Tagarchief: raapzaad

Raapzaad : Brassica rapa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de compacte gele bloeiwijze, waarin de knoppen niet boven de open bloemen uit komen en
– de bovenste, (bijna) geheel stengelomvattende, blauwgroene bladeren en
– de ruw behaarde, liervormige, grasgroene, onderste bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Raapzaad is een tweejarige, plaatselijk algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 cm hoog op open, vochtige, voedselrijke grond, vooral in bermen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De hoofdbloei valt in april, maar tot augustus kun je raapzaad bloeiend aantreffen. Haar 4-tallige bloemen zijn helder geel, zoet geurend en hebben 6 meeldraden en 1 stijl. De knoppen in een bloeiwijze zitten altijd lager dan de open bloemen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn grasgroen, liervormig en ruw behaard. De bovenste zijn blauwgroen, (bijna) geheel stengelomvattend met hartvormige voet en bijna altijd onbehaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

Raapzaad is een plant, die in verschillende vormen wordt gekweekt als groente (meiraapjes, paksoi, Chinese kool en raapstelen), als veevoer (soorten met tot knol opgezwollen wortel) en voor haar oliehoudende zaden.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Hieronder vindt u de meest in het oog springende verschillen tussen raapzaad en koolzaad.

 

 

 

  koolzaad

– langgerekt bloeiwijze, knoppen boven de bloeiende bloemen
– alle bladeren blauwgroen
– bovenste bladeren half stengelomvattend of minder

 

 

 

 

 

 

 raapzaad

– compacte bloeiwijze, knoppen onder de bloeiende bloemen
– bovenste bladeren blauwgroen, onderste grasgroen
– bovenste bladeren (bijna) stengelomvattend

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– tweejarig
– plaatselijk algemeen voorkomend
– 30 tot 80 cm hoog

Bloem
– geel
– vanaf april t/m augustus
– tros
– 1 tot 2 cm
– stervormig
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top rond
– netnervig
– onderste :
– grasgroen
– liervormig
– ruw behaard
– rand getand
– voet gevleugeld
– bovenste :
– blauwgroen
– langwerpig
– (bijna) stengelomvattend
– bijna altijd onbehaard
– rand gaaf
– voet diep hartvormig

Stengel
– rechtop
– groen, soms paarsig aangelopen
– soms verspreid enkele doornachtige   haren
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zwarte mosterd : Brassica nigra

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de vorm van de plant; groot en wijd vertakt en
– de vruchten, die tegen de stengel aangedrukt zitten en
– de bovenste lancetvormige (niet gedeelde) bladeren en
– de groengele kelkbladen, die tenslotte recht afstaan

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Zwarte mosterd is een eenjarige plant van open, vochtige, voedselrijke grond aan rivieroevers en op omgewerkte grond in bermen. Ze is algemeen in de rivierengebieden en plaatselijk algemeen de duingebieden. Elders is ze zeldzaam.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Zwarte mosterd bloeit vanaf juni tot en met september na de hoofdbloei van herikraapzaad en koolzaad. De kroonbladen zijn iets lichter geel dan die van de genoemde soorten. De kelkbladen zijn groengeel. Bij een vol in bloei staande bloem staan de kelkbladen recht af en zijn de randen ingerold.

De bloeiwijze is een tros. De tros groeit door, maar behoudt min of meer de bolvorm, omdat de onderste bloemen verwelken of een vrucht vormen. De vruchten net onder de tros staan iets van de stengel af, de lagere staan tegen de stengel aangedrukt.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De onderste bladeren zijn liervormig met 1 tot 3 zijslippen. Ze zijn aan beide zijden verspreid ruw behaard. De bovenste bladeren zijn eirond tot langwerpig, kaal en hebben een getande of gave rand. Alle bladeren zijn gesteeld. Wat verder in de bloeitijd is zwarte mosterd goed te herkennen aan haar vorm; de plant wordt bossig, wijd vertakt met kleine, min of meer ronde trosjes bloemen aan het einde van de stengels en zijstengels.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Grijze mosterd heeft veel weg van zwarte mosterd. Hieronder staan de verschillen.

 

zwarte mosterd
– bloemen geel, 10 tot 15 mm
– kelkbladen tenslotte recht afstaand
– onderste delen van de plant verspreid borstelig behaard
– vrucht 1 tot 2,5 cm lang
– stengels wijd vertakt
– algemeen tot zeldzaam
  grijze mosterd
– bloemen bleekgeel, 7 tot 10 mm
– kelkbladen rechtop
– onderste delen van de plant dicht (grijs) behaard
– vrucht 7 tot 15 mm lang
– stengels al of niet vertakt
– zeldzaam, plaatselijk zeer talrijk in stedelijke gebieden en de   IJsselmeerpolders, elders zeer zeldzaam

 

 

 

 

grijze mosterd

 

 

 

zwarte mosterd

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)

– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 60 tot 120 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m september
– tros
– stervormig
– 10 tot 15 mm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen, niet vergroeid
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– onderste :
– liervormig, 1 tot 3 paar zijslippen
– top stomp
– beide zijden verspreid ruw behaard
– bovenste :
– eirond tot lijnvormig
– getand tot gaafrandig
– top spits
– kaal
– voet afgerond
– veernervig

Stengel
– rechtop
– wijd vertakt
– onderaan verspreid behaard
– vaak bedauwd
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Herik Sinapis : arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

sinapis-arvensis-herik-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele trossen 4-tallige bloemen en
– de bovenste, donkergroene bladeren met onregelmatig getande rand

 

 

april290410_4921

 

 

 

Algemeen

 

Herik is een eenjarige, zeer algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in akkers en bermen, op dijken en braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Herik bloeit vanaf mei tot en met september met gele bloemen, die in trossen aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De bloemen hebben 4 kroonbladen en 4 kelkbladen. Als de bloem in volle bloei staat, staan de 4 kelkbladen recht af.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn liervormig met grote eindlob, soms ongedeeld. De bovenste zijn langwerpig met een onregelmatig getande rand en niet stengelomvattend, zoals de bovenste bladeren van raapzaad en koolzaad. Ook de kleur is anders; alle bladeren van herik zijn donkergroen, de bovenste van raapzaad en koolzaad zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De hele plant is te eten. Jonge bladeren en scheuten, geplukt voor de bloei, hebben een fris scherpe smaak en kunnen toegevoegd worden aan salades. Oudere bladeren kunnen gegeten worden als groente, na ze eerst ongeveer een half uur te koken en ook de bloemknoppen zijn, na een paar minuten koken, te eten. Van de zaden kan mosterd gemaakt worden. Dat wordt zelden gedaan, omdat de mosterd niet echt smakelijk is.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Herik kan jarenlang verdwijnen, maar bijvoorbeeld na ploegen weer opduiken. De oliehoudende zaden behouden hun kiemkracht zeer lang en kunnen na vele jaren weer ontkiemen en uitgroeien tot nieuwe planten.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 80 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of liervormig
– top spits
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rolrond of meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria

Herik Sinapis : arvensis

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

sinapis-arvensis-herik-05

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele trossen 4-tallige bloemen en
– de bovenste, donkergroene bladeren met onregelmatig getande rand

 

 

april290410_4921

 

 

 

Algemeen

 

Herik is een eenjarige, zeer algemeen voorkomende plant van 30 tot 80 hoog. Ze groeit op open, vochtige, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in akkers en bermen, op dijken en braakliggende terreinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Herik bloeit vanaf mei tot en met september met gele bloemen, die in trossen aan het einde van de stengel en zijstengels staan. De bloemen hebben 4 kroonbladen en 4 kelkbladen. Als de bloem in volle bloei staat, staan de 4 kelkbladen recht af.

 

 

 

 

 

 

Blad

 

De onderste bladeren zijn liervormig met grote eindlob, soms ongedeeld. De bovenste zijn langwerpig met een onregelmatig getande rand en niet stengelomvattend, zoals de bovenste bladeren van raapzaad en koolzaad. Ook de kleur is anders; alle bladeren van herik zijn donkergroen, de bovenste van raapzaad en koolzaad zijn blauwgroen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De hele plant is te eten. Jonge bladeren en scheuten, geplukt voor de bloei, hebben een fris scherpe smaak en kunnen toegevoegd worden aan salades. Oudere bladeren kunnen gegeten worden als groente, na ze eerst ongeveer een half uur te koken en ook de bloemknoppen zijn, na een paar minuten koken, te eten. Van de zaden kan mosterd gemaakt worden. Dat wordt zelden gedaan, omdat de mosterd niet echt smakelijk is.

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Herik kan jarenlang verdwijnen, maar bijvoorbeeld na ploegen weer opduiken. De oliehoudende zaden behouden hun kiemkracht zeer lang en kunnen na vele jaren weer ontkiemen en uitgroeien tot nieuwe planten.

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
– eenjarig
– zeer algemeen
– 30 tot 80 cm

Bloem
– geel
– vanaf mei t/m september
– tros
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 4 kroonbladen, niet vergroeid
– 4 kelkbladen
– 6 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig of liervormig
– top spits
– rand getand
– voet wigvormig
– veernervig
– ruw behaard

Stengel
– rechtop
– ruw behaard
– rolrond of meerkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

John Astria