Advertenties

Tagarchief: koran

Jezus of Mohammed?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wat is het verschil tussen Jezus en Mohammed?

 

Wie is Jezus Christus en wie is Mohammed? In welke opzichten zijn ze verschillend en welke overeenkomsten vertonen ze? Wijzen ze beiden op dezelfde God of spreken ze elkaar op veel punten tegen? Naar wie moeten we luisteren, als we God willen leren kennen?

.

 

 

.

In dit artikel vind je antwoord op deze vragen en leer je wie Jezus Christus en Mohammed echt zijn. De vermelde informatie is gebaseerd op de Bijbel en de Koran.

We weten allemaal dat het ontdekken van waarheid soms pijnlijk en confronterend kan zijn.  Er is één heden en er is maar één verleden geweest. Of we nu het Opperwezen God of Allah noemen maakt in feite niets uit. Mohammed was een profeet zoals er vele profeten geweest zijn, Elke profeet is geboren uit een zondig persoon en heeft dus de erfzonde in het bloed.

Daarom waren en zijn de profeten feilbare mensen die door God (Allah) gebruikt werden om de boodschap van heil te verkondigen aan de hele wereld. Christus was profeet maar ook de Messias. Hij is geboren uit God, kwam ter wereld via de onbevlekte ontvangenis en versloeg de Satan. Hij kwam ter wereld als losprijs voor de zonden en zondigde zelf nooit. Wie niet het zoenoffer van Christus aanvaardt is verloren, al gelooft hij in de talloze profeten die ooit hebben geleefd.

 

Als we echt van God houden, zullen we nooit bang zijn voor waarheid, want God is waarheid en leert ons om in waarheid te leven.

 

 

 

Weet wie je volgt

 

Het is erg belangrijk te weten welke geestelijke leider je volgt. Je stelt immers je vertrouwen in deze persoon en gaat ervan uit dat hij je waarachtig leidt naar God toe. Als je echter niet accuraat weet wie je leider is, kun je misleid worden en juist weg van God geleid worden. Het is daarom van zeer groot belang goed te weten wie je kiest als je geestelijke leidsman.

 

 

De mens in geloof is één met Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Jezus Christus vs Mohammed

 

GENEZING EN BEVRIJDING

 

Jezus Christus genas duizenden zieken van alle denkbare kwalen en dreef ontelbare boze geesten uit. Deze wonderbare genezingen waren zo indrukwekkend, dat men zelfs de zieken en bezetenen uit omringende steden tot Jezus bracht, waarop hij hen allemaal genas. Het genezen van de zieken was een zeer opvallende eigenschap van Jezus Christus. Het was de vervulling van een voorspelling die honderden jaren op voorhand over Jezus was gedaan, door de profeet Jesaja:

‘Hij heeft onze kwalen op zich genomen en onze ziekten gedragen.’ (Jesaja 53:4)

Mohammed genas nooit een zieke en dreef bij niemand een boze geest uit.

 

 

DODEN OPWEKKEN

 

Jezus Christus heeft diverse doden opgewekt, waaronder het dochtertje van Jairus, Lazarus en de zoon van een weduwe. Zo liet hij zien dat God macht heeft over dood en leven. Dit is een van de voorbeelden van opwekking uit de dood, zoals vermeld in de geschiedschrijving van het evangelie door de arts Lucas:

“Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar. Toen de Heer haar zag, werd hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’ Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’ De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.” (Lucas 7:12-15)

Mohammed heeft geen enkele dode opgewekt.

 

 

OPSTANDING UIT DE DOOD

 

Jezus Christus wekte niet alleen doden op, Hij stond zelf ook op uit de dood en verscheen aan honderden getuigen, als bewijs van zijn opstanding. Ze spraken met hem, aten met hem en raakten zijn lichaam aan. Hij was werkelijk opgestaan uit de dood. De opstanding van Jezus uit de dood is een basis voor het geloof dat eenieder die in Jezus gelooft, van Hem het eeuwige leven kan ontvangen, aangezien Jezus de macht van de dood overwonnen heeft. Daarom zei Jezus:

‘Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.’ (Johannes 11:25)

Mohammed is gestorven en zijn lichaam is vergaan.

 

 

2013-03-31-18-36-53.jezus opgestaan 04

 

 

 

GODDELIJKHEID

 

Jezus Christus zei over zichzelf niet dat hij profeet was, maar noemde zichzelf het exacte evenbeeld van God, de enige weg tot God, de gelijke van God, de Zoon van God, en hij paste zelfs de heilige, unieke naam van God – ‘IK BEN’ – toe op zichzelf, waarmee Jezus duidelijk maakte dat hij God is.. Hij deed uitspraken als:

‘Ik en de Vader zijn één.’ (Johannes 10:30)

‘Wie Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien.’ (Johannes 14:9)

Mohammed noemde zichzelf niet God, maar zei dat hij een profeet was en dus een mens net als iedereen.

 

 

WONDEREN EN TEKENEN

 

Jezus Christus deed veel wonderen zoals wandelen op water, een hevige storm laten ophouden met een enkel woord, enkele broodjes en visjes vermenigvuldigen tot voedsel voor duizenden mensen (waarbij er vele malen meer voedsel overbleef dan er oorspronkelijk was), water veranderen in de beste wijn die de feestgangers ooit gedronken hadden, een vijgenboom ter plekke laten verdorren, en nog diverse andere wonderen.

Mohammed heeft geen enkel wonder verricht. De koran benadrukt diverse malen dat Mohammed niet in staat was wonderen te verrichten. Sommigen beweren dat de koran zelf een wonder was, maar daar houdt het dan ook bij op.

 

 

ZELFOPOFFERING

 

Jezus Christus stierf aan het kruis als een offer voor de zonden van de mensheid. Hij vergeleek zichzelf met een lam dat geslacht werd, als verzoeningsoffer voor ons allen. Jezus legde uit dat het afleggen van zijn leven voor ons, het grootste bewijs van liefde is, dat iemand ooit kan geven.

Mohammed gaf zijn leven voor niemand.

 

 

Het helende bloed van Christus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

GEWELD EN DOOD

 

Jezus Christus verbood het gebruik van geweld en zei dat iemand die het zwaard hanteert, door het zwaard zal omkomen. Hij doodde nooit iemand, maar wekte integendeel mensen op uit de dood. Jezus noemde de duivel de ‘moordenaar van den beginne, die komt om te stelen, vernietigen en vermoorden’. Over zichzelf zei Jezus echter: ‘Ik ben gekomen opdat jullie leven hebben, en wel in overvloed.’

(Johannes 10:10) Het is helaas een treurige waarheid dat zogenaamde christenen anderen hebben vermoord in naam van Jezus tijdens de kruistochten, maar dat staat haaks op de woorden van Jezus Christus. Hijzelf heeft nooit iemand om het leven gebracht, maar gaf mensen juist het leven.

Mensen die de naam van Jezus misbruiken om geweld te rechtvaardigen, gaan regelrecht in tegen de boodschap van Jezus Christus:

‘Gezegend zijn de vredestichters, zij zullen kinderen van God genoemd worden.’ (Matteus 5:9)

 

Mohammed werd gekenmerkt door geweld en bloedvergieten.  Mohammed gaf ook diverse malen persoonlijk opdracht om iemand te vermoorden. Hij was een profeet die zondigde zoals elk mens dat deed en nog doet.

 

 

GELOOF OF DWANG

 

Jezus Christus zei dat het de geest van God is die mensen tot overtuiging brengt. Hij gaf nooit bevel om druk op mensen uit te oefenen, opdat ze zich zouden bekeren. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar de mensen, genees hun zieken, wek de doden op, drijf boze geesten uit en zeg tegen hen: het koninkrijk van God is in jullie midden gekomen’ (Lukas 9-10). Jezus gaf dus opdracht om antwoord te geven op de noden van mensen, en zo Gods liefde te laten zien. Dan kunnen mensen zelf kiezen of ze deze liefde willen aanvaarden of dat ze het verwerpen. Als mensen het afwijzen, zei Jezus: ‘Ga dan weg en trek naar de volgende stad.’

Mohammed dwong mensen zich aan de islam te onderwerpen. 

 

 

VISIOENEN

 

Jezus Christus verschijnt in dromen en visioenen aan duizenden moslims overal ter wereld. Hij vertelt hen dat hij de weg is tot God en dat ze hem moeten volgen. Dit is een wereldwijd fenomeen, waarover bijzondere documentaires werden gemaakt, waaronder de film More than dreams.

Mohammed verschijnt niet in dromen en visioenen aan christenen.

 

 

kevin-basconi-vision

 

 

GENEZINGEN VANDAAG

 

Jezus Christus gaf opdracht aan eenieder die in hem gelooft, om de handen op zieken te leggen opdat ze genezen. Dat gebeurt ook vandaag wereldwijd en er zijn vele getuigenissen van zieken die door de kracht van Jezus Christus worden genezen. Honderden artsen getuigen van deze wonderen, die gebeuren in Jezus’ naam.

In naam van Mohammed wordt nooit een zieke genezen.

 

 

reikiprogram

 

PROFETIE

 

De geboorte en het leven van Jezus Christus is tot in de kleinste details voorspeld door vele profeten van het Oude Testament, honderden en zelfs duizenden jaren voor Jezus geboren werd. Er is sprake van meer dan driehonderd voorspellingen die specifiek uitgekomen zijn.

Mohammed werd niet op voorhand aangekondigd en er zijn geen specifieke voorspellingen over hem gedaan, die in zijn leven vervuld werden. Sommige moslims beweren dat bepaalde Bijbelse voorspellingen aangaande Mozes of de heilige Geest op Mohammed van toepassing zijn, maar dat is niet correct.

 

 

ZONDE

 

Jezus Christus staat erom bekend nooit gezondigd te hebben en altijd onberispelijk geleefd te hebben. Daarom kon hij als volmaakt onschuldige de straf voor anderen op zich nemen.

Mohammed was een zondaar, net als alle mensen. In de koran wordt meerdere malen vermeld dat Mohammed zondigde.

 

 

Her ware geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

HEMEL

 

Jezus Christus stierf voor alle mensen en zei dat zijn opoffering voor hen de weg baande, om vergeving van zonden te ontvangen en voor eeuwig in de hemel bij God te kunnen leven. Jezus gaf dus zijn leven, om mensen in de hemel te brengen.

Mohammed liet mensen zichzelf opofferen in de heilige oorlog en zei dat hun zelfmoord hen toegang tot de hemel zou verlenen. Zelf legde hij zijn leven niet af.

 

 

WEELDE

 

Jezus Christus waarschuwde voor het gevaar van geldzucht en leerde mensen niet op geld te vertrouwen, maar op God.

Mohammed dreef handel in slaven en vergaarde enorme rijkdommen.

 

 

VERVLOEKING

 

Jezus Christus leerde de mensen om hun vijanden lief te hebben en om hen die ons vervolgen te vergeven. Toen hij stierf aan het kruis, voor de zonden van de mensheid, sprak Jezus hardop uit dat hij de mensen vergeving schonk.

‘Vader vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’ (Lukas 23:34)

Mohammed vervloekte de Joden en christenen, terwijl hij in de armen van zijn kind-bruid stierf aan de gevolgen van vergiftiging.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

Advertenties

De profeten van de islam.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De islam gelooft dat er duizenden profeten geweest zijn, voor alle volkeren ter wereld. Zij verkondigden allemaal het Woord van God. Een paar voorbeelden zijn de profeten David, Abraham, Isaak, Isma’iel, Jacob, Jezus en Mohamed. Hun leven wordt beschouwd als een toepassing van de Heilige Boeken, een voorbeeld volgens hetwelke Muslims moeten proberen te leven.

 

 

mohhee

 

“Zeg: “Wij geloven in God, in wat naar ons is neergezonden en in wat naar Abraham, Isma’iel, Isaak, Jacob en de stammen is neergezonden en in wat aan Mozes en Jezus is gegeven en in wat aan de Profeten door hun Heer is gegeven. Wij maken geen verschil tussen één van hen en wij hebben ons aan Hem overgegeven.”(Koran, 2:136)
“Aan jou (Mohammed) wordt slechts gezegd wat aan al de gezanten voor jouw tijd gezegd werd.” (Koran, 41:43)
.

De profeten vertelden niets nieuws in die zin dat volgens de islam elke ziel voor zij in een mens geborden wordt God als haar Heer erkend en een gelofte aflegt bij God. Elk kind wordt dus geboren met een elementair inzicht in goed en slecht, met vrije wil, verstand en gevoelens en in een staat van perfecte harmonie (islam gelooft niet in de erfzonde). Naarmate de tijd vordert en men zondigt (bv door hoogmoed, door te liegen, door onrecht te begaan enz), dekt men deze oorspronkelijke staat van harmonie toe en wordt men rusteloos.

De boodschappen aan de profeten zijn een leidraad om op optimale wijze (dwz in harmonie en vrede met zichzelf en in een harmonieuze, vreedzame samenleving) door het leven te gaan. Hun boodschappen zijn op zich niets nieuws, zij herinneren de mensen aan wat zij in hun hart – of ziel – reeds weten door de gelofte die de zielen aan God aflegden voor zij geboren werden.

Men kan dus “tot God komen” door het bestuderen van de goddelijke boodschap aan de profeten, maar ook door introspectie, door in de het eigen hart – of de eigen ziel – te gaan zoeken. Muslims zijn verplicht te geloven in alle profeten en in hun Boodschap, zonder onderscheid. Iemand die niet gelooft in Jezus en in zijn boodschap, de Evangeliën, kan dus ook geen muslim zijn.

Volgens de Koran hoeven al diegenen die in de boodschappen van hun profeten geloven en die deugdelijk handelen niets te vrezen.  Zij kunnen zij naar het paradijs gaan, ongeacht de naam van het geloof. “Zij die geloven, zij die het Jodendom aanhangen, de Christenen en de Sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.” (Koran 2:62)

Het is meteen duidelijk dat Mohammed niet de eerste, noch de enige profeet is van de islam. Hij bevestigt gewoon wat andere profeten voor hem reeds verkondigd hebben. De Boodschap is een uitnodiging  voor de hele wereld, voor alle tijden, zonder onderscheid van ras, nationaliteit, sociale stand, geslacht, enz. Volgens de meeste muslims is Mohammed de laatste profeet van God en kunnen er nu dus geen profeten meer komen. Wie zich na Mohamed uitgeeft als profeet, wordt geacht een valse profeet te zijn.

Sommige geleerden menen dat ook vrouwen tot het profeetschap uitverkoren werden. Zij noemen dan Maria, de moeder van Jezus, alsook de moeder van Mozes als voorbeelden. Deze vrouwen kregen ook openbaringen van God via de Aartsengel Gabriël.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

       

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De Koran.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Al Qur’an is een Arabisch woord dat letterlijk betekent “lezen, reciteren”. Het is één van de Heilige Boeken van de islam, naast de andere aan de profeten geopenbaarde boeken in hun oorspronkelijke vorm (zoals het Boek der Psalmen, de Thora, de Evangeliën enz.).

 

 

koran-heilig-boek-19485836

 

 

De Koran brengt geen nieuwe godsdienst, maar bevestigt de boodschappen die voordien reeds neer gezonden werden aan andere profeten.

“Hij heeft u het Boek met de waarheid tot jou neergezonden, ter bevestiging van wat er voordien al was en Hij heeft ook de Thora en de Evangeliën neergezonden, vroeger al, als leidraad voor de mensen en Hij heeft het reddend onderscheidingsmiddel neergezonden…” (Koran 3:3-4)

Moslims geloven dat de Koran letterlijk het Woord van God (in het Arabisch: Allah) is zoals dat in het Arabisch stuk per stuk aan Mohammed geopenbaard werd gedurende een periode van 23 jaar. Het is geen geheel van absolute regels, maar een leidraad om in alle mogelijke omstandigheden in het leven de best mogelijke keuze te kunnen maken, om een onderscheid te kunnen maken tussen opties die men heeft, en daaruit de best mogelijke te kiezen. In de afgelopen 1400 jaar is er geen letter, zelfs geen leesteken, aan gewijzigd.

De taal van de oorspronkelijke boodschap was Arabisch en de woorden zijn letter per letter in goddelijke orde vastgelegd. Daar kan niets aan veranderd worden want dan is het geen Koran meer. Merk op dat een vertaling van de Koran geen Koran is maar een interpretatie door de vertaler van de Koran.

De Koran werd volgens moslims aan de mensheid doorgegeven via een keten die begon bij God via de Aartsengel Gabriël naar de Profeet Mohammed. De Koran wordt door de meeste moslims aanzien als laatste Boodschap van God aan de gehele mensheid, voor alle tijden, zonder beperkingen van ras of nationaliteit, als baken en gids voor iedereen die dat zelf wil tot het Einde der Tijden.

De geschreven woorden van de Koran worden als heilig beschouwd. Moslims worden dan ook geacht erg zorgzaam om te gaan met een afdruk van deze heilige woorden.  Met de opkomst van de moderne, vluchtige, media is dat wel enigszins veranderd.

 

 

Structuur van de Koran

 

De hoofdstukken van de Koran zijn gerangschikt volgens lengte, de langste hoofdstukken staan eerst, de kortste laatst. Mohammed kreeg zijn eerste Openbaring in het jaar 610 na Christus. Gedurende de daaropvolgende 23 jaar werd de Koran vers per vers aan hem geopenbaard.

Het eerste dat aan Mohammed geopenbaard werd waren de eerste vijf verzen van Surah Al-Alaq:

“Lees voor in de naam van jouw Heer die heeft geschapen”
Geschapen heeft Hij de mens uit een klonter.
Lees voor! Jouw Heer is de Edelmoedigste,
die onderwezen heeft met de pen.
Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.”(Koran 96:1-5)

Het allerlaatste laatste geopenbaarde vers luidt:

“Heden heb ik jullie godsdienst voor jullie voltooid” (Koran 5:3)

Daarmee is volgens een grote meerderheid van de moslims een einde gekomen aan de boodschappen van God aan de mensen, zoals ook de Profeet Mohammed zei tijdens zijn bekende Laatste Preek: “Geen Profeet of Apostel zal nog komen na mij.”

Volgens moslims is Mohammed  de laatste Profeet in de islam, en de Koran is dan ook het laatste geopenbaarde boek van God. Na Mohammed kunnen volgens de meeste Moslims geen openbaringen en profeten meer volgen tot aan het Einde der Tijden.

Surah Al-Fatiha, ook wel het Onze Vader van de islam genoemd, was het eerste volledig hoofdstuk dat geopenbaard werd, Surah an-Nasr het laatste. De Koran is onderverdeeld in 30 gelijke stukken die in het arabisch “juz” genoemd worden.

Er zijn 114 hoofdstukken van verschillende lengte. Het langste hoofdstuk is Al-Baqarah (286 verzen), het kortste Al-Kwathar (3 verzen). De verzen die geopenbaard werden voor de migratie worden Mekkaans genoemd, de verzen erna Medinish.

 

 

Bewaring van de Koranische Boodschap

 

De Koranische Boodschap wordt bewaard op twee manieren: via data-dragers (papier, CD enz) en via mensen die de Koran volledig memorizeren, wat als erg verdienstelijk wordt aanzien in de islam. Een Hafeez (meervoud: Huffaz) is een persoon die de Koran volledig van buiten kent.

Naar schatting zijn er vandaag de dag zo’n 10 miljoen Huffaz. Op die manier wordt ook voorzien voor noodgevallen, zoals grote overstroming of andere rampen waardoor gedrukte versies verloren zouden kunnen gaan.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

De houding tegenover leven en oorlog volgens de islam

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Houding tegenover leven en oorlog

 

 

MasJid-kubah-Emas-islam-34673287-750-724

 

 

Recht op leven

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

De Koran stelt

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)

en

« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32)

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten:

 

een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert.

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe:

«“Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» (gemeld door At-Tabarani in Al-Awsat)

 

 

 

een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven.

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde”Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet.

In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren. Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe zit dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

 

« En zij die naast God geen andere god aanroepen en die niemand doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht (…) ; wie dat doet zal een straf moeten ondergaan.» (Koran 25: 68)

 

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

 

 

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is.

Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen (waarbij aan nog een hele reeks andere bepalingen moet voldaan zijn: het dier moet een waardig emotioneel, fysisch en sociaal leven gehad hebben en moet op wettige, dit wil in essentie zeggen ‘pijnloze’ manier gedood worden, het voedsel dat daaruit resulteert mag niet verspild worden enz.).

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden. Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Aartsengel Michaël.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Aartsengel Michaël

 

aartsengel_michael

 

 

 

Brandende vorst van het licht en held van het mensendom

 

Michaël is waarschijnlijk de bekendste van alle engelen , hij wordt in het Oude en het Nieuwe Testament, en in de Koran genoemd als aartsengel. Zijn naam betekent ” die als God is”, de perfecte weerspiegeling van het goddelijk licht.

Hij is de vorst van het licht die de strijdkrachten van het goede aanvoert tegen de machten van de duisternis. Hij, de overwinnaar van Satan in de hemelse oorlog, zal de hemelse massa’s naar het eindoordeel leiden. Het was Michaël die Daniël redde uit de leeuwenkuil en volgens de christelijke overlevering bestrijdt hij satan door bij het sterfbed van elke sterveling te komen om hem verlossing te bieden.

De moslimleer beschrijft hem als een wezen met” vleugels die bedekt zijn met saffraankleurige haren, elk een miljoen gezichten en monden bevattend en even zoals tongen, die de genade van God afsmeken”. Michaël is de drakendoder, de hemelse tegenhanger van Sint Joris.

Er wordt vaak gedacht dat hiermee de triomf van het christendom over het heidendom wordt verbeeld, maar in werkelijkheid gaat het om de triomf van de goddelijke orde over de chaotische machten van de duisternis.

Hij is de meest krijgshaftige van alle aartsengelen en verschijnt ten tonele tijdens veldslagen, waarvan de meest memorabele die van Mons was in de Tweede Wereldoorlog: het overweldigend sterkere Duitse leger werd onverklaarbaar op de vlucht gejaagd. Gevangengenomen Duitse soldaten vertelden dat ze boven het geallieerde leger een fantoomleger zagen, dat werd geleid door een schitterende figuur op een wit paard.

 

 

 

Associaties en Symbolen

 

Met betrekking tot de alchemie vertegenwoordigt Michaël de gouden leeuw, de getransmuteerde en geperfectioneerde energie van de oorspronkelijke grondvorm van de draak.

Hij is de beschermheilige van hooggelegen plaatsen en veel kerken op de top van een heuvel zijn aan de heilige Michaël gewijd. Het woord           ” heilige” voor zijn  naam weerspiegelt de ambivalente houding van de christelijke traditie jegens engelen.

Michaël is zowel de beschermheilige van de Rooms-Katholieke Kerk als van de staat Israël. Op schilderijen wordt hij vaak afgebeeld in rood, wit en groen of in een glanzende wapenuitrusting.

Als de drakendoder hanteert hij het zwaard of lans en staat hij met zijn voet op de nek van de draak, en als de engel des doods en goddelijke gerechtigheid houdt hij een weegschaal vast. Als aartsengel van het zuiden vertegenwoordigt hij het element vuur en de zomer. Felle kleuren-met name rood-passen het best bij hem.

 

 

Michaël verslaat Satan

Michaël verslaat Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Waar staat de Koran voor?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Koran

Koran

 

 

De Koran brengt een boodschap van vrede. Vrede is de wenselijke toestand wat gestuurd wordt door het verkondigen van het belang van barmhartigheid, rechtvaardigheid, verdraagzaamheid en pluralisme. De islam staat voor een ideaal waarin niet-moslims verregaande rechten krijgen om hun eigen godsdienst daadwerkelijk te beleven, en waarin niet-moslims ook beschermd worden tegen aanvallen.

De omgang tussen verschillende godsdiensten wordt gereguleerd door het principe : “wedijver met elkaar in goede daden”. Geen naijver, geen afgunst, geen dwang om anderen te bekeren, maar verdraagzaam samenleven met respect voor eenieders eigenheid, waarbij elk vanuit het eigen model aangemoedigd wordt het beste van zichzelf te geven en op de best mogelijke manier met anderen om te gaan.

Daarnaast is het zo dat de weinige uitzonderingen waarin oorlog toegestaan wordt, zodanig strikt omschreven zijn en telkens ingeperkt worden door zulk danige beperkingen, dat de oorlog alleen toegestaan is om een aanval op de vrede af te slaan en gericht is op een zo spoedig mogelijke terugkeer naar de vrede.

In oorlogstijd krijgen soldaten dusdanige instructies dat ze voortdurend verplicht zijn zich aan een hoogstaande morele gedragscode te houden. Niet alleen mogen geen burgers, burgerconstructies, gebedshuizen, religieuze leiders, dieren, enz. het slachtoffer worden van de oorlog, bovendien moet zelfs de houding tegenover de vijandige soldaten telkens getemperd worden en mag men ook in oorlogstijd alleen een vijandig soldaat doden als er geen logistieke mogelijkheid is om hem gevangen te nemen en dus zijn leven te beschermen.

Wanneer iemand van de vijand asiel vraagt (soldaat of burger) moeten moslims dit asiel schenken en de persoon in veiligheid brengen. De manier waarop het oorlogrecht in de Koran omschreven staat, wordt gekenmerkt door uitermate grote voorzichtigheid. Elke keer als een toestemming verleend wordt tot strijden, om zich te verdedigen tegen een aanval, wordt er op verschillende manieren aan herinnerd dat dit geen carte blanche is en dat alle beperkende bepalingen blijven gelden. Ook in oorlogsomstandigheden blijven de morele principes gelden.

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

De algemene koranische regel dat men gedrag moet beantwoorden met gedrag dat beter is, blijft ook dan behouden. Men mag ook nooit in de immoraliteit van de ander vervallen. Wanneer bijvoorbeeld een vijand de moslimgemeenschap aanvalt met als doel de moslimgemeenschap uit te roeien, krijgen moslims (na eerst geprobeerd te hebben via onderhandelingen de vrede te bewaren) toestemming om de aanval af te slaan tot op het moment dat de tegenpartij vrede aanvaardt en godsdienstvrijheid erkent.

Het wordt de moslims verboden de tegenpartij op haar beurt uit te roeien. Vrede is het hoogste goed, en dat wordt nagestreefd door rechtvaardigheid en een hoogstaande morele gedragscode, ook in de weinige omstandigheden dat oorlog gewettigd kan worden.

Een ander belangrijk aspect is dat in de Koran moslims niet tegenover niet-moslims gesteld worden, maar dat rechtvaardigheid tegenover onrecht geplaatst wordt. Diegenen die in God geloven (ongeacht via welke weg) en rechtvaardig en goed handelen, worden geplaatst tegenover diegenen die mensen verdrukken en onrecht aandoen.

Dit is een punt dat niet genoeg beklemtoond kan worden. De Koran erkent immers dat er verschillende wegen zijn om tot God te komen. Er is geen ‘wij versus zij’ mogelijk op grond van natie, ras, huidskleur, taal, e.d.m., zelfs niet op grond van religie. Er is alleen rechtvaardigheid tegen onrecht.

De moslimgemeenschap bestaat overigens typisch ook uit niet-moslimminderheden wier godsdienstvrijheid door de Koran gegarandeerd wordt en over wiens veiligheid het moslimleger moet waken. Uit de bespreking van de verzen die door islamofoben en ‘islam bashers’ aangehaald worden om het tegendeel te bewijzen, blijkt dat de islamofoben op zijn minst onwetendheid en mogelijks intellectuele oneerlijkheid aan de dag leggen en de verzen geheel uit hun context lichten.

Dat zou overeenkomen met uit het Belgisch strafwetboek de zinsnede dat doden niet bestraft wordt te lichten, er niet bij te vermelden dat het om een uitzonderingsregel gaat die enkel van toepassing is op gevallen van wettelijke zelfverdediging, om daaruit vervolgens te besluiten dat de Belgische wetgeving aanzet tot geweld en doodslag want dat het “zwart of wit” zo in de wet staat.

Ja, er zijn natuurlijk gevallen van geweldpleging door moslims. Er zijn ook gevallen van geweldpleging door niet-moslims waar de godsdienst echter niet wordt bijgesleurd. Waarom sleurt men er de islam dan wel bij? Het is duidelijk dat niets, maar dan ook niets in de hele Koran, geweldpleging tegen en doden van onschuldige burgers toestaat.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Islam en christendom, overeenkomsten en verschillen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 In de Koran komen we veel begrippen tegen die we uit de Bijbel kennen.

Toch hebben de meeste begrippen in de islam

uiteindelijk een andere betekenis.

 

.

 

religie-islam-2

 

 

 

Waarheid

 

Wie strijdt voor de waarheid over God wordt vandaag met veel argwaan bekeken. Begrijpelijk, want soms sleuren mensen met religieuze motieven hun medemensen de dood in. Toch houden we vol dat het mogelijk is een passie voor waarheid te hebben, zonder de vrede te bedreigen.

Jezus Christus heeft zelf de waarheid van God in zijn leven en met zijn woorden duidelijk gemaakt op een manier die niet ten koste ging van anderen, maar van Zichzelf, ten dienste van anderen! Zo’n passie, zo’n djihaad (het Arabische woord dat letterlijk ‘ijver’ betekent) is verantwoord.

In onze pluralistische samenleving wordt ons voortdurend voorgehouden dat godsdienst alleen maar een privé-overtuiging dient te zijn. Wij geloven echter dat God werkelijk gesproken en gehandeld heeft in onze geschiedenis en dat we onszelf en Hem te kort doen, wanneer we Hem niet als Derde in de dialoog met anderen betrekken.

 

 

Allah

 

Waar denken moslims anders over? Je zou in zekere zin kunnen zeggen: over alles. We komen heel veel begrippen tegen in de Koran die we uit de Bijbel kennen. Christenen herkennen in de ontmoeting met moslims vaak veel. Islam en christelijk geloof, Bijbel en Koran, zeggen in woorden op veel punten hetzelfde over God. Toch hebben de meeste begrippen in de islam uiteindelijk een andere betekenis.

Het verschil zit niet in het woord dat veel moslims voor God gebruiken: ‘Allah’. De Arabische Bijbel spreekt immers ook over Allah. Allah is eenvoudig het Arabische woord voor God. Het verschil zit in wat Bijbel en Koran over God zeggen. In de ontmoeting met moslims zullen we dus steeds moeten uitleggen wat we bedoelen. Een paar begrippen uitgelicht.

 

 

God en zijn schepping

 

De islam leert duidelijk dat God de Schepper is. In veel andere godsdiensten ligt dat anders. Daar kunnen God en de natuur in elkaar opgaan. Christenen en moslims geloven beide dat God geen onderdeel is van de kosmos. In het begin heeft God alles uit niets heeft gemaakt. Hij heeft de mens geschapen. Maar hoe? De islam noemt de mens abd (slaaf, dienaar) en khaliefa (rentmeester), herkenbare bijbelse begrippen.

De Bijbel noemt daar echter bij dat God de mens naar Zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen. De Bijbel spreekt over een intieme relatie met God die ons als zijn kinderen wil aannemen. De mens is dienaar en rentmeester, daar stemt de Bijbel mee in, maar dat is hij pas naar Gods bedoeling wanneer hij leeft in een intieme omgang als tussen een vader en zijn zoon.

In veel gelijkenissen van Jezus komt dit naar voren. De Koran spreekt niet zo over de verhouding van God en mens. Hoewel sommige moslims God wel Vader noemen, wijst de meerderheid dit als ongepast af. De islamitische theologie heeft altijd sterk de verhevenheid van God benadrukt. Mens-zijn betekent die verhevenheid erkennen door te buigen voor God.

Het woord ‘islam’ betekent dan ook onderwerping. Gods eer ligt volgens moslims daarin dat de mens Hem als Heer erkent. In het christelijke geloof ligt Gods eer vooral daarin, dat de mens Gods liefde (h)erkent en beantwoordt.

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Gods openbaring

 

Christenen geloven dat God zichzelf heeft geopenbaard in Jezus: “Niemand heeft ooit God gezien; de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, die heeft Hem doen kennen” (Johannes 1:18, zie ook Johannes 17:6). Moslims zijn het daar niet mee eens. Zij spreken van de 99 ‘schone namen’ van God, die iets openbaren van de eigenschappen van God.

Al-Faruqi, een moslim, zei het zo: “Hij (God) openbaart zichzelf op geen enkele manier en aan niemand. God openbaart alleen zijn wi. Christenen spreken van Gods openbaring van zichzelf – door God van God – en dat is het grote verschil tussen christendom en islam.” Moslims stellen dan ook nadrukkelijk dat het onmogelijk is dat God in Jezus mens geworden is. Ook in de Koran openbaart God zich volgens moslims niet zelf.

Je leest daar vooral wat God wil dat mensen doen. Dat is een eeuwige, heilige boodschap die volgens de meeste moslims niet afhankelijk is van de menselijke geschiedenis. De volgorde van de profeten lijkt in de Koran dan ook niet belangrijk. In de Bijbel ontdekken we een heilsgeschiedenis. De Bijbel is het verslag van Gods omgang met mensen. De profeten zijn geen heiligen, maar zondige mensen zoals ieder ander.

Dwars door hun worstelingen heen wordt openbaar wie God is voor mensen in zijn toorn en in zijn ontferming. Dat spoor loopt uit op Jezus Christus, in wie God zelf tot ons gekomen is. In de islam is de Koran belangrijker dan de profeten. In het christelijke geloof is Jezus belangrijker dan de Bijbel.

 

 

God regeert

 

God regeert als koning met volledige macht. Maar hoe oefent Hij zijn koninklijke gezag uit? En hoe reageert Hij als mensen zijn heerschappij over hun leven verwerpen? Volgens christenen is de kern van Gods antwoord hierop de komst van Jezus, de Messias, die voor ons de weg van kruis en opstanding ging. Door overgave aan Jezus gaat men het koninkrijk van God binnen, we komen als verloren kinderen weer thuis bij onze Vader.

Moslims verbinden het koninkrijk van God met het ‘huis van de islam’. Je behoort daartoe als je de eenheid van God belijdt, Mohammed als profeet erkent en probeert te leven volgens de islamitische voorschriften. God is te verheven om voor ons te kunnen lijden.

Jezus heeft gebruik van geweld om het koninkrijk van God te vestigen radicaal afgewezen en precies het tegenovergestelde in de praktijk gebracht: de zonde op zich genomen van hen die Hem haatten. Hij vraagt van zijn volgelingen om die houding ook aan te nemen. In de Arabische Bijbel lezen we in 2 Timoteüs 4:7 over de djihaad van Paulus. Dat is een strijd waarin hij in navolging van Jezus, zichzelf prijsgaf om anderen te redden.

Mohammed heeft vanaf het moment dat hij in Medina kwam, het gebruik van geweld niet geschuwd wanneer het ging om de verdediging van zijn profeetschap of zijn positie als staatsman. Dit heeft zijn weerslag gehad in de islamitische traditie. Dit wil overigens niet zeggen dat er geen christenen zijn geweest die toch geweld gebruikten om ‘het christendom’ uit te breiden of moslims die geweld radicaal afwezen.

 

 

Gevolgen van de keuze tussen goed en kwaad

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Zonde(n)

 

Zonde is voor moslims een bekend begrip, maar de islam kent geen erfzonde. Ieder mens wordt rein geboren. Adam en Eva zijn uit het hemelse paradijs naar de aarde verbannen nadat ze gezondigd hadden door naar de satan te luisteren in plaats van naar God. Na berouw heeft God Adam als plaatsvervanger (kalief) van God op aarde aangesteld. Alle mensen na hen worden zonder zonden geboren, met een schone lei.

Alleen door zwakte, onkunde of misleiding door de satan overtreden ze Gods wetten. Bij zonde denken moslims aan de verkeerde daden die wij doen, de overtreding van Gods geboden. Je kunt ze tellen en er zijn hele lijsten van grotere en kleinere zonden. De Bijbel kent deze zonden (meervoud) ook, maar spreekt daarnaast vooral van de zonde (enkelvoud).

De zonde (enkelvoud) is de gebroken relatie met God, waaruit de zonden (meervoud) voortkomen. Ons hart, het centrum van ons leven, is gericht op onszelf in plaats van op God. Daardoor leven we gescheiden van God en is er geen toekomst voor ons leven. Je zou daarom kunnen zeggen dat de Bijbel de zonde ernstiger neemt dan de Koran. Jezus is gekomen voor de betaling en bevrijding van deze zonde en verzoening met God. Om ons een nieuw hart, een nieuw leven te geven dat gericht is op Hem.

 

 

Gods oordeel

 

Moslims en christenen geloven beiden in de oordeelsdag. Maar op welke basis oordeelt God? De Bijbel leert dat alle mensen schuldig staan voor God. Romeinen 3:23-24 zegt: “Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.” Bij het oordeel mogen we zien op Jezus, de Middelaar, die de schuld heeft weggenomen.

Moslims geloven dat ieder mens op de laatste dag persoonlijk beoordeeld zal worden op zijn werken. God weegt daarbij goed en kwaad. Niemand kan voor de ander optreden of bemiddelen. De oordeelsdag is volgens soera (= hoofdstuk van de Koran) 2:255 ‘…een dag waarop er geen han­del (onderhandelin­gen), geen vriendschap en geen voorspraak is’. De meeste moslims geloven dat God de zonden van moslims eenvoudigweg kan vergeven. Afhankelijk van je goede daden moet je nog wel een tijdlang voor je zonden boeten in het vuur.

 

 

Gods liefde en vergeving

 

HoeGod ons liefheeft, is duidelijk geworden door Jezus: “Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…”(Johannes 3:16). In de Koran wordt ook gesproken van Gods liefde. Zonder zelfopoffering echter en ook niet voor zondaren. Alleen voor hen die moslim zijn, dat wil zeggen: zij die zich inspannen om God te gehoorzamen en zijn profeet Mohammed erkennen.

In de islam vergeeft God alleen als mensen berouw hebben. Omdat de mens van nature het goede kan doen, heeft hij geen verlosser nodig. Als hij zondigt, moet hij terugkeren op het rechte pad en zijn best doen volgens de islam te leven. Dan kan God hem zijn zonde eenvoudigweg vergeven. Een moslim gelooft dat God de vrijheid heeft om te vergeven wie Hij wil, want Hij is de Koning (soera 48:14).

Goddelijke vergeving gaat in de Bijbel dieper en is niet een gebaar van ‘zand erover’. God wil zonde niet zomaar vergeven, dat is in strijd met de heiligheid van zijn liefde. Vergeving brengt lijden met zich mee en vraagt ook om genoegdoening van Gods eer en herstel van de liefdesgemeenschap. De offerdienst van het Oude Testament leerde de joden dat al.

Het Nieuwe Testament vertelt ons van het offer dat voor eens en voor altijd is gebracht door Jezus Christus, het Lam van God. Wie zijn genade aanvaardt, mag delen in zijn liefdesgemeenschap. Ons oude, op ons zelf gerichte bestaan moet met Jezus begraven worden, willen wij een nieuw leven van Hem kunnen ontvangen, dat gericht is op God. Inzicht in Gods wet is niet voldoende volgens de Bijbel.

De wet alleen prikkelt ons mensen zelfs tot overtreden (Romeinen 7). Zonde is slavernij aan de boze en de macht van het kwaad; een breuk in de relatie met God. Daarom is er verlossing van Gods kant nodig.

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

                                                          

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Hoe staat de Koran tegenover leven en oorlog?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 Recht op leven

 

 

Mohammed

Mohammed

 

 

In zijn afscheidsrede zei Profeet Mohamed:

 

«Jullie levens en bezittingen zijn voor elkaar verboden tot jullie bij de Heer komen op de Dag van de Wederopstanding.»

 

 

De Koran stelt:

 

« “… dat jullie niemand mogen doden – wat God verboden heeft – behalve volgens het recht… » (Koran 6:151)
en
« “… dat wie iemand doodt anders dan voor doodslag en verderf zaaien op de aarde, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood en dat wie iemand laat leven, het is alsof hij de hele mensheid gezamenlijk heeft laten leven » (Koran 5:32).

 

 

Dergelijke verzen bestaan uit twee gedeelten

.

 a : een gedeelte dat het recht op leven als heilig en onschendbaar definieert

 

Dit slaat op de gedeelten “dat jullie niemand mogen doden, wat God verboden heeft” en “wie iemand anders doodt, …, het is alsof hij de mensheid gezamenlijk heeft gedood”.

 

Een mensenleven is heilig en onschendbaar, zonder onderscheid van ras, geloof, afkomst, nationaliteit, of wat dan ook. De islam kent dit recht niet alleen aan moslims maar ook aan niet-moslims toe.

 

«”Iemand die een Dhimmi doodt, zal zelfs niet de geur van het Paradijs ruiken.”» 

 

 

b : een gedeelte waarin een aantal uitzonderingen ingeschreven worden op het recht op leven

 

Dit slaat op de gedeelten “behalve volgens het recht” en “anders dan voor doodslag en verderf zaaien op aarde” .

 

Er is niets vreemd aan dergelijke bepalingen, ook de Belgische wet omschrijft een aantal omstandigheden waarin doden niet bestraft wordt, zoals bij wettige zelfverdediging en in de krijgswet. In de islam is dat niet anders. Zonder deze bepalingen zou een moslim die oog in oog staat met een moordenaar zich niet mogen verweren, zou een soldaat op een slagveld zich niet mogen verweren.

Het is juist middels dergelijke bepalingen dat de Koran er op toe ziet dat het recht op leven gerespecteerd wordt en dat mensen het recht niet in eigen handen kunnen nemen om willekeurig, wetteloos, anderen te doden. Want dat is moord en wordt uiteraard wel bestraft.

Hoe zwaar de Koran tilt aan het onwettig doden werd duidelijk uit het hoger geciteerd vers 5:32 waarin het onwettig doden van een mens gelijkgesteld wordt aan het uitroeien van de hele mensheid. Vers 5:32 preciseert met name wat onwettig doden inhoudt: “doodslag en verderf zaaien op de aarde”. Met dit laatste wordt onder meer terrorisme bedoeld. Dergelijke verzen maken het dus mogelijk diegenen die verderf zaaien en onschuldige mensen doden, met de doodstraf te bedenken.

Dezelfde logica wordt toegepast in de islamitische dierenrechten: het leven van dieren wordt als heilig omschreven. De algemene regel is dat dieren recht op leven hebben en dat hun leven heilig en onschendbaar is. Daarop worden een aantal uitzonderingen op toegestaan, zoals het doden van dieren voor voedsel om de nood aan voedsel te lenigen.

In die wettige omstandigheden mag het dier niet gedood worden alvorens de woorden “in de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige” uit te spreken, waarmee de mens nogmaals in herinnering gebracht wordt dat het onwettig doden een zwaar vergrijp is. Het niet-wettig doden van een dier wordt immers gerekend tot de hoofdzonden.  Als het leven van een dier al zo sterk beschermd wordt, hoe sterk wordt dan niet het leven van mensen beschermd.

 

 

Koran

Koran

 

 

 

Kaïn en Abel : het eerste geval van moord

 

Om de houding van de Koran tegenover moord te onderzoeken, gaan we terug naar het allereerste beschreven geval van geweldpleging door een mens op een mens: het relaas van Kaïn (Qabil) en Abel (Habil). De Koranische passage gaat als volgt:

 

« En lees hun de mededeling over de twee zonen van Adam naar waarheid voor. Toen zij een offer brachten en het van een van beiden werd aangenomen. En het werd van de ander niet aangenomen. Die zei: “Ik sla jou dood!”. Hij zei: “God neemt slechts de godvrezenden aan. Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren. Dat is de vergelding voor de onrechtplegers.” Toen zette hij zich ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde hem en zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond toen een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen hoe hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei: “Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?” Zo ging hij behoren tot hen die wroeging hebben.”» (Koran 5:27-31)

 

 

In dit relaas valt een merkwaardig verschil met het Bijbelse passage vast te stellen, met name dat Abel die door zijn broer Kaïn met de dood bedreigd wordt, zegt:

 

«Ook al strek jij je hand naar mij uit om mij te doden, ik zal mijn hand niet naar jou uitstrekken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer van de wereldbewoners. Ik wens dat jij de zonde aan mij en jouw zonde over je brengt en dan tot de bewoners van het vuur zult behoren.» (Koran 5:28)

 

 

Wat wordt hier  bedoeld? Kaïn zal door het vermoorden van zijn broer naar de hel gaan. Door geen weerstand te bieden tegen zijn belager, worden de zonden van Abel door Kaïn meegenomen naar de hel, en is Abel verlost van zijn zonden. Zijn pacifistische houding wordt met andere woorden beloond met een volledige kwijtschelding van al zijn zonden.

Volgens de liberale strekking van de islam, kan men moeilijk een krachtiger pleidooi bedenken voor geweldloosheid en dus pacifisme. Pacifisme wordt in de Koran zeer krachtig beloond met vergeving van alle zonden en dus met een plaats in het paradijs.

Merk verder ook op hoe God hier een raaf stuurt om aan de mens te leren wat hij met een lijk moet doen. Mensen worden in de Koran niet opgevoerd als superieur aan de dieren, maar als soort tussen de soorten. In dit vers is een dier zelfs de leermeester van de mens.

 

 

clip_image0061

 

 

 

De Koranische oorlogsethiek en krijgswet

 

 

Inleidend

 

Niettegenstaande de pacifistische reactie beloond wordt, hecht de Koran ook ontzettend veel belang aan rechtvaardigheid en aan het beschermen van de rechtvaardige, tolerante maatschappij. Om die maatschappij te beschermen, is het in sommige nauwkeurig bepaalde omstandigheden toegestaan dat men naar de wapens grijpt. Ook daar is niets uitzonderlijk aan.

 

 

Wie beslist over oorlog en vrede?

 

Uiteraard kunnen individuele moslims of groepen of organisaties extremisten, net als in seculiere landen, niet over oorlog en vrede beslissen. In principe is het zo dat een beslissing om een oorlog te verklaren, alleen kan genomen worden door de leider (i.c. kalief) van een eengemaakte ummah (wereldwijde gemeenschap van alle moslims) die vandaag de dag niet eens bestaat.

In afwezigheid daarvan, zou een oorlog in principe kunnen verklaard worden bij consensus van representatieve en legitieme leiders die de steun van de grote meerderheid van de ummah genieten, mensen dus die wettelijk als leiders erkend zijn en op een brede basis kunnen rekenen.

 

 

Houding tegenover geweld en terrorisme

 

Het bovenstaande neemt niet weg dat er soms groepen zijn die geheel onrechtmatig naar de wapens grijpen. Dit kan dan ook als niets anders dan een crimineel feit (i.c. terrorisme) beschouwd worden. Terrorisme is niet uniek voor de islam. Integendeel zelfs, volgens een door Professor Robert Pape uitgevoerde studie, werd het merendeel van de terroristische zelfmoordaanslagen tussen 1980 en 2001 gepleegd door Tamil Tijgers, een marxistisch geïnspireerde seculiere groep die onder hindoes recruteert.

Zij zijn ook de bedenkers van de zelfmoordvest. Zelfmoordterrorisme is niet geloofsgebonden. Volgens Professor Pape heeft het alles te maken met de aspiraties van een groep die zich verzet tegen een buitenlandse aanwezigheid op grondgebied waar de groep zelf recht meent op te hebben. Wanneer die buitenlandse aanwezigheid een andere religie heeft, is de kans groter dat groepen die zich daar tegen verzetten, de religieuze kaart trekken om leden te ronselen.

Ze doen dat op hun eigen vertekende manier, want de koranische leer is zeer duidelijk: terrorisme is een misdaad die krachtig veroordeeld wordt. Dit wordt overigens ook keer op keer herhaald door tal van geleerden.

De tragische vergissing bestaat hierin dat de westerse publieke opinie de criminelen gelijkgesteld heeft aan de meerderheid van de islamitische bevolking. Tragisch, omdat dit precies is wat de terroristen willen. Zij willen een wig drijven tussen het Westen en de moslimwereld. Zij willen ook dat hun kijk op de zaken erkend wordt als enige juiste, wat door de moslimwereld ondubbelzinnig verworpen wordt.

Ook andere vormen van geweld dan terrorisme worden keer op keer weer door moslims en moslimleiders ondubbelzinnig en scherp afgekeurd en verworpen. Een voorbeeld waren de talloze verklaringen waarin moslimleiders het geweld naar aanleiding van de cartoonprotesten veroordeelden.

 

 

terrorisme

terrorisme

 

 

Alleen defensieve oorlog toegestaan

 

Vrede is de gewenste toestand, en geweld wordt afgekeurd. Maar zoals gezegd zijn er een paar zeer specifieke situaties waarin een oorlog toch gewettigd kan zijn. Een oorlog wordt in de regel alleen toegestaan om de vrede, en dus om de rechtvaardige, tolerante gemeenschap van de middenweg te beschermen. Dit wil zeggen dat de islam geen offensieve oorlog toestaat.

Enkel wanneer moslims aangevallen of onderdrukt worden, en wanneer alle andere mogelijkheden om de aanval af te slaan zoals het opstarten van vredesonderhandelingen op niets uitdraaien, mag men zich gewapenderwijze verzetten,en dan nog gelden zeer strikte regels. Geweld is steeds de allerlaatste optie.

Volgend vers legt uit wanneer fysische strijd toegestaan is:

 

«Aan hen die bestreden worden is [de strijd] toegestaan omdat hun onrecht is aangedaan; God heeft de macht hen te helpen, die zonder recht uit hun woningen verdreven zijn, alleen maar omdat zij zeggen: “Onze Heer is God” – en als God de mensen elkaar niet had laten weerhouden dan waren kluizenaarsverblijven, kerken, synagogen en moskeeën waarin Gods naam vaak genoemd wordt zeker verwoest. Maar God zal hen die Hem helpen zeker helpen; God is krachtig en machtig.» (Koran 22:39-40)

 

Dit vers geeft aan wanneer gewapend verzet mogelijk is:

  1. De vijandigheden moeten door anderen gestart worden tegen de gelovige moslims. Enkel moslims die “bestreden worden”, mogen zich verzetten. Het gaat dus om een defensieve oorlog, niet om een offensief.
  2. Er moet de moslims onrecht aangedaan zijn. Hierbij wordt expliciet het onrechtmatig verdrijven uit woningen vermeld.
  3. Het doel van de agressor moet de destructie van de islam en moslims zijn. Het vers verwijst naar godsdienstvervolging, waarbij moslims vervolgd worden enkel omdat zij zeggen dat ze in God geloven.
  4. Een oorlog is dus enkel toegestaan als verdediging tegen het onrecht dat veroorzaakt is door een aanval of bezetting, verdrukking of godsdienstvervolging. Daarbuiten, is gewapend verzet niet gelegitimeerd.

 

 

screenshot_1214

 

 

Gewapende strijd moet daarenboven altijd getemperd worden door het nastreven van vergevingsgezindheid, rechtvaardigheid en zo meer. Dit wordt duidelijk uit een tweede vers dat toelating geeft tot gewapend verzet maar er al onmiddellijk bij zegt dat men niet over de schreef mag gaan:

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet.» (Koran 2:190)

 

Diezelfde toon vindt men terug in een vers dat zegt dat men mild moet zijn ten aanzien van de vijand, want op een dag kan hij je vriend worden:

 

«Misschien dat God tussen jullie en hen die jullie als vijand beschouwen genegenheid zal brengen, God is almachtig, en God is vergevend en barmhartig.» (Koran 60:7)

 

Het voeren van een oorlog is daarenboven onderworpen aan een hele reeks strikte voorschriften die gebaseerd zijn op de Koran en de Sunnah van Mohamed, alsook op de regels die de eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij naar het slagveld stuurde. Abu Bakr legde zijn metgezellen de volgende 10 regels van oorlogsvoering op (Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  1. Dood geen vrouwen
  2. Dood geen kinderen,
  3. Dood geen bejaarden,
  4. Dood geen zieken.
  5. Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden).
  6. Verniel geen onbewoonde plaatsen.
  7. Dood geen dieren behalve voor voedsel
  8. Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
  9. Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
  10. En handel niet laf.

Uit andere hadith blijkt dat Abu Bakr ook stelde dat priesters en kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men hun gebedshuizen niet mocht vernielen. Ook burgerconstructies moeten gespaard blijven. Tijdens de oorlog mogen dieren niet gedood worden, tenzij voor voedsel, omdat een oorlog een zaak tussen mensen is en dieren daar niet het slachtoffer mogen van zijn.

Van zodra de tegenpartij in een strijd vrede zoekt, moet men daarin meegaan:

 

«En als zij geneigd zijn tot vrede, wees daar dan ook toe geneigd en stel je vertrouwen op God.» (Koran 8:61)

 

 

Ook wat er moet gebeuren in geval van een overwinning, wordt door de Koran gereguleerd. De eerder aangehaalde regels van godsdienstvrijheid dienen gerespecteerd te worden en er moet rechtvaardig gehandeld worden zodat een vrije, rechtvaardige samenleving ingesteld wordt waarin mensen vrij zijn zich al dan niet bij de Islam aan te sluiten:

 

«God beveelt jullie in bewaring gegeven goederen aan de rechthebbenden te overhandigen en, wanneer jullie tussen de mensen oordelen, dat jullie rechtvaardig oordelen…» (Koran 4:58)

«Jullie die geloven! Wees standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Wees rechtvaardig, dat is dichter bij godvrezendheid.” (Koran 5:8) “God gebiedt rechtvaardig te handelen, goed te doen en aan de verwanten giften te geven en Hij verbiedt wat gruwelijk, verwerpelijk en gewelddadig is….» (Koran 16:90)

 

 

De Islamitische gemeenschap wordt naar voor geschoven als een modelgemeenschap, een rechtvaardige gemeenschap die extremen schuwt, een gemeenschap van de middenweg. Een oorlog is enkel toegestaan om deze rechtvaardige maatschappij te verdedigen en beschermen.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Wat bedoelen de volgende verzen in de Koran?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

Nu kunnen we verzen onder de loep nemen die door islamofoben op tafel geworpen worden als vermeend bewijs van het gewelddadig karakter van de Koran en van de islam.

Ter inleiding echter een paar opmerkingen inzake interpretatie van verzen:

  1. De krijgswet is het burgerrecht niet. Dat zou voor zich moeten spreken. Toch is het iets waar menig islamofoob zich op verkijkt. Men citeert een vers dat betrekking heeft op de krijgswet en doet alsof dat op het burgerrecht slaat, met alle gevolgen van dien inzake misinterpretaties.
  2. Sommige verzen zijn algemene regels, andere zijn juist uitzonderingen op de algemene regels.
  3. Verzen moeten ook getoetst worden aan het algemeen kader en aan andere verzen die de betekenis ervan verduidelijken
  4. Voor sommige verzen kan het nodig zijn de historische context waarin ze geopenbaard zijn na te gaan om te weten waarover ze precies handelen.

Vrede is voor de islam de voorkeurstoestand. Pas onder zeer beperkte en duidelijk omschreven omstandigheden kan gewapende strijd toegestaan zijn, en dit pas na uitputting van alle andere middelen. Een oorlog kan ook nooit door een individu of groep afgekondigd worden maar is pas wettig als de beslissing door de bevoegde organen genomen werd. Burgers moeten te allen tijde gespaard worden.

 

 

media_xl_4888423

 

 

 

Koran 2:216 

 

« Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet. »

 

De inhoud van dit vers bevestigt dit algemeen kader. Oorlog wordt hier immers niet opgehemeld als een goed, integendeel, oorlog voeren wordt hier omschreven als iets waar men tegen opziet. In sommige omstandigheden (zoals het zich verdedigen bij een aanval op de rechtvaardige, gematigde samenleving en het strijden tegen oppressie) kan een gewapende strijd gewettigd zijn.

De Koran zegt hier dat niemand graag oorlog voert, dat oorlog een kwalijke zaak is, maar dat men soms niet anders kan omdat het algemeen belang primeert voor het bewaren en beschermen van de rechtvaardige samenleving. Dat is wat hier bedoeld wordt door te zeggen dat iets dat men niet graag heeft, toch goed kan zijn.

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. »

 

Dit vers roept niet op tot vechten, maar beperkt integendeel de strijd tot situaties waarin men aangevallen wordt (“bestrijdt hen die jullie bestrijden”). Het vers verleent moslims dus hooguit de toelating zich te verdedigen in een wettige oorlog. Binnen die omstandigheden van gewettigd verweer, legt dit vers onmiddellijk beperkingen op, men mag de grenzen niet overschrijden.

Het is niet omdat een agressor alle normen laat varen, dat men dat zelf ook mag doen. Ook het grootste onrecht rechtvaardigt niet dat men zelf in immoreel gedrag vervalt. De toestemming tot strijden wanneer men aangevallen wordt, wordt door nog meer beperkingen omschreven en vernauwd, zoals blijkt uit de context van vers 190:

 

 Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

 

 

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. (Koran 2:191)

«Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.» (Koran 2:192)

 

Het vers kadert duidelijk binnen een oorlogssituatie, en heeft niets te maken met de manier waarop moslims in het gewone burgerleven met niet-moslims moeten omgaan. Het vers verduidelijkt enkel de principes van de krijgswet en oorlogsethiek. Het vers stelt dat dat men diegene mag verdrijven die jou eerst uitgedreven hebben.

Daarmee beperkt dit vers de legitimiteit van gewapend verzet alweer tot een situatie van zelfverdediging. Het gaat hier evenmin om ‘de’ ongelovigen, maar enkel om diegenen die een aanval ingezet hebben op de moslimgemeenschap.

Uit boven gaande teksten blijken volgende punten:

  1. Men mag alleen naar de wapens grijpen ter defensie.
  2. Moslims krijgen de opdracht ook dan de grenzen niet te buiten te gaan. Dit betekent dat men ook in verdediging niet zelf in onrecht mag vervallen. Het verbiedt moslims oorlogsmisdaden te begaan. God staat dus alleen aan de kant van diegenen die de rechtvaardige zaak verdedigen tegen een aanval, en die dat op een wettige manier doen.
  3. Van zodra de tegenpartij de gevechten staakt, moet men dat ook doen en moet men meegaan in de vrede. Dit betekent dat men alleen de aanval mag afslaan, en dat het daar moet eindigen. Ook wanneer men op een bepaald ogenblik het overwicht behaalt en dus gemakkelijk de vijand zou kunnen decimeren en uitroeien, is dat niet toegestaan.
  4. De vrede herstellen betekent niet dat de spons geveegd wordt over oorlogsmisdaden van de vijand. Een oorlogsmisdadiger gaat niet vrijuit, ook niet als de vrede teruggekeerd is. Hij zal voor een rechtbank moeten verschijnen en zijn gepaste straf krijgen.
  5. De strijd duurt tot er geen godsdienstvervolging meer is, dwz dat moslims en niet-moslims weer vrij zijn hun geloof te beleven. De moslims mogen ook niemand dwingen zich tot de islam te bekeren. Tevens krijgen moslims de opdracht niet alleen eigen verdrukking maar ook verdrukking van niet-moslim te bestrijden.
  6. Moslims mogen geen vredesakkoord aanvaarden waarin ze bv. akkoord moeten gaan met het aanbidden van een of andere afgod maar dat ze moeten strijden tot ze werkelijk volledige godsdienstvrijheid genieten en dus hun islam kunnen beleven. Het staat anderen echter wel vrij dat beeld te blijven aanbidden.

 

De bescherming van de rechten van niet-moslim minderheden ( Dhimmi’s)  in een samenleving is verplicht. Immers:

 

«”Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand over dragen zou verraad van de garantie betekenen.” 

 

 

 

Koran 2 : 244

 

« Strijd op Gods weg en weet dat God wetend en horend is.»

 

Er staat hier dat God alles hoort, alles weet. Dit wil zeggen dat men zich binnen het toelaatbare moet begeven. Men mag dus geen (oorlogs-) misdaden begaan want God hoort alles en ziet alles, ook wanneer men wettige een oorlog voert.

 

 

 

 

 

Koran: 2:193

 

«Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

Het volstaat hier de aandacht te vestigen dat deze verzen verduidelijken hoe lang moslims in een aan de gang zijnde oorlog mogen strijden. Moeten ze strijden tot iedereen zich tot de islam bekeerd heeft? Het moet gezegd dat deze verzen op het eerste gezicht in die richting wijzen, en dat er ongetwijfeld ook wel extreme groepen moslims zijn die de verzen uit hun context lichten en ze zo interpreteren.

Godsdienstvrijheid staat centraal in de islam. Dat sluit een interpretatie in de zin van strijden tot iedereen zich bekeerd heeft tot de islam uit. Er moet aan herinnerd worden dat moslims een godsdienstoorlog, een aanval op hun godsdienst, mogen afslaan.

Het vers “en strijd tot godsdienst alleen God toebehoort” betekent dat moslims in zulke omstandigheden de opdracht krijgen te strijden tot wanneer hun godsdienstvrijheid gegarandeerd wordt en tot de eigen islam beleving veilig gesteld is. De godsdienst behoort alleen God toe.

Volgens de islam heeft men een lager zelf waarin een satan de mens aanspoort tot het kwade, en een hoger zelf waarin een Engel uitnodigt tot het goede.“En strijd tot er geen fitnah meer is” betekent dat men moet strijden tegen het lagere zelf en wel zodanig tot de eigen satan zich overgeeft aan God tot er geen kwade meer aanwezig is.

 

 

 

Koran 8:12

 

«Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: “Ik ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de harten van de ongelovigen schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers”.» 

 

Dit vers handelt over de slag om Badr waarin de moslims in de minderheid zijn. God stuurt engelen uit om aan de zijde van de moslims te strijden. Het gedeelte “Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers” is een opdracht aan de engelen, het is geen opdracht die aan de moslims gegeven wordt.

Het is ook God die zegt: “Ik zal de harten schrik aanjagen”. Hij zal er met andere woorden voor zorgen dat de vijand, niettegenstaande hij een numerieke overmacht heeft, schrik krijgt voor de kleine aantallen moslimstrijders. 

 

 

screenshot_602

 

 

 

 

Koran 8:60

 

«”En maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen…”» (Koran 8:60)

 

Dit vers schrijft moslims voor hoe ze een op handen zijnde oorlog alsnog kunnen proberen afslaan te door de tegenstander te imponeren. Het is wat men een ‘afschrikkingsmiddel’ zou noemen. Onze eigen West-Europese politiek maakt van precies dezelfde techniek gebruik met de bedoeling een mogelijke vijand af te schrikken. Het gaat hier dus om een regel die de vrede probeert te bewaren en oorlog probeert te voorkomen.

 

 

 

Koran 4:76 

 

«Zij die geloven strijden op Gods weg en zij die ongelovig zijn strijden op de weg van de Taghoet. Bestrijdt de aanhangers van de satan. De list van de satan is maar zwak!»

 

Wat hier met elkaar gecontrasteerd wordt is voor de zaak van God of voor de zaak van de duivel te strijden. Wat de zaak van God inhoudt wordt uiteengezet in het vers dat er onmiddellijk aan voorafgaat:

 

«Wat hebben jullie dat jullie niet op Gods weg strijden en ook niet voor die onderdrukte mannen, vrouwen en kinderen die zeggen: “Onze Heer, breng ons uit deze stad waarvan de inwoners onrecht plegen en breng ons van Uw kant een beschermer en breng ons van Uw kant een helper”. »

 

Strijden voor de zaak van God, betekent dus de rechtvaardige samenleving beschermen, strijden tegen verdrukking en onrecht. Het tegendeel daarvan is strijden voor tirannie, hebzucht, hoogmoed, repressie, macht, apartheid, enz.

De Taghoet slaat op alles en iedereen dat in de weg staat van het zuivere geloof in de Ene God. Dat hoeft helemaal geen beeld of persoon te zijn, ook hoogmoed, racisme en repressie staan het zuivere geloof in de Ene God in de weg. Ze worden daarom geassocieerd met de zaak van satan. De Koran zegt hierover dat de zaak van satan maar zwak is. De zaak van God, de strijd voor rechtvaardigheid, bescherming van de zwakken en onderdrukten, onrecht en racisme is de goede zaak.

Vers 4:76 stelt de zaak van de gelovigen tegenover de zaak van satan zonder daarbij namen van godsdiensten te noemen. Zoals hoger reeds besproken, erkent de islam dat er bij moslims, joden en christenen zowel gelovigen als ongelovigen zijn. Het oordeel over geloof en ongeloof komt alleen God toe.

En het is niet de naam van het geloof dat men aanhangt maar de godvrucht en de goede daden. Vervalt men, vanuit om het even welk geloof in God, in racisme, hoogmoed, oppressie enz., dan staat men aan de kant van satan.  Dit is een belangrijk koranisch inzicht, waardoor er geen “wij tegen zij” kan zijn op grond van kenmerken zoals huidskleur, geloof, nationaliteit en afkomst. Het is altijd de rechtvaardige kant tegen het onrecht, over alle grenzen van ras, geloof, nationaliteit en afkomst heen.

 

 

 

 

 

 

Koran 9:5

 

« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de weg. God is vergevend en barmhartig»

 

Het vers handelt over een oorlogssituatie waarin “heilige maanden” in acht genomen worden, dit wil zeggen, een oorlogssituatie waarin een periode van staakt-het-vuren van kracht is. Moslims krijgen hier de opdracht zich aan een overeengekomen staakt-het-vuren te houden. Na deze periode mogen ze, bij ontstentenis van vredesverdrag, verder strijden. Opnieuw legt de context van het vers daarop volgend beperkingen op:

 

En als een van de veelgodendienaars bij jou bescherming zoekt, geef hem dan bescherming totdat hij het woord van God hoort en laat hem daarna een plaats bereiken waar hij veilig is. Dat is omdat zij mensen zijn die niet weten. Hoe kan er jegens de veelgodendienaars een verbondsverpliching bij God en bij Zijn gezant zijn, behalve jegens hen met wie jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige moskee. Zolang zij jegens jullie correct handelen, handelt jullie dan ook correct. God bemint de godvrezenden.» (Koran 9:5-7)

 

De context verduidelijkt dat alleen mag gestreden worden tegen diegenen met wie geen vredesovereenkomst kon bereikt worden gedurende het staakt-het-vuren. Wie correct handelt, moet ook correct behandeld worden. Men heeft geen enkele verplichting zich tot de islam te bekeren.

Ook als hij zich niet bekeert, moeten moslims de persoon in veiligheid brengen. Wat in dit versdeel wel tot uitdrukking gebracht wordt is het principe dat wanneer een vijandig soldaat zich bekeert tot de islam, men hem niet langer als vijand mag beschouwen.

 

 

 

Koran 9 : 12

 

«En als zij hun eden breken nadat jullie met hen een verbond gesloten hebben en jullie godsdienst belasteren, bestrijdt dan de leiders van het ongeloof. Voor hen bestaan er geen eden. Misschien zullen zij ophouden.»”

 

volgende vers :

«Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die hun eden gebroken hebben en die van plan waren de gezant te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie begonnen? Vrezen jullie hen? God komt het met meer recht toe dat jullie Hem vrezen als jullie gelovig zijn.»

 

Deze verzen handelen dus weer over het krijgsrecht en stellen dat wanneer een vijandige groep een vredesakkoord verbreekt en de moslims aanvalt, dat de moslims zich mogen of zelfs moeten verzetten als het voortbestaan van de gemeenschap op het spel staat.

De vraag wordt gesteld waarom moslims zich niet zouden verzetten tegen een aanval of tegen oppressie. De Koran zegt dat je maar beter God kan vrezen in plaats van de vijand, en je kan dus maar beter de kant van de rechtvaardigheid kiezen.

 

 

 

 

 

 

Koran 9 : 29

 

«Strijdt tegen hen die niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebben en  die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen.”»

 

De Koran stelt hier dat gewapend verweer mogelijk is en dat de tegenstander bereid moet zijn om een taks te betalen. Moslims zelf zijn gehouden de zakaat te betalen. De zakaat is een islamitisch religieuze aangelegenheid, waarvan niet-moslims vrijgesteld zijn.

Niet-moslims moeten uiteraard wel mee betalen voor een aantal openbare diensten waarvan zij genieten, zoals onderhoud van het moslimleger dat ook hen beschermt in geval van een aanval. Moslims zijn verplicht alle inwoners van hun samenleving, ook niet-moslims, te beschermen en te verdedigen tegen een aanval. Zij mogen deze mensen ook niet uitleveren aan de vijand.

 

« Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand overdragen zou verraad van de garantie betekenen» 

 

De Koran draagt moslims hier op erover te waken dat deze taks billijk ingesteld wordt en de draagkracht van de mensen niet te boven gaat. Iedereen moet de zakaat betalen.

 

 

 

 

Koran 4 : 89

 

.Als zij zich van jullie afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie vrede aanbieden dan verschaft God geen weg om tegen hen op te treden. Jullie zullen anderen vinden die voor jullie veilig wensen te zijn en evenzo voor hun eigen mensen. Telkens als zij aan de beproeving worden blootgesteld worden zij daardoor misleid. Als zij zich dan niet van jullie afzijdig houden, jullie geen vrede aanbieden, noch hun handen in bedwang houden, doodt hen dan waar jullie hen aantreffen. Zij zijn het over wie Wij een duidelijk gezag hebben verleend.” » (Koran 4:88-91)

 

Ook dit vers kan niet geïnterpreteerd worden als toestemming om zomaar eender wie te doden. Wel integendeel. Als de tegenpartij vrede wil, moet men daar in meegaan. Het is pas als de tegenstanders geen vrede willen dat moslims de toestemming krijgen om zich te verdedigen. Als dit soort verzen niet zou bestaan, zouden moslimstrijdkrachten zich in oorlogstijd door iedereen moeten laten afslachten zonder enig weerwerk te mogen bieden.

 

 

 

 

 

 

Koran 47 : 4

 

«En wanneer jullie hen die ongelovig zijn in de strijd ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen lost te kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. …».”

 

Ook dit vers handelt niet over burgerrecht, maar over oorlogsethiek en krijgsrecht. Het algemeen principe is dat het leven altijd heilig en onschendbaar is, behalve in bij wet voorziene omstandigheden. Dit vers maakt een uitzondering voor soldaten in een oorlogssituatie.

In een dergelijke situatie kan het doden van de vijand in het heetst van de strijd toegestaan zijn als men om logistieke en militaire redenen niet in staat is gevangenen te nemen. Van zodra de militaire en logistieke mogelijkheden het toestaan schrijft de Koran voor de vijand krijgsgevangen te nemen om hem later

1) weer vrij te laten (dat is de eerste en meest geprefereerde optie)

2) hen uit te wisselen

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Wie is Allah volgens de Bijbel?

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

De islam is gebouwd rond het centrale geloof dat er geen god is dan God. Allah is het Arabisch woord voor God. Het is het enige Arabische woord dat noch mannelijk, noch vrouwelijk is – het heeft ook geen meervoudsvorm. Deze taalkundige kenmerken benadrukken meteen de unieke aard van God. Mede daarom, en omdat de Koran in het Arabisch geopenbaard is, verkiezen de meeste moslims het woord Allah boven het woord God, maar de betekenis van beide termen is hetzelfde.

 

 

allah-ismi-resim

 

 

‘Zeg: Hij is God als enige. God de eeuwige. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt en niet één is aan Hem gelijkwaardig.”(Koran, 112:1-4)
‘Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten vrede.’ (Koran, 13:27)
.
.
.

Zoals men in het Nederlands God zegt, in het Hebreeuws Jahweh en in het Frans Dieu, zo zegt men in het Arabisch Allah. In een christelijke Arabische Bijbel, wordt God inderdaad vertaald als Allah, zoals blijkt uit volgende vergelijking, waarin het Arabische woord Allah groen aangeduid werd:

 

.

  1. Het woord “Allah”in de Koran, Hoofdstuk 1, vers 1:
    Arabisch: bismillah
    Nederlands: In de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige
  2. Het woord “Allah” in de christelijke Bijbel in het Arabisch, Boek Genesis, vers 1:
    Arabisch: genesis
    Nederlands: In het begin schiep God hemel en aarde

 

.

.

Voor moslims gaat gaat dit veel verder dan een taalkundig feit. Immers, volgens moslims betreft het hier dezelfde Ene God die in het Oude Testament Jahweh genoemd wordt. De islam leert dat Joden, christenen en moslims essentieel dezelfde Ene God aanbidden. er zijn natuurlijk wel onderlinge verschillen tussen de drie godsdiensten van het Boek, die ook de monotheïstische godsdiensten genoemd worden.

“Wij geloven in wat naar ons is neergezonden en in wat naar jullie neergezonden is. Onze God en jullie God, is één. En wij geven ons over aan Hem.” (Koran 29:46)
.
.
.

De islam gelooft dat er een duizenden profeten geweest zijn die allemaal hetzelfde geloof verkondigden. Volgens de islam bevestigt de profeet Mohammed dan ook slechts de boodschap die voor hem door andere profeten zoals Abraham, David of Jezus, gebracht werd. Moslims zijn overigens verplicht in al deze profeten en in hun Boodschap te geloven. Wanneer men niet gelooft in Jezus en de boodschap die Hij bracht, kan men dus geen moslim zijn.

Moslims geloven verder dat al diegenen die in de boodschap geloven die hen door de profeten gebracht werd, naar het paradijs kunnen gaan. Christenen en Joden kunnen volgens de islam dus ook naar het paradijs gaan, waaruit nogmaals blijkt dat zij volgens moslims allemaal in dezelfde ene God geloven.

 

.

.

De Uniciteit van God volgens de Thora, de Bijbel en de Koran

 

Hierna volgen een paar verzen uit het Oude Testament, het Nieuwe Testament en De Koran, waaruit telkens het centrale belang van het geloof in de ene God blijkt:

“Gij zult geen andere goden hebben dan Mij”. (Deuteronomium 5:6)
.
.
.

En de Koran:

“Weet dat er geen god is dan God” (Koran 47:19)
.
.
.

Andere goden dan God, wat moet men zich daarbij voorstellen? Zeker niet enkel het aanbidden van meerdere goden of idolen maar alles wat in de weg komt van het aanbidden van de Ene God, dus ook het eigen ik dat men tot status van godheid kan verheffen. Volgens de islam is de hoogste vorm van Jihad (streven) overigens deze van het streven tegen het eigen ik, om zo volledig God te dienen en zich volledig in te schrijven in zijn liefde.

.

.

Het geloof in één God werd door alle Profeten verkondigd. Zo horen we bijvoorbeeld Mozes zeggen:

“Hoor, Israël! de Heer (Jahweh) is onze God, en de Heer alleen. Bemin uw God, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.” (Deuteronomium 6:4-5)
.
.
.

In de Evangeliën horen we ook Jezus zeggen:

“Hoor Israël! De Heer onze God is de enige Heer, Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht.” (Marcus 12:29-30)
.
.
.

Ook in de Koran vinden we dit terug:

“Zeg : “Hij is God als enige, God als Bestendige. ” (Koran 112:1-2)
.
.
.

Het Oude Testament stelt reeds ondubbelzinnig dat niets of niemand met God gelijkgesteld mag worden:

“Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte, uit het slavenhuis heb geleid; gij zult geen andere goden naast Mij hebben. Ge zult u geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden of in het water onder de aarde is.” (Exodus, 20:2)
.
.
.

God is de Eerste en de Laatste. In het boek Isaiah (Jesaja) lezen we:

“Jullie zijn Mijn getuigen, zegt de Heer. Vóór mij was er geen god, en na mij zal er geen god zijn. Ik ben de Heer, en behalve Mij, is er geen enkele Redder”. (Jesaja 43:11)
“Ik ben de Eerste en ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen god.” (Jesaja 44:6)
.
.
.

Ook dit vinden we in de Koran terug:

“Hij is de Eerste en de Laatste” (Koran 57:3)
“En er is geen andere god dan Ik, een rechtvaardige God, een Redder. Er is er geen dan Ik. Omdat Ik God ben, en er is geen ander.” (Jesaja 45:21-23)
.
.
.
.

Jezus als machtig profeet van God

 

De islam gelooft dan ook niet dat Jezus zelf God was. Dit doorbreekt volgens de islam immers het zuivere monotheïsme dat er geen god is dan God, vermits het een mens verheft tot de status van god-zijn, wat volgens de islam niet kan. Volgens moslims was Jezus evenwel een machtig profeet van God, die dezelfde boodschap verkondigde als al de andere profeten van God.

 

.

MET ANDERE WOORDEN : DE ISLAM GELOOFT NIET IN DE DRIEVULDIGHEID VAN GOD, HET MYSTERIE VAN DE EENHEID VAN GOD DE VADER, GOD DE ZOON EN GOD DE HEILIGE GEEST. VOLGENS DE ISLAM WAS CHRISTUS EEN PROFEET MAAR GEEN MESSIAS DIE HET ZOENOFFER OP ZICH NAM OM TE STERVEN OP HET KRUIS TER VERGEVING VAN ALLE ZONDEN.

 

.

.Jezus en Maria worden in de Koran meermaals eervol vermeld. Er is zelfs een hoofdstuk van de Koran (hoofdstuk 19) dat haar naam draagt. Moslims geloven overigens, net als de christenen, in de maagdelijke verwekking van Jezus en verwijzen daarbij naar Adam om te verduidelijken dat dit niets verandert aan het feit dat Jezus een mens is. Immers, ook Adam had geen menselijke vader (en zelfs geen menselijke moeder), maar dat maakte hem ook niet tot God:

“Waarlijk, het voorbeeld van Jezus, voor God, is zoals dat van Adam. Hij schiep hem van stof en zei “Wees!” en hij was.” (Koran 3:59)
.
.
.

Volgens de Koran deed Jezus met God’s gratie ook mirakelen, en is hij levend in de hemel. Net als christenen verwachten ook moslims de terugkeer van Jezus. Islam en christendom zijn de enige godsdiensten die, elk op hun manier, in de Boodschap van Jezus en in zijn wederkomst geloven.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA