Tagarchief: martelaar

Martelaren bij de eerste christenen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Een martelaar (vrouwelijk: martelares; meervoud: martelaars, martelaren; Latijn:martyr = getuige) is iemand die om een idee, met name om zijn geloof, marteling of dood ondergaatHet woord bloedgetuige  is een oud synoniem van martelaar. Het lijden van een martelaar is immers niet zelden een bloedig levenseinde.

 

 

Christenvervolging in de arena

Christenvervolging in de arena

 

 

Opb 17:6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Jezus. …

.

 

Openbaring hoofdstuk 17

Openbaring hoofdstuk 17

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Martelaars heten de oudste belijders van het geloof in Jezus Christus die, als zij door hun vijanden wreedaardig omgebracht werden, hierdoor een getuigenis van het geloof aflegden. Uit het Griekse woord voor getuigenis (martyrion) ontwikkelden zich de woorden martelaar, martelen.

Thans noemt men bij uitbreiding allen, die zich voor een zaak opofferen of opgeofferd worden, martelaars. Het zijn van een martelaar wordt martelaarschap of marteldom genoemd.  De marteldood is de dood van een martelaar. De martelkroon is de eer van het martelaarschap.

De Heer Jezus heeft aan het eind van zijn aardse leven de zijnen voorbereid op het martelaarschap:

Joh 16:1 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat u niet ten val komt.
Joh 16:2 Zij zullen u uit de synagoge bannen; ja, het uur komt, dat ieder die u doodt, zal menen God een dienst te bewijzen.
Joh 16:3 En dit zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet hebben gekend noch Mij.
Joh 16:4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat wanneer, hun uur gekomen is, u zich zult herinneren dat Ik ze u heb gezegd; maar deze dingen heb Ik u niet van het begin af gezegd, omdat Ik bij u was.

.

 

Andrea_Mantegna_Sint_Sebastiaan.jpg

Sint Sebastiaan,

schilderij van Andrea Mantegna,
1457-1458

 

 

De meeste martelaren in deze tijd zijn christen. Het aantal christelijke martelaren lag anno 2011 op zo’n 100.000 per jaar. Dat zijn er 270 per dag.  Volgens een godsdienstsocioloog van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), sterft er gemiddeld iedere vijf minuten een christen voor zijn of haar geloof. In 1970 waren dat er nog 377.000 per jaar; in 2000 ongeveer 160.000. Het aantal christenen dat vanwege het geloof de marteldood sterft, neemt (anno 2011) steeds verder af.

“Als deze aantallen niet wereldkundig worden gemaakt, als aan deze slachting geen halt wordt toegeroepen en als niet erkend wordt dat de vervolging van christenen wereldwijd de voornaamste noodsituatie is als het gaat over religieus geweld en discriminatie, zal de dialoog tussen de godsdiensten slechts mooie conferenties opleveren, maar geen concrete resultaten.”

(Massimo Introvigne, godsdienstsocioloog van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), op een interreligieuze conferentie in Hongarije in (2011))

 

 

 

Eerste christen martelaren

.

Na de onthoofding van Johannes de Doper en de kruisdood van Christus, hebben in de eerste tijd hun leven gegeven tot de dood toe :

  • Stefanus, de diaken, gestenigd c. 34 na Chr. De eerste christenmartelaar.
  • Jacobus, de zoon van Zebedeüs, onthoofd c. 45 na Chr.
  • Jacobus, de zoon van Alfeüs, doodgeslagen c. 63 na Chr.
  • Barnabas, te Salamis verbrand in 63 of 64 na Chr.
  • Marcus, de evangelist, buiten Alexandrië gesleep om verbrand te worden, en onderweg gestorven, in c. 64 na Chr.

Na de begintijd kan men  bloedige vervolgingen van de christenen onder de heidense keizers van Rome onderscheiden.

 

 

steniging Stefanus

steniging Stefanus

 

 

 

Martelaren onder keizer Nero

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Nero, die Romeins keizer was van

37 – 68 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Simon Petrus, apostel, gekruisigd te Rome, onder keizer Nero
  • Paulus van Tarsen, apostel, c 63 na Chr. te Rome onthoofd onder keizer Nero
  • Andreas, de apostel te Patris, in Achaje gekruisigd
  • Filippus, de apostel, te Hiërapolis gemarteld
  • Bartholomeüs de apostel, in Albanië in Armenië gekruisigd en de huid afgestroopt
  • Thomas, de apostel, in Indië door de wilden vermoord
  • Mattheüs, de apostel en evangelist
  • Simon Zelotes, de apostel
  • Judas Alpheus, de apostel
  • Matthias, de apostel
  • Lukas, de evangelist
  • (Johannes, de apostel en evangelist, veel geleden, doch in vrede gestorven c. 101 n.Chr.)
  • Prochorus, één van de zeven eerste diakenen
  • Nikanor, één van de zeven eerste diakenen
  • Parmenas, één van de zeven eerste diakenen
  • Olympus, medereiziger van de apostel Paulus
  • Onesiforus, opziener te Colophon of Coronia
  • Porphyrius, mede-dienstknecht van Onesiforus
  • Karpus, opziener te Troas
  • Trofimus, een leerling van Paulus
  • Apollinaris, een leerling van Petrus
  • Maternus, één van de zeventig discipelen
  • Egistus, één van de zeventig discipelen
  • Marianus, diaken
  • Hermagoras, opziener te Aquila
  • Onesimus
  • Dionysis de Areopagiet

 

 

Kruisdood van Petrus

Kruisdood van Petrus

 

 

 

Martelaren onder keizer Domitianus

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Domitianus, Romeins keizer van 81 – 96 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Timotheüs, een leerling van Paulus
  • Lucianus. opziener te Bellovaco, Frankrijk
  • Maximianus en Julianus, ouderlingen
  • Nicasius, een opziener te Rouaan
  • Quirinus, een ouderling
  • Scubiculus, een diaken
  • Patientia, een maagd
  • Romulus, opziener in Fesula, Italië
  • Antipas, een getrouw getuige van Jezus Christus (Opb 2:13)

 

 

 

Martelaren onder keizer Trajanus

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Trajanus, Romeins keizer van 98 – 117 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

 

  • Simeon, opziener te Jeruzalem, gestorven in 109 n.C.
  • Ignatius, bisschop van Antiochië
  • Ptolemeüs en Lucius, gestorven in 144 n.C.

 

 

Dood van Ignatius

Dood van Ignatius

 

.

 

Martelaren onder keizers Antoninus, Marcus Aurelius en Commodus

.

Onder het bewind van Antonius, Romeins keizer van 138 – 161 n.C., Marcus Aurelius, keizer van 161 – 180 n.C., en Commodus, keizer van 197-192 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Justinius de Wijsgeer, gestorven in 168 n.C.
  • Germanicus, gestorven in 174 n.C.
  • Meliton
  • Polycarpus
  • Felicitas en haar zeven zonen
  • Vetius Epagathus
  • Sanctus, een diaken
  • Attalus, Blandina, Ponticus
  • Photinus, opziener te Lyon
  • Appolonius, gestorven in 188 n.C.

 

 

Martelaarschap van Justinus de Wijsgeer

Martelaarschap van Justinus de Wijsgeer

 

 

 

Martelaren onder keizer Septimius Severus

.

Onder het bewind van Septimius Severus, Romeins keizer van 193 – 211 n.C., zijn onder meer omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Leonidas, de vader van de kerkleraar Origenes
  • Ireneüs, opziener
  • Plutarchus, Sereni en Hero

Kerkleraar Origenes onderwees zijn leerlingen zo krachtig in het geloof, dat later velen hun leven voor de christelijke godsdienst hebben overgegeven. Onder deze waren de eerste Plutarchus, twee mannen, waarschijnlijk gebroeders, Sereni genaamd en Hero.

Toen Plutarchus naar de strafplaats werd geleid, om gedood te worden, was Origenes aan zijn zijde om hem te troosten, waarom hij voorzeker door de woedende schare zou doodgeslagen zijn geworden, zo de goddelijke Voorzienigheid hem niet had beschermd.

 

 

 

Terechtstelling

.

Door allerlei wijzen van terechtstelling zijn martelaren om het leven gebracht, zoals steniging, onthoofding en de brandstapel. Tijdens de Inquisitie (Rooms-katholiek geloofsonderzoek) eindigden veel martelaren op de brandstapel.

Vaak getuigden zij op de brandstapel ‘vurig’ van hun geloof en brachten daardoor omstanders in verwarring. Om dat te verhinderen werd een tongschroef, die de tong vasthechtte aan de kin, aangebracht. In de ashoop van brandstapels zijn verschillende van deze tongschroeven aangetroffen.

Op 5 oktober 1573 stierf de gelovige Mayeken Wens op de brandstapel. In de laatste brief die zij aan haar 15-jarige zoon Adriaen zond, schreef zij: „Och, mijn lieve zoon, al ben ik je hier ontnomen, vrees God van jongs af aan en je zult je moeder terugzien, hier boven in het nieuwe Jeruzalem.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 John Astria

John Astria

De heilige Theresia van Lisieux : † 1897

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Thérèse Martin werd op 2 januari 1873 geboren in de Normandische plaats Alençon. Op zeer jonge leeftijd verlangde ze al naar het kloosterleven. Theresia was als kind een dwingeland; hysterisch, zeggen zelfs sommige schrijvers. Als ze haar zin niet kreeg kon ze woedend en stampvoetend reageren. Des te indrukwekkender dat ze bij haar overlijden op 24-jarige leeftijd was uitgegroeid tot een groot heilige.

 

 

 

 

Toen ze vier was, had ze haar moeder verloren; dat deed haar veel verdriet. Dat herhaalde zich toen haar op één na oudste zus, die de plaats van moeder had ingenomen, intrad bij de karmelietessen. Thérèse wilde dat ook, maar was pas veertien en ze moest minstens zestien zijn. Met haar vader ging ze de bisschop vragen om reeds nu te mogen intreden. Zij had haar haar opgestoken en zich ouder opgemaakt. De bisschop zei nee. Maar het lukte haar toch om reeds op 15-jarige leeftijd in te treden.

Ze was vastbesloten een heilige te worden. Op haar 21e werd ze al gekozen tot novicenmeesteres, een verantwoordelijke functie, want zij moest de nieuwelingen in het kloosterleven inwijden. Ze was haar tijd ver vooruit. Ze wilde Hebreeuws leren, want dat was immers de taal die Jezus zelf gesproken had. Op die manier zou ze Hem nog beter leren kennen en nog meer kunnen beminnen. Maar ze was ook modern door het feit dat ze herhaaldelijk werd overvallen door inktzwarte geloofstwijfels.

Ze leefde in haar gebed intens mee met de missionarissen in verre landen. In het twaalfde hoofdstuk van Paulus’ eerste Korintiërsbrief las ze dat ieder lid van de kerk een eigen taak heeft, net zoals ieder lichaamsdeel. Het oog kan niet tegen het oor zeggen: “Ik heb je niet nodig.” Alles heeft zijn plaats en samen vormen ze het ene lichaam.

“Maar”, schrijft Thérèse, “ik wil juist wel alles tegelijk zijn.” Het antwoord op haar moeilijkheid vond ze in het vervolg van Paulus’ brief. Hij schrijft dat alles bijeengehouden wordt door de liefde. “Want zonder de liefde zou geen apostel nog het evangelie verkondigen, geen martelaar zou nog zijn leven geven enz.” Dat wilde ze zijn: de liefde die vanuit het hart alle ledematen doorstroomt.

Op 29 april 1923 werd Theresia zalig verklaard. Haar heiligverklaring volgde op 17 mei 1925. In 1997 werd Theresia, als derde vrouw in de geschiedenis, door paus Johannes Paulus ll tot kerkleraar  uitgeroepen. Haar leven is in verschillende boeken beschreven. Een bekende uitspraak van haar is: “Ik wil het rozen [= zegeningen] laten regenen op aarde”. Daarom wordt ze afgebeeld als karmelietes die een crucifix en rozen tegen de borst houdt. Ze werd de patrones van missionarissen en het missiewerk. Ze is ook patrones van Frankrijk en Rusland.

Ze wordt ‘de kleine Theresia’ genoemd om haar te onderscheiden van de ‘grote’ Theresia van Avila.

 

 

 

 

 

 

De kleine weg van de kleine Theresia.

 

Op haar ziekbed was ze soms ten prooi aan de zwartste geloofstwijfels. Zo was ze. Elk gevoel drong diep haar ziel binnen; doorleefde ze; ook de negatieve.

“Als je eens wist welke afschuwelijke gedachten in mij rondspoken. Het zijn die materialistische redeneringen die zeggen: ‘Wacht maar af, als de wetenschappen nog wat verder zijn, zal overal een natuurlijke uitleg voor te vinden zijn; voor alles bestaat een gewone verklaring. Nu weten we nog niet alles, maar ooit zullen we dat allemaal ontdekken… enz.”

Dergelijke gedachten omschrijft ze zelf als een zwart gat. Ze is zelfs bang dat ze in haar geloofstwijfel God beledigt en heiligschennis pleegt. Niets blijft haar over dan het besef heel klein te zijn en volkomen aangewezen op Gods liefde die ze soms geruime tijd niet voelt; er blijft haar niets anders over dan er zwart in te geloven.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De 2de negentien van Bachbloesem : Willow

Standaard

categorie :  Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

willow_w

 

 

Willow (Wilg)

Salix vitellina

Een van Bach’s tweede 19 remedies.
Bereid volgens de koken-methode.

 

 

bach-flower-remedie-38-willow-wilg-20ml

 

 

Indicatie

 

Voor degenen die te lijden hebben gehad onder tegenspoed of pech, en die er moeite mee hebben om dit zonder klagen of verbittering te accepteren, omdat ze het leven vooral afmeten aan het succes dat het hen brengt.

 

 

Affirmatie

 

Niet ieder van ons wordt gevraagd om een heilige of een martelaar te worden, of een befaamd mens; de meesten van ons wordt een minder opvallend ambt toebedeeld. Maar van ons allen wordt verwacht dat we de vreugde en het avontuur van het leven begrijpen en dat we met alle plezier dat specifieke aandeel van het werk uitvoeren dat voor ons is voorbeschikt door onze Goddelijkheid.

 

 

 

Habitat

 

Wilgen houden van vochtig, laag-liggend land, en staan vaak langs de oevers van rivieren en stromen. Het is een veel voorkomende boom, die vaak geknot wordt.

 

 

 

Emotionele toestand

 

Voor degenen die elke kleine tegenslag met bitterheid en irritatie dragen, ze geven anderen de schuld en voelen zich te kort gedaan, ze zijn egocentrisch, vol zelfmedelijden, betweterig, verongelijkt. Ze mokken en koesteren wrok, zullen zich gekleineerd voelen, en voortdurend ontevreden, missen gevoel voor humor.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria