Tagarchief: christenen

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan?

Standaard

categorie : religie

.

Waar haalde Kaïn zijn vrouw vandaan ?

.

adamevaparadijsrnd

.

Sceptici hebben telkens weer de vrouw gebruikt om het boek Genesis in discrediet te brengen als waargebeurde historische gebeurtenis. Triest genoeg waren de meeste christenen niet in staat om een adequaat antwoord te geven op deze vraag. Met als gevolg, dat de wereld denkt, dat christenen de autoriteit van de Bijbel niet kunnen aantonen, net zo min als van het christelijke geloof. En toch is er een antwoord op te geven. Maar aangezien de meeste kerken geen apologetiek leren, (dat is de leer van de geloofsverdediging) speciaal met het oog op Genesis, zijn veel kerkgangers niet “bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is.” (1 Petr. 3:15). 

.

Waarom is het belangrijk?

.

Verdedigers van het evangelie moeten kunnen aantonen, dat alle mensen afstammen van één man en één vrouw (Adam en Eva), want alleen afstammelingen van Adam en Eva kunnen gered worden. Dus moeten gelovigen ervan overtuigd zijn, dat Kaïns vrouw een nakomelinge van Adam was. ( Het Bijbelgedeelte dat hier op slaat is Genesis 4:1-5:5 ).

.

.

De eerste mens

.

Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben (Rom. 5:12). We lezen in 1 Kor. 15:45 dat Adam de eerste mens was.De Bijbel stelt heel duidelijk, dat alleen de nakomelingen van Adam gered kunnen worden. Rom. 5 leert ons, dat we zondaars zijn, omdat Adam zondigde. De doodstraf, die Adam kreeg als oordeel over zijn opstandigheid, ging over op al zijn nakomelingen. Omdat één mens zonde en dood in de wereld bracht, hebben alle nakomelingen van Adam een zondeloos mens nodig om de straf te betalen voor de zonde en het oordeel van de dood te ondergaan.

.

.

De laatste Adam

.

God voorzag in een oplossing. Hij opende een weg om de mens te bevrijden uit zijn verloren staat. De zoon van God nam de menselijke natuur aan, toegevoegd aan zijn volle goddelijkheid. Hij wordt “de laatste Adam” genoemd (1 Kor. 15:45), omdat Hij de plaats innam van de eerste Adam. Hij werd het nieuwe hoofd en omdat hij zonder zonde was, was Hij in staat te prijs te betalen voor de zonde:

Want, dewijl de dood er is door één mens, is ook de opstanding der doden door één mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. (1 Kor. 15:21-22).

Christus stierf op het kruis. Hij stortte zijn bloed want “zonder bloedstorting is er geen vergeving.” Hebr. 9:22. Daardoor kunnen degenen die spijt hebben van hun zonde en hun vertrouwen in zijn werk aan het kruis stellen, verzoend worden met God.

Zodoende kunnen slechts nakomelingen van Adam gered worden.

.

.

Allen verwant

.

Zodoende was er slechts een man aan het begin—gemaakt uit het stof der aarde (Genesis 2:7).

Dit betekent ook, dat Kaïns vrouw een nakomelinge was van Adam.

.

.

De eerste vrouw

.

In Genesis 3:20 lezen we, “En Adam noemde zijn vrouw Eva, omdat ze de moeder was van alle levenden.”

Eva werd gemaakt uit een rib van Adam (of zijde) (Genesis 2:21-24).

Ook lezen we in Genesis 2:20, dat toen Adam naar de dieren keek, hij geen hulp voor zichzelf kon vinden—er was er geen een van zijn soort.

Dit alles maakt het duidelijk dat er in het begin maar één vrouw was, Adams vrouw. Er waren geen andere vrouwen aanwezig, die niet van Eva afstamden.

.

.

Kaïns broers en zusters

.

Kaïn was het eerste kind van Adam en Eva, dat staat in (Genesis 4:1). Zijn broers, Abel (Genesis 4:2) en Set (Genesis 4:25), waren een gedeelte van de eerste generatie kinderen, die ooit op aarde geboren waren.

Hoewel slechts deze drie bij name vermeld staan, hadden Adam en Eva meer kinderen. In Genesis 5:4 staat dat Adam zonen en dochteren verwierf—”En de dagen van Adam, nadat hij Set verwekt had, waren achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren.”

De Bijbel vertelt ons niet hoeveel kinderen Adam en Eva kregen. Het lijkt ons redelijk om aan te nemen, dat het er velen waren! Denk er wel aan, God had hen het bevel gegeven: “Weest vruchtbaar en wordt talrijk” (Genesis 1:28).

.

.

De vrouw

.

Als we nu echt puur afgaan op wat de Bijbel zegt, dan moesten in het begin broers met zusters trouwen, of er zou geen volgende generatie meer zijn geweest!

Er wordt ons niet gezegd wanneer Kaïn trouwde, maar het ding staat vast dat enkele broers bij de aanvang der geschiedenis met hun zusters zijn getrouwd.

De bedoeling van God was dat één man met één vrouw zou trouwen voor het leven (gebaseerd op Genesis 1 en 2). Het was in die begintijd geen ongehoorzaamheid aan God als naaste verwanten met elkaar huwden (zelfs broers en zusters).

Lang geleden huwde Abraham zijn halfzuster huwde. (Genesis 20:12). God zegende deze verbinding, want door Isaäk en Jakob werd het hele Joodse volk geboren. Pas 400 jaar later gaf God aan Mozes wetten, die zulke huwelijken verbood.

.

.

Biologische Afwijkingen

.

Vandaag de dag is het volgens de wet voor broers en zusters (en halfbroers en halfzusters) niet toegestaan om te trouwen, omdat de kinderen uit deze verbintenis een onacceptabel risico lopen om mismaakt te worden. Hoe meer de ouders aan elkaar verwant zijn, hoe groter het risico dat hun nageslacht afwijkingen zal krijgen.

Adam and Eva hadden geen opeenstapeling van afwijkingen. Toen de eerste twee mensen werden geformeerd, waren ze lichamelijk perfect. Alles wat God maakte was erg goed (Genesis 1:31). Maar toen de zonde in de wereld kwam (vanwege Adam—Genesis 3:6, Rom. 5:12), vervloekte God de wereld. zodat de perfecte creatie begon te degenereren.

Kaïn behoorde bij de eerste generatie kinderen. Hij, zowel als zijn broers en zusters, hebben geen imperfecte genen van Adam en Eva overgeërfd en de vloek op de schepping was nog maar minimaal doorgedrongen. In dat geval kunnen broers en zusters wel met elkaar huwen met Gods toestemming, zonder dat mogelijke afwijkingen in het nageslacht ontstaan.

In de tijd van Mozes, een paar duizend jaar later, zouden degeneratie fouten zich al hebben opgebouwd in het menselijke ras. Daardoor vond God het nodig om het broeder-zuster huwelijk ter verbieden (en tussen nauw verwanten) (Leviticus 18-20). Er waren destijds ook genoeg mensen op de aarde en er was dus geen dringende reden meer om binnen het gezin met elkaar te trouwen.

.

.

.

De afstammelingen van Kaïn en Abel

.

De nakomelingen van Kaïn en Abel waren erg intelligente mensen. Jubal maakte muziekinstrumenten zoals de harp en het orgel (Genesis 4:21), en Tubal-Kaïn werkte met koper en ijzer (Genesis 4:22).

Omdat men erg beïnvloed is door het evolutiedenken menen veel mensen vandaag de dag dat onze generatie de intelligentste is die ooit bestaan heeft op deze planeet. Moderne technologie is het resultaat van een opeenstapeling van kennis uit vroegere tijden. We staan op de schouders van hen die ons voorgegaan zijn.

Onze hersens hebben geleden van het 6.000 jaar ondergaan van de vloek sinds Adam. We zijn flink gedegenereerd vergeleken met mensen uit vele generaties voor ons. Aan de intelligentie van Adam en Eva en de inventiviteit van hun kinderen, kunnen we bij lange na niet tippen.

.

.

Conclusie

.

Vele Christenen proberen Genesis te interpreteren vanuit onze huidige situatie, veel meer dan de Bijbelse waarheid te aanvaarden van de veranderingen die ontstaan zijn door de zonde. Omdat ze hun wereldvisie niet bouwen op de Schrift, maar een seculiere manier van denken hebben aangenomen ten aanzien van de Bijbel, zijn ze blind voor simpele antwoorden.

Genesis geeft een verslag van God, die er was toen de geschiedenis een aanvang nam. Het is het woord van die Ene, die alles weet en Die een getrouwe getuige is van het verleden. Als we dus Genesis nemen als basis voor ons historische begrip, dan kunnen we de zingeving ontdekken van zaken die anders een mysterie voor ons zouden blijven.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Galaten 3: het geloof en de wet.

Standaard

categorie : religie

.

.

Het geloof en de wet

.

.

De Ark van het Verbond

Pasteltekening van john Astria

.

 

1 O, domme Galaten! Wie heeft jullie betoverd? Hoe kan het dat jullie het goede nieuws niet langer gehoorzamen? Ik heb jullie toch zó duidelijk de gekruisigde Christus beschreven!

2 Laat mij jullie deze ene vraag stellen: hebben jullie de Geest gekregen doordat jullie je aan de wet van Mozes hielden? Of kregen jullie Hem doordat jullie het goede nieuws hebben gehoord en geloofd?

3 Zijn jullie dan zó dom? Jullie zijn je nieuwe leven begonnen met de Geest. Eindigen jullie dan nu met het houden van regels?

4 Is alle ellende die jullie vanwege het geloof overkomen is, dan helemaal voor niets geweest? Als jullie je nu weer aan de wet gaan houden, is het inderdaad helemaal voor niets geweest.

5 God heeft jullie zijn Geest gegeven en doet wonderen bij jullie. Doet Hij dat omdat jullie je zo goed aan de wet van Mozes houden? Of doet Hij dat omdat jullie geloven wat ik jullie heb verteld?

6 Ook Abraham heeft God geloofd. Daarom zei God dat Abraham leefde zoals Hij het wil.

7 Jullie moeten begrijpen dat alleen de mensen die in Jezus geloven kinderen van Abraham zijn.

8 De Boeken wisten van tevoren dat God de niet-Joodse volken door hun geloof zou vrijspreken van schuld. Daarom hebben de Boeken van tevoren aan Abraham het goede nieuws verteld: “Door de zegen die op jou is, zullen alle volken gezegend worden.”

9 De mensen die hetzelfde geloof hebben als Abraham, ontvangen dus samen met Abraham Gods zegen.

10 Veel mensen willen leven zoals God het wil en daarmee vrij zijn van schuld. Daarom proberen ze zich precies aan de wet van Mozes te houden. Ze vertrouwen er op dat dat hen zal redden. Maar zij zijn vervloekt! Want er staat in de Boeken: “Iedereen die zich níet precies houdt aan alles wat er in het boek van de wet van Mozes geschreven staat, is vervloekt.”

11 En er staat ook: “Maar mensen die leven zoals Ik het wil, leven door hun geloof in Mij.” Het is dus duidelijk: niemand kan ervoor zorgen dat hij geen enkele schuld heeft tegenover God, door zich aan de wet van Mozes te houden. 

12 Want bij de wet van Mozes gaat het niet om geloof, maar om het doen van de wet. Want er staat in de Boeken: “Als je alles doet wat de wet van Mozes zegt, zul je leven.”

13 Maar Christus heeft ons bevrijd van de vervloeking van de wet van Mozes. Hoe? Door Zelf die vervloeking op Zich te nemen. Want er staat in de Boeken: “Vervloekt is iedereen die aan een hout hangt.”

14 Zo kon God de zegen die Hij aan Abraham had gegeven, ook aan niet-Joodse volken geven. Namelijk als ze in Jezus Christus geloven. En door dat geloof konden we de Heilige Geest ontvangen die God had beloofd.

15 Broeders en zusters, ik zal dit uitleggen met een voorbeeld. Als je met iemand een verbond sluit, zetten jullie er allebei je handtekening onder. Daarna kan niemand dat verbond nog veranderen. Gods belofte aan Abraham is een verbond.

16 Nu is het zo, dat God zijn belofte deed aan Abraham en aan zijn kind. God zei niet: ‘kinderen,’ in het meervoud. Maar: ‘kind’, in het enkelvoud. Met dat kind bedoelde Hij Christus.

17 Ik bedoel dit: God sloot met Abraham een verbond dat over Christus ging. Pas 430 jaar later werd de wet van Mozes gegeven. Dan kan die wet dat verbond niet veranderen. Dus de belofte is er nog steeds.

18 Stel dat we Gods erfenis (= onze redding) zouden kunnen krijgen door ons aan de wet van Mozes te houden. Dan zou die erfenis niets te maken hebben met Gods belofte aan Abraham. Maar juist door zijn belofte aan Abraham liet God zien dat Hij hem wilde zegenen.

.

.

.

.

Het doel van de wet

.

19 Waarom gaf God dan de wet? Om aan de mensen te laten zien dat ze schuldig waren. Want ze konden zich niet aan de wet houden. Maar ze moesten zich aan de wet van Mozes houden tót het Kind was gekomen dat God aan Abraham had beloofd. Engelen hebben op bevel van God de wet gegeven aan iemand die tussen God en de mensen in stond, namelijk Mozes.

20 Zo iemand is er niet als er maar één partij is. Hij is er alleen als er meer partijen zijn. God is Eén en Hij was de enige partij toen Hij zijn belofte aan Abraham gaf. Maar de wet is een verbond tussen twee partijen: God en Israël.

21 Botst de wet van Mozes dan met de belofte van God? Helemaal niet! Want als de wet de mensen had kunnen redden, dan zouden de mensen inderdaad vrij van schuld zijn geweest als ze zich precies aan die wet hielden. 

22 Maar dat konden ze niet. Dus door de wet gingen de mensen juist zien hoe slecht ze zijn. Zo zouden ze gaan begrijpen dat ze alleen door geloof in Jezus Christus hun deel van de belofte zouden krijgen en niet door zich aan de wet van Mozes te houden.

23 Maar voordat dit geloof er kwam, beschermde de wet ons. De wet hield ons op het rechte pad. Pas later zouden we begrijpen dat we geloof nodig hebben.

24 De wet van Mozes was dus bedoeld om ons te leiden en op te voeden totdat Christus zou komen. En door in Christus te gaan geloven, zouden we kunnen worden vrijgesproken van schuld.

25 En nu het geloof is gekomen, hoeven we niet meer door de wet van Mozes geleid en opgevoed te worden.

26 Want door jullie geloof in Jezus Christus zijn jullie allemaal kinderen van God geworden.

27 Want alle mensen die in Christus zijn gedoopt, worden met Christus bedekt. Hij bedekt je zoals een kledingstuk je bedekt.

28 Hierbij maakt het niet uit of je Jood of geen Jood bent, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Jullie zijn namelijk allemaal één in Jezus Christus.

29 En als jullie van Christus zijn, zijn jullie kinderen van Abraham. Daarom erven jullie zijn belofte. Zo is de belofte die God vroeger aan Abraham deed, nu ook voor jullie.

.

.

.

.

Paulus eindigt het tweede hoofdstuk met te zeggen: 21 Ik doe de genade van God niet teniet; want als er gerechtigheid door de wet zou zijn, dan was Christus tevergeefs gestorven.
Hij haalt dit zo uit het gebied waarvan iedereen kan denken dat het maar een mening of een zienswijze is. Hij zegt dat als je door de werken van de wet gerechtvaardigd zou zijn, dan is Christus tevergeefs gestorven.

En dat zou hen zelfs buiten het gebied van het christendom plaatsen. Ze konden zichzelf geen christenen blijven noemen en ze konden God niet aan het dienen zijn. Hij maakte dit zo tot een onderwerp waarover niet onderhandeld kon worden. Hij maakte er een prioriteit van.

Er zijn dingen die het niet waard zijn om strijd over te voeren, en andere dingen juist wel. En Paulus vond duidelijk dat het verschil tussen gerechtvaardigd worden uit genade of gerechtvaardigd door werken als een kwestie van de hemel of de hel, waarover hij niet bereid was ook maar een duimbreed toe te geven.

Het gaat erom dat je echt de boodschap van het kruis begrijpt, niet vanuit een historisch standpunt, maar echt begrijpt dat God letterlijk is gekomen en voor ons is gestorven. Hij heeft niet slechts een deel van de verzoening gedaan, maar het kruis laat zien dat Jezus ALLES betaald heeft. Hij stierf en droeg onze zonden.

Hij heeft echt letterlijk onze zonden in zijn eigen lichaam genomen en aan het hout gebracht. Dat staat in 1 Petrus 2:24. Als iemand een echt begrip van het kruis krijgt, dat Jezus deze enorme prijs voor ons heeft betaald, zou dat onmiddellijk moeten leiden tot een relatie met God op basis van genade.

Welke boete kunnen wij nog betalen? Wat kunnen wij mogelijk nog toevoegen aan de verzoening die Jezus al voor ons heeft betaald? Gaat iemand dan nog prediken van ‘je haar moet een bepaalde lengte hebben, je mag géén make-up gebruiken, je mag geen juwelen dragen’? Iemand die dat soort dingen predikt, dat is allemaal zó futiel, zo klein in vergelijking met wat Jezus al voor ons heeft betaald, zo iemand heeft de boodschap van het kruis gemist.

Die hebben niet begrepen dat Jezus ALLES betaald heeft. Want Hij moest het allemaal betalen. Wij konden onze eigen schuld niet betalen. Jouw eigen maat van heiligheid, jouw leven volgens de normen van een of ander religieus gedrag kunnen nooit jouw zonden compenseren en jou voor God aanvaardbaar maken. Dat is wat Paulus hier dus zegt.

Hoe kan zoiets nu gebeuren met iemand die de boodschap van het kruis heeft begrepen? Je wist dat Jezus kwam en stierf, en deed wat Hij deed, omdat jij totaal onmachtig was, want je was voor geen meter in staat jezelf te redden. Dat is de reden dat Jezus deed wat hij deed.

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Welvaartspredikers misbruiken 10 Bijbelverzen

Standaard

categorie : religie

 

 

Het welvaartsevangelie verkondigt dat God persoonlijk geluk, financiële rijkdom en een goede, lichamelijke gezondheid belooft aan hen die veel geloof hebben. Bijbel-teksten waarin wordt vermeld dat het christenleven gepaard gaat met vervolging, lijden en zelfverloochening blijven achterwege. Hier worden tien Bijbelverzen op een rij vermeld die welvaartspredikers vaak citeren.

 

 

 

 

 

1. ‘De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben’ (Johannes 10:10)


Dit vers wordt gebruikt om te suggereren dat God in alles het geluk voor ogen heeft voor Zijn volgelingen. Maar daarmee wordt de context rondom dit vers verwaarloosd. De overvloed waar dit vers over spreekt, heeft te maken met het kennen en gekend worden door Jezus. Dat zijn niet-materiële zaken.

 

 

2. ‘U krijgt niet, omdat u niet bidt’ (Jakobus 4:2)


Dit vers wordt binnen het welvaartsevangelie gebruikt om biddend te claimen wat je zelf niet bezit. Wanneer je niets hebt, komt dat omdat je niet genoeg gebeden hebt. Maar deze interpretatie negeert het vers dat volgt: ‘U bidt wel, maar u ontvangt niet, omdat u verkeerd bidt met het doel het in uw hartstochten door te brengen.’

Het gebed is cruciaal in het leven van een christen. Dit als middel gebruiken om eigen verlangens af te dwingen bij God gaat ook in tegen het gebed dat Jezus bad aan de vooravond van Zijn kruisiging: ‘Laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschieden’ (Lukas 22:42).

 

 

3. ‘Er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd.’


Welvaartspredikers leggen graag de nadruk op geven, zodat hun visie op het eerste gezicht in lijn lijkt met de Schrift. Maar de motivatie die erachter zit verstoort de Bijbelse boodschap. De predikers denken door financiële donaties te geven dit 100 maal terug te ontvangen.

Dit is uiteraard niet de juiste uitleg van het desbetreffende vers. Het volgende vers geeft duidelijkheid: ‘Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten.’ Hier wordt gehoorzaamheid en discipelschap aangemoedigd in plaats van persoonlijk gewin.

 

 

 

 

 

4. ‘De zegen van Abraham is in Christus Jezus tot de heidenen gekomen, opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof’ (Galaten 3:14)


Welvaartspredikers gebruiken dit vers om te verwijzen naar het in Genesis gesloten verbond met Abraham en concluderen daaruit dat God de nakomelingen van Abraham financiële zegeningen heeft beloofd. Opnieuw wordt een Bijbelgedeelte verwaarloosd.

In hetzelfde gedeelte staat vermeld dat Jezus is geofferd, zodat wij door het geloof de belofte van de Geest ontvangen. Paulus herinnert de Galaten hier aan de geestelijke zegeningen als gevolg van Jezus’ redding – wat niets te maken heeft met aardse rijkdom.

 

 

5. ‘Want u kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden’ (2 Korinthiërs 8:9)


Welvaartspredikers suggereren aan de hand van dit vers dat Jezus’ dood ons rijkdom geeft. De meeste christenen zijn het erover eens dat wanneer Paulus zegt dat Jezus ‘rijk’ werd, hij verwijst naar Zijn status als de Zoon van God. En Zijn armoede is een verwijzing naar Zijn vrijwillige daad om mens te worden. Paulus maakte de vroege christenen duidelijk dat Zijn doel gelijkheid was.

 

 

6. ‘Geliefde, ik wens dat het u in alles goed gaat en dat u gezond bent, zoals het uw ziel goed gaat’ (1 Johannes 3:2)


Binnen het welvaartsevangelie wordt naar aanleiding van dit vers beweerd dat lichamelijke gezondheid onlosmakelijk verbonden is met geestelijke groei. Wanneer iemand voldoende geloof bezit, zal hij of zij lichamelijke zegeningen ontvangen. Maar dit vers is ‘gewoon’ het begin van een brief aan Johannes door middel van een groet.

Dit zou je kunnen vergelijken met iemand die uit beleefdheid aan het begin van een brief de ander het goede toewenst. Het gaat hier niet om een belofte en dit mag zeker niet worden opgevat als de belofte dat Gods kinderen niet ziek kunnen worden.

 

 

7. ‘Breng al de tienden naar het voorraadhuis, zodat er voedsel in Mijn huis is. Beproef Mij toch hierin, zegt de Heer van de legermachten, of Ik niet de vensters van de hemel voor u zal openen, en zegen over u zal uitgieten, zodat er geen schuren genoeg zullen zijn’ (Maleachi 3:10)


Dit vers wordt vaak als krachtig hulpmiddel gebruikt bij fondsenwerving onder welvaartspredikers. Gelovigen worden zo gemanipuleerd om tienden te geven, waarna ze er veel meer voor zullen terugkrijgen. Maar dit vers is niet van toepassing op individuele rijkdom. Integendeel, het komt voort uit de historische situatie van het volk Israël.

De Israëlieten waren ongehoorzaam aan God door onvoldoende voedsel te geven aan de nationale opslagplaats, dat werd gebruikt door de priesters. God vermaande Zijn volk en riep op tot gehoorzaamheid. Als zij zouden gehoorzamen, zou beloning volgen.

 

 

 

 

8. ‘De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen’ (Jesaja 53:5)


De meeste christelijke geleerden lezen dit vers als een profetie waarin de overwinning op onze zonden wordt vermeld, dankzij het verzoenende werk van de Heer Jezus. Maar welvaartspredikers gebruiken dit vers om duidelijk te maken dat geloof zal leiden tot lichamelijke genezing.

Eén van de oprichters van het welvaartsevangelie schreef: “Het plan van onze Vader is, dat Hij in Zijn grote liefde en barmhartigheid, geen enkele gelovige ooit nog ziek wordt. Iedere gelovige zal zijn volledige levensduur in gezondheid op aarde zijn.”

 

 

9. ‘Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de Heer. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven’ (Jeremia 29:11)


Dit is één van de meest onbegrepen Bijbelverzen onder christenen. Jeremia 29:11 wordt gebruikt om anderen goed nieuws te beloven en suggereert dat God iedere slechte situatie in ons voordeel gebruikt. Dit vers is niet bedoeld voor hedendaagse christenen die hun baan hebben verloren. Het was een door God gegeven belofte aan het volk van Israël, waaruit blijkt dat God op Zijn eigen tijd het volk zou herstellen.

 

 


10. ‘Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen’ (Johannes 14:14)

 

Dit is vergelijkbaar met het misbruiken van Jakobus 4:2 door welvaartspredikers. Alsof God alle gebeden van gelovigen zou beantwoorden. Christenen die bidden voor financiële rijkdom doen er verstandig aan om Mattheüs 19:24 te lezen: ‘Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.’

In Johannes 14:14 moedigt Jezus zijn discipelen aan om het Evangelie te verspreiden. Dit vers moet dan ook worden gelezen in de context van de verzen die erop volgen: ‘Wie in Mij gelooft, zal de werken doen die Ik doe’ (vers 12) en ‘Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht’ (vers 15).

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De opname.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De opname

 

 

De Openbaring hoofdstuk 19 : De opname van de bruid in de hemel en Christus’ oordeel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat is de opname?

 

De opname is een gebeurtenis in de eindtijd (een “eschatologische” gebeurtenis). Het is het moment waarop Jezus Christus voor Zijn Kerk terugkeert en waarop gelovigen “die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en de Heer in de lucht tegemoet gaan” (1 Tessalonicenzen 4:16-17).

Dit is de tijd van de opstanding, waarin elke christen zijn of haar verheerlijkte lichaam ontvangt. De eersten die hun nieuwe lichaam ontvangen zijn de mensen die als christenen gestorven zijn, daarna volgen de mensen die nog in leven zijn.

1 Korintiërs 15 : 51-52 > “Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen.” 

 

 

 

 

 

Wanneer zal deze plaatsvinden?

 

De timing van de opname heeft binnen het christendom een groot debat op gang gezet. Zal deze vóór, tijdens of na de verdrukking plaatsvinden? De verdrukking is een periode van zeven jaar die meteen voorafgaat aan de terugkeer van Christus en de stichting van Zijn koninkrijk, het millennium, dat dus 1000 jaar zal duren.

De eerste 3½ jaar van de verdrukking zal een tijd van vrede en samenwerking zijn, en de tweede 3½ jaar van de verdrukking zal een tijd van oorlog en rampspoed zijn. Halverwege de verdrukking zal de antichrist zichzelf tot god uitroepen en eisen dat alle mensen van de wereld hem aanbidden. Velen zullen voor de antichrist neerbuigen en hem aanbidden, en als onderdeel hiervan ook zijn merkteken dragen (een soort wereldwijde registratie).

Sommigen zullen weigeren om de antichrist te aanbidden en zijn merkteken te ontvangen en velen zullen voor deze daad van ongehoorzaamheid worden gedood. De tweede helft van de verdrukking wordt de Grote Verdrukking genoemd. Er zullen in deze periode over de hele wereld uitzonderlijke catastrofen plaatsvinden (voor ondersteuning hiervan in de Bijbel, zie Openbaring 3:10Matteüs 24Marcus 13 en Lucas 17).

Het voornaamste debat over de opname gaat dus niet over wat deze is, maar wanneer deze zal plaatsvinden ten opzichte van de verdrukking.

Samengevat:

het pretribulationisme houdt in dat de opname zal plaatsvinden vóór de periode van de verdrukking; het midtribulationisme stelt dat de opname halverwege de verdrukking zal plaatsvinden; en het posttribulationisme zegt dat de opname zal plaatsvinden aan het einde van de verdrukking.

 

 

 

 

 

 Maakt het voor gelovigen uit wanneer deze zal plaatsvinden?

 

De pretribulationistische opname is een prachtige hoop voor mensen die in Jezus Christus geloven. Maar het maakt eigenlijk niet uit of we lang genoeg zullen leven om de opname mee te maken, en het maakt ook niet uit of het een opname is vóór, tijdens of na de verdrukking is. De enige sleutel tot de eeuwige redding is in al deze gevallen ons geloof in en vertrouwen op Jezus Christus. Zorg dat je veilig bent in je relatie met Christus, en dan maken alle andere dingen werkelijk geen verschil uit.

 

Johannes 14 : 2-3 > “…In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben”

1 Tessalonicenzen 4 : 16-17 > “Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn”

 

 

 

 

 

 WAT DENK JIJ?

Wij hebben allemaal gezondigd en verdienen allemaal Gods oordeel. God, de Vader, stuurde Zijn eniggeboren Zoon om dat oordeel op Zich te nemen voor iedereen die in Hem gelooft. Jezus, de Schepper en eeuwige Zoon van God, die Zelf een zondeloos leven leidde, hield zo veel van ons dat Hij voor onze zonden stierf om zo de straf op Zich te nemen die wij verdienen. Volgens de Bijbel werd Hij begraven en stond Hij op uit de dood. Als jij dit werkelijk gelooft, er in je hart op vertrouwt en alleen Jezus als je Redder aanvaardt door te zeggen: “Jezus is de Heer”, dan zul je van het oordeel gered worden en de eeuwigheid met God in de hemel doorbrengen.

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

De zondvloed: een wereldgroot probleem voor revisionisten

Standaard

categorie : religie

 De grootste catastrofe (op de zondeval na) die onze planeet ooit getroffen heeft, is ongetwijfeld de zondvloed, die in Genesis 6 – 9 uitvoerig wordt besproken. Deze wereldwijde overstroming, die ruim een jaar duurde, vernietigde alle mensen en door hun neus ademende landdieren (Genesis 7:22) die niet in de ark waren.

noah-s-ark.preview

Zo’n waterramp moet gepaard zijn gegaan met buitengewoon veel watererosie van het landoppervlak, en het afgeschaafde materiaal (sediment) moet elders weer afgezet zijn in dikke lagen (aardlagen). In deze aardlagen verwachten we de fossiele overblijfselen te vinden van vele planten en dieren die tijdens de vloed door het sediment bedolven zijn.

En dat is natuurlijk exact wat we waarnemen: op grote delen van alle continenten treffen we inderdaad aardlagen met fossielen aan. Sterker nog, in deze aardlagen vinden we vele aanwijzingen dat deze snel en op catastrofale wijze gevormd moeten zijn, bijvoorbeeld:

  1. Fossielen duiden op snelle sedimentatie: als dode organismen niet snel van de buitenlucht afgesloten worden, vergaan ze. Vele fossielen zijn zelfs uitstekend bewaard gebleven.
  2. Er zijn vele fossielen die extra nadrukkelijk getuigen van razendsnelle sedimentatie, zoals van vissen die net bezig waren een andere vis op te eten, toen ze door sediment bedolven werden.
  3. Als (bijna) complete skeletten van dinosauriërs en vogels worden gevonden, laten die vaak het verschijnsel opisthotonus zien: de nek is ver naar achteren (of omhoog) getrokken. Opisthotonus kan bij warmbloedigen optreden wanneer ze sterven door verstikking. Dat is precies wat we zouden verwachten in het kader van een overstroming.
  4. Fossiele schelpdieren worden vaak in gesloten positie gevonden. Veel soorten schelpdieren openen zich automatisch wanneer ze sterven. Gesloten fossiele schelpen wijzen op een snel en catastrofaal proces, waarbij de schelpdieren levend begraven zijn.
  5. Veel aardlagen strekken zich uit over enorme oppervlakten, soms wel honderden of duizenden vierkante kilometers. Dat toont aan dat de gebeurtenis waarbij deze lagen gevormd zijn, zeer grootschalig is geweest.
  6. Gebrek aan sporen van erosie en bodemvorming tussen de verschillende aardlagen, geeft aan dat de lagen snel na elkaar afgezet zijn.
  7. Soms zijn hele pakketten aardlagen sterk geplooid / verbogen, zonder dat ze gebroken of gebarsten zijn. Het is waarschijnlijk dat de lagen nog zacht en dus vervormbaar waren toen dat gebeurde. Dat duidt op een snelle afzetting van de aardlagen en korte tijd later tektonische verschuivingen die zorgden voor horizontale samenpersing.

Dit zijn nog maar een paar van de vele geologische argumenten voor de zondvloed. Je zou zeggen: christenen hebben alle reden om uit te gaan van de historische betrouwbaarheid van het zondvloedverhaal.

Maar sinds zo’n twee eeuwen gaat de meerderheid van de geologen er vanuit dat de aardlagen gevormd zijn over lange perioden van miljoenen jaren. De meeste van deze aardlagen en fossielen zouden dan veel ouder zijn dan de aarde volgens de Bijbel is (zo’n 6000 jaar). Dit is zo’n dominante stroming geworden, dat verhalen over ‘miljoenen jaren’ ons bijna wekelijks bereiken via de media, het onderwijs en musea.

Revisionistische interpretaties van Genesis

Gezien de monopoliepositie van evolutionisten in de media en het onderwijs, en aangezien bijna niemand goed op de hoogte is van de argumenten voor een wereldwijde zondvloed en een jonge aarde, is het niet verwonderlijk dat velen denken dat de wetenschap heeft aangetoond dat de aarde miljoenen jaren oud is. En het is dan ook niet onbegrijpelijk dat veel christenen het historische verslag in Genesis proberen te herinterpreteren om deze in overeenstemming te brengen met de heersende opinie onder wetenschappers.

Er zijn verschillende van deze herinterpretaties van Genesis in omloop (omdat het revisies van de oorspronkelijke interpretatie zijn, zal ik deze herinterpretaties hier revisionistische modellen noemen, en de aanhangers ervan revisionisten). Sommigen zeggen dat er tussen de eerste twee verzen van Genesis 1 een groot tijdsgat zit, waarin van alles gebeurd is. Anderen denken dat de scheppingsdagen in feite lange perioden waren, in plaats van dagen van 24 uur.

Weer anderen stellen dat Genesis 1 helemaal niet als historisch verslag moet worden gelezen, en dat er uit de Bijbel dus helemaal niet afgeleid kan worden hoe en wanneer de wereld en de mensheid zijn ontstaan. Binnen deze laatste categorie vallen theïstisch evolutionisten, zoals Cees Dekker, René Fransen en Francis Collins.

Maar wat bijna alle revisionistische modellen gemeen hebben, is dat ze stellen dat de aardlagen (met fossielen van bijvoorbeeld trilobieten en dinosauriërs erin) inderdaad miljoenen jaren oud zijn. Eén van de vele problemen die deze revisionistische interpretaties creëren, is dat er geen ruimte meer is voor Noachs zondvloed. Revisionisten accepteren het algemene verhaal over de geschiedenis van de aarde dat geologen ons vertellen, en binnen dat verhaal is er geen plaats voor een zondvloed. Geen enkel aardlaagje wordt toegeschreven aan een wereldwijde zondvloed.

Dus hoe gaan revisionisten met deze situatie om? Er zijn grofweg drie stromingen.

Revisionistisch model 1: de wereldwijde zondvloed heeft amper sporen achtergelaten

Volgens dit model was de zondvloed zó kalm, dat het amper heeft geleid heeft tot enige erosie en sedimentatie. Om een aantal redenen is dit model totaal onhoudbaar:

  • Het is simpelweg onmogelijk dat een wereldwijde overstroming weinig tot geen geologisch werk verricht. Zelfs de tsunami die in december 2004 de kustgebieden van de Indische oceaan teisterde heeft enkele aardlagen neergelegd, die door geologen onderzocht worden. En dat vloedgolfje was niks vergeleken met een wereldwijde overstroming. Dit kan niet genoeg benadrukt worden: een wereldwijde vloed (die ook nog eens een jaar duurde) moet gigantische hoeveelheden geologisch werk verricht hebben.
  • De Bijbelse omschrijving past niet bij een ‘kalme’ vloed. Er staat dat ‘alle fonteinen des groten afgronds’ openbraken.
  • Aldus revisionisten zijn bergketens uiterst langzaam omhoog gedrukt, doordat tektonische platen tegen elkaar aanduwen. De Himalaya zou dus al hebben bestaan voordat de zondvloed plaatsvond. Waar kwam al het water vandaan om de Himalaya blank te zetten? Bijbelgetrouwe creationisten hebben dit probleem niet, omdat ze niet geloven dat bergketens reeds miljoenen jaren oud zijn. Bergketens zijn ontstaan doordat aardschollen tijdens de zondvloed op catastrofale wijze tegen elkaar aan botsten.
  • Volgens de gangbare theorieën leven kangoeroes al miljoenen jaren in Australië, lemuren al miljoenen jaren in Madagaskar, reuzenmiereneters al miljoenen jaren in Zuid Amerika, et cetera, zonder dat ze enkele duizenden jaren geleden zijn uitgestorven door een wereldwijde zondvloed. De ‘kalme zondvloed’-hypothese is dus niet in overeenstemming met de gangbare theorieën die haar aanhangers zo graag willen accepteren.

Goed, de meeste revisionisten zien ook wel in dat de ‘kalme zondvloed’-hypothese onwerkbaar is, dus laten we naar het volgende model gaan.

Revisionistisch model 2: de vloed was slechts plaatselijk, en niet alle mensen kwamen om

Volgens sommigen was de zondvloed slechts een regionale gebeurtenis, waarbij dan ook niet alle mensen omkwamen. De problemen met dit model zijn legio:

  • Dit gaat gewoon rechtstreeks tegen het Bijbelse verslag in. Ik ga niet eens specifieke teksten aanhalen om dit te onderbouwen; iedereen kan het zelf nalezen in Genesis 6 tot 9, en ik raad de lezer dan ook graag aan dit te doen.
  • In Genesis 9:11 belooft God nooit meer een zondvloed te sturen. Maar als de zondvloed slechts lokaal was, heeft God zijn belofte heel vaak verbroken! Er zijn immers regelmatig plaatselijke overstromingen, waarbij mensen en dieren omkomen. Dit model maakt van God een leugenaar.
  • In Genesis 10 worden de afstammelingen van Noachs zonen Jafet, Cham en Sem opgesomd, en deze opsomming wordt besloten met (vers 32): ‘En van dezen verdeelden zich de volken op de aarde na de vloed.’ De NBV 2004 zegt het voor de moderne lezer nog iets duidelijker: ‘Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.’ Met andere woorden, alle volken stammen af van Noach, en niet van mensen die de zondvloed elders overleefd hebben.
  • Dat alleen Noach en zijn familie overleefden wordt ondersteund door 2 Petrus 2:5 en 1 Petrus 3:20.
  • Dat alle volken afstammen van Noach en zijn familie wordt ondersteund door de wereldwijde verspreiding van zondvloedlegenden.

Er valt nog veel meer tegen dit model in te brengen. Sommige van de argumenten die tegen het volgende revisionistische model ingebracht zullen worden, zijn ook op dit model van toepassing.

Revisionistisch model 3: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om

Van de verschillende ideeën die revisionisten hebben over de zondvloed, is dit het meest verfijnde. Maar zoals we zullen zien kleven er ook aan dit model onoverkomelijke bezwaren.

Dit model behelst dat de mensheid zich ten tijde van de zondvloed nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, wellicht ergens in het Midden Oosten. Dus kon de hele mensheid uitgeroeid worden met slechts een plaatselijke overstroming. We zullen nu eerst kijken op welke manier revisionisten het zondvloedverhaal proberen te herinterpreteren om er een lokale overstroming uit af te leiden. Daarna zullen we een aantal problemen met deze interpretatie behandelen.

Wie het zondvloedverslag leest, valt het op dat er herhaaldelijk in universele termen gesproken wordt:

full29015186zondvloed

Genesis 6
7  En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
11 De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij.
12  En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven.
13 Toen zeide God tot Noach: Het einde van al wat leeft is door Mij besloten, want door hun schuld is de aarde vol geweldenarij, en zie, Ik ga hen met de aarde verdelgen.
17  Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen.
20  Van het gevogelte naar zijn aard en van het vee naar zijn aard, van al het kruipend gedierte van de aardbodem naar zijn aard, van alles zal een paar tot u komen om het in het leven te behouden.

Genesis 7
4  Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.
11 In Noachs zeshonderdste levensjaar, in de tweede maand, op de zeventiende dag der maand, op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend.
15  zij kwamen dan tot Noach in de ark twee aan twee, van al wat leeft, waarin een levensgeest is.
18  Toen de wateren zeer toenamen en sterk wiesen boven de aarde, dreef de ark op de wateren.
19  En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle hoge bergen onder de ganse hemel werden overdekt.
20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.
21 En al wat leeft, dat zich op de aarde roert, het gevogelte, het vee en het wild gedierte en alle wemelend gedierte, dat op de aarde wemelt, benevens alle mensen, kwamen om.
22  Alles, in welks neus de adem van de levensgeest was, alles wat op het droge was, stierf.
23  Zo verdelgde Hij alles wat bestond, wat op de aardbodem was, mensen zowel als vee en kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, zodat zij verdelgd werden van de aarde; Noach alleen bleef over en wat met hem in de ark was.

Twee Hebreeuwse woorden die ons in deze passages het gevoel van universaliteit overbrengen zijn erets (vertaald met ‘aarde’) en kol (meestal vertaald met ‘al’ of ‘alles’). Revisionisten stellen dat de woorden erets en kol ook een beperktere betekenis kunnen hebben. En daarin hebben ze natuurlijk gelijk. Om een voorbeeld te noemen, in Genesis 3:20 wordt Eva ‘de moeder van alle [kol] levenden’ genoemd. Iedereen begrijpt dat ‘alle levenden’ hier alleen betrekking heeft op mensen, niet op andere organismen. Het woordje kol heeft hier dus een ingeperkte betekenis. En wat te denken van de volgende tekst?

Genesis 41:57
En de gehele [kol] wereld [erets] kwam naar Egypte om bij Jozef koren te kopen, want de honger was sterk op de gehele aarde.

Het moge duidelijk zijn dat de Amerikaanse Indianen en Australische Aboriginals niet naar Egypte gingen om graan te kopen. Kol erets heeft hier dus een beperktere betekenis. En zo zijn er nog wel meer voorbeelden aan te dragen.

Erets kan zowel ‘aarde’ betekenen als ‘land’ (bijvoorbeeld het land waar een volk leeft). Dat een woord meerdere betekenissen kan dragen, wil natuurlijk niet zeggen dat we naar eigen voorkeur een betekenis kunnen kiezen. De betekenis moet uit de context worden afgeleid.

Revisionisten redeneren dat de mensheid hier een centrale rol speelt, en dat de geografische verspreiding van de mensheid dus de limiterende specificatie is voor de term erets. Met andere woorden, als de mensheid zich nog maar over een beperkt deel van de wereld verspreid had, bijvoorbeeld alleen over Mesopotamië, dan kan het zo zijn dat erets alleen dát gebied aanduidt, niet de hele wereld. En dan zal iedere verwijzing naar ‘al wat leeft’ in de bovenstaande passages slechts al het leven in dit beperkte deel van de wereld op het oog hebben.

Nogmaals: revisionisten stellen dat de reikwijdte van erets wordt bepaald door de geografische verspreiding van de mensheid, en dat erets op zijn beurt de reikwijdte van kol aangeeft. Met ‘al [kol] wat leeft’ wordt dus alleen al het leven binnen de regio [erets] bedoeld.

Revisionisten stellen dus dat de vertalers van alle Bijbelvertalingen het woordje erets onjuist vertaald hebben in ‘aarde’, en dat het eigenlijk ‘land’ of ‘regio’ moet zijn. Ik zal nu eerst betogen dat de Bijbelvertalers zich niet vergist hebben. Daarna zal ik ingaan op andere problemen met dit revisionistische model.

1. De context geeft aan dat erets de hele aarde aanduidt

Als we de context van het zondvloedverhaal in ogenschouw nemen, wordt duidelijk dat erets in dit geval gewoon ‘aarde’ betekent. Het zondvloedverhaal bevindt zich namelijk in de bredere context van de schepping van de wereld vóór de vloed, en de rekolonisatie van diezelfde wereld ná de vloed.

Aan het begin van het zondvloedverslag wordt ons de reden voor de catastrofe medegedeeld:

Genesis 6
5  Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, 6  berouwde het de HERE, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. 7  En de HERE zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien, de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels, want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.

In deze passage wordt drie keer duidelijk een link gelegd met de schepping. ‘Dat Hij de mens op de aarde [erets] gemaakt had’ is overduidelijk een verwijzing naar Genesis 1, en we kunnen er redelijkerwijs niet aan twijfelen dat erets hier gewoon aarde betekent. In Genesis 1 komt het woord erets 16 maal voor, en daar duidt het de hele aarde aan (vanaf 1:10 al het droge land), niet slechts een gedeelte ervan. Het is dus zeer waarschijnlijk dat erets in Genesis 6 dezelfde betekenis draagt.

De bedoeling van de zondvloed was om de levende wezens die God gemaakt had uit te roeien. In dit verband worden ook de landdieren en vogels genoemd, waarvan niemand betwijfelt dat die een wereldwijde verspreiding hadden.

Verderop in het verhaal komen we opnieuw een verwijzing naar de schepping tegen:

Genesis 7:4 (NBG ’51)
Want over nog zeven dagen zal Ik het op de aarde veertig dagen en veertig nachten doen regenen, en Ik zal alles wat bestaat, hetgeen Ik gemaakt heb, van de aardbodem verdelgen.

Genesis 7:4 (NBV 2004)
Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.

In dit vers komt heel duidelijk naar voren dat erets niet de limiterende specificatie is die ‘alles wat bestaat’ inperkt. De frase ‘wat Ik heb gemaakt’ specificeert waar het woordje ‘alles’ over gaat. Dus op de vraag ‘wat heeft God weggevaagd?’ luidt het antwoord ‘alles wat God heeft gemaakt’.

Ook na de vloed zijn er sterke parallellen met het scheppingsverhaal. In deze tabel worden een aantal verzen uit Genesis 1 en Genesis 9 naast elkaar gezet.

Na de schepping  Na de zondvloed
Gen 1:28 – En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde [erets] en onderwerpt haar … Gen 9:1 – En God zegende Noach en zijn zonen en zeide tot hen: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde [erets].
Gen 1:28 – … heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt. Gen 9:2 – En de vrees en de schrik voor u zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
Gen 1:29 – En God zeide: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze dienen. Gen 9:3 – Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.

Deze duidelijke parallellen tussen de schepping en de rekolonisatie na de zondvloed onderstrepen eens te meer de bredere context waarin het zondvloedverhaal gelezen moet worden. Na de schepping kreeg de mensheid de opdracht de erets te vullen (Gen 1:28), en na de zondvloed kreeg de mensheid wederom de opdracht de erets te vullen (Gen 9:1). Het is duidelijk dat de betekenis van erets in beide gevallen dezelfde moet zijn: aarde.

Nog een stukje context dat aangeeft dat de zondvloed wereldwijd was, en erets de hele aarde aanduidt, is het verbond dat God met alle opvarenden van de Ark sluit:

Genesis 9
8 En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: 9 Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw nageslacht, 10 en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde. 11 Ik dan richt mijn verbond met u op, dat voortaan niets dat leeft, meer door de wateren van de zondvloed zal worden uitgeroeid, en dat er geen zondvloed meer wezen zal, om de aarde te verderven. 12 En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: 13 mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde. 14 Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt, 15 zal Ik mijn verbond gedenken, dat tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees bestaat, zodat de wateren niet weer tot een vloed zullen worden om al wat leeft te verderven. 16 Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is. 17 En God zeide tot Noach: Dit is het teken van het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op de aarde leeft.

God sluit dit verbond met alle mensen en dieren die uit de Ark kwamen (vers 10), en dat is ‘al wat op aarde leeft’ (verzen 10 en 17). Moeten we geloven dat God dit verbond alleen maar sloot met de paar dieren die uit de Ark kwamen, maar niet met de miljarden andere dieren in andere delen van de wereld, die nooit iets van het plaatselijke overstrominkje gemerkt hebben? Natuurlijk niet. God sloot dit verbond inderdaad met alle levende wezens die op dat moment bestonden, en die kwamen allemaal uit de Ark, want de vloed was wereldwijd.

We kunnen dus concluderen dat de contextuele gegevens erop wijzen dat erets in de Bijbelvertalingen terecht vertaald is met ‘aarde’. Genesis vertelt ons dus inderdaad dat de zondvloed wereldwijd was. Daarnaast zijn er nog andere problemen met het idee dat de zondvloed slechts plaatselijk was, maar wel alle mensen omkwamen. Deze problemen zullen we nu bespreken.

2. ‘Alle hoge bergen onder de ganse hemel…’

Laten we eens even stilstaan bij één specifieke passage:

Genesis 7
19 En de wateren namen geweldig sterk toe over de aarde, en alle [kol] hoge bergen onder de ganse [kol] hemel werden overdekt. 20  Vijftien el daarboven stegen de wateren, en de bergen werden overdekt.

Dit vers alleen is al genoeg om een einde te maken aan alle pretenties van revisionisten om de zondvloed terug te schalen tot een lokaal overstrominkje. Hoewel het woordje kol een beperktere betekenis kán hebben, gaat die vlieger in dit geval niet op. Ten eerste wordt kol hier dubbel gebruikt binnen hetzelfde zinsdeel. Zoals in zoveel talen, betekent herhaling in het Hebreeuws dat er extra nadruk op gelegd wordt. Wat hier staat komt eigenlijk neer op: ‘alle, maar dan ook echt alle bergen…’

Ten tweede is het niet het woordje erets dat specificeert over welke hoge bergen hier gesproken wordt. Het is de frase ‘onder de ganse hemel’ die aangeeft over welke bergen gesproken wordt. Revisionisten kunnen dus onmogelijk beweren dat het hier alleen gaat over de bergen in het gebied waar de mensheid woonde. Vraag: “Welke hoge bergen stonden onder water?” Antwoord: “De hoge bergen onder de ganse hemel.”

Conclusie: ‘alle bergen onder de ganse hemel’ zijn echt alle bergen ter wereld.

Zelfs als we hier de woorden ‘alle’ en ‘onder de ganse hemel’ negeren, en er even van uitgaan dat het alleen de bergen in het Midden Oosten betreft, zitten revisionisten alsnog met een onoplosbaar probleem. De berg Ararat is 5137 meter hoog, en als deze berg ten tijde van de zondvloed al zo hoog was (hetgeen revisionisten geloven, i.t.t. creationisten), moet het water dus ook minstens zo hoog gestaan hebben.

Zelfs als we Ararat negeren, zijn er in het Midden Oosten nog een groot aantal andere bergpieken die behoorlijk hoog zijn. De Hermonberg, op de grens van Israël, Syrië en Libanon, is 2814 meter hoog. De welbekende berg Sinaï is 2285 meter hoog. Als de Sinaïberg ooit onder water heeft gestaan, moeten we alsnog te maken hebben met een gigantische overstroming, die de grootste delen van Eurazië en Afrika moet hebben aangetast. Water blijft immers niet op één locatie staan, maar stroomt alle kanten op, totdat overal ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is.

Water blijft niet op één locatie staan, maar spreidt zich uit, totdat overal waar het naartoe kan stromen ongeveer hetzelfde waterpeil bereikt is. Water kan onmogelijk een lokale berg bedekken, zonder tevens alle lagere delen van het continent te overstromen.

Dus ook een lokaal waterrampje in het Midden Oosten moet op continentale schaal verwoestingen hebben aangericht, en zal zéker veel geologisch werk hebben verzet. Om dit probleem te omzeilen, moeten revisionisten voor de locatie van hun plaatselijke zondvloedje dus op zoek gaan naar een wel zéér beperkt gebiedje, waar de ‘alle hoge bergen onder de ganse hemel’ slechts kleine heuveltjes zijn.

3. Een lokale zondvloed: hoe, wat en waar?

Dit brengt ons bij het volgende punt. Als de zondvloed slechts lokaal was, waar heeft deze dan plaatsgehad? En moeten er geen sporen van te vinden zijn?

Uiteraard zijn er in de loop der geschiedenis vele duizenden lokale overstromingen geweest, met allerlei oorzaken (hevige regenval, buiten hun oevers tredende rivieren, tsunami’s, damdoorbraken, smeltijs, veranderingen in zeeniveau, orkanen, et cetera). En vele van die plaatselijke overstromingen hebben sporen nagelaten.

Het ligt dus in de lijn der verwachting dat geologen en archeologen die in het Midden Oosten op zoek zijn naar ‘de zondvloed’ (die in hun ogen slechts een lokale aangelegenheid was), zo nu en dan een modderlaagje vinden waarvan ze denken dat het een overblijfsel van Noachs zondvloed is (terwijl het in feite afkomstig is van een klein overstrominkje dat ná de zondvloed heeft plaatsgevonden).

En inderdaad hebben (christelijke) archeologen die in een oude aarde geloven inmiddels al een hele reeks kandidaat-locaties naar voren geschoven, zoals de Mesopotamische Vallei, een vlakte in oost Turkije, het stroomgebied van de Kaspische Zee en de oostelijke Jordaanoever. Maar bij nader onderzoek blijkt keer op keer dat de zondvloed onmogelijk in het voorgestelde gebied plaatsgevonden kan hebben. Een bekend voorbeeld is een drie meter dikke kleilaag die in 1929 door Leonard Wooley werd gevonden tijdens opgravingen in Ur der Chaldeeën.

Later werd bij Kis, enkele honderden kilometers verderop, een zelfde soort kleilaag gevonden. Wooley, en velen met hem, trokken de conclusie dat ze de zondvloed gevonden hadden. Dit werd breed uitgemeten in de pers, en werd ook vermeld in Werner Kellers beroemde boek De Bijbel heeft toch gelijk (1955). In de geheel herziene vierde druk van dit boek (1978) moest dit echter weer herroepen worden. Om verschillende redenen konden de kleilagen onmogelijk van de zondvloed afkomstig zijn.

Zo bleek Ur zowel vóór als na de overstroming een bewoonde plaats te zijn geweest. Als de overstroming de zondvloed was, zou het wel heel toevallig zijn als Noachs nakomelingen, eeuwen later, op precies dezelfde plaats wederom een stad zouden bouwen. En ook al zou zoiets gebeuren, zouden we op z’n minst een onderbreking in de bewoning van Ur verwachten, en zelfs dat werd niet gevonden. Verder bleken de kleilagen van Ur en Kis in heel verschillende tijden te zijn afgezet, en dus niet het gevolg te zijn geweest van dezelfde overstroming.

Een ander voorbeeld is de theorie van William Ryan en Walter Pitman (al zijn dat seculiere geologen, geen christelijke revisionisten). Zij stelden in 1997 voor dat de Zwarte Zee duizenden jaren geleden aanzienlijk kleiner was dan tegenwoordig, totdat deze op catastrofale wijze volliep met water vanuit de Middellandse Zee, waarbij de Bosporus uitgesleten werd. Grote stukken land die eerst droog waren, vormen nu de bodem van de Zwarte Zee.

Op de zeebodem van de Zwarte Zee werden bovendien sporen van bewoning gevonden. Deze overstroming zou de basis zijn geweest voor het zondvloedverhaal. Maar ofschoon het heel goed mogelijk is dat de Bosporus op deze manier is ontstaan, kan deze overstroming onmogelijk de vloed geweest zijn waar Genesis over spreekt, zelfs als je de zondvloed onterecht interpreteert als een plaatselijke waterramp. Om maar iets te noemen: Genesis zegt dat het water aan het eind van de vloed weer wegstroomde. De Zwarte Zee is nog steeds een zee.

Het idee van een plaatselijke zondvloed heeft onderzoekers meer dan eens op een dwaalspoor gebracht. En nog altijd kunnen revisionisten niet de locatie van hun vermeende plaatselijke zondvloed aanwijzen. Het is enigszins ironisch dat revisionisten op zoek zijn naar dunne modderlaagjes van een plaatselijk zondvloedje, terwijl zich in het Midden Oosten honderden meters sedimentgesteente bevinden die door de echte (wereldwijde) zondvloed zijn afgezet.

Welbeschouwd is het sowieso moeilijk om je een plaatselijke zondvloed voor te stellen die in overeenstemming is met zowel het ‘miljoenen jaren’-paradigma als het zondvloedverslag in Genesis. Enerzijds mag de vloed niet te groot geweest zijn, want als er ook maar één bergje van bijvoorbeeld 1500 meter hoogte binnen dit gebied lag, moet het water ook zo hoog gestaan hebben. En als het water zo hoog gestaan heeft, moeten grote delen van Azië blank gestaan hebben. En dat is een onacceptabele conclusie voor revisionisten, die immers kritiekloos de standaard geologische modellen accepteren (en binnen die modellen is beslist geen plaats voor zo’n grote en zo’n recente catastrofe).

Anderzijds mag de overstroming niet te klein geweest zijn, om recht te doen aan de Bijbelse tekst (maar zoals we hierboven gezien hebben, doet eigenlijk geen enkele lokale vloed recht aan de tekst):

  • Het gebied moet zó groot geweest zijn, dat alle mensen zich erbinnen bevonden.
  • Het moet voor Noach nodig geweest een 150 meter lange Ark te bouwen. Als de vloed slechts regionaal was, had God hem (en de dieren) net zo goed de opdracht kunnen geven uit het gebied weg te trekken, net zoals Lot weg moest trekken uit Sodom. Alleen bij een wereldwijde zondvloed zou een Ark noodzakelijk zijn.
  • De vloed moet een jaar geduurd hebben (zeer ongebruikelijk voor waterrampen).

Overigens maakt de Bijbel heel duidelijk dat alle dieren omkwamen. Als de overstroming slechts lokaal was, kunnen veel dieren die op de grens van het ondergelopen gebied leefden de vloed overleefd hebben, door simpelweg een wandelingetje te maken richting het iets hoger gelegen gebied dat droog bleef.

.

4. Wanneer was de zondvloed?

Door de Bijbelse geslachtsregisters en chronologieën te combineren met archeologische dateringen van de ballingschap, valt te berekenen dat de zondvloed ongeveer 4500 jaar geleden plaatsvond. Dit plaatst revisionisten voor een dilemma: accepteren ze deze datering van de zondvloed, of niet? Beide opties zijn problematisch.

Revisionistisch model 3A: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond enkele duizenden jaren geleden plaats.

Wat was ook al weer de reden dat revisionisten Genesis moeten herinterpreteren? Oh ja! Ze accepteren kritiekloos de miljoenen jaren die aan de aardlagen en fossielen worden toegedicht. Ze twijfelen niet aan de dateringtechnieken waarmee die hoge leeftijden vastgesteld zijn. Het probleem is dat, volgens de dateringsmethoden die revisionisten accepteren, de mensheid zich lang vóór de zondvloed al over de wereld verspreid had. Zo zouden de Aboriginals 40.000 jaar geleden Australië al hebben bewoond (en dit is slechts één van de voorbeelden). Als dat zo is, kunnen de Aboriginals niet van Noach afstammen.

Revisionistisch model 3B: de vloed was slechts plaatselijk, maar alle mensen kwamen om. De vloed vond meer dan 40.000 jaar geleden plaats.

Om dat probleem te omzeilen, kiezen veel revisionisten ervoor de zondvloed te herdateren op meer dan 40.000 jaar geleden, zodat het nog steeds mogelijk is dat alle mensen van Noach afstammen. Maar om de zondvloed zo ver naar het verleden te schuiven, is het noodzakelijk om de geslachtsregisters in Genesis 11 extreem op de rekken. Genesis 11 vermeldt acht namen tussen Sem en Abraham. Revisionisten veronderstellen dat niet alle generaties zijn vermeld, maar dat er namen weggelaten zijn. En niet zomaar één of twee namen. Nee, vele honderden!

Het is echter niet waarschijnlijk dat het geslachtsregister in Genesis 11 gaten bevat, zoals in een toekomstig artikel uiteengezet zal worden. Het belangrijkste punt om nu te onthouden is dat revisionisten de Bijbelse tekst opnieuw naar hun eigen voorkeuren moeten herinterpreteren, om het in overeenstemming te brengen met de momenteel populaire theorieën.

Wat geldt voor de datering van de zondvloed, geldt ook voor de datering van de spraakverwarring. Er zijn echter goede argumenten voor een recente datering van de spraakverwarring (d.w.z. ongeveer 4000 tot 6000 jaar geleden) en tegen een datering van 40.000 jaar of langer geleden.

Conclusie

Christenen die de Bijbel in overeenstemming proberen te brengen met het idee van miljoenen jaren, moeten niet alleen Genesis 1 herinterpreteren. Ze komen ook in conflict met Genesis 2 (de schepping van Adam en Eva), Genesis 3 (de zondeval), Genesis 6-9 (de zondvloed), Genesis 11 (de spraakverwarring) en Genesis 5 en 11 (de geslachtsregisters).

De meeste revisionisten zien in dat het geloof in miljoenen jaren niet te verenigen is met een wereldwijde zondvloed, en proberen deze daarom terug te schalen tot een regionale gebeurtenis. Aan het idee dat niet alle mensen door de zondvloed omkwamen kleven grote theologische bezwaren, en de meest verstandige revisionisten kiezen dan ook voor een model waarin de zondvloed, ofschoon lokaal, tóch alle mensen uitroeide.

Maar ook dat model kent een aantal dodelijke problemen. Ten eerste kan het Hebreeuwse woordje erets (in alle Bijbelvertalingen terecht vertaald met ‘aarde’) gezien de context niet een beperkt gebied aanduiden. Ten tweede geeft Genesis 7:19 aan dat alle hoge bergen onder de ganse hemel onder water stonden, hetgeen overduidelijk aangeeft dat het om een wereldwijde overstroming gaat.

Ten derde is een al te kleine overstroming niet in overeenstemming te brengen met de Bijbelse omschrijving (alle mensen moeten in het gebied geleefd hebben, de noodzaak van een Ark, en de duur van de vloed). Ten vierde staan revisionisten voor een dilemma wat betreft de datering van de zondvloed.

Er is geen twijfel over mogelijk: de Bijbel spreekt over een wereldwijde zondvloed, en is daardoor onverenigbaar met de momenteel populaire ideeën over de extreme ouderdom van de aardlagen. Dat er een conflict is tussen wat de meerderheid der geologen zegt en wat de Bijbel zegt, betekent niet dat de Bijbel het bij het kortste eind heeft. Er zijn overtuigende aanwijzingen dat de aardlagen helemaal niet het product zijn van langzame (miljoenen jaren durende) processen, maar dat ze juist snel gevormd zijn, tijdens een gigantische overstroming: de zondvloed.

voorpagina openbaring a4

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

De heilige Charbel Makhlouf 

Standaard

categorie : religie

.

.

.

† 1898  Charbel Makhlouf

Charbel (ook Sjarbel; gedoopt JoessefMakhloef, Annaya, Libanon;

monnik; † 1898. Feest 24 juli & 24 & 25december.

.

.

.

Geografie

Ten noorden van Beyrouth, op 1600 m hoogte, bevindt zich Beqaa Kafra, het hoogstgelegen dorp van Libanon. Daar is het centrum van de Maronieten. Het zijn fiere, moedige en gastvrije mensen die sterk gehecht zijn aan hun christelijke overtuiging.

Sedert vele eeuwen vereren zij de H.Maagd Maria; ze bidden de Rozenkrans waar ze ook zijn: thuis, op het werk, op het veld. Ze hebben grote eerbied voor hun priesters. Als een Maroniet een priester ontmoet, kust hij zijn hand als uitdrukking van eerbied voor hem.

.

Youssef Anton Makhlouf

Youssef Anton Makhlouf is op 8 mei 1828 geboren, als vijfde kind van een arm gezin. Zijn ouders waren zeer vroom en godvrezend, inzonderheid zijn moeder, Brigitta. Zij vastte dikwijls. Vol genegenheid leerde zij haar kinderen de geloofswaarheden kennen en bracht ze elke avond samen voor het gezinsgebed. Ze ontbrak nooit in de dagelijkse H.Mis. Voor haar was dit het steunpunt van de dag. Ze ging ernaar toe met haar jongstgeborene in de armen.

Toen hij amper drie jaar was verloor Youssef zijn vader. Tanios, een oom aan moeders kant, deed zijn best om zijn zuster en de weeskinderen te helpen. Enkele jaren later besloot Brigitta opnieuw te huwen. Lahoud, de tweede man van Brigitta was zeer vroom. Hij nam het welzijn van het gezin ter harte. Hij droomde ervan priester te worden. Hij sprak erover met zijn vrouw. Zij stemde in. Na zijn studies werd hij priester gewijd. De orthodoxe godsdienst laat immers toe dat gehuwde mannen priester worden.

De jonge Youssef koesterde onmiddellijk genegenheid voor zijn stiefvader Lahoud. Toen deze priester werd kreeg hij de naam pater Dominicus. Hij nam het kind met zich mee overal waar hij ging om de mensen te helpen.

Als hij oud genoeg was werd hij zijn koorknaap en diende hem als hij de H.Mis opdroeg. Naast de dorpskerk werd er een school opgericht waar de jongens leerden lezen en schrijven, de H.Mis dienen en ze leerden er ook de H.Mis helemaal te zingen.

Naast zijn studies, moest de jonge Youssef de dieren hoeden en hij werkte op het veld. Zijn moeder leerde hem te bidden met het hart, maar ook bidden in de eenzaamheid. Hij nam de gewoonte zich terug te trekken in een grot, waar hij alleen was en waar hij bad voor een beeldje van O.L.Vrouw dat hij daar verborgen had. Aan de H.Maagd sprak hij zijn verlangen uit om in het voetspoor te treden van zijn twee ooms van moeders zijde, Augustin en Daniël die monniken en asceten waren. Vaak bracht hij hun een bezoek in het klooster en bad er met hen. Hij bewonderde hun leven van onthechting en volkomen overgave aan God.

Mariam, een jong meisje uit de buurt en zelfs een verre verwante van Youssef, werd verliefd op hem. Soms volgde ze hem ongemerkt tot aan de grot en sloeg hem gade terwijl hij in gebed verzonken was. In stilte leed ze eronder dat hij zo onthecht was aan het wereldse. Ze begreep dat hij zijn liefde enkel aan God zou geven. Het jonge meisje had de echte betrachting van Youssef begrepen.

Op de leeftijd van 23 jaar verliet Youssef zijn huis,’s nachts in het geheim, zich bewust dat zijn omgeving niet opgetogen zou zijn met zijn keuze. Zijn stiefvader en zijn oom rekenden op hem voor het werk op het veld en zijn moeder had twijfels in verband met zijn roeping. Mariam hield van hem en zijn broers en zussen verkozen dat hij bij hen bleef.

Om die reden nam Youssef afscheid van hen in de stilte van zijn gemoed. Zonder dat iemand het wist, ondernam hij een verre tocht naar het heiligdom van O.L.Vrouw van Mayfoug. Hij had besloten daar zijn eerste jaren noviciaat te doen.

Na enige ontreddering wegens het plotse vertrek van Youssef, gingen zijn oom Tanios en zijn moeder naar het klooster van Mayfoug om hem te overreden naar huis terug te keren. Maar dit bleek vergeefse moeite. Hij wilde monnik worden. Tenslotte zei zijn moeder:” Als je een slechte monnik wil worden, kom dan direct naar huis! Maar als je roeping van God komt, word dan een heilige.”

De jonge man was echter meer dan ooit overtuigd van zijn levenskeuze. Hij bleef in het klooster en kreeg de naam Charbel. Die naam verwijst naar een martelaar uit de tweede eeuw. Om God nog beter te dienen en Zijn Wil te doen, wijdde hij zich nog meer aan gebed en vasten, aan gehoorzaamheid en versterving.

Na dit eerste jaar noviciaat begaf de jonge Charbel zich naar het klooster van de heilige Maron (behoeder van de katholieke orthodoxie). Hij deed er zijn eeuwige geloften. Hij begon toen uitsluitend binnen de kloostermuren te leven. Het was aan vrouwen niet toegelaten er binnen te komen, zelfs niet aan familieleden. Zo kwam Brigitta, zijn moeder op zekere dag naar het klooster op bezoek bij haar zoon.

Maar ze kreeg hem niet te zien. Ze kon enkel zijn stem van achter de tralies horen en zei hem:

”Mijn jongen, wat doe je? Steek je je weg voor mij?”

“ Moeder, antwoordde Charbel, als God het wil, zullen we mekaar ontmoeten in de eeuwigheid en we zullen voor altijd verenigd zijn.”

.

Zijn leven als kluizenaar

Na zijn theologiestudies in het klooster van St Kobrianous en St Justin te Kfifan( Batroun), werd Charbel op 23 juli 1859 te Bkerkg priester gewijd.

Toen hij naar de stad Annaga werd gestuurd, kwamen alle familieleden en veel mensen uit zijn dorp daarheen.

Zij ontvingen er zijn zegen. Zo kwamen ook zijn oom Tanios en zijn oude moeder daar naartoe. Ook Mariam die intussen gehuwd was en vele anderen. Ze kusten zijn hand vol eerbied en vroegen hem naar het dorp te komen en er de H.Mis op te dragen. Maar hij weigerde. Hij was er zich van bewust dat de monnik die zijn klooster verlaat, het risico loopt de onthechting aan de voormalige levenswijze te schaden.

Onder leiding van zijn geestelijke leidsman, pater Hardini, wijdde hij zich aan de studie van de Heilige Schrift om zo te groeien in heiligheid. Hoe meer hij afstand nam van het leven, hoe meer zijn innerlijk leven groeide in eenheid met God.

Dit alles ging niet vanzelf. De duivel, de eeuwige vijand van de mens, kwelde hem voortdurend. Maar hij doorstond de pijnen, zuchtend en op de tanden bijtend. Wanneer de aanval van Satan voorbij was, herwon hij ogenblikkelijk zijn serene, onthechte ingesteldheid.

Charbel leidde een steeds ascetischer leven. Hij werd een voorbeeld van armoede, droeg de meest versleten kledij, altijd dezelfde en at geen vlees.

Op het veld deed hij het lastigste werk. Wanneer hij geld ontving om H.Missen op te dragen, gaf hij het onmiddellijk af aan zijn oversten, zonder zelfs te weten wat hij gekregen had. Hoewel hij voortdurend in de stilte leefde, in onthechting aan de wereld, kende men hem als een iemand die vol respect en liefde voor de medemens was.

Wanneer hij biecht hoorde, bleek dat hij de gave had om in de harten van de mensen te zien. Hij gaf strenge penitenties voor het herstel van de zonden, terwijl hij de biechteling met respect en liefde hielp om zijn levensstijl tegenover God en de naaste te verbeteren.

Op een zekere dag werd Charbel opgeroepen bij een zieke knaap. Hij begreep onmiddellijk dat het levenseinde van de jongen nabij was. Hij nam zijn biecht af en bereidde hem voor om sereen in Gods barmhartige Liefde te sterven. Naar verluidt heeft Charbel een andere jongeman genezen van typhus.

Bij een brutale aanval van de Turken werden 14.000 christenen samen met hun priesters gemarteld en gedood. Urenlang bleef hij geknield voor het tabernakel, bewegingloos, om God te bidden om hulp voor zijn volk. Hij smeekte de H.Maagd Maria om voorspraak bij haar Zoon om Libanon te redden.

.

Zijn toewijding aan de Moeder Gods was bekend.

Vaak zei hij : “ Als je wil dat je ziel gered wordt, bid dan tot de H.Maagd Maria opdat Zij voor jou ten beste spreekt. Zij zal je heil waarborgen.”

Na zestien jaar kloosterleven met de andere monniken, vroeg Pater Charbel de toelating om afgezonderd als kluizenaar te leven. Gedurende 23 jaar leefde hij in onthechting, strijdend tegen de zonde en tegen elke gedachte die niet op God was gericht. Hij at slechts éénmaal per dag en at slechts één soort voedsel tegelijk. Hij gebruikte geen vlees noch fruit.

Hij sliep ongeveer drie à vier uren per nacht op een schamele strozak op de grond; een houtblok diende als hoofdkussen. Hij kreeg toelating om in zijn cel slechts over een kan met water te beschikken. Tijdens zijn kluizenaarschap ging hij door met  eenvoudige en lastige handenarbeid. Hij bad veel. Om 11u , elke dag, droeg hij de Heilige Mis op. Die duurde drie uren. Daarna gebruikte hij zijn armoedige maaltijd. Als hij iets moest zeggen aan zijn confraters, sprak hij op gedempte toon en met weinig woorden. Hij stapte in stilte, met neergeslagen blik, terwijl hij de Rozenkrans of andere gebeden bad.

Anekdotes van zijn levensstijl

Op zekere dag kwam zijn broer op bezoek. Pater Charbel liet zijn broer binnenkomen, na toestemming van de overste, en stelde hem twee korte vragen: “ Hoe gaat het met de ganse familie? En beleven jullie de geboden van God?” Hiermede was het onderhoud afgelopen.

De kluizenaar gebruikte ook niet veel woorden als andere monniken hem kwamen bezoeken. Hij ontving hen met een glimlach die hun welkom betekende en zonder verder omhaal stak hij hun de biografie van een heilige in handen. Daarna wees hij hun een passage aan die ze moesten lezen als spirituele aansporing.

Verscheidene mensen kunnen getuigen dat Pater Charbel nooit een dier heeft gedood, zelfs niet als het om gevaarlijke dieren ging. In de wijngaard van het klooster vonden de monniken eens een grote giftige slang. Vol schrik riepen zij de kluizenaar te hulp. Hij kwam, stond recht tegenover de slang en terwijl hij zijn wijsvinger vooruit richtte, zei hij op kalme toon: “ Verdwijn van hier!” de slang kronkelde even en kroop weg in de richting die hij had aangewezen! Dit gebeurde volgens de manier van denken van de heilige. “Het behoort mij niet toe, maar alleen God, de Schepper, om al dan niet een slang van het leven te beroven.”

De overste van de kluizenarij, die vaststelde dat de lucht verduisterde door miljoenen dreigende sprinkhanen, vroeg aan Pater Charbel onmiddellijk water te wijden. Hij wijdde het en overal waar dit wijwater werd gebruikt waren de velden gered. Later hebben de bewoners van de nabij gelegen dorpen de gewoonte aangenomen wijwater van de Kluizenarij te gebruiken om ongedierte ( ratten, vossen) en ook muggen en andere schadelijke insecten te verdrijven.

Bij de christenen en de moslims was het vertrouwen in de macht van de wonderdoener, pater Charbel, zeer groot.

De genezing van een gevaarlijke mentaal zieke toont dit aan. Met veel moeite en met de hulp van verscheidene sterke mannen werd de zieke man tot aan de ingang van het klooster gebracht. Toen ze daar aankwamen was hij woest, hij beet, hij sloeg en schreeuwde en wou niet naar binnen. Maar toen de rijzige gestalte van de Kluizenaar aan de deur verscheen, knarsetandde de gekke man en hij snakte naar adem. Daarna werd hij rustig en liet zich naar de kapel leiden waar pater Charbel het Evangelieboek op zijn hoofd legde. Hij las er een bladzijde uit voor en de man was volkomen genezen.

.

De dood van de Kluizenaar

De laatste week van zijn leven lag hij vol pijn op een strozak op de grond. Ondanks het lijden en met de dood voor ogen, bad hij zonder ophouden. Hij weigerde versterkend voedsel en wilde trouw blijven aan zijn vroegere gelofte. In de heilige nacht even voor Kerstmis, na het sacrament van de zieken te hebben ontvangen, is hij gestorven om voor eeuwig in Gods Liefde opgenomen te worden.

Wenend droegen zijn medebroeders zijn lichaam op hun schouders. Stappend doorheen de tuin die met een laagje verse sneeuw was bedekt, brachten  ze hem binnen in de ijskoude kapel. Ze legden hem vóór het altaar en staken vier kaarsen aan. Bevend van de koude en helemaal verkleumd, hielden ze de hele nacht de wake bij de afgestorvene.

’s Anderendaags wikkelden zij het lichaam in een laken en begroeven het, zonder kist, in de grond van het kerkhof van Annaga, dat aan de kluizenarij paalt. Vijf maanden later werd een schitterende lichtstraal gezien tussen de begraafplaats van Pater Charbel en de kapel. De overste was hierover niet verbaasd. Hij wist dat pater Charbel reeds tijdens zijn leven een heilige was. Hij gaf opdracht het lichaam te ontgraven. Tot ieders verbazing bleek het lichaam ongeschonden.

Het laken was doordrenkt met een rooskleurig vocht dat op bloed geleek. Het leek alsof pater Charbel niet dood was, maar ingeslapen. Het lichaam was niet stijf maar soepel en beweeglijk alsof hij levend was. Ze trokken hem verse kleren aan. Kort daarna waren die kleren ook doordrenkt met hetzelfde eigenaardige vocht. Deze feiten konden niet onopgemerkt of onbesproken blijven. Weldra kwamen de mensen van overal toegelopen.

Er volgden toen tal van genezingen en duizenden bekeringen, en dit niet alleen bij de christenen.

Teneinde het lichaam te onttrekken aan de soms opdringerige mensen, legde men het in een stenen graf. Kort daarop begonnen de wanden van het graf bloederig zweet af te scheiden.

In 1927 werd een nieuwe opgraving bevolen. Opnieuw vond men een ongeschonden lichaam, soepel, dat hetzelfde mysterieus vocht afscheidde. Vanuit het klooster zond men een brief aan Paus Pius XI met verzoek tot zaligverklaring van Pater Charbel. Toen werd hij een derde maal begraven in een nieuwe graftombe.

.

Talrijke genezingen

Er werden talrijke genezingen door toedoen van de heilige uit Libanon vastgesteld. We staan even stil bij twee gevallen die met het oog op de zaligverklaring door de geneesheren nauwgezet onderzocht werden.

Het eerste geval betreft de plotse genezing van zuster Marie Abel Kamani. Door een landurige ziekte kon ze zich enkel in een rolstoel verplaatsen. Nadat ze het “ vocht” dat door de stenen wand van het graf naar buiten drong, had aangeraakt, was zij in staat uit haar rolstoel op te staan. Al 14 jaar leed zij aan de maag. Haar pancreas, blaas en nier waren aaneengekleefd en werkten bijna niet.

Ze moest dikwijls overgeven en ze was graatmager. Haar rechter arm was verlamd. Ondanks twee operaties voelde ze dat ze weldra zou sterven. Maar nadat ze het “ vocht” op de wand van het graf van Pater Charbel had aangeraakt, was ze ineens helemaal genezen. Toen de klokken luidden om dit heugelijk feit te verkondigen, was er ook een moslim naar de kerk gekomen; hij verklaarde meteen dat hij christen wilde worden. Hij zei tegen de genezen zuster:”uw genezing heeft me teruggebracht tot het christendom. Eigenlijk was ik naar hier gekomen om te genezen van mijn doofheid, maar God heeft mij geestelijk licht gegeven.”

De andere genezing betreft de heer Iskander Obeide die opnieuw kon zien nadat hij het graf van de heilige had bezocht. Nadat hij uit één oog blind was geworden, had hij vaak tot de heilige Charbel gebeden. Deze verscheen hem ‘s nachts in een droom en zegde hem zich naar zijn graf te begeven. Hij zou pijn voelen maar ook genezen. Toen hij daar aankwam, voelde die man een brandende pijn in zijn oog en toen hij zijn oog opende kon hij opnieuw zien.

Het nieuws over de buitengewone genezingen en bekeringen van vele mensen die het graf van Pater Charbel bezochten, ging tot ver over de grenzen van Libanon. Steeds meer mensen gingen er op bedevaart om meer van zijn leven te weten te komen en om zijn voorspraak te bekomen. Een jong meisje, Hosn Mohair had van toen ze nog klein was een been dat 5 à 6 centimeter korter was dan het andere. Hierdoor liep ze erg mank. Ze begaf zich naar Annaga en bracht wijwater en wat aarde, die ze nabij het graf van de heilige had genomen, mee naar huis. Met dit water en die aarde begon ze haar gebrekkig been te masseren. Haar verwanten probeerden haar daar vanaf te brengen omdat ze na verloop van enkele dagen geen enkel resultaat bespeurden. Maar het meisje was zo gedreven door een vast vertrouwen dat ze doorzette…. en stilaan werd het gebrekkige been langer tot het even lang was als het andere. De overheidspersonen van het dorp die tot de Druzen behoorden, kende haar persoonlijk. In 1950 verstrekten zij beëdigde verklaringen om dit wonderbare feit te bevestigen.

In de jaren 1950 werd het graf meerdere malen geopend. Eminente specialisten onderzochten het lichaam. Na meer dan een halve eeuw bleek het nog onaangetast. Er was geen enkel spoor van ontbinding en het was bedekt met een rooskleurig vocht, wat medisch onverklaarbaar was. Veel mensen die naar het graf kwamen werden genezen, niet alleen fysisch maar ook spiritueel.

Het nieuws over de talrijke mirakelen verspreidde zich als een lopend vuurtje. Er bestaat ook een miraculeuze foto. Deze kwam er tijdens één van de verschijningen van de heilige Charbel. Op die wijze kregen de komende generaties een duurzaam portret van de heilige.

Scapulier

Het scapulier van Sint Charbel (heeft de macht duivels te verdrijven).

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

Diversen in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bijbel vs. andere geschriften

 

 

Hoofdstuk 1,2 en 3

Hoofdstuk 1,2 en 3 van de Openbaring

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wat moeten we met boeken als De Da Vinci Code? Op zich kunnen we daar kort over zijn. Het gaat bij dit soort hypes meestal om ongefundeerde verzinsels. Er zijn geen historisch betrouwbare bronnen waaruit blijkt dat Jezus een liefdesrelatie had met Maria, laat staan dat ze getrouwd waren of kinderen hadden. Het evangelie van Judas? Of één van de vele andere ‘gnostische evangeliën’, zoals die van ‘Thomas’, ‘Philippus’, ‘Maria’ of ‘de waarheid’? Gnostisch betekent ‘speciale kennis’. Het zijn meningen en denkbeelden van bepaalde sekten en groeperingen. Ze baseren hun beweringen op een enkel manuscript, of zelfs enkele fragmenten, die niet ondersteund worden door historische feiten. Van de Bijbelse geschriften zijn echter tienduizenden kopieën en fragmenten gevonden en ze worden ondersteund door vele historische en archeologische bevestigingen.

 

 

 

Andere godsdiensten

 

En andere godsdiensten dan, die zijn toch net zo goed? Leiden de heilige boeken van christenen, moslims, boeddhisten en hindoeïsten niet naar dezelfde God? De Bijbel is het enige boek waar geen wetenschappelijke fouten in staan. De God van de Bijbel is persoonlijk, komt naar mensen toe, doorbrak de macht van de dood en geeft echte vrijheid van elke soort ziekte en verslaving. Mohammed was geen Allah, Boeddha was geen God, Jezus beweerde God te zijn. Jezus is de enige die deze claim waar kan maken, dat kun je aan den lijve ondervinden. Was hij een leugenaar, een goed mens, gek, of God?

 

 

 

De Bijbel is in veel opzichten beter dan andere geschriften:

 

– Enuma Elish, het Babylonisch scheppingsverhaal,  beschrijft een schepping uit bestaand materiaal. De Bijbel verklaart dat  tijd en ruimte een begin hebben zoals de wetenschap beweert.

– Het Gilgamesh epos met het Babylonische zondvloedverhaal is wetenschappelijk zwak. De Bijbel is veel gedetailleerder en correcter. Andere zondvloedverhalen zijn vaak absurd en niet serieus te nemen. (Eén man in een kano, of een boot in de vorm van een kubus)

– De lang levende koningen in Kish gevonden op Sumerische kleitabletten. Ze zouden 10.000 tot 64.000 jaar geleden hebben geleefd. Toen de Babylonische tradities nader bekeken werden bleek dat er gebruik gemaakt werd van verschillende getallenstelsels (10-tallig en 60-tallig). Na omrekening bleken jaartallen tot op 200 jaar nauwkeurig aan te sluiten op de Bijbelse verslagen.

 

 

 

De Bijbel en oudheidkundige ontdekkingen

 

– Ur, de stad waar Abraham vandaan kwam, is opgegraven.

– Ook Nineve en andere Bijbelse plaatsen zijn gevonden.

– Gebruiken, transacties en benamingen van bvb. Hethieten en Egytenaren kloppen met hun eigen geschriften.

– Met de Dode Zeerollen kon de overschrijffout van de 70 mensen van Jakob worden hersteld (Gen.46:27 – Han.7:14 – het waren er 75). Maar vele andere feiten worden bevestigd door de Dode Zeerollen, alleen al het bijna complete boek van Jesaja. De manuscripten waar onze huidige Bijbel op gebaseerd is, zijn zo nauwkeurig overgeschreven dat er nauwelijks verschillen te bespeuren zijn met de 1000 jaar oudere Dode Zeerollen.

– De wetten die Mozes opschreef zijn duidelijk van één schrijver, gedateerd op 1500 voor Chr.

– De plagen die over Egypte kwamen, beschreven in het boek Exodus, pakken elk een godheid van het oude Egypte aan. Ze waren een voorbode van wat we nu weten van de oude Egyptische cultuur.

– Tempels van heidense goden die in de Bijbel genoemd worden, zijn gevonden.

– Uitspraken in het oude testament komen overeen met uitspraken uit niet-Bijbelse geschriften van die periode.

– Jesaja 20:.  Het bestaan van koning Sargon van Assyrië is lang betwist. Nu is zijn paleis gevonden in Khorsabad.   Men vond een muurschrift en een bibliotheek waarin de strijd tegen Asdod wordt genoemd.

– Het bestaan van Koningen Sanherib en Nebuchadnezzar is bevestigd.

– Geschriften van Ezra en Nehemia over de koningen en gebeurtenissen van die tijd zijn bevestigd.

– De kritiek op de volkstelling door Quirinius (Jozef en Maria naar Betlehem) is weerlegd. Quirinius was twee maal aan het bewind.

– De meest aangevallen boeken (Torah, Ezra/Nehemia, Lukas) worden door een overweldigende hoeveelheid feiten bevestigd, zowel door andere geschriften uit die tijd, als archeologische opgravingen.

 

 

 

De Bijbel en menskunde

 

– Talen nemen af in complexiteit. Oude talen waren veel complexer. Dat is een bewijs dat mensen vroeger intelligenter en vindingrijker waren, zoals je in een Bijbelse wereldvisie zou verwachten.

– Taalgroepen zijn niet terug te brengen tot één groep, wat de verwarring van talen bij Babel (Genesis 11) onderbouwt.

– De oudste gebouwen die we kennen, zoals bijvoorbeeld piramides en tempels, zijn zo knap gebouwd dat ze wel door hoog intelligente mensen gebouwd moeten zijn. Er zijn geen aanwijzingen dat mensen vroeger primitiever waren. Dat er ooit holbewoners waren die stenen gereedschappen en houtvuurtjes gebruikten zegt op zicht niets. Er zijn vandaag de dag nog stammen die zo leven.

– De curve van bevolkingsgroei is zodanig dat het Bijbelse verhaal van acht mensen na de zondvloed heel aannemelijk is.

 

 

 

Geboden en verboden alleen voor de Joden?

 

– Zijn de geboden en verboden van de Joodse wet achterhaald? Neen want Exodus, Leviticus en Numeri zijn juist heel erg actueel. In de middeleeuwen waren er veel ziektes, maar de Joden in Straatsburg bleven gezond. Lepra, pest en geslachtsziekten werden goed behandeld: quarantaine, wassen, verbranden van kleren, uitwerpselen buiten het kamp begraven, nagels knippen en laten horen dat je ziek bent.

– In een kraamkliniek in Wenen (1840) werkte een Hongaarse dokter, Ignaz Semmelweis. Hij liet artsen hun handen wassen na lijkschouwingen, waardoor het sterftecijfer onder zwangere vrouwen drastisch daalde.

– Regels voor gezond leven in het OT waren zeer goed en hun tijd ver vooruit.

– De reine dieren waren precies de dieren die in dat klimaat geschikt waren voor consumptie of nodig waren voor het biologisch evenwicht. Alle wetten eromheen gaven de juiste instructies voor het omgaan met vlees. De besnijdenis werd op de 8e dag gedaan. Alleen op die dag is de bloedstollingswaarde 110%. Onder besneden mannen en hun vrouwen komen bijna geen geslachtsziekten voor.

– Exodus 20: 8-10 schrijft een dag in de week rust voor. God zelf rustte op 7e dag

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Maria, de moeder van Jezus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Maria, de moeder van Jezus

 

Maria was de vrouw van Jozef en de moeder van Jezus Christus, die in haar verwekt was door de Heilige Geest toen ze maagd was. Ze wordt vaak genoemd de ‘Maagd Maria’ hoewel nergens in de Bijbel deze twee woorden bij elkaar staan als een echte naam (Matt. 2:11; Matt. 1:23; Luk. 1:27; Hand. 1:14). Er is weinig bekend over haar persoonlijke geschiedenis. Ze was uit de stam van Juda een rechtstreekse afstammelinge van David (Psalm 132:11; Luk. 1:32). Door haar huwelijk was ze familie van Elisabet, die een afstammelinge was van Aaron (Luk. 1:36)

 

Levensloop van Maria

 

Volgens de geslachtsregisters in de evangeliën stammen Maria zowel als Jozef allebei af van David. Hiermee werd aan de voorwaarde voldaan dat volgens de profeten van het Oude Testament de Messias, die God zou sturen, uit het Huis van David zou komen. Het Nieuwe Testament vermeldt dat Maria nog niet samenwoonde met Jozef maar wel verloofd was, toen ze zwanger werd en dat ze nog geen geslachtsgemeenschap hadden gehad. Maria was dus nog een maagd. Volgens de christelijke theologie is Jezus in de schoot van Maria ontvangen door de kracht van de Heilige Geest. De verloving gaf in het jodendom reeds de rechten in het huwelijk. Toch bleef de bruid in het ouderlijk huis wonen, totdat de bruidegom haar plechtig zijn woning binnenleidde. Hiermee werd het huwelijk als voltrokken beschouwd.

Het evangelie van Matteüs beschrijft dat na de geboorte van Jezus, Jozef en Maria niet in Bethlehem bleven en ook niet naar Nazareth terugkeerden, maar naar Egypte vluchtten. Jozef was volgens dit evangelie namelijk via een droom gewaarschuwd, door een engel, dat koning Herodes, de aanstaande koning der Joden wilde vermoorden uit angst voor zijn eigen troon. Deze beging daartoe de kindermoord van Bethlehem. Na de dood van Herodes keerden Maria en Jozef terug naar Nazareth.

Hier groeide Jezus op onder de hoede van Maria en Jozef. Hij werd opgevoed in de joodse leer en leerde waarschijnlijk ook het beroep van zijn vader: timmerman. Jozef stierf volgens de traditie echter al op vrij jeugdige leeftijd, Maria als weduwe achterlatend. Bij het openbare optreden van Jezus wordt Maria nog dikwijls genoemd en ook bij de dood en verrijzenis van Jezus is zij aanwezig. Vervolgens zou ze nog aanwezig zijn geweest bij enkele vergaderingen van de apostelen.

Over haar verdere leven zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 na Christus zijn overleden in Jeruzalem of Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Thomas. Toen deze arriveerde was Maria’s lichaam al begraven en om haar toch eer te bewijzen bezocht Thomas in zijn eentje haar graf. Volgens de traditie zou Thomas toen de tenhemelopneming van Maria hebben gezien. Daarbij zou hij van Maria haar gordel hebben gekregen. De overige apostelen geloofden dit niet totdat hij hen de gordel toonde en het lege graf. Een opmerkelijke omkering van de situatie toen Thomas als enige apostel aanvankelijk niet geloofde in de verrezen Christus!

 

 

De Heilige Maria

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

De heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd

 

Maria is haar naam. Gezegende onder de vrouwen wordt ze genoemd. En alle geslachten zullen haar voortaan gelukkig prijzen. Maria mag een naam hebben! Ze mag er zijn. De moeder van Jezus .

Nu heeft Maria onder rooms-katholieke christenen een heel bijzondere plaats gekregen. Zij aanbidden Maria en verwachten veel van hun gebed tot haar. Zo hebben zij van Maria meer gemaakt dan de Bijbel doet. Want Maria was een mens zoals wij en haar komt geen goddelijke eer toe. Maar zijn gereformeerde christenen misschien niet in het andere uiterste vervallen? Lopen zij niet het gevaar dat ze maar met een boogje om Maria heenlopen, uit angst dat ze haar te veel aandacht en zo te veel eer zouden geven? En maken zij zo niet minder van Maria dan de Bijbel doet?

Gods werk op aarde krijgt gezicht in Maria, zoals het werk van God op aarde gezicht heeft gekregen in een lange rij van mannen en vrouwen die we tegenkomen in de bijbel: Abraham, Mozes, Elia, Rachab, Ruth, Debora. Zij zijn allemaal geloofsgetuigen. In het concrete leven van al deze vrouwen en mannen, die in de bijbel een naam mogen hebben, is zichtbaar geworden wat God met mensen kan doen. Ook Maria hoort thuis in de lange rij geloofsgetuigen.

En in de lijn van Hebreeën 11, dat hoofdstuk waar al die geloofsgetuigen de revu passeren, zou over Maria gezegd kunnen worden: ‘Door het geloof heeft Maria, toen ze geroepen werd om de moeder van Jezus te zijn, vol overgave geantwoord: De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ En daarom gaat deze preek over een jonge vrouw met de naam Maria. We prijzen haar gelukkig omdat we ook in haar leven ontdekken wat God met mensen kan doen.

 

 

De roeping van Maria

 

Maria wordt geroepen om de moeder van de Messias te zijn. En de hemel zelf komt haar dat vertellen. Want het is heel bijzonder wat hier gebeurt. Nadrukkelijk staat er in vers 26 dat de engel Gabriël door God werd gezonden. Als er engelen optreden in de bijbel is het meestal zo dat ze er gewoon zijn. Maar bij de roeping van Maria wordt er nadrukkelijk bij gezegd: ‘In de zesde maand zond God de engel Gabriël.’ Eerst staat hij dus nog in de hemel, waar de heerlijkheid van de Heer is, en waar Gabriël staat voor Gods aangezicht. Zo valt er een duidelijk accent op de plaats waar de engel vandaan komt.

En daarmee wordt ook het contrast met de plaats waar hij heengaat extra scherp neergezet: de engel Gabriël gaat vanuit de hemel, nu niet naar de tempel, waar een eerbiedwaardige priester zijn werk doet, maar naar een klein stadje waar een volslagen onbekend meisje woont die ondertrouwd is met een al even onbekende man. Lucas moet ze allemaal nog aan ons voorstellen. De provincie is Galilea en het stadje is Nazaret, dat onbekende meisje heet Maria, en die onbekende man heet Jozef.

Zo leidt Lucas het roepingsverhaal in. Een engel uit de hemel Gabriël brengt een blijde boodschap aan Maria.  Het eerste woord van de engel is een heel ander woord. Het is een groet, maar geen gewone. ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ De groet is heel bijzonder omdat de vrouw tot wie de engel zich richt heel bijzonder is. En dat wil de engel direct zeggen: al bij voorbaat eert Gabriël Maria om wat hij haar straks mag gaan zeggen. Namens heel de engelenwereld spreekt Gabriël een gelukwens uit.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd.’ Maria valt een heel bijzondere genade ten deel. Maar het is wel genade en daaruit blijkt dat ook Maria niet zonder zonde heeft geleefd. Maria wordt door God ‘de onbevlekte Ontvangenis’ die de Messias zal baren. Jezus moet geboren worden uit een zondeloos lichaam. Alle zonden van Maria worden uit haar leven gewist. Maria wordt op dat moment de perfecte mens, zoals Eva was in het paradijs voor de zondeval. Maria krijgt een heel unieke plaats in Gods plan, een heel unieke plaats binnen het volk van de Heer.

‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Zo maakt Gabriël zijn bijzondere groet af. ‘De Heer is met je.’ Dat betekent dat God zegenend tegenwoordig is in het leven van Maria. Want Maria moet een zware taak vervullen die ze alleen niet kan volbrengen. Dat gaat Gabriël zo dadelijk vertellen. Maar hij zegt al bij voorbaat: ‘De Heer zal je op een bijzondere manier helpen. De Heer zal je zegenen en beschermen.’

Maria voelt heel goed aan dat dit geen gewone groet is. We leren Maria kennen als een vrouw die over dingen nadenkt. Maria heeft wat met woorden. Ze luistert er heel intens naar en ze overweegt ze. Zo is Maria een voorbeeld voor iedereen die wil leren wat mediteren is over het Woord van God. Zo vraagt Maria zich af wat deze groet uit de hemel betekent. Haar gedachten gaan in een denkrichting van verbijstering en de confrontatie dat zij de beloofde Messias op de wereld zal brengen. Heel haar leven wordt op de kop gezet. De mensen zullen denken en praten, want Maria is nog niet getrouwd. En wat zal Jozef zeggen? Maria zal haar eigen leven moeten opgeven!

 

 

 

Waarom Maria weent!

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De overgave van Maria

 

Maria vraagt aan de engel hoe dat wel kan want Jozef is nog niet haar man. Het antwoord van de engel is duidelijk: ‘Het Koningskind dat zij verwacht het is een wonder van Gods kracht.’ En als Maria dat heeft gehoord, maakt haar vragende houding plaats voor een dienende houding uit overgave. Maria heeft het woord van God dat door de dienst van de engel Gabriël tot haar is gesproken, gehoord en overwogen in haar hart. En ze geeft gehoor aan de roeping die op haar afkomt.  ‘Amen’ zegt ze op het Woord van God.

Bij Maria zou je kunnen verwachten dat ze reageerde op de boodschap van de engel met een lach waarin spot en ongeloof doorklinken. Maar Maria lacht niet. Maria overweegt de woorden in haar hart en zegt: ‘De Heer wil ik dienen.’ Ze lijkt op haar Zoon die nog geboren moet worden. Maria gaat leven in de navolging van Christus, die zichzelf overgegeven heeft om ons te redden.  In deze overgave van Maria zien we ook werkelijk dat de Heer met haar is. .

 

 

Het geloof van Maria

 

Maria eindigt haar antwoord op haar roeping met de woorden: ‘Laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Maria moet geloven dat uit haar door de Geest de Messias zal worden geboren, het vrouwenzaad dat al zo lang geleden was beloofd. Zij moet geloven dat dat kan, want bij God is niets onmogelijk. Zij moet geloven dat wat in haar leven gebeuren gaat de voortzetting is van het werk dat God in het Oude Testament begonnen is.

Maria’s  geloof komt van de Heilige Geest. Hij komt over haar en zal haar ‘als een schaduw bedekken’ dat iets blijvend is. God maakt van haar lichaam en van haar ziel in de meest letterlijke zin de tempel van de Heilige Geest. Het geloof van Maria komt van de Heilige Geest die het in haar hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie.

Hoe anders was het bij die andere jonge vrouw aan het begin van het Oude Testament, Eva. Bij haar zien we het ongeloof en zelfzucht. Bij haar zien we een onheilige geest die wakker wordt geroepen door de satan. Maria is de vrouw van het geloof. Eva, de vrouw die haar eigen wil doorzette en koos voor de zonde en de dood. Maria, die koos voor het heil en het leven door te zeggen: ‘Laat met mij gebeuren,  uw wil geschiede.’

Maria was een gezegende onder de vrouwen en alle geslachten prijzen haar gelukkig om de grote dingen die God in haar leven heeft gedaan. Maar tegelijk staat zij model voor alle christenen in alle tijden. Maria was ontvankelijk voor het Woord van God en voor het heil van God en voor de Zoon van God. Ze heeft de deur niet voor de neus van de engel dicht gegooid. Maar vol overgave en geloof heeft ze ‘Amen’ gezegd op de roepstem van God.

 

 

Hoe schetst het Nieuwe Testament ons Maria?

 

Als een vrouw die vele bevreemdende dingen meemaakte in haar leven en dat alles ‘in haar hart bewaarde’ (Lucas 2:19, 51). Ze had een open, verwachtingsvolle grondhouding en daarbij een enorm geloofsvertrouwen.

Op verschillende plaatsen zien we dat Maria en Jozef een vroom leven leidden. Jozef werd rechtvaardig genoemd (Mattheüs 1:19). Na de geboorte van het kind gingen de ouders naar de tempel om er een offer te brengen. Jaarlijks maakten ze ook de pelgrimage naar Jeruzalem (Lucas 2:41). Van Jozef horen we daarna niets meer, maar dat Jezus broers en zussen had wordt meerdere keren gezegd.

Het moet voor Maria niet makkelijk zijn geweest om te zien hoe haar zoon zijn eigen weg ging. Kennissen maakten schampere opmerkingen over haar zoon (Mattheüs 13:55, Marcus 6:3). En daarnaast nam Jezus soms scherp afstand van zijn familie (Lucas 8:19-21). Frappant is daarom misschien wel vooral dat Maria desondanks steeds volgend aanwezig bleef. Zoals bij de bruiloft in Kana al zichtbaar werd, handelde Jezus op eigen wijze. Dat weerhield Maria er niet van om op kenmerkende moederlijke wijze raadgevingen te doen en aanwijzingen te geven. Ze kende haar zoon.

Ook later is ze aanwezig, als Jezus wordt gekruisigd. Volgens Johannes was zij een van de drie Maria’s aan de voet van het kruis (Johannes 19:25).

Handelingen vertelt bovendien dat Maria bij de discipelen was in de weken tussen Pasen en Pinksteren. Samen met haar andere zonen wachtte ze in Jeruzalem vurig biddend op de komst van de Heilige Geest (Handelingen 1:14).

 

 

Maria Domina Animarum

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Tien deugden van Maria volgens de traditie

 

Zuiverheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 1,34-38:

De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.

 

 

Wijsheid

 

Overweging van het evangelie naar Lucas, Lc 2,19-20:

Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na. De herders keerden terug. Zij verheerlijkten en loofden God om alles wat zij hadden gehoord en gezien; het kwam overeen met wat hun was gezegd.

 

 

Deemoed

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,38:

Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’

 

 

Geloof

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,45:

Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan.

 

 

Toewijding

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 1,46-47:

Met heel mijn hart roem ik de Heer, met al mijn adem juich ik om God, mijn redder.

 

 

Gehoorzaamheid

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,22-23:

Toen de tijd gekomen was dat zij zich volgens de wet van Mozes moesten reinigen, brachten ze Hem naar Jeruzalem om Hem aan te bieden aan de Heer, zoals in de wet van de Heer geschreven staat: Al het mannelijke dat de moederschoot opent, zal de Heer worden toegewijd.

 

 

Armoede

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,6-7:

Terwijl ze daar waren kwam voor haar de tijd dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon, haar eerstgeborene; ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voerbak, omdat er geen plaats voor hen was in het gastenverblijf.

en Lc 2,12:

Dit is het teken voor u: u zult een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt.

 

 

Geduld

 

Overweging uit het evangelie van Lucas, Lc 2,48:

Toen ze Hem daar zagen, waren ze zeer ontdaan. Zijn moeder zei: ‘Kind, hoe kon je ons dit aandoen? Wat waren je vader en ik ongerust toen we je kwijt waren.

Overweging uit het evangelie van Mattheus, Mt 2,13-15:

Toen ze de wijk genomen hadden, verscheen aan Jozef in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Sta op, neem het kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte, en blijf daar tot ik u waarschuw. Want Herodes staat het kind naar het leven.’ Hij stond op en nam nog die nacht met het kind en zijn moeder de wijk naar Egypte, en bleef daar tot de dood van Herodes.

 

 

Barmhartigheid

 

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 2,4-5:

Jezus antwoordde: Wat hebben ik en u daarmee van doen, Vrouwe? Mijn uur is nog niet gekomen.’ Zijn moeder zei tegen de dienaren: ‘Wat Hij u ook beveelt, doe het maar’.’

 

 

Compassie

 

Overweging uit het evangelie naar Lucas, Lc 2,34-35:

Hij zal een omstreden teken zijn – ook door uw ziel zal een zwaard gaan – en zo zal onthuld worden wat er in veler harten omgaat.

Overweging uit het evangelie naar Johannes, Jo 19,26-27:

Jezus zag zijn moeder, en bij haar de leerling van wie Hij hield. Toen zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, daar is nu je zoon.’ Vervolgens zei Hij tegen de leerling: ‘Daar is je moeder.’ Toen, van dat uur af, nam de leerling haar bij zich in huis op.

 

 

Jezus en Maria, de zondeloze Adam en Eva

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Verdere info

 

Duizenden jaren lang was elk kind geboren met een overgeërfde zondige natuur en zondig vlees (Rom. 8:3). Dit is het resultaat van de zonde van onze voorouders: Adam en Eva van wie we afstammen. Elke generatie heeft gezondigd (Rom. 3:23) en geeft die zondige natuur en de vloek van de dood door aan de volgende generatie. Er is slechts één uitzondering in de geschiedenis. Ofschoon Jezus in de baarmoeder van Maria groeide, zoals elk kind bij zijn moeder groeit, was hij verschillend van alle andere kinderen. Jezus kon zonder zonde geboren worden door de Goddelijke status die Maria kreeg. Zij werd voor de verwekking van Jezus de ‘Onbevlekte Ontvangenis’. Voor God werd Maria de zondeloze Eva voor de zondeval, zo kon Jezus na zijn geboorte dienen als het vlekkeloze offerlam van God.

Als een geest en deel van de Drie-eenheid, bestond Jezus al voor de schepping van de wereld. Eigenlijk openbaart Johannes dat Hij de Schepper is. (Joh. 1). Verder was het fysieke lichaam van Jezus, zoals Hij werd geboren in Betlehem duidelijk een speciale creatie van God, geplaatst in Maria’s baarmoeder. Dit is de Bijbelse leerstelling van de maagdelijke geboorte.

Aldus is noch de geest van Christus, noch zijn lichaam het resultaat van het DNA van het eitje van Maria of van het zaad van enige man. Beide zouden genetische fouten hebben bevat en een zondige natuur. Zoals de Bijbel ons leert was Jezus echt de tweede Adam. De eerste Adam was een speciale schepping van God, zo ook de tweede Adam. (Romeinen 5:12-19). Jezus was net zo volledig mens als de eerste Adam en evenals deze had Hij geen zondige natuur, geen erfzonde, geen zondig vlees, dat steeds weer generatie op generatie doorgegeven werd sinds de zondeval. Hij was absoluut puur en zonder zonde, vanaf de dag van Zijn geboorte. Hij moest zijn en was het Lam van God, zonder vlek of rimpel, offerlam voor onze zonden (Joh. 1:29).

 

 

Hoe leeft Maria onder de gelovigen?

 

Onder het geloofsvolk neemt Maria een veel grotere plaats in dan in de officiële kerkleer, de theologie. Daar is blijkbaar behoefte aan. Vermoedelijk omdat Maria zo herkenbaar is, ze heeft immers altijd voor haar zoon gestaan. Bovendien is voor vele gelovigen Jezus een figuur op afstand die ontzag oproept. De volksdevotie van Maria is geen probleem zolang ze geen einddoel wordt, maar gezien wordt als weg, als kanaal naar Jezus.

 

 

 

Volksdevotie

 

Het meest prominent is Maria aanwezig in de katholieke en orthodoxe volksdevotie waarin de Mariaverering een dominante plaats inneemt. Volgens de officiële kerkelijke leer kan Maria nooit de plaats van Jezus als Verlosser van de zonde vervangen en verwijst zij altijd naar Jezus als de werkelijke Middelaar tussen de mens en God. In de volksdevotie is de praktijk meestal dat Maria als ‘toegankelijker’ beschouwd wordt dan Jezus en meer aangeroepen wordt, zij het dan als ‘voorspreekster’.

Ook vinden vele gelovigen dat het vragen van gebed aan Maria noodzakelijk is, omdat hun eigen gebeden tot Jezus zo vaak verstrooid en niet vurig genoeg zijn. In de wereld zijn veel plaatsen waar uitdrukking wordt gegeven aan deze devotie. Paus Johannes Paulus II, die Maria zeer na aan het hart lag, legde zijn lot en dat van de wereld in de handen van de Moeder Gods; zij zou hem beschermen volgens de verschijning van Maria in Fatima.

Het meest beroemd zijn de plaatsen waar Maria zou zijn verschenen: het Franse Lourdes (verschijning in 1858), Fátima in Portugal (1917) en Guadalupe in Mexico-stad (1531). Het Duitse Kevelaer trekt veel Nederlandse pelgrims. In katholieke en orthodoxe landen zijn ontelbare nationale en regionale heiligdommen te vinden, maar ook in Nederland bestaan talloze genadeoorden (bedevaartplaatsen).

 

 

 

Mariakapelletjes in de Nederlanden

 

Vooral in de van oudsher katholieke Nederlandse provincies Limburg en Brabant en in Vlaanderen kan men op veel plaatsen, vaak in oude stads- en dorpskernen maar ook verspreid over het platteland, kleine Mariakapelletjes aantreffen die door de plaatselijke bevolking, worden bezocht om een kaarsje op te steken en voor een moment van bezinning. Deze bevinden zich in Vlaanderen zeer vaak onder of bij een oude boom, op de plaatsen waar ooit in voor-christelijke tijden een boomheiligdom was.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Schiep God door middel van evolutie?

Standaard

categorie : religie

Schiep God door middel van evolutie?

geloof en wetenschap

De Bijbel vertelt ons dat God de aarde in zes dagen schiep, en dat de planten en dieren ‘naar hun aard’ (Hebreeuws: miyn, ook wel ‘soort’) werden geschapen. De verschillende typen planten en dieren werden dus apart geschapen, en hoewel er uit één type meerdere soorten kunnen ontstaan, is er dus geen sprake van grootschalige gezamenlijke afstamming, zoals de evolutietheorie stelt. Bovendien was de tijdschaal van de schepping veel te kort om evolutie plaats te laten vinden.

Hoewel de Bijbel en evolutie diametraal tegenover elkaar staan, zijn sommige christenen toch zó onder de indruk van het ogenschijnlijk overtuigende bewijsmateriaal voor evolutie, dat ze naar allerlei manieren zoeken om toch in evolutie en de miljarden jaren te kunnen geloven. (Al hebben maar weinigen dit bewijsmateriaal goed onderzocht.) Eén van de meest toegeeflijke compromisposities is theïstisch evolutionisme.

Het idee is dat God evolutie gebruikte als scheppingsmethode. De mate waarin God hier actief bij betrokken is geweest varieert van theïstisch evolutionist tot theïstisch evolutionist, maar allemaal accepteren ze de miljarden jaren en grootschalige gezamenlijke afstamming. Dus waarom niet schepping en evolutie? Kan God niet gewoon gebruik gemaakt hebben van evolutie als manier om ons te scheppen? Nee. Evolutie en geloof in de Bijbelse God zijn onverenigbaar.

Tegen het karakter van God

Theïstisch evolutionisme levert een totaal verkeerd beeld van het karakter van God. De God van de Bijbel is goed (Lucas 18:19) en alles wat Hij doet is volmaakt (Deut 32:4). Maar hoe is de God van theïstisch evolutionisme?

Evolutie staat in schril contrast met Gods volmaaktheid. Evolutie door mutaties en natuurlijke selectie is een verschrikkelijk wreed proces. Honderden miljoenen jaren lang hebben dieren geleden, hebben dieren elkaar bestreden, bejaagd en gedood, zijn dieren om het leven gekomen door ziekte, honger of predatie.

De ‘voorwaartse stappen’ in de evolutie als gevolg van natuurlijke selectie zijn ten koste gegaan van miljoenen individuen die de strijd om het bestaan en succesvolle voortplanting verloren hebben. Degenen die te zwak waren zijn genadeloos verdelgd. De geschiedenis van het leven is er één van ongekend veel pijn, ziekte, lijden, dood en talloze uitstervingen.

De evolutionaire tijdlijn: Het ontstaan van de mens werd vooraf gegaan door honderden miljoenen jaren van natuurlijke selectie, pijn, ziekte, predatie en dood. De god van miljoenen jaren van evolutie en natuurlijke selectie is wreed en bloeddorstig. Zelfs atheïsten zien deze grote tegenstrijdigheid in. Darwin zelf noemde de werken der natuur (natuurlijke selectie) klunzig, verspillend, blunderend, laag en verschrikkelijk wreed.

De atheïstische bioloog  en Nobelprijswinnaar Jacques Monod zei:

Natural selection is the blindest, and most cruel way of evolving new species […] because it is a process of elimination, of destruction. The struggle for life and elimination of the weakest is a horrible process, against which our whole modern ethics revolts. An ideal society is a non-selective society, is one where the weak is protected; which is exactly the reverse of the so-called natural law. I am surprised that a Christian would defend the idea that this is the process which God more or less set up in order to have evolution.
Jacques Monod, “The Secret of Life,” Interview met Laurie John, Australian Broadcasting Co., 10 juni 1976

De filosoof David Hull schreef:

Whatever the God implied by evolutionary theory and the data of natural history may be like, He is not the Protestant God of waste not, want not. He is also not a loving God who cares about His productions. He is not even the awful God portrayed in the book of Job. The God of Galápagos is careless, wasteful, indifferent, almost diabolical. He is certainly not the sort of god to whom anyone would be inclined to pray.
Hull, David L., “The God of the Galápagos,” review van Darwin on Trial, Nature, vol. 352 (August 8, 1991), p. 486

De god van de evolutie kan dus onmogelijk een goede, liefhebbende God zijn.

Is God verantwoordelijk?

Op dit moment is de wereld een verschrikkelijke plaats om op te leven.2 Maar als (theïstisch) evolutionisme klopt, is dat altijd al zo geweest. Als het altijd zo is geweest, en het zelfs de scheppingsmethode is geweest… dan is God verantwoordelijk voor al deze ellende. Dan is God de schuldige van dit alles.

De Bijbel leert ons echter iets anders. Tijdens de schepping observeerde God meerdere malen dat het ‘goed’ was (Genesis 1:4, 10, 12, 18, 21, 25), en nadat Hij zijn werk voltooid had zelfs ‘zeer goed’ (1:31). Ook staat er dat God de dieren ‘het groene kruid’ als voedselbron gaf (1:30), dus er was geen predatie.

Het is ook zeer waarschijnlijk dat de dieren met een ziel oorspronkelijk niet dood gingen. Maar door toedoen van de mens kwam hier verandering in. Bij de zondeval keerde de mens God de rug toe, en bracht daarmee al de ellende in de wereld die we nu zien. De mens, niet God, is dus verantwoordelijk.

Conclusie

De God van de Bijbel is goed, liefhebbend en zorgzaam, maar de god van evolutie is wreed en gemeen. De Bijbel zegt dat pijn, predatie en dood pas bij de zondeval in de wereld kwamen, en de mens is hiervoor verantwoordelijk. Maar theïstisch evolutionisme behelst dat deze verschrikkelijke dingen er honderden miljoenen jaren voor het ontstaan van de mens al waren, en dat God dus verantwoordelijk is. De christelijke God kan onmogelijk evolutie hebben gebruikt om het leven te scheppen.

.

Referenties en voetnoten

  1. Gould, Stephen Jay, “Darwin and Paley Meet the Invisible Hand,” Natural History, vol. 99 (November 1990), p. 12
  2. Richard Dawkins weet het goed te omschrijven: ‘The total amount of suffering per year in the natural world is beyond all decent contemplation. During the minute that it takes me to compose this sentence, thousands of animals are being eaten alive, many others are running for their lives, whimpering with fear, others are being slowly devoured from within by rasping parasites, thousands of all kinds are dying of starvation, thirst and disease.’Dawkins, Richard, “God’s Utility Function,” Scientific American, vol. 273 (November 1995), pp. 80‑85.

voorpagina openbaring a4

pijl-omlaag-illustraties_430109

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

    

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA