Tagarchief: mysterie

Scivias Boek I, Visioen 4 : De Vuurbol

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

.

.

.

.

scivias-t-5-boek-i4

.

.

.

Het vierde visioen van Scivias: de levensweg van de geest

.

Dit visioen is een schouwspel in drie bedrijven, waarin de menselijke geest de hoofdrolspeler is. Elke akte wordt gevolgd door een monoloog van de geest, die zijn belevenissen vertelt en zich beklaagt over de moeiten en strijd die hem ten deel vallen.

– Het eerste bedrijf verhaalt het begin van de pelgrimsreis van de jonge geest.

– In het tweede bedrijf vertelt de volwassen geworden geest hoe hij belaagd wordt in zijn aardse tent, die hij zorgvuldig heeft ingericht.

– In het derde bedrijf moet de geest zijn tent verlaten om naar een ongewisse bestemming gevoerd te worden.

.

.

Het visioen van Hildegard

.

Toen zag ik een buitengewoon grote en zeer heldere glans, die als met vele ogen opvlamde. Zijn vier hoeken wezen naar de vier delen van de wereld. Die glans betekent een geheimenis van de hemelse Schepper, dat mij in een groot mysterie geopenbaard werd. Daarin verscheen ook een andere glans als morgenrood, dat de helderheid van een purperen bliksemstraal bezit.

En toen zag ik op de aarde mensen, die melk in hun vaten droegen en daaruit kaas bereidden. Die (melk) was gedeeltelijk vet en gaf krachtige kazen, gedeeltelijk dun en die (melk) stremde tot slappe kazen. En gedeeltelijk was die (melk) met gif vermengd en daaruit ontstonden bittere kazen.

Ook zag ik een vrouw die in haar schoot als het ware een volledig gevormde mensengestalte droeg. En plotseling bewoog deze gestalte zich, naar de verborgen verordening van de hemelse Schepper, met levendige bewegingen, doordat een vuurbol die niet de omtrekken van een menselijk lichaam had, het hart van deze gestalte als het ware in bezit nam. Zij raakte de hersenen (van de gestalte) aan en goot zich uit door alle leden ervan.

Maar toen de levend gemaakte menselijke gestalte uit de schoot van de vrouw tevoorschijn kwam, veranderde zij naar gelang de bewegingen die deze (vuur)bol in haar uitvoerde, haar kleur. En ik zag, hoe vele stormen over zulk een (vuur)bol binnen braken in dit mensenlichaam en het ter aarde neerdrukten. Maar zij verzamelde haar krachten, richtte zich moedig op en weerstond hen dapper.

Hierop volgt een klacht van de geest (voorgesteld door de vuurbol), die in het menselijke lichaam is neergedaald.

.

– Ikzelf heb de menselijke geest mogen zien als een bolvormige wolk van licht en warmte, de ‘vuurbol’; immers: vuur doet zich voor als een bewegend, schijnend licht en een bewegende, stromende warmte.

– Ik zag de menselijke geest als bolvormige wolk door verdichting uit het licht en de warmte van de goddelijke algeest geboren worden.

– Ik heb ervaren dat ik als menselijke geest in mijn lichaam kan neerdalen en er ook weer uit kan opstijgen.

.

.

.

.

voorpagina openbaring a4

.

.

JOHN ASTRIA

Waar komt alles vandaan?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Niemand kan om de onbeantwoorde vraag heen waar alles vandaan komt. Ook al geloof je heilig in evolutie, het moet toch een keer zijn begonnen. Gelovigen wijzen dan al snel naar God. Dat het ontstaan van alles een myste-rie is, kan niemand ontkennen. Maar een extra mysterie toevoegen, verplaatst het probleem alleen maar. Wie veroorzaakte God? Hoe kan er uit een niet-materiële God materie ontstaan?

 

 

Ondoorgrondelijk mysterie

 

De reden om niet in God te geloven, brengt ons bij het mysterie. Bij het denken over het begin van de kosmos staan atheïst en gelovige samen voor een ondoorgrondelijk mysterie. Misschien is er maar weinig wat zo samen-bindt als de mysteries van het begin en het einde. Daar staan we allemaal voor de grenzen van ons kunnen en denken. Niemand weet hoe het ooit begon. We waren er niet bij. De wetenschap zoekt met alle macht en komt tot ongekende inzichten. We weten dat het heelal uitdijt en dus ooit heel klein begon. Maar daarvoor? We tasten in het duister.

Christenen wijzen op het verhaal van de schepping. “In den beginne schiep God de hemel en de aarde …” Maar dat is een verwoording van een evenzo groot mysterie. Hoe zag dat eruit? Wat gebeurde daar precies? Wat was er voordat God schiep? Was er toen alleen maar God, zonder tijd en ruimte? En hoe kan tijd beginnen en ruimte ontstaan? Hoe we ook denken, het gaat ons ver te boven.

 

 

Levende schepping

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Ruimte voor zelfopofferende liefde

 

De theoloog Jürgen Moltmann probeert de schepping van de wereld in te kleuren met het idee van kenosis, het leeg maken. In Filippenzen 2: 7 wordt dit over Jezus gezegd: hij maakte zichzelf leeg door mens te worden. Molt-mann had de briljante ingeving om dit idee op de schepping toe te passen. Niet alleen Jezus maakte zich leeg door mens te worden, God had dat ook al eens gedaan. Denk je maar in, zo redeneert Moltmann, eerst was er alleen God: eeuwig en overal aanwezig. Toen God ging scheppen, kwam er ook niet-God: de aarde en de mens. God moest zich terugtrekken om ruimte te maken. Zo is de schepping van de wereld en van de mens een daad van zelfopofferende liefde van God.

 

 

Filippenzen 2: 5 – 8

 

5 Wees net zo bescheiden als Jezus Christus was. 6 Hij was God. Maar Hij vond dat niet zó belangrijk, dat Hij het niet los kon laten. 7 Nee, Hij heeft zelfs al zijn goddelijkheid opgegeven. Hij kwam naar de aarde om een dienaar te worden. Hij werd helemaal mens. 8 En als mens heeft Hij Zichzelf vernederd door God gehoorzaam te zijn tot de dood. Ja, zelfs tot de dood aan een kruis.

 

 

 

God als oorzaak van het heelal maakt het mysterie van het begin niet kleiner. Wel wordt het veel mooier. Er komt ruimte voor iets persoonlijks, misschien wel voor zelfopofferende liefde. Denk aan hoe een mens ter wereld komt: (als het goed is) als gevolg van een daad van liefde. Misschien is de mens zo ook wel het beeld van een schep-pende God. Ook God was niet alleen toen Hij de mens maakte: “Laat ons mensen maken.” De schepping van geestelijke wezens was al gebeurd.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Achtentwintigste Miniatuur : zevende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Achtentwintigste Miniatuur : zevende Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2028_Boek%20III,7

 

 

Deze miniatuur wil ons leren dat de openbaring van de Drieëenheid, de diacrisis of de discretio de kern van ons geloofsleven vormt. Daarom verschijnt op de hoek in het Westen, vanwaar via het Zuiden de terugkeer naar het Oosten begint, de kolom van de Drievuldigheid. In het Westen gaat immers de zon onder en deze ondergang wijst naar het einde der tijden. Toen kwam ook de Zoon Gods zelf op aarde om in Zijn Menswording de val van Adam te herstellen. Deze komst bracht mee dat God iets openbaarde van Zijn diepste innerlijk leven.

Het fundament van dit mysterie, zegt Hildegard, is evenwel onpeilbaar voor het menselijk vernuft. Dit bijzonder gegeven heeft de miniaturist op een zeer oorspronkelijke manier in beeld gebracht en door zijn eenvoud en kleur nodigt deze miniatuur uit tot meditatie.

We zien hier dit grote mysterie uitgebeeld als een driekantige rode zuil, zonder begin onderaan en zonder einde bovenaan, alleen de drie zilveren hoeken zijn aangegeven. Het derde vlak is uiteraard onzichtbaar. Het gaat in deze miniatuur alleen om de drie zilverkleurige hoeken, die zo scherp zijn als een zwaard. De twee zichtbare zijwanden zijn rood wat verwijst naar Christus die zijn bloed vergoten heeft voor de zonden van de mensen.

Hildegard zegt dat deze zuil wonderbaar evenwichtig en zonder enige ruwheid is, omdat God komt in de kracht der genade. Hij is zachtmoedig voor allen die naar gerechtigheid streven. Bovendien was in Christus geen enkele ruwheid ten gevolge van ongerechtigheid te vinden.

Tegelijkertijd zijn de hoeken van deze zuil zo scherp als een perfect geslepen zwaard, dat gericht is tegen diegenen die zich door hun ongeloof afsluiten voor het door de Menswording geopenbaarde geheim van de Drieëenheid van God. Zij worden afgesneden van de oerbron en vallen in hun eigen niets terug.

Als droog stro worden de trouweloze christenen, die het kiemkrachtige koren van de goede werken van zich afgeworpen hebben, afgemaaid. De trotse joden ziet Hildegard als veertjes door de wind omhoog geblazen. Zij zochten de gerechtigheid in zichzelf en niet in God. Zij wilden door eigen kracht de hoogte van de hemel bereiken, maar door Gods macht zijn ze naar alle richtingen verstrooid.

Heidenen die liever duivels bedrog dan de geboden Gods opvolgen, ziet onze zieneres als vermolmd hout. Hun lot is de vergetelheid in het eeuwige vuur. Het mysterie van de H. Drieëenheid is een lievelingsthema  in de spiritualiteit van Hildegard. De uitleg van het visioen ontleent zich door de macht, de wil en de gloed.

Macht, wil en gloed zijn de drie toppen van handeling. In de macht is de wil en in de wil is de gloed en zij zijn onverdeeld zoals de adem van de mens bij het uitademen. In de ondeelbare uitademing van de menselijke adem is de ademtrilling, de vochtigheid en de warmte. Zo zijn de drie personen in het éne onveranderlijke wezen van de Godheid. Er is de Vader, de Zoon de H. Geest.

Zij zijn altijd één en werken onverdeeld samen. God bestaat in drie Personen zonder begin, van vóór het begin der wereld en voordat de aanname van het vlees door de Zoon gebeurd was. Maar zelfs nadat de Zoon de menselijke natuur aangenomen heeft, is diezelfde God één in drie Personen en Hij wil zo steeds aangeroepen worden.

Wie niet gelooft in de Drieëenheid wordt afgesneden van het Rijk Gods, omdat hij de ongereptheid van de Godheid verscheurt. Nu zijn we op het keerpunt van het gebouw en gaan we in geloof via het Zuiden naar het Oosten terug.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Achtentwintigste Miniatuur : zevende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Achtentwintigste Miniatuur : zevende Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2028_Boek%20III,7

 

 

Deze miniatuur wil ons leren dat de openbaring van de Drieëenheid, de diacrisis of de discretio de kern van ons geloofsleven vormt. Daarom verschijnt op de hoek in het Westen, vanwaar via het Zuiden de terugkeer naar het Oosten begint, de kolom van de Drievuldigheid. In het Westen gaat immers de zon onder en deze ondergang wijst naar het einde der tijden. Toen kwam ook de Zoon Gods zelf op aarde om in Zijn Menswording de val van Adam te herstellen. Deze komst bracht mee dat God iets openbaarde van Zijn diepste innerlijk leven.

Het fundament van dit mysterie, zegt Hildegard, is evenwel onpeilbaar voor het menselijk vernuft. Dit bijzonder gegeven heeft de miniaturist op een zeer oorspronkelijke manier in beeld gebracht en door zijn eenvoud en kleur nodigt deze miniatuur uit tot meditatie.

We zien hier dit grote mysterie uitgebeeld als een driekantige rode zuil, zonder begin onderaan en zonder einde bovenaan, alleen de drie zilveren hoeken zijn aangegeven. Het derde vlak is uiteraard onzichtbaar. Het gaat in deze miniatuur alleen om de drie zilverkleurige hoeken, die zo scherp zijn als een zwaard. De twee zichtbare zijwanden zijn rood wat verwijst naar Christus die zijn bloed vergoten heeft voor de zonden van de mensen.

Hildegard zegt dat deze zuil wonderbaar evenwichtig en zonder enige ruwheid is, omdat God komt in de kracht der genade. Hij is zachtmoedig voor allen die naar gerechtigheid streven. Bovendien was in Christus geen enkele ruwheid ten gevolge van ongerechtigheid te vinden.

Tegelijkertijd zijn de hoeken van deze zuil zo scherp als een perfect geslepen zwaard, dat gericht is tegen diegenen die zich door hun ongeloof afsluiten voor het door de Menswording geopenbaarde geheim van de Drieëenheid van God. Zij worden afgesneden van de oerbron en vallen in hun eigen niets terug.

Als droog stro worden de trouweloze christenen, die het kiemkrachtige koren van de goede werken van zich afgeworpen hebben, afgemaaid. De trotse joden ziet Hildegard als veertjes door de wind omhoog geblazen. Zij zochten de gerechtigheid in zichzelf en niet in God. Zij wilden door eigen kracht de hoogte van de hemel bereiken, maar door Gods macht zijn ze naar alle richtingen verstrooid.

Heidenen die liever duivels bedrog dan de geboden Gods opvolgen, ziet onze zieneres als vermolmd hout. Hun lot is de vergetelheid in het eeuwige vuur. Het mysterie van de H. Drieëenheid is een lievelingsthema  in de spiritualiteit van Hildegard. De uitleg van het visioen ontleent zich door de macht, de wil en de gloed.

Macht, wil en gloed zijn de drie toppen van handeling. In de macht is de wil en in de wil is de gloed en zij zijn onverdeeld zoals de adem van de mens bij het uitademen. In de ondeelbare uitademing van de menselijke adem is de ademtrilling, de vochtigheid en de warmte. Zo zijn de drie personen in het éne onveranderlijke wezen van de Godheid. Er is de Vader, de Zoon de H. Geest.

Zij zijn altijd één en werken onverdeeld samen. God bestaat in drie Personen zonder begin, van vóór het begin der wereld en voordat de aanname van het vlees door de Zoon gebeurd was. Maar zelfs nadat de Zoon de menselijke natuur aangenomen heeft, is diezelfde God één in drie Personen en Hij wil zo steeds aangeroepen worden.

Wie niet gelooft in de Drieëenheid wordt afgesneden van het Rijk Gods, omdat hij de ongereptheid van de Godheid verscheurt. Nu zijn we op het keerpunt van het gebouw en gaan we in geloof via het Zuiden naar het Oosten terug.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Achtentwintigste Miniatuur : zevende Visioen van het Derde Boek

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

 

 

 

 

 

Achtentwintigste Miniatuur : zevende Visioen van het Derde Boek

 

 

Scivias%20T%2028_Boek%20III,7

 

 

Deze miniatuur wil ons leren dat de openbaring van de Drieëenheid, de diacrisis of de discretio de kern van ons geloofsleven vormt. Daarom verschijnt op de hoek in het Westen, vanwaar via het Zuiden de terugkeer naar het Oosten begint, de kolom van de Drievuldigheid. In het Westen gaat immers de zon onder en deze ondergang wijst naar het einde der tijden. Toen kwam ook de Zoon Gods zelf op aarde om in Zijn Menswording de val van Adam te herstellen. Deze komst bracht mee dat God iets openbaarde van Zijn diepste innerlijk leven.

Het fundament van dit mysterie, zegt Hildegard, is evenwel onpeilbaar voor het menselijk vernuft. Dit bijzonder gegeven heeft de miniaturist op een zeer oorspronkelijke manier in beeld gebracht en door zijn eenvoud en kleur nodigt deze miniatuur uit tot meditatie.

We zien hier dit grote mysterie uitgebeeld als een driekantige rode zuil, zonder begin onderaan en zonder einde bovenaan, alleen de drie zilveren hoeken zijn aangegeven. Het derde vlak is uiteraard onzichtbaar. Het gaat in deze miniatuur alleen om de drie zilverkleurige hoeken, die zo scherp zijn als een zwaard. De twee zichtbare zijwanden zijn rood wat verwijst naar Christus die zijn bloed vergoten heeft voor de zonden van de mensen.

Hildegard zegt dat deze zuil wonderbaar evenwichtig en zonder enige ruwheid is, omdat God komt in de kracht der genade. Hij is zachtmoedig voor allen die naar gerechtigheid streven. Bovendien was in Christus geen enkele ruwheid ten gevolge van ongerechtigheid te vinden.

Tegelijkertijd zijn de hoeken van deze zuil zo scherp als een perfect geslepen zwaard, dat gericht is tegen diegenen die zich door hun ongeloof afsluiten voor het door de Menswording geopenbaarde geheim van de Drieëenheid van God. Zij worden afgesneden van de oerbron en vallen in hun eigen niets terug.

Als droog stro worden de trouweloze christenen, die het kiemkrachtige koren van de goede werken van zich afgeworpen hebben, afgemaaid. De trotse joden ziet Hildegard als veertjes door de wind omhoog geblazen. Zij zochten de gerechtigheid in zichzelf en niet in God. Zij wilden door eigen kracht de hoogte van de hemel bereiken, maar door Gods macht zijn ze naar alle richtingen verstrooid.

Heidenen die liever duivels bedrog dan de geboden Gods opvolgen, ziet onze zieneres als vermolmd hout. Hun lot is de vergetelheid in het eeuwige vuur. Het mysterie van de H. Drieëenheid is een lievelingsthema  in de spiritualiteit van Hildegard. De uitleg van het visioen ontleent zich door de macht, de wil en de gloed.

Macht, wil en gloed zijn de drie toppen van handeling. In de macht is de wil en in de wil is de gloed en zij zijn onverdeeld zoals de adem van de mens bij het uitademen. In de ondeelbare uitademing van de menselijke adem is de ademtrilling, de vochtigheid en de warmte. Zo zijn de drie personen in het éne onveranderlijke wezen van de Godheid. Er is de Vader, de Zoon de H. Geest.

Zij zijn altijd één en werken onverdeeld samen. God bestaat in drie Personen zonder begin, van vóór het begin der wereld en voordat de aanname van het vlees door de Zoon gebeurd was. Maar zelfs nadat de Zoon de menselijke natuur aangenomen heeft, is diezelfde God één in drie Personen en Hij wil zo steeds aangeroepen worden.

Wie niet gelooft in de Drieëenheid wordt afgesneden van het Rijk Gods, omdat hij de ongereptheid van de Godheid verscheurt. Nu zijn we op het keerpunt van het gebouw en gaan we in geloof via het Zuiden naar het Oosten terug.

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Colossians, Kolossenzen 2 (Part 1) : 1-5 • Christ, the mystery of God / Christus, het mysterie van God

Standaard

Category, categorie : The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

Colossians 2 (Part 1) : 1-5 • Christ, the mystery of God

.

Kolossenzen 2 (deel1) : 1-5 . Christus, het mysterie van God

.

Paul LeBoutillier

.

.