Tagarchief: spreken

Waarom zwijgen in onze tijd ?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

Waarom zwijgen in onze tijd?

 

Meestal wordt het zwijgen in onze tijd eenzijdig geïdealiseerd door mensen die er wel naar verlangen, maar er geen ervaring mee hebben. Aan hun lofzang ontbreekt één aspect dat de monastieke traditie steeds opnieuw benadrukt: het zwijgen stelt eisen aan ons, is een opgave om aan onszelf te werken en onszelf daardoor te veranderen. Deze geestelijke opgave vergt inzet van de héle mens. Zwijgen betekent voor de monnik vooral het inoefenen van wezenlijke morele grondhoudingen, een oproep zijn egoïsme te bestrijden en zich voor God open te stellen. Hij zal minder de nadruk leggen op het zwijgen als ontspannings- of meditatietechniek.

Wij moeten ons ervoor hoeden teveel onbewuste wensen in onze lofzang op het zwijgen te projecteren. De monnik zal het zwijgen nooit als het enige middel op de geestelijke weg verkondigen, maar altijd in samenhang zien met andere onmisbare disciplines van de geestelijke weg: bidden, mediteren, het open leggen van zijn gedachten voor zijn geestelijke begeleider, werken, vasten, aalmoezen geven, gastvrijheid en liefde voor zijn mede-broeders.

 

 

shhzwijgen

.

 

 

I. Zwijgen als strijd tegen zonde en ondeugden

.

Het zwijgen is voor de monnik een middel om reinheid van het hart en rechtschapenheid te verwerven. Maar in eerste instantie dient het zwijgen ertoe de vele zonden te vermijden die met de tong begaan worden.

 

.

1. Gevaren van het praten

.

De ervaring van monniken leert dat de vier belangrijkste gevaren van het spreken zijn:

.

1) Het gevaar van nieuwsgierigheid

Nieuwsgierigheid brengt verstrooiing, maakt dat een mens zich met allerlei dingen bemoeit. Zo wordt hij ‘uitgegoten’, leeg en oppervlakkig. In zo’n mens kan niets tot rijping komen.

Verder bestaan er mensen die niets voor zich kunnen houden, alles er direct uitflappen. Zij kunnen niet met een geheim omgaan, praten het met hun woorden kapot, zodat zij er nooit dieper in zullen doordringen. Hierin uit zich een angst voor het geheim, en misschien uiteindelijk wel voor God. Door te praten hopen zij alles benoembaar, en daarmee beheersbaar, te maken.

 

.

2) Het gevaar van het oordelen over anderen

Zelfs wanneer we positief spreken over anderen duwen we ze in hokjes of vergelijken hen met onszelf. Het praten over anderen is vaak in feite een spreken over onszelf en wat ons bezighoudt, zonder dat we ons dat bewust zijn. Zo wordt eerlijke zelfkennis bemoeilijkt, want door te focussen op anderen vermijden we dat naar onszelf zouden kijken.

 

.

3) Het gevaar van eigenroem

Spreken kan een uitermate ijdele bezigheid zijn, waarin men voortdurend de schijnwerpers op zichzelf richt, om zo voldoende erkenning, misschien wel bewondering, te krijgen, en om serieus genomen te worden.

 

.

4) Het gevaar van nalatigheid in innerlijke waakzaamheid

Een vaderspreuk [spreuk uit het milieu van de eerste woestijnmonniken in Egypte, vanaf einde 3e eeuw n.C.] hierover:

Abbas Diadochos zei: ‘Zoals voortdurend openstaande deuren van een bad zeer snel de warmte van binnen naar buiten stromen laten, zo laat hij, die veel praat, ook wanneer hij goede dingen zegt, zijn “herinnering” (mnème) door de poorten van de stem vervluchtigen.’

De mnème (jezelf voortdurend Gods aanwezigheid voor ogen houden, her-inner-en) in deze spreuk duidt op het bij-zichzelf-zijn, het God-aankleven. In het spreken ‘vallen we steeds weer uit onszelf en uit ons midden’. Spreken heeft altijd iets dubbelzinnigs; zelfs al spreken we over goede dingen, er lijkt toch altijd op de een of andere manier een onzuivere toon in mee te klinken.

Deze ervaring hoeft ons niet neerslachtig te maken, wanneer we haar met de zekerheid verbinden dat God ons aanneemt zoals we zijn. We kunnen dan met gezonde humor naar ons eigen spreken kijken. Dit werkt bevrijdend, omdat we daardoor het ideaalbeeld van onszelf waaraan we zo krampachtig vasthielden, steeds meer los kunnen laten. We mogen dan zijn wie en zoals we zijn, en de ervaring van ons dubbelzinnige spreken wordt tegelijkertijd de ervaring van Gods liefde en vergeving.

 

.

 

2. Zwijgen als weg tot zelfontmoeting

.

Positieve kant van zwijgen: het is een middel tot zelfontmoeting. Vaak zijn we op de vlucht voor onszelf, en zijn daarom niet graag alleen. Wanneer we toch alleen zijn, hebben we een of andere bezigheid nodig om ons af te leiden. Zwijgen is daarom niet alleen niet praten, maar ook alle mogelijkheden opgeven om ons van onszelf af te leiden, en het met onszelf uit te houden.

Er blijken dan vaak onaangename gedachten, gevoelens en stemmingen naar boven te komen, die we voorheen wisten te onderdrukken, etc. We worden geconfronteerd met onze eigen innerlijke chaos van gevoelens en gedachten. Daarom zijn volgens woestijnvaders begeleiding door een geestelijk leidsman onontbeerlijk. Dit is dan een gelegenheid om door het uitspreken van de meest intieme gedachten en gevoelens met eigen spanningen in het reine komen.

Maar naast spreken kan ook zwijgen soms therapeutisch werken. Zo wordt het gevaar vermeden van cultiveren van de eigen problemen, door er te vroeg of voortdurend over te praten, zonder er wat aan te doen. Zwijgen kan bijv. helpen afstand te winnen tegenover een eigen opwinding of ergernis, zodat de mens zichzelf en zijn reacties kan leren kennen, i.p.v. ze direct op anderen af te reageren. Hij kan dan analyseren in hoeverre zijn ergernis terecht is, of dat er een opgeblazen ego uit spreekt.

Samengevat: zwijgen kan een mens helpen distantie t.o.v. zichzelf te winnen.

Een andere therapeutische functie van zwijgen kan zijn dat het ordening aanbrengt in de chaos van onze emoties en agressie. Wanneer we heftige emoties hebben, worden die door het uiten vaak versterkt. Een mening over een ander die we uitspreken, kan zich juist door dit uitspreken des te meer vastzetten bij ons. Zwijgen is in dit geval geen wegslikken van emoties, maar de gelegenheid nemen om ze te verwerken en om te beoordelen of het goed is ernaar te handelen. Voorwaarde voor een gezonde omgang met het zwijgen is dat we altijd onderzoeken wanneer het op zijn plaats is, en wanneer niet. Zodat ik bijv. niet zwijg uit verbeten trots en het voornemen mijn problemen alleen op te lossen, of zwijg terwijl het beter zou zijn een ander op de gevolgen van zijn gedrag te wijzen.

De woestijnvaders [eerste woestijnmonniken in Egypte, vanaf einde 3e eeuw n.C.] hechtten vooral veel belang aan het zwijgen in situaties waarin men een ander de fout in zag gaan. Zo wordt de neiging een ander te veroordelen beheerst, en geven zijn fouten ons gelegenheid de eigen tekortkomingen te onderzoeken. Een woestijnvader drukt dit als volgt uit: “Wanneer je iemand ziet zondigen, bidt dan tot de Heer en zeg: ‘Vergeef me, want ik heb gezondigd.'” Op deze manier vermijden we de projectie van eigen fouten in een ander. Zwijgen als afzien van oordelen, innerlijk en uiterlijk, is een zeer wezenlijk motief voor de monnik. Zo wordt onze neiging onszelf voortdurend met anderen te vergelijken afgeremd, wat ons innerlijke rust kan geven. In het zwijgen richten we de blik op onszelf, i.p.v. op een ander. We weten immers vaak niet welke omstandigheden ertoe geleid hebben dat hij zich op een bepaalde manier gedraagt.

Het niet (ver)oordelende zwijgen kan voor een ander genezend werken. Hij wordt niet aan een hard oordeel onderworpen, maar bejegend met een aanvaardbare liefde, die weet heeft van de eigen zwakheid.

 

 

 

3. Zwijgen als zege over de ondeugd

.

Gedachten die ongecontroleerd opstijgen wanneer we nergens door afgeleid worden, bijv. bij inslapen, tonen duidelijk hoe het met ons innerlijk gesteld is. De oude monniken gebruikten deze gedachten om te onderzoeken of ze in de ban waren van één van de acht hoofdzonden: brasserij, ontucht, hebzucht, treurigheid, toorn, lusteloosheid, eigenroem, trots. Innerlijk zwijgen – daar staat het in het monastieke leven uiteindelijk op gericht – is pas mogelijk wanneer deze zonden overwonnen zijn. Anders blijven in ons innerlijk onophoudelijk ‘stemmen’ klinken: onze onbevredigde begeerten, emoties en stemmingen die niet in evenwicht zijn, ijdelheid, roemzucht, etc.

Zwijgen is een actief middel in de strijd tegen de acht verkeerde attitudes. Bijvoorbeeld: niet direct toegeven aan opkomende woede, maar hem de kans geven weer tot bedaren te komen. Wezenlijk is, dat het uiterlijke zwijgen altijd beantwoordt aan een innerlijk zwijgen; het is namelijk ook mogelijk dat iemand zwijgt uit trots of een gevoel van gekrenktheid, waaraan hij innerlijk voldoening ontleent.

Behalve strijd tegen de ondeugden, is het zwijgen tevens teken van de overwinning erop. Enkel wie zijn verkeerde innerlijke attitudes heeft overwonnen kan werkelijk innerlijk zwijgen. Het volkomen innerlijke zwijgen zal in dit leven wel nooit helemaal bereikt worden, maar we kunnen er wel af en toe van proeven. De innerlijk zwijgende mens is een deemoedige mens omdat hij weet dat dit zwijgen een geschenk is. Hij kan zich enkel voorbereiden op het ontvangen ervan.

 

 

.

4. Het juiste spreken

.

Het spreken wordt door Benedictus (480-555/560) niet los van het zwijgen gezien. Het kan zijn dat iemand die uiterlijk zwijgt, innerlijk zeer drukke gesprekken aan het voeren is, en, omgekeerd, dat iemand die uiterlijk spreekt innerlijk zwijgt. Het gaat erom dat ons spreken het innerlijke zwijgen niet onderbreekt, maar uitdrukking daarvan is. De waarlijk deemoedige monnik kan men volgens Benedictus herkennen aan het feit dat hij, wanneer hij spreekt, maar weinige en bescheiden woorden gebruikt. Zijn woorden geven door wat de Geest hem influistert. Daarom heeft hij het niet nodig zich gewichtig voor te doen of hardnekkig aan zijn mening of verlangens vast te houden.

Hij stelt zichzelf niet in het centrum, omdat hij eerbied heeft voor de ander want eerbied is bij Benedictus nauw verbonden met deemoed. Eerbied laat de ander zijn zoals hij is en probeert hem niet met geweld te overtuigen of te veranderen. Evt. kritiek wordt deemoedig voorgehouden en de ander kan beslissen of hij er iets mee doet.

Benedictus hecht er verder aan dat een monnik ‘verstandig’ praat, d.w.z. vanuit een heldere blik op de dingen, die niet vertroebeld wordt door eigenbelang of door stemmingen. Tot dit spreken komt men doorheen het zwijgen, dat vele dingen in ons tot klaarheid laat komen. Alleen wie op deze manier vrij van zelfzucht en open voor anderen is geworden, kan een woord spreken dat de ander waarachtig goed doet. Zo iemand ‘spreekt vanuit de vreze des Heren’, d.w.z. heeft gevoel voor de aanwezigheid van Christus in de ander.

Samenvattend: zwijgen en spreken horen bij elkaar. Iemand die op de juiste manier weet te spreken valt in het spreken niet uit de concentratie en uit de openheid voor Gods aanwezigheid. In het spreken volhardt hij in deze openheid en geeft uitdrukking aan haar, zodat ook de anderen daaraan deel kunnen hebben. Het gaat Benedictus om de innerlijke houding van zwijgen, om zwijgzaamheid als gevoel voor Gods aanwezigheid en als geconcentreerd rusten in God.

 

 

horen-zien-zwijgen_1

 

.

 

II. Zwijgen als loslaten

 

“Het zwijgen kan vanuit verschillende gezichtspunten bekeken worden: als passief niet-praten, als innerlijke houding van concentratie, als strijd tegen verkeerde attitudes, en als de aktie van het loslaten.” 

 

Dit laatste is meer dan enkel niet-praten of niet-denken, het is een voortdurend actief loslaten van ons denken en spreken. Of iemand zwijgen kan blijkt niet uit de kwantiteit van zijn woorden, maar uit zijn vermogen tot loslaten. Want (vooral jonge) mensen kunnen aan het zwijgen zelf gehecht raken, als middel om zich af te schermen van de grote boze buitenwereld, zodat zijzelf, hun denkbeelden en dromen, niet aan kritiek kunnen worden blootgesteld. Het kan daarom voor mensen een heilzame ervaring zijn zich te blameren in hun spreken; zij worden zo gedwongen het geïdealiseerde en stichtelijke zelfbeeld dat zij zichzelf en anderen voorhouden, los te laten.

.

 

1. De methode van het loslaten

Men kan de gedachten en gevoelens die in het zwijgen opduiken bestrijden, om ze zo tot rust te brengen. Een andere methode bestaat erin ze los te laten, door ze niet zoveel belang toe te kennen. Men staat dan niet onder de prestatie-druk ze kwijt te moeten raken. De paradox is nu, dat ze vaak juist door dit onthechte waarnemen langzamerhand uit het bewustzijn verdwijnen. En in het geval dat dit niet gebeurt, dan nog zetten ze mij niet meer onder druk, omdat ik leef in het vertrouwen dat God mij aanneemt zoals ik ben, mét al mijn gedachten en gevoelens.

Niet alle gedachten en gevoelens hoeven losgelaten te worden, maar enkel diegene waardoor een mens gefixeerd raakt en welke innerlijke spanningen in hem creëren. Deze spanningen uiten zich ook lichamelijk. Deze spanningen kan men op verschillende manieren loslaten.

Een eerste methode begint bij het lichaam, door de uitademing naar de plek te leiden waar lichamelijke spanning gevoeld wordt. Deze methode heeft alleen zin, wanneer men tevens de innerlijke spanningen loslaat die aan de lichamelijke ten grondslag liggen.

De tweede methode bestaat erin direct de innerlijke spanningen los te laten, ze uit handen te geven aan God. Dat kan niet met op elkaar gebeten tanden, maar enkel door los te laten. Dit betekent vertrouwen op de liefde van God en zich niet meer door hoge idealen, als een vorm van eigen prestatie, tegen deze overgave beschermen. Dan zit men niet meer op de troon, met al zijn vrome idealen, inspanningen en geestelijke behoeften, en plant men ook niet meer zijn eigen geestelijke groei en rijkdom. De persoon geeft zichzelf uit handen, zodat Christus in hem heerst.

.

 

2. Zwijgen als sterven

Het begrip ‘loslaten’ als zodanig kent de monastieke traditie niet, maar de inhoud ervan wel. Ze gebruikt hiervoor twee beelden: dat van het sterven en dat van het pelgrimeren.

De mens die innerlijk wil zwijgen, moet worden als een lijk. Hiermee wordt bedoeld dat hij net als de doden ongevoelig is voor lof en voor onrecht hem aangedaan door mensen. Zo leeft hij in de wereld zonder er door beheerst te worden. Het kan een goede oefening zijn ons voor te stellen dat we in het graf liggen en te mediteren over alles wat we dan achter ons zouden laten: maskers, onechtheid, rijkdom, meningen etc. Deze gang door de dood maakt het ontstaan van nieuw leven in ons mogelijk.

 

.

3. Zwijgen als pelgrimage

In de Vaderspreuken worden zwijgen en pelgrimeren soms aan elkaar gelijk gesteld. Door te zwijgen trekt de monnik zich uit deze wereld en laat hij haar los. Hij ziet ervan af overal zijn commentaar op te geven, omdat de wereld door God gestuurd wordt. Een pelgrim vestigt nergens zijn tehuis, ook niet in de geborgenheid van woorden. Woorden scheppen verbinding met de wereld, tonen aan dat de mens er thuis hoort.

 

Uitgaan uit het vaderland duidt Cassianus als het loslaten van alle materiële goederen. M.b.t. het zwijgen betekent dit dat de mens de rijkdom van het woord loslaat. Dit zwijgen uit zich ook in armoede aan gedachten; men verliest zich niet in zijn fantasie, maar herkauwt slechts een paar woorden die voldoende zijn om van te leven. De monnik wordt zo een eenvoudig mens.

Uitgaan uit verwantschap is voor Cassianus uitgaan uit de vroegere levenswandel, uit gewoonten en ingesleten zondige attitudes. Het betekent ook een afscheid van vroegere gevoelens en affectiviteit, en daarmee van de mogelijkheid te vluchten in een geïdealiseerd verleden. Zo ontstaat er ruimte om zich te engageren met het heden en met de tegenwoordigheid van God daarin.

De uittocht uit het vaderhuis ziet Cassianus als volledig afgekeerd zijn van de wereld en enkel nog op het onzichtbare en Goddelijke gericht zijn. De monnik verliest dan elke herinnering aan deze wereld. Er kan geen vertrouwdheid met mensen ontstaan, men blijft een vreemde op deze aarde.

Hoe waardevol deze beelden ook zijn, men mag ze niet overdrijven. Het is niet de bedoeling dat de monnik een radicale haat voor de wereld of totale vlucht daaruit ontwikkelt. De juiste houding maakt het hem integendeel mogelijk alle dingen liefdevol te bejegenen, vanuit zijn verankering in God. Tenslotte: deze beelden duiden de opgave van elke mens aan, niet enkel die van monniken.

.

 

4. Zwijgen als vrijheid en gelatenheid

Wanneer we vanuit de vrijheid van het enkel God aanhangen zouden leven, zouden vele spanningen in ons dagelijkse leven opgeheven worden. We hoeven dan geen energie te verspillen aan eigen behoeften en wensen, of aan het verwerven van lof. De werkelijk zwijgende mens zwijgt ook in zijn daden, wat wil zeggen dat die zonder eigenbelang verricht worden. Zo kan het beeld van God in hem tot uiting komen, niet meer gehinderd door het ego.

 

 

des hommes et des dieux

 

.

 

 

III. Zwijgen als openheid voor God

.

 

1. Zwijgen als luisteren

Benedictus maakt onderscheid tussen silentium – de praktijk van het zwijgen – en taciturnitas, welke duidt op de innerlijke houding van zwijgen en de concentratie. De taciturnitas staat in dienst van het luisteren en van gehoorzaamheid. Bron van het zwijgen en van de gehoorzaamheid is de deemoed. Zowel het gehoorzamen als het luisteren hebben een verticale  en een horizontale component. De verticale is de gerichtheid op God en de horizontale is Gods gebod en woord worden bemiddeld via de andere mens.

Het zwijgen dient ertoe dat het doordrongen zijn van Gods tegenwoordigheid niet vervluchtigt. Het heeft dus een positieve betekenis: zichzelf-open-houden-voor, en eerbiedige aandacht. Het lichaam heeft deel aan deze openheid, kan het in Gods tegenwoordigheid gehuld zijn ervaren en in zijn gebaren tot uitdrukking brengen.

Het zwijgen dient tevens het gebed: enerzijds schept het een sfeer waarin dat kan gedijen, anderzijds bewaart het datgene wat in het gebed gegroeid is. Direct na het gebed spreken zou ertoe leiden dat we de vrucht ervan weer verliezen en de innerlijke houding van openheid voor God teniet doen. Zwijgen laat het gebed naklinken, zodat het in het hart bezinken kan. De intensiteit van het ervarene laat niet toe het weer te verdampen in de futiliteit van woorden.

 

.

 

2. Zwijgen als voltooiing van het gebed

De monastieke traditie kent een in vier fasen ingedeeld gebedsproces. Eerst spreekt God tot de mens via wat hij leest (lectio), waarop de mens met gebed (oratio) antwoordt. Een volgende fase is de meditatio, waarin de mens het gelezene in een geconcentreerd zwijgen op zijn hart in laat werken, zonder het te analyseren. Dit is een vervulde stilte, waarin de mens in Christus’ tegenwoordigheid verkeert en zich door Hem aangezien weet. Hij laat zich omvormen door deze blik.

De laatste fase op de weg van het gebed is de contemplatie (contemplatio). Dit betreft het bidden zonder beelden en gedachten, het bidden als een puur zwijgen voor God, een beeld dat in de monastieke gebedsleer steeds opnieuw terugkeert. Deze stilte, dit bidden is een geschenk van God en kan niet door een techniek verworven worden. Daarom moet de monnik er niet met ongeduldige verwachting naar uitzien maar zich enkel richten op de drie voorgaande fasen. Dit zijn de enige fasen die ‘geoefend’ kunnen worden.

Het thema van de stilte der contemplatie is vooral uitgewerkt door Evagrius Ponticus (345-399). Hij leert dat élke gedachte, élk gevoel en élk beeld ons van God afleidt. We blijven dan daarbij stil staan i.p.v. bij de ervaring van God zelf.

De scepsis van Evagrius t.o.v. elke beschrijfbare Godservaring leert ons niet al te gemakkelijk over Godservaring te spreken. “Vaak is ons bidden gedurende lange periodes enkel een vermoeden van volheid temidden van onze leegte.”  Het zwijgende bidden volgens Evagrius is een zwijgen dat ons overkomt, dat ons pijnlijk kan verteren of met vreugde vervullen, en dat ons alle beelden uit handen slaat. Dit zwijgen is ook voor monniken een uitzondering.

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

 John Astria

John Astria

 

Advertenties

Prediker 3 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

Voor alles is een tijd

 

1 Er is voor alle dingen een moment en voor alle dingen onder de hemel is er een tijd.
2 Er is een tijd om geboren te worden en er is een tijd om te sterven.
Er is een tijd om te planten en er is een tijd om uit de grond te trekken.
3 Er is een tijd om te doden en er is een tijd om te genezen.
Er is een tijd om af te breken en er is een tijd om op te bouwen.
4 Er is een tijd om te huilen en er is een tijd om te lachen.
Er is een tijd om te treuren en er is een tijd om te dansen.
5 Er is een tijd om stenen weg te gooien en er is een tijd om stenen te verzamelen.
Er is een tijd om te omhelzen en er is een tijd om afstand te houden.
6 Er is een tijd om te zoeken en er is een tijd om te verliezen.
Er is een tijd om te bewaren en er is een tijd om weg te gooien.
7 Er is een tijd om te scheuren en er is een tijd om dicht te naaien.
Er is een tijd om te zwijgen en er is een tijd om te spreken.
8 Er is een tijd om van iemand te houden en er is een tijd om iemand te haten.
Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede.

9 Wat voor nut heeft een mens van zijn gezwoeg? 10 Zwoegen is een trieste bezigheid die God aan de mensen heeft gegeven om zich mee te vermoeien. 11 Maar Hij heeft het zó gemaakt, dat alles op zijn tijd goed is. Ook heeft Hij de mensen een besef van de eeuwigheid gegeven. Maar toch kunnen ze niets begrijpen van wat God vanaf het begin tot aan het einde heeft gedaan.

12 Ik heb wel begrepen dat het ’t beste is voor een mens om blij te zijn en goede dingen te doen in het leven. 13 Ik bedoel dit: als iemand eet en drinkt en van goede dingen geniet bij al zijn gezwoeg, dan heeft hij dat niet aan zichzelf te danken, maar is het een geschenk van God.

14 Ik heb begrepen dat alles wat God doet, voor eeuwig is. Je kan er niets aan toevoegen of er iets vanaf halen. God doet het, met de bedoeling dat de mensen diep ontzag voor Hem zullen hebben. 15 Wat er nu is, was er al lang. En wat er zal zijn, is al lang geweest. God laat steeds weer de dingen gebeuren die al eerder gebeurd zijn.

 

 

Het leven is oneerlijk

 

16 Ook zag ik dat er onder de zon geen eerlijke rechtspraak is. De rechters oordelen niet rechtvaardig. Ze veroordelen onschuldige mensen. 17 Ik zei bij mezelf: “God zal oordelen over goede en slechte mensen. Want er is voor alles een tijd.” 18 En ik zei bij mezelf: “God zal de mensen laten zien dat ze zonder Hem net als de dieren zijn. 19 Want het lot van de mensen is hetzelfde als van de dieren. Ze worden allebei door hetzelfde lot getroffen. Want dieren en mensen sterven allebei. Allebei hebben dezelfde soort adem. De mensen zijn niet anders dan de dieren. Ze zijn maar lucht, tijdelijk, voorbijgaand.

20 Mensen en dieren gaan naar dezelfde plaats. Beiden zijn van stof gemaakt en beiden worden uiteindelijk weer stof. 21 Wie ziet dat de adem van de mensen omhoog gaat naar de hemel en de adem van de dieren naar beneden, de aarde in? 22 Daarom denk ik dat de mens maar het best kan genieten van wat hij doet. Want dat is het enige wat hij heeft. Want als hij eenmaal is gestorven, wie kan hem dan laten terugkeren om hem te laten zien wat er ná hem op aarde gebeurt?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

God blijft altijd spreken.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

clouds-02

.

.

 

Hebreeën 1:1-2 > Het Boek

 

In het verleden heeft God op vele manieren door de profeten tot onze voorouders gesproken. Maar nu, in onze tijd, heeft Hij tot ons gesproken door Zijn Zoon, aan Wie Hij alles heeft gegeven en door Wie Hij de wereld heeft gemaakt.

Toen God de schepping tot stand gesproken had, is Hij niet gestopt met spreken. Hij sprak op vele manieren tot de mens, onder het Oude Verbond veelal via Zijn profeten. De Woorden die God gesproken heeft, zijn opgetekend in de Bijbel, het neergeschreven Woord van God. God zij dank, dat we vandaag beschikken over de Woorden die God duizenden jaren geleden tegen de mens gesproken heeft.

Ondanks dat de mens in opstand is gekomen tegen Zijn Schepper, sprak God dat Hij voor een oplossing zou zorgen. Hij is Zelf mens geworden in Christus Jezus en heeft de straf die wij als mensen verdienden op Zich genomen. Niet alleen sprak Hij Woorden van verlossing, vergeving en bevrijding, maar ook Woorden van genezing.

Al die beloften, al die Woorden van redding zijn beschikbaar in de onzichtbare wereld, doordat Jezus het volmaakte offer heeft gebracht. God heeft in alles voorzien wat wij als mensen nodig hebben.

 

 

 

1 Petrus 2:24 Groot Nieuws Bijbel

 

Hij heeft onze zonden gedragen, lijfelijk op het kruishout. Daardoor zijn wij bevrijd van de zonden en mogen we leven in een goede verstandhouding met God. Door zijn wonden bent u genezen.

In de onzichtbare wereld bent u genezen, uw genezing is een geestelijke waarheid. Deze geestelijke waarheid kunt u zichtbaar maken door Gods Woord over uw leven en uw lichaam uit te spreken. God heeft het gesproken bij monde van Zijn profeten. God spreekt tot ons door het volbrachte werk van Jezus.

God spreekt tot ons door het volbrachte werk van Jezus. Eén daad zegt meer dan duizend woorden. Wat Jezus op aarde deed, getuigt van Gods grote liefde en bewogenheid. Zijn beloften zijn geen loze woorden. Als u nadenkt over wat Jezus voor u persoonlijk deed aan het kruis, zal u dit aanspreken. Laat het u diep aanraken.

Maar Hij antwoordde en zei: er staat geschreven, niet alleen van brood zal de mens het echte leven hebben, maar van alle Rhema woord, dat de mond van God uitgaat. (Mattheus 4:4 )

In de Griekse taal gebruikt men voor “woord”, 2 verschillende namen. Jammer genoeg is dit niet duidelijk gemaakt in de meeste Nederlandstalige Bijbelvertalingen. Men gebruikt “Logos”, wanneer men het geschreven woord bedoelt, of het woord dat in het verleden is gesproken. En men gebruikt “Rhema”, als men doelt op het nù gesproken woord.

God spreekt nog steeds tot ons. Het geschreven Logos Woord kan een Rhema Woord, een nù gesproken woord, worden. God spreekt en openbaart Zijn Logos Woord, door de Heilige Geest. Bidt daarom, telkens u Zijn Logos Woord – de Bijbel – leest, dat God via Zijn Geest tot u spreekt.

God spreekt tot ons, doordat Jezus toen Hij op aarde was, elke zieke genas. God wil nog steeds hetzelfde doen. Alhoewel Jezus, het vlees geworden Woord van God, vandaag niet meer zichtbaar in ons midden is, is Hij nog wel geestelijk, met Zijn Woord en Zijn Geest aanwezig. Als u dat Woord gelooft en begint uit te spreken, dan wordt uw genezing vroeg of laat zichtbaar.

De Bijbel leert ons dat wij naar het beeld en gelijkenis van God geschapen zijn en zeggenschap hebben over de aarde (Genesis 1:26 )God sprak dingen tot stand en u kunt net als Hem, dingen tot stand spreken. Uw lichaam is gemaakt van het stof der aarde, u heeft daar dus zeggenschap over. Als u het Woord, dat God heeft uitgesproken over uw lichaam, in geloof, gaat uitspreken, dan zult u uiteindelijk dingen tot stand zien komen.

Als Gods Woord zegt: “door Zijn striemen zijt gij genezen,” (1 Petrus 2:24) dan is genezing precies wat God reeds beschikbaar gemaakt heeft voor u, in de geestelijke, onzichtbare wereld. Uw genezing is al lang een waarheid, is al lang voorzien, in de onzichtbare, geestelijke wereld. Spreek het uit over uw stoffelijk lichaam en zie uw lichaam genezen.

 

.

 

GEBED

 

“Hemelse Vader, dank U wel, dat u reeds lang voorzien hebt in mijn genezing. Het ligt klaar voor mij in de geestelijke wereld en nu spreek ik het tot stand in de zichtbare wereld. Genezing is voor mij. Ik heb zeggenschap over mijn lichaam en ik gebied het te genezen in Jezus Naam. “

.

.

.

.

.

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria