Tagarchief: eschatologie

Wanneer komt de antichrist en wie is hij?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Wie is de antichrist en waar blijft hij? Door de eeuwen heen hebben bijbellezers zich over profetieën gebogen waarin zich de contouren aftekenen van deze duivelse figuur, die in de eindtijd zal opstaan. Ook in onze tijd houden christenen rekening met zijn ‘mogelijk spoedige’ komst.

Een van hen is de emeritus predikant en publicist J.W. Embregts. 

 

 

de ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

.

Eindtijdkoning

 

Op de vraag of dit onderwerp volgens hem wel zo leeft onder christenen, reageert Embregts: “Jazeker! Ik ben jarenlang leraar eschatologie (leer van de laatste dingen, red.) geweest en bovendien was ik ruim veertig jaar voor-ganger. Al die jaren werden in bijbel studies onophoudelijk vragen over dit onderwerp gesteld. Mijn boek Geen uitstel meer, is een herdruk van een boek dat ruim vijfentwintig jaar geleden is verschenen – de vraag ernaar bleef. Er is dus nog steeds belangstelling voor.”

 

 

Hoever zijn we nog verwijderd van de openbaring van deze ‘antigoddelijke eindtijdkoning’, zoals de ‘Studiebijbel’ hem typeert?

 

“Geen idee! Maar het is natuurlijk wél zo dat wat we nu zien, verschrikkelijk veel lijkt op het beeld dat de Bijbel schetst. Ik zou er zelf nooit één of andere profetische uitspraak over willen doen – dan ga je geheid op je neus – maar alles lijkt erop te wijzen dat het binnenkort gebeuren kán.”

 

 

Is de antichrist volgens u een persoon, of – zoals oudere theologen als dr. S. Greijdanus en ds. A. Ringnalda stelden – een macht?

 

“Een persoon. Als je Daniël 7 naast Openbaring 12, 13 en 17 legt, zie je dat het om een méns gaat die woorden spreekt tegen de Allerhoogste en de strijd aanbindt met de gelovigen. Ik zie een satanische tegenhanger van de Drie-eenheid, met de draak (Openbaring 12, red.) als anti-God de Vader, het beest uit de zee (Openbaring 13, red.) als de anti-Christus en het beest uit de aarde (idem, red.) als de anti-Heilige Geest.”

 

 

Een onder uitleggers omstreden kwestie: is de antichrist een Jood, of een niet-Jood?

 

“Niemand weet het precies. Mijns inziens kan het bijna niemand anders dan een Jood zijn. De Joden wachten op het herstel van de tempeldienst. In Daniël 9 lees je dat er iemand zal komen die toestemming geeft om de offerdienst te hervatten. Als er iemand komt die toestemming geeft om de tempel te herbouwen, dan zullen de Joden hem waarschijnlijk zien als de Messias Die komen zal, dus per definitie een Jood.”

 

 

De Bijbel tekent de antichrist als een figuur die óók niet-Joden aantrekt. Hoe doet hij dat?

 

“Zijn grootste troef is dat hij een oplossing heeft voor de problemen in het Midden-Oosten. Als zo’n figuur op-staat, zal hij door vriend en vijand met open armen worden ontvangen.” ‘De antichrist kan zich uitermate christelijk voordoen’

 

 

666, het teken van het beest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Merkteken

 

Ook de Hoogeveense publicist Jaap Spaans  ziet ontwikkelingen die erop wijzen dat de openbaring van de anti-christ dichterbij komt. “We worden in toenemende mate geconfronteerd met problemen die een grensoverschrijdend karakter hebben,” legt hij uit. “Geen enkel land, zelfs de machtige Verenigde Staten niet, is in staat die op te lossen. Denk aan vraagstukken als terreur, dreigende grondstoffenschaarste, vluchtelingenstromen, milieuproblemen en klimaatverandering, criminaliteit, besmettelijke ziekten, het Midden-Oosten en Israël, enzovoort. De terreuraanslagen op Amerika van 11 september 2001 vormden een belangrijk omslagpunt in de wereld.

Iedereen kan zich voorstellen wat er gebeurt als er bijvoorbeeld een aanslag met een vuile of nucleaire bom zal plaatsvinden. Alles raakt dan in een stroomversnelling. De wereld schreeuwt om een oplossing voor deze problemen en om vrede. Deze ontwikkeling vereist een krachtig centraal gezag op mondiaal niveau, en sterk leiderschap. nEr is dus een voedingsbodem voor de komst van de antichrist.” Spaans verwijst naar Matteüs 24, Lucas 21, Markus 13, Zacharia 12 en 14 en Daniël 12.

 

 

Hoe typeert u de komende antichrist?

 

“Hij is de tegenstander van God – de duivel – in het vlees. Een charismatisch leider, die in staat is grote dingen te doen. Wel iemand met een organisatie of infrastructuur op mondiaal niveau achter zich. Want wil je al de machtsmiddelen inzetten en controle op die schaal uitoefenen, dan heb je een apparaat nodig dat je beleid uitvoert.”

 

 

In Openbaring 13 wordt gesproken over het ‘merkteken van het beest’. Gelooft u dat dit een letterlijk teken zal zijn, bijvoorbeeld in de vorm van chips die geïmplanteerd worden ?

 

“Ik neem het inderdaad letterlijk, maar met dien verstande dat er sprake is van een complexe infrastructuur, waarbij identificatie een sleutelrol vervult.”

 

 

Kunt u die identificatie toelichten?

 

Het merkteken zal volgens mij drie belangrijke aspecten omvatten, namelijk bio<00AD>metrie (identificatie op basis van unieke lichaamskenmerken), chipimplantatie (een chip kan informatie bevatten, zoals een medisch dos-sier) en een uniek nummer, zoals het Burger Service Nummer of het Euronummer in de toekomst. Dit nummer is dan de zoeksleutel waarmee informatie over wereldburgers kan worden verzameld, verwerkt en opgeslagen. Hierdoor is totale controle van de mens mogelijk. Uiteraard kan de vorm door verbetering van technieken nog wijzigen. Maar voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid is de vervulling van Openbaring 13 technisch realiseerbaar.

 

 

De antichrist of de valse profeet

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Matteüs 24

 

Jezus vertelt wat er in de toekomst gaat gebeuren

 

1 Jezus vertrok uit de tempel. Zijn leerlingen zeiden Hem hoe mooi ze de gebouwen van de tempel vonden. 2 Hij antwoordde: “Kijk nog maar eens goed. Geloof Mij, er zal geen steen van op de andere blijven staan. Alles zal tot de grond worden afgebroken.”

3 Ze gingen op de Olijfberg zitten. Zijn leerlingen kwamen Hem vragen: “Wanneer zal dat gebeuren? En waaraan kunnen we zien wanneer U komt en het einde van de wereld eraan komt?” 4 Jezus antwoordde: “Let goed op dat jullie je door niemand laten bedriegen. 5 Want heel veel mensen zullen beweren dat ze Mij zijn. Ze zullen zeggen: ‘Ik ben de Messias.’ En heel veel mensen zullen dat geloven.

6 Ook zullen jullie horen over oorlogen en over berichten van oorlogen. Maar laat je daardoor niet bang maken. Die dingen moeten gebeuren. Maar het is nog niet het einde. 7 Want allerlei landen en volken zullen met elkaar oorlog voeren. En er zullen op allerlei plaatsen hongersnoden, gevaarlijke ziekten en aardbevingen zijn. 8 Maar dat is pas het begin van het einde.

9 Dan zullen de mensen jullie gevangen nemen, mishandelen en doden. Iedereen zal jullie haten omdat jullie in Mij geloven. 10 Veel mensen zullen hun geloof verliezen. Ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11 Er zullen allerlei mensen komen die beweren dat ze mijn profeten zijn. Ze zullen zeggen dat ze namens Mij spreken, terwijl dat helemaal niet zo is. Ze zullen daarmee heel veel mensen bedriegen.

12 En de mensen zullen zich steeds minder van God aantrekken. Daardoor zullen ze ook steeds minder liefde voor elkaar hebben. 13 Maar de mensen die volhouden tot het einde, zullen worden gered. 14 En het goede nieuws van het Koninkrijk moet aan de hele wereld worden verteld. Alle volken moeten weten wat Ik heb gedaan. Pas dan zal het einde komen.

15 Er zal iets afschuwelijks op de plaats van de tempel staan, iets afschuwelijks dat verwoesting veroorzaakt. De profeet Daniël heeft daar al over gesproken  – Let goed op als je dit leest en denk er over na! – 16 De bewoners van Judea moeten dan naar de bergen vluchten. 17 Als je op het dak van je huis bent, ga dan niet naar beneden om iets uit je huis mee te nemen.

Je moet onmiddellijk vluchten. 18 Als je in het veld aan het werk bent, ga dan niet eerst naar huis om kleren op te halen. Je moet onmiddellijk vluchten. 19 Het zal een vreselijke tijd zijn voor de vrouwen die in verwachting zijn of net een baby hebben gekregen! 20 Bid dat het geen winter zal zijn als jullie moeten vluchten, of een heilige rustdag. 21 Want het zal een vreselijke tijd worden.

Zo’n verschrikkelijke tijd is er nog nooit eerder geweest en zal er ook nooit meer komen. 22 Als de Heer die tijd niet korter zou maken, zou geen mens worden gered. Maar God zal die tijd korter maken om de mensen die in Hem geloven te helpen.

23 Geloof het niet als iemand tegen jullie zegt: ‘Kijk, hier is de Messias! Kijk, daar is Hij!’ 24 Want er zullen men-sen komen die beweren dat ze de Messias zijn of dat ze zijn profeten zijn, terwijl dat helemaal niet waar is. Ze zullen zelfs grote wonderen doen. Daardoor zal het hun bijna lukken om ook de gelovigen te bedriegen. 25 Ik waarschuw jullie hier nu alvast voor. Pas dus goed op.

26 Dus als de mensen tegen jullie zeggen: ‘Kijk, Hij is in de woestijn,’ ga er dan niet heen. En als ze zeggen: ‘Kijk, Hij is in dat huis,’ geloof het dan niet. 27 Want net zoals de bliksem de hele hemel van oost tot west verlicht, zo zal de komst van de Mensenzoon zijn. 28 Let op: Waar een dood dier ligt, daar zullen de gieren zich verzamelen.

29 Onmiddellijk na die vreselijke tijd zal de zon donker worden. De maan zal geen licht meer geven. De sterren zullen uit de hemel vallen. En de machten van de geestelijke wereld zullen schudden. 30En dan zal het teken van de Mensenzoon zichtbaar worden aan de lucht.

Alle volken van de aarde zullen de Mensenzoon op de wolken zien komen in zijn stralende hemelse macht en majesteit. En ze zullen huilen van spijt31 Onder luid trompetgeschal zal Hij zijn engelen uitsturen. Ze zullen de ge-lovigen verzamelen uit het noorden, oosten, zuiden en westen, van over de hele wereld.

32 Van de vijgenboom kun je dit leren: als het hout zacht wordt en er blaadjes aan komen, weet je dat de zomer eraan komt. 33 Zo kunnen jullie ook weten dat als al deze dingen gebeuren, het einde eraan komt. Het is dan bijna tijd. 34 Luister goed! Ik zeg jullie dat dit volk niet zal ophouden te bestaan vóór al deze dingen zijn gebeurd. 35 De hemel en de aarde zullen ophouden te bestaan. Maar mijn woorden zullen altijd blijven.

36 Maar niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen zijn. Ook de hemelse engelen weten dat niet. Ook de Zoon weet dat niet. Alleen mijn Vader weet het. 37 Zoals het ging in de tijd van Noach, zo zal het ook gaan als de Mensenzoon terugkomt. 38 Want in die tijd, vóór de grote overstroming, gingen de mensen gewoon hun gang. Ze aten en dronken en trouwden, tot op de dag dat Noach aan boord van zijn boot ging.

39 Ze hadden niets in de gaten. Toen kwam de grote overstroming en ze verdronken allemaal. Zo zal het ook gaan als de Mensenzoon komt. 40 Twee mensen zullen in het veld aan het werk zijn. De één zal plotseling meegenomen worden, de ander niet. 41 Twee vrouwen zullen graan aan het malen zijn. De één zal plotseling meegenomen worden, de ander niet. 42 Let daarom goed op. Want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.

43 Als de bewoner van een huis had geweten hoe laat de dief zou komen, zou hij opgebleven zijn. Hij zou niet in zijn huis hebben laten inbreken. Onthoud dat goed! 44 Daarom moeten jullie ook goed opletten. Want de Mensenzoon zal onverwachts komen.

45 Een trouwe en verstandige dienaar krijgt van zijn heer de leiding over de andere dienaren. Hij moet voor hen zorgen. Wie van jullie zal net zo doen als hij? 46 Wat is het heerlijk voor die dienaar als hij met zijn werk bezig is als zijn heer terugkomt. 47 Luister goed! Ik zeg jullie dat zijn heer hem de leiding zal geven over alles wat hij bezit.

48 Maar stel dat hij een slechte dienaar is. Stel dat hij bij zichzelf zou zeggen: ‘Mijn heer blijft nog wel een poosje weg.’ 49 En hij zou de andere dienaren mishandelen en met dronkenlappen gaan zitten drinken. 50 Dan komt zijn heer onverwachts terug, op een moment dat de dienaar hem niet verwacht. 51 En zijn heer zal hem gevangen zetten. Hij zal hem dezelfde straf geven als de schijnheilige mensen. Dan zal die dienaar huilen en met zijn tanden knarsen van spijt.”

 

 

De eindstrijd tussen goed en kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Lucas 21

 

Jezus vertelt wat er in de toekomst gaat gebeuren

 

5 Jezus hoorde de mensen zeggen dat de tempel zo mooi was en dat hij met mooie stenen en geschenken versierd was. 6 Maar Hij zei: “Er zal een tijd komen dat alles wat jullie daar zien, zal worden afgebroken. Er zal geen steen van op de andere blijven staan.” 7 Toen vroegen ze Hem: “Meester, wanneer zal dat gebeuren? En waar-aan zullen we kunnen zien dat het zover is?”

8 Jezus zei: “Let op dat jullie je door niemand laten bedriegen! Want heel veel mensen zullen beweren dat ze Mij zijn. Ze zullen zeggen: ‘Ik ben het.’ En: ‘Het is zover!’ Geloof hen niet. 9 Ook zullen jullie horen over oorlogen en onrust. Word daar niet ongerust over. Die dingen moeten eerst gebeuren. Maar dat is nog niet meteen het einde.”

10 Toen zei Hij tegen hen: “Allerlei landen en volken zullen met elkaar oorlog voeren. 11 Er zullen op allerlei plaatsen zware aardbevingen zijn. Er zullen nu hier, dan daar gevaarlijke ziekten en hongersnoden zijn. Ook aan de lucht zullen vreselijke dingen te zien zijn. 12 Maar vóórdat dit allemaal gebeurt, zullen de mensen jullie mishandelen, vervolgen en gevangen zetten in de synagogen en gevangenissen.

Omdat jullie in Mij geloven, zullen ze jullie voor koningen en bestuurders slepen. Zij zullen over jullie rechtspreken. 13 Dat zal gebeuren zodat jullie hun over Mij kunnen vertellen. 14 Besluit nu alvast dat jullie niet van te-voren gaan bedenken wat jullie dan moeten zeggen. 15 Want Ik zal jullie de woorden en de wijsheid geven. Daar zullen jullie vijanden niets op weten te antwoorden.

16 Jullie zullen zelfs door je ouders en broers en familieleden en vrienden worden verraden. En ze zullen sommigen van jullie doden. 17 Iedereen zal jullie haten omdat jullie in Mij geloven. 18 Maar er zal nog geen haar van jullie hoofd verloren gaan. 19 Heb geduld en houd vol.

20 Jullie zullen zien dat Jeruzalem door het leger van de vijand zal worden omsingeld. Besef dan dat de stad verwoest gaat worden. 21 De bewoners van Judea moeten naar de bergen vluchten. De bewoners van de stad moeten uit de stad wegvluchten. De mensen op het land moeten de stad niet binnengaan. 22 Want het zal de tijd zijn van de straf van God. Dan zal alles wat in de Boeken staat, gaan gebeuren.

23 Het zal een vreselijke tijd zijn voor de vrouwen die in verwachting zijn of net een baby hebben gekregen! Want er zal een grote ramp over dit volk komen. 24 De mensen zullen door het zwaard worden gedood. Ze zullen gevangen meegenomen worden naar andere volken. En Jeruzalem zal door een ander volk worden vertrapt, totdat ook de tijd van dat volk om is.

25 En er zullen vreemde dingen te zien zijn aan de zon, de maan en de sterren. De volken zullen radeloos van angst zijn door het bulderen van de zee. 26 De mensen zullen doodsbang zijn door de dingen die er met de wereld gebeuren. Want de machten van de geestelijke wereld zullen wankelen. 27 En daarna zullen de mensen de Mensenzoon in zijn stralende hemelse macht en majesteit zien komen in een wolk. 28 Wanneer deze dingen beginnen te gebeuren, ga dan rechtop staan en hef je hoofd op, want je redding komt eraan.”

29 En Hij legde het hun uit met een voorbeeld: “Kijk eens naar de vijgenbomen en de andere bomen. 30 Zodra je ziet dat er blaadjes aan beginnen te komen, weet je dat de zomer eraan komt. 31 Zo kunnen jullie ook weten dat als al deze dingen gebeuren, het Koninkrijk van God eraan komt. 32 Luister goed! Ik zeg jullie dat de mensen van deze tijd dit nog zullen meemaken. 33 De hemel en de aarde zullen ophouden te bestaan, maar mijn woorden zullen altijd blijven.

34 Jullie moeten die dag elk moment verwachten. Laat je niet afleiden door altijd maar te feesten, of door je steeds zorgen te maken over de dagelijkse dingen. Want dan overkomt die dag jullie onverwachts, als een val die plotseling dichtklapt. 35 Want die dag zal plotseling komen voor alle bewoners van de aarde. 36 Let goed op. Bid dat jullie zullen mogen ontkomen aan alles wat er nog gaat gebeuren en dat jullie bij de Mensenzoon zullen mogen komen.”

 

 

Markus 13

 

Jezus vertelt wat er in de toekomst gaat gebeuren

 

1 Jezus vertrok uit de tempel. Eén van zijn leerlingen zei tegen Hem: “Kijk eens Meester, wat zijn het toch prachtige gebouwen!” 2 Jezus zei tegen hem: “Kijk nog maar eens goed naar die grote gebouwen. Er zal geen steen van op de andere blijven staan. Alles zal tot de grond worden afgebroken.”

3 Ze gingen op de helling van de Olijfberg zitten, tegenover de tempel. Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas namen Hem apart en vroegen: 4 “Wanneer zal dat gebeuren? En waaraan zullen we het kunnen zien dat het zover is?”

5 Jezus antwoordde: “Let goed op dat jullie je door niemand laten bedriegen! 6 Want heel veel mensen zullen beweren dat ze Mij zijn. Ze zullen zeggen: ‘Ik ben de Messias.’ En heel veel mensen zullen dat geloven. 7 Ook zullen jullie horen over oorlogen en over berichten van oorlogen.

Word daar niet ongerust over. Die dingen moeten gebeuren. Maar het is nog niet het einde. 8 Want allerlei landen en volken zullen met elkaar oorlog voeren. En er zullen op allerlei plaatsen aardbevingen en hongersnoden zijn. Maar dat is pas het begin van het einde.

9 Maar jullie moeten goed op jezelf passen. De mensen zullen jullie gevangen nemen en voor de rechter brengen. En in de synagogen zullen jullie mishandeld worden. Omdat jullie in Mij geloven, zullen bestuurders van pro-vincies en landen over jullie rechtspreken. En jullie zullen aan hen over Mij vertellen. 10 Want eerst moet aan alle volken het goede nieuws worden verteld.

11 En als de mensen jullie gevangen nemen, maak je dan niet van tevoren zorgen over wat je moet zeggen. Want op het juiste moment zullen jullie weten wat jullie moeten zeggen. En dát zullen jullie zeggen. Want het zullen niet jullie eigen woorden zijn, maar woorden die de Heilige Geest jullie geeft.

12 En een man zal zijn broer gevangen laten nemen en ter dood laten brengen. En een vader zal dat met zijn zoon doen. En kinderen zullen zich tegen hun ouders verzetten en hen doden. 13 En iedereen zal jullie haten omdat jullie in Mij geloven. Maar iedereen die volhoudt tot het einde, zal worden gered.

14 Er zal iets afschuwelijks staan op een plek waar het niet hoort, namelijk in de tempel. De profeet Daniël heeft daar al over gesproken  – Let goed op als je dit leest en denk er over na! – De bewoners van Judea moeten dan naar de bergen vluchten. 15 Als je op het dak van je huis bent, ga dan niet naar beneden om iets uit je huis mee te nemen. Je moet onmiddellijk vluchten.

16 En als je op het veld bent, ga dan niet eerst naar huis om kleren op te halen. Je moet onmiddellijk vluchten. 17 Het zal een vreselijke tijd zijn voor de vrouwen die in die tijd in verwachting zijn of net een baby hebben ge-kregen! 18 Bid dat het geen winter zal zijn als jullie moeten vluchten. 19 Want het zal een vreselijke tijd worden. Zo’n verschrikkelijke tijd is er nog nooit eerder geweest en zal er ook nooit meer komen.

20En als de Heer die tijd niet korter zou maken, zou geen mens worden gered. Maar God zal die tijd korter maken om de mensen die in Hem geloven te helpen.

21 Geloof het niet als iemand tegen jullie zegt: ‘Kijk, hier is de Messias!’ Of: ‘Kijk, daar is Hij!’ 22 Want er zullen heel veel mensen komen die beweren dat ze de Messias zijn of dat ze zijn profeten zijn, terwijl dat helemaal niet waar is. Ze zullen zelfs wonderen doen. Daardoor zal het hun bijna lukken om ook de gelovigen te bedriegen. 23 Ik waarschuw jullie hier nu alvast voor. Pas dus goed op.

24 Maar na die verschrikkelijke tijd zal de zon donker worden. De maan zal geen licht meer geven. 25 De sterren zullen uit de hemel vallen. En de machten van de geestelijke wereld zullen schudden. 26 En dan zullen ze op de wolken de Mensenzoon zien komen in zijn stralende hemelse macht en majesteit. 27 Hij zal zijn engelen uit-sturen. Ze zullen de mensen die in Hem geloven, verzamelen uit de vier windstreken, van over de hele wereld.

28 Van de vijgenboom kun je dit leren: als het hout zacht wordt en er blaadjes aan komen, weet je dat de zomer eraan komt. 29 Zo kunnen jullie ook weten dat als al deze dingen gebeuren, het einde eraan komt. 30 Luister goed! Ik zeg jullie dat de mensen van deze tijd dit nog zullen meemaken. 31De hemel en de aarde zullen op-houden te bestaan. Maar mijn woorden zullen altijd blijven. 32 Maar niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen zijn. Ook de engelen in de hemel weten dat niet. Ook de Zoon weet het niet. Alleen de Vader weet het.

33 Blijf goed opletten! Blijf bidden! Want jullie weten niet wanneer het tijd is. 34 Je kan het vergelijken met een man die naar het buitenland ging. Hij zei tegen zijn dienaren dat ze goed voor zijn huis moesten zorgen. De dienaren moesten hun werk doen en de deurwachter moest het huis goed bewaken.

35 Let goed op, want jullie weten niet wanneer de Heer van het huis terugkomt: laat in de avond of om middernacht, ’s morgens vroeg als de haan kraait of later op de ochtend. 36 Want als Hij plotseling komt, mag Hij jullie niet in slaap vinden. 37 Ik zeg niet alleen tegen jullie, maar tegen iedereen: blijf goed opletten!”

 

 

Het einde van de draak (666) door het kruis

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Zacharia 12

 

Jeruzalem zal worden aangevallen, maar wordt door de Heer gered

 

1 Dit is wat Zacharia van de Heer moest zeggen over Israël. “Dit zegt de Heer die de hemel als een tent over de aarde heeft gezet, die de aarde heeft gemaakt en die de geest in het binnenste van de mens heeft gemaakt. 2 Let op, Ik maak Jeruzalem tot een wijnbeker voor de volken rondom. En niet alleen Jeruzalem, maar ook Juda. Dat zal zijn wanneer Jeruzalem wordt aangevallen. 3 Alle volken zullen hun legers verzamelen bij Jeruzalem.

Ze zullen proberen om de stad te veroveren. Maar ze zullen zelf vernietigd worden. Jeruzalem zal voor hen zijn als een steen die te zwaar is om op te tillen: wie hem toch optilt, breekt zijn rug. 4 In die tijd zal Ik de paarden van de vijand in paniek brengen. Ik zal hun ruiters gek van angst maken. De legers van de volken zal Ik blind maken. Maar Juda zal Ik beschermen: mijn ogen zullen erop gericht zijn.

5 Dan zullen de leiders van Juda bij zichzelf zeggen: ‘Dankzij de Heer van de hemelse legers zijn de bewoners van Jeruzalem zo machtig.’ 6 In die tijd zal Ik de leiders van Juda maken als een vuurtje onder droog hout, als een brandende fakkel onder een bos graan. Alle buurlanden, links en rechts, zullen verbranden. Maar de bewoners van Jeruzalem zullen veilig zijn in hun eigen stad. 7 Maar Ik zal eerst de steden van Juda redden, en dan pas Jeruzalem, zodat de koning uit de familie van David en de bewoners van Jeruzalem niet trots worden tegenover Juda.

8 In die tijd zal Ik de bewoners van Jeruzalem beschermen. Mensen die zwak zijn, zal Ik zo sterk maken als David. De mensen die afstammen van David zullen zo machtig zijn als engelen, ja, zo machtig als de Engel van de Heer die hen leidt.

9 In die tijd zal Ik elk volk dat Jeruzalem aanvalt, vernietigen. 10 Over de afstammelingen van David en over de bewoners van Jeruzalem zal Ik mijn Geest uitstorten. Dat is de Geest van mijn goedheid en van gebed. De mensen zullen Mij zien die zij doorstoken hebben. Ze zullen diep bedroefd zijn. Ze zullen over zijn dood treuren als over de dood van hun enige zoon. 11 In die tijd zal iedereen in Jeruzalem diep bedroefd zijn.

Net zo bedroefd als vroeger over koning Josafat die werd gedood in Hadad-Rimmon in het Megiddo-dal. 12 Het hele land zal treuren. Alle families zullen diep bedroefd zijn: de families die afstammen van David, de families die afstammen van de profeet Natan, 13 de families die afstammen van Levi, de families die afstammen van Simeï 14 en alle andere families. Mannen en vrouwen zullen treuren.”

.

.

Daniël 12

 

De toekomst 

 

1 In die tijd zal de engel Michaël komen, de machtige beschermer van je volk. Hij zal je volk helpen in de vreselijke tijd die komt. Want zulke verschrikkelijke tijden zijn er nog nooit geweest sinds er mensen bestaan. Maar iedereen van jouw volk wiens naam in het Boek van het Leven is bijgeschreven, zal worden gered. 2 Veel van de mensen die allang dood zijn, zullen opstaan.

Sommigen zullen het eeuwige leven krijgen, anderen de eeuwige, vreselijke straf. 3 De wijze mensen zullen stralen als de sterren aan de hemel. Zij die andere mensen hebben geleerd hoe ze God moeten dienen, zullen schit-teren als de sterren, voor altijd en eeuwig.”

4 De Man zei tegen mij: “Daniël, schrijf dit allemaal op. Maar verberg de betekenis ervan, zodat alles verborgen blijft tot aan het eind van de tijd. Veel mensen zullen proberen het te begrijpen en zullen het onderzoeken. Ze zullen er steeds meer van gaan begrijpen.”

5 Toen zag ik plotseling nog twee andere mannen staan: de één aan deze kant van de rivier, de ander aan de overkant. 6 Eén van hen zei tegen de Man in de linnen kleren die hogerop langs het water van de rivier stond: “Hoelang duurt het nog tot deze wonderlijke dingen gebeurd zullen zijn?”

7 De Man in de linnen kleren die hogerop langs het water van de rivier stond, hief zijn handen op naar de hemel en zwoer bij de God die eeuwig leeft: “Een tijd, tijden en een halve tijd. Wanneer Hij zijn volk niet langer uit elkaar zal jagen, zullen al deze dingen gebeurd zijn.”

8 Ik hoorde wel alles wat Hij zei, maar ik begreep het niet. Ik vroeg: “Mijn Heer, wat gaat er nu toch precies ge-beuren?” 9 Maar Hij zei: “Ga nu, Daniël. Want dat zal verborgen blijven tot aan het eind van de tijd. 10 Veel mensen zullen zich laten schoonwassen en bij God willen horen. Maar de mensen die zich niets van God aantrekken, zullen gewoon slechte dingen blijven doen.

Zij zullen hier niets van begrijpen. Maar de wijze en verstandige mensen zullen deze dingen begrijpen. 11 Vanaf de tijd dat het dagelijks offer niet meer zal worden gebracht en het afgodsbeeld dat vernietiging brengt in de tempel staat, zullen er 1290 dagen (ongeveer 3 jaar en 7 maanden) voorbij gaan.

12 Het zal heerlijk voor de mensen zijn die hierop zelfs 1335 dagen (ongeveer 3 jaar en 8 ½ maand) blijven wachten. 13 Jij mag rustig sterven. Maar aan het eind van de tijd zul je opstaan uit de dood. Dan zul je je beloning krijgen.”

 

 

Een bekeerde ziel wordt gered van de hel (666) door Christus (999)

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Nero/paus/Hitler?

 

“Ik zie de antichrist niet als één bepaalde, historische persoonlijkheid,” merkt de hervormde theoloog en hoogleraar dr. J. Hoek op. “Het is vaak voorgekomen dat mensen bijvoorbeeld Nero of de paus of Hitler als de antichrist hebben geïdentificeerd. Ik denk echter dat we de antichrist als de benaming voor de manifestatie van de satan in menselijke figuren moeten zien. Johannes spreekt immers ook over ‘vele antichristen’ (1 Johannes 2:18).

Ik geloof dat er niet alleen door de geschiedenis heen mensen zijn die als antichristen zijn opgetreden – die dus echt principieel en over de hele linie gekant zijn tegen Christus en Zijn gemeente – maar dat er ook in het laatste der dagen nog bij uitstek zo’n figuur komt.

 

 

Is dat dezelfde als ‘de mens der wetteloosheid’ uit 1 Tessalonicenzen 2:4?

 

“Inderdaad. Er is dus een soort opklimmende reeks; hij staat aan het eind en zal al zijn voorgangers overtreffen. Dat is de escalatie van het laatste der dagen, waarover ook Openbaring spreekt – wat vuil is, zal vuiler worden en wat rechtvaardig is, zal rechtvaardiger worden (Openbaring 22:11, red.).”

 

 

 

Welke antichristen uit het verleden kunt u bijvoorbeeld noemen?

 

“Dan denk ik aan Romeinse keizers als Nero en Domitianus, die christenen vreselijk hebben vervolgd. Maar ook aan bepaalde pausen die nota bene onder de pretentie Christus’ plaatsvervanger op aarde te zijn, vreselijke machtspolitiek hebben bedreven en daarbij ook talloze mensen hebben vermoord.”

 

 

 

Wat is het meest recente voorbeeld?

 

“Adolf Hitler, die Gods oogappel, Israël, heeft aangerand. Het brandpunt richt zich zowel op het volk van Israël als op de christelijke gemeente en het Joodse volk. Iemand als Pol Pot, hoe erg het ook was wat hij deed, moeten we wat dit betreft dus buiten beschouwing laten.”

 

 

Zal die laatste antichrist een Jood zijn, zoals sommige uitleggers denken?

 

“Daar zijn de Bijbelse aanwijzigingen te gering voor. Voorstanders van die visie wijzen er onder meer op dat Paulus stelt dat hij zich in de tempel van God zal zetten. Die tekst, 2 Tessalonicenzen 2:4, lees ik niet zó dat daarvoor de herbouw van de tempel in Jeruzalem nodig is. Over de tempel wordt in het Nieuwe Testament namelijk ook gesproken als een aanduiding voor het huis van God, Zijn gemeente (bijvoorbeeld in 1 Korinte 3:16, red.).”

 

 

Wat is de relevantie hiervan voor ons, vandaag?

 

“De Bijbel waarschuwt ons dat de antichrist zich uitermate christelijk kan voordoen. Daarin lijkt hij op de duivel, die zich als een engel des lichts vertoont. We moeten dus waakzaam zijn!”

 

 

 

Onderhuidse chip voor tbs’ers op verlof

 

Tbs’ers op proefverlof zouden een onderhuidse chip moeten krijgen, zodat altijd duidelijk is waar zij zijn. Deze digitale brandmerking moet voorkomen dat zij opnieuw slachtoffers maken. Dat advies geeft hoogleraar forensische psychiatrie en tbs-deskundige Hjalmar van Marle in het AD.

Dit bericht las Yvette Lont, ChristenUnie-raadslid in Amsterdam Zuid-Oost, op 10 oktober in Elsevier. Ze zag een link met de Bijbelse profetieën over de antichrist en het getal van het beest (Openbaring 13) en klom direct in de pen om christelijke media te waarschuwen.

Honden en katten worden al voorzien van de chip en de volgende stap is volgens de Bijbel de mens die het merk-teken op de rechterhand of het voorhoofd zal krijgen.  Wat gaan wij als christenen doen als ons deze chip wordt opgelegd, als je geen boodschappen meer kunt doen, als je niet meer kunt reizen?

Wat gaan de kerken doen om de leden in- en voor te lichten en te waarschuwen voor de gevolgen van deze ontwikkelingen op geestelijk, materieel en financieel gebied? Wij zitten in een geestelijke roes van apathie omdat geen – de uitzonderingen daar gelaten – geestelijk leider, noch christelijke gemeente of organisatie, noch de christelijke media, noch de christelijke politiek hier adequaat op reageert.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Advertenties

Leven wij in de eindtijd?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 22 : De Alfa en de Omega

Openbaring hoofdstuk 22 : De Alfa en de Omega

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

‘En mort niet, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel. Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is’ (1 Kor.10:10).

.

.

.

Inleiding

 

De hierboven vermelde tekst uit de eerste brief aan de Korinthiërs is duidelijk dat wij in het einde der tijden leven.

 

Er zijn jammer genoeg in de christelijke wereld veel gelovigen die in hun denken lijken op de boze slaaf in de gelijkenis van de goede en boze slaaf en niet geloven dat wij in de eindtijd leven die voorafgaat aan de komst van Christus, en in hun hart zeggen: ‘Mijn heer blijft uit!’ (Mat.24:49).

Er wordt op dat terrein nog weinig onderwezen op scholen, in theologische opleidingen en kerken. In gesprekken met de voorstanders van de idee dat we niet leven in de eindtijd bemerkt men zelfs een zekere afkeer aan de gedachte van een nabije wederkomst van Christus.

Zelfs in Petrus’ tijd waren er al mensen die de komst van de Christus in twijfel trokken.

‘Dit vooral moet u weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is’ (2 Petr.3:3-4).

 

De kennis van Gods Woord in onze tijd is vaak ver zoek en zoals Jezus in zijn dagen tegen de  Sadduceeën zei:

‘Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods’ (Mat.22:29).

 

De Bijbel is echter vol van verwachting naar de komst van Christus. Zelfs  de schepping ziet met reikhalzend verl-angen uit en verlangt naar het openbaar worden der zonen Gods en zucht en is in barensnood. (Rom.8:19,22). Het is te begrijpen dat bijvoorbeeld de ‘vervangingstheologie’ een gezond verstaan van de Schrift veel christenen in de weg staat en dat mens de wederkomst van Christus naar een verre toekomst schuift. Dit komt vooral voor in de RK-kerk en veel protestantse kerken. De vervangingstheologie of het substitutionalisme is de leer dat de Kerk het geestelijk Israël is en daarmee de plaats van Israël heeft ingenomen.

Maar daarmee is de vraag naar Jezus’ wederkomst niet opgelost, hoogstens naar de achtergrond gedrongen. Een ander probleem is het postmoderne denken, waarin ieder zijn eigen gelijk heeft en er geen absolute waarheid meer is. Indirect daarmee staat ook het gezag van Gods Woord ter discussie want veel christenen hebben dat postmoderne denken overgenomen:

‘Ieder zijn eigen waarheid!’

 

 

 

Het getuigenis van de Schrift

 

Het Nieuwe Testament geeft op meerdere plaatsen getuigenis van de spoedige komst van de Heer Jezus. Die verwachting hield niet op nadat de Heer ten hemel was gevaren. Paulus schrijft al in de brief aan de Romeinen:

‘Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij’ (Rom.13:11).

 

En in de brieven aan de Thessalonicenzen schrijft hij er uitvoerig over. Hij verwachtte Jezus’ komst nog tijdens zijn leven wanneer hij schrijft:

‘Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here weze’ (1 Thes.4:15-18).

 

En dat ook Jakobus de Heer verwachtte in zijn de tijd blijkt wel uit het volgende:

‘Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur’ (Jak.5:7-9).

 

Zo zijn er nog veel meer gedeelten uit het Nieuwe Testament te noemen. De apostel Paulus sprak in zijn brieven de verwachting uit dat Jezus spoedig en tijdens zijn leven zou wederkeren (Rom.16:20, 1 Kor.1:7-8, 10:11, 15:51;  Fil 1:10, 4:5; 1 Thes.3:13, 4:15, 4:17, 5:23; 1 Tim.6:14; Hebr.1:1-2, 10:37). Jacobus, Petrus en Johannes waren het met hem eens (Jak.4:5, 5:8; 1 Petr.1:5, 7, 20, 4:7; 1 Joh.2:18, 4:3, 2:28, 3:2).

Dat de Heer nog niet gekomen is en het ‘zie Ik kom spoedig’ nog niet vervuld is geworden heeft te maken met de houding van de christenen en de grote omwenteling die plaatsvond met de komst van Constantijn de Grote in het begin van de vierde eeuw. De verwachting van een spoedige komst van Christus kreeg een bestemming in een verre toekomst.

Echter in het begin van de negentiende eeuw is er weer licht gekomen op het profetische woord en is de komst van de Heer Jezus op de voorgrond gekomen. Momenteel zie je echter ook dat het wachten op Hem velen moe heeft gemaakt en weer in slaap gevallen zijn. Wat voor Christus spoedig is lijkt voor de mens lang omdat God en zijn Zoon tijd anders benaderen. Jezus is nu 2016 jaar geleden gekruisigd en gestorven wat voor de mens zeer lang lijkt! In vergelijking met de eeuwigheid die nog voor ons ligt is dat in de ogen van God zeer spoedig.

 

.

heilige-schrift-0a0b29fe-3cf7-4528-8208-9c33823f3cb3

 

.

 

 

Het getuigenis van de eerste christenen

 

De christenen die leefden in de tijd dat de apostelen nog onder hen waren geloofden in een nabije wederkomst van Jezus. Maar ook daarna vinden we deze verwachting! Het premillennialisme is een visie die gelooft dat Jezus fysiek aanwezig zal zijn bij zijn wederkomst, voordat het duizendjarig vrederijk aanbreekt. Het premillennialisme is grotendeels gebaseerd op een letterlijke uitleg van Openbaring 20:1-6. Deze profetie beschrijft Jezus wederkomst na een periode van geloofsvervolging. Satan is voor duizend jaar geketend in de diepte. Na afloop van de dui-zend jaar zal Satan nog voor korte tijd worden losgelaten. Deze periode zou voorafgaan aan het uiteindelijke laat-ste oordeel en de opstanding der gelovigen.

De eerste kerkvaders geloofden ook in een letterlijke uitleg van Openbaring 20:1-6. Justinus de Martelaar (100 / 114-165) en Ireneüs (140-202) kwamen bekend te staan als de felste uitdragers van dit idee. Met de komst van Constantijn (312) en de daarmee gepaard gaande vervangingstheologie (de kerk heeft de plaats van Israël inge-nomen) en later de geschriften van Augustinus verdween die verwachting totaal.

.

 

 

 

De tekenen der tijden

 

 

1. Israël

 

De Heer Jezus verweet de Farizeeën en de Sadduceeën dat ze het aanzien van de lucht wel wisten te onderschei-den, maar de tekenen der tijden niet (Mat.16:3). Het enige profetische boek van het Nieuwe Testament de Open-baring van Johannes is ons gegeven:

om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden’ (Openb.1:1).

 

Samen met het Oude Testament en gedeelten uit de brieven en boeken van het Nieuwe Testament wordt het ons gegund een blik in de toekomst te kunnen werpen. Eén van die tekenen der tijden is de gedeeltelijke terugkeer van joden naar hun land van herkomst Israël dat in 1948 is ontstaan. Maar niet alleen Israël ook de landen rond-om Israël zijn de vorige eeuw weer ontwaakt en onafhankelijke staten geworden na jarenlange overheersing door het Ottomaanse rijk. Met het oog op die toekomstige gebeurtenissen ‘sprak Hij (Jezus) een gelijkenis tot hen:

Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan’ (Luk.21:29-33).

 

Om Israël kan geen christen heen en wie zijn Bijbel een klein beetje kent weet dat deze terugkeer en ontstaan niet zonder profetische betekenis is. Het ontstaan van de staat Israël in 1948 heeft veel christenen aan het denken gezet en de eschatologie – de Bijbelse theologische leer aangaande de laatste dingen – heeft daardoor weer een plaats gekregen in de dogmatiek. De verovering van oud-Jeruzalem in 1967 gaf het nog een extra impuls.

 

 

 

2. Messias belijdende joden

 

Het ontstaan van de Messias belijdende gelovigen viel samen met de hierboven vermelde  gebeurtenissen. Voor de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er nauwelijks Messias belijdende joden in Israël, vandaag wordt hun aantal boven de tienduizend geschat. Dit is nooit eerder voorgekomen in Israëls geschiedenis sinds haar ontstaan in 1948. De verovering van Jeruzalem in 1967 heeft daar zeker toe bijgedragen. Ook elders in de wereld zijn er ve-le Messias belijdende gemeenten ontstaan. De Bijbel leert dat er in de eindtijd een rest (overblijfsel) in het land aanwezig zal zijn om de Messias te verwelkomen bij zijn komst en wellicht mogen we in de Messias belijdende gelovigen daarvan een voorbode zien.

Na de opname van de Gemeente zal Israël weer als getuigenis van God dienen in deze wereld. Daarvoor is het nodig dat het volk Israël voorbereid wordt op de komst van de Messias; bekering en berouw zal nodig zijn. Wat we nu zien is een volk dat weer woont in het land van hun vaderen maar nog in ongeloof.

‘Ik nu profeteerde zoals mij bevolen was, en zodra ik profeteerde, ontstond er een geruis, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen zoals zij bij elkander behoorden; ik zag toe, en zie, er kwamen spieren op, en vlees, en er trok een huid overheen; maar geest was er nog niet in hen.’ (Ez.37:7-8).

 

 

46946201309191543pal

 

 

 

3. Ontstaan hersteld Romeinse rijk

 

In het boek Daniël vinden we de bekende beschrijving van de vier wereldrijken die in Gods bestuur met deze wereld de plaats van Israël hebben ingenomen:

‘totdat de tijden der volkeren zouden zijn vervuld’ (Luk.21:24).

 

Ná het vierde (Romeinse) rijk zou het rijk van de Messias komen. Uit de geschiedenis weten we dat met de ver-werping van de Messias dit rijk er (nog) niet gekomen is. Voor de komst van het Messiaanse rijk dient er weer een Romeins te zijn. Na de tweede wereldoorlog hebben we dit rijk dan ook gestalte zien krijgen in wat nu de Euro-pese Unie genoemd wordt.

De profetie van Daniël daaromtrent is dan ook veelzeggend:

‘En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem, en de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos zijn. Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Dan.2:41-44).

 

 

De huidige Europese Unie is werkelijk ontstaan door een vrijwillig samengaan – door huwelijksgemeenschap zegt Daniël – van vele landen maar ze vormen geen hechte eenheid, of met de woorden van Daniël: ‘geen samen-hangend geheel’. In het verleden zijn meerdere pogingen ondernomen om door geweld tot een verenigd Europa te komen. In 800 door Karel de Grote, in de negentiende eeuw door Napoleon en in de twintigste eeuw door Hit-ler maar geen van de drie is er in geslaagd. Vandaar dat de huidige Europese Unie een teken is dat we leven in de tijd die voorafgaat aan de komst van de Messias :

‘Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid, juist zoals gij gezien hebt, dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem, het zilver en het goud verbrijzelde. De grote God heeft de koning bekendgemaakt wat na dezen zal geschieden; de droom is waarachtig en zijn uitlegging betrouwbaar’ (Dan.2:44-45).

 

 

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

 

Ten slotte

 

We mogen er zeker van zijn dat wij leven in de laatste dagen, de tijd die voorafgaat aan de kost van de Heer Jezus voor de Gemeente en vervolgens voor Israël en de volken.

‘Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon’ (Hebr.1:1-2).

 

Die verwachting betekent niet dat we maar rustig moeten afwachten, maar dat we actief bezig dienen te zijn met de verkondiging van het evangelie van de genade Gods. We dienen te zijn als waakzame slaven die hun lendenen omgord hebben en hun lampen brandende (Luk.12:35). Ook mogen we niet vervallen in speculaties over dag en uur.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Wat is de Bijbelse Profetie?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

Openbaring hoofdstuk 6 ; bet breken van zegel 1 tot zegel 5

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Inleiding

.

Onze huidige tijd is er een van revolutionaire veranderingen waar geen enkele andere tijd mee te vergelijken en geconfronteerd is. Het is dan ook niet vreemd dat veel mensen zich vragen beginnen te stellen over de toekomst. Allerlei prognoses, hypothesen en fantasieën doen de ronde maar er niemand die weet waar het met de wereld naar toe gaat.

Als christenen hoeven wij niet in het onzekere te verkeren voor wat betreft onze toekomst en die van de wereld waarin wij leven. God heeft ons in zijn Woord duidelijk de contouren geschetst van zijn plan met deze wereld en wij kunnen daarvan kennis nemen middels de Bijbel. De Heer Jezus zegt dat wanneer de heilige Geest zal komen dat Deze ons zal inlichten over de toekomstige dingen (Joh.16:13).

 

‘En zo hebben wij het profetisch woord des te vaster, en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten’ (2Petr.1:19).

 

In de christelijke traditie wordt Bijbelse profetie nadrukkelijk onderscheiden van waarzeggerij, wichelarij, uitleggen van voortekenen, tovenarij, bezweringen en ondervragen van doden (spiritisme). Ongeveer een vierde van de Bijbel is profetie om te ontdekken dat God in controle is en bezig is zijn plan ten uitvoer te brengen.

 

.

 

Wat is profetie?

.

Het begrip profetie in Bijbelse zin heeft een bredere betekenis dan alleen maar toekomstvoorspelling. Profeet zijn is spreken namens God tot mensen, zowel voorzeggend als voortzeggend. Zo’n ‘godsspraak door profetenmond’ kan troostend, vermanend of oordelend van aard zijn. De godsspraak kan ook geuit worden in de vorm van een lied (zoals bij Mozes, Mirjam, Hanna, Maria en in de Psalmen) en kan soms ook betrekking hebben op een gebeurtenis in de nabije of verre toekomst.

Veel oudtestamentische profetieën riepen op tot herstel of handhaving van de Wet, en kondigden oordelen aan wanneer het verbond met God verbroken werd. In Bijbelse tijden werden door middel van profetie mensen geroepen tot het koningschap (zoals Saul, David, Jehu) of tot gemeentelijke taken (zie bijvoorbeeld Hand.13:2).

Bijbelse profeten profeteerden volgens eigen zeggen niet uit zichzelf (vgl. Am.3:7; Jer.23:18). Apostel Petrus schreef hierover:

 

‘Want nooit is profetie voortgekomen uit de wil van een mens, maar, door de Heilige Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken’ (2Petr.1:21).

 

De profeet Jeremia beschreef in zijn zielenstrijd dat de kracht van de Geest van God voor een goedwillende profeet nagenoeg onweerstaanbaar was (Jer.20:7-9).

Ook het tweede deel van de Bijbel, het Nieuwe Testament, is vol profetie. Zacharias en Elizabeth, Maria, Simeon en Anna profeteerden. Johannes de Doper en Jezus traden op als profeet. Zij deden dit op de grens van het oude en het nieuwe verbond (Luk.22:20).

Verder komen we mannen en vrouwen tegen die profeteren, bijvoorbeeld de profeten Agabus (Hand.11:27-10, 21:10-11), Judas en Silas (Hand.15:32), de vier dochters van Filippus (Hand.21:9) en anderen (Hand.11:27, 13:1). De christelijke gemeente is gebouwd op het fundament van apostelen en nieuw testamentische profeten (1Kor.12:28, Ef.4:11), waarvan Jezus zelf de hoeksteen is (Ef.2:20). In de Openbaring aan Johannes lezen we over Gods profeten (Op.10:8; 11:18; 18:20; 22:6,9).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

De Openbaring hoofdstuk 22: de Alfa en de Omega

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

Wat is het doel van profetie?

.

Profetie is ons niet gegeven om te speculeren, maar om te motiveren’

.

Het doel van de profetie is niet om onze nieuwsgierigheid te bevredigen, maar om ons praktisch geloofsleven een extra stimulans te geven tot een heilig leven. Met het oog op de wederkomst van de Heer Jezus schrijft de apostel Johannes:

 

‘En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is’ (1Joh.3:3) en

‘Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, nog meer gerechtigheid doen; en die heilig is, zich nog meer heiligen’ (Op.22:11).

 

Maar dat niet alleen. God heeft geweldige plannen met zijn schepping en wil ons daarover inlichten opdat ook wij ons daarin zouden verheugen :

 

‘Voorzeker, de Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten, de profeten’ (Am.3:7).

 

In de Bijbel zien we hoe het plan van God, om zijn Christus in de wereld te brengen, zich geleidelijk ontwikkeld. Dat plan heeft zijn begin in het boek Genesis en vindt zijn uiteindelijke vervulling in het boek Openbaring. Dat maakt de Bijbel tot een heel bijzonder boek.

Omdat God zijn plan op Schrift heeft laten stellen, is die God ook verifieerbaar. We kunnen Hem niet alleen volgen maar ook ontdekken dat zijn beloften waar zijn. Veel profetieën hebben hun vervulling al gekregen bij de eerste komst van de Heer Jezus bij zijn geboorte, lijden en sterven. Veel profetieën zullen nog vervuld worden bij zijn wederkomst. Laten we maar eens als voorbeeld Handelingen 2 nemen waar we een gedeeltelijke profetie zien van Joël wanneer hij spreekt over de uitstorting van Gods Geest in de laatste dagen (Hand.2:17-21).

Lukas – de schrijver van het boek Handelingen – zegt dat er eenzelfde manifestatie van Gods Geest zal zijn voor-dat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.

Het doel van profetie is de openbaring van de Heer Jezus:

 

‘Want het getuigenis van Jezus is de geest der profetie’ (Op.19:10).

 

Het plan van God vindt zijn hoogtepunt in de verhoging van Christus:

 

‘Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam geschonken die boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus elke knie zich buigt van hen die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en elke tong belijdt dat Jezus Christus Heer is, tot heerlijkheid van God, de Vader’ (Fil.2:9-11).

 

.

Waarom zouden we de profetie bestuderen?

.

De Heer Jezus zegt in Johannes 15:15 :

 

‘Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik u alles wat Ik van mijn Vader heb gehoord, bekend gemaakt heb.

 

Gelukkig heeft God zijn plan niet voor ons verborgen gehouden. Paulus zegt dat:

 

‘Hij ons de verborgenheid van zijn wil bekend heeft gemaakt, naar zijn welbehagen, dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder één hoofd samen te brengen in Christus’ (Ef.1:9-10).

 

De leer omtrent ‘de laatste dingen’ de eschatologie is wat in onze tijd de meeste aandacht trekt, maar we moeten niet vergeten dat dit slechts een onderdeel uit maakt van de profetie. Er zijn een aantal redenen te noemen waarom in onze tijd een vernieuwde aandacht voor de toekomstige dingen is, en dat niet slechts bij christenen.

De jaren zestig zette veel mensen aan het nadenken over de vraag waar het met onze’planeet aarde naar toe ging. Er zijn verschillende krachten die onze wereld veranderen:

  • Het ontstaan van een mondiale economie met talloze kruisverbanden.
  • Het ontstaan van een wereldwijd communicatienetwerk zoals het internet.
  • Het ontstaan van volledig nieuwe machtsverhoudingen op politiek, economisch en militair gebied, denk maar aan de rol van China de laatste decennia.
  • Het ontstaan van een snelle groei van de wereldbevolking en daarmee gepaard gaande verbruik van grondstoffen, watertekorten, enz.
  • Het ontstaan van revolutionaire nieuwe technologieën op het gebied van biologie, biochemie, genetica en andere materialen waardoor grenzen overschreden kunnen worden die we ons nooit hebben kunnen voorstellen.
  • Het ontstaan van een radicale nieuwe relatie tussen de samengebalde kracht van menselijke beschaving en de ecologische systemen van de aarde zoals het klimaat en de atmosfeer.

 

Als christenen kunnen we naast deze zaken verder denken aan het ontstaan in van het volk Israël in 1948. Maar ook het ontstaan van de Europese Unie waarin velen de wedergeboorte van het antieke Romeinse Rijk in menen te herkennen. De vraag is, hoe het mogelijk is dat Europa na haar ondergang in 476 in de vijftiende eeuw een wedergeboorte (renaissance) heeft gekend en zo’n dominerende invloed heeft gehad over de rest van de wereld. Of het Westen nog eens ten onder zou kunnen gaan en weer opstaan is een boeiende vraag voor christenen.

 

 

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

De strijd van goed tegen kwaad op de laatste dag

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Hoe dienen we de profetie bestuderen?

.

Van de volkeren wordt gezegd dat zij :

 

‘de gedachten des Heren niet kennen en zijn raadslag niet verstaan’ (Mi.4:12).

Welk mens kan ons zeggen wat de toekomst zal brengen? De mens die niet eens weet, hoe morgen zijn leven zal zijn? (Jak.4:14).

 

Voor betrouwbare informatie betreffende het plan van God en de toekomstige dingen zijn wij geheel en al aangewezen op Gods openbaring daarvan in de Bijbel en door de verlichting van zijn Geest:

 

‘Vraagt Mij naar de toekomstige dingen’ zegt de Here God (Jes.45:11).

 

God is immers die God die:

 

‘van de beginne de afloop verkondigt en vanouds wat nog niet geschied is’ (Jes.46:10).

 

Al Gods plannen waren nog niet geopenbaard in het Oude Testament, dat blijkt wel uit de woorden van de Heer Jezus die heeft gezegd:

 

‘Ik zal mijn mond opendoen in gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die van de grondlegging van de wereld af verborgen zijn geweest’ (Mat.13:34).

 

Wanneer de Heer Jezus de komst van de heilige Geest aankondigt wordt daarvan gezegd dat:

 

‘Die zal u alles leren en u in herinnering brengen alles wat Ik u heb gezegd’ (Joh.14:26).

 

Maar niet alleen dat, ook zou de Geest ons in de hele waarheid leiden en de toekomstige dingen zou Hij ons verkondigen (Joh.16:13, 14). Met andere woorden we krijgen door de Geest inzicht in de leer van het Bijbelse geloof en leven vermeld in de diverse brieven. Ook in de leer omtrent de laatste dingen, de eschatologie, vermeld in het Oude en Nieuwe Testament.

De apostel Paulus heeft het voorrecht gekend enkele van die geheimenissen, of verborgenheden te duiden. Die geheimenissen waren :

  • dat de Heer Jezus het middelpunt van Gods plannen was (Rom.16:25; 1Kor.2:7v; Ef.1:9v.).
  • de Gemeente, haar ontstaan en bestemming (Ef.3:9, 5:32; Kol.1:26, 2:2).
  • de opname en Christus’ verschijning in heerlijkheid (1Kor.15:51; 1Thes.4:15vv.)
  • Gods plannen met het volk Israël (Rom.11:25).

 

We dienen ons dus afhankelijk van Gods Geest en Woord op te stellen in het onderzoek van Gods plan. Het Woord dient gezag te hebben over ons leven en denken. Om niet te ontsporen in allerlei speculaties is het noodzakelijk dicht bij het licht van Gods Woord te blijven. Veel zaken zullen duidelijk worden als de tijd daarvoor aangebroken is:

 

‘Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is’ (1Joh.3:2).

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

 

.

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

voorpagina openbaring a4

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria