Tagarchief: zwanger

Zwangere vrouwen moeten extra jodium slikken

Standaard

categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

Zwangere vrouwen moeten extra jodium slikken

.

.

.
.
.

Zwangere vrouwen nemen onvoldoende jodium in en dat heeft gevolgen voor de intellectuele ontwikkeling van kinderen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Hoge Gezondheidsraad (HGR).

Jodium is een belangrijk bestanddeel voor het goed functioneren van de schildklier. Jodium is een sporenelement dat van nature in kleine hoeveelheden in het lichaam voorkomt. De schildklier gebruikt dit element als bouwsteen voor de schildklierhormonen die een belangrijke rol spelen in het normaal functioneren van de lichaamscellen en de groei van de organen.

Bij volwassenen regelen deze hormonen ondermeer de hartslag en de bloeddruk. Bij kinderen spelen schildklierhormonen ook een rol bij de groei van botten, spieren, en zenuwweefsel, in het bijzonder het hersenweefsel.

Het meeste jodium krijgen we binnen via melk, brood en vis. Daarom werd in 2009 beslist om het zout voor bakkerijproducten te joderen. Onder meer door deze maatregel is de jodiumstatus van de Belgische bevolking verbeterd en in het bijzonder die van kinderen in de schoolgaande leeftijd (8 tot 12 jaar) die nu voldoende jodium innemen voor een harmonieuze lichamelijke en intellectuele ontwikkeling (100-199 microgram per dag).

 

 

Zwangere vrouwen

.

Bij vrouwen ligt dit gehalte een pak lager. Bij niet zwangere vrouwen ligt de minimale drempel op 100 microgram per dag. Voor zwangere vrouwen is dit 150 microgram. In beide gevallen komt men niet aan deze drempel.

De HGR adviseert daarom dat zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven jodiumsupplementen (dagelijkse aanvullende jodiuminname tussen 150 en 200 µg).

 

 

 

Verder adviseert de HGR dat:

.

• Het programma voor het gebruik van jodium verrijkt zout in bakkerijproducten moet ongewijzigd gehandhaafd blijven (15 mg/kg) met een uitbreiding naar alle bakkerijen en dit op een vrijwillige basis.

• Regelmatig jodiumrijke voedingsmiddelen verbruiken. De enige natuurlijke bron van jodium zijn zeeproducten. Algemeen wordt aanbevolen om 2 tot 3 keer per week zeevis of zeevruchten te eten.

• Indien bij de bereiding van gerechten zout wordt toegevoegd, gejodeerd zout met een matig jodiumgehalte (10 tot 15 mg/kg) gebruiken. Gejodeerd zout moet tegen een competitieve prijs beschikbaar zijn.

• De aanbevelingen inzake het toevoegen van jodium aan gecommercialiseerde voedingsproducten voor pasgeborenen en kinderen moeten correct toegepast worden, zodat de totale jodiuminname overeenstemt met de aanbevelingen voor deze leeftijdsgroepen. Kunstmatige zuigelingenvoeding zou minstens 10 microgram jodium per deciliter moeten bevatten, en zelfs 20 microgram voor prematuren.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Groeien in de duisternis

Standaard

categorie : religie

 

 

 

In Genesis zweeft God in de duisternis en Jezus bad vaak ’s nachts in alle eenzaamheid.  In de duisternis kan iets moois ontstaan. In de donkere momenten van je leven, als je somber bent, als het tegenzit, juist dan kun je groeien. God heeft de dag gemaakt, maar ook de nacht, en die is er niet voor niets. In de duisternis zoekt God je op.

 

 

 

 

 

Bijbelteksten: 

 

‘God maakte de nacht’ – Genesis 1:1-5

 

1 In de beginne schiep God de hemel en de aarde. 
2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op de afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren. 
3 En God zeide: Daar zij licht! en daar werd licht. 
4 En God zag het licht, dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en tussen de duisternis. 
5 En God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de eerste dag.
.
.
.
.

– ‘Moeder Maria zwanger’ – Lucas 1:39-56

 

39 Kort daarop reisde Maria in grote haast naar het bergland, naar een stad in Juda,
40 waar ze het huis van Zacharias binnenging en Elisabet begroette.
41 Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld van de heilige Geest
42 en riep luid: De meest gezegende ben je van alle vrouwen», en gezegend is de vrucht van je schoot! 
43 Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
44 Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
45 Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
46 Maria zei:‘Mijn ziel prijst en looft de Heer,
47 mijn hart juicht om God, mijn redder:
48 hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
49 ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam.
50 Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht, voor al wie hem vereert.
51 Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
52 heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien.
53 Wie honger heeft overlaadt hij met gaven, maar rijken stuurt hij weg met lege handen.
54-55 Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:
hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.
56 Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar, en ging toen terug naar huis.
.
.
.
.

– ‘Zaadkorrels in het duister’ – Marcus 4:26-29; Johannes 12:24-25

 

Marcus 4:26-29

26 In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait;

27 hij slaapt en staat op, ’s nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe.

28 Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar.

29 Zodra de vrucht het toelaat slaat hij er de sikkel in, want het is tijd voor de oogst.”

 

Johannes 12:24-25

24 Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort. 
25 Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
.
.

 

 

 

– ‘Jezus bidt ’s nachts’ – Lucas 6:12-16; Lucas 21:37-38; Lucas 22:39-46

 

Lucas 6:12-16

12 En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar de berg, om te bidden, en Hij bleef de nacht over in het gebed tot God. 
13 En als het dag was geworden, riep Hij Zijn discipelen tot Zich, en verkoos er twaalf uit hen, die Hij ook apostelen noemde: 
14 Namelijk Simon, welken Hij ook Petrus noemde; en Andreas zijn broeder, Jakobus en Johannes, Filippus en Bartholomeus; 
15 Mattheus en Thomas, Jakobus, den zoon van Alfeus, en Simon genaamd Zelotes; 
16 Judas, den broeder van Jakobus, en Judas Iskariot, die ook de verrader geworden is.

 

Lucas 21:37-38

  1. Overdag gaf Hij onderricht in de tempel, maar ’s nachts vertrok Hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg.

38. Iedere ochtend kwam al vroeg het hele volk naar de tempel om naar Hem te luisteren.

 

Lucas 22:39-46

  1. En uitgaande, vertrok Hij, gelijk Hij gewoon was, naar de Olijfberg; en Hem volgden ook Zijn discipelen.
  2. En als Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt.
  3. En Hij scheidde Zich van hen af, omtrent een steenworp; en knielde neder en bad,
  4. Zeggende: Vader, of Gij wildet dezen drinkbeker van Mij wegnemen, doch niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede.
  5. En van Hem werd gezien een engel uit de hemel, die Hem versterkte.
  6. En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
  7. En als Hij van het gebed opgestaan was, kwam Hij tot Zijn discipelen, en vond hen slapende van droefheid.
  8. En Hij zeide tot hen: Wat slaapt gij? Staat op en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt.

 

 

– ‘Zonsverduistering’ – Lucas 23:44-45

 

  1. En het was omtrent de zesde ure, en er werd duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.
  2. En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde midden door.
  3. En Jezus, roepende met grote stemme, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest.
  4. Als nu de hoofdman over honderd zag, wat er geschied was, verheerlijkte hij God, en zeide: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig.
  5. En al de scharen, die samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen, die geschied waren, keerden wederom, slaande op hun borsten.

 

 

– ‘Opstaan uit de nacht’ – Romeinen 6:8-9

 

  1. Indien wij nu met Christus gestorven zijn, zo geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven;
  2. Wetende, dat Christus, opgewekt zijnde uit de doden, niet meer sterft; de dood heerst niet meer over Hem.

 

 

 

 

 

 

7 Bijbelfiguren, een symbool van Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Met kerst vieren we weer dat de Heere Jezus naar de aarde is gekomen om ons te verlossen. Maar in het Oude Testament komen al meerdere figuren voor die vooruitwijzen naar Jezus.

 

 

Jezus in en uit Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

1. Simson

 

In Richteren : 13 lezen we over de geboorteaankondiging van Simson. De moeder van Simson was altijd onvruchtbaar geweest en had dan ook geen kinderen. Maar dan spreekt God: Want zie, u zult zwanger worden en een zoon baren. En waar kennen we die zin ook alweer van? God belooft bij de geboorteaankondiging van Simson verder dat hij een begin zal maken om Israël te verlossen, het werk dat de Heere Jezus uiteindelijk zal voltooien.

 

 

2. Jozef

 

Het bekendste symbool van Jezus in het Oude Testament is misschien wel Jozef. Veel Bijbel uitleggers zien in het leven van Jozef veel terug van de Heere Jezus: hij wordt door zijn broers afgewezen, door een ander volk als verlosser binnengehaald en later alsnog door zijn broers erkend. Dat wijst vooruit naar het leven van Jezus. Hij wordt door Zijn eigen volk uitgeleverd in dienst van de andere volken, die Hem daarna als Verlosser erkennen. Uiteindelijk zal Hij ook door Zijn eigen volk worden erkend als Messias.

 

 

3. Adam

 

Zelfs de eerste mens wees al op de komst van de Messias. In Romeinen 5:14 staat: Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou.

Adam is de enige Bijbelse figuur waarover in de Bijbel zelf wordt geschreven dat hij een symbool is van Jezus. Opmerkelijk, want je zou zeggen dat de eerste zondaar nou niet direct een voorbeeld is van de Messias. Toch wordt Adam door Paulus zo genoemd. Een uitleg hiervan is dat Adam zichzelf vernederde voor zijn vrouw Eva, zoals Christus Zich vernederde voor de mens. (lees in dat verband ook Efeze : 5)

 

 

4. Melchizedek

 

In Genesis 14:18 wordt voor het eerst melding gemaakt van een zekere Melchizedek. Zijn naam betekent Koning van de Gerechtigheid. Hij was de koning van Salem (= vrede), dus was hij ook de Koning van de Vrede. Dat is een wel heel duidelijke vooruitwijzing naar Jezus. In Hebreeën : 7 wordt verder van Melchizedek gezegd dat hij, net als Jezus, geen oorsprong en einde kent.

 

 

5. Izaak

 

In Genesis lezen we dat Abraham een merkwaardige opdracht krijgt van God: hij moet zijn zoon Izaäk offeren. Dat moest gebeuren op de berg Moria (Genesis 22:2). De opdracht blijkt gelukkig alleen maar een test te zijn van Abrahams geloof, maar de offerlocatie blijft opvallend. Op de uitlopers van de berg Moria vinden we namelijk Golgotha: de plek waar God Zijn eigen Zoon heeft geofferd.

 

 

6. Het Pesachlam

 

In het Paasevangelie zijn er een aantal opmerkelijke verbanden te zien tussen het lijden van de Heere Jezus en de manier waarop Israël het Pesachfeest viert:

  • tijdens Pesach werd in Jeruzalem altijd een Paaslam geslacht om de zonden van het volk Israël weg te nemen
  • Jezus stierf op hetzelfde moment als dat het Pesachlam altijd werd geslacht: om drie uur ’s middags op de 14e dag van de maand Niesan
  • de benen van het Pesachlam mochten niet worden gebroken worden, net als bij Jezus (Johannes 19:33)
  • men stak na het slachten een spies door het Pesachlam heen, via de bek dwars naar de achterkant. Daarna brachten ze een dwarsspies aan, van de ene naar de andere voorpoot: een gekruisigd lam dus, net als Jezus.

 

 

7. Israël

 

Ook de geschiedenis van het volk Israël is een vooruitwijzing naar het leven van Jezus:

  • beiden kennen een wonderlijke geboorte. Israël komt voort uit Abraham en Sara, die lange tijd onvruchtbaar waren. Jezus komt voort uit Maria, die als maagd zwanger werd.
  • beiden zijn geroepen uit Egypte (Hosea 11:1 en Mattheüs 2:19,20)
  • beiden worden de Knecht des Heeren genoemd in Jesaja 41 t/m 53
  • beiden worden het Licht voor de wereld genoemd (Jesaja 42:6 en Johannes 8:12)

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

God zocht een vader voor Zijn zoon

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Heilige Jozef en Jezus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

God zocht een vader voor Zijn zoon

 

De kerstgeschiedenis is een opmerkelijk en bijzonder verhaal. Het heeft zoveel kanten die aandacht vragen. God koos niet alleen heel zorgvuldig Maria uit, maar ook Jozef. Hij wilde dat Zijn Zoon niet alleen een moeder, maar ook een aardse vader zou hebben. En daarom zocht Hij niet een gewoon meisje uit, maar een ondertrouwd meisje als moeder voor Zijn Zoon. Wat maakt dat nu voor een verschil?

 

Als Jezus uit een ongetrouwde maagd geboren zou zijn, zou de Zoon van God een ongehuwde, alleenstaande moeder hebben gehad. Hij zou zonder een aardse vader zijn op gegroeid. Maar Maria was ondertrouwd. Dat was zoiets als verloofd, alleen had het een veel vaster karakter. Het was een schriftelijk vast gelegde overeenkomst. De ondertrouwden hadden echter nog geen seksuele omgang. Het moment daarvoor was pas na de plechtige huwelijkssluiting. Jozef hoorde bij Maria. Hierdoor plaatste God Zijn Zoon in het gezin van Jozef. Hij wist hoe belangrijk het was voor de ontwikkeling van Zijn Zoon op aarde om niet alleen een moeder, maar ook een vader te hebben.

Het geslachtsregister in Mattheus eindigt met: `Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is. Dus niet: Jozef verwekte Jezus zoals bij de voorgaande vaders. Jozef was wel de man van Maria, maar niet de biologische vader van Jezus. De goddelijke Zoon is uit de maagd Maria geboren. Toch wordt de afstamming niet gerekend via Maria, maar via de lijn van Jozef. Wettelijk was Jezus een zoon van Jozef: de eerste, dus erfgenaam. Jozef was uit het geslacht van David. En zo werd Jezus via Jozef een zoon van David. Rom. 1:4 zegt: `Gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest… Gods Zoon…’

 

 

Een betrokken man en vader

 

En omdat Jozef uit het geslacht van David was, moest hij naar Bethlehem — de stad van David – om zich te laten inschrijven. Het register van zijn afstamming was dus goed bijgehouden. En tot onze verbazing nam hij zijn hoogzwangere bruid mee. Waarom doet hij dit? Had hij Maria in haar toestand niet beter thuis kunnen laten? Het is een zware tocht van 140 km dwars door het gebied van de Samaritanen heen. Maar Jozef neemt haar mee. Hij wil haar in haar omstandigheden niet alleen achterlaten. Hij wil haar beschermen tegen hoon en spot. En niet de schijn wekken dat hij Maria in de steek laat. Ze gaan samen.

En zo wordt het Schriftwoord vervuld dat Jezus in Bethlehem geboren zou worden. Het zal kenmerkend worden in hun relatie: waar Jozef is, daar is Maria en omgekeerd. Ze trekken door dik en door dun met elkaar op. Niet slechts even, maar een heel leven lang. Ze hebben dan ook een heel bijzonder geheim samen. Laten we dit in vogelvlucht bezien:

`En de herders kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef en het Kindeke, liggende in de kribbe.’ Jozef was bij de bevalling en stond haar daarin bij (Luc. 2:16). We zien ze weer samen in de tempel om hun Kind aan de Here op te dragen: vers 22 en 27. Vers 33: `En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd’. Ze beleefden de dingen samen. Vers 39: `Ze keerden samen weer terug naar Nazareth’. En dan lezen we in vers 41 dat ze samen elk jaar naar Jeruzalem reisden. Het jaarlijks opgaan naar de tempel was verplicht voor elke mannelijke Israëliet. Maar Maria ging ook mee.

Op een keer toen ze op reis waren naar Jeruzalem, raakten ze hun 12 jarige Zoon Jezus kwijt. De verontruste ouders gaan samen op zoek en zeggen tegen Hem, als ze Hem gevonden hebben: `Zie, uw vader en ik hebben u met angst gezocht’. Jozef was een betrokken vader! God bestuurde het zo dat Jezus in een eenvoudig gezin kwam, maar een goed gezin waar vader en moeder gezamenlijk optrokken, één weg gingen, samen met God!

 

 

Seksueel betrouwbaar

 

Toen Jozef bemerkte dat Maria zwanger was, wist hij het zeker: `Dat komt niet door mij.’ Hoewel hij en Maria ondertrouwd waren, hadden ze geen seksuele gemeenschap gehad. Ze hadden zelfs geen geslachtelijke omgang met elkaar tot de geboorte van de Here Jezus. Jozef werd niet beheerst door zijn seksuele driften, die werden beheerst door hem! Jozef was een man uit één stuk. Het is zo belangrijk voor een meisje om te merken tijdens de verkeringstijd dat haar `jongen’ de baas is over zijn seksuele driften. Het geeft een veilig gevoel. Want als hij zich vóór het huwelijk niet weet te beheersen, kan hij het dan wel in het huwelijk?

Want ook dan is er zelfbeheersing nodig, bijvoorbeeld bij ziekte of als de echtgenoten voor een bepaalde tijd afscheid moeten nemen. Als een man zich seksueel beheerst, krijgt hij de mogelijkheid om het innerlijk van het meisje te kennen en haar met het hart lief te krijgen. Dat deed Jozef. Uit de kerstgeschiedenis blijkt hoe zeer hij Maria lief had!

 

 

Gevoelig en toch sterk

 

Maria wist hoe het met de zaak gelegen was. Maar Jozef wist het niet. Zij wist dat ze geen omgang met een man had gehad, dat ze maagd was. Hoe kon ze dat aan Jozef bewijzen? Wat zat deze jonge vrouw in een moeilijk parket! Ze liep het gevaar van hoererij beschuldigd te worden en daar stond in Israël een hele zware straf op (peut. 22:23, 24). Maar Maria was niet bang. Ze wist dat ze onschuldig was en gaf het over aan God.
Jozef echter wist het niet. Het was voor de hand liggend dat hij dacht dat hij zich in zijn lieve Maria vergist had. Het kon niet anders dan dat ze vreemd was gegaan.

Natuurlijk zal Jozef heel verdrietig zijn geweest en teleurgesteld. Maar het valt op dat hij in deze netelige situatie waarin hij Maria heel gemakkelijk verwijten had kunnen maken, heel teergevoelig handelt. Hij houdt van Maria en is bezorgd om haar. Ook nu! Hij wil haar niet in opspraak brengen. Hij wil niet dat ze over de tong zal gaan. En daarom besluit hij om in stilte van haar weg te gaan. Jozef wilde zich aan de wet houden, die hem verbood om in deze omstandigheden Maria te trouwen. Maar hij ontziet haar zoveel als in zijn vermogen ligt. Hij loopt daarbij wel het risico zelf verkeerd beoordeeld te worden.

Men zou immers denken dat het kind van hem was en nu zijn zwangere ondertrouwde vrouw verliet… Hij verkoos barmhartigheid boven recht. Een grandioze man die Jozef! God had echt een hele goede vader voor Zijn Zoon gekozen! De Bijbel zegt dat hij zo handelde omdat hij rechtschapen was (Matt. 1:19). Het is een ouderwets woord dat staat voor integer, eerlijk, deugdzaam, oprecht. Nu moet u niet denken dat Jozef een zacht gekookt eitje was. Hij is een man zoals hij hoort te zijn: gevoelig en toch sterk.

 

 

Daadkrachtig

 

God grijpt in! Jozef krijgt een droom waarin een engel aan hem verschijnt. Die helpt hem uit de droom! Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest’ (Matt. 1:20). Maria is dus toch niet ontrouw aan hem geweest! Wat zal dat een opluchting voor hem zijn geweest. Hij nam Maria tot zich en had geen gemeenschap met haar tot Jezus geboren was (Matt. 1:25). Nog twee keer komt de engel des Heren tot Jozef en weer zien we zijn directe gehoorzaamheid en flinke wakkere handelwijze.

In Matt. 2:13 lezen we dat de engel tegen Jozef zegt dat hij moet vluchten naar Egypte, omdat Herodes zoekt het kind Jezus te doden. Reactie van Jozef: `Hij stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte.’ Het is belangrijk dat een man leert om duidelijke beslissingen te maken. Niet als een dictator, die alleen rekening houdt met zijn eigen wensen en voorkeuren, maar als een leider die beslissingen maakt in overleg en op basis van wat het beste is voor zijn vrouw en kinderen.

 

 

Gehoorzaam aan God en mensen

 

Het is opvallend dat Jozef telkens stil is en niets terug zegt tegen de engel. Hij handelt ernaar en geeft geen tegenwerpingen. Hij had bijvoorbeeld kunnen zeggen: `Kan de Here God Zijn eigen Zoon niet beschermen? Hij kan toch een legioen engelen sturen? Hij kan Herodes toch onschadelijk maken?’ Niets van dit alles. Ze breken op en vluchten. Ze weten niet voor hoelang. De engel zei: `Totdat de Here het u zal zeggen.’ Egypte is een land vol afgoden. Geen ideale plek voor een gelovig gezin om te wonen. Maar geen gezeur, geen gemopper, geen bezwaren. Jozef gaat onmiddellijk en Maria gaat met hem mee.

 

 

Hoofd van het gezin

 

Het valt op in het verhaal dat de engel des Heren zich steeds richt tot Jozef en niet tot Maria. Jozef doet niet voor spek en bonen mee. Hij leeft niet in de schaduw van de meest begenadigde vrouw die er ooit geleefd heeft, omdat zij de Zoon van God gebaard heeft. De Here geeft hem de leiding over het gezin, zoals aan elke vader. God verkoos deze man als vader voor Zijn Zoon. Hij was een man naar Gods hart.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Maria, de moeder van Jezus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Maria, de moeder van Jezus

 

Maria was de vrouw van Jozef en de moeder van Jezus Christus, die in haar verwekt was door de Heilige Geest toen ze maagd was. Ze wordt vaak genoemd de ‘Maagd Maria’ hoewel nergens in de Bijbel deze twee woorden bij elkaar staan als een echte naam (Matt. 2:11; Matt. 1:23; Luk. 1:27; Hand. 1:14). Er is weinig bekend over haar persoonlijke geschiedenis. Ze was uit de stam van Juda een rechtstreekse afstammelinge van David (Psalm 132:11; Luk. 1:32). Door haar huwelijk was ze familie van Elisabet, die een afstammelinge was van Aaron (Luk. 1:36)

 

Levensloop van Maria

 

Volgens de geslachtsregisters in de evangeliën stammen Maria zowel als Jozef allebei af van David. Hiermee werd aan de voorwaarde voldaan dat volgens de profeten van het Oude Testament de Messias, die God zou sturen, uit het Huis van David zou komen. Het Nieuwe Testament vermeldt dat Maria nog niet samenwoonde met Jozef maar wel verloofd was, toen ze zwanger werd en dat ze nog geen geslachtsgemeenschap hadden gehad. Maria was dus nog een maagd. Volgens de christelijke theologie is Jezus in de schoot van Maria ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. De verloving gaf in het jodendom reeds de rechten in het huwelijk. Toch bleef de bruid in het ouderlijk huis wonen, totdat de bruidegom haar plechtig zijn woning binnenleidde. Hiermee werd het huwelijk als voltrokken beschouwd.

Het evangelie van Matteüs beschrijft dat na de geboorte van Jezus, Jozef en Maria niet in Bethlehem bleven en ook niet naar Nazareth terugkeerden, maar naar Egypte vluchtten. Jozef was volgens dit evangelie namelijk via een droom gewaarschuwd, door een engel, dat koning Herodes, de aanstaande koning der Joden wilde vermoorden uit angst voor zijn eigen troon. Deze beging daartoe de kindermoord van Bethlehem. Na de dood van Herodes keerden Maria en Jozef terug naar Nazareth.

Hier groeide Jezus op onder de hoede van Maria en Jozef. Hij werd opgevoed in de joodse leer en leerde waarschijnlijk ook het beroep van zijn vader: timmerman. Jozef stierf volgens de traditie echter al op vrij jeugdige leeftijd, Maria als weduwe achterlatend. Bij het openbare optreden van Jezus wordt Maria nog dikwijls genoemd en ook bij de dood en verrijzenis van Jezus is zij aanwezig. Vervolgens zou ze nog aanwezig zijn geweest bij enkele vergaderingen van de apostelen.

Over haar verdere leven zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 na Christus zijn overleden in Jeruzalem of Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria’s lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus!

 

 

De Heilige Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd

 

Maria is haar naam. Gezegende onder de vrouwen wordt ze genoemd. En alle geslachten zullen haar voortaan gelukkig prijzen. Maria mag een naam hebben! Ze mag er zijn. De moeder van Jezus .

Nu heeft Maria onder rooms-katholieke christenen een heel bijzondere plaats gekregen. Zij aanbidden Maria en verwachten veel van hun gebed tot haar. Zo hebben zij van Maria meer gemaakt dan de Bijbel doet. Want Maria was een mens zoals wij en haar komt geen goddelijke eer toe. Maar zijn gereformeerde christenen misschien niet in het andere uiterste vervallen? Lopen zij niet het gevaar dat ze maar met een boogje om Maria heenlopen, uit angst dat ze haar te veel aandacht en zo te veel eer zouden geven? En maken zij zo niet minder van Maria dan de Bijbel doet?

Gods werk op aarde krijgt gezicht in Maria, zoals het werk van God op aarde gezicht heeft gekregen in een lange rij van mannen en vrouwen die we tegenkomen in de bijbel: Abraham, Mozes, Elia, Rachab, Ruth, Debora. Zij zijn allemaal geloofsgetuigen. In het concrete leven van al deze vrouwen en mannen, die in de bijbel een naam mogen hebben, is zichtbaar geworden wat God met mensen kan doen. Ook Maria hoort thuis in de lange rij geloofsgetuigen.

En in de lijn van Hebreeën 11, dat hoofdstuk waar al die geloofsgetuigen de revu passeren, zou over Maria gezegd kunnen worden: ‘Door het geloof heeft Maria, toen ze geroepen werd om de moeder van Jezus te zijn, vol overgave geantwoord: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ En daarom gaat deze preek over een jonge vrouw met de naam Maria. We prijzen haar gelukkig omdat we ook in haar leven ontdekken wat God met mensen kan doen.

 

 

De roeping van Maria

 

Maria wordt geroepen om de moeder van de Messias te zijn. En de hemel zelf komt haar dat vertellen. Want het is heel bijzonder wat hier gebeurt. Nadrukkelijk staat er in vers 26 dat de engel Gabriël door God werd gezonden. Als er engelen optreden in de bijbel is het meestal zo dat ze er gewoon zijn. Maar bij de roeping van Maria wordt er nadrukkelijk bij gezegd: ‘In de zesde maand zond God de engel Gabriël.’ Eerst staat hij dus nog in de hemel, waar de heerlijkheid van de Heer is, en waar Gabriël staat voor Gods aangezicht. Zo valt er een duidelijk accent op de plaats waar de engel vandaan komt.

En daarmee wordt ook het contrast met de plaats waar hij heengaat extra scherp neergezet: de engel Gabriël gaat vanuit de hemel, nu niet naar de tempel, waar een eerbiedwaardige priester zijn werk doet, maar naar een klein stadje waar een volslagen onbekend meisje woont die ondertrouwd is met een al even onbekende man. Lucas moet ze allemaal nog aan ons voorstellen. De provincie is Galilea en het stadje is Nazaret, dat onbekende meisje heet Maria, en die onbekende man heet Jozef.

Zo leidt Lucas het roepingsverhaal in. Een engel uit de hemel Gabriël brengt een blijde boodschap aan Maria.  Het eerste woord van de engel is een heel ander woord. Het is een groet, maar geen gewone. ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ De groet is heel bijzonder omdat de vrouw tot wie de engel zich richt heel bijzonder is. En dat wil de engel direct zeggen: al bij voorbaat eert Gabriël Maria om wat hij haar straks mag gaan zeggen. Namens heel de engelenwereld spreekt Gabriël een gelukwens uit.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd.’ Maria valt een heel bijzondere genade ten deel. Maar het is wel genade en daaruit blijkt dat ook Maria niet zonder zonde heeft geleefd. Maria wordt door God ‘de onbevlekte Ontvangenis’ die de Messias zal baren. Jezus moet geboren worden uit een zondeloos lichaam. Alle zonden van Maria worden uit haar leven gewist. Maria wordt op dat moment de perfecte mens, zoals Eva was in het paradijs voor de zondeval. Maria krijgt een heel unieke plaats in Gods plan, een heel unieke plaats binnen het volk van de Heer.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Zo maakt Gabriël zijn bijzondere groet af. ‘De Heer is met je.’ Dat betekent dat God zegenend tegenwoordig is in het leven van Maria. Want Maria moet een zware taak vervullen die ze alleen niet kan volbrengen. Dat gaat Gabriël zo dadelijk vertellen. Maar hij zegt al bij voorbaat: ‘De Heer zal je op een bijzondere manier helpen. De Heer zal je zegenen en beschermen.’

Maria voelt heel goed aan dat dit geen gewone groet is. We leren Maria kennen als een vrouw die over dingen nadenkt. Maria heeft wat met woorden. Ze luistert er heel intens naar en ze overweegt ze. Zo is Maria een voorbeeld voor iedereen die wil leren wat mediteren is over het Woord van God. Zo vraagt Maria zich af wat deze groet uit de hemel betekent. Haar gedachten gaan in een denkrichting van verbijstering en de confrontatie dat zij de beloofde Messias op de wereld zal brengen. Heel haar leven wordt op de kop gezet. De mensen zullen denken en praten, want Maria is nog niet getrouwd. En wat zal Jozef zeggen? Maria zal haar eigen leven moeten opgeven!

 

 

 

Waarom Maria weent!

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De overgave van Maria

 

Maria vraagt aan de engel hoe dat wel kan want Jozef is nog niet haar man. Het antwoord van de engel is duidelijk: ‘Het Koningskind dat zij verwacht het is een wonder van Gods kracht.’ En als Maria dat heeft gehoord, maakt haar vragende houding plaats voor een dienende houding uit overgave. Maria heeft het woord van God dat door de dienst van de engel Gabriël tot haar is gesproken, gehoord en overwogen in haar hart. En ze geeft gehoor aan de roeping die op haar afkomt.  ‘Amen’ zegt ze op het Woord van God.

Bij Maria zou je kunnen verwachten dat ze reageerde op de boodschap van de engel met een lach waarin spot en ongeloof doorklinken. Maar Maria lacht niet. Maria overweegt de woorden in haar hart en zegt: ‘De Heer wil ik dienen.’ Ze lijkt op haar Zoon die nog geboren moet worden. Maria gaat leven in de navolging van Christus, die zichzelf overgegeven heeft om ons te redden.  In deze overgave van Maria zien we ook werkelijk dat de Heer met haar is. .

 

 

Het geloof van Maria

 

Maria eindigt haar antwoord op haar roeping met de woorden: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Maria moet geloven dat uit haar door de Geest de Messias zal worden geboren, het vrouwenzaad dat al zo lang geleden was beloofd. Zij moet geloven dat dat kan, want bij God is niets onmogelijk. Zij moet geloven dat wat in haar leven gebeuren gaat de voortzetting is van het werk dat God in het Oude Testament begonnen is.

Maria’s  geloof komt van de Heilige Geest. Hij komt over haar en zal haar ‘als een schaduw bedekken’ dat iets blijvend is. God maakt van haar lichaam en van haar ziel in de meest letterlijke zin de tempel van de Heilige Geest. Het geloof van Maria komt van de Heilige Geest die het in haar hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie.

Hoe anders was het bij die andere jonge vrouw aan het begin van het Oude Testament, Eva. Bij haar zien we het ongeloof en zelfzucht. Bij haar zien we een onheilige geest die wakker wordt geroepen door de satan. Maria is de vrouw van het geloof. Eva, de vrouw die haar eigen wil doorzette en koos voor de zonde en de dood. Maria, die koos voor het heil en het leven door te zeggen: ‘Laat met mij gebeuren,  uw wil geschiede.’

Maria was een gezegende onder de vrouwen en alle geslachten prijzen haar gelukkig om de grote dingen die God in haar leven heeft gedaan. Maar tegelijk staat zij model voor alle christenen in alle tijden. Maria was ontvankelijk voor het Woord van God en voor het heil van God en voor de Zoon van God. Ze heeft de deur niet voor de neus van de engel dicht gegooid. Maar vol overgave en geloof heeft ze ‘Amen’ gezegd op de roepstem van God.

 

 

Hoe schetst het Nieuwe Testament ons Maria?

 

Als een vrouw die vele bevreemdende dingen meemaakte in haar leven en dat alles ‘in haar hart bewaarde’ (Lucas 2:19, 51). Ze had een open, verwachtingsvolle grondhouding en daarbij een enorm geloofsvertrouwen.

Op verschillende plaatsen zien we dat Maria en Jozef een vroom leven leidden. Jozef werd rechtvaardig genoemd (Mattheüs 1:19). Na de geboorte van het kind gingen de ouders naar de tempel om er een offer te brengen. Jaarlijks maakten ze ook de pelgrimage naar Jeruzalem (Lucas 2:41). Van Jozef horen we daarna niets meer, maar dat Jezus broers en zussen had wordt meerdere keren gezegd.

Het moet voor Maria niet makkelijk zijn geweest om te zien hoe haar zoon zijn eigen weg ging. Kennissen maakten schampere opmerkingen over haar zoon (Mattheüs 13:55, Marcus 6:3). En daarnaast nam Jezus soms scherp afstand van zijn familie (Lucas 8:19-21). Frappant is daarom misschien wel vooral dat Maria desondanks steeds volgend aanwezig bleef. Zoals bij de bruiloft in Kana al zichtbaar werd, handelde Jezus op eigen wijze. Dat weerhield Maria er niet van om op kenmerkende moederlijke wijze raadgevingen te doen en aanwijzingen te geven. Ze kende haar zoon.

Ook later is ze aanwezig, als Jezus wordt gekruisigd. Volgens Johannes was zij een van de drie Maria’s aan de voet van het kruis (Johannes 19:25).

Handelingen vertelt bovendien dat Maria bij de discipelen was in de weken tussen Pasen en Pinksteren. Samen met haar andere zonen wachtte ze in Jeruzalem vurig biddend op de komst van de Heilige Geest (Handelingen 1:14).

 

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Tien deugden van Maria volgens de traditie

 

Zuiverheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 1,34-38:

De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

 

 

Wijsheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 2,19-20:

Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

 

 

Deemoed

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,38:

Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’

 

 

Geloof

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,45:

Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.

 

 

Toewijding

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,46-47:

Met heel mijn hart roem ik de Heer, met al mijn adem juich ik om God, mijn redder.

 

 

Gehoorzaamheid

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,22-23:

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd.

 

 

Armoede

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,6-7:

Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.

en Lc 2,12:

Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.

 

 

Geduld

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,48:

Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.

Overweging uit het evangelie van Mattheus, Mt 2,13-15:

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’ Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte, en bleef daar tot de dood van Herodes.

 

 

Barmhartigheid

 

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 2,4-5:

Jezus antwoordde: Wat hebben ik en u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.’ Zijn moeder zei tegen de dienaren: ‘Wat Hij u ook beveelt, doe het maar’.’

 

 

Compassie

 

Overweging uit het evangelie naar Lucas, Lc 2,34-35:

Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 19,26-27:

Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.

 

 

Jezus en Maria, de zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Verdere info

 

Duizenden jaren lang was elk kind geboren met een overgeërfde zondige natuur en zondig vlees (Rom. 8:3). Dit is het resultaat van de zonde van onze voorouders: Adam en Eva van wie we afstammen. Elke generatie heeft gezondigd (Rom. 3:23) en geeft die zondige natuur en de vloek van de dood door aan de volgende generatie. Er is slechts één uitzondering in de geschiedenis. Ofschoon Jezus in de baarmoeder van Maria groeide, zoals elk kind bij zijn moeder groeit, was hij verschillend van alle andere kinderen. Jezus kon zonder zonde geboren worden door de Goddelijke status die Maria kreeg. Zij werd voor de verwekking van Jezus de ‘Onbevlekte Ontvangenis’. Voor God werd Maria de zondeloze Eva voor de zondeval, zo kon Jezus na zijn geboorte dienen als het vlekkeloze offerlam van God.

Als een geest en deel van de Drie-eenheid, bestond Jezus al voor de schepping van de wereld. Eigenlijk openbaart Johannes dat Hij de Schepper is. (Joh. 1). Verder was het fysieke lichaam van Jezus, zoals Hij werd geboren in Betlehem duidelijk een speciale creatie van God, geplaatst in Maria’s baarmoeder. Dit is de Bijbelse leerstelling van de maagdelijke geboorte.

Aldus is noch de geest van Christus, noch zijn lichaam het resultaat van het DNA van het eitje van Maria of van het zaad van enige man. Beide zouden genetische fouten hebben bevat en een zondige natuur. Zoals de Bijbel ons leert was Jezus echt de tweede Adam. De eerste Adam was een speciale schepping van God, zo ook de tweede Adam. (Romeinen 5:12-19). Jezus was net zo volledig mens als de eerste Adam en evenals deze had Hij geen zondige natuur, geen erfzonde, geen zondig vlees, dat steeds weer generatie op generatie doorgegeven werd sinds de zondeval. Hij was absoluut puur en zonder zonde, vanaf de dag van Zijn geboorte. Hij moest zijn en was het Lam van God, zonder vlek of rimpel, offerlam voor onze zonden (Joh. 1:29).

 

 

Hoe leeft Maria onder de gelovigen?

 

Onder het geloofsvolk neemt Maria een veel grotere plaats in dan in de officiële kerkleer, de theologie. Daar is blijkbaar behoefte aan. Vermoedelijk omdat Maria zo herkenbaar is, ze heeft immers altijd voor haar zoon gestaan. Bovendien is voor vele gelovigen Jezus een figuur op afstand die ontzag oproept. De volksdevotie van Maria is geen probleem zolang ze geen einddoel wordt, maar gezien wordt als weg, als kanaal naar Jezus.

 

 

 

Volksdevotie

 

Het meest prominent is Maria aanwezig in de katholieke en orthodoxe volksdevotie waarin de Mariaverering een dominante plaats inneemt. Volgens de officiële kerkelijke leer kan Maria nooit de plaats van Jezus als Verlosser van de zonde vervangen en verwijst zij altijd naar Jezus als de werkelijke Middelaar tussen de mens en God. In de volksdevotie is de praktijk meestal dat Maria als ‘toegankelijker’ beschouwd wordt dan Jezus en meer aangeroepen wordt, zij het dan als ‘voorspreekster’.

Ook vinden vele gelovigen dat het vragen van gebed aan Maria noodzakelijk is, omdat hun eigen gebeden tot Jezus zo vaak verstrooid en niet vurig genoeg zijn. In de wereld zijn veel plaatsen waar uitdrukking wordt gegeven aan deze devotie. Paus Johannes Paulus II, die Maria zeer na aan het hart lag, legde zijn lot en dat van de wereld in de handen van de Moeder Gods; zij zou hem beschermen volgens de verschijning van Maria in Fatima.

Het meest beroemd zijn de plaatsen waar Maria zou zijn verschenen: het Franse Lourdes (verschijning in 1858), Fátima in Portugal (1917) en Guadalupe in Mexico-stad (1531). Het Duitse Kevelaer trekt veel Nederlandse pelgrims. In katholieke en orthodoxe landen zijn ontelbare nationale en regionale heiligdommen te vinden, maar ook in Nederland bestaan talloze genadeoorden (bedevaartplaatsen).

 

 

 

Mariakapelletjes in de Nederlanden

 

Vooral in de van oudsher katholieke Nederlandse provincies Limburg en Brabant en in Vlaanderen kan men op veel plaatsen, vaak in oude stads- en dorpskernen maar ook verspreid over het platteland, kleine Mariakapelletjes aantreffen die door de plaatselijke bevolking, worden bezocht om een kaarsje op te steken en voor een moment van bezinning. Deze bevinden zich in Vlaanderen zeer vaak onder of bij een oude boom, op de plaatsen waar ooit in voor-christelijke tijden een boomheiligdom was.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Gezond fruit: rozenbottel

Standaard

Categorie : Gezondheid en gezondheidsproducten

 

 

 

 

 

 

Gezond fruit: rozenbottel

 

De rozenbottel is een vlezige vlucht van een roos, die al honderden jaren wordt gebruikt voor diverse medicinale toepassingen. Rozenbottels zijn niet alleen lekker en gemakkelijk te verwerken in verschillende gerechten, maar hebben ook een geneeskrachtige werking die al honderden jaren geleden in de Middeleeuwen ontdekt werd.

 

 

 

 

 

De werkzame stoffen in een rozenbottel

 

De rozenbottel bevat vele verschillende voedingsstoffen. Eén van de belangrijkste gezonde voedingsstoffen die je in de vlezige vrucht van de roos vindt, is vitamine C. Zo zit er relatief gezien tien keer meer vitamine C in een rozenbottel dan in een sinaasappel: een vrucht die erom bekend staat veel vitamine C te bevatten. Kijken we naar de hoeveelheid flavonoïden in de rozenbottel, dan zien we dat er onder andere ritune, isoquercitrine, catechine en epicatechine in de vrucht zit. Ook zit er bijzonder veel appelzuur, citroenzuur en malonzuur in de vrucht, die de vrucht een lekkere smaak geven en er bovendien voor zorgen dat de kleine vrucht erg gezond is.

Overige voedingsstoffen die je uit de rozenbottel kunt halen, zijn de volgende:

  • Looistoffen
  • Anthocyanen
  • Koolhydraten
  • Pectine
  • Vezels
  • Carotenoïden betacaroteen
  • Lycopeen
  • Zeaxanthine
  • Vitamine B1
  • Vitamine B2
  • Vitamine B3
  • Vitamine B5
  • Vitamibe K
  • Vitamine E

 

Tot slot zitten ook de mineralen calcium, kalium, fosfor, ijzer, boron, chloor, chroom, koper, magnesium, silicium.zwavel en zink in de vrucht.

 

 

 

 

 

Rozenbottel als opwekkend en aansterkend middel

 

Eén van de gezonde werkingen van vitamine C is een tonicum. Dit begrip klinkt velen niet bekend in de oren, maar het betekent simpelweg dat vitamine C een aansterkende en opwekkende werking heeft. Door de grote hoeveelheid vitamine C als tonicum in rozenbottel, wordt deze vrucht vaak gebruikt bij mensen die:

vermoeid zijn door een vitaminetekort dreigen een vitaminetekort te ontwikkelen

een voorjaardip hebben

moeten herstellen na een operatie of een zware ziekte

ouderdomsverschijnselen willen voorkomen

zwanger zijn

borstvoeding geven,

in de groei zijn (zoals bij baby’s en kleine kinderen)

anemie hebben

mogelijk scheurbuik gaan ontwikkelen

bloedend tandvlees hebben.

 

 

 

 

 

Rozenbottel als weerstand verbeteraar

 

Rozenbottel werkt niet alleen opwekkend en aansterkend, maar is ook een weerstand verbeteraar. Dit komt door de vele gezonde stoffen die in rozenbottel zitten en die het lichaam ondersteunen om ziekten en virussen buiten de deur te houden. Door de weerstand verbeterende werking van rozenbottels, worden de vruchten vaak gebruikt door mensen die infectieziekten met koorts hebben, willen voorkomen dat ze griep krijgen, te maken hebben met een vervelende verkoudheid, een verzwakte weerstand hebben of te maken hebben met luchtwegaandoeningen.

 

 

 

 

 

Rozenbottels tegen artrose en artritis

 

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat rozenbottels ook helpen tegen aandoeningen als artrose en artritis. Eet een artritispatiënt drie weken lang een grote hoeveelheid rozenbottels, dan heeft deze persoon maar liefst 82 procent minder kans op vervelende pijnklachten. Dit betekent dat de behoefte naar pijnstillers afneemt, simpelweg door de grote hoeveelheid vitamine C en de vele flavonoïden in de vrucht. Beide stoffen werken ontstekingswerend en ontstekingsremmend. Daarnaast krijgen gewrichtsontstekingen minder kans bij het nemen van rozenbottels en dit komt omdat de vrucht een sterke antioxidant is.

Rozenbottel geeft je dus niet alleen een opwekkend en aansterkend gevoel en helpt niet alleen tegen griep en andere virussen, maar wordt ook vaak voorgeschreven bij mensen die te maken hebben met artrose of artritis. Daar komt nog bij dat de vrucht over het algemeen vele gezonde voedingsstoffen bevat, waardoor de vrucht ook gezond is om te eten voor mensen die geen echte lichamelijke klachten hebben. Of je nu gezond bent of niet: rozenbottel is gezond voor je en heeft voor iedereen een geneeskrachtige werking op het lichaam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ontmoeting met Maria, de moeder van Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Jezus uit en in Maria

Jezus uit en in Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Lucas vertelt over twee bijzondere geboorten: de eerste van Johannes de Doper, de voorbode van de Here Jezus, en de tweede van Jezus zelf:

“In de zesde maand (van de zwangerschap van Elisabeth) zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje (maagd) dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je’.

 

 

Maria schrikt en vraagt zich af wat dit te betekenen heeft. De engel gaat verder:

“Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen”.

 

 

Tot haar verbazing hoort zij dat ze zwanger zal worden voordat ze met Jozef getrouwd is. Ze stelt daarom de vraag:

“Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad”.

 

 

Waarop Gabriël haar vertelt:

“De Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God”.

 

 

Gabriël vertelt haar ook dat haar oude tante Elisabeth al zes maanden zwanger is. Heel nederig, en vol geloof, antwoordt zij:

“De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd”.

 

 

Ze denkt niet aan alle problemen die er nu voor haar gaan komen. Wie zal haar geloven? Iedereen zal denken dat ze overspel heeft gepleegd. Hoe zal Jozef reageren? Als hij haar verlaat zal ze helemaal alleen zijn, niemand zal voor haar willen zorgen. Op overspel staat zelfs de doodstraf. Ze gelooft de woorden van Gabriël en besluit direct naar Elisabeth te gaan. De begroeting van Elisabeth klinkt haar als muziek in de oren. Ze krijgt hierdoor nog een bevestiging dat Gabriël de waarheid heeft gesproken:

“Toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze werd vervuld met de Heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan’.”

 

 

Deze woorden tonen dat Maria de woorden van Gabriël direct geloofde, in tegenstelling tot Zacharias, die als bewijs een teken vroeg. Maria antwoordt Elisabeth met een lofzang. Hierin laat zij voor het eerst haar grote blijdschap zien, om wat de Here voor haar heeft gedaan.

“Mijn ziel prijst en looft de Heer, mijn hart juicht om God, mijn redder: Hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen, ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan, heilig is zijn naam”.

 

 

Dit is alles wat zij over zich zelf zegt. Belangrijker voor haar is de vervulling van Gods heilsbeloften:

Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar, zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd: hij herinnert zich zijn barmhartigheid jegens Abraham en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid.”

 

 

Uit de lofzang, waarin vele aanhalingen uit de psalmen en profeten staan, blijkt dat Maria de Schriften goed kende. Na haar terugkeer neemt Jozef zijn verloofde Maria bij zich in huis. God had hem in een droom de situatie uitgelegd. Jozef gelooft God en neemt de verantwoordelijkheid voor moeder en kind op zich. De geboorte vond plaats in een sombere stal. Het bezoek van de herders gaf grote blijdschap en maakte diepe indruk op Maria. Ze begreep niet alles van wat ze vertelden maar:

“bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken”(Lucas 2:19).

 

 

Deze houding was typerend voor Maria. Wanneer Jezus bij verschillende gelegenheden ‘vrouw’ en niet moeder zei, was dat niet koel en afstandelijk bedoeld. Het ging Jezus erom dat niet de biologische maar de geloofsband belangrijk is. De liefde van Jezus voor zijn moeder was groot. Bij de kruisiging gingen de woorden van Simeon (Lucas 2:35) in vervulling:

“en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden”.

 

 

Jezus troostte haar ; toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder:

‘Vrouw zie uw zoon’,

 

 

en daarna tegen de leerling:

‘Zie uw moeder’.

 

 

Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis”( Johannes 19:26-27). Vrouw niet moeder. Jezus wilde niet dat Maria alleen maar zou treuren om het verlies van een zoon, maar zou zien dat zij Hem terugkreeg als haar Heer. Samen met de discipelen in de bovenzaal toonde zij een groot geloof in haar Heiland:

“Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broeders”( Handelingen 1: 14).

 

Laten wij, net zoals zij, de Here aanbidden en uitzien naar zijn wederkomst!

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA