Tagarchief: koran

De Koran.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Al Qur’an is een Arabisch woord dat letterlijk betekent “lezen, reciteren”. Het is één van de Heilige Boeken van de islam, naast de andere aan de profeten geopenbaarde boeken in hun oorspronkelijke vorm (zoals het Boek der Psalmen, de Thora, de Evangeliën enz.).

 

 

koran-heilig-boek-19485836

 

 

De Koran brengt geen nieuwe godsdienst, maar bevestigt de boodschappen die voordien reeds neer gezonden werden aan andere profeten.

“Hij heeft u het Boek met de waarheid tot jou neergezonden, ter bevestiging van wat er voordien al was en Hij heeft ook de Thora en de Evangeliën neergezonden, vroeger al, als leidraad voor de mensen en Hij heeft het reddend onderscheidingsmiddel neergezonden…” (Koran 3:3-4)

Moslims geloven dat de Koran letterlijk het Woord van God (in het Arabisch: Allah) is zoals dat in het Arabisch stuk per stuk aan Mohammed geopenbaard werd gedurende een periode van 23 jaar. Het is geen geheel van absolute regels, maar een leidraad om in alle mogelijke omstandigheden in het leven de best mogelijke keuze te kunnen maken, om een onderscheid te kunnen maken tussen opties die men heeft, en daaruit de best mogelijke te kiezen. In de afgelopen 1400 jaar is er geen letter, zelfs geen leesteken, aan gewijzigd.

De taal van de oorspronkelijke boodschap was Arabisch en de woorden zijn letter per letter in goddelijke orde vastgelegd. Daar kan niets aan veranderd worden want dan is het geen Koran meer. Merk op dat een vertaling van de Koran geen Koran is maar een interpretatie door de vertaler van de Koran.

De Koran werd volgens moslims aan de mensheid doorgegeven via een keten die begon bij God via de Aartsengel Gabriël naar de Profeet Mohammed. De Koran wordt door de meeste moslims aanzien als laatste Boodschap van God aan de gehele mensheid, voor alle tijden, zonder beperkingen van ras of nationaliteit, als baken en gids voor iedereen die dat zelf wil tot het Einde der Tijden.

De geschreven woorden van de Koran worden als heilig beschouwd. Moslims worden dan ook geacht erg zorgzaam om te gaan met een afdruk van deze heilige woorden.  Met de opkomst van de moderne, vluchtige, media is dat wel enigszins veranderd.

 

 

Structuur van de Koran

 

De hoofdstukken van de Koran zijn gerangschikt volgens lengte, de langste hoofdstukken staan eerst, de kortste laatst. Mohammed kreeg zijn eerste Openbaring in het jaar 610 na Christus. Gedurende de daaropvolgende 23 jaar werd de Koran vers per vers aan hem geopenbaard.

Het eerste dat aan Mohammed geopenbaard werd waren de eerste vijf verzen van Surah Al-Alaq:

“Lees voor in de naam van jouw Heer die heeft geschapen”
Geschapen heeft Hij de mens uit een klonter.
Lees voor! Jouw Heer is de Edelmoedigste,
die onderwezen heeft met de pen.
Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.”(Koran 96:1-5)

Het allerlaatste laatste geopenbaarde vers luidt:

“Heden heb ik jullie godsdienst voor jullie voltooid” (Koran 5:3)

Daarmee is volgens een grote meerderheid van de moslims een einde gekomen aan de boodschappen van God aan de mensen, zoals ook de Profeet Mohammed zei tijdens zijn bekende Laatste Preek: “Geen Profeet of Apostel zal nog komen na mij.”

Volgens moslims is Mohammed  de laatste Profeet in de islam, en de Koran is dan ook het laatste geopenbaarde boek van God. Na Mohammed kunnen volgens de meeste Moslims geen openbaringen en profeten meer volgen tot aan het Einde der Tijden.

Surah Al-Fatiha, ook wel het Onze Vader van de islam genoemd, was het eerste volledig hoofdstuk dat geopenbaard werd, Surah an-Nasr het laatste. De Koran is onderverdeeld in 30 gelijke stukken die in het arabisch “juz” genoemd worden.

Er zijn 114 hoofdstukken van verschillende lengte. Het langste hoofdstuk is Al-Baqarah (286 verzen), het kortste Al-Kwathar (3 verzen). De verzen die geopenbaard werden voor de migratie worden Mekkaans genoemd, de verzen erna Medinish.

 

 

Bewaring van de Koranische Boodschap

 

De Koranische Boodschap wordt bewaard op twee manieren: via data-dragers (papier, CD enz) en via mensen die de Koran volledig memorizeren, wat als erg verdienstelijk wordt aanzien in de islam. Een Hafeez (meervoud: Huffaz) is een persoon die de Koran volledig van buiten kent.

Naar schatting zijn er vandaag de dag zo’n 10 miljoen Huffaz. Op die manier wordt ook voorzien voor noodgevallen, zoals grote overstroming of andere rampen waardoor gedrukte versies verloren zouden kunnen gaan.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De houding tegenover leven en oorlog volgens de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Houding tegenover leven en oorlog

 

 

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

 

 

Recht op leven

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

De Koran stelt

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)

en

« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32)

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten:

 

een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert.

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe:

«“Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» (gemeld door At-Tabarani in Al-Awsat)

 

 

 

een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven.

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde”Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet.

In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren. Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe zit dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

 

« En zij die naast God geen andere god aanroepen en die niemand doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht (…) ; wie dat doet zal een straf moeten ondergaan.» (Koran 25: 68)

 

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

 

 

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is.

Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen (waarbij aan nog een hele reeks andere bepalingen moet voldaan zijn: het dier moet een waardig emotioneel, fysisch en sociaal leven gehad hebben en moet op wettige, dit wil in essentie zeggen ‘pijnloze’ manier gedood worden, het voedsel dat daaruit resulteert mag niet verspild worden enz.).

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden. Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Aartsengel Michaël.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Aartsengel Michaël

 

aartsengel_michael

 

 

 

Brandende vorst van het licht en held van het mensendom

 

Michaël is waarschijnlijk de bekendste van alle engelen , hij wordt in het Oude en het Nieuwe Testament, en in de Koran genoemd als aartsengel. Zijn naam betekent ” die als God is”, de perfecte weerspiegeling van het goddelijk licht.

Hij is de vorst van het licht die de strijdkrachten van het goede aanvoert tegen de machten van de duisternis. Hij, de overwinnaar van Satan in de hemelse oorlog, zal de hemelse massa’s naar het eindoordeel leiden. Het was Michaël die Daniël redde uit de leeuwenkuil en volgens de christelijke overlevering bestrijdt hij satan door bij het sterfbed van elke sterveling te komen om hem verlossing te bieden.

De moslimleer beschrijft hem als een wezen met” vleugels die bedekt zijn met saffraankleurige haren, elk een miljoen gezichten en monden bevattend en even zoals tongen, die de genade van God afsmeken”. Michaël is de drakendoder, de hemelse tegenhanger van Sint Joris.

Er wordt vaak gedacht dat hiermee de triomf van het christendom over het heidendom wordt verbeeld, maar in werkelijkheid gaat het om de triomf van de goddelijke orde over de chaotische machten van de duisternis.

Hij is de meest krijgshaftige van alle aartsengelen en verschijnt ten tonele tijdens veldslagen, waarvan de meest memorabele die van Mons was in de Tweede Wereldoorlog: het overweldigend sterkere Duitse leger werd onverklaarbaar op de vlucht gejaagd. Gevangengenomen Duitse soldaten vertelden dat ze boven het geallieerde leger een fantoomleger zagen, dat werd geleid door een schitterende figuur op een wit paard.

 

 

 

Associaties en Symbolen

 

Met betrekking tot de alchemie vertegenwoordigt Michaël de gouden leeuw, de getransmuteerde en geperfectioneerde energie van de oorspronkelijke grondvorm van de draak.

Hij is de beschermheilige van hooggelegen plaatsen en veel kerken op de top van een heuvel zijn aan de heilige Michaël gewijd. Het woord           ” heilige” voor zijn  naam weerspiegelt de ambivalente houding van de christelijke traditie jegens engelen.

Michaël is zowel de beschermheilige van de Rooms-Katholieke Kerk als van de staat Israël. Op schilderijen wordt hij vaak afgebeeld in rood, wit en groen of in een glanzende wapenuitrusting.

Als de drakendoder hanteert hij het zwaard of lans en staat hij met zijn voet op de nek van de draak, en als de engel des doods en goddelijke gerechtigheid houdt hij een weegschaal vast. Als aartsengel van het zuiden vertegenwoordigt hij het element vuur en de zomer. Felle kleuren-met name rood-passen het best bij hem.

 

 

Michaël verslaat Satan

Michaël verslaat Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Waar staat de Koran voor?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Koran

Koran

 

 

De Koran brengt een boodschap van vrede. Vrede is de wenselijke toestand wat gestuurd wordt door het verkondigen van het belang van barmhartigheid, rechtvaardigheid, verdraagzaamheid en pluralisme. De islam staat voor een ideaal waarin niet-moslims verregaande rechten krijgen om hun eigen godsdienst daadwerkelijk te beleven, en waarin niet-moslims ook beschermd worden tegen aanvallen.

De omgang tussen verschillende godsdiensten wordt gereguleerd door het principe : “wedijver met elkaar in goede daden”. Geen naijver, geen afgunst, geen dwang om anderen te bekeren, maar verdraagzaam samenleven met respect voor eenieders eigenheid, waarbij elk vanuit het eigen model aangemoedigd wordt het beste van zichzelf te geven en op de best mogelijke manier met anderen om te gaan.

Daarnaast is het zo dat de weinige uitzonderingen waarin oorlog toegestaan wordt, zodanig strikt omschreven zijn en telkens ingeperkt worden door zulk danige beperkingen, dat de oorlog alleen toegestaan is om een aanval op de vrede af te slaan en gericht is op een zo spoedig mogelijke terugkeer naar de vrede.

In oorlogstijd krijgen soldaten dusdanige instructies dat ze voortdurend verplicht zijn zich aan een hoogstaande morele gedragscode te houden. Niet alleen mogen geen burgers, burgerconstructies, gebedshuizen, religieuze leiders, dieren, enz. het slachtoffer worden van de oorlog, bovendien moet zelfs de houding tegenover de vijandige soldaten telkens getemperd worden en mag men ook in oorlogstijd alleen een vijandig soldaat doden als er geen logistieke mogelijkheid is om hem gevangen te nemen en dus zijn leven te beschermen.

Wanneer iemand van de vijand asiel vraagt (soldaat of burger) moeten moslims dit asiel schenken en de persoon in veiligheid brengen. De manier waarop het oorlogrecht in de Koran omschreven staat, wordt gekenmerkt door uitermate grote voorzichtigheid. Elke keer als een toestemming verleend wordt tot strijden, om zich te verdedigen tegen een aanval, wordt er op verschillende manieren aan herinnerd dat dit geen carte blanche is en dat alle beperkende bepalingen blijven gelden. Ook in oorlogsomstandigheden blijven de morele principes gelden.

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

De algemene koranische regel dat men gedrag moet beantwoorden met gedrag dat beter is, blijft ook dan behouden. Men mag ook nooit in de immoraliteit van de ander vervallen. Wanneer bijvoorbeeld een vijand de moslimgemeenschap aanvalt met als doel de moslimgemeenschap uit te roeien, krijgen moslims (na eerst geprobeerd te hebben via onderhandelingen de vrede te bewaren) toestemming om de aanval af te slaan tot op het moment dat de tegenpartij vrede aanvaardt en godsdienstvrijheid erkent.

Het wordt de moslims verboden de tegenpartij op haar beurt uit te roeien. Vrede is het hoogste goed, en dat wordt nagestreefd door rechtvaardigheid en een hoogstaande morele gedragscode, ook in de weinige omstandigheden dat oorlog gewettigd kan worden.

Een ander belangrijk aspect is dat in de Koran moslims niet tegenover niet-moslims gesteld worden, maar dat rechtvaardigheid tegenover onrecht geplaatst wordt. Diegenen die in God geloven (ongeacht via welke weg) en rechtvaardig en goed handelen, worden geplaatst tegenover diegenen die mensen verdrukken en onrecht aandoen.

Dit is een punt dat niet genoeg beklemtoond kan worden. De Koran erkent immers dat er verschillende wegen zijn om tot God te komen. Er is geen ‘wij versus zij’ mogelijk op grond van natie, ras, huidskleur, taal, e.d.m., zelfs niet op grond van religie. Er is alleen rechtvaardigheid tegen onrecht.

De moslimgemeenschap bestaat overigens typisch ook uit niet-moslimminderheden wier godsdienstvrijheid door de Koran gegarandeerd wordt en over wiens veiligheid het moslimleger moet waken. Uit de bespreking van de verzen die door islamofoben en ‘islam bashers’ aangehaald worden om het tegendeel te bewijzen, blijkt dat de islamofoben op zijn minst onwetendheid en mogelijks intellectuele oneerlijkheid aan de dag leggen en de verzen geheel uit hun context lichten.

Dat zou overeenkomen met uit het Belgisch strafwetboek de zinsnede dat doden niet bestraft wordt te lichten, er niet bij te vermelden dat het om een uitzonderingsregel gaat die enkel van toepassing is op gevallen van wettelijke zelfverdediging, om daaruit vervolgens te besluiten dat de Belgische wetgeving aanzet tot geweld en doodslag want dat het “zwart of wit” zo in de wet staat.

Ja, er zijn natuurlijk gevallen van geweldpleging door moslims. Er zijn ook gevallen van geweldpleging door niet-moslims waar de godsdienst echter niet wordt bijgesleurd. Waarom sleurt men er de islam dan wel bij? Het is duidelijk dat niets, maar dan ook niets in de hele Koran, geweldpleging tegen en doden van onschuldige burgers toestaat.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Hoe staat de Koran tegenover leven en oorlog?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 Recht op leven

 

 

Mohammed

Mohammed

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

 

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

 

De Koran stelt:

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)
en
« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32).

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten

.

 a : een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.

 

Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe.

 

«”Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» 

 

 

b : een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde” .

 

Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet. In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren.

Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe ziet dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is. Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen.

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden.  Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

Koran

Koran

 

 

 

Kaïn en Abel : het eerste geval van moord

 

Om de houding van de Koran tegenover moord te onderzoeken, gaan we terug naar het allereerste beschreven geval van geweldpleging door een mens op een mens: het relaas van Kaïn (Qabil) en Abel (Habil). De Koranische passage gaat als volgt:

 

« En lees hun de mededeling over de twee zonen van Adam naar waarheid voor. Toen zij een offer brachten en het van een van beiden werd aangenomen. En het werd van de ander niet aangenomen. Die zei: “Ik sla jou dood!”. Hij zei: “God neemt slechts de godvrezenden aan. Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren. Dat is de vergelding voor de onrechtplegers.” Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde hem en zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond toen een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen hoe hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei: “Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?” Zo ging hij behoren tot hen die wroeging hebben.”» (Koran 5:27-31)

 

 

In dit relaas valt een merkwaardig verschil met het Bijbelse passage vast te stellen, met name dat Abel die door zijn broer Kaïn met de dood bedreigd wordt, zegt:

 

«Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren.» (Koran 5:28)

 

 

Wat wordt hier  bedoeld? Kaïn zal door het vermoorden van zijn broer naar de hel gaan. Door geen weerstand te bieden tegen zijn belager, worden de zonden van Abel door Kaïn meegenomen naar de hel, en is Abel verlost van zijn zonden. Zijn pacifistische houding wordt met andere woorden beloond met een volledige kwijtschelding van al zijn zonden.

Volgens de liberale strekking van de islam, kan men moeilijk een krachtiger pleidooi bedenken voor geweldloosheid en dus pacifisme. Pacifisme wordt in de Koran zeer krachtig beloond met vergeving van alle zonden en dus met een plaats in het paradijs.

Merk verder ook op hoe God hier een raaf stuurt om aan de mens te leren wat hij met een lijk moet doen. Mensen worden in de Koran niet opgevoerd als superieur aan de dieren, maar als soort tussen de soorten. In dit vers is een dier zelfs de leermeester van de mens.

 

 

clip_image0061

 

 

 

De Koranische oorlogsethiek en krijgswet

 

 

Inleidend

 

Niettegenstaande de pacifistische reactie beloond wordt, hecht de Koran ook ontzettend veel belang aan rechtvaardigheid en aan het beschermen van de rechtvaardige, tolerante maatschappij. Om die maatschappij te beschermen, is het in sommige nauwkeurig bepaalde omstandigheden toegestaan dat men naar de wapens grijpt. Ook daar is niets uitzonderlijk aan.

 

 

Wie beslist over oorlog en vrede?

 

Uiteraard kunnen individuele moslims of groepen of organisaties extremisten, net als in seculiere landen, niet over oorlog en vrede beslissen. In principe is het zo dat een beslissing om een oorlog te verklaren, alleen kan genomen worden door de leider (i.c. kalief) van een eengemaakte ummah (wereldwijde gemeenschap van alle moslims) die vandaag de dag niet eens bestaat.

In afwezigheid daarvan, zou een oorlog in principe kunnen verklaard worden bij consensus van representatieve en legitieme leiders die de steun van de grote meerderheid van de ummah genieten, mensen dus die wettelijk als leiders erkend zijn en op een brede basis kunnen rekenen.

 

 

Houding tegenover geweld en terrorisme

 

Het bovenstaande neemt niet weg dat er soms groepen zijn die geheel onrechtmatig naar de wapens grijpen. Dit kan dan ook als niets anders dan een crimineel feit (i.c. terrorisme) beschouwd worden. Terrorisme is niet uniek voor de islam. Integendeel zelfs, volgens een door Professor Robert Pape uitgevoerde studie, werd het merendeel van de terroristische zelfmoordaanslagen tussen 1980 en 2001 gepleegd door Tamil Tijgers, een marxistisch geïnspireerde seculiere groep die onder hindoes recruteert.

Zij zijn ook de bedenkers van de zelfmoordvest. Zelfmoordterrorisme is niet geloofsgebonden. Volgens Professor Pape heeft het alles te maken met de aspiraties van een groep die zich verzet tegen een buitenlandse aanwezigheid op grondgebied waar de groep zelf recht meent op te hebben. Wanneer die buitenlandse aanwezigheid een andere religie heeft, is de kans groter dat groepen die zich daar tegen verzetten, de religieuze kaart trekken om leden te ronselen.

Ze doen dat op hun eigen vertekende manier, want de koranische leer is zeer duidelijk: terrorisme is een misdaad die krachtig veroordeeld wordt. Dit wordt overigens ook keer op keer herhaald door tal van geleerden.

De tragische vergissing bestaat hierin dat de westerse publieke opinie de criminelen gelijkgesteld heeft aan de meerderheid van de islamitische bevolking. Tragisch, omdat dit precies is wat de terroristen willen. Zij willen een wig drijven tussen het Westen en de moslimwereld. Zij willen ook dat hun kijk op de zaken erkend wordt als enige juiste, wat door de moslimwereld ondubbelzinnig verworpen wordt.

Ook andere vormen van geweld dan terrorisme worden keer op keer weer door moslims en moslimleiders ondubbelzinnig en scherp afgekeurd en verworpen. Een voorbeeld waren de talloze verklaringen waarin moslimleiders het geweld naar aanleiding van de cartoonprotesten veroordeelden.

 

 

terrorisme

terrorisme

 

 

Alleen defensieve oorlog toegestaan

 

Vrede is de gewenste toestand, en geweld wordt afgekeurd. Maar zoals gezegd zijn er een paar zeer specifieke situaties waarin een oorlog toch gewettigd kan zijn. Een oorlog wordt in de regel alleen toegestaan om de vrede, en dus om de rechtvaardige, tolerante gemeenschap van de middenweg te beschermen. Dit wil zeggen dat de islam geen offensieve oorlog toestaat.

Enkel wanneer moslims aangevallen of onderdrukt worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten,en dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is steeds de allerlaatste optie.

Volgend vers legt uit wanneer fysische strijd toegestaan is:

 

«Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: “Onze Heer is God” – en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig.» (Koran 22:39-40)

 

Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:

  1. De vijandigheden moeten door anderen gestart worden tegen de gelovige moslims. Enkel moslims die “bestreden worden”, mogen zich verzetten. Het gaat dus om een defensieve oorlog, niet om een offensief.
  2. Er moet de moslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen vermeld.
  3. Het doel van de agressor moet de destructie van de islam en moslims zijn. Het vers verwijst naar godsdienstvervolging, waarbij moslims vervolgd worden enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.
  4. Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging. Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.

 

 

screenshot_1214

 

 

Gewapende strijd moet daarenboven altijd getemperd worden door het nastreven van vergevingsgezindheid, rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef mag gaan:

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.» (Koran 2:190)

 

Diezelfde toon vindt men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

 

«Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig.» (Koran 60:7)

 

Het voeren van een oorlog is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  1. Dood geen vrouwen
  2. Dood geen kinderen,
  3. Dood geen bejaarden,
  4. Dood geen zieken.
  5. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).
  6. Verniel geen onbewoonde plaatsen.
  7. Dood geen dieren behalve voor voedsel
  8. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
  9. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
  10. En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven. Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

 

«En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God.» (Koran 8:61)

 

 

Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

 

«God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen…» (Koran 4:58)

«Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid.” (Koran 5:8) “God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is….» (Koran 16:90)

 

 

De Islamitische gemeenschap wordt naar voor geschoven als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Een oorlog is enkel toegestaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Wie is Allah volgens de Bijbel?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

De islam is gebouwd rond het centrale geloof dat er geen god is dan God. Allah is het Arabisch woord voor God. Het is het enige Arabische woord dat noch mannelijk, noch vrouwelijk is – het heeft ook geen meervoudsvorm. Deze taalkundige kenmerken benadrukken meteen de unieke aard van God. Mede daarom, en omdat de Koran in het Arabisch geopenbaard is, verkiezen de meeste moslims het woord Allah boven het woord God, maar de betekenis van beide termen is hetzelfde.

 

 

allah-ismi-resim

 

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.”(Koran, 112:1-4)
‘Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten vrede.’ (Koran, 13:27)
.
.
.

Zoals men in het Nederlands God zegt, in het Hebreeuws Jahweh en in het Frans Dieu, zo zegt men in het Arabisch Allah. In een christelijke Arabische Bijbel, wordt God inderdaad vertaald als Allah, zoals blijkt uit volgende vergelijking, waarin het Arabische woord Allah groen aangeduid werd:

 

.

  1. Het woord “Allah”in de Koran, Hoofdstuk 1, vers 1:
    Arabisch: bismillah
    Nederlands: In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
  2. Het woord “Allah” in de christelijke Bijbel in het Arabisch, Boek Genesis, vers 1:
    Arabisch: genesis
    Nederlands: In het begin schiep God hemel en aarde

 

.

.

Voor moslims gaat gaat dit veel verder dan een taalkundig feit. Immers, volgens moslims betreft het hier dezelfde Ene God die in het Oude Testament Jahweh genoemd wordt. De islam leert dat Joden, christenen en moslims essentieel dezelfde Ene God aanbidden. er zijn natuurlijk wel onderlinge verschillen tussen de drie godsdiensten van het Boek, die ook de monotheïstische godsdiensten genoemd worden.

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.

De islam gelooft dat er een duizenden profeten geweest zijn die allemaal hetzelfde geloof verkondigden. Volgens de islam bevestigt de profeet Mohammed dan ook slechts de boodschap die voor hem door andere profeten zoals Abraham, David of Jezus, gebracht werd. Moslims zijn overigens verplicht in al deze profeten en in hun Boodschap te geloven. Wanneer men niet gelooft in Jezus en de boodschap die Hij bracht, kan men dus geen moslim zijn.

Moslims geloven verder dat al diegenen die in de boodschap geloven die hen door de profeten gebracht werd, naar het paradijs kunnen gaan. Christenen en Joden kunnen volgens de islam dus ook naar het paradijs gaan, waaruit nogmaals blijkt dat zij volgens moslims allemaal in dezelfde ene God geloven.

 

.

.

De Uniciteit van God volgens de Thora, de Bijbel en de Koran

 

Hierna volgen een paar verzen uit het Oude Testament, het Nieuwe Testament en De Koran, waaruit telkens het centrale belang van het geloof in de ene God blijkt:

“Gij zult geen andere goden hebben dan Mij”. (Deuteronomium 5:6)
.
.
.

En de Koran:

“Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
.
.
.

Andere goden dan God, wat moet men zich daarbij voorstellen? Zeker niet enkel het aanbidden van meerdere goden of idolen maar alles wat in de weg komt van het aanbidden van de Ene God, dus ook het eigen ik dat men tot status van godheid kan verheffen. Volgens de islam is de hoogste vorm van Jihad (streven) overigens deze van het streven tegen het eigen ik, om zo volledig God te dienen en zich volledig in te schrijven in zijn liefde.

.

.

Het geloof in één God werd door alle Profeten verkondigd. Zo horen we bijvoorbeeld Mozes zeggen:

“Hoor, Israël! de Heer (Jahweh) is onze God, en de Heer alleen. Bemin uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:4-5)
.
.
.

In de Evangeliën horen we ook Jezus zeggen:

“Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer, Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:29-30)
.
.
.

Ook in de Koran vinden we dit terug:

“Zeg : “Hij is God als enige, God als Bestendige. ” (Koran 112:1-2)
.
.
.

Het Oude Testament stelt reeds ondubbelzinnig dat niets of niemand met God gelijkgesteld mag worden:

“Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; gij zult geen andere goden naast Mij hebben. Ge zult u geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus, 20:2)
.
.
.

God is de Eerste en de Laatste. In het boek Isaiah (Jesaja) lezen we:

“Jullie zijn Mijn getuigen, zegt de Heer. Vóór mij was er geen god, en na mij zal er geen god zijn. Ik ben de Heer, en behalve Mij, is er geen enkele Redder”. (Jesaja 43:11)
“Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen god.” (Jesaja 44:6)
.
.
.

Ook dit vinden we in de Koran terug:

“Hij is de Eerste en de Laatste” (Koran 57:3)
“En er is geen andere god dan Ik, een rechtvaardige God, een Redder. Er is er geen dan Ik. Omdat Ik God ben, en er is geen ander.” (Jesaja 45:21-23)
.
.
.
.

Jezus als machtig profeet van God

 

De islam gelooft dan ook niet dat Jezus zelf God was. Dit doorbreekt volgens de islam immers het zuivere monotheïsme dat er geen god is dan God, vermits het een mens verheft tot de status van god-zijn, wat volgens de islam niet kan. Volgens moslims was Jezus evenwel een machtig profeet van God, die dezelfde boodschap verkondigde als al de andere profeten van God.

 

.

MET ANDERE WOORDEN : DE ISLAM GELOOFT NIET IN DE DRIEVULDIGHEID VAN GOD, HET MYSTERIE VAN DE EENHEID VAN GOD DE VADER, GOD DE ZOON EN GOD DE HEILIGE GEEST. VOLGENS DE ISLAM WAS CHRISTUS EEN PROFEET MAAR GEEN MESSIAS DIE HET ZOENOFFER OP ZICH NAM OM TE STERVEN OP HET KRUIS TER VERGEVING VAN ALLE ZONDEN.

 

.

.Jezus en Maria worden in de Koran meermaals eervol vermeld. Er is zelfs een hoofdstuk van de Koran (hoofdstuk 19) dat haar naam draagt. Moslims geloven overigens, net als de christenen, in de maagdelijke verwekking van Jezus en verwijzen daarbij naar Adam om te verduidelijken dat dit niets verandert aan het feit dat Jezus een mens is. Immers, ook Adam had geen menselijke vader (en zelfs geen menselijke moeder), maar dat maakte hem ook niet tot God:

“Waarlijk, het voorbeeld van Jezus, voor God, is zoals dat van Adam. Hij schiep hem van stof en zei “Wees!” en hij was.” (Koran 3:59)
.
.
.

Volgens de Koran deed Jezus met God’s gratie ook mirakelen, en is hij levend in de hemel. Net als christenen verwachten ook moslims de terugkeer van Jezus. Islam en christendom zijn de enige godsdiensten die, elk op hun manier, in de Boodschap van Jezus en in zijn wederkomst geloven.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De Koran is tegen geweld

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

Vrede is de wenselijke toestand

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

 

1 Erbarmen en barmhartigheid

 

De eerste woorden waarmee we geconfronteerd worden wanneer we de Koran openslaan, en die meteen de relatie tussen de lezer en de Auteur vestigen, zijn ‘Bismillah al Rahman al Rahim’. Dit is in de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige.

De draagwijdte van deze woorden, kan niet overschat worden. Erbarmer en Barmhartige zijn twee van de ‘mooie namen’ of ‘attributen’ van God. Door daarmee de Koran te openen, wordt alles wat in dit boek zal volgen, gekaderd binnen goddelijk erbarmen en barmhartigheid.

  • Bismillah betekent : in de naam van God, aan wie niets of niemand gelijkwaardig is.
  • Al Rahman (de Erbarmer, Genadevolle) verwijst naar de eindeloze liefdevolle genade die God voortdurend aan al zijn schepselen schenkt, zonder dat ze er ook maar iets moeten voor doen, geheel onafhankelijk van hun daden, dus ook als ze Zijn genade niet verdienen. Ook als God mensen straft voor hun zonden en misstappen, kunnen ze nog altijd rekenen op deze rahmah, op deze liefdevolle genade van God.
  • Al Rahim (de Barmhartige) heeft betrekking op het medelijden dat God schenkt aan de gelovigen die door hun daden Zijn genade verdienen. Al Rahim slaat tevens op de genade die God de gelovigen zal schenken in het hiernamaals. Het heeft ook betrekking op de vergeving die God schenkt aan gelovigen die berouw tonen.

 

De openingszin van de Koran zet dus al meteen de volledige islamitische levensvisie neer. Eerst en vooral, wordt de uniciteit van God gevestigd, zonder wie niets of niemand zou bestaan. Vervolgens wordt zijn kenmerk Al Rahman geëvoceerd, een kenmerk dat refereert aan Gods veelvuldige goedheid voor alle mensen, altijd en overal, ongeacht hoe ze zich gedragen.

Daar wordt Gods genade aan toegevoegd voor diegenen die Hem verheerlijken en om leiding, hulp of vergiffenis vragen. Het is een uitdrukking die daarom warmte, hoop en geborgenheid in zich draagt. Alles wat daarna volgt, wordt binnen dit kader gedefinieerd en moet binnen dit kader begrepen worden. Elk vers, wat er ook de individuele betekenis van is, krijgt pas zijn volledige draagkracht binnen dit kader, ook de bestraffende verzen.

Een eerste gevolg hiervan is dat moslims in hun omgang met anderen zich evenzeer moeten laten kennen door barmhartigheid, genade en vergevingsgezindheid. De islam geeft moslims de levenslange opdracht aan de eigen persoonlijkheid te werken in de richting van een ideaal dat zich kenmerkt door gematigdheid, naastenliefde, discretie, nederigheid, oprechtheid en minzaamheid. Hoe dichter men dat ideaal benadert, hoe groter de innerlijke vrede, hoe groter de kans dat men in het hiernamaals tot het paradijs toegelaten wordt.

 

 

hqdefault

 

 

 

2 Rechtvaardigheid

 

Volgens de islam, leidt overgave aan God tot innerlijke vrede, en vrede in de samenleving. Om die toestand te bereiken, speelt naast eerder genoemde barmhartigheid en vergevingsgezindheid, ook rechtvaardigheid een centrale rol. De Koran schrijf voor rechtvaardig te zijn zelfs wanneer het eigen belang daardoor geschaad zou worden:

 

«Jullie die geloven! Weest standvastig in de gerechtigheid als getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf of de ouders of de verwanten. Of het nu om een rijke of om een arme gaat, God staat hen beiden zeer na. Volgt dus niet je geneigdheid om niet rechtvaardig te zijn. Maar als jullie verdraaien of jullie afwenden, dan is God welingelicht over wat jullie doen. » (Koran 4:135)

 

 

Ook een afkeer tegenover mensen mag rechtvaardigheid niet in de weg staan:

 

«Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij Godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen.» (Koran 5:8)

 

 

 

3 Godsdienstvrijheid

 

In de Koran nodigt God iedereen uit deelachtig te worden in de vrede:

 

«En God roept naar het tehuis van Vrede en leidt wie Hij wil naar het rechte pad.» (Koran 10:25)

 

 

 

Dwang wordt evenwel uitgesloten, het staat diegenen die zich niet aangesproken voelen vrij de uitnodiging in de wind te slaan want:

 

«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran 2:256)
en
«Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.»(Koran 88:22-23)

 

 

 

In weerwil van het in het Westen heersende misverstand, is een islamitische samenleving dus geen samenleving waarin iedereen gedwongen wordt zich tot de islam te bekeren, maar is het integendeel een samenleving die godsdienstvrijheid garandeert.

Men kan hier opmerken dat de vrijheid toch niet volledig is vermits in de Koran de ‘ongelovigen’ geregeld met straffen door God bedacht worden. Vooreerst is het evenwel zo dat het in dergelijk verzen stuk voor stuk God is die straft; nergens geeft de Koran mensen de toestemming anderen te straffen voor hun ongeloof.

Alleen God kan immers oordelen over geloof en kan daar gevolgen aan vastknopen. Maar zelfs dan is het zo dat in eerste instantie de bestraffing bestaat uit het onthouden van de goddelijke liefde aan mensen die dit onwenselijk gedrag stellen.

 

 

Geloof naar waarheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

4 Pluralisme en verdraagzaamheid

 

Omgekeerd aan het onthouden van liefde en het bestraffen voor mensen die slecht gedrag stellen, wordt devote mensen die rechtschapen handelen als beloning bijzondere liefde van God en vrede in het vooruitzicht gesteld. Ook hieruit blijkt dat de gewenste toestand vrede is.

 

«God leidt daarmee wie Zijn welgevallen navolgen op de wegen van de vrede, brengt hen met Zijn toestemming uit de duisternis naar het licht en leidt hen op een juiste weg.» (Koran 5:16)
En:
«Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten rust » (Koran 13:28)

 

 

Merk op dat deze ‘beloning’ met vrede niet alleen moslims toekomt, maar alle mensen die in God geloven en goede werken doen. Vroomheid wordt niet gedefinieerd in termen van de gebedsrichting waarin men bidt (m.a.w. de naam van de godsdienst waartoe men zich bekent), maar in termen van geloven in God en stellen van goede daden voor de medemens:

 

«Vroomheid is niet dat jullie je gezicht naar het oosten en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in God, in de laatste dag, in de engelen, in het boek en in de profeten en wie zijn bezit, hoe lief hij dat ook heeft, geeft aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan de bedelaars en voor de (vrijkoop van) de slaven, en wie de salaat [gebed] verricht en de zakaat [verplichte liefdadigheid] geeft en wie hun verbintenis nakomen en wie volhardend zijn in tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd. Zij zijn het die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.» (Koran 2:177)

 

 

De Koran erkent daarmee uitdrukkelijk dat er verschillende wegen zijn om tot God te komen. Meer nog, net zoals de Koran moslims aanmoedigt om volgens de Koran te leven, moedigt de Koran christenen aan om te leven volgens de Evangeliën, en worden Joden aangemoedigd om te leven volgens de Thora (dat een boek van ‘licht’ genoemd wordt) :

 

« En wij hebben de Thora neergezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen. (…) Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat zijn de ongelovigen.» (Koran 5:44)

«En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen. » (Koran 5:46-47)

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

Christendom ; pasteltekening van John Astria

 

 

De islam verwerpt daarmee het assimileren van andersgelovigen, maar schrijft integendeel waarachtigheid binnen het eigen geloof voor. Dat gaat zover dat in een maatschappij die op islamitische leest geschoeid is, andersgelovigen eigen rechtbanken mogen opzetten voor zaken als familierecht en erfenisrecht zodat zij werkelijk in staat zijn hun geloof zo getrouw mogelijk te beleven. De islam verfoeit hypocrisie. Hypocrieten worden de diepste putten van de hel toegezegd, erger nog dan waar de ongelovigen terecht zullen komen:

 

«De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.» (Koran 4:145)

 

 

 

Net zoals moslims die zich niet houden aan hun geloofsvoorschriften met afkeuring bedacht worden, omschrijft de Koran joden en christenen die zich niet aan hun geloof houden, als ongelovigen en verdorvenen. Maar net zoals er bij moslims mensen zijn die zich wel aan hun geloof houden en die daarvoor beloond zullen worden, erkent de Koran dat er ook hij joden en christenen gelovigen zijn die hun beloning niet zullen mislopen:

 

«Onder de mensen van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. …» (Koran 3:199)

 

 

 

Op die manier, schrijft de Koran respect voor eenieders eigenheid voor. Het bestaan van de verschillende godsdiensten wordt immers beschouwd als een aspect van de goddelijke wil. Het is God zelf die voor de verschillende godsdiensten gezorgd heeft, daarom moet men die verschillende godsdiensten respecteren:

 

«… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.» (Koran 5:42-47)
En:
«”Ieder heeft een richting waarheen hij zich wendt. Wedijvert dan met elkaar in goede daden. Waar jullie ook zijn, God zal jullie te samen brengen.”» (Koran 2:148)

 

 

 

Dergelijke verzen schrijven meteen ook voor hoe men met die diversiteit in religies moet omgaan: men zal elkaar niet bestrijden, maar met elkaar wedijveren in goede daden. Moslims wordt dan ook voorgeschreven attent, vriendelijk en voorkomend om te gaan met alle mensen, ook met niet-moslims.

 

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Het gebruik van de natuurlijke bronnen van mens en dier in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

startfotobeestig

 

 

 

Dieren en mensen moeten de natuurlijke bronnen delen

 

Wanneer eenmaal vast staat dat elk dierensoort een gemeenschap gelijk de menselijke gemeenschap is, dan is het redelijk dat ieder en elk schepsel op de aarde het geboorterecht heeft om te delen in de natuurlijke bronnen. Met andere woorden, elk dier is een gemeenschappelijke huurder samen met de menselijke soort op deze planeet. De mens is altijd in strijd geweest met de dieren om voedsel en het probleem heeft zich verdiept in de huidige wereldsituatie, vooral als gevolg van het moderne landbouwkundige mismanagement.

De Koran heeft geprobeerd om de angst van de mens te verlichten door hem te verzekeren dat God niet alleen de Schepper is maar ook de Voorziener en de Voeder van alles wat hij Schept. De Koran echter stelt ook de voorwaarde dat menselijke wezens, zoals alle andere schepsels, moeten werken voor hun voedsel en dat hun aandeel evenredig zal zijn overeenkomstig hun arbeid.

 

“Dat de mens slechts krijgt wat hij heeft nagejaagd”. Koran 53:39

 

De Koran legt herhaaldelijk de nadruk op het feit dat voedsel en ander natuurlijke bronnen er zijn om billijk te verdelen met andere schepsels. Hieronder volgen een aantal van ontelbare zulke verzen:

 

“De mens moet maar eens zijn voedsel bekijken.
Dat Wij het water in gutsen uitgieten ,
Dan de aarde in voren openbreken
En dan erin laten ontspruiten: graan,
Wijnstokken en voedergewassen,
Olijfbomen en palmen,
In Dichtbegroeide boomgaarden,
Vruchten en foerage,
Als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee” Koran 80:24-32

 

 

Ook in de volgende verzen wordt de vrijgevigheid van de natuur opgesomd met het accent op het aandeel van de dieren hierin. Alles is geschapen voor mensen en voor niet-menselijke wezens:

 

“En Hij is het die de winden als verkondigers van goed nieuws voor Zijn barmhartigheid uitzendt. En Wij laten uit de hemel rein water neerdalen om daarmee een dode streek tot leven te brengen en om daarmee veel van wat Wij geschapen hebben , vee en mensen, te drinken te geven”. Koran 25:48-49

“Hebben zij dan niet gezien dat Wij het water naar de kale aarde drijven en er dan landbouwgewassen mee voortbrengen waarvan hun vee en zijzelf eten? Hebben zij dan geen inzicht?” Koran 32:27

“Hij bracht haar water en haar weiden te voorschijn
en de bergen heeft hij stevig aangebracht,
als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee”. Koran 79:31-33

 

 

Er is geen twijfel dat de boodschap alle dieren betreft en niet alleen geldt voor huisdieren en voor de veestapel wiens welzijn voor ons van belang is.

 

“En er is geen dier op aarde of God zorgt voor zijn levensonderhoud en Hij kent zijn verblijfplaats en bewaarplaats. Alles staat in een duidelijk boek”. Koran 11:6

“En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt” Koran 55:10

 

 

De Essentie van de islamitische leer over dierenrechten, is dat het ontnemen van een eerlijk deel in de natuurlijke bronnen aan de dieren, zo een grote zonde is in de ogen van God, dat het strafbaar is door middel van zeer zware vergelding. De  Koran omschrijft hoe het volk van Thamud eiste dat de profeet Saleh aan hun een teken zou geven om te bewijzen dat hij een profeet van God was (De stam van Thamud waren afstammelingen van Noach).

Ten tijde van dit voorval onderging de stam een voedsel en waterschaarste, waardoor haar veestapel verwaarloosd werd. Er werd aan de profeet Saleh geopenbaard om een vrouwtjes kameel apart te nemen als een symbool en om de mensen te vragen om ze haar eerlijk aandeel van water en voedsel te geven.

De stam van de Thamud beloofden dat te doen, maar later doodden zij de kameel. Als straf werd de stam vernietigd. Dit incident is vele malen genoemd in de Heilig Koran in verschillende contexten. (Koran 7:73, 11:64, 26:155, 156:54, 54:27-31).

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4

 

Het gebruik van de natuurlijke bronnen van mens en dier in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

startfotobeestig

 

 

 

Dieren en mensen moeten de natuurlijke bronnen delen

 

Wanneer eenmaal vast staat dat elk dierensoort een gemeenschap gelijk de menselijke gemeenschap is, dan is het redelijk dat ieder en elk schepsel op de aarde het geboorterecht heeft om te delen in de natuurlijke bronnen. Met andere woorden, elk dier is een gemeenschappelijke huurder samen met de menselijke soort op deze planeet. De mens is altijd in strijd geweest met de dieren om voedsel en het probleem heeft zich verdiept in de huidige wereldsituatie, vooral als gevolg van het moderne landbouwkundige mismanagement.

De Koran heeft geprobeerd om de angst van de mens te verlichten door hem te verzekeren dat God niet alleen de Schepper is maar ook de Voorziener en de Voeder van alles wat hij Schept. De Koran echter stelt ook de voorwaarde dat menselijke wezens, zoals alle andere schepsels, moeten werken voor hun voedsel en dat hun aandeel evenredig zal zijn overeenkomstig hun arbeid.

 

“Dat de mens slechts krijgt wat hij heeft nagejaagd”. Koran 53:39

 

De Koran legt herhaaldelijk de nadruk op het feit dat voedsel en ander natuurlijke bronnen er zijn om billijk te verdelen met andere schepsels. Hieronder volgen een aantal van ontelbare zulke verzen:

 

“De mens moet maar eens zijn voedsel bekijken.
Dat Wij het water in gutsen uitgieten ,
Dan de aarde in voren openbreken
En dan erin laten ontspruiten: graan,
Wijnstokken en voedergewassen,
Olijfbomen en palmen,
In Dichtbegroeide boomgaarden,
Vruchten en foerage,
Als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee” Koran 80:24-32

 

 

Ook in de volgende verzen wordt de vrijgevigheid van de natuur opgesomd met het accent op het aandeel van de dieren hierin. Alles is geschapen voor mensen en voor niet-menselijke wezens:

 

“En Hij is het die de winden als verkondigers van goed nieuws voor Zijn barmhartigheid uitzendt. En Wij laten uit de hemel rein water neerdalen om daarmee een dode streek tot leven te brengen en om daarmee veel van wat Wij geschapen hebben , vee en mensen, te drinken te geven”. Koran 25:48-49

“Hebben zij dan niet gezien dat Wij het water naar de kale aarde drijven en er dan landbouwgewassen mee voortbrengen waarvan hun vee en zijzelf eten? Hebben zij dan geen inzicht?” Koran 32:27

“Hij bracht haar water en haar weiden te voorschijn
en de bergen heeft hij stevig aangebracht,
als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee”. Koran 79:31-33

 

 

Er is geen twijfel dat de boodschap alle dieren betreft en niet alleen geldt voor huisdieren en voor de veestapel wiens welzijn voor ons van belang is.

 

“En er is geen dier op aarde of God zorgt voor zijn levensonderhoud en Hij kent zijn verblijfplaats en bewaarplaats. Alles staat in een duidelijk boek”. Koran 11:6

“En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt” Koran 55:10

 

 

De Essentie van de islamitische leer over dierenrechten, is dat het ontnemen van een eerlijk deel in de natuurlijke bronnen aan de dieren, zo een grote zonde is in de ogen van God, dat het strafbaar is door middel van zeer zware vergelding. De  Koran omschrijft hoe het volk van Thamud eiste dat de profeet Saleh aan hun een teken zou geven om te bewijzen dat hij een profeet van God was (De stam van Thamud waren afstammelingen van Noach).

Ten tijde van dit voorval onderging de stam een voedsel en waterschaarste, waardoor haar veestapel verwaarloosd werd. Er werd aan de profeet Saleh geopenbaard om een vrouwtjes kameel apart te nemen als een symbool en om de mensen te vragen om ze haar eerlijk aandeel van water en voedsel te geven.

De stam van de Thamud beloofden dat te doen, maar later doodden zij de kameel. Als straf werd de stam vernietigd. Dit incident is vele malen genoemd in de Heilig Koran in verschillende contexten. (Koran 7:73, 11:64, 26:155, 156:54, 54:27-31).

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

mijne kop a4

 

Het gebruik van de natuurlijke bronnen van mens en dier in de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

startfotobeestig

 

 

Dieren en mensen moeten de natuurlijke bronnen delen

 

Wanneer eenmaal vast staat dat elk dierensoort een gemeenschap gelijk de menselijke gemeenschap is, dan is het redelijk dat ieder en elk schepsel op de aarde het geboorterecht heeft om te delen in de natuurlijke bronnen. Met andere woorden, elk dier is een gemeenschappelijke huurder samen met de menselijke soort op deze planeet. De mens is altijd in strijd geweest met de dieren om voedsel en het probleem heeft zich verdiept in de huidige wereldsituatie, vooral als gevolg van het moderne landbouwkundige mismanagement.

De Koran heeft geprobeerd om de angst van de mens te verlichten door hem te verzekeren dat God niet alleen de Schepper is maar ook de Voorziener en de Voeder van alles wat hij Schept. De Koran echter stelt ook de voorwaarde dat menselijke wezens, zoals alle andere schepsels, moeten werken voor hun voedsel en dat hun aandeel evenredig zal zijn overeenkomstig hun arbeid.

“Dat de mens slechts krijgt wat hij heeft nagejaagd”. Koran 53:39

De Koran legt herhaaldelijk de nadruk op het feit dat voedsel en ander natuurlijke bronnen er zijn om billijk te verdelen met andere schepsels. Hieronder volgen een aantal van ontelbare zulke verzen:

“De mens moet maar eens zijn voedsel bekijken.
Dat Wij het water in gutsen uitgieten ,
Dan de aarde in voren openbreken
En dan erin laten ontspruiten: graan,
Wijnstokken en voedergewassen,
Olijfbomen en palmen,
In Dichtbegroeide boomgaarden,
Vruchten en foerage,
Als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee” Koran 80:24-32

Ook in de volgende verzen wordt de vrijgevigheid van de natuur opgesomd met het accent op het aandeel van de dieren hierin. Alles is geschapen voor mensen en voor niet-menselijke wezens:

“En Hij is het die de winden als verkondigers van goed nieuws voor Zijn barmhartigheid uitzendt. En Wij laten uit de hemel rein water neerdalen om daarmee een dode streek tot leven te brengen en om daarmee veel van wat Wij geschapen hebben , vee en mensen, te drinken te geven”. Koran 25:48-49

“Hebben zij dan niet gezien dat Wij het water naar de kale aarde drijven en er dan landbouwgewassen mee voortbrengen waarvan hun vee en zijzelf eten? Hebben zij dan geen inzicht?” Koran 32:27

“Hij bracht haar water en haar weiden te voorschijn
en de bergen heeft hij stevig aangebracht,
als vruchtgebruik voor jullie en jullie vee”. Koran 79:31-33

Er is geen twijfel dat de boodschap alle dieren betreft en niet alleen geldt voor huisdieren en voor de veestapel wiens welzijn voor ons van belang is.

“En er is geen dier op aarde of God zorgt voor zijn levensonderhoud en Hij kent zijn verblijfplaats en bewaarplaats. Alles staat in een duidelijk boek”. Koran 11:6

“En Hij heeft de aarde voor Zijn schepselen gemaakt” Koran 55:10

De Essentie van de islamitische leer over dierenrechten, is dat het ontnemen van een eerlijk deel in de natuurlijke bronnen aan de dieren, zo een grote zonde is in de ogen van God, dat het strafbaar is door middel van zeer zware vergelding. De  Koran omschrijft hoe het volk van Thamud eiste dat de profeet Saleh aan hun een teken zou geven om te bewijzen dat hij een profeet van God was (De stam van Thamud waren afstammelingen van Noach).

Ten tijde van dit voorval onderging de stam een voedsel en waterschaarste, waardoor haar veestapel verwaarloosd werd. Er werd aan de profeet Saleh geopenbaard om een vrouwtjes kameel apart te nemen als een symbool en om de mensen te vragen om ze haar eerlijk aandeel van water en voedsel te geven.

De stam van de Thamud beloofden dat te doen, maar later doodden zij de kameel. Als straf werd de stam vernietigd. Dit incident is vele malen genoemd in de Heilig Koran in verschillende contexten. (Koran 7:73, 11:64, 26:155, 156:54, 54:27-31).

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

mijne kop a4