Tagarchief: sterven

Prediker 3 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

Voor alles is een tijd

 

1 Er is voor alle dingen een moment en voor alle dingen onder de hemel is er een tijd.
2 Er is een tijd om geboren te worden en er is een tijd om te sterven.
Er is een tijd om te planten en er is een tijd om uit de grond te trekken.
3 Er is een tijd om te doden en er is een tijd om te genezen.
Er is een tijd om af te breken en er is een tijd om op te bouwen.
4 Er is een tijd om te huilen en er is een tijd om te lachen.
Er is een tijd om te treuren en er is een tijd om te dansen.
5 Er is een tijd om stenen weg te gooien en er is een tijd om stenen te verzamelen.
Er is een tijd om te omhelzen en er is een tijd om afstand te houden.
6 Er is een tijd om te zoeken en er is een tijd om te verliezen.
Er is een tijd om te bewaren en er is een tijd om weg te gooien.
7 Er is een tijd om te scheuren en er is een tijd om dicht te naaien.
Er is een tijd om te zwijgen en er is een tijd om te spreken.
8 Er is een tijd om van iemand te houden en er is een tijd om iemand te haten.
Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede.

9 Wat voor nut heeft een mens van zijn gezwoeg? 10 Zwoegen is een trieste bezigheid die God aan de mensen heeft gegeven om zich mee te vermoeien. 11 Maar Hij heeft het zó gemaakt, dat alles op zijn tijd goed is. Ook heeft Hij de mensen een besef van de eeuwigheid gegeven. Maar toch kunnen ze niets begrijpen van wat God vanaf het begin tot aan het einde heeft gedaan.

12 Ik heb wel begrepen dat het ’t beste is voor een mens om blij te zijn en goede dingen te doen in het leven. 13 Ik bedoel dit: als iemand eet en drinkt en van goede dingen geniet bij al zijn gezwoeg, dan heeft hij dat niet aan zichzelf te danken, maar is het een geschenk van God.

14 Ik heb begrepen dat alles wat God doet, voor eeuwig is. Je kan er niets aan toevoegen of er iets vanaf halen. God doet het, met de bedoeling dat de mensen diep ontzag voor Hem zullen hebben. 15 Wat er nu is, was er al lang. En wat er zal zijn, is al lang geweest. God laat steeds weer de dingen gebeuren die al eerder gebeurd zijn.

 

 

Het leven is oneerlijk

 

16 Ook zag ik dat er onder de zon geen eerlijke rechtspraak is. De rechters oordelen niet rechtvaardig. Ze veroordelen onschuldige mensen. 17 Ik zei bij mezelf: “God zal oordelen over goede en slechte mensen. Want er is voor alles een tijd.” 18 En ik zei bij mezelf: “God zal de mensen laten zien dat ze zonder Hem net als de dieren zijn. 19 Want het lot van de mensen is hetzelfde als van de dieren. Ze worden allebei door hetzelfde lot getroffen. Want dieren en mensen sterven allebei. Allebei hebben dezelfde soort adem. De mensen zijn niet anders dan de dieren. Ze zijn maar lucht, tijdelijk, voorbijgaand.

20 Mensen en dieren gaan naar dezelfde plaats. Beiden zijn van stof gemaakt en beiden worden uiteindelijk weer stof. 21 Wie ziet dat de adem van de mensen omhoog gaat naar de hemel en de adem van de dieren naar beneden, de aarde in? 22 Daarom denk ik dat de mens maar het best kan genieten van wat hij doet. Want dat is het enige wat hij heeft. Want als hij eenmaal is gestorven, wie kan hem dan laten terugkeren om hem te laten zien wat er ná hem op aarde gebeurt?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Prediker 2 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

.

.

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

 

Genieten is ook maar lucht

 

1 Ik zei tegen mezelf: “Ik zal proberen te genieten. Ik zal blij zijn met de goede dingen van het leven.” Maar ook dat is maar lucht. 2 Van het lachen ontdekte ik dat het dwaas is. Blijdschap heeft geen nut. 3 Ik heb dat uitgezocht door veel wijn te drinken (maar dat deed ik wel met verstand). Want ik wilde weten of het soms beter voor de mensen is om zich dwaas te gedragen in de korte tijd dat zij leven.

4 Ook deed ik geweldige dingen: ik bouwde paleizen. Ik plantte wijngaarden. 5 Ik legde tuinen en parken aan. Ik plantte daarin allerlei fruitbomen. 6 Ik groef vijvers om water te hebben voor een bos van jonge bomen. 7 Ik kocht slaven en slavinnen. Ook hun kinderen die in mijn paleis werden geboren, werden mijn slaven en slavinnen. Ik bezat heel veel koeien, schapen en geiten. Veel meer dan alle andere koningen die vóór mij in Jeruzalem hadden geregeerd.

8 Ik kreeg steeds meer zilver en goud. Ik bezat schatten en geschenken die ik gekregen had van de koningen en landen waarover ik heerste. Ik liet zangers en zangeressen komen, en allerlei dingen die de mensen mooi vinden, en allerlei muziekinstrumenten. 9 Ik werd belangrijker en rijker dan alle andere koningen die vóór mij in Jeruzalem hadden geregeerd. Intussen bleef ik wijs.

10 Ik kon alles krijgen wat ik hebben wilde om van te genieten. En ik genoot van alles wat ik met hard werken had bereikt. Dat had ik tenminste bereikt. 11 Maar toen keek ik naar alles wat ik had bereikt en hoe hard ik daarvoor had gezwoegd. En ik zag dat het allemaal maar lucht was, een teleurstellende bezigheid. Niets daarvan had zin onder de zon.

12 Toen dacht ik na over wijsheid. Ook over dwaasheid. Want wat zal de volgende koning doen met wat de vorige koning heeft gedaan? Alles is al gedaan. 13 Wel zag ik dat het beter is om wijs te zijn dan om dwaas te zijn. Net zoals het licht beter is dan het donker. 14 Want een wijs mens heeft ogen in zijn hoofd en ziet wat hij doet. Maar een dwaas loopt in het donker. Maar ik zag ook dat het met beiden hetzelfde afloopt!

15 Daarom zei ik bij mezelf: “Wat met dwaze mensen gebeurt, gebeurt ook met mij. Wat heb ik er dan aan gehad dat ik zo vreselijk wijs ben geweest?” En ik zei bij mezelf dat wijsheid dus maar lucht is. 16 Want niemand weet later nog iets van wat de wijze mensen hebben gedaan. Net zoals ze later niets meer weten van wat de dwaze mensen hebben gedaan. Alles wat er nu gedaan wordt, zal later helemaal vergeten zijn. En ach, wijs of dwaas, we sterven allemaal.

17 Daarom kreeg ik een hekel aan dit leven. Want alles wat er onder de zon gebeurt, vond ik maar lucht. Het leven is onbegrijpelijk en teleurstellend. 18 Ik kreeg een hekel aan al mijn harde werken en zwoegen onder de zon. Want ik zou alles toch moeten achterlaten voor de man die na mij zal regeren. 19 En je weet niet of hij wijs zal zijn of dwaas. Toch zal hij de macht hebben over alles waarvoor ik met zoveel wijsheid gezwoegd heb onder de zon. Het is dus ook maar lucht.

20 Zo begon ik te wanhopen aan het nut van al mijn harde werken en zwoegen onder de zon. 21 Want eerst heeft iemand met wijsheid en kennis en talent ergens voor gezwoegd. Maar daarna moet hij het achterlaten voor iemand die er niets voor heeft gedaan. Ook dat is lucht. Het is iets verschrikkelijks. 22 Want wat heeft hij dan aan al zijn harde werken? Wat heeft hij dan aan al zijn plannen en aan al zijn zwoegen onder de zon? 23 Dag en nacht zwoegt hij, zonder rust te hebben. Ook dat is lucht. Het is iets onbegrijpelijks.

24 Het is het beste voor een mens om te eten en te drinken en te genieten van wat hij met zijn harde werken heeft bereikt. Maar ik heb ontdekt dat dat iets is wat God geeft. 25 Want wie kan eten en drinken en genieten, zonder Hem? 26 Want aan iemand die van Hem houdt, geeft Hij wijsheid, kennis en blijdschap. Maar iemand die niets om Hem geeft, laat Hij werken en sparen voor iemand die wél van Hem houdt. Dus ook zíjn harde werken en zwoegen is maar lucht. Dat is verschrikkelijk.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Prediker 1 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

 

Het leven is niet te begrijpen

 

1 Dit zijn de woorden van Prediker, de zoon van David. Prediker was koning in Jeruzalem.
2 Alles is maar lucht en leegte, zegt Prediker. Niets heeft werkelijk zin! Het hele leven is maar lucht en iets onbegrijpelijks! 3 Wat heeft een mens aan al zijn harde werken en zwoegen onder de zon? 4 Mensen worden geboren en sterven, maar de aarde blijft altijd bestaan. 5 De zon komt op en de zon gaat onder en haast zich hijgend naar de plaats waar ze weer moet opkomen.

6 De wind waait naar het zuiden en draait naar het noorden. Aldoor draaiend en waaiend gaat hij verder en komt steeds weer terug. 7 Alle rivieren stromen naar de zee, maar toch raakt de zee niet vol. Aldoor keert het water terug naar de bronnen van waaruit de rivieren ontstaan. 8 Alles is verschrikkelijk vermoeiend. De ogen zijn nooit klaar met kijken, de oren zijn nooit klaar met horen.

9 Alles wat er gebeurd is, zal steeds weer gebeuren. En alles wat er gedaan is, zal weer worden gedaan. Er is nooit iets nieuws onder de zon. 10 Soms gebeurt er iets waarvan de mensen zeggen: “Kijk, dit is iets nieuws.” Maar dan is het lang geleden ook al gebeurd, voordat wij er waren. 11 De mensen weten niets meer van wat er lang geleden gebeurde. En ook van wat er later gebeuren zal, zullen de mensen die nóg weer later leven, niets meer weten.

 

 

 

Wijsheid brengt verdriet met zich mee

 

12 Ik, Prediker, was koning van Israël en regeerde in Jeruzalem. 13 Ik wilde graag alles weten en wijs worden. Ik wilde ontdekken wat voor zin alles heeft wat er onder de hemel gebeurt. Dat is een moeilijke bezigheid die God aan de mensen heeft gegeven. Je wordt er alleen maar moe van. 14 Ik keek naar alles wat onder de zon wordt gedaan. En ik ontdekte: alles is lucht en onbegrijpelijk. 15 Wat krom is, kan niet recht worden. En wat ontbreekt, is ontelbaar.

16 Ik zei bij mezelf: “Ik ben wijzer dan alle mensen die vóór mij in Jeruzalem hebben geregeerd. Ik heb heel veel wijsheid en kennis opgedaan. 17 Daarom wil ik graag het verschil leren tussen wijsheid en dwaasheid, tussen verstandig en onverstandig.” Maar ik heb begrepen dat ook dat teleurstellend is. 18 Want met veel wijsheid komt veel verdriet. Hoe meer je weet, hoe groter je verdriet.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

De vroege christelijke vervolging

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Christenvervolgingen in de arena

Christenvervolgingen in de arena

.

Het dramatisch bewijs voor de vroege kerk

 

De christelijke vervolging begon bij Jezus zelf. Hij werd tijdens zijn berechting ronduit gevraagd: “Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?” Jezus liet geen ruimte voor twijfel; Zijn eerste woorden waren: “Dat ben ik”. De godsdienstige elite in Jeruzalem wist wat Jezus hiermee zei. Het was voor hen glashelder dat Hij beweerde dat Hij God was. Daarom werd Jezus voor de misdaad van godslastering aan een Romeins kruis ter dood gebracht. Zo werd Hij de eerste martelaar voor wat later de christelijke Kerk zou worden.

 

 

 

Veel discipelen stierven voor hun geloof

 

De christelijke vervolging vormde een dramatisch onderdeel van de vroege kerkgeschiedenis. Ieder die vasthoudt aan het idee dat het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus een bedrog was dat door een groep discipelen in elkaar werd gestoken, zou eens een keer naar het erfgoed van het martelaarschap moeten kijken.

Elf van de twaalf apostelen, en een groot aantal van de andere vroege discipelen, stierven voor hun trouw aan dit verhaal. Dit is opvallend, omdat zij allemaal getuigen waren van de vermeende gebeurtenissen rondom Jezus en toch tot de dood hun geloof bleven verdedigen. Waarom is dit dan dramatisch, als je bedenkt dat veel andere mensen in de geschiedenis de martelaarsdood zijn gestorven voor een godsdienstig geloof? Omdat mensen niet voor een leugen sterven.

Kijk eens naar de menselijke aard door de geschiedenis heen. Geen samenzwering kan standhouden, wanneer het leven of de vrijheid van de samenzweerders op het spel staan. Sterven voor een geloof is één ding, maar wanneer talrijke ooggetuigen sterven voor een hun bekende leugen, dan is dat een heel ander verhaal.

 

 

Martelaar in de Romeinse tijd

Martelaar in de Romeinse tijd

 

.

.

Een lijst van martelaren die ooggetuigen

waren van het leven van Jezus

 

Hier volgt een verslag van de vroege christelijke vervolging, samengesteld uit talrijke bronnen buiten de Bijbel, waarvan de belangrijkste Foxes’ “Christian Martyrs of the World” (oftewel: Christelijke martelaren van de wereld) is:

Rond 34 na Christus, een jaar na de kruisiging van Jezus, werd Stefanus Jeruzalem uitgegooid en tot de dood gestenigd. Ongeveer 2000 christenen ondergingen het martelaarschap in Jeruzalem in deze tijd.

Ongeveer 10 jaar later werd Jakobus gedood, de zoon van Zebedeüs en de oudste broer van Johannes, toen Herodes Agrippa aankwam als gouverneur van Juda. Agrippa verafschuwde de christelijke sekte van de Joden en vele vroege discipelen stierven tijdens zijn heerschappij een martelaarsdood, waaronder Timon en Parmenas.

Rond 54 na Christus stierf Filippus, een discipel uit Betsaïda in Galilea, de martelaarsdood in Heliopolis, in Phrygia. Hij werd gefolterd, in de gevangenis gegooid, en daarna gekruisigd.

Ongeveer zes jaar later stierf Matteüs, de belastinginner uit Nazareth die één van de Evangelieboeken schreef, in Ethiopië de martelaarsdood door het zwaard toen hij daar aan het prediken was.

Jakobus, de broer van Jezus, was een leider van de vroege kerk in Jeruzalem en was de schrijver van het Bijbelboek met dezelfde naam. Op 94-jarige leeftijd werd hij geslagen en gestenigd, en uiteindelijk werden zijn hersenen met een knuppel tot moes geslagen.

Mattias was de apostel die de vrijgekomen post van Judas invulde. Hij werd in Jeruzalem gestenigd en vervolgens onthoofd.

Andreas was de broer van Petrus die door heel Azië heen preekte. Bij zijn aankomst in Edessa werd hij gearresteerd en aan een kruis gehangen, waarvan de twee uiteinden kruiselings in de grond werden gestoken (dit is waar de naam “Andreaskruis” vandaan komt).

Marcus werd door Petrus tot christen bekeerd en hij schreef Petrus’ verslag over Jezus in zijn Evangelie. Marcus werd door de bevolking van Alexandrië in stukken gescheurd voor Serapis, hun heidense afgod.

Het lijkt erop dat Petrus in Rome ter dood werd veroordeeld en gekruisigd. Hiëronymus stelt dat Petrus op eigen verzoek ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zichzelf onwaardig vond om dezelfde kruisdood als zijn Heer te sterven.

Paulus leed in de eerste vervolging onder Nero. Het geloof van Paulus was zo sterk, zelfs met het martelaarschap in het vooruitzicht, dat de autoriteiten hem naar een besloten plaats brachten om hem daar met het zwaard te executeren.

In ongeveer 72 na Christus werd Judas, de broer van Jakobus die gewoonlijk Taddeüs werd genoemd, in Edessa gekruisigd.

Bartolomeüs preekte in verschillende landen en vertaalde het Evangelie van Matteüs naar het Indisch. Hij werd barbaars afgeranseld en toen door de heidenen aldaar gekruisigd.

Tomas, ook wel Didymus genoemd, preekte in Parthia en India, waar hij door een groep heidense priesters met een speer werd doorboord.

Lucas was de auteur van het Evangelie met zijn naam. Hij reisde met Paulus door verscheidene landen. Er wordt algemeen aangenomen dat hij door heidense priesters in Griekenland aan een olijfboom werd opgehangen.

Barnabas, uit Cyprus, werd in 73 na Christus zonder veel bekende feiten vermoord. Simon, met de achternaam Zelotes, preekte in Mauretanië, Afrika en zelfs in Groot-Brittannië, waar hij in ongeveer 74 na Christus werd gekruisigd.

Johannes, de “geliefde discipel”, was de broer van Jakobus. Vanuit Efeze werd hij naar Rome gebracht, waar hij in een ketel met kokende olie werd gegooid. Op wonderbaarlijke wijze ontsnapte hij zonder enige verwondingen. Domitianus verbande hem daarna naar het eiland Patmos, waar Johannes het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, schreef. Hij was de enige apostel die aan een gewelddadige dood ontsnapte.

 

 

 

De kerk groeide razend snel, ondanks de

afgrijselijke dood van velen

 

Maar de vervolging van christenen vertraagde de groei van het christelijk geloof in de eerste eeuwen na Jezus niet. Zelfs nadat de vroege leiders een afschuwelijke dood waren gestorven, bloeide het christendom in het hele Romeinse Rijk op.

Hoe kunnen deze historische martelaren gezien worden als iets anders dan krachtig bewijs voor de waarheid van het christelijk geloof, een geloof dat gefundeerd is op historische feiten en ooggetuigenverslagen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Bidden, zoeken en kloppen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

 

Bidden, zoeken, kloppen

 

 

Zo leert Jezus in de bergrede:

Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en u zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden (Matteüs 7:7).

We moeten bidden, zoeken en kloppen hier opvatten als een continue actie, niet als een eenmalige handeling. Jezus vertelt hier niet dat een eenmalig gebed voldoende is om te krijgen wat je wil hebben, maar dat wie verhoord wil worden, voortdurend tot God moet smeken.

Niet dat God anders niet zou luisteren, of niet de moeite zou willen nemen op zo’n verzoek in te gaan. Maar door voortdurend op de zaak terug te komen, toon je dat het je inderdaad ter harte gaat, en je leert je ook af te vragen of je zelf de zaak echt wel zo belangrijk vindt.

Dat is ook de betekenis van zijn gelijkenis over de ‘onrechtvaardige rechter’ (Lucas 18:1-8). Ook daar gaat het om blijven volharden en dag en nacht tot God roepen. Evenzo is zoeken niet even rondkijken maar net zolang blijven zoeken, tot je het gevonden hebt, zoals de herder in de gelijkenis van het verloren schaap (Lucas 15).

En dat kloppen is ook niet maar een bescheiden klopje op de deur, maar er net zolang op blijven bonzen tot er eindelijk iemand open doet: zoals Petrus toen hij voor de deur stond en de slavin Rhode hem vergat binnen te laten (Handelingen 12:16).

 

 

 

Gewoon doorgaan, of af en toe even doen als voeger

 

Paulus betoogt dat de Wet niet kan redden, en daar ook nooit voor bedoeld was. De Wet liet de Israëlieten zien dat ze tekortschoten. Redding is er alleen door het verlossingswerk van Christus. Maar de apostel is kennelijk voor de voeten geworpen dat zo’n standpunt er op neer komt dat het dan helemaal niet meer uit zou maken hoe we leven; wanneer we eenmaal verlost zijn, zouden we die hele Wet dan aan onze laars kunnen lappen, en alles doen wat God verboden heeft.

Dat is uiteraard een drogreden, maar wel een verleidelijke, omdat de aard van de denkfout niet onmiddellijk duidelijk is. Paulus geeft het antwoord in twee ‘etappen’. Het argument van zijn tegenstanders was in feite dat je dan, door te zondigen, God de kans zou geven des te meer genade te tonen. Dat formuleert hij als volgt:

Betekent dit nu dat we moeten doorgaan met zondigen om de genade te laten toenemen? Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? (vs 1-2).

Hij legt dan uit dat de doop een symbolisch sterven met Christus is, waar je als een volkomen nieuwe mens weer uit op dient te staan. Wie dan maar doorgaat met zijn oude leven, is geen nieuwe mens, en dus niet in Christus. En die oude mens was en is niet verlost.

We kunnen niet doorgaan met ons oude leven, zelfs niet met als argument dat we daarmee God de gelegenheid zouden geven meer genade te betonen. Maar we zouden toch in elk geval niet zo verschrikkelijk ons best hoeven te doen, want onze fouten worden ons toch wel vergeven omdat we nu recht hebben op Gods genade:

Betekent dit nu dat we zonder bezwaar kunnen zondigen omdat we toch niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet (vs 15).

Dat argument bestrijdt hij door erop te wijzen dat wij zijn als slaven die uit het eigendom van de ene meester (de zonde) zijn losgekocht, en zijn overgegaan in eigendom van een andere meester (gehoorzaamheid). En een slaaf is nu eenmaal verplicht zijn huidige heer met alle loyaliteit te dienen. Hij kan zich niet permitteren af en toe nog wat bij te klussen voor zijn vroegere meester: het is alles of niets! In hoofdstuk 8 zal hij dan uitleggen dat aankomt op onze mentaliteit, die hij aanduidt als de geest of de gezindheid van Christus.

 

 

 

Bewust zondigen of falen

 

We moeten ons er goed van bewust zijn dat het hier gaat om hetwillens en wetens zondigen. Paulus zegt niet dat Gods genade begrensd is, maar dat wij van onze kant wel de plicht hebben ons best te doen. Wij kunnen niet maar onze gang gaan en vervolgens een beroep doen op Gods genade.

Dat was nu juist het argument van zijn tegenstanders in die zin dat zij hem die opvatting in de schoenen schoven, om er dan vervolgens op te wijzen dat een dergelijke opvatting te zot voor woorden is, en dat Paulus dus onzin verkondigde. Wat Paulus in werkelijkheid bestreed, was de opvatting dat je alleen behouden kon worden door het stipt in acht nemen van de Wet, dus precies het tegenovergestelde.

Zijn tegenstanders proberen zijn leer tot in het belachelijke door te trekken, om die dan als absurd ter zijde te kunnen schuiven. Paulus probeert hier niet de omvang van Gods genade in te perken, maar bestrijdt het valse argument dat je er dan zonder bezwaar op los zou kunnen leven.

 

 

 

Zoeken en vinden

 

Na zijn uitspraak over bidden, vinden en kloppen in de bergrede vermaant Jezus zijn gehoor:

Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden (Matteüs 7:13-14)

Wanneer we, met bovenstaande taalles in ons achterhoofd, eens naar de werkwoordsvormen kijken, constateren we het volgende:

  • ‘Gaat in’ is eenmalig. Het beschrijft het einde van de levensweg, wanneer men ingaat in de uiteindelijke bestemming. De gebiedende wijs is hier een dringende raadgeving: zorg ervoor dat het ook de juiste bestemming is.
  • ‘Velen zijn er die daardoor ingaan’: dit ingaan is een continu proces dat beschrijft niet de voortdurende stroom beschrijft die bezig is naar binnen te gaan. De nadruk ligt op dat velen.
  • ‘Weinigen zijn er die hem vinden’is hier een continu proces. Het beschrijft niet het uiteindelijke ontdekken ervan, maar de speurtocht die daartoe leidt. De nadruk ligt hier ligt op het aantal: de vindenden zijn weinig.

Jezus zegt, ‘zoekt en u zult vinden’ waarmee hij bedoelt dat men daar continu, zijn hele leven lang, mee bezig moet zijn om dan aan het eind voor de goede poort te staan. Maak niet de fout achter de grote massa aan te lopen, want die gaan met zijn allen juist door de verkeerde poort naar binnen.

De groep die bereid is serieus op zoek te gaan, zal maar uit weinigen bestaan, dus wees je daar van bewust. Het argument dat ‘zoveel miljoenen die zich gelovigen noemen kunnen het toch niet allemaal mis hebben’ is letterlijk levensgevaarlijk. Het kan niet alleen, het zal zelfs met zekerheid zo zijn, want Jezus vertelt ons dat hier. Wij moeten voortdurend blijven zoeken en dan zullen we ook vinden. Want ook dat heeft Hij ons met nadruk verzekerd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gebed voor een mens op sterven.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Angst voor de dood

 

 

 

 De angst overwinnen

 

Ben jij bang om te bidden voor iemand die op sterven ligt? De dood is nabij en je bent er om te troosten. Maar ben je in staat om dit te doen? Weet je wel hoe je dit kunt doen? De angst die je hebt en het verdriet dat je voelt bevinden zich ook in het hart en het verstand van diegene die stervende is. Vecht er niet tegen, maar omarm dit gevoel en deel het met hem of haar.

Jezus zei in de Bergrede in Matteüs 5:4:

“Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden.”

Nu jij verdriet hebt, samen met iemand die stervende is of samen met iemand die een naaste heeft verloren, kun je hen troosten. Je bent gezegend, omdat je iemand anders kunt zegenen. Hierdoor zul je ook zelf troost vinden.

 

 

 

 Vastklampen aan het leven

 

Wanneer je gebeden voor stervende mensen aan de Heer aanbiedt, kun je in hun geest een strijd om te overleven ontwaren. De gezondheid van onze geest is verbonden aan de strijd om ons aan het leven vast te klampen. Zieke en zwakke mensen zullen toch proberen om hun leven te behouden als hun geest sterk is. Ze vechten een strijd die al verloren lijkt te zijn, een stervend mens zal elke mogelijke leefkwaliteit aanvaarden wanneer dit wordt aangeboden.

 

 

 

Waar klampen zij zich eigenlijk aan vast?

Waar vechten ze voor? Wat is het leven?

 

Jezus zei dat Hij het leven is (Johannes 14:6);

Hij geeft het leven in overvloed, in al zijn volheid (Johannes 10:10);

Hij zei dat Zijn woorden geest en leven zijn en dat het vlees (het lichaam) ons niet kan helpen (Johannes 6:63);

Hij belooft dat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven zal hebben (Johannes 6:47).

Het leven waaraan we ons vastklampen en waar we voor vechten kan nu meteen in Jezus gevonden worden en zal aan de andere kant van de gruwelen des doods worden verwezenlijkt.

De dood vindt plaats wanneer de strijd om het lichaam te behouden is verloren. De stervende zal de reis aanvaarden die de geest zal moeten maken. En Jezus kent die reis. Hij heeft die reis zelf gemaakt. Hij maakte deze voor jou en voor mij beschikbaar (Johannes 11:25). Alleen Jezus is de rechter over wie het eeuwige leven zal erven. Verlaat dit leven daarom in Zijn liefdevolle, rechtvaardige, genadige en waardige handen.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

 

 Hoop bieden

 

Er is hoop en goed nieuws dat jij in je gebeden voor een stervend mens kan bieden. Het goede nieuws is dat de dood nu is verslonden in de overwinning (1 Korintiërs 15:54-57). Dankzij Jezus hebben we hoop! Onze hoop is de terugkeer van Jezus om Zijn mensen tot Zich te roepen en de belofte van het eeuwige leven.

De Bijbel herinnert ons er vaak aan dat we naar zijn terugkeer zouden moeten verlangen en ons aan Zijn belofte moeten vasthouden, zodat we toch verder kunnen gaan. Voor de gelovige is de dood de poort naar de belofte van het eeuwige leven: we zullen dan onze aardse lichamen van ons afwerpen en in de aanwezigheid van God binnentreden (1 Korintiërs 15:50-53).

 

 

 

1 petrus 1 : 3-9

 

“Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid herboren liet worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, tot een onvergankelijke, onbederfelijke en onaantastbare erfenis, die voor u is weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden.

Daarom bent u vol vreugde, ook al hebt u nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. Die dienen om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door het vuur gelouterd wordt. Dan zullen, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn.

Hem hebt u lief zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet, en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde, wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt.”

 

Geef deze hoop aan de stervenden, zodat zij vrede kunnen vinden. Jezus zal hen op het moment van hun dood tegemoet treden, net zoals Hij dat voor de dief aan het kruis deed, in Lucas 23:39-43. Ons geloof maakt zich sterk tegen de angst voor de dood en brengt ons niet alleen troost, maar zelfs vreugde.

“Moge de God die onze hoop is, u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven, zodat u overvloeit van hoop, door de kracht van de heilige Geest.” (Romeinen 15:13)

 

 

 

 

 

Een gebed

 

Lieve Hemelse Vader, Met een verzwaard hart komen wij tot U. U bent de Almachtige Schepper God, heilig en vol genade en liefde. Onze harten zijn verzwaard omdat een leven ons zal verlaten. De dood overspoelt ons, Heer. De angst probeert ons te overweldigen.

Wij danken U Vader, omdat U dankzij Jezus onze pijn en ons verdriet op een heel persoonlijke manier kent. Ik dank U, omdat Jezus de weg weet door deze duistere schaduw. Neem de hand van onze dierbare broeder/zuster en toon Uzelf aan hem/haar. Bescherm onze harten en onze gedachten, bewaar deze in Jezus Christus. Neem wat van U is terug en breng het in de eeuwigheid om bij U te zijn.

In Jezus is de dood slechts een schaduw. Jezus heeft het verdriet en de pijn ervan verslonden. Dank U Jezus voor het kruis. Dank U Jezus voor de opstanding. Heer, wij staan nu voor U en wij erkennen dat U de Heer over alles bent, de poortwachter van het eeuwige leven. Uw genade en Uw liefde zijn bestendig, ook al lijken onze zonden alsmaar toe te nemen.

Neem onze handen, Heer, en leid ons hier doorheen. Wij leggen onze angsten aan Uw voeten. Uw belofte is dat U – en U alleen – zal komen om ons mee naar ons eeuwige thuis te nemen.

Psalm 23:4 : “Al moet ik door dalen van duisternis en dood, ik ben voor geen onheil bang, want U bent bij mij: uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed.”

Dank U voor de troost die wij in Uw aanwezigheid vinden. Door de Heilige Geest weten we dat U bij ons bent. Zend ons Uw vrede, Heer; de vrede die alle begrip te boven gaat. Laat ons niet aarzelen en twijfelen. Geef ons een geloof dat altijddurend is. Wij laten onze levens los en leggen deze in Uw handen.

Heer, terwijl we wachten en vooruitkijken weten we dat niemand van ons aan deze reis door de dood zal ontsnappen. Leer ons hoe we deze reis in geloof kunnen omarmen. Geef ons de kracht om de mensen te bemoedigen, die dichter bij het moment komen waarop ze U zullen ontmoeten.

Neem de vrees uit het hart van onze naaste, die U spoedig zal zien. Laat hem/haar vrede vinden in Uw barmhartigheid, troost in Uw liefde en kracht in Uw macht over de dood. Troost ons alstublieft, nu ons verdriet ons lijkt te overspoelen.

U bent een goede, een rechtvaardige en een liefdevolle Vader. Laat ons in deze schaduw van de dood alstublieft niet bitter worden. Maar doorsteek onze harten met een vreugde die we niet kunnen peilen of begrijpen. Een vreugde die boven alle verdorven dingen hier op aarde uitsteekt. Jezus, U huilde vanwege de dood en wij doen dat ook.

Maar het is een verdriet en een rouw die de vreugde aan de andere kant herkent. U bent de overwinnaar over alle dingen en dus vertrouwen we op U. Wij vertrouwen erop dat U zult doen wat juist is, wat uit liefde wordt gedaan. Zowel in de dood als in onze levens wordt Uw wil volbracht. U bent oppermachtig. Mogen we Uw aanwezigheid kennen, Heer. Maak ons altijd bewust van Uw liefdevolle hand, die ons door alle omstandigheden heen leidt. In de naam van Jezus bidden wij dit. Amen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Gebed om verlossing.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

bidden-tongentaal

 

 

Ons eerste echte gesprek met God

 

Het “gebed om verlossing” is het belangrijkste gebed dat we ooit zullen bidden. Wanneer we er klaar voor zijn om een christen te worden, zijn we er ook klaar voor om ons eerste echte gesprek met God te hebben, met de volgende componenten:

 

 

 

Het begint met geloof in God

 

Wanneer we het gebed om verlossing bidden, dan laten we God weten dat we geloven dat Zijn woord waar is. Door het geloof dat Hij ons heeft gegeven kunnen we er voor kiezen om in Hem te geloven. De Bijbel vertelt ons:

 

“Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.” (Hebreeën 11:6)

 

Wanneer we bidden, vragen we God dus om het geschenk van onze verlossing. We gebruiken onze vrije wil om te erkennen dat we in Hem geloven. Deze uiting van geloof behaagt God, omdat we er in alle vrijheid voor gekozen hebben om Hem te leren kennen.

 

 

Onze zonden belijden

 

Wanneer we het gebed om verlossing bidden, moeten we toegeven dat we gezondigd hebben. Zoals de Bijbel over iedereen, behalve Christus, zegt:

 

Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God.” (Romeinen 3:23)

 

Zondigen is niets anders dan tekort schieten, als een pijl die de roos maar niet kan raken. Wij schieten tekort tegenover de heerlijkheid van God, die alleen in Jezus Christus kan worden gevonden:

 

De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. (2 Korintiërs 4:6)

 

Het verlossingsgebed erkent dus dat Jezus Christus de enige mens is die ooit zonder zonde heeft geleefd:

 

 God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden. (2 Korintiërs 5:21)

 

 

Bevrijding van de zonden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Geloof in Jezus Christus als Heer en Redder belijden

 

Met Christus als onze standaard voor perfectie, erkennen we nu ons geloof in Hem als God, in overeenstemming met wat de woorden van de Apostel Johannes:

 

In het begin was het Woord [Christus], het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat (Johannes 1:1-3)

 

Omdat God alleen een perfect, zondeloos offer kon aanvaarden en omdat Hij wist dat wij dat doel onmogelijk zouden kunnen bereiken, stuurde Hij Zijn Zoon om voor ons te sterven en de eeuwige prijs te betalen.

 

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)

 

 

Alleen Christus redt

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Bid het en meen het nu!

 

Ben jij het eens met alles wat je hierboven hebt gelezen? Als dat zo is, begin je nieuwe leven in Jezus Christus dan nu meteen. Bid het volgende met ons:

 

“Vader, ik weet dat ik Uw wetten heb overtreden en dat mijn zonden mij van U hebben weggehouden. Het spijt me echt en ik wil nu van mijn vroegere zondige leven tegenover U weglopen. Vergeef mij alstublieft en help me om niet meer te zondigen. Ik geloof dat Uw zoon, Jezus Christus, voor mijn zonden stierf, dat Hij uit de dood is opgestaan, leeft en mijn gebeden hoort. Ik nodig Jezus uit om de Heer van mijn leven te worden, om vanaf vandaag in mijn hart te heersen. Stuur alstublieft Uw Heilige Geest om mij te helpen U te gehoorzamen en voor de rest van mijn leven Uw wil te volbrengen. Ik bid hiervoor in de naam van Jezus. Amen.”

 

 

 Ik heb het gebeden, wat nu?

 

Als je dit gebed om verlossing met ware overtuiging en met heel je hart hebt gebeden, dan ben je nu een volgeling van Jezus. Dit is een feit, zelfs als jij je nu niet anders voelt dan voorheen. Godsdiensten hebben jou misschien ooit doen geloven dat je nu iets zou moeten voelen; een warme gloed, een rilling of een soort mystieke ervaring. De werkelijkheid is dat je zoiets zou kunnen voelen… of niet.

Als je het verlossingsgebed hebt gebeden, en je meende het echt, dan ben je nu een volgeling van Jezus. De Bijbel vertelt ons dat je eeuwige redding nu veilig gesteld is!

 

Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.” (Romeinen 10:9)

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De leer van de hel.

Standaard

categorie : religie

 

 

1218128-84455cead62eb36a35cdaa1c9e811740

 

 

Wat is de leer van de hel?

 

De leer van de hel kan als volgt worden samengevat: de hel is de plaats waar de toekomstige bestraffing zal plaatsvinden van de mensen die niet gerechtvaardigd zijn. Het is een plek voor de mensen die Jezus Christus hebben afgewezen. De hel als een plaats van bestraffing wordt vertaald als Gehenna, de Griekse vorm van het Hebreeuwse woord Hinnomdal. In de tijd van Jezus werd het Hinnomdal gebruikt als de vuilstortplaats van Jeruzalem. Al het vuil en afval van de stad werd in het dal gegooid, waaronder ook de dode lichamen van dieren en geëxecuteerde criminelen.

Om dit alles te verwerken, brandde het vuur hier onophoudelijk. Jezus gebruikte deze weerzinwekkende locatie als een symbool voor de hel. Hij zei: ‘Wil jij weten hoe de hel er uitziet? Ga dan maar eens naar de vallei van Gehenna kijken.’ De hel kan dus beschreven worden als Gods kosmische vuilstortplaats. Alles wat niet geschikt is voor de hemel zal in de hel worden gegooid.

Er staan 1850 verzen in het Nieuwe Testament waarin Jezus aan het woord is. In dertien procent van die verzen spreekt Jezus over een eeuwige straf en de hel. Jezus sprak vaker over de hel dan over de hemel! Jezus leert ons dat de hel een werkelijke, letterlijke locatie is. Hij beschrijft het als een plaats waar eeuwig lijden plaatsvindt. Kijk eens naar deze verzen:

 

Matteüs 13:49-50 :

“Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.”

 

Lucas 16:22-24:

“Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.”

 

2 Tessalonicenzen 1:9 :

“Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”

 

Openbaring 14:10-11:

“Hij zal in vuur en zwavel worden gepijnigd, onder de ogen van de heilige engelen en van het lam. De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.”

 

Openbaring 20:14-15 :

“Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

 

image357-300x197

 

 

 

Bestaat de hel echt?

 

 

 De hoofdzaken

 

Mensen over de hele wereld stellen de vraag of de hel echt bestaat. Slechts 31% van alle volwassenen ziet de hel als een werkelijke locatie waar mensen naar toe gestuurd kunnen worden en lichamelijk gepijnigd worden. De leer van de hel is afkomstig uit de Bijbel.

 

 

Waarom werd de hel geschapen?

 

De vraag waarom de hel bestaat, heeft mensen in alle tijdperken al verwonderd. Ontelbare mensen hebben de volgende vraag gesteld: “Als God zo goed is, waarom zou Hij dan een plaats als de hel scheppen?” De hel bestaat omdat sommige mensen er voor kiezen om de verkeerde dingen te doen en daarom gestraft moeten worden.

In het Bijbelse verslag over de schepping, dat in het boek Genesis kan worden gevonden, wordt geen gewag gemaakt van een plaats die de hel wordt genoemd. Alles wat God in deze periode schiep was goed. Maar de Bijbel vertelt ons in Matteüs 25:41 dat de hel later werd voorbereid voor “de duivel en zijn engelen” (zie ook Jesaja 14:12).

God wilde geen hel voor de mens scheppen, het was nooit de bedoeling dat er ook maar één enkele man of vrouw naar de hel zou gaan. In 2 Petrus 3:9 leren we dat God wil dat “iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat”.

De hel is een werkelijk bestaande plaats. We weten dit uit diverse verzen in de Bijbel, waarvan een aantal door Jezus Zelf werd uitgesproken. En we weten dat de boosaardigen en goddelozen er na hun dood naartoe zullen gaan en dat het leven in de hel vreselijk is. Ook al was de hel oorspronkelijk geschapen voor Satan en zijn gevallen engelen, toch zullen er ook mannen en vrouwen in de hel te vinden zijn.

 

 

Waarom gaan mensen er naartoe?

 

De hel is een plaats die tot in de eeuwigheid van God is afgezonderd. Mensen zullen er na hun dood naartoe gaan, omdat zij er tijdens hun levens op aarde voor gekozen hebben om zichzelf van God af te zonderen. God heeft ons met een vrije wil geschapen zodat wij onze eigen keuzes kunnen maken.

Een leven zonder God is een van die keuzes die wij vrijelijk kunnen maken. Onze vrije wil is een prachtig geschenk van God, omdat Hij ons niet dwingt om van Hem te houden of om Hem te volgen. Zonder onze vrije wil zouden we niets anders zijn dan marionetten of robots, wat God niet zou behagen en onze levens ongetwijfeld niet beter zou maken.

Hoewel God graag wil dat elk mens ervoor kiest om van Hem te houden, kiezen sommige mensen er voor om dit niet te doen. Deze mensen zullen in hun zonden sterven en voor altijd van God afgezonderd worden in de hel. Veel mensen denken dat dit niet eerlijk is en dat een liefdevolle God nooit een dergelijk systeem zou opzetten. Maar juist Gods liefde voor ons en Zijn perfecte rechtvaardigheid vertellen ons waarom de hel bestaat en waarom mannen en vrouwen er voor kiezen om daar naartoe te gaan.

God houdt zo veel van ons dat Hij onze keuzevrijheid respecteert. Als wij ervoor kiezen om niet van Hem te houden, waarom zou Hij ons er dan toe dwingen om eeuwig met Hem in de hemel te leven? Zou een eeuwigheid met iemand waarvan wij niet houden niet ook een hel zijn? God wil de mensen die niet van Hem houden behoeden voor een eeuwig leven met Hem onder Zijn heerschappij.

 

 

Is het een straf voor slechte mensen?

 

Vele mensen geloven dat wij na onze dood niet naar een hemel of een hel gaan, maar gewoon ophouden te bestaan. Dit is een totaal verkeerd beeld van de schepping van God. God laat mensen sterven voor de zonden van de mens maar vernietigt geen enkele ziel.

Gods perfecte rechtvaardigheid vereist dat er een hel is om de boosaardige mensen te straffen die niet tot inkeer zijn gekomen. De mensen maken veel heisa over het feit dat God Liefde is, maar ze vergeten dat Hij – omdat Hij Liefde is – ook Rechtvaardigheid is. Hij eist een oneindige wraak op alle mensen die het dierbare bloed van Christus met voeten treden, het Lam dat werd omgebracht voor alle verloren zondaars sinds het begin van de wereld.

God zou nooit compleet liefdevol zijn als boosdoeners nooit zouden worden gestraft. Hij heeft Zijn Zoon gestuurd om voor onze zonden te sterven. Als wij die verlossing afwijzen en uiteindelijk nooit de boete voor onze overtredingen betalen, is God onrechtvaardig. We hoeven niet van God te verwachten dat Hij mensen, die het vergoten bloed van Christus bespotten, niet zal straffen.

 

 

Worden mensen gedwongen er naartoe te gaan?

 

De hel is een werkelijkheid en God wil graag dat niemand er naartoe gaat. Het is Zijn verlangen dat wij allemaal met Hem in de hemel zullen samenzijn. Maar God kan niet iedereen in de hemel toestaan. De hemel is een perfecte plaats en God is een perfecte God.

Als Hij zondaars in de hemel zou toelaten zonder dat er op de een of andere manier met hun zonden is afgerekend, dan zouden zij door Zijn perfectie worden verteerd. Onze liefdevolle God wenst dat voor geen enkel mens en daarom ontwierp Hij een perfect plan voor de redding van Zijn schepselen.

Hij, de perfecte en heilige God, kwam naar de aarde in de gedaante van een mens, Jezus Christus en stierf als een boetedoening om met onze zonden af te rekenen. Als wij ervoor kiezen om Jezus Christus als de betaling voor onze zonden te aanvaarden kunnen wij de hemel binnengaan zonder verteerd te worden.

Maar als we ervoor kiezen om Jezus Christus niet te aanvaarden, dan zal God ons in Zijn oneindige liefde en genade niet toestaan om de hemel binnen te gaan en daar verteerd te worden. In plaats daarvan heeft Hij een plaats geschapen die van Hem is afgezonderd, waar zondaars naar toe kunnen gaan zonder verteerd te worden. Die plaats is de hel.

God houdt van ons en daarom heeft Hij ons een groot aantal geschenken gegeven. De twee belangrijkste geschenken die Hij ons heeft gegeven zijn ongetwijfeld onze vrije wil en Zijn genadige redding, door middel van Zijn Zoon Jezus Christus. Hij gaf ons een vrije wil zodat we ervoor konden kiezen om van Hem te houden en om niet te zondigen, en vervolgens gaf Hij ons Zijn Zoon om ons te redden toen wij de verkeerde keuze maakten.

Als wij ervoor kiezen om God niet lief te hebben en ook Zijn Zoon afwijzen, die gestuurd was om ons van onze verkeerde keuze te verlossen, dan is een eeuwige afzondering van Hem in de hel het lot.

 

Openbaring 20:15 : “Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

Niemand hoeft naar de hel te gaan. God heeft ons een oplossing aangeboden die ons uit de hel kan houden: de verlossing door middel van Zijn Zoon, Jezus Christus. Het enige wat wij hoeven te doen is Zijn goede plan volgen. Dan kan niets ons van Hem afzonderen.

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 van de Openbaring; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Hoe zal de hel eruit zien?

 

In de Bijbel spreekt Jezus verscheidene malen over de realiteit van de hel en zijn uiterste duisternis. Hij beschrijft het als een vuurpoel. Hij zegt ook dat de hel een plaats is waar mensen zullen jammeren en knarsetanden.

Matteüs 8:12 : “Maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.”

Het boek Openbaring beschrijft de hel als een vuurpoel dat met zwavel brandt. Aan het eind der tijden zal de duivel zelf in de hel geworpen worden om zijn straf te ontvangen. Openbaring 20:10 zegt dat de kwelling dag en nacht zal doorgaan, tot in de eeuwigheid.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Wij zouden een levend offer moeten zijn

Standaard

categorie : religie

 

 

 

slide_1

 

 

 

Een Bijbelse waarheid

 

Als christenen worden wij opgeroepen om onszelf als een “levend offer” aan God te geven. De Apostel Paulus helpt ons in zijn brief aan de gelovigen in Rome om deze waarheid te begrijpen:

Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is. (Romeinen 12:1-2)

 

 

 

Je oude “ik” Laten sterven

 

Onszelf presenteren aan God als een levend offer is onze oude “ik” laten sterven. Dit concept wordt in het volgende anonieme gedicht prachtig uitgedrukt.

 

  • Wanneer je vergeten, verwaarloosd of met opzet genegeerd wordt, en je voelt geen stekende pijn door deze onachtzaamheid, maar je hart is gelukkig omdat je waardig gevonden wordt om voor Christus te lijden;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer er kwaad wordt gesproken over je goede daden, wanneer je wensen worden doorkruist, je advies genegeerd, je mening belachelijk gemaakt, en je weigert om woede in je hart te laten opkomen of om jezelf te verdedigen, maar dit allemaal geduldig in liefdevolle stilte over je heen laat komen;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je liefdevol en geduldig elke wanorde, elke onregelmatigheid, elke irritatie weet te verdragen; wanneer je oog in oog kunt staan met verkwisting, dwaasheid, extravagantie, geestelijke ongevoeligheid, en dit kunt verdragen zoals Jezus deed;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je tevreden bent met elk voedsel, elke offergave, elk kledingstuk, elk klimaat, elke samenleving, elke eenzaamheid, elke onderbreking door de wil van God;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je in een gesprek niet graag over jezelf of over je eigen goede daden praat, wanneer je niet snakt naar schouderklopjes, wanneer je er oprecht van houdt om onbekend te zijn;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je kunt toezien hoe je naaste gedijt en er in al zijn behoeften is voorzien, en in je geest eerlijk blij voor hem kunt zijn zonder jaloezie te voelen, zonder aan God te twijfelen, terwijl je eigen behoeften veel groter zijn en eigen situatie wanhopig is;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je in staat bent om gecorrigeerd en berispt te worden door iemand met minder aanzien dan jezelf en jij jezelf nederig kan onderwerpen, zowel innerlijk als uiterlijk, en ontdekt dat er geen opstandigheid of rancune in je hart opkomt;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Vader of Moeder God?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

god-strenght1

 

 

 

Wie beweert God dat hij is ?

 

God wordt op vele manieren beschreven: van een onpersoonlijke levenskracht tot een welwillende, persoonlijke, almachtige Schepper. Hij is ook al bij vele namen genoemd, zoals “Zeus”, “Jupiter”, “Brahma”, “Allah”, “Ra”, “Odin”, “Ashur”, “Izanagi”, “Viracocha”, “Ahura Mazda” en “de Grote Geest”. Hij wordt door sommigen gezien als “Moeder Natuur”, door anderen als “Vader God”. Maar wie beweert Hij zelf te zijn?

 

 

 

Vader God of Moeder Natuur?

 

Wat heeft God over Zichzelf aan ons geopenbaard? Allereerst noemt Hij zichzelf “Vader”, nooit “Moeder”, wanneer Hij over Zichzelf spreekt in de context van ouderschap. Hij noemt Zichzelf “een Vader voor Israël” en in één geval, toen zijn “kinderen” bijzonder oneerbiedig tegen Hem waren, zei Hij tegen hen:

 

“Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de Heer  van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij?”

 

Zijn profeten erkenden Hem als Vader door te zeggen: “Toch, Heer, bent u onze vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen.”

En: “Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen?” Nooit noemt God Zichzelf “Moeder” en nooit wordt Hij zo door de profeten beschouwd. God “Moeder Natuur” noemen is vergelijkbaar met je aardse vader “mama” noemen.

 

 

Alleen geloof redt de mens van de vuurpoel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat vindt God belangrijk?

 

Wie is God wat betreft Zijn morele eigenschappen? Hij zegt dat Hij geniet van rechtvaardigheid en oprechtheid:

 

“… De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij mij kent, inziet dat ik, de Heer, dit land liefde schenk, rechtvaardigheid en recht, want daar schep ik behagen in.”

 “Want ik, de Heer, heb het recht lief, ik haat offers van roofgoed…”

 

Rechtvaardigheid en onpartijdigheid zijn erg belangrijk voor God. Maar net zozeer erbarmen en genade. Dus terwijl God iedereen verantwoordelijk houdt, ieder voor zijn eigen leven, reikt Hij met Zijn genade uit naar de berouwvolle zondaar. Hij belooft:

 

“Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven. Denken jullie dat ik het toejuich als een slecht mens sterven moet?  Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft. Want de dood van een mens geeft me geen vreugde. Kom tot inkeer en leef!”

 

Met dood bedoelt God niet echt de lichamelijke dood, waar wij meteen aan zouden denken. In plaats daarvan verwijst God naar een gebeurtenis in de eeuwigheid, na onze lichamelijke dood. De Schriftteksten verwijzen naar deze gebeurtenis als de “tweede dood”.

De eerste dood scheidt ons van onze lichamen en verwijdert ons uit deze wereld. De tweede dood is anders. Deze is ook een scheiding, maar in dit geval de scheiding van de éne groep mensen van de andere: mensen die gerechtvaardigd en vergeven zijn aan de ene kant, en mensen die boosaardig en zonder berouw zijn aan de andere kant. Over deze twee groepen zal afzonderlijk worden geoordeeld.

De ene groep zal beloond worden op basis van de goede dingen die zij gedaan hebben. Hun slechte daden zullen hierin niet in beschouwing worden genomen, maar door God vergeven worden. De andere groep zal beoordeeld worden op basis van het kwaad dat zij hebben gedaan, en hun goede daden zullen hen niet redden van hun straf.

God zegt:

“Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven. Kom tot inkeer en leef!”

 

Op deze manier ziet God er op toe dat gerechtigheid uiteindelijk zegeviert, maar dat genade wordt verleend aan mensen die nederig en berouwvol zijn.

God heeft een voorziening gemaakt voor mensen die berouw willen tonen. Het is een voorziening die mensen redt van hun zonden, als zij op goede voet met Hem willen staan. Hij stuurde een Messias, een Dienaar die vrijwillig leed en een plaatsvervangende dood stierf om de prijs te betalen voor de zonden van de mensen die tot inkeer willen komen en op Hem willen vertrouwen.

De Bijbel zegt:

“Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard? Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op zich neerkomen. 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria