Tagarchief: christen

Gods beloften in de Bijbel : deel 1

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De beloften van God

 

 

Welke zijn voor mij?

.

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

.

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

1 Gods beloften voor bewaring en bescherming 

 

Ex.23:20 Zie, Ik zend een engel vóór uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.

 

1 Sam 25:34 Maar zo waar de Here, de God van Israël, leeft, die mij ervoor bewaard heeft u kwaad te doen

 

Ps.20:2 De Here antwoordde u ten dage der benauwdheid, de naam van Jakobs God make u onaantastbaar;

 

Ps.31:21 Gij verbergt hen in het verborgene van uw aanschijn voor de samenscholing der mensen; Gij bergt hen in een hut voor het getwist der tongen.

 

Ps.34: 8 De Engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen.

 

Ps.59:10 Mijn sterkte, op U wil ik acht slaan, want God is mijn burcht.

 

Ps.59:17 .. Gij waart mij een burcht, een toevlucht ten dage toen ik benauwd was. 18 Mijn sterkte, U wil ik psalmzingen; want God is mijn burcht.

 

Ps.61:4 Want Gij zijt mij een schuilplaats geweest, een sterke toren tegen de vijand.

 

Ps.62:3 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen.7 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. 8 Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. 9 Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats.

 

Ps.91: 1 1 Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, vernacht in de schaduw des Almachtigen. 2 Ik zeg tot de Here: Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw. 3 Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers, van de verderfelijke pest. 4 Met zijn vlerken beschermt Hij u, en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht; zijn trouw is schild en pantser. 5 Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht, voor de pijl, die des daags vliegt; 6 voor de pest, die in het duister rondwaart, voor het verderf, dat op de middag vernielt. 7 Al vallen er duizend aan uw zijde, en tienduizend aan uw rechterhand, tot u zal het niet genaken; 8 slechts zult gij het met uw ogen aanschouwen, en de vergelding aan de goddelozen zien. 9 Want Gij, o Here, zijt mijn toevlucht. De Allerhoogste hebt gij tot uw schutse gesteld; 10 geen onheil zal u treffen, en geen plaag zal uw tent naderen; 11 want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen; 12 op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. 13 Op leeuw en adder zult gij treden, jonge leeuw en slang zult gij vertrappen. 14 Omdat hij Mij zeer bemint, zal Ik hem bevrijden; Ik zal hem beschutten,

 

Ps.116:6 De Here bewaart de éénvoudigen; ik was verzwakt, maar Hij heeft mij verlost.

 

Ps.125:1 Wie op de Here vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar voor altijd blijft. 2 Rondom Jeruzalem zijn bergen; zo is de Here rondom zijn volk van nu aan tot in eeuwigheid.

 

Ps.145:20 De Here bewaart allen die Hem liefhebben,

 

Ps.121:7 De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren. 8 De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.

 

Spr.3:26 Want de Here zal uw betrouwen zijn, Hij zal uw voet bewaren, zodat hij niet gegrepen wordt.

 

Spr.12:21 De rechtvaardige zal generlei onheil treffen, maar de goddelozen zijn vol van rampspoed.

 

Spr.18:10 De naam des Heren is een sterke toren; de rechtvaardige ijlt daarheen en is onaantastbaar.

 

Matt.10:29 Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder dat uw Vader het weet. 30 En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld. 31 Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.

 

Joh.10:29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders.

 

Fil.4:5 De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

 

1 Thess.5:23 En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te zijn.

 

Openb.3:10 Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen.

 

Judas 1:24 Denk aan Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Oorlog in de onzichtbare wereld

Standaard

categorie ; religie

 

 

 

 

Geestelijke oorlogvoering – Wat is dat?

 

Geestelijke oorlogvoering vindt plaats in de onzichtbare, bovennatuurlijke dimensie, waar God almachtig is en Satan in opstand is gekomen. Zoals iedere christen al snel ontdekt, is geestelijke oorlogvoering een absolute werkelijkheid, ook al is deze onzichtbaar. De Bijbel spreekt op vele plaatsen over geestelijke oorlogvoering, maar het duidelijkst in Efeziërs 6:12, waarin Paulus schrijft over het aantrekken van de wapenrusting van God:

“Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.”

 

.

geestelijke-strijd

 

.

 

Geestelijke oorlogvoering – Hoe gaan wij als christenen

de strijd aan?

 

Geestelijke oorlogvoering is een idee dat velen onder ons liever zouden afwijzen. Maar omdat de Bijbel spreekt in termen van oorlogvoering, kunnen we Gods beeldspraken maar beter gewoon aanvaarden, zodat we voldoende zijn uitgerust voor het echte gevecht. Als christenen hebben we hier op aarde met meer te kampen dan slechts “worstelingen”; de voorstelling van een geestelijke oorlogvoering is waarschijnlijk de beste beeldspraak voor deze realiteit. Omdat het om oorlogvoering gaat, draagt God ons in Efeziërs 6:14-18op om een heel specifieke verzameling wapentuig te gebruiken:

Houd stand, met de waarheid als gordel om uw heupen, de gerechtigheid als harnas om uw borst, de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten, en draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven. Draag als helm de verlossing en als zwaard de Geest, dat wil zeggen Gods woorden. Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen…”

Gods wapenrusting is uniek: het zijn “wapens van de vrede”.

 

 

 

Geestelijke oorlogvoering – Ben sterk in de Heer

 

Geestelijke oorlogvoering is een realiteit in het christelijke leven. Maar vergeet niet dat we de afloop kennen: Gods leger wint. Omdat de duivel al heeft verloren, heeft hij niets te verliezen in zijn pogingen om zoveel mogelijk mensen met zich mee te sleuren in zijn val. Daarom lezen we:

“Ten slotte, zoek uw kracht in de Heer, in de kracht van zijn macht. Trek de wapenrusting van God aan om stand te kunnen houden tegen de listen van de duivel. Onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen.” (Efeziërs 6:10-11)

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

De spraakverwarring in Genesis

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De spraakverwarring: nog meer moeilijkheden voor compromistheorieën

 

 

3790_o_the_tower_of_babel

 

 

Stel je voor… je bent een christen en gelooft in de Bijbel. Maar anderzijds ben je er toch ook van overtuigd dat het wetenschappelijke materiaal wijst op een miljoenen jaren oud aarde. Wat doe je? Mogelijkerwijs denk je dat de Bijbel niet altijd even letterlijk gelezen moet worden en wel in lijn gebracht kan worden met de hedendaagse ‘wetenschappelijk inzichten’. Maar hoe ga je dan om met de spraakverwarring?

 

 

In Genesis 11 lezen we:

 

1 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. 3 En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. 5 Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. 7 Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan. 8 Zo verstrooide de HERE hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. 9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft.

 

Dit verhaal kun je moeilijk opvatten als slechts een allegorie. Het wordt namelijk verteld als historisch narratief (een opeenvolging van gebeurtenissen). Er is geen tekstuele reden om het allegorisch of symbolisch op te vatten, dus moeten we dat met deze passage net zo min doen als bijvoorbeeld met het verhaal van Esther, of het verhaal dat Abraham zijn zoon Isaak moest offeren. Bovendien past dit verhaal van de spraakverwarring in de bredere context van de hoofdstukken ervoor en erna.

En daar nog bovenop wordt het verhaal omsloten door geslachtsregisters (Genesis 10 en 11:10-32). Dat is geschiedschrijving van de puurste vorm. En verder hebben sommige volken (zoals de Tohono O’odham Indianen) nog herinneringen aan de spraakverwarring, wat sterk wijst op een historische gebeurtenis. Dus het moet waargebeurd zijn. Maar wat is dan het probleem? Het probleem wordt duidelijk als we ons afvragen wanneer de spraakverwarring heeft plaatsgevonden.

 

 

 

 

 

Wanneer was de spraakverwarring?

 

We weten dat het enige tijd na de zondvloed is gebeurd en we kunnen berekenen wanneer de zondvloed ongeveer was. Aan de hand van onder meer de geslachtsregisters in Genesis 11 kunnen we dit narekenen. Het ligt er een beetje aan welke manuscripten je gebruikt, want bijvoorbeeld de Septuagint geeft iets andere getallen dan de Masoretische tekst waar onze moderne vertalingen op zijn gebaseerd. Maar hoe dan ook komt er uit dat de zondvloed (en dus de spraakverwarring) niet veel meer dan 6000 jaar geleden geweest kan zijn.

Conclusie: minder dan 6000 jaar geleden was “de gehele aarde één van taal en één van spraak” en waren alle mensen op één plek geconcentreerd.

Maar wacht eens even… Dit stelt ons voor een probleem, nietwaar? Want volgens seculiere wetenschappers waren mensen al veel langer geleden over een groot deel van de wereld verspreid! En dat baseren ze op verschillende dateringsmethoden, zoals de koolstofdateringsmethode en de thermoluminescentiedateringsmethode, waarmee ze archeologische vondsten dateren. Het lijkt erop dat je moet kiezen: of die dateringen kloppen niet, of de Bijbel klopt niet.

Als je voor het eerste kiest: gefeliciteerd! Je hebt ervoor gekozen meer vertrouwen te stellen in het Woord van God dan in de woorden van mensen (ook al noemen die zich wetenschappers). En gelukkig zijn er hele goede antwoorden op vragen als: hoe zit het dan met de koolstofdateringsmethode?

Als je er daarentegen voor kiest om die dateringsmethoden te vertrouwen… dan zul je de geslachtsregisters in Genesis 11 moeten oprekken. Hoe ver moet je die eigenlijk oprekken? Een paar eeuwen? Nou nee. Volgens de gangbare wetenschappelijke theorieën zaten indianen 10.000 jaar geleden al in Amerika. Een paar duizend jaar dus? Nou… nee. Aboriginals zouden namelijk 40.000 jaar geleden al in Australië hebben gezeten.

Je moet de geslachtsregisters dus minimaal een goede 35.000 jaar oprekken. (En dan houden we nog niet eens rekening met allerlei vondsten van stenen werktuigen die honderdduizenden tot miljoenen jaren oud zouden zijn.) Het probleem is dat die geslachtsregisters niet zo ver opgerekt kunnen worden, zoals in een toekomstig artikeltje uitgelegd zal worden. Maar daarnaast zijn er ook nog andere redenen waarom het niet waarschijnlijk is dat de spraakverwarring meer dan 40.000 jaar geleden plaatsvond.

 

 

 

Moeilijkheid #1: mondelinge overlevering en de uitvinding van het schrift

 

Als de spraakverwarring echt zo lang geleden was, dan moet het wel heel lang geduurd hebben voordat men het schrift uitvond. Los van de vraag waarom deze uitvinding zo lang op zich heeft laten wachten (want mensen zouden 40.000 jaar geleden niet minder intelligent geweest zijn dan tegenwoordig) betekent dit dat de verhalen over Adam, Eva, Kaïn, Abel, Noach en de toren van Babel tienduizenden jaren lang mondeling overgeleverd zouden moeten zijn, totdat men iets meer dan 5000 jaar geleden eindelijk eens een keertje het schrift uitvond. Maar hoe kunnen deze verhalen zo’n enorm lange tijd zo accuraat zijn overgeleverd? Vooral het zondvloedverhaal is daar veel te gedetailleerd voor.

In het geval van de Bijbel zouden christenen die in miljoenen jaren geloven nog kunnen zeggen dat het niets uitmaakt hoeveel tijd er tussen de gebeurtenissen en het op schrift stellen heeft gezeten: God heeft de Bijbel immers geïnspireerd? Dat klopt. Maar voor de vele andere volken die nog steeds legenden over de zondvloed en de spraakverwarring hebben gaat die vlieger niet op. Zie het artikel Zondvloedlegenden. Hoe kunnen de herinneringen aan deze verhalen zo enorm lang bewaard zijn gebleven?

Binnen het scheppingsmodel (dat uitgaat van een recente schepping, zondvloed en spraakverwarring, slechts enkele duizenden jaren geleden) zit alles veel logischer in elkaar. Het schrift kan al voor de zondvloed zijn uitgevonden en Mozes kan Genesis geschreven hebben op basis van mondelinge overleveringen en schriftelijke bronnen.

 

 

 

 

 

Moeilijkheid #2: agricultuur

 

Een ander serieus probleem is de oorsprong van agricultuur. Volgens de seculiere theorieën (gebaseerd op de eerder genoemde dateringsmethoden) hebben mensen honderdduizenden jaren lang als jagers-verzamelaars geleefd, totdat ze enkele duizenden jaren geleden ontdekten dat het veel efficiënter is om planten te verbouwen en dieren te houden.

Als je gelooft dat de spraakverwarring meer dan 40.000 jaar geleden plaatsvond, dan is het de vraag waarom het zo lang geduurd heeft voordat agricultuur ontwikkeld werd. Dit is extra problematisch omdat Noach en zijn onmiddellijke nakomelingen kennelijk heel goed op de hoogte waren van verscheidene landbouwtechnieken. Volgens Genesis 6:21 was Noach in staat om een grote voedselvoorraad aan te leggen.

Hij en zijn zonen moeten in elk geval iets hebben geweten over het houden en verzorgen van dieren (in de ark, maar zie ook Genesis 4:20). En bovenal zegt Genesis 9:20-21 dat Noach na de zondvloed een landbouwer werd en een wijngaard aanlegde. En ook de bouw van de stad Babel wijst erop dat men landbouw bedreef (want waar grote groepen mensen bij elkaar zijn, is het waarschijnlijk dat landbouw nodig is om voldoende voedsel op te brengen).

Naast de vraag waarom het zo lang duurde voordat agricultuur ontwikkeld werd, is het de vraag hoe het komt dat deze ontwikkeling een paar duizend jaar geleden plotseling op verschillende plaatsen ter wereld schijnbaar onafhankelijk van elkaar plaatsvond. Vanaf zo’n 10.000 tot 7000 jaar geleden (volgens de eerder genoemde dateringsmethoden) zou agricultuur zijn ontwikkeld in Mesopotamië, Nieuw-Guinea, Sahel (daar ligt tegenwoordig de Sahara), China en Amerika.

Opnieuw vallen alle puzzelstukjes veel makkelijker op hun plaats als je aanneemt dat de spraakverwarring helemaal niet zo lang geleden was, maar gewoon een paar duizend jaar geleden, zoals de Bijbel zegt. Vanuit Babel verspreidden de volken zich over de aarde, en sommige van die volken begonnen gelijk met het toepassen van de landbouwtechnieken die ze nog kenden op de plaatsen waar ze zich vestigden.

 

 

 

Moeilijkheid #3: metaalbewerking

 

Nog zo’n soort probleem is de ontdekking van metallurgie. Volgens de seculiere theorieën is metaalbewerking pas een paar duizend jaar geleden ontdekt, en is deze ontdekking vooraf gegaan aan een tienduizenden jaren durend ‘stenen tijdperk’. Maar dit is rechtstreeks in strijd met wat de Bijbel ons vertelt. Genesis 4:22 zegt dat de bewerking van zowel koper (of brons, volgens de NBV) als ijzer al uitgevonden was voor de zondvloed.

 

 

 

 

 

Moeilijkheid #4: urbanisatie

 

Als je denkt dat de spraakverwarring >40.000 jaar geleden plaatsvond is het een mysterie waarom stedenbouw pas zo recent op gang gekomen is. Volgens de gangbare seculiere theorieën zijn mensen pas in de laatste 10.000 jaar begonnen met het bouwen van stadjes, en de wat grotere steden kwamen pas zo’n 6000 jaar geleden op de kaart te staan.

Dit is vooral een mysterie omdat de mensen die bij de Babelaffaire betrokken waren logischerwijs goed bekend waren met het principe van stedenbouw. (Genesis 11:3: “Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie.”)

Net als voor agricultuur geldt dat stedenbouw in de recentere geschiedenis verbazingwekkend genoeg op verschillende plaatsen ter wereld ogenschijnlijk ‘onafhankelijk’ van elkaar losbarstte. Na tienduizenden jaren van wonen in grotten, tenten en kleine vestigingetjes, worden er in de periode van 6000 tot 4000 jaar geleden plotseling steden gebouwd in Mesopotamië, Egypte, India, China en Peru.

Dit past natuurlijk opnieuw veel beter in het Bijbelgetrouwe model van een recente spraakverwarring, waarna de volken in verschillende richtingen trokken en sommige daarvan binnen korte tijd nieuwe beschavingen opbouwden. Het past ook goed dat de oudste beschavingen zich in Mesopotamië bevonden, in het gebied waar Babel ook gelegen heeft.

Wat het nog interessanter maakt, is dat verschillende antieke culturen op verschillende plaatsen ter wereld een overeenkomstig architectonisch idee hadden, namelijk de zogenaamde trappiramide:

  • In Egypte waren trappiramides de oudste vormen van piramides.
  • In Mesopotamië bouwden de Sumeriërs en hun opvolgers vanaf het vierde millennium voor Christus (volgens seculiere dateringen) de zogenaamde ziggurats, die een zelfde soort vorm hebben.
  • Op het Italiaanse eiland Sardinië staan de restanten van een oude trappiramide die eveneens uit het vierde millennium voor Christus zou stammen.
  • In Midden Amerika bouwden de Maya’s, Azteken en Tolteken trappiramides.
  • In Zuid Amerika werden trappiramides gebouwd door de Inca’s, de Moche en de Chavin.
  • In het antieke China werden er ook piramides gebouwd, al is het niet duidelijk hoe ver de bouw van piramides in China teruggaat.

Deze architectonische overeenkomsten passen natuurlijk uitstekend bij een recente datering van de spraakverwarring. Het lijkt erop dat de Toren van Babel een soort ziggurat was, en dat verschillende wegtrekkende volken dit idee meegenomen hebben en het in hun nieuwe woongebieden opnieuw hebben toegepast.

 

 

 

Het hele verhaal dan maar herinterpreteren?

 

Het verhaal over de spraakverwarring kan niet symbolisch gelezen worden. Ook hebben we gezien dat die gebeurtenis niet redelijkerwijs meer dan 40.000 jaar geleden plaatsgevonden kan hebben. Het lijkt erop dat er nog maar één optie overblijft voor christenen die Genesis per se in lijn willen brengen met gangbare theorieën binnen de wetenschap. Het verhaal zelf moet gewoon drastisch geherinterpreteerd worden: als er staat “De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak” dan betekent dat in feite dat alleen de mensen in een beperkt gebiedje op de wereld één van taal en spraak waren.

En dat er intussen overal op de wereld al andere mensen leefden die allerlei talen spraken. Maar dat komt gewoon neer op een regelrechte ontkenning van de hele hoofdgedachte van het verhaal: de mensen wilde zich niet over de aarde verspreiden, maar God verstrooide ze over de hele wereld.

 

 

 

Conclusie

 

Als we compromissen proberen te sluiten tussen de Bijbel en de populaire theorieën binnen de wetenschap, worden daarbij meer problemen gecreëerd dan opgelost. Het is een misvatting dat de tegenspraak tussen de Bijbel en de dominante ideeën binnen de wetenschap opgelost kunnen worden door simpelweg Genesis 1 als een symbolisch verhaal te lezen. Daar blijft het namelijk niet bij. Om binnen Genesis ruimte te maken voor de gangbare ideeën over miljoenen jaren, moeten ook de schepping van Adam en Eva(Genesis 2), de zondeval (Genesis 3), de geslachtsregisters (Genesis 5 en 11), de zondvloed (Genesis 6-9) en de de spraakverwarring (Genesis 11) totaal geherinterpreteerd worden. Genesis staat het simpelweg niet toe.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Misvattingen omtrent het christelijk geloof

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Niet alleen mensen buiten de kerk hebben misvattingen over het christelijk geloof. Men ziet dat velen een beeld van het ‘christelijk geloof’ hebben niet geïnspireerd vanuit het Woord van God. Hier vijf misvattingen op een rij als onderdeel van het geloofsleven van een christen.

 

 

1. Gods liefde hangt af van je gedrag

 

We zijn gauw geneigd om te denken dat we Gods goedkeuring en liefde ontvangen als we de door onszelf opgezette regels navolgen. Maar de waarheid is dat Gods liefde niet afhangt van jouw gedrag. Hij houdt van ons ondanks ons gedrag.

‘Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaars waren’ (Romeinen 5:8).

Gods liefde is niet gebaseerd op wat je wel of niet doet. Zijn liefde is gebaseerd op Zijn Zoon en jouw beslissing om Hem te aanvaarden.

 

 

 

2. De kerk betekent wekelijks samenkomen in een kerkgebouw

 

Wanneer je woont en naar de kerk gaat, kan dit als iets vanzelfsprekends worden gezien wat ‘iedereen’ doet. Het aanbidden van God wordt dan vaak in een apart hokje gezet waar we de rest van de week aandacht aan geven. Op zondag behoor je netjes gekleed in de kerk te zitten en gedraagt iedereen zich goed.

Maar God is geïnteresseerd in ons hart en niet in ons uiterlijk (1 Samuël 16:7).

Verder wordt de kerk vaak gezien als een gebouw en niet als het lichaam van Christus. De Bijbel spreekt over de kerk als iets waar leven in zit.

Efeze 5:19-22 spreekt over ‘een heilige tempel in de Heere’.

Het is dus meer dan een wekelijkse bijeenkomst met prediking en samenzang. De kerk is niet bedoeld om een gezamenlijk evenement te organiseren, maar om mensen lief te hebben.

 

 

 

 

 

 

3. Je mag geen uiting geven aan je moeilijkheden of twijfels

 

Soms is het leven als christen ingewikkeld. Op sommige momenten zijn er geen gemakkelijke antwoorden. In plaats van het onderdrukken van onze twijfels en worstelingen, mogen we ze neerleggen bij God en anderen vragen om hulp. David was een man naar Gods hart en uitte in tijden van tegenspoed vaak openlijk zijn worstelingen en twijfels. Eerlijk en open zijn over je strijd maakt je niet minder geestelijk. Sterker nog, je komt dichter bij God omdat dit proces je ontdoet van je eigen trots en zelfredzaamheid.

 

 

 

4. Alleen ‘superchristenen’ kunnen kerkleider worden

 

Wanneer je iedere week in de kerk zit en je predikant of voorganger hoort spreken, kun je denken dat hij geestelijk superieur of een betere christen is. Dit is ook de reden dat we vaak verbaasd reageren wanneer kerkleiders struikelen. Vaak vergeten we dat ook zij zondige mensen zijn. Net als iedereen hebben voorgangers evenveel behoefte aan genade.

De waarheid is dat je voorganger, aanbiddingsleider, groepsleider of iemand anders die veel ervaring heeft als christen, ook mensen zijn. Zij worstelen. Zij hebben behoefte aan vrienden om over zaken te praten die geen betrekking hebben op de kerk. God gebruikt onze zwakheid voor Zijn eigen eer. Je hoeft jezelf niet op te werken als een soort geestelijke superchristen op nog meer te dienen.

 

 

 

 

 

5. De Bijbel legt ons vooral regels op

 

Vaak maken we van de Bijbel een regelboek. Maar als we op die manier naar Gods Woord kijken, zullen we gauw onze interesse in de Bijbel kwijtraken. De Schrift gaat allereerst over Jezus en het doel van Bijbellezen is niet een bepaald hoofdstuk uit lezen, maar om Jezus te ontmoeten.

Als je één van bovenstaande gedachten gelooft, raad ik je aan om aan zelfonderzoek te doen. Je staat hierin niet alleen. Het goede nieuws staat in Johannes 8:32:

‘U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.’

 

 

 

 

 

 

De visionaire ervaring van Hildegard van Bingen

Standaard

categorie : Hildegard van Bingen

 

 

 

ac18a38cac095545fd0bb6dfb19413f3

 

.

 

De beste samenvatting van de betekenis der miniaturen van SCIVIAS is:

Visionaire ervaring van het christen zijn.

 

.

 

De ervaring van Hildegard

 

 “De kracht en het mysterie van verborgen en wonderbare gezichten ondervind ik in mijn binnenste, reeds vanaf mijn kinderjaren, om precies te zijn vanaf mijn vijfde levensjaar, en ik ondervind ze nu nog (Hildegardis was, toen ze dit schreef, ongeveer 45 jaar). Hier sprak ik met niemand over, tot de tijd dat mij werd opgedragen dit alles te openbaren.

Deze gezichten die ik schouw, ontvang ik niet in droomtoestanden tijdens de slaap of in geestesgestoordheid, niet met de ogen van mijn lichaam of mijn uitwendige oren. Ik krijg ze ook niet op afgelegen plaatsen, maar wakend, heel bewust en met heldere geest, met ogen en oren van de innerlijke mens, en op voor iedereen toegankelijke plaatsen, al naar gelang God het wil.

Hoe dit allemaal gebeurt, is voor een aan het lichaam gebonden mens moeilijk te vatten. Toen ik drie en veertig jaar was zag ik een hemels gezicht. Ik zag een groot licht en een hemelse stem klonk daaruit en gaf mij deze boodschap: Maak de wonderen bekend welke ge ervaart. Schrijf ze op en spreek.”

 

Bij deze visioenbeschrijvingen kan men twee aspecten ontdekken:

de persoonlijke ervaring van de ziener en de poging om deze persoonlijke

ervaring aan anderen duidelijk te maken.

 

Alle teksten over ware visioenen zowel in de Bijbel als in de mystieke litteratuur vertonen gelijkenissen: kortheid, oproep, een omschrijving van het goddelijke en een gesprek. Maar men ontdekt bij iedere ziener individuele bijzonderheden.

In de visioenen van Hildegardis wordt op de eerste plaats gesproken van een hemels gezicht, dat onverwachts als een vurige bliksemstraal bezit neemt van haar hoofd, hart en zinnen, waardoor zij zich niet gekwetst weet, maar in haar totaliteit verwarmd voelt:

“Toen ontsloot zich voor mij plotseling de diepste zin van de H. Schrift, die van de psalmen zowel als die van het evangelie en ook die van de overige Katholieke Boeken van het Oude en Nieuwe Verbond.”

Zij noemt eerst de psalmen noemt waarin zij heel het Oude Testament samengevat weet en deze als voorbereiding ziet op de boodschap van het evangelie. “Maar,” voegt zij er toch heel nuchter aan toe,

“de tekst van die Bijbel, de taalregels en het schrijven zelf, daarvan leerde ik in dat hemelse gezicht niets.”

Hier maakt Hildegardis zelf een heel scherp onderscheid tussen de eigenlijke mystieke ervaring met God en de moeite welke zij zich daarna moet geven, om die ervaring onder woorden te brengen. Bij de visioenen is er sprake van een onmiddellijk kennen en een kennen waaruit de zieneres nadenken moet om ons die kennis proberen mede te delen.

De grote geopenbaarde geloofswaarheden zijn voor haar geloofswijsheid geworden, een weten tot in de diepste grond van haar bewustzijn. Maar wil zij ons die wijsheid meedelen, dan is zij gedwongen te putten uit haar geheugen, fantasie, onderbewustzijn en haar parapsychologisch vermogen.

Ieder van deze termen is bij Hildegardis’ werk verantwoord. Eerst roept zij haar geheugen te hulp: alles wat zij in haar jeugd tot haar vijfde jaar heeft meegemaakt in het ouderlijk huis, waarschijnlijk een ridderburcht. Dan wat zij beleefd heeft in de kluis van Zuster Jutta, haar tante. Vervolgens wat Hildegard meemaakte in de kluizenaressengemeenschap, waar zij tenslotte op 36 jarige leeftijd tot magistra gekozen werd. Zij put verder uit haar fantasie, waarin zij haar creatieve persoonlijkheid uitleefde, wat op latere leeftijd vruchten opleverde van poëtische en muzikale aard. Zeker werd haar verbeelding ook gevoed door haar onderbewustzijn. De erfenis van eeuwenoude verhalen en bijgelovige verklaringen van de raadsels der natuur.

 

.

Museum - Hildegard von Bingen

Museum – Hildegard von Bingen

 

 

Tenslotte is het bekend dat Hildegardis zeer merkwaardige parapsychologische vermogens bezat. Daarmee was zijzelf zozeer vertrouwd, dat zij er geen erg in had dat anderen die vermogens niet bezaten. De 35 miniaturen van Scivias zijn gemaakt naast de tekst van zesentwintig visioenen. Tekst en miniatuur steunen elkaar om de boodschap over te brengen die Hildegardis aan de mensen van haar tijd wilde mededelen. Onder de mensen van haar tijd dienen we vooral te denken aan clerici.

Al haar geschriften staan vol van verwijten en vermaningen gericht tot de hogere en lagere geestelijkheid en vervolgens tot hen die de wereldlijke bestuursmacht uitoefenen. In feite richt zij zich op de manier van de profeten van het Oude Verbond tot allen die een verantwoordelijkheid dragen. Zij denkt sterk hiërarchisch, maar niet zo, alsof de hiërarchie de kerk zou uitmaken.

We zullen dat duidelijk zien in het derde boek van Scivias, waar de opbouw van de kerk in de loop der geschiedenis wordt uitgelegd in beelden van een stadsbouw. De hiërarchie van het Oude- en Nieuwe Testament vormt daarvan wel de muren en de torens, maar het gaat voornamelijk om de grote massa van gelovigen, die samen de bouwstenen van het uiteindelijke kerkgebouw uitmaken.

Tijdens haar leven heeft zij enorme indruk gemaakt en werd zij ‘het orakel’ en de ‘profetes’ genoemd. Zuster Adelgundis Führkotter zegt in haar inleiding van Scivias:

“Van verre togen mensen van alle rangen en standen, leken en geestelijken, bisschoppen en monniken, zieken, gezonden of noodlijdenden naar het klooster op de Rupertusberg bij Bingen aan de Rijn, om haar raad in te winnen en hulp en troost te vinden. De briefwisseling die zij met de groten van de Kerk en het Rijk voerde, verspreidde zich over een gebied dat zich over vrijwel het gehele avondland uitstrekte: van Denemarken over Engeland en de Nederlanden naar Frankrijk en ltalië en tot in Griekenland.”

Dit was allemaal het gevolg van het boek Scivias in het jaar 1151, waaraan zij in latere jaren nog twee theologisch-wijsgerige werken toevoegde. Verder bestaan er van haar hand natuur- en geneeskundige verhandelingen en zij componeerde bovendien melodieën bij zelf-gedichte teksten. Al deze geschriften en brieven zijn tot op onze dagen bewaard gebleven in enkele manuscripten, die kort na haar dood door haar geestelijke dochters in enkele grote codices zijn bijeengebracht in het scriptorium van de Rupertusberg.

Van het boek Scivias bleven tot op heden negen manuscripten uit de 12e en 13e eeuw bewaard. De miniaturen behoren bij de tekst van Scivias. Deze miniaturen staan in de zogenaamde prachtcodex van Rupertusberg en zij zijn onder toezicht van Hildegardis zelf vervaardigd.

Volgens de monialen van Eibingen zouden de miniaturen door wel zeven verschillende monniken-kunstenaars ontworpen en geschilderd zijn. Toch is er, dank zij de regie van de heilige Hildegardis, een gesloten eenheid tot stand gekomen. Waarop nu de overtuiging steunt, dat deze verluchtingen door mannelijke miniaturisten tot stand zou zijn gekomen, is mij niet bekend. Men denkt aan monniken uit de abdij van H.H. Eucharius en Matthias te Trier. Het programma van het beeldhouwwerk en de ramen der kathedralen was volkomen afgestemd op de traditionele verkondiging van de Bijbel.

Iedereen kende de symbolen waarmede God, zijn heilswerk en de overbekende heiligen van het Oude en Nieuwe Testament werden afgebeeld. Een eenvoudige gelovige van die tijd kon de ramen van onder naar boven lezen als was het een boek. Zulke ramen kregen dan ook de naam van Biblia Pauperum. Maar de miniaturen bij Scivias bezitten naast de traditionele symbolen en beeldvormen ook verschillende volkomen nieuwe motieven.

Deze motieven zijn ingegeven door Hildegardis zelf en ze zijn belangrijk zijn om de oorspronkelijkheid en eigenheid van Hildegardis’ visioenen en boodschap te ontdekken.

De samenvattende zin van deze boodschap is :

 

‘het verleden, heden en toekomst van het Verlossingswerk’.  

“een eeuwigheidsdrama dat bij God begint en bij Hem eindigt en

waarbij Christus volledig in het middelpunt staat”.

 

 

Scivias bestaat uit drie boeken, wij zouden zeggen drie delen of drie hoofdstukken.

Eerste boek: Val van de mens en de gevolgen daarvan.

Tweede boek: De sacramentenleer.

Derde boek: Het bovennatuurlijke leven van de Kerk met als slot de uiteindelijke voltooiing na de Antichrist en de scheiding in hemel en hel.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

 

Het zonnelied van Fransiscus van Assisi

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

Het Zonnelied (Italiaans : Cantico del Frate Sole) is een gebed uit de rooms-katholieke traditie geschreven door de heilige Franciscus van Assisi.

 

 

Franciscus schreef dit gebed aan het einde van zijn leven vermoedelijk in de lente van het jaar 1225, toen hij zwaar ziek lag in San Damiano en de pijnlijke tekenen van stigmata vertoonde. Het Zonnelied bezingt de schepping in termen van broeder en zuster.

Opmerkelijk is dat hij in het loflied niet alleen de mooie aspecten van de schepping weergeeft, maar ook ziekte en zelfs de dood een plaats in het leven van de christen weet te geven. De tweede encycliek van paus Franciscus (2015) heeft als titel Laudato Si, naar de begintekst van de coupletten.

 

 

 

 

 

Originele Italiaanse tekst

 

Altissimu onnipotente bon signore,

tue so le laude, la gloria e l’honore et onne benedictione.

Ad te solo, altissimo, se konfano,

et nullu homo ene dignu te mentovare.

Laudato sie, mi signore, cun tucte le tue creature,

spetialmente messor lo frate sole,

lo qual’è iorno, et allumini noi per loi.

Et ellu è bellu e radiante cun grande splendore,

de te, altissimo, porta significatione.

Laudato si, mi signore, per sora luna e le stelle,

in celu l’ài formate clarite et pretiose et belle.

Laudato si, mi signore, per frate vento,

et per aere et nubilo et sereno et onne tempo,

per lo quale a le tue creature dai sustentamento.

Laudato si, mi signore, per sor aqua,

la quale è multo utile et humile et pretiosa et casta.

Laudato si, mi signore, per frate focu,

per lo quale enn’allumini la nocte,

ed ello è bello et iocundo et robustoso et forte.

Laudato si, mi signore, per sora nostra matre terra,

la quale ne sustenta et governa,

et produce diversi fructi con coloriti flori et herba.

Laudato si, mi signore, per quelli ke perdonano

per lo tuo amore,

et sostengo infirmitate et tribulatione.

Beati quelli ke ’l sosterrano in pace,

ka da te, altissimo, sirano incoronati.

Laudato si, mi signore, per sora nostra morte corporale,

da la quale nullu homo vivente pò skappare.

Guai a quelli, ke morrano ne le peccata mortali:

beati quelli ke trovarà ne le tue sanctissime voluntati,

ka la morte secunda nol farrà male.

Laudate et benedicete mi signore,

et rengratiate et serviateli cun grande humilitate

 

 

 

Nederlandse vertaling

 

Allerhoogste, almachtige, goede Heer,

van U zijn de lof, de roem, de eer en alle zegen.

U alleen, Allerhoogste, komen zij toe

en geen mens is waardig uw naam te noemen.

Wees geprezen, mijn Heer met al uw schepselen,

vooral door mijnheer broeder zon,

die de dag is en door wie Gij ons verlicht.

En hij is mooi en straalt met grote pracht;

van U, Allerhoogste, draagt hij het teken.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster maan en de sterren.

Aan de hemel hebt Gij ze gevormd, helder en kostbaar en mooi.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder wind

en door de lucht, bewolkt of helder, en ieder jaargetijde,

door wie Gij het leven van uw schepselen onderhoudt.

Wees geprezen, mijn Heer, door zuster water,

die heel nuttig is en nederig, kostbaar en kuis.

Wees geprezen, mijn Heer, door broeder vuur,

door wie Gij voor ons de nacht verlicht;

en hij is mooi en vrolijk, stoer en sterk.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,

die ons voedt en leidt,

en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten.

Wees geprezen, mijn Heer, door wie omwille van uw liefde

vergiffenis schenken, en ziekte en verdrukking dragen.

Gelukkig wie dat dragen in vrede,

want door U, Allerhoogste, worden zij gekroond.

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood,

die geen levend mens kan ontvluchten.

Wee hen die in doodzonde sterven;

gelukkig wie zij in uw allerheiligste wil vindt,

want de tweede dood zal hun geen kwaad doen.

Prijs en zegen mijn Heer,

en dank en dien Hem in grote nederigheid

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Kan een gelovige zondigen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

907pic

 

 

 

 

Is de gelovige in staat te zondigen?

 

Om Johannes te kunnen begrijpen, moeten we weten wat hij met zijn brief wil zeggen. Hij heeft het over een opvatting die uit de Griekse filosofie dreigt in te sluipen. Volgens die opvatting zijn lichaam en geest volledig gescheiden; alleen de geest heeft dan waarde, en alleen de dingen van de geest kunnen daarom goed of slecht zijn. Wat je met je lichaam doet, zou geen ‘zonde’ zijn, want het lichaam is, volgens die opvatting, voor onze goddelijke bestemming van geen enkel belang.

Zonde bestaat dan alleen maar in de geest, en met het lichaam zouden we kunnen doen wat we maar willen. Johannes verzet zich fel tegen deze onbijbelse opvatting. De moeilijkheid zit voor ons in het feit dat hij met zondigen twee verschillende dingen bedoelt.

Aan de ene kant de zonde die de ware volgeling van Christus probeert na te laten, maar waarin hij toch telkens weer vervalt, omdat hij nu eenmaal nog niet de volmaaktheid heeft bereikt. Geen enkele gelovige is volledig vrij van zulke zonde.

Aan de andere kant zijn er de daden van deze dwaalleraars, duidelijk in strijd met de leer van Christus, waarvan zij echter betogen dat je die zonder bezwaar kunt doen, omdat dat toch geen zonde is. De ware christen onthoudt zich volledig van zulke daden (zulke zonde). Wie bewust zulke zonde doet (ook al ziet hij die zelf niet als zonde), is geen volgeling van Christus.

 

 

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

Gevolg van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

Over die eerste vorm van zonde, die uit zwakheid, zegt Paulus:

 

“Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Ik wil het goede wel, maar het goede doen kan ik niet. Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.” (Romeinen 7:15-19)

Met zijn geest (verstand) weet hij wat hij als christen zou moeten doen, maar zijn natuurlijke neiging is anders, en dat brengt hem er toch telkens weer toe dingen te doen die verkeerd zijn. Weliswaar wil hij dat eigenlijk niet, maar – zoals Jezus zelf zei – ‘de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak’ (Matteüs 26:41).

Let op dat hij dat niet verontschuldigt, als iets dat alleen maar van het lichaam is en dat daarom dus geen zonde zou zijn. Integendeel, Paulus wijst dit volledig aan als zonde, en roept vol wanhoop uit:

Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?”

 

Maar in de volgende zin geeft hij zelf de oplossing:

“God zij gedankt: door Jezus Christus, onze Heer!” (vs 24-25).

 

Over deze zonde, begaan uit zwakheid, zegt ook Johannes:

“Als we zeggen dat we de zonde niet hebben, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons. Belijden we zulke zonden, dan zal hij, die trouw en rechtvaardig is, ons die zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.” (1 Johannes 1:8-9)

 

 

 

Maar over die andere gedachte, dat wij geen zonde hebben, omdat wij met ons lichaam niet zouden kunnen zondigen, zegt hij:

 

“Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem [God] tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons.” (vs 10)

En hij gaat nog een stap verder. Wie dingen doet die God heeft verboden, en die de Schrift zonde noemt, is een goddeloze. Het begrip dat hij in feite gebruikt is wetteloos. Maar met wetteloos bedoelt de Schift alles wat tegen Gods Wet in gaat, en het woord is dus synoniem met goddeloos:

“Ieder die bewust zondigt overtreedt Gods wet, want zondigen is Gods wet overtreden.” (1 Johannes 3:4)

 

Hij vat dat samen met:

“Ieder die in hem blijft, zondigt niet (= niet bewust)”, maar “ieder die (bewust) zondigt, heeft hem nooit gezien en kent hem niet.” (vs 6).

 

En vervolgens trekt hij dan de conclusie: Het kan niet zo zijn dat wie uit God is geboren, tegelijkertijd willens en wetens bezig is dingen te doen die God heeft verboden. Dat is logisch gesproken onmogelijk! Vrij vertaald schrijft hij:

“Wie werkelijk uit God is wedergeboren, doet niet willens en wetens dingen die de Schrift aanduidt als zonde; want hij heeft het zaad van het evangelie (dat in zijn hart is gezaaid) blijvend in zich en hij kan dus onmogelijk tegelijkertijd bezig zijn met zulke dingen, want hij is wedergeboren.” (vs 9)

 

Hij heeft het dus niet over een fysieke onmogelijkheid om zonde te doen, maar over de logische onmogelijkheid om willens en wetens dingen te doen waarvan hij kan weten dat ze zonde zijn. Wie dat toch doet is niet werkelijk wedergeboren.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne kop a4

Martelaren bij de eerste christenen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Een martelaar (vrouwelijk: martelares; meervoud: martelaars, martelaren; Latijn:martyr = getuige) is iemand die om een idee, met name om zijn geloof, marteling of dood ondergaatHet woord bloedgetuige  is een oud synoniem van martelaar. Het lijden van een martelaar is immers niet zelden een bloedig levenseinde.

 

 

Christenvervolging in de arena

Christenvervolging in de arena

 

 

Opb 17:6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Jezus. …

.

 

Openbaring hoofdstuk 17

Openbaring hoofdstuk 17

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Martelaars heten de oudste belijders van het geloof in Jezus Christus die, als zij door hun vijanden wreedaardig omgebracht werden, hierdoor een getuigenis van het geloof aflegden. Uit het Griekse woord voor getuigenis (martyrion) ontwikkelden zich de woorden martelaar, martelen.

Thans noemt men bij uitbreiding allen, die zich voor een zaak opofferen of opgeofferd worden, martelaars. Het zijn van een martelaar wordt martelaarschap of marteldom genoemd.  De marteldood is de dood van een martelaar. De martelkroon is de eer van het martelaarschap.

De Heer Jezus heeft aan het eind van zijn aardse leven de zijnen voorbereid op het martelaarschap:

Joh 16:1 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat u niet ten val komt.
Joh 16:2 Zij zullen u uit de synagoge bannen; ja, het uur komt, dat ieder die u doodt, zal menen God een dienst te bewijzen.
Joh 16:3 En dit zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet hebben gekend noch Mij.
Joh 16:4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat wanneer, hun uur gekomen is, u zich zult herinneren dat Ik ze u heb gezegd; maar deze dingen heb Ik u niet van het begin af gezegd, omdat Ik bij u was.

.

 

Andrea_Mantegna_Sint_Sebastiaan.jpg

Sint Sebastiaan,

schilderij van Andrea Mantegna,
1457-1458

 

 

De meeste martelaren in deze tijd zijn christen. Het aantal christelijke martelaren lag anno 2011 op zo’n 100.000 per jaar. Dat zijn er 270 per dag.  Volgens een godsdienstsocioloog van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), sterft er gemiddeld iedere vijf minuten een christen voor zijn of haar geloof. In 1970 waren dat er nog 377.000 per jaar; in 2000 ongeveer 160.000. Het aantal christenen dat vanwege het geloof de marteldood sterft, neemt (anno 2011) steeds verder af.

“Als deze aantallen niet wereldkundig worden gemaakt, als aan deze slachting geen halt wordt toegeroepen en als niet erkend wordt dat de vervolging van christenen wereldwijd de voornaamste noodsituatie is als het gaat over religieus geweld en discriminatie, zal de dialoog tussen de godsdiensten slechts mooie conferenties opleveren, maar geen concrete resultaten.”

(Massimo Introvigne, godsdienstsocioloog van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), op een interreligieuze conferentie in Hongarije in (2011))

 

 

 

Eerste christen martelaren

.

Na de onthoofding van Johannes de Doper en de kruisdood van Christus, hebben in de eerste tijd hun leven gegeven tot de dood toe :

  • Stefanus, de diaken, gestenigd c. 34 na Chr. De eerste christenmartelaar.
  • Jacobus, de zoon van Zebedeüs, onthoofd c. 45 na Chr.
  • Jacobus, de zoon van Alfeüs, doodgeslagen c. 63 na Chr.
  • Barnabas, te Salamis verbrand in 63 of 64 na Chr.
  • Marcus, de evangelist, buiten Alexandrië gesleep om verbrand te worden, en onderweg gestorven, in c. 64 na Chr.

Na de begintijd kan men  bloedige vervolgingen van de christenen onder de heidense keizers van Rome onderscheiden.

 

 

steniging Stefanus

steniging Stefanus

 

 

 

Martelaren onder keizer Nero

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Nero, die Romeins keizer was van

37 – 68 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Simon Petrus, apostel, gekruisigd te Rome, onder keizer Nero
  • Paulus van Tarsen, apostel, c 63 na Chr. te Rome onthoofd onder keizer Nero
  • Andreas, de apostel te Patris, in Achaje gekruisigd
  • Filippus, de apostel, te Hiërapolis gemarteld
  • Bartholomeüs de apostel, in Albanië in Armenië gekruisigd en de huid afgestroopt
  • Thomas, de apostel, in Indië door de wilden vermoord
  • Mattheüs, de apostel en evangelist
  • Simon Zelotes, de apostel
  • Judas Alpheus, de apostel
  • Matthias, de apostel
  • Lukas, de evangelist
  • (Johannes, de apostel en evangelist, veel geleden, doch in vrede gestorven c. 101 n.Chr.)
  • Prochorus, één van de zeven eerste diakenen
  • Nikanor, één van de zeven eerste diakenen
  • Parmenas, één van de zeven eerste diakenen
  • Olympus, medereiziger van de apostel Paulus
  • Onesiforus, opziener te Colophon of Coronia
  • Porphyrius, mede-dienstknecht van Onesiforus
  • Karpus, opziener te Troas
  • Trofimus, een leerling van Paulus
  • Apollinaris, een leerling van Petrus
  • Maternus, één van de zeventig discipelen
  • Egistus, één van de zeventig discipelen
  • Marianus, diaken
  • Hermagoras, opziener te Aquila
  • Onesimus
  • Dionysis de Areopagiet

 

 

Kruisdood van Petrus

Kruisdood van Petrus

 

 

 

Martelaren onder keizer Domitianus

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Domitianus, Romeins keizer van 81 – 96 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Timotheüs, een leerling van Paulus
  • Lucianus. opziener te Bellovaco, Frankrijk
  • Maximianus en Julianus, ouderlingen
  • Nicasius, een opziener te Rouaan
  • Quirinus, een ouderling
  • Scubiculus, een diaken
  • Patientia, een maagd
  • Romulus, opziener in Fesula, Italië
  • Antipas, een getrouw getuige van Jezus Christus (Opb 2:13)

 

 

 

Martelaren onder keizer Trajanus

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Trajanus, Romeins keizer van 98 – 117 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

 

  • Simeon, opziener te Jeruzalem, gestorven in 109 n.C.
  • Ignatius, bisschop van Antiochië
  • Ptolemeüs en Lucius, gestorven in 144 n.C.

 

 

Dood van Ignatius

Dood van Ignatius

 

.

 

Martelaren onder keizers Antoninus, Marcus Aurelius en Commodus

.

Onder het bewind van Antonius, Romeins keizer van 138 – 161 n.C., Marcus Aurelius, keizer van 161 – 180 n.C., en Commodus, keizer van 197-192 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Justinius de Wijsgeer, gestorven in 168 n.C.
  • Germanicus, gestorven in 174 n.C.
  • Meliton
  • Polycarpus
  • Felicitas en haar zeven zonen
  • Vetius Epagathus
  • Sanctus, een diaken
  • Attalus, Blandina, Ponticus
  • Photinus, opziener te Lyon
  • Appolonius, gestorven in 188 n.C.

 

 

Martelaarschap van Justinus de Wijsgeer

Martelaarschap van Justinus de Wijsgeer

 

 

 

Martelaren onder keizer Septimius Severus

.

Onder het bewind van Septimius Severus, Romeins keizer van 193 – 211 n.C., zijn onder meer omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Leonidas, de vader van de kerkleraar Origenes
  • Ireneüs, opziener
  • Plutarchus, Sereni en Hero

Kerkleraar Origenes onderwees zijn leerlingen zo krachtig in het geloof, dat later velen hun leven voor de christelijke godsdienst hebben overgegeven. Onder deze waren de eerste Plutarchus, twee mannen, waarschijnlijk gebroeders, Sereni genaamd en Hero.

Toen Plutarchus naar de strafplaats werd geleid, om gedood te worden, was Origenes aan zijn zijde om hem te troosten, waarom hij voorzeker door de woedende schare zou doodgeslagen zijn geworden, zo de goddelijke Voorzienigheid hem niet had beschermd.

 

 

 

Terechtstelling

.

Door allerlei wijzen van terechtstelling zijn martelaren om het leven gebracht, zoals steniging, onthoofding en de brandstapel. Tijdens de Inquisitie (Rooms-katholiek geloofsonderzoek) eindigden veel martelaren op de brandstapel.

Vaak getuigden zij op de brandstapel ‘vurig’ van hun geloof en brachten daardoor omstanders in verwarring. Om dat te verhinderen werd een tongschroef, die de tong vasthechtte aan de kin, aangebracht. In de ashoop van brandstapels zijn verschillende van deze tongschroeven aangetroffen.

Op 5 oktober 1573 stierf de gelovige Mayeken Wens op de brandstapel. In de laatste brief die zij aan haar 15-jarige zoon Adriaen zond, schreef zij: „Och, mijn lieve zoon, al ben ik je hier ontnomen, vrees God van jongs af aan en je zult je moeder terugzien, hier boven in het nieuwe Jeruzalem.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 John Astria

John Astria

Gods beloften in de Bijbel : deel 43

Standaard

categorie : religie

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

43 Gods beloften voor gebedsverhoring 

 

Gen. 20:17 En Abraham bad tot God; en God genas Abimelech, en zijn huisvrouw, en zijn dienstmaagden, zodat zij baarden.

 

 

Gen. 25:21 Nu bad Isaak de Here voor zijn vrouw, want zij was onvruchtbaar; en de Here liet Zich door hem verbidden, en zijn vrouw Rebekka werd zwanger.

 

 

Ezra 8:23 Dus vastten wij en smeekten onze God hierover, en Hij liet Zich door ons verbidden.

 

 

1 Sam 1:12 Toen zij lang bleef bidden voor het aangezicht des Heren, lette Eli op haar mond; ….maar ik heb mijn hart uitgestort voor het aangezicht des Heren…..Ga heen in vrede, en de God van Israel zal u geven, wat gij van Hem gebeden hebt.

 

 

1 Sam. 1:27 om deze jongen heb ik gebeden, en de Here heeft mij gegeven, wat ik van Hem gebeden heb.

 

 

Kon 17:21 Toen strekte hij zich driemaal uit bovenop het kind en riep tot de Here en zeide: Here, mijn God! Laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren.22 En de Here hoorde naar de stem van Elia, en de ziel van het kind keerde in hem terug, zodat het levend werd.

 

 

1 Kron. 5:20 zij werden in de strijd tegen hen geholpen, zodat de Hagrieten met allen die bij hen waren, in hun handen vielen; want zij riepen in de strijd tot God en Hij liet Zich door hen verbidden, omdat zij op Hem hadden vertrouwd.

 

 

2 Kron. 7:1 Zodra Salomo zijn gebed geëindigd had, daalde vuur uit de hemel neer en verteerde het brandoffer en de slachtoffers; en de heerlijkheid des Heren vervulde het huis.

 

 

2 Kron. 7:12 verscheen de Here aan Salomo des nachts en zeide tot hem: Ik heb uw gebed gehoord en deze plaats voor Mij tot een huis der offeranden verkoren.

 

 

2 Kron. 7:14 en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen.

 

 

2 Kron. 33:12 Maar, toen hij in het nauw geraakt was, zocht hij de gunst van de Here, zijn God; hij verootmoedigde zich diep voor het aangezicht van de God zijner vaderen13 en bad tot Hem; toen liet Hij Zich door hem verbidden, hoorde zijn smeking, bracht hem naar Jeruzalem terug en herstelde hem in zijn koningschap. En Manasse erkende, dat de Here God is.

 

 

2 Kron. 18:31 Zodra de wagenoversten Josafat zagen, riepen zij: Dat is de koning van Israel; en zij omsingelden hem om hem aan te vallen. Maar Josafat riep luid en de Here hielp hem, God lokte hen van hem weg.

 

 

2 Kron 20:9 wanneer wij in onze benauwdheid tot U roepen, zult Gij horen en helpen.

 

 

2 Kron 32:20 Maar koning Jechizkia en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, baden deswege en riepen naar de hemel.21 Toen zond de Here een engel, die alle krijgshelden, vorsten en oversten in de legerplaats van de koning van Assur verdelgde, zodat hij met beschaamd gelaat naar zijn land terugkeerde.

 

 

Job 42:10 En de Here bracht een keer in het lot van Job, toen hij voor zijn vrienden gebeden had, en de Here gaf Job het dubbele van al wat hij bezeten had.

 

 

Job 22:27 Als gij tot Hem bidt, zal Hij u verhoren, en gij zult Hem uw geloften betalen.

 

 

Psalm 3:5 Als ik luide roep tot de Here, antwoordt Hij mij van zijn heilige berg.

 

 

Psalm 20:10 Hij antwoordde ons ten dage dat wij roepen.

 

 

Psalm 22:5 tot U hebben zij geroepen en zij werden gered, op U hebben zij vertrouwd en zij zijn niet beschaamd.

 

 

Psalm 34:15 De ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun hulpgeroep.

 

 

Psalm 34:17 Roepen zij, dan hoort de Here, en Hij redt hen uit al hun benauwdheden.

 

 

Psalm 31:22 Terwijl ik in mijn angst dacht: ik ben verbannen uit uw oog; hebt Gij voorwaar mijn luide smekingen gehoord, toen ik tot U riep om hulp.

 

 

Psalm 50:15 roep Mij aan ten dage der benauwdheid, ik zal u redden en gij zult Mij eren.

 

 

Psalm 56:9 Dan zullen mijn vijanden terugwijken ten dage dat ik roep; dit weet ik: dat God met mij is.

 

 

Psalm 66:17 Nauwelijks had ik met mijn mond tot Hem geroepen … Voorwaar, God heeft gehoord, Hij heeft gelet op mijn luid gebed. Geprezen zij God, die mijn gebed niet afwees, noch mij zijn goedertierenheid onthield.

 

 

Psalm 81:7 in de benauwdheid riept gij en Ik redde u, Ik antwoordde u in de verborgenheid van de donder.

 

 

Psalm 81:10 doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.

 

 

Psalm 86:7 Ten dage mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij antwoordt mij.

 

 

Psalm 107:6 Toen riepen zij tot de Here in hun benauwdheid, en Hij redde hen uit hun angsten.

 

 

Psalm 118:5 Uit de benauwdheid heb ik tot de Here geroepen, de Here heeft mij geantwoord en mij in de ruimte gesteld.

 

 

Psalm 120:1 Een bedevaartslied. In mijn angst heb ik tot de Here geroepen en Hij heeft mij geantwoord.

 

 

Psalm 138:3 Ten dage dat ik riep, hebt Gij mij geantwoord, Gij hebt mij bemoedigd met kracht in mijn ziel.

 

 

Psalm 145:18 De Here is nabij allen die Hem aanroepen, allen die Hem aanroepen in waarheid. ….Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.

 

 

Klaag. 3:57 Gij zijt nabij ten dage, dat ik U aanroep, Gij zegt: Vrees niet.

 

 

Jes 38:1 In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. …2 Toen keerde Hizkia zijn gelaat naar de wand en bad tot de Here…..4 En Hizkia weende luid. Toen kwam het woord des Heren tot Jesaja:5 Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de Here, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen.

 

 

Dan. 9:20 Als ik nog sprak, en bad, en beleed mijn zonde, en de zonde mijns volks van Israël, en mijn smeking nederwierp voor het aangezicht des Heren, mijns God. Als ik nog sprak in het gebed, zo kwam de man Gabriel.

 

 

Dan 10:1 12 En hij zeide tot mij: Vrees niet, Daniel, want van de eerste dag af, dat gij uw hart erop gezet hadt om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden.

 

 

Jona 2:1 En Jona bad tot den Here, zijn God, uit het ingewand van de vis.2 En hij zeide: Ik riep uit mijn benauwd-heid tot den Here, en Hij antwoordde mij; uit den buik des grafs schreide ik, en Gij hoordet mijn stem.

 

 

Jer. 33:3 Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen, waarvan gij niet weet.

 

 

Matt. 6:6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

 

 

Matt. 7:11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.

 

 

Matt. 7:11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!

 

 

Matt. 17:21 Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten.

 

 

Matt. 21:22 En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.

 

 

Mar 11:24 Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.

 

 

Luc 2:36 Ook was daar Hanna, een profetes, een dochter van Fanuel, uit de stam Aser. Zij was op hoge leeftijd gekomen, nadat zij met haar man na haar huwelijksdag zeven jaren had geleefd,37 en nu was zij weduwe, ongeveer vierentachtig jaar oud, en zij diende God onafgebroken in de tempel, met vasten en bidden, nacht en dag.

 

 

Luc 11:9 En Ik zeg ulieden: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden.

 

 

Luc 11:10 Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.3 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

 

 

Lukas 18:1 Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.7 Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? 8 Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?

 

 

Marc. 9:29 En Hij zeide tot hen: Dit geslacht kan door niets uitvaren, tenzij door gebed.

 

 

Joh 15:16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dra-gen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

 

 

Joh 16:23 En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam.24 Tot nog toe hebt gij niet om iets gebeden in mijn naam; bidt en gij zult ontvang-en opdat uw blijdschap vervuld zij.

 

 

Hand 8:14 Toen nu de apostelen te Jeruzalem hoorden, dat Samaria het woord Gods had aanvaard, zonden zij tot hen Petrus en Johannes,15 die, daar aangekomen, voor hen baden, dat zij de Heilige Geest mochten ontvang-en.16 Want deze was nog over niemand van hen gekomen, maar zij waren alleen gedoopt in de naam van de Here Jezus.17 Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.

 

 

1 Joh 5:14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons ver-hoort.

 

 

1 Johannes 5:15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.

 

 

Jac. 1:5 Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, een-voudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

 

 

Jac.4:2 Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt.3 Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen.

 

 

Jac 5:15 En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.16 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.

 

 

Luc 3:21 En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in gebed was, de hemel zich opende,22 en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen.

 

 

.Matt 14:13 Toen Jezus dit hoorde, trok Hij Zich vandaar in een schip terug naar een eenzame plaats, alleen. En toen de scharen dit hoorden, volgden zij Hem te voet uit de steden.14 En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare, en Hij werd met ontferming over hen bewogen en genas hun zieken.

 

 

Marc 1:35 34 En Hij genas velen, die ernstig ongesteld waren door allerlei ziekten, en vele boze geesten dreef Hij uit en Hij liet de geesten niet toe te spreken, omdat zij Hem kenden.35 En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar.

 

 

Luc 6:12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij naar het gebergte ging om te bidden, en Hij bracht de nacht door in het gebed tot God.13 En toen het dag geworden was, riep Hij zijn discipelen tot Zich en koos er twaalf uit, die Hij ook apostelen noemde.

 

 

Luc 9:28 terwijl Hij in het gebed was, dat het aanzien van zijn gelaat anders werd, en zijn kleding werd stralend wit.

 

 

Hand 4:31 Terwijl ze baden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met de Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.

 

 

Hand 12:5 Petrus dan werd in de gevangenis in bewaring gehouden, maar door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden. 7 En zie, een engel des Heren stond bij hem en er scheen licht in het vertrek, en hij stootte Petrus in zijn zijde om hem te wekken en zeide: Sta snel op! En de ketenen vielen van zijn handen.

 

 

Hand 16:25 Maar omstreeks middernacht baden Paulus en Silas en zongen Gods lof, en de gevangenen luisterden naar hen.26 Doch plotseling kwam er een zware aardbeving, zodat de grondvesten der gevangenis schudden; en terstond gingen alle deuren open en de boeien van allen raakten los.

 

 

Hand 11:5 Ik was in de stad Joppe in gebed en zag in zinsverrukking een gezicht.

 

 

Hand 22:17 En het overkwam mij, toen ik te Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel aanbad, dat ik in zinsverrukking geraakte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Gods beloften in de Bijbel : deel 42

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De beloften van God

 

Welke zijn voor mij?

 

Zijn er manieren om erachter te komen welke beloften van God voor ons vandaag gelden? Er staan honderden beloften in de Bijbel. Hoe kunnen we weten welke algemene beloften voor ons allemaal gelden, en welke specifieke beloften voor een specifiek persoon zijn?

 

1 Johannes 1:9 is een geweldig voorbeeld van een algemene belofte: “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

Deze belofte is een algemene belofte aan alle gelovigen. Een voorbeeld van een meer specifieke belofte staat in 1 Koningen 9:5, waar wordt geschreven aan Koning Salomo: “… dan zal Ik ervoor zorgen dat altijd één van jouw zonen koning van Israël zal zijn.”Door de context te bestuderen is het duidelijk dat de belofte gedaan wordt aan koning Salomo.

 

 

 

Richtlijnen om te onthouden:

 

    • – Bestudeer de context.

 

    • – Is het een voorwaardelijke belofte? Kijk of het woord ‘als’ in de context staat.

 

    • – God geeft ons beloften om ons te helpen ons te onderwerpen aan Zijn wil; niet om Zichzelf te buigen naar onze wil.

 

             – Ga er niet van uit dat je kunt weten wanneer de belofte vervuld zal worden.
    .
    .
    .

Welke zijn er zoal?

 

Hieronder staan enkele beloften die te maken hebben met het dagelijkse leven van een christen:

 

Matteüs 11:28-29 – “Kom naar Mij als je moe bent. Kom naar Mij als je gebogen gaat onder het gewicht van je problemen! Ik zal je rust geven. Doe wat Ik je zeg. Leer van Mij. Want Ik ben vriendelijk en geduldig en bescheiden. Daarom zul je bij Mij innerlijke rust vinden.”

 

 

Filippenzen 4:19 – “Mijn God zal jullie in alles overvloedig geven wat jullie nodig hebben. Want Hij geeft overvloedig omdat Hij Zelf overvloedig bezit. Hij geeft ons in Jezus Christus van zijn rijkdom.”

 

 

Romeinen 10:9 – “Want als je met je mond hardop zegt dat Jezus de Heer is, en met je hart gelooft dat God Hem uit de dood heeft teruggeroepen en levend heeft gemaakt, ben je gered.”

 

 

Romeinen 6:23 – “Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.”

 

 

1 Korintiërs 10:13 – “Maar als je in de verleiding komt om iets verkeerds te doen, bedenk dan dit. Geen één verleiding is zó groot, dat je er niet tegenop zou kunnen. Want God laat je nooit in de steek. Hij zal niet toestaan dat je het zó moeilijk krijgt, dat je het niet meer aankan. Want Hij zal, als er verleidingen komen, ook voor de oplossing zorgen. Daardoor zul je sterk genoeg zijn om de juiste beslissingen te nemen.”

 

 

Johannes 10:10 – “Maar een dief komt alleen maar om te stelen en te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om leven te geven en overvloed.”

 

 

1 Johannes 1:9 – “Maar als we het aan God vertellen als we verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd.”

 

 

 

 

 

Waarom zijn ze belangrijk?

 

De beloften van God zijn een gesproken of geschreven toezegging. Als God zegt dat Hij iets zal doen, dan doet Hij het ook. Als God zegt dat Hij iets niet zal doen, dan houdt Hij zich ook daar aan. Jozua 21:45 zegt: “Alles wat de Heer aan het volk Israël had beloofd, heeft Hij ook gedaan. Er is niets wat Hij niet gedaan heeft.”

 

 

 

God doet twee soorten beloften

 

De onvoorwaardelijke beloften – Dit zijn beloften die gedaan worden zonder enige voorwaarde.

De voorwaardelijke beloften – Deze soort beloften houden bepaalde kwalificaties of vereisten in. Daarom is het belangrijk om de context van een belofte te begrijpen. Het is niet verstandig om er zomaar een belofte uit te pikken en die ons toe te eigenen. Misschien was dat juist een voorwaardelijke belofte en kunnen we niet aan de eisen voldoen.

 

 

 

 

 

 

42 Gods beloften bij het sterven 

 

Ps.23:4 Al ging ik ook in een dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.

 

 

Luc.21:18 Doch geen haar van uw hoofd zal teloor gaan; 19 door uw volharding zult gij uw leven verkrijgen.

 

 

Joh.5:24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.

 

 

Joh.8:51 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand mijn woord bewaard heeft, hij zal de dood in eeuwigheid niet aanschouwen.

 

 

Joh.11:25 Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, 26 en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat?

 

 

Rom.8:18 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.

 

 

28 Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn.

 

 

35 Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard? 36 Gelijk geschreven staat: Om Uwentwil worden wij de ganse dag gedood, wij zijn gerekend als slachtschapen. 37 Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad. 38 Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, 39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.

 

 

Rom.14:7 Want niemand onzer leeft voor zichzelf, en niemand sterft voor zichzelf; 8 want als wij leven, het is voor de Here, en als wij sterven, het is voor de Here. Hetzij wij dan leven, hetzij wij sterven, wij zijn des Heren. 9 Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat Hij èn over doden èn over levenden heerschappij voeren zou.

 

 

2 Kor.5:1 Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. 2 Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden,………6 Daarom zijn wij te allen tijde vol goede moed, ook al weten wij, dat wij, zolang wij in het lichaam ons verblijf hebben, ver van de Here in de vreemde zijn 7 – want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen – 8 maar wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen. 9 Daarom stellen wij er een eer in, hetzij thuis, hetzij in de vreemde, Hem welgevallig te zijn.

 

 

1 Kor.15:52 in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. 53 Want dit vergankelijke moet onvergan-kelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. 54 En zodra dit vergankelijke onvergan-kelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. 55 Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel? 56 De prikkel des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. 57 Maar God zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus.

 

 

2 Kor.4:11 Want voortdurend worden wij, die leven, aan de dood overgeleverd, om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees openbare.

 

 

Vs.16 Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. 17 Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, 18 daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.

 

 

2 Tim.4:7 Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden; 8 voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad.

 

 

Fil.1:20 naar mijn vurig verlangen en hopen, dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal staan, maar dat met alle vrijmoedigheid, zoals steeds, ook nú Christus zal worden grootgemaakt in mijn lichaam, hetzij door mijn leven, hetzij door mijn dood. 21 Want het leven is mij Christus en het sterven gewin.

 

 

Hebr.2:14 opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, 15 en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.

 

 

Openb.1:18 en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget