Tagarchief: zonden

Bidden om genezing.

Standaard

categorie : religie

]

 

 

 

 

.

Kan ik genezing van God ontvangen?

 

Misschien kamp jij wel met een aandoening of een dodelijke ziekte en ben je op zoek naar genezende gebeden. Je wil naar God uitroepen en Hem om genezing vragen! Meestal worden wij er door onze hopeloosheid toe aangezet om een bovennatuurlijke bron aan te tappen om een ernstige aandoening of ziekte te verlichten. De meesten onder ons volgen een patroon waarin we eerst op onszelf vertrouwen, dan op de medische wetenschappen en uiteindelijk tot God uitroepen en Hem om een wonderbaarlijke genezing vragen.

God geneest, omdat dat Zijn patroon is voor de openbaring van Zijn aard, door middel van Zijn Zoon. Jezus koos er vol erbarmen voor om de rijpe zweren van de melaatse aan te raken (Matteüs 8:3). Hij toonde genade, toen Hij de met korsten omgeven oogleden van de blinden aanraakte (Matteüs 9:29). Om genezing van God te ontvangen moeten wij er oprecht naar streven om ook Hem aan te raken.

“De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond” (Matteüs 14:35-36).

 

 

 

 

 

Kan ik genezing van God ontvangen als mijn geloof sterk genoeg is?

 

Elk mens heeft het vermogen om, door te bidden om genezing, zijn of haar geloof of vertrouwen uit te drukken; het geloof in de waarheid of de betrouwbaarheid van een mens, idee of ding. Je toont je vertrouwen in de autofabrikant die je remmen installeert, vertrouwen in de architect die je kantoorgebouw ontwerpt en vertrouwen in onzichtbare zaken zoals zwaartekracht, zonnewarmte of een belofte.

“Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien” (Hebreeën 11:1).

Bijbels vertrouwen en geloof worden bepaald door:

1) een vertrouwen op God in plaats van de mens, en

2) een vertrouwen op de onzichtbare macht van God.

Het uitoefenen van je geloof op het gebied van genezing kan om onconventioneel gedrag vragen. De Bijbel verhaalt over een vrouw die al twaalf jaar lang bloedingen had (Marcus 5:25-34). Zij wist dat haar aandoening Jezus volgens de Joodse wet onrein zou maken, als ze Hem zou aanraken. Maar toch strekte zij haar hand naar Hem uit en werd ze onmiddellijk genezen, toen “Jezus zich ervan bewust werd dat er kracht uit hem was weggestroomd” (Marcus 5:30).

Een oprecht geloof vereist daadkracht. Maar het is niet zo dat God ons zal genezen als we maar genoeg geloof “te voorschijn toveren”. Uiteindelijk is God Degene die ervoor kiest of we genezen zullen worden of niet.

Wanneer mensen oog in oog staan met pijn, of mogelijk zelfs de dood, dan worden hun levens hierdoor drastisch veranderd. Voor sommigen betekent dit dat hun dromen aan duigen zijn gevallen, dat hun relaties verbroken zijn en dat wanhoop hun harten verteert. Voor anderen betekent dit dat nieuwe dromen zich aandienen, dat relaties worden versterkt en dat hoop een plaats vindt in hun harten.

Een rouwende en smekende vader viel aan de voeten van Jezus neer. De twaalfjarige dochter van Jaïrus was zojuist overleden. Waarom Jezus nu nog lastig vallen? Jezus zegt tegen de vader dat hij niet bang moet zijn, maar dat hij alleen maar hoeft te geloven. Met mededogen houdt Jezus de hand van het dode meisje vast en hij brengt haar weer tot leven (Marcus 5:35-43). We moeten ons geloof en ons vertrouwen in de Jezus stellen. Hij is de bron van alle hoop en Hij heeft ons het eeuwige leven beloofd. God weet het echt het beste.

 

 

 

 

.

Kan ik herhaaldelijk genezing van God ontvangen?

 

Het antwoord op deze vraag is ongetwijfeld “Ja!”. God kan elke ziekte genezen die uiteindelijk tot onze dood zou leiden. Maar kiest God er altijd voor om ons te genezen? Nee. Het is mogelijk dat Hij ons naar aanleiding van onze gebeden geneest. Het is mogelijk dat Hij ons met behulp van kleine ingrepen geneest of met behulp van de deskundige handen van een chirurg, maar Hij kan ons ook op een manier genezen die wij medisch gesproken niet kunnen verklaren.

Gods genezing in onze levens is boven ons tijdelijke perspectief van pijn en dood verheven. Zijn wil, of Goddelijke plan, voor onze levens bestaat eruit dat wij deze aardse tent zullen inruilen voor een hemels onderkomen dat nooit te lijden zal hebben onder de gevolgen van het verval, dat het gevolg is van de zonden (2 Korintiërs 5:1-2). Voor ieder van ons, kinderen van God, zal er uiteindelijk een genezing plaatsvinden.

Als kinderen van God, kunnen we op de volgende manier om genezing bidden:

“Hemelse Vader, U bent nauw betrokken bij het gevecht dat ik op dit moment strijd. U kent de pijn en de wanhoop. U kent het verlangen van mijn hart om van deze ziekte genezen te worden. Ik vraag U nu om Uw genezende aanraking. Ik weet dat U in staat bent om mij te genezen, net als in de Bijbelse tijden.

Ik begrijp ook dat U zal kiezen wat voor mij het beste is. Ik bid dat ik door deze beproeving dichter tot U zal komen; dat U mijn troost en mijn kracht zal zijn. Ik bid dat U uiteindelijk, wat er ook gebeurt, geëerd zult worden door wat er met mij gebeurt. Ik bid dit in de naam van Jezus. Amen.”

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Johannes 5: 1 – 18

 

 

De genezing van een man bij de vijver van Betesda

 

1 Daarna ging Jezus naar Jeruzalem voor één van de Joodse feesten. 2 In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een vijver om te baden. Die plek wordt in het Hebreeuws ‘Betesda’ (= ‘huis van medelijden’) genoemd. Er zijn vijf zuilengangen omheen gebouwd. 3 In die gangen lagen allerlei zieke, blinde, kreupele en verlamde mensen. Ze lagen daar te wachten tot het water zou gaan bewegen. 4 Want af en toe daalde er een engel in de vijver neer. Dan bewoog het water. Wie daarna het eerst in het water kwam, werd genezen. Het maakte niet uit wat voor ziekte hij had.

5 Er was daar een man die al 38 jaar lang ziek was. 6 Jezus zag hem liggen. Hij wist dat hij daar al heel lang was. Hij vroeg hem: “Wil je gezond worden?” 7 De zieke man antwoordde Hem: “Heer, ik heb niemand om me in de vijver te gooien als het water beweegt. En als ik probeer om bij de vijver te komen, is iemand anders er altijd eerder dan ik.” 8 Jezus zei tegen hem: “Sta op, pak je matras op en loop.” 9 Onmiddellijk werd de man gezond. Hij pakte zijn matras op en liep.

Nu was het die dag de heilige rustdag. 10 Daarom zeiden de Joden tegen de man die net genezen was: “Het is vandaag de heilige rustdag. Dus je mag je matras niet dragen.” 11 Maar hij zei tegen hen: “Maar de Man die mij heeft genezen, zei tegen me: ‘Pak je matras op en loop.’ ” 12 Toen vroegen ze: “Wie heeft dat dan tegen je gezegd?” 13 Maar de man wist niet wie Hij was. Want Jezus was weer weggegaan, omdat er daar heel veel mensen waren.

14 Maar later zocht Jezus hem op in de tempel. Hij zei tegen hem: “Kijk, je bent nu gezond geworden. Wees vanaf nu niet meer ongehoorzaam aan God, want anders kan je nog iets veel ergers overkomen.” 15 De man ging weg en zei tegen de Joden dat het Jezus was geweest die hem genezen had. 16 Toen wilden de Joden Jezus gevangen nemen en doden. Dat wilden ze omdat Hij deze dingen op de heilige rustdag had gedaan. 17 Maar Hij antwoordde hun: “Mijn Vader werkt altijd, en Ik dus ook.” 18 Toen hadden de Joden nog méér reden om Hem te willen doden. Want Hij hield Zich dus niet aan de heilige rustdag, en beweerde óók nog dat God zijn eigen Vader was. Daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij gelijk was aan God.

 

 

 

 

 

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

 

De laatste tijd is er in diverse kerken een stroming ontstaan die zich in navolging van de evangelische- en pinkstergemeenten ook richt op wonderen. Wonderen van genezing, van spreken in tongen en nog veel meer. Vroeger werd er vaak gezegd: die wonderen horen in de jonge kerk thuis. Wonderen waren bestemd voor lang geleden, de beginjaren. Dat klonk logisch en we slikten dat allemaal als zoete koek.

Maar is dat zo logisch? Kijk eens naar wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 12: daar heeft hij het over de gaven van de Geest die royaal aan de kerk worden uitgedeeld. In dat hoofdstuk wordt nergens gezegd dat die gaven alleen maar voor de begintijd van de kerk bedoeld zijn. Er wordt alleen maar gezegd dat niet iedereen dezelfde gaven krijgt en dat niet iedereen alle gaven ontvangt, maar dat er juist een mooie eenheid ontstaat als iedereen een eigen gave krijgt. Paulus gebruikt daarvoor het beeld van het ene lichaam dat vele verschillende ledematen heeft. En alleen zo kan functioneren.

Je kunt toch niet zeggen dat de Heer Jezus nu minder macht heeft dan vroeger? Wonderen kunnen gebeuren. Ook in onze eigen tijd. En ze gebeuren inderdaad en niet eens ver weg. Maar waar gaat het Jezus nu om, als hij zieken geneest? Uiteindelijk zal iedereen sterven, of je nu wonderlijk genezen bent of dat je tot je dood gehandicapt blijft.

Ja en dat is nu precies waarover het in onze tekst gaat. Er is feest in Jeruzalem en Jezus is ter plaatse. Het is sabbat en dan moet je goed uitkijken wat je doet, of liever wat je niet doet. Want er zijn farizeeën die een heleboel sabbatswetten gemaakt hebben om de sabbat naar hun idee te heiligen. Je mocht geen eten kopen of klaarmaken, je mocht geen huisraad bij je hebben op je sabbatswandeling en zo was er nog veel meer, een loodzware last voor het volk van God. Een last die God nooit opgelegd had, maar die zogenaamd ‘vrome’ voorgangers hadden verzonnen om God welgevallig te zijn.

Jezus loopt bij de Schaapspoort met zijn leerlingen. Hij gaat een heel groot gebouw binnen, laten we zeggen een groot zwembad, met wel vijf zuilengangen erom heen. In die gangen ligt een groot aantal zieken, gehandicapten, blinden, kreupelen en misvormden. Eén grote hoop ellende. Maar er is een heel kleine hoop om beter te worden. Want op ongezette tijden komt er uit de hemel een engel bij dat water en dan raakte hij dat aan. En, o wonder, dan was er voor één zieke genezing, degene die het eerst in het water wist te komen. Het was dus maar niet gewoon een verzamelplaats van zieken en gehandicapten, maar het was een plaats waar van tijd tot tijd genezing was, dat was het.

Wat doet Jezus? Gaat hij in één klap in dat grote bad Bethesda iedereen gezond maken? Dat kan hij toch? Maar nee, na even zoeken gaat hij op één man af en hij stelt hem de vraag: wilt u gezond worden? Jezus weet wat hij doet. Hij kent die man die al 38 jaar lang ziek is, zijn benen niet gebruiken kan en dus nooit bij het water kan komen als de engel daar verschijnt.  Een hopeloos geval… geen wonder voor hem, altijd is er wel iemand eerder dan hij. En hij, hij heeft ook niemand om hem in het water te gooien als het weer eens beweegt.

Dan zegt Jezus tegen hem: Sta op, pak je mat op en loop. Wat een kracht heeft zijn woord. Net als bij de schepping in Genesis 1. Zijn Vader sprak – en het gebeurde. Hier is de Zoon. Hij spreekt en het gebeurt! De patiënt is beter, niet maar een beetje, maar helemaal. Daar staat hij, daar gaat hij, daar draagt hij zijn slaapmat op zijn rug. De mensen om hem heen, ook de zieken, ze staan allemaal verstomd. Maar een paar farizeeën weten alleen maar te zeggen: man, het is vandaag sabbat. Dan is het niet toegestaan om met een slaapmat over de straat te lopen.

Later komt hij in de tempel Jezus weer tegen. Dan begrijpt hij wie hem beter gemaakt heeft en kan hij dat aan de farizeeën gaan vertellen. Jezus, het is Jezus die mij gezond gemaakt heeft! Maar de farizeeën kunnen alleen maar zeggen: Jezus moet dood, want hij geneest mensen op sabbat, vreselijk, wat een minachting van Gods heilige dag.

Ja, dan ontdekken we opeens dat het niet zozeer om een wonderlijke genezing gaat, maar om de vraag wat Jezus mag doen, ook op sabbat. En dat is dan ook de spits van deze historie. Jezus zegt: Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook. Dat is een veelzeggend woord. Want in Genesis staat dat God op de sabbat rust en geniet van zijn schepping. Dat was voor de zondeval. Maar nu, nu heel de wereld in zonde is gevallen, en zeker wanneer Jezus hier op aarde zijn werk doet, is er voor zijn Vader geen rust meer. En ook voor Jezus niet.

God neemt geen rust meer totdat hij heel zijn schepping heeft bevrijd van zonde en dood. Daarom geneest Jezus deze man, juist op sabbat. Tegelijk laat Jezus duidelijk zien, dat hij dus niet gekomen is om zoveel mogelijk mensen van hun aardse ziekten en ongemakken af te helpen. Hij heeft een veel grotere taak. Hij komt ten diepste om ons te verlossen van onze zonden.

Want, waar zonde is, is schuld. En voor zondige mensen is er op geen enkele manier een weg naar God de Vader. Dat is de grote narigheid voor ieder in deze wereld. Niet maar dat je allerlei ziekten en rampen kunnen treffen, maar dat je het eeuwige leven misloopt. Het leven zoals God dat in het begin heeft bedoeld.

Jezus geneest. Nou en of. Maar het is maar de vraag of je ziet met welke genezing de Heer naar ons toekomt. Blijven we stilstaan bij de tekenen die hij doet, of worden we daardoor juist nieuwsgierig naar de grote verlossing die hij geeft aan ieder die in hem gelooft.

Kijk, het is prachtig als onze Heer Jezus tekenen doet, ook in onze tijd. Er zijn kerken die dat heel erg vergeten zijn. Er zijn kerkleden die het gewoonweg ontkennen: er zijn geen wonderen van Jezus meer, zoals die er vroeger waren. Maar Jezus is machtig en hij blijft machtig. Ook in onze tijd. Als hij tekenen geeft van zijn majesteit, van zijn priesterlijke ontferming in deze wereld, dan is dat geweldig. Maar we moeten niet bij die tekenen blijven staan.

Hij geeft ze om ons door die tekens te laten zien dat hij een veel grotere verlossing op het oog heeft. Wie een wonder heeft ervaren in zijn of haar leven weet toch zeker dat hij eens zal sterven, een wondergenezing helpt daar echt niet tegen. Maar iedereen weet hoeveel macht hij heeft en iedereen in de omgeving te Bethesda was daar getuige van. Ze hebben Jezus gezien in dat wonder.

En dan is de vraag: hoeveel van die mensen in Bethesda hebben zich door dat wonder laten overtuigen van die grote verlossing die bij Jezus te vinden is? Dat geldt net zo goed voor ons. Als je van zo’n wondergenezing getuige mag zijn, zeg dan niet: waarom worden er niet meer mensen genezen, waarom mijn gehandicapte moeder niet, waarom mijn verlamde vader niet, waarom mijn blinde kind niet?

Maar prijs luidkeels en met vreugde de Heer dat hij ook in onze tijd nog zichtbare tekenen en wonderen bij enkelingen doet om ons allemaal te overtuigen van het onzichtbare wonder van het eeuwige leven dat hij geven wil aan ieder die gelooft en daarom van harte Jezus eert en hem dankbaar als zijn Verlosser aanneemt.

 

Prijs Jezus hartelijk nu en tot in eeuwigheid om zijn grote en onvoorstelbare genade

Amen.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Efeziërs 6 : 10 – 20

Standaard

categorie : religie

 

 

 

WVG_1_intro

 

.

Wapenuitrusting, Efeze 6

 

10 Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. 

11 Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.

12 Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

13 Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.

14 Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,

15 en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.

16 Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.

17 En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

18 terwijl u bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.

19 Bid ook voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,

20 waarvan ik een gezant ben in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.

 

 

battleofgoodandevil

 

 

Er is een grote strijd aan de gang, een onzichtbare strijd in de hemelse gewesten. Een strijd tussen Satan en God, een strijd tussen engelen en demonen, een strijd om de gelovigen, een strijd om de gemeente, een strijd tussen licht en duisternis. Het is een strijd om de glorie van God, om de vervulling van het heilsplan van God. God zet Zijn engelen in om Zijn glorie te bewerken.

God wil ook ons gebruiken om Zijn glorie te weerspiegelen. God wil ons gebruiken om de boodschap van redding aan de wereld te verkondigen. Ook wij worden opgeroepen als gelovigen om te strijden, om te strijden voor de glorie van God (2 Tim. 2:3-4).

Beseffen we wel de enorme opdracht die we hebben? De strijd in de hemelse gewesten is niet zomaar een strijd ver van ons af. Neen, God wil ons gebruiken als soldaten in de strijd. Hij heeft ons uitgekozen om te strijden voor Zijn koninkrijk en Zijn boodschap van redding te verkondigen.

Wat een enorme waarheid komen we hier tegen in Efeze 6 vers 12:

“Wij hebben niet te worstelen tegen vlees en bloed”.

 

 

twee

 

 

We hebben niet te strijden tegen mensen, we hebben te strijden tegen de boze. Wanneer mensen ons pijn doen, wanneer ruzie, twist, verdeeldheid in de gemeente komt. Wanneer ruzie en twist in ons huwelijk komt, wanneer ons geloof begint te wankelen en we aan God gaan twijfelen, vecht dan niet tegen mensen.

De Satan probeert er alles aan te doen om ons van God af te trekken, hij probeert er alles aan te doen om verdeeldheid en ruzie te zaaien. Hij probeert er alles aan te doen om ons in leugens te doen geloven. We leven in een wereld die beheerst wordt door de boze. De Satan is nog steeds de overste der wereld. Wanneer we tot bekering komen worden we overgeplaatst van het koninkrijk van de duisternis, naar het koninkrijk van het licht.

God wil als een Vader voor ons zorgen, onze zonden worden vergeven, we hebben eeuwig leven. Maar de duisternis zal er alles aan doen om ons terug te trekken naar de duisternis.
De grootste leugen die de duisternis ons wil aanpraten is dat hij niet bestaat, en als hij al bestaat, dat hij geen macht heeft, maar de bijbel leert ons in 1 Petrus 5:8 het volgende:

“Uw tegenstander de duivel gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden.”

De Satan is geen poesje dat even grauw, grauw zegt, de Satan is een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden.

 

 

 

Efeze 6:12-13, Neem daarom de wapenrusting Gods aan

 

Wat een geweldig en liefdevol God hebben we toch. God laat ons niet aan ons lot over, God wil ons helpen in de strijd tegen de boze. Toen Jezus aan het kruis stierf en na de derde dag weer uit de doden op stond, heeft Hij de macht van de duisternis gebroken. Hij heeft de macht van de dood en de macht van de zonde overwonnen. Jezus is overwinnaar. Hij heeft de duisternis overwonnen. En met diezelfde kracht waarmee Hij de duisternis heeft overwonnen en is opgestaan uit de dood, met die kracht wil Hij naast ons staan, wil Hij met ons strijden.

Paulus zegt het als volgt: “Gelovigen, neem de wapenuitrusting van God ter hand. God heeft u alles gegeven om in Jezus de overwinning op de duisternis te halen”.

Wanneer je dus aangevallen wordt, neem Gods wapens ter hand. Laat u niet doen, maar strijdt in Gods kracht tegen de duisternis.  De Bijbel geeft een hele mooie belofte ( Jac. 4:7 ) :

“Biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden.”

Wat moeten we doen wanneer de duisternis ons probeert aan te vallen? We moeten een actieve houding aannemen. We moeten niet vechten tegen mensen, situaties of tegen onszelf, we moeten weerstand bieden aan de duivel. Paulus zegt ons: “Doet de wapenen van God aan en gij zult door Jezus overwinnen”.

 

 

 

wapenrusting Efeze2

 

 

De onzichtbare strijd van Satan

 

Sta je op scherp? Elke gelovige bevindt zich namelijk midden in een oorlog. Paulus zegt namelijk aan het einde van zijn brief aan de gemeente van Efeze dat we in de strijd zijn. En het is noodzakelijk om eens even heel bewust hierbij stil te staan. Juist omdat dit de realiteit is van het geloofsleven en dat het je wellicht helpt om alles in het juist licht te zien.

Wij kunnen soms heel erg bang zijn voor alles dat ons overkomt of als we zien wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Maar ook kunnen we zomaar een gevoel tegen mensen hebben die ons iets aandoen, waardoor het voor ons soms heel erg moeilijk kan zijn om met die mensen om te gaan. Maar Paulus wil ons in Efeze 6 iets anders leren. Iets dat wij heel vaak vergeten. Paulus zegt ons namelijk dat wij niet de strijd tegen vlees en bloed hebben. Dat gevoel hebben we vaak wel, want het zijn meestal mensen die iets doen, waardoor wij het gevoel hebben dat er een soort onderlinge strijd is.

Paulus zegt echter dat we niet de strijd hebben tegen vlees en bloed. Het zijn niet de mensen, die ten diepste hier op aarde de strijd voeren. Paulus wil ons iets anders leren, hij wil ons dieper laten kijken dan dat wat wij voor ogen zien. Hij zegt dat we de strijd hebben tegen de overheden, machten en wereldbeheersers van de duisternis. En nog duidelijker: we hebben de strijd tegen de geestelijke machten in de hemelse gewesten.

De Bijbel gaat uit van meerdere hemelen. Waar Paulus het hier over heeft is de atmosfeer waar de duivel met zijn demonen de strijd aangaat met de engelen van God. Het is de plaats waar de strijd plaatsvindt tegen het Koninkrijk van God. En dat is niet een plaats die ver van ons afstaat, maar wij zijn er eigenlijk in betrokken. We zien die geestelijke wereld niet, maar we zien wel de uitwerking er van en soms kun je die strijd ook voelen. Dan merk je dat er een geestelijke strijd is, die er alles aan doet om Gods Koninkrijk te verstoren. Dat kan te maken hebben met je persoonlijke geloof, maar deze strijd is ook veel breder. Het raakt ten diepste het hele wereldgebeuren.

Op het moment dat we dit gaan inzien, merken we dat er achter alles dat we zien, er veel meer aan de hand is. Het is oorlog om ons heen. Dan is de strijd in het Midden Oosten, geen strijd van mensen, maar ten diepste de strijd waar de wereldbeheersers van het rijk van de duisternis leiding aan geven. Maar dat komt ook veel dichterbij. Het gebeurt ook als Gods werk in onze omgeving wordt tegengewerkt.

En satan wil heel graag dat zijn strijd liever niet op die manier gezien wordt. Veel liever ziet hij dat wij denken dat het de mensen zijn tegen wie wij moeten strijden. Want dan loopt de strijd stuk op mensen onderling. En degene die echt de oorzaak achter al deze strijd is, kan gewoon doorgaan.

 

 

stand-houden-de-wapenrusting-2-11-728

 

 

Maar Gods Woord zegt ons vandaag dat we een laag dieper moeten kijken. We moeten zien wat er werkelijk gebeurt. En tegen die strijd moeten we ons wapenen zodat we beschermd zijn. Anders worden we persoonlijk geraakt en raken we verwond. Elke aanval van satan is af te keren met de verdedigingswapens die Paulus noemt. Elke aanval is te keren als we de vijand die verdedigingswapens voorhouden: de Waarheid  tegen over de leugens die satan wil dat jij gelooft.

De gerechtigheid die je in het geloof hebt gekregen tegenover de ongerechtigheid waar satan je mee beschuldigt. De bereidheid van vrede  tegenover onvergevingsgezindheid en haat. Het schild van het geloof tegenover elke aanval waarmee satan je laat geloven dat je geen heil hebt. Een schild werd vroeger bekleed met een lap die nat werd gemaakt met water, zodat brandende pijlen werden geblust. Het geloof is het schild dat is gedompeld in het bloed van Jezus.

Dat blust elke vurige pijl van satan. En tenslotte de helm van de hoop op de zaligheid. Het is je uitzien dat terwijl je nog midden in de strijd bent, dat de overwinning je al is gegeven. Je bent in Christus, meer dan overwinnaar! En naast al deze verdedigingswapens is er ook een heel belangrijk aanvalswapen. Het is niet de bedoeling van Paulus om te zeggen dat omdat er zoveel verdedigingswapens zijn, dat je de strijd maar over je heen moet laten komen. Paulus zegt dat we in deze strijd rechtop moeten staan! Strijdend dus. En voor die strijd heeft elke gelovige het zwaard van het Woord gekregen.

Daarmee zal satan altijd het onderspit gaan delven. Waar hij je aanvalt mag jij je verdedigen met de Waarheid en met geloof. Maar je wordt opgeroepen om de strijd aan te gaan zodat Gods Koninkrijk meer en meer de overwinning zal krijgen. En het zwaard van het Woord is dodelijk voor satan. Jezus sloeg Zelf, tijdens de verzoeking in de woestijn ook op die manier terug.

En het woord dat Paulus hier gebruikt is niet het woord waarmee hij het geschreven of gelezen Woord bedoeld. Hier gebruikt hij een ander woord. Het gaat hier om het gesproken, of nog beter, het geproclameerde Woord van God. Je moet het Woord van God, hardop uitspreken in de aanval tegen de machten van de duisternis.

De strijd is gewonnen door Jezus. Wij mogen nu, in het geloof, de overwinning opeisen en tegen alle machten van de duisternis weerstand bieden in de Naam van Jezus. Dan is de overwinning zeker. Heb goede moed, zegt Jezus, want Ik heb de wereld overwonnen.

 

 

 

De wapenuitrusting!

 

 

armadura_022-1-300x326

 

 

 

Wapens die we al aanhebben:

.

De eerste drie delen van onze wapenuitrusting hebben we al van God gekregen toen we tot bekering kwamen. Wanneer we God aannemen als onze redder en verlosser worden we kinderen van Hem. Maar we worden ook strijders, soldaten in Gods koninkrijk. Het eerste wat God doet is ons als soldaten kleden. We krijgen een gordel, een pantser en schoenen. De werkwoorden die genoemd worden staan in de verleden tijd: we zijn al omgord, bekleed en geschoeid.  Maar wat hebben we eigenlijk van God gekregen?

 

 

1) Uw lendenen omgord met de waarheid

 

Een gordel is een ontzettend nuttig kledingstuk. Een gordel dient om onze klederen bij elkaar te houden, zodat we ons vrij kunnen bewegen. Zo is ook de gordel van onze wapenuitrusting heel belangrijk. De gordel van de waarheid is Jezus Zelf en Zijn woord. Toch is het niet altijd gemakkelijk om in de waarheid te wandelen, onze tegenstander is namelijk de vader van de leugen. Hij zal er alles aan proberen te doen om ons in de leugen te doen geloven.

Om vast in de waarheid te staan moeten we alles wat we doen en denken aan de waarheid toetsen. Jezus bidt voor ons in Joh. 17:17:  “Heilig hen in Uw waarheid, Uw woord is de waarheid.”. Alleen in het licht van de Gods waarheid, de Bijbel kunnen we de satan verjagen.
> Steek uw Bijbel in de lucht om te getuigen dat u Gods waarheid wilt volgen.

 

 

2) Pantser der gerechtigheid

 

De Bijbel leert ons dat God ons gerechtvaardigd heeft. Doordat Jezus voor onze zonden gestorven is zijn wij heil en rein. Het pantser der gerechtigheid is de vergeving van onze zonden. God wil al onze zonden vergeven, hoe groot die ook zijn, hoe vaak we die ook gedaan hebben. Wanneer we onze zonden belijden, zal God onze zonden vergeven! Onze zonden belijden is ze eerlijk en oprecht uitspreken naar God toe.
> 1 Joh. 1:9 luidop lezen.

 

 

3) Voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes

 

Dit wil zeggen dat we de kracht gekregen hebben om Gods boodschap van vrede uit te dragen in het leven van elke dag. Wat is deze boodschap? “Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.” We staan in de liefde. God heeft Zijn liefde in onze harten uitgestort. Laten we als de duisternis ons of onze gemeente aanvalt staan in de liefde. Laten we niet ophouden om elkaar lief te hebben, te dienen, de ander hoger te achten dan onszelf.
> Laten we naar elkaar kijken in liefde.

 

 

 

Verdedigingswapens die we moeten aantrekken:

 

 

4) Het schild des geloofs

 

In het nieuwe testament komt het woord schild maar eenmaal voor en dat is in Efeze 6:16. In het oude testament komt het woord schild verschillende keren voor: de eerste keer komen we het tegen in Gen 15, waar God tot Abraham zegt: “Vrees niet Abraham, Ik ben uw schild”. Wat een heerlijke belofte is het niet, God is onze schild, Hij wil ons beschermen tegen de brandende pijlen van de vijand. “onze ziel verwacht de Here, Hij is onze hulp en ons schild” Ps.33:20.

Het schild van het geloof is ons vertrouwen in God. Hoe meer we God leren kennen, hoe zekerder, vaster ons vertrouwen en geloof in Hem worden. Persoonlijke studie in de bijbel, preek, Bijbelstudie, enz. vergroot onze kennis over God en dus ook ons vertrouwen op God. Wanneer de duisternis ons aanvalt, laten we opzien naar Christus. Hij is altijd bij ons. Hij geeft ons wat we nodig hebben!
> Samen zeggen “Ik wil Christus vertrouwen.”

 

 

 

5) De helm des heils

 

De helm des heils is onze positie in Christus. Toen we kinderen van God werden hebben we verschillende beloften van God gekregen: we zijn Gods kinderen, we zijn heilig en rein door de vergeving, we zijn het zout der aarde.
Het is belangrijk dat we beseffen welke positie we hebben in Christus. Om in de positie van Christus te wandelen moeten we ons laten leiden door Gods Geest. De helm beschermt ons meest kwetsbare deel van ons lichaam, ons hoofd, onze gedachten.  Laten we er ons steeds van bewust zijn wie we zijn in Christus, laten we ons laten leiden door Gods Geest!
> Samen Rom 8:38 lezen.

 

 

Aanvalswapens die we moeten aantrekken:

 

6) Het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God

 

Het zwaard is het middel waar we de duisternis met aanvallen. Wat is het zwaard des Geestes? Het Woord van God! Het gebruikelijke woord dat in het Grieks gebruikt wordt voor “woord” is Logos. Maar in deze context staat het woord “RHEMA”  Dit woord kan het best vertaald worden door: ‘luidop proclameren’. Het woord van God is het luidop proclameren van Gods waarheid. Om de duisternis te verslaan moeten we weerstand bieden, dit kunnen we door hem openlijk te verwerpen en luidop weg te sturen in Jezus’ naam. Waarom? De duisternis kan onze gedachten niet lezen.
> Ik bied weerstand in Jezus’ naam.

 

 

7) Ten alle tijden bidden

 

Het belangrijkste wapen dat wij hebben is het gebed. Door het gebed is de christensoldaat in voortdurend contact met zijn aanvoerder, de Here Jezus Christus. Daar de vijand zijn tegenstand nooit opgeeft, mogen ook wij niet verslappen in het gebed. God roept ons op om ten alle tijden te bidden.Tevens moeten we bidden in overeenstemming met de Heilige Geest die ons in ons gebed zal leiden wanneer we ons voor Hem open zetten.

Jezus zegt tegen Zijn discipelen in de tuin van Getsemane: “Waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt.” Mat.25:41. We zijn als leden van een lichaam, de gemeente, met elkaar verbondenen vormen we een doelwit voor de aanvallen van de vijand, daarom moeten we elkaar voor de troon der genade opdragen. Zo moeten we in ons gebed niet alleen gericht zijn op onze eigen noden, maar ook op de noden van de gemeente en op de noden van alle heiligen en ongelovigen. Laten we daarom nooit ophouden voor elkaar en de mensen rondom ons te bidden.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

De litanie van de mystieke roos

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Mystieke roos, of Rosa Mystica is een eretitel van Onze Lieve Vrouw. Het is één van de vele eretitels in de Litanie van Loreto ook de Litanie tot de heilige Maagd Maria genoemd. De litanie wordt na het Rozenhoedje gebeden. De tekst werd in 1601 door paus Clemens vastgelegd.

 

 

 

 

 

Heer, ontferm U over ons.
Christus, ontferm U over ons.
Heer, ontferm U over ons.
Christus, aanhoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelse Vader, ontferm U over ons.
God, Zoon, Verlosser van de wereld, ontferm U over ons.
God, heilige Geest, ontferm U over ons.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U over ons.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder van God, bid voor ons.
Heilige Maagd der maagden, bid voor ons.
Moeder van Christus, bid voor ons.
Moeder van de Kerk, bid voor ons.
Moeder van de goddelijke Genade, bid voor ons.
Allerreinste Moeder, bid voor ons.
Zeer kuise Moeder, bid voor ons.
Maagdelijke Moeder, bid voor ons.
Onbevlekte Moeder, bid voor ons.
Beminnelijke Moeder, bid voor ons.
Bewonderenswaardige Moeder, bid voor ons.
Moeder van goede raad, bid voor ons.
Moeder van de Schepper, bid voor ons.
Moeder van de Zaligmaker, bid voor ons.
Allervoorzichtigste Maagd, bid voor ons.
Eerwaardige Maagd, bid voor ons.
Lofwaardige Maagd, bid voor ons.
Machtige Maagd, bid voor ons.
Goedertieren Maagd, bid voor ons.
Getrouwe Maagd, bid voor ons.
Spiegel van gerechtigheid, bid voor ons.
Zetel van Wijsheid, bid voor ons.
Oorzaak van onze blijdschap, bid voor ons.
Geestelijk vat, bid voor ons.
Eerwaardig vat, bid voor ons.
Heerlijk vat van godsvrucht, bid voor ons.
Mystieke roos, bid voor ons.
Toren van David, bid voor ons.
Ivoren toren, bid voor ons.
Gouden huis, bid voor ons.
Ark van het verbond, bid voor ons.
Deur van de hemel, bid voor ons.
Morgenster, bid voor ons.
Heil van de zieken, bid voor ons.
Toevlucht van de zondaren, bid voor ons.
Troosteres van de bedroefden, bid voor ons.
Hulp van de christenen, bid voor ons.
Koningin van de engelen, bid voor ons.
Koningin van de aartsvaders, bid voor ons.
Koningin van de profeten, bid voor ons.
Koningin van de apostelen, bid voor ons.
Koningin van de martelaren, bid voor ons.
Koningin van de belijders, bid voor ons.
Koningin van de maagden, bid voor ons.
Koningin van alle heiligen, bid voor ons.
Koningin zonder erfsmet ontvangen, bid voor ons.
Koningin in de hemel opgenomen, bid voor ons.
Koningin van de heilige rozenkrans, bid voor ons.
Koningin van het gezin, bid voor ons.
Koningin van de vrede, bid voor ons.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, spaar ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, verhoor ons Heer.
Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt, ontferm U over ons.
Bid voor ons, Moeder van God,
opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

 

 

 

Laat ons bidden

 

Heer God, wij bidden U: geef ons, uw dienaren, dat wij ons mogen verheugen in een bestendige gezondheid van ziel en lichaam; mogen wij door de verheven voorspraak van de heilige Maria, die altijd maagd is gebleven, verlost worden van de tegenwoordige droefheid en de eeuwige vreugde genieten. Door Christus, onze Heer. Amen.

 

 

 

 

 

 

 

Profetieën van Marie-Julie Jahenny

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

 

 

Profetieën van Marie-Julie Jahenny (1850-1941),

 de Bretoense zieneres die stigmata droeg

 

 

De val van de geestelijkheid

 

In hun (priesters) dwaling zullen ze hun geloften breken. Het Boek des Levens bevat een lijst van namen die het hart verscheurt.

Door het weinig respect die ze hebben voor de apostelen van God wordt de kudde zorgeloos en houdt het op de geboden te volgen. De priester zelf is verantwoordelijk voor het gebrek aan respect omdat hij niet genoeg respect opbrengt voor zijn heilige bediening en de plaats die hij bekleedt in zijn gezegende functie. De kudde treedt in de voetsporen van zijn pastoors; dit is een grote tragedie.

De geestelijkheid zal streng gestraft worden omwille van hun onvoorstelbare wispelturigheid en grote lafheid dat niet verenigbaar is met hun functie.

Een verschrikkelijke kastijding wacht degenen die elke morgen de trappen van het Heilig Offer (h. Mis) bestijgen. Ik ben niet op jullie altaren gekomen om gemarteld te worden. Ik lijd honderdvoudig meer van dergelijke harten dan van iemand anders. Ik vergeef jullie van jullie grote zonden, Mijn kinderen, maar Ik kan geen vergiffenis schenken aan deze priesters.

 

 

 

De nieuwe Mis

 

Ik waarschuw jullie. De discipelen die niet tot Mijn Evangelie behoren werken hard om de Mis te veranderen volgens hun ideeën en onder de invloed van de vijand van zielen. Een Mis die woorden bevat die afschuwelijk zijn in mijn ogen. Wanneer het fatale uur komt wanneer het geloof van mijn priesters op de proef wordt gesteld zullen het deze teksten zijn die gevierd zullen worden in deze tweede periode.

De eerste periode is degene van Mijn Priesterschap dat bestaat sinds Mij. De tweede periode is degene van de vervolging, wanneer de vijanden van het Geloof en van de Heilige Religie hun formules zullen opdringen in het boek van de tweede viering (van de H. Mis). Vele van Mijn heilige priesters zullen dit boek weigeren omdat het de woorden van de afgrond bevat. Spijtig genoeg zullen onder hen ook priesters zijn die het zullen aanvaarden.

Ze zullen niet stoppen op dit hatelijke en heiligschennend pad. Ze zullen verdergaan om alles in een keer te compromitteren. In een ruk, de Heilige Kerk, de geestelijkheid en het geloof van mijn kinderen te bezoedelen.

 

 

 

De Heerschappij en Triomf van het Kwaad

 

Lucifer : Ik zal de Kerk aanvallen. Ik zal het Kruis omverwerpen. Ik zal het volk op grote schaal afslachten, Ik zal een grote zwakheid van geloof in de harten zaaien. Er zal ook een grote verloochening zijn van religie. Voor een tijd zal ik meester zijn van alle dingen, alles zal onder mijn controle vallen, zelfs Jullie tempel en al Jullie mensen.

Sint Michaël zegt dat Satan alles in bezit zal hebben voor enige tijd en dat hij volledig zal heersen over alles; dat alle goedheid, geloof, religie zal begraven worden in het graf. Satan en de zijne zullen triomferen met vreugde, maar na deze triomf zal de Heer op Zijn beurt de Zijne verzamelen en Hij zal regeren en triomferen over het kwaad en zal herrijzen uit het graf samen met de begraven Kerk en het neerliggende Kruis.

Er zal geen restje meer overblijven van het Heilig Misoffer, geen spoor van geloof. Verwarring zal overal heersen. Alle werken die goedgekeurd zijn door de onfeilbare Kerk zullen ophouden te bestaan zoals ze nu bestaan voor een tijd. In deze smartelijke teloorgang zullen briljante tekenen zich manifesteren op aarde. Omwille van de goddeloosheid van de mensen zal de Heilige Kerk in duisternis dwalen. De Heer zal ook duisternis zenden dat de goddelozen zal stoppen op hun zoektocht naar goddeloosheid.

 

 

 

.

De drie dagen van duisternis

 

De crisis zal plotseling toeslaan; de straffen zullen door allen gevoeld worden en zullen opeen volgen zonder onderbreking. De drie dagen van duisternis zullen vallen op een donderdag, vrijdag en zaterdag. De aarde zal bedekt worden door duisternis en de hel zal losgelaten worden op aarde.

Gedurende deze drie dagen van verschrikkelijke duisternis mogen geen ramen geopend worden opdat niemand in staat zou zijn de aarde te zien en de verschrikkelijke kleur die het zal hebben in die dagen van straf zonder ineens dood te vallen.

De lucht zal vol vuur zijn, de aarde zal splitten. Gedurende deze drie dagen van duisternis zal enkel gewijde kaarsen voor licht zorgen, niets anders zal schijnen. Niemand buiten een schuilplaats zal overleven. De aarde zal schudden zoals bij het oordeel en de angst zal groot zijn. Ja, we zullen luisteren naar de gebeden van onze vrienden; niet een van hen zal verloren gaan. We zullen hen nodig hebben om de glorie van het Kruis te verkondigen. Alleen de kaarsen van gezegend was zullen licht geven gedurende deze afschuwelijke duisternis. Een kaars alleen zal genoeg zijn voor de duurtijd van deze helse nacht. In de huizen van de goddelozen en vervloekers zullen deze kaarsen geen licht geven. Alles zal schudden behalve de kandelaar waarin de gezegende kaars brandt. Jullie zullen errond verzameld zijn met de crucifix en mijn gezegende afbeelding. Dit is wat deze terreur zal weghouden.

Gedurende deze duisternis zullen de duivels en de goddelozen de meest afschuwelijke vormen aannemen, rode wolken zoals bloed zullen door de lucht voorbijtrekken. De donderslagen zullen de aarde doen beven en ongure bliksem zal de hemelen treffen. De aarde zal op zijn grondvesten daveren. De zee zal stijgen, zijn bulderende golven zullen over het continent zich verspreiden… De aarde zal als een grote begraafplaats zijn. De lichamen van de goddelozen en de rechtvaardigen zullen de grond bedekken. Drie vierden van de bevolking van de aardbol zal verdwijnen. De helft van de Franse bevolking zal vernietigd worden.

 

 

 

 

 

 

Woorden van de Heilige Maagd en Jezus over de driedaagse duisternis

 

De Heilige Maagd : Wees niet bevreesd voor de drie dagen van duisternis, die over de aarde zullen komen. Degenen, die leven volgens mijn boodschappen en wiens inwendig leven er een van gebed is, zullen door een inwendige stem worden gewaarschuwd, een week of drie dagen voordat dit alles zal geschieden. Broeder David Lopez, 15 augustus 1987.

 

Onze Heer: De zon zal verdwijnen om plaats te maken voor de duisternis, die drie dagen en drie nachten zal duren. Dat allen in staat van genade zijn, en dat zij na een volmaakt berouw, bevrijd van hun zonden door de biecht, met eerbied en deemoed de Heilige Eucharistie ontvangen, volgens de traditie van de Kerk. Een zienster uit de streek van Brussel, 22 juli 1974.

 

Jezus spreekt: Uit een massa vuurrode wolken zullen vernietigende bliksemstralen heen en weer schieten daarbij alles in brand zettend en tot as terugbrengend. De dampkring zal worden gevuld met giftige gassen en dodelijke dampen. Wervelstormen zullen alle werken, bouwsels van hoogmoed, van dwaasheid en van de wil tot macht in puin leggen. Het menselijk geslacht zal moeten erkennen dat er boven haar een Wil bestaat, die de eerzuchtige plannen van haar streven als een kaartenhuis in elkaar zal smijten. Marie-Julie Jahenny, Blain, West-Frankrijk, 1850-1941.

 

Jezus spreekt: Ik wil u beschermen, beminde gelovigen, en u de tekenen meedelen, die u het begin zullen aangeven van het oordeel. Wanneer tijdens een koude winternacht de donder zal dreunen, zodanig, dat de bergen ervan schudden, sluit dan snel ramen en deuren. Uw ogen mogen niet door nieuwsgierige blikken de verschrikkelijke gebeurtenissen ontwijden. Verenig u in gebed voor het kruisbeeld. Stel u onder de bescherming van Mijn Heilige Moeder. Laat geen enkele twijfel zich in u vast zetten. Brandt gewijde kaarsen en bid de Rozenkrans. Volhard drie dagen en twee nachten. De volgende nacht zal het schrikbewind langzamerhand minder worden. Marie-Julie Jahenny, Blain, West-Frankrijk, 1850-1941.

 

Uit vurige wolken zullen bliksemstralen neerdalen, en een vreselijke orkaan, bezwangerd met een vurige gloed, zal over de aarde razen. Allerwegen zal een verwoestende regen van stenen grote gebieden vernietigen. Deze gesel zal de ergste zijn, welke de mensheid ooit heeft doorgemaakt. Zuster Ajello, gestigmatiseerd, 16 april 1954.

 

De Heilige Maagd: Sluit deuren en ramen en luister naar niemand, die buiten zou kunnen staan roepen. Alstublieft, laat uw aandacht daar niet door trekken, want het zijn niet degenen, die u liefhebt, maar wel de duivels, die zullen proberen u naar buiten te doen gaan. Broeder David Lopez, 15 augustus 1987.

 

De indrukken, die ik heb opgedaan terwijl de Heilige Maagd tot mij sprak zijn de volgende: tijdens de driedaagse duisternis zullen er geen duivels meer in de hel zijn, allen zullen zij zich op de aarde bevinden. Deze drie dagen zullen zo donker zijn, dat niemand zijn eigen handen zal kunnen zien. Degenen, die niet in staat van genade zijn, zullen in de loop van die drie dagen sterven van afgrijzen, opgewekt door het zien van de afschuwelijkste demonen, of zij zullen sterven na krankzinnig te zijn geworden. De grootste verleiding zal erin bestaan, dat de duivels de stemmen zullen nadoen van degenen, die wij liefhebben. Mocht dit alles in die tijd voorvallen dan zal het zo koud zijn, daar er geen normale of kunstmatige warmte zal zijn. Broeder David Lopez, 15 augustus 1987.

 

De Heilige Maagd zei mij: De driedaagse duisternis zal precies 72 uur duren. De enige wijze om te weten of zij voorbij is, zal zijn door op een mechanische klok te kijken, want er zal geen elektriciteit beschikbaar zijn. De duister dagen zullen heel moeilijk zijn voor degenen, die alleen zijn, en voor de ouders, vooral voor die ouders, waarvan de kinderen volwassen zijn, want zij zullen de stemmen van hun kinderen buitenshuis horen. Gedurende de dagen van duisternis zullen de gebeden van kinderen wonderen kunnen bewerken. Broeder David Lopez, 15 augustus 1987.

 

Het zal donker worden op zekere dag tijdens de oorlog. Dan komt de hagel neer onder bliksem en donder, en aardbevingen doen de aarde schudden. Ga dan niet uit huis, niet naar buiten! Lampen branden niet, behalve kaarsen, de stroom valt uit. Wie het stof buiten opsnuift, krijgt krampen en sterft. Maak de vensters niet open, bedek ze met zwart papier. Al het open water wordt vergiftigd, en ook alle niet afgedekte spijzen, en eten, dat niet in afgesloten dozen zit. Evenmin voedsel in glazen potten; die weerhouden het gif niet. Buiten waart de dood door het stof rond. Er zullen zeer veel mensen sterven. Na 72 uur is alles weer voorbij. Echter nogmaals zeg ik: Ga niet naar buiten, kijk niet door het raam naar buiten, laat een gewijde kaars of waskaars branden. En bid. In die nachten zullen er meer mensen sterven dan in twee wereldoorlogen. Alois Irlmaier, Beieren, voorjaar 1959.

 

.

 Wat moeten de mensen doem om de grote duisternis

en het kosmische stof te doorstaan?

.

.

Antwoord Irlmaier: koop enkel gesoldeerde blikken dozen (conserven) met rijst en peulvruchten. Brood en meel (in een afsluitbare verpakking) blijven goed, alles wat vochtig is bederft, zoals bijv. vlees, behalve in blikken bewaardozen. Water uit de leiding is wel te genieten, dit geldt echter niet voor melk. Erg veel honger zullen de mensen niet lijden tijdens de [kosmische] ramp en de duisternis. Maak gedurende de 72 uur niet het raam open. De rivieren zullen zo weinig water bevatten, dat men er gemakkelijk doorheen zal kunnen gaan. Het vee valt om, het gras wordt geel en verdort, de dode mensen worden helemaal geel en zwart. De wind zal de dodelijke wolken verdrijven. Alois Irlmaier, Beieren, voorjaar 1959.

.

.

rozenkrans

 

Slechts de gewijde waskaarsen zullen licht kunnen geven gedurende de 3 dagen en 2 nachten van algehele duisternis over de gehele wereld. In elk huis zal een enkele kaars volstaan voor de drie dagen van duisternis, maar in het huis van de goddelozen en de godslasteraars zal de gewijde kaars geen enkel lichtstraal geven. Marie-Julie Jahenny, Blain, 23 februari 1928.

 

 

gewijde kaars

 

 

Het Heilig Hart van Jezus over vuur uit de aarde en uit de hemel: de hitte zal verschrikkelijk zijn. Een kruisteken gemaakt met wijwater, zal de warmte doen verminderen en de vonken terug drijven. Gij moet 5 kussen geven aan de kruisjes waaraan een aflaat is verbonden. Kruisjes [met vinger of duim] getekend op de 5 wonden van een afbeelding van de gekruisigde Jezus, zullen hetzelfde gevolg hebben. Marie-Julie Jahenny, Blain, 23 februari 1928.

 

Heer, aan Pater Pio hebt u aangekondigd, dat een harde tuchtiging plaats zou hebben in de winter. De Heer: de zielen die Mij steeds hebben bemind, moeten niet vrezen. Zolang als de tuchtiging duurt, moeten zij bidden en ons aanroepen. Ze mogen niet naar buiten kijken, maar zij moeten de ogen gericht houden op Onze beeltenis en het vertrouwen in Onze Harten bewaren. Zij moeten ervoor zorgen in staat van genade te zijn, en zij moeten trouw blijven aan het dagelijks rozenkransgebed. Een zienster uit de streek van Brussel, 20 augustus 1973.

 

Onze Heer: Ziehier onze laatste onderrichtingen: bid zonder ophouden en overweegt de 20 geheimen van de Rozenkrans, bid gedurende de straf de Litanie van het Heilig Hart van Jezus, van de Allerheiligste Maagd Maria en die van de Heilige Jozef, patroon van de christengezinnen en van een goede dood. Slechts de gewijde kaarsen zullen tijdens de donkere dagen licht geven. Draag om de hals de Wonderdadige Medaille, het scapulier van de berg Carmel (het Bruine Scapulier) of bij gebrek daaraan de Scapuliermedaille. Draag steeds uw Rozenkrans bij u, want deze sacramentaliën zullen u beschermen wanneer de machten der hel losbreken.

 

 

De wonderbare medaille

 

Wie niet in het bezit is van Gewijde Zakdoekjes van San Damiano, en van het miraculeuze water van deze uitverkoren plaats zal gebruik kunnen maken van een bronwater, dat afkomstig is van een van de verschijningsplaatsen van Mijn Allerheiligste Moeder of bij gebrek daaraan van gewijd water. Laat door een priester witte zakdoeken zegenen, doordrenk ze met voornoemd water en leg ze op het aangezicht, ze zullen het beschermen. Verlaat onder geen enkele voorwaarde uw huis. Kijkt niet naar buiten. Houd de vensters dicht en sluit de gordijnen. Aanroep voortdurend Onze Barmhartige Harten en blijf op Ons vertrouwen. Een zienster uit de streek van Brussel, 22 juli 1974.

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De aard van God

Standaard

categorie : religie

 

 

 

dolfijnen

De Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Gods aanwezigheid ontdekken

 

Terwijl ik zit in het groene gras in de schaduw van de boombladeren, en omhoog tuur naar die grote blauwe hemel, glimlacht mijn hart en voel ik de vreugde die voortkomt uit het voelen van de aanwezigheid van een ontzagwekkende God. Ik weet dat God ontzagwekkend is, wanneer ik de manier overpeins waarop Hij alle dingen heeft gemaakt, zichtbaar en onzichtbaar, en vooral de manier waarop Hij ons mensen gemaakt heeft.

 

God schiep ons naar Zijn eigen evenbeeld en gelijkenis (Genesis 1:26) en we zijn ontzagwekkend wonderlijk gemaakt (Psalm 139:14).

 

 

 

Gods naam prijzen

 

In de natuur voel ik de aard van God. Door het zingen van de vogels voel ik een neiging om zelf voor de Heer te zingen om Hem te prijzen en te aanbidden. Wanneer ik God vereer, dan raakt Hij mijn hart aan en openbaart Hij Zichzelf aan mij op een erg speciale manier in de natuur, onze omgeving. Er zijn de bossen en de stranden, de zon die elke dag opkomt en weer ondergaat, de stralende maan en de schitterende sterren in de nacht, de regen en nog veel meer.

Ik realiseer me nu waarom ik, elke keer als ik over zulke dingen uitkijk, een ander soort intensiteit voel. Daarnaast word ik ook in mijn eigen leven herinnerd aan Gods goedheid en trouwhartigheid. “God is goed, de hele tijd. Hij stopt een lied voor verering in dit hart van mij. God is de hele tijd goed!” Heb je dat liedje ooit gehoord?

 

 

 

Gods liefde begrijpen

 

Dat is de kern van de aard van God. Hij is zo goed dat Hij voor ons zorgt en onvoorwaardelijk van ons houdt.

“Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16).

Dit is één van de meest bekende Bijbel verzen, maar begrijpen we werkelijk wat dit voor ons eigen leven betekent? Stel je eens voor dat je zelf maar één zoon zou hebben, een zoon waar je voor zou zorgen en ontzettend veel van zou houden. Zou jij bereid zijn om het leven van je zoon op te offeren om iemand anders te redden? Zou jij je kunnen veroorloven om zijn leven op het spel te zetten voor het belang van anderen? God deed dit. Dat is waarom we Jezus Christus hebben. Het boek van Johannes zegt, in vers 6 van hoofdstuk 16, dat Jezus de weg, de Waarheid en het Leven is. Niemand kan bij de Vader komen dan door Hem.

Het enige dat wij hoeven te doen om een eeuwig leven te hebben is Jezus Christus aanvaarden als onze Heer en Verlosser, berouw hebben van onze zonden en om vergeving te vragen. Het is onze keuze. Het is de aard van God!

 

 

 

God prijzen en aanbidden

 

 

Een natuurlijk verlangen

 

Het prijzen en aanbidden van God lijkt universeel te zijn. Heb jij ooit van een ontdekkingsreiziger gehoord die een nieuwe stam of cultuur ontdekte die niets vereerde? Aanbidding is voor elk mens een natuurlijk instinct en een primaire behoefte. Een eenvoudige definitie van aanbidding is een grote toewijding aan of het eren van een Goddelijk wezen. Neem even de tijd om na denken over datgene waar jij in dit leven het meest aan toegewijd bent. Stel jezelf dan de volgende vraag: “Is dit mijn toewijding waardig? Aanbid ik wel een Goddelijk wezen?”

We aanbidden niet allemaal dezelfde God, maar iedereen aanbidt iets of iemand. Omdat we allemaal aanbidden, zouden we de reden voor dit verlangen nader moeten bekijken. De meest logische conclusie is dat we door een hoger wezen zijn geschapen met het doel om te aanbidden.

De mens is onophoudelijk op zoek naar de antwoorden op de fundamentele vragen over de menselijke oorsprong, de aard van de mens en de uiteindelijke bestemming van de mens. Er is een boek dat de antwoorden op al deze vragen heeft, waaronder onze vragen over aanbidding. De Bijbel is een wonderbaarlijk en mysterieus boek; God heeft de Bijbel gekozen als de wijze waarop Hij met ons communiceert.

God is in zowel het Oude Testament als het Nieuwe Testament het brandpunt van onze toewijding.

In Exodus 20:2-3 zegt God: “Ik ben de Heer, uw God … Vereer naast mij geen andere goden”.

In Matteüs 4:10 zegt Jezus: “Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”

Aanbidding is dus niet slechts een natuurlijk instinct, het is een gebod van God.

 

 

Waarom Prijzen en aanbidden 

 

Alleen God is onze toewijding, onze lof en onze aanbidding waardig. Hij is God, onze Schepper. Wij worden geboden om Hem te prijzen en te aanbidden.

Psalm 96:9 zegt: “Buig u voor de Heer in zijn heilige glorie, huiver, heel de aarde, als hij verschijnt.” Psalm 29:2 zegt: “Erken de Heer, de majesteit van zijn naam, buig u voor de Heer in zijn heilige glorie.”

Zonder aanbidding zouden we miserabel ronddolen. God wil niet dat we ons miserabel voelen; Hij heeft een perfect plan voor onze levens. Hij heeft zo veel dingen gedaan om te laten zien dat Hij van ons houdt en hij wil dus niet dat wij ons miserabel of ellendig voelen. Hij wil dat we hoop hebben op een toekomst met Hem. Hij wil dat we een eeuwig leven met Hem in de hemel hebben.

Een leven gevuld met lof en aanbidding bevredigt onze diepste behoeften en wonderbaarlijk genoeg geeft dit ook God een immense vreugde.

Sefanja 3:17 stelt: “De Heer, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen.”

 

 

 

 Hoe doen we prijzen en aanbidden?

 

God vertelt ons in Zijn Woord hoe we Hem kunnen prijzen en aanbidden.

Johannes 4:23 zegt: “Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden”.

Om God oprecht te kunnen aanbidden, moeten we weten dat Jezus zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij”.

Voordat je kunt aanbidden op de manier zoals God dat wil, moet je dus eerst een relatie met Hem zijn begonnen door in Jezus, Zijn Zoon, te geloven.

De beste manier waarop we God kunnen prijzen en aanbidden is met elke gedachte en met elke daad. Romeinen 12:1-2 stelt: “Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is”.

 

 

 

Liefde uit het hart

 

Veel mensen denken dat lofprijzing en aanbidding niets meer is dan liedjes zingen, maar het is zo veel meer! Het is ook een toestand van je hart; een bereidheid om God te verheffen en je aan Zijn wil over te geven. Aanbidding is een uitdrukking van liefde en ontzag voor de God die ons meer geeft dan we verdienen. Of jij je aanbidding nu vorm geeft door middel van zingen, muziek, dansen of op een andere manier, vergeet niet dat je er toe geroepen bent om God met elke handeling te aanbidden, elke dag van je leven. God is heilig, liefdevol en onze aanbidding en toewijding waardig.

“Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.” (Deuteronomium 6:5)

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

Waarom onze zonden belijden?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Is het nodig dat wij onze zonden belijden aan God, nadat Jezus voor onze zonden gestorven is? In het Onze Vader wordt hierover gesproken maar toen woonde Jezus nog op de aarde. Het is nuttig eerst iets dieper in te gaan op de begrippen verlossing en vergiffenis. De eis die eigenlijk aan ons wordt gesteld, is dat wij in het geheel niet zondigen. Alleen absolute volmaaktheid maakt ons aanvaardbaar voor God. Helaas is alleen Jezus er in geslaagd die volmaaktheid te tonen. De overige mensen slagen daar niet in, en hebben daarom verlossing nodig.

De openbaring van Gods verlossingsplan maakt duidelijk dat wij op bepaalde voorwaarden toch kunnen worden aangenomen, en zo ontkomen aan de dood die wij eigenlijk zouden verdienen. En dat het verlossingswerk van Christus daar een grote rol bij speelt. Maar het basisprincipe is en blijft dat zonde onacceptabel is voor God. Met andere woorden: van ons wordt gevraagd dat wij ons uiterste best doen die volmaaktheid van Jezus, op zijn minst zo goed mogelijk, te benaderen.

Maar wanneer wij daarin tekort schieten, is het niet een kwestie van ‘game over’, zoals onder de wet van Mozes strikt genomen het geval was, maar kunnen we vergiffenis vragen en verder gaan. De bedoeling is dan uiteraard wel dat wij van onze fouten leren, en wel degelijk naar dat voorbeeld van Christus toegroeien.

Uiteraard kan het niet de bedoeling zijn dat wij gewoon ons eigen leven leiden, en de rekening daarvoor door Christus laten betalen. Zijn verlossingswerk is geen vrijbrief om onze eigen gang te gaan. Waar wij tekort schieten, mogen we ons beroepen op de verlossing die Hij tot stand bracht, maar dat is geen verkregen recht. Christus betaalt als het ware onze schulden, maar dit betekent wel dat wij niet de vrijheid hebben om bewust nieuwe schulden te maken,omdat de rekening toch al zou zijn voldaan.

Dit houdt in dat wij, wanneer we toch weer in de fout zijn gegaan, in elk geval bereid moeten zijn te erkennen dat het fout was. En dat kunnen we alleen maar doen door onze zonde te belijden. En de tweede eis is, dat wij onze uiterste best moeten doen om herhaling te voorkomen. En dit op zijn beurt vergt dat wij ons bewust zijn van onze fouten. En niets maakt je zo goed bewust van je fouten als de noodzaak ze te belijden.

Anders gaan we maar denken dat het allemaal wel meevalt. Jacobus raadt ons zelfs aan die fouten te belijden tegenover elkaar (Jac.5:16), hoeveel temeer aan God. De Schrift vertelt ons dat we radicaal moeten veranderen. We moeten al onze menselijke neigingen achter ons laten, en ons zo volledig mogelijk richten op het voorbeeld van Jezus.

En die verandering moet zo radicaal zijn, dat het ons wordt voorgesteld als het worden van ‘een nieuwe mens’ (Efez. 4:22-24), of van een opnieuw geboren worden (Joh. 3:3). Dat kan alleen wanneer we ons voortdurend bewust zijn van wat we nog verkeerd doen, waar we nog tekort schieten, en wat er dus beter moet. En zelfs wanneer we in dit leven nooit die volmaaktheid van Jezus zelf zullen bereiken, dan moeten we er wel steeds dichter in de buurt komen.

In dit leerproces leren we het snelst van onze fouten. We herkennen onze fouten alleen wanneer we gedwongen worden die te erkennen, niet in de laatste plaats tegenover onszelf. Maar wanneer we al niet bereid zijn die toe te geven tegenover God, dan hebben we smoezen genoeg om ze te ontkennen tegenover onszelf.

Maar we hebben geen carte blanche om zo maar onze gang te gaan, we kunnen niet op pad gaan met Jezus’ creditcard op zak. We zullen voor elke nieuwe schuld weer met het schuldbriefje bij God langs moeten gaan, en nederig vragen of dat misschien weer afgeboekt mag worden. Op zijn minst leren we ons dan te schamen voor ons gedrag.

Dat klinkt misschien allemaal erg negatief, en in werkelijkheid zal het effect ook veel positiever zijn want we bouwen een relatie op met God, die we anders niet zouden hebben. Maar we moeten nooit de vergissing maken dat zonde sinds Christus’ kruisdood niet serieus meer is. In Gods ogen is zonde nog steeds bloedserieus. En het belijden daarvan maakt ons daar beter dan wat dan ook van bewust.

Nog een laatste opmerking over het feit dat Jezus Zijn discipelen het ‘Onze Vader’ leerde, toen Hij ‘nog op aarde’ was. Uit zijn woorden blijkt dat Hij hier was om de zijnen voor te bereiden op het nieuwe Verbond en het nieuwe tijdperk dat komen ging. Het lijkt daarom niet logisch te verwachten dat Hij Zijn discipelen een ‘nieuw gebed’ zou leren, dat enkele jaren later alweer achterhaald zou zijn. We mogen er daarom van uitgaan dat dit gebed een patroon bevat, dat door alle eeuwen heen van belang blijft.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Openbaring les 3: Gods oordeel aan de witte troon!

Standaard

Categorie: religie

 

Achtergrond

 

Beeld je een wereld in die geregeerd wordt door een volmaakte Heerser die onmiddellijk en vastberaden afrekent met zonden. Wanneer de vloek van de zonde verwijderd is en alles terug naar haar oorspronkelijke zuiverheid als in de tuin van Eden wordt gebracht, zou de wereld gedomineerd worden door rechtvaardigheid en goedheid. Zo een aarde is nog ver te zoeken, maar het is  toch de juiste beschrijving van hoe de aarde er zal uitzien tijdens het komende aardse rijk van Jezus Christus. Gods volk heeft naarstig uitgezien naar deze tijd wanneer Christus zou terugkeren en Zijn vijanden zal verslaan om een aards koninkrijk op te zetten.

Deze verwachting blijft aanhouden omdat Christus’ aardse koninkrijk het hoogtepunt is van Gods verlossingsplan en de verwezenlijking van de hoop die de gelovigen doorheen de eeuwen hebben gekoesterd. De Gemeente wordt opgenomen en naar de hemel geleid, een grote verdrukking van zeven jaar zal de aarde overkomen en alles wat er nog overblijft, is weggelegd om afgehandeld te worden bij het oordeel. In hoofdstuk 20 schrijft Johannes zijn visioen over dit oordeel. Christus, het waardige Lam van God en de Heerser van de aarde, zal Zijn duizendjarig rijk oprichten en rechtvaardig afrekenen met al degenen die zich tegen Hem verzetten.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Het binden van de dienaren van satan in het aardse

koninkrijk van Christus (Openbaring 20:1-6)

 

Het eerste waar de Koning aandacht aan zal schenken wanneer hij Zijn koninkrijk opzet is de opsluiting van de verzetsleider. Tegen deze tijd zal God alle menselijke tegenstanders hebben vernietigd (Op.19:11-21) en het beest (antichrist) en de valse profeet zullen in de poel van vuur geworpen worden (19:20). De laatste stap, in de voorbereiding van het koninkrijk, zal het wegnemen van satan en zijn demonische garde zijn zodat Christus kan regeren zonder de tegenstand van bovennatuurlijke vijanden.

God kiest ervoor om satan door een van Zijn engelen te verwijderen van de aarde. Ondanks dat we niet weten wie deze engel zal zijn, kunnen we wel zeggen dat hij grote krachten zal bezitten; “met de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn hand” (20:1). Doordat hij de sleutel bezit, is hij alleen degene die de macht heeft om deze geschapen plaats van straf te openen en te sluiten. Terwijl hij nederdaalt uit de hemel merkt Johannes op dat hij slechts met één agendapunt is gestuurd: om satan (ook wel de draak, oude slang en de duivel genoemd) te grijpen, te binden en weg te werpen in de afgrond (bodemloze put) voor een periode van duizend jaar. Omwille van zijn verzet tegen Gods Zoon, dat wordt afgebeeld door de verschillende benamingen die hem hier worden gegeven, zou satan gedurende de duizend jaar dat Christus Zijn aardse rijk zal regeren worden gebannen. Gedurende deze tijd zal satan niet in staat zijn om volkeren te misleiden (20:3), wat wil zeggen dat hij op geen enkele manier invloed zal hebben op de wereld.

Met satan, zijn demonische garde en alle God verwerpende zondaren uit de weg geruimd, zal het duizendjarig koninkrijk opgericht worden. De Here Jezus zal in dit koninkrijk natuurlijk de voornaamste Heerser zijn (Luk.1:32; Op.19:16). Toch heeft Jezus beloofd dat Zijn heiligen met Hem zullen regeren (Dan.7:27; Matt.19:28;1 Kor.6:2; 2 Tim.2:12; Op.2:26; 3:21; 5:10). Dat deze belofte vervuld zal worden is duidelijk in de rest van Johannes’ visioen. Johannes ziet Gods volk verheerlijkt worden en beloond en heersend met Christus. Hij “zag tronen”, wat duidt op gezag en Gods uitverkorenen “gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven” (Op.20:4). Genietend van een ondergeschikte heerschappij onder leiding van Christus zullen de heiligen Gods wil volledig tot stand doen komen in ieder aspect van het koninkrijk.

Daarna ziet Johannes de laatste groep gelovigen die samen met Christus zullen regeren in Zijn koninkrijk. In dit visioen ziet Johannes “tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en  hand” (Op.20:4). Dit zijn de gemartelde gelovigen uit de grote verdrukking (6:9; 7:9-17; 12:11). Tijdens dit rijk zal de antichrist gelovigen tijdens de jaren van verdrukking omwille van verschillende redenen uitroeien:

(1) hun getuigenis van Jezus (19:10)

(2) ze zullen trouw Gods Woord verkondigen (6:9)

(3) ze zullen het beeld en zijn beeld niet vereren en ze zullen het teken niet op hun voorhand of hand dragen (19:20).

Net als koning Nebukadnessar in de dagen van Daniël zal de antichrist anderen door bevel oproepen om hem te vereren. Zij die zullen weigeren om het beeld van de antichrist te aanbidden zullen de doodstraf krijgen (13:15). In feite zijn van de vele martelaars die eerder in Openbaring genoemd worden mensen die in deze tijd van verdrukking zijn omgekomen.

Als deel van zijn plan om aanbidding van de antichrist af te dwingen, zal de valse profeet vereisen dat iedereen een teken op zijn voorhoofd of rechterhand zal dragen (13:16). Dit teken zal de personen die dit dragen kenmerken als aanbidders en trouwe volgelingen van de antichrist. Zij die weigeren om zulk een teken te dragen zullen geëxecuteerd worden. Omdat deze gelovigen tijdens deze jaren van verdrukking trouw zullen blijven tot aan de dood, en hiermee getuigen van hun ware verlossing, zullen ook zij terug tot leven komen en samen met Christus gedurende duizend jaar regeren.

Deze opstanding van de gelovigen noemt Johannes de eerste opstanding en degenen die er deel van uitmaken worden gezegend en heilig beschouwd (20:5). Zij die zullen horen bij de tweede opstanding zijn de dode ongelovigen uit de geschiedenis, waarvan de opstanding tot oordeel en verdoemenis in de volgende verzen 11-15 beschreven worden. Zij die deel uitmaken van de eerste opstanding zijn eerst en vooral gezegend omdat “de tweede dood geen macht” heeft over hen (20:6). Deze tweede dood die in vers 14 beschreven wordt als “de poel van vuur” is de eeuwige hel. De geruststellende waarheid is dat geen enkel kind van God ooit Gods toorn zal ondergaan (Rom.5:9; 1Thess.1:10; 5:9). Zij die deel hebben aan de eerste opstanding zijn ook gezegend omdat ze “priesters van God en van Christus zijn” (1:6; 5:10; 20:6). De gelovigen dienen nu als priesters door het aanbidden van God en het leiden van anderen in het kennen van Hem (1 Pet.2:9) en zullen op gelijkaardige wijze gaan dienen in het duizendjarig rijk.

 

 

De bevrijding en het einde van satan (Openbaring 20:7-10)

 

Zoals eerder werd aangehaald zullen satan en zijn demonen tijdens het duizendjarig rijk gevangen worden gehouden in de afgrond (of bodemloze put), zodat Jezus Christus soeverein zonder verzet zal kunnen regeren. Hen zal niet toegelaten worden om zich op een of andere manier te moeien met zaken die betrekking hebben op het duizendjarig rijk. Maar de opsluiting van satan zal ongedaan worden gemaakt “wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn” en hij “uit zijn gevangenis (zal) worden losgelaten” om een laatste opstand van zondaars te leiden. Ondanks de persoonlijke heerschappij van Christus op aarde en ondanks de hoge moraal die de aarde zal kennen zullen vele nakomelingen van hen die het duizendjarig rijk met hun fysieke lichamen zijn binnengetreden hun zonden toch gaan liefhebben en Christus verwerpen (cf. Rom.8:7). Zelfs de geweldige omgeving van het duizendjarig rijk zal de trieste realiteit van de menselijke verdorvenheid niet veranderen. Het loslaten en terugkeren naar de aarde van satan zal het bovennatuurlijke leiderschap voorzien dat nodig is om alle rebellie die er nog steeds leeft op aarde naar de oppervlakte te brengen (20:8).

Verwonderlijk ziet Johannes dat het aantal van deze rebellerende mensen “als het zand van de zee” is – een beeldspraak die in de Bijbel gebruikt wordt om een massale ontelbare groep aan te geven (Gen.22:17; Joz.11:4; Heb.11:12). Deze rebellen zullen de gelovigen omsingelen, die op dat moment allen in “de geliefde stad” Jeruzalem zullen verblijven (cf. Ps.78:68; 87:2). Alle gelovigen zullen daar zijn samengekomen, omdat het de plaats zal zijn waar de troon van de Messias zal staan en dit het centrum ts van het duizendjarig rijk (cf. Jes.24:23; Ezech.38:12; 43:7; Zach.14:9-11).

Omdat de rebellen zullen vergaderen om zich te verzetten tegen Christus, zal de oorlog eerder een terechtstelling worden. Volgens het visioen van Johannes komt er, wanneer de rebellen ten strijde willen trekken, “vuur van God neer uit de hemel en dat verslindt hen” (20:9). Ze worden snel, onmiddellijk en volledig uitgeroeid, een manier die God dikwijls gebruikt om zondaren te oordelen (cf. Gen.19:24; Lev.10:2; Luk.9:54). Satans strijdmachten worden fysisch gedood en hun zielen zullen naar het dodenrijk keren waar ze wachten op hun straf, de eeuwige hel, die gauw zal voltrokken worden (20:11-15). Johannes geeft ook weer hoe hun kwaadaardige leider zijn lot niet zal kunnen ontlopen. “De duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel geworpen” (20:10). Daar zal hij het beest en de valse profeet vergezellen die tegen die tijd al duizend jaren hebben doorgebracht in deze plaats van tuchtiging (19:20). Eenmaal in deze verschrikkelijke plek zullen ze “dag en nacht gepijnigd worden” (20:10). Er zal “in alle eeuwigheid” geen moment van opluchting zijn (20:10) in de hel als een blijvende plaats (Matt.25:46; 2 Thess.1:9; Op.14:10-11) van onuitblusbaar vuur (Mark.9:43).

 

 

666 en de antichrist

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De grote witte troon van het oordeel (Openbaring 20:11-15)

 

Na getuige te zijn van het eeuwige einde van satan samen met de inluiding van het duizendjarig rijk van Christus krijgt Johannes een visioen over een grote witte troon. Het is op deze plaats dat de berouwloze zondaren die Gods genade en barmhartigheid tijdens hun leven hebben verworpen onvermijdbaar Gods rechtvaardigheid tegen zullen komen. Daarom is dit gedeelte de meest ernstige, ontnuchterende en tragische passage van heel de Bijbel. Hierna zal rechtspraak nooit meer nodig zijn en zal God niet meer als Rechter moeten optreden.

De apostel krijgt de Rechter gezeten op Zijn rechterstoel en al de beschuldigden voor Hem te zien. Deze Rechter is niemand anders dan de verheven Here Jezus Christus. Het hele Nieuwe Testament onderwijst dat het God in de persoon van Zijn verheerlijkte Zoon zal zijn, die zal uiteindelijk over alle ongelovigen zal oordelen (Joh.5:22, 26-27; Hand.10:42; 17:31;Rom.2:16; 2 Tim.4:1). Johannes vermeldt ook de opzienbarende realiteit dat “voor Zijn aangezicht” de aarde en de hemel wegvluchtten, “zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was” (20:11).

Dit is niets anders dan het plotse stormachtige einde van het universum (cf. Ps.102:25-26; Jes.51:6; Matt.5:18; 24:35; Heb.1:11-12; 12:26-27). Ondanks dat de aarde hersteld wordt tijdens Christus’ heerschappij in het duizendjarig rijk, zal hij toch nog steeds met zonden besmeurd en onderworpen zijn aan de gevolgen van de zondeval – verval en dood. Daarom moet de aarde uiteindelijk vernietigd worden, omdat niets dat besmet is met zonde voor eeuwig kan bestaan (2 Pet.3:13). Dit is ook de reden waarom God een nieuwe hemel en nieuwe aarde zal scheppen.

De doden die hier voor de witte troon staan zijn niet enkel die uit het duizendjarig rijk, maar alle ongelovigen die ooit hebben geleefd. Na hun dood zijn hun zielen in een plaats van pijn en marteling geweest die Hades wordt genoemd. Nu is voor hen de tijd gekomen om voor eeuwig veroordeeld te worden tot de hel. De alomvattende natuur van dit oordeel vereist dat de zee, de dood en Hades (het dodenrijk) “de doden die in hen waren” gaven. Op deze dag zullen al degenen die in ongeloof zijn gestorven voor Christus komen te staan – de Grote Rechter. Het oordeel over deze goddelozen zal niet aanvangen zonder goddelijke maatstaf.

De boeken die geopend werden voor de grote witte troon bevatten iedere gedachte, ieder woord en ieder daad van iedere ongelovige die ooit had geleefd. God heeft ieders leven volmaakt, precies en uitgebreid bijgehouden. Omdat Gods rechtvaardigheid vereist dat ieder zonde beboet wordt, zal iemand  die niet voldoet aan Gods volmaakte en heilige maatstaf “overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” geoordeeld worden (20:12-13). Terwijl Christus de straf voor de gelovigen droeg (en hen dus dit oordeel deed ontkomen) zullen de ongelovigen Christus’ rechtvaardigheid niet toegerekend krijgen (Fil.3:9). Zij zullen zelf de straf voor het overtreden van Gods wet moeten dragen– eeuwige ondergang in de hel (2 Thess.1:9).

Nadat de boeken met de slechte daden van mensen werden geopend werd “nog een ander boek geopend, namelijk het boek des levens”(Op.20:12). Dit boek bevat de namen van allen wiens “burgerschap… in de hemelen” is (Fil.3:20). Het boek des levens is dus een register van al degenen die in geloof Jezus Christus hebben gevolgd en zich van hun zonden hebben bekeerd. Zij die hier op aarde weigerden om hun zondeschuld te erkennen, weigerden zich te bekeren en God om vergeving te vragen op basis van het plaatsvervangend offer van Jezus zullen niet in het boek des levens gevonden worden. Zulke personen zullen schuldig bevonden worden op de dag van het oordeel en voor eeuwig moeten lijden om willen van hun zonden.

Dat zulk een einde voor ongelovigen bestaat, wordt duidelijk aan het eind van Johannes’ visioen aan de grote witte troon. Volgens zijn verslag zal, eenmaal het oordeel is voltrokken, het heel gauw ten uitvoer worden gebracht. Terwijl de gezegende en heilige deelhebbers aan de eerste opstanding de tweede dood niet zullen meemaken (20:6), zal de rest van de doden die geen deelhebben aan de eerste opstanding (20:5) de tweede dood of hel tegemoet treden – hier omschreven als de poel van vuur (20:15). Hoe vreselijk en pijnlijk deze plaats ook zal zijn, toch zullen zij die in hun zonden sterven hier op deze wereld nogmaals een tweede dood ondergaan, veroordeling tot een eeuwigheid in de poel van het vuur.

 

 

Rechtvaardig oordeel

Pasteltekening van John Astria

 

 

Conclusie

 

Er is slechts één manier om de schrikwekkende werkelijkheid van de hel te ontkomen. Zij die hun zonden belijden en God vragen om hen te vergeven op basis van Christus’ plaatsvervangende dood voor hen zullen Gods eeuwige toorn ontkomen (Rom.5:9; 1 Thess.1:10; 5:9). Terwijl dit Bijbelgedeelte geschreven is als een waarschuwing voor de ongelovige wereld, moedigt het eveneens de gelovige aan om zorgzaam, opmerkzaam en godsvruchtig te leven en daarbij te evangeliseren naar een hopeloze verloren wereld die op weg is naar verwoesting. Gelovigen moeten daarom trouw het reddende Evangelie van de Here Jezus verkondigen en daardoor de zielen van de mannen en vrouwen redden van het onheil dat hun te wachten staat.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wat wordt er aan het begin van de tekst voorbereidt?

 

Het boek Openbaring bevat hetgeen wat er in de toekomst plaats zal vinden. Voor gelovigen wordt dit zeer verwelkomd als we uitzien om bij Christus in de hemel te zijn. Voor dit gebeurt komt Christus naar de aarde en vestigt er Zijn koninkrijk. Dit zal gekend zijn als het duizendjarig rijk, want het voor duizend jaren zal duren.

 

 

 Welke rol speelt de engel in de voorbereiding voor dit koninkrijk?

 

De laatste fase in de voorbereiding van het koninkrijk zal een verwijdering van satan en zijn demonen zijn, zodat Christus zonder tegenstand kan regeren. Dit is het moment dat de engel komt. In zijn visioen ziet Johannes de engel nederdalen uit de hemel naar de aarde, de sleutel van de afgrond en een grote ketting in zijn handen houdende. Hij is voor een reden gekomen: om satan te grijpen, te binden en hem voor duizend jaar in de afgrond te werpen. Vanwege zijn positie tot Gods Zoon, zal satan worden weg verzegeld voor de gehele duizend jaar dat Christus heersen zal in Zijn aards koninkrijk. Gedurende deze periode zal satan niet in staat zijn om de volken te misleiden (Op.20:3); wat betekend dat hij de wereld op geen enkele wijze meer kan beïnvloeden. Christus zal kunnen regeren in Zijn aardse rijk, zonder enige tegenstand of opstand. Wanneer de duizend jaar voorbij zijn wordt satan bevrijdt en toegestaan om terug te keren op aarde voor een hele korte tijd.

 

 

 Wie zal nog met Christus regeren zoals we in Johannes’ visioen kunnen zien?

 

Nu satan, zijn demonen en alle zondaren die God afgewezen hebben, weg zijn, zal het duizendjarig rij van vrede en rechtvaardigheid gevestigd worden. De soevereine Heerser in dat koninkrijk is natuurlijk de Here Jezus Christus. Maar Christus had ook Zijn heiligen beloofd om met Hem te regeren. (Dan.7:27;Matt.19:28; 1 Kor.6:2; 2 Tim.2:12; Op.2:26; 3:21; 5:10). Deze belofte wordt duidelijk gezien in de rest van Johannes’ visioen. Johannes ziet Gods kinderen (i.e. gelovigen) als herrezen, beloonde en regerende met Christus.

 

 

 Wie zal deel hebben aan de eerste opstanding?

 

Degenen die deel hebben aan de eerste opstanding, zullen degene zijn die geloofd hebben en ware verlossing hebben ontvangen door Jezus Christus. Deze individuen zijn getrouw gebleven, sommigen zelfs tot de dood. Omdat ze bewijs van ware verlossing hebben gegeven, zullen ze ook tot leven komen en met Christus voor duizend jaar regeren. Ze worden als gezegend beschouwd, omdat de “tweede dood geen macht” over hen heeft (20:6). Deze tweede dood is “de poel van vuur”, welke de hel is. Omdat ze Gods kinderen zijn, zullen ze nooit Gods eeuwige toorn onder ogen zien.

 

 

 Wie zal deel hebben aan de tweede opstanding?

 

Degene die deel hebben aan de tweede opstanding, zullen degene zijn die gefaald hebben om in hun leven te geloven in en zich te onderwerpen aan Christus. Deze individuen zullen uit de dood voortgebracht worden om niets anders dan oordeel en veroordeling te treffen. Hun einde zal hetzelfde zijn als die van satan en de rest van Gods vijanden.

 

 

 Wat zal er aan het einde van Christus’ duizendjarige regering op aarde plaatsvinden?

 

Als de duizend jaar om zijn, zal satan vrijgelaten worden uit de afgrond, om de laatste rebellie van de zondaren te leiden. Degene die op aarde zijn en hun zonden blijven liefhebben en Christus afwijzen tijdens Zijn duizendjarig heersen (wat een groot aantal zal zijn), zullen verleid en gelokt worden om satan te volgen in zijn laatste en definitieve rebellie tegen God.

 

 

 Op welke manier zullen de vijanden van God plannen om tegen Hem rebelleren?

 

Als alle opstandelingen zich rond de hoofdvijand satan verzamelen, zal hij hen in een strijd tegen God en Zijn volk leiden. Alle goddelozen zullen de heiligen insluiten, die dan verzameld zijn in de “geliefde stad” van Jeruzalem. Alle heiligen zullen hier verzameld zijn, omdat het een plaats van de Messias’ troon zal zijn en het middelpunt van het duizendjarig rijk.

 

 

 Hoe zal God de rebellie eindigen?

 

Volgens Johannes’ visioen zal er, als de opstandelingen zich verplaatsen voor de aanval, vuur uit de hemel neerdalen en hen verslinden (20:9). Ze zullen snel, direct en volledig uitgeroeid worden, wat vaak de manier is waarop God zondaren oordeelt. Alle strijdkrachten van satan zullen fysiek gedood worden.

 

 

 Hoe zal God tenslotte op het einde met satan afrekenen?

 

Johannes vermeldt ook dat hun slechte leider zijn lot niet zal kunnen ontlopen. “En de duivel, die hen misleidde” zal “in de poel van vuur en zwavel geworpen” worden (20:11). Daar zal hij zich bij de rest van Gods vijanden voegen. Eenmaal naar die vreselijke plaats geleid te zijn, zullen ze “dag en nacht gepijnigd worden” (20:10). Daar zal geen moment van verlichting zijn “in alle eeuwigheid” (20:10); want de hel is een eeuwige plaats van onuitblusbaar vuur.

 

 

 Nadat God de rebellie beëindigt, waar worden de opstandigen onmiddellijk heengebracht?

 

Na getuige geweest te zijn van het eeuwige einde van satan, samen met het inluiden van Christus’ duizendjarig rijk, ontvangt Johannes een visioen van een grote witte troon. De apostel krijgt de Rechter te zien die op Zijn troon van oordeel zit en alle beschuldigden staan voor Hem. Deze Rechter is niemand minder dan de verhoogde Here Jezus Christus. Op deze dag zal elke ongelovige die ooit geleefd heeft, voor Christus moeten staan – de Grote Rechter.

 

 

 Wat zal er in de laatste dagen met de aarde gebeuren?

 

Johannes schrijft dat van de Rechters’ “aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg” en dat “er geen plaats meer voor hen te vinden was” (20:11). Dit is niets anders dan de plotselinge, hevige beëindiging van het universum. Hoewel de aarde herstelt zal zijn tijdens Christus’ duizendjarig rijk, zal hij nog steeds besmet zijn met zonde en daarom onderworpen aan de gevolgen van verval en dood. Vandaar dat hij vernietigd moet worden, aangezien er niets wat bedorven is door zonde toegestaan kan worden om in de eeuwige staat te blijven bestaan. Dit is waarom God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal maken.

 

 

 Waardoor zullen ongelovigen veroordeeld worden?

 

De boeken die geopend voor de grote witte troon liggen, bevatten de vermelding van iedere gedachte, woord en daad van iedere niet verloste persoon die ooit geleefd heeft. God heeft een perfecte en nauwkeurige vermelding van het leven van iedere persoon. Aangezien Gods rechtvaardigheid een betaling vereist voor elke zonde van iedereen, zal elke persoon die Gods volmaakte heilige standaard niet haalt, geoordeeld worden “overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, naar hun werken” (20:12-13). Terwijl Christus de straf voor gelovigen betaald heeft (en daarmee hen van oordeel bevrijd heeft), zullen ongelovigen, die Christus’ gerechtigheid niet hebben, zelf de straf moeten betalen voor het schenden van Gods wet. Deze straf is eeuwige vernietiging in de hel.

 

 

 Wat zal er uiteindelijk gebeuren met degene wiens naam

niet in het boek des levens geschreven staan?

 

Nadat het boek met de slechte daden van de gevangenen geopend was, werd “nog een ander boek geopend, namelijk het boek des levens” (20:12). Dit boek bevat de namen van al degene die hun “burgerschap … in de hemelen” hebben (Fil.3:20). Zo is het boek des levens een verslag van degene die geloof in Christus hebben  en berouw getoond hebben van hun zonden en zich hebben bekeerd. Degene die weigeren om in deze wereld van hun zonden schuld te bekennen, berouw tonen en God om vergeving te vragen, zullen niet in het boek des levens gevonden worden. Deze individuen zullen schuldig verklaard worden op de dag van het oordeel en zullen in alle eeuwigheid lijden voor hun zonden. Deze straf zal snel uitgevoerd worden, want alle ongelovigen zullen onmiddellijk in de poel van het vuur geworpen worden (i.e., de hel).

 

 

SAMENVATTING

 

In Johannes’ visioen zag hij een engel vanuit de hemel komen die een sleutel en een grote ketting in zijn hand vasthield. De engel nam satan en bond hem vast en wierp hem in de afgrond en deed het op slot. Satan werd daar voor duizend jaar gebonden, zodat hij niemand meer kon misleiden. Johannes zag ook tronen en de zielen van mensen die voor hun geloof onthoofd waren. Deze mannen en vrouwen zullen voor duizend jaar met Christus regeren. Na de duizend jaar zal satan voor een korte tijd bevrijdt worden. Gedurende deze tijd zal satan een opstand tegen God en Gods volk houden. God zal deze opstandelingen verslinden en zal satan in de poel van het vuur werpen. Daarna zag Johannes een grote witte troon waar God met grote, geopende boeken
zat. De doden die voor God stonden, werden vanwege hun daden veroordeeld en als hun namen niet in het boek des levens stonden, werden ze in de poel van het vuur geworpen.

Dit tekstgedeelte dient als een grote waarschuwing voor een ieder die blijft rebelleren tegen God. Degene die falen om hun zonden te belijden, om God om vergeving te vragen en aan Christus te onderwerpen, zullen een hevige straf ondervinden. Daarom zou iedere gelovige bezorgd moeten zijn om te zien of zijn of haar leven blijk geeft van ware verlossing. Terwijl we nog op deze aarde zijn, zouden we een groot verlangen moeten hebben om de reddende genade te brengen aan degene die in ongeloof wandelen en tegen God in opstand komen.

 

 

Chronologie Johannes’ visioen

 

Johannes zit nog steeds op het eiland Patmos. God wil hem daar meer vertellen over wat er in de toekomst gaat gebeuren. Hij geeft Johannes een droom waarin Hij hem meeneemt naar die tijd die nog moet komen. In deze droom ziet Johannes een hele sterke engel uit de hemel neerdalen. Hij heeft een sleutel en een ketting vast. De engel komt om satan gevangen te nemen. Hij neemt satan beet en maakt hem met de ketting vast. Daarna gooit hij satan in een put waar hij zelf niet uit kan. Duizend jaar zal hij in die put moeten blijven. Maar wat ziet Johannes nu? Op de troon in Jeruzalem zit een man die hij heel goed kent. Het is Jezus! Hij zit op een troon. Ziet hij dat goed? Er staan nog heel veel tronen met mensen erop. Het lijken wel allemaal koningen. Dit zijn alle mensen die in Jezus hebben geloofd. Zij mogen nu samen met Hem als koningen regeren over de aarde voor wel duizend jaar.

Tijdens die duizend jaar is bijna iedereen gelukkig want Jezus is de grote Koning. Na de duizend jaar wordt satan weer losgelaten. Hij vlucht vliegensvlug naar de aarde. Heel veel mensen kiezen om met hem te gaan vechten tegen Jezus en Zijn leger. Maar God laat dit niet gebeuren. Wanneer de troepen van satan bijeen komen laat God vuur uit de hemel komen om hen allemaal te doden. Satan wordt nu voorgoed in de hel geworpen. Johannes zijn droom gaat verder. Nu ziet hij een grote witte troon staan met een hele strenge Rechter erop. Voor de troon staan een heleboel mensen. Het zijn alle mensen die niet hebben geloofd in God en niet vertrouwden op Jezus. Ze dachten: “Ik heb Jezus niet nodig, ik zorg wel voor mezelf!” Hier staan ze nu, niemand om hun te helpen. De Grote Rechter, die eigenlijk Jezus is, doet een heel dik boek open.

In dit boek staat alles wat iedereen heeft gedacht, gezegd en gedaan. Een heleboel dingen. De Rechter kijkt naar het boek en wanneer hij één zonde vindt, spreekt Hij daarover de straf uit. Alle mensen voor de troon blijken schuldig te zijn. Niemand staat er zonder zonden. Ze hebben allemaal gezondigd en gedaan wat God slecht vindt. De Rechter schudt met Zijn hoofd en zegt tegen elk van hen: “Je hebt niet gedaan wat Ik wilde, je verdient
straf. Je zult voor eeuwig in de hel blijven en daar gestraft worden omwille van je zonden.” Dit is de meest triestige dag van de geschiedenis, want die dag zullen er heel veel mensen zijn die voorgoed in de hel zullen blijven. Jezus, de Rechter, doet dit niet graag. Maar Hij moet het doen, want bij zonde hoort straf. Daarom geeft Jezus nu nog iedereen de kans om op Hem te vertrouwen. Vraag God vergeving van je zonden en vertrouw erop dat Jezus de straf voor jouw zonden droeg aan het kruis! Haat zonden en vecht ertegen! En vertel ander mensen over Jezus die van hen houdt en voor zonden stierf aan het kruis.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget