Tagarchief: petrus

Satan nog steeds actief

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Satan nog steeds actief

 

 

c1d3e09d51a53d4a7b7bf124d6f0cf5aactief

 

In Hebreeën 2: 8 lezen we dat Jezus de machten der duisternis aan Zich onderworpen heeft, doch dat wij thans nog niet zien dat alles Hem onderworpen is. Het Nieuwe Testament en in het bijzonder de brieven van Paulus, Petrus, Jakobus en Johannes tonen ons dat er nog strijd en tegenstand is die de gelovige zal moeten weerstaan.

Uitdrukkingen zoals standhouden, weerstaan, overwinnen, lijden, vervolging zijn allemaal bewijs dat de duisternis nog altijd actief is. Lees bijvoorbeeld Efeze 6: 10-20; 1 Petrus 5: 8 en Openbaring 12: 11.

 

 

Efeze 6: 10-12

.

10 Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht.
11 Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.
12 Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.
.
.
.

1Petrus5: 8-9

.

8Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;
9Denwelken wederstaat, vast zijnde in het geloof, wetende, dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.
.
.
.

Openbaring12: 11

.

11En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood.
.
In Handelingen 4 ontdekken we dat de eerste gelovigen reeds geconfronteerd werden met duidelijke tegenstand nadat ze getuigd hadden van de opstanding van Jezus Christus. Zie Handelingen 4: 23-31. Paulus, toen nog Saulus, was een vervolger van de gemeente maar na zijn bekering is Paulus zelf degene die veel tegenstand ervoer en zelfs in 2 Corinthiërs 12 verklaarde hij dat een engel des satans hem met vuisten sloeg.

 

 

Handelingen4: 23-31

 

23 En zij, losgelaten zijnde, kwamen tot de hunnen, en verkondigden al wat de overpriesters en de ouderlingen tot hen gezegd hadden.
24 En als dezen dat hoorden, hieven zij eendrachtelijk hun stem op tot God, en zeiden: Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt den hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die in dezelve zijn.
25 Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht?
26 De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde.
27Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels;
28 Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou.
29 En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken;
30Daarin, dat Gij Uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door den Naam van Uw heilig Kind Jezus.
31 En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.
,
,

 

2 Corinthiërs 12: 6-10

 

6En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, 7niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. 8Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, 9maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. 10Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

Petrus waarschuwt dat de duivel rondgaat als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden, doch die wij moeten weerstaan in het geloof. In 1 Petrus 2: 21 en verder leert Petrus ons dat Jezus ons een voorbeeld heeft nagelaten opdat wij in Zijn voetsporen zouden wandelen. Hij spreekt daar in de context van het lijden.

 

 

1 Petrus 2: 21

 

21Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen;

In 1 Petrus 5: 8-9 stelt Petrus dat hetzelfde lijden aan de broederschap in de wereld wordt toegemeten. Het is de duivel die dit lijden toemeet, want God geeft genade en heerlijkheid aan al diegenen die lijden vanwege het Evangelie. 1 Petrus 5: 10 staat in tegenstelling tot vers 9 “doch de God van alle genade”. Het is dus duidelijk dat God niet de auteur is van het lijden doch de Boze en zijn machten die ons trachten te hinderen in onze opdracht om het Koninkrijk van God te vestigen op aarde.

 

 

1 Petrus 5: 8-9

 

8 Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden;
9 Denwelken wederstaat, vast zijnde in het geloof, wetende, dat hetzelfde lijden aan uw broederschap, die in de wereld is, volbracht wordt.
.
.
.

1 Petrus 5: 10

.

10 Onze God is een en al ontferming. Hij heeft u allen geroepen om deel te hebben aan dezelfde eeuwige heerlijkheid als Christus. Nadat het een korte tijd heel moeilijk is geweest, zal Hij u persoonlijk overeind helpen op de plaats waar u hoort te staan. Hij zal u zo sterk maken dat u nooit meer hoeft te wankelen.

Door de eeuwen heen hebben we steeds hetzelfde patroon gezien waar mensen die opstonden voor de naam van de Here Jezus Christus onder zware vervolging kwamen te staan. De tijd van de reformatie is daar een voorbeeld van en velen hebben zelfs hun leven gegeven vanwege de verkondiging van hun geloof.

Matteüs 11: 12 verklaart dat sinds de dagen van Johannes de Doper, het Koninkrijk van God zich aanbreekt met geweld en geweldenaars grijpen ernaar. Het Koninkrijk van God lijdt aan geweld; de boze is niet blij met de prediking van Jezus en het Koninkrijk en tracht de boodschap te stoppen. Het vraagt dus geweldenaars, mannen en vrouwen met vastberadenheid en moed om ondanks tegenstand door te breken en het licht van God te vestigen, waardoor duisternis moet wijken.

 

 

Matteüs 11: 11-12

 

11 Onthoud dit: Van alle mensen die ooit geboren zijn, is niemand groter dan Johannes de Doper. Toch is de kleinste in het Koninkrijk van de hemelen groter dan hij!

12 Sinds de dag dat Johannes de Doper zijn werk begon tot nu toe proberen talloze mensen het Koninkrijk van de hemelen binnen te dringen.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528.

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Reine en onreine dieren

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Reine en onreine dieren

.

De eerste keer dat we lezen over reine en onreine dieren in de Bijbel, is in de geschiedenis van de zondvloed. Noach kreeg de opdracht om zeven paar te nemen van alle rein vee en slechts twee van het onreine vee.

  • Ge 7:2 Van alle rein vee zult gij tot u nemen zeven en zeven, het mannetje en zijn wijfje; maar van het vee, dat niet rein is, twee, het mannetje en zijn wijfje.

We weten niet hoe Noah rein en onrein vee onderscheidde, maar het toont aan dat al in de vroege dagen een onderscheid gemaakt werd tussen het reine en het onreine. Reine dieren waren ongetwijfeld geschikt om te offeren. Toen Noach uit de ark was gekomen, bracht hij brandoffers van al het reine vee en al het rein gevogelte.

  • Ge 8:20 En Noach bouwde een altaar voor de Heere; en hij nam van al het reine vee en van alle reine vogels, en bracht brandoffers op dat altaar.

De dieren dienden vóór de zondvloed kennelijk nog niet tot voedsel, want pas na de zondvloed wordt gesproken over het eten van dierlijk voedsel.

  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

Met Israël was het anders. Welke dieren mochten en moesten worden geofferd wordt duidelijk aangegeven. En wat voor dieren rein waren en konden worden gegeten en wat voor dieren onrein waren en niet gegeten konden worden, maakte God in bijzonderheden bekend.

  • Le 11:46 Dit is de wet met betrekking tot de dieren, de vogels en alle levende wezens die in het water krioelen, en alle wezens die zich op aarde voortbewegen, Le 11:47 om onderscheid te maken tussen het onreine en het reine, en tussen de dieren die men eten en de dieren die men niet eten mag.

God maakte duidelijk welk vlees onrein was in Zijn ogen. We weten uit andere geschriften, dat de onrein genoemde dieren niet werkelijk op zichzelf onrein zijn, want God schiep geen dieren die onrein waren. Toch wees hij dieren met bepaalde kenmerken als onrein en afschuwelijk voor de Israëliet aan.

.

Om de heiligheid

.

Het doel van deze wetgeving aangaande reine en onreine dieren was heiligheid, in overeenstemming met de heilige God.

  • Le 11:44 want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig. U mag uzelf niet verontreinigen met al de kruipende dieren die zich over de aarde voortbewegen. Le 11:45 Want Ik ben de Heere, Die u uit het land Egypte heeft laten vertrekken, opdat Ik u tot een God ben. U moet heilig zijn, want Ik ben heilig.
  • De 14:2 Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. De Heere heeft u uit alle volken die op de aardbodem zijn, uitgekozen om voor Hem een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.  De 14:3 U mag niets eten wat een gruwel is.  De 14:4 Dit zijn de dieren die u eten mag: het rund, het schaap, de geit.

.

.

.

Landdieren

.

De Israëliet mocht alleen reine landdieren tot voedsel nemen. Reine landdieren zijn die welke zowel herkauwen als gespleten hoeven hebben (Lev. 11:2-3). Dit zijn bijvoorbeeld, volgens Deut. 14:4-6, het rund, het schaap, de geit, het hert, de gazelle, de reebok, de steenbok, de spiesbok, de antilope en de gems.

.

.

.

.

Schapen waren voor de Israëliet reine dieren. Ze mochten gegeten en geofferd worden.

Tot de onreine dieren behoren vleeseters, zoals katachtigen, en ook, volgens Lev. 11: 4-8 :

  • de kameel (herkauwt, geen gespleten hoeven)
  • de klipdas 
  • de haas  
  • het varken (herkauwt niet, wel gespleten hoeven).
  • Al wie ze aanraakte, was onrein (Lev. 11:26). “Van hun vlees mag u niet eten en hun kadavers niet aanraken; ze zijn voor u onrein.” (Lev. 11:8; vgl. Deut. 14:3,7-8)

Alle zoolgangers onder al de dieren die op vier poten gaan, waren voor de Israëliet onrein.Bij zoolgangers raakt de hele voetzool van voor- en achterpoot de grond. Zoolgangers zijn meestal geen snelle dieren, maar ze kunnen zich wel goed afzetten en iets vastgrijpen. Voorbeelden zijn beren en mensen.

  • (Lev. 11:27). “Al wie hun kadaver aanraakt, is onrein tot de avond. En wie hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond; ze zijn voor u onrein” (Lev. 11:28).

De kruipende landdieren, die zich over de aarde voortbewegen, hetzij op de buik of op poten, waren afschuwelijk en onrein voor de Israëliet en mochten niet gegeten worden.

  • (Leviticus 11:29-31; 41-44), zoals de mol, de muis, elke soort pad, de gekko, de varaan, de hagedis, de skink  en de kameleon.
  • (Lev. 11:31)“Al wie ze aanraakt als ze dood zijn, is onrein tot de avond”
  • (Lev. 11:43-44) “U mag uzelf niet tot een afschuw maken met al die kruipende dieren die zich zo voortbewegen, en u mag zich daarmee niet verontreinigen zodat u daardoor verontreinigd wordt,  want Ik ben de Heere, uw God. U moet u heiligen en heilig zijn, want Ik ben heilig”

Deze kruipende dieren (mol, muis, pad enz.) kwamen in woningen dikwijls voor. Wanneer ze, stervende of reed gestorven, op of in iets vielen (pan, pot, kleed, zak) was dit onrein tot de avond. Het moest in water worden gelegd (Lev. 11:32). Een aarden pot, onrein geworden, moest gebroken worden. Voedsel en drank uit zo’n pot (vat, kruik) was onrein. Ook de verontreinigde oven en de bakpan moesten stukgebroken worden (Lev. 11:35). Een bron of waterput of zaaigoed (zaaibaar zaad) zou door het dode dier niet verontreinigd raken, het zou rein blijven. “Maar als er water op het zaad gegoten wordt, en er valt iets van hun kadaver op, dan is dat voor u onrein.” (Lev. 11:38)

.

.

Waterdieren

.

De Israëliet mocht alleen reinewaterdierentot voedsel nemen. Reine waterdieren zijn die welke zowel vinnen als schubben hebben (Lev. 11:9; Deut. 14:9).

Wanneer een waterdier geen vinnen of schubben had, was het voor de Israëliet onrein en afschuwelijk en mocht hij het niet eten (Lev. 11:10-12; Deut. 14:10). Onrein en afschuwelijk zijn derhalve mosselen, kreeften, enz.

  • Lev. 11: 10 maar alles wat geen vinnen of schubben heeft in de zeeën en in de beken, van alles wat in het water wemelt en van alle levende wezens die in het water leven, die zijn voor u iets afschuwelijks. Lev. 11: 11 Ja, iets afschuwelijks zijn ze voor u. Van hun vlees mag u niet eten, en hun kadavers moet u verafschuwen. Lev. 11: 12 Alles wat in het water geen vinnen en schubben heeft, is voor u iets afschuwelijks.

.

.

.

Vogels

.

De arend was voor de Israëliet een onrein dier. 

.

.

.

De Israëliet mocht alleen reine vogels en reine gevleugelde dieren eten (Deut. 14:11,20).

Als onrein en afschuwelijk gevogelte wees God aan (Lev. 11:13-19; Deut. 14:12-18; 21:12) :

  • de arend, de lammergier of de havik, de monniksgier of de zeearend, de buizerd of de gier, elke soort kiekendief, elke soort wouw, elke soort raaf, de struisvogel, de velduil, de meeuw of de koekoek, elke soort valk of de sperwer, de steenuil, de visarend of het duikertje, de ransuil, de kerkuil, de kraai, de roerdomp, de aasgier, de pelikaan, de ooievaar, elke soort reiger, de hop en de vleermuis. Dit zijn voornamelijk roofvogels en aasvogels.

.

Insecten

.

De op vier voeten kruipende, kleine gevleugelde dieren waren bijna alle onrein voor de Israëliet, hij mocht ze niet eten (Lev. 11:20, 23-25; Deut. 14:19).

  • De 14:19 Ook al het kruipend gevogelte zal ulieden onrein zijn; zij zullen niet gegeten worden. De 14:19 Ook alle gevleugelde insecten zijn voor u onrein; ze mogen niet gegeten worden. 

Van alle gevleugelde insecten die op vier poten gaan en die naast hun poten een stel springpoten hebben om daarmee over de grond te springen, mocht de Israëliet de volgende soorten wel eten:

(Lev. 11:21-22) elke soort veldsprinkhaan, elke soort sabelsprinkhaan, elke soort krekel en elke soort doornsprinkhaan .

  • (Lev. 11:24-25). Door de kruipende gevleugelde dieren zou de Israëliet zichzelf kunnen verontreinigen. “Al wie hun kadavers aanraakt, is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond. En al wie een deel van hun kadaver draagt, moet zijn kleren wassen en is onrein tot de avond.”

Van Johannes de Doper lezen wij dat hij sprinkhanen als voedsel nam.

  • Mt 3:4 Hij nu, Johannes, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing.

 

.

.

Kadaver

.

Een wettelijk eetbaar dier werd onrein als het gestorven was. De Israëliet mocht geen enkel kadaver eten.

  • De 14:21 : U mag geen enkel kadaver eten. Aan de vreemdeling die binnen uw poorten is, mag u het geven om het te eten, of verkoop het aan een buitenlander. Want u bent een heilig volk voor de Heere, uw God. U mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder. 

Wie een dierlijk kadaver aanraakte, het droeg of daarvan at, was onrein tot de avond.

  • Le 11:39 En wanneer een van de dieren die u tot voedsel dienen, doodgaat, is hij die zijn kadaver aanraakt, onrein tot de avond. Le 11:40 Wie iets van zijn kadaver eet, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond, en wie zijn kadaver draagt, moet zijn kleren wassen, en is onrein tot de avond.

.

.

.

Het hemels gezicht van Petrus

.

In Hand. 10:9-16 krijgt de biddende en hongerige apostel Petrus een gezicht, waarin God hem toont dat de oude reinheidswet betreffende het eten van dieren niet meer geldt:

  • Hnd 10:11 En hij zag de hemel geopend en een voorwerp neerdalen als een groot laken, dat aan de vier hoeken op de aarde werd neergelaten; Hnd 10:12 daarin waren alle viervoetige en kruipende dieren van de aarde en vogels van de hemel. Hnd 10:13 En er klonk een stem tot hem: Sta op, Petrus, slacht en eet! Hnd 10:14 Petrus echter zei: In geen geval, Heer, want nooit heb ik iets onheiligs of onreins gegeten. Hnd 10:15 En weer klonk een stem tot hem, voor de tweede keer: Wat God gereinigd heeft, zul jij niet voor onheilig houden. Hnd 10:16 En dit gebeurde tot driemaal, en terstond werd het voorwerp opgenomen in de hemel.

Het is duidelijk uit de Schrift dat het verbod van onreine dieren te eten alleen voor Israël gold. Het gezicht aan Peter gegeven openbaart dat de beperking is afgeschaft in Christus.

  • 1Ti 4:4 Want al het door God geschapene is goed en niets is verwerpelijk als het met dankzegging wordt genomen, 1Ti 4:5 want het wordt geheiligd door Gods woord en door gebed.
  • Ge 9:3 Alles wat zich beweegt, waarin leven is, zal u tot voedsel dienen; Ik heb het u allemaal gegeven, evenals het groene gewas.

.

.

.

Zinnebeeldige betekenis

.

De kenmerken van reine en onreine dieren hebben ongetwijfeld symbolische betekenissen voor Nieuwtestamentische gelovigen. 

Het verdelen van de hoef en het herkauwen kunnen wijzen op een vaste en volhardende wandel (als de kameel of de os) en het verteren of overdenken van wat wordt ontvangen (vgl. Ps 1:1,2; Spr. 12:27).

Bijna al het kruipend gevleugeld gedierte, dat zich op de aarde voortbeweegt, was onrein. De aarde is onder de vloek vanwege de zonde, en er moet een zedelijke verhoging zijn, een uitstijgen boven het platvloerse, het aardse. De sprinkhaan kon springen en mocht daarom gegeten worden.

  • Flp 3:18 Want velen wandelen, van wie ik u dikwijls heb gezegd en nu ook wenend zeg, dat zij de vijanden van het kruis van Christus zijn; Flp 3:19 hun einde is het verderf, hun God is de buik en hun heerlijkheid is in hun schande; zij bedenken de aardse dingen. Flp 3:20 Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij ook de Heer Jezus Christus als Heiland verwachten.

De reine vissen hebben vinnen en schubben: de vinnen stellen de vis in staat zich voort te bewegen en op te stijgen in het water, zijn koers te richten en gevaar te vermijden; de schubben bieden de vis bescherming. Om besmettingen van de wereld te vermijden is een omzichtige wandel nodig, met de bescherming die God heeft gegeven.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

De heilige Konrad van Konstanz

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Konrad van Konstanz, Duitsland; bisschop; † 975

 

 

 

 

Hij moet rond 900 te Altdorf bij Konstanz geboren zijn uit het beroemde geslacht der Welfen. Hij was proost aan de dom van Konstanz en hoofd van de Domschool, toen hij in 934 tot bisschop benoemd werd. Hij mocht zich een persoonlijke vriend noemen van keizer Otto I († 973).

In een tijd dat kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zich vooral met de landspolitiek bemoeiden, bleek hij een goed herder en stond hij vanwege zijn heilige levenswandel in hoog aanzien. Zo deelde hij nagenoeg zijn hele persoonlijk vermogen uit aan de armen. Drie keer maakte hij een pelgrimstocht naar het Heilig Land. In zijn diocees stichtte hij meerdere kerken.

 

 

 

Legende

 

Een legende weet nog te vertellen hoe te Einsiedeln (Zwitserland) de inwijding van de Meinradskapel en van de kloosterkerk die aan Maria zou worden toegewijd, in zijn werk is gegaan.

In de dagen die aan de feestelijke wijding voorafgingen, hadden zich vele gasten, pelgrims en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders ter plaatse verzameld. Bisschop Konrad kon in de laatste nacht de slaap niet vatten en begaf zich midden in het pikkedonker naar de kloosterkerk om er te bidden.

Plotseling werd hij omgeven door een hemelse liturgie. Christus zelf verscheen in bisschoppelijk ornaat, juist zoals hij zelf, Konrad, morgen gekleed zou zijn voor de wijdingsplechtigheid. De vier evangelisten assisteerden Hem, evenals Petrus en de grote Paus Gregorius († 604; feest 3 september): ze gaven onze Heer mijter, staf en wijwaterkwast aan.

Talloze andere heiligen woonden de plechtigheid bij. Ook Maria was natuurlijk aanwezig. Tenslotte werd de kerk aan haar toegewijd. Zij troonde boven het hoogaltaar. Engelen deden intussen het werk van misdienaars en acolieten: ze zwaaiden met het wierookvat, droegen toortsen, gaven de nodige antwoorden, musiceerden en zongen hemelse mis gezangen. Konrad neuriede mee.

Toen het schouwspel ten einde was, raakte bisschop Konrad in verlegenheid. Nu de kapel door de Heer Jezus zelf was ingewijd, kon hij dat morgen toch niet nog eens over doen? Hij verkeerde zolang in tweestrijd, dat hij door de monniken tot spoed moest worden gemaand. De openingsgezangen waren al aan de gang en de bisschop was nog niet eens met de voorbereidingen begonnen. Ze reikten hem zijn tabberd, mijter en staf; ze droegen wijwater en wierookvat mee.

Plotseling klonk luid en duidelijk dwars door de liturgische gezangen heen een stem van boven: “Laat maar, broeders; het hoeft niet meer. De kapel is al ingewijd door God zelf.” Iedereen viel stil. Toen vertelde bisschop Konrad wat hij die nacht had meegemaakt. Uit dankbaarheid voor dit grote wonder werd een prachtig genadebeeld van Maria gemaakt en boven op het hoofdaltaar geplaatst, juist zoals Konrad het had gezien. Jaarlijks komen er nog duizenden pelgrims naar deze plek; en elk jaar wordt op de gedenkdag van dit wonder, 14 april, de zogeheten ‘engelenwijding’ gevierd.

Na veertig jaar het ambt van bisschop bekleed te hebben overleed hij; hij werd te Konstanz begraven in de door hem gestichte Mauritiuskerk. Later werd hij bijgezet in de domkerk.

 

 

 

 

 

Verering & Cultuur

 

Mede op grond van de vele wonderen die er na zijn dood rond zijn graf gebeurden, werd hij door paus Callistus II († 1124) in 1123 heilig verklaard. Tijdens de Reformatie werden zijn relieken in de Bodensee gegooid, alleen zijn hoofd werd gered; het bevindt zich thans in de schatkamer van de dom. Hij is patroon van het aartsbisdom Freiburg en van het bisdom Konstanz.

Koenraad van Konstanz wordt vaak afgebeeld met een kelk, waarop een spin zit. Volgens een middeleeuwse legende zou Koenraad toen tijdens een mis een spin, die in de miswijn was gevallen, met de wijn opgedronken hebben. De reden hiervoor was dat hij niet de reeds geconverteerde wijn wilde weggooien. Later is de spin weer ongeschonden uit zijn mond gekomen en vrijgelaten.

Zijn feestdag is op 26 november.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

2 Peter, Petrus 2 • A warning about false teachers / Een waarschuwing voor valse leraars

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

2 Peter 2 • A warning about false teachers

.

2 Petrus 2 . Een waarschuwing voor valse leraars

.

.

 

 

 

2 Peter, Petrus 1 (Part 4) :12-21 • A lamp shining in a dark place / Een schijnende lamp in een donkere ruimte

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

2 Peter 1 (Part 4) : 12-21 • A lamp shining in a dark place

.

2 petrus 1 (deel4) : 12-21 . Een schijnende lamp in een donkere ruimte

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

2 Peter, Petrus 1 (Part 3) :5-11 • Adding to our faith / Toevoegingen aan ons geloof

Standaard

Category, categorie :  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

2 Peter 1 (Part 3) : 5-11 • Adding to our faith

.

2 Petrus 1 (deel3) : 5-11 . Toevoegingen aan ons geloof

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

 

2 Peter, Petrus 1 (Part 2) : 3-4 • Called to His own glory and excellence / Geroepen tot Zijn eigen glorie en uitmuntendheid

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

2 Peter 1 (Part 2) :3-4 • Called to His own glory and excellence

.

2 Petrus 1 (deel2) : 3-4 . Geroepen tot Zijn eigen glorie en uitmuntendheid

.

Paul LeBoutillier

.

.

 

 

 

2 Peter,Petrus 1: (Part 1) :1-4 • Experiencing the reality of God / De realiteit van God ervaren

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

2 Peter 1: (Part 1) : 1-4 • Experiencing the reality of God

.

2 Petrus 1 : (deel1) : 1-4 . De realiteit van God ervaren

.

Paul LeBoutillier

.

.