Tagarchief: genezingen

De heilige Charbel Makhlouf 

Standaard

categorie : religie

.

.

.

 

† 1898  Charbel Makhlouf

 

Charbel (ook Sjarbel; gedoopt JoessefMakhloef, Annaya, Libanon;

monnik; † 1898. Feest 24 juli & 24 & 25december.

 

 

.

 

 

.

.

.

Geografie

 

Ten noorden van Beyrouth, op 1600 m hoogte, bevindt zich Beqaa Kafra, het hoogstgelegen dorp van Libanon. Daar is het centrum van de Maronieten. Het zijn fiere, moedige en gastvrije mensen die sterk gehecht zijn aan hun christelijke overtuiging.

Sedert vele eeuwen vereren zij de H.Maagd Maria; ze bidden de Rozenkrans waar ze ook zijn: thuis, op het werk, op het veld. Ze hebben grote eerbied voor hun priesters. Als een Maroniet een priester ontmoet, kust hij zijn hand als uitdrukking van eerbied voor hem.

 

 

.

.

Youssef Anton Makhlouf

 

Youssef Anton Makhlouf is op 8 mei 1828 geboren, als vijfde kind van een arm gezin. Zijn ouders waren zeer vroom en godvrezend, inzonderheid zijn moeder, Brigitta. Zij vastte dikwijls. Vol genegenheid leerde zij haar kinderen de geloofswaarheden kennen en bracht ze elke avond samen voor het gezinsgebed. Ze ontbrak nooit in de dagelijkse H.Mis. Voor haar was dit het steunpunt van de dag. Ze ging ernaar toe met haar jongstgeborene in de armen.

Toen hij amper drie jaar was verloor Youssef zijn vader. Tanios, een oom aan moeders kant, deed zijn best om zijn zuster en de weeskinderen te helpen. Enkele jaren later besloot Brigitta opnieuw te huwen. Lahoud, de tweede man van Brigitta was zeer vroom. Hij nam het welzijn van het gezin ter harte. Hij droomde ervan priester te worden. Hij sprak erover met zijn vrouw. Zij stemde in. Na zijn studies werd hij priester gewijd. De orthodoxe godsdienst laat immers toe dat gehuwde mannen priester worden.

De jonge Youssef koesterde onmiddellijk genegenheid voor zijn stiefvader Lahoud. Toen deze priester werd kreeg hij de naam pater Dominicus. Hij nam het kind met zich mee overal waar hij ging om de mensen te helpen.

Als hij oud genoeg was werd hij zijn koorknaap en diende hem als hij de H.Mis opdroeg. Naast de dorpskerk werd er een school opgericht waar de jongens leerden lezen en schrijven, de H.Mis dienen en ze leerden er ook de H.Mis helemaal te zingen.

Naast zijn studies, moest de jonge Youssef de dieren hoeden en hij werkte op het veld. Zijn moeder leerde hem te bidden met het hart, maar ook bidden in de eenzaamheid. Hij nam de gewoonte zich terug te trekken in een grot, waar hij alleen was en waar hij bad voor een beeldje van O.L.Vrouw dat hij daar verborgen had. Aan de H.Maagd sprak hij zijn verlangen uit om in het voetspoor te treden van zijn twee ooms van moeders zijde, Augustin en Daniël die monniken en asceten waren. Vaak bracht hij hun een bezoek in het klooster en bad er met hen. Hij bewonderde hun leven van onthechting en volkomen overgave aan God.

Mariam, een jong meisje uit de buurt en zelfs een verre verwante van Youssef, werd verliefd op hem. Soms volgde ze hem ongemerkt tot aan de grot en sloeg hem gade terwijl hij in gebed verzonken was. In stilte leed ze eronder dat hij zo onthecht was aan het wereldse. Ze begreep dat hij zijn liefde enkel aan God zou geven. Het jonge meisje had de echte betrachting van Youssef begrepen.

Op de leeftijd van 23 jaar verliet Youssef zijn huis,’s nachts in het geheim, zich bewust dat zijn omgeving niet opgetogen zou zijn met zijn keuze. Zijn stiefvader en zijn oom rekenden op hem voor het werk op het veld en zijn moeder had twijfels in verband met zijn roeping. Mariam hield van hem en zijn broers en zussen verkozen dat hij bij hen bleef.

Om die reden nam Youssef afscheid van hen in de stilte van zijn gemoed. Zonder dat iemand het wist, ondernam hij een verre tocht naar het heiligdom van O.L.Vrouw van Mayfoug. Hij had besloten daar zijn eerste jaren noviciaat te doen.

Na enige ontreddering wegens het plotse vertrek van Youssef, gingen zijn oom Tanios en zijn moeder naar het klooster van Mayfoug om hem te overreden naar huis terug te keren. Maar dit bleek vergeefse moeite. Hij wilde monnik worden. Tenslotte zei zijn moeder:” Als je een slechte monnik wil worden, kom dan direct naar huis! Maar als je roeping van God komt, word dan een heilige.”

De jonge man was echter meer dan ooit overtuigd van zijn levenskeuze. Hij bleef in het klooster en kreeg de naam Charbel. Die naam verwijst naar een martelaar uit de tweede eeuw. Om God nog beter te dienen en Zijn Wil te doen, wijdde hij zich nog meer aan gebed en vasten, aan gehoorzaamheid en versterving.

Na dit eerste jaar noviciaat begaf de jonge Charbel zich naar het klooster van de heilige Maron (behoeder van de katholieke orthodoxie). Hij deed er zijn eeuwige geloften. Hij begon toen uitsluitend binnen de kloostermuren te leven. Het was aan vrouwen niet toegelaten er binnen te komen, zelfs niet aan familieleden. Zo kwam Brigitta, zijn moeder op zekere dag naar het klooster op bezoek bij haar zoon.

Maar ze kreeg hem niet te zien. Ze kon enkel zijn stem van achter de tralies horen en zei hem:

”Mijn jongen, wat doe je? Steek je je weg voor mij?”

“ Moeder, antwoordde Charbel, als God het wil, zullen we mekaar ontmoeten in de eeuwigheid en we zullen voor altijd verenigd zijn.”

 

 

 

 

.

.

 

Zijn leven als kluizenaar

 

Na zijn theologiestudies in het klooster van St Kobrianous en St Justin te Kfifan( Batroun), werd Charbel op 23 juli 1859 te Bkerkg priester gewijd.

Toen hij naar de stad Annaga werd gestuurd, kwamen alle familieleden en veel mensen uit zijn dorp daarheen.

Zij ontvingen er zijn zegen. Zo kwamen ook zijn oom Tanios en zijn oude moeder daar naartoe. Ook Mariam die intussen gehuwd was en vele anderen. Ze kusten zijn hand vol eerbied en vroegen hem naar het dorp te komen en er de H.Mis op te dragen. Maar hij weigerde. Hij was er zich van bewust dat de monnik die zijn klooster verlaat, het risico loopt de onthechting aan de voormalige levenswijze te schaden.

Onder leiding van zijn geestelijke leidsman, pater Hardini, wijdde hij zich aan de studie van de Heilige Schrift om zo te groeien in heiligheid. Hoe meer hij afstand nam van het leven, hoe meer zijn innerlijk leven groeide in eenheid met God.

Dit alles ging niet vanzelf. De duivel, de eeuwige vijand van de mens, kwelde hem voortdurend. Maar hij doorstond de pijnen, zuchtend en op de tanden bijtend. Wanneer de aanval van Satan voorbij was, herwon hij ogenblikkelijk zijn serene, onthechte ingesteldheid.

Charbel leidde een steeds ascetischer leven. Hij werd een voorbeeld van armoede, droeg de meest versleten kledij, altijd dezelfde en at geen vlees.

Op het veld deed hij het lastigste werk. Wanneer hij geld ontving om H.Missen op te dragen, gaf hij het onmiddellijk af aan zijn oversten, zonder zelfs te weten wat hij gekregen had. Hoewel hij voortdurend in de stilte leefde, in onthechting aan de wereld, kende men hem als een iemand die vol respect en liefde voor de medemens was.

Wanneer hij biecht hoorde, bleek dat hij de gave had om in de harten van de mensen te zien. Hij gaf strenge penitenties voor het herstel van de zonden, terwijl hij de biechteling met respect en liefde hielp om zijn levensstijl tegenover God en de naaste te verbeteren.

Op een zekere dag werd Charbel opgeroepen bij een zieke knaap. Hij begreep onmiddellijk dat het levenseinde van de jongen nabij was. Hij nam zijn biecht af en bereidde hem voor om sereen in Gods barmhartige Liefde te sterven. Naar verluidt heeft Charbel een andere jongeman genezen van typhus.

Bij een brutale aanval van de Turken werden 14.000 christenen samen met hun priesters gemarteld en gedood. Urenlang bleef hij geknield voor het tabernakel, bewegingloos, om God te bidden om hulp voor zijn volk. Hij smeekte de H.Maagd Maria om voorspraak bij haar Zoon om Libanon te redden.

 

.

Zijn toewijding aan de Moeder Gods was bekend.

Vaak zei hij : “ Als je wil dat je ziel gered wordt, bid dan tot de H.Maagd Maria opdat Zij voor jou ten beste spreekt. Zij zal je heil waarborgen.”

 

Na zestien jaar kloosterleven met de andere monniken, vroeg Pater Charbel de toelating om afgezonderd als kluizenaar te leven. Gedurende 23 jaar leefde hij in onthechting, strijdend tegen de zonde en tegen elke gedachte die niet op God was gericht. Hij at slechts éénmaal per dag en at slechts één soort voedsel tegelijk. Hij gebruikte geen vlees noch fruit.

Hij sliep ongeveer drie à vier uren per nacht op een schamele strozak op de grond; een houtblok diende als hoofdkussen. Hij kreeg toelating om in zijn cel slechts over een kan met water te beschikken. Tijdens zijn kluizenaarschap ging hij door met  eenvoudige en lastige handenarbeid. Hij bad veel. Om 11u , elke dag, droeg hij de Heilige Mis op. Die duurde drie uren. Daarna gebruikte hij zijn armoedige maaltijd. Als hij iets moest zeggen aan zijn confraters, sprak hij op gedempte toon en met weinig woorden. Hij stapte in stilte, met neergeslagen blik, terwijl hij de Rozenkrans of andere gebeden bad.

 

 

 

 

 

.

Anekdotes van zijn levensstijl

 

Op zekere dag kwam zijn broer op bezoek. Pater Charbel liet zijn broer binnenkomen, na toestemming van de overste, en stelde hem twee korte vragen: “ Hoe gaat het met de ganse familie? En beleven jullie de geboden van God?” Hiermede was het onderhoud afgelopen.

De kluizenaar gebruikte ook niet veel woorden als andere monniken hem kwamen bezoeken. Hij ontving hen met een glimlach die hun welkom betekende en zonder verder omhaal stak hij hun de biografie van een heilige in handen. Daarna wees hij hun een passage aan die ze moesten lezen als spirituele aansporing.

Verscheidene mensen kunnen getuigen dat Pater Charbel nooit een dier heeft gedood, zelfs niet als het om gevaarlijke dieren ging. In de wijngaard van het klooster vonden de monniken eens een grote giftige slang. Vol schrik riepen zij de kluizenaar te hulp. Hij kwam, stond recht tegenover de slang en terwijl hij zijn wijsvinger vooruit richtte, zei hij op kalme toon: “ Verdwijn van hier!” de slang kronkelde even en kroop weg in de richting die hij had aangewezen! Dit gebeurde volgens de manier van denken van de heilige. “Het behoort mij niet toe, maar alleen God, de Schepper, om al dan niet een slang van het leven te beroven.”

De overste van de kluizenarij, die vaststelde dat de lucht verduisterde door miljoenen dreigende sprinkhanen, vroeg aan Pater Charbel onmiddellijk water te wijden. Hij wijdde het en overal waar dit wijwater werd gebruikt waren de velden gered. Later hebben de bewoners van de nabij gelegen dorpen de gewoonte aangenomen wijwater van de Kluizenarij te gebruiken om ongedierte ( ratten, vossen) en ook muggen en andere schadelijke insecten te verdrijven.

 

Bij de christenen en de moslims was het vertrouwen in de macht van de wonderdoener, pater Charbel, zeer groot.

De genezing van een gevaarlijke mentaal zieke toont dit aan. Met veel moeite en met de hulp van verscheidene sterke mannen werd de zieke man tot aan de ingang van het klooster gebracht. Toen ze daar aankwamen was hij woest, hij beet, hij sloeg en schreeuwde en wou niet naar binnen. Maar toen de rijzige gestalte van de Kluizenaar aan de deur verscheen, knarsetandde de gekke man en hij snakte naar adem. Daarna werd hij rustig en liet zich naar de kapel leiden waar pater Charbel het Evangelieboek op zijn hoofd legde. Hij las er een bladzijde uit voor en de man was volkomen genezen.

 

 

.

De dood van de Kluizenaar

 

De laatste week van zijn leven lag hij vol pijn op een strozak op de grond. Ondanks het lijden en met de dood voor ogen, bad hij zonder ophouden. Hij weigerde versterkend voedsel en wilde trouw blijven aan zijn vroegere gelofte. In de heilige nacht even voor Kerstmis, na het sacrament van de zieken te hebben ontvangen, is hij gestorven om voor eeuwig in Gods Liefde opgenomen te worden.

Wenend droegen zijn medebroeders zijn lichaam op hun schouders. Stappend doorheen de tuin die met een laagje verse sneeuw was bedekt, brachten  ze hem binnen in de ijskoude kapel. Ze legden hem vóór het altaar en staken vier kaarsen aan. Bevend van de koude en helemaal verkleumd, hielden ze de hele nacht de wake bij de afgestorvene.

’s Anderendaags wikkelden zij het lichaam in een laken en begroeven het, zonder kist, in de grond van het kerkhof van Annaga, dat aan de kluizenarij paalt. Vijf maanden later werd een schitterende lichtstraal gezien tussen de begraafplaats van Pater Charbel en de kapel. De overste was hierover niet verbaasd. Hij wist dat pater Charbel reeds tijdens zijn leven een heilige was. Hij gaf opdracht het lichaam te ontgraven. Tot ieders verbazing bleek het lichaam ongeschonden.

Het laken was doordrenkt met een rooskleurig vocht dat op bloed geleek. Het leek alsof pater Charbel niet dood was, maar ingeslapen. Het lichaam was niet stijf maar soepel en beweeglijk alsof hij levend was. Ze trokken hem verse kleren aan. Kort daarna waren die kleren ook doordrenkt met hetzelfde eigenaardige vocht. Deze feiten konden niet onopgemerkt of onbesproken blijven. Weldra kwamen de mensen van overal toegelopen.

Er volgden toen tal van genezingen en duizenden bekeringen, en dit niet alleen bij de christenen.

Teneinde het lichaam te onttrekken aan de soms opdringerige mensen, legde men het in een stenen graf. Kort daarop begonnen de wanden van het graf bloederig zweet af te scheiden.

In 1927 werd een nieuwe opgraving bevolen. Opnieuw vond men een ongeschonden lichaam, soepel, dat hetzelfde mysterieus vocht afscheidde. Vanuit het klooster zond men een brief aan Paus Pius XI met verzoek tot zaligverklaring van Pater Charbel. Toen werd hij een derde maal begraven in een nieuwe graftombe.

 

 

 

.

.

Talrijke genezingen

 

Er werden talrijke genezingen door toedoen van de heilige uit Libanon vastgesteld. We staan even stil bij twee gevallen die met het oog op de zaligverklaring door de geneesheren nauwgezet onderzocht werden.

Het eerste geval betreft de plotse genezing van zuster Marie Abel Kamani. Door een landurige ziekte kon ze zich enkel in een rolstoel verplaatsen. Nadat ze het “ vocht” dat door de stenen wand van het graf naar buiten drong, had aangeraakt, was zij in staat uit haar rolstoel op te staan. Al 14 jaar leed zij aan de maag. Haar pancreas, blaas en nier waren aaneengekleefd en werkten bijna niet.

Ze moest dikwijls overgeven en ze was graatmager. Haar rechter arm was verlamd. Ondanks twee operaties voelde ze dat ze weldra zou sterven. Maar nadat ze het “ vocht” op de wand van het graf van Pater Charbel had aangeraakt, was ze ineens helemaal genezen. Toen de klokken luidden om dit heugelijk feit te verkondigen, was er ook een moslim naar de kerk gekomen; hij verklaarde meteen dat hij christen wilde worden. Hij zei tegen de genezen zuster:”uw genezing heeft me teruggebracht tot het christendom. Eigenlijk was ik naar hier gekomen om te genezen van mijn doofheid, maar God heeft mij geestelijk licht gegeven.”

De andere genezing betreft de heer Iskander Obeide die opnieuw kon zien nadat hij het graf van de heilige had bezocht. Nadat hij uit één oog blind was geworden, had hij vaak tot de heilige Charbel gebeden. Deze verscheen hem ‘s nachts in een droom en zegde hem zich naar zijn graf te begeven. Hij zou pijn voelen maar ook genezen. Toen hij daar aankwam, voelde die man een brandende pijn in zijn oog en toen hij zijn oog opende kon hij opnieuw zien.

Het nieuws over de buitengewone genezingen en bekeringen van vele mensen die het graf van Pater Charbel bezochten, ging tot ver over de grenzen van Libanon. Steeds meer mensen gingen er op bedevaart om meer van zijn leven te weten te komen en om zijn voorspraak te bekomen. Een jong meisje, Hosn Mohair had van toen ze nog klein was een been dat 5 à 6 centimeter korter was dan het andere. Hierdoor liep ze erg mank. Ze begaf zich naar Annaga en bracht wijwater en wat aarde, die ze nabij het graf van de heilige had genomen, mee naar huis. Met dit water en die aarde begon ze haar gebrekkig been te masseren. Haar verwanten probeerden haar daar vanaf te brengen omdat ze na verloop van enkele dagen geen enkel resultaat bespeurden. Maar het meisje was zo gedreven door een vast vertrouwen dat ze doorzette…. en stilaan werd het gebrekkige been langer tot het even lang was als het andere. De overheidspersonen van het dorp die tot de Druzen behoorden, kende haar persoonlijk. In 1950 verstrekten zij beëdigde verklaringen om dit wonderbare feit te bevestigen.

In de jaren 1950 werd het graf meerdere malen geopend. Eminente specialisten onderzochten het lichaam. Na meer dan een halve eeuw bleek het nog onaangetast. Er was geen enkel spoor van ontbinding en het was bedekt met een rooskleurig vocht, wat medisch onverklaarbaar was. Veel mensen die naar het graf kwamen werden genezen, niet alleen fysisch maar ook spiritueel.

Het nieuws over de talrijke mirakelen verspreidde zich als een lopend vuurtje. Er bestaat ook een miraculeuze foto. Deze kwam er tijdens één van de verschijningen van de heilige Charbel. Op die wijze kregen de komende generaties een duurzaam portret van de heilige.

 

 

 

Scapulier

 

 

 

Het scapulier van Sint Charbel (heeft de macht duivels te verdrijven).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

Advertenties

Vruchten en Gaven van de Heilige Geest

Standaard

Categorie : religie

 

 

 

 

Een gave van de Geest (charisma) is een bijzondere gave van de Heilige Geest, die niet kan worden verkregen door de bemiddeling van de Kerk.

 

 

 

 

 

 

 

Genadegave

 

Charisma is een Grieks woord. Het is verwant met charis, dat letterlijk betekent: ‘iets wat iemands vreugde opwekt’. ‘Charis’ wordt in christelijk perspectief ook wel vertaald met ‘genade’. Inderdaad is een charisma een genadevolle gave: een gave die een mens onverdiend ten deel valt. Iemand die een genadevolle gave heeft ontvangen, heet een Charismaticus.

 

1. Het woord van wijsheid

Woorden, waaruit een bovennatuurlijke wijsheid blijkt. Lees Handelingen 6:3.

 

 

2. Het woord van kennis

Uitingen die blijk geven van een bovennatuurlijk inzicht, zoals bijv. het blootleggen van zaken die anders geheim zouden zijn gebleven. Lees Handelingen 5:3,4.

 

 

3. De onderscheiding van geesten

Een kennen van de ware geestelijke bron van het handelen van iemand. Het doorzien van de geest, die in en door iemand aan het werk is.

 

 

4. De gave van geloof

Een groot vertrouwen in God – het evenaart een ‘zeker weten’ – dat iets gerealiseerd zal worden tot de eer van God.

 

 

5. De gaven van genezingen

Er is verschil van mening over wat hier precies werd bedoeld: de gave om zieken te genezen of de genezing zelf. In het laatste geval is de genezing (op gebed of / en geloof) de gave van de Geest.

 

 

6. De werking van krachten/wonderwerken

Hieronder vallen ongetwijfeld ook de zeer bijzondere, ongewoon snelle genezingen waarin de scheppende kracht van God wordt gemanifesteerd, zoals bijv. het doen aangroeien van een verminkt of ontbrekend lichaamsdeel.

 

 

7. De gave van profetie

Het spreken door directe inspiratie van de Geest namens de Heer.

 

 

8. Het spreken in allerlei tongen

Het spreken in een taal die niet is geleerd en die meestal voor de spreker zelf ook onverstaanbaar is.

 

 

9. De vertolking van tongen

De vertolking van de uiting die voor de spreker zelf en de leden van de gemeente onverstaanbaar was.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Men spreekt ook wel over negen charismata

 

De charismata (meervoud van charisma) zijn gaven die de Heilige Geest uitdeelt aan personen met het oog op het Heil van anderen. In zijn eerste brief aan de Korintiërs onderscheidt de Apostel Paulus negen charismata:

 

aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven;

aan een ander een woord van kennis, krachtens dezelfde Geest;

aan een derde door dezelfde Geest het geloof;

en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen,

de kracht om wonderen te doen,

de gave van de profetie,

de onderscheiding van geesten,

het vermogen om in talen te spreken

of de betekenis ervan uit te leggen.

 

Dit alles is het werk van één en dezelfde Geest, die aan ieder zijn gaven uitdeelt zoals Hij het wil. (1 Kor. 12, 8-11). De middeleeuwse kerkleraar Thomas van Aquino heeft deze negen charismata in zijn Summa Theologiae geïnterpreteerd. (Summa Theologiae II, IIae, qu 171 e.v.)

 

 

1 : het woord van wijsheid

Als een christen over het ‘woord van wijsheid’ beschikt, dan is hij in staa zijn mede gelovigen te helpen om uit de geloofswaarheden conclusies te trekken die de geloofsleer verrijken.

 

 

2 : het woord van kennis

Het is niet helemaal duidelijk wat het ‘woord van kennis’ precies inhoudt. Sommige theologen denken dat het woord van kennis het vermogen is om menselijke kennis in dienst te stellen van de verklaring van de Heilige Schrift.

 

 

3 : de gave van het geloof

Met het charisma van het geloof wordt niet bedoeld het vermogen om te geloven in datgene wat er is geopenbaard. Het gaat bij dit charisma volgens Thomas om een bijzondere zekerheid met betrekking tot wonderen die staan te gebeuren.

 

 

4 : de gave van de genezing

Het genezingscharisma moet worden onderscheiden van de vaardigheden van een arts. Het gaat er hier om mensen lichamelijk en geestelijk te reinigen van het Kwaad. Genezing is op deze wijze een teken van Gods verlossende kracht.

 

 

5 : het doen van wonderen

Als een gelovige een wonder verricht dan doet hij of zij dit niet uit eigen kracht, maar dankzij de Heilige Geest. Het doel van dit charisma is niet het doen van onverklaarbare dingen, maar de bekrachtiging van de Blijde Boodschap. Charismatici die wonderen verrichten zoeken beslist niet de faam van de tovenaar, maar proberen met hun bijzondere handelwijze de verkondiging geloofwaardig te maken.

 

 

6 : profetie

Vaak denkt men bij profetie aan het doen van een toekomstvoorspelling. Maar iemand die de profetische gave heeft ontvangen is bovenal een doorgever van goddelijke boodschappen. De RK-Kerk leert dat een profetie van een charismaticus nooit iets wezenlijks kan toevoegen aan datgene wat al geopenbaard is. Het charisma van de profetie is vooral bedoeld om de geloofsgemeenschap te sterken in het geloof.

 

 

 

7 : onderscheiding der geesten

De onderscheiding der geesten is het heldere inzicht waardoor een goede intentie van een kwade kan worden onderscheiden. Omdat het kwade vaak de gedaante van het goede aanneemt, beschermt dit charisma de geloofsgemeenschap tegen valse profeten, oplichters en de Antichrist, de aartsvijand van Christus’ Kerk.

 

 

 

8 en 9 : spreken en vertolken van talen

Het charisma van de gave der talen kan tot uiting komen in glossolalie of xenoglossie. Glossolalie komt voor bij mensen die vervuld zijn van de Geest. In deze extatische toestand spreken zij een onbegrijpelijke taal. Xenoglossie is het charisma om talen te spreken die de spreker eigenlijk onbekend zijn. De apostel Paulus spreekt wat de talengave betreft ook nog van het charisma van de vertolking. Dit charisma betreft het vermogen om de onbegrijpelijke taal van glossolalie te verklaren en om vreemde talen te verstaan, zonder ze geleerd te hebben.

 

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

 

HOE SPREEKT DE BIJBEL OVER DE HEILIGE GEEST ?

 

1. De Heilige Geest in het Oude Testament.

 

-Het Oude Testament noemt de (Heilige) Geest 88 keer.
-23 van de 39 boeken hebben iets over de Heilige Geest te vertellen.
-De benaming Heilige(n) Geest word maar 3x gebruikt.
Psalm 51:11, Jesaja 63:10,11
-Andere benamingen worden ook gebruikt zoals “de Geest van God”. (Genesis 1)

En verder:

a. De Heilige Geest werd voorspeld: Numeri 11:17,25,29; 2; 1 Samuël 10:9-14.

b. Voorspelling van een algemene uitstorting: Joël 2:28,29; Jesaja 28:11,12; 32:1,15; 44:3;
Ezechiël 36:27.

c. De Messias zal met de Geest vervuld zijn; Jesaja 61:1-3.

 

 

 

 

2. De Heilige Geest in het Nieuwe Testament:

 

-In het Nieuwe Testament word de Heilige Geest 264 keer genoemd
-Ongeveer 60 keer in de vier Evangeliën.
-Het boek van Handelingen heeft 57 referenties.
-De brieven bevatten 132 referenties
-Drie brieven maken geen referentie naar de Heilige Geest en dat zijn Filemon, 2 Johannes en 3 Johannes.

De Heilige Geest heeft altijd een hele belangrijke rol gespeeld in het plan van God.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De rol van de Heilige Geest in het leven van Jezus

 

1. Jezus werd geboren door verwekking van de Heilige Geest. (Matteus 1: 20, Lukas 1:30-35)

 

2. Verschillende mensen werden geïnspireerd door de Heilige Geest om hen kennis te laten hebben van de geboorte van Jezus.

-Elizabeth. Lukas 1: 41, 42.
-Zacharias. Lukas 1: 67-79
-Simeon. Die het kleine kind zag toen het in de Tempel voorgedragen werd. Luk. 2: 25-35

 

3. Zijn aanwezigheid bij de doop van Jezus.

-Hij kwam in de vorm van een duif. Matteus 3:13-17, Lukas 3: 21-22

 

4. Zijn aanwezigheid gedurende de verleidingen in de woestijn.

-Jezus was vervuld van de Geest. Lukas 4: 1
-Werd de woestijn ingeleid om verzocht te worden. Lukas 4:1

 

5. Zijn aanwezigheid gedurende de bediening van Jezus.

-Jezus kwam in de “kracht van de Geest” om te leren in de Synagoge. Lukas 4: 14-15
-Hij refereerde naar de Profeet Jesaja toen die had gezegd: “de Geest van God is op mij”. Lukas 4: 16-19
-Bij één gebeurtenis werd er gezegd dat Jezus zich verheugde in de Geest. Lukas 10:21
-Jezus zei dat Hij de duivelen uitwierp door de Geest. Matteus 12: 28

 

 

 

 

Nog andere werken van de Heilige Geest

 

A. Bij de geboorte van Johannes de Doper en van Jezus

 

Er zijn acht verwijzingen naar de werkzaamheid van de Heilige Geest in de eerste twee hoofdstukken van Lucas. De verwijzingen spreken van een ‘luid roepen’ en ‘profeteren’ onder de kracht van de Heilige Geest.

a. Gabriël informeert Zacharias dat zijn zoon met de Heilige Geest vervuld zal zijn; Lucas 1:15.
b. Gabriël informeert Maria dat de Heilige Geest over haar zou komen; Lucas 1:35.
c. Elisabeth vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:41,42.
d. Zacharias vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:67.
e. Maria vervuld met de Heilige Geest; Lucas 1:46-55.
f. Johannes de Doper gesterkt door de Heilige. Geest; Lucas 1:80.
g. Simeon was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:25-27.
h. Anna was vervuld met de Heilige Geest; Lucas 2:36.

 

 

B. In het leven van Jezus

 

a. De Heilige Geest daalde op Jezus; Matteüs 3:16.
b. Jezus werd door de Geest gedreven naar de woestijn; Marcus 1:12.
c. Kwam terug in de kracht van de Heilige Geest; Lucas 4:14.
d. Offerde zichzelf zonder vlek aan God op; Matteüs 12:28.
e. Gaf bevelen aan de apostelen; Handelingen 1:2.

 

 

 

C. Aankondigingen van de Heilige Geest

 

a. Johannes de Doper; Lucas 3:16.
b. Als een rivier van water; Johannes 7:37.38.
c. De Vader geeft de Heilige Geest; Lucas 11:13.
d. Een andere Trooster komt; Johannes 14:16.
e. Christus blies op de discipelen; Johannes 20:22.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Heilige Geest in het leven van een christen

 

 

1. Zijn rol in het vormen van christenen

 

-We worden overtuigd van zonde door de Heilige Geest. Johannes 16:7,8
-We worden opnieuw geboren door de Geest. Johannes 3:5-8
-We worden vernieuwd door de Heilige Geest. Titus 3:4-6

 

 

 

2. Zijn rol in het leven van christenen

 

-We leven in en door de Geest. Galaten 5:25
-We moeten in de Geest wandelen. Galaten 5:25
-We moeten dienen in de nieuwe staat des Geestes. Romeinen 7:5-6, 8:5-6
-Het is bij de Geest dat we het vlees doden. Romeinen 8:12-14
-Alleen als we door de Geest van God geleid worden zijn we zonen van God. Romeinen 8: 14
-De Heilige Geest pleit voor ons. Romeinen 8:26
-God geeft ons kracht door de Geest. Efeziërs 3: 16
-Wij hebben de gemeenschap des Heiligen Geestes. 2 Korintiërs 13:13, Filippenzen. 2:1 -De Geest Gods woont in ons. 1 Korintiërs 3:16, 6:19

 

 

 

4. De rol van de Heilige Geest in de openbaring van Gods woord

 

1. De geschriften kwamen door de inspiratie van de Heilige Geest. 2 Petrus 1: 20-21, 1 Petrus 1:10-11
2. Jezus vertelde Zijn dicipelen dat zij geleid zouden worden in “alle waarheid” door de Heilige Geest. Johannes 14:25-26, 16:12-13
3. Er is geen andere manier om de waarheid van God te kennen zonder de woorden van de Heilige Geest die geopenbaard werd aan de Apostelen. 1 Korintiërs 2: 10-13

 

 

 

 

Geschonken bekwaamheden

 

Geestelijke gaven worden door God geschonken via de Heilige Geest. De Heilige Geest is God-in-actie, God die aan het werk is in ons leven. Hij schenkt ons die gaven uit pure gulheid. Als je bepaalde gaven ontvangen hebt, hoeft dat dus nog helemaal niet te betekenen dat je een bijzonder geestelijk of toegewijd christen bent. Je kunt de geestelijke gaven op geen enkele manier verdienen, ze zijn absoluut gratis. En God deelt ze uit overeenkomstig zijn genade en zijn bedoeling met ieders leven.

God deelt gaven uit aan wie Hij wil (1 Corinthiërs 12:11). Er zijn geen christenen zonder een geestelijke gave. Ieder lid van het lichaam van Christus heeft er minstens één ontvangen. Als iemand zijn eigen gaven nog niet kent, betekent dat niet dat hij geen gaven heeft maar dat hij ze nog niet heeft ontdekt. Daarbij worden geestelijke gaven niet geschonken om persoonlijk van te genieten, maar om er anderen mee te zegenen.

Ze worden gegeven ‘tot welzijn van allen’ want ze zijn bestemd voor het lichaam van Christus. Als je je dus afzijdig houdt van de gemeenschap van de gelovigen, kunnen anderen niet door jouw gaven gezegend worden.Dan kun je je gaven niet gebruiken zoals God ze bedoeld heeft, want ze zijn bestemd voor de opbouw van de gemeente (Efeziërs 4:12). Ik kan het ook anders zeggen: geestelijke gaven zijn ervoor bedoeld om een bijdrage te leveren aan datgene waartoe de gemeente in zijn geheel geroepen is.

Daarbij denk ik aan woorden als: aanbidden, vieren, liefhebben, omzien naar elkaar, onderwijzen, verkondigen, evangeliseren, dienen. Natuurlijk kun je niet op elk terrein van de gemeenteopbouw actief zijn. Je geestelijke gave bepaalt wat jouw belangrijkste bijdrage aan het geheel mag zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geestelijke gaven

 

De Bijbel kent geen complete lijst waarin alle geestelijke gaven die er maar zijn vermeld staan.
Zo’n lijst zou ook niet mogelijk zijn, want er bestaat geen afgebakend getal van geestelijke gaven.
De Heilige Geest is vrij om in een bepaalde tijd weer nieuwe gaven met het oog op de nood van die tijd te schenken.

Hoewel het niet mogelijk is een complete lijst met alle geestelijke gaven weer te geven, vinden we er in de Bijbel een heleboel genoemd die nog steeds voorkomen en van belang zijn. In Romeinen 12:1-8 worden genoemd: profetie, dienen, leren (onderwijs geven), bemoedigen (zielszorg), geven, leiding geven en barmhartigheid.

In 1 Corinthiërs 12 vinden we: wijsheid, kennis, geloof, genezing, wonderen, profetie, onderscheiding van geesten, tongen, vertolking van tongen, apostelschap, leren (onderwijs geven), helpen, besturen (organiseren). Efeziërs 4 noemt: apostelschap, profetie, evangelisatie, herderschap en leren (onderwijs geven).

Daarnaast vinden we in de Bijbel gaven als: ongehuwd zijn (1 Corinthiërs 7:7), vrijwillige armoede en martelaarschap (1 Corinthiërs 13:1-3), gastvrijheid (1 Petrus 4:9), zendeling (Galaten 1:15 en 16), artistieke creativiteit (Exodus 31:3) en muziek (1 Kronieken 16:41).

 

 

 

 

Gaven en talenten

 

Dikwijls wordt gevraagd wat nu het verschil is tussen geestelijke gaven en de natuurlijke talenten die alle mensen hebben.

 

Natuurlijke talenten zijn bekwaamheden die de goede Schepper in zijn algemene genade aan alle mensen schenkt bij hun geboorte met het oog op het leven in de samenleving. Geestelijke gaven zijn bekwaamheden die God de Heilige Geest, als de Vernieuwer van ons leven, aan alle christenen schenkt bij hun wedergeboorte met het oog op de opbouw van de gemeente.

Genadegaven vallen niet samen met natuurlijke talenten, maar hangen er vaak wel mee samen.
De Heilige Geest kan onze natuurlijke talenten in dienst nemen, heiligen en boven zichzelf uit laten reiken. Zo kan Hij onze natuurlijke vermogens transformeren tot geestelijke gaven.

 

 

 

 

 

Hoe leer je je gaven kennen?

 

Vaak merken anderen in de gemeente je gaven eerder op dan jezelf. Dan gaan ze je vragen om juist die dingen die bij je gaven horen, vaker te doen. Soms zullen ze het zelfs tegen je zeggen: “Ik ervaar dat God jou die of die gave heeft gegeven.”Ik denk dat het heel belangrijk is dat we zulke dingen tegen elkaar zeggen. Het is een bevestiging en kan je helpen om meer helderheid over je gaven te krijgen.

Soms zul je het zelf ontdekken doordat het je opvalt dat bepaalde dingen je goed afgaan, dat je er vreugde in vindt en dat God je zo gebruikt. Soms ontdek je het door te experimenteren. Door allerlei dingen aan te pakken en te zien hoe het gaat. Dan zal ook wel eens blijken dat je bepaalde gaven absoluut niet hebt. Wees er blij om, want op dat terrein zal je voornaamste roeping dan ongetwijfeld niet liggen.

 

 

 

 

De Heilige Drievuldigheid: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Juiste houding

 

Er zijn dus vele manieren waarop je je geestelijke gaven kunt ontdekken en ontwikkelen. Het is daarbij wel heel erg belangrijk dat je dat doet in de juiste houding. Het heeft natuurlijk alleen maar zin om je met de geestelijke gaven bezig te houden als je leeft met God en dagelijks bidt om vervuld te mogen zijn met de Heilige Geest. Bovendien is het van wezenlijk belang dat je de gaven waar je om bidt, of die je hoopt te ontdekken of te ontwikkelen, echt wilt gebruiken om te dienen. Zonder de liefde ben je niets.

De gave van wijsheid lijkt te bestaan uit het vermogen om beslissingen te nemen en om anderen op een manier te sturen die in overeenstemming met God’s wil is.

De gave van kennis is het vermogen om een diep begrip te hebben van een geestelijke kwestie of situatie.

De gave van geloof is het vermogen om op God te vertrouwen en om anderen aan te moedigen om ongeacht de omstandigheden op God te vertrouwen.

De gave van het genezen is het miraculeuze vermogen om God’s genezende kracht aan te wenden om iemand die ziek, gewond of mistroostig is te herstellen.

De gave van het het verrichten van wonderen is het vermogen om tekenen en mirakels uit te voeren die authenticiteit aan God’s Woord en het Evangelie verlenen.

De gave van het profeteren is het vermogen om een boodschap van God te verkondigen.

De gave om te onderscheiden wat wel en wat niet van de Geest afkomstig is, is het vermogen om te kunnen vaststellen of een boodschap, mens of gebeurtenis al dan niet werkelijk van God afkomstig is.

De gave van het in klanktaal spreken is het vermogen om in vreemde talen te spreken die je feitelijk niet eens beheerst, met als doel om met iemand te kunnen communiceren die zo’n vreemde taal spreekt.

De gave van het uitleggen of interpreteren van klanktaal is het vermogen om de klanktaal te vertalen en om deze aan anderen in je eigen taal te kunnen communiceren.

De gave van beheren en besturen is het vermogen om dingen op een georganiseerde manier en in overeenstemming met God’s principes te laten verlopen.

De gave van bijstand verlenen is het hebben van een onophoudelijk verlangen om anderen te helpen en om te doen wat er ook maar nodig is om een taak te voltooien.

 

 

 

BEDIENINGEN

 

De gaven van de Geest zijn in principe allemaal voor iedere christen beschikbaar. Alleen bepaalt God wanneer Hij welke gaven  door jou heen openbaart. De kans is klein dat je ooit zult meemaken dat al Gods gaven op één bepaald moment tegelijkertijd door jou heen functioneren. Wel is het heel waarschijnlijk dat je tijdens je leven alle gaven gaat meemaken.

 

Het functioneren van Gods gaven hangt nauw samen met je taak en je rol OP DAT MOMENT in Zijn Koninkrijk en in het bijzonder van zijn gemeente. Zo ontvang je op elk  moment wat je nodig hebt ter bemoediging van de ander en tot opbouw van de gemeente.

Maar het is ook mogelijk dat je God je een bepaalde gave met bijzondere kracht toebedeelt; je ontvangt dan een bediening. Je krijgt dan bijzonder gezag van God om met behulp van die gave Zijn kracht te laten zien. De bekendste voorbeelden: genezers en profeten. Vaak kun je vanuit je bediening ook andere christenen helpen om op een zuivere manier met die gave om te gaan.

 

 

 

De ware – en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Charisma versus kerkelijk ambt

 

 In tegenstelling tot het kerkelijk Ambt wordt een charisma niet door bemiddeling van de Kerk door de Geest bekrachtigd, maar rechtstreeks ingestort. De Geest kiest wie Hij wil. Soms leidt dat tot een conflict tussen kerkelijke ambtsdragers en charismatici. Het kerkelijk leergezag vindt dat charismatici niet hoger staan dan ambtsdragers.

 

 

 

 

Parapsychologie

 

Omdat charismata vaak gepaard gaan met onverklaarbare verschijnselen, zijn ze geliefde objecten van de psychologie en de parapsychologie. In de parapsychologie worden sommige paranormale verschijnselen die bij christelijke heiligen zijn waargenomen als charismata aangeduid, ofschoon de Kerk dit woord bij deze verschijnselen vermijdt. In de Kerk is namelijk echt alleen sprake van een charisma als de Heilige Geest de oorsprong van het verschijnsel is.

Paranormale verschijnselen die bij vergissing als charismata worden aangeduid zijn bijvoorbeeld stigmatisatie (het ontvangen van Christus’ wonden), levitatie (als een persoon opstijgt), bilocatie (als een persoon op twee plaatsen tegelijk verschijnt), helderziendheid en salamandrie (als iemand niet door vuur verbrand raakt).

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Genezingen van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Genezingen

 

 

padre_pio

 

 

 

 

 

 

In 1919 was er een 62-jarige man uit Foggia die steunde op twee stokken om te lopen. Door van een koets te vallen had hij zijn benen gebroken en de dokters slaagden er niet in hem te genezen. Pater Pio hoorde zijn biecht en zei hem daarna: “Sta op en vertrek! Die stokken moet je wegwerpen”. De man gehoorzaamde terwijl allen met verbazing toekeken.

 

 

 

 

 

Een opzienbarende gebeurtenis die alles in rep en roer zette overkwam een veertienjarige in 1919. Op vierjarige leeftijd getroffen door tyfus, was hij slachtoffer gebleven van een vorm van Engelse ziekte (rachitis) die zijn lichaam misvormde en twee opzichtige bochels veroorzaakte. Op een dag hoorde pater Pio hem de biecht en raakte hem daarna aan met zijn gestigmatiseerde handen. De jongen stond op van de bidstoel, kaarsrecht, zoals nooit tevoren.

 

 

 

 

 

Een jonge boerin van 29 jaar, genaamd Grazia en die blind geboren was, bezocht al een tijdje regelmatig de kleine kerk van het klooster. Op een dag vroeg Pater Pio haar of ze niet graag zou zien. “Natuurlijk zou ik dat willen,” zei ze, ” indien dat me niet tot de zonde zou brengen.” Hij antwoordde haar: “Dan zal je genezen.”

En hij stuurde haar naar Bari (Italië) om de vrouw van een briljant oogarts te ontmoeten. Na Grazia onderzocht te hebben, zei de oogarts aan zijn vrouw: “Ik kan niets doen voor dit meisje. Als Pater Pio een mirakel wil vragen, kan hij haar genezen. Maar ik moet haar naar huis sturen zonder een operatie.” De vrouw van de dokter stelde voor: “Aangezien Pater Pio haar gestuurd heeft, kan je niet één oog opereren?”

De dokter liet zich overtuigen en opereerde eerst één oog, daarna het anderen en Grazia was genezen. Terug in San Giovanni Rotondo, liep Grazia naar het klooster en wierp zich aan de voeten van Pater Pio. Deze zweeg een ogenblik, starend in de verte, terwijl hij het meisje geknield liet zitten; daarna zei hij haar recht te staan. Maar het meisje vroeg hem onophoudelijk: “Zegen mij, vader, zegen mij.”

Zelfs nadat Pater Pio een kruisteken over haar gemaakt had, wachtte Grazia onbeweeglijk. Toen ze blind was, zegende Pater Pio haar door haar de handen op te leggen. Omdat ze bleef herhalen: “Zegen mij, vader, zegen mij.” zei hij tot haar: “Wat wil je als zegening, meisje? Een emmer water over je hoofd?”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1947 was ik 38 jaar en op de radiografie hadden ze een tumor in mijn ingewanden vastgesteld. Een chirurgische ingreep was noodzakelijk. Alvorens naar het ziekenhuis te gaan, ging ik te biechten bij Pater Pio. Mijn man, mijn dochter en haar vriendin gingen mee naar San Giovanni Rotondo. Ik wou mijn probleem aan Pater Pio toevertrouwen, maar op een gegeven moment verliet hij de biechtstoel en ging weg.

Teleurgesteld omdat ik niet had kunnen biechten bij hem, begon ik te wenen. Mijn man vertelde aan een andere monnik de reden van onze pelgrimstocht. De monnik beloofde er met Pater Pio over te praten. Kort daarna, in de gang van het klooster, riep men mij. Pater Pio, omringd door velen, luisterde aandachtig naar mij. Hij vroeg naar de reden van mijn bezoek en stelde me gerust, zeggend dat ik in goede handen was en dat hij voor mij zou bidden, wat me verwonderde want Pater Pio kende me niet noch de chirurg.

Ik onderging de ingreep met hoop en sereniteit. De chirurg was de eerste die van een mirakel sprak. Met de radiografie in de handen, nam hij de appendix uit want er was geen spoor meer van de tumor. De chirurg, die niet gelovig was, bekeerde zich en liet in alle kamers van het ziekenhuis kruisbeelden plaatsen. Na een korte herstelperiode ging ik terug naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te zien.

Hij was op weg naar de sacristie maar toen hij me zag, draaide hij zich om en zei glimlachend: “Zoals je ziet, ben je teruggekeerd…” Ik kuste zijn hand en door de emotie hield ik zijn hand tussen de mijne.

 

 

 

 

Een man vertelde: “ik had al enkele dagen een zeer pijnlijke zwelling aan mijn linkerknie. De dokter had me gezegd dat het vrij gecompliceerd was en had me een reeks injecties voorgeschreven. Vooraleer aan deze behandeling te beginnen, kwam ik op het idee Pater Pio te consulteren. Na gebiecht te hebben, vertelde ik hem over mijn knie en vroeg hem voor mij te bidden.

Tegen het einde van de namiddag, toen ik bijna ging vertrekken, verdween de pijn plots. Ik bestudeerde mijn knie. Hij was niet meer gezwollen en zag er net hetzelfde uit als mijn rechterknie. Ik keerde terug al lopend om Pater Pio te bedanken. “Je moet mij niet bedanken, maar God.” zei Pater Pio. En met een glimlach voegde hij erbij: “Zeg aan je dokter dat hij zijn injecties aan zichzelf toedient.”

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1952, na een normale zwangerschap, waren er bij de geboorte wat complicaties zodat men de forceps moest gebruiken om mijn zoon ter wereld te brengen. Men diende me in allerijl een bloedtransfusie toe die van een verkeerde bloedgroep bleek te zijn: men gaf me bloed van de groep A terwijl ik bloedgroep O heb. Deze vergissing bracht serieuze complicaties met zich mee: hoge koorts, stuipen, een longembolie, flebitis aan de onderste ledematen en bloedvergiftiging.

Een priester kwam me de laatste sacramenten toedienen. Ik ontving de H. Communie die ik met een beetje water moest nemen. Mijn ouders vergezelden de priester tot aan de uitgang en ik bleef alleen achter in mijn kamer. Pater Pio verscheen aan mij en zei: “Ik ben Pater Pio. Je zal niet sterven. Bid het Onze Vader en kom me later eens opzoeken.” Zieltogend deed ik de moeite me rechtop te zetten. Toen mijn ouders terugkeerden, vertelde ik hen over mijn visioen en ik vroeg hen samen met mij het Onze Vader te bidden.

Vanaf dat moment begon ik me beter te voelen. De dokters onderzochten me en oordeelden, rekening houdend met de ernst van mijn toestand, dat er een mirakel gebeurd was. Enkele maanden later ging ik naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te bedanken die me zijn hand gaf om te kussen. Terwijl ik hem bedankte, nam ik een doordringende viooltjesgeur waar.

Pater Pio zei: “Je hebt een mirakel verkregen, maar je moet mij niet bedanken, maar het H. Hart van Jezus die jou aan mij heeft toevertrouwd omdat je Hem trouw bent en je je devoties van de eerste vrijdag van de maand gedaan hebt.”

 

 

 

 

 

Een dame vertelde : “Wegens buikpijn moest ik in 1953 onderzoeken ondergaan. De resultaten toonden aan dat een dringende chirurgische ingreep noodzakelijk was. Een vriendin, die ik van mijn ziekte op de hoogte had gesteld, raadde me aan om naar Pater Pio te schrijven om zijn advies en gebed te vragen. Pater Pio raadde me aan om naar het ziekenhuis te gaan, en voegde eraan toe dat hij voor mij zou bidden.

Vooraleer ze de ingreep uitvoerden, voerden de artsen nog andere tests uit en stelden, tot hun grootste verbazing, vast dat ik niets meer mankeerde. Dit gebeurde veertig jaar geleden en niet alleen bedank ik Pater Pio nogmaals hiervoor, ik raad ook iedereen aan deze heilige, van wie de bemiddeling geen enkele twijfel lijdt, te aanroepen.”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde:  “In 1954 werkte mijn vader, toen 47 jaar, als spoorwegbeambte. Hij werd door een vreemde ziekte getroffen die hem het gebruik van zijn onderste ledematen deed verliezen. De zorgen die hij ontving brachten geen enkele verbetering en, na twee jaar, vreesde mijn vader om zijn job te verliezen. Aangezien de situatie steeds verslechterde, raadde een van mijn ooms aan om naar San Giovanni Rotondo te gaan, naar een kapucijn, die, naar zijn mening, van de Heer uitzonderlijke krachten had ontvangen.

Met veel moeite, trok mijn vader, vergezeld van en geholpen door mijn oom, naar het kleine centrum in Gargano. Aan de kerk gekomen zag hij Pater Pio. Deze merkte op dat mijn vader zich met moeite door de menigte bewoog en zei hardop: “Laat deze spoorwegbeambte voorbijgaan!” Nochtans kende Pater Pio mijn vader niet, en evenmin wist hij dat hij een spoorwegbeambte was.

Gedurende ongeveer een uur onderhield Pater Pio zich broederlijk met mijn vader. Hij legde de hand op zijn schouder, troostte hem met een glimlach en gaf hem enkele bemoedigende woorden. Toen hij wou vertrekken, merkte mijn vader niet onmiddellijk dat hij was genezen, maar mijn oom, totaal verrast, volgde hem, terwijl hij zijn beide stokken droeg!”

 

 

 

 

 

In Puglia, in Italië, stond een heel materialistisch ingestelde man bekend voor zijn heftigheid waarmee hij de godsdienst bestreed. Zijn echtgenote was religieus, maar hij had haar formeel verboden om naar de kerk te gaan, of zelfs hun zonen over God te spreken. In 1950 werd deze man ziek. De diagnose was verpletterend: “ongeneeslijk gezwel aan de hersenen en aan het rechteroor”. De zieke vertelt: “Ik werd naar het ziekenhuis van Bari gebracht. Ik had schrik om te lijden en om te sterven.

Ik was zo bang dat mijn ziel begon te verlangen zich tot God te wenden, iets wat ik niet meer had gedaan sinds mijn kinderjaren. Van Bari werd ik naar Milaan gebracht om er een chirurgische ingreep te ondergaan die mij misschien het leven ging redden. Mijn arts deelde me mee dat het om een heel gewaagde ingreep ging, waarvan het onmogelijk was om de afloop te voorzien. Terwijl ik in Milaan was, droomde ik op een nacht van Pater Pio.

Hij legde me de handen op en zei me: “Binnen afzienbare tijd zul je genezen.” ’s Ochtends voelde ik me beter. De artsen waren verbaasd om me in een betere toestand te zien, maar oordeelden toch dat een tussenkomst absoluut noodzakelijk was. Even  voor de ingreep sloeg ik in paniek en ik vluchtte het ziekenhuis uit. Ik ging naar mijn ouders in Milaan, waar mijn vrouw zich eveneens bevond. Na enkele dagen kwam de pijn terug en die werd zo hevig dat ik naar het ziekenhuis moest terugkeren.

De artsen, die verontwaardigd waren over mijn vlucht, wilden me niet behandelen, maar volgden tenslotte hun professionalisme. Niettemin, alvorens de ingreep te beginnen, voerden ze nog enkele tests op me uit. Tot hun grote verbazing stelden zij geen enkel spoor meer vast van het gezwel. Ik was eveneens verrast, hoewel minder verbaasd dan de artsen, want terwijl ik de onderzoeken onderging, had ik een hevige geur van violettes, het teken van de aanwezigheid van Pater Pio, waargenomen.

Alvorens het ziekenhuis te verlaten, vroeg ik de rekening van de honoraria. Men antwoordde me: “U moet ons niets betalen, aangezien wij niets gedaan hebben om u te genezen.” Na mijn ontslag uit het ziekenhuis, besloot ik naar San Giovanni Rotondo te gaan, samen met mijn echtgenote, om Pater Pio te bedanken. Ik was er zeker van dat hij het was die me had genezen. Maar toen ik de kerk van het klooster van Notre-Dame-de-Grâces binnenging, verloor ik door een helse pijn het bewustzijn.

Twee mannen droegen me naar de biechtstoel van Padre Pio. Toen ik weer bij bewustzijn was, zei ik hem, nauwelijks ziende en nog altijd heel zwak: “Ik heb vijf zonen en ik ben zeer ziek; red mij, Pater, red mijn leven.” Hij antwoordde me: “Ik ben God niet – ik ben evenmin Jezus Christus; ik ben een priester zoals de anderen, niet meer en niet minder. Ik verricht geen wonderen.” Maar ik smeekte en huilde: “Alstublieft, Pater, red mij…” Pater Pio hield een moment stilte, hief vervolgens de ogen ten hemel en ik zag dat hij bad.

Opnieuw nam ik een hevige geur van violettes waar. Vervolgens zei Pater Pio me: “Keer naar huis terug en bid. Ik zal voor jou bidden. Je zult genezen.” Ik keerde naar huis terug en mijn ziekte verdween.”

 

 

 

 

 

Een man vertelde: “Verschillende jaren geleden, in 1950, werd mijn schoonmoeder in het ziekenhuis opgenomen met de bedoeling een kwaadaardig gezwel chirurgisch te verwijderen in de linker zijde. Enkele maanden later, moest zij een andere ingreep ondergaan, deze keer aan de rechterzijde. Aangezien het gezwel zich begon uit te zaaien, gaven de artsen van het ziekenhuis van Milaan de zieke nog slechts drie of vier maanden te leven. In Milaan sprak iemand ons over Padre Pio en over de wonderen die aan zijn bemiddeling worden toegekend.

Ik vertrok onmiddellijk naar San Giovanni Rotondo. Wanneer het mijn beurt om te biechten was, vroeg ik Padre Pio om de gunst van de genezing voor mijn schoonmoeder. Padre Pio zuchtte tweemaal en zei “Laten we allemaal bidden en zij zal genezen”. Zo gebeurde het ook. Na de tussenkomst herstelde mijn schoonmoeder  en ze ging Padre Pio bedanken die haar glimlachend zei: “Ga in vrede, meisje! Ga in vrede!”

In plaats van drie of vier maanden die de artsen haar hadden gegeven, leefde mijn schoonmoeder nog negentien jaar, Padre Pio voor eeuwig dankbaar.”

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Hoe de Heilige Geest niet werkt

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Vier misverstanden over de Heilige Geest

 

 

 

 

Waar denk jij aan bij de Heilige Geest? Grote kans dat je sowieso de bekende verhalen weet van de vlammen en vreemde talen van Pinksteren. Maar als we de Bijbel er goed op nalezen, leren we nog veel meer kanten van de Heilige Geest kennen.

 

 

Er bestaan echter ook veel misverstanden over de heilige Geest. Daarom hier vier uitspraken op een rijtje, die de Bijbel niet altijd onderschrijft:

 

 

Misverstand 1: “De Geest komt bij vlagen


Wonderen, genezingen, opwekkingen: de Bijbel spreekt over bijzondere momenten waarop het werk van de Heilige Geest heel duidelijk is. Toch is dat één kant van het verhaal. Gods geest is soms ook onzichtbaar en subtiel. Dat blijkt bijvoorbeeld uit deze uitspraak van Job: “Zolang het leven in mij ademt, zolang Gods geest mij nog doortrekt, zullen mijn lippen geen onwaarheid spreken, zal geen leugen aan mijn tong ontsnappen.” 

Geloofsles: Gods geest was in Job zolang als hij ademde. Altijd dus. Ook toen hij alles kwijtraakte en God hem verlaten leek te hebben.

 

 

 

Misverstand 2: “De Heilige Geest werkt altijd spectaculair”


De verhalen over Heilige Geest die het nieuws halen, doen vermoeden dat de Geest met grootse gebaren en spectaculair werkt. Maar laten we eens kijken naar nog een Bijbels voorbeeld in Daniël. Al voor zijn wonderlijke belevenissen in de leeuwenkuil voelden goddeloze koningen en heersers zich aangetrokken door het bijzondere werk dat Gods Geest in Daniël deed. Waarom? Hij at sober, zocht niet naar macht en bad meerdere keren per dag. Hij was eerlijk en betrouwbaar.

Geloofsles: Richt je op de lange termijn. De Geest werkt in mensen die gaan voor een eenvoudig leven en voor nederigheid in plaats van macht en spektakel. Of, in het geval van Daniël, voor mensen die water en groenten kiezen in plaats van een extravagante levensstijl.

 

 

Misverstand 3: “De Geest is impulsief”


Zeker, er gebeurden wel spectaculaire dingen in het leven van Daniël. En zo zijn er nog talloze andere bijzondere voorbeelden van hoe Gods geest te werk gaat, bijvoorbeeld bij de kerk van Antiochië in het Bijbelboek Handelingen. Vanuit die kerk werden veel mensen in de omliggende regio’s bereikt met het evangelie. Maar hoe kwam dit werk van de Geest tot stand?

We lezen dat ze een jaar lang samen kwamen om de geschriften te bestuderen onder leiding van Paulus en Barnabas. Ook gaven ze veel geld weg aan slachtoffers van een hongersnood. Ze vastten en aanbaden.

Geloofsles: Blijf niet passief wachten op een goddelijk moment waarop de Heilige Geest ineens uit het niets iets doet. Bestudeer de Bijbel, bid, vast en wees gul.

 

 

 

Misverstand 4: “De geest is altijd vriendelijk


Nadat Jezus gedoopt was kwam de Geest op Jezus in de vorm van een duif. Dat klinkt vriendelijk. Maar wat deed de Geest? Hij dreef Jezus de woestijn in, zoals Jezus de geldwisselaars de tempel uit dreef. In de woestijn at Jezus veertig dagen niets. Hij werd verzocht door de duivel.

Geloofsles: Verwacht niet dat de geest altijd vriendelijk en voorzichtig is. Niet als je geestelijk wilt groeien. De Heilige Geest weet dat wij het beste groeien als we het moeilijk hebben. Soms hebben we een woestijn nodig in plaats van grazige weiden.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget