Tagarchief: sterven

De vroege christelijke vervolging

Standaard

categorie : religie

Christenvervolgingen in de arena

Christenvervolgingen in de arena

.

Het dramatisch bewijs voor de vroege kerk

De christelijke vervolging begon bij Jezus zelf. Hij werd tijdens zijn berechting ronduit gevraagd: “Bent u de messias, de Zoon van de Gezegende?” Jezus liet geen ruimte voor twijfel; Zijn eerste woorden waren: “Dat ben ik”. De godsdienstige elite in Jeruzalem wist wat Jezus hiermee zei. Het was voor hen glashelder dat Hij beweerde dat Hij God was. Daarom werd Jezus voor de misdaad van godslastering aan een Romeins kruis ter dood gebracht. Zo werd Hij de eerste martelaar voor wat later de christelijke Kerk zou worden.

Veel discipelen stierven voor hun geloof

De christelijke vervolging vormde een dramatisch onderdeel van de vroege kerkgeschiedenis. Ieder die vasthoudt aan het idee dat het leven, de dood en de opstanding van Jezus Christus een bedrog was dat door een groep discipelen in elkaar werd gestoken, zou eens een keer naar het erfgoed van het martelaarschap moeten kijken.

Elf van de twaalf apostelen, en een groot aantal van de andere vroege discipelen, stierven voor hun trouw aan dit verhaal. Dit is opvallend, omdat zij allemaal getuigen waren van de vermeende gebeurtenissen rondom Jezus en toch tot de dood hun geloof bleven verdedigen. Waarom is dit dan dramatisch, als je bedenkt dat veel andere mensen in de geschiedenis de martelaarsdood zijn gestorven voor een godsdienstig geloof? Omdat mensen niet voor een leugen sterven.

Kijk eens naar de menselijke aard door de geschiedenis heen. Geen samenzwering kan standhouden, wanneer het leven of de vrijheid van de samenzweerders op het spel staan. Sterven voor een geloof is één ding, maar wanneer talrijke ooggetuigen sterven voor een hun bekende leugen, dan is dat een heel ander verhaal.

Martelaar in de Romeinse tijd

Martelaar in de Romeinse tijd

.

.

Een lijst van martelaren die ooggetuigen

waren van het leven van Jezus

Hier volgt een verslag van de vroege christelijke vervolging, samengesteld uit talrijke bronnen buiten de Bijbel, waarvan de belangrijkste Foxes’ “Christian Martyrs of the World” (oftewel: Christelijke martelaren van de wereld) is:

Rond 34 na Christus, een jaar na de kruisiging van Jezus, werd Stefanus Jeruzalem uitgegooid en tot de dood gestenigd. Ongeveer 2000 christenen ondergingen het martelaarschap in Jeruzalem in deze tijd.

Ongeveer 10 jaar later werd Jakobus gedood, de zoon van Zebedeüs en de oudste broer van Johannes, toen Herodes Agrippa aankwam als gouverneur van Juda. Agrippa verafschuwde de christelijke sekte van de Joden en vele vroege discipelen stierven tijdens zijn heerschappij een martelaarsdood, waaronder Timon en Parmenas.

Rond 54 na Christus stierf Filippus, een discipel uit Betsaïda in Galilea, de martelaarsdood in Heliopolis, in Phrygia. Hij werd gefolterd, in de gevangenis gegooid, en daarna gekruisigd.

Ongeveer zes jaar later stierf Matteüs, de belastinginner uit Nazareth die één van de Evangelieboeken schreef, in Ethiopië de martelaarsdood door het zwaard toen hij daar aan het prediken was.

Jakobus, de broer van Jezus, was een leider van de vroege kerk in Jeruzalem en was de schrijver van het Bijbelboek met dezelfde naam. Op 94-jarige leeftijd werd hij geslagen en gestenigd, en uiteindelijk werden zijn hersenen met een knuppel tot moes geslagen.

Mattias was de apostel die de vrijgekomen post van Judas invulde. Hij werd in Jeruzalem gestenigd en vervolgens onthoofd.

Andreas was de broer van Petrus die door heel Azië heen preekte. Bij zijn aankomst in Edessa werd hij gearresteerd en aan een kruis gehangen, waarvan de twee uiteinden kruiselings in de grond werden gestoken (dit is waar de naam “Andreaskruis” vandaan komt).

Marcus werd door Petrus tot christen bekeerd en hij schreef Petrus’ verslag over Jezus in zijn Evangelie. Marcus werd door de bevolking van Alexandrië in stukken gescheurd voor Serapis, hun heidense afgod.

Het lijkt erop dat Petrus in Rome ter dood werd veroordeeld en gekruisigd. Hiëronymus stelt dat Petrus op eigen verzoek ondersteboven werd gekruisigd, omdat hij zichzelf onwaardig vond om dezelfde kruisdood als zijn Heer te sterven.

Paulus leed in de eerste vervolging onder Nero. Het geloof van Paulus was zo sterk, zelfs met het martelaarschap in het vooruitzicht, dat de autoriteiten hem naar een besloten plaats brachten om hem daar met het zwaard te executeren.

In ongeveer 72 na Christus werd Judas, de broer van Jakobus die gewoonlijk Taddeüs werd genoemd, in Edessa gekruisigd.

Bartolomeüs preekte in verschillende landen en vertaalde het Evangelie van Matteüs naar het Indisch. Hij werd barbaars afgeranseld en toen door de heidenen aldaar gekruisigd.

Tomas, ook wel Didymus genoemd, preekte in Parthia en India, waar hij door een groep heidense priesters met een speer werd doorboord.

Lucas was de auteur van het Evangelie met zijn naam. Hij reisde met Paulus door verscheidene landen. Er wordt algemeen aangenomen dat hij door heidense priesters in Griekenland aan een olijfboom werd opgehangen.

Barnabas, uit Cyprus, werd in 73 na Christus zonder veel bekende feiten vermoord. Simon, met de achternaam Zelotes, preekte in Mauretanië, Afrika en zelfs in Groot-Brittannië, waar hij in ongeveer 74 na Christus werd gekruisigd.

Johannes, de “geliefde discipel”, was de broer van Jakobus. Vanuit Efeze werd hij naar Rome gebracht, waar hij in een ketel met kokende olie werd gegooid. Op wonderbaarlijke wijze ontsnapte hij zonder enige verwondingen. Domitianus verbande hem daarna naar het eiland Patmos, waar Johannes het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, schreef. Hij was de enige apostel die aan een gewelddadige dood ontsnapte.

De kerk groeide razend snel, ondanks de

afgrijselijke dood van velen

Maar de vervolging van christenen vertraagde de groei van het christelijk geloof in de eerste eeuwen na Jezus niet. Zelfs nadat de vroege leiders een afschuwelijke dood waren gestorven, bloeide het christendom in het hele Romeinse Rijk op.

Hoe kunnen deze historische martelaren gezien worden als iets anders dan krachtig bewijs voor de waarheid van het christelijk geloof, een geloof dat gefundeerd is op historische feiten en ooggetuigenverslagen.

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

John Astria

John Astria

Boodschap 158 van ” Boodschappen uit de kosmos “

Standaard

categorie : Boodschappen uit de kosmos 

 

 

 

eer aan God in de hoge

eer aan God in de hoge – aartsengel Michaël

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

MENSEN ZEGGEN DAT 

 

STERVEN BIJ HET LEVEN HOORT.

 

WIE GOD KENT

 

WEET ECHTER DAT STERVEN EEN GEVOLG IS

 

VAN DE ERFZONDE.

 

OOIT ZAL ER GEEN DOOD MEER ZIJN

 

OMDAT CHRISTUS DIE REEDS

.

OVERWONNEN HEEFT.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Bidden, zoeken en kloppen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

 

Bidden, zoeken, kloppen

 

 

Zo leert Jezus in de bergrede:

Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en u zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden (Matteüs 7:7).

We moeten bidden, zoeken en kloppen hier opvatten als een continue actie, niet als een eenmalige handeling. Jezus vertelt hier niet dat een eenmalig gebed voldoende is om te krijgen wat je wil hebben, maar dat wie verhoord wil worden, voortdurend tot God moet smeken.

Niet dat God anders niet zou luisteren, of niet de moeite zou willen nemen op zo’n verzoek in te gaan. Maar door voortdurend op de zaak terug te komen, toon je dat het je inderdaad ter harte gaat, en je leert je ook af te vragen of je zelf de zaak echt wel zo belangrijk vindt.

Dat is ook de betekenis van zijn gelijkenis over de ‘onrechtvaardige rechter’ (Lucas 18:1-8). Ook daar gaat het om blijven volharden en dag en nacht tot God roepen. Evenzo is zoeken niet even rondkijken maar net zolang blijven zoeken, tot je het gevonden hebt, zoals de herder in de gelijkenis van het verloren schaap (Lucas 15).

En dat kloppen is ook niet maar een bescheiden klopje op de deur, maar er net zolang op blijven bonzen tot er eindelijk iemand open doet: zoals Petrus toen hij voor de deur stond en de slavin Rhode hem vergat binnen te laten (Handelingen 12:16).

 

 

 

Gewoon doorgaan, of af en toe even doen als voeger

 

Paulus betoogt dat de Wet niet kan redden, en daar ook nooit voor bedoeld was. De Wet liet de Israëlieten zien dat ze tekortschoten. Redding is er alleen door het verlossingswerk van Christus. Maar de apostel is kennelijk voor de voeten geworpen dat zo’n standpunt er op neer komt dat het dan helemaal niet meer uit zou maken hoe we leven; wanneer we eenmaal verlost zijn, zouden we die hele Wet dan aan onze laars kunnen lappen, en alles doen wat God verboden heeft.

Dat is uiteraard een drogreden, maar wel een verleidelijke, omdat de aard van de denkfout niet onmiddellijk duidelijk is. Paulus geeft het antwoord in twee ‘etappen’. Het argument van zijn tegenstanders was in feite dat je dan, door te zondigen, God de kans zou geven des te meer genade te tonen. Dat formuleert hij als volgt:

Betekent dit nu dat we moeten doorgaan met zondigen om de genade te laten toenemen? Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? (vs 1-2).

Hij legt dan uit dat de doop een symbolisch sterven met Christus is, waar je als een volkomen nieuwe mens weer uit op dient te staan. Wie dan maar doorgaat met zijn oude leven, is geen nieuwe mens, en dus niet in Christus. En die oude mens was en is niet verlost.

We kunnen niet doorgaan met ons oude leven, zelfs niet met als argument dat we daarmee God de gelegenheid zouden geven meer genade te betonen. Maar we zouden toch in elk geval niet zo verschrikkelijk ons best hoeven te doen, want onze fouten worden ons toch wel vergeven omdat we nu recht hebben op Gods genade:

Betekent dit nu dat we zonder bezwaar kunnen zondigen omdat we toch niet onder de wet staan, maar onder de genade leven? Absoluut niet (vs 15).

Dat argument bestrijdt hij door erop te wijzen dat wij zijn als slaven die uit het eigendom van de ene meester (de zonde) zijn losgekocht, en zijn overgegaan in eigendom van een andere meester (gehoorzaamheid). En een slaaf is nu eenmaal verplicht zijn huidige heer met alle loyaliteit te dienen. Hij kan zich niet permitteren af en toe nog wat bij te klussen voor zijn vroegere meester: het is alles of niets! In hoofdstuk 8 zal hij dan uitleggen dat aankomt op onze mentaliteit, die hij aanduidt als de geest of de gezindheid van Christus.

 

 

 

Bewust zondigen of falen

 

We moeten ons er goed van bewust zijn dat het hier gaat om hetwillens en wetens zondigen. Paulus zegt niet dat Gods genade begrensd is, maar dat wij van onze kant wel de plicht hebben ons best te doen. Wij kunnen niet maar onze gang gaan en vervolgens een beroep doen op Gods genade.

Dat was nu juist het argument van zijn tegenstanders in die zin dat zij hem die opvatting in de schoenen schoven, om er dan vervolgens op te wijzen dat een dergelijke opvatting te zot voor woorden is, en dat Paulus dus onzin verkondigde. Wat Paulus in werkelijkheid bestreed, was de opvatting dat je alleen behouden kon worden door het stipt in acht nemen van de Wet, dus precies het tegenovergestelde.

Zijn tegenstanders proberen zijn leer tot in het belachelijke door te trekken, om die dan als absurd ter zijde te kunnen schuiven. Paulus probeert hier niet de omvang van Gods genade in te perken, maar bestrijdt het valse argument dat je er dan zonder bezwaar op los zou kunnen leven.

 

 

 

Zoeken en vinden

 

Na zijn uitspraak over bidden, vinden en kloppen in de bergrede vermaant Jezus zijn gehoor:

Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden (Matteüs 7:13-14)

Wanneer we, met bovenstaande taalles in ons achterhoofd, eens naar de werkwoordsvormen kijken, constateren we het volgende:

  • ‘Gaat in’ is eenmalig. Het beschrijft het einde van de levensweg, wanneer men ingaat in de uiteindelijke bestemming. De gebiedende wijs is hier een dringende raadgeving: zorg ervoor dat het ook de juiste bestemming is.
  • ‘Velen zijn er die daardoor ingaan’: dit ingaan is een continu proces dat beschrijft niet de voortdurende stroom beschrijft die bezig is naar binnen te gaan. De nadruk ligt op dat velen.
  • ‘Weinigen zijn er die hem vinden’is hier een continu proces. Het beschrijft niet het uiteindelijke ontdekken ervan, maar de speurtocht die daartoe leidt. De nadruk ligt hier ligt op het aantal: de vindenden zijn weinig.

Jezus zegt, ‘zoekt en u zult vinden’ waarmee hij bedoelt dat men daar continu, zijn hele leven lang, mee bezig moet zijn om dan aan het eind voor de goede poort te staan. Maak niet de fout achter de grote massa aan te lopen, want die gaan met zijn allen juist door de verkeerde poort naar binnen.

De groep die bereid is serieus op zoek te gaan, zal maar uit weinigen bestaan, dus wees je daar van bewust. Het argument dat ‘zoveel miljoenen die zich gelovigen noemen kunnen het toch niet allemaal mis hebben’ is letterlijk levensgevaarlijk. Het kan niet alleen, het zal zelfs met zekerheid zo zijn, want Jezus vertelt ons dat hier. Wij moeten voortdurend blijven zoeken en dan zullen we ook vinden. Want ook dat heeft Hij ons met nadruk verzekerd.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

Gebed voor een mens op sterven.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Angst voor de dood

 

 

 

 De angst overwinnen

 

Ben jij bang om te bidden voor iemand die op sterven ligt? De dood is nabij en je bent er om te troosten. Maar ben je in staat om dit te doen? Weet je wel hoe je dit kunt doen? De angst die je hebt en het verdriet dat je voelt bevinden zich ook in het hart en het verstand van diegene die stervende is. Vecht er niet tegen, maar omarm dit gevoel en deel het met hem of haar.

Jezus zei in de Bergrede in Matteüs 5:4:

“Gelukkig die verdriet hebben, want zij zullen getroost worden.”

Nu jij verdriet hebt, samen met iemand die stervende is of samen met iemand die een naaste heeft verloren, kun je hen troosten. Je bent gezegend, omdat je iemand anders kunt zegenen. Hierdoor zul je ook zelf troost vinden.

 

 

 

 Vastklampen aan het leven

 

Wanneer je gebeden voor stervende mensen aan de Heer aanbiedt, kun je in hun geest een strijd om te overleven ontwaren. De gezondheid van onze geest is verbonden aan de strijd om ons aan het leven vast te klampen. Zieke en zwakke mensen zullen toch proberen om hun leven te behouden als hun geest sterk is. Ze vechten een strijd die al verloren lijkt te zijn, een stervend mens zal elke mogelijke leefkwaliteit aanvaarden wanneer dit wordt aangeboden.

 

 

 

Waar klampen zij zich eigenlijk aan vast?

Waar vechten ze voor? Wat is het leven?

 

Jezus zei dat Hij het leven is (Johannes 14:6);

Hij geeft het leven in overvloed, in al zijn volheid (Johannes 10:10);

Hij zei dat Zijn woorden geest en leven zijn en dat het vlees (het lichaam) ons niet kan helpen (Johannes 6:63);

Hij belooft dat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven zal hebben (Johannes 6:47).

Het leven waaraan we ons vastklampen en waar we voor vechten kan nu meteen in Jezus gevonden worden en zal aan de andere kant van de gruwelen des doods worden verwezenlijkt.

De dood vindt plaats wanneer de strijd om het lichaam te behouden is verloren. De stervende zal de reis aanvaarden die de geest zal moeten maken. En Jezus kent die reis. Hij heeft die reis zelf gemaakt. Hij maakte deze voor jou en voor mij beschikbaar (Johannes 11:25). Alleen Jezus is de rechter over wie het eeuwige leven zal erven. Verlaat dit leven daarom in Zijn liefdevolle, rechtvaardige, genadige en waardige handen.

 

 

jezus-christus-lam-gods

 

 

 

 Hoop bieden

 

Er is hoop en goed nieuws dat jij in je gebeden voor een stervend mens kan bieden. Het goede nieuws is dat de dood nu is verslonden in de overwinning (1 Korintiërs 15:54-57). Dankzij Jezus hebben we hoop! Onze hoop is de terugkeer van Jezus om Zijn mensen tot Zich te roepen en de belofte van het eeuwige leven.

De Bijbel herinnert ons er vaak aan dat we naar zijn terugkeer zouden moeten verlangen en ons aan Zijn belofte moeten vasthouden, zodat we toch verder kunnen gaan. Voor de gelovige is de dood de poort naar de belofte van het eeuwige leven: we zullen dan onze aardse lichamen van ons afwerpen en in de aanwezigheid van God binnentreden (1 Korintiërs 15:50-53).

 

 

 

1 petrus 1 : 3-9

 

“Gezegend is God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid herboren liet worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, tot een onvergankelijke, onbederfelijke en onaantastbare erfenis, die voor u is weggelegd in de hemel. In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden.

Daarom bent u vol vreugde, ook al hebt u nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen. Die dienen om de deugdelijkheid van uw geloof te bewijzen, dat zoveel kostbaarder is dan vergankelijk goud, dat toch ook door het vuur gelouterd wordt. Dan zullen, wanneer Jezus Christus zich openbaart, lof, heerlijkheid en eer uw deel zijn.

Hem hebt u lief zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet, en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde, wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt.”

 

Geef deze hoop aan de stervenden, zodat zij vrede kunnen vinden. Jezus zal hen op het moment van hun dood tegemoet treden, net zoals Hij dat voor de dief aan het kruis deed, in Lucas 23:39-43. Ons geloof maakt zich sterk tegen de angst voor de dood en brengt ons niet alleen troost, maar zelfs vreugde.

“Moge de God die onze hoop is, u vervullen met alle vreugde en vrede in het geloven, zodat u overvloeit van hoop, door de kracht van de heilige Geest.” (Romeinen 15:13)

 

 

 

 

 

Een gebed

 

Lieve Hemelse Vader, Met een verzwaard hart komen wij tot U. U bent de Almachtige Schepper God, heilig en vol genade en liefde. Onze harten zijn verzwaard omdat een leven ons zal verlaten. De dood overspoelt ons, Heer. De angst probeert ons te overweldigen.

Wij danken U Vader, omdat U dankzij Jezus onze pijn en ons verdriet op een heel persoonlijke manier kent. Ik dank U, omdat Jezus de weg weet door deze duistere schaduw. Neem de hand van onze dierbare broeder/zuster en toon Uzelf aan hem/haar. Bescherm onze harten en onze gedachten, bewaar deze in Jezus Christus. Neem wat van U is terug en breng het in de eeuwigheid om bij U te zijn.

In Jezus is de dood slechts een schaduw. Jezus heeft het verdriet en de pijn ervan verslonden. Dank U Jezus voor het kruis. Dank U Jezus voor de opstanding. Heer, wij staan nu voor U en wij erkennen dat U de Heer over alles bent, de poortwachter van het eeuwige leven. Uw genade en Uw liefde zijn bestendig, ook al lijken onze zonden alsmaar toe te nemen.

Neem onze handen, Heer, en leid ons hier doorheen. Wij leggen onze angsten aan Uw voeten. Uw belofte is dat U – en U alleen – zal komen om ons mee naar ons eeuwige thuis te nemen.

Psalm 23:4 : “Al moet ik door dalen van duisternis en dood, ik ben voor geen onheil bang, want U bent bij mij: uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed.”

Dank U voor de troost die wij in Uw aanwezigheid vinden. Door de Heilige Geest weten we dat U bij ons bent. Zend ons Uw vrede, Heer; de vrede die alle begrip te boven gaat. Laat ons niet aarzelen en twijfelen. Geef ons een geloof dat altijddurend is. Wij laten onze levens los en leggen deze in Uw handen.

Heer, terwijl we wachten en vooruitkijken weten we dat niemand van ons aan deze reis door de dood zal ontsnappen. Leer ons hoe we deze reis in geloof kunnen omarmen. Geef ons de kracht om de mensen te bemoedigen, die dichter bij het moment komen waarop ze U zullen ontmoeten.

Neem de vrees uit het hart van onze naaste, die U spoedig zal zien. Laat hem/haar vrede vinden in Uw barmhartigheid, troost in Uw liefde en kracht in Uw macht over de dood. Troost ons alstublieft, nu ons verdriet ons lijkt te overspoelen.

U bent een goede, een rechtvaardige en een liefdevolle Vader. Laat ons in deze schaduw van de dood alstublieft niet bitter worden. Maar doorsteek onze harten met een vreugde die we niet kunnen peilen of begrijpen. Een vreugde die boven alle verdorven dingen hier op aarde uitsteekt. Jezus, U huilde vanwege de dood en wij doen dat ook.

Maar het is een verdriet en een rouw die de vreugde aan de andere kant herkent. U bent de overwinnaar over alle dingen en dus vertrouwen we op U. Wij vertrouwen erop dat U zult doen wat juist is, wat uit liefde wordt gedaan. Zowel in de dood als in onze levens wordt Uw wil volbracht. U bent oppermachtig. Mogen we Uw aanwezigheid kennen, Heer. Maak ons altijd bewust van Uw liefdevolle hand, die ons door alle omstandigheden heen leidt. In de naam van Jezus bidden wij dit. Amen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Gebed om verlossing.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

bidden-tongentaal

 

 

Ons eerste echte gesprek met God

 

Het “gebed om verlossing” is het belangrijkste gebed dat we ooit zullen bidden. Wanneer we er klaar voor zijn om een christen te worden, zijn we er ook klaar voor om ons eerste echte gesprek met God te hebben, met de volgende componenten:

 

 

 

Het begint met geloof in God

 

Wanneer we het gebed om verlossing bidden, dan laten we God weten dat we geloven dat Zijn woord waar is. Door het geloof dat Hij ons heeft gegeven kunnen we er voor kiezen om in Hem te geloven. De Bijbel vertelt ons:

 

“Zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven; wie hem wil naderen moet immers geloven dat hij bestaat, en wie hem zoekt zal door hem worden beloond.” (Hebreeën 11:6)

 

Wanneer we bidden, vragen we God dus om het geschenk van onze verlossing. We gebruiken onze vrije wil om te erkennen dat we in Hem geloven. Deze uiting van geloof behaagt God, omdat we er in alle vrijheid voor gekozen hebben om Hem te leren kennen.

 

 

Onze zonden belijden

 

Wanneer we het gebed om verlossing bidden, moeten we toegeven dat we gezondigd hebben. Zoals de Bijbel over iedereen, behalve Christus, zegt:

 

Iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God.” (Romeinen 3:23)

 

Zondigen is niets anders dan tekort schieten, als een pijl die de roos maar niet kan raken. Wij schieten tekort tegenover de heerlijkheid van God, die alleen in Jezus Christus kan worden gevonden:

 

De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus. (2 Korintiërs 4:6)

 

Het verlossingsgebed erkent dus dat Jezus Christus de enige mens is die ooit zonder zonde heeft geleefd:

 

 God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden. (2 Korintiërs 5:21)

 

 

Bevrijding van de zonden

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Geloof in Jezus Christus als Heer en Redder belijden

 

Met Christus als onze standaard voor perfectie, erkennen we nu ons geloof in Hem als God, in overeenstemming met wat de woorden van de Apostel Johannes:

 

In het begin was het Woord [Christus], het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat (Johannes 1:1-3)

 

Omdat God alleen een perfect, zondeloos offer kon aanvaarden en omdat Hij wist dat wij dat doel onmogelijk zouden kunnen bereiken, stuurde Hij Zijn Zoon om voor ons te sterven en de eeuwige prijs te betalen.

 

Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:16)

 

 

Alleen Christus redt

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Bid het en meen het nu!

 

Ben jij het eens met alles wat je hierboven hebt gelezen? Als dat zo is, begin je nieuwe leven in Jezus Christus dan nu meteen. Bid het volgende met ons:

 

“Vader, ik weet dat ik Uw wetten heb overtreden en dat mijn zonden mij van U hebben weggehouden. Het spijt me echt en ik wil nu van mijn vroegere zondige leven tegenover U weglopen. Vergeef mij alstublieft en help me om niet meer te zondigen. Ik geloof dat Uw zoon, Jezus Christus, voor mijn zonden stierf, dat Hij uit de dood is opgestaan, leeft en mijn gebeden hoort. Ik nodig Jezus uit om de Heer van mijn leven te worden, om vanaf vandaag in mijn hart te heersen. Stuur alstublieft Uw Heilige Geest om mij te helpen U te gehoorzamen en voor de rest van mijn leven Uw wil te volbrengen. Ik bid hiervoor in de naam van Jezus. Amen.”

 

 

 Ik heb het gebeden, wat nu?

 

Als je dit gebed om verlossing met ware overtuiging en met heel je hart hebt gebeden, dan ben je nu een volgeling van Jezus. Dit is een feit, zelfs als jij je nu niet anders voelt dan voorheen. Godsdiensten hebben jou misschien ooit doen geloven dat je nu iets zou moeten voelen; een warme gloed, een rilling of een soort mystieke ervaring. De werkelijkheid is dat je zoiets zou kunnen voelen… of niet.

Als je het verlossingsgebed hebt gebeden, en je meende het echt, dan ben je nu een volgeling van Jezus. De Bijbel vertelt ons dat je eeuwige redding nu veilig gesteld is!

 

Als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is en uw hart gelooft dat God hem uit de dood heeft opgewekt, zult u worden gered.” (Romeinen 10:9)

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

De leer van de hel.

Standaard

categorie : religie

 

 

1218128-84455cead62eb36a35cdaa1c9e811740

 

 

Wat is de leer van de hel?

 

De leer van de hel kan als volgt worden samengevat: de hel is de plaats waar de toekomstige bestraffing zal plaatsvinden van de mensen die niet gerechtvaardigd zijn. Het is een plek voor de mensen die Jezus Christus hebben afgewezen. De hel als een plaats van bestraffing wordt vertaald als Gehenna, de Griekse vorm van het Hebreeuwse woord Hinnomdal. In de tijd van Jezus werd het Hinnomdal gebruikt als de vuilstortplaats van Jeruzalem. Al het vuil en afval van de stad werd in het dal gegooid, waaronder ook de dode lichamen van dieren en geëxecuteerde criminelen.

Om dit alles te verwerken, brandde het vuur hier onophoudelijk. Jezus gebruikte deze weerzinwekkende locatie als een symbool voor de hel. Hij zei: ‘Wil jij weten hoe de hel er uitziet? Ga dan maar eens naar de vallei van Gehenna kijken.’ De hel kan dus beschreven worden als Gods kosmische vuilstortplaats. Alles wat niet geschikt is voor de hemel zal in de hel worden gegooid.

Er staan 1850 verzen in het Nieuwe Testament waarin Jezus aan het woord is. In dertien procent van die verzen spreekt Jezus over een eeuwige straf en de hel. Jezus sprak vaker over de hel dan over de hemel! Jezus leert ons dat de hel een werkelijke, letterlijke locatie is. Hij beschrijft het als een plaats waar eeuwig lijden plaatsvindt. Kijk eens naar deze verzen:

 

Matteüs 13:49-50 :

“Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden.”

 

Lucas 16:22-24:

“Op zekere dag stierf de bedelaar, en hij werd door de engelen weggedragen om aan Abrahams hart te rusten. Ook de rijke stierf en werd begraven. Toen hij in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde. Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.”

 

2 Tessalonicenzen 1:9 :

“Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”

 

Openbaring 14:10-11:

“Hij zal in vuur en zwavel worden gepijnigd, onder de ogen van de heilige engelen en van het lam. De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.”

 

Openbaring 20:14-15 :

“Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

 

image357-300x197

 

 

 

Bestaat de hel echt?

 

 

 De hoofdzaken

 

Mensen over de hele wereld stellen de vraag of de hel echt bestaat. Slechts 31% van alle volwassenen ziet de hel als een werkelijke locatie waar mensen naar toe gestuurd kunnen worden en lichamelijk gepijnigd worden. De leer van de hel is afkomstig uit de Bijbel.

 

 

Waarom werd de hel geschapen?

 

De vraag waarom de hel bestaat, heeft mensen in alle tijdperken al verwonderd. Ontelbare mensen hebben de volgende vraag gesteld: “Als God zo goed is, waarom zou Hij dan een plaats als de hel scheppen?” De hel bestaat omdat sommige mensen er voor kiezen om de verkeerde dingen te doen en daarom gestraft moeten worden.

In het Bijbelse verslag over de schepping, dat in het boek Genesis kan worden gevonden, wordt geen gewag gemaakt van een plaats die de hel wordt genoemd. Alles wat God in deze periode schiep was goed. Maar de Bijbel vertelt ons in Matteüs 25:41 dat de hel later werd voorbereid voor “de duivel en zijn engelen” (zie ook Jesaja 14:12).

God wilde geen hel voor de mens scheppen, het was nooit de bedoeling dat er ook maar één enkele man of vrouw naar de hel zou gaan. In 2 Petrus 3:9 leren we dat God wil dat “iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat”.

De hel is een werkelijk bestaande plaats. We weten dit uit diverse verzen in de Bijbel, waarvan een aantal door Jezus Zelf werd uitgesproken. En we weten dat de boosaardigen en goddelozen er na hun dood naartoe zullen gaan en dat het leven in de hel vreselijk is. Ook al was de hel oorspronkelijk geschapen voor Satan en zijn gevallen engelen, toch zullen er ook mannen en vrouwen in de hel te vinden zijn.

 

 

Waarom gaan mensen er naartoe?

 

De hel is een plaats die tot in de eeuwigheid van God is afgezonderd. Mensen zullen er na hun dood naartoe gaan, omdat zij er tijdens hun levens op aarde voor gekozen hebben om zichzelf van God af te zonderen. God heeft ons met een vrije wil geschapen zodat wij onze eigen keuzes kunnen maken.

Een leven zonder God is een van die keuzes die wij vrijelijk kunnen maken. Onze vrije wil is een prachtig geschenk van God, omdat Hij ons niet dwingt om van Hem te houden of om Hem te volgen. Zonder onze vrije wil zouden we niets anders zijn dan marionetten of robots, wat God niet zou behagen en onze levens ongetwijfeld niet beter zou maken.

Hoewel God graag wil dat elk mens ervoor kiest om van Hem te houden, kiezen sommige mensen er voor om dit niet te doen. Deze mensen zullen in hun zonden sterven en voor altijd van God afgezonderd worden in de hel. Veel mensen denken dat dit niet eerlijk is en dat een liefdevolle God nooit een dergelijk systeem zou opzetten. Maar juist Gods liefde voor ons en Zijn perfecte rechtvaardigheid vertellen ons waarom de hel bestaat en waarom mannen en vrouwen er voor kiezen om daar naartoe te gaan.

God houdt zo veel van ons dat Hij onze keuzevrijheid respecteert. Als wij ervoor kiezen om niet van Hem te houden, waarom zou Hij ons er dan toe dwingen om eeuwig met Hem in de hemel te leven? Zou een eeuwigheid met iemand waarvan wij niet houden niet ook een hel zijn? God wil de mensen die niet van Hem houden behoeden voor een eeuwig leven met Hem onder Zijn heerschappij.

 

 

Is het een straf voor slechte mensen?

 

Vele mensen geloven dat wij na onze dood niet naar een hemel of een hel gaan, maar gewoon ophouden te bestaan. Dit is een totaal verkeerd beeld van de schepping van God. God laat mensen sterven voor de zonden van de mens maar vernietigt geen enkele ziel.

Gods perfecte rechtvaardigheid vereist dat er een hel is om de boosaardige mensen te straffen die niet tot inkeer zijn gekomen. De mensen maken veel heisa over het feit dat God Liefde is, maar ze vergeten dat Hij – omdat Hij Liefde is – ook Rechtvaardigheid is. Hij eist een oneindige wraak op alle mensen die het dierbare bloed van Christus met voeten treden, het Lam dat werd omgebracht voor alle verloren zondaars sinds het begin van de wereld.

God zou nooit compleet liefdevol zijn als boosdoeners nooit zouden worden gestraft. Hij heeft Zijn Zoon gestuurd om voor onze zonden te sterven. Als wij die verlossing afwijzen en uiteindelijk nooit de boete voor onze overtredingen betalen, is God onrechtvaardig. We hoeven niet van God te verwachten dat Hij mensen, die het vergoten bloed van Christus bespotten, niet zal straffen.

 

 

Worden mensen gedwongen er naartoe te gaan?

 

De hel is een werkelijkheid en God wil graag dat niemand er naartoe gaat. Het is Zijn verlangen dat wij allemaal met Hem in de hemel zullen samenzijn. Maar God kan niet iedereen in de hemel toestaan. De hemel is een perfecte plaats en God is een perfecte God.

Als Hij zondaars in de hemel zou toelaten zonder dat er op de een of andere manier met hun zonden is afgerekend, dan zouden zij door Zijn perfectie worden verteerd. Onze liefdevolle God wenst dat voor geen enkel mens en daarom ontwierp Hij een perfect plan voor de redding van Zijn schepselen.

Hij, de perfecte en heilige God, kwam naar de aarde in de gedaante van een mens, Jezus Christus en stierf als een boetedoening om met onze zonden af te rekenen. Als wij ervoor kiezen om Jezus Christus als de betaling voor onze zonden te aanvaarden kunnen wij de hemel binnengaan zonder verteerd te worden.

Maar als we ervoor kiezen om Jezus Christus niet te aanvaarden, dan zal God ons in Zijn oneindige liefde en genade niet toestaan om de hemel binnen te gaan en daar verteerd te worden. In plaats daarvan heeft Hij een plaats geschapen die van Hem is afgezonderd, waar zondaars naar toe kunnen gaan zonder verteerd te worden. Die plaats is de hel.

God houdt van ons en daarom heeft Hij ons een groot aantal geschenken gegeven. De twee belangrijkste geschenken die Hij ons heeft gegeven zijn ongetwijfeld onze vrije wil en Zijn genadige redding, door middel van Zijn Zoon Jezus Christus. Hij gaf ons een vrije wil zodat we ervoor konden kiezen om van Hem te houden en om niet te zondigen, en vervolgens gaf Hij ons Zijn Zoon om ons te redden toen wij de verkeerde keuze maakten.

Als wij ervoor kiezen om God niet lief te hebben en ook Zijn Zoon afwijzen, die gestuurd was om ons van onze verkeerde keuze te verlossen, dan is een eeuwige afzondering van Hem in de hel het lot.

 

Openbaring 20:15 : “Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”

 

Niemand hoeft naar de hel te gaan. God heeft ons een oplossing aangeboden die ons uit de hel kan houden: de verlossing door middel van Zijn Zoon, Jezus Christus. Het enige wat wij hoeven te doen is Zijn goede plan volgen. Dan kan niets ons van Hem afzonderen.

 

 

hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

hoofdstuk 20 van de Openbaring; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 Hoe zal de hel eruit zien?

 

In de Bijbel spreekt Jezus verscheidene malen over de realiteit van de hel en zijn uiterste duisternis. Hij beschrijft het als een vuurpoel. Hij zegt ook dat de hel een plaats is waar mensen zullen jammeren en knarsetanden.

Matteüs 8:12 : “Maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.”

Het boek Openbaring beschrijft de hel als een vuurpoel dat met zwavel brandt. Aan het eind der tijden zal de duivel zelf in de hel geworpen worden om zijn straf te ontvangen. Openbaring 20:10 zegt dat de kwelling dag en nacht zal doorgaan, tot in de eeuwigheid.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Wij zouden een levend offer moeten zijn

Standaard

categorie : religie

 

 

 

slide_1

 

 

 

Een Bijbelse waarheid

 

Als christenen worden wij opgeroepen om onszelf als een “levend offer” aan God te geven. De Apostel Paulus helpt ons in zijn brief aan de gelovigen in Rome om deze waarheid te begrijpen:

Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is. (Romeinen 12:1-2)

 

 

 

Je oude “ik” Laten sterven

 

Onszelf presenteren aan God als een levend offer is onze oude “ik” laten sterven. Dit concept wordt in het volgende anonieme gedicht prachtig uitgedrukt.

 

  • Wanneer je vergeten, verwaarloosd of met opzet genegeerd wordt, en je voelt geen stekende pijn door deze onachtzaamheid, maar je hart is gelukkig omdat je waardig gevonden wordt om voor Christus te lijden;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer er kwaad wordt gesproken over je goede daden, wanneer je wensen worden doorkruist, je advies genegeerd, je mening belachelijk gemaakt, en je weigert om woede in je hart te laten opkomen of om jezelf te verdedigen, maar dit allemaal geduldig in liefdevolle stilte over je heen laat komen;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je liefdevol en geduldig elke wanorde, elke onregelmatigheid, elke irritatie weet te verdragen; wanneer je oog in oog kunt staan met verkwisting, dwaasheid, extravagantie, geestelijke ongevoeligheid, en dit kunt verdragen zoals Jezus deed;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je tevreden bent met elk voedsel, elke offergave, elk kledingstuk, elk klimaat, elke samenleving, elke eenzaamheid, elke onderbreking door de wil van God;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je in een gesprek niet graag over jezelf of over je eigen goede daden praat, wanneer je niet snakt naar schouderklopjes, wanneer je er oprecht van houdt om onbekend te zijn;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je kunt toezien hoe je naaste gedijt en er in al zijn behoeften is voorzien, en in je geest eerlijk blij voor hem kunt zijn zonder jaloezie te voelen, zonder aan God te twijfelen, terwijl je eigen behoeften veel groter zijn en eigen situatie wanhopig is;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

  • Wanneer je in staat bent om gecorrigeerd en berispt te worden door iemand met minder aanzien dan jezelf en jij jezelf nederig kan onderwerpen, zowel innerlijk als uiterlijk, en ontdekt dat er geen opstandigheid of rancune in je hart opkomt;

Dat is je oude “ik” laten sterven.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

Vader of Moeder God?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

god-strenght1

 

 

 

Wie beweert God dat hij is ?

 

God wordt op vele manieren beschreven: van een onpersoonlijke levenskracht tot een welwillende, persoonlijke, almachtige Schepper. Hij is ook al bij vele namen genoemd, zoals “Zeus”, “Jupiter”, “Brahma”, “Allah”, “Ra”, “Odin”, “Ashur”, “Izanagi”, “Viracocha”, “Ahura Mazda” en “de Grote Geest”. Hij wordt door sommigen gezien als “Moeder Natuur”, door anderen als “Vader God”. Maar wie beweert Hij zelf te zijn?

 

 

 

Vader God of Moeder Natuur?

 

Wat heeft God over Zichzelf aan ons geopenbaard? Allereerst noemt Hij zichzelf “Vader”, nooit “Moeder”, wanneer Hij over Zichzelf spreekt in de context van ouderschap. Hij noemt Zichzelf “een Vader voor Israël” en in één geval, toen zijn “kinderen” bijzonder oneerbiedig tegen Hem waren, zei Hij tegen hen:

 

“Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de Heer  van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij?”

 

Zijn profeten erkenden Hem als Vader door te zeggen: “Toch, Heer, bent u onze vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen.”

En: “Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen?” Nooit noemt God Zichzelf “Moeder” en nooit wordt Hij zo door de profeten beschouwd. God “Moeder Natuur” noemen is vergelijkbaar met je aardse vader “mama” noemen.

 

 

Alleen geloof redt de mens van de vuurpoel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat vindt God belangrijk?

 

Wie is God wat betreft Zijn morele eigenschappen? Hij zegt dat Hij geniet van rechtvaardigheid en oprechtheid:

 

“… De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij mij kent, inziet dat ik, de Heer, dit land liefde schenk, rechtvaardigheid en recht, want daar schep ik behagen in.”

 “Want ik, de Heer, heb het recht lief, ik haat offers van roofgoed…”

 

Rechtvaardigheid en onpartijdigheid zijn erg belangrijk voor God. Maar net zozeer erbarmen en genade. Dus terwijl God iedereen verantwoordelijk houdt, ieder voor zijn eigen leven, reikt Hij met Zijn genade uit naar de berouwvolle zondaar. Hij belooft:

 

“Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven. Denken jullie dat ik het toejuich als een slecht mens sterven moet?  Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft. Want de dood van een mens geeft me geen vreugde. Kom tot inkeer en leef!”

 

Met dood bedoelt God niet echt de lichamelijke dood, waar wij meteen aan zouden denken. In plaats daarvan verwijst God naar een gebeurtenis in de eeuwigheid, na onze lichamelijke dood. De Schriftteksten verwijzen naar deze gebeurtenis als de “tweede dood”.

De eerste dood scheidt ons van onze lichamen en verwijdert ons uit deze wereld. De tweede dood is anders. Deze is ook een scheiding, maar in dit geval de scheiding van de éne groep mensen van de andere: mensen die gerechtvaardigd en vergeven zijn aan de ene kant, en mensen die boosaardig en zonder berouw zijn aan de andere kant. Over deze twee groepen zal afzonderlijk worden geoordeeld.

De ene groep zal beloond worden op basis van de goede dingen die zij gedaan hebben. Hun slechte daden zullen hierin niet in beschouwing worden genomen, maar door God vergeven worden. De andere groep zal beoordeeld worden op basis van het kwaad dat zij hebben gedaan, en hun goede daden zullen hen niet redden van hun straf.

God zegt:

“Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven. Kom tot inkeer en leef!”

 

Op deze manier ziet God er op toe dat gerechtigheid uiteindelijk zegeviert, maar dat genade wordt verleend aan mensen die nederig en berouwvol zijn.

God heeft een voorziening gemaakt voor mensen die berouw willen tonen. Het is een voorziening die mensen redt van hun zonden, als zij op goede voet met Hem willen staan. Hij stuurde een Messias, een Dienaar die vrijwillig leed en een plaatsvervangende dood stierf om de prijs te betalen voor de zonden van de mensen die tot inkeer willen komen en op Hem willen vertrouwen.

De Bijbel zegt:

“Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard? Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op zich neerkomen. 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

De eerste brief aan de Korintiërs

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

christus

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1 Kor 15 : 12 – 26

 

De opstanding van de doden

 

[12] Als wij verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan, hoe is het dan mogelijk dat sommigen onder u beweren dat er geen opstanding van de doden bestaat?

[13] Als er geen opstanding van de doden bestaat, is ook Christus niet opgestaan.

[14] En als Christus niet is opgestaan, dan is onze prediking zonder inhoud en uw geloof leeg.

[15] Dan blijken wij zelfs van God een vals getuigenis te hebben afgelegd; want dan hebben wij tegen God in getuigd dat Hij Christus heeft opgewekt, wat Hij niet heeft gedaan, indien, zoals zij beweren, de doden niet verrijzen.

[16] Want als de doden niet verrijzen, is ook Christus niet verrezen,

[17] en als Christus niet is verrezen, is uw geloof waardeloos en ligt u nog in zonde.

[18] Dan zijn ook die mensen verloren die in Christus ontslapen zijn.

[19] Indien wij enkel voor dit leven onze hoop op Christus hebben gevestigd, zijn wij het meest van alle mensen te beklagen.

[20] Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.

[21] Want omdat de dood er is door een mens, is de opstanding van de doden er ook door een mens.

[22] Zoals allen sterven in Adam, zullen ook allen in Christus herleven.

[23] Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eersteling Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren.

[24] Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen, na alle heerschappij en macht en kracht te hebben onttroond.

[25] Want Hij moet het koningschap uitoefenen, tot Hij zijn voet heeft gezet op al zijn vijanden.

[26] En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

mijne kop a4

 

 

Tiende Miniatuur : eerste Visioen van het Tweede Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

 

Tiende Miniatuur: eerste Visioen van het Tweede Boek

 

 

.
.
.
.
.

Het feit dat Hildegard een nieuw boek begint wijst erop, dat de openbaring van haar mystieke belevenis, aan belangrijkheid gaat winnen. Inderdaad, de vijf volgende visioenen en miniaturen vormen samen het middenluik van de triptiek waaruit Scivias bestaat.

De woorden van de hemelse stem:

“De levende God schiep alles door zijn woord. Door ditzelfde Woord, dat vlees aannam, heeft Hij ook zijn schepsel de mens, ongelukkig geworden door de zondeval in de duisternis, de vurig verhoopte verlossing teruggebracht.”

.

.

Hoe is dit geloofsgegeven door Hildegard in beeld gebracht?

 

Op een groot veld van zilver zien we twee cirkels, een gouden en een donkerblauwe. Het zilver wijst op de Eerste Persoon van de H. Drievuldigheid. In de vorige miniaturen werd met zilver het geloofslicht aangeduid. Abraham houdt in miniatuur acht een mes vast van zilver en sommige engelen in miniatuur negen dragen zilveren helmen.

De kleuren hebben bij Hildegard een wisselende betekenis in al de 35 miniaturen. Iedere keer verschuift de betekenis van de kleuren, die echter wel associatief met elkaar verbonden blijven. Zo staat zilver op de eerste plaats voor wit licht, dus niet het zonlicht maar het soort daglicht dat er is vóór zonsopgang of na zonsondergang.

We hebben in het visioen van de engelen reeds gezien dat God werd aangeduid door een kern van zuiver wit. Meer dan eens echter wordt in de miniaturen de heraldische kleur wit gebruikt voorgesteld door het metaal zilver. Verder wordt zilver gebruikt als er sprake is van een spiegel en haar weerspiegeling.

Omdat spiegels in die tijd gemaakt werden van gepolijst ijzer, is het ook te begrijpen dat de glanzende wapenrusting en zwaarden en lansen, waarover in de visioenen wordt gesproken, bij voorkeur worden aangegeven door zilver. Langs die weg ontstaat een associatie met macht, rechtvaardigheid en sterkte. En zo wordt het duidelijk dat Hildegard God, in het bijzonder de Vader, aanduidt met zilver.

In deze levenssfeer van de Vader zien we in de miniatuur twee cirkels, die als polen op elkaar inwerken. Er is een gouden cirkel die een blauwe circel omvat. Het goud staat hier voor de H. Geest en de liefdegloed waarmee deze alles tot ontwikkeling brengt. Deze gloed van de Geest omgeeft het Goddelijk Woord, de tweede Persoon van de H. Drievuldigheid. Deze is hier aangegeven door een discus van blauwe kleur, verlevendigd met golvende witte lijnen.

Met dit blauw wil Hildegard de diepste wezensopenbaring van God uitbeelden. De tweede Persoon is mens geworden in Christus en Deze heeft zich tot doel gemaakt van ons geestelijk leven en vormt tevens de overkoepeling van heel de schepping. Bij de volgende miniatuur wordt betekenis van de kleur blauw in de mystieke ervaringen van Hildegard met betrekking tot dit goddelijk geheim verduidelijkt.

De donkere schijf in het middenveld van deze miniatuur stelt de oerchaos voor waarover de H. Schrift in haar aanvang spreekt. De aarde was nog ongeordend en leeg en over de wereldzee heerste de duisternis. Dan begint de geschiedenis van Gods Geest die broedde over de wateren en de aarde bevruchtte. In de tekst van Scivias staat:

“De Vlam Gods werd witgloeiend en zie, er ontstond plotseling een donkere luchtkogel van enorme omvang, waarop de Vlam verschillende keren sloeg en iedere keer sprong er een vonk naar voren. Zo werd die kogel tot voltooiing gebracht en hemel en aarde kwamen ten volle in het licht.”

 

Op dit beeld van de Vlam die enkele keren op de luchtkogel sloeg, dienen we even dieper in te gaan. De Latijnse tekst spreekt van een faber, een werkman, die enkele slagen geeft en daardoor uit de donkere luchtkogel vonken deed springen. Hier wordt evenwel van geen gereedschap gesproken.

Zr. Böckeler vertaalt dit zo, dat de vlam op de kogel sloeg als een smid op een aambeeld, waardoor er bij iedere slag een vonk uitspatte. Dom Baillet zegt in zijn beschrijving van deze miniatuur, dat de zwarte cirkel aangeraakt wordt door een zilveren vinger en dat zo de wezens ontstaan. Hij verbaast zich wel erover dat de vinger niet blauw is, want door het Woord van de tweede Persoon is toch alles geschapen.

Hiltgart Keller spreekt van een zilveren tong, die uit een klomp leem een mens te voorschijn roept. Inderdaad zien we beelden van de zes scheppingsdagen, waarover in de tekst niet gesproken wordt, rondom deze tong geschikt.

We zien dat de miniaturist hier van de tekst afgeweken is, hetgeen hij nooit heeft kunnen doen buiten Hildegard om. We hebben nu als het ware twee verschillende lezingen van de visioenervaring: de eerste is de tekst in de Scivias met de uitleg ervan, de tweede is de weergave in de miniatuur.

Het gaat om de schepping van de mens en zijn verlossing. De schepping geschiedt door de drie goddelijke Personen. Deze Drieëenheid is voorgesteld door drie elementen, namelijk een gouden cirkel met rode lijnen verlevendigd, daar binnen een blauwe schijf verlevendigd met witte lijnen, en op de derde plaats een zilveren roede die doordringt in de ronde kogel van de oerchaos.

Vuur, hier uitgebeeld door het goud, is steeds het beeld van Gods Geest. De blauwe schijf noemt Hildegard een vlam van hemelkleur, die schittert als een saffier. Zo wordt deze vlam ook in het volgende visioen aangegeven, waar uitvoerig wordt uitgelegd, hoe deze saffier, het binnenste van God zelf, de tweede Persoon betekent.

De roede heeft de kleur van het metaal zilver, het heraldisch gegeven voor wit. Zoals wij in het visioen van de engelen in het middelpunt de witte kleur aantroffen als beeld van de volmaaktheid van God, zo wil de zilveren roede ons de almacht van God tonen.

Dom Baillet spreekt van een vinger, Hiltgart Keller van een tong en Zr. Böckeler van een smidshamer. Iedere godsdienstgeschiedkundige zal bij de eerste blik op deze miniatuur, zonder iets van het onderwerp af te weten, denken aan het fallisch symbool dat in alle godsdiensten voorkomt om de vruchtbare liefde van de Godheid voor de schepping aan te duiden.

Voor Hildegard zijn alle vormen van leven, van plantaardig -, dierlijk – tot geestelijk leven toe, allemaal openbaringen van Gods vruchtbaarheid. Het is niet moeilijk in de zes medaillons een uitbeelding te zien van de zes scheppingsdagen. Op de eerste dag, toen God sprak: “Het worde licht” zijn de engelen geschapen. Onder in de donkere luchtkogel zien we uit rode leem een mensenhoofd te voorschijn komen om de schepping van de mens uit te beelden.

Voor Hildegard is scheppen niet alleen iets smeden, iets maken, maar vooral de dingen het leven schenken, zoals een vader dat doet. De eerste mens zien wij – bovenaan rechts – ruiken aan een bloem die hangt aan de gouden schijf als een dauwdruppel aan een grashalm. Het is een prachtig beeld van het goddelijk aanbod van het zoete gebod der gehoorzaamheid. Zo kostbaar als de wonderbare dauw is voor de groei van de halm, zo waardevol is dit gebod van God voor de groei van het geestelijk leven.

Dom Baillet uitte zijn verbazing er over, dat de bloem zonder enige steun in de lucht hangt. Als men echter bij het opkomen van de zon voor een grasveld staat en men ziet hoe de dauwdruppels daar hangen, is men verbaasd over het wonder van de adhesi-capaciteit van een druppel. Hij hangt los aan de grashalm, maar valt niet naar beneden. Iets dergelijks bedoelde Hildegard, toen zij de stengel van Gods wet met drie bloempjes liet uitbeelden, als het ware klevend aan de goddelijke cirkel.

Helaas, Adam aanvaardde deze wet niet, hij rook er slechts aan en keerde zich er van af. Sedert dit moment breidde de chaos zich uit over het ganse heelal en heeft de duisternis de betekenis gekregen van zonde en dood. Immers, toen viel de mens ten prooi aan lijden en sterven.

Maar es kwam nieuwe hoop. God is machtig genoeg om zijn schepping te redden. Om deze overwinning van het licht op de duisternis voor te bereiden en aan te kondigen zendt God de aartsvaders en de profeten van wie St. Jan de Doper de laatste en de grootste is. Zij worden hier voorgesteld door gouden sterren.

Links zien we twaalf sterren waarvan er negen zeven punten hebben, en drie grotere met acht of negen punten: de drie aartsvaders. Rechts bevinden zich zeven sterren waarvan er één grotere met negen punten de voorloper St. Jan moet aanduiden. Verder zijn deze grote sterren omringd door kleine witte met zes punten, de  rechtvaardigen die leefden vóór de komst van Christus.

Zij zijn vierentachtig in getal, zeven maal twaalf. Zeven is een heilig getal in de Bijbel dat verwijst naar een nieuw gevolg en 12 is in de Bijbel het symbool voor perfect bestuur. Plotseling verschijnt op de aarde, vervolgt de uitleg, een licht als de dageraad en de Vlam verenigt zich op wonderbare wijze met die dageraad zonder zich van haar gouden oorsprong los te maken.

Hier komen we bij een van de voornaamste kernpunten van de mystieke openbaring voor Hildegard. In dit kerngegeven ontmoeten we het trefwoord ‘Aurora’ of de dageraad. Als men de acht teksten uit de H. Schrift, waarin sprake is van aurora naslaat, kunnen waarschijnlijk twee daarvan bij Hildegard voor dit beeld een rol spelen. De eerste zou dan de vraag van God aan Job zijn:

“Hebt ge ooit in uw leven de morgen ontboden en de dageraad zijn plaats gewezen?” (Job 38-12).

 

Hier laat God Job en ieder mens duidelijk voelen, dat Hij de schepper is en dat Hij alle dingen hun plaats aanwijst naar Zijn inzicht.

De tweede tekst is uit het Hooglied:

“Wie rijst daar op als het morgenrood?” (Hooglied 6-10).

 

Hier wordt het morgenrood als iets buitengewoons gezien en de aanstaande bruidegom spreekt zijn bewondering voor zijn bruid uit door haar daarmee te vergelijken.

In de duisternis van de chaos na de zonde komt er volgens Hildegard toch een nieuwe dageraad. Zonder de aarde met zijn vurige roede opnieuw te bevruchten, kiest God een andere weg. Hij zaait in maagdelijke grond. Alles wat door God is aangeraakt, is ongeschonden als een maagd. Uit deze maagdelijke grond neemt het Woord het vlees aan en wordt Hij de nieuwe bron van licht en leven.

Dit is het raadsbesluit van God, dat noch door engelen noch door heiligen of profeten kan worden begrepen. Daarom is hier de dageraad voorgesteld als een gloed oprijzende van achter de omlijsting. Hij is volledig gescheiden van de zwarte band die het middenveld van de miniatuur bedekt. God begint iets nieuws, en vanuit dit nieuwe valt het mensgeworden Woord de verduisterde chaos aan.

We zien, hoe een geheel vergulde Christusfiguur met zijn stralenkrans tot in de duisternis doorstoot, om de gevallen mens te verlichten en te verlossen. Het is merkwaardig, dat het morgenrood dat in feite op Maria slaat, met dezelfde kleuren wordt uitgebeeld als de grote zonnecirkel van de Godheid. In de kern zien we blauw en daar omheen een gouden gloed verlevendigd door rode lijnen.

Op deze kleuren komen we bij de bespreking van het volgende visioen nog uitvoerig terug. Nu reeds kunnen we zeggen, dat in het mysterie van de maagdelijkheid van Maria, van wie de Tweede Persoon zijn lichaam ontving, de drievoudige goddelijke activiteit zich als het ware opnieuw openbaart.

Hildegard zegt hiervan, dat in dit morgenrood de diepste wilsuiting van de Drieëne God zich geopenbaard heeft, om kost wat kost de gevallen mens toch op te nemen in Zijn goddelijk leven. Als Hildegard evenwel poogt nog dieper door te dringen in dit raadsbesluit, dan schrijft zij:

“Er werd mij een geheimnisvol zegel opgedrukt.” Want, zegt de hemelse Stem, je moet de geheimen Gods niet dieper willen doorvorsen, dan tot waar de goddelijke majesteit het in zijn liefde gunt aan hen, die Hem in diep geloof aanhangen”.

 

Hier naderen we het hoogtepunt van de mystieke ervaring, de vereniging van God met de ziel van de zieneres. Het is immers geen verwijt aan de geliefde, dat God haar niet toestaat dieper door te dringen in Zijn mysterie. Het is de bruidegom die zijn bruid verklaart dat zij op dit moment nog niet alles kan vatten van het overgrote geheim van het goddelijke trinitaire leven en van de Menswording.

Het is niet de mens die God begrijpen kan, nee het is andersom. Ondanks de eerste afwijzing gaat God toch de geliefde mensheid achterna. Het is het oerspel van elke liefdesbeleving: als de bruid wegloopt, vlamt de liefde hoger op met alle consequenties van dien. Maar de goddelijke greep en vereniging kunnen pijnlijk zijn. Hildegard dicteerde hier:

“In dit visioen is mij een geheim zegel opgedrukt.”

 

Als we de Bijbelteksten naslaan, zijn er maar twee te vinden in het Oude Testament en één enkele in het Boek der Openbaring van Johannes, wanneer hij spreekt over de zeven zegels, die eenmaal door het Lam verbroken worden. De eerste uit het O.T, is uit Job, waar de zon bevel krijgt niet te stralen en de sterren onder een zegel worden geplaatst. (Job. 9,7)

De andere tekst uit het Oude Testament is uit het Hooglied: “Leg mij op uw hart als een zegel en om uw arm als een band. Want sterk is de liefde.” (Hoogl. 8,6) Deze staat in de epiloog van het Hooglied, waar gezongen wordt over het altijd verenigd zijn van bruid en bruidegom.

Terwijl de bruidegom van het Hooglied vraagt als een zegel op het hart van de bruid gelegd te worden, zegt hier Hildegard, dat God zich als een geheim zegel op haar hart gedrukt heeft. Hier is in Bijbelse beeldspraak de hoogste mystieke vereniging aangeduid.

We kunnen nagaan wat in de Bijbelse tijden de uitdrukking van een zegel leggen op het hart betekend heeft. De zegelstempel en ook de zegel afdruk betekenen een persoonlijk en kostbaar bezit “Ik draag U (Zorobabel zoon van Salatiël) als een zegelring want Ik heb U uitverkoren” (Aggeus 2,23); zie verder Jer. 32 10-14. Neh. 10-1. Esth. 3-10 en 8-8 alsook Tob. 9-5. In al deze teksten is bezegeling tevens persoonlijke toe-eigening en bescherming (zie Deut. 6-18, Tob. 9-5, Mat. 27-66).

Het geheimnisvolle zegel drukt de bekroning uit van de liefdesvereniging van God met Hildegard. Dat hier geen afschermen van het mysterie is bedoeld, bewijst het volgende visioen, dat juist een dieper doordringen in het mysterie behelst. Het blijft merkwaardig, dat in deze miniatuur het verloop van het mysterie van de Menswording als een korte episode wordt weergegeven.

Slechts een felle aanval op de burcht van de duisternis. Misschien is dit wel de juiste benadering, zoals alleen een mystica die kan vatten. Dom Baillet, die zich liever houdt aan de geschreven tekst waar gesproken wordt over de levensloop van de Verlosser en de stichting van de Kerk, heeft een beetje moeite met deze vereenvoudiging, maar hij geeft er toch een spitsvondige verklaring voor.

Hij schrijft: “De miniaturist heeft het niet nodig gevonden om de Verrijzenis, de verschijningen van Pasen, Hemelvaart en Pinksteren weer te geven, al had hij in de traditionele iconografie voldoende modellen om na te tekenen. Een minder persoonlijk genie zou deze kans hebben aangegrepen om het perkament zonder veel moeite vol te maken. Onze kunstenaar had daar maling aan!”

In feite is het zo, dat het de bedoeling van Hildegard is geweest het leven van Christus in het verloop van het scheppings- en verlossingsverhaal te zien als een snelle meteoor, die flitst langs het donker hemelgewelf van tijd en eeuwigheid.

Even dienen we nog aandacht te schenken aan het figuurtje in de donkere chaos dat, overdekt met bloedrode wonden, aangeraakt wordt door de gulden vlam van de Christusfiguur, die oprijst uit de dageraad. Deze zwaar gewonde mens met witte haren kan zowel Christus zelf betekenen als de gevallen Adam, de vertegenwoordiger van de hele mensheid.

De uitleg van Hildegard is dat de Mensenzoon, die voortkomt uit de dageraad, zich hevig laat verwonden aan de duisternis, om daarna de gevallen mens op te richten. Dom Baillet vindt deze miniatuur de minst verantwoorde ten opzichte van de tekst van Scivias. Toch leert deze miniatuur ons het meeste over de spiritualiteit van Hildegard.

Zij leert ons de nieuwe wegen welke God gegaan is om, ondanks de val der engelen en van Adam in het paradijs, toch de voltooiing van Zijn glorie te bereiken. Het is de triomf van de Wijsheid en de Justitia van God, waarop in miniatuur 30 dieper wordt ingegaan.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

JOHN ASTRIA