Advertenties

Tagarchief: zonden

De vier “goed nieuws” boeken in het Nieuwe testament

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de 4 evangelisten: schilderij van Jacob Jordaens

de 4 evangelisten: schilderij van Jacob Jordaens

 

 

 

De boodschap

 

De eerste boeken van het Nieuwe Testament van de Bijbel zijn de vier Evangeliën geschreven door Matteüs, Markus, Lucas en Johannes. Hun boodschap verhaalt van het “evangelie”, wat in het Grieks ‘goed nieuws’ betekent. Het is het goede nieuws van Jezus Christus, want Hij is de Messias (redder) en de Zoon van God. Hij kwam op de wereld als volledig mens en als volledig God.

Zijn naam, die gegeven werd aan Maria, was Immanuël, wat in het Hebreeuws “God met ons” betekent. Hij kwam ‘in het vlees’ (als mens dus) om voor onze zonden te boeten (Johannes 3:16). Jezus kwam niet om een aardse koning te worden, maar om de hemelse koning te worden die door iedereen erkend zal worden als Koning van alle koningen (Openbaring 19:16).

De vier Evangeliën tonen ons de vervulling van vele Oudtestamentische beloften en profetieën van de komst van de Messias. Deze Nieuwtestamentische boeken verhalen van Jezus’ geboorte, afkomst, bediening (werk op aarde), wonderen, kruisiging, wonderbaarlijke opstanding, en hemelvaart.

 

 

 

De auteurs

 

De auteurs van de vier evangeliën brengen elk een uniek perspectief:

 

 

Matteüs

 

Matteüs was een tollenaar, iemand die belasting inde voor de Romeinse bezetters. Hij had een beroep wat toen net zoveel afkeer opriep als vandaag de dag. Het evangelie volgens Matteüs begint met de genealogie, de stamboom van Jezus, door de lijn van koning David. Het verslag van de geboorte van Jezus in Bethlehem is wereldberoemd.

We lezen ook over de selectie van Jezus’ oorspronkelijke twaalf discipelen, over Zijn bekende ‘bergrede’ (toespraak op de berg, de zaligsprekingen), over de gelijkenissen die Hij vertelde, en over Zijn wandeling over het water.Hoofdstuk 26 geeft een gedetailleerd verslag van hoe Judas Iskariot Jezus verraadde bij het Laatste Avondmaal, wat ook bekend stond als het Pesachmaal. Matteüs eindigt met de dood van Jezus aan het kruis. In hoofdstuk 28 geeft Jezus de zendingsopdracht uit.

 

 

 

Marcus

 

Marcus was niet één van de twaalf oorspronkelijke discipelen, maar hij volgde en leerde van Paulus tijdens zijn eerste reis als missionaris. Volgens de traditie werd Marcus later een naaste medewerker van de apostel Petrus en is het Evangelie van Marcus Petrus’ vertelling van de gebeurtenissen. Het boek Marcus is naar verluidt het eerste Evangelie dat opgeschreven werd (rond 55 na Christus).

Het beschrijft meer wonderen dan enig ander Evangelie. Marcus begint met een achtergrondschets van Jezus’ bediening door de bediening van Johannes de Doper te benoemen. Johannes was door God gestuurd om ‘de weg van de Heer te bereiden’. Hoewel mensen in grote groepen naar hem toekwamen, verkondigde Johannes de Doper dat er een ander zou komen die nog machtiger zou zijn dan hij was.

 

Hij stelde in Marcus 1:8: “Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de Heilige Geest.”

 

Nadat Johannes Jezus gedoopt had (als een voorbeeld voor ons allen), doet Marcus verslag van Jezus’ openlijke bediening. Hij verhaalt van Jezus’ bediening in Galilea, beschrijft een groot aantal genezingswonderen, de uitwerping van demonen, en de voeding van vijfduizend mensen met vijf broden en twee vissen. Jezus predikte over het weerstaan van verleiding, het zegenen van kleine kinderen en het dienen van anderen. Jezus vertelde over het weerstaan van afgoden en valse profeten en beloofde Zijn terugkomst voor alle gelovigen.

Hoewel Marcus’ boek een aantal onderwerpen bevat die ook in de andere Evangeliën staan, zoals de kruisiging en de opstanding, eindigt het door ons te laten weten dat de Heer is opgestegen naar de hemel en aan de rechterhand van God zit. Ongeveer een derde van het Evangelie van Marcus is gewijd aan de laatste week van het aardse leven van Jezus.

 

 

 

 

 

Lucas

 

Lucas was, in tegenstelling tot de andere oorspronkelijke discipelen, een Griek en een heidense christen. Hij was buitengewoon goed opgeleid als arts. Er wordt gezegd dat het boek rond 60 na Christus geschreven is (ongeveer in dezelfde tijd als het Evangelie van Matteüs) in Rome of Caesarea. Lucas reisde met Paulus mee op zijn zendingsreizen. Hij stelt Jezus voor als de Redder die beschikbaar is voor de wereld en als een meelevende genezer en onderwijzer.

Lucas schrijft een gekoesterd verslag van de geboorte van Jezus in hoofdstuk 2. Maar hij is uitermate nauwkeurig wanneer hij verslag legt van de handelingen en het onderwijs van Christus vanaf het absolute begin, en hij helpt zijn lezers bij het begrijpen van de zekere weg van verlossing. Zijn boek getuigt van de manier waarop we moeten leven en trouwe kinderen van God mogen worden.

 

 

 

Johannes

 

Johannes, de zoon van Zebedeüs, werd ook wel de “Zoon van de Donder” genoemd. Zijn boek is wat later geschreven dan de andere, zo rond 85-90 na Christus, dus na de verwoesting van Jeruzalem die in 70 na Christus plaatsvond. Het boek wordt vaak het boek van de liefde genoemd.Johannes’ afschildering van Jezus en Zijn liefde laat duidelijk zien dat Jezus niet slechts een normaal mens was. Johannes laat zien hoe Jezus inderdaad de eeuwige Zoon van God is.

Hij vertelt ons hoe Jezus persoonlijk mensen ontmoette, predikte en liefdevol Zijn discipelen onderwees. Johannes laat ons zien dat deze Goddelijke man “leven” aanbood en dat Hij harde en haatdragende mensenharten vriendelijk en liefdevol maakte.Johannes doet verslag van Jezus’ handelingen, net als de eerste drie Evangelisten, maar hij interpreteert ze zodat we er een geestelijke waarheid aan toe kunnen kennen.

 

Hij zegt in Johannes 20:30-31: “Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.”

 

Johannes gebruikt toepasselijke, geestelijke woorden zoals liefde, leven, licht en levend water om zijn boodschap van verlossing meer impact te geven.

 

 

 

 Op welke manier zijn deze verslagen vandaag de dag relevant?

 

Hebreeërs 13:8 zegt: “Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!”

 

Het Evangelie verandert nooit. We moeten ons dagelijks leven op Jezus gericht houden, want Hij is onze hoop en onze redding. In tegenstelling tot mensen is Hij onveranderlijk en zal Hij ons nooit in de steek laten. De Evangeliën laten ons zien dat mensen als Matteüs gered kunnen worden van hun verleden. Door het nieuwe leven dat Matteüs ontving door te gehoorzamen aan de roep van Jezus, kreeg hij een waardevol doel en een rechtvaardige leefwijze. Jezus zal hetzelfde voor jou doen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Advertenties

Boodschap 231 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

SATAN ZEGT : KIJK NAAR JULLIE ZONDEN

 

EN JULLIE ZIJN VERLOREN.

 

 

 

GOD ZEGT : KIJK NAAR MIJN ZOON

 

DIE JULLIE ZONDEN VERGEEFT EN

 

JULLIE ZIJN GERED.

 

 

 

 

 

 

 

 

Wie gaat naar de hel?

Standaard

categorie : religie

 

 

Wie gaat naar de hel?

 

Dit is een vraag die heimelijk in de gedachten van veel mensen sluimert, ook al zullen sommigen dat nooit toe-geven. Uiterlijk wordt het idee van de hel door veel mensen belachelijk gemaakt, maar innerlijk worstelen zij nog steeds met de vraag: “Maar wat als er echt een hel zou zijn?” Als er echt een hel is en als dit een werkelijke plaats is, dan moet ook de volgende vraag gesteld worden: “Wie zal er naar de hel gaan?”

 

 

b8f2817473284fc88043729a1e12f51a

 

 

De hel is een plaats van leed en foltering. Deze waarheid wordt door het Oude- en het Nieuwe Testament van de Bijbel duidelijk gemaakt.

 

“De banden van het dodenrijk omklemden mij…” (Psalm 18:6).

“Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg…” (Lucas 16:23).

 

Veel mensen vinden het moeilijk om het bestaan van een plaats als de hel te verzoenen met een goede en lief-devolle God. Velen nemen hier aanstoot aan en gebruiken het als een excuus om God niet te aanbidden. Ze willen niet geloven dat God werkelijk mensen naar de hel zou kunnen laten gaan. Maar een nader en eerlijk onderzoek van de Bijbel zal ons laten zien dat de hel voor ongelovige, onbekeerde mensen en de aartsvijand van God, Satan (de duivel), werd geschapen.

 

“Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.”(Matteüs 25:41).

 

Helaas is Satan, als aartsvijand van God, tijdens zijn hele bestaan al bezig geweest met pogingen om mensen van God af te leiden. Toen Adam en Eva in de hof van Eden in zonde vervielen, nadat zij hiertoe door Satan werden aangezet (Genesis 3), verviel de hele mensheid in een toestand waarin mensen geestelijk dood waren. Ook al wa-ren zij lichamelijk in leven, zij waren dood voor de Heilige God voor wie zij werden geschapen. Zij waren dood voor de God met wie zij zouden moeten samenzijn.

Hierdoor moest God Zijn Zoon, Jezus Christus, naar de aarde sturen om de zonden van de mens weg te nemen en hem weer met God te verzoenen. De volkomen weerzin van God ten opzichte van de zonde en Zijn volledige haat voor het kwaad werd op Golgotha op de schouders van Zijn Zoon gelegd. Jezus werd gekruisigd, de mens werd die toorn bespaard.

 

Het enige wat God van ons vraagt is de aanvaarding van Jezus en Zijn vreselijke offergave. Dit is een handeling die uit geloof voortkomt. Deze handeling erkent dat wij zondaars zijn en dat Jezus’ offergave onze enige weg is naar een verzoening met God.

 

Wanneer een mens deze offergave afwijst, dan sluit hij zich in wezen aan bij de vijand van God. God zegt in Zijn Woord dat Satan en zijn volgelingen hun uiteindelijke bestemming de hel zal zijn.

 

 

8ba8c2fd46c719c301b047b5b28c3633

 

 

“O morgenster, zoon van de dageraad, hoe diep ben je uit de hemel gevallen. Overwinnaar van alle volken, hoe smadelijk lig je daar geveld. Je zei bij jezelf: Ik stijg op naar de hemel, boven Gods sterren plaats ik mijn troon. Ik zetel op de toppen van de Safon, de berg waar de goden bijeenkomen. Ik stijg op tot boven de wolken, ik evenaar de Allerhoogste. Nee! Je daalt af in het dodenrijk, in de allerdiepste put.” (Jesaja 14:12-15)

 

Wie zal er naar de hel gaan? Satan, ongetwijfeld. Maar net zoals Satan God afwees en Hem tegenwerkte, en daar-om naar die plaats van foltering wordt gestuurd, zo zal ook een mens die weigert om Christus te aanvaarden dit lot delen en zo aan de toorn van God worden blootgesteld.

 

“Laten de goddelozen weggaan naar het dodenrijk, alle volken die God zijn vergeten” (Psalm 9:18).

 

Tegengesteld aan wat velen geloven en ook anderen willen laten geloven, heeft dit niets te maken met het be-gaan van de een of andere zonde. Een mens eindigt alleen maar in de hel omdat hij of zij de Zoon van God heeft afgewezen. Nadat God toestond dat Zijn Zoon door middel van een kruisiging werd vermoord en Zijn grootse macht toonde door Hem uit de dood op te wekken, nadat Hij dit alles gedaan had om ons tot Hem terug te bren-gen, zullen wij ongetwijfeld verloren gaan als we niet bereid zijn om in Christus te geloven.

 

“Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.” (Johannes 3:18)

 

 

Zie hieronder getuigenis van Bill Wiese die 23 minuten in de hel is geweest :

 

 

 https://www.youtube.com/watch?v=AYxKRoONrfY

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De Heilige Maagd Maria.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 De leer van de Rooms-katholieke Kerk

 

De gezegende maagd Maria was de moeder van Jezus Christus. Naast haar Bijbelse biografie bestaan er drie pri-maire doctrines die de Rooms-katholieke Kerk over Maria onderwijst:

(1) De Onbevlekte Ontvangenis,

(2) Maria als mede-middelaar co-mediatrix naast Jezus Christus, en

(3) De Maria-Tenhemelopneming.

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

het één zijn van Maria en haar zoon Christus

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis

 

De leer van de Onbevlekte Ontvangenis stelt dat de gezegende maagd Maria zonder erfzonde werd geboren. Zij was een maagd toen ze in de kracht van de Heilige Geest zwanger werd van Christus. In 1854, vier jaar voor de Mariaverschijningen in Lourdes, definieerde Paus Pius IX het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis. Dit dogma stelde “dat de allerzaligste Maagd Maria in de eerste stand van haar Ontvangenis door een enige bijzondere ge-nade en bevoorrechting van de almachtige God, om de wille van de verdiensten van Christus Jezus de Behouder van het mensdom, van alle smet van de erfschuld vrij is bewaard.”

De Bijbel leert ons dat alleen Jezus Christus, de laatste Adam, zonder erfzonde werd geboren en dat alle andere mannen en vrouwen geboren worden met een zondige natuur, die wordt geërfd van Adam (Romeinen 5:12). Ver-der onderwijst de Rooms-katholieke Kerk dat Maria haar hele leven lang maagd bleef. En toch noemt Matteüs, een Jood die voor Joden schreef, Jezus “haar eerstgeboren zoon” (Matteüs 1:25), een uitdrukking die door Joden alleen werd gebruikt als er na het eerste kind nog andere kinderen werden geboren. Anders zou “eni-ge zoon” zijn gebruikt.

Schriftgeleerden geloven dat Matteüs zijn evangelie ongeveer 35 jaar na de wonderbaarlijke maagdelijke geboorte van Christus schreef. Matteüs had dus kunnen weten of Maria na Jezus wel of geen andere kinderen meer had. De Bijbel stelt uitdrukkelijk dat Jezus broers had en Matteüs geeft ons zelfs hun namen: Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? (Matteüs 13:55-56).

Rooms-katholieke Schriftgeleerden beweren dat Matteüs, Lucas en Paulus (1 Korintiërs 9:5) niet echt “broer” bedoelden toen zij het woord “broer” gebruikten, maar dat zij hiermee “neef” bedoelden. Dit standpunt is gebaseerd op het Griekse woord adelphos, dat met “broer” of “neef” vertaald kan worden. Maar in een poging om de geldigheid van Zijn bediening in twijfel te trekken vergeleken de Joden Jezus met Zijn gewone broers; het zou veel minder overtuigend zijn geweest als Jezus met Zijn neven was vergeleken.

 

 

 

 De leer van Maria als een mede-middelaar naast Jezus Christus

 

De meest verontrustende leer geeft de gezegende maagd Maria een rol als mede-middelaar (co-mediatrix) naast Jezus Christus. Om met de woorden van Paus Johannes Paulus II te spreken:

In eenheid met Christus en in onderwerping aan Hem heeft zij samen met Hem de genade der verlossing voor de hele mensheid veilig gesteld… In Gods plan is Maria de ‘vrouw’ , de Nieuwe Eva, verenigd met de Nieuwe Adam om de mensheid te herstellen tot haar oorspronkelijke waardigheid. Haar samenwerking met haar Zoon gaat door tot in de eeuwigheid in het universele moederschap, dat zij in de genadige rangorde vervult. Laten wij ons, in vertrouwen op deze moederlijke samenwerking, tot Maria wenden en in onze nood haar hulp vragen.

In de Schriftteksten kan geen basis worden gevonden voor het idee dat Maria een mede-middelaar zou zijn voor de kerk op aarde. De woorden van Christus waren op dit gebied ook erg duidelijk: Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.'” (Johannes 14:6). De grote rol van de hei-lige Maria is dat men, wanneer men tot haar bidt, voorspraak kan krijgen bij Jezus Christus omdat Hij de gunsten van zijn moeder nooit weigert. Ook blijft zij bidden voor de zonden van de zondaars die om vergiffenis smeken. Wanneer Maria verschijnt aan Catherine Labouré in Parijs eist ze dat er een medaille gemaakt moet worden met de volgende tekst:

 

 

“Oh, Maria zonder zonden ontvangen, bid voor ons die onze toevlucht tot u nemen”.

 

 

 

voorzijde van de medaille

voorzijde van de medaille

 

.

achterzijde van de medaille

achterzijde van de medaille

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De leer van de Maria-Tenhemelopneming

 

De Maria-Tenhemelopneming is een leer die stelt dat de gezegende maagd Maria lichamelijk en geestelijk naar de hemel werd opgenomen. Dit proces wordt in de Bijbel opname genoemd. De schriftteksten bevatten hiervan twee bekende voorbeelden: Henoch (Hebreeën 11:5) en Elia (2 Koningen 2:11). Tijdens het Concilie van Chalcedon in 451 na Christus, toen bisschoppen vanuit het hele Middellandse Zeegebied in Constantinopel bijeen kwamen, vroeg keizer Marcianus de Patriarch van Jeruzalem om de relieken van Maria naar Constantinopel te brengen, zodat deze daar in het Capitool konden worden bijgezet.

De Patriarch legde aan de keizer uit dat er in Jeruzalem geen relieken van Maria bestonden, dat Maria in de aanwezigheid van de apostelen was gestorven, maar dat haar graf, toen dat later werd geopend, leeg werd aangetroffen en dus concludeerden de apostelen dat het lichaam naar de hemel was opgenomen. Er bestaat in de schriftteksten geen bewijs om de toepassing van deze leer op Maria te ondersteunen of te ontkennen.

 

 

 

 Zij is een model voor geloof, geen afgod

 

Maria kan een model voor ons geloof zijn (net als Paulus of Petrus), maar zij kan ons niet redden. Alleen Jezus Christus is God en Hij is de Enige die de redding van de hele mensheid tot stand kan brengen. Het Woord van God is bijzonder duidelijk over dit onderwerp. Maria is door God zelf tot koningin in de hemel gekroond en zal de slang, de Satan, verpletteren. Door een vrouw is de zonde in de wereld gekomen en door een vrouw zal de Satan overwonnen worden. Dit is de grootste vernedering van Satan die er mogelijk is. Zij heeft een grote macht in de hemel en op aarde die zij enkel zal benutten als het past in het Goddelijke plan tot in de eeuwigheid.

 

 

Maria Domina Animarum

Maria Domina Animarum : Maria, meesteres van alle zielen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Men mag “bidden” tot Maria om een gunst die zij, mits toestemming van haar zoon Jezus, kan gerealiseerd wor-den. Het “aanbidden” van iemand behoort enkel God toe.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Wat is uit God geboren zijn?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

eeuwig leven of de eeuwige dood

eeuwig leven of de eeuwige dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Noodzaak

 

In Johannes 3 heeft Jezus een gesprek met Nicodemus, een Farizeeër. Deze man begint met een opmerking dat de Farizeeën erkennen dat Jezus van God gekomen is (vers 2). Jezus’antwoord in vers 3 lijkt wel heel bot. “Voor-waar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren is, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien”. Jezus geeft hem te kennen dat Nicodemus bitter weinig kan zien of kennen tenzij hij opnieuw geboren is.

Weten wie Hij is, is dan welhaast onmogelijk. (vergelijk 1 Cor.2:14). In vers 5 versterkt Jezus dit nog eens: “Voor-waar, voorwaar, ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnen-gaan.” Om iets van Gods wereld te kunnen begrijpen, kennen en om deel te krijgen aan het heil van God is het noodzaak om opnieuw geboren te worden.

 

 

Wat is dat opnieuw geboren worden?

 

Dat is ook de vraag die Nicodemus stelt! Jezus legt het uit met “uit water en Geest geboren worden.” De verdere uitleg van Hem is “wat uit vlees geboren is, is vlees en wat uit de Geest geboren is, is geest”. Naast de natuurlijke geboorte moet een mens ook uit de Geest geboren worden. Waarom?

In het vlees, ons natuurlijk bestaan, kunnen we God niet kennen of dienen. Later, in Joh. 6:63, zal Jezus zeggen: “De Geest is het die levend maakt, het vlees doet geen nut.” Paulus leert ons in Rom.8:7 en 8 “De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet van God; trouwens het kan dat ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen”.

Door de zonde (het probleem) kan een mens uit zijn natuurlijke vermogens God niet dienen en Hem gehoor-zamen. Daarom doet het vlees geen nut. Daarom geeft God de mogelijkheid van een nieuwe geboorte. Deze geboorte is uit Gods Geest, leert Jezus. Gods Geest schept nieuw leven in ons,  we zijn dan uit God geboren. Dit leven is eeuwig leven, onvergankelijk leven, staat in Johannes 3 vers 16.

Wedergeboorte is dus een geestelijke geboorte uit de Heilige Geest van God. In Joh.1:12 en 13 vind je dit uitgewerkt. We worden letterlijk kinderen van God. Lees eens de prachtige tekst 1 Johannes 3:1! Paulus schrijft in Galaten 4:6 En dat gij zonen zijt – God heeft de Geest van zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die roept Abba, Vader”.

Gods natuur is in ons en we kunnen gaan lijken op onze Vader. Gods weten is in ons zodat we kunnen gaan be-grijpen. Gods kracht is in ons zodat we kunnen overwinnen. Gods mogelijkheden zijn in ons zodat we kunnen wat onmogelijk leek.

Jezus leert dat we geboren moeten worden uit water en Geest. Jezus doelt hierbij op de doop. Paulus legt later uit in Titus 3:5 dat God “naar Zijn ontferming ons gered
heeft door het bad van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest”.

 

 

Hoe gebeurt dat, wedergeboren worden?

 

Wat er precies gebeurt weten wij niet. Jezus legt is vers 8 uit dat het een ongrijpbaar gebeuren is. Hoe het kan gebeuren is wel duidelijk. Door de prediking en het aanvaarden van het woord van God wordt zaad van geloven in ons hart gelegd. Daarom schrijft Petrus in 1 Petrus 1:23 dat we zijn “wedergeboren, en niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God”.

Doordat we gaan geloven in Jezus schenkt God ons vergeving van zonden waardoor we levend gemaakt worden. Daarom staat in Colossenzen 2:13 “Ook u heeft hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesne-denheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold.”

Jezus die stierf aan het kruis, wordt door geloof voor ons de oorzaak van redding. Dit in geloof aannemen van Jezus, geeft ons de macht om kinderen van God te worden, staat in Joh.1:12 en 13. In 1 Joh. 5:1 schrijft Johannes “Een ieder die gelooft dat Jezus de Christus is, is uit God geboren”. Dit leven is in Gods Zoon. Daarom staat iets verder in vers 12 ” Wie de zoon heeft, heeft het leven, wie de zoon van God niet heeft, heeft het leven niet”.

 

 

Het vervolg van opnieuw geboren worden.

 

Nadat we kind van God geworden zijn komen we in een proces. We zijn niet meteen geweldig geestelijke mensen maar gaan leven in een proces van heiliging en groei. Paulus doelt hierop in 1 Cor.3:1 en 2. Dit proces van heili-ging en groei is niet zozeer een proces van onszelf verbeteren maar van het afleggen van de oude mens en het aandoen van de nieuwe mens. Zie bijvoorbeeld Efeze 4:22-24. De mogelijkheden van ons liggen in het Nieuwe Leven. Een illustratie vind je in 1 Petrus 1:22 t/m 3:1. Wij moeten onze zielen door gehoorzaamheid aan de waar-heid reinigen tot echte onvervalste broederliefde. Deze liefde komt voort uit de wedergeboorte.

Om de kracht van deze liefde te ervaren moeten wij wel alle kwaadwilligheid, bedrog, huichelarij, afgunst en kwaadsprekerij afleggen. De liefde is er al. Dat is namelijk een vrucht van de Geest. Niet ons werk, maar iets dat er al is uit onze nieuwe natuur. Onze actie is ons vlees afleggen, laten sterven en ons keren naar de nieuwe mens. Onze opdracht is volgens Galaten 5:16 “wandel naar de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees”.

De basis van levensverandering en heiliging is de nieuwe mens op basis van opnieuw geboren zijn. Johannes schrijft in 1 Johannes 5:4 “Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld”. De Geest van Jezus die in ons woont heiligt en verandert ons leven dus van binnen uit. Hij overwint in ons het kwaad en leert ons anders leven en denken. Als je ergens niet vanaf kunt komen, richt je geloof op God en zeg: Vader wij hebben een probleem! Maar ik weet dat U het in mij kunt overwinnen. Uw Geest kan het onmogelijke waarmaken.

 

 

In Christus

 

Door het geloof worden wij één gemaakt met Christus. “In Christus “ noemt Paulus dat. Zijn leven is ons leven, Zijn lijden is ons lijden, zijn kruisiging is onze kruisiging, zijn dood is onze dood, zijn opstanding is onze opstan-ding, zijn heerlijkheid is onze heerlijkheid, zijn koningschap is ons koningschap. In Christus zijn we een nieuwe schepping, zegt Paulus in 2 Cor.5:17. Deze eenheid met Hem heeft voor ons een hele praktische uitwerking. Wij beschouwen ons leven hier als gestorven voor de wereld en de wereld is voor ons gestorven Gal.6: 14. Wij leven nu voor God, voor Jezus en willen dat Zijn leven in ons openbaar wordt Gal. 2:20. Door de Geest van God worden wij dan ook in navolging van Jezus geleid.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

De kruisiging van Christus.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

 

De dood van Jezus Christus

 

De kruisiging van Jezus Christus en Zijn opstanding zijn de twee belangrijkste gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid. Waarom dat zo is? Omdat de mensheid door de dood van Jezus een kans heeft gekregen op eeuwige redding.

Alle vier Evangeliën in het Nieuwe Testament spreken over de kruisiging van Jezus Christus. Deze schrijvers geven ons krachtige verslagen over dit oude Romeinse gebruik. Hier volgen enkele hoofdpunten in de tijdbalk van de kruisiging:

 

  • Jezus werd in de hof van Getsemane gearresteerd (Marcus 14:43-52).
  • Jezus werd in drie rechtszaken aangeklaagd; drie voor Joodse leiders en drie voor Romeinse leiders (Johannes 18:12-14, Marcus 14:53-65, Marcus 15:1a, Marcus 15: 1b-5, Lucas 23:6-12, Marcus 15:6-15).
  • Jezus overleefde pijnlijke afranselingen, geselingen en bespottingen (Marcus 15:16-20).
  • Pilatus probeerde met de geestelijke leiders een compromis te sluiten door Jezus te laten geselen, maar dat stelde hen niet tevreden. Pilatus overhandigde Jezus vervolgens om gekruisigd te worden (Marcus 15:6-15).
  • Jezus werd door de soldaten bespot toen zij Hem in een paars gewaad kleedden en een doornen kroon op Zijn hoofd plaatsten (Johannes 19:1-3).
  • Jezus werd gekruisigd op Golgotha, wat “de Plaats van de Schedel” betekent (Marcus 15:22).
  • Het bleef toen drie uur lang donker (Marcus 15:33).
  • Jezus riep uit: “Vader, in uw handen leg ik mijn geest”, en Hij stierf (Lucas 23:46).

 

 

Schrijver Arthur W. Pitt beschrijft het op de volgende manier:

“Met een bebloede rug, met daarop Zijn kruis in de hitte van wat nu bijna een middagzon was, vervolgde Hij [Jezus] Zijn tocht op de ruwe hellingen van Golgota. Toen hij de aangewezen executieplaats bereikte, werden Zijn handen en voeten aan de boom geslagen.

Drie uur lang hing Hij daar, terwijl de genadeloze zonnestralen insloegen op Zijn hoofd, met daarop de doornen kroon. Dit werd gevolgd door een duisternis die drie uur duurde. Die nacht en die dag waren uren waarin een eeuwigheid werd samengeperst.”

 

De Redder van de wereld kwam te voorschijn uit drie donker uren, waarin Hij van God de Vader werd afgezonderd. Waarom keerde de Vader zich van Hem af? Het ligt niet in de aard van God om de zonde aan te zien. Daarom brak Hij de communicatie met Zijn Zoon af, toen Jezus de schuld van de zonden van de wereld op zich droeg.

 

 

Het helende bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jezus Christus,  Zijn begrafenis en opstanding

 

Na de kruisiging van Jezus Christus vroeg Jozef van Arimatea Pilatus om het lichaam van Christus. Jozef kreeg toestemming om Jezus te begraven en dus bracht hij een groot stuk linnen, wikkelde het lichaam hierin, legde Jezus in een graf en rolde een grote steen voor de toegang tot het graf. Jezus bevond zich drie dagen lang in het graf.

Na de Sabbat bereidden Maria uit Magdala, Maria (de moeder van Jezus) en Salome olie om Jezus’ lichaam te balsemen. Toen ze bij het graf aankwamen, bleek dat de steen al weggerold was. Ze gingen het graf binnen, waar een engel tegen hen zei: “Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazareth die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: ‘Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.’ (Marcus 16:6-7)

 

 

De verrijzenis

De verrijzenis

 

 

 

Jezus Christus, Zijn eeuwige geschenk

 

Wat heeft de kruisiging van Jezus Christus met jou te maken? God, die precies weet hoe jij in elkaar zit, wist dat jij nooit het zondeloze leven zou kunnen leiden dat noodzakelijk is voor de hemel. Daarom besloot Hij om Zichzelf in jouw plaats op te offeren. Hij deed dit door een mens te worden in de persoon van Jezus Christus, Zijn enige Zoon. Jezus leefde een zondeloos leven op aarde.

God had gezegd dat de dood de straf voor de zonde is. Omdat wij allemaal hebben gezondigd (Romeinen 3:23, 6:23), hebben wij iemand nodig die zonder zonden is om in onze plaats te sterven. Jezus, die zondeloos was, stierf in onze plaats en werd zo de reddende genade voor de hele wereld.

Hij stierf voor jou! Romeinen 5:10: “Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met hem zijn verzoend, worden gered door diens leven!”

 

 

De Bijbel zegt: “Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden…”

 

(Handelingen 16:31). Kerkbezoek of goede werken zullen niet bijdragen aan jouw verlossing. God redt jou, omdat Hij jou genadig is.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Jezus Christus : een geschapen wezen of is Hij eeuwig?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Het denkbeeld, dat Jezus door God de Vader werd geschapen wordt vaak ontleend aan de zeer beperkte uitleg van Kolossenzen 1: 15 – 17 en Openbaring 3: 14 en door het gemis van het begrip van Gods Plan, zoals het op de mensheid van toepassing is.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 17

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde gemaakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem.

 

 

Openbaring 3:14

 

14 De Heer zei tegen Johannes: “Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea: Dit zegt de Amen (=’ja, zo is het’), de Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat God heeft gemaakt.

 

 

De Bijbel laat echter zien dat zowel de Vader en de Zoon eeuwig op zichzelf bestaand zijn. Ofschoon “er maar één God is” (1 Korintiërs 8: 4; Deuteronomium 6: 4), laat de Bijbel zien, dat God een goddelijk Gezin is, bestaande uit meer dan één Wezen. (Genesis 1: 26; Efeze 2: 19)

 

 

1 Korintiërs 8: 4

 

4 Ik wil jullie het volgende zeggen over het eten van vlees dat aan de afgoden is geofferd. We weten dat er eigenlijk geen andere goden bestaan. Want er is maar één God.

 

 

Deuteronomium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén.

 

 

Genesis 1: 26

 

26 En God zei: “Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor de vissen in de zee, de vogels in de lucht, het vee, de kruipende dieren en voor de hele aarde.”

 

 

Efeze 2: 19

 

19 Zo zijn jullie nu dus niet langer vreemdelingen en buitenstaanders. Jullie horen nu bij het volk van God en bij het gezin van God.

 

 

Volgens de Bijbel was Jezus Christus de God van het Oude Testament, het “Woord” (Logos), door wie de Vader alle dingen schiep. (Johannes 1: 1-3; Efeze 3: 9; Hebreeën 1: 1 – 3)

 

 

Johannes 1: 1-3

 

1 We willen jullie vertellen over het Levende Woord. Het Levende Woord was er al vanaf het begin. We hebben Hem gehoord, met onze eigen ogen gezien en met onze eigen handen gevoeld. 2 In Hem is het Leven Zelf zichtbaar geworden. Dat eeuwige Leven was bij de Vader, en de Vader heeft het zichtbaar gemaakt zodat wij het konden zien. 3 We willen jullie vertellen wat we hebben gezien en gehoord, zodat we één met elkaar zullen zijn. En wíj zijn één met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus.

 

 

Efeze 3: 9

 

9 God, die alle dingen door Jezus Christus heeft gemaakt, heeft eeuwenlang zijn plannen verborgen gehouden. En nu mag ík aan de mensen zijn plan bekend maken!

 

 

Hebreeën 1: 1 – 3

 

1 God heeft vroeger vaak en op veel verschillende manieren tegen onze voorouders gesproken. Dat deed Hij door de profeten. Maar nu, aan het eind van de tijd, heeft Hij tegen óns gesproken door zijn Zoon. 2 Door zijn Zoon heeft Hij de wereld gemaakt. En Hij heeft Hem ook alles gegeven wat bestaat. 3 De Zoon is de ‘afbeelding’ van God Zelf. In Hem zien we wie God is. In Hem zien we de macht en majesteit van God en het karakter van God. De Zoon zorgt ervoor dat alle dingen bestaan. Want alle dingen bestaan door zijn woord dat één en al kracht is.

 

 

Nadat Hij “Zichzelf ledigde” van Zijn goddelijke macht (Filippenzen 2: 5 – 8) om te sterven en de straf voor onze zonden te betalen (Romeinen 6: 23) werd Jezus de “eniggeborene des Vaders”, (Johannes 1: 14 – 18; 3: 16 – 18), de Verlosser van de mensheid (1 Johannes 4: 14 – 16) en Degene, die voor onze zonden stierf en uit de doden is opgestaan, zodat wij verlost zouden worden van de eeuwige dood. (Handelingen 4: 10-12)

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

Romeinen 6: 23

 

23 Het kwaad brengt altijd de dood: het is je loon voor wat je hebt gedaan. Maar de liefdevolle goedheid van God geeft een geschenk: het eeuwige leven, door onze Heer Jezus Christus.

 

 

Johannes 1: 14 –  18 

 

14 Het Woord werd een mens en Hij heeft bij ons gewoond. We hebben gezien hoe geweldig en machtig Hij is: Hij, Gods enige Zoon, met dezelfde macht als de Vader, liefdevol, vriendelijk, en vol van waarheid. 15 Johannes de Doper zei van Hem: “Dit is de man over wie ik het had. Hém bedoelde ik toen ik zei: ‘De man die na mij komt, is belangrijker dan ik,’ want Hij was er al voordat ik werd geboren.” 16 Hij is één en al liefde, vriendelijkheid en goedheid. Daarom is Hij ook eindeloos liefdevol, vriendelijk en goed voor ons allemaal. 17 Door Mozes hebben we de wet gekregen, die ons leert wat God van ons vraagt. Door Jezus Christus zijn Gods liefde, vriendelijkheid, goedheid en waarheid naar ons toe gekomen. 18 Niemand heeft ooit God gezien. Maar zijn Enige Zoon, die helemaal één met Hem is, heeft ons laten zien wie God is.

.

 

Johannes 3: 16 – 18

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben. 17 Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de mensen te veroordelen, maar om door Hem de mensen te redden. 18 Iedereen die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar iedereen die níet gelooft, ís al veroordeeld. Want hij heeft niet geloofd in de enige Zoon van God.

 

.

1 Johannes 4: 14 – 16

 

14 Wij hebben met eigen ogen gezien dat de Vader de Zoon heeft gestuurd als Redder van de mensen. En dat is wat wij aan de mensen vertellen. 15 Als iemand hardop erkent dat Jezus de Zoon van God is, mag hij er zeker van zijn dat God in hem woont en dat hij in God is. 16 We hebben gezien en geloofd dat God heel veel van ons houdt. God is liefde. En als jullie net als God van elkaar houden, blijven jullie in God en blijft God in jullie.

.

 

Handelingen 4: 10-12

 

10 Ik wil dat u en het hele volk van Israël weten dat wij dat hebben gedaan namens Jezus Christus uit Nazaret. U heeft Hem gekruisigd, maar God heeft Hem teruggeroepen uit de dood en weer levend gemaakt. Door deze Jezus staat deze man nu gezond vóór u. 11 Jezus is de steen die u, de bouwers, niet goed genoeg vond. Toch is hij de belangrijkste bouwsteen van het gebouw geworden. 12 Niemand anders dan Hij kan de mensen redden. Er is op aarde niemand anders door wie de mensen gered kunnen worden.”

 

Sommigen verwijzen naar de Statenvertaling van Openbaring 3: 14 als bewijs, dat Jezus Christus een geschapen wezen is, omdat het Hem beschrijft als “het begin der schepping Gods”. Het probleem ligt in de vertaling van het woord “het begin”. (In het Grieks, arche)

 

 

Openbaring 3: 14 > zie boven

.

 

De Drievuldigheid en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe vertalen andere vertalingen deze zin?

 

Christus is “de oorsprong van de schepping Gods”. (Prof. Brouwer, zie ook de Moffatt of NIV vertaling) “Het Begin” zou beter vertaald zijn met “de Beginner” of de “Bewerker”, of de “Schepper” van de schepping. Zoals deze vertalingen duidelijk maken betekent Openbaring 3: 14 niet, dat Jezus het eerste geschapen wezen was; integendeel, Hij is Degene, die schiep en geldt als de oorzaak van die schepping.

Sommigen halen ten onrechte Kolossenzen 1: 15 aan en zeggen dat dit vers betekent, dat Christus als “de eerstgeborene der ganse schepping”, Zelf een deel van die schepping was. Het Griekse woord dat hier vertaald wordt met “eerstgeborene” -prototokos (van proto, “eerste” en tikto, “verwekken”) – geeft niet aan, dat Jezus geschapen was.

Integendeel, het herinnert ons er aan dat door Zijn opstanding Hij de “superioriteit” als “de eerstgeborene uit de doden” had. (Kolossenzen 1: 18; Openbaring 1: 4 – 6) Bovendien –  zoals juist opgemerkt in Vine’s Expository Dictionary of New Testament Words – is Kolossenzen 1: 15 een vers “waar Christus’ relatie met de Vader zichtbaar is en deze zin betekent zowel dat Hij de Eerstgeborene was voor de hele schepping en dat Hij Zelf de schepping produceerde. Het is de tweede voorwerpsnaamval, zoals vers 16 duidelijk maakt. Hij schiep Zichzelf niet.

 

 

Kolossenzen 1: 18

 

18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opgestaan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen. 20 Door Jezus’ dood aan het kruis heeft God vrede met ons gesloten. Door Jezus heeft Hij de vriendschap hersteld tussen Hemzelf en alles wat leeft op de aarde en in de hemel.

 

 

Openbaring 1: 4 – 6

 

4 Johannes schrijft dit aan de zeven gemeenten in Asia (= Turkije): Ik bid dat God in alles goed voor jullie zal zijn. En dat jullie vol zullen zijn van de vrede van Hem die is en die was en die komt, de vrede van de zeven Geesten die voor zijn troon staan, 5 en de vrede van Jezus Christus. Hij heeft ons de hele waarheid bekend gemaakt en Hij is te vertrouwen. Hij is de eerste die uit de dood opstond. Hij is de hoogste Koning op aarde. Hij houdt zoveel van ons, dat Hij ons door zijn bloed heeft schoongewassen van onze ongehoorzaamheid aan God. 6 Daarom moeten we Hem alle eer geven! Hij heeft koningen van ons gemaakt en priesters voor zijn God en Vader. Hij regeert voor altijd en eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

Een andere belangrijke sleutel om de leerstelling van Paulus te begrijpen vindt U in Hebreeën 7. In de dagen van Abraham was Melchisedek de koning van Jeruzalem en “een priester van God, de Allerhoogste” (Genesis 14: 18 – 20).

 

Genesis 14: 18 – 20

 

18 Ook Melchizédek, de koning van Salem, kwam Abram tegemoet. Hij gaf hem en zijn mannen brood en wijn. Melchizédek was een priester van de Allerhoogste God. 19 Hij zegende Abram en zei: “Ik zegen je met de zegen van de Allerhoogste God, de Eigenaar van de hemel en de aarde. 20 En ik dank de Allerhoogste God, die ervoor zorgde dat je al je vijanden hebt overwonnen.” Toen gaf Abram aan Melchizédek een tiende deel van de hele buit.

 

 

Paulus schrijft dat Melchisedek bestond van eeuwigheid “zonder vader, zonder moeder, zonder geslachtsregister, zonder begin van dagen of einde des levens, en, aan de Zoon van God gelijkgesteld, blijft hij priester voor altoos”. (Hebreeën 7: 3)

 

 

Hebreeën 7: 3

 

3 Verder wordt er niets over hem gezegd. Zo is hij zonder vader, zonder moeder, zonder voorouders of kinderen, zonder begin van zijn leven en zonder eind van zijn leven. Hij is daarmee gelijk aan de Zoon van God en blijft voor altijd priester.

 

Melchisedek was “als de Zoon van God en bleef altijd een Hoge Priester. Als Jezus Christus nu onze Hoge Priester is (Hebreeën 5: 10), dan zijn Melchisedek en Jezus Christus één en hetzelfde eeuwige Wezen

 

 

Hebreeën 5: 10

 

10 Zo maakte God Jezus tot net zo’n Hogepriester als Melchizédek.

 

 

Religies, die Jezus Christus als een geschapen wezen beschouwen begrijpen Gods plan van behoud niet.

Jezus Christus is het “Woord”, die “God was” en “met God” was, eeuwig vanaf het begin (Johannes 1: 1-4), vòòr de schepping, die zal terugkomen als “Koning der koningen en Here der heren” (Openbaring 19: 13-16) om duurzame vrede te vestigen op de aarde. (Jesaja 2: 2-4).

 

 

Johannes 1: 1-4

 

1 In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. 2 In het begin was het Woord bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. 4 In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen.

 

 

Openbaring 19: 13-16

 

3 Zijn kleren waren in bloed geverfd. Zijn naam is: ‘Het Woord van God’. 14 En de hemelse legers, gekleed in schone, witte, linnen kleren, volgden Hem op witte paarden. 15 Uit zijn mond kwam een scherp zwaard, waarmee Hij de ongelovigen verslaat. Hij zal streng over de volken heersen, als met een ijzeren staf. Hij zal Zelf de druiven uitpersen in de druivenpers van de straf van de Almachtige God. 16 Op zijn kleding staat bij zijn bovenbeen zijn naam geschreven: ‘Hoogste Koning en machtigste Heer.’

 

 

Jesaja 2: 2-4

 

2 Als het eind van de tijd is gekomen, zal de berg waarop de tempel van de Heer staat de hoogste berg zijn. Hij zal hoger zijn dan de hoogste bergen, indrukwekkender dan de hoogste heuvels. Alle volken zullen daarheen gaan. 3 Ze zullen zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van de Heer gaan, naar de tempel van de God van Jakob. Want we willen van Hem leren hoe we moeten leven. We willen leven zoals Hij het wil. Want vanuit Jeruzalem zal de Heer zijn wil bekend maken.’ 4 Hij zal rechtspreken over de landen en volken. Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegen. En hun speren zullen ze omsmeden tot snoeischaren. De volken zullen niet meer tegen elkaar strijden. Ze zullen hun bewoners niet meer leren oorlogvoeren.

.

 

.

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

God weet alles.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

God weet alle dingen

.

De alwetendheid van God is het principe dat God al-wetend is; dat Hij alle kennis bevat in Zichzelf over het verleden, het heden en de toekomst van het hele universum. In het begin schiep God de wereld en alles wat daarop was, inclusief alle kennis.

.

.

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

Op het eerste gezicht is het idee van de alwetendheid van God misschien een simpel concept. Maar hoe meer we de Bijbel bestuderen, hoe meer we gaan begrijpen wat een ongelooflijke waarheid dat is. Psalm 147:4-5 zegt:

“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos.”

 

God weet niet alleen hoeveel sterren er zijn, maar kent ze ook nog allemaal bij naam. Een recente Australische studie stelde het aantal sterren dat wij kunnen zien vast op 70.000 miljoen miljoen miljoen, oftewel het getal 70 met 22 nullen. Dat betekent dat er meer sterren zijn dan er zandkorrels te vinden zijn op alle stranden en in alle woestijnen samen. In het boek Genesis lezen we de geschiedenis van Jozef, de lievelingszoon van Jakob. De broers van Jozef waren jaloers op hem en bedachten een plan om zich van hem te ontdoen. Ze overwogen hem te doden, maar uiteindelijk verkochten ze hem als slaaf aan vreemdelingen. God wist dat dit zou gebeuren en had al een plan klaar.

Door een aantal gebeurtenissen werd Jozef van slaaf, tot gevangene, tot Egyptisch heerser. Jaren later kon hij zijn gezag en positie gebruiken om voor zijn familie te zorgen toen hun thuisland door een hongersnood werd getroffen. Hoe zou Jozef zich gevoeld hebben toen hij weer met zijn broers verenigd werd? Denk je dat hij wraak wilde? Nee. Hij zei tegen hen:

“Wees daar nu niet verdrietig over. Wees niet boos op elkaar dat jullie mij hierheen hebben verkocht. Want God heeft mij voor jullie uit gestuurd om jullie te kunnen redden” (Genesis 45:5).

Jozef begreep de alwetendheid van God. Hij begreep dat de gebeurtenissen in zijn leven dienden voor de redding van zijn familie.

 

Geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

God weet alles van ons

.

 

Voordat wij geboren werden kende God ons al en had Hij een plan voor ons leven. Hij kent ons beter dan wij ons-zelf. In Matteüs 10:30 staat dat Hij zelfs de haren op ons hoofd heeft geteld. Wij kunnen nog zo ons best doen om dingen geheim te houden voor mensen, maar bij God kan dat niet want Hij kent al onze geheimen.

In Psalm 139:1-4 schreef David:

“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd.”

 

En in Spreuken 15:3 staat:

“De Heer ziet alles wat er gebeurt. Hij ziet de daden van goede en van slechte mensen.”

 

Hij ziet elke handeling van ons, op ieder moment. En ook al weet Hij alles over ons – het goede en het slechte – Hij houdt van ons. God begrijpt hoe we ons voelen als we het moeilijk hebben omdat Hij onze gedachten en onze gevoelens kent.

“Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is” (1Kronieken 28:9).

 

.

eeuwig leven

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

God weet alles over onze toekomst

 

De alwetendheid van God is volmaakt. God leert niet steeds bij, maar weet alles direct. Miljoenen jaren voordat Hij de aarde schiep, wist God al dat Hij zijn Zoon Jezus Christus zou sturen om ons te redden van onze zonden:

“Hij was er al voordat de wereld gemaakt werd. Maar pas nu, aan het eind van de tijd, is Hij voor ons gekomen” (1 Petrus 1:20).

 

God openbaarde Zijn plan aan de profeten in het Oude Testament, zoals Jesaja, die Gods woord verkondigde aan de mensen:

“Daarom zal de Heer u ongevraagd een teken geven: het meisje dat nog maagd is, zal in verwachting raken en een zoon krijgen. Ze zal hem Immanuël noemen” (Jesaja 7:14).

 

De geboorte, dood en opstanding van Jezus waren geen toeval. Ze waren het gevolg van een goddelijk plan dat God een eeuwigheid geleden heeft vastgelegd zodat wij een persoonlijke relatie met Hem kunnen hebben. We kunnen in die relatie stappen door te bidden tot God, onze zonden te belijden en Hem te vragen in ons leven te komen. 1 Johannes 1:9 zegt:

“Maar als we het aan God vertellen als we het verkeerd hebben gedaan en Hem om vergeving vragen, dan vergeeft Hij ons. Dan wast Hij ons weer schoon van elke ongehoorzaamheid, zoals Hij heeft beloofd. Want Hij doet altijd wat Hij heeft gezegd.”

 

Voor ons als gelovigen is de toekomst zeker. Niet omdat wij weten wat er gebeuren zal, maar omdat God het weet.

 

 

de levenskracht van God

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

WAT DENK JIJ? 

 

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.
.
.
.
.

Christus

 

Pasteltekening van John Astria

.
.

Welke Bijbelverzen vertellen ons dat God alwetend is?

.

.

Bewijs uit het Oude Testament

 

Denk aan wat er vroeger is gebeurd. Ik ben God en er is geen andere God. Er is niemand als Ik. Al aan het begin vertel Ik wat er aan het eind zal gebeuren. Ik spreek van tevoren over dingen die nog niet gebeurd zijn. En alles wat Ik van plan was, doe Ik” (Jesaja 46:9-10).

“Wie gaf leiding aan de Geest van de Heer? Wie heeft Hem goede raad gegeven? Met wie heeft Hij overlegd? Wie heeft Hem iets geleerd en wie heeft Hem wijsheid gegeven? Wie heeft Hem gezegd hoe het moet?” (Jesaja 40:13-14).

“U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd” (Psalm 139:4).

“Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe” (Psalm 139:2-3).

“U zag me al toen U mij daar in het donker vormde, waar nog niemand anders mij zag. U zag me al toen ik nog helemaal geen vorm had. Al mijn dagen stonden al in uw boek toen ik nog niet één dag daarvan had geleefd” (Psalm 139:15-16).

“Maar wie kan God zeggen dat Hij het anders moet doen? Wie kan zeggen tegen Hem die over de engelen oordeelt, dat Hij het verkeerd doet?” (Job 21:22).

“Hij bepaalt hoeveel sterren er zijn. Hij heeft ze allemaal een naam gegeven. Onze Heer is geweldig, zijn kracht is heel groot. Zijn wijsheid is grenzeloos” (Psalm 147:4-5).

“En jij, Salomo, houd van de God van je vader. Dien Hem van harte. Want de Heer weet alles wat er in je hart en in je gedachten is. Als je van Hem houdt, zal Hij altijd naar je luisteren. Maar als je Hem verlaat, zal Hij jou ook voor altijd verlaten” (1 Kronieken 28:9).

“Begrijp jij hoe de wolken zijn opgehangen? Begrijp jij iets van de wonderlijke dingen die de volmaakt wijze God doet?” (Job 37:16).

“De Heer ziet vanuit de hemel alle mensen. Vanuit zijn huis kijkt Hij naar de bewoners van de aarde. Hij heeft hen allemaal gemaakt. Hij weet alles wat ze doen” (Psalm 33:13-15).

.

 

 Bewijs uit het Nieuwe Testament

 

“Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!” (Romeinen 11:33).

“Niemand kan zich voor God verbergen. Alles wat we zijn en doen, is zichtbaar voor God. En we zullen tegenover Hem verantwoordelijk zijn voor alles wat we hebben gedaan” (Hebreeën 4:13).

“Ook weet Hij precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. Wees niet bang! Want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar” (Lukas 12:7).

“Maar als ons geweten toch ongerust is, mogen we er zeker van zijn dat God belangrijker is dan ons geweten. Hij weet alles” (1 Johannes 3:20).

“Jullie weten toch dat twee mussen voor maar één muntje worden verkocht? Toch zal niet één mus doodgaan zonder dat jullie Vader het toestaat. Ook weet Hij zelfs precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben” (Matteüs 10:29-30).

.

.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Citaten in de Bijbel over de naaste

Standaard

categorie : religie

 

 

Harmonie!

.

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.

.
.
.

Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn.

.
.
.

Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander.

.
.
.

Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na.

.
.
.
.
.

Dus troost elkaar en wees elkaar tot voorbeeld, zoals u trouwens al doet.

.

 

Want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.

.
.
.

Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.

.
.

 

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.

.
.
.
.Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is.
.
.
.

Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hen niet te ergeren.

.
.

 

Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.

.
.
.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.

.
.
.

Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden.

.

 

 

Leer goed te doen.
Zoek het recht, houd tirannen in toom,
bied wezen bescherming, sta weduwen bij.
.
.
.
.

De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

.

 

 

Natuurlijk, u veroordeelt dit alles. Maar u bent evenmin te verontschuldigen. Het oordeel dat u over anderen velt, velt u over uzelf, want de dingen die u veroordeelt doet u zelf ook.

.

 

 

Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.

.

 

 

Wie zich bekommert om een vriend in nood
toont zijn eerbied voor de Ontzagwekkende.
.
.
.
.

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.

.

 

 

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.

.

 

Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.

 

 

De een beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen.

.

 

 

Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven.

.

 

Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben.

.
.
.

Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Spreek eerlijk recht, wees goed en zorgzaam voor elkaar; onderdruk geen weduwen en wezen en ook geen vreemdelingen en armen, en wees er niet op uit om een ander kwaad te doen.

.
.
.
.
Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.
.

Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard.

.

 

 

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

.

 

 

Is dit niet het vasten dat ik verkies:
misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden,
de verdrukten bevrijden,
en ieder juk breken?
.

 

Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.

.
.
.

Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen.

.
.
.

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

.
.

 

Sta op, Heer, hef uw hand, God,
vergeet de armen niet.
.
.
.
.

Hoe kan Gods ​liefde​ in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn ​hart​ sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

.
.
.

Daarop kwam ​Petrus​ bij hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan ​vergeving​ schenken? Tot zevenmaal toe?’ Jezus​ antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven.’

.
.
.

Ondersteun ​weduwen​ die alleen staan.

.
.

Terwijl ​Petrus​ onder zware bewaking zat opgesloten, bleef de ​gemeente​ vol vuur voor hem ​bidden​ tot God.

.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Bijbelteksten over Liefde

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

liefde tussen man en vrouw

 

Pasteltekening van John Astria

.

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan.

1 Korintiërs 13:4-5 |

.

.
.

Alles wat u doet, moet u met liefde doen.

1 Korintiërs 16:14 |

.

.
.
Laat mij in de morgen uw liefde horen,
in u stel ik mijn vertrouwen,
wijs mij de weg die ik gaan moet,
mijn ziel verlangt naar u.
.
.
.
.
Mogen liefde en trouw je nooit verlaten,
wind ze om je hals,
schrijf ze in je hart.
God en de mensen zullen je genegen zijn
en je zult waardering ondervinden.
.
.
.

En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.

.
.
.

Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

.
.
.

Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde.

.
.
.

Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad.

.
.
.

Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden.

.
.
.

Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

.
.
.

Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde.

.
.
.

Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan.

.
.
.

Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn.

.
.
.
Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten
of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg?
Zelfs al zou zij het vergeten,
ik vergeet jou nooit.
Ik heb je in mijn handpalm gegrift,
je muren staan mij steeds voor ogen.
.
.
.
.

Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad.

.
.
.

Mannen, heb uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven om haar te heiligen, haar te reinigen met water en woorden.

.
.
.

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.

.
.
.

Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.

.
.
.

Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.

.
.
.

Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft.

.
.
.

Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.

.
.
.
Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,
zo waardevol, en ik houd zo veel van je
dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,
ja alle volken om jou te behouden.
.
.
.
.

Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’

.
.
.
 .
 Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.
.
.
.

De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

.
.
.

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u.

.
.
.
Wie rechtvaardigheid en trouw nastreeft,
ontvangt leven, rechtvaardigheid en eer.
.
.
.
.

Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus.

.
.
.
Haat brengt ruzie voort,
liefde dekt alle fouten toe.
.
.
.
.

Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.

.
.
.

Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.

.
.
.
.

Eenheid in de liefde

.

 

Pasteltekening van John Astria

.

.
.

Het op een na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.

.
.
.
Draag mij als een zegel op je hart,
als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde,
beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur,
een laaiende vlam.
.
.
.
.
De Heer heb ik lief, hij hoort
mijn stem, mijn smeken,
hij luistert naar mij,
ik roep hem aan, mijn leven lang.
.
.
.
.

Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.

.
.
.

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal.

.
.
.
Zijn woede duurt een oogwenk,
zijn liefde een leven lang,
met tranen slapen we ’s avonds in,
’s morgens staan we juichend op.
.
.
.
.

Immers: Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen, hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven.

.
.
.

Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander.

.
.
.

Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid.

.
.
.
Genadig is de Heer: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen.
Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw!
.
.
.
.

God heeft ons niet een geest van lafhartigheid gegeven, maar een geest van kracht, liefde en bezonnenheid.

.
.
.
Liefdevol en genadig is de Heer,
hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
.
.
.
.

Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.

.
.
.

Barmhartigheid zij u, vrede en liefde, in overvloed.

.
.
.

Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden.

.
.
.

En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen.

.
.
.
Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard?
.
.
.
.

Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.

.
.
.
Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid.
.
.
.
.

De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.

.
.
.
Overdag bewijst de Heer mij zijn liefde,
’s nachts klinkt een lied in mij op,
een gebed tot de God van mijn leven.
.
.
.
.

En ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.

.
.
.
Toen ik dacht: Mijn voet glijdt weg,
hield uw trouw mij staande, Heer.
.
.
.
.

De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’

.
.
.

Dit is immers wat u vanaf het begin hebt horen verkondigen: dat we elkaar moeten liefhebben.

.
.
.

Houd de onderlinge liefde in stand en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen.

.
.
.

Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.

.
.
.

Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.

.
.
.

En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven.

.
.
.

Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.

.
.
.
.
.

De zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

.

.
.

Heb de wereld en wat in de wereld is niet lief. Als iemand de wereld liefheeft, is de liefde van de Vader niet in hem.

.
.
.
Uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.
U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw naam, de handen geheven.
.
.
.
.
U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid,
uw trouw is groot voor ieder die u aanroept.
.
.
.
.

Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.

.
.
.

Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered.

.
.
.

Want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.

En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.

.
.
.

Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt.

.
.
.

Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt.

.
.
.
Mijn zoon, een berisping van de Heer
mag je nooit terzijde schuiven,
zijn bestraffing moet je zonder afschuw ondergaan,
want de Heer straft wie hij liefheeft,
zoals een vader die houdt van zijn zoon.
.
.
.
.

‘Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’

.
.
.

Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.’

.
.
.

Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.
Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie hem vrezen.
.
.
.
.

Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden.

.
.
.

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.

.
.
.

Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen.

.
.
.
Hij heeft recht en gerechtigheid lief,
van de trouw van de Heer is de aarde vervuld.
.
.
.
.
Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige!
Heb daarom de Heer, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
.
.
.
.
Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
hem te ontmoeten in zijn tempel.
.
.
.
.

‘Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’

.
.
.

We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.

.
.
.

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.

.
.
.

Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt.

.
.
.
Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.
.
.
.
.
Zij verkregen het land niet met het zwaard,
niet hun eigen kracht heeft hen gered,
maar uw rechterhand, uw arm,
het licht van uw gelaat. U had hen lief.
.
.
.
.
Halleluja!
Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer en met liefde voor zijn geboden.
.
.

Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad.

.
.
.

Wat liefde is, hebben we geleerd van hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

.
.
.

Je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.

.
.
.
U, Heer,
u weigert mij uw ontferming niet,
uw liefde en uw trouw
zullen mij steeds bewaren.
.
.
.
.

Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.

.
.
.

Niet je kleren moet je scheuren, maar je hart. Keer terug tot de HEER, jullie God, want hij is genadig en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid.

.
.
.

In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.

.
.
.
Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen,
toon uw trouw en red uw dienaar.
.
.
.
.

Tot slot, broeders en zusters, groet ik u. Beter uw leven, neem mijn vermaningen ter harte, wees eensgezind, leef in ​vrede​ met elkaar – dan zal de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ met u zijn.

.
.
.

Hoe kan Gods ​liefde​ in iemand blijven die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn ​hart​ sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

.
.
.

‘Pleeg geen ​moord, pleeg geen ​overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’

.
.
.
.
.
.
.
.
.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

.