Tagarchief: geur

Veldhondstong : Cynoglossum officinale

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

veldhondstong-100603-014

 

 

Goed te herkennen aan
de donkerrode (later vuilpaarse) bloemen en de grijze zachte beharing

 

 

takje_van_de_zomereik_met_aardappelgallen_foto_j_bouwmans

 

 

 

Algemeen

 

Veldhondstong is overblijvende plant van 30 tot 80 cm hoog. De veldhondstong komt voor in de gematigde streken van Europa en Azië ; in Noord-Amerika is de plant ingevoerd. Je vindt haar op open, droge, kalkrijke, stikstofrijke grond op duinhellingen en in duinstruikgewas, op dijkhellingen en in ruigten op kalk.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Veldhondstong bloeit vanaf mei tot en met juli met donkerrode (zelden witte) bloemen. Later in de bloei wordt de bloem vuilpaars. In het hart van de bloem zie je 5 donkerrode, behaarde keelschubben. De knoppen zitten opgerold in een schicht. Naarmate de bloei vordert rolt de bloeiwijze zich uit. Aan de stengel zitten dan van onder naar boven vruchten, uitgebloeide bloemen, bloemen in bloei en tot slot knoppen.

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De dicht bebladerde stengels van veldhondstong zijn grijs behaard met korte haren. De bladeren, ook behaard aan beide kanten, zijn langwerpig tot lancetvormig, de onderste steelachtig versmald, de bovenste zittend met half stengelomvattende voet.

 

 

 

 

 

Vrucht

 

De vruchtjes, omgekeerd plat eirond, zijn bezet met stekels, waarmee ze aan kleding of vacht blijven hangen en zo verspreid worden.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De plant verspreidt een onaangename geur en werd vroeger gebruikt om muizen en ratten te verjagen.
Veldhondstong is giftig voor paarden en vee.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de volksgeneeskunde wordt ze gebruikt als wondheelmiddel. Omdat de aanwezige pyrrolizidine alkaloïden ook voor mensen giftig zijn, dient de plant niet inwendig gebruikt te worden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

ruwbladigenfamilie (Boraginaceae)
– overblijvend
– algemeen in de duingebieden,
elders zeer zeldzaam of adventief
– 30 tot 80 cm

Bloem
– donkerrood tot vuilpaars, zelden wit
– vanaf mei t/m juli
– schicht
– 5 tot 7 mm
– stervormig
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– langwerpig tot lancetvormig
– onderste steelachtig versmald
– bovenste half stengelomvattend
– top spits
– rand gaaf
– veernervig
– boven- en onderkant zacht behaard

Stengel
– rechtop
– bovenaan vertakt
– zacht behaard
– rolrond

 

 

veldhondstong

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

JOHN ASTRIA

Glad walstro : Galium mollugo

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

walstroglad-110519-217

 

 

Goed te herkennen aan
– de witte losse pluimen en
– de in kransen geplaatste smalle bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Glad walstro is een overblijvende plant, die groeit op vrij droge tot vrij natte, meer of minder voedselrijke grond in graslanden, in bermen, op dijken, in struikgewas, aan bosranden en in de zeeduinen. Ze is algemeen voorkomend.

 

 

 

 

Bloem

 

Ze bloeit vanaf mei tot en met september met opvallende witte losse pluimen en kan tot 1,2 meter hoog worden. Ze heeft een aangename geur en wordt dan ook graag door bijen bezocht. De bloemen zijn klein en de bloemdekbladen hebben een toegespitst topje.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De bladeren staan met 6 tot 8 in een krans om de stengel. De stengels zijn slap, kaal of weinig behaard, vierkantig en opstijgend of liggend.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

sterbladigenfamilie (Rubiaceae)
– overblijvend
– algemeen voorkomend
– 30 tot 120 cm

Bloem
– wit
– vanaf mei t/m september
– bijscherm
– 2 tot 5 mm
– stervormig
– 4 bloemdekbladen, niet vergroeid en
met 0,2 tot 0,3 mm lang topspitsje
– 4 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kransstandig
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top toegespitst
– rand gaaf
– voet gevleugeld
– 1-nervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– niet of weinig behaard
– vierkantig

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

JOHN ASTRIA

Hangplanten

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

.

.

Hangplanten

.

Ben je op zoek naar een extra dimensie in je interieur? Het verrassende karakter van hangplanten is hiervoor ideaal! Met groene en bloeiende hangplanten kan je heel gemakkelijk effecten in perspectief creëren in een ruimte. Het groen biedt rust en laat tegelijk licht door. Ook bij hangplanten heb je heel wat keuze: van grillige vormen over spannende sprieten tot welvende bladeren.

.

.

Groen, warm en spannend

.

De materialen bij je hangplanten mogen gerust tot de verbeelding spreken. Denk aan opvallend glanzende poten of hangers gemaakt van koorden of metaal dat in het licht steeds van kleur verandert. Voor het meest indrukwekkende en onwerkelijke effect hang je verschillende bloeiende hangplanten bij elkaar, op diverse hoogtes.

.

.

Rhipsalis: warrig & wild

.

Rhipsalis is eigenlijk een cactus, maar dan zonder de stekels. Het is een snelle groeier die in lange ranken naar beneden hangt. Diepgroen van boven, wat ijler aan de uiteinden. Hij hangt graag op een lichte plek en kan zelfs volle zon verdragen, maar gedijt ook bij wat minder licht. De kluit mag tussen de gietbeurten een beetje uitdrogen. Hangt Rhipsalis in de zon dan heeft hij wat meer water nodig. Groeien de ranken te lang, dan kan je ze simpelweg terug in model knippen.

  • Rhipsalis is een van de betere luchtzuiverende planten om in huis te hebben.
  • Inheems in regenwouden in Midden- en Zuid-Amerika, Afrika en op een paar eilanden in de Indische Oceaan.
  • De plant staat ook bekend als Rotskoraal en er zijn wel 60 verschillende soorten van.
  • De naam is afgeleid van oud-Grieks voor ‘vlechtwerk’, met dank aan het uiterlijk van de plant.

 

.

.

.

.

.

.

.

Aeschynanthus: alien beauty

.

Het eerste wat opvalt is de grillige, uniek gelaagde bladweelde die royaal aan alle kanten naar beneden valt. Alsof dat niet al indrukwekkend genoeg is, bloeit Aeschynanthus ook nog eens met dieprode bloemen die verstopt zit-ten in paarse kokertjes: apart en een beetje geheimzinnig. Aeschynanthus heeft graag een lichte plek, maar hangt liever niet in direct zonlicht. In de winter is eenmaal per week water geven voldoende, in de zomer tweemaal per week. In het algemeen geldt: liever iets te weinig dan veel te veel water.

  • De naam spreek je uit als Eskinántus.
  • Aeschynanthus wordt ook wel lipstickplant genoemd, vanwege de opvallende rode bloemen.
  • In het wild groeit de plant in Maleisië waar de lianen wel anderhalve meter lang kunnen worden.

.

.

.

.

.

.

.

.

Tillandsia usneoides: lichte waterval

.

De schitterende grijze sluier van Tillandsia usneoides laat licht door, maar dempt tegelijk alle felheid van buiten. Zeer decoratief, perfect voor gedeeltelijke verhullingen en spelen met dimensies. Deze plant hangt graag licht, maar niet in vol zonlicht. Deze Tillandsia heeft geen wortels en absorbeert vocht en voeding via speciale schub ben op de gekrulde, smalle bladeren. Twee keer per week benevelen met kalkarm water, liefst regenwater. Als de plant niet binnen vier uur weer droog is, gebruik je de volgende nevelronde best wat minder water.

  • Tillandsia usneoides wordt ook wel Spaans mos genoemd.
  • De bloemetjes zijn niet erg indrukwekkend, maar geuren wel heerlijk.
  • In het wild groeit Tillandsia van het zuiden van de Verenigde Staten tot Argentinië op boomstammen en soms zelfs aan elektriciteitsdraden.
  • Volgens een Indiaanse legende is Tillandsia het haar van een prinses die op de dag van haar huwelijk door vijanden werd vermoord. De rouwende bruidegom sneed haar haar af en hing het in een boom, de wind verspreidde het over het land.

.

.

.

.

.

.

.

.

Ceropegia woodii: het lantaarnplantje

.

Kronkelende stengels, bloemen met een bizarre vorm: Ceropegia woodii geeft al snel het gevoel dat je naar een buitenaards wezen kijkt. De stengels zijn dun als draad, de hartvormige blaadjes zitten er als bedeltjes aan en de bloemen doen aan een opengewerkte lantaarn denken, vandaar zijn bijnaam: lantaarnplant. Het blad is prachtig grijsgroen gepatroneerd met spatvlekken en waterachtige patronen. Deze hangplant houdt van een lichte plek, maar kan ook in half schaduw hangen. Geef matig water, de kluit mag tussen de gietbeurten een beetje uitdrogen.

  • Ceropegia woodii is inheems in Zuid-Afrika, Swaziland en Zimbabwe, en bekend sinds 1881.
  • De naam komt van keros (was) en pege (bron): naamgever Carl Linnaeus vond de bloem lijken op ‘een fontein van was’.
  • In het wild vormen de bloemen een val voor vliegjes die voor de bestuiving zorgen.

.

.

.

.

.

.

.

.

Asparagus: zwevend sprookje

.

Deze seventies-ster maakt een enorme comeback als groen gordijntje met ontelbare fijne blaadjes die iets van naaldjes weghebben. Asparagus oogt licht en luchtig en tegelijk zacht en sierlijk. Het is een van de weinige hangplanten die eerst omhoog groeit en daarna pas in hoge bogen gaat hangen. Door de lichte structuur van de stengels en bladeren lijken ze door de lucht te zweven. Asparagus wil geen volle zon, maar wel een lichte hangplaats. Geef regelmatig water, maar voorkom een voetbad en benevel eens per maand.

  • Asparagus ziet er frêle uit, maar kan zo snel groeien dat de wortels de pot breken.
  • Water geven is spannend bij dit exemplaar: de kluit mag een beetje uitdrogen, maar te droog betekent in een mum van tijd een bruine wolk in huis: opletten dus.
  • De plant bloeit zelden, maar als hij bloeit hebben de piepkleine bloemetjes een zware, jasmijnachtige geur.
  • Hoewel de sierasperge verwantschap met de groente suggereert, is niets aan deze plant eetbaar.

.

.

.

.

.

.

 .
.