Dagelijks archief: november 6, 2024

2 Samuel 11-12; David and (en) Bathsheba

Standaard

Category, categorie; The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

.

2 Samuel 11

1 – 16

David en Bathséba

17 – 27

Dood van Uría

2 Samuel 12

1 – 12

David door Nathan bestraft

13 – 23

Davids berouw

24 – 25

Geboorte van Sálomon

26 – 31

Rabba ingenomen

.

2 Samuel 11-12; David and (en) Bathsheba

.

Paul LeBoutillier

 

 

 

 

 

 

 

Hoe kan Jezus God zijn als Hij zei dat God hem verlaten heeft?

Standaard

categorie : religie

 

 

Hoe kan Jezus God zijn als Hij zei dat God hem verlaten heeft?

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Zeven grootse waarheden over Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Openbaring 1:4-8

 

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’.

 

 

Titels


Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, wordt met een aantal titels genoemd, waar we een voor een naar kunnen kijken (Openbaring 1:5).

“Getrouwe Getuige” verwijst naar de absolute betrouwbaarheid van onze Heer met betrekking tot de beloften die Hij heeft gedaan.

“De Eerstgeborene uit de doden” verwijst naar Hem als de Eerste mens die de dood overwonnen heeft en voorgoed opstond uit het graf. Anderen, die eerder door Hem uit de doden waren opgewekt, stierven later weer. Nu Jezus permanent de dood overwonnen heeft, hoeven we nooit meer bang te zijn voor ziekte of dood.

Jezus wordt ook wel aangeduid als ‘de Vorst van de koningen der aarde’. Onze Heer is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij heerst ook in de harten van aardse machthebbers. “Het hart van een koning is in de hand van de Here als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt” (Spreuken 21:1).

Onze Heer wordt verder aangeduid als die Ene “Die ons eeuwig liefheeft en Die ons voor eens en voor altijd verlost en bevrijd heeft van onze zonden door Zijn Eigen bloed” (vers 5 ). Zijn liefde voor ons is eeuwig. En Hij vergoot Zijn bloed niet alleen om ons onze zonden te vergeven, maar ook om ons voor eens en voor altijd te bevrijden van onze zonden. De eerste belofte in het Nieuwe Testament is dat Jezus ‘Zijn volk zalig zal maken van hun zonden’ (Mattheus 1:21). Bevrijd te worden van de macht van de zonde is het grote thema van het hele Nieuwe Testament. Geen zonde kan nu de heerschappij over ons hebben, als wij leven onder de genade (Romeinen 6:14).

 

 

Allemaal priesters

 

Ons wordt verder verteld dat de Here Jezus ons heeft gevormd tot “koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (vers 6). Het koninkrijk van God is het domein waarin God absolute autoriteit uitoefent. De kerk is een afspiegeling van het koninkrijk van God op aarde – dat wil zeggen, een groep mensen die een koninkrijk zijn geworden, omdat ze zich op elk gebied van hun leven aan het gezag van God onderworpen hebben.

De Heer heeft een ongedisciplineerde menigte omgezet in een ordelijke koninkrijk – een volk dat nu wordt geregeerd door God. We zijn ook gemaakt tot priesters. Elke gelovige – man of vrouw – is tot een priester voor de Heer gemaakt. In Gods ogen is er niet zoiets als een speciale klasse van mensen in de kerk, die priesters genoemd worden. Dat is een oudtestamentisch concept.

Wanneer er zoiets bestaat in een kerk van vandaag, dan leidt het mensen terug naar de tijden voor Christus! We zijn ALLEMAAL priesters.

Als priesters zijn wij geroepen om offers te brengen aan God. Bedenk hierbij dat in het Oude Testament de lichamen van dieren als offer werden aangeboden, en vandaag de dag bieden we ons eigen lichaam aan God als een levend offer aan (Romeinen12:1).

De uitdrukking Zijn God en Vader is vergelijkbaar met de uitdrukking die Jezus gebruikte na Zijn opstanding, Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God (Johannes 20:17). Zijn Vader is inmiddels ook onze Vader geworden. We kunnen nu onze veiligheid vinden in God als onze Vader, net zoals Jezus Zijn bescherming daarin vond. Amen, zegt Johannes (vers 6). En ook wij zeggen: het zal zo zijn. Hem alleen “zij de heerlijkheid en kracht in alle eeuwigheid”.

In vers 7, wordt de terugkeer van Christus naar de aarde voorspeld.

Het laatste dat deze wereld zag van onze Heer was toen Hij in schaamte aan het kruis van Golgotha hing. Maar een van deze dagen, zal de wereld Hem zien komen met de wolken in heerlijkheid. Elk oog zal Hem zien. Degenen (het volk Israël en wij) die Hem doorboord hebben zullen Hem ook zien. De stammen van de aarde zullen huilen wanneer Hij komt. Maar wij zullen ons verheugen. Nogmaals zegt Johannes: Amen. En wij zeggen ook: Het zal zo zijn!

 

 

De eindstrijd tussen God, (de Alfa en de Omega) en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geen angst voor de toekomst

 

In vers 8 verwijst God naar Zichzelf als de Alfa en de Omega, de Almachtige en altijd bestaande God. Hij was er meteen aan het begin, toen er niets bestond. Hij zal er direct zijn aan het einde der tijden. Er is niets dat ooit kan gebeuren, ongeacht het moment of de plaats, dat God zal verrassen. Onze Vader weet niet alleen het einde vanaf het begin, omdat Hij de Almachtige God is, Hij beheerst alles ook. Daarom moeten we in geen enkel opzicht angst hebben voor de toekomst.

Aan het einde van het boek Openbaring, wordt God weer aangeduid als de Almachtige en de Alfa en de Omega (hoofdstuk 19:6; 22:13). We zouden kunnen zeggen dat het hele boek Openbaring dan ook is ingeklemd tussen deze twee uitspraken die verwijzen naar de alwetende, almachtige kracht van onze God en Vader. Dit is wat ons perfecte veiligheid geeft, als we hier lezen over de beproevingen die Gods volk zal overkomen, en de rampen die in de laatste dagen over de wereld om ons heen zullen komen.

In het hele Nieuwe Testament wordt God slechts 10 keer “de Almachtige” genoemd. Negen van deze 10 verwijzingen staan in Openbaring. De reden hiervoor is dat God wil dat wij weten dat Hij de Almachtige is en dat Hij alles onder controle heeft.

De enige andere verwijzing staat in 2 Corinthiërs 6:17 en 18, waar God Zijn volk roept om te worden gescheiden van alles wat onrein is. Dit toont aan dat God Zichzelf alleen als “de Almachtige” openbaart aan degenen die willen worden gescheiden van alles dat onrein is en in strijd met het Woord van God. Het boek Openbaring is vooral voor die mensen geschreven.

Enkele van de grootste waarheden die waarvan we het nodig hebben om in te worden vastgesteld in deze dagen, zijn die waarheden met betrekking tot onze Heer en onze relatie met Hem:

 

 

1)  De absolute betrouwbaarheid van de beloften van onze Heer;

2) Zijn triomf over de grootste vijand van de mens (de dood);

3) Zijn totale macht over alles in de hemel en de aarde;

4) Zijn eeuwige en onveranderlijke liefde voor ons;

5) Zijn ons te bevrijden uit de macht van de zonde;

6) Zijn Vader nu wordt onze Vader ook;

7) Zijn komst terug naar zijn koninkrijk op aarde te vestigen.

 

 

We moeten geworteld en gegrond zijn in deze waarheden als we standvastig en onbeweeglijk willen blijven staan in de tijden die gaan komen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Onkruid soorten in ons land – letter L

Standaard

Categorie: kamerplanten en bloemen

 

Onkruid soorten

 

Hieronder vindt u alle soorten onkruid die ons land kent. Een enorm groot overzicht maar netjes op alfabetische volgorde en met omschrijving. Veel succes met het herkennen en bestrijden van deze vaak hardnekkige planten.

 

 

De Lipbloemenfamilie (Labiatae)

 

Er zijn maar weinig families in het plantenrijk die zo gemakkelijk te herkennen zijn als de Labiatae. Alle soorten hebben vierkante stengels en dragen de bladeren kruisgewijs. Bij verreweg de meeste soorten zijn de bloemen duidelijk tweelippig. Gewoonlijk is de bovenste lip uitgegroeid tot een soort dakje dat het stuifmeel tegen weersinvloeden beschermt. De onderlip is vaak voorzien van zogenaamde honingmerken.

De bloemen, die in de oksels van de bovenste bladeren verschijnen, staan schijnbaar in kransen om de stengels; zelden staan ze afzonderlijk. Eigenlijk zitten de bloemen in bijschermen of schichten, maar ze bevinden zich zo dicht opeen dat het lijkt alsof de bloeiwijze een krans is. De meeste leden van deze familie hebben een kenmerkende sterke geur, vaak aromatisch (tijm, munt, salie, rozemarijn en vele ander), soms onaangenaam, zoals bij Bosandoorn (Stachys sylvatica).

 

 

Hondsdraf

 

HONDSDRAF (Glechoma hederaceae) is een verrukkelijk plantje, dat niet moeilijk in toom te houden is en pas lastig wordt wanneer het kans ziet in het gazon door te dringen. Zowel de bloempjes, die gewoonlijk paarsblauw zijn, als de niervormige of rondachtige bladeren geven de plant een aantrekkelijk uiterlijk. Er is dan ook een tijd geweest dat Hondsdraf een graag geziene tuinplant was; tegenwoordig wordt nog wel een variëteit gekweekt met bont blad. Hondsdraf is een overblijvende plant, die twee soorten stengels vormt: de ene kruipt over de grond en wortelt aan de stengels, de andere stuurt rechtopstaande bloeistengels omhoog.

De bladeren zijn gesteeld, tegenoverstaand en voorzien van een gegolfde rand. De bloemen zijn 13-25 mm in doorsnee en staan gewoonlijk met tweeën bijeen in de oksels van de bovenste bladeren. Ze verschijnen van april tot en met juni. Het verspreidingsgebied omvat Europa, Azië en Noord-Amerika. In ons land zeer algemeen tussen het gras, op bouwland en ruige plaatsen langs heggen enzovoort.

 

 

 

 

 

 

 

Witte Dovenetel

 

De harige stengels van WITTE DOVENETEL (Lamium album) zijn onvertakt, rechtopstaand en 30 tot 60 cm hoog. De uitlopervormende plant lijkt zonder bloemen veel op de brandnetel, maar heeft geen brandharen. De hartvormige bladeren zijn gesteeld en ruw getand. De helderwitte bloemen zijn naar verhouding groot (2,5 cm lang) en de zijslippen van de onderlip hebben twee of drie kleine tanden. De bloeitijd is van april tot in de herfst. Volksnamen als ‘suikertjes’, ‘suikernetel’ e.d. wijzen op de honing die de bloemen bevatten.

Zowel uit Engeland als uit Friesland is de bijnaam ‘Adam-en-Eva’ bekend. Deze naam wordt duidelijk als u de bloemen ondersteboven houdt. Men ziet dan de twee lange gele meeldraden met hun zwarte helmknoppen als man en vrouw tegen elkaar aan liggen. Witte doveneten komt voor in geheel Europa en is in ons land zeer algemeen in voedselrijke weilanden, op ruige terreinen, langs wegen en dergelijke.

 

 

 

 

 

 

 

Paarse Dovenetel

 

PAARSE DOVENETEL (Lamium purpureum) wordt 7 tot 30 cm hoog en is van de basis af vertakt. De plant is zacht behaard en heeft lichtpaarse bloemen. De hele plant ziet er vaak paarsrood uit. De gesteelde bladeren zijn rondachtig of ovaal, hartvormig aan de basis, met een gekartelde rand. De Paarse dovenetel kan in de tuin een hardnekkige indringer zijn; zijn aanwezigheid duidt op voedselrijke, humeuze leem- of zavelgrond. De plant bloeit vooral in maart-mei, maar kan ongeveer het hele jaar door bloemen voortbrengen, tot zelfs ’s winters onder de sneeuw. Iedere plant brengt zo’n 200 zaden voort. Komt voor in geheel Europa; in ons land algemeen.

 

 

 

 

 

 

 

Hoenderbeet

 

HOENDERBEET (Lamium amplexicaule) komt algemeen voor in Europa en Noord-Amerika. Het is een meestal eenjarige plant, met stengels die van de grond af opstijgen; de hoogte is 15 tot 30 cm. De bladeren hebben een heel andere vorm dan die van de voorgaande Lamiumsoorten; ze zijn bijna rond en diep gekarteld, de onderste langgesteeld, de bovenste ongesteeld. Ieder paar bladeren vormt een soort kraag aan de stengel (vandaar de aanduiding amplexicaule = stengelomvattend). De bloembuis is bekleed met wit dons en zowel de buis als de onderste lip zijn bleek roze; de bovenlip is helderkersrood. De bloeitijd strekt zich uit van april tot in de herfst, soms tot in de winter. Alle Lamiumsoorten bevatten waardevolle stoffen voor de composthoop.

 

Hoenderbeet

 

 

 

 

 

 

Gewone hennepnetel

 

Een volgende (meestal paarsrood bloeiende Labiaat, die bij oppervlakkige beschouwing verward zou kunnen worden met andere leden van de familie is de eenjarige GEWONE HENNEPNETEL (Galeopsis tetrahit). Een goed herkenningsteken is het feit dat de stengels onder de knopen verdikt zijn. Ook heel opvallend is het groepje rood gepunte klierharen op de plaats waar de bloemen ontspringen. De hoogte van de plant is nogal variabel (15-75 cm). De bladeren zijn ovaal, uitlopend in een punt en enigszins behaard.

De onderlip van de bloem, de verdeeld is in drie slippen, is bleekroze en voorzien van duidelijke honingmerken die niet helemaal tot de rand doorlopen. Deze soort is inheems in Europa, Azië en Noord-Amerika. In Nederland algemeen op humusrijke zand- en dalgronden. De bloeitijd loopt van juni tot in de herfst.

 

 

 

 

 

 

 

Kruipend Zenegroen

 

KRUIPEND ZENEGROEN (Ajuga reptans) is een 7-30 cm hoge overblijvende plant met blauwpaarse bloemen, waaraan de bovenlip ontbreekt, zodat meeldraden en stamper bloot liggen. Zowel de Nederlandse als de Latijnse naam geven goed de groeiwijze van deze plant weer. De lange bebladerde stolonen (wortelende uitlopers) doen dienst bij de verspreiding. De laagste bladeren vormen een rozet; de onderste stengelbladeren lopen aan de basis uit in een lange bladsteel, terwijl de bovenste vrijwel ongesteeld zijn. Alle bladeren zijn kaal, ovaal en voorzien van gekartelde randen.

De stengels zijn onvertakt en vaak aan twee tegenover elkaar liggende zijden behaard. Kruipend zenegroen komt voor in geheel Europa en in Noord-Afrika. In ons land vrij algemeen op grazige, vochtige plaatsen, in duinpannen, in loofbossen op goede grond en in parken. Ook gekweekt en dan meestal met bruine of bonte bladeren. De bloeitijd is april-juni.

 

 

 

 

kruipend zenegroen

 

 

Brunel

 

BRUNEL (Prunella vulgaris) heeft korte dikke hoofdjes met blauwpaarse of roodachtige bloemen, die met zessen in een krans staan. Onder de hoofdjes zitten altijd een paar bladeren. Het is een overblijvende plant met korte uitlopers en rechtopstaande stengels van 7 tot 45 cm hoog. De gesteelde bladeren zijn ovaal en puntig toelopend; de randen zijn ongetand. De bloeitijd is van mei tot in de herfst. Komt voor in geheel Europa en in Nood-Amerika. In ons land algemeen op gras- en bouwland, langs wegen en dijken en in bossen.

 

 

 

 

 

 

Bosandoorn

 

BOSANDOORN (Stachys sylvatica) is een overblijvende plant met lange kruipende wortelstokken, die groen van kleur zijn, ruw behaard en met een onaangename geur, waarnaar ze gekneusd worden. De stengels zijn hol, onvertakt of met enkele zijtakken en met een hoogte van 0,60 tot 1,20 m. De vuil-donkerpaarse bloemen staan in kransen van zes in een open aar. De onderlip heeft vier slippen en een honingmerk tussen de twee zijslippen in de vorm van een kruis op een witte ondergrond. De bladeren zijn hartvormig, getand en gesteeld. Bloeitijd van juni tot en met augustus. Bosandoorn komt voor in geheel Europa; in ons land algemeen in vochtige bossen op goede grond en op beschaduwde ruige plaatsen.

 

 

 

 

 

 

Valse salie

 

VALSE SALIE (Teucrium scorodonia) is gemakkelijk te herkennen aan de bloeiwijzen van in paren staande kleine geelgroene bloemen. Aan de onderkant draagt de bloeiwijze een bladpaar. De stengels zijn roodachtig; de bladeren hebben een gekreukeld uiterlijk, ze zijn hartvormig en gesteeld. Valse salie is een overblijvende plant met kruipende wortelstokken en rechtopstaande stengels die 30 tot 60 cm hoog worden. Het verspreidingsgebied omvat West- en Midden-Europa; bij ons vrij algemeen in droge bossen op zandgrond. De bloeitijd is juli/augustus.