Tagarchief: genezing

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Johannes 5: 1 – 18

 

 

De genezing van een man bij de vijver van Betesda

 

1 Daarna ging Jezus naar Jeruzalem voor één van de Joodse feesten. 2 In Jeruzalem is bij de Schaapspoort een vijver om te baden. Die plek wordt in het Hebreeuws ‘Betesda’ (= ‘huis van medelijden’) genoemd. Er zijn vijf zuilengangen omheen gebouwd. 3 In die gangen lagen allerlei zieke, blinde, kreupele en verlamde mensen. Ze lagen daar te wachten tot het water zou gaan bewegen. 4 Want af en toe daalde er een engel in de vijver neer. Dan bewoog het water. Wie daarna het eerst in het water kwam, werd genezen. Het maakte niet uit wat voor ziekte hij had.

5 Er was daar een man die al 38 jaar lang ziek was. 6 Jezus zag hem liggen. Hij wist dat hij daar al heel lang was. Hij vroeg hem: “Wil je gezond worden?” 7 De zieke man antwoordde Hem: “Heer, ik heb niemand om me in de vijver te gooien als het water beweegt. En als ik probeer om bij de vijver te komen, is iemand anders er altijd eerder dan ik.” 8 Jezus zei tegen hem: “Sta op, pak je matras op en loop.” 9 Onmiddellijk werd de man gezond. Hij pakte zijn matras op en liep.

Nu was het die dag de heilige rustdag. 10 Daarom zeiden de Joden tegen de man die net genezen was: “Het is vandaag de heilige rustdag. Dus je mag je matras niet dragen.” 11 Maar hij zei tegen hen: “Maar de Man die mij heeft genezen, zei tegen me: ‘Pak je matras op en loop.’ ” 12 Toen vroegen ze: “Wie heeft dat dan tegen je gezegd?” 13 Maar de man wist niet wie Hij was. Want Jezus was weer weggegaan, omdat er daar heel veel mensen waren.

14 Maar later zocht Jezus hem op in de tempel. Hij zei tegen hem: “Kijk, je bent nu gezond geworden. Wees vanaf nu niet meer ongehoorzaam aan God, want anders kan je nog iets veel ergers overkomen.” 15 De man ging weg en zei tegen de Joden dat het Jezus was geweest die hem genezen had. 16 Toen wilden de Joden Jezus gevangen nemen en doden. Dat wilden ze omdat Hij deze dingen op de heilige rustdag had gedaan. 17 Maar Hij antwoordde hun: “Mijn Vader werkt altijd, en Ik dus ook.” 18 Toen hadden de Joden nog méér reden om Hem te willen doden. Want Hij hield Zich dus niet aan de heilige rustdag, en beweerde óók nog dat God zijn eigen Vader was. Daarmee zei Hij eigenlijk dat Hij gelijk was aan God.

 

 

 

 

 

Waarom geneest Jezus niet iedereen?

 

De laatste tijd is er in diverse kerken een stroming ontstaan die zich in navolging van de evangelische- en pinkstergemeenten ook richt op wonderen. Wonderen van genezing, van spreken in tongen en nog veel meer. Vroeger werd er vaak gezegd: die wonderen horen in de jonge kerk thuis. Wonderen waren bestemd voor lang geleden, de beginjaren. Dat klonk logisch en we slikten dat allemaal als zoete koek.

Maar is dat zo logisch? Kijk eens naar wat Paulus zegt in 1 Korintiërs 12: daar heeft hij het over de gaven van de Geest die royaal aan de kerk worden uitgedeeld. In dat hoofdstuk wordt nergens gezegd dat die gaven alleen maar voor de begintijd van de kerk bedoeld zijn. Er wordt alleen maar gezegd dat niet iedereen dezelfde gaven krijgt en dat niet iedereen alle gaven ontvangt, maar dat er juist een mooie eenheid ontstaat als iedereen een eigen gave krijgt. Paulus gebruikt daarvoor het beeld van het ene lichaam dat vele verschillende ledematen heeft. En alleen zo kan functioneren.

Je kunt toch niet zeggen dat de Heer Jezus nu minder macht heeft dan vroeger? Wonderen kunnen gebeuren. Ook in onze eigen tijd. En ze gebeuren inderdaad en niet eens ver weg. Maar waar gaat het Jezus nu om, als hij zieken geneest? Uiteindelijk zal iedereen sterven, of je nu wonderlijk genezen bent of dat je tot je dood gehandicapt blijft.

Ja en dat is nu precies waarover het in onze tekst gaat. Er is feest in Jeruzalem en Jezus is ter plaatse. Het is sabbat en dan moet je goed uitkijken wat je doet, of liever wat je niet doet. Want er zijn farizeeën die een heleboel sabbatswetten gemaakt hebben om de sabbat naar hun idee te heiligen. Je mocht geen eten kopen of klaarmaken, je mocht geen huisraad bij je hebben op je sabbatswandeling en zo was er nog veel meer, een loodzware last voor het volk van God. Een last die God nooit opgelegd had, maar die zogenaamd ‘vrome’ voorgangers hadden verzonnen om God welgevallig te zijn.

Jezus loopt bij de Schaapspoort met zijn leerlingen. Hij gaat een heel groot gebouw binnen, laten we zeggen een groot zwembad, met wel vijf zuilengangen erom heen. In die gangen ligt een groot aantal zieken, gehandicapten, blinden, kreupelen en misvormden. Eén grote hoop ellende. Maar er is een heel kleine hoop om beter te worden. Want op ongezette tijden komt er uit de hemel een engel bij dat water en dan raakte hij dat aan. En, o wonder, dan was er voor één zieke genezing, degene die het eerst in het water wist te komen. Het was dus maar niet gewoon een verzamelplaats van zieken en gehandicapten, maar het was een plaats waar van tijd tot tijd genezing was, dat was het.

Wat doet Jezus? Gaat hij in één klap in dat grote bad Bethesda iedereen gezond maken? Dat kan hij toch? Maar nee, na even zoeken gaat hij op één man af en hij stelt hem de vraag: wilt u gezond worden? Jezus weet wat hij doet. Hij kent die man die al 38 jaar lang ziek is, zijn benen niet gebruiken kan en dus nooit bij het water kan komen als de engel daar verschijnt.  Een hopeloos geval… geen wonder voor hem, altijd is er wel iemand eerder dan hij. En hij, hij heeft ook niemand om hem in het water te gooien als het weer eens beweegt.

Dan zegt Jezus tegen hem: Sta op, pak je mat op en loop. Wat een kracht heeft zijn woord. Net als bij de schepping in Genesis 1. Zijn Vader sprak – en het gebeurde. Hier is de Zoon. Hij spreekt en het gebeurt! De patiënt is beter, niet maar een beetje, maar helemaal. Daar staat hij, daar gaat hij, daar draagt hij zijn slaapmat op zijn rug. De mensen om hem heen, ook de zieken, ze staan allemaal verstomd. Maar een paar farizeeën weten alleen maar te zeggen: man, het is vandaag sabbat. Dan is het niet toegestaan om met een slaapmat over de straat te lopen.

Later komt hij in de tempel Jezus weer tegen. Dan begrijpt hij wie hem beter gemaakt heeft en kan hij dat aan de farizeeën gaan vertellen. Jezus, het is Jezus die mij gezond gemaakt heeft! Maar de farizeeën kunnen alleen maar zeggen: Jezus moet dood, want hij geneest mensen op sabbat, vreselijk, wat een minachting van Gods heilige dag.

Ja, dan ontdekken we opeens dat het niet zozeer om een wonderlijke genezing gaat, maar om de vraag wat Jezus mag doen, ook op sabbat. En dat is dan ook de spits van deze historie. Jezus zegt: Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook. Dat is een veelzeggend woord. Want in Genesis staat dat God op de sabbat rust en geniet van zijn schepping. Dat was voor de zondeval. Maar nu, nu heel de wereld in zonde is gevallen, en zeker wanneer Jezus hier op aarde zijn werk doet, is er voor zijn Vader geen rust meer. En ook voor Jezus niet.

God neemt geen rust meer totdat hij heel zijn schepping heeft bevrijd van zonde en dood. Daarom geneest Jezus deze man, juist op sabbat. Tegelijk laat Jezus duidelijk zien, dat hij dus niet gekomen is om zoveel mogelijk mensen van hun aardse ziekten en ongemakken af te helpen. Hij heeft een veel grotere taak. Hij komt ten diepste om ons te verlossen van onze zonden.

Want, waar zonde is, is schuld. En voor zondige mensen is er op geen enkele manier een weg naar God de Vader. Dat is de grote narigheid voor ieder in deze wereld. Niet maar dat je allerlei ziekten en rampen kunnen treffen, maar dat je het eeuwige leven misloopt. Het leven zoals God dat in het begin heeft bedoeld.

Jezus geneest. Nou en of. Maar het is maar de vraag of je ziet met welke genezing de Heer naar ons toekomt. Blijven we stilstaan bij de tekenen die hij doet, of worden we daardoor juist nieuwsgierig naar de grote verlossing die hij geeft aan ieder die in hem gelooft.

Kijk, het is prachtig als onze Heer Jezus tekenen doet, ook in onze tijd. Er zijn kerken die dat heel erg vergeten zijn. Er zijn kerkleden die het gewoonweg ontkennen: er zijn geen wonderen van Jezus meer, zoals die er vroeger waren. Maar Jezus is machtig en hij blijft machtig. Ook in onze tijd. Als hij tekenen geeft van zijn majesteit, van zijn priesterlijke ontferming in deze wereld, dan is dat geweldig. Maar we moeten niet bij die tekenen blijven staan.

Hij geeft ze om ons door die tekens te laten zien dat hij een veel grotere verlossing op het oog heeft. Wie een wonder heeft ervaren in zijn of haar leven weet toch zeker dat hij eens zal sterven, een wondergenezing helpt daar echt niet tegen. Maar iedereen weet hoeveel macht hij heeft en iedereen in de omgeving te Bethesda was daar getuige van. Ze hebben Jezus gezien in dat wonder.

En dan is de vraag: hoeveel van die mensen in Bethesda hebben zich door dat wonder laten overtuigen van die grote verlossing die bij Jezus te vinden is? Dat geldt net zo goed voor ons. Als je van zo’n wondergenezing getuige mag zijn, zeg dan niet: waarom worden er niet meer mensen genezen, waarom mijn gehandicapte moeder niet, waarom mijn verlamde vader niet, waarom mijn blinde kind niet?

Maar prijs luidkeels en met vreugde de Heer dat hij ook in onze tijd nog zichtbare tekenen en wonderen bij enkelingen doet om ons allemaal te overtuigen van het onzichtbare wonder van het eeuwige leven dat hij geven wil aan ieder die gelooft en daarom van harte Jezus eert en hem dankbaar als zijn Verlosser aanneemt.

 

Prijs Jezus hartelijk nu en tot in eeuwigheid om zijn grote en onvoorstelbare genade

Amen.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Zegen en vloek in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

.

.

Koning Balak vraagt aan Bileam om het machtige volk Israël te vervloeken. Hij gaat ervan uit dat deze vloek een negatieve uitwerking zal hebben op het volk; het lijkt de enige kans dat de Moabieten de strijd zullen winnen (Num.22). Is dit bijgeloof of heeft een vloek echt zoveel macht? De Israëlieten moeten in het beloofde land naar de bergen Ebal en Gerizim. Op elk van de bergen komen zes stammen te staan en zij moeten de zegen en de vloek uitspreken (Deut.27). Wat is de betekenis van deze ceremonie?

.

.

We kunnen deze vragen uit historische interesse stellen, maar het is ook duidelijk dat ‘zegen en vloek’ in
onze samenleving steeds actueler worden. In de christelijke gemeente wordt vaak een zegen uitgesproken, bijvoorbeeld aan het eind van een dienst of bij een huwelijkssluiting. Maar hoe komt het dat er bijna nooit een vervloeking klinkt?

Uit contacten met beoefenaars van occulte praktijken en aanhangers van andere godsdiensten blijkt dat er soms veel waarde gehecht wordt aan vervloekingen. Men gelooft in de werking van deze zwarte magie, en zelfs dat deze kan doorwerken in de generaties. En aan de andere kant is er ook de witte magie die mensen genezing en voorspoed moet brengen.

We geven aandacht aan dit onderwerp door met name stil te staan bij de eerste Bijbelboeken. Daarbij ligt de nadruk meer op ‘vervloeking’ dan op ‘zegening. Het is van belang te beseffen dat het woord ‘vloek’ in de Bijbel niet hetzelfde betekent als wat er in onze maatschappij meestal onder wordt verstaan: het oneerbiedig en profaan gebruiken van de naam van God.

Een vloek in de Bijbel betekent een vervloeking in de naam van God of andere goden, met de bedoeling dat Gods straf een bepaalde persoon zal treffen. Het lichtvaardig en ongeoorloofd gebruik van de naam van God valt onder het verbod van Ex.20:7, maar wordt met andere woorden omschreven dan ‘vloek’.

Uit de Bijbel wordt duidelijk dat het van groot belang is de zegen van God te ontvangen. Die is nodig voor vruchtbaarheid, voorspoed, bescherming, bevrijding, genezing, bewaring, kracht en om verhoogd en begunstigd te worden. Het ideaal is een gezegend leven; daarentegen is een leven zonder Gods zegen, of een leven onder Gods vervloeking het ergst denkbare (Ps.129:8; Jer.17:5-6; 20:14), want dat betekent hongersnood, ziekte en alle mogelijke tegenslagen, zodat het niet meer mogelijk is om te leven (Deut.28).

Mensen kunnen ook elkaar vervloeken, maar omdat in Israël het eigenlijke subject van de zegen en vloek
de Heer is (Num.6:27; 23:8,26), kan Hij in zijn vrijheid de zegen in een vloek (Mal.2:2) en de vloek in
een zegen veranderen (Deut.23:5 en Neh.13:2).

.

.

De priesterlijke zegen (Num.6)

.

Uit diverse geschiedenissen kunnen we opmaken dat allerlei personen een zegen kunnen en mogen uitspreken. Noach, de aartsvaders, Mozes, Jozua, David en Salomo. Maar in bijzondere mate zijn het de priesters, de zonen van Aäron, die een zegen mogen uitspreken en daarmee de naam van JHWH op het volk leggen (Num.6:22-27). Volgens Deut.10:8 is het één van de hoofdfuncties van de priesters om de Israëlieten te zegenen :

‘Toen zonderde de HERE de stam van de Levieten af om de ark van het verbond des Heren te dragen, voor de Here te staan om Hem te dienen, en in zijn naam te zegenen tot op deze dag.’ De macht van de zegen is direct verbonden met de bereidheid en de macht van God om de zegen te verstrekken.

In 2Kr.30:27 staat :

‘Toen stonden de Levitische priesters op en zegenden het volk, en hun stem werd gehoord; hun gebed kwam tot in zijn heilige woning, tot in de hemel.’

Hier worden zegen en gebed parallel geplaatst en daardoor tot op zekere hoogte gelijkgeschakeld. Het is een spreken vanuit een goddelijke opdracht, waarbij verwacht wordt dat de woorden effect hebben. Daarom staat er ook in het volgende vers dat deze handeling betekent ‘mijn naam op de Israëlieten leggen’ en de belofte ‘en Ik zal hen zegenen’ (vs.27). De vervulling is echter geen automatisme, maar hangt mede af van de gehoorzaamheid van de Israëlieten.

.

Woorden voor zegen en vloek

.

De woorden voor zegen en zegening komen maar liefst 516 keer voor in de Bijbel, terwijl de begrippen
die verband houden met vervloeken 199 keer aangetroffen worden. De laatste categorie is 180 keer aanwezig in het OT, terwijl het NT slechts aan een aantal van 19 komt. Deze getallen vormen een belangrijke aanwijzing voor de belangrijkheid van de woorden die nu onderzocht worden.

Het boek Job gebruikt ‘zegenen’ zeven maal in het raamwerk (hfst. 1, 2 en 42), waarvan vier keer in de betekenis van ‘vervloeken’. De SV vertaalt de uitspraak van de vrouw van Job heel letterlijk met ‘Zegen God en sterf’, terwijl de NV de bedoeling weergeeft met: ‘Zeg God vaarwel en sterf!’ (2:9; vgl. 1:5).

De houding van Job, in het zegenen van God, is een aanzet tot een latere ontwikkeling dat de zegen niet gelijk is aan voorspoed; zegen behoeft het lijden niet uit te sluiten.  Soms heeft de vloek de vorm van een gebed voor goddelijk ingrijpen, zoals in Jer.18:21-23. Tevensmoet er iets zijn bij het slachtoffer, waardoor de vloek geldigheid kan krijgen, want een onverdiende vervloeking werkt niet:

‘Gelijk een mus wegfladdert en een zwaluw heenvliegt, zo is een ongegronde vloek: hij treft geen doel’ (Spr.26:2). Een niet te rechtvaardigen vloek kan zelfs terugkeren op de persoon die hem heeft uitgesproken (Ps.109:17-20).

.

.

 Gods vervloekende uitspraken

.

Zoals reeds aangegeven, is het van belang dat de vervloeking in naam van God uitgesproken wordt. Maar het is ook mogelijk dat God zelf een negatieve, vervloekende uitspraak over iemand doet. De eerste keer dat we dit tegenkomen in de Bijbel, is de uitspraak over de slang die Adam en Eva verleid heeft. De slang krijgt te horen:

‘Omdat u dit gedaan hebt, bent u vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte van het veld’ (Gen.3:14). Het is opmerkelijk dat Adam en Eva wel gestraft, maar niet vervloekt worden. Ze zullen voortaan moeten zwoegen op de aarde die vervloekt wordt en doornen en distels voortbrengt (3:17; vgl. 5:29).

Het feit dat de eerste mensen niet vervloekt worden, is een teken van hoop te midden van alle donkere gebeurtenissen. In het volgende hoofdstuk staat de doodslag van Kaïn op zijn broer Abel beschreven. Als straf krijgt de moordenaar het volgende oordeel te horen:

‘Vervloekt bent u, ver van de bodem die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen’ (4:11).

Maar als Kaïn bezwaar maakt tegen de zware straf, krijgt hij goddelijke bescherming.

‘Ieder, die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten’ (4:15).

Hoewel het woord hier niet gebruikt wordt, kan deze uitspraak als een voorwaardelijke vloek opgevat worden.

Wanneer later Abram geroepen wordt om naar Kanaän te gaan, krijgt hij van Godswege mee :

‘wie u vervloekt/verwenst, zal Ik vervloeken’ .

In Lev.26 en Deut.28 staan zegeningen en vervloekingen die gekoppeld zijn aan de houding van de Israëlieten tegenover het verbond. Deze uitspraken worden door Mozes in Gods naam gedaan.

.

.

 Mensen vervloeken anderen in Gods naam

.

De eerste keer dat een mens een vervloeking uitspreekt over een ander, is gedocumenteerd in de geschiedenis van Noach. Hij spreekt:

‘Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders’ (9:25).

De latere geschiedenis bevestigt de uitwerking ervan. Isaak zegent zijn beide zonen, en spreekt een vloek uit over wie Jakob zou vervloeken (Gen.27:29; vgl. 12:3). De Filistijn Goliat vervloekt David bij zijn goden (1Sam.17:43). Simi vervloekt David tijdens diens vlucht uit Jeruzalem (2Sam.16:5- 14). Beide verwensingen en vervloekingen blijken echter niet te werken ten opzichte van Gods verkoren koning. Dit is een belangrijke aanwijzing dat zegen en vloek niet magisch werken, maar afhankelijk zijn van goddelijke activiteit.

In het boek Richteren staat beschreven dat de moeder van de leviet Micha een vervloeking heeft uitgesproken over de dief van elfhonderd zilverstukken. Micha heeft die uitspraak gehoord en gaat naar zijn moeder toe om te erkennen dat hij het geld weggenomen heeft. Daarop verandert de moeder de vervloeking in een zegen:

‘Gezegend zij mijn zoon door de HERE’ en zij besluit om het geld voor de dienst van God te besteden, al doet ze dat op haar eigen manier (Ri.17:1-3).

Spr.26:2 geeft aan dat een vloek zonder grond geen schade zal doen (zie par. 3; vgl. ook Ez.13:18-23). Wanneer Israël leeft naar Gods wil, zal Hij beschermen tegen kwade machten en wie Hij zegent, zal gezegend zijn. Dus theoretisch was het mogelijk dat Bileam, een afgodendienaar in het Oude Testament, vervloekingen had uitgesproken die toch geen uitwerking hadden.

Het is onjuist een magische opvatting van vloeken te hebben, waardoor God wel ‘verplicht’ is geweest het uitspreken van deze negatieve woorden te verhinderen. God laat in de geschiedenis van Bileam zien dat Hij regeert, en kwade voornemens kan ombuigen, maar zelfs wanneer de vervloekingen geuit worden, kan Hij zijn volk behoeden. Problemen ontstaan uiteraard als Hij zijn bescherming terugtrekt, gewoonlijk vanwege zonden van de Israëlieten. Dan krijgen kwade machten meer mogelijkheden.

.

 Verbondszegen en -vloek in verbondsteksten

.

Er zijn veel overeenkomsten met zegen- en vloekbepalingen van oude verdragsteksten. De zegen en de vloek worden op mensen gelegd en de verwerkelijking van deze bepalingen is afhankelijk van hun gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid. Het is duidelijk de God van Israël die de zegen verleent of straft. Wanneer later koning Josia de profetes Chulda om raad vraagt met betrekking tot het gevonden wetboek, zegt zij:

‘Zo zegt de HERE: zie, Ik breng onheil over deze plaats en over haar inwoners: al de vervloekingen die geschreven staan in het boek dat men de koning van Juda heeft voorgelezen’ 

De inwoners hebben de wetten overtreden, de inzetting ontdoken en het eeuwig verbond verbroken.
Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten (vgl. ook Dan.9:11 en Zach.5:3).
De uitwerking van de vloek betekent hier oordeel en onheil dat mensen treft. Overigens is het na uitvoering van de straf, die zelfs tot ballingschap kan leiden, mogelijk dat het volk tot inkeer komt en dat het weer gezegend wordt. Dit gebeurt op grond van Gods trouw aan zijn verbond met de aartsvaders (Lev.26:40-45 en Deut.30:1-10). De Here zal dan zelfs de vervloekingen op hun vijanden leggen.

.

.

Zegen- en vloekceremonie

.

Mozes geeft opdracht dat Israël in het beloofde land naar de bergen Ebal en Gerizim moet gaan voor een
speciale ceremonie, om hun verantwoordelijkheden te benadrukken. Het volk moet een keuze maken tussen de zegen en de vloek (Deut.11:26-30). Bij de plaats Sichem moeten zes stammen op de berg Gerizim gaan staan om het volk te zegenen en zes op de berg Ebal voor de vloek (Deut.27:11-26). De inhoud ervan wordt niet genoemd, maar wel staan er twaalf vervloekingen die door de Levieten uitgesproken moeten worden.

Het gehele volk moet deze uitspraken beamen. Later leidt Jozua de Israëlieten naar de Ebal en de Gerizim, en daar wordt de ceremonie uitgevoerd (Joz.8:30-35). De twee bergen zijn voor altijd het zichtbare symbool van de twee mogelijkheden die God het volk voorhoudt. Het volk neemt door het uitspreken van ‘amen’ de inhoud van het verbond op zich en spreekt zelf uit dat een vervloeking mag komen wanneer men ongehoorzaam is.

.

Het Nieuwe Testament

.

Jezus spreekt in Mat.25:31-46 over het toekomstige oordeel. Dan zal Hij ‘de gezegenden’ welkom heten en ‘de vervloekten’ van zich stoten. Hun bestemming heeft te maken met de manier waarop ze zich in dit leven opgesteld hebben ten opzichte van zijn minste broeders en daarmee ten opzichte van Hem. De Heiland roept zijn volgelingen op om hun vijanden lief te hebben, te zegenen wie hen vervloeken en te bidden voor hen die smadelijk tegen hen handelen (Luc.6:27-28). De apostelen trekken die lijn door ten
opzichte van vervolgers en kwaaddoeners (Rom. 12:14; 1Pet.3:9).

Maar tegen dwaalleraren met valse leringen en praktijken of mensen onder invloed van een kwade macht (bv. Hand.13:6-12), die het Evangelie tegenwerken en verdraaien, worden wel vervloekingen uitgesproken. In 1Kor.16:22 staat het anathema:

‘Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt’.

.

zegening door het bloed van Christus

Pasteltekening van John Astria

.

Actualiteit

.

Mensen mogen niet zomaar een zegen en vloek uitspreken. In de eerste plaats is van belang in wiens naam (met welk gezag) deze woorden gezegd worden en in de tweede plaats zijn geloof en leven van de ontvanger belangrijk. Wat de zegen betreft: in de eenheid van spreken en aanvaardend luisteren wordt de aanwezigheid van God op de levensweg beloofd. De zegen is met Gods gebod verbonden.

In de actuele discussie over inhoud en zin van zegenhandelingen is het daarom nodig een grens te trekken, omdat eis en belofte niet van elkaar te scheiden zijn. Net zo min als er ‘goedkope genade’ is, is er een ‘goedkope zegen’. Het zegenen van ongeoorloofde oorlogen, en het zegenen van ongeoorloofde relaties is daarom een innerlijke tegenstrijdigheid. Wie een zegen wil ontvangen, zal ook rekening moeten houden met de mogelijkheid van vervloeking. De werking van de zegen en vloek hebben immers alles te maken met de houding tegenover God.

De vloek heeft in de theorie en praktijk van het protestantisme bijna geen betekenis meer, maar de interesse in zegenhandelingen neemt sterk toe. Om magisch misverstand te voorkomen, is de zegen vanaf de 17e eeuw vaak als zegenwens of zegenbede opgevat. Echter, een zegenwens is geen zegen in de eigenlijke zin van het woord, want hij richt zich niet op de medemens maar op God, en wordt niet meegedeeld.

De laatste jaren komt er wel meer belangstelling voor de doorwerking van vloeken die te maken hebben met occulte praktijken. Wanneer mensen de door God gegeven grens overschrijden en zich bezighouden met verboden praktijken (Deut.18:9-14) kan dat een occulte belasting met zich meebrengen. Ook kunnen mensen in de naam van allerlei goden ( demonen ) of van satan een vervloeking over anderen uitspreken. Ook een zelfvervloeking komt voor, bijvoorbeeld in de eden die leden van de Vrijmetselarij zweren; wanneer men uit deze beweging stapt en geheimen verraadt, rusten zelfvervloekingen op hen en hun nageslacht.

In het NT staan geen teksten die de vloek direct verbinden met de opeenvolging van de geslachten, maar het is wel zo dat de zonde van Adam doorwerkt in alle volgende generaties (Rom.5) en dat Paulus bij de heidenen een proces ziet waarin de waarheid in ongerechtigheid ten onder is gehouden, waardoor daar de meest verkeerde handelingen plaatsvinden (Rom.1).

We moeten voorzichtig zijn om de veroordeling ‘tot in het derde en vierde geslacht’ (Ex.20:5; Deut.5:9) en de uitsluiting van zelfs het tiende geslacht (Deut.23:2-3) ongewijzigd over te brengen naar onze tijd, maar de zojuist genoemde gedeelten uit de brief aan de Romeinen en de pastorale praktijk maken wel duidelijk dat er een langdurige doorwerking in de generaties kan plaatsvinden.

Bestudering van de gehele Bijbel leert ons, dat in Genesis (voor de tijd van het verbond aan de Sinaï) en ook in het NT, God zijn normen stelt die zegen met zich meebrengen, maar dat ongehoorzaamheid straf en vervloeking opleveren.

De kern van de zaak is in de gehele Schrift terug te vinden, maar het is waar dat de sterk aards gekleurde zegen en vloek in het NT een andere gedaante krijgen. Daar is het lijden om Christus’ wil, en daarmee
verdrukt worden door een vijand, een erezaak geworden (Mat.5:11). We moeten oppassen om ‘het lijden
van deze tegenwoordige tijd’ (Rom.8:18) niet uitsluitend negatief te zien. God wil voor zijn kinderen alles
laten meewerken ten goede (8:28).

Omdat in het NT het leven na de dood een veel grotere plaats inneemt dan in het OT, komen veel zaken in een ander perspectief te staan. Het NT verscherpt in zekere zin zegen en vloek. Want de onrechtvaardigen zullen niet slechts gestraft worden met honger of ballingschap, maar worden uitgesloten uit het Koninkrijk van God (1Kor.6:9-10).

Terwijl Paulus elders eerst schrijft dat zij die zich door de Geest laten leiden niet onder de wet zijn, voegt hij eraan toe, dat zij die de werken van het vlees doen, zoals onreinheid, toverij, nijd en dronkenschap, het Koninkrijk niet zullen beërven (Gal.5:18-21). Petrus roept op tot een levenswandel van liefde en barmhartigheid, en om geen kwaad met kwaad te vergelden, ‘maar zegent integendeel, omdat u hiertoe geroepen bent, dat u zegen zou beërven’ (1Pet.3:8-9). Een christen zal op deze wijze dus zeker zegen ontvangen.

Wie vertrouwt op God en de geestelijke wapenrusting aandoet (Ef.6), zal veilig zijn tegen de vele vurige pijlen die de boze op ons afvuurt. Dan geldt de belofte van 2Tes.3:3 :

‘Getrouw is de Here, die u sterken zal en u bewaren voor de boze’.

Maar wie zich met verboden zaken inlaat en zondigt, zal daar de negatieve gevolgen van ervaren. Terwijl tot de zondaren gezegd wordt ‘Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler’ klinkt tot de gelovigen:

‘wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd’.

De reden daarvoor is, dat Christus spoedig komt en zijn loon bij Hem is, om een ieder te vergelden naar dat zijn werk is (Op.22:11-12). Zegen en vloek komen zo in eeuwigheidsperspectief te staan.

.

.

.

.

De leer van Bruno Groening

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

De leer van Bruno Gröning

Hulp en genezing langs geestelijke weg

.

De leer van Bruno Gröning gaat uit van de invloeden van geestelijke krachten op de mens. De invloed van deze krachten is groter dan door de meeste mensen wordt aangenomen.

.

De mens als „batterij”- om zijn taken te vervullen, moet hij steeds weer nieuwe levensenergieën opnemen

.

Bruno Gröning vergelijkt de mens met een batterij. In het dagelijkse leven levert ieder kracht in. Toch wordt de benodigde nieuwe levensenergie dikwijls niet meer voldoende opgenomen. Evenals een lege batterij niet in staat is te functioneren, zo kan een krachteloos lichaam zijn taken niet uitvoeren. Uitputting, nervositeit, levensangsten en uiteindelijk ziekte zijn de gevolgen.

Bruno Gröning legde uit hoe ieder weer tot nieuwe energie kan komen. Het geloof in het goede is hiervoor evenzeer voorwaarde als de wil tot de gezondheid. De mens is overal omgeven door genezende golven, die hij slechts hoeft op te nemen. Volgens Bruno Gröning bestaat er geen ongeneeslijke ziekte, hetgeen de medisch onderzochte succesberichten bevestigen. De genezingen vinden hier alleen plaats langs geestelijke weg en zijn daarom niet gebonden aan het materiële lichaam van Bruno Gröning.

.

Hoe de mens de Heilstrom het beste opneemt

.

Om deze Heilstrom op te nemen, zit de hulpzoekende met geopende handen, armen en benen niet over elkaar, om het stromen van de Heilstrom niet te belemmeren. Gedachten aan ziekten en zorgen werken storend, gedachten aan iets moois daarentegen helpen.

Als de Heilstrom door het lichaam stroomt, stoot deze op de organen die door ziekte zijn belast en begint daar een reinigende werking. Daarbij kan er pijn optreden, die een aanwijzing is voor de reiniging van het lichaam. Omdat de ziekte in haar aard niet door God gewild is, wordt zij geleidelijk verwijderd. Dat kan in enkele gevallen ook spontaan gebeuren. Hiervoor is het nodig dat de mens zich in gedachten niet meer met de ziekte bezighoudt, maar erin gelooft dat voor God geen ongeneeslijk bestaat.

Om ook verder gezond te blijven, stellen de Bruno Gröning-vrienden zich dagelijks op de ontvangst van de Heilstrom in. Het gezonde lichaam vormt de basis voor een leven in harmonie met de mens zelf, zijn medemensen en met de natuur.

.

Bruno Gröning geeft de mensen een leer

.

Het doel van de leer van Bruno Gröning is om iedereen tot een levensblij mens te maken, die vrij is van lichamelijke en psychische belastingen.

Hierover zei Bruno Gröning woordelijk: „Deze, mijn leer is een uitgesproken levenswijsheid, waarnaar reeds veel van mijn vrienden leven en daarmee succes hadden. Door het aannemen van deze leer kwam in hen een volledige omschakeling tot stand, die zelfs in veel gevallen tot een succes met betrekking tot hun gezondheid leidde.“

Bruno Grönings streven gold slechts het ene doel: de noodlijdenden te helpen. Hen gaf hij zijn leer mee op weg, die niet op intellectuele overwegingen berustte, maar ontsproot aan het intuïtief aanvoelen van geestelijke wetmatigheden. Wie zich met deze leer nader bezighoudt, zal een onvermoede complexiteit vinden en erkennen, dat deze leer ver boven het aspect van de genezing uitreikt, doordat de mens niet alleen geneest in zijn lichaam, maar ook geneest in zijn ziel. Hij riep de mensen op in het goede te geloven en het in de daad om te zetten.

.

Welkom bij de Bruno Gröning-Vriendenkring

Hulp en genezing langs geestelijke weg door de

leer van Bruno Gröning – medisch bewijsbaar!

.

• Wat de oude volkeren in alle hoog ontwikkelde beschavingen wisten

• Wat beroemde artsen uit de moderne tijd (Paracelsus, Hahnemann, …) gebruikten

• Wat de wetenschap in enkele fundamentele ontdekkingen bevestigen kon:

.

Er bestaat een hogere kracht, die de grondslag van al het leven is en genezing kan geven!

.

Bruno Gröning noemde dit levenskracht, geneeskracht, Heilstrom of de goddelijke kracht. Hij had daarvan een zeer precies intuïtief weten, dat hij door zijn eenvoudige leer voor alle mensen bruikbaar heeft gemaakt.

De Bruno Gröning-Vriendenkring is een organisatie, waar mensen hulp en genezing hebben beleefd door het opnemen van deze tegenwoordig overwegend vergeten natuurlijke geneeskracht. In alle delen van de wereld wordt de leer van Bruno Gröning onafhankelijk van religies en naties doorgegeven.

Door een juiste lichaams- en geesteshouding kan ieder mens de goddelijke kracht in zich opnemen. Deze in het lichaam merkbare “Heilstrom” kan hulp en genezingen, zelfs van chronisch, degeneratief en zwaar organisch lijden, bewerkstelligen.

.

“Vertrouw en geloof. Het helpt, het geneest, de goddelijke kracht.” (Bruno Gröning)

.

De genezingen worden in groten getale volgens het model van de medische anamnese geregistreerd. De Medisch-Wetenschappelijke Vakgroep (MWF) in de Bruno Gröning-Vriendenkring, een forum van enkele duizenden artsen en andere hulpverleners in de gezondheidszorg, controleert de berichten inhoudelijk en geeft zo mogelijk gedocumenteerd medisch commentaar aan de hand van medische onderzoeken door onafhankelijke artsen.

.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Luke, Lucas 4 (Part 3) :31-44 • Demons, miraculous healing and prayer / Demonen, miraculeuze genezing en gebed

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Luke 4 (Part 3) : 31-44 • Demons, miraculous healing and prayer

.

Lucas 4 (deel3 ) : Demoenen, micraculeuze genezing en gebed

.

Paul LeBoutillier

.

.