Tagarchief: sacramenten

Zeventiende Miniatuur : zevende visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Zeventiende Miniatuur:  Zevende visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2017_Boek%20II,7

 

 

Deze en de volgende miniatuur laten ons het tegenspel zien dat de duivel God levert. De beschouwing van de Wegen des Heren kan niet volledig zijn, als we naast de genade van de sacramenten, de realiteit van de duivelse bekoring niet onder ogen zouden zien.

Op de miniatuur zien we hoe onder de zaligen in de hemel en onder de gelovigen, die op aarde nog in het geloofslicht leven (hier weer door zilver aangeduid), een afschuwelijk monster ligt dat de satan voorstelt. De kunstenaar heeft in deze compositie een knappe gradatie van kleurenlicht toegepast.

Onderaan zien we een monster gekleurd in blauwachtig zwart en bruin. In het monster komen ook felle tonen voor zoals  b.v. de rode strepen die aan het lichaam van het ondier ontsnappen. Deze rode vlammen reiken naar het zilveren licht en de gulden glans zonder evenwel iets te schaden, waardoor heel knap de onmacht van het monster wordt aangegeven.

Dit monster is met een zeker leedvermaak uitgebeeld door een tegenstelling van doffe en felle kleuren. Het grote reptiel, een schepsel waarvoor ieder een natuurlijke afkeer heeft, is hier op de rug liggend voorgesteld vol stekelige haren, zweren en uitslag.

Vijf strepen lopen over de volle lengte van de buik: we zien een groene-, zwarte-, gele-, witte- en als laatste een rode streep. Deze vijf kleuren zijn niet aangebracht in de volgorde zoals Hildegard ze in de tekst geeft; daar staat groen-wit-rood- geel en zwart. Ze vormen als het ware vijf aderen vol venijn.

Het oog is vol gelopen met bloed. De muil en de neusgaten zijn die van een roofdier, de voorpoten zijn afschrikwekkende bruine klauwen en de achterpoten lijken op die van een draak. De staart is even lang als breed, en aan het eind ontsnapt vuiligheid als kikkerdril. Uit de borsten komen donker zwarte wolken en uit de bek vlijmscherpe pijlen.

Onder in de lijst van de miniatuur is de blauwe rand van een put voorgesteld, waaraan een zware ketting is vastgemaakt die de hals en de vier poten nauw samenbindt. Dit alles leert ons dat, de Menswording van Christus, de duivel reeds overwonnen en geboeid heeft.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Dertiende Miniatuur : vierde visioen van het tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Dertiende Miniatuur:  Vierde visioen van het tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2013_Boek%20II,4

 

 

 

Het Heilige Vormsel

 

Deze voorstelling heeft eigenlijk maar weinig uitleg nodig. Het Vormsel is de voltooiing van het Doopsel en dit sacrament verleent de gelovige de genade van sterkte door de gave van de H. Geest. We zien de Kerk terug maar groter dan in het visioen van het Doopsel.

We zien wel weer dezelfde overvloed van goud over heel haar gestalte, dezelfde kroon op haar hoofd, dezelfde haarvlechten, dezelfde grote ogen, dezelfde kleding met lange mouwen, en dezelfde opstelling die niets laat zien beneden de heupen, omdat de Kerk pas voltooid zal zijn op het einde der tijden bij de wederkomst des Heren.

Haar handen zijn opgeheven in een biddend gebaar en zij leunt met de rug tegen een toren die we boven haar uit zien oprijzen. De toren verleent haar de sterkte die haar op het Pinksterfeest door de H. Geest werd geschonken.

De miniaturist laat uit drie met edelstenen omlijste ramen in de top van de toren gouden vlammen te voorschijn komen die aanduiden  hoe royaal de H. Geest zich gemanifesteerd heeft door zijn gaven en door de prediking van de apostelen.

Al deze effecten van Pinksteren openbaren zich in iedere christen die het sacrament van het H. Vormsel heeft ontvangen. Daarom worden in dit visioen de gelovigen die gevormd zijn, beschreven als warmte-uitstralend en glanzend van goud, want door de zalving met het H. Chrisma is in hen het licht van het Doopsel nog helderder geworden.

Het zou moeten zijn, dat allen die deze twee sacramenten ontvangen hebben, zich waardig tonen. De tekst van het visioen leert ons sommigen hun blik richten op de zuiver stralende klaarheid. Maar tussen de gelovigen bevinden zich zowel dappere als zwakke, sukkelende en lauwe zielen.

Anderen wenden zich naar troebel roodachtig licht dat symbool staat voor aardse geneugten. Toch zijn er verschillenden onder hen die dapper zijn in geloof en met de aardse zaken hemelse schatten weten te kopen. Doch niet allen volgen dit goede voorbeeld en wagen het zelfs hun Moeder de Kerk op haar hoofd te slaan.

Dit alles heeft de miniaturist met enkele karakteristieke houdingen aangegeven en het verschil van die karakters door kleuren aangeduid. De volmaakte gelovigen zijn steeds met drieën uitgebeeld. De onvolmaakten met tweeën van wie er twee de Kerk op haar hoofd slaan. De maker van deze miniatuur gaat eigenlijk nog verder dan Hildegard in haar tekst aangeeft en laat een onverlaat spuwen op de gulden linker mouw van de Kerk.

We zien een vlakje zilver aangebracht rechts van de Kerk boven drie rode figuurtjes. Het zijn dezelfde figuurtjes die op de borst van de Kerk staan. Wellicht is hier gezinspeeld op de martelaren die in groot geloof de sterkte hebben opgebracht hun leven te geven. We zagen reeds eerder, dat zilver dikwijls verwijst naar het geloof.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

Twaalfde miniatuur : derde Visioen van het Tweede Boek

 

 

Scivias%20T%2012_Boek%20II,3

 

 

De volgende vijf miniaturen handelen over de sacramenten van de Kerk :  Doopsel, Vormsel, Priesterschap, en Eucharistie. Hildegard besteedt een bijzondere aandacht aan het H. Doopsel en het H. Priesterschap, en dit laatste speciaal in verband met de maagdelijkheid in de Kerk.

De twaalfde miniatuur toont ons het visioen van het H. Doopsel als openbaring in de schoot der Kerk; het Doopsel is immers het sacrament van de wedergeboorte tot het goddelijk leven. De volgorde waarin men de vier voorstellingen moet lezen is van rechtsboven naar linksboven en van rechtsonder naar linksonder.

 

 

1

 

1. Rechts boven zien we de Kerk als koningin met gouden kroon en gulden gewaad, zelfs haar gezicht en handen zijn van goud. Uit de tekst leren we, dat deze gulden schittering wijst op het goddelijk licht dat haar als een gewaad omkleedt. Met haar handen omvat zij het altaar waarboven de Christus met een boek in de hand als Majesteit troont.

Men ziet aan de voorkant van het altaar de rechterhand en opzij van het altaar nog net de toppen van de vingers van de linkerhand: zij omhelst werkelijk het altaar als een geliefde zijn bruidegom. Het is een huwelijksgebaar waardoor de vereniging van de Godmens met de Kerk tot stand komt.

 

 

2

 

2. Het gevolg van deze eenwording toont de volgende voorstelling die een zwangere Kerk laat zien. In heilig enthousiasme heft zij haar rechterarm omhoog. Op de banderol die zij in de hand houdt staat: Me oportet concipere et parere (ik moet ontvangen en baren). De oervrouwelijke vreugde over deze zwangerschap brengt Hildegard in beeld door engelen te laten toesnellen met muziekinstrumenten, die symfonieën van vreugde doen klinken.

Tegelijk dragen de engelen trappen en stoelen aan, bestemd voor de gelovigen die gebaard zullen worden. Want, zegt de tekst, engelen staan gereed om het nieuwe geslacht te helpen bij het bestijgen van de treden van het geloof en het de rustpunten te verschaffen voor de beschouwing.

 

 

3

 

3. De derde voorstelling geeft op een heel oorspronkelijke wijze het proces weer van de geboorte tot het geestelijk leven. De geloofsleerlingen haasten zich als donkere hardlopers om door de brede mazen van het net, dat de schoot van de Kerk bedekt, naar binnen te dringen. Men ziet alleen nog de hoofden zoals bij vissen die in een net gevangen zijn.

Het opmerkelijke is dat de Kerk kinderen baart uit haar mond, omdat de door de mond hardop uitgesproken doopformule, de mensenkinderen geboren doet worden tot het bovennatuurlijke leven. Daarom strekken de pasgeborenen, nu stralend van goudkleur, hun handen uit naar het symbool van de H. Drievuldigheid uitgebeeld door drie elkaar omgevende cirkels.

De buitenste is van zilver, dan hebben we één van goud en de middelste is van een blauwe kleur met een wit centrum. Vóórdat de geloofsleerlingen geboren werden hadden ze een donkerbruine kleur, die we in de andere miniaturen alleen voor de helbewoners gebruikt zien. Bij de wedergeboorte hebben de neofieten die donkere huid afgeworpen zoals een slang die vervelt. Nu schitteren zij van het hemels goud van de H. Geest.

 

 

4

 

4. In het vierde en laatste tafereel richt Christus een vermaning tot de nieuw gedoopten. Men heeft de keuze tussen twee wegen. De ene leidt naar het oosten, waar de laatste openbaring zal plaats vinden en de andere voert naar het noorden, waar de vorst van het kwade, hier voorgesteld door rode vlammen, zetelt. Deze leer van de twee wegen in verband met het doopsel gaat terug tot de eerste tijden van het christendom.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

 

 

De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten

Standaard

categorie : religie

 

 

De Katholieke Kerk kent zeven sacramenten. Sacramenten zijn tekens van Gods nabijheid. Volgens de katholieke leer zijn de sacramenten ingesteld door Jezus. Op het moment waarop je een sacrament ontvangt kun je zeer sterk ervaren dat God een actieve rol speelt in je leven. Maar of je het ervaart of niet, op die momenten gebeurt er iets met je.

 

 

7_sacramenten

.

.

Drie soorten sacramenten

 

Om te beginnen kunnen we onderscheid maken in drie soorten sacramenten. Er zijn drie zogeheten initiatiesacramenten. Dit zijn sacramenten om opgenomen te worden in de kerk:

  • het sacrament van het doopsel,
  • het sacrament van de eucharistie
  • het sacrament van het vormsel.

Dan zijn er twee sacramenten voor ondersteuning in moeilijke tijden:

  • het sacrament van de biecht
  • het sacrament van de ziekenzalving.

Deze twee sacramenten worden ook wel de sacramenten van genezing genoemd.

Tot slot zijn er twee sacramenten die een levenswijze inhouden :

  • het sacrament van het huwelijk
  • het sacrament van de wijding.

Hieronder een opsomming met bij elk sacrament een korte uitleg

 

 

 

Het sacrament van het doopsel

 

Het doopsel is het fundamentele sacrament van de christelijke initiatie. Dopen betekent onderdompelen. Bij de doop wordt degene die gedoopt wordt overgoten met water. De doop maakt ons tot kind van God. Tevens wordt een mens door de doop opgenomen in de kerk.

Het doopsel wordt toegediend door een priester of een diaken. Hij spreekt hierbij de woorden: ‘Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.’ In geval van nood mag iedereen het doopsel toedienen. Voorwaarde is wel dat hij of zij de oprechte intentie heeft te doen wat de Kerk doet. Het sacrament van het doopsel kan slechts éénmaal in een leven ontvangen worden.

 

 

 

 

 

 

Het sacrament van de eucharistie

 

Het woord ‘eucharistie’ betekent letterlijk ‘dankzegging’. Een belangrijk moment tijdens de eucharistie is de communie, het moment waarop men de heilige Hostie, het heilig Brood tot zich neemt. Hierbij kan Jezus heel dichtbij worden ervaren. Meestal wordt de Eerste Communie gevierd rond de leeftijd van 7 of 8 jaar.

Een eucharistieviering wordt altijd voorgegaan door een priester. De mensen in de kerk komen als gemeenschap bij elkaar om brood en wijn te delen en om het leven, de dood en verrijzenis van Jezus te herdenken. Als de priester het eucharistisch gebed uitspreekt over het brood en de wijn worden deze omgevormd tot Lichaam en Bloed van Jezus Christus.

Het eucharistisch gebed bevat de woorden die Jezus uitsprak bij het laatste avondmaal: ‘Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.’ En ‘Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn bloed dat voor u en voor alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.

Blijft dit doen om Mij te gedenken.’ Telkens als christenen eucharistie vieren, doen zij dus wat Jezus zijn leerlingen heeft opgedragen. De eucharistie kan elke dag gevierd worden, wat betekent dat het sacrament van de eucharistie dagelijks ontvangen kan worden.

 

 

Het sacrament van het vormsel

 

Dopen gebeurt vaak als men nog een klein kind is. Het is een keuze die door ouders/opvoeders wordt gemaakt. Bij het ontvangen van het sacrament van het vormsel kiest de vormeling er zelf voor om verder te gaan op de weg van het geloof. Meestal ontvangt men dit sacrament rond de leeftijd van 12 jaar. Dit sacrament is de voltooiing van de christelijke initiatie.

Bij het sacrament van het vormsel sterkt de vormheer (meestal de bisschop) de vormeling met de kracht van de Heilige Geest door handoplegging. Tevens geeft hij de vormeling een kruisje op het voorhoofd met gewijde olie (zalving) en bezegelt hiermee dat hij/zij op Christus gelijkt. De Heilige Geest helpt mensen om in geloof de weg van Jezus te volgen. Net zoals het doopsel kan men het vormsel slechts eenmaal ontvangen.

 

 

 

Het sacrament van boete en verzoening – De biecht

 

De biecht wordt ook wel het sacrament van de vergeving genoemd. In het leven komen mensen steeds weer voor keuzes te staan. Ook raken we wel eens verzeild in moeilijke situaties. We maken dan niet altijd de juiste keuzes. Soms gaat het om hele kleine dingen, maar soms gaat het ook behoorlijk mis, en komen we met andere mensen in de knoop te zitten en daarbij ook met onszelf en met God.

In het sacrament van boete en verzoening draait het om het herstellen van een door zonde beschadigde relatie met God en kerkgemeenschap. De priester kan in dit sacrament in Christus’ naam zonden vergeven. Na de begroeting in een biechtgesprek belijdt de boeteling zijn zonden. Het is belangrijk dat de boeteling het hele verhaal vertelt, daadwerkelijk berouw heeft over zijn of haar zonden en de intentie heeft zijn leven te veranderen.

Daarna legt de priester een passende penitentie op, meestal in de vorm van gebeden of goede werken. Vervolgens verleent de priester de boeteling vrijspraak en vrede. Hij gebruikt hierbij de woorden: ‘Ik ontsla u van uw zonden in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.’ Aan het eind van het biechtgesprek ontvangt de boeteling de zegen van de priester.

De priester is overigens gehouden aan een streng biechtgeheim. Schending van het biechtgeheim is strafbaar. Als iemand een zware misdaad opbiecht kan de priester proberen deze persoon over te halen om dit openbaar te maken en een passende juridische straf te aanvaarden. De beslissing hierover ligt echter bij de biechtende persoon.

 

 

 

 

 

Het sacrament van de ziekenzalving

 

Het sacrament van de ziekenzalving heeft als doel een bijzondere genade te verlenen aan de christen die te kampen heeft met de moeilijkheden die verbonden zijn met een ernstige ziekte of met ouderdom. Vaak gebeurt dit op het moment dat de gelovige ten gevolge van deze ziekte of ouderdom in levensgevaar verkeert. Alleen een priester kan de ziekenzalving toedienen.

Bij het sacrament van de ziekenzalving zalft de priester het hoofd en de handen van de zieke met olie. Deze olie is speciaal voor dit sacrament door de bisschop gewijd. Tijdens de zalving spreekt de priester een liturgisch gebed uit, waarin hij bidt om de bijzondere genade van dit sacrament.

 

Deze bijzondere genade kan op de volgende manieren vrucht dragen:

  • de vereniging van de zieke met het lijden van Christus, tot zijn eigen welzijn en dat van heel de kerk
  • troost, vrede en bemoediging om op christelijke wijze het lijden te verdragen
  • vergeving van de zonden, als dit niet al is verkregen door het sacrament van de biecht
  • zo mogelijk, herstel van de gezondheid
  • voorbereiding op de overgang naar het eeuwig leven

Het sacrament van de ziekenzalving kan men meerdere keren in het leven ontvangen.

 

 

 

Het sacrament van het huwelijk

 

Het huwelijk is meer dan een samenlevingscontract, het is een levenskeuze in liefde voor elkaar. Voor Katholieken is het huwelijk niet alleen een verbond met elkaar, het is ook een verbond met God. Het kerkelijk huwelijk is binnen de christelijke traditie een verbintenis tussen een man en een vrouw die bezegeld wordt in het bijzijn God en zijn gemeenschap.

Binnen de Katholieke Kerk wordt het kerkelijk huwelijk beschouwd als de eigenlijke huwelijkssluiting en daarmee als gelijkwaardig aan het burgerlijk huwelijk. Het burgerlijk huwelijk wordt door katholieke paren vaak enkel als een administratieve handeling gezien.

Het sacrament van het huwelijk wordt in tegenstelling tot alle andere sacramenten, door de bruid en de bruidegom aan elkaar toegediend, waarbij de priester namens de kerk als getuige optreedt. In het bijzijn van de priester zeggen bruid en bruidegom officieel ‘ja’ tegen elkaar. Op dat moment worden zij door God met elkaar verbonden.

De priester neemt het ja-woord in naam van de kerk aan en spreekt er de zegen over uit. In de meeste gevallen vindt het kerkelijk huwelijk plaats binnen een eucharistieviering, maar dit is niet verplicht. Een kerkelijk huwelijk is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen te ontbinden. Wat God verbonden heeft, zal volgens de katholieke geloofsleer niet door de mens gescheiden worden.

Maar de kerk kan wel de vraag stellen of het oorspronkelijk kerkelijk huwelijk wel geldig werd afgesloten. Indien dat niet het geval is geweest kan het huwelijk door de kerk nietig worden verklaard. Hiermee heeft het huwelijk volgens de kerk nooit bestaan.

 

 

 

Het sacrament van de wijding

 

Een wijding is een rituele handeling waardoor personen, plaatsen of zaken aan een god worden toegeheiligd, hetzij om ze te bestemmen voor de eredienst, hetzij om de genade van de God van het christendom over de betrokken personen of zaken af te smeken. Iemand die door God geroepen wordt om diaken, priester of bisschop te worden, en gehoor geeft aan die roeping, kiest ervoor om zijn leven in dienst te stellen van Jezus Christus.

Hij treedt hiermee in het voetspoor van de twaalf apostelen: de leerlingen die het dichtst bij Jezus stonden, en die Hij heeft uitgezonden om na Zijn dood het evangelie overal te gaan verkondigen. De wijding vindt al sinds de apostelen plaats door handoplegging en is eenmalig en onuitwisbaar.

Een wijding tot diaken, priester of bisschop wordt altijd toegediend door een bisschop. Bij een priesterwijding roept de bisschop Gods kracht af over de nieuwe priester. De priester kan in de naam van Christus en als medewerker van de bisschop het woord van God verkondigen en de sacramenten toedienen. Bij een diakenwijding wordt de nieuwe diaken aangesteld tot een dienst binnen de geloofsgemeenschap in naam van de bisschop.

Hij staat de priester bij in de eredienst, bij pastorale taken en op het gebied van de liefdadigheid. Hij kan dopen en Gods zegen afroepen over een huwelijkspaar. Het sacrament van de wijding in zijn volheid is dat van de wijding van een bisschop. Het maakt de wijdeling tot een wettige opvolger van de apostelen. Bisschoppen zijn samen met de Paus verantwoordelijk voor de gehele Katholieke Kerk.

Omdat wijdelingen zich geroepen voelen om zich onverdeeld te wijden aan de God en Zijn werk, leven zij een celibatair leven. Dat wil zeggen dat zij geen huwelijk aangaan en geen intieme omgang hebben met een vrouw. Op deze manier kan de wijdeling zich geheel geven aan God en de mensen. De reden waarom alleen mannen gewijd kunnen worden, heeft te maken met de keuze van Christus zelf, die alleen mannen als zijn apostelen koos.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

mijne-kop-a4

Genezingen van Pater Pio

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Genezingen

 

 

padre_pio

 

 

 

 

In 1919 was er een 62-jarige man uit Foggia die steunde op twee stokken om te lopen. Door van een koets te vallen had hij zijn benen gebroken en de dokters slaagden er niet in hem te genezen. Pater Pio hoorde zijn biecht en zei hem daarna: “Sta op en vertrek! Die stokken moet je wegwerpen”. De man gehoorzaamde terwijl allen met verbazing toekeken.

 

 

 

 

 

Een opzienbarende gebeurtenis die alles in rep en roer zette overkwam een veertienjarige in 1919. Op vierjarige leeftijd getroffen door tyfus, was hij slachtoffer gebleven van een vorm van Engelse ziekte (rachitis) die zijn lichaam misvormde en twee opzichtige bochels veroorzaakte. Op een dag hoorde pater Pio hem de biecht en raakte hem daarna aan met zijn gestigmatiseerde handen. De jongen stond op van de bidstoel, kaarsrecht, zoals nooit tevoren.

 

 

 

 

 

Een jonge boerin van 29 jaar, genaamd Grazia en die blind geboren was, bezocht al een tijdje regelmatig de kleine kerk van het klooster. Op een dag vroeg Pater Pio haar of ze niet graag zou zien. “Natuurlijk zou ik dat willen,” zei ze, ” indien dat me niet tot de zonde zou brengen.” Hij antwoordde haar: “Dan zal je genezen.”

En hij stuurde haar naar Bari (Italië) om de vrouw van een briljant oogarts te ontmoeten. Na Grazia onderzocht te hebben, zei de oogarts aan zijn vrouw: “Ik kan niets doen voor dit meisje. Als Pater Pio een mirakel wil vragen, kan hij haar genezen. Maar ik moet haar naar huis sturen zonder een operatie.” De vrouw van de dokter stelde voor: “Aangezien Pater Pio haar gestuurd heeft, kan je niet één oog opereren?”

De dokter liet zich overtuigen en opereerde eerst één oog, daarna het anderen en Grazia was genezen. Terug in San Giovanni Rotondo, liep Grazia naar het klooster en wierp zich aan de voeten van Pater Pio. Deze zweeg een ogenblik, starend in de verte, terwijl hij het meisje geknield liet zitten; daarna zei hij haar recht te staan. Maar het meisje vroeg hem onophoudelijk: “Zegen mij, vader, zegen mij.”

Zelfs nadat Pater Pio een kruisteken over haar gemaakt had, wachtte Grazia onbeweeglijk. Toen ze blind was, zegende Pater Pio haar door haar de handen op te leggen. Omdat ze bleef herhalen: “Zegen mij, vader, zegen mij.” zei hij tot haar: “Wat wil je als zegening, meisje? Een emmer water over je hoofd?”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1947 was ik 38 jaar en op de radiografie hadden ze een tumor in mijn ingewanden vastgesteld. Een chirurgische ingreep was noodzakelijk. Alvorens naar het ziekenhuis te gaan, ging ik te biechten bij Pater Pio. Mijn man, mijn dochter en haar vriendin gingen mee naar San Giovanni Rotondo. Ik wou mijn probleem aan Pater Pio toevertrouwen, maar op een gegeven moment verliet hij de biechtstoel en ging weg.

Teleurgesteld omdat ik niet had kunnen biechten bij hem, begon ik te wenen. Mijn man vertelde aan een andere monnik de reden van onze pelgrimstocht. De monnik beloofde er met Pater Pio over te praten. Kort daarna, in de gang van het klooster, riep men mij. Pater Pio, omringd door velen, luisterde aandachtig naar mij. Hij vroeg naar de reden van mijn bezoek en stelde me gerust, zeggend dat ik in goede handen was en dat hij voor mij zou bidden, wat me verwonderde want Pater Pio kende me niet noch de chirurg.

Ik onderging de ingreep met hoop en sereniteit. De chirurg was de eerste die van een mirakel sprak. Met de radiografie in de handen, nam hij de appendix uit want er was geen spoor meer van de tumor. De chirurg, die niet gelovig was, bekeerde zich en liet in alle kamers van het ziekenhuis kruisbeelden plaatsen. Na een korte herstelperiode ging ik terug naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te zien.

Hij was op weg naar de sacristie maar toen hij me zag, draaide hij zich om en zei glimlachend: “Zoals je ziet, ben je teruggekeerd…” Ik kuste zijn hand en door de emotie hield ik zijn hand tussen de mijne.

 

 

 

 

Een man vertelde: “ik had al enkele dagen een zeer pijnlijke zwelling aan mijn linkerknie. De dokter had me gezegd dat het vrij gecompliceerd was en had me een reeks injecties voorgeschreven. Vooraleer aan deze behandeling te beginnen, kwam ik op het idee Pater Pio te consulteren. Na gebiecht te hebben, vertelde ik hem over mijn knie en vroeg hem voor mij te bidden.

Tegen het einde van de namiddag, toen ik bijna ging vertrekken, verdween de pijn plots. Ik bestudeerde mijn knie. Hij was niet meer gezwollen en zag er net hetzelfde uit als mijn rechterknie. Ik keerde terug al lopend om Pater Pio te bedanken. “Je moet mij niet bedanken, maar God.” zei Pater Pio. En met een glimlach voegde hij erbij: “Zeg aan je dokter dat hij zijn injecties aan zichzelf toedient.”

 

 

 

 

Een vrouw vertelde: “In 1952, na een normale zwangerschap, waren er bij de geboorte wat complicaties zodat men de forceps moest gebruiken om mijn zoon ter wereld te brengen. Men diende me in allerijl een bloedtransfusie toe die van een verkeerde bloedgroep bleek te zijn: men gaf me bloed van de groep A terwijl ik bloedgroep O heb. Deze vergissing bracht serieuze complicaties met zich mee: hoge koorts, stuipen, een longembolie, flebitis aan de onderste ledematen en bloedvergiftiging.

Een priester kwam me de laatste sacramenten toedienen. Ik ontving de H. Communie die ik met een beetje water moest nemen. Mijn ouders vergezelden de priester tot aan de uitgang en ik bleef alleen achter in mijn kamer. Pater Pio verscheen aan mij en zei: “Ik ben Pater Pio. Je zal niet sterven. Bid het Onze Vader en kom me later eens opzoeken.” Zieltogend deed ik de moeite me rechtop te zetten. Toen mijn ouders terugkeerden, vertelde ik hen over mijn visioen en ik vroeg hen samen met mij het Onze Vader te bidden.

Vanaf dat moment begon ik me beter te voelen. De dokters onderzochten me en oordeelden, rekening houdend met de ernst van mijn toestand, dat er een mirakel gebeurd was. Enkele maanden later ging ik naar San Giovanni Rotondo om Pater Pio te bedanken die me zijn hand gaf om te kussen. Terwijl ik hem bedankte, nam ik een doordringende viooltjesgeur waar.

Pater Pio zei: “Je hebt een mirakel verkregen, maar je moet mij niet bedanken, maar het H. Hart van Jezus die jou aan mij heeft toevertrouwd omdat je Hem trouw bent en je je devoties van de eerste vrijdag van de maand gedaan hebt.”

 

 

 

 

 

Een dame vertelde : “Wegens buikpijn moest ik in 1953 onderzoeken ondergaan. De resultaten toonden aan dat een dringende chirurgische ingreep noodzakelijk was. Een vriendin, die ik van mijn ziekte op de hoogte had gesteld, raadde me aan om naar Pater Pio te schrijven om zijn advies en gebed te vragen. Pater Pio raadde me aan om naar het ziekenhuis te gaan, en voegde eraan toe dat hij voor mij zou bidden.

Vooraleer ze de ingreep uitvoerden, voerden de artsen nog andere tests uit en stelden, tot hun grootste verbazing, vast dat ik niets meer mankeerde. Dit gebeurde veertig jaar geleden en niet alleen bedank ik Pater Pio nogmaals hiervoor, ik raad ook iedereen aan deze heilige, van wie de bemiddeling geen enkele twijfel lijdt, te aanroepen.”

 

 

 

 

 

Een vrouw vertelde:  “In 1954 werkte mijn vader, toen 47 jaar, als spoorwegbeambte. Hij werd door een vreemde ziekte getroffen die hem het gebruik van zijn onderste ledematen deed verliezen. De zorgen die hij ontving brachten geen enkele verbetering en, na twee jaar, vreesde mijn vader om zijn job te verliezen. Aangezien de situatie steeds verslechterde, raadde een van mijn ooms aan om naar San Giovanni Rotondo te gaan, naar een kapucijn, die, naar zijn mening, van de Heer uitzonderlijke krachten had ontvangen.

Met veel moeite, trok mijn vader, vergezeld van en geholpen door mijn oom, naar het kleine centrum in Gargano. Aan de kerk gekomen zag hij Pater Pio. Deze merkte op dat mijn vader zich met moeite door de menigte bewoog en zei hardop: “Laat deze spoorwegbeambte voorbijgaan!” Nochtans kende Pater Pio mijn vader niet, en evenmin wist hij dat hij een spoorwegbeambte was.

Gedurende ongeveer een uur onderhield Pater Pio zich broederlijk met mijn vader. Hij legde de hand op zijn schouder, troostte hem met een glimlach en gaf hem enkele bemoedigende woorden. Toen hij wou vertrekken, merkte mijn vader niet onmiddellijk dat hij was genezen, maar mijn oom, totaal verrast, volgde hem, terwijl hij zijn beide stokken droeg!”

 

 

 

 

 

In Puglia, in Italië, stond een heel materialistisch ingestelde man bekend voor zijn heftigheid waarmee hij de godsdienst bestreed. Zijn echtgenote was religieus, maar hij had haar formeel verboden om naar de kerk te gaan, of zelfs hun zonen over God te spreken. In 1950 werd deze man ziek. De diagnose was verpletterend: “ongeneeslijk gezwel aan de hersenen en aan het rechteroor”. De zieke vertelt: “Ik werd naar het ziekenhuis van Bari gebracht. Ik had schrik om te lijden en om te sterven.

Ik was zo bang dat mijn ziel begon te verlangen zich tot God te wenden, iets wat ik niet meer had gedaan sinds mijn kinderjaren. Van Bari werd ik naar Milaan gebracht om er een chirurgische ingreep te ondergaan die mij misschien het leven ging redden. Mijn arts deelde me mee dat het om een heel gewaagde ingreep ging, waarvan het onmogelijk was om de afloop te voorzien. Terwijl ik in Milaan was, droomde ik op een nacht van Pater Pio.

Hij legde me de handen op en zei me: “Binnen afzienbare tijd zul je genezen.” ’s Ochtends voelde ik me beter. De artsen waren verbaasd om me in een betere toestand te zien, maar oordeelden toch dat een tussenkomst absoluut noodzakelijk was. Even  voor de ingreep sloeg ik in paniek en ik vluchtte het ziekenhuis uit. Ik ging naar mijn ouders in Milaan, waar mijn vrouw zich eveneens bevond. Na enkele dagen kwam de pijn terug en die werd zo hevig dat ik naar het ziekenhuis moest terugkeren.

De artsen, die verontwaardigd waren over mijn vlucht, wilden me niet behandelen, maar volgden tenslotte hun professionalisme. Niettemin, alvorens de ingreep te beginnen, voerden ze nog enkele tests op me uit. Tot hun grote verbazing stelden zij geen enkel spoor meer vast van het gezwel. Ik was eveneens verrast, hoewel minder verbaasd dan de artsen, want terwijl ik de onderzoeken onderging, had ik een hevige geur van violettes, het teken van de aanwezigheid van Pater Pio, waargenomen.

Alvorens het ziekenhuis te verlaten, vroeg ik de rekening van de honoraria. Men antwoordde me: “U moet ons niets betalen, aangezien wij niets gedaan hebben om u te genezen.” Na mijn ontslag uit het ziekenhuis, besloot ik naar San Giovanni Rotondo te gaan, samen met mijn echtgenote, om Pater Pio te bedanken. Ik was er zeker van dat hij het was die me had genezen. Maar toen ik de kerk van het klooster van Notre-Dame-de-Grâces binnenging, verloor ik door een helse pijn het bewustzijn.

Twee mannen droegen me naar de biechtstoel van Padre Pio. Toen ik weer bij bewustzijn was, zei ik hem, nauwelijks ziende en nog altijd heel zwak: “Ik heb vijf zonen en ik ben zeer ziek; red mij, Pater, red mijn leven.” Hij antwoordde me: “Ik ben God niet – ik ben evenmin Jezus Christus; ik ben een priester zoals de anderen, niet meer en niet minder. Ik verricht geen wonderen.” Maar ik smeekte en huilde: “Alstublieft, Pater, red mij…” Pater Pio hield een moment stilte, hief vervolgens de ogen ten hemel en ik zag dat hij bad.

Opnieuw nam ik een hevige geur van violettes waar. Vervolgens zei Pater Pio me: “Keer naar huis terug en bid. Ik zal voor jou bidden. Je zult genezen.” Ik keerde naar huis terug en mijn ziekte verdween.”

 

 

 

 

 

Een man vertelde: “Verschillende jaren geleden, in 1950, werd mijn schoonmoeder in het ziekenhuis opgenomen met de bedoeling een kwaadaardig gezwel chirurgisch te verwijderen in de linker zijde. Enkele maanden later, moest zij een andere ingreep ondergaan, deze keer aan de rechterzijde. Aangezien het gezwel zich begon uit te zaaien, gaven de artsen van het ziekenhuis van Milaan de zieke nog slechts drie of vier maanden te leven. In Milaan sprak iemand ons over Padre Pio en over de wonderen die aan zijn bemiddeling worden toegekend.

Ik vertrok onmiddellijk naar San Giovanni Rotondo. Wanneer het mijn beurt om te biechten was, vroeg ik Padre Pio om de gunst van de genezing voor mijn schoonmoeder. Padre Pio zuchtte tweemaal en zei “Laten we allemaal bidden en zij zal genezen”. Zo gebeurde het ook. Na de tussenkomst herstelde mijn schoonmoeder  en ze ging Padre Pio bedanken die haar glimlachend zei: “Ga in vrede, meisje! Ga in vrede!”

In plaats van drie of vier maanden die de artsen haar hadden gegeven, leefde mijn schoonmoeder nog negentien jaar, Padre Pio voor eeuwig dankbaar.”

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA