Tagarchief: priesters

Numbers, Numeri 18: 21-32 + 19 / Plichten Levieten, reinigingswater

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Numeri 18 1 – 32 Plichten en rechten van priesters en Levieten
Numeri 19 1 – 22 De verbrande rode koe en het reinigingswater

 

 

Numbers 18: 21-32 + 19 > Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

Numbers 17 + 18:1-23 / Uitbottende staf, plichten van de Levieten

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Numeri 17 1 – 13 De staf van Aäron
Numeri 18 1 – 32 Plichten en rechten van priesters en Levieten

Numbers 17 +18: 1-23 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

Leviticus 21:13-24 + Leviticus 22 / wetten voor de priesters

Standaard

Category, categorie:  The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Leviticus 21 13-24 priesters moeten rein zijn en zonder gebreken
Leviticus 22 1 – 16 Wetten voor de priesters bij het eten
17 – 33 Bepalingen omtrent de offeranden

 

 

Leviticus 21:13-24 + Leviticus 22 > Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

Leviticus 19:17-37+Leviticus 20+Leviticus 21: 1-12 / burgerlijke wetten en wetten voor priesters

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

 

Leviticus 19 1 – 37 Huiselijke en burgerlijke wetten
Leviticus 20 1 – 27 Straffen tegen verschillende misdaden
Leviticus 21 1 – 12 Wetten voor de priesters

 

Leviticus 19:17-37+Leviticus 20+Leviticus21: 1-12 > Skip Heitzig

 

 

 

 

Leviticus 10+11: 1-23 / Wetten voor priesters en dieren

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

.

 

Leviticus 10 1 – 7 Nadab en Abíhu
8 – 20 Wetten voor de priesters
Leviticus 11 1 – 47 Wetten over reine en onreine dieren

 

 

Leviticus 10+11: 1-23  Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

 

Exodus 38-40 / Gods wensen tabernakel en bijhorigheden gebouwd

Standaard

Category, categorie: The Bible explained/De Bijbel uitgelegd: video

 

Exodus 38 1 – 20 Het brandofferaltaar, het koperen wasvat en het voorhof
21 – 31 Wat voor het heiligdom bijeengebracht was
Exodus 39 1 – 32 De klederen van de priesters
33 – 43 Het werk wordt bij Mozes gebracht
Exodus 40 1 – 38 Mozes richt de tabernakel op

 

Exodus 38-40 – Skip Heitzig

 

 

 

 

 

 

De duur van de scheppingsdagen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

De zes scheppingsdagen waren dagen

 

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

Ik ben mening dat eenieder die de Bijbel serieus wil nemen wel gedwongen is de evolutietheorie af te wijzen. Het is niet de eerste poging schepping en evolutie met elkaar te verbinden en het zal ook zeker niet de laatste zijn. Voor christenen die willen vasthouden aan het gezag van de Schrift is dit echter een doodlopende weg.

Er is niets nieuws onder de zon. De afgelopen anderhalve eeuw is op verschillende manieren geprobeerd Genesis 1 te harmoniseren met de evolutietheorie. Een van de bekendste is wel de opvatting dat het Hebreeuwse woord voor dag niet een dag van 24 uur zou zijn, maar vertaald dient te worden met tijdperk.

Een dergelijk tijdperk zou dan overeenkomen met een geologisch tijdperk van lange duur, waarbinnen de evolutie heeft plaatsgevonden. Immers, als bij God een dag als duizend jaar is, waarom kan een dag dan ook niet miljoenen jaren duren?

.

 

Aaneensluiten

.

Een variant van dit voorstel is de opvatting dat het in Genesis 1 wel om dagen van 24 uur gaat, maar dat deze dagen van de schepping niet aaneensluitend zijn. Ze zijn van elkaar gescheiden door perioden van lange duur. De zes dagen van de schepping zouden dan niet de dagen van de scheppingsarbeid van God zijn geweest, als wel van de scheppingsopenbaring. Mozes zou bijvoorbeeld in een visioen, dat in totaal zes dagen heeft geduurd, hebben gezien hoe God de hemel en de aarde heeft geschapen. Genesis 1 zegt dus niets over de duur van de schepping.

Volgens weer een totaal andere opvatting is Genesis 1 slechts een beschrijving van de scheppingswerken die volgens literaire principes kunstmatig over zes dagen zijn verdeeld. De joden die na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in ballingschap aan de stromen van Babel zaten, werden geconfronteerd met Babylonische scheppingsverhalen.

Als reactie daarop zouden de joodse priesters een eigen versie hebben bedacht. De aarde is niet ontstaan uit het lichaam van een dode godheid, zoals de Babyloniërs aannemen, maar is geschapen door de God van Israël. Of dit in de juiste volgorde van de schepping is gebeurd en hoe lang deze ”dagen” duurden, is niet van belang. Het gaat slechts om de boodschap.

Hoe aantrekkelijk deze opvattingen ook mogen klinken, ze hebben één groot manco. Wanneer je onbevooroordeeld Genesis 1 leest, kun je niet anders dan concluderen dat God de hemel en de aarde in zes letterlijke dagen heeft geschapen.

Er wordt gesproken over dag en nacht en over „en het was avond, en het was morgen…”

Het Hebreeuwse woord voor dag (jom), als losstaand woord, is in alle gevallen ”dag” in de gewone betekenis van het woord (zie onder meer Genesis 8:22 en 29:7, als tegenstelling tot ”nacht”).

 

 

 

Draaiing

 

Hoelang zo’n dag precies heeft geduurd, valt natuurlijk niet meer na te gaan. Wij weten niet of de tijdsduur van de draaiing van de aarde ten tijde van de schepping verschilde van die heden ten dage. Maar daaruit mag niet de conclusie worden getrokken dat de duur van zo’n dag dan wel gelijk moet zijn geweest aan die van een tijdperk. Evenmin kun je uit Genesis 1 opmaken dat het de beschrijving van een visioen is.

Velen zitten met het vraagstuk van schepping en evolutie. Maar voor mij is de keuze niet zo moeilijk, ook al betekent het dat je ingaat tegen een meerderheid van het volk (en helaas ook van een groeiend aantal christenen).

Volgens Zijn Woord heeft God de hemel en de aarde in zes dagen geschapen. Hij had dat (bij wijze van spreken) ook in een vingerknip kunnen doen, maar Hij heeft ervoor gekozen het in zes dagen te doen. Dat is een kwestie van geloof: je gelooft het of je gelooft het niet!

 

.

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 John Astria

John Astria

Zeven grootse waarheden over Jezus

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Openbaring hoofdstuk 1, 2 en 3 ; de Openbaring aan Johannes

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 Openbaring 1:4-8

 

Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: Genade zij u en vrede, van Hem Die is en Die was en Die komt, en van de zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn, en van Jezus Christus, Die de getrouwe Getuige is, de Eerstgeborene uit de doden en de Vorst van de koningen der aarde, Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed, en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid, amen. Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen. ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige’.

 

 

Titels


Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Drie-eenheid, wordt met een aantal titels genoemd, waar we een voor een naar kunnen kijken (Openbaring 1:5).

“Getrouwe Getuige” verwijst naar de absolute betrouwbaarheid van onze Heer met betrekking tot de beloften die Hij heeft gedaan.

“De Eerstgeborene uit de doden” verwijst naar Hem als de Eerste mens die de dood overwonnen heeft en voorgoed opstond uit het graf. Anderen, die eerder door Hem uit de doden waren opgewekt, stierven later weer. Nu Jezus permanent de dood overwonnen heeft, hoeven we nooit meer bang te zijn voor ziekte of dood.

Jezus wordt ook wel aangeduid als ‘de Vorst van de koningen der aarde’. Onze Heer is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Hij heerst ook in de harten van aardse machthebbers. “Het hart van een koning is in de hand van de Here als waterbeken, Hij neigt het tot alles wat Hem behaagt” (Spreuken 21:1).

Onze Heer wordt verder aangeduid als die Ene “Die ons eeuwig liefheeft en Die ons voor eens en voor altijd verlost en bevrijd heeft van onze zonden door Zijn Eigen bloed” (vers 5 ). Zijn liefde voor ons is eeuwig. En Hij vergoot Zijn bloed niet alleen om ons onze zonden te vergeven, maar ook om ons voor eens en voor altijd te bevrijden van onze zonden. De eerste belofte in het Nieuwe Testament is dat Jezus ‘Zijn volk zalig zal maken van hun zonden’ (Mattheus 1:21). Bevrijd te worden van de macht van de zonde is het grote thema van het hele Nieuwe Testament. Geen zonde kan nu de heerschappij over ons hebben, als wij leven onder de genade (Romeinen 6:14).

 

 

Allemaal priesters

 

Ons wordt verder verteld dat de Here Jezus ons heeft gevormd tot “koningen en priesters voor God en Zijn Vader” (vers 6). Het koninkrijk van God is het domein waarin God absolute autoriteit uitoefent. De kerk is een afspiegeling van het koninkrijk van God op aarde – dat wil zeggen, een groep mensen die een koninkrijk zijn geworden, omdat ze zich op elk gebied van hun leven aan het gezag van God onderworpen hebben.

De Heer heeft een ongedisciplineerde menigte omgezet in een ordelijke koninkrijk – een volk dat nu wordt geregeerd door God. We zijn ook gemaakt tot priesters. Elke gelovige – man of vrouw – is tot een priester voor de Heer gemaakt. In Gods ogen is er niet zoiets als een speciale klasse van mensen in de kerk, die priesters genoemd worden. Dat is een oudtestamentisch concept.

Wanneer er zoiets bestaat in een kerk van vandaag, dan leidt het mensen terug naar de tijden voor Christus! We zijn ALLEMAAL priesters.

Als priesters zijn wij geroepen om offers te brengen aan God. Bedenk hierbij dat in het Oude Testament de lichamen van dieren als offer werden aangeboden, en vandaag de dag bieden we ons eigen lichaam aan God als een levend offer aan (Romeinen12:1).

De uitdrukking Zijn God en Vader is vergelijkbaar met de uitdrukking die Jezus gebruikte na Zijn opstanding, Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God (Johannes 20:17). Zijn Vader is inmiddels ook onze Vader geworden. We kunnen nu onze veiligheid vinden in God als onze Vader, net zoals Jezus Zijn bescherming daarin vond. Amen, zegt Johannes (vers 6). En ook wij zeggen: het zal zo zijn. Hem alleen “zij de heerlijkheid en kracht in alle eeuwigheid”.

In vers 7, wordt de terugkeer van Christus naar de aarde voorspeld.

Het laatste dat deze wereld zag van onze Heer was toen Hij in schaamte aan het kruis van Golgotha hing. Maar een van deze dagen, zal de wereld Hem zien komen met de wolken in heerlijkheid. Elk oog zal Hem zien. Degenen (het volk Israël en wij) die Hem doorboord hebben zullen Hem ook zien. De stammen van de aarde zullen huilen wanneer Hij komt. Maar wij zullen ons verheugen. Nogmaals zegt Johannes: Amen. En wij zeggen ook: Het zal zo zijn!

 

 

De eindstrijd tussen God, (de Alfa en de Omega) en Satan

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Geen angst voor de toekomst

 

In vers 8 verwijst God naar Zichzelf als de Alfa en de Omega, de Almachtige en altijd bestaande God. Hij was er meteen aan het begin, toen er niets bestond. Hij zal er direct zijn aan het einde der tijden. Er is niets dat ooit kan gebeuren, ongeacht het moment of de plaats, dat God zal verrassen. Onze Vader weet niet alleen het einde vanaf het begin, omdat Hij de Almachtige God is, Hij beheerst alles ook. Daarom moeten we in geen enkel opzicht angst hebben voor de toekomst.

Aan het einde van het boek Openbaring, wordt God weer aangeduid als de Almachtige en de Alfa en de Omega (hoofdstuk 19:6; 22:13). We zouden kunnen zeggen dat het hele boek Openbaring dan ook is ingeklemd tussen deze twee uitspraken die verwijzen naar de alwetende, almachtige kracht van onze God en Vader. Dit is wat ons perfecte veiligheid geeft, als we hier lezen over de beproevingen die Gods volk zal overkomen, en de rampen die in de laatste dagen over de wereld om ons heen zullen komen.

In het hele Nieuwe Testament wordt God slechts 10 keer “de Almachtige” genoemd. Negen van deze 10 verwijzingen staan in Openbaring. De reden hiervoor is dat God wil dat wij weten dat Hij de Almachtige is en dat Hij alles onder controle heeft.

De enige andere verwijzing staat in 2 Corinthiërs 6:17 en 18, waar God Zijn volk roept om te worden gescheiden van alles wat onrein is. Dit toont aan dat God Zichzelf alleen als “de Almachtige” openbaart aan degenen die willen worden gescheiden van alles dat onrein is en in strijd met het Woord van God. Het boek Openbaring is vooral voor die mensen geschreven.

Enkele van de grootste waarheden die waarvan we het nodig hebben om in te worden vastgesteld in deze dagen, zijn die waarheden met betrekking tot onze Heer en onze relatie met Hem:

 

 

1)  De absolute betrouwbaarheid van de beloften van onze Heer;

2) Zijn triomf over de grootste vijand van de mens (de dood);

3) Zijn totale macht over alles in de hemel en de aarde;

4) Zijn eeuwige en onveranderlijke liefde voor ons;

5) Zijn ons te bevrijden uit de macht van de zonde;

6) Zijn Vader nu wordt onze Vader ook;

7) Zijn komst terug naar zijn koninkrijk op aarde te vestigen.

 

 

We moeten geworteld en gegrond zijn in deze waarheden als we standvastig en onbeweeglijk willen blijven staan in de tijden die gaan komen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Wat is de Jihad voor moslims?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

1. Wat is jihad?

 

Het Arabische woord jihad is een erg brede term. De betekenis ervan is: streven naar een betere manier van leven. Dat is uiteraard niet beperkt tot moslims, zoals blijkt uit het volgende vers waarin niet-moslim ouders ernaar streven (jahadaka – jihad voeren) om hun kinderen die zich bekeerd hebben tot de islam, naar de godsdienst van de ouders te doen terugkeren.

 

 

374747_273477996044023_183373431721147_748410_1696544372_n

 

 

De Koran stelt:

“”En Wij hebben de mens opgedragen goed voor zijn ouders te zijn. Als zij er echter bij jou naar streven (Jahadaka) aan Mij metgezellen toe te voegen waarvan jij geen kennis hebt, gehoorzaam hun dan niet….” (Koran, 29:8)

Omwille van het belang van het streven naar het goede wordt jihad door sommigen zelfs aanzien als de zesde pijler van de islam vermits elke moslim zich elke dag opnieuw moet inzetten om zichzelf en de samenleving waarin hij leeft te verbeteren.

De strijd tegen het eigen ik (hebzucht, hoogmoed, afgunst, enz) wordt beschouwd als de hoogste vorm van jihad.

Maar ook een artikel schrijven om de islam uit te leggen is jihad, het wordt beschouwd als jihad voeren met de pen. Wanneer men voor een keuze staat, is het jihad het beste van de twee alternatieven te kiezen. Armen helpen en goede werken doen, is een vorm van jihad. Z’n best doen voor een examen op school, is een vorm van Jihad. De boodschappen van een oude dame dragen, is jihad. Alles wat ertoe leidt dat het individu en de samenleving er beter van worden, is jihad.

In zeer uitzonderlijke gevallen ( bijvoorbeeld wanneer een moslimland aangevallen wordt en wanneer alle mogelijkheden om op een vreedzame wijze de aanval af te slaan mislukt zijn ) kan streven naar het beste erin bestaan het eigen leven of het land gewapenderhand te verdedigen. Slechts in dit geval, komt jihad neer op oorlogsvoering. Dit is  slechts toegelaten  onder strikte voorwaarden en omstandigheden.

Moslims mogen nooit als eerste een land aanvallen en mogen enkel de eigen samenleving verdedigen tegen een aanval door anderen. Zoals ook bij ons alleen de regering over een oorlog kan beslissen, zou ook in de islam slechts kunnen beslist worden tot een dergelijke strijd door het hoogste en representatieve gezag of door een unanieme beslissing van legitieme leiders die de steun genieten van de overgrote meerderheid van moslims. Extremisten die geweld plegen overtreden dus de islam vermits hun strijd niet kadert in een door legitieme moslimoverheden besliste verdediging.

Wanneer het hoogste gezag zou beslissen zich gewapend te verzetten tegen een aanval, mogen moslims slechts strijden tot de aanval op hun samenleving afgeslagen is. Tijdens een oorlog moeten zij zich ook door hoogstaande morele principes laten leiden. Soldaten van de tegenpartij die zich overgeven, moeten zij bescherming bieden als krijgsgevangenen enz. Bovendien mag er slechts gestreden worden door en tegen soldaten en moeten burgerbevolking en dieren beschermd worden. Verder moeten ook priesters en kloosterlingen van andere religies met rust gelaten moesten worden, en mogen  hun gebedshuizen niet vernield mochten worden.

Abu Bakr, de eerste kalief, legde volgende 10 regels vast voor oorlogsvoering (uit: Al-Muwatta, Volume 21, Hadith 10) :

  • Dood geen vrouwen
  • Dood geen kinderen
  • Dood geen bejaarden
  • Dood geen zieken.
  • Hak geen bomen om of verbrand ze niet, vooral als het fruit dragende bomen zijn (ook de oogst mag niet vernield worden)
  • Verniel geen onbewoonde plaatsen.
  • Dood geen dieren behalve voor voedsel.
  • Verbrand geen bijen en drijf hen niet uiteen.
  • Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden gedurende de strijd.
  • En handel niet laf.

 

Zoals gezegd is een gewapende strijd slechts toegestaan om een aanval af te weren en nadat alle andere middelen om de zaak vreedzaam op te lossen uitgeput zijn. De islam verbiedt moslims dan ook deel te nemen aan wat men in de westerse geschiedenis kent als een heilige oorlog om anderen tot het eigen geloof te dwingen. Dit verbod hangt samen met het feit dat in de Koran God zelf alle mensen het recht van godsdienstvrijheid garandeert en moslims uitdrukkelijk verbiedt anderen te dwingen tot de islam of dat zelfs maar te proberen.

Jihad betekent in elk geval niet een heilige oorlog (arabisch: ‘harbun muqaddasatu’ of ‘al-harbu al-muqaddasatu’) in de zin van een oorlog om anderen te dwingen tot de Islam – het is moslims ten andere verboden aan zulk een oorlog deel te nemen. De Koran garandeert immers voor iedereen godsdienstvrijheid en verbiedt moslims uitdrukkelijk anderen te dwingen tot de islam.

In veruit de meeste gevallen heeft jihad echter helemaal niets met een verdedigende oorlogsvoering te maken, maar handelt het over  het best mogelijke te doen.

In het Arabisch is het voorvoegsel “mu” + de wortel, iemand die de actie van de wortel uitvoert. Dus, mu{j-h-d} of mujahid, is iemand die jihad voert. Dit is dan ook geen synoniem voor gewapend strijder. Een schrijver die zich inzet voor de islam, is ook een mujahid. Iemand die goede werken doet, is ook een Mujahid, zo ook iemand die liefdadige werken doet en zich inzet voor anderen en voor een betere samenleving.
Profeet Mohammed zei:

Een Mujahid (hij die Jihad voert) is diegene die streeft tegen zijn eigen ik om God te gehoorzamen”(Sahih Ibn Hibbanm, No. 4862)

Wanneer moslims in een situatie terechtkomen die zij als onrechtvaardig beschouwen, hoort men in de moslimwereld wel vaker oproepen tot jihad. Dit betekent in de meeste gevallen helemaal geen oproep tot gewapende strijd. Gewoonlijk is het een oproep tot vreedzame inzet tegen wat men als een onrechtvaardige situatie ervaart. Men kan bijvoorbeeld  jihad  voeren met de pen of jihad met het woord waarbij men via het schrijven van artikels of organiseren van bijeenkomsten een onrechtvaardige situatie aanklaagt en onder de aandacht van de pers en de publieke opinie brengt.

 

 

2. Heeft jihad iets te maken met terrorisme?

 

Het moge duidelijk zijn dat jihad niets te maken heeft met terrorisme.  Uit een grootschalig onderzoek van 50.000 moslims in 35 landen met een overwegend moslimbevolking bleek dat moslims bij zeer grote meerderheid terrorisme veroordelen. Ook in het Westen (IRA, ETA enz) en ook in het christendom zijn er terreurgroepen. Deze vertegenwoordigen echter niet het Westen of het christendom, maar zijn daar het absolute tegendeel van. Hetzelfde geldt voor de islam. Ook daar zijn terreurgroepen niet de vertegenwoordigers van de islam maar het absolute tegendeel ervan. Het is niet omdat een of andere groep zich op een verdraaide interpretatie van een geloof en de terminologie ervan beroept om eigen politieke doeleinden na te streven, dat zij dat geloof vertegenwoordigen.

In elke samenleving heeft men een stille brede middengroep, en aan de rand daarvan een aantal extremisten. Het is belangrijk dat men de mening van extremisten niet verwart met die van de middenstroom. Zowel in de moslimwereld als in het Westen zijn er extreme groeperingen die aansturen op een confrontatie. In het Westen zijn er extremistische partijen die de islam en de moslimwereld afschilderen als een grote bedreiging, zoals er ook in de moslimwereld extremisten zijn die het Westen afschilderen als de grootste bedreiging ooit.

In die zin zijn de westerse en islamitische extremisten elkaars bondgenoten om wederzijds een vijandsbeeld bij hun bevolking ingang te doen vinden om op grond van de angst die ze daarmee scheppen, hun eigen extreem politiek programma te kunnen invoeren. Het is belangrijk dat men hun propaganda doorziet en niet in de val trapt die zij uitzetten.

Een grondige studie van het Westen en van de islam, leidt tot de vaststelling dat beiden meer gemeen hebben dan de extremisten aan beide kanten hen willen doen geloven. Het lijkt er dan ook op dat de middengroepen van het Westen en van de islam meer te vrezen van de extremisten in hun eigen rangen, dan van elkaar.

 

 

DE ISLAM IS DE GOEDSCHIKSE

TEGENBEWEGING

TEGEN HET WARE CHRISTENDOM

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

       

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Welvaartspredikers misbruiken 10 Bijbelverzen

Standaard

categorie : religie

 

 

Het welvaartsevangelie verkondigt dat God persoonlijk geluk, financiële rijkdom en een goede, lichamelijke gezondheid belooft aan hen die veel geloof hebben. Bijbel-teksten waarin wordt vermeld dat het christenleven gepaard gaat met vervolging, lijden en zelfverloochening blijven achterwege. Hier worden tien Bijbelverzen op een rij vermeld die welvaartspredikers vaak citeren.

 

 

 

 

 

1. ‘De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben’ (Johannes 10:10)


Dit vers wordt gebruikt om te suggereren dat God in alles het geluk voor ogen heeft voor Zijn volgelingen. Maar daarmee wordt de context rondom dit vers verwaarloosd. De overvloed waar dit vers over spreekt, heeft te maken met het kennen en gekend worden door Jezus. Dat zijn niet-materiële zaken.

 

 

2. ‘U krijgt niet, omdat u niet bidt’ (Jakobus 4:2)


Dit vers wordt binnen het welvaartsevangelie gebruikt om biddend te claimen wat je zelf niet bezit. Wanneer je niets hebt, komt dat omdat je niet genoeg gebeden hebt. Maar deze interpretatie negeert het vers dat volgt: ‘U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt met het doel het in uw hartstochten door te brengen.’

Het gebed is cruciaal in het leven van een christen. Dit als middel gebruiken om eigen verlangens af te dwingen bij God gaat ook in tegen het gebed dat Jezus bad aan de vooravond van Zijn kruisiging: ‘Laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden’ (Lukas 22:42).

 

 

3. ‘Er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd.’


Welvaartspredikers leggen graag de nadruk op geven, zodat hun visie op het eerste gezicht in lijn lijkt met de Schrift. Maar de motivatie die erachter zit verstoort de Bijbelse boodschap. De predikers denken door financiële donaties te geven dit 100 maal terug te ontvangen.

Dit is uiteraard niet de juiste uitleg van het desbetreffende vers. Het volgende vers geeft duidelijkheid: ‘Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten.’ Hier wordt gehoorzaamheid en discipelschap aangemoedigd in plaats van persoonlijk gewin.

 

 

 

 

 

4. ‘De zegen van Abraham is in Christus Jezus tot de heidenen gekomen, opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof’ (Galaten 3:14)


Welvaartspredikers gebruiken dit vers om te verwijzen naar het in Genesis gesloten verbond met Abraham en concluderen daaruit dat God de nakomelingen van Abraham financiële zegeningen heeft beloofd. Opnieuw wordt een Bijbelgedeelte verwaarloosd.

In hetzelfde gedeelte staat vermeld dat Jezus is geofferd, zodat wij door het geloof de belofte van de Geest ontvangen. Paulus herinnert de Galaten hier aan de geestelijke zegeningen als gevolg van Jezus’ redding – wat niets te maken heeft met aardse rijkdom.

 

 

5. ‘Want u kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden’ (2 Korinthiërs 8:9)


Welvaartspredikers suggereren aan de hand van dit vers dat Jezus’ dood ons rijkdom geeft. De meeste christenen zijn het erover eens dat wanneer Paulus zegt dat Jezus ‘rijk’ werd, hij verwijst naar Zijn status als de Zoon van God. En Zijn armoede is een verwijzing naar Zijn vrijwillige daad om mens te worden. Paulus maakte de vroege christenen duidelijk dat Zijn doel gelijkheid was.

 

 

6. ‘Geliefde, ik wens dat het u in alles goed gaat en dat u gezond bent, zoals het uw ziel goed gaat’ (1 Johannes 3:2)


Binnen het welvaartsevangelie wordt naar aanleiding van dit vers beweerd dat lichamelijke gezondheid onlosmakelijk verbonden is met geestelijke groei. Wanneer iemand voldoende geloof bezit, zal hij of zij lichamelijke zegeningen ontvangen. Maar dit vers is ‘gewoon’ het begin van een brief aan Johannes door middel van een groet.

Dit zou je kunnen vergelijken met iemand die uit beleefdheid aan het begin van een brief de ander het goede toewenst. Het gaat hier niet om een belofte en dit mag zeker niet worden opgevat als de belofte dat Gods kinderen niet ziek kunnen worden.

 

 

7. ‘Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de Heer van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn’ (Maleachi 3:10)


Dit vers wordt vaak als krachtig hulpmiddel gebruikt bij fondsenwerving onder welvaartspredikers. Gelovigen worden zo gemanipuleerd om tienden te geven, waarna ze er veel meer voor zullen terugkrijgen. Maar dit vers is niet van toepassing op individuele rijkdom. Integendeel, het komt voort uit de historische situatie van het volk Israël.

De Israëlieten waren ongehoorzaam aan God door onvoldoende voedsel te geven aan de nationale opslagplaats, dat werd gebruikt door de priesters. God vermaande Zijn volk en riep op tot gehoorzaamheid. Als zij zouden gehoorzamen, zou beloning volgen.

 

 

 

 

8. ‘De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen’ (Jesaja 53:5)


De meeste christelijke geleerden lezen dit vers als een profetie waarin de overwinning op onze zonden wordt vermeld, dankzij het verzoenende werk van de Heer Jezus. Maar welvaartspredikers gebruiken dit vers om duidelijk te maken dat geloof zal leiden tot lichamelijke genezing.

Eén van de oprichters van het welvaartsevangelie schreef: “Het plan van onze Vader is, dat Hij in Zijn grote liefde en barmhartigheid, geen enkele gelovige ooit nog ziek wordt. Iedere gelovige zal zijn volledige levensduur in gezondheid op aarde zijn.”

 

 

9. ‘Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de Heer. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven’ (Jeremia 29:11)


Dit is één van de meest onbegrepen Bijbelverzen onder christenen. Jeremia 29:11 wordt gebruikt om anderen goed nieuws te beloven en suggereert dat God iedere slechte situatie in ons voordeel gebruikt. Dit vers is niet bedoeld voor hedendaagse christenen die hun baan hebben verloren. Het was een door God gegeven belofte aan het volk van Israël, waaruit blijkt dat God op Zijn eigen tijd het volk zou herstellen.

 

 


10. ‘Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen’ (Johannes 14:14)

 

Dit is vergelijkbaar met het misbruiken van Jakobus 4:2 door welvaartspredikers. Alsof God alle gebeden van gelovigen zou beantwoorden. Christenen die bidden voor financiële rijkdom doen er verstandig aan om Mattheüs 19:24 te lezen: ‘Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.’

In Johannes 14:14 moedigt Jezus zijn discipelen aan om het Evangelie te verspreiden. Dit vers moet dan ook worden gelezen in de context van de verzen die erop volgen: ‘Wie in Mij gelooft, zal de werken doen die Ik doe’ (vers 12) en ‘Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht’ (vers 15).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget