geven vergroot met elke Reikigraad. Zo wordt telkens de krachtstroom versterkt.

 

 

 

Kan een Reiki-inwijding ongedaan gemaakt worden?

 

Neen, want de Reiki-inwijding wordt door God voltrokken waardoor God en de mens een duurzame band aangaan.

 

 

 

Kan Reiki het ook zonder geuren, edelstenen en meditatie?

 

Ja, maar om dit te bewerkstelligen moet Reiki eerst toegepast en toegelaten worden. Bezie edelstenen, geuren en meditatie als een nuttige aanvulling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronnen en referenties:

 

* Het grote Reikihandboek-de weg van de helende liefde, een fundamentele en complete handleiding voor de Reiki-praktijk-Walter Lübeck.

* Chacra werkboek-het chacrasysteem als sleutel tot kennis en geestelijke groei-Anodea Judith.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA