Tagarchief: discipelen

De Hemelvaartsdag van Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

hemelvaart

.

 

Wat lezen we in de Bijbel over Jezus’ hemelvaart?

 

 

Lees mee wat Jezus zegt in Johannes 14:2 en 20:17:

 

In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; Ik ga heen om voor u plaats te bereiden… Ik vaar op tot Mijn Vader en tot uw Vader.

 

en in Mattheus 28:20

 

En zie, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld.

 

Jezus Christus is na zijn opstanding naar de hemel gegaan. Zijn leerlingen hebben er bij gestaan, en het ons verteld in de Bijbel. Maar dat Jezus naar de hemel ging, betekent niet dat wij Hem kwijt zijn. In de hemel blijft Hij aan de aarde denken en van daaruit bestuurt Hij ook de aarde, zelfs als u daar misschien niets van ziet. Alle macht in de hemel en op de aarde is nu aan Hem gegeven. En speciaal blijft Hij nu zorgen voor al Gods kinderen.

Jezus bidt voor mij in de hemel. Als ik struikel in mijn geloof, houdt Hij mij vast. Hij is altijd bij mij. Door zijn Woord, de Bijbel, en door Zijn Geest leidt Hij mij. Tegelijk maakt Hij voor mij een eeuwige plaats in de hemel, waar ik straks mag wonen.

Hij zorgt voor de kerk. Zelfs als zijn volgelingen bespot en vervolgd worden. Ze blijven van Hem getuigen. Hij wil dat er steeds meer mensen komen die in Hem geloven. Dat zijn zondaren net als de anderen. Maar Christus laat ze hun zonden zien en Hij biedt zichzelf aan als Verlosser. Hij nodigt ze tot zich. Hij vergeeft ze hun zonden en helpt ze te strijden tegen het kwade. Dat doet Hij in zijn liefde. Zijn bidden voor ons wordt verhoord door de Vader.

 

Jezus gaat naar de hemel 

 


Veertig dagen waren voorbij gegaan nadat Jezus was opgestaan uit de dood. Zijn vrienden, de discipelen en de vrouwen hadden hem allemaal gezien daarna. En vandaag, 40 dagen na Zijn opstanding, was Jezus weer in Jeruzalem bij de discipelen. Maar ze bleven niet in de stad, ze gingen buiten Jeruzalem, naar de Olijfberg. De discipelen luisterden goed naar Jezus want Hij vertelde hen onderweg weer zoveel mooie dingen. Ze begrepen dat Jezus niet op deze aarde zou blijven, maar weer terug zou gaan naar de hemel.

“Maar”, zei de Here Jezus, “Ik laat jullie niet alleen achter hoor, want ik zal jullie iemand zenden, die altijd bij jullie zal blijven. Hij zal jullie alles duidelijk maken, wat ik je heb verteld. Hij zal altijd bij jullie zijn en jullie leiden en alles leren over God de Vader en Mij. Dat zal De Heilige Geest, de Trooster doen. Jullie zullen nooit alleen zijn, want de Heilige Geest is een deel van God. Zijn Heilige Geest zal in jullie komen wonen”.

Jezus zei dat de apostelen terug moesten gaan naar Jeruzalem en daar moesten wachten op de Heilige Geest, die Jezus hen had beloofd.

“En als de Heilige Geest is gekomen moeten jullie aan iedereen in de hele wereld gaan vertellen dat Ik, Jezus, de Zoon van God ben. Dat ik ben gestorven aan het kruis voor de zonden van alle mensen en dat Ik ben opgestaan en leef! Als de mensen in Mij geloven mag je hen dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.

 


Dat was een opdracht, die Jezus hen gaf.

 

Zo kwamen ze op de Olijfberg. De discipelen wisten dat Jezus van hen heen zou gaan, ze wisten dat Hij weer terug zou gaan naar Zijn Vader in de Hemel. Maar ze waren niet verdrietig, want Jezus ging daar in de Hemel een plaats klaar maken voor alle mensen, die in Hem geloven, zodat ook zij later bij Hem mochten komen wonen in de Hemel.

Jezus keek Zijn discipelen nog eenmaal vol liefde aan. Hij strekte Zijn Handen uit en zegende hen. Toen raakten Zijn voeten los van de grond. De discipelen keken vol ontzag toe en zagen hoe een wolk Jezus aan het gezicht onttrok. Zij konden Hem niet meer zien. De wolk droeg Jezus omhoog, steeds hoger tot in de Hemel, waar Hij nu nog steeds woont bij Zijn Vader.

 

 

 

 

Was hij nu voor altijd weg ?

 


Plotseling stonden daar twee engelen in blinkend witte kleren bij de discipelen. “Wat staan jullie daar?” spraken de engelen. “Jezus, die jullie zojuist op hebben zien varen naar de Hemel, zal ook weer terug komen. Eens zal Hij terug komen op de wolken en dan zal iedereen Hem mogen zien”.

 

Dat was een blijde boodschap, Jezus zou terugkomen, dat had Hij beloofd.

 

En nog steeds wachten wij op de terugkomst van Jezus. Die dag komt, dat is zeker en dan zal het pas echt feest zijn. Dan komt Jezus ook ons halen en dan mogen we altijd bij Hem zijn. Er zal geen verdriet of pijn meer zijn, niemand zal nog honger hebben en er zal geen oorlog meer worden gevoerd.

 

.

.

De hemelvaart van Jezus

.

Na Zijn opstanding uit de dood ontmoet Jezus Zijn discipelen verschillende keren.Na enige tijd (40 dagen) verliet Hij hen. Hij ging niet naar een andere plaats op de aarde maar naar Zijn Vader in de hemel. We lezen in de Bijbel dat Hij van een berg opsteeg naar de hemel. Zijn discipelen waren hier getuige van. Ze bleven net zolang kijken tot Jezus door de wolken voor hun zicht verdwenen was. Waarom ging Jezus eigenlijk weg? Had Hij niet beter kunnen blijven? Als Hij nog op aarde was dan zou Hij zich aan iedereen kunnen laten zien. Toch deed Jezus het op deze manier en dat had alles te maken met de komst van de Heilige Geest.

 

 

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

de gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

 

pasteltekening van John Astria

 

Jezus definitief naar zijn Vader

 


En dan komt het moment dat Jezus definitief naar Zijn Vader in de Hemel gaat. Niet langer verschijnt Hij aan zijn leerlingen. “Terwijl de leerlingen naar boven kijken wordt Hij aan hun zicht onttrokken door een wolk”, staat in het Evangelie.

De hemel, het bij God zijn, is het uiteindelijke doel ook van ons leven. Niet in deze ‘aardse’ tijd, maar na onze dood. Jezus, door de dood heengegaan, heeft een plekje bij God de Vader voor ons bereid. Wij zijn uitgenodigd om daar te komen.

Nu Hij naar de hemel is gegaan heeft Hij voor dit aardse leven de leerlingen destijds, en daarmee ook ons, een Trooster en Helper gegeven. De Heilige Geest, uitgegaan van de Vader en de Zoon, wordt met Pinksteren, de 50ste dag na Pasen, gegeven aan hen die in God geloven en Jezus willen volgen.

 

 

 

De betekenis van hemelvaartsdag 

 

De eerste betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat zij, voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning is.

 

De eerste betekenis: De hemelvaart van Christus, is voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning. Met hemelvaart wordt Christus verhoogd! Christus wordt verhoogd omdat Hij het in zijn leven hier op aarde nooit erg gevonden heeft om klein te worden en zijn eigen leven helemaal op te geven voor God. Hij heeft zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood aan het kruis.

Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken. Christus heeft zijn leven helemaal in de dienst van God gestel en een leven geleid, dat precies tegenovergesteld was dan het leven van die mensen, die toentertijd de toren van Babel gingen bouwen. Zo staan wij vaak in het leven, als bouwers van de toren van Babel, om onszelf te verhogen en onszelf aan God gelijk te maken.

Christus bouwde geen eigen toren van aanzien en eer. Het leven van Christus bestond uit het verwijzen naar God de Vader. Zijn leven stelde hij beschikbaar aan God. 

De Schrift zegt op Hemelvaartsdag tegen al deze mensen: “Jullie loon zal groot zijn in het koninkrijk der hemelen!” Jullie hebben niet voor niets geleefd! Er komt een tijd dat ook jullie ooit eens zullen worden verhoogd en geëerd evenals en met Christus. 

 

 

De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat er iemand bij is die, bij God voor ons pleit.

 

De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is dat er iemand is die bij God voor ons pleit.  Je mag Hem dan wel wat vergelijken met een advocaat, die voor ons de verdediging op zich neemt. Paulus zegt dat onder ons mensen niet één rechtvaardig is. Iedereen van ons breekt, met z’n voornemens.

De hemelvaart van Christus wil zeggen dat er iemand bij God is die voor ons pleit. Iemand, die tegen God zegt:  Reken hem niet af, of zijn daden. Accepteert u Hem ook zonder werken der wet. Veroordeelt u Hem niet langer. Maar spreekt u Hem vrij van de situatie waarin hij beland is! Neemt u hem de last van zijn leven af! En geeft u hem weer een nieuwe kans.

Christus staat, als wij dat willen, aan onze kant en neemt het voor ons op. Uiteindelijk zullen we ooit merken dat Christus voor ons instaat.

 

 

De derde betekenis van de hemelvaart van Christus is, dat de wereld waarin we vandaag leven goed bestuurd wordt.

 


De derde en laatste betekenis van hemelvaart ligt in de woorden van Paulus besloten, wanneer hij ergens zegt: “God heeft Christus Jezus uitermate verhoogd, opdat in zijn naam zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer!” Het mooiste is nog dat Christus naast God mag plaatsnemen om samen met Hem te regeren over onze aarde.

Dat er geregeerd wordt wil niet zeggen dat wij niets meer zouden hoeven te doen. Wij mensen zijn geroepen om van het Koninkrijk van Christus bewust deel uit te maken. Christus roept een ieder van ons op om zijn bedoelingen en bevelen op te volgen.Christus regeert door zijn Geest die onze harten aanraakt.


Zo zijn wij geroepen deel te nemen aan Christus regering over deze wereld om beelddrager van Hem te zijn en Hem na te volgen. Het leven is meer dan alleen maar chaos, het leven is geborgen in Christus.

 

 

Met welke titel wordt Jezus aangeduid in de volgende verzen?


Mt 2:2 De koning is geboren
Mt 5 :35 Jeruzalem is de stad van de grote Koning
Mt 21:5 Zie uw Koning komt op een ezelsveulen
Mt 27:11 Bent u de Koning der Joden?
Mt 27:37 Deze is Jezus de koning der Joden.
Luc 1:33 Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in eeuwigheid.
Joh 18:37 Jezus zei: .. Ik ben een koning.

 

.

.

Wanneer is het koninkrijk der hemelen gekomen?

 

Mt 3:2 het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen
Mt 4:17 Van toen af begon Jezus te prediken: Het koninkrijk der hemelen is nabij
gekomen

 

 

 

Waaruit bestond de prediking van Jezus en waarmee ging dat gepaard?

 

Mt 4:23 …. predikte het evangelie van het koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal
onder het volk.
1 Kor 4:20 Want het koninkrijk van God bestaat niet in woord, maar in kracht.

 

 

 

Welke opdrachten gaf Jerzus zijn discipelen? Wat is het verband tussen die opdrachten?

 

Mt 10:7 Als u nu heengaat, predikt aldus: Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. 8 Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft demonen uit; u hebt het voor niets ontvangen, geeft het voor niets.
Lukas 9:1 Hij nu riep de twaalf samen en gaf hun kracht en macht over alle demonen en om ziekten te genezen. 2 En Hij zond hen uit om het koninkrijk van God te prediken en de zieken gezond te maken.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het koninkrijk der hemelen was nabij gekomen. Maar is dat voor iedereen zichtbaar?

 

Mt 13:10 En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U in gelijkenissen tot hen? 11 Hij nu antwoordde en zei tot hen: Omdat het u is gegeven de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven.


Markus 9 : 1 En Hij zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij hebben gezien dat het koninkrijk van God is gekomen met kracht.

Lucas 17:20 Toen Hem nu gevraagd werd door de farizeeen: Wanneer komt het
koninkrijk van God? antwoordde Hij hun en zei: Het koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze; 21 en men zal ook niet zeggen: Zie, hier, of: daar. Want zie, het koninkrijk van God is midden onder u.

Lucas 19:11 Toen zij nu dit hoorden, sprak Hij bovendien een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden.

 

 

Voor wie is het koninkrijk wel zichtbaar en toegankelijk?

 

Joh 3 : 3 Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien.


Joh 3 : 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.

 

 

Wat kunnen de gelovigen nu al?

 

Heb 6:4  Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest, 5 wie het weldadige woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft.

 

 

Wat zien we nu echter nog niet?

 

Heb 3:8 Doordat hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld. Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet;

 

.

 

Wat is er nodig om ook lichamelijk het koninkrijk te kunnen beërven?

 

1 Kor 15:50  Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed Gods koninkrijk niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.


Rom 14:17  Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

De vroege christelijke vervolging

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Christenvervolgingen in de arena

Christenvervolgingen in de arena

.

Het dramatisch bewijs voor de vroege kerk

 

De christelijke vervolging begon bij Jezus zelf. Hij werd tijdens zijn berechting ronduit gevraagd: “Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?” Jezus liet geen ruimte voor twijfel; Zijn eerste woorden waren: “Dat ben ik”. De godsdienstige elite in Jeruzalem wist wat Jezus hiermee zei. Het was voor hen glashelder dat Hij beweerde dat Hij God was. Daarom werd Jezus voor de misdaad van godslastering aan een Romeins kruis ter dood gebracht. Zo werd Hij de eerste martelaar voor wat later de christelijke Kerk zou worden.

 

 

 

Veel discipelen stierven voor hun geloof

 

De christelijke vervolging vormde een dramatisch onderdeel van de vroege kerkgeschiedenis. Ieder die vasthoudt aan het idee dat het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus een bedrog was dat door een groep discipelen in elkaar werd gestoken, zou eens een keer naar het erfgoed van het martelaarschap moeten kijken.

Elf van de twaalf apostelen, en een groot aantal van de andere vroege discipelen, stierven voor hun trouw aan dit verhaal. Dit is opvallend, omdat zij allemaal getuigen waren van de vermeende gebeurtenissen rondom Jezus en toch tot de dood hun geloof bleven verdedigen. Waarom is dit dan dramatisch, als je bedenkt dat veel andere mensen in de geschiedenis de martelaarsdood zijn gestorven voor een godsdienstig geloof? Omdat mensen niet voor een leugen sterven.

Kijk eens naar de menselijke aard door de geschiedenis heen. Geen samenzwering kan standhouden, wanneer het leven of de vrijheid van de samenzweerders op het spel staan. Sterven voor een geloof is één ding, maar wanneer talrijke ooggetuigen sterven voor een hun bekende leugen, dan is dat een heel ander verhaal.

 

 

Martelaar in de Romeinse tijd

Martelaar in de Romeinse tijd

 

.

.

Een lijst van martelaren die ooggetuigen

waren van het leven van Jezus

 

Hier volgt een verslag van de vroege christelijke vervolging, samengesteld uit talrijke bronnen buiten de Bijbel, waarvan de belangrijkste Foxes’ “Christian Martyrs of the World” (oftewel: Christelijke martelaren van de wereld) is:

Rond 34 na Christus, een jaar na de kruisiging van Jezus, werd Stefanus Jeruzalem uitgegooid en tot de dood gestenigd. Ongeveer 2000 christenen ondergingen het martelaarschap in Jeruzalem in deze tijd.

Ongeveer 10 jaar later werd Jakobus gedood, de zoon van Zebedeüs en de oudste broer van Johannes, toen Herodes Agrippa aankwam als gouverneur van Juda. Agrippa verafschuwde de christelijke sekte van de Joden en vele vroege discipelen stierven tijdens zijn heerschappij een martelaarsdood, waaronder Timon en Parmenas.

Rond 54 na Christus stierf Filippus, een discipel uit Betsaïda in Galilea, de martelaarsdood in Heliopolis, in Phrygia. Hij werd gefolterd, in de gevangenis gegooid, en daarna gekruisigd.

Ongeveer zes jaar later stierf Matteüs, de belastinginner uit Nazareth die één van de Evangelieboeken schreef, in Ethiopië de martelaarsdood door het zwaard toen hij daar aan het prediken was.

Jakobus, de broer van Jezus, was een leider van de vroege kerk in Jeruzalem en was de schrijver van het Bijbelboek met dezelfde naam. Op 94-jarige leeftijd werd hij geslagen en gestenigd, en uiteindelijk werden zijn hersenen met een knuppel tot moes geslagen.

Mattias was de apostel die de vrijgekomen post van Judas invulde. Hij werd in Jeruzalem gestenigd en vervolgens onthoofd.

Andreas was de broer van Petrus die door heel Azië heen preekte. Bij zijn aankomst in Edessa werd hij gearresteerd en aan een kruis gehangen, waarvan de twee uiteinden kruiselings in de grond werden gestoken (dit is waar de naam “Andreaskruis” vandaan komt).

Marcus werd door Petrus tot christen bekeerd en hij schreef Petrus’ verslag over Jezus in zijn Evangelie. Marcus werd door de bevolking van Alexandrië in stukken gescheurd voor Serapis, hun heidense afgod.

Het lijkt erop dat Petrus in Rome ter dood werd veroordeeld en gekruisigd. Hiëronymus stelt dat Petrus op eigen verzoek ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zichzelf onwaardig vond om dezelfde kruisdood als zijn Heer te sterven.

Paulus leed in de eerste vervolging onder Nero. Het geloof van Paulus was zo sterk, zelfs met het martelaarschap in het vooruitzicht, dat de autoriteiten hem naar een besloten plaats brachten om hem daar met het zwaard te executeren.

In ongeveer 72 na Christus werd Judas, de broer van Jakobus die gewoonlijk Taddeüs werd genoemd, in Edessa gekruisigd.

Bartolomeüs preekte in verschillende landen en vertaalde het Evangelie van Matteüs naar het Indisch. Hij werd barbaars afgeranseld en toen door de heidenen aldaar gekruisigd.

Tomas, ook wel Didymus genoemd, preekte in Parthia en India, waar hij door een groep heidense priesters met een speer werd doorboord.

Lucas was de auteur van het Evangelie met zijn naam. Hij reisde met Paulus door verscheidene landen. Er wordt algemeen aangenomen dat hij door heidense priesters in Griekenland aan een olijfboom werd opgehangen.

Barnabas, uit Cyprus, werd in 73 na Christus zonder veel bekende feiten vermoord. Simon, met de achternaam Zelotes, preekte in Mauretanië, Afrika en zelfs in Groot-Brittannië, waar hij in ongeveer 74 na Christus werd gekruisigd.

Johannes, de “geliefde discipel”, was de broer van Jakobus. Vanuit Efeze werd hij naar Rome gebracht, waar hij in een ketel met kokende olie werd gegooid. Op wonderbaarlijke wijze ontsnapte hij zonder enige verwondingen. Domitianus verbande hem daarna naar het eiland Patmos, waar Johannes het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, schreef. Hij was de enige apostel die aan een gewelddadige dood ontsnapte.

 

 

 

De kerk groeide razend snel, ondanks de

afgrijselijke dood van velen

 

Maar de vervolging van christenen vertraagde de groei van het christelijk geloof in de eerste eeuwen na Jezus niet. Zelfs nadat de vroege leiders een afschuwelijke dood waren gestorven, bloeide het christendom in het hele Romeinse Rijk op.

Hoe kunnen deze historische martelaren gezien worden als iets anders dan krachtig bewijs voor de waarheid van het christelijk geloof, een geloof dat gefundeerd is op historische feiten en ooggetuigenverslagen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De ontmoeting met Petrus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

pope-peter_pprubens

 

 

Een van de bekendste personen in het Nieuwe Testament is de apostel Petrus. Met hem kunnen we ons vaak zo goed vereenzelvigen, vooral in zijn menselijkheid herkennen we onszelf. We vinden hem beschreven als een emotionele en impulsieve man.

Iemand die heel direct was in zijn reacties, die eerst sprak en dan dacht. Maar ook een man die worstelde met zijn geloof, en al worstelend in zijn leven met Jezus zowel hoogtepunten als dieptepunten kende.

Zijn geboortenaam was Simon. Hij was opgegroeid in Betsaïda en ging – evenals zijn broer Andreas – wonen in Kapernaüm, een stadje aan het meer van Galilea waar ook Jezus woonde. Ze waren vissers van beroep en volgelingen van Johannes de Doper, tot het moment dat Jezus hen riep tot zijn dienst:

“Toen Hij (Jezus) langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken, zij lieten meteen hun netten achter en volgden hem” (Matteüs 4:18-20).

 

In het parallelle verslag in Lucas 5 zien we dat Petrus Jezus aansprak met de koninklijke titel Heer, nadat hij op aanwijzing van Jezus veel vissen had gevangen. Toen Simon Petrus dat zag viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei:

‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.”.

 

Zijn vertrouwen in Jezus was zo groot dat hij tijdens een storm, toen Jezus lopend over het water op weg was naar hun boot, Jezus tegemoet wilde gaan. Petrus antwoordde:

‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.

 

Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. (Matteüs 14: 28-29). Vol vertrouwen liep hij over het water naar Jezus. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit:

‘Heer, red me!’

 

Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei:

‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld’?” (vs.30-31).

 

Deze vraag was niet alleen voor Petrus bedoeld, maar voor alle volgelingen van de Here. Jezus bestrafte hier niet de golven, maar Petrus. Pas toen zij in de boot waren, kwam de storm tot rust. Jezus wilde duidelijk maken dat in geloof alles mogelijk is, wat of de omstandigheden ook zijn.

Eens vroeg Jezus zijn discipelen:

“Wie zeggen de mensen dat ik ben?” (Matteüs 16:13).

 

De discipelen noemden op: Johannes de Doper, Elia, een van de profeten. Jezus keek hen daarna aan en stelde de vraag waar het eigenlijk om ging:

“En wie ben ik volgens jullie?”

 

Petrus antwoordde direct:

“U bent de messias, de Zoon van de levende God”.

 

Hier toonde hij groot geloof. Op deze belijdenis kreeg hij twee grote beloften. Daarin zien we waarom Jezus aan Simon de naam Petrus – wat rots betekent – gaf.

De eerste is: “en Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen” (Matteüs 16:18). 

De tweede is: “Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.”

 

In zijn rede in Lucas 11:52 vinden we het antwoord op wat Jezus bedoelde:

“Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden”.

 

Petrus kreeg geen macht om mensen wel of niet toe te laten tot het eeuwig leven. Die macht heeft alleen Jezus van Zijn Vader gekregen. In deel twee zullen we een vervulling van deze sleutelbelofte zien. Maar toen Jezus zijn lijden aankondigde, liet Petrus merken dat hij dit niet begreep. Ook toen nam hij direct het woord, dacht het beter te weten dan zijn Heer en was heel opgewonden:

“Petrus nam hem ter zijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!”

 

De woorden die Jezus daarop sprak waren een schok voor Petrus: Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden:

‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen’ (Matteüs 16:22-23).

 

Hij wordt hier satan, een tegenstander genoemd. Niet alleen moest Jezus zelf naar het kruis gaan, maar ieder die zijn discipel wil zijn moet hetzelfde doen.

Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

De vier “goed nieuws” boeken in het Nieuwe testament

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de 4 evangelisten: schilderij van Jacob Jordaens

de 4 evangelisten: schilderij van Jacob Jordaens

 

 

 

De boodschap

 

De eerste boeken van het Nieuwe Testament van de Bijbel zijn de vier Evangeliën geschreven door Matteüs, Markus, Lucas en Johannes. Hun boodschap verhaalt van het “evangelie”, wat in het Grieks ‘goed nieuws’ betekent. Het is het goede nieuws van Jezus Christus, want Hij is de Messias (redder) en de Zoon van God. Hij kwam op de wereld als volledig mens en als volledig God.

Zijn naam, die gegeven werd aan Maria, was Immanuël, wat in het Hebreeuws “God met ons” betekent. Hij kwam ‘in het vlees’ (als mens dus) om voor onze zonden te boeten (Johannes 3:16). Jezus kwam niet om een aardse koning te worden, maar om de hemelse koning te worden die door iedereen erkend zal worden als Koning van alle koningen (Openbaring 19:16).

De vier Evangeliën tonen ons de vervulling van vele Oudtestamentische beloften en profetieën van de komst van de Messias. Deze Nieuwtestamentische boeken verhalen van Jezus’ geboorte, afkomst, bediening (werk op aarde), wonderen, kruisiging, wonderbaarlijke opstanding, en hemelvaart.

 

 

 

De auteurs

 

De auteurs van de vier evangeliën brengen elk een uniek perspectief:

 

 

Matteüs

 

Matteüs was een tollenaar, iemand die belasting inde voor de Romeinse bezetters. Hij had een beroep wat toen net zoveel afkeer opriep als vandaag de dag. Het evangelie volgens Matteüs begint met de genealogie, de stamboom van Jezus, door de lijn van koning David. Het verslag van de geboorte van Jezus in Bethlehem is wereldberoemd.

We lezen ook over de selectie van Jezus’ oorspronkelijke twaalf discipelen, over Zijn bekende ‘bergrede’ (toespraak op de berg, de zaligsprekingen), over de gelijkenissen die Hij vertelde, en over Zijn wandeling over het water.Hoofdstuk 26 geeft een gedetailleerd verslag van hoe Judas Iskariot Jezus verraadde bij het Laatste Avondmaal, wat ook bekend stond als het Pesachmaal. Matteüs eindigt met de dood van Jezus aan het kruis. In hoofdstuk 28 geeft Jezus de zendingsopdracht uit.

 

 

 

Marcus

 

Marcus was niet één van de twaalf oorspronkelijke discipelen, maar hij volgde en leerde van Paulus tijdens zijn eerste reis als missionaris. Volgens de traditie werd Marcus later een naaste medewerker van de apostel Petrus en is het Evangelie van Marcus Petrus’ vertelling van de gebeurtenissen. Het boek Marcus is naar verluidt het eerste Evangelie dat opgeschreven werd (rond 55 na Christus).

Het beschrijft meer wonderen dan enig ander Evangelie. Marcus begint met een achtergrondschets van Jezus’ bediening door de bediening van Johannes de Doper te benoemen. Johannes was door God gestuurd om ‘de weg van de Heer te bereiden’. Hoewel mensen in grote groepen naar hem toekwamen, verkondigde Johannes de Doper dat er een ander zou komen die nog machtiger zou zijn dan hij was.

 

Hij stelde in Marcus 1:8: “Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de Heilige Geest.”

 

Nadat Johannes Jezus gedoopt had (als een voorbeeld voor ons allen), doet Marcus verslag van Jezus’ openlijke bediening. Hij verhaalt van Jezus’ bediening in Galilea, beschrijft een groot aantal genezingswonderen, de uitwerping van demonen, en de voeding van vijfduizend mensen met vijf broden en twee vissen. Jezus predikte over het weerstaan van verleiding, het zegenen van kleine kinderen en het dienen van anderen. Jezus vertelde over het weerstaan van afgoden en valse profeten en beloofde Zijn terugkomst voor alle gelovigen.

Hoewel Marcus’ boek een aantal onderwerpen bevat die ook in de andere Evangeliën staan, zoals de kruisiging en de opstanding, eindigt het door ons te laten weten dat de Heer is opgestegen naar de hemel en aan de rechterhand van God zit. Ongeveer een derde van het Evangelie van Marcus is gewijd aan de laatste week van het aardse leven van Jezus.

 

 

 

 

 

Lucas

 

Lucas was, in tegenstelling tot de andere oorspronkelijke discipelen, een Griek en een heidense christen. Hij was buitengewoon goed opgeleid als arts. Er wordt gezegd dat het boek rond 60 na Christus geschreven is (ongeveer in dezelfde tijd als het Evangelie van Matteüs) in Rome of Caesarea. Lucas reisde met Paulus mee op zijn zendingsreizen. Hij stelt Jezus voor als de Redder die beschikbaar is voor de wereld en als een meelevende genezer en onderwijzer.

Lucas schrijft een gekoesterd verslag van de geboorte van Jezus in hoofdstuk 2. Maar hij is uitermate nauwkeurig wanneer hij verslag legt van de handelingen en het onderwijs van Christus vanaf het absolute begin, en hij helpt zijn lezers bij het begrijpen van de zekere weg van verlossing. Zijn boek getuigt van de manier waarop we moeten leven en trouwe kinderen van God mogen worden.

 

 

 

Johannes

 

Johannes, de zoon van Zebedeüs, werd ook wel de “Zoon van de Donder” genoemd. Zijn boek is wat later geschreven dan de andere, zo rond 85-90 na Christus, dus na de verwoesting van Jeruzalem die in 70 na Christus plaatsvond. Het boek wordt vaak het boek van de liefde genoemd.Johannes’ afschildering van Jezus en Zijn liefde laat duidelijk zien dat Jezus niet slechts een normaal mens was. Johannes laat zien hoe Jezus inderdaad de eeuwige Zoon van God is.

Hij vertelt ons hoe Jezus persoonlijk mensen ontmoette, predikte en liefdevol Zijn discipelen onderwees. Johannes laat ons zien dat deze Goddelijke man “leven” aanbood en dat Hij harde en haatdragende mensenharten vriendelijk en liefdevol maakte.Johannes doet verslag van Jezus’ handelingen, net als de eerste drie Evangelisten, maar hij interpreteert ze zodat we er een geestelijke waarheid aan toe kunnen kennen.

 

Hij zegt in Johannes 20:30-31: “Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.”

 

Johannes gebruikt toepasselijke, geestelijke woorden zoals liefde, leven, licht en levend water om zijn boodschap van verlossing meer impact te geven.

 

 

 

 Op welke manier zijn deze verslagen vandaag de dag relevant?

 

Hebreeërs 13:8 zegt: “Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!”

 

Het Evangelie verandert nooit. We moeten ons dagelijks leven op Jezus gericht houden, want Hij is onze hoop en onze redding. In tegenstelling tot mensen is Hij onveranderlijk en zal Hij ons nooit in de steek laten. De Evangeliën laten ons zien dat mensen als Matteüs gered kunnen worden van hun verleden. Door het nieuwe leven dat Matteüs ontving door te gehoorzamen aan de roep van Jezus, kreeg hij een waardevol doel en een rechtvaardige leefwijze. Jezus zal hetzelfde voor jou doen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Het gnostische evangelie van Judas Iskariot

Standaard

categorie : religie

 

 

 

judas_iskariot_LR (01)

 

 

Is het verloren evangelie feit of fictie?

 

De National Geographic Society heeft een ontdekking gesponsord en gepubliceerd die bekend is geworden als het verloren evangelie van Judas. Dit was slechts een deel van een codex (gebonden boek uit de late oudheid of middeleeuwen) die vele verschillende geschriften uit uiteenlopende ideologieën bevatte. De kopie van dit evan-gelie is het meest spraakmakende onderdeel van een codex (boek), die in Egypte is gevonden en waarschijnlijk rond 350 na Christus gedateerd moet worden. Het is geschreven in hetzelfde koptische dialect als de beroemde Nag-Hammadigeschriften, die in 1945 werden ontdekt in een kruik in Egypte. Circa vijfenzeventig procent van de codex is leesbaar.

 

 

 Het evangelie van Judas

 

Het eerste wat men moet doen met een zogenaamd “verloren evangelie” is het zelf lezen. Wanneer men er in slaagt om je door het verloren evangelie van Judas te worstelen, zal men beamen dat het moeilijk is om er ook maar iets van te geloven. In slechts zeven pagina’s aarzelt het geschrift over de vraag of Judas de 12e of de 13e discipel was. Het schrift zegt dat Christus in andere vormen verschenen is, en vertrok om Zich naar andere, niet-menselijke “generaties” te begeven.

De tekst stelt dat Christus “uit het onsterfelijke rijk van Barbelo” afkomstig was en dat Hij de reïncarnatie van Seth was. De tekst bedoelt niet Seth, de derde zoon van Adam en Eva, maar Set, de Egyptische god van het kwaad. In de wereld van de 2de-eeuwse gnostiek, een vorm van mystiek vroeg christendom, is Barbelo de goddelijke ‘Moeder’. Zij is het eerste voortbrengsel van de ‘Ene Ware God’. Haar rijk is dus een van de allerhoogste hemelen.

Ook zegt de tekst dat Christus niet gestorven is voor onze zonden of om ons te redden, maar dat Hij in wezen zelfmoord pleegde om Zijn geest te bevrijden, die blijkbaar gevangen zat in Zijn lichaam. Verder staat er dat wij geleid worden door sterren, en dat God niet bestaat. Er is wel een soort kwaadaardige wolk die “God” baarde welke men de engel die Zelfveroorzaakt noemt. Vervolgens er zijn andere engelen en wezens die verder nergens in de Schrift genoemd worden, maar gemeengoed zijn in het Gnosticisme ( de leer van geheime, verborgen kennis )

Dit verloren Evangelie moet absoluut niet serieus genomen worden. Dit had met een gulle lach afgedaan moeten worden, maar in plaats daarvan wordt het breed uitgemeten op de National Geographic website, op televisie en in twee boeken als zou het een grote openbaring zijn. Het verloren evangelie laat ons zien wat voor troep terzijde geworpen is en geen deel mocht uitmaken van onze Bijbel. Dit soort rommel is wat de vroege Kerkleiders verwierpen tijdens bijeenkomsten zoals het concilie van Nicea en de Oecumenische Concilies.

 

 Het nep-evangelie van het Gnosticisme

 

Boeken zoals dit “Evangelie van Judas” zijn afkomstig van de Alexandrijnen. Het was Arius van Alexandrië die beweerde dat Jezus niet God.Dit was de aanleiding voor het eerste concilie van Nicea en de geloofsbelijdenis van Nicea. Rond 100 na Christus ontstond er onrust onder een groep Alexandrijnen over de snelle en onverklaarbare verspreiding van het christendom door de hele bekende wereld. Zij besloten om het christendom te vernietigen door het volk te overspoelen met nep-evangeliën die het christendom verdraaiden en vervormden totdat het niets meer voorstelde. Zij waren Gnostici, die geloofden in mystiek en kosmologie. Hun pogingen mislukten, want God is sterk. Hij is machtig genoeg om ons Zijn Woord te geven en het in stand te houden, volledig en heilig. Zijn Woord zegt:

 

 

(1 Korintiërs 15:1-2)“…het Evangelie dat ik u verkondigd heb…is uw redding. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen”

 

(2 Timoteüs 3:16) “Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd”

 

( Openbaring 22: 18-19) waarschuwt ons dat wij niets mogen toevoegen aan of weglaten uit de Schrift

 

( 1 Tessalonicenzen 5: 21)  “Onderzoek alles, behoud het goede”

 

 ( 1 Johannes 4:1) “Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen” 

 

 

Het motief voor het verraad van Judas

 

Er is ook een duidelijke ontwikkeling in de verhalen over Judas’ motief om Christus te verraden. In het oudste evangelie, dat van Markus (ca 65 na Chr.), is er eigenlijk nog geen motief. In dat van Mattheüs (ca. 85) doet Judas het om het geld en in het evangelie van Lucas verraadt Judas Christus omdat hij door de duivel bezeten is. In het vrij late evangelie van Johannes (ca. 100-120 na Chr.) wordt Judas vrijwel gelijkgesteld aan de duivel zelf. Het nu gevonden Judas-evangelie vormt een geheel nieuwe fase in de christelijke speculaties over Judas’ motief, maar het verraad zelf blijft staan.

 

 

Judas' verraad voor 30 zilverstukken

Judas’ verraad voor 30 zilverstukken

 

 

 

Judas kan de test niet doorstaan

 

Zelfs als je het maar vluchtig doorleest, is het duidelijk dat dit “verloren evangelie van Judas” de test niet kan doorstaan. Het is incorrect, niet goed geschreven, en bevat geen enkele verwijzing, aanhaling of citaat naar een ander deel van de Schrift. Feitelijk is het in strijd met de hele Schrift, en komt het met niets uit de Bijbel overeen. Het is duidelijk een schaamteloze Gnostische tekst die bedacht is om het Gnosticisme te promoten door de echte gebeurtenissen uit de Bijbel naar de eigen vervalste visie op de wereld te verbuigen. Dit “verloren evangelie” is een fictief verhaal, geschreven als een mislukte poging om het vroege christendom te benadelen. Het is een verzonnen onderzoek naar de laatste dagen van Judas die met het christendom bekend was maar er niet in geloofde. Hoe dan ook, het is niets méér dan Gnostische fictie.

 

 

Een fragment uit het evangelie van Judas

 

Op een dag was hij met zijn discipelen in Judea, en vond hen zittend bij elkaar allen in vrome ceremonie. Toen hij zijn discipelen naderde, deze zaten bij elkaar in een dankgebed voor het brood, lachte hij. De discipelen zeiden tot hem, “Meester waarom lacht u om ons gebed van dankbetuiging? We hebben gedaan wat juist is. ”Hij antwoordde en zei tot hen, “ik lach niet om jullie. Jullie doen dit niet vanwege je eigen wil, maar omdat het door dit is dat jullie god geprezen zal worden.” Zij zeiden,”Meester, u bent de zoon van onze God.” Jezus zei tot hen, ”Hoe kent u mij? Waarlijk ik zeg u, geen generatie van de mensen te midden van u zal mij kennen.

 

 

De discipelen worden boos.

 

Toen de discipelen dit hoorden, werden zij geïrriteerd en boos en begonnen in hun hart godslasterlijk tegen hem te spreken. Wanneer Jezus hun gebrek aan begrip bemerkte, zei hij tot hen, “waarom heeft deze opschudding je geleid tot boosheid? Uw god welke in u is heeft u opgehitst tot boosheid in uw zielen. Laat iemand van u die moedig genoeg is tussen menselijke wezens de perfecte mens bekend maken en voor mijn aangezicht staan. Zij allen zeiden, “We hebben de kracht.” Maar hun geesten durfden niet voor hem te gaan staan, behalve Judas Iskariot. Hij was in staat om voor hem te staan, maar kon hem niet in de ogen kijken, en draaide zijn gezicht weg. Judas zei tot hem, “Ik weet wie u bent en waar u vandaan bent gekomen. U bent van het onsterfelijke koninkrijk Barbelo. En ik ben niet waardig uw naam uit te spreken of van de gene die u heeft gezonden.”

 

 

Jezus spreekt privé tot Judas

 

Wetende dat Judas bewogen was door iets van grote betekenis, zei Jezus tot hem, “verwijder u van de anderen en ik zal u van het mysterie van het koninkrijk vertellen. Het is mogelijk voor u om dit te bereiken, maar u zult er veel verdriet van hebben. Want iemand anders zal uw plaats innemen, zo dat de twaalf discipelen mogelijk weer tot vereniging komen met God. Judas zei tegen hem, “Wanneer zal u mij deze dingen vertellen, en wanneer is de grote dag dat dit ontwakende licht verschijnt voor de generatie”? Maar toen hij dit had gezegd, verliet Jezus hem.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Martelaren bij de eerste christenen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Een martelaar (vrouwelijk: martelares; meervoud: martelaars, martelaren; Latijn:martyr = getuige) is iemand die om een idee, met name om zijn geloof, marteling of dood ondergaatHet woord bloedgetuige  is een oud synoniem van martelaar. Het lijden van een martelaar is immers niet zelden een bloedig levenseinde.

 

 

Christenvervolging in de arena

Christenvervolging in de arena

 

 

Opb 17:6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Jezus. …

.

 

Openbaring hoofdstuk 17

Openbaring hoofdstuk 17

 

pasteltekening van John Astria

 

 

Martelaars heten de oudste belijders van het geloof in Jezus Christus die, als zij door hun vijanden wreedaardig omgebracht werden, hierdoor een getuigenis van het geloof aflegden. Uit het Griekse woord voor getuigenis (martyrion) ontwikkelden zich de woorden martelaar, martelen.

Thans noemt men bij uitbreiding allen, die zich voor een zaak opofferen of opgeofferd worden, martelaars. Het zijn van een martelaar wordt martelaarschap of marteldom genoemd.  De marteldood is de dood van een martelaar. De martelkroon is de eer van het martelaarschap.

De Heer Jezus heeft aan het eind van zijn aardse leven de zijnen voorbereid op het martelaarschap:

Joh 16:1 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat u niet ten val komt.
Joh 16:2 Zij zullen u uit de synagoge bannen; ja, het uur komt, dat ieder die u doodt, zal menen God een dienst te bewijzen.
Joh 16:3 En dit zullen zij u doen, omdat zij de Vader niet hebben gekend noch Mij.
Joh 16:4 Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat wanneer, hun uur gekomen is, u zich zult herinneren dat Ik ze u heb gezegd; maar deze dingen heb Ik u niet van het begin af gezegd, omdat Ik bij u was.

.

 

Andrea_Mantegna_Sint_Sebastiaan.jpg

Sint Sebastiaan,

schilderij van Andrea Mantegna,
1457-1458

 

 

De meeste martelaren in deze tijd zijn christen. Het aantal christelijke martelaren lag anno 2011 op zo’n 100.000 per jaar. Dat zijn er 270 per dag.  Volgens een godsdienstsocioloog van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), sterft er gemiddeld iedere vijf minuten een christen voor zijn of haar geloof. In 1970 waren dat er nog 377.000 per jaar; in 2000 ongeveer 160.000. Het aantal christenen dat vanwege het geloof de marteldood sterft, neemt (anno 2011) steeds verder af.

“Als deze aantallen niet wereldkundig worden gemaakt, als aan deze slachting geen halt wordt toegeroepen en als niet erkend wordt dat de vervolging van christenen wereldwijd de voornaamste noodsituatie is als het gaat over religieus geweld en discriminatie, zal de dialoog tussen de godsdiensten slechts mooie conferenties opleveren, maar geen concrete resultaten.”

(Massimo Introvigne, godsdienstsocioloog van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), op een interreligieuze conferentie in Hongarije in (2011))

 

 

 

Eerste christen martelaren

.

Na de onthoofding van Johannes de Doper en de kruisdood van Christus, hebben in de eerste tijd hun leven gegeven tot de dood toe :

  • Stefanus, de diaken, gestenigd c. 34 na Chr. De eerste christenmartelaar.
  • Jacobus, de zoon van Zebedeüs, onthoofd c. 45 na Chr.
  • Jacobus, de zoon van Alfeüs, doodgeslagen c. 63 na Chr.
  • Barnabas, te Salamis verbrand in 63 of 64 na Chr.
  • Marcus, de evangelist, buiten Alexandrië gesleep om verbrand te worden, en onderweg gestorven, in c. 64 na Chr.

Na de begintijd kan men  bloedige vervolgingen van de christenen onder de heidense keizers van Rome onderscheiden.

 

 

steniging Stefanus

steniging Stefanus

 

 

 

Martelaren onder keizer Nero

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Nero, die Romeins keizer was van

37 – 68 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Simon Petrus, apostel, gekruisigd te Rome, onder keizer Nero
  • Paulus van Tarsen, apostel, c 63 na Chr. te Rome onthoofd onder keizer Nero
  • Andreas, de apostel te Patris, in Achaje gekruisigd
  • Filippus, de apostel, te Hiërapolis gemarteld
  • Bartholomeüs de apostel, in Albanië in Armenië gekruisigd en de huid afgestroopt
  • Thomas, de apostel, in Indië door de wilden vermoord
  • Mattheüs, de apostel en evangelist
  • Simon Zelotes, de apostel
  • Judas Alpheus, de apostel
  • Matthias, de apostel
  • Lukas, de evangelist
  • (Johannes, de apostel en evangelist, veel geleden, doch in vrede gestorven c. 101 n.Chr.)
  • Prochorus, één van de zeven eerste diakenen
  • Nikanor, één van de zeven eerste diakenen
  • Parmenas, één van de zeven eerste diakenen
  • Olympus, medereiziger van de apostel Paulus
  • Onesiforus, opziener te Colophon of Coronia
  • Porphyrius, mede-dienstknecht van Onesiforus
  • Karpus, opziener te Troas
  • Trofimus, een leerling van Paulus
  • Apollinaris, een leerling van Petrus
  • Maternus, één van de zeventig discipelen
  • Egistus, één van de zeventig discipelen
  • Marianus, diaken
  • Hermagoras, opziener te Aquila
  • Onesimus
  • Dionysis de Areopagiet

 

 

Kruisdood van Petrus

Kruisdood van Petrus

 

 

 

Martelaren onder keizer Domitianus

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Domitianus, Romeins keizer van 81 – 96 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Timotheüs, een leerling van Paulus
  • Lucianus. opziener te Bellovaco, Frankrijk
  • Maximianus en Julianus, ouderlingen
  • Nicasius, een opziener te Rouaan
  • Quirinus, een ouderling
  • Scubiculus, een diaken
  • Patientia, een maagd
  • Romulus, opziener in Fesula, Italië
  • Antipas, een getrouw getuige van Jezus Christus (Opb 2:13)

 

 

 

Martelaren onder keizer Trajanus

.

Tijdens de bloedige verdrukking en vervolging van christenen onder Trajanus, Romeins keizer van 98 – 117 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

 

  • Simeon, opziener te Jeruzalem, gestorven in 109 n.C.
  • Ignatius, bisschop van Antiochië
  • Ptolemeüs en Lucius, gestorven in 144 n.C.

 

 

Dood van Ignatius

Dood van Ignatius

 

.

 

Martelaren onder keizers Antoninus, Marcus Aurelius en Commodus

.

Onder het bewind van Antonius, Romeins keizer van 138 – 161 n.C., Marcus Aurelius, keizer van 161 – 180 n.C., en Commodus, keizer van 197-192 n.C., zijn onder meer de volgende gelovigen omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Justinius de Wijsgeer, gestorven in 168 n.C.
  • Germanicus, gestorven in 174 n.C.
  • Meliton
  • Polycarpus
  • Felicitas en haar zeven zonen
  • Vetius Epagathus
  • Sanctus, een diaken
  • Attalus, Blandina, Ponticus
  • Photinus, opziener te Lyon
  • Appolonius, gestorven in 188 n.C.

 

 

Martelaarschap van Justinus de Wijsgeer

Martelaarschap van Justinus de Wijsgeer

 

 

 

Martelaren onder keizer Septimius Severus

.

Onder het bewind van Septimius Severus, Romeins keizer van 193 – 211 n.C., zijn onder meer omwille van hun geloof in Jezus Christus omgebracht:

  • Leonidas, de vader van de kerkleraar Origenes
  • Ireneüs, opziener
  • Plutarchus, Sereni en Hero

Kerkleraar Origenes onderwees zijn leerlingen zo krachtig in het geloof, dat later velen hun leven voor de christelijke godsdienst hebben overgegeven. Onder deze waren de eerste Plutarchus, twee mannen, waarschijnlijk gebroeders, Sereni genaamd en Hero.

Toen Plutarchus naar de strafplaats werd geleid, om gedood te worden, was Origenes aan zijn zijde om hem te troosten, waarom hij voorzeker door de woedende schare zou doodgeslagen zijn geworden, zo de goddelijke Voorzienigheid hem niet had beschermd.

 

 

 

Terechtstelling

.

Door allerlei wijzen van terechtstelling zijn martelaren om het leven gebracht, zoals steniging, onthoofding en de brandstapel. Tijdens de Inquisitie (Rooms-katholiek geloofsonderzoek) eindigden veel martelaren op de brandstapel.

Vaak getuigden zij op de brandstapel ‘vurig’ van hun geloof en brachten daardoor omstanders in verwarring. Om dat te verhinderen werd een tongschroef, die de tong vasthechtte aan de kin, aangebracht. In de ashoop van brandstapels zijn verschillende van deze tongschroeven aangetroffen.

Op 5 oktober 1573 stierf de gelovige Mayeken Wens op de brandstapel. In de laatste brief die zij aan haar 15-jarige zoon Adriaen zond, schreef zij: „Och, mijn lieve zoon, al ben ik je hier ontnomen, vrees God van jongs af aan en je zult je moeder terugzien, hier boven in het nieuwe Jeruzalem.”

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 John Astria

John Astria

Maria Magdalena

Standaard

 categorie : religie

 

 

.

Maria Magdalena of van Magdala was een volgelinge van de Heer Jezus, die haar van zeven boze geesten had bevrijd. Zij kwam uit de plaats Magdala in Galilea. Zij was een van de leerlingen aan wie Jezus na zijn opstanding uit de dood verscheen (Marc. 15:40-47; Luc. 8:2; Joh. 20:1-18). Magdala was een stad gelegen aan de westelijke oever van het meer van Genezareth.

 

 

Maria-Magdalena

 

 

We lezen voor het eerst van Maria van Magdala in Luc 8:2.

Lu 8:1 En het gebeurde daarna, dat Hij rondreisde door stad en dorp, terwijl Hij predikte en het evangelie van het koninkrijk van God verkondigde, en de twaalf waren bij Hem,
Lu 8:2 en enige vrouwen die van boze geesten en ziekten waren genezen: Maria, Magdalena geheten, van wie zeven demonen waren uitgegaan,
Lu 8:3 en Johanna, de vrouw van Chusas, zaakwaarnemer van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die hen dienden met hun bezittingen.

Terwijl de Heer in Galilea rondtrok, volgde zij en diende ze hem. Ze was niet de enige. Ook bijvoorbeeld Salome, de moeder van Johannes en Jacobus deed dat. En vele andere vrouwen. De vrouwen dienden Jezus met hun bezittingen, lezen we elders. Kleding, voedsel, drinken, misschien geld om eten of iets anders te kopen. Ze voorzagen de Heer en de twaalven van levensbehoeften. De aardse dingen die Hij en de twaalven behoefden werden hem gegeven door de vrouwen. Er waren bemiddelde vrouwen bij.

Op weg naar Jeruzalem, waar hij zou sterven, volgden hem zijn mannelijke en vrouwelijke discipelen. Vele vrouwen volgden de Heer op weg naar Jeruzalem. Ze bleven niet achter in Galilea. Onder hen was Maria van Magdala. De vrouwen volgden Jezus om Hem te dienen.” (Mt 27)

 

De Heer werd verraden, gearresteerd, veroordeeld, bespot, gegeseld en gekruisigd. Maria en vele vrouwen volgden hem op weg naar Golgotha. Toen Hij aan het kruis hing, keken ze van verre toe.

Mt 27:55  Nu waren daar vele vrouwen die uit de verte toezagen, die Jezus waren gevolgd van Galilea om Hem te dienen;
Mt 27:56  onder hen was Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeus.

Ze kwam naderbij:

Joh 19:25  bij het kruis van Jezus nu stonden zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.

Bij het kruis stonden dus Maria van Magdala en twee andere Maria’s. De betekenis van de naam der aanwezige vrienden en verwanten:

  • Maria = “hun rebellie”,
  • Jezus = “Jah is heil”, of “Jah is redding”.
  • Johannes = “God is een genadige gever”, of “Gods genadegave”, of “God is genadig”,

De namen spreken dus van opstand, redding en genade. Gods redding wordt uit genade geschonken aan een opstandige mensheid.

Nadat de Heer gestorven was, is hij van het kruis afgenomen en in een graf gelegd. Maria Magdalena zag met een andere vrouw waar hij gelegd was. Later kocht ze samen met twee andere vrouwen specerijen om het dode lichaam van Jezus te zalven.

Toen ze vroeg in de ochtend bij het graf kwam, zag zij dat de steen van de grafopening was weggenomen. Hiervan bracht ze Petrus en Johannes terstond op de hoogte: “Zij hebben de Heer weggenomen uit het graf, en wij weten niet waar zij Hem hebben gelegd”. Daarna kwam zij bij het graf terug, en terwijl ze huilt, treft ze in het graf twee mannen (engelen) in witte kleren aan.

Die zeiden tot haar:„Vrouw, waarom ween je?” Zij zei tot hen: „Omdat zij mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben gelegd”. Toen zij dit had gezegd, keerde zij zich om en zag een derde persoon staan. Deze zei tot haar: „Vrouw, waarom ween je? Wie zoek je?

” Zij meende dat het de tuinman was en zei tot Hem: „Heer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij waar u Hem gelegd hebt en ik zal Hem wegnemen”. Daarop zei de onbekende: „Maria!” Dan herkende ze de stem van haar Jezus. Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: „Rabboeni! (= Meester!)”.

“Rabboeni” is een bijzondere titel, onderscheiden van “Rabbi”. “Rabbi” betekent “mijn rab”, d.i. mijn leraar, mijn meester, mijn onderwijzer. Rabboeni is dus een eretitel. Een hogere titel dan rabbi.

De Heer Jezus zei haar: “Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar mijn Vader; maar ga heen naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader en naar mijn God en uw God.” Daarop ging Maria Magdalena de discipelen berichten dat zij de Heer gezien en dat Hij haar dit gezegd had.

 

 

RLC dilemma009graf

 

 

Maria is wel eens “de apostel der apostelen” genoemd. Apostel betekent “gezondene”, “gezant”. Ze werd gezonden om Jezus gezanten te boodschappen.

Na de hemelvaart van de Heer hielden de apostelen verblijf in een bovenzaal.

Hnd 1:13  En toen zij de stad waren binnengekomen, gingen zij op naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden …
Hnd 1:14  Deze allen volhardden eendrachtig in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en zijn broers.

Allicht is Maria Magdalena daarbij geweest, voorts ook bij de uitstorting van Heilige Geest.

 

Na de vervanging van Judas door Matthias als apostel lezen we:

Hnd 2:1  En toen de dag van het pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.

Na de uitstorting van de Heilige Geest legt Petrus uit:

Hnd 2:16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joel:
Hnd 2:17 ‘En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, en uw zonen en dochters zullen profeteren, en uw jongemannen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen.
Hnd 2:18 Ja, op mijn slaven en op mijn slavinnen zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

Allicht is Maria ook daarbij geweest. Ze sprak in de Geest van de grote daden van God. Eens was ze door zeven boze geesten bezeten geweest, nu was een andere Geest in haar gekomen. Geen boze geest, maar de Geest van waarheid en liefde.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 John Astria

John Astria

 

 

Het stof van de voeten schudden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

Na Jezus’ ervaring in Nazareth meegemaakt te hebben, wisten zijn discipelen dat niet iedereen graag hun Meester zou verwelkomen, nog minder zijn leer. Ze hadden geen illusies.

Als ze enige twijfel hadden of ze weerstand en afwijzing zouden ervaren, maakten zijn instructies aan hun duidelijk dat dit met hun zou gebeuren. Hij vertelde hen wat ze mee moesten nemen op hun missie, hoe ze zich zouden moeten gedragen en wat ze zouden moeten doen als hun boodschap niet ontvangen werd.

Echter, hun boodschap was een noodzakelijke boodschap. Zij waarschuwden de mensen over de consequentie wanneer ze hun rug naar hun zonden keren. Ze toonden Jezus’ macht over de demonische wereld. Ze zegenden velen met genezing. Met andere woorden, zij verspreidden de boodschap van hun Meester naar veel meer mensen dan Jezus zelf kon doen.

.

Echter, wanneer ze werden afgewezen, moesten ze verder gaan en Gods werk doen waar het meer hartelijk ontvangen werd, niet hun tijd verspillen proberen mensen te overtuigen die niet zouden geloven.

.

 

 

.

.

Matteüs 10: 11 – 15

 

Als je een stad of een dorp binnenkomt, bekijk dan wie het daar waard is dat je bij hem logeert. Blijf bij hem tot je weer uit die stad vertrekt. 12 Als je zijn huis binnengaat, wens de mensen die er wonen dan vrede toe. 13 Als die mensen het waard zijn, zal je vrede over hen komen. Maar als ze die vrede niet waard zijn, zal je vrede bij je terugkomen. 14 Als mensen niet naar je willen luisteren, ga dan weg uit dat huis of die stad. Klop het stof van je voeten af om hen te waarschuwen15 Luister goed! Ik zeg jullie dat het voor de streek van Sodom en Gomorra  minder erg zal zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad.

.

.

Lucas 9: 4 – 5

 

  1. En Zijn twaalf discipelen samengeroepen hebbende, gaf Hij hun kracht en macht over al de duivelen, en om ziekten te genezen.
  2. En Hij zond hen heen, om te prediken het Koninkrijk Gods, en de kranken gezond te maken.
  3. En Hij zeide tot hen: Neemt niets mede tot den weg, noch staven, noch male, noch brood, noch geld; noch iemand van u zal twee rokken hebben.
  4. En in wat huis gij ook zult ingaan, blijft aldaar, en gaat van daar uit.
  5. En zo wie u niet zullen ontvangen, uitgaande van die stad, schudt ook het stof af van uw voeten, tot een getuigenis tegen hen.

.

.

Marcus 6: 7 – 13

 

  1. En Hij riep tot Zich de twaalven, en begon hen uit te zenden twee en twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
  2. En Hij gebood hun, dat zij niets zouden nemen tot den weg, dan alleenlijk een staf, geen male, geen brood, geen geld in den gordel;
  3. Maar dat zij schoenzolen zouden aanbinden, en met geen twee rokken gekleed zijn.
  4. En Hij zeide tot hen: Zo waar gij in een huis zult ingaan, blijft daar, totdat gij van daar uitgaat.
  5. En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sodom en Gomorra verdragelijker zijn in den dag des oordeels dan dezelve stad.
  6. En uitgegaan zijnde, predikten zij, dat zij zich zouden bekeren.
  7. En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.

.

.

Handelingen 13: 47 – 52

 

  1. Want alzo heeft ons de Heere geboden, zeggende: Ik heb u gesteld tot een licht der heidenen, opdat gij zoudt zijn tot zaligheid, tot aan het uiterste der aarde.
  2. Als nu de heidenen dit hoorden, verblijdden zij zich, en prezen het Woord des Heeren; en er geloofden zovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven.
  3. En het Woord des Heeren werd door het gehele land uitgebreid.
  4. Maar de Joden maakten op de godsdienstige en eerlijke vrouwen, en de voornaamsten van de stad, en verwekten vervolging tegen Paulus en Barnabas, en wierpen ze uit hun landpalen.
  5. Doch zij schudden het stof van hun voeten af tegen dezelve, en kwamen te Ikonium.
  6. En de discipelen werden vervuld met blijdschap en met de Heiligen Geest.

 

.

.

.

 

.

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 

 

 

Het mirakel van de vijf broden en twee vissen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Het verhaal uit het Nieuwe Testament, de vermenigvuldiging van de broden staat ook bekend onder andere titels, het mirakel van de vijf broden en twee vissen, de wonderbare broodvermenigvuldiging, de wonderbare spijzi- ging of de spijziging van de menigte; het is een van de Wonderen van Jezus.

De vier evangelisten vertellen het.

Evangelie volgens Matteüs 14:14-21 en nog eens 15:32-38

Evangelie volgens Marcus 6:34-44 en nog eens 8:1-9

Evangelie volgens Lucas 9:12-17

Evangelie volgens Johannes 6:5-14.

Volgens sommigen is de tweede versie bij Matteüs en bij Marcus een tweede mirakel, wegens het verschil in plaats en getallen, volgens andere is het een herhaling.

 

 

 

 

 

Verhaal

 

Tegen de avond kwamen zijn discipelen bij hem en zeiden: “Het is al lang tijd om te eten en hier is niets te krijgen. Er woont hier niemand. U moet de mensen maar wegsturen. Dan kunnen zij naar de dorpen gaan en daar eten kopen.” Jezus antwoordde: “Dat hoeft niet. Geven jullie hun maar te eten.” “Hoe dan?” vroegen zij. “Het enige wat wij hebben, zijn vijf broden en twee vissen.” Jezus brak de broden in stukken en gaf deze aan zijn discipelen. Ze gaven ze weer aan de mensen. Iedereen kon zoveel eten als hij wilde. Er bleef zelfs nog over: Twaalf manden vol. En er waren maar liefst 5000 mannen; dus vrouwen en kinderen niet meegerekend.

 

 

Spreken met beelden

 

In het licht van Jesaja 55, 1-3, kan men er van uitgaan dat de tekst over de wonderbare broodvermenigvuldiging allereerst het verhaal is van mensen die Jezus achterna gaan om zich te voeden met zijn woord. Zo wordt deze tekst het beeld van het stillen van de geestelijke honger van de mensen. De honger naar wat hun leven zinvol kan maken.

 

 

Spreken met getallen

 

Twaalf manden overschot

 

Die overschot is niet in verhouding tot de vijf broden en de twee vissen uit het begin van de tekst. Het zegt beeldend dat wie van dat ‘brood’ eet, leven in overvloed heeft. Welke gebeurtenis er ook aan de basis heeft gelegen van de broodvermenigvuldiging die wel 7 keer voorkomt in het Nieuwe Testament, feit is dat de eerste christenen er al heel vlug een beeld in hebben gezien van de betekenis van Jezus in hun leven. In de loop van de jaren hebben ze dit gebeuren verder gekneed en gevormd, zodat deze tekst in de catechese kon gebruikt. De hoeveelheden brood, de hoeveelheid vis, de hoeveelheid overschot, werden aangepast aan wat men ermee wilde zeggen.

 

twee vissen

 

kan verwijzen naar de twee delen van de bijbel (Oude en Nieuwe Testament): twee is het getal dat staat voor getuigenis

 

 

vijf broden

 

kan verwijzen naar de vijf boeken van Mozes (Pentateuch), waarin het programma van God (de wetten) te vinden zijn: 5 staat symbool voor de behoeften en de verantwoordelijkheden van de mens.

 

 

twaalf manden overschot

 

kan verwijzen naar de twaalf apostelen en zo naar de hele Kerk: 12 staat ook symbool voor perfect bestuur in een perfect Koninkrijk

 

 

 

 

 

Betekenis

 

Dat Jezus het volk overvloedig voedt met brood en vis, maar vooral met zijn bevrijdend woord, betekent dat de tijd van de Messias is aangebroken. Met het verhaal van de broodvermenigvuldiging wilden de evangelisten duidelijk maken dat Jezus, net zoals God, zijn volk niet in de steek laat. (vgl met het verhaal over het manna in het Oude Testament)

Dat Jezus veel mensen te eten geeft komt op zes verschillende plaatsen voor in het Nieuwe Testament. Dat er zoveel versies zijn, toont aan hoe belangrijk de eerste christenen het vonden om dit door te vertellen. Wie deze zes teksten zorgvuldig leest, vindt er vele verwijzingen naar het laatste avondmaal van Jezus en de eucharistie (‘Breken van het brood’).

Het gebeuren speelt zich af in de avond, het moment waarop de eerste christenen bijeenkwamen om eucharistie te vieren. Het moment ook waarop het laatste avondmaal gesitueerd wordt. De handelingen bij dit gebeuren, komen ook terug in het laatste avondmaal en in de eucharistie.

Merk bij het lezen op dat de evangelisten Matteüs en Lucas in hun tekst niets meer schrijven over de vissen waarover Marcus en Johannes het hebben. Hierdoor trekken ze heel sterk de aandacht op het brood dat een grote symboolwaarde heeft. Later hebben de eerste christenen die Grieks spraken, die vissen terug opgenomen in de beeldspraak. Elke letter van het Griekse woord voor vis (IXTUS) was de beginletter van vijf woorden die de betekenis van Jezus weergeven: Jezus, Christus, Zoon van God, Redder.

 

 

Een wonder verhaal voor alle leeftijden

 

Reeds zeer vroeg werd de broodvermenigvuldiging verteld en geïnterpreteerd tegen de achtergrond van het vieren van de eucharistie. De ‘broodvermenigvuldiging’ is een wonderverhaal, een verhaal waarvan de betekenis belangrijker is dan het feit dat mogelijk aan de basis van deze tekst ligt. Omwille van die betekenis moet men niet alleen aandacht besteden aan de manier waarop men dit verhaal brengt, maar ook aan de mogelijkheid die de toehoorders (kinderen, jongeren, volwassenen) hebben om doorheen de feiten ook de betekenis ervan te zien.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie is de Heilige Geest?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Heilige Geest is de Geest van God die zich openbaart in de wedergeboren volgelingen van Jezus Christus. Hij is de geestelijk plaatsvervanger van Jezus hier op aarde, nadat Jezus zelf uit de dood is opgestaan en opgevaren is naar de hemel.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?

 

Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:

“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”
Johannes 14:16-18

 

De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.

 

Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:

Ik heb
alle macht in hemel en op aarde gekregen.Ga
er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen
te maken. Doop hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen
altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit
niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”

Mattheüs 28:18-20

 

 

God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzinds vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest. Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.

 

 

 

 

 

 

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.
Johannes 1:12-13

 

 

Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:

 

“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”

Johannes 3:5-6

 

De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.
1 Corinthiërs 2:11

 

 

Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:

 

Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26

Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij groot maken.
Johannes 16:14

Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”

God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.

En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.

Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.
1 Corinthiërs 2:9-14

 

 

 

 

De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen. De Heilige Geest geeft het karakter van een wedergeboren christen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.
Galaten 5:22

In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).

De Heilige Geest heeft ook een belangrijke taak ten opzichte van niet-gelovigen. Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.

De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA