Tagarchief: vrede

Liber Divinorum Operum : visioen 8

Standaard

categorie : Hildegard Von Bingen

 

 

 

.

Liber Divinorum Operum

 

Het boek van de goddelijke werken

met visioenen van

Hildegard van Bingen

 

 

Hildegard

 

 

“Der gläubige Mensch richtet sein Trachten immer auf Gott, dem er in Ehrfurcht begegnet. Denn wie der Mensch mit den leiblichen Augen allenthalben die Geschöpfe sieht, so schaut er im Glauben überall den Herrn.”

 

 

Liber divinorum operum (Boek van goddelijke werken) is een werk uit de tweede helft van de 12e eeuw van de Duitse Benedictijner Abdis en mystica Hildegard von Bingen. Het is haar laatste visionaire werk en het werd geschreven tussen 1163 en 1174. Het bevat tien visioenen waarin de liefde van God tot uitdrukking komt in de mensen en in de relatie van de mensen tot God.

 

.

Liber Divinorum Operum 8

 

 

 

Het geïncarneerde Woord, de Levensbron

 

Vergeleken met de voorstellingen in Scivias zijn deze beelden in Liber Divinorum Operum geheimzinnig en gesloten. Ook met de uitlegging erbij zijn zij moeilijk te begrijpen. Men moet steeds bedenken, dat het gaat over de incarnatie van het Woord, de Levensbron. Deze overweldigende openbaring, die aan het begin van Hildegards derde visioenboek stond, loopt als een mystieke draad door alle visioenbeelden heen.

In het volgende visioenbeeld verschijnt in het zuiden een bron met een doorboorde stenen rand, waaruit waterstroompjes in de ommuurde stad lopen. Dit verzinnebeeldt de Bron des Levens, het levende Woord. In de bron staan twee vrouwengestalten, die zich bekend maken als Liefde en Deemoed. Een derde gestalte, de Vrede, staat op de rand van de bron. Dit visioenbeeld kondigt aan dat de gebouwde stad van heil op de aarde gedrenkt wordt door de Levensbron Christus. Dan zal zij worden opgenomen in het hemelse Jeruzalem. Maar eerst komt nog de Eindtijd.

 

ldo 29

 

 

 

ldo30

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

JOHN ASTRIA

Profetie: de ware- en de valse vrede

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Profetie: de ware- en de valse vrede

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De kerk en haar valse leraren

Standaard

Religie

.

.

.

7 dodelijke valse leraren in de kerk vandaag 

                                 

 

7 valse leraren in de kerk vandaag

 

 

De Apostel Paulus waarschuwde er al herhaaldelijk voor: pas op voor valse profeten, leraren en leiders (bijv. Ef. 4:14, 2 Tim. 4:1-5, 2 Tes. 2:3-12 etc.). Zij willen u misleiden en van de waarheid weglokken. De geschiedenis van de kerk van Jezus is niet te scheiden van het werk van Satan om haar te vernietigen. En hoewel de kerk grote uitdagingen van buiten heeft moeten doorstaan zijn de meest desastreuze altijd van binnenuit gekomen.

Want van binnenuit ontstaan ​​de valse leraren, diegenen die dwalingen naar binnen brengen terwijl ze zich voordoen als leraren van de waarheid. Ze nemen vele vormen aan, iedere keer op maat gemaakt voor de tijd, cultuur en context. Hieronder vind je er zeven die je vandaag de dag in de kerk tegenkomt bij het uitvoeren van hun bedrieglijke, destructieve werk. Alles is in mannelijke vorm beschreven maar het kunnen natuurlijk net zo goed vrouwen zijn.

 

 

Vernietiging van de valse profeet door Christus ( de leeuw )

 

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

De Ketter

 

De Ketter is de meest prominente en misschien wel de gevaarlijkste van de valse leraren. Petrus waarschuwde in zijn tweede brief tegen hem.

“Er zijn destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen stiekem met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang.” (2 Petrus 2:1).

 

De Ketter is de persoon die onderwijst wat duidelijk in tegenspraak is met een essentiële leer van het christelijk geloof. Hij is een gezellig figuur, een natuurlijk leider die net genoeg waarheid onderwijst om zijn dodelijke dwaalleer te maskeren. Maar door het geloof te ontkennen en te vieren wat onwaar is, leidt hij zijn volgelingen van de veiligheid van het orthodoxe christelijk geloof naar het gevaar van ketterij.

Vanaf de vroegste dagen van de kerk is ze door de Ketter in zijn verschillende vormen geteisterd. Hij zet zijn slechte werk vandaag voort, soms door de waarheid tegen te spreken en soms door eraan toe te voegen. Hij kan de geloofsbelijdenissen van de Drie-eenheid opnieuw in een kader plaatsen, zoals Arius deed in de derde eeuw en zoals oneness-pentecostals dat vandaag doen.

Hij kan, net als Marcus Borg en andere prominente geleerden, de maagdelijke geboorte of de opstanding van Jezus Christus ontkennen. Net als Jehovah’s Getuigen, kan hij Gods afgewerkte woord veranderen, of zoals Mormonen, daaraan toevoegen. Hij knutselt, telkens weer, stoutmoedig met “het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd” (Judas 1:3b).

 

 

oneness pentecostals

 

 

 

Marcus Borg

 

 

 

De Kwakzalver

 

De Kwakzalver is de persoon die het christendom gebruikt als een middel tot persoonlijke verrijking. Paulus waarschuwde Timotheüs om op zijn hoede te zijn:

“Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus​ en de leer van ons geloof, is verblind. Zo iemand begrijpt niets, maar is ​ziek​ door zijn geredetwist en geruzie; dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen, en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt.” ( 1 Timotheüs 6: 3-5).

 

De Kwakzalver is alleen geïnteresseerd in het christelijk geloof in de mate dat het zijn portemonnee kan vullen. Hij gebruikt zijn leidende positie om te profiteren van de rijkdom van anderen. Simon, bijvoorbeeld, was gemotiveerd door de liefde voor geld toen hij probeerde de kracht van de Heilige Geest te kopen (Handelingen 8:9-24). En na hem is de Kwakzalver in vele vormen verschenen, altijd op zoek naar bekendheid in de kerk, zodat hij in extravagantie kan leven.

Toen paus Leo X de beroemde Tetzel opdracht gaf om aflaten te verkopen, financierde de winst niet alleen de reconstructie van de Sint-Pietersbasiliek, maar ook zijn luxueuze levensstijl. In de jaren negentig bracht televangelist Robert Tilton elk jaar tientallen miljoenen dollars binnen door de kwetsbaren en goedgelovigen te exploiteren. Tegenwoordig zetten Benny Hinn, Creflo Dollar en een heel aantal anderen het welvaartsevangelie in om zichzelf te verrijken met de geschenken van hun volgelingen.

 

 

paus Leo x

 

 

 

Robert Tilton

 

 

 

Creflo Dollar

 

 

 

De valse Profeet

 

De Valse Profeet beweert begiftigd te zijn door God om nieuwe openbaringen buiten de Schrift te spreken – nieuwe, gezaghebbende voorspellingswoorden, onderwijzingen, berispingen of aanmoedigingen. In werkelijkheid wordt hij echter door Satan opgedragen en gemachtigd met het doel de kerk van Christus te misleiden en te verstoren. Johannes kondigde een dringende waarschuwing over hem aan.

” Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een ​geest van God​ komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen.” (1 Johannes 4:1).

 

Christenen moeten “de geesten testen” om te bepalen of ze voortkomen uit de Heilige Geest of uit een demonische geest. Later verklaarde Johannes dat Gods Woord volledig en af is. Daarbij waarschuwde hij voor mensen die zichzelf gelijk stellen aan Gods Woord door er aan toe te voegen of ervan af te halen.

“Ik verklaar tegenover eenieder die de ​profetie​ van dit ​boek​ hoort: als iemand er iets aan toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit ​boek​ beschreven zijn; en als iemand iets afneemt van wat in het ​boek​ van deze ​profetie​ staat, zal God hem zijn deel afnemen van de levensboom en van de ​heilige​ stad, zoals die in dit ​boek​ beschreven zijn.” (Openbaring 22:18-19).

 

De Profeet verschijnt in de loop van de geschiedenis van de kerk. Al in de tweede eeuw beweerden Montanus en zijn discipelen te spreken in naam van de Heilige Geest. In de negentiende eeuw beweerde Joseph Smith het boek van Mormon van de engel Moroni ontvangen te hebben. Tegenwoordig zit de lucht vol van mensen die beweren in naam van God te spreken door de kracht van de Geest. Persoonlijke profetieën zijn slechts een telefoontje verwijderd. Sarah Young, auteur van de beste christelijke bestseller van het decennium, beweert dapper dat haar boek de woorden van Jezus bevat. De Profeet blijft spreken en misleiden.

 

 

Joseph Smith

 

 

Sara young

 

 

 

De Misbruiker

 

De Misbruiker gebruikt zijn leiderschapspositie om te profiteren van andere mensen. Meestal maakt hij er gebruik van om zijn seksuele lust te voeden, hoewel hij ook naar macht verlangt. Zowel Petrus als Judas waren zich bewust van de lust van de Misbruiker:

“Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen” (2 Petrus 2:2).

 

De Misbruiker beweert dat hij zielen verzorgt, maar zijn echte interesse ligt in hoe hij zijn seksuele behoeften kan bevredigen. Hij werkt zich een weg in het leven van vrouwen, hun vertrouwenskring, huizen en bedden. Wanneer hij geen illegaal seksueel genot nastreeft, is hij vaak een dominant persoon die uit is op macht en hen misbruikt op zijn weg naar bekendheid.

Hij doet dit in de naam van zijn bediening, met de claim van Gods zalving. Hij gebruikt en misbruikt anderen op ongepaste wijze om zijn lusten te voeden. Het is tragisch dat de geschiedenis van het christelijk geloof talloze misbruikers kent. Zelfs in de vroegste dagen van de kerk waren er seks secten en andere verdorven perversies van het geloof. Eeuwenlang was het pausschap weinig meer dan een corrupte machtsstrijd.

Vandaag lijkt het erop dat we iedere week opnieuw horen van een leider die zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele zonden met mannen, vrouwen of zelfs kinderen. Ondertussen horen we de droevige verhalen van overlevenden die misbruikt en terzijde geschoven zijn door een leider die hunkert naar macht. De Misbruiker zet, ook vandaag de dag, zijn werk voort.

 

 

De Stoker

 

De Stoker gebruikt valse leerstellingen om de ​​kerk te verstoren en waar mogelijk zelfs ten gronde te richten. Hij zaait vrolijk verdeeldheid tussen broers en zussen. Judas waarschuwde voor hem:

‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet. (Judas 18-19). De stoker zaait verdeeldheid en is verstoken van de Heilige Geest wiens eerste vrucht liefde is en wiens speciale werk gelovigen bij elkaar houdt in de band van vrede (Galaten 5:22, Efeziërs 4:3).

 

Deze valse leraar brengt strijd, geen liefde. Hij genereert facties, geen eenheid. Hij verlangt onenigheid, geen harmonie. Gemeenten en denominaties zijn vaak versplinterd door de Stoker terwijl hij zijn leugens promoot. Hij maakt soms secundaire zaken primair en laat ze functioneren als ‘het’ kenmerk van christelijke volwassenheid, waardoor er facties in het lichaam ontstaan. Soms introduceert hij dus sluwe on-Bijbelse leerstellingen, of hij ondermijnd het bestaande leiderschap. Maar hij doet het allemaal voor een perverse voldoening die gepaard gaat met vernietiging.

 

.

.

De People Pleaser

 

De People Pleaser is de foute leraar die niet gericht is op wat God belangrijk vindt maar op wat de mensen graag willen. Hij is eerder iemand die de mensen naar de mond praat dan dat hij de God-pleaser is. Paulus benoemde hem al:

“Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoet komen en hun naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels” (2 Timotheüs 4:3-4).

 

De People Pleaser hunkert naar populariteit en lof van de wereld. En om het respect van zijn volgers te behouden, predikt hij alleen de delen van de Bijbel die zij acceptabel vinden. Daarom spreekt hij veel over geluk, maar weinig over zonde, veel over de hemel maar niets over de hel. Hij geeft ze alleen wat ze willen horen. Hij predikt een gedeeltelijk evangelie wat helemaal geen evangelie is.

De People Pleaser is al zo oud als de kerk zelf. In de negentiende eeuw was hij Henry Ward Beecher, en in de twintigste was hij Norman Vincent Peale en Robert Schuller. Tegenwoordig is hij Joel Osteen, predikant van de grootste kerk in Amerika, die even bekend staat om zijn brede glimlach als om zijn lege inhoud. Hij predikt een leeg evangelie aan een volle kerk. Net als de valse profeten van Jeremia, zegt hij en de duizenden zoals hij: “Vrede, vrede”, terwijl er geen vrede is ” (Jeremia 6:14).

 

 

Henrry Ward Beecher

 

 

Norman Vincent Peale

 

 

Robert Schuller

 

 

Joel Osteen

 

 

 

De Speculant

 

Ten slotte is de Speculant degene die geobsedeerd is door nieuwheid, originaliteit of speculatie. De schrijver van de Hebreeën brief waarschuwde zijn kerk voor deze ‘vreemde leringen’, terwijl Paulus aan Timoteüs opdroeg de kerk te beschermen tegen elke ‘afwijkende leer’ (Hebreeën 13:9, 1 Timotheüs 1:3). Onderwijs, gericht op speculatie, verdringt de zekere en constante leer van de Schrift.

De Speculant gooit het grootste deel van de Bijbelinhoud en het gewicht van de Bijbel opzij om geobsedeerd te raken door zaken die triviaal, fris, nieuw of modern zijn. Hij wordt moe van de oude waarheden en streeft naar respect door originaliteit. Tegenwoordig, zoals in elk tijdperk, is de Speculant geobsedeerd door de eindtijd. Maar op de een of andere manier weerhouden zijn mislukte voorspellingen hem en zijn volgelingen er niet van om er vrolijk mee door te gaan.

Onlangs hebben we hem de duidelijke boodschap van de Schrift zien verduisteren door naar verborgen codes in de Schrift te zoeken. Soms beweegt hij zichzelf in de academische wereld, waar een van zijn recente meester- werken een opnieuw uitgevonden God is, die niet in staat is om de toekomst te zien en te kennen. Terecht beschreef Paulus de Speculant als een tegenstrijdige, oneerbiedige babbelaar (1 Timotheüs 6:20-21).

 

 

Conclusie

 

Satans grootste ambassadeurs zijn geen pooiers, politici of succesvolle zakenmensen, maar voorgangers en leiders in de kerk. Zijn priesters prediken niet een andere religie, maar een dodelijke variant van de ware. Zijn troepen gaan niet voor een frontale aanval, maar werken under cover en sluipen langzaam het andere leger binnen. Satans tactieken zijn slim, voorspelbaar en effectief. Daarom moeten we altijd waakzaam blijven.

“Pas op voor valse profeten, die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen” (Mattheüs 7:15-16a).

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Belangrijke Bijbelteksten

Standaard

categorie : religie

 

 

 

godslove1

 

.

Houdt God echt van mij?

.

‘Telkens wanneer ik je naam noem,
denk ik met tederheid aan je,
met diepe ontroering en wil ik je helpen.
Neem dat van me aan.’
(Jeremia 31:20)

‘Je bent door God uitgekozen,
hem behoor je toe en hij heeft je lief.
(Kolossenzen 3:12)

‘Wie op hem vertrouwen,
omringt hij met liefde.’
(Psalm 32:10)

‘Ik heb van je gehouden met een eeuwigdurende liefde;
liefdevol heb Ik je naar Mij toegetrokken.’
(Jeremia 31:3)

”Bergen zullen wijken, heuvels wankelen,
maar onwrikbaar is mijn liefde voor jou,
onwankelbaar mijn belofte van vrede en vriendschap.’
De Heer heeft gesproken, hij die met jou is begaan.’
(Jesaja 54:10)

 

 

 

Ik zie het niet meer zitten

 

‘Wie vertwijfeld zijn, is hij nabij;
hij redt wie alle moed verloren.
De Heer redt wie hem dienen;
wie bij hem schuilen, komen nooit bedrogen uit.’
(Psalm 34:19, 23)

‘De last op je schouders,
draag hem over aan de Heer,
hij zal voor je zorgen;
wie hem trouw is,
laat hij niet bezwijken, nooit.
(Psalm 55:23)

‘Mild is de Heer en rechtvaardig,
onze God is vol medelijden,
hij waakt over de hulpeloze mens.
Hoe zwak was ik niet!
Maar hij heeft mij gered.
(Psalm 116:5)

‘Ik was er ellendig aan toe,
ik riep de Heer te hulp
en hij luisterde naar mij,
verloste mij van al wat mij kwelde.
Als je ontzag hebt voor de Heer
waakt zijn engel over je,
staat je bij en bevrijdt je.
Je zult zien, je zult merken
hoe goed de Heer is:
je bent gelukkig als je bij hem schuilt.
(Psalm 34:7-9)

‘Voor wie trouw zijn aan God,
is hij een licht in het duister;
hij is vol medelijden,
goedgunstig en rechtvaardig.’
(Psalm 112:4)

 

 

 

 Help, ik heb weer gezondigd!

 

‘Alle mensen komen bij u, beladen met zonden.
Drukken onze fouten ons terneer, u vergeeft ze. ‘
(Psalm 65:3, 4)

‘Heer, als u acht slaat op onze fouten,
kan niemand zich meer staande houden.
Maar u weet te vergeven,
daarom hebben we ontzag voor u.’
(Psalm 130:3, 4)

‘Jullie zonden zijn rood als karmijn, paars als purper;
toch kunnen ze blank worden als sneeuw,
wit als wol.’
(Jesaja 1:18)

‘In onze verbondenheid met hem
zijn we door zijn bloed bevrijd
en zijn onze overtredingen vergeven’.
(Efeziërs 1:7)

Maar als wij onze zonden bekennen,
dan is God zo trouw en rechtvaardig
dat hij onze zonden vergeeft
en ons rein maakt van alles
wat we verkeerd hebben gedaan.’
(1 Johannes 1:9)

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

John Astria

Prediker 3 uit het Oude Testament

Standaard

categorie : religie

 

 

Wat is dit voor boek?

 

Het Hebreeuwse woord dat vertaald is met ‘prediker,’ is ook te vertalen met ‘filosoof,’ of ‘leraar,’ of ‘gespreksleider.’ De schrijver van dit boek denkt na over het leven. Daarbij noemt hij aldoor een ‘aan de ene kant’ en een ‘aan de andere kant.’ Zo redeneert hij als het ware met zichzelf over het onbegrijpelijke van het leven.

 

 

 

 

Voor alles is een tijd

 

1 Er is voor alle dingen een moment en voor alle dingen onder de hemel is er een tijd.
2 Er is een tijd om geboren te worden en er is een tijd om te sterven.
Er is een tijd om te planten en er is een tijd om uit de grond te trekken.
3 Er is een tijd om te doden en er is een tijd om te genezen.
Er is een tijd om af te breken en er is een tijd om op te bouwen.
4 Er is een tijd om te huilen en er is een tijd om te lachen.
Er is een tijd om te treuren en er is een tijd om te dansen.
5 Er is een tijd om stenen weg te gooien en er is een tijd om stenen te verzamelen.
Er is een tijd om te omhelzen en er is een tijd om afstand te houden.
6 Er is een tijd om te zoeken en er is een tijd om te verliezen.
Er is een tijd om te bewaren en er is een tijd om weg te gooien.
7 Er is een tijd om te scheuren en er is een tijd om dicht te naaien.
Er is een tijd om te zwijgen en er is een tijd om te spreken.
8 Er is een tijd om van iemand te houden en er is een tijd om iemand te haten.
Er is een tijd voor oorlog en er is een tijd voor vrede.

9 Wat voor nut heeft een mens van zijn gezwoeg? 10 Zwoegen is een trieste bezigheid die God aan de mensen heeft gegeven om zich mee te vermoeien. 11 Maar Hij heeft het zó gemaakt, dat alles op zijn tijd goed is. Ook heeft Hij de mensen een besef van de eeuwigheid gegeven. Maar toch kunnen ze niets begrijpen van wat God vanaf het begin tot aan het einde heeft gedaan.

12 Ik heb wel begrepen dat het ’t beste is voor een mens om blij te zijn en goede dingen te doen in het leven. 13 Ik bedoel dit: als iemand eet en drinkt en van goede dingen geniet bij al zijn gezwoeg, dan heeft hij dat niet aan zichzelf te danken, maar is het een geschenk van God.

14 Ik heb begrepen dat alles wat God doet, voor eeuwig is. Je kan er niets aan toevoegen of er iets vanaf halen. God doet het, met de bedoeling dat de mensen diep ontzag voor Hem zullen hebben. 15 Wat er nu is, was er al lang. En wat er zal zijn, is al lang geweest. God laat steeds weer de dingen gebeuren die al eerder gebeurd zijn.

 

 

Het leven is oneerlijk

 

16 Ook zag ik dat er onder de zon geen eerlijke rechtspraak is. De rechters oordelen niet rechtvaardig. Ze veroordelen onschuldige mensen. 17 Ik zei bij mezelf: “God zal oordelen over goede en slechte mensen. Want er is voor alles een tijd.” 18 En ik zei bij mezelf: “God zal de mensen laten zien dat ze zonder Hem net als de dieren zijn. 19 Want het lot van de mensen is hetzelfde als van de dieren. Ze worden allebei door hetzelfde lot getroffen. Want dieren en mensen sterven allebei. Allebei hebben dezelfde soort adem. De mensen zijn niet anders dan de dieren. Ze zijn maar lucht, tijdelijk, voorbijgaand.

20 Mensen en dieren gaan naar dezelfde plaats. Beiden zijn van stof gemaakt en beiden worden uiteindelijk weer stof. 21 Wie ziet dat de adem van de mensen omhoog gaat naar de hemel en de adem van de dieren naar beneden, de aarde in? 22 Daarom denk ik dat de mens maar het best kan genieten van wat hij doet. Want dat is het enige wat hij heeft. Want als hij eenmaal is gestorven, wie kan hem dan laten terugkeren om hem te laten zien wat er ná hem op aarde gebeurt?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Dieren in het hiernamaals

Standaard

categorie : religie

 

 

Gaan dieren naar de hemel?

 

Voor veel christenen die een huisdier verliezen is het een moeilijke vraag. Is mijn huisdier nu in de hemel? En ga ik hem of haar daar weer terugzien? Het lijkt er op dat de Bijbel erop wijst dat er ook voor dieren een plaats is in de hemel, en dat de dieren die daar zullen zijn dezelfde zijn als de dieren die nu op aarde zijn. Dieren dragen mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens en zij zullen ook verlost worden. Een troost voor gelovigen die een huisdier verliezen.

 

 

 

.

Hoe dieren de gevolgen van de relatie tussen God en de mens merken

 

In het Bijbelboek Genesis wordt het lot van dieren meerdere malen gekoppeld aan dat van mensen en dragen dieren mede de gevolgen van de relatie tussen God en de mens. Namelijk bij de zondeval, tijdens de zondvloed en op het moment dat God het Noachitisch verbond sluit met Noach. Het zou vreemd zijn als de dieren op aarde de gevolgen merken van deze zaken, maar in de hemel ineens niet meer.

 

 

 

De zondeval

 

Met de zondeval, beschreven in Genesis 3, kwamen dood en vervloeking de wereld in. Voor de mensen hield dit in dat zij vanaf dat moment onvermijdelijk zouden sterven, dat het leven veel zwaarder zou worden en dat alle mensen in zonde geboren zouden worden (Ps. 51:7). Voor de dieren betekende dit echter ook een einde aan het goede leven. Dieren zouden jagers en prooien worden, ook van de mens. Dit alles was het gevolg van de zonde van de mens.

 

 

 

De zondvloed

 

Wanneer God vanwege de slechtheid van de mensen besloot tot de zondvloed had dit vanzelfsprekend niet alleen impact op de mens, maar ook op de dieren. God besloot echter dat Noach, zijn gezin en zijn schoondochters een uitzondering moesten vormen (Gen. 6:18). Naast deze uitzondering zouden er echter ook onder de dieren uitzonderingen zijn.

Van elke diersoort een mannetje en een vrouwtje, van de reine dieren zeven paar (Gen. 7:2). Door de zonde van de mens werden de dieren ook hier het slachtoffer, maar door de rechtvaardigheid van Noach waren er ook dieren die gespaard werden.

 

 

 

Het Noachitisch verbond

 

In Genesis 9:8-17 sluit God een verbond met Noach, waarin Hij, onder andere, belooft dat er nooit meer een zondvloed zal zijn. In dit verbond wordt echter niet alleen de mens als verbondspartner genoemd, maar ook de dieren. God sluit het verbond met Noach en met “alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte” (Gen. 9:10).

Het bijzondere aan het verbond is dat er veel nadruk op de dieren wordt gelegd. Tot vijf maal toe spreekt God over Noach én al wat op aarde leeft (Gen. 9:10; 12; 15; 16; 17). Het verbond dat God met de mens sloot gold dus ook voor de dieren.

 

 

 

het paradijs

 

 

 

Teksten over verlossing en vernieuwing voor dieren

 

Onder christenen is het algemeen bekend dat de Bijbel verlossing voorzegt voor mensen, maar het lijkt erop dat niet alleen mensen verlost zullen worden. Als het gaat over de vraag wie er verlost en vernieuwd zullen worden wordt er namelijk gesproken over ‘alle vlees’, ‘de hele schepping’ en ‘alle dingen’.

 

 

Alle vlees

 

In Lucas 3:4-6 citeert Jezus een profetie van Jesaja (Jes. 40:3-5) waarin hij voorzegde dat alle vlees het heil van God zou zien. Dit roept de vraag op wat Jesaja, en later Jezus, bedoelde met ‘alle vlees’. Doorgaans wordt dit geïnterpreteerd als ‘alle mensen’, maar het is niet duidelijk waarom het zo wordt geïnterpreteerd, omdat theologen doorgaans niet aangeven waarom zij het zo interpreteren.

Als het alleen over mensen had moeten gaan dan had er ook kunnen staan ‘alle mensen’, maar zowel in Jesaja als in Lucas wordt gesproken over ‘alle vlees’. Daardoor lijkt het ook dieren te omvatten, omdat die ook van vlees gemaakt zijn.

 

 

 

De hele schepping

 

Volgens de apostel Paulus zouden niet alleen de mensen bevrijd worden, maar zou de schepping worden bevrijd van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Rom. 8:21-23). Als dieren ook bevrijd worden van vergankelijkheid dan moet er een link zijn tussen dieren in het hiernamaals en dieren in dit leven. Is die link er niet (als dieren hier sterven en als er in de hemel andere dieren zullen zijn, of geen dieren), dan zijn de dieren (en daarmee een deel van de schepping) niet bevrijd.

 

 

 

Alle dingen

 

In Openbaringen 21:5 zegt Jezus dat Hij alle dingen nieuw zal maken. Ook hier lijken dieren deel te zijn van de vernieuwde schepping, omdat het vreemd zou zijn als dieren niet onder ‘alle dingen’ zouden vallen.

 

 

 

 

 

Maar dieren hebben toch geen ziel?

 

Onder christenen leeft het idee dat dieren geen ziel hebben. Een reden hiervoor is dat dieren in de Bijbel redeloos genoemd worden (Ps. 32:9; 73:22 – bron 2). De vraag is echter of ‘redeloos’ ook zielloos betekent. Dit lijkt niet het geval.

In het Genesis 1 en 2 staat dat niet alleen de mens levensadem ingeblazen kreeg en een levend wezen (nephesh) werd (Gen. 2:7), maar dat ook dieren de ‘adem van de levensgeest’ in hun neus hadden en daardoor levend (nephesh) zijn (Gen. 1:20; 30; 7:22).

Als mensen die nephesh zijn dus een ziel hebben, dan hebben dieren er ook één.

 

 

 

De term nephesh

 

De Hebreeuwse term ‘nephesh’ kan worden vertaald als ‘adem’ of ‘leven’, maar ook als ‘ziel’. Daardoor wordt het inblazen van de levensadem in de neus van Adam door christenen gezien als het moment dat hij een ziel kreeg. Als dit zo is dan moet men stellen dat ook dieren een ziel hebben.

Men zou kunnen stellen dat ‘nephesh’ zijn betekent dat je daadwerkelijk leeft, omdat je adem haalt en dat het in het scheppingsverhaal niets zegt over het al of niet hebben van een ziel. Het lastige hieraan is dat toen de mens nephesh was geworden hij volledig af was. Hij moet op dat moment dus een ziel gehad hebben, want nadat de mens nephesh werd zien we niet meer dat God hem verder vormde.

 

 

 

Het gedrag van dieren in de hemel en op de nieuwe aarde

 

Er staan in de Bijbel in ieder geval twee teksten over de manier waarop dieren in de hemel zich gedragen. Volgens die teksten zullen ze vredig zijn en zullen ze God aanbidden.

 

 

Vrede

 

“Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich neder leggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen neder leggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken.” (Jesaja 11:6-8 )

In de hemel zullen dieren die voorheen elkaar aanvielen en zelfs opaten vredig naast elkaar leven. Ook mensen zullen volledig veilig zijn en hoeven zich geen zorgen te maken over hoe dieren zich gedragen. Een wonderlijke situatie, helemaal omdat die dieren in hun vorige leven elkaars vijand waren.

 

 

 

Aanbidding

 

“En alle schepsel in de hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is hoorde ik zeggen: Hem, die op de troon gezeten is, en het Lam zij de lof en de eer en de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden.” (Openbaring 5:13 )

In een deel van zijn Openbaring hoort Johannes dat alle schepselen, inclusief dieren, de Vader (die op de troon zit) en de Zoon (het Lam) aanbidden. Het meest bijzondere in deze openbaring is niet eens dat de dieren God aanbidden, maar dat Johannes hen kan verstaan. De vraag die dit oproept luidt of mensen en verschillende soorten dieren in de hemel met elkaar kunnen praten.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Een vaak gestelde vraag

 

Wij houden van onze huisdieren en we willen weten wat er met hen zal gebeuren. Wat Gods Woord zegt over de dood van de dieren is te vinden in Prediker 3 vers 1:

 

 “Wie bemerkt, dat de adem der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde ?” 

 

Bemerk, dat dit werd geschreven door Salomo, de wijste mens die ooit had geleefd, maar die deze uitspraak afsloot met een vraagteken. Zelfs Salomo wist het antwoord op deze vraag niet. Daarom is het fout te concluderen uit deze tekst dat de dieren na hun dood geen bestemming zullen krijgen, ze hebben een ziel. Het vraagteken is uitermate belangrijk.

Laten we daarom eens kijken naar een heel andere tekst:

“Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor wie Hem liefhebben.” 1 Korintiërs 2 vers 9

en

“Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.”  Efeziërs 2 vers 7

 

 

 

De wensen van ons hart?

 

De Here God houdt van ons. Hij wil ons zegenen. “verlustig u in de Here; dan zal Hij u geven de wensen van uw hart.”  Psalm 37 vers 4  Hoe veel betekent de Here voor jou? Verlustig jij jezelf in de Here? Is Hij de ‘nummer Een’ van jouw leven? Houdt met je hele hart van de Heer; Hij houdt van jou. Hij kent de wensen van ons hart. Misschien dat de wens van jouw hart, dat je je geliefde dier zult terugzien, ook door Hem wordt gezien?

 

 

 

Een getuigenis van dieren in de hemel

 

Een meisje van ongeveer drie jaar werd ernstig ziek en naar het ziekenhuis gebracht, waar haar hart stopte. Gedurende zeven minuten werd zij gereanimeerd voordat haar hart weer ging kloppen. Gelukkig herstelde zij. Enkele maanden daarna zat het kind aan tafel, toen het plotseling tegen haar moeder zei: ‘ik wilde dat ik de Heer Jezus weer kon zien’.

De moeder’s adem stokte, ‘wanneer heb jij de Heer Jezus dan gezien?’ vroeg ze. ‘Toen ik zo ziek was, in het ziekenhuis’ antwoordde het meisje. De moeder vroeg door en vroeg wat ze dan gedaan had. ‘We hebben gewandeld en ik hield Zijn hand vast’ zei het meisje. ‘en we hebben gespeeld met de jonge hondjes. Daarna zei de Heer Jezus dat ik terug moest gaan en toen werd ik wakker in het ziekenhuisbed’.

 

 

 

Geldt dit ook voor jou?

 

Ik geloof voor geen moment dat de Here God Zijn kinderen de simpele en blijde genoegens zal onthouden (zoals liefde voor en van onze dieren) die tijdens ons leven zo’n zegen waren. Maar trek je eigen conclusies. Hoe dan ook: een ieder die de Heer Jezus niet kent als zijn/haar Verlosser, en die sterft in de zonden, zal de onuitsprekelijke zegeningen missen die God aan Zijn kinderen heeft beloofd! De tijd, waarin verlorenen alsnog gered kunnen worden, loopt ten einde. Maak er ernst mee!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Wat bedoelen de volgende verzen in de Koran?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

Nu kunnen we verzen onder de loep nemen die door islamofoben op tafel geworpen worden als vermeend bewijs van het gewelddadig karakter van de Koran en van de islam.

Ter inleiding echter een paar opmerkingen inzake interpretatie van verzen:

  1. De krijgswet is het burgerrecht niet. Dat zou voor zich moeten spreken. Toch is het iets waar menig islamofoob zich op verkijkt. Men citeert een vers dat betrekking heeft op de krijgswet en doet alsof dat op het burgerrecht slaat, met alle gevolgen van dien inzake misinterpretaties.
  2. Sommige verzen zijn algemene regels, andere zijn juist uitzonderingen op de algemene regels.
  3. Verzen moeten ook getoetst worden aan het algemeen kader en aan andere verzen die de betekenis ervan verduidelijken
  4. Voor sommige verzen kan het nodig zijn de historische context waarin ze geopenbaard zijn na te gaan om te weten waarover ze precies handelen.

Vrede is voor de islam de voorkeurstoestand. Pas onder zeer beperkte en duidelijk omschreven omstandigheden kan gewapende strijd toegestaan zijn, en dit pas na uitputting van alle andere middelen. Een oorlog kan ook nooit door een individu of groep afgekondigd worden maar is pas wettig als de beslissing door de bevoegde organen genomen werd. Burgers moeten te allen tijde gespaard worden.

 

 

media_xl_4888423

 

 

Koran 2:216 

 

« Aan jullie is voorgeschreven te strijden, hoezeer het jullie ook tegenstaat. Maar misschien staat jullie iets tegen dat toch goed voor jullie is en misschien hebben jullie iets lief dat toch slecht is voor jullie. God weet en jullie weten niet. »

 

De inhoud van dit vers bevestigt dit algemeen kader. Oorlog wordt hier immers niet opgehemeld als een goed, integendeel, oorlog voeren wordt hier omschreven als iets waar men tegen opziet. In sommige omstandigheden (zoals het zich verdedigen bij een aanval op de rechtvaardige, gematigde samenleving en het strijden tegen oppressie) kan een gewapende strijd gewettigd zijn.

De Koran zegt hier dat niemand graag oorlog voert, dat oorlog een kwalijke zaak is, maar dat men soms niet anders kan omdat het algemeen belang primeert voor het bewaren en beschermen van de rechtvaardige samenleving. Dat is wat hier bedoeld wordt door te zeggen dat iets dat men niet graag heeft, toch goed kan zijn.

 

 

Koran 2 : 191

 

«En bestrijdt op Gods weg hen die jullie bestrijden, maar overtreedt de grenzen niet, God bemint de overtreders [van de grenzen] niet. »

 

Dit vers roept niet op tot vechten, maar beperkt integendeel de strijd tot situaties waarin men aangevallen wordt (“bestrijdt hen die jullie bestrijden”). Het vers verleent moslims dus hooguit de toelating zich te verdedigen in een wettige oorlog. Binnen die omstandigheden van gewettigd verweer, legt dit vers onmiddellijk beperkingen op, men mag de grenzen niet overschrijden.

Het is niet omdat een agressor alle normen laat varen, dat men dat zelf ook mag doen. Ook het grootste onrecht rechtvaardigt niet dat men zelf in immoreel gedrag vervalt. De toestemming tot strijden wanneer men aangevallen wordt, wordt door nog meer beperkingen omschreven en vernauwd, zoals blijkt uit de context van vers 190:

 

 Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig. Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

 

 

 

 

Koran 2 : 191

 

«Doodt hen waar jullie hen aantreffen en verdrijft hen waarvandaan zij jullie verdreven hebben. Verzoeking is erger dan te doden. Strijdt niet tegen hen bij de heilige moskee, zolang zij daarin niet tegen jullie strijden. Als zij tegen jullie strijden, strijdt dan tegen hen; zo is de vergelding voor de ongelovigen. (Koran 2:191)

«Maar als zij ophouden, dan is God vergevend en barmhartig.» (Koran 2:192)

 

Het vers kadert duidelijk binnen een oorlogssituatie, en heeft niets te maken met de manier waarop moslims in het gewone burgerleven met niet-moslims moeten omgaan. Het vers verduidelijkt enkel de principes van de krijgswet en oorlogsethiek. Het vers stelt dat dat men diegene mag verdrijven die jou eerst uitgedreven hebben.

Daarmee beperkt dit vers de legitimiteit van gewapend verzet alweer tot een situatie van zelfverdediging. Het gaat hier evenmin om ‘de’ ongelovigen, maar enkel om diegenen die een aanval ingezet hebben op de moslimgemeenschap.

Uit boven gaande teksten blijken volgende punten:

  1. Men mag alleen naar de wapens grijpen ter defensie.
  2. Moslims krijgen de opdracht ook dan de grenzen niet te buiten te gaan. Dit betekent dat men ook in verdediging niet zelf in onrecht mag vervallen. Het verbiedt moslims oorlogsmisdaden te begaan. God staat dus alleen aan de kant van diegenen die de rechtvaardige zaak verdedigen tegen een aanval, en die dat op een wettige manier doen.
  3. Van zodra de tegenpartij de gevechten staakt, moet men dat ook doen en moet men meegaan in de vrede. Dit betekent dat men alleen de aanval mag afslaan, en dat het daar moet eindigen. Ook wanneer men op een bepaald ogenblik het overwicht behaalt en dus gemakkelijk de vijand zou kunnen decimeren en uitroeien, is dat niet toegestaan.
  4. De vrede herstellen betekent niet dat de spons geveegd wordt over oorlogsmisdaden van de vijand. Een oorlogsmisdadiger gaat niet vrijuit, ook niet als de vrede teruggekeerd is. Hij zal voor een rechtbank moeten verschijnen en zijn gepaste straf krijgen.
  5. De strijd duurt tot er geen godsdienstvervolging meer is, dwz dat moslims en niet-moslims weer vrij zijn hun geloof te beleven. De moslims mogen ook niemand dwingen zich tot de islam te bekeren. Tevens krijgen moslims de opdracht niet alleen eigen verdrukking maar ook verdrukking van niet-moslim te bestrijden.
  6. Moslims mogen geen vredesakkoord aanvaarden waarin ze bv. akkoord moeten gaan met het aanbidden van een of andere afgod maar dat ze moeten strijden tot ze werkelijk volledige godsdienstvrijheid genieten en dus hun islam kunnen beleven. Het staat anderen echter wel vrij dat beeld te blijven aanbidden.

 

De bescherming van de rechten van niet-moslim minderheden ( Dhimmi’s)  in een samenleving is verplicht. Immers:

 

«”Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand over dragen zou verraad van de garantie betekenen.” 

 

 

Koran 2 : 244

 

« Strijd op Gods weg en weet dat God wetend en horend is.»

 

Er staat hier dat God alles hoort, alles weet. Dit wil zeggen dat men zich binnen het toelaatbare moet begeven. Men mag dus geen (oorlogs-) misdaden begaan want God hoort alles en ziet alles, ook wanneer men wettige een oorlog voert.

 

 

 

 

Koran: 2:193

 

«Strijd tegen hen tot er geen verzoeking meer is en de godsdienst alleen God toebehoort. Als zij ophouden, dan geen vergelding meer, behalve tegen de onrechtplegers. »

 

Het volstaat hier de aandacht te vestigen dat deze verzen verduidelijken hoe lang moslims in een aan de gang zijnde oorlog mogen strijden. Moeten ze strijden tot iedereen zich tot de islam bekeerd heeft? Het moet gezegd dat deze verzen op het eerste gezicht in die richting wijzen, en dat er ongetwijfeld ook wel extreme groepen moslims zijn die de verzen uit hun context lichten en ze zo interpreteren.

Godsdienstvrijheid staat centraal in de islam. Dat sluit een interpretatie in de zin van strijden tot iedereen zich bekeerd heeft tot de islam uit. Er moet aan herinnerd worden dat moslims een godsdienstoorlog, een aanval op hun godsdienst, mogen afslaan.

Het vers “en strijd tot godsdienst alleen God toebehoort” betekent dat moslims in zulke omstandigheden de opdracht krijgen te strijden tot wanneer hun godsdienstvrijheid gegarandeerd wordt en tot de eigen islam beleving veilig gesteld is. De godsdienst behoort alleen God toe.

Volgens de islam heeft men een lager zelf waarin een satan de mens aanspoort tot het kwade, en een hoger zelf waarin een Engel uitnodigt tot het goede.“En strijd tot er geen fitnah meer is” betekent dat men moet strijden tegen het lagere zelf en wel zodanig tot de eigen satan zich overgeeft aan God tot er geen kwade meer aanwezig is.

 

 

Koran 8:12

 

«Toen jouw Heer aan de engelen openbaarde: “Ik ben met jullie, sterkt dus hen die geloven. Ik zal de harten van de ongelovigen schrik aanjagen. Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers”.» 

 

Dit vers handelt over de slag om Badr waarin de moslims in de minderheid zijn. God stuurt engelen uit om aan de zijde van de moslims te strijden. Het gedeelte “Houwt dan in op de nekken en houwt hen op al hun vingers” is een opdracht aan de engelen, het is geen opdracht die aan de moslims gegeven wordt.

Het is ook God die zegt: “Ik zal de harten schrik aanjagen”. Hij zal er met andere woorden voor zorgen dat de vijand, niettegenstaande hij een numerieke overmacht heeft, schrik krijgt voor de kleine aantallen moslimstrijders. 

 

 

screenshot_602

 

 

 

Koran 8:60

 

«”En maak tegen hen zo goed als jullie kunnen de bewapening en de inzetbare paarden gereed om Gods vijand en jullie vijand daarmee vrees aan te jagen…”» (Koran 8:60)

 

Dit vers schrijft moslims voor hoe ze een op handen zijnde oorlog alsnog kunnen proberen afslaan te door de tegenstander te imponeren. Het is wat men een ‘afschrikkingsmiddel’ zou noemen. Onze eigen West-Europese politiek maakt van precies dezelfde techniek gebruik met de bedoeling een mogelijke vijand af te schrikken. Het gaat hier dus om een regel die de vrede probeert te bewaren en oorlog probeert te voorkomen.

 

 

Koran 4:76 

 

«Zij die geloven strijden op Gods weg en zij die ongelovig zijn strijden op de weg van de Taghoet. Bestrijdt de aanhangers van de satan. De list van de satan is maar zwak!»

 

Wat hier met elkaar gecontrasteerd wordt is voor de zaak van God of voor de zaak van de duivel te strijden. Wat de zaak van God inhoudt wordt uiteengezet in het vers dat er onmiddellijk aan voorafgaat:

 

«Wat hebben jullie dat jullie niet op Gods weg strijden en ook niet voor die onderdrukte mannen, vrouwen en kinderen die zeggen: “Onze Heer, breng ons uit deze stad waarvan de inwoners onrecht plegen en breng ons van Uw kant een beschermer en breng ons van Uw kant een helper”. »

 

Strijden voor de zaak van God, betekent dus de rechtvaardige samenleving beschermen, strijden tegen verdrukking en onrecht. Het tegendeel daarvan is strijden voor tirannie, hebzucht, hoogmoed, repressie, macht, apartheid, enz.

De Taghoet slaat op alles en iedereen dat in de weg staat van het zuivere geloof in de Ene God. Dat hoeft helemaal geen beeld of persoon te zijn, ook hoogmoed, racisme en repressie staan het zuivere geloof in de Ene God in de weg. Ze worden daarom geassocieerd met de zaak van satan. De Koran zegt hierover dat de zaak van satan maar zwak is. De zaak van God, de strijd voor rechtvaardigheid, bescherming van de zwakken en onderdrukten, onrecht en racisme is de goede zaak.

Vers 4:76 stelt de zaak van de gelovigen tegenover de zaak van satan zonder daarbij namen van godsdiensten te noemen. Zoals hoger reeds besproken, erkent de islam dat er bij moslims, joden en christenen zowel gelovigen als ongelovigen zijn. Het oordeel over geloof en ongeloof komt alleen God toe.

En het is niet de naam van het geloof dat men aanhangt maar de godvrucht en de goede daden. Vervalt men, vanuit om het even welk geloof in God, in racisme, hoogmoed, oppressie enz., dan staat men aan de kant van satan.  Dit is een belangrijk koranisch inzicht, waardoor er geen “wij tegen zij” kan zijn op grond van kenmerken zoals huidskleur, geloof, nationaliteit en afkomst. Het is altijd de rechtvaardige kant tegen het onrecht, over alle grenzen van ras, geloof, nationaliteit en afkomst heen.

 

 

 

 

 

Koran 9:5

 

« Als de heilige maanden zijn verstreken, doodt dan de veelgodendienaars waar jullie hen vinden, grijpt hen en belegert hen en wacht hen op in elke mogelijke hinderlaag. Maar als zij berouw tonen, de salaat verrichten en de zakaat geven, legt hun dan niets in de weg. God is vergevend en barmhartig»

 

Het vers handelt over een oorlogssituatie waarin “heilige maanden” in acht genomen worden, dit wil zeggen, een oorlogssituatie waarin een periode van staakt-het-vuren van kracht is. Moslims krijgen hier de opdracht zich aan een overeengekomen staakt-het-vuren te houden. Na deze periode mogen ze, bij ontstentenis van vredesverdrag, verder strijden. Opnieuw legt de context van het vers daarop volgend beperkingen op:

 

En als een van de veelgodendienaars bij jou bescherming zoekt, geef hem dan bescherming totdat hij het woord van God hoort en laat hem daarna een plaats bereiken waar hij veilig is. Dat is omdat zij mensen zijn die niet weten. Hoe kan er jegens de veelgodendienaars een verbondsverpliching bij God en bij Zijn gezant zijn, behalve jegens hen met wie jullie een verbintenis aangegaan zijn bij de heilige moskee. Zolang zij jegens jullie correct handelen, handelt jullie dan ook correct. God bemint de godvrezenden.» (Koran 9:5-7)

 

De context verduidelijkt dat alleen mag gestreden worden tegen diegenen met wie geen vredesovereenkomst kon bereikt worden gedurende het staakt-het-vuren. Wie correct handelt, moet ook correct behandeld worden. Men heeft geen enkele verplichting zich tot de islam te bekeren.

Ook als hij zich niet bekeert, moeten moslims de persoon in veiligheid brengen. Wat in dit versdeel wel tot uitdrukking gebracht wordt is het principe dat wanneer een vijandig soldaat zich bekeert tot de islam, men hem niet langer als vijand mag beschouwen.

 

 

Koran 9 : 12

 

«En als zij hun eden breken nadat jullie met hen een verbond gesloten hebben en jullie godsdienst belasteren, bestrijdt dan de leiders van het ongeloof. Voor hen bestaan er geen eden. Misschien zullen zij ophouden.»”

 

volgende vers :

«Zullen jullie dan niet strijden tegen mensen die hun eden gebroken hebben en die van plan waren de gezant te verdrijven, terwijl zij het eerst tegen jullie begonnen? Vrezen jullie hen? God komt het met meer recht toe dat jullie Hem vrezen als jullie gelovig zijn.»

 

Deze verzen handelen dus weer over het krijgsrecht en stellen dat wanneer een vijandige groep een vredesakkoord verbreekt en de moslims aanvalt, dat de moslims zich mogen of zelfs moeten verzetten als het voortbestaan van de gemeenschap op het spel staat.

De vraag wordt gesteld waarom moslims zich niet zouden verzetten tegen een aanval of tegen oppressie. De Koran zegt dat je maar beter God kan vrezen in plaats van de vijand, en je kan dus maar beter de kant van de rechtvaardigheid kiezen.

 

 

 

 

 

Koran 9 : 29

 

«Strijdt tegen hen die niet in God geloven en niet in de laatste dag en die niet verbieden wat God en Zijn gezant verboden hebben en  die niet de godsdienst van de waarheid aanvaarden uit het midden van hen aan wie het boek gegeven is totdat zij naar vermogen onderdanig de schatting betalen.”»

 

De Koran stelt hier dat gewapend verweer mogelijk is en dat de tegenstander bereid moet zijn om een taks te betalen. Moslims zelf zijn gehouden de zakaat te betalen. De zakaat is een islamitisch religieuze aangelegenheid, waarvan niet-moslims vrijgesteld zijn.

Niet-moslims moeten uiteraard wel mee betalen voor een aantal openbare diensten waarvan zij genieten, zoals onderhoud van het moslimleger dat ook hen beschermt in geval van een aanval. Moslims zijn verplicht alle inwoners van hun samenleving, ook niet-moslims, te beschermen en te verdedigen tegen een aanval. Zij mogen deze mensen ook niet uitleveren aan de vijand.

 

« Wanneer een Dhimmi bedreigd wordt door een vijand, is het uw verplichting de vijand te bevechten met wapens en soldaten, zodoende het Convenant van God en Zijn Boodschapper, vrede zij met hem, respecterend. Hem aan de vijand overdragen zou verraad van de garantie betekenen» 

 

De Koran draagt moslims hier op erover te waken dat deze taks billijk ingesteld wordt en de draagkracht van de mensen niet te boven gaat. Iedereen moet de zakaat betalen.

 

 

 

Koran 4 : 89

 

.Als zij zich van jullie afzijdig houden, niet tegen jullie strijden en jullie vrede aanbieden dan verschaft God geen weg om tegen hen op te treden. Jullie zullen anderen vinden die voor jullie veilig wensen te zijn en evenzo voor hun eigen mensen. Telkens als zij aan de beproeving worden blootgesteld worden zij daardoor misleid. Als zij zich dan niet van jullie afzijdig houden, jullie geen vrede aanbieden, noch hun handen in bedwang houden, doodt hen dan waar jullie hen aantreffen. Zij zijn het over wie Wij een duidelijk gezag hebben verleend.” » (Koran 4:88-91)

 

Ook dit vers kan niet geïnterpreteerd worden als toestemming om zomaar eender wie te doden. Wel integendeel. Als de tegenpartij vrede wil, moet men daar in meegaan. Het is pas als de tegenstanders geen vrede willen dat moslims de toestemming krijgen om zich te verdedigen. Als dit soort verzen niet zou bestaan, zouden moslimstrijdkrachten zich in oorlogstijd door iedereen moeten laten afslachten zonder enig weerwerk te mogen bieden.

 

 

 

 

 

Koran 47 : 4

 

«En wanneer jullie hen die ongelovig zijn in de strijd ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten, hetzij om hen lost te kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd. …».”

 

Ook dit vers handelt niet over burgerrecht, maar over oorlogsethiek en krijgsrecht. Het algemeen principe is dat het leven altijd heilig en onschendbaar is, behalve in bij wet voorziene omstandigheden. Dit vers maakt een uitzondering voor soldaten in een oorlogssituatie.

In een dergelijke situatie kan het doden van de vijand in het heetst van de strijd toegestaan zijn als men om logistieke en militaire redenen niet in staat is gevangenen te nemen. Van zodra de militaire en logistieke mogelijkheden het toestaan schrijft de Koran voor de vijand krijgsgevangen te nemen om hem later

1) weer vrij te laten (dat is de eerste en meest geprefereerde optie)

2) hen uit te wisselen

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

 

 

God en geweld.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Je hoeft maar het tv-journaal te volgen, of je ploft midden in die realiteit. Wat een geweld en wat een leed! Wat is onze wereld voor miljoenen mensen een tranendal! Als je al dat verschrikkelijke op je laat inwerken, kun je als gelovige tot benauwende vragen komen. Waarom laat God dit toe, is wat er gebeurt, te rijmen met alles wat de Bijbel zegt over zijn liefde?

 

 

De onrust neemt nog meer toe wanneer we ons realiseren hoeveel geweld we zelfs in de Bijbel ontmoeten. Druipt Israëls geschiedenis vaak niet van bloed? En staat het Oude Testament niet vol met oordeelsaankondigingen die ons met huiver vervullen? In dit artikel staan we stil bij wat professor Eric Peels, de oudtestamenticus van de TU Apeldoorn, over God en geweld schrijft.

 

 

 

 

 

Grondlijn

 

Peels wijst er terecht op dat niet alle geweld hetzelfde is. Er is geweld dat door en door slecht is, dat uitsluitend het eigenbelang zoekt en de ander minacht. Maar er is ook antigeweld dat er juist op uit is het kwaad te keren en de ander tot zijn recht te laten komen. Het geweld dat terroristen hanteren, is iets anders dan wanneer de ME met harde hand de openbare orde herstelt.

De hele wereld van geweld kom je ook in de Bijbel tegen. Daarin is de Bijbel zeer actueel: hij gaat niet voorbij aan de rauwe werkelijkheid. En voor alle slachtoffers van kwaadaardig geweld mag het troostvol zijn dat de God van de Bijbel ook met het geweld van doen heeft. De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen.

Zeker als je de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament op zich bekijkt. Men kan zich de vraag stellen of dat wat
er bijvoorbeeld met Sodom en de inwoners van Jericho gebeurt, te rijmen is met een God van liefde. Maar dan vergeet je – wat Peels noemt – de grondlijn en doe je geen recht aan heel het Oude Testament. Deze grondlijn is die van recht en vrede. God laat zijn door de zonde verworden wereld niet los, maar werkt dwars tegen het kwaad in naar zijn wereld van recht en vrede.

Om tot die wereld te komen moet Hij soms onvermijdelijk ook gebruik maken van geweld. Antigeweld om het kwaad in te dammen, af te straffen en weg te doen. Sodom wordt omgekeerd. Jawel, maar Gods geweld is hier duidelijk antigeweld: de klachten over de praktijken van Sodom riepen om zijn ingrijpen (vgl. Gen. 18:20). En bij de inwoners van Kanaän was het niet anders (vgl. Gen. 15:16).

Wie denkt dat het Oude Testament geweld verheerlijkt, gaat eraan voorbij dat het een verstrekkende antigeweldboodschap bevat. Juist in tegenstelling met religieuze teksten uit de oude wereld rondom Israël. In een cultuur van grenzeloze wedervergelding (Lamech, 77 keer, Gen. 4) zegt God: slechts één oog voor een oog, slechts één tand om één tand (Lev. 24:20).

Frappant is hoezeer de profeten Israëls koningen om hun geweld ter verantwoording roepen. David mag Gods huis niet bouwen, nota bene omdat hij ‘een man van bloed’ is.

 

 

 

 

 

Godsbeeld in het Oude Testament

 

Maar wat het Oude Testament zegt over Gods antigeweld en zijn afkeer van onrechtmatige agressie, brengt ons vragend hart niet tot rust. Integendeel, het roept extra spanning op. Want hoe is dat alles dan te rijmen met een voor ons gevoel buitensporig goddelijk geweld bij de omkering van Sodom, de zondvloed, de uitroeiing van Amalek en in schrikbarende oordeelsprofetieën als Amos 4? Als de Here een God van liefde is, kan dit toch niet.

Is het ook niet in strijd met die grondlijn die we ontdekten in het Oude Testament? Peels wijst erop  dat er
zich in het denken van moderne mensen over God een ingrijpende verandering heeft voltrokken. Je kunt spreken van een metamorfose in het godsbeeld. Het is van kleur verschoten, zachter en lichter geworden. God is niet meer de Koning, de Rechter, de Wreker.

Het accent komt te liggen op zijn barmhartigheid, liefde en genade. Deze metamorfose past goed in een cultuur die voorrang geeft aan de mondige mens met zijn keuzevrijheid en zelfontplooiing. Geloof moet passen bij de mens en aansluiten bij de eigen ervaring. Waar vorige generaties bijbellezers weinig problemen hadden met al het geweld in de Schrift, roept dit thans problemen op doordat het beeld dat men van God heeft, veranderd
is.

Diep in het Oude Testament is de verkondiging verankerd van de barmhartige God die liefde is en die daarom ook zo ontzagwekkend kan toornen. Hij, die het recht en de gerechtigheid liefheeft, blijft niet onbewogen bij de schending daarvan. In een eerdere studie wees Peels op Gods heilige naijver (vgl. Ex. 34:14; Deut. 5:9; Nah. 1:2), die niet duldt dat Hem tekort wordt gedaan.

Wat de Schrift daarover zegt, dient ook ons beeld van God te bepalen, want het gaat hier om iets wat zeer wezenlijk voor onze God is. Wanneer wij denken: dit is voor ons gevoel buitensporig, moeten we bescheiden zijn. Daarvoor is de demonische werkelijkheid van het kwaad te groot en de ondoorgrondelijkheid van de God van de Bijbel te groot.

De geweldteksten in het Oude Testament openen onze ogen voor wie de God van liefde ook is, en wie wij mensen zijn. Hij is de totaal Andere, de Heilige die geen geweld uitoefent om het geweld, maar bij wie geweld op de een of andere manier steeds weer heeft te maken met zijn afschuw van het kwaad. Zijn geweld staat in het brede kader van zijn gerechtigheid, en dient het herstel van vrede en recht.

 

 

 

 

 

Het Nieuwe Testament

 

De kerk heeft altijd ook het Oude Testament als Gods gezaghebbend Woord vastgehouden. Vanzelfsprekend is dit niet. Juist de geweldteksten gaven aanleiding voor de roep om het Oude Testament af te schaffen. De ketter Marcion maakte in de tweede eeuw reeds korte metten met het Oude Testament. De God van toorn en geweld is niet de Vader van Jezus Christus.

Het Nieuwe Testament verkondigt ons een andere God, de God van liefde en vrede. Nog altijd spookt de geest van deze ketter rond wanneer het gaat om het beeld van God waaraan moderne mensen (soms ook christenen) de voorkeur geven. Peels wijst erop dat er geen tegenstelling is tussen de beide testamenten op dit punt. De
nieuwtestamentische auteurs hebben helemaal geen kritiek op het Oude Testament.

Integendeel, zij citeren het en halen zelfs woorden uit de vloekpsalmen aan. Jezus gebruikt soms in zijn waarschuwingen voor de hel de taal van het geweld. Het Lam blijkt ook een Leeuw te zijn. De gemeente wordt op het hart gebonden dat onze God ‘een verterend vuur’ is (Heb. 12:29). In het Nieuwe Testament wordt pas goed duidelijk hoezeer Gods toorn over afkerige mensen gaat (Joh. 3:36; Rom. 1:18).

Gods toorn is duidelijk te lezen in de Openbaring, een boek dat vol is van het geweld dat de toorn van God en van het Lam over onze wereld brengt. Er is geen tegenstelling tussen het Oude en het Nieuwe Testament, wel een verschil, zo schrijft Peels. Het verschil is niet een ánder godsbeeld. Wel is het zo dat vrede en verzoening
in het Nieuwe Testament meer nadruk krijgen.

 

Dat komt omdat de weg van God met zijn volk en de wereld veranderd is. In de persoon en het werk van Jezus Christus.

 

In Hem is de wereld van vrede definitief doorgebroken en reikt God met het evangelie de hand aan alle volken. De kerk behoeft niet meer met geweld haar erfenis te bevechten, maar strijdt nu met het Woord, terwijl ze biddend uitziet naar de dag waarop God aan al het geweld van mensen een einde maakt en zijn vrede voorgoed aanbreekt.

 

 

 

 

 

Afsluitend

 

De bijdrage van professor Peels laat de lezer zien hoe actueel deze bijdrage is. Hier wordt echt een ‘heet hangijzer’ aangepakt en worden we verder geholpen als het gaat om de vraag wat we aanmoeten met de ‘geweldteksten’ in het Oude Testament, en hoe een God van liefde ook ‘verwoesting’ op aarde kan aanrichten (vgl. Ps. 46:9).

Peels’ bijdrage komt in de prediking te weinig aan bod, terwijl een kerkganger er best mee zit en in de
theologie van vandaag is het thema ‘God en het geweld’ volop aan de orde. Peels’ bijdrage is beperkt. Dat kon ook niet anders. Het recht doen van God aan verdrukten, dat ook in het Oude Testament zo sterk naar voren komt, blijft onderbelicht.

De beulen zullen het uiteindelijk niet winnen omdat God recht zal doen. Wat Peels schrijft, vormt een belangrijke aanzet om af te rekenen met het kwellende idee dat in het Oude Testament de bron van veel geweld en
agressie ligt.

 

 

 

 

 

 

 

Jezus over de ziel en het lichaam.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

keuze tussen eeuwig leven of de eeuwige verdoemenis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Matteüs 10 : 26-42

 

“Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden. Wat ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.

 

Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.

 

Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.

 

Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

 

Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.

Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden. Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.

Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De Koran is tegen geweld

Standaard

 categorie : religie

 

 

 

Vrede is de wenselijke toestand

 

 

symbool van de islam

symbool van de islam

 

 

 

1 Erbarmen en barmhartigheid

 

De eerste woorden waarmee we geconfronteerd worden wanneer we de Koran openslaan, en die meteen de relatie tussen de lezer en de Auteur vestigen, zijn ‘Bismillah al Rahman al Rahim’. Dit is in de Naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige.

De draagwijdte van deze woorden, kan niet overschat worden. Erbarmer en Barmhartige zijn twee van de ‘mooie namen’ of ‘attributen’ van God. Door daarmee de Koran te openen, wordt alles wat in dit boek zal volgen, gekaderd binnen goddelijk erbarmen en barmhartigheid.

  • Bismillah betekent : in de naam van God, aan wie niets of niemand gelijkwaardig is.
  • Al Rahman (de Erbarmer, Genadevolle) verwijst naar de eindeloze liefdevolle genade die God voortdurend aan al zijn schepselen schenkt, zonder dat ze er ook maar iets moeten voor doen, geheel onafhankelijk van hun daden, dus ook als ze Zijn genade niet verdienen. Ook als God mensen straft voor hun zonden en misstappen, kunnen ze nog altijd rekenen op deze rahmah, op deze liefdevolle genade van God.
  • Al Rahim (de Barmhartige) heeft betrekking op het medelijden dat God schenkt aan de gelovigen die door hun daden Zijn genade verdienen. Al Rahim slaat tevens op de genade die God de gelovigen zal schenken in het hiernamaals. Het heeft ook betrekking op de vergeving die God schenkt aan gelovigen die berouw tonen.

 

De openingszin van de Koran zet dus al meteen de volledige islamitische levensvisie neer. Eerst en vooral, wordt de uniciteit van God gevestigd, zonder wie niets of niemand zou bestaan. Vervolgens wordt zijn kenmerk Al Rahman geëvoceerd, een kenmerk dat refereert aan Gods veelvuldige goedheid voor alle mensen, altijd en overal, ongeacht hoe ze zich gedragen.

Daar wordt Gods genade aan toegevoegd voor diegenen die Hem verheerlijken en om leiding, hulp of vergiffenis vragen. Het is een uitdrukking die daarom warmte, hoop en geborgenheid in zich draagt. Alles wat daarna volgt, wordt binnen dit kader gedefinieerd en moet binnen dit kader begrepen worden. Elk vers, wat er ook de individuele betekenis van is, krijgt pas zijn volledige draagkracht binnen dit kader, ook de bestraffende verzen.

Een eerste gevolg hiervan is dat moslims in hun omgang met anderen zich evenzeer moeten laten kennen door barmhartigheid, genade en vergevingsgezindheid. De islam geeft moslims de levenslange opdracht aan de eigen persoonlijkheid te werken in de richting van een ideaal dat zich kenmerkt door gematigdheid, naastenliefde, discretie, nederigheid, oprechtheid en minzaamheid. Hoe dichter men dat ideaal benadert, hoe groter de innerlijke vrede, hoe groter de kans dat men in het hiernamaals tot het paradijs toegelaten wordt.

 

 

hqdefault

 

 

 

2 Rechtvaardigheid

 

Volgens de islam, leidt overgave aan God tot innerlijke vrede, en vrede in de samenleving. Om die toestand te bereiken, speelt naast eerder genoemde barmhartigheid en vergevingsgezindheid, ook rechtvaardigheid een centrale rol. De Koran schrijf voor rechtvaardig te zijn zelfs wanneer het eigen belang daardoor geschaad zou worden:

 

«Jullie die geloven! Weest standvastig in de gerechtigheid als getuigen voor God, al is het tegen jullie zelf of de ouders of de verwanten. Of het nu om een rijke of om een arme gaat, God staat hen beiden zeer na. Volgt dus niet je geneigdheid om niet rechtvaardig te zijn. Maar als jullie verdraaien of jullie afwenden, dan is God welingelicht over wat jullie doen. » (Koran 4:135)

 

 

Ook een afkeer tegenover mensen mag rechtvaardigheid niet in de weg staan:

 

«Jullie die geloven! Weest standvastig voor God als getuigen van de rechtvaardigheid. En laat de afkeer van bepaalde mensen jullie er niet toe brengen niet rechtvaardig te zijn. Weest rechtvaardig, dat is dichter bij Godvrezendheid. En vreest God. God is welingelicht over wat jullie doen.» (Koran 5:8)

 

 

 

3 Godsdienstvrijheid

 

In de Koran nodigt God iedereen uit deelachtig te worden in de vrede:

 

«En God roept naar het tehuis van Vrede en leidt wie Hij wil naar het rechte pad.» (Koran 10:25)

 

 

 

Dwang wordt evenwel uitgesloten, het staat diegenen die zich niet aangesproken voelen vrij de uitnodiging in de wind te slaan want:

 

«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran 2:256)
en
«Waarschuw de mensen, want jij bent slechts een waarschuwer. Je hebt niet de autoriteit om iemand te dwingen.»(Koran 88:22-23)

 

 

 

In weerwil van het in het Westen heersende misverstand, is een islamitische samenleving dus geen samenleving waarin iedereen gedwongen wordt zich tot de islam te bekeren, maar is het integendeel een samenleving die godsdienstvrijheid garandeert.

Men kan hier opmerken dat de vrijheid toch niet volledig is vermits in de Koran de ‘ongelovigen’ geregeld met straffen door God bedacht worden. Vooreerst is het evenwel zo dat het in dergelijk verzen stuk voor stuk God is die straft; nergens geeft de Koran mensen de toestemming anderen te straffen voor hun ongeloof.

Alleen God kan immers oordelen over geloof en kan daar gevolgen aan vastknopen. Maar zelfs dan is het zo dat in eerste instantie de bestraffing bestaat uit het onthouden van de goddelijke liefde aan mensen die dit onwenselijk gedrag stellen.

 

 

Geloof naar waarheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

4 Pluralisme en verdraagzaamheid

 

Omgekeerd aan het onthouden van liefde en het bestraffen voor mensen die slecht gedrag stellen, wordt devote mensen die rechtschapen handelen als beloning bijzondere liefde van God en vrede in het vooruitzicht gesteld. Ook hieruit blijkt dat de gewenste toestand vrede is.

 

«God leidt daarmee wie Zijn welgevallen navolgen op de wegen van de vrede, brengt hen met Zijn toestemming uit de duisternis naar het licht en leidt hen op een juiste weg.» (Koran 5:16)
En:
«Waarlijk, in het gedenken van God vinden de harten rust » (Koran 13:28)

 

 

Merk op dat deze ‘beloning’ met vrede niet alleen moslims toekomt, maar alle mensen die in God geloven en goede werken doen. Vroomheid wordt niet gedefinieerd in termen van de gebedsrichting waarin men bidt (m.a.w. de naam van de godsdienst waartoe men zich bekent), maar in termen van geloven in God en stellen van goede daden voor de medemens:

 

«Vroomheid is niet dat jullie je gezicht naar het oosten en het westen wendt, maar vroom is wie gelooft in God, in de laatste dag, in de engelen, in het boek en in de profeten en wie zijn bezit, hoe lief hij dat ook heeft, geeft aan de verwanten, de wezen, de behoeftigen, aan hem die onderweg is, aan de bedelaars en voor de (vrijkoop van) de slaven, en wie de salaat [gebed] verricht en de zakaat [verplichte liefdadigheid] geeft en wie hun verbintenis nakomen en wie volhardend zijn in tegenspoed en rampspoed en ten tijde van strijd. Zij zijn het die oprecht zijn en dat zijn de godvrezenden.» (Koran 2:177)

 

 

De Koran erkent daarmee uitdrukkelijk dat er verschillende wegen zijn om tot God te komen. Meer nog, net zoals de Koran moslims aanmoedigt om volgens de Koran te leven, moedigt de Koran christenen aan om te leven volgens de Evangeliën, en worden Joden aangemoedigd om te leven volgens de Thora (dat een boek van ‘licht’ genoemd wordt) :

 

« En wij hebben de Thora neergezonden met een leidraad erin en een licht, waarmee de profeten die zich [aan God] overgeven oordeel vellen voor hen die het jodendom aanhangen. (…) Vreest dan de mensen niet maar vreest Mij en verkwanselt Mijn tekenen niet. En wie niet oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden, dat zijn de ongelovigen.» (Koran 5:44)

«En wij hebben Jezus, de zoon van Maria, in hun spoor laten volgen als bevestiger van wat er van de Thora voor zijn tijd al was. Wij gaven hem de Evangeliën met een leidraad erin en een licht ter bevestiging van wat de Thora voor zijn tijd al was en als een leidraad en een aansporing voor de godvrezenden. En laten de mensen van de Evangeliën oordeel vellen volgens wat God heeft neergezonden. En wie dat niet doen, dat zijn de verdorvenen. » (Koran 5:46-47)

 

 

Christendom ; pasteltekening van John Astria

Christendom ; pasteltekening van John Astria

 

 

De islam verwerpt daarmee het assimileren van andersgelovigen, maar schrijft integendeel waarachtigheid binnen het eigen geloof voor. Dat gaat zover dat in een maatschappij die op islamitische leest geschoeid is, andersgelovigen eigen rechtbanken mogen opzetten voor zaken als familierecht en erfenisrecht zodat zij werkelijk in staat zijn hun geloof zo getrouw mogelijk te beleven. De islam verfoeit hypocrisie. Hypocrieten worden de diepste putten van de hel toegezegd, erger nog dan waar de ongelovigen terecht zullen komen:

 

«De huichelaars komen in de laagste verdieping van het vuur en jij zal voor hen geen helper vinden.» (Koran 4:145)

 

 

 

Net zoals moslims die zich niet houden aan hun geloofsvoorschriften met afkeuring bedacht worden, omschrijft de Koran joden en christenen die zich niet aan hun geloof houden, als ongelovigen en verdorvenen. Maar net zoals er bij moslims mensen zijn die zich wel aan hun geloof houden en die daarvoor beloond zullen worden, erkent de Koran dat er ook hij joden en christenen gelovigen zijn die hun beloning niet zullen mislopen:

 

«Onder de mensen van het boek zijn er die in God geloven, in wat naar jullie is neergezonden en in wat tot hen is neergezonden, terwijl zij zich deemoedig aan God onderwerpen. Zij verkwanselen Gods tekenen niet. Zij zijn het voor wie hun loon bij hun Heer is. …» (Koran 3:199)

 

 

 

Op die manier, schrijft de Koran respect voor eenieders eigenheid voor. Het bestaan van de verschillende godsdiensten wordt immers beschouwd als een aspect van de goddelijke wil. Het is God zelf die voor de verschillende godsdiensten gezorgd heeft, daarom moet men die verschillende godsdiensten respecteren:

 

«… En als God het gewild had, zou Hij jullie tot één gemeenschap gemaakt hebben, maar Hij heeft jullie in wat jullie gegeven is op de proef willen stellen. Wedijvert dan met elkaar in goed daden. Tot God is jullie terugkeer, gezamenlijk. Hij zal jullie dan dat meedelen waarover jullie het oneens waren.» (Koran 5:42-47)
En:
«”Ieder heeft een richting waarheen hij zich wendt. Wedijvert dan met elkaar in goede daden. Waar jullie ook zijn, God zal jullie te samen brengen.”» (Koran 2:148)

 

 

 

Dergelijke verzen schrijven meteen ook voor hoe men met die diversiteit in religies moet omgaan: men zal elkaar niet bestrijden, maar met elkaar wedijveren in goede daden. Moslims wordt dan ook voorgeschreven attent, vriendelijk en voorkomend om te gaan met alle mensen, ook met niet-moslims.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria