Dagelijks archief: mei 11, 2025

Eudialiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Algemene informatie

 

Eudialiet kan geel tot bruin en roze tot paars zijn. De steen is doorschijnend tot doorzichtig met een glasachtige glans.

 

 

 

.

.

Vindplaats 

 

Het mineraal Eudialiet komt met name voor in nefelien-syenieten. De typelocatie is het Julianehåb district in Groenland. Het mineraal wordt ook gevonden in Quebec, Canada.

 

 

 

.

.

Chemische eigenschappen 

 

Samenstelling Na4(Ca,Ce)2(Fe2+,Mn,Y)ZrSi8O22(OH,Cl)2
Hardheid 5,5
Dichtheid 2,9
Kristalstelsel trigonaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Klein springzaad : Impatiens parviflora

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, lichtgele bloemen met nagenoeg recht spoor aan rechtopstaande stelen en
– de in verhouding tot de bloemen grote, donkergroene bladeren met fijn gezaagde rand

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Klein springzaad is eenjarige, kale plant, die groeit op vochtige, matig voedselrijke (omgewerkte) grond in loofbossen, parken en ook tussen riet. Ze wordt 20 tot 60 cm hoog. Oorspronkelijk is ze afkomstig uit Midden- en Zuid-Azië en heeft zich inmiddels verspreid over grote delen van Europa.

 

 

Klein springzaad

 

 

 

Bloem

 

Klein springzaad bloeit vanaf juni tot en met oktober met lichtgele bloemen, die met 4 tot 10 bij elkaar op rechte stelen in okselstandige trossen staan. De bloemen hebben een kort, nagenoeg recht spoor, dat aan het onderste kelkblad zit. Dat kelkblad heeft dezelfde kleur als de bloem. De overige 2 kelkbladen zijn kleiner en groen en zitten aan de zijkant van de bloem. Het bovenste kroonblad heeft een groene kiel. Op de twee onderste kroonbladen en wat dieper in de bloem (aan het begin van de spoor) zitten donkergele vlekken met rode streepjes of stippen.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bladeren staan verspreid aan de stengel. De bovenste zijn groter dan de onderste.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

De zaden kunnen rauw of gekookt gegeten worden. Het verzamelen van zaad is echter lastig, omdat rijpe vruchten bij aanraking openspringen en het zaad wegschieten.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

klein springzaad : lichtgele kleine bloemen, nagenoeg recht spoor (niet teruggekromd), rechtopstaande bloemstelen.

groot springzaad : gele bloemen, krom spoor, hangende bloemstelen.

oranje springzaad : oranje bloemen met roodachtige vlekken, krom spoor, hangende bloemstelen.

reuzenbalsemien : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, krom spoor.

tweekleurig springzaad : bloemkleur is een combinatie van roze/lila/paars en wit, nagenoeg recht spoor, recent ingeburgerd in stedelijke gebieden.

 

 

groot springzaad

 

 

 

oranje springzaad

 

 

 

reuzenbalsemien

 

 

 

tweekleurig springzaad

 

 

 

Algemeen

 

balsemienfamilie (Balsaminaceae)
– eenjarig
– algemeen tot zeldzaam
– 20 tot 60 cm

Bloem
– lichtgeel
– vanaf juni t/m oktober
– tros, 4 tot 10 bloemen
– gespoord
– incl. spoor tot 1,5 cm lang
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 3 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– eirond tot langwerpig
– top toegespits
– rand fijn gezaagd
– voet wigvormig
– veernervig
– donkergroen
– iets glanzend

Stengel
– rechtop
– kaal

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Kikkerbeet : Hydrocharis morsus-ranae

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, witte bloemen op een lange steel boven water en
– de op het water drijvende, ronde bladeren met hartvormige voet en opvallende kromme nerven

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Kikkerbeet is een drijvende waterplant, die groeit in ondiep, (matig) voedselrijk, zoet of zwak brak, zacht stromend of stilstaand, luw water; niet in groot open water. Ze is ook geschikt voor aquaria en siervijvers. Ze is algemeen voorkomend in de Lage Landen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De bloeiperiode is vanaf juni tot en met augustus. De bloemen zijn zoet geurend en hebben drie witte kroonbladen, die aan de basis geel zijn. Ze staan op lange stelen boven het water. Ze zijn mannelijk of vrouwelijk. In het hart van de vrouwelijke bloemen staan 6 gele, 2-lobbige stijlen. In het hart van de mannelijke bloemen staan 12 gele meeldraden. De vrouwelijke bloemen zijn alleenstaand. De mannelijke staan met 2 tot 5 bij elkaar, maar meestal is er maar eentje in bloei, zelden 2. Elke bloem is maar 1 dag open.

 

 

 

 

 

Blad

 

De op het water drijvende, vlezige bladeren zijn cirkelrond, 2 tot 7 cm groot. Ze hebben een diep hartvormige voet en opvallende nerven; in het midden van het blad een rechte nerf en zijdelings daarvan aan elke kant 2 boogvormige nerven.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae)
– drijvende waterplant
– algemeen tot vrijwel ontbrekend
– 15 tot 30 cm

Bloem
– wit
– vanaf juni t/m augustus
– alleenstaand
– stervormig
– 2 tot 3 cm groot
– 3 kroonbladen, niet vergroeid
– 3 kelkbladen
– 12 meeldraden
– 6 stijlen

Blad
– verspreid of rozet
– enkelvoudig
– rond
– top stomp
– rand gaaf
– voet diep hartvormig
– kromnervig
– vlezig
– op het water drijvend

Stengel
– ondergedoken
– glad en kaal
– rolrond

zie wilde bloemen