Categorie: religie/video
De derde dag voor het sterven van Jezus

preview en aankoop boek “De Openbaring “:
http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget



.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
pasteltekening van John Astria
Het is interessant om te ontdekken dat er meer Bijbelverzen over de hel gaan dan over de hemel. Hier zijn een paar verzen uit het Oude Testament die over de hel gaan.
Daniël 12:2 : “Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.”
De hel wordt hier als eeuwig beschreven.
Jesaja 66:24 : “Bij het verlaten van de stad zien ze de lijken van hen die tegen mij in opstand kwamen: de worm die aan hen knaagt zal niet sterven, en het vuur waarin ze branden zal niet doven; ze worden verafschuwd door alles wat leeft.”
In deze passage wordt de hel beschreven als een plaats waar het vuur niet zal worden gedoofd.
Deuteronomium 32:22: “Als het vuur van mijn toorn is ontstoken zal het branden tot in het diepste dodenrijk; het zal de aarde verschroeien en alles wat daar groeit, het zal de grondvesten van de bergen verteren.”
Hier is de hel een plaats waar God zijn toorn zal uitgieten
Psalmen 55:16 : “Laat de dood hen onverhoeds treffen, laat hen levend neerdalen in het dodenrijk, want bij hen huist het kwaad, het heerst in hun hart.”
De hel is het rijk van de zondaars
Bestaat de hel? Als de duidelijke taal van het Oude Testament nog niet genoeg is, dan heeft ook het Nieuwe Testament hier genoeg over te zeggen.
2 Tessalonicenzen 1:9 : “Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit.”
Openbaring 14:11 : “De rook van die pijniging zal opstijgen tot in eeuwigheid. Wie het beest en zijn beeld aanbidden, of wie het merkteken van zijn naam draagt, ze krijgen geen rust, overdag niet en ’s nachts niet.”
Openbaring 20:14-15 : “Toen werden de dood en het dodenrijk in de vuurpoel gegooid. Dit is de tweede dood: de vuurpoel. Wie niet in het boek van het leven bleek te staan werd in de vuurpoel gegooid.”
pasteltekening van John Astria
Sommige mensen die beweren dat de hel niet bestaat, doen dit op basis van hun geloof dat Jezus liefde, vrede, en vergeving predikte en dat Hij ons niet onderwees over een eeuwige, vurige plaats waar ongelovigen gestraft zouden worden. Het tegenovergestelde is juist waar. In Gods Woord onderwees niemand méér over de hel dan Jezus.
Hij beschreef de hel als een plaats van
eeuwig vuur, (Matteüs 25:41)
eeuwige bestraffing (Matteüs 25:46)
en een plaats van kwelling, vlammen, en lijden (Lucas 16:23-24).
Jezus onderwees tijdens Zijn leven vele malen uitdrukkelijk over de hel (Matteüs 5:22, 29-30; 10:28; 18:9; 23:15,33; Marcus 9:43-47; Lucas 12:6; 16:23).
Als de hel bestaat, hoe kan die dan rechtvaardig zijn? Waarom zou een liefdevolle God een mens eeuwig straffen, als zijn zonde slechts over een periode van zo’n 70-80 jaar plaatsvond? Het antwoord is dat uiteindelijk alle zonden tegen God zijn gekeerd. God is oneindig (Psalmen 51:4). Omdat God een eeuwig en oneindig Wezen is, is dus elke zonde een oneindige bestraffing waard.
God houdt van ons (Johannes 3:16) en Hij wil dat alle mensen gered worden (2 Petrus 3:9). Maar God is ook rechtvaardig en oprecht; Hij zal niet toestaan dat zonde onbestraft wordt gelaten. Dit is de reden dat God Jezus stuurde om de prijs voor onze zonden te betalen. De dood van Jezus Christus was een eeuwige dood. Het was de betaling van onze schuld die het gevolg was van onze oneindige zonde, zodat wij hier niet tot in de eeuwigheid in de hel voor zouden hoeven te boeten (2 Korintiërs 5:21).
Het enige dat wij hoeven te doen is ons vertrouwen op Hem te stellen. Onze zonden zijn daarmee vergeven en ons wordt daarvoor een eeuwig thuis in de hemel beloofd. God hield zo veel van ons dat Hij voorzag in onze redding.
Als jij vandaag zou sterven, zou je dan met 100% zekerheid weten dat je naar de hemel gaat? Zorg er vandaag voor dat je het zeker weet!
Pasteltekening van John Astria
De Bijbel spreekt als geen ander boek op aarde over gebedsgenezing. Van begin tot eind verhaalt de Bijbel over de grote God van wonderen, die vol liefde is voor de gebroken mens, en die van harte bereid is onze ziekten te genezen en ons het leven in overvloed te geven. Zowel de profeten in het Oude Testament als de apostelen in het Nieuwe Testament zagen steeds weer dat God mensen volkomen herstelde door gebedsgenezing.
In het bijzonder in de bediening van Jezus Christus, die ons op volmaakte wijze liet zien wie God is, gebeurde vele duizenden wonderen van genezing.
Zo’n 25 procent van de evangeliën bestaat uit de geschiedschrijving van de talloze wonderen die Jezus deed. Door zoveel zieken te genezen, liet Hij enerzijds zien dat hij inderdaad de Zoon van God is. Het bevestigde zijn goddelijke gezag, zodat mensen luisteren naar zijn boodschap. Bovendien toonde Hij op deze manier hoeveel liefde en bewogenheid God heeft voor de lijdende mens en dat het niet Gods wil is dat zijn dierbare, geliefde kinderen ondraaglijk lijden door gruwelijke ziekte en pijn.
Jezus Christus genas echter niet alleen zelf vele duizenden zieken, Hij gaf ook zijn volgelingen nadrukkelijk opdracht hetzelfde te doen. Dit is wat Jezus Christus zei tegen zijn volgelingen:
“Genees de zieken en zeg tegen de mensen: Het koninkrijk van God is dicht bij u.” (Lukas 10:9)
“Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader.” (Johannes 14:12)

Dat God vroeger grote wonderen deed, begrijpen veel mensen wel. Maar de vraag is of dit ook nog vandaag de dag gebeurt. Om antwoord op deze vraag te krijgen moeten we eerlijk durven lezen wat er in de Bijbel staat. Een centraal thema in de Bijbel is Gods verlangen om zijn geliefde kinderen te bevrijden van elk juk in hun leven en ze het leven in overvloed te geven. Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel:
“Geliefde, ik bid, dat het u in alles wèl ga en gij gezond zijt.” (3 Johannes 1:2)
“Smaakt en ziet, dat de HERE goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt.” (Psalm 34:9)
“Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.” (Johannes 10:10)
“Hij geneest al uw kwalen, hij redt uw leven van het graf, hij kroont u met trouw en liefde, hij overlaadt u met schoonheid en geluk, uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar.” (Psalm 103:3-5)
Nergens kun je in de Bijbel lezen dat God er vreugde in heeft om zijn geliefde kinderen ziek te maken, hun leven te vernietigen en ze ondraaglijk lijden mee te geven. Integendeel, God benadrukt doorheen de Bijbel dat Hij ons leven wil geven, vreugde, rust, geluk, enz. Hij is een goede Vader, die voor ons zorgt.
Naast de algemene openbaring over het karakter van God, laat de Bijbel ons zien dat we God op volmaakte wijze kunnen leren kennen als we kijken naar Jezus Christus. Jezus Christus zei dat Hij alleen deed wat de Vader Hem toonde en dat Hij en de Vader een volmaakte eenheid zijn.
“Als je mij kent, zul je ook mijn Vader kennen.” (Johannes 14:7)
‘Ik verzeker u,’ zei Jezus tegen hen, ‘de Zoon kan niets doen uit zichzelf; hij doet alleen wat hij de Vader ziet doen. Wat hij doet, doet de Zoon ook.’ (Johannes 5:19)
De volmaakte wil van God is door niemand anders zo volkomen tot uiting gekomen als in zijn Zoon Jezus Christus. In de woorden en daden van Jezus zien we wie God is.
“Hij genas hen van alle ziekten en kwalen. Ze brachten hem ALLEN die er slecht aan toe waren, mensen met allerlei ziekten en pijnen, bezetenen, lijders aan vallende ziekte en verlamden, en hij maakte hen beter.” (Mattheus 4:23,24)
“Ze brachten verlamden, blinden, kreupelen en doofstommen mee en nog veel andere zieken en legden die aan zijn voeten neer. En hij genas hen.” (Mattheus 15:30)
“Blinden en verlamden kwamen daar bij hem en hij genas hen.” (Mattheus 21:14)

“Als een weldoener ging hij rond: hij genas allen die in de macht van de duivel waren.” (Handelingen 10:38)
Nergens in de Bijbel zie je dat Jezus Christus iemand niet wilde genezen. Eigenlijk kon Jezus slechts op een enkele plek niet velen genezen, en dat was in de stad van zijn jeugd, waar ze geen geloof in Hem hadden. Dat lag dus niet aan Jezus, maar aan de mensen die Hem niet erkenden als een gezondene van God.
Dat is wat de Bijbel ons klaar en duidelijk laat zien. Is gebedsgenezing echter ook nog voor vandaag? Geneest Jezus ook nu de zieken? Doet God nog steeds wonderen? Het antwoord is eenvoudiger dan je misschien denkt. Jezus gaf namelijk een duidelijke opdracht aan zijn volgelingen:
“Genees de zieken en zeg tegen de mensen: Het koninkrijk van God is dicht bij u.” (Lukas 10:9)
“Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader.” (Johannes 14:12)
“Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.” (Johannes 20:21)
Jezus geeft zijn volgelingen de duidelijke opdracht om zieken te genezen. Nergens in de Bijbel staat dat God deze opdracht heeft teruggetrokken. De bewering dat deze opdracht niet voor vandaag geldt, kan op geen enkele wijze vanuit de Bijbel gestaafd worden. Integendeel, dan ga je radicaal in tegen het duidelijke geschreven Woord van God dat ons de nadrukkelijke opdracht geeft: Genees de zieken.
Gebedsgenezing is voor volgelingen van Jezus Christus een opdracht. Niet alleen lang geleden, maar ook vandaag. Omdat gebedsgenezing zo belangrijk is, geeft God bovennatuurlijke gaven van de Geest aan zijn kinderen om zieken te genezen:
“Door die ene Geest krijgen anderen de gave om zieken te genezen of de kracht om wonderen te doen.” (1 Korinthe 12:9)
Er is een leugen in veel kerken binnengeslopen dat gebedsgenezing en wonderen niet meer voor deze tijd zijn en enkel was weggelegd voor de tijd van de apostelen uit de eerste eeuw. Die leer staat in schril contrast met wat de Bijbel leert. Niet alleen spreekt het Nieuwe Testament over Gods wil en opdracht om te genezen, ook in het Oude Testament is het duidelijk wie God is:
“Ik, de HERE, ben uw Heelmeester.” (Exodus 15:26)

God heeft altijd mensen gebruikt om zijn genezing door te geven. In het Oude Testament gebruikte Hij zijn profeten, daarna kwam Gods wil tot uiting in Jezus Christus die vele duizenden (zelfs uit de landen rond Israël) genas. En Jezus gaf de opdracht aan hen die Hem dienen:
doe hetzelfde wat Ik gedaan heb. De Vader zond Mij, nu zend Ik jullie. Ga, verkondig het koninkrijk en genees de zieken.
Dat is een hele uitdaging, die ons heel diep naar God zelf toe trekt. Het maakt ons hongerig om niet alleen woorden over God te kennen, maar om Hem zelf te kennen en zijn kracht te ontdekken in ons leven. Religie brengt geen genezing, maar bestrijdt juist de kracht van God. Religie wil enkel woorden. Maar als we Jezus Christus gehoorzamen, worden we heel diep afhankelijk van God en weten we: het is tijd dat we ons losmaken van alles wat Jezus Christus belemmert en dat we gehoor geven aan zijn roep.
.
.
.
.
.
Lees mee wat Jezus zegt in Johannes 14:2 en 20:17:
In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; Ik ga heen om voor u plaats te bereiden… Ik vaar op tot Mijn Vader en tot uw Vader.
en in Mattheus 28:20
En zie, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding van de wereld.
Jezus Christus is na zijn opstanding naar de hemel gegaan. Zijn leerlingen hebben er bij gestaan, en het ons verteld in de Bijbel. Maar dat Jezus naar de hemel ging, betekent niet dat wij Hem kwijt zijn. In de hemel blijft Hij aan de aarde denken en van daaruit bestuurt Hij ook de aarde, zelfs als u daar misschien niets van ziet. Alle macht in de hemel en op de aarde is nu aan Hem gegeven. En speciaal blijft Hij nu zorgen voor al Gods kinderen.
Jezus bidt voor mij in de hemel. Als ik struikel in mijn geloof, houdt Hij mij vast. Hij is altijd bij mij. Door zijn Woord, de Bijbel, en door Zijn Geest leidt Hij mij. Tegelijk maakt Hij voor mij een eeuwige plaats in de hemel, waar ik straks mag wonen.
Hij zorgt voor de kerk. Zelfs als zijn volgelingen bespot en vervolgd worden. Ze blijven van Hem getuigen. Hij wil dat er steeds meer mensen komen die in Hem geloven. Dat zijn zondaren net als de anderen. Maar Christus laat ze hun zonden zien en Hij biedt zichzelf aan als Verlosser. Hij nodigt ze tot zich. Hij vergeeft ze hun zonden en helpt ze te strijden tegen het kwade. Dat doet Hij in zijn liefde. Zijn bidden voor ons wordt verhoord door de Vader.
.
.
Veertig dagen waren voorbij gegaan nadat Jezus was opgestaan uit de dood. Zijn vrienden, de discipelen en de vrouwen hadden hem allemaal gezien daarna. En vandaag, 40 dagen na Zijn opstanding, was Jezus weer in Jeruzalem bij de discipelen. Maar ze bleven niet in de stad, ze gingen buiten Jeruzalem, naar de Olijfberg. De discipelen luisterden goed naar Jezus want Hij vertelde hen onderweg weer zoveel mooie dingen. Ze begrepen dat Jezus niet op deze aarde zou blijven, maar weer terug zou gaan naar de hemel.
“Maar”, zei de Here Jezus, “Ik laat jullie niet alleen achter hoor, want ik zal jullie iemand zenden, die altijd bij jullie zal blijven. Hij zal jullie alles duidelijk maken, wat ik je heb verteld. Hij zal altijd bij jullie zijn en jullie leiden en alles leren over God de Vader en Mij. Dat zal De Heilige Geest, de Trooster doen. Jullie zullen nooit alleen zijn, want de Heilige Geest is een deel van God. Zijn Heilige Geest zal in jullie komen wonen”.
Jezus zei dat de apostelen terug moesten gaan naar Jeruzalem en daar moesten wachten op de Heilige Geest, die Jezus hen had beloofd.
“En als de Heilige Geest is gekomen moeten jullie aan iedereen in de hele wereld gaan vertellen dat Ik, Jezus, de Zoon van God ben. Dat ik ben gestorven aan het kruis voor de zonden van alle mensen en dat Ik ben opgestaan en leef! Als de mensen in Mij geloven mag je hen dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.
Dat was een opdracht, die Jezus hen gaf
.
Zo kwamen ze op de Olijfberg. De discipelen wisten dat Jezus van hen heen zou gaan, ze wisten dat Hij weer terug zou gaan naar Zijn Vader in de Hemel. Maar ze waren niet verdrietig, want Jezus ging daar in de Hemel een plaats klaar maken voor alle mensen, die in Hem geloven, zodat ook zij later bij Hem mochten komen wonen in de Hemel.
Jezus keek Zijn discipelen nog eenmaal vol liefde aan. Hij strekte Zijn Handen uit en zegende hen. Toen raakten Zijn voeten los van de grond. De discipelen keken vol ontzag toe en zagen hoe een wolk Jezus aan het gezicht onttrok. Zij konden Hem niet meer zien. De wolk droeg Jezus omhoog, steeds hoger tot in de Hemel, waar Hij nu nog steeds woont bij Zijn Vader.
.
.

.
.
.
Plotseling stonden daar twee engelen in blinkend witte kleren bij de discipelen. “Wat staan jullie daar?” spraken de engelen. “Jezus, die jullie zojuist op hebben zien varen naar de Hemel, zal ook weer terug komen. Eens zal Hij terug komen op de wolken en dan zal iedereen Hem mogen zien”.
.
Dat was een blijde boodschap, Jezus zou terugkomen, dat had Hij beloofd.
.
En nog steeds wachten wij op de terugkomst van Jezus. Die dag komt, dat is zeker en dan zal het pas echt feest zijn. Dan komt Jezus ook ons halen en dan mogen we altijd bij Hem zijn. Er zal geen verdriet of pijn meer zijn, niemand zal nog honger hebben en er zal geen oorlog meer worden gevoerd.
.
.
Na Zijn opstanding uit de dood ontmoet Jezus Zijn discipelen verschillende keren.Na enige tijd (40 dagen) verliet Hij hen. Hij ging niet naar een andere plaats op de aarde maar naar Zijn Vader in de hemel. We lezen in de Bijbel dat Hij van een berg opsteeg naar de hemel. Zijn discipelen waren hier getuige van. Ze bleven net zolang kijken tot Jezus door de wolken voor hun zicht verdwenen was. Waarom ging Jezus eigenlijk weg? Had Hij niet beter kunnen blijven? Als Hij nog op aarde was dan zou Hij zich aan iedereen kunnen laten zien. Toch deed Jezus het op deze manier en dat had alles te maken met de komst van de Heilige Geest.
.
.
pasteltekening van John Astria
.
.
En dan komt het moment dat Jezus definitief naar Zijn Vader in de Hemel gaat. Niet langer verschijnt Hij aan zijn leerlingen. “Terwijl de leerlingen naar boven kijken wordt Hij aan hun zicht onttrokken door een wolk”, staat in het Evangelie.
De hemel, het bij God zijn, is het uiteindelijke doel ook van ons leven. Niet in deze ‘aardse’ tijd, maar na onze dood. Jezus, door de dood heengegaan, heeft een plekje bij God de Vader voor ons bereid. Wij zijn uitgenodigd om daar te komen.
Nu Hij naar de hemel is gegaan heeft Hij voor dit aardse leven de leerlingen destijds, en daarmee ook ons, een Trooster en Helper gegeven. De Heilige Geest, uitgegaan van de Vader en de Zoon, wordt met Pinksteren, de 50ste dag na Pasen, gegeven aan hen die in God geloven en Jezus willen volgen.
.
.
.
De eerste betekenis: De hemelvaart van Christus, is voor Christus, maar ook voor ons, een soort beloning. Met hemelvaart wordt Christus verhoogd! Christus wordt verhoogd omdat Hij het in zijn leven hier op aarde nooit erg gevonden heeft om klein te worden en zijn eigen leven helemaal op te geven voor God. Hij heeft zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood aan het kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken. Christus heeft zijn leven helemaal in de dienst van God gestel en een leven geleid, dat precies tegenovergesteld was dan het leven van die mensen, die toentertijd de toren van Babel gingen bouwen. Zo staan wij vaak in het leven, als bouwers van de toren van Babel, om onszelf te verhogen en onszelf aan God gelijk te maken.
Christus bouwde geen eigen toren van aanzien en eer. Het leven van Christus bestond uit het verwijzen naar God de Vader. Zijn leven stelde hij beschikbaar aan God.
De Schrift zegt op Hemelvaartsdag tegen al deze mensen: “Jullie loon zal groot zijn in het koninkrijk der hemelen!” Jullie hebben niet voor niets geleefd! Er komt een tijd dat ook jullie ooit eens zullen worden verhoogd en geëerd evenals en met Christus.
.
.
De tweede betekenis van de hemelvaart van Christus is dat er iemand is die bij God voor ons pleit. Je mag Hem dan wel wat vergelijken met een advocaat, die voor ons de verdediging op zich neemt. Paulus zegt dat onder ons mensen niet één rechtvaardig is. Iedereen van ons breekt, met z’n voornemens.
De hemelvaart van Christus wil zeggen dat er iemand bij God is die voor ons pleit. Iemand, die tegen God zegt: Reken hem niet af, of zijn daden. Accepteert u Hem ook zonder werken der wet. Veroordeelt u Hem niet langer. Maar spreekt u Hem vrij van de situatie waarin hij beland is! Neemt u hem de last van zijn leven af! En geeft u hem weer een nieuwe kans.
Christus staat, als wij dat willen, aan onze kant en neemt het voor ons op. Uiteindelijk zullen we ooit merken dat Christus voor ons instaat.
.
.
De derde en laatste betekenis van hemelvaart ligt in de woorden van Paulus besloten, wanneer hij ergens zegt: “God heeft Christus Jezus uitermate verhoogd, opdat in zijn naam zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Heer!” Het mooiste is nog dat Christus naast God mag plaatsnemen om samen met Hem te regeren over onze aarde.
Dat er geregeerd wordt wil niet zeggen dat wij niets meer zouden hoeven te doen. Wij mensen zijn geroepen om van het Koninkrijk van Christus bewust deel uit te maken. Christus roept een ieder van ons op om zijn bedoelingen en bevelen op te volgen.Christus regeert door zijn Geest die onze harten aanraakt.
.
Mt 2:2 De koning is geboren
Mt 5 :35 Jeruzalem is de stad van de grote Koning
Mt 21:5 Zie uw Koning komt op een ezelsveulen
Mt 27:11 Bent u de Koning der Joden?
Mt 27:37 Deze is Jezus de koning der Joden.
Luc 1:33 Hij zal koning zijn over het huis van Jakob tot in eeuwigheid.
Joh 18:37 Jezus zei: .. Ik ben een koning.
.
.
Mt 3:2 het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen
Mt 4:17 Van toen af begon Jezus te prediken: Het koninkrijk der hemelen is nabij
gekomen
.
.
Mt 4:23 …. predikte het evangelie van het koninkrijk en genas elke ziekte en elke kwaal
onder het volk.
1 Kor 4:20 Want het koninkrijk van God bestaat niet in woord, maar in kracht.
.
.
Mt 10:7 Als u nu heengaat, predikt aldus: Het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. 8 Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft demonen uit; u hebt het voor niets ontvangen, geeft het voor niets.
Lukas 9:1 Hij nu riep de twaalf samen en gaf hun kracht en macht over alle demonen en om ziekten te genezen. 2 En Hij zond hen uit om het koninkrijk van God te prediken en de zieken gezond te maken.
.
.
Pasteltekening van John Astria
.
.
Mt 13:10 En de discipelen kwamen naar Hem toe en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U in gelijkenissen tot hen? 11 Hij nu antwoordde en zei tot hen: Omdat het u is gegeven de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven.
Markus 9 : 1 En Hij zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij hebben gezien dat het koninkrijk van God is gekomen met kracht.
Lucas 17:20 Toen Hem nu gevraagd werd door de farizeeen: Wanneer komt het
koninkrijk van God? antwoordde Hij hun en zei: Het koninkrijk van God komt niet op waarneembare wijze; 21 en men zal ook niet zeggen: Zie, hier, of: daar. Want zie, het koninkrijk van God is midden onder u.
Lucas 19:11 Toen zij nu dit hoorden, sprak Hij bovendien een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden dat het koninkrijk van God onmiddellijk openbaar zou worden.
.
.
Joh 3 : 3 Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand opnieuw geboren wordt, kan hij het koninkrijk van God niet zien.
Joh 3 : 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.
.
.
Heb 6:4 Want wie ooit door het licht beschenen is, geproefd heeft van de hemelse gave en deel gekregen heeft aan de heilige Geest, 5 wie het weldadige woord van God en de kracht van de komende wereld ervaren heeft.
.
.
Heb 3:8 Doordat hij alles aan hem onderworpen heeft, rest er niets dat niet onder zijn gezag is gesteld. Dat alles aan hem onderworpen is, zien wij echter nu nog niet.
.
.
1 Kor 15:50 Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed Gods koninkrijk niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet.
Rom 14:17 Want het koninkrijk van God is niet eten en drinken, maar rechtvaardigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest.
.
.
.
.
.
.
Pasteltekening van John Astria
Een jongeman komt bij Jezus Christus met een mooie vraag, namelijk: ‘Wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’
Als je alleen op die vraag zou afgaan zou je zeggen: ‘Dat is iemand die verder ziet dan zijn neus lang is. die beseft ten minste dat dit leven maar tijdelijk is en dat er grotere problemen zijn dan eten drinken’.
Vergis u echter niet. Wij gaan af op wat we zien en horen, en vergissen ons dan ook vaak duchtig; de Heer echter ziet dieper. Een bekende uitdrukking luidt: “De ogen des heren gaan door de kleren”.
De Heer ziet tot in het hart. En Hij weet hoe het er met deze jongeman voorstaat. In de eerste plaats bepaalt Hij hem er bij, dat er maar Eén is die de norm voor goed en kwaad vastlegt, en dat is God. En als de jongeman ten leven in wil gaan, dan weet hij toch de geboden die God gegeven heeft.Wat ontbreekt mij nog?
De Heiland houdt hem dan de wet voor en wel de tweede tafel, die te maken heeft met onze verhouding tot de naaste. Van de wet geldt: “Bemin uw naaste gelijk uzelf, doe dit en leef”.
De jongeman vindt dat hij zich aan die wet heeft gehouden en zegt: ‘Dat alles heb ik in acht genomen, waarin schiet ik nog te kort?’
De Heer weet dat de jongeman rusteloos en ongelukkig is en dat hij zich innerlijk schuldig voelt. Met één enkel woord toont hij het euvel bij deze jongeman aan: ‘Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij’.
In feite is dit een dubbele test. Als de jongeman werkelijk zijn naaste liefheeft als zichzelf, dan zal hij niet zo aan zijn bezit hangen, dat hij de armen laat omkomen. En in de tweede plaats komt het er voor hem op aan om te kiezen voor de verachte rabbi van Nazareth. En nu valt hij door de mand.
Hij heeft meer belang bij zijn vele goederen dan bij ’t eeuwig leven. Hij wil twee heren dienen, en dat gaat niet. In plaats van een voordeel is zijn geld een nadeel. Het geeft de jongeman toegang tot de huizen der aanzienlijken, maar het houdt de hemel voor hem op slot.
De Heer zegt dan tegen de discipelen dat een kameel gemakkelijker door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke ingaat in het koninkrijk Gods. Daarop laten de discipelen zich ontvallen: ‘wie kan dan behouden worden?’ als ’t voor een rijke gelijk staat met een kameel door een oog van een naald, staat het voor de minder bedeelde toch altijd gelijk met een muis door een oog van een naald. Dan is behouden worden een onmogelijke zaak.
Nu, dat is inderdaad voor mensen onmogelijk. Maar God deed het onmogelijke. Hij gaf zijn Zoon om voor zonderen te sterven, en het evangelie luidt niet: doe en leef, maar geloof en leef.
Christus heeft het namelijk gedaan, Hij heeft het werk volbracht. En het is de Geest van God die ons oog opent voor onze verloren toestand, en ons de toevlucht doet nemen tot Jezus Christus.
.
.

.
.
Pasteltekening van John Astria
|
Maar op dit “waarom” is een duidelijk antwoord te geven. Jezus Christus werd niet door God verlaten omdat Hij een misdadiger, een onreine of een zondaar was. Integendeel, Hij was de enige volmaakte, zondeloze mens. Maar daar op het kruis nam Hij onze plaats in. Daar wilde Hij de toorn van God over de zonde dragen. En zo erg zijn onze zonden voor God, dat Hij Zijn Zoon moest verlaten en Hem prijs moest geven aan Zijn toorn. Dat deed God om u en mij te kunnen redden. Daarom.
Voelt u dan niet, dat er buiten het kruis van Christus om geen redding is? Begrijpt u dan niet dat iemand die het kruis versmaadt, geen schijn van kans op redding heeft? Als u aan het kruis voorbijgaat, als u meent voor God te kunnen bestaan met uw “goeie leven”, dan zal Hij u voor eeuwig moeten verlaten, zoals Hij Christus drie uren verliet.
Waarom u deze boodschap krijgt? Om u op te roepen uw schuld voor God te erkennen en een nieuw leven te beginnen met Jezus Christus. Daarom!