Tagarchief: Pater Pio

Genezingen van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Genezingen

 

 

padre_pio

 

 

 

 

In 1919 was er een 62-jarige man uit Foggia die steunde op twee stokken om te lopen. Door van een koets te vallen had hij zijn benen gebroken en de dokters slaagden er niet in hem te genezen. Pater Pio hoorde zijn biecht en zei hem daarna: “Sta op en vertrek! Die stokken moet je wegwerpen”. De man gehoorzaamde terwijl allen met verbazing toekeken.

 

 

 

 

 

Een opzienbarende gebeurtenis die alles in rep en roer zette overkwam een veertienjarige in 1919. Op vierjarige leeftijd getroffen door tyfus, was hij slachtoffer gebleven van een vorm van Engelse ziekte (rachitis) die zijn lichaam misvormde en twee opzichtige bochels veroorzaakte. Op een dag hoorde pater Pio hem de biecht en raakte hem daarna aan met zijn gestigmatiseerde handen. De jongen stond op van de bidstoel, kaarsrecht, zoals nooit tevoren.

 

 

 

 

 

Een jonge boerin van 29 jaar, genaamd Grazia en die blind geboren was, bezocht al een tijdje regelmatig de kleine kerk van het klooster. Op een dag vroeg Pater Pio haar of ze niet graag zou zien. “Natuurlijk zou ik dat willen,” zei ze, ” indien dat me niet tot de zonde zou brengen.” Hij antwoordde haar: “Dan zal je genezen.”

En hij stuurde haar naar Bari (Italië) om de vrouw van een briljant oogarts te ontmoeten. Na Grazia onderzocht te hebben, zei de oogarts aan zijn vrouw: “Ik kan niets doen voor dit meisje. Als Pater Pio een mirakel wil vragen, kan hij haar genezen. Maar ik moet haar naar huis sturen zonder een operatie.” De vrouw van de dokter stelde voor: “Aangezien Pater Pio haar gestuurd heeft, kan je niet één oog opereren?”

De dokter liet zich overtuigen en opereerde eerst één oog, daarna het anderen en Grazia was genezen. Terug in San Giovanni Rotondo, liep Grazia naar het klooster en wierp zich aan de voeten van Pater Pio. Deze zweeg een ogenblik, starend in de verte, terwijl hij het meisje geknield liet zitten; daarna zei hij haar recht te staan. Maar het meisje vroeg hem onophoudelijk: “Zegen mij, vader, zegen mij.”

Zelfs nadat Pater Pio een kruisteken over haar gemaakt had, wachtte Grazia onbeweeglijk. Toen ze blind was, zegende Pater Pio haar door haar de handen op te leggen. Omdat ze bleef herhalen: “Zegen mij, vader, zegen mij.” zei hij tot haar: “Wat wil je als zegening, meisje? Een emmer water over je hoofd?”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1947 was ik 38 jaar en op de radiografie hadden ze een tumor in mijn ingewanden vastgesteld. Een chirurgische ingreep was noodzakelijk. Alvorens naar het ziekenhuis te gaan, ging ik te biechten bij Pater Pio. Mijn man, mijn dochter en haar vriendin gingen mee naar San Giovanni Rotondo. Ik wou mijn probleem aan Pater Pio toevertrouwen, maar op een gegeven moment verliet hij de biechtstoel en ging weg.

Teleurgesteld omdat ik niet had kunnen biechten bij hem, begon ik te wenen. Mijn man vertelde aan een andere monnik de reden van onze pelgrimstocht. De monnik beloofde er met Pater Pio over te praten. Kort daarna, in de gang van het klooster, riep men mij. Pater Pio, omringd door velen, luisterde aandachtig naar mij. Hij vroeg naar de reden van mijn bezoek en stelde me gerust, zeggend dat ik in goede handen was en dat hij voor mij zou bidden, wat me verwonderde want Pater Pio kende me niet noch de chirurg.

Ik onderging de ingreep met hoop en sereniteit. De chirurg was de eerste die van een mirakel sprak. Met de radiografie in de handen, nam hij de appendix uit want er was geen spoor meer van de tumor. De chirurg, die niet gelovig was, bekeerde zich en liet in alle kamers van het ziekenhuis kruisbeelden plaatsen. Na een korte herstelperiode ging ik terug naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te zien.

Hij was op weg naar de sacristie maar toen hij me zag, draaide hij zich om en zei glimlachend: “Zoals je ziet, ben je teruggekeerd…” Ik kuste zijn hand en door de emotie hield ik zijn hand tussen de mijne.

 

 

 

 

Een man vertelde: “ik had al enkele dagen een zeer pijnlijke zwelling aan mijn linkerknie. De dokter had me gezegd dat het vrij gecompliceerd was en had me een reeks injecties voorgeschreven. Vooraleer aan deze behandeling te beginnen, kwam ik op het idee Pater Pio te consulteren. Na gebiecht te hebben, vertelde ik hem over mijn knie en vroeg hem voor mij te bidden.

Tegen het einde van de namiddag, toen ik bijna ging vertrekken, verdween de pijn plots. Ik bestudeerde mijn knie. Hij was niet meer gezwollen en zag er net hetzelfde uit als mijn rechterknie. Ik keerde terug al lopend om Pater Pio te bedanken. “Je moet mij niet bedanken, maar God.” zei Pater Pio. En met een glimlach voegde hij erbij: “Zeg aan je dokter dat hij zijn injecties aan zichzelf toedient.”

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1952, na een normale zwangerschap, waren er bij de geboorte wat complicaties zodat men de forceps moest gebruiken om mijn zoon ter wereld te brengen. Men diende me in allerijl een bloedtransfusie toe die van een verkeerde bloedgroep bleek te zijn: men gaf me bloed van de groep A terwijl ik bloedgroep O heb. Deze vergissing bracht serieuze complicaties met zich mee: hoge koorts, stuipen, een longembolie, flebitis aan de onderste ledematen en bloedvergiftiging.

Een priester kwam me de laatste sacramenten toedienen. Ik ontving de H. Communie die ik met een beetje water moest nemen. Mijn ouders vergezelden de priester tot aan de uitgang en ik bleef alleen achter in mijn kamer. Pater Pio verscheen aan mij en zei: “Ik ben Pater Pio. Je zal niet sterven. Bid het Onze Vader en kom me later eens opzoeken.” Zieltogend deed ik de moeite me rechtop te zetten. Toen mijn ouders terugkeerden, vertelde ik hen over mijn visioen en ik vroeg hen samen met mij het Onze Vader te bidden.

Vanaf dat moment begon ik me beter te voelen. De dokters onderzochten me en oordeelden, rekening houdend met de ernst van mijn toestand, dat er een mirakel gebeurd was. Enkele maanden later ging ik naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te bedanken die me zijn hand gaf om te kussen. Terwijl ik hem bedankte, nam ik een doordringende viooltjesgeur waar.

Pater Pio zei: “Je hebt een mirakel verkregen, maar je moet mij niet bedanken, maar het H. Hart van Jezus die jou aan mij heeft toevertrouwd omdat je Hem trouw bent en je je devoties van de eerste vrijdag van de maand gedaan hebt.”

 

 

 

 

 

Een dame vertelde : “Wegens buikpijn moest ik in 1953 onderzoeken ondergaan. De resultaten toonden aan dat een dringende chirurgische ingreep noodzakelijk was. Een vriendin, die ik van mijn ziekte op de hoogte had gesteld, raadde me aan om naar Pater Pio te schrijven om zijn advies en gebed te vragen. Pater Pio raadde me aan om naar het ziekenhuis te gaan, en voegde eraan toe dat hij voor mij zou bidden.

Vooraleer ze de ingreep uitvoerden, voerden de artsen nog andere tests uit en stelden, tot hun grootste verbazing, vast dat ik niets meer mankeerde. Dit gebeurde veertig jaar geleden en niet alleen bedank ik Pater Pio nogmaals hiervoor, ik raad ook iedereen aan deze heilige, van wie de bemiddeling geen enkele twijfel lijdt, te aanroepen.”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde:  “In 1954 werkte mijn vader, toen 47 jaar, als spoorwegbeambte. Hij werd door een vreemde ziekte getroffen die hem het gebruik van zijn onderste ledematen deed verliezen. De zorgen die hij ontving brachten geen enkele verbetering en, na twee jaar, vreesde mijn vader om zijn job te verliezen. Aangezien de situatie steeds verslechterde, raadde een van mijn ooms aan om naar San Giovanni Rotondo te gaan, naar een kapucijn, die, naar zijn mening, van de Heer uitzonderlijke krachten had ontvangen.

Met veel moeite, trok mijn vader, vergezeld van en geholpen door mijn oom, naar het kleine centrum in Gargano. Aan de kerk gekomen zag hij Pater Pio. Deze merkte op dat mijn vader zich met moeite door de menigte bewoog en zei hardop: “Laat deze spoorwegbeambte voorbijgaan!” Nochtans kende Pater Pio mijn vader niet, en evenmin wist hij dat hij een spoorwegbeambte was.

Gedurende ongeveer een uur onderhield Pater Pio zich broederlijk met mijn vader. Hij legde de hand op zijn schouder, troostte hem met een glimlach en gaf hem enkele bemoedigende woorden. Toen hij wou vertrekken, merkte mijn vader niet onmiddellijk dat hij was genezen, maar mijn oom, totaal verrast, volgde hem, terwijl hij zijn beide stokken droeg!”

 

 

 

 

 

In Puglia, in Italië, stond een heel materialistisch ingestelde man bekend voor zijn heftigheid waarmee hij de godsdienst bestreed. Zijn echtgenote was religieus, maar hij had haar formeel verboden om naar de kerk te gaan, of zelfs hun zonen over God te spreken. In 1950 werd deze man ziek. De diagnose was verpletterend: “ongeneeslijk gezwel aan de hersenen en aan het rechteroor”. De zieke vertelt: “Ik werd naar het ziekenhuis van Bari gebracht. Ik had schrik om te lijden en om te sterven.

Ik was zo bang dat mijn ziel begon te verlangen zich tot God te wenden, iets wat ik niet meer had gedaan sinds mijn kinderjaren. Van Bari werd ik naar Milaan gebracht om er een chirurgische ingreep te ondergaan die mij misschien het leven ging redden. Mijn arts deelde me mee dat het om een heel gewaagde ingreep ging, waarvan het onmogelijk was om de afloop te voorzien. Terwijl ik in Milaan was, droomde ik op een nacht van Pater Pio.

Hij legde me de handen op en zei me: “Binnen afzienbare tijd zul je genezen.” ’s Ochtends voelde ik me beter. De artsen waren verbaasd om me in een betere toestand te zien, maar oordeelden toch dat een tussenkomst absoluut noodzakelijk was. Even  voor de ingreep sloeg ik in paniek en ik vluchtte het ziekenhuis uit. Ik ging naar mijn ouders in Milaan, waar mijn vrouw zich eveneens bevond. Na enkele dagen kwam de pijn terug en die werd zo hevig dat ik naar het ziekenhuis moest terugkeren.

De artsen, die verontwaardigd waren over mijn vlucht, wilden me niet behandelen, maar volgden tenslotte hun professionalisme. Niettemin, alvorens de ingreep te beginnen, voerden ze nog enkele tests op me uit. Tot hun grote verbazing stelden zij geen enkel spoor meer vast van het gezwel. Ik was eveneens verrast, hoewel minder verbaasd dan de artsen, want terwijl ik de onderzoeken onderging, had ik een hevige geur van violettes, het teken van de aanwezigheid van Pater Pio, waargenomen.

Alvorens het ziekenhuis te verlaten, vroeg ik de rekening van de honoraria. Men antwoordde me: “U moet ons niets betalen, aangezien wij niets gedaan hebben om u te genezen.” Na mijn ontslag uit het ziekenhuis, besloot ik naar San Giovanni Rotondo te gaan, samen met mijn echtgenote, om Pater Pio te bedanken. Ik was er zeker van dat hij het was die me had genezen. Maar toen ik de kerk van het klooster van Notre-Dame-de-Grâces binnenging, verloor ik door een helse pijn het bewustzijn.

Twee mannen droegen me naar de biechtstoel van Padre Pio. Toen ik weer bij bewustzijn was, zei ik hem, nauwelijks ziende en nog altijd heel zwak: “Ik heb vijf zonen en ik ben zeer ziek; red mij, Pater, red mijn leven.” Hij antwoordde me: “Ik ben God niet – ik ben evenmin Jezus Christus; ik ben een priester zoals de anderen, niet meer en niet minder. Ik verricht geen wonderen.” Maar ik smeekte en huilde: “Alstublieft, Pater, red mij…” Pater Pio hield een moment stilte, hief vervolgens de ogen ten hemel en ik zag dat hij bad.

Opnieuw nam ik een hevige geur van violettes waar. Vervolgens zei Pater Pio me: “Keer naar huis terug en bid. Ik zal voor jou bidden. Je zult genezen.” Ik keerde naar huis terug en mijn ziekte verdween.”

 

 

 

 

 

Een man vertelde: “Verschillende jaren geleden, in 1950, werd mijn schoonmoeder in het ziekenhuis opgenomen met de bedoeling een kwaadaardig gezwel chirurgisch te verwijderen in de linker zijde. Enkele maanden later, moest zij een andere ingreep ondergaan, deze keer aan de rechterzijde. Aangezien het gezwel zich begon uit te zaaien, gaven de artsen van het ziekenhuis van Milaan de zieke nog slechts drie of vier maanden te leven. In Milaan sprak iemand ons over Padre Pio en over de wonderen die aan zijn bemiddeling worden toegekend.

Ik vertrok onmiddellijk naar San Giovanni Rotondo. Wanneer het mijn beurt om te biechten was, vroeg ik Padre Pio om de gunst van de genezing voor mijn schoonmoeder. Padre Pio zuchtte tweemaal en zei “Laten we allemaal bidden en zij zal genezen”. Zo gebeurde het ook. Na de tussenkomst herstelde mijn schoonmoeder  en ze ging Padre Pio bedanken die haar glimlachend zei: “Ga in vrede, meisje! Ga in vrede!”

In plaats van drie of vier maanden die de artsen haar hadden gegeven, leefde mijn schoonmoeder nog negentien jaar, Padre Pio voor eeuwig dankbaar.”

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

De mirakels van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Mirakels

 

 Laten we een mirakel beschouwen als een bovennatuurlijke gebeurtenis. Het is een gebeurtenis waarin de wetten van de natuur de wetten van een hogere macht ondergaan, het is de wil van God. Gedurende het leven van Pater Pio van Pietrelcina zijn er veel mirakels gebeurd. Pater Pio was zich bewust dat die mirakels van Goddelijke oorsprong waren. Telkens als iemand hem kwam opzoeken om te bedanken voor een bijzondere gunst die hij had verkregen, drong de pater erop aan dat die persoon de Heer zelf zou bedanken. De Heer alleen kan mirakels doen.

 

 

paterpiobrief

 

 

 

Pater Pio verkreeg een van zijn eerste mirakels in 1908. Hij verbleef toen in het klooster van Montefusco. Voor zijn tante Daria, van wie hij veel hield, en die in Pietrelcina woonde, verzamelde hij kastanjes die hij in een kleine zak deed. De tante kreeg die kastanjes en at ze op. Het zakje bewaarde ze als souvenir.

Op een avond, lange tijd daarna, wilde tante Daria in een lade wat zoeken, zij gebruikte daarvoor een olielamp, maar in die lade bewaarde haar man ook de cartouches voor zijn wapen. Een vonk uit de lamp veroorzaakte een ontploffing die de tante trof in het gelaat.

Huilende van de pijn, zocht de tante naar het zakje waarin pater Pio die kastanjes had gegeven, en legde dat zakje op haar gelaat. Onmiddellijk was de pijn weg, en op haar gelaat waren achteraf geen sporen van brandwonden.

 

 

 

 

Tijdens de tweede wereldoorlog, was het brood slechts met bonnetjes te verkrijgen. Veel mensen kwamen dan ook naar het klooster van Onze lieve Vrouw van Genade om een aalmoes te verkrijgen. Toen de monniken eens naar de refter gingen was er slechts een halve kilo brood in de mand.

De gemeenschap zegde het gebed en ieder ging zitten voor de soep. Pater Pio, was langs de kerk gegaan, hij kwam terug met een grote hoeveelheid vers brood. Aan de abt die hem vroeg waar hij dat brood had gehaald, antwoordde hij: “een bedevaarster aan de deur had ze hem gegeven”. Niemand zei iets, maar iedereen had begrepen dat alleen pater Pio dergelijke bedevaarsters kon ontmoeten.

 

 

 

 

Eens had de koster vergeten de hosties klaar te zetten die moesten worden geconsacreerd voor de communie. Er waren er maar enkele in de ciborie. Nadat hij biecht had gehoord, begon pater Pio de communie uit te delen aan de talrijke gelovigen. Hij kwam er geen te kort, en op het einde bleven er nog over.

 

 

 

 

Een vrouw die vaak geestelijke leiding kwam vragen bij Pater Pio, had van hem een brief ontvangen, en had zich aan de kant van de weg neergezet om hem te lezen. Maar de wind rukte de brief uit haar handen. De brief haperde bij aan een steen, en de vrouw kon de brief terugnemen. De volgende dag zei pater Pio aan de vrouw: “Pas op voor de wind, als ik er mijn voet niet had op gezet, zou die zeker in de vallei zijn gewaaid”.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een geestelijke leerlinge van Pater Pio, Mevrouw Cleonice, heeft verteld: Tijdens de laatste oorlog was mijn kleinzoon krijgsgevangene. Een jaar lang was er geen nieuws van hem. iedereen dacht dat hij dood was. Zijn vader en moeder leden er erg onder. Op een dag ging zijn moeder knielen in de biechtstoel van pater Pio, om te vragen of haar zoon nog leefde.

Ze wilde niet heengaan voordat de pater haar antwoord had gegeven. Ontroerd, keek pater Pio haar aan en zei: Sta op en ga in vrede. Enkele dagen later, kon ik het verdriet van de ouders niet meer verdragen, en ik besloot een mirakel te vragen aan Pater Pio. Met een hart vol hoop zei ik tot de pater: ik wil een brief schrijven naar mijn kleinzoon Giovannino, maar ik weet niet waar hij is, ik kan alleen zijn naam schrijven op de brief.

U en uw engel bewaarder kunnen ons zeggen waar hij is. Pater Pio antwoordde niet. Ik schreef de brief, en die avond voor het slapen gaan, legde ik de brief op de nachttafel. De volgende morgen, tot mijn grote verwondering was de brief verdwenen. Ontroerd, ging ik de volgende dag Pater Pio bedanken.

Hij zei me: bedank eerder Onze lieve Vrouw. Twee weken later waren er voor de hele familie tranen van vreugde. We dankten God en Pater Pio, want mijn kleinzoon, die iedereen dood waande, had op de brief geantwoord.

 

 

 

 

Mevrouw Luise had een zoon, officier bij de Koninklijke Britse Marine. Luisa bad elke dag voor zijn bekering, en voor het behoud van haar zoon. Op een dag kwam ze een onbekende Engelsman tegen in San Giovanni Rotondo. Hij had enkele dagbladen bij die Luisa vroeg. Daarin vernam ze dat de boot van haar zoon was vergaan. Ontsteld, ging ze vlug Pater Pio opzoeken.

Pater Pio vroeg haar wie haar had gezegd dat hij dood was. Pater Pio gaf haar het adres van het hotel waar haar zoon verbleef voordat hij terug zou inschepen. Hij werd gered na de schipbreuk in de Atlantische oceaan. Luisa schreef onmiddellijk een brief en na enkele dagen kreeg ze antwoord van haar zoon.

 

 

 

 

In San Giovanni Rotonde kende men een zeer goede vrouw, zo goed dat Padre Pio zei dat men haar als voorbeeld kon stellen voor sommige biechtvaders. Met andere woorden: het was een heilige vrouw. Op het einde van de vasten werd deze vrouw “Paolina”zwaar ziek. De dokters hadden geen enkele hoop haar te redden. Haar echtgenoot, vergezeld van hun vijf zonen, ging naar het klooster.

Zij smeekten Padre Pio, de jongste kinderen klampten zich wenend vast aan de pij van Padre Pio. Verward dwong Padre Pio zich hen te troosten en beloofde voor hun moeder te bidden. Bij het begin van de Goede Week drukte Padre Pio zich anders uit. Aan diegene die zijn bemiddeling vroegen voor de genezing van Paolina antwoordde de padre vastberaden “zij zal herleven op de dag van Pasen” .

Op Goede Vrijdag verloor Paolina het bewustzijn en heel vroeg de zaterdag raakte zij in coma. Na enkele uren bewoog zij niet meer. Zij scheen dood. Enkele naastbestaanden van Paolina kleedden haar, volgens de traditie, met haar huwelijkskleed, anderen liepen wanhopig van het klooster waar Padre Pio herhaalde “zij zal herleven”. Padre Pio ging de H. Mis opdragen.

Op het ogenblik dat Padre Pio het gloria begon te zingen en terwijl de klokken luidden, ondertussen de verrijzenis van Christus aankondigend, brak zijn stem in een snik en zijn ogen vulden zich met tranen. Op hetzelfde ogenblik herleefde Paolina. Zonder hulp stond zij op van haar bed, knielde en bad driemaal luidop het Credo. Dan stond zij op en glimlachte.

Was zij genezen? Was zij verrezen? Padre Pio had gezegd: “zij zal herleven”. Hij had niet gezegd: “zij zal genezen”. Als men vroeg aan Paolina wat er gebeurd was terwijl men haar dood waande, antwoordde zij slechts, wat blozend: “ik steeg, ik steeg, gelukkig…als ik in een groot licht trad, ben ik achteruitgegaan, ik ben teruggekomen”.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een moeder vertelde:” Mijn dochter geboren in 1953, werd in 1955 gered dank zij Padre Pio. Inderdaad de morgen van 6 januari 1955, terwijl mijn man en ik naar de mis waren, is het meisje, thuisgebleven met de grootouders en een van haar ooms, in een kuip met kokend water gevallen. Zij had brandwonden in de derde graad aan  de onderbuik tot achter aan het lichaam.

Ik smeekte Padre Pio ons te helpen om het meisje te redden. De dokter die kwam anderhalf uur nadat wij hem geroepen hadden, gaf geen  enkel geneesmiddel en raadde ons aan het meisje naar de kliniek te brengen, want hij vreesde het ergste. Na het vertrek van de dokter begon ik Padre Pio aan te roepen.

Rond de middag, terwijl ik mij gereed maakte om naar de kliniek te gaan, riep mijn meisje vanuit haar kamer en zei:”Mama de brandwonden zijn weg;” Ik vroeg haar wie ze weggenomen had. Zij antwoordde:” Het is Padre Pio die gekomen is. Hij plaatste de wonden van zijn handen op mijn brandwonden”. Inderdaad het lichaam van mijn dochtertje toonde geen enkel spoor van brandwonden meer.

 

 

 

 

De landbouwers van San Giovanni Rotondo houden eraan dit gebeuren te vertellen. Het was in de lente en amandelbomen in volle bloei kondigden een overvloedige oogst aan. Maar de bomen werden aangetast door rupsen: een overvloed van rupsen die, in bendes, de bloemen, de bladeren en ook de schors aanvielen.

Na twee dagen, na vergeefs geprobeerd te hebben deze plaag te remmen, praatten de eigenaars, waarvan meerdere van deze bebouwing leefden, met Padre Pio. Vanuit het venster van het klooster, bekeek de monnik de door rupsen aangetaste amandelbomen en besloot ze te zegenen. Na zijn priesterkleren aangetrokken te hebben, begon hij te bidden.

Toen hij gedaan had, maakte hij met gewijd water een groot kruisteken in de richting van de bomen. De volgende morgen waren de rupsen verdwenen, maar de takken van de bomen waren naakt als stokken. Desondanks was de oogst, die verloren had geleken, overvloediger dan ooit.

Hoe hadden bomen zonder bloemen, met naakte takken, vruchten in zo’n  grote overvoed kunnen voortbrengen? Niemand weet het: de beste tuinbouwers hebben dit fenomeen niet kunnen uitleggen.

 

 

 

 

In de tuin van het klooster van San Giovanni Rotondo, groeiden cipressen, fruitbomen en hier en daar enkele dennen. In deze tuin hield Padre Pio ervan in de namiddag, vergezeld van vrienden of bezoekers, te genieten van de zachte frisheid van de schaduw. Op een zekere dag praatte Padre Pio, onder de bomen, met enkele mensen. Plots begonnen alle soorten vogels, merels, mussen, distelvinken, alsook krekels, een waar concert van piepen, fluiten en trillers te geven.

Deze onverwachte symfonie scheen Padre Pio te vervelen die, de ogen opgeslagen en de wijsvinger aan de lippen, zei tot de vogels:”Het is genoeg nu.” Onmiddellijk zwegen de vogels en de krekels, tot grote verwondering van de bezoekers. Zoals de Heilige Franciscus van Assisië had Padre Pio tot de vogels gesproken en zij hadden hem gehoorzaamd.

 

 

Pater Pio beschermt John Astria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

Priester Onorato vertelde ‘Ik ging naar San Giovanni Rotondo in gezelschap van een vriend met een moto van het type”Guêpe 125”. Ik kwam in het klooster aan een beetje voor het uur van het ontbijt. In de eetzaal ging ik ,nadat ik de overste gegroet had, de hand van pater Pio vastnemen, die me  plagend zei ’ Zo, beste jongen heeft je wesp (=guêpe) je gestoken?’.

Pater Pio wist dus met welk middel ik naar het klooster gekomen was. ’ s’ Anderendaags in de vroege morgen, nog altijd met ‘de wesp’, vertrokken we naar Saint-Michel. Halfweg moesten we bij gebrek aan brandstof de reservetank aanspreken; we besloten vol te tanken aan de berg San Angelo. Maar er was daar geen benzinestation open op dit uur.

We besloten dan maar om terug te keren naar San Giovanni Rotondo in de hoop daar iemand te vinden die ons kon depanneren. Ik was een beetje beschaamd als ik eraan dacht dat dit voorval me een pover figuur zou doen slaan bij de confraters die me verwachtten voor het ontbijt. We hadden nauwelijks enkele kilometers gereden of de motor begon te sputteren en viel daarna stil. De reservetank was leeg.

Teleurgesteld maakte ik er mijn vriend opmerkzaam op dat er slechts een twaalftal minuten overbleven  tot aan het uur van het ontbijt. Het is op dat moment dat mijn vriend, tegelijk uit ergernis als uit solidariteit, een goede trap gaf op de startpedaal.

De ‘wesp’ ging in gang. Zonder ons vragen te stellen keerden we terug naar het klooster en juist toen we aankwamen viel de motor opnieuw stil. We onderzochten opnieuw de tank: zoals de eerste keer was die leeg. In vijf minuten hadden we vijftien kilometer gereden, wat betekende dat we 180 km per uur gereden hadden zonder benzine. Ik kwam in het klooster aan juist op het moment dat mijn confraters naar beneden kwamen voor het ontbijt. Ik ging pater Pio tegemoet, die me een mysterieuze glimlach toestuurde.

 

 

 

 

Maria, de moeder van een kindje dat kort na de geboorte ziek was geworden, vernam dat het kleintje afzag van een mysterieuze kwaal die waarschijnlijk ongeneeslijk was. Nadat ze de sombere prognose van de dokters had gehoord, besloot Maria zich naar San Giovanni Rotondo te begeven.

Ze woonde in een streek die gelegen was aan de andere kant van ‘de Pouilles’, maar had dikwijls horen spreken van een gestigmatiseerde monnik die mirakels bekomen had, zieken genas en hoop bracht aan de ongelukkigen. Tijdens die lang tocht stierf het kind. Nadat ze heel de nacht voor het kindje gezorgd had in de trein wikkelde Maria het kleintje in klederen en  legde het neer in haar mallet.

’s Anderendaags kwam ze in San Giovanni Rotondo aan, verbouwereerd omdat ze haar zoon verloren had, van wie ze danig veel hield, maar toch nog altijd bezield met een groot geloof.  ’s Avonds schoof ze mee aan in de rij om te biechten bij de monnik van Gargano, terwijl ze de mallette waarin het lichaam van haar zoon lag, dicht tegen zich aan drukte. Hij was nu reeds meer dan vierentwintig uur dood.

Toen ze aankwam bij pater Pio die in zijn biechtstoel gebogen zat, terwijl hij bad, knielde Maria neer terwijl ze warme tranen weende en zijn hulp inriep. Hij bekeek haar heel intens. Maria opende de mallette en toonde hem het levenloze lichaampje. Diep ontroerd, in verwarring gebracht door de smart van deze moeder, nam pater Pio het kind, legde op zijn hoofd één van zijn gestigmatiseerde handen en sprak een gebed uit, terwijl hij de ogen ten hemel opsloeg.

Weinig later bewoog het kind eerst de benen en dan de armen, alsof het uit een lange slaap ontwaakte. Pater Pio zegde tot Maria: ’Moeder, waarom roep je zo, zie je niet dat je kind slaapt? ’. Maar het geroep van de vrouw trok de aandacht van de menigte en lokten applaus uit. Allen spraken van een mirakel. Het gebeurde in mei 1925 en de telegrafen van heel de wereld hebben het nieuws overgebracht van de nederige monnik die de kreupelen genas en doden deed  verrijzen.

 

 

 

 

Op een avond na een oponthoud in het klooster bemerkte een ingenieur bij het buitengaan dat het hevig regende. “En ik heb niet eens een paraplu bij”, zegde hij tegen pater Pio. “Kunt u me niet hier houden tot morgen? Anders ben ik zo nat als een visser.”  “Nee mijn zoon, dat is niet mogelijk. Maar maak je geen zorgen. Ik zal je vergezellen.”

De ingenieur had aan deze penitentie maar al te graag willen ontsnappen ook al werd ze verzacht door de geestelijke assistentie van pater Pio. Hij zette zijn kraag recht, drukte zijn hoed stevig op zijn hoofd en maakte zich dapper klaar voor de twee kilometer die hij van het dorp verwijderd was. Hoe groot was zijn verbazing toen hij het klooster verliet en daar bemerkte dat de stortbui plots was gaan luwen.

Het motregende amper toen hij bij de familie aankwam die hem de kamer had verhuurd. “Lieve hemel!” riep de vrouw uit toen ze de deur hoorde opengaan. “U moet nat zijn tot op uw vel!” “Helemaal niet!” antwoordde hij, “Het regent bijna niet meer!” De landbouwers keken elkaar verbaasd aan: “Hoezo, regent het niet meer? Maar het is een echte zondvloed! Luister!”

Ze gingen buiten op de drempel van de deur staan en zagen dat het echt pijpenstelen regende. “Het regent al een uur aan een stuk. Hoe hebt u het klaargespeeld om daar droog doorheen te komen?”  “Pater Pio had gezegd dat hij me zou vergezellen.”  “Ha! Als pater Pio u dat gezegd heeft…” Het incident was gesloten. Ze gingen aan tafel. “Natuurlijk!” zei de vrouw terwijl ze het bord dampende soep bracht, “Het gezelschap van pater Pio is zeer zeker meer waard dan alle paraplu’s!”

 

 

 

 

 

 

Een man uit Ascoli Piceno vertelde: “Einde van de jaren 60 kwam ik naar San Giovanni Rotondo met mijn vrouw om te biechten bij pater Pio. Nadat ik goede raad en enkele berispingen had gekregen was ik die avond nog in de kloostergang. Pater Pio zag me en zei: “Ben je hier nog?”  “Pater, mijn ‘muisje’ (kleine Fiat) wil niet vertrekken”, antwoordde ik bezorgd. “En wat voor iets is dat ‘muisje’?” vroeg de dierbare confrater nog.

“Een auto”, voegde ik er aan toe. “Laten we er eens naar gaan kijken”, repliceerde pater Pio. Toen we bij de auto waren verzocht hij me kalm te vertrekken. We reden de ganse nacht en ’s ochtends bracht ik de auto naar de garage om het startprobleem te laten oplossen.

Na onderzoek zei de mecanicien dat de elektrische installatie volledig defect was en hij wilde niet geloven dat de auto in deze staat meer dan 400 kilometer had gereden, van San Giovanni Rotondo tot Ascoli Piceno. Ik dankte pater Pio in mijn binnenste, totaal verbijsterd en verwonderd tegelijk.”

 

 

 

 

Het was helemaal niet nodig om hem tien keer hetzelfde te zeggen, ook niet in gedachten. Een plattelandsvrouw, een goed mens, had een man die zwaar ziek werd. Ze liep dadelijk naar het klooster. Maar hoe kon ze bij pater Pio geraken? Om bij hem te biechten moest je minstens drie dagen je beurt afwachten.

Tijdens de mis liep het arme mens bezorgd heen en weer, van rechts naar links en van links naar rechts, en vertrouwde wenend haar groot probleem toe aan de Moeder van genade, door bemiddeling van haar trouwe dienaar. Ook terwijl pater Pio biecht hoorde deed ze precies hetzelfde.

Uiteindelijk slaagde ze erin tot de veelbesproken kloostergang door te dringen en een glimp van pater Pio op te vangen. Toen hij haar bemerkte zei hij haar met een strenge blik: “Kleingelovige vrouw, wanneer zul je eindelijk ophouden mijn hoofd te breken en mijn oren te doen tuiten? Ben ik soms doof?

Je hebt het me al vijf keer gezegd: langs rechts, langs links, langs vóór en langs achter. Ik heb het allang begrepen! Ga vlug naar huis, alles is in orde!” En werkelijk, haar echtgenoot was genezen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

De gestigmatiseerde broeder pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Beknopte Biografie

 

Pater Pio van Pietrelcina, geboren Francesco Forgione, spirituele erfgenaam van Sint‑Franciscus van Assisi, was de eerste priester die op zijn lichaam de stigmata van de kruisiging vertoonde. Reeds bij leven gekend als “gestigmatiseerde broeder” zette pater Pio, aan wie de Heer bijzondere bovennatuurlijke gaven had geschonken, zich totaal in voor het heil van de zielen. Tot op de dag van vandaag bereiken ons zeer talrijke getuigenissen van de “heiligheid” van de kloosterling, vergezeld van dankbetuigingen. Zijn providentiële voorspraak bij God bewerkte voor velen genezing van lichaam en geest.

 

 

padre_pio

 

 

Pater Pio van Pietrelcina, alias Francesco Forgione, werd op 25 mei 1887 geboren in Pietrelcina, een dorpje in de streek van Benevento. Hij kwam ter wereld in een huis van arme mensen waar vader Grazio Forgione en moeder Maria Giuseppa Di Nunzio reeds andere kinderen hadden verwelkomd.

 

 

Benevento

Benevento

 

 

Vanaf zijn prilste jeugd voelde Francesco het verlangen om zich totaal aan God te wijden en dit verlangen maakte hem verschillend van zijn leeftijdgenoten. Dit verschil was voorwerp van opmerkingen vanwege familieleden en vrienden. Moeder Peppa vertelde:

 

“Hij beging geen enkele nalatigheid, geen enkel vergrijp, was niet lastig, gehoorzaamde altijd aan mij en aan zijn vader, elke morgen en elke avond ging hij naar de kerk om Jezus en Maria te bezoeken. Van de ganse dag ging hij nooit naar buiten met kameraden. Ik zei hem eens: ‘Francì, ga eens wat buiten spelen.’ Hij weigerde door te zeggen: ‘Ik wil er niet naartoe gaan omdat ze vloeken.’

 

Uit het dagboek van pater Agostino van San Marco in Lamis, een van de geestelijke leiders van pater Pio, kwam men te weten dat pater Pio vanaf 1892, toen hij nog maar vijf jaar was, reeds zijn eerste mystieke ervaringen had. Extases en verschijningen waren zó talrijk dat het kind ze volkomen normaal vond.

Mettertijd kon Francesco’s grootste droom verwezenlijkt worden, nl. zijn leven totaal aan de Heer wijden. Op 6 januari 1903, toen hij zestien jaar was, trad hij als postulant binnen in de orde van de kapucijnen en werd priester gewijd in de kathedraal van Benevento op 10 augustus 1910.

Wegens zijn precaire gezondheidstoestand begon zijn priesterleven aanvankelijk in verschillende kloosters van de streek van Benevento waar Pio door zijn oversten naartoe gestuurd werd om er zijn genezing te bevorderen. Vanaf 4 september 1916 tot aan zijn dood op 23 september 1968 verbleef hij, behalve tijdens een paar kleine onderbrekingen, altijd in het klooster van San Giovanni Rotondo aan de Gargano.

 

 

Kathedraal van Benevento

Kathedraal van Benevento

 

 

 

Klooster van San Giovanni Rotondo

Klooster van San Giovanni Rotondo

 

 

In deze lange periode waarin geen belangrijke gebeurtenissen de kloosterstilte verstoorden, begon pater Pio heel vroeg aan zijn dag. Vóór dag en dauw begon hij met het gebed ter voorbereiding van de eucharistieviering. Daarna ging hij naar de kerk voor deze eucharistieviering waarna een lange dankzegging volgde, een gebed op de galerij vóór het Heilig Sacrament en tenslotte een langdurige belijdenis.

Een van de gebeurtenissen die het leven van de pater grondig tekenden deed zich voor in de ochtend van 20 september 1918, toen hij biddend vóór het kruisbeeld in het koor van het oude kerkje de gave van de zichtbare stigmata ontving die open, vers en bloedend bleven gedurende een halve eeuw.

Dit uitzonderlijke fenomeen wekte de aandacht van artsen, geleerden en journalisten maar vooral van het gewone volk dat in de loop van zoveel decennia zich naar San Giovanni Rotonde begaf om er de heilige kloosterling te ontmoeten.

In een brief van 22 oktober 1918 aan pater Benedetto vertelt pater Pio over zijn “kruisiging” het volgende:

 

“… wat zal ik jullie vertellen over wat jullie me vragen, nl. hoe mijn kruisiging zich heeft voorgedaan? Mijn God, wat een verwarring en wat een vernedering voel ik als ik moet duidelijk maken wat U in mij, uw zielig schepsel hebt verricht! Het was de ochtend van de twintigste van vorige maand (september) in het koor, na de eucharistieviering, toen ik overvallen werd door een gevoel van rust, net zoals een vredige slaap.

Alle inwendige en uitwendige zintuigen en ook mijn geestelijke vermogens bevonden zich in een onbeschrijflijke toestand van rust. Rond mij en binnenin mij was er totale stilte; er volgde op het gevoel van gemis aan alles plots een grote vrede en overgave en dan een terugkomen in dezelfde chaos; dit alles gebeurde in een flits.

En terwijl dit alles gebeurde zag ik vóór mij een raadselachtig personage zoals dat wat ik gezien had op de avond van de 5e augustus en dat er enkel van verschilde doordat de handen, de voeten en de borst druipten van het bloed. Zijn gezicht joeg me de stuipen op het lijf; wat ik op dat ogenblik in mij voelde zou ik jullie niet kunnen zeggen.

Ik voelde me sterven en ik zou inderdaad gestorven zijn indien de Heer niet had ingegrepen om mijn hart te ondersteunen: zó voelde ik het uit mijn borst springen. Het personage trok zich terug en ik stelde vast dat mijn handen, mijn voeten en mijn borstkas doorboord waren en bloedden. Stel jullie de kwelling voor die ik toen ervoer en die ik bijna alle dagen zal ervaren.

Uit de wonde van het hart spuit er constant bloed vooral van donderdagavond tot zaterdag. Vader, ik sterf van de pijn, door de kwelling en de daarop volgende verwarring die ik voel in het binnenste van mijn ziel. Ik vrees dat ik ga doodbloeden indien de Heer niet naar het gekreun van mijn arm hart luistert en deze verschijnselen niet van mij wegneemt…”

 

 

padre_pio_stigmata_mass460

 

 

Doorheen de jaren komen de gelovigen dus vanuit alle delen van de wereld naar deze gestigmatiseerde priester om zijn machtige voorspraak bij God te verkrijgen. Na vijftig jaar leven in gebed, nederigheid, lijden en opoffering om zijn liefde te verwerkelijken, realiseerde pater Pio twee initiatieven in twee richtingen: een verticale naar God met de oprichting van “gebedsgroepen” en een horizontale naar de broeders met de bouw van een modern ziekenhuis: “Casa Sollievo della Sofferenza” (Huis “Verlichting van het lijden”).

 

 

Casa Sollievo della Sofferenza

Casa Sollievo della Sofferenza

 

 

In september van het jaar 1968 kwamen duizenden vromen en geesteskinderen van de pater naar het trefpunt in San Giovanni Rotondo om samen de 50e verjaardag van de stigmata te herdenken en het vierde internationaal congres van de gebedsgroepen bij te wonen.

Niemand kon echter vermoeden dat op 23 september 1968 om 2.30 u het aardse leven van pater Pio van Pietrelcina een einde zou nemen.

 

 

30eaaa1e00000578-0-image-a-7_1454700593079

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA