Tagarchief: ongehoorzaam

Wie is Satan volgens het woordgebruik in het Hebreeuws en het Grieks

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Hebreeuws

 

Het karakter van de satan komt in het woordgebruik in het O.T. tot uiting op twee manieren:

  • in zijn naam: satan
  • in de manier waarop hij tot zonde kwam

Het Hebreeuws voor de satan is:  satan.
In het Nederlands taalgebruik is dit woord als eigennaam overgenomen.

 

Volgens de OLB, de On Line Bijbel vertaling  is satan:

  • een zelfstandig naamwoord
  • te vertalen als: tegenstander, tegenpartij, satan (als eigennaam)
  • afgeleid van het werkwoord: satan

Het werkwoord satan wordt volgens de OLB vertaald als: tegenstander zijn, als tegenstander handelen, weerstaan, zoals o.a. in de tekst, waar David zegt:

Mijn vijanden echter leven, zij zijn machtig, talrijk zijn zij, die mij trouweloos haten, zij, die mij kwaad voor goed vergelden en mij weerstaan (satan), omdat ik het goede najaag. (Psalmen 38:19-20)

 

Satan als zelfstandig naamwoord wordt in 23 verzen gebruikt, waarbij 8 maal vertaald wordt als tegenstander, zoals bijvoorbeeld in:

Maar de toorn Gods ontbrandde, toen hij (Bileam was op weg om het volk Israël te vervloeken) ging, en de Engel van de Here stelde zich op de weg als zijn tegenstander (satan); Bileam reed op zijn ezelin en had twee van zijn dienaren bij zich.   (Numeri 22:22)

 

.

 

Satan in ons taalgebruik.

 

In ons taalgebruik komt het woord satan vaak als een eigennaam voor. Het is de vraag of satan ook in Bijbelse tijden als eigennaam gebruikt werd.

Het is best mogelijk dat men in de tijd van het Oude Testament, bij het gebruik van het woord satan, niet zozeer dacht aan de naam van een gevallen engel, maar eerder aan de tegenstander van God.

Bij het lezen van de Bijbel zou bij satan misschien beter telkens ‘de tegenstander’ ingevuld kunnen worden, wat duidelijker uitdrukt wie hij werkelijk is.

 

 

 

 

 

 

Het karakter van de satan – woordgebruik in het Grieks

 

In het Nieuwe Testament worden twee namen voor de tegenstander van God gebruikt, namelijk:

  • satan – in het Grieks: satanas.
  • duivel – in het Grieks: diabolos.

De satan is de vertaling van het Grieks satanas

 

Volgens de OLB is satanas:

  • een zelfstandig naamwoord
  • van Aramese oorsprong, overeenkomend met het Hebreeuwse ‘satan’ (met het bepalend lidwoord)
  • te vertalen als: tegenstander (iemand die zich in voornemen en daad tegen de ander verzet)
  • de naam gegeven aan de vorst van de boze geesten.

Satanas komt voor in 28 Bijbelverzen en wordt steeds door satan vertaald. Volgens de OLB is satanas een zelfstandig naamwoord.

In de meeste Bijbelverzen wordt satanas voorafgegaan door een lidwoord, dus ‘de satan’. Ook hier kan afgevraagd worden, zoals bij satan in het Hebreeuws, of in de tijd van het Nieuwe Testament satanas wel gebruikt werd als eigennaam, zoals het in het Nederlands vaak gebeurd.

Misschien zou het ook hier beter zijn om satan, of de satan’ te vervangen door tegenstander, of de tegenstander’ wat weergeeft wie hij werkelijk is.

En Jezus werd in de woestijn veertig dagen verzocht door de satan (de tegenstander) en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.   (Markus 1:13)

Toen zei Jezus tot hem: Ga weg, satan (tegenstander)! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.   (Mattheüs 4:10)

 

De satan stelt zich op als een tegenstander, omdat hij er steeds op uit is mensen van hun goede voornemens af te brengen.

 

.

 

Soms probeert hij mensen op verkeerde gedachten te brengen


Dat is duidelijk als hij Jezus verzoekt in de woestijn en probeert om Hem ongehoorzaam te doen zijn aan zijn Vader.  (Mattheüs 4:1-11)

 

.

Soms gebruikt hij daarvoor uitspraken van andere personen

 

zoals in wat Petrus zei:

21 Vanaf dat moment begon Jezus aan zijn leerlingen uit te leggen wat er zou gaan gebeuren. Dat Hij naar Jeruzalem moest gaan. Dat Hij daar mishandeld moest worden door de leiders van het volk, de leiders van de priesters, en de wetgeleerden. Dat Hij zelfs moest worden gedood. Maar ook dat Hij op de derde dag uit de dood zou opstaan.
22 Toen nam Petrus Hem apart. Hij begon Hem streng tegen te spreken. Hij zei: “Heer, God zal ervoor zorgen dat dat niet zal gebeuren!” 23 Maar Jezus draaide Zich om en zei tegen Petrus:

“Ga weg, duivel! Je probeert Mij ongehoorzaam aan God te maken. Want jij wil niet wat God wil, maar wat mensen willen!”

 

 

 

 

 

 

De duivel in het taalgebruik

 

De duivel is de vertaling van diabolos.
Volgens de OLB is ‘diabolos’:

  • een bijvoeglijk naamwoord
  • te vertalen als: geneigd tot laster, lasterlijk, vals beschuldigend
  • afgeleid van het werkwoord ‘diaballo’ (werpen over, belasteren, kwaad spreken van, verdacht maken, bedriegen)
  • Als metafoor ook toegepast op iemand, waarvan gezegd kan worden dat die de rol van de duivel vervult

Het is duidelijk dat het woord diabolos het begrip laster, kwaad spreken in zich heeft.

Diabolos komt in 36 verzen voor en wordt in 33 verzen vertaald met ‘de duivel’.
Er zijn echter drie uitzonderingen (de duivel toegepast als metafoor):

(over diakenen) Evenzo moeten hun vrouwen zijn: waardig, geen kwaadspreeksters, nuchter, betrouwbaar in alles.   (1 Timotheüs 3:11)

… want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers (Grieks: blasphemos – kwaadsprekend, lasterend), aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede …   (2 Timotheüs 3:2-3)

Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende.   (Titus 2:3)

 

 

Omdat diabolos steeds gebruikt wordt met een lidwoord en vertaald wordt met ‘ duivel’, kan ook hier afgevraagd worden of men in de tijd van Jezus eerder dacht aan ‘de lasteraar’ of ‘de kwaadspreker’.

Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel (de lasteraar), en hij zal van u vlieden.   (Jakobus 4:7)

 

 

 

Duidelijk is, dat er in het Grieks sprake is van

‘de lasteraar’, ‘de aanklager’.

De duivel is hier nog steeds dag en nacht mee bezig bij God.

 

En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem.   (Openbaring 12:9)

En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager (kategoros)van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde (kategoreo: beschuldigde) voor onze God, is neergeworpen.   (Openbaring 12:10)

 

 

Omwille van Jezus geeft God geen gehoor aan alles wat de satan, de duivel, de tegenstander, de kwaadspreker, bij zijn troon komt roddelen, zoals Johannes schrijft in zijn eerste brief:

Mijn kinderkens, dit schrijf ik u, opdat gij niet tot zonde komt. En als iemand gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak (parakletos:  voorbidder, advocaat) bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden ( voor wie dat wenst!!) en niet alleen voor de onze, maar ook voor die van de gehele wereld.   (1 Johannes 2:1-2)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Advertenties

Gods waarschuwing tegen bedriegers

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Christus redding van de duivel door genade

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

2 Petrus 2

 

 

Waarschuwing tegen bedriegers

 

1 Maar er waren vroeger ook leugen-profeten bij het volk. En ook bij jullie zullen er zulke bedriegers komen. Zij willen jullie verkeerde dingen leren. Ze leren jullie leugens, die slecht voor jullie zijn. Ze zullen zelfs de Heerser die hen heeft gekocht, niet als Heer willen dienen. Daardoor zal het al heel gauw slecht met hen aflopen.

2 Veel mensen zullen met hen meedoen en net als zij er maar op los leven. Zo zullen er, door hún schuld, slechte dingen worden gezegd over het goede nieuws.

3 En omdat ze hebzuchtig zijn, zullen ze proberen jullie over te halen om je geld aan hen te geven. Daarvoor gebruiken ze allerlei goed klinkende praatjes. Maar Gods oordeel over hen staat al lang vast. Hun straf is al onderweg. Het zal binnen korte tijd slecht met hen aflopen. Hij zal geen genade met hen hebben.

 

4 Want God heeft ook de engelen die Hem ongehoorzaam waren, geen genade gegeven. Hij heeft hen gevangen gezet in de bodemloze put. Daar wachten ze vastgebonden in de duisternis tot Hij over hen zal rechtspreken.

5 En ook de mensen van heel lang geleden die zich niets van Hem aantrokken, heeft Hij geen genade gegeven. Hij liet een grote overstroming over de wereld komen. Alleen Noach werd door God gered, samen met nog zeven andere mensen. Want Noach had aan de mensen verteld dat ze verkeerd leefden en hoe God wilde dat ze zouden leven.

6 En de steden Sodom en Gomorra heeft God voor straf tot as verbrand en omgekeerd. Hij deed dat als waarschuwing voor andere mensen die zich niets van Hem aantrekken.

7 Maar God redde Lot. Want Lot leefde wel zoals God het wil. En Lot vond het heel erg dat de mensen er zo op los leefden.

8 Hij woonde wel bij hen, maar hij had dag en nacht verdriet over alle slechte dingen die ze deden.

9 Dus de mensen die leven zoals God het wil, worden door Hem gered uit de moeilijkheden die hun geloof op de proef stellen. Maar de mensen die zich niets van Hem aantrekken, worden door Hem gevangen gehouden tot de dag dat Hij over hen zal rechtspreken. Dan zal Hij hen straffen.

 

10 Hij straft dan vooral de mensen die allerlei verkeerde dingen op het gebied van seks doen en er maar op los leven en die helemaal niet willen luisteren naar de Heerser in de hemel. Zulke slechte mensen die alleen maar aan zichzelf denken, durven zelfs slechte dingen van God te zeggen.

11 Zelfs de engelen zijn heel wat bescheidener dan zij. Want de engelen zijn wel veel sterker en machtiger dan mensen, maar willen zulke mensen niet beschuldigen bij de Heer.

12 Maar die mensen zijn net dieren zonder verstand. Ze zijn van nature alleen geschikt om gevangen genomen en gedood te worden. Want ze durven slechte dingen te zeggen over zaken waar ze niets van begrijpen. Maar ze zullen zelf worden vernietigd door de slechte dingen die ze doen.

13 Ze zullen hun verdiende straf krijgen. Ze vinden het heerlijk om overdag wilde feesten te houden en te doen waar ze zin in hebben. Als ze met jullie eten, zijn zij als rotte plekken en vieze vlekken aan jullie tafel, omdat ze nooit genoeg krijgen van liegen en bedriegen.

14 Hun ogen zijn altijd opzoek naar een vrouw. Ze krijgen er nooit genoeg van om te doen wat God verboden heeft. Ze verleiden mensen die niet tegen hen op kunnen. Ze halen hen over om met hen mee te doen. En het zijn echte geldwolven. Ze zijn vervloekt!

 

15 Doordat ze van het rechte pad zijn afgegaan, zijn ze verdwaald. Ze zijn dezelfde weg opgegaan als Bileam , de zoon van Beor. Bileam werd ongehoorzaam aan God omdat hij veel geld hoopte te verdienen.

16 Maar zijn ezel was verstandiger dan hij: hij sprak met een mensenstem tegen Bileam om hem tegen te houden.

17 Zulke mensen zijn als bronnen waar geen water meer uit komt. Ze zijn als wolken die geen regen geven maar door de wind weggeblazen worden. Ze zullen voor eeuwig in de diepste duisternis terechtkomen.

 

18 Want ze leven er maar op los en doen wat ze willen. Met hun mooie praatjes verleiden ze de mensen die nog maar pas aan het kwaad zijn ontsnapt. Ze halen hen over om weer dezelfde slechte dingen te gaan doen als eerst.

19 Ze beweren dat ze vrijheid komen brengen, maar zelf zijn ze slaven van het kwaad. Want een mens is de slaaf van dat wat hem in zijn macht heeft.

20 Eerst hebben ze wel Jezus Christus als Redder en Heer leren kennen. Daardoor waren ze aan de vuiligheid van de wereld ontsnapt. Maar later zijn ze weer naar hun oude manier van leven teruggaan. Daardoor zijn ze er op het laatst erger aan toe dan in het begin toen ze Jezus nog niet kenden.

21 Ze willen nu niets meer te maken hebben met hoe God wil dat ze leven. Maar dan was het beter voor hen geweest als ze er nooit iets over hadden geweten.

22 Want met hen is dan gebeurd wat het spreekwoord zegt: ‘Hij is als een hond die teruggaat naar zijn braaksel,’ of wat een ander spreekwoord zegt: ‘Hij is als een schoongewassen varken dat teruggaat naar de modder.’

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Boodschap 374 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

 

Genade en kennis door de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

SINDS DE EERSTE PINKSTERDAG LEEFT DE MENS IN HET

 

TIJDPERK VAN GENADE EN ZIJN DE

 

LAATSTE DAGEN AANGEBROKEN.

 

NU LEEFT DE MENS IN DE LAATSTE VAN DE LAATSTE DAGEN.

 

 

 

 

 

2 Thimoteüs 3: 1 – 5 

 

De dingen die in de laatste tijd van de wereld zullen gebeuren

 

1 Onthoud dat de laatste tijd van de wereld een moeilijke tijd zal zijn. 2 Want de mensen zullen alleen maar aan zichzelf denken. Ze zullen hebzuchtig, trots en overmoedig zijn. Ze zullen God beledigen en ongehoorzaam zijn aan hun ouders. 3 Ze zullen ondankbaar en slecht zijn en nergens respect voor hebben. Ze zullen liefdeloos en trouweloos zijn. Ze zullen leugens over andere mensen rondvertellen, geen zelfbeheersing hebben, wreed zijn en een hekel hebben aan goede mensen. 4 Ze zullen verraderlijk, roekeloos en trots zijn, en meer houden van plezier maken dan van God. 5 Ze doen wel alsof ze heel godsdienstig zijn, maar ze geloven niet werkelijk in God. Blijf vér bij dat soort mensen vandaan.