Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video
.
.
Isaiah 50 – 51 • The Servant of the Lord
.
Jesaja 50 51 . De Dienaar van de Heer
.
Paul LeBoutillier
.






“Omdat God alles volmaakt weet, is er niets dat Hij beter weet dan andere dingen. Hij weet alles even goed. Hij ontdekt nooit iets. Hij is nooit verrast, nooit verbaasd. Hij vraagt zichzelf nooit iets af en zal ook nooit (tenzij Hij mensen voor hun eigen bestwil over iets wil laten nadenken) informatie vragen of vragen stellen.” – A.W. Tozer
“God houdt van je zoals je bent, maar Hij weigert om je te laten zoals je bent. Hij wil dat jij wordt zoals Jezus.” – Max Lucado
“Op zo’n God kunnen de heiligen zeker vertrouwen! Hij is ons onvoorwaardelijk vertrouwen waardig. Niets is te moeilijk voor Hem. Als God op enigerlei wijze beperkt zou zijn in Zijn macht en Zijn kracht begrensd zou zijn, dan hadden we reden om te wanhopen. Maar Hij is gehuld in almacht; geen gebed is zo moeilijk dat Hij het niet kan verhoren, geen behoefte zo groot dat Hij er niet in kan voorzien, geen hartstocht zo krachtig dat Hij die niet kan onderwerpen. Geen verleiding is zo sterk dat Hij er niet van kan verlossen en geen ellende is zo groot dat Hij geen verzachting kan brengen.” – Arthur Pink
“Geen enkele overdenking zal ons brein nederiger maken dan gedachten over God. Maar terwijl het onderwerp ons nederig maakt, vergroot het ons denken ook. Wie vaak over God nadenkt, zal een grotere geest hebben dan iemand die maar gewoon z’n dingetjes doet hier op aarde. De beste studie om je ziel te verruimen is de wetenschap van Christus, Zijn kruisiging en de kennis van Zijn rol in de heerlijke Drie-eenheid. Er is niets wat ons intellect zo zal versterken en de hele ziel van de mens zo zal uitvergroten als een godvruchtig, eerlijk en degelijk onderzoek naar het grote onderwerp van de Goddelijkheid.” – C.H. Spurgeon
“Als je niets weet over God, is de wereld een vreemde, gekke, pijnlijke plek, en is het leven in deze wereld een teleurstellende en onaangename bezigheid. Als je niets over God wilt weten, veroordeel je jezelf er toe om als het ware geblinddoekt door het leven te struikelen en te blunderen, zonder richtinggevoel of begrip van wat er om je heen is. Daarmee kun je je leven vergooien en je ziel verliezen.” – J.I. Packer
“God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past” (Genesis 2:18).
“En de Here zeide: ‘Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb’” (Genesis 6:7).
“De Heer zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan Ik, de Heer?’” (Exodus 4:11).
“De Heer zei tegen Mozes: ‘Kom naar Mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal Ik je de stenen platen geven waarop Ik de wetten en geboden heb geschreven om het volk te onderrichten’” (Exodus 24:12).
“En de Heer zei tegen mij: ‘Ga aan het hoofd van het volk weer op weg, dan kunnen ze het land binnengaan dat Ik hun voorouders onder ede heb beloofd, en het in bezit nemen’” (Deuteronomium 10:11).
“De Heer zei tegen hem: ‘Dit is het land waarvan Ik aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat Ik het aan hun nakomelingen zou geven. Ik laat het je nu zien, maar erheen oversteken zul je niet’” (Deuteronomium 34:4).
“De Heer zei tegen hem: ‘Je hoeft voor die koningen niet bang te zijn, want Ik lever ze aan je uit. Geen van hen zal tegen je kunnen standhouden’” (Jozua 10:8).
“De Heer zei tegen Salomo: ‘Ik heb het smeekgebed dat je tot Mij gericht hebt gehoord. Ik heb de tempel die je gebouwd hebt tot heilige plaats gemaakt, om er voor altijd Mijn naam te laten wonen. Niets van wat daar gebeurt zal me ontgaan; Ik zal alles ter harte nemen” (1 Koningen 9:3).
“Moet je door het water gaan – Ik ben bij je; of door rivieren – je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien” (Jesaja 43:2).
“Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: Ik zal je een hoopvolle toekomst geven” (Jeremia 29:11).


Pasteltekening van John Astria
Lucas vertelt over twee bijzondere geboorten: de eerste van Johannes de Doper, de voorbode van de Here Jezus, en de tweede van Jezus zelf:
“In de zesde maand (van de zwangerschap van Elisabeth) zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje (maagd) dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je’.
Maria schrikt en vraagt zich af wat dit te betekenen heeft. De engel gaat verder:
“Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen”.
Tot haar verbazing hoort zij dat ze zwanger zal worden voordat ze met Jozef getrouwd is. Ze stelt daarom de vraag:
“Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad”.
Waarop Gabriël haar vertelt:
“De Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God”.
Gabriël vertelt haar ook dat haar oude tante Elisabeth al zes maanden zwanger is. Heel nederig, en vol geloof, antwoordt zij:
“De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd”.
Ze denkt niet aan alle problemen die er nu voor haar gaan komen. Wie zal haar geloven? Iedereen zal denken dat ze overspel heeft gepleegd. Hoe zal Jozef reageren? Als hij haar verlaat zal ze helemaal alleen zijn, niemand zal voor haar willen zorgen. Op overspel staat zelfs de doodstraf. Ze gelooft de woorden van Gabriël en besluit direct naar Elisabeth te gaan. De begroeting van Elisabeth klinkt haar als muziek in de oren. Ze krijgt hierdoor nog een bevestiging dat Gabriël de waarheid heeft gesproken:
“Toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de Heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan’.”
Deze woorden tonen dat Maria de woorden van Gabriël direct geloofde, in tegenstelling tot Zacharias, die als bewijs een teken vroeg. Maria antwoordt Elisabeth met een lofzang. Hierin laat zij voor het eerst haar grote blijdschap zien, om wat de Here voor haar heeft gedaan.
“Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam”.
Dit is alles wat zij over zich zelf zegt. Belangrijker voor haar is de vervulling van Gods heilsbeloften:
“Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd: hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.”
Uit de lofzang, waarin vele aanhalingen uit de psalmen en profeten staan, blijkt dat Maria de Schriften goed kende. Na haar terugkeer neemt Jozef zijn verloofde Maria bij zich in huis. God had hem in een droom de situatie uitgelegd. Jozef gelooft God en neemt de verantwoordelijkheid voor moeder en kind op zich. De geboorte vond plaats in een sombere stal. Het bezoek van de herders gaf grote blijdschap en maakte diepe indruk op Maria. Ze begreep niet alles van wat ze vertelden maar:
“bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken”(Lucas 2:19).
Deze houding was typerend voor Maria. Wanneer Jezus bij verschillende gelegenheden ‘vrouw’ en niet moeder zei, was dat niet koel en afstandelijk bedoeld. Het ging Jezus erom dat niet de biologische maar de geloofsband belangrijk is. De liefde van Jezus voor zijn moeder was groot. Bij de kruisiging gingen de woorden van Simeon (Lucas 2:35) in vervulling:
“en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden”.
Jezus troostte haar ; toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder:
‘Vrouw zie uw zoon’,
en daarna tegen de leerling:
‘Zie uw moeder’.
Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis”( Johannes 19:26-27). Vrouw niet moeder. Jezus wilde niet dat Maria alleen maar zou treuren om het verlies van een zoon, maar zou zien dat zij Hem terugkreeg als haar Heer. Samen met de discipelen in de bovenzaal toonde zij een groot geloof in haar Heiland:
“Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders”( Handelingen 1: 14).
Laten wij, net zoals zij, de Here aanbidden en uitzien naar zijn wederkomst!
De namen die in de Bijbel voor God gebruikt worden dienen als een wegenkaart om het karakter van God te kunnen ontwaren. Omdat de Bijbel Gods Woord aan ons is, zijn de namen die Hij voor zichzelf in de Bijbel heeft gekozen bedoeld om Zijn ware aard aan ons te openbaren.
“ELOHIM”
(of Elohay) is de allereerste naam voor God in de Bijbel. Deze wordt door het Oude Testament heen meer dan 2.300 keer gebruikt. Elohim komt van het Hebreeuwse stamwoord dat “sterkte” of “macht” betekent en heeft de ongewone eigenschap dat het een meervoudsvorm is.
In Genesis 1:1 lezen we: “In het begin schiep Elohim de hemel en de aarde.” Meteen vanaf het begin wordt deze meervoudsvorm voor de naam van God gebruikt om de Ene God te beschrijven, een mysterie dat in de rest van de Bijbel wordt geopenbaard.
Door de Schriftteksten heen wordt Elohim gecombineerd met andere woorden om bepaalde karakteristieken van God te beschrijven. Enkele voorbeelden:
Elohay Kedem – God van het begin (Deuteronomium 33:27).
Elohay Mishpat – God van rechtvaardigheid (Jesaja 30:18).
Elohay Selichot – God van vergeving (Nehemia 9:17).
Elohay Marom – God van hoogten (Micha 6:6).
Elohay Mikarov – God Die dichtbij is (Jeremia 23:23).
Elohay Mauzi – God van mijn kracht (Psalmen 43:2).
Elohay Tehilati – God van mijn aanbidding (Psalm 109:1).
Elohay Yishi – God van mijn redding (Psalm 18:47, 25:5).
Elohim Kedoshim – Heilige God (Leviticus 19:2, Jozua 24:19).
Elohim Chaiyim – Levende God (Jeremia 10:10).
Elohay Elohim – God der goden (Deuteronomium 10:17).
“EL” is een andere naam die in de Bijbel voor God gebruikt wordt. Deze naam kun je meer dan 200 keer in het Oude Testament vinden. El is een vereenvoudiging van Elohim en wordt vaak met andere woorden gecombineerd om een beschrijvende nadruk te leggen. Enkele voorbeelden:
El HaNe’eman – De trouwe God (Deuteronomium 7:9).
El HaGadol – De grote God (Deuteronomium 10:17).
El HaKadosh – De heilige God (Jesaja 5:16).
El Yisrael – De God van Israël (Psalm 68:35).
El HaShamayim – De God van de hemel (Psalm 136:26).
El De’ot – De God van kennis: (1 Samuël 2:3).
El Emet – De God van de waarheid (Psalm 31:6).
El Yeshuati – De God van mijn verlossing (Jesaja 12:2).
El Elyon – De allerhoogste God (Genesis 14:18).
Immanu El – God is met ons (Jesaja 7:14).
El Olam – De God van oneindigheid (Genesis 21:33).
El Echad – De Ene God (Maleachi 2:10).
“Elah” is een andere naam voor God die ongeveer 70 keer in het Oude Testament voorkomt. Ook wanneer deze naam wordt gecombineerd met andere woorden zien we verschillende eigenschappen van God. Enkele voorbeelden:
Elah Yerush’lem – De God van Jeruzalem (Ezra 7:19).
Elah Yisrael – God van Israël (Ezra 5:1).
Elah Sh’maya – God van de hemel (Ezra 7:23).
Elah Sh’maya V’Arah – God van hemel en aarde (Ezra 5:11).
“YHVH” is het Hebreeuwse woord dat vertaald wordt als “Heer”. Deze titel wordt in het Oude Testament vaker aangetroffen dan enige andere naam voor God (ongeveer 7.000 keer). Deze naam wordt ook vaak het “Tetragrammaton” genoemd, wat “de vier letters” betekent.
YHVH vindt zijn oorsprong in het Hebreeuwse woord “zijn” en is de bijzondere naam die God aan Mozes openbaarde bij de brandende struik: “Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: ‘IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.’
Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: De Heer heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.'” (Exodus 3:14-15).
Daarom staat YHVH voor het absolute wezen van God; de bron van alles, zonder begin en zonder einde. Hoewel sommigen YHVH uitspreken als “Jehova” of “Jahweh”, weten geleerden eigenlijk niet wat de juiste uitspraak van het woord is. De Joden spraken deze naam na ongeveer 200 na Christus niet meer uit, uit vrees voor het gebod in Exodus 20:7: “Misbruik de naam van de Heer, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan”.
Hier zijn enkele voorbeelden van het gebruik van YHVH in de Bijbel:
YHVH Elohim – HEER God (Genesis 2:4).
YHVH M’kadesh – De HEER Die heilig maakt (Ezechiël 37:28).
YHVH Yireh – De HEER Die voorziet (Genesis 22:14).
YHVH Nissi – De HEER mijn vaandel (Exodus 17:15).
YHVH Shalom – De HEER van vrede (Rechters 6:24).
YHVH Tzidkaynu – De HEER van gerechtigheid (Jeremia 33:16).
YHVH O’saynu – De HEER onze Schepper (Psalm 95:6).
De Heer die Zichzelf in het Oude Testament heeft geopenbaard als YHVH, wordt in het Nieuwe Testament geopenbaard als Yeshua (Jezus). Jezus heeft dezelfde eigenschappen als YHVH en beweert duidelijk YHVH te zijn. In Johannes 8:56-59 laat zien dat Jezus Zichzelf presenteert als de “IK BEN”.
Toen Jezus door enkele Joodse leiders werd uitgedaagd, omdat Hij beweerde Abraham gezien te hebben (die zo’n 2.000 jaar eerder leefde), antwoordde Hij: “Waarachtig, ik verzeker u, van voordat Abraham er was, ben ik er.” Die Joodse leiders begrepen dat Jezus beweerde YHVH te zijn. Dit wordt duidelijk wanneer zij Hem proberen te stenigen vanwege godslastering onder de Joodse Wet.
In Romeinen 10:9 schrijft Paulus:
Meteen daarop, in Romeinen 10:13, zet Paulus deze woorden kracht bij door uit het Oude Testament te citeren: “Ieder die de naam van de Heer (YHVH) aanroept, zal worden gered” (Joël 3:5).
Yeshua (Jezus) aanroepen is dus hetzelfde als YHVH (Heer) aanroepen; Hij is de Messias die door het hele Oude Testament heen wordt voorspeld.







