Advertenties

Tagarchief: christenen

Visioen van een Noorse vrouw over de eindtijd

Standaard

categorie : religie

 

 

“Mensen uit arme landen zullen naar Europa stromen. Er zullen er zoveel komen, dat de mensen hier het vervelend beginnen te vinden en ze zullen hen hard behandelen. Ze zullen net zo behandeld worden als de Joden voor de oorlog. Dan is de maat van de zonde vol.”

 

 

emanuel-minos

 

 

Bovenstaand een deel van een visioen dat een oude dame in Valdres, Noorwegen, in 1968 kreeg. Het werd enkele jaren geleden openbaar gemaakt door Emanuel Minos, een 81-jarige evangelist uit Noorwegen. Minos, die in 1925 in Belgisch Congo werd geboren en later enige tijd in Zuid-Afrika woonde, kwam als jongeman naar Noor-wegen om theologie te studeren en zou er nooit meer weg gaan. Minos staat in Noorwegen hoog aangeschre-ven. Minos vertelde ten overstaan van een groot publiek tijdens een samenkomst, hoe een oude vrouw hem deel-genoot had gemaakt van een visioen dat zij had gehad. Ze vertelde Minos er over, kort nadat ze het visioen had gehad. Ze vertelde hem erbij dat zij het niet meer mee zou maken, maar hij wel. En dat hij er pas later over zou mogen praten, wanneer de mensen het zouden kunnen begrijpen.

Veel immers van wat zij in 1968 in het visioen zag was – voor die tijd – erg ongebruikelijk. Ze zag, in een tijd waar-in de Koude Oorlog in alle hevigheid woedde, een ‘ontspannen verhoudingen’ tussen Oost en West, maar ook lauwheid onder christenen.  Ze sprak over het ‘welvaartsevangelie’ (door haar ‘geluksevangelie’ genoemd) in een tijd dat nog niemand die bui al zag hangen, en ze waarschuwde indringend voor een enorm moreel verval. Ook noemde ze stromen van mensen die naar Europa zouden komen. Ze had het over asielzoekers in een tijd dat dat nog in de verste verte geen item was. Ze kende het woord ‘asielzoeker’ nog niet eens. Het ‘Noorse visioen’ heeft de afgelopen tijd steeds meer aandacht getrokken.

Nadat Emanuel Minos er uitgebreid over sprak en het verhaal, zoals hij dat destijds eind jaren zestig had opge-schreven, voorlas, verscheen het al spoedig in allerlei vertalingen op internetsites. Het Duitse evangelische pers-bureau Idea publiceerde het visioen in het Duits. In Nederland echter kreeg het nog nauwelijks aandacht. Daar lijkt nu verandering in te komen. Minos vond het verhaal, toen hij de inhoud van het visioen voor het eerst te ho-ren kreeg, zo ongeloofwaardig, dat hij het opborg in een kast en er niets van wilde weten uit schrik om gek ver-klaard te worden. Maar nu, zovele jaren later, is Minos tot de conclusie gekomen dat veel van wat destijds onbe-grijpelijk leek, inmiddels heel normaal is en dat de inhoud van het visioen nu veel logischer lijkt. Daarom wilde hij het verhaal niet meer voor zichzelf houden.

 

 

 

 De Nederlandse vertaling van het visioen

.

Ik heb de tijd gezien, net voor de terugkomst van Jezus op aarde. Er breekt een Derde Wereldoorlog uit. Ik zag de gebeurtenissen met mijn natuurlijke ogen. Ik zag de wereld als een soort globe. Ik zag Europa, land voor land. Ik zag Scandinavië. Ik zag bepaalde scènes die gaan gebeuren, vlak voor de terugkomst van Jezus en net voor de laatste ramp plaatsvindt, een ramp zoals wij die nog nooit hebben meegemaakt.

 

Ze zet hier de volgende aspecten uiteen. Hieronder in chronologische volgorde:

1.     Ik zag bepaalde scènes die gaan gebeuren

2.     een ramp zoals wij die nog nooit hebben meegemaakt.

3.     vlak voor de terugkomst van Jezus

4.     Er breekt een Derde Wereldoorlog uit.

5.     net voor de laatste ramp plaatsvindt

6.     de terugkomst van Jezus op aarde.

 

 

 

Ze noemde vervolgens vier ‘golven’ die ze in het visioen waarnam

 

 

 Golf 1 : de derde wereldoorlog en daarvoor

 

Net voor Jezus terugkomt, en net voor de Derde Wereldoorlog uitbreekt, komt er een ontspanning, die wij nooit eerder gehad hebben. Er komt vrede tussen de grootmachten uit Oost en West. In deze periode van vrede en rust komt er ontwapening in meerdere landen, ook in Noorwegen. De Derde Wereldoorlog begint op een manier, die niemand had verwacht en van een onverwachte kant.

Hieronder een chronologisch overzicht van “3de wereld oorlog”

1.     toen de koude oorlog op het hoogst was.

2.     Er komt vrede tussen de grootmachten uit Oost en West. (Val van de Berlijnse muur)

3.     komt er een ontspanning, die wij nooit eerder gehad hebben.

4.     komt er ontwapening in meerdere landen.

5.     Net voor Jezus terug komt,

6.     De Derde Wereldoorlog begint op een manier, die niemand had verwacht en van een onverwachte kant.

 

 

260px-gorbachev_and_reagan_1985-8

 

 

 

 Golf 2 : de grote afval

Er zal een grote afval zijn van het ware levende christendom. Net voor Jezus terugkomt, willen de christenen niet openstaan voor het Evangelie. Ze willen niet meer, zoals vroeger, horen over zonde en genade, over wet en Evangelie, over berouw en bekering. In plaats daarvan ontstaat een vervanging, een ‘geluksevangelie’. Nu gaat het meer om succes te hebben, om iets te zijn.

Het gaat om materiële goederen, dingen die God ons nooit heeft beloofd. Kerken, gebedshuizen en vrije gemeenten zullen leeglopen. In plaats van de verkondiging die wij van generatie op generatie hebben gezien, zoals het opnemen van het kruis en het volgen van Jezus, zullen vermaak, kunst en cultuur de plaats innemen van de kerken, de gebedshuizen en andere locaties waar eens samenkomsten werden gehouden waar mensen werden opgewekt Christus te volgen, waar men berouw toonde en tot levend geloof kwam. Dit zal in hoge mate toenemen, net voor de terugkomst van Jezus.

 

Hieronder het chronologisch overzicht van de grote afval.

1.     Een afval van het ware levende christendom.

2.     Ze willen niet meer horen over zonde en genade

3.     ontstaat een vervanging, een ‘geluksevangelie’

4.     Het gaat om materiële goederen

5.     Kerken zullen leeglopen

6.     vermaak, kunst en cultuur de plaats innemen van de kerken,

7.     Dit zal in hoge mate toenemen tot de terugkomst van Jezus.

 

 

lege-kerken

lege kerken

 

 

 

 Golf 3 : moreel verval, geweld en pornografie

Er komt een moreel verval, dat het oude Noorwegen nog nooit eerder heeft meegemaakt. Mensen gaan leven als getrouwden zonder getrouwd te zijn. Grote onreinheid voor het huwelijk, en veel ontrouw in het huwelijk, zullen heel normaal worden en men zal zich hiervoor verontschuldigen op allerlei manieren. Dit zal ook gebeuren in christelijke kringen. Men omarmt het zelfs.

Er zullen televisie-uitzendingen komen die mensen nog nooit eerder meegemaakt hebben. Televisie zal vol zijn van geweld, van gruwelijk geweld, waardoor mensen leren te vermoorden en te vernietigen, waardoor onze straten niet veilig meer zijn. Mensen gaan nadoen wat ze zien. Er is niet slechts één kanaal op de tv te zien, maar de tv wordt vol kanalen. (Minos wijst op het feit dat in 1968 de komst van de TV net begon in Noorwegen.)

Het wordt net zoals wij het kennen van de radio. Wij kunnen het ene station na het andere nemen en de tv wordt vol van geweld. (Zij kende het woord “kanaal” toen nog niet en gebruikte daarom het woord station zoals bij de radio, aldus Minos.) Mensen gaan het gebruiken als vermaak. Wij zullen vreselijke scènes van moord en vernieling zien en dat wordt verspreidt in de maatschappij.

Er zullen ook bedscènes te zien zijn op tv. De meest intieme dingen, die alleen gebeuren in het huwelijk, zullen te zien zijn op het scherm. (Minos: “ik protesteerde hierop en zei dat we een paragraaf hebben die dit soort dingen verbiedt!”) De oude vrouw vervolgt, het gaat allemaal gebeuren en je zult het zien. Alles wat wij eerder gehad hebben, de goede dingen, zullen afgebroken worden en de meest ongepaste dingen zullen wij zien voor onze ogen.

 

Uiteenzetting van bovenstaande:

1.     De opkomst van de belangrijkheid van de televisie.

2.     De opkomst van de normvervaging.

3.     De opkomst van geweld. Wat men op TV ziet (bijv. films) hoe je iemand doodschiet, zal op straat na gedaan worden.

4.     De opkomst van pornografie en het vele bloot dat dagelijks te zien is op televisie.

 

 

 

immoraliteit

immoraliteit

 

 

 

 Golf 4 : immigratie

 

Mensen van arme landen zullen naar Europa stromen. (E. Minos wijst op het feit dat er in 1968 er nog niet is bestond als immigratie.) Zij zullen ook naar Scandinavië, naar Noorwegen, komen. Er zullen er zoveel komen dat mensen het hier vervelend beginnen te vinden en hen hard zullen behandelen. Ze zullen net zo behandeld worden als de Joden voor de oorlog. Dan is de maat van de zonde vol. (E. Minos protesteerde daarop, toen in 1968 niet wetende, dat dit letterlijk zou uitkomen!)

 

 

ccsv9cgukaeepez

 

 

De derde wereldoorlog

 

Toen, zegt Emanuel Minos, stroomden de tranen over de wangen van de oude dame. Ze ging verder: “Ik zal het niet meemaken, maar jij zult het zien. Dan, ineens, komt Jezus weer en de Derde Wereldoorlog breekt los. Het wordt een korte oorlog. Alles wat ik eerder gezien heb is alleen een spelletje in vergelijking met deze oorlog, die wordt beëindigd met een atoombom. De lucht wordt zo verontreinigd dat men niet kan ademhalen.

Het gaat over meerdere continenten, over Amerika, Japan, Australië, alle rijke landen. Het water wordt vervuild. Wij kunnen in de aarde niets meer kweken. Het resultaat is dat er alleen een rest overblijft. De rest van de rijke landen zal proberen naar de arme landen te vluchten, maar daar zullen de mensen net zo hard tegenover hen zijn, als wij waren tegenover de mensen die naar ons toe kwamen.

Ze eindigde haar verhaal met: Ik ben blij dat ik het niet zal meemaken. Maar als die tijd komt, moet je moed verzamelen en het vertellen. Ik heb het van God gekregen. Niets hiervan spreekt tegen wat de Bijbel vertelt. Maar diegene die hun zonden vergeven gekregen hebben en Jezus als Verlosser en Heer hebben, zijn veilig.

 

Chronologisch overzicht van de derde wereld oorlog.

1.     Dan, ineens, komt Jezus weer,

2.     diegene die hun zonden vergeven gekregen hebben en Jezus als Verlosser en Heer hebben, zijn veilig.

3.     de Derde Wereldoorlog breekt los.

·        Het gaat over meerdere continenten, over Amerika, Japan, Australië, alle rijke landen.

·        die wordt beëindigd met een atoombom.

·        Het resultaat is dat er alleen een rest overblijft.

4.    De lucht wordt zo verontreinigd dat men niet kan ademhalen.

5.     Het water wordt vervuild.

6.     Wij kunnen in de aarde niets meer kweken.

7.      De rest van de rijke landen zal proberen naar de arme landen te vluchten.

 

 

Openbaring hoofdstuk 9 : kernoorlog

Openbaring hoofdstuk 9 : kernoorlog

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Wat zegt de Bijbel over deze profetieën

 

Ik zag bepaalde scènes die gaan gebeuren : Matt. 24:8 “Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.”

Een afval van het ware levende christendom en Kerken zullen leeglopen : 2 Thess 2:3 “tenzij dat eerst de afval gekomen zij”

ontstaat een vervanging, een ‘geluksevangelie’ : Matt. 24:5 “Want velen zullen komen onder Mijn Naam, zeggende: Ik ben de Christus; en zij zullen velen verleiden.”

De opkomst van de normvervaging en geweld : Matt. 24:12 “de ongerechtigheid vermenigvuldigd zal worden, zo zal de liefde van velen verkouden.”

Er zullen er zoveel komen dat mensen het hier vervelend beginnen te vinden en hen hard zullen behandelen. Immigratie :  Matt. 24:10 “En dan zullen er velen geërgerd worden, en zullen elkander overleveren, en elkander haten.”

Dan, ineens, komt Jezus weer, diegene die hun zonden vergeven gekregen hebben en Jezus als Verlosser en Heer hebben, zijn veilig : 1 Thess 1:10 “En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden opgewekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van de toekomende toorn.”

Er breekt een Derde Wereldoorlog uit, die wordt beëindigd met een atoombom : Opb. 8:7-12 : En de eerste engel heeft gebazuind, en er is geworden hagel en vuur, gemengd met bloed, en zij zijn op de aarde geworpen; en het derde deel der bomen is verbrand, en al het groene gras is verbrand.

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 : de eerste rampen

Openbaring hoofdstuk 8 : de grote rampen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het water wordt vervuild :  Opb.8:8-11 : En de tweede engel heeft gebazuind, en er werd iets als een grote berg, van vuur brandende, in de zee geworpen; en het derde deel der zee is bloed geworden. En het derde deel der schepselen in de zee, die leven hebben, is gestorven; en het derde deel der schepen is vergaan. En de derde engel heeft gebazuind, en er is een grote ster, brandende als een fakkel, gevallen uit de hemel, en is ge-vallen op het derde deel der rivieren, en op de fonteinen der wateren. En de naam van de ster wordt genaamd Alsem; en het derde deel der wateren werd tot alsem; en vele mensen zijn gestorven van de wateren, want zij waren bitter geworden.

De lucht wordt zo verontreinigd dat men niet kan ademhalen :  Opb. 8:12 En de vierde engel heeft gebazuind, en het derde deel der zon werd geslagen, en het derde deel der maan, en het derde deel der sterren; opdat het derde deel ervan zou verduisterd worden, en dat het derde deel van de dag niet zou lichten; en van de nacht eve-neens.

 

 

Toetsing van de profetie

 

Wat deze Noorse vrouw in 1968 in een visioen gezien heeft is Bijbels te onderbouwen. Maar het belangrijkste is dat de Here Jezus Christus centraal staat en verheerlijkt wordt. Ook dit aspect is terug te vinden in deze profetie.

Eigenlijk is het slot het belangrijkste uit deze profetie:

Ze eindigde haar verhaal met: Ik ben blij dat ik het niet zal meemaken. Maar als die tijd komt, moet je moed verzamelen en het vertellen. Ik heb het van God gekregen. Niets hiervan spreekt tegen wat de Bijbel vertelt. Maar diegene die hun zonden vergeven gekregen hebben en Jezus als Verlosser en Heer hebben, zijn veilig.

 

 

Openbaring hoofdstuk 20 : Christus oordeelt

Openbaring hoofdstuk 20 : Christus oordeelt

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

John Astria

Advertenties

De zegen van het vasten

Standaard

Categorie : Religie

 

 

 

 

 

De zegen van het vasten

 

In Handelingen 13:2 en 3 en 14:23 wordt over het vasten geschreven. Wordt van ons ook verwacht dat we als christenen regelmatig vasten? Wat leert de Bijbel ons hierover? 

 

Antwoord:

 

Matteüs 6:16-18

 

16 En als jullie een dag niets eten om je op God te richten, laat dat dan niet aan de mensen merken. De schijnheilige mensen laten dat wél aan iedereen zien. Ze zetten een heel somber gezicht op, kammen hun haar niet en wassen hun gezicht niet, zodat iedereen het weet. Luister goed! Ik zeg jullie dat ze hun hele beloning al hebben gekregen. 17 Maar jullie zeg Ik: als jullie niets eten om je op God te richten, kam dan gewoon je haar en was gewoon je gezicht. 18 Dan weten de mensen het niet, maar alleen jullie Vader weet het, want Hij ziet de verborgen dingen. En Hij zal jullie er openlijk voor belonen.”

 

 

Matteüs 9:14-17

 

14 Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Hem toe. Ze vroegen: “Wij en de Farizeeërs slaan op sommige dagen het eten over. Waarom doen úw leerlingen dat niet?” 15 Jezus zei tegen hen: “Hoe kunnen de gasten op een bruiloftsfeest verdrietig zijn? Ze zijn gekomen om met de bruidegom feest te vieren! Maar er zal een tijd komen dat de Bruidegom niet meer bij hen is. Dán zullen ze niets eten.”16 Hij vertelde hun een voorbeeld om het uit te leggen: “Niemand gebruikt een nieuwe lap om een oud kledingstuk te repareren. Want de opgenaaide lap zal krimpen en een scheur trekken in het kledingstuk. Dan is het gat nog groter geworden. 17 Ook doe je nieuwe wijn niet in oude wijnzakken. Want de wijnzakken zullen barsten door het gisten van de wijn. Dan loopt de wijn weg en de zakken zijn kapot. Maar nieuwe wijn doe je in nieuwe wijnzakken. Dan blijft de wijn bewaard en de zakken blijven heel.”

 

 

Jesaja 58:1-9

 

1 De Heer zei tegen mij: “Roep zo hard als je kan. Houd je niet in. Roep met een stem zo luid als een trompet naar mijn volk Israël wat ze allemaal voor slechte dingen doen. Vertel hun hoe slecht ze zijn. 2 Elke dag komen ze bij Mij. Ze lijken ernaar te verlangen Mij te kennen. Ze vragen Mij om goed voor hen te zijn omdat ze vinden dat ze daar recht op hebben. Ze lijken graag bij Mij te willen zijn. 3 En ze zeggen verbaasd: ‘We slaan op vaste dagen het eten over, maar U ziet het niet eens. We doen moeite voor U, maar U let er niet op!’

Maar Ik zeg tegen mijn volk: Op de dagen dat jullie het eten overslaan, doen jullie gewoon waar jullie zin in hebben in plaats van dat jullie spijt hebben van jullie slechtheid. Ook zetten jullie je arbeiders gewoon aan het werk in plaats van dat jullie hun vrij geven zoals de wet zegt. 4 In de tijd dat jullie niet eten, maken jullie ruzie met elkaar en vechten jullie. Zo heb Ik het niet bedoeld. Daarom luister Ik niet naar jullie gebeden. 5 Heb Ík soms tegen jullie gezegd dat jullie de hele dag je hoofd moeten laten hangen? Dat jullie rouwkleren moeten dragen en op as moeten slapen? Moet Ik dáár blij mee zijn?

6 Als jullie Mij werkelijk willen dienen, zorg dan voor rechtvaardigheid in het land. Haal het juk waaronder de mensen gebukt gaan, van hun schouders af. Laat de verdrukte mensen vrij. Verbreek elk juk. 7 Geef eten aan de mensen die honger hebben. Geef onderdak aan vluchtelingen. Geef kleren aan de mensen die geen kleren hebben. Wees goed voor je volksgenoten. 8 Dán zal het goed met jullie gaan. Dan zal de zon weer in jullie leven opgaan. Dan zal alle ellende snel voorbij zijn. Mijn goedheid zal voor jullie uit gaan. Mijn macht en majesteit zal jullie beschermen. 9 Als jullie Mij dán roepen, zal Ik jullie antwoorden. Als jullie om hulp schreeuwen, zal Ik zeggen: ‘Kijk, IK BEN!’ Stop met elkaar te verdrukken, te beschuldigen en leugens over elkaar te vertellen.

 

 

 

 

In Matteüs 6:16-18, 9:14-17 en Jesaja 58:1-9 vinden we enkele gedeelten die ook over het vasten gaan. Deze gedeelten laten ons zien, dat het vasten niet uit een plichtsgevoel moet voortkomen, maar veel meer vanuit het hart. Het vasten komt trouwens niet alleen bij het Joodse volk en onder christenen voor. Ook heidense volkeren kennen het vasten (bijvoorbeeld Ninevé, Jona 3:5-10). Het ‘vasten’ wordt in het Oude Testament ook wel ‘verootmoedigen’ genoemd. Er zijn voor Israël twee momenten van vasten ingesteld, namelijk:
– het vasten op de Grote Verzoendag (Leviticus 16:29-31 en 23:27);
– het vasten v.a. 28 juli/augustus ter gelegenheid van de verwoesting van de tempel.

Alle andere momenten van vasten zijn op vrijwilligheid gebaseerd. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

 

 

In het Oude Testament:

 

-Rouwbedrijven (1 Samuël 31:11-13)

 

11 De bewoners van Jabes in Gilead hoorden wat de Filistijnen met Saul hadden gedaan. 12 Toen gingen alle mannen die met wapens konden omgaan naar Bet-San. Ze liepen de hele nacht door en haalden de lichamen van Saul en zijn zonen van de muur af. Daarna gingen ze naar Jabes terug en verbrandden de lichamen daar. 13 Daarna begroeven ze de botten onder de boom van Jabes. Zeven dagen lang aten ze niets omdat ze over hen treurden.

 

– God ernstig zoeken (2 Samuël 12:16-23)

 

16 David bad alle dagen tot God voor het jongetje. Hij at niets en sliep op de grond. 17 Zijn dienaren probeerden hem over te halen om van de grond op te staan. Maar hij wilde niet en wilde ook niet met hen eten. 18 Na zeven dagen stierf het kind. De dienaren durfden het niet aan David te vertellen. Ze zeiden: “Toen het kind nog leefde, wilde David niet naar ons luisteren. Hoe kunnen wij hem dan nu zeggen dat het kind dood is? Hij zou zich iets kunnen aandoen.” 19 David zag dat zijn dienaren met elkaar liepen te fluisteren. Daardoor begreep hij dat het kind was gestorven. Hij vroeg aan zijn dienaren: “Is het kind gestorven?” Ze zeiden: “Ja, heer.” 20 Toen stond David op van de grond, waste zich, verzorgde zich en deed andere kleren aan. Daarna ging hij het heiligdom van de Heer binnen en boog zich neer. Toen ging hij naar huis terug. Hij vroeg om een maaltijd en ging eten.21 Zijn dienaren vroegen hem: “Waarom doet u dit zo? Toen het kind nog leefde, heeft u gehuild en wilde u niet eten. Maar nu het kind is gestorven, staat u op en eet u weer!” 22 Hij antwoordde: “Toen het kind nog leefde, heb ik gehuild en niet gegeten omdat ik hoopte dat de Heer medelijden zou hebben. Ik hoopte dat Hij het kind zou laten leven. 23 Maar nu is het gestorven. Waarom zou ik hier dan nog mee doorgaan? Ik kan het kind er toch niet mee uit de dood terug krijgen. Ik zal wel naar hem toe gaan, maar het kind komt niet meer naar mij.”

 

 

– Gods redding, hulp zoeken (2 Kronieken 20:1-4)

 

1 Op een keer werd het land aangevallen door de Moabieten, Ammonieten en nog anderen. 2 Josafat kreeg het bericht: “We worden aangevallen door een heel groot leger van de overkant van de zee, uit Aram. Ze zijn al in Hazezon Tamar (dat is Engedi).” 3 Josafat werd bang en besloot de Heer om raad te vragen. Hij zei dat de hele bevolking niet mocht eten, totdat de Heer geantwoord had. 4 Uit alle steden in heel Juda kwamen mensen naar de tempel om de Heer om hulp te vragen. 5 Ze verzamelden zich op het nieuwe buitenplein van de tempel van de Heer.

 

– Gods bescherming zoeken (Esther 4:15-17)

 

15 Ester liet Hatach het volgende antwoord aan Mordechai overbrengen: 16 “Verzamel alle Judeeërs die in de stad Susan wonen. Eet en drink drie dagen en nachten niet. Ook ik en mijn dienaressen zullen drie dagen en nachten niet eten en drinken. Daarna zal ik naar de koning gaan, ook al heeft hij dat verboden. Sterf ik, dan is het niet anders.”17 Mordechai vertrok en deed wat Ester hem had gevraagd.

 

 

– Gods vergeving zoeken (Daniël 9:1-4)

 

1 Darius, de zoon van koning Ahasveros uit Medië, werd koning van de Babyloniërs gemaakt. 2 Toen hij nog maar pas koning was, begreep ik op een dag uit de Boeken dat de Heer tegen de profeet Jeremia gezegd had, dat Jeruzalem 70 jaar lang in puin zou liggen. En ik zag dat die 70 jaren nu bijna voorbij waren. 3 Ik begon daarover tot de Heer te bidden en te smeken. Ik at niet en droeg rouwkleren. 4 Ik bad tot mijn Heer God en ik vertelde Hem over de schuld van mijn volk. Ik zei: “Heer, grote en machtige God, U bent trouw aan uw verbond. U bent goed voor de mensen die van U houden en die leven zoals U het wil.

 

 

 

 

In het Nieuwe Testament:

 

– Als voorbereiding op de bediening (Matteüs 4:1-2)

 

1 Daarna stuurde de Heilige Geest Jezus naar de woestijn. Daar moest Jezus door de duivel op de proef worden gesteld. 2 Hij bleef 40 dagen in de woestijn. Al die tijd at Jezus niets. Tenslotte kreeg Hij honger.

 

 

– Goddelijke kracht zoeken (Matteüs 17:19-21)

 

19 Toen de leerlingen met Jezus alleen waren, vroegen ze Hem: “Waarom konden wij die duivelse geest niet uit hem wegjagen?” 20 Hij zei tegen hen: “Doordat jullie geen geloof hadden. Want luister goed! Ik zeg jullie: je geloof hoeft maar zo groot te zijn als een mosterdzaadje. Als je dan tegen deze berg zou zeggen: ‘Ga van hier naar daar,’ dan zal hij daarheen gaan. En niets zal onmogelijk voor je zijn. 21 Maar deze soort wordt alleen verjaagd door mensen die bidden en niets eten om zich op God te richten.”

 

 

– Gods wil zoeken (Handelingen 13:1-3)

 

 

1 In de gemeente in Antiochië waren een paar profeten en leraren. Dat waren Barnabas, Simeon Niger, Lucius van Cyrene, Manaän (Manaän was samen met koning Herodes opgegroeid) en Saulus. 2 Op een dag, toen zij zonder te eten de hele dag aan het bidden waren, zei de Heilige Geest tegen hen: “Ik heb een speciale taak voor Barnabas en Saulus.” 3 Ze baden de hele dag en legden hun daarna de handen op om hen te zegenen voor het werk dat ze gingen doen. Daarna lieten ze hen gaan.

 

 

– Gods zegen zoeken (Handelingen 14:21-23)

 

21 Ook in Derbe vertelden ze het goede nieuws. Ze maakten er een groot aantal leerlingen. Daarna gingen ze terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië in Pisidië. 22 Want ze wilden de leerlingen daar aanmoedigen om het geloof vast te houden. En ze vertelden hun dat we allemaal veel moeilijkheden zullen meemaken als we het Koninkrijk van God willen binnengaan. 23 Daarna wezen ze in elke gemeente leiders aan. Ze baden de hele dag, zonder te eten, en vertrouwden hen daarna toe aan de Heer in wie ze geloofden.

 

 

Bij het vasten gaat het niet zozeer om uiterlijke verschijningsvormen, maar veel meer om een innerlijke houding, die in overeenstemming is met onze levenswandel. Er werd in Israël twee keer per week gevast en wel op maandag en donderdag. Er werden op deze dagen openbare Godsdienstoefeningen op straat gehouden. De Farizeeër in Lucas 18:12 was er trots op dat hij tweemaal per week vastte! Het kwam voor dat bij het vasten geen schoenen gedragen werden, de kleren gescheurd werden en dat men as over het hoofd strooide. Een Griekse woordspeling luidde: ‘Onverschijnbaar verschijnt men om te kunnen schijnen’.

Er werd van zonsopgang tot zonsondergang gevast. Bij één dag vasten werd geheel gevast en bij meerdere dagen at men alleen het hoogstnodige. Het vasten en bidden wordt in de Bijbel vaak aan elkaar gekoppeld. Zo lezen we bijvoorbeeld van Hanna dat ze voortdurend in de tempel God diende met vasten en bidden (Lucas 2:37). In het vasten onthoudt men zich onder andere van eten, drinken, alcohol, vermaak en seksuele gemeenschap (1 Korintiërs 7:4-5), kortom, alles wat ons van God af zou kunnen leiden. Gods Woord verplicht christenen dus niet om te vasten, maar wijst ons wel op de zegen om op bepaalde momenten, op vrijwillige basis en wanneer het hart ons dringt, te vasten.

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Wat is Halloween?

Standaard

categorie : religie

 

 

.

Halloween is een feest dat vooral in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de VS en Canada gevierd wordt. Ook in Europa wordt het langzamerhand populairder. Maar wat is Halloween eigenlijk? En mag je dat als christen wel vieren?

 

.

halloween

 

.

De naam Halloween komt van All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor Allerheiligen op 1 november. Dit is een feestdag van de Rooms-katholieken. Maar de oorsprong gaat nog verder terug. Halloween heeft een zeer rijke en tevens ver in het verleden reikende geschiedenis. Het mag worden beschouwd als één van de oudste feestdagen tot op heden, met wortels die duizenden jaren teruggaan. Eigenlijk is Halloween een combinatie van 3 feestelijkheden, ‘Samhain’ (Kelten), ‘Pomona’ (Romeinen) en ‘Allerheiligen en Allerzielen’ (Christendom), die elk doorheen de eeuwen heen hun stempel hebben gedrukt op dit winterfeest.

.

 

.

Keltische Impuls

.

31 oktober is op de Keltische kalender oudejaarsavond, Samhain genoemd.  Ze vierden dan de opbrengst van de oogst. Op zich is dat niet zo heel schokkend, maar er is meer. De Kelten geloofden dat op deze dag de geesten van alle gestorvenen van het afgelopen jaar terug kwamen en probeerden om een levend lichaam in bezit te nemen. Geesten gaan ook op visite bij vrienden of familie, maar vielen mensen die ze niet mochten lastig. Vooral in Groot-Brittannië werd Halloween door de Kelten gevierd. Ze legden dan eten neer voor hun deur, want geesten werden aangetrokken door voedsel. Om boze geesten te weren, droegen de Kelten maskers.

.

 

 

Romeinse Impuls

.

Het feest van Samhain nam deels een nieuwe wending toen de Romeinen, in de eerste eeuw na Christus, het land van de Kelten veroverden en bezetten. Zij introduceerden er namelijk hun feest ‘Pomona’. Het resultaat was dat de tradities en rituelen van twee verschillende culturen samenvloeiden, werden gewijzigd en versmolten, waardoor er een gezamenlijk herfstfeest ontstond. Het eigenlijk concept van Samhain bleef wel ongeveer behouden, maar onderinvloed van de Romeinen werd er heel wat zoet fruit gegeten. En zo werd meteen ook de pompoen in onze contreien geïntroduceerd.

 

.

 

Christelijk Impuls

.

Lang geleden kwam er ook een christelijk tintje aan het feest. Christenen gingen langs de deuren om krentenbrood te vragen en voor elk brood baden ze dan om bevrijding van overledenen uit het vage vuur. In de VS kwam het feest in de tweede helft van de 19e eeuw in opmars. Ze gaan dan met pompoen lantaarn langs de deuren om snoep te vragen. Ze zijn dan ook verkleed om de bewoners een beetje bang te maken. In Nederland kennen we ook deze vorm. Sommige scholen vieren Halloween en Walibi World kent de Halloween Fright Nights.

 

.

.

Vandaag de dag

.

Vandaag de dag wordt Halloween op 31 oktober gevierd met zoetigheden, pompoenen (cf. Pomona), zwarte katten, magie, kwade geesten (cf. Samhain), spoken, skeletten en doodskoppen (cf. Allerheiligen). Het is een feest waarbij kleine kinderen als spoken worden verkleed en met uitgesneden pompoenen als lantaarns langs de huizen gaan en vragen om een traktatie of dreigen met een grap (trick-or-treat).

Ook is er een stijgende belangstelling voor de aankleding en versiering van feest en feestgangers waarneembaar die haar inspiratie vindt in zo groot mogelijke griezeligheid. Hoe griezeliger, hoe beter! De laatste decennia heeft Halloween vanuit Amerika zich stilaan over heel West Europa verspreid, vooral onder invloed van griezelfilms, televisieseries en de commercie. Daarbij wordt de vermeende heidense achtergrond sterk benadrukt. Het feest wordt voorgesteld als een Keltisch feest van 2000 tot 5000 jaar oud en is uitgegroeid tot een gezellig familiegebeuren.

 

.

 

.

.

.

Maar toch . . . , Halloween oké ?

.

Het wordt in ons land een bekend beeld: kinderen lopen op de 1e november met een pompoen met daarin een brandende kaars. Halloween! Is dit onschuldig vermaak? Vergis u niet! De verlichte pompoen van Halloween ( in Engeland spreekt men over ‘Jack-o-Latern)  is het symbool van een dolende ziel. Vroeger holden bijgelovige mensen een pompoen uit en plaatsten er een kaars in. Zij deden dat om de boze geesten van hun huizen weg te jagen.

Een andere bron vermeldt, dat de verlichte bewoners van dat huis sympathiek stonden tegenover de satanisten. De naam ‘Halloween’ is een verbastering van ‘All Hallow’s Eve’ en heeft een Keltische achtergrond. Op de avond van 31 oktober droegen de druïden (Keltische priesters) alle mensen op hun haardvuur te doven. Dan legden zij vuren aan van (heilige) takken waarin zij delen van de oogst verbrandden, maar ook dieren en mensen, als offer voor hun goden en godinnen. Tijdens dit duivelse ritueel waren de mensen bekleed met koppen en huiden van dieren en deden aan waarzeggerij en wichelarij. Zij sprongen over de vlammen, dansten en zongen, allemaal om de boze geesten weg te jagen.

Laat ons dit bedenken! Halloween is geen onschuldig vermaakt maar heeft, ook al zijn kinderen dit totaal niet bewust, een duivelse achtergrond. Als ouders hebben we dit heel concreet af te wijzen en het ‘waarom’ aan onze kinderen duidelijk te maken. Symbolen en tekenen van oude religies komen in onze tijd weer tot leven. Laat ons het kruis hoog opheffen! Dat is het teken van de overwinning op saten en al zijn volgelingen. Dat teken wijst ons naar Christus.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

Leven wij in de eindtijd?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

Openbaring hoofdstuk 22 : De Alfa en de Omega

Openbaring hoofdstuk 22 : De Alfa en de Omega

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

‘En mort niet, zoals sommigen van hen deden, en zij kwamen om door de verderfengel. Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is’ (1 Kor.10:10).

.

.

.

Inleiding

 

De hierboven vermelde tekst uit de eerste brief aan de Korinthiërs is duidelijk dat wij in het einde der tijden leven.

 

Er zijn jammer genoeg in de christelijke wereld veel gelovigen die in hun denken lijken op de boze slaaf in de gelijkenis van de goede en boze slaaf en niet geloven dat wij in de eindtijd leven die voorafgaat aan de komst van Christus, en in hun hart zeggen: ‘Mijn heer blijft uit!’ (Mat.24:49).

Er wordt op dat terrein nog weinig onderwezen op scholen, in theologische opleidingen en kerken. In gesprekken met de voorstanders van de idee dat we niet leven in de eindtijd bemerkt men zelfs een zekere afkeer aan de gedachte van een nabije wederkomst van Christus.

Zelfs in Petrus’ tijd waren er al mensen die de komst van de Christus in twijfel trokken.

‘Dit vooral moet u weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is’ (2 Petr.3:3-4).

 

De kennis van Gods Woord in onze tijd is vaak ver zoek en zoals Jezus in zijn dagen tegen de  Sadduceeën zei:

‘Gij dwaalt, want gij kent de Schriften niet noch de kracht Gods’ (Mat.22:29).

 

De Bijbel is echter vol van verwachting naar de komst van Christus. Zelfs  de schepping ziet met reikhalzend verl-angen uit en verlangt naar het openbaar worden der zonen Gods en zucht en is in barensnood. (Rom.8:19,22). Het is te begrijpen dat bijvoorbeeld de ‘vervangingstheologie’ een gezond verstaan van de Schrift veel christenen in de weg staat en dat mens de wederkomst van Christus naar een verre toekomst schuift. Dit komt vooral voor in de RK-kerk en veel protestantse kerken. De vervangingstheologie of het substitutionalisme is de leer dat de Kerk het geestelijk Israël is en daarmee de plaats van Israël heeft ingenomen.

Maar daarmee is de vraag naar Jezus’ wederkomst niet opgelost, hoogstens naar de achtergrond gedrongen. Een ander probleem is het postmoderne denken, waarin ieder zijn eigen gelijk heeft en er geen absolute waarheid meer is. Indirect daarmee staat ook het gezag van Gods Woord ter discussie want veel christenen hebben dat postmoderne denken overgenomen:

‘Ieder zijn eigen waarheid!’

 

 

 

Het getuigenis van de Schrift

 

Het Nieuwe Testament geeft op meerdere plaatsen getuigenis van de spoedige komst van de Heer Jezus. Die verwachting hield niet op nadat de Heer ten hemel was gevaren. Paulus schrijft al in de brief aan de Romeinen:

‘Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij’ (Rom.13:11).

 

En in de brieven aan de Thessalonicenzen schrijft hij er uitvoerig over. Hij verwachtte Jezus’ komst nog tijdens zijn leven wanneer hij schrijft:

‘Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here weze’ (1 Thes.4:15-18).

 

En dat ook Jakobus de Heer verwachtte in zijn de tijd blijkt wel uit het volgende:

‘Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands en heeft geduld, totdat de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij. Broeders, zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt; zie, de Rechter staat voor de deur’ (Jak.5:7-9).

 

Zo zijn er nog veel meer gedeelten uit het Nieuwe Testament te noemen. De apostel Paulus sprak in zijn brieven de verwachting uit dat Jezus spoedig en tijdens zijn leven zou wederkeren (Rom.16:20, 1 Kor.1:7-8, 10:11, 15:51;  Fil 1:10, 4:5; 1 Thes.3:13, 4:15, 4:17, 5:23; 1 Tim.6:14; Hebr.1:1-2, 10:37). Jacobus, Petrus en Johannes waren het met hem eens (Jak.4:5, 5:8; 1 Petr.1:5, 7, 20, 4:7; 1 Joh.2:18, 4:3, 2:28, 3:2).

Dat de Heer nog niet gekomen is en het ‘zie Ik kom spoedig’ nog niet vervuld is geworden heeft te maken met de houding van de christenen en de grote omwenteling die plaatsvond met de komst van Constantijn de Grote in het begin van de vierde eeuw. De verwachting van een spoedige komst van Christus kreeg een bestemming in een verre toekomst.

Echter in het begin van de negentiende eeuw is er weer licht gekomen op het profetische woord en is de komst van de Heer Jezus op de voorgrond gekomen. Momenteel zie je echter ook dat het wachten op Hem velen moe heeft gemaakt en weer in slaap gevallen zijn. Wat voor Christus spoedig is lijkt voor de mens lang omdat God en zijn Zoon tijd anders benaderen. Jezus is nu 2016 jaar geleden gekruisigd en gestorven wat voor de mens zeer lang lijkt! In vergelijking met de eeuwigheid die nog voor ons ligt is dat in de ogen van God zeer spoedig.

 

.

heilige-schrift-0a0b29fe-3cf7-4528-8208-9c33823f3cb3

 

.

 

 

Het getuigenis van de eerste christenen

 

De christenen die leefden in de tijd dat de apostelen nog onder hen waren geloofden in een nabije wederkomst van Jezus. Maar ook daarna vinden we deze verwachting! Het premillennialisme is een visie die gelooft dat Jezus fysiek aanwezig zal zijn bij zijn wederkomst, voordat het duizendjarig vrederijk aanbreekt. Het premillennialisme is grotendeels gebaseerd op een letterlijke uitleg van Openbaring 20:1-6. Deze profetie beschrijft Jezus wederkomst na een periode van geloofsvervolging. Satan is voor duizend jaar geketend in de diepte. Na afloop van de dui-zend jaar zal Satan nog voor korte tijd worden losgelaten. Deze periode zou voorafgaan aan het uiteindelijke laat-ste oordeel en de opstanding der gelovigen.

De eerste kerkvaders geloofden ook in een letterlijke uitleg van Openbaring 20:1-6. Justinus de Martelaar (100 / 114-165) en Ireneüs (140-202) kwamen bekend te staan als de felste uitdragers van dit idee. Met de komst van Constantijn (312) en de daarmee gepaard gaande vervangingstheologie (de kerk heeft de plaats van Israël inge-nomen) en later de geschriften van Augustinus verdween die verwachting totaal.

.

 

 

 

De tekenen der tijden

 

 

1. Israël

 

De Heer Jezus verweet de Farizeeën en de Sadduceeën dat ze het aanzien van de lucht wel wisten te onderschei-den, maar de tekenen der tijden niet (Mat.16:3). Het enige profetische boek van het Nieuwe Testament de Open-baring van Johannes is ons gegeven:

om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden’ (Openb.1:1).

 

Samen met het Oude Testament en gedeelten uit de brieven en boeken van het Nieuwe Testament wordt het ons gegund een blik in de toekomst te kunnen werpen. Eén van die tekenen der tijden is de gedeeltelijke terugkeer van joden naar hun land van herkomst Israël dat in 1948 is ontstaan. Maar niet alleen Israël ook de landen rond-om Israël zijn de vorige eeuw weer ontwaakt en onafhankelijke staten geworden na jarenlange overheersing door het Ottomaanse rijk. Met het oog op die toekomstige gebeurtenissen ‘sprak Hij (Jezus) een gelijkenis tot hen:

Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan’ (Luk.21:29-33).

 

Om Israël kan geen christen heen en wie zijn Bijbel een klein beetje kent weet dat deze terugkeer en ontstaan niet zonder profetische betekenis is. Het ontstaan van de staat Israël in 1948 heeft veel christenen aan het denken gezet en de eschatologie – de Bijbelse theologische leer aangaande de laatste dingen – heeft daardoor weer een plaats gekregen in de dogmatiek. De verovering van oud-Jeruzalem in 1967 gaf het nog een extra impuls.

 

 

 

2. Messias belijdende joden

 

Het ontstaan van de Messias belijdende gelovigen viel samen met de hierboven vermelde  gebeurtenissen. Voor de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er nauwelijks Messias belijdende joden in Israël, vandaag wordt hun aantal boven de tienduizend geschat. Dit is nooit eerder voorgekomen in Israëls geschiedenis sinds haar ontstaan in 1948. De verovering van Jeruzalem in 1967 heeft daar zeker toe bijgedragen. Ook elders in de wereld zijn er ve-le Messias belijdende gemeenten ontstaan. De Bijbel leert dat er in de eindtijd een rest (overblijfsel) in het land aanwezig zal zijn om de Messias te verwelkomen bij zijn komst en wellicht mogen we in de Messias belijdende gelovigen daarvan een voorbode zien.

Na de opname van de Gemeente zal Israël weer als getuigenis van God dienen in deze wereld. Daarvoor is het nodig dat het volk Israël voorbereid wordt op de komst van de Messias; bekering en berouw zal nodig zijn. Wat we nu zien is een volk dat weer woont in het land van hun vaderen maar nog in ongeloof.

‘Ik nu profeteerde zoals mij bevolen was, en zodra ik profeteerde, ontstond er een geruis, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen zoals zij bij elkander behoorden; ik zag toe, en zie, er kwamen spieren op, en vlees, en er trok een huid overheen; maar geest was er nog niet in hen.’ (Ez.37:7-8).

 

 

46946201309191543pal

 

 

 

3. Ontstaan hersteld Romeinse rijk

 

In het boek Daniël vinden we de bekende beschrijving van de vier wereldrijken die in Gods bestuur met deze wereld de plaats van Israël hebben ingenomen:

‘totdat de tijden der volkeren zouden zijn vervuld’ (Luk.21:24).

 

Ná het vierde (Romeinse) rijk zou het rijk van de Messias komen. Uit de geschiedenis weten we dat met de ver-werping van de Messias dit rijk er (nog) niet gekomen is. Voor de komst van het Messiaanse rijk dient er weer een Romeins te zijn. Na de tweede wereldoorlog hebben we dit rijk dan ook gestalte zien krijgen in wat nu de Euro-pese Unie genoemd wordt.

De profetie van Daniël daaromtrent is dan ook veelzeggend:

‘En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem, en de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos zijn. Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Dan.2:41-44).

 

 

De huidige Europese Unie is werkelijk ontstaan door een vrijwillig samengaan – door huwelijksgemeenschap zegt Daniël – van vele landen maar ze vormen geen hechte eenheid, of met de woorden van Daniël: ‘geen samen-hangend geheel’. In het verleden zijn meerdere pogingen ondernomen om door geweld tot een verenigd Europa te komen. In 800 door Karel de Grote, in de negentiende eeuw door Napoleon en in de twintigste eeuw door Hit-ler maar geen van de drie is er in geslaagd. Vandaar dat de huidige Europese Unie een teken is dat we leven in de tijd die voorafgaat aan de komst van de Messias :

‘Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid, juist zoals gij gezien hebt, dat zonder toedoen van mensenhanden een steen van de berg losraakte en het ijzer, het koper, het leem, het zilver en het goud verbrijzelde. De grote God heeft de koning bekendgemaakt wat na dezen zal geschieden; de droom is waarachtig en zijn uitlegging betrouwbaar’ (Dan.2:44-45).

 

 

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

 

Ten slotte

 

We mogen er zeker van zijn dat wij leven in de laatste dagen, de tijd die voorafgaat aan de kost van de Heer Jezus voor de Gemeente en vervolgens voor Israël en de volken.

‘Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon’ (Hebr.1:1-2).

 

Die verwachting betekent niet dat we maar rustig moeten afwachten, maar dat we actief bezig dienen te zijn met de verkondiging van het evangelie van de genade Gods. We dienen te zijn als waakzame slaven die hun lendenen omgord hebben en hun lampen brandende (Luk.12:35). Ook mogen we niet vervallen in speculaties over dag en uur.

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

Tekstuitleg bij Mattheüs 24

Standaard

categorie : religie

 

 

 

de_toe68

.

 

.

Inleiding

.

Weinig christenen begrijpen de ‘rede over de laatste dingen’ van de Heer Jezus vermeld in Mattheüs 24 en 25. Vooral de dingen die onmiskenbaar op Israël slaan, worden dikwijls geldig geacht voor de Gemeente. In de Bijbel wordt het woord gemeente weergegeven als een algemene benaming voor de wereldwijde gemeenschap van ware christengelovigen.

Het is belangrijk dat wij een goed inzicht hebben in de verschillen in de eindtijd tussen enerzijds die van Israël en anderzijds die van de Gemeente. Als we het profetische Schriftwoord in wijsheid naspeuren, dan krijgen deze pro-fetieën een geheel ander aanzien. De ‘laatste dagen’ voor de Gemeente zijn namelijk niet die van Israël. De ‘laat-ste dagen’ van Israël liggen in het tijdvak van de zevenjarige verdrukking en hebben op hun beurt helemaal niets met de Gemeente te maken.

 

.

De context

.

Om een juiste uitleg van hoofdstuk 24 te kunnen garanderen is het noodzakelijk ten opzichte van de andere Evangeliën na te gaan welke de plaats van het Evangelie naar Mattheüs inneemt in het Nieuwe Testament. Niet alleen de opname was een geheimenis dat pas later door Paulus geopenbaard is maar ook de Gemeente was nog niet ontstaan. Dit gebeurde in Handelingen 2 met de uitstorting van de Heilige Geest.

Door het vermelden van het geslachtsregister van de Heer Jezus aan het begin van het Evangelie zien we dat Mattheüs het erom te doen geweest is om de Heer Jezus voor te stellen als de beloofde Messias, de Zoon van Abraham en Zoon van David. Hij is Degene in Wie de beloften en profetieën vervuld zijn, de Emmanuël (‘God met ons’) van God gekomen. Te midden van zijn volk heeft Hij de tekenen verricht die zijn Messiasschap bewijzen en het koninkrijk aankondigen.

De andere Evangeliën benadrukken een ander kenmerk van de Heer Jezus. Markus laat ons de Heer Jezus zien als de ‘dienstknecht’, Lukas als ‘de Zoon des mensen’ en Johannes tenslotte als ‘Zoon van God’.

.

 

Een overzicht van het Evangelie naar Mattheüs maakt dat duidelijk:

.

1. De afkomst van de Messias van David (1:1)

2. De wijzen uit het oosten zoeken de Koning (2:2)

3. De Christus wordt geboren in Bethlehem (2:5)

4. Johannes de Doper kondigt het koninkrijk aan (3:1)

5. Er is sprake van Jeruzalem, de heilige stad (4:5)

6. De zogenaamde Bergrede – de grondbeginselen van het Koninkrijk (hfdst.5-7.)

7. Uitzending van de discipelen gepaard gaande met de krachten van het Koninkrijk (10:1-15)

8. Heil in beginsel alleen voor Israël (10:5; 15:34)

9. Verwerping van de Koning. (11:2; 14:1) (In principe is dit al gebeurd door de arrestatie en moord op Johannes de Doper)

10. De verwerping van Koning Jezus definitief (12:22-32, 46; 13:2)

11. Koninkrijk in verborgen vorm word aangekondigd (Mt13)

12. Aankondiging van de (toekomstige) Gemeente (Mt16:18)

13. Daaropvolgend de aankondiging van Jezus lijden en sterven (16:21)

14. Intocht in Jeruzalem (21:5) gevolgd door de vervloeking van de vijgenboom en de terzijde stelling van Israël (21:43)

15. Weeklacht over Jeruzalem (23:37)

16. Rede over de laatste dingen waarin het oordeel over Israël, Christendom en de volkeren (Mt24-25)

17. Tenslotte de daadwerkelijke verwerping en kruisiging van de Koning (27:29, 38)

18. De opstanding, hemelvaart en de opdracht en uitzending van Jezus’ discipelen (Mt28)

 

 

.

We kunnen het evangelie naar Mattheüs dan ook als volgt indelen:

.

Hoofdstuk 1-10   – De aankondiging en openbaring van de Koning.

Hoofdstuk 11-13 – De tegenstand van de Koning.

Hoofdstuk 14-20 – De terugtrekking van de Koning.

Hoofdstuk 21-27 – De verwerping van de Koning.

Hoofdstuk 28      –  De opstanding van de Koning.

 

.

.

De sleutel tot begrip

.

Een eerste maar beperkte vervulling van de ‘profetie over de laatste dingen’ kwam tot stand in 70 n.Chr., toen de Romeinen Jeruzalem verwoestten en de Joden over de hele wereld werden verspreid (diaspora). In die tijd werd echter het gedeelte van Mt24:29-31 (Mk13:24-27; Lk21:25-27) niet vervuld, namelijk: de wederkomst van de Heer.

Wij die vlak voor de wederkomst leven moeten deze profetische schriftplaatsen nu bezien in de grotere dimensie die ze hebben, namelijk de uiteindelijke en algehele vervulling. Ze hebben nu een betekenis voor enerzijds de Gemeente, die door haar Heer vóór de zevenjarige verdrukking in de lucht zal opgenomen worden naar het vaderhuis, en anderzijds de Joden die tijdens deze verdrukking tot bekering zullen komen en daarna hun Messias op aarde zullen zien verschijnen.

Nu is het beslist zo dat de periode van de Gemeente niets van doen heeft met het Joodse tijdperk, en omgekeerd. In de verdrukkingstijd neemt God de draad met Israël terug op en dan is het gemeente- en genadetijdperk afgesloten. Israël en de Gemeente staan op totaal verschillende verbondsgronden.

Christenen verwachten hun Heer altijd, de Heer komt voor de belijdende kerk op een uur dat niemand kent. Christenen moeten beslist geen tekenen afwachten en zij zullen de komende Antichrist en de verdrukking geenszins meemaken. Joden echter krijgen tekenen waarnaar zij in de verdrukkingstijd zullen uitkijken als bakens van waarschuwing, attentie en bemoediging.

 

 

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

De Openbaring hoofdstuk 13 : de opkomst van de valse profeet en de antichrist

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

Joden, christenen en volken

.

In deze bespreking volgen wij ‘de rede over de laatste dingen’ in de versie volgens Mattheüs. Mattheüs 24-25 laat zich opsplitsen in drie thematische delen die toepasselijk zijn voor Joden, christenen en de volken:

.

  1. Joden: in Mt24:1-35 zijn alle kenmerken Joods en van toepassing op de Joden.
  2. Christenen: in Mt24:36 tot Mt25:30 gaat het over waakzaamheid voor ‘de dag des Heren’ en de voorafgaande komst van de Heer tot zijn bruid, de Gemeente.
  3. Volken: in Mt25:31-46 gaat het over het oordeel over de volken, aan het begin van het vrederijk.

.

.

 

De vraag over de laatste dingen

.

Als we naar Mattheüs 24 kijken, dan zien we in de eerste drie verzen de behandelde onderwerpen van de profetie en dat zijn:

  1. Het tijdstip waarop de tempel zal afgebroken worden.
  2. Het teken van Christus’ komst
  3. Het teken van de voleinding van de “eeuw”

De tempel en de vraag naar tekenen zijn eigen aan de Joden (1Kor1:22; Mat12:38; Joh4:48). Dit heeft niets met de Gemeente te maken, maar alles met Israël. De Gemeente kan er wel wat uit leren, zoals uit de gehele Schrift trou-wens (Rm15:4), maar dat is wat anders dan de profetie rechtstreeks op haar toepassen.

In 70 n.Chr. werd de profetie betreffende de tempel vervuld. Deel II en III van de profetie echter werden toen niet vervuld. Dit komt omdat het gemeentetijdperk nog tussen de Israëltijdperken in geschoven moest worden. Maar dat was op het moment van de profetie nog een ‘verborgenheid’ (Rm11:16-25; Ef3:3-6; Kol1:24-27).

 

.

Het begin van de weeën: de eerste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek.

.

Dit gedeelte is niet voor de Gemeente bedoeld want zij moet geen tekenen afwachten maar hun Heer altijd ver-wachten. Ook de uitdrukking ‘wie zal volharden tot het einde zal behouden worden’ (Mt24:13) kan niet op de Gemeente slaan, want voor hen is behoud geen zaak van eigen volharding. Nergens in het Nieuwe Testament wordt tot christen-gelovigen gezegd dat zij voor hun behoud moeten volharden. God is hun volharding (Rm15:5; 1Kor1:11). De kerk, gezien als christelijk getuigenis op aarde, wordt gevraagd te waken.

De Gemeente wordt ook niet misleid door het optreden van valse christussen. De Gemeente verwacht geen op aarde verschijnende Christus, maar een opname, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Thes4:17), naar het Vaderhuis (Jh14:3). Het gaat hier over Israëlieten die zullen leven ná de opname van de Gemeente. Zij zullen dan pas tot be-kering komen en gaan uitkijken naar de (weder)komst van hun Messias. Zij krijgen waarschuwingen te horen opdat zij, in de verdrukkingstijd die dan is losgebarsten, zouden ‘volharden tot het einde’.

Zij krijgen te horen dat dit nog maar een ‘begin van de weeën is’ die over de aarde komen. Deze periode is de eerste halve jaarweek, naar analogie met de tweede helft van deze profetische ‘week’ in Dn9:27. Daarna moet de verschrikkelijke ‘grote verdrukking’ komen. Wat hier wordt beschreven komt overeen met Openbaring 6: de ver-breking van de eerste zes zegels. In die tijd wordt niet meer het evangelie van de genade gepredikt, maar ‘het evangelie van het koninkrijk’ (Mt24:14) door de Joden (zie de ‘twee getuigen’ in Op11).

 

 

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

De Openbaring hoofdstuk 6 : het breken van de eerste vijf zegels

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

De grote verdrukking: de laatste 3,5 jaren

van de zeventigste jaarweek

.

Bemerk goed de Joodse kenmerken: ‘heilige plaats’ (de herbouwde tempel!), ‘Jeruzalem’, ‘zij die in Judea zijn’ en ‘sabbat’. Deze passage heeft geheel niets met de Gemeente van doen, maar alles met de Joden, die in hun land zijn teruggekeerd. Zoals hierboven reeds werd opgemerkt wordt de Gemeente niet misleid door valse christussen. Zij ziet niet uit naar een op aarde verschijnende Christus en zij verwacht een plotselinge, hemelse opname die zij altijd moet verwachten, onafgezien gebeurtenissen of tijden.

Hier begint de ‘grote verdrukking’. De Joden kunnen het tijdstip ervan gemakkelijk berekenen zodat het hen niet onverwachts overvalt. Ze omvat de tweede helft van de ‘week’ in Dn9:27. Deze is 1260 dagen (Op11:3; 12:6), 42 maanden (Op11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Dn7:25; 12:7; Op12:14) lang. Dit zijn 3,5 profetische jaren. De grote verdrukking begint onzichtbaar met het neerwerpen van de duivel uit de hemel (Op12:7-9).

In Dn12:11 lezen we dat aan het begin van de laatste halve week het dagelijks offer zal worden gestaakt en dat daarvoor in de plaats een ‘gruwel’ zal worden opgericht (Dn9:27 en 12:11; Mt24:15; Mk13:14). Dit is het zichtbare begin van de ‘grote verdrukking’ (Mt24:21; Mk13:19; Op7:14). Dit is de ‘tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jr30:7; zie ook Dn12:1).

 

.

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

De Openbaring hoofdstuk 16 : de 7 offerschalen worden uitgegoten

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

De wederkomst van Christus op aarde terstond

ná de grote verdrukking

.

De Heer verschijnt nu zichtbaar voor iedereen die op aarde leeft. Dit is niet bedoeld voor de Gemeente, want hun opname is reeds achter de rug. Bij de opname verschijnt de Heer voor de Gemeente alléén, zijn bruid, wanneer ze wordt opgenomen, ‘de Heer tegemoet in de lucht’ (1Th 4:17). Hier in Mt 24:30 komt de Heer fysisch terug op aarde, op dezelfde wijze als dat hij van zijn discipelen was vertrokken, bij de hemelvaart: ‘En alzo zij hun ogen naar de hemel hielden, terwijl Hij heen voer, ziet, twee mannen stonden bij hen in witte kleding; Welke ook zeiden: Gij Galilése mannen, wat staat gij en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen’ (Hd1:10-11).

De tijdslijn maakt nu een sprong en loopt verder in Mat25:31, waar het oordeel over de volkeren begint. Eerst echter zijn er nog een paar excursies die betekenis hebben voor Israël én de Gemeente.

 

.

 

De gelijkenis van de vijgenboom

.

‘Wanneer gij al deze dingen zult zien’ (vs. 33): zoals betoogd moet de Gemeente geen tekenen afwachten, maar in alle tijden en omstandigheden haar Heer verwachten (Tt2:13; 1Th1:10; Fil 3:20). De Schriftplaatsen over de Opna-me spreken nooit over voorafgaande tekenen: Mt24:36-44; Jh14:1-3; 1Kor15:51-55; 1Th1:9, 10. Deze gelijkenis heeft daarom weer niets van doen met de Gemeente.

De vijgenboom is Israël (vgl. Lk13:6-9). Uit de vijgenboom-gelijkenis mag Israël leren, dat wanneer zij ‘al deze dingen’ zullen zien gebeuren, de zomer nabij is, en dat betekent dat de komst van de Messias en zijn vrederijk ‘nabij is, voor de deur’ (vs. 33). Het uitlopen van de vijgenboom is in de eerste plaats een beeld van ‘deze dingen’, namelijk de ontwikkelingen die precies gebeuren zoals de Heer ze in zijn rede heeft voorzegd.

Als de takken van de vijgenboom zacht worden en de bladeren uitlopen, dan betekent dit dat Israël aan een gees-telijk ontwaken is begonnen. Dat zal niet gebeuren vóór maar wel ná de opname van de Gemeente. Het gaat hierover niets anders dan ontwikkelingen vlak ná het Gemeentetijdperk, wanneer God de draad met Israël weer opneemt en zij ‘ontwaken’ zullen als een vijgenboom in de lente.

In Lk21:29-31 spreekt de Heer niet enkel over de vijgenboom maar ook over alle bomen: ook de naties van de eindtijd komen tot ontwaken. Wij zien in onze tijd dat Israël aan een nationale heropstanding bezig is sinds 1948, maar dat is niet de eigenlijke vervulling van Jezus’ woorden. De woorden van de Heer betreffen het Israël van de eindtijd, ná het Gemeentetijdperk, in de zeventigste jaarweek. In Jezus’ rede van de laatste dingen is eerder een geestelijk ontwaken bedoeld.

Wij kunnen in de huidige nationale ontwikkelingen wel een voorbode zien, namelijk dat ook de geestelijke herop-standing niet meer veraf kan zijn, maar de tempel is nog niet herbouwd, de eredienst is nog niet hersteld en de Joden zijn nog steeds ‘verhard’ (Rm11:25).

 

 

bijbel40

 

.

 

Dit geslacht

.

‘Dit geslacht’ (vs. 34) is het Joodse volk, zowel de tijdgenoten van Jezus als, in bredere zin, het Joodse volk tot aan de volledige vervulling van de profetie en de wederkomst van de Heer (vs. 30). ‘Dit geslacht’ is niet een periode van één generatie, zoals sommige christenen denken (en ook sekten, zoals de Jehovah-getuigen). De Heer Jezus bedoelt hiermee de Christus-verwerpende Joden, die er altijd zouden zijn, doorheen de eeuwen, tot aan Zijn wederkomst. Zij blijven als volk bestaan totdat ‘Al deze dingen zullen geschied zijn’ (vs. 34).

Dit is de hele periode van de verwerping van Israël en gelijk ook de tussenvoeging van de Gemeente (Rm11). Al die tijd zou de Heer Israël bewaren: ‘Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, opdat Hij hun allen zou barmhartig zijn. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!’ (Rm11:32-33).

.

 

.

Geen berekeningen maken

.

Een belangrijk argument hierbij is hetgeen staat in M24:36: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen.’ Deze Schriftplaats mogen we niet uithollen door te gaan bewe-ren dat één geslacht gelijk staat aan één generatie, of nog erger: één geslacht = 40 jaar. Het is wel zo dat de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. binnen zo’n tijdvak is te plaatsen, achteraf bekeken, maar dat betekent niet dat wij zo mogen berekenen. Trouwens, in 70 n.Chr. werd de profetie niet vervuld want ‘die dag’, of ‘de dag des Heren’, en ‘de wederkomst des Heren’ is toen niet gebeurd.

Het woord van de Heer in Mt24:36 laat zeker niet toe van 30 of 40 jaar af te tellen tot alles zou zijn geschied. Slechts in de verdrukkingstijd zullen de Joden twee keer 3,5 jaar of 1260 dagen kunnen aftellen, daarnaast ge-holpen door zichtbare tekenen. Tekenen en berekenen is voor de Joden, en de Joods bedelingen, maar de Gemeente heeft daar helemaal niets mee te maken.

 

 

 

De Zoon des mensen komt op een onbekend tijdstip

.

Dit gedeelte kan onmogelijk op Israël van toepassing zijn. Hier is geen sprake meer van uitkijken naar tekenen, maar van een onbekend tijdstip waarop de Heer komt. Dit is de komst voor de Gemeente. Daarachter ligt er nog een bekend tijdstip waarop de Heer komt, voor Israël en de overblijvende volken, aan het eind van de grote verdrukking. Daartussen liggen de zeven jaren van de 70e. jaarweek of de ‘Dag des Heren’. Van die onbekende dag waarop de Heer zijn Gemeente ophaalt en aanstonds de ‘Dag des Heren’ begint, staat er: ‘Doch van die dag en die ure weet niemand, ook niet de engelen der hemelen, dan Mijn Vader alleen’ (Mt24:36).

Dit is niet Jezus’ zichtbare komst op het einde van de grote verdrukking, want dat is een bekende dag. Men kan na de opname zeven jaren op de kalender uitzetten. Als de ‘gruwel der verwoesting’ (Mt24:15) in de tempel komt te staan, dan kan men beslist 3,5 jaar (Dn7:25; 12:7; Op12:14), of 1260 dagen (Op11:3; 12:6), of 42 maanden (Op11:2; 13:5) op de kalender uitzetten om precies te weten wanneer de Heer komt.

Het onbekende tijdstip van Jezus’ komst (Mt24:36), is niet alleen onbekend voor ongelovigen maar ook voor ge-lovigen, ja zelfs voor de Zoon des mensen. Dit moeten we goed onderscheiden van Jezus’ komen ‘als een dief’ (1Th5:2; 2Pet 3:10; Op3:3; 16:15), namelijk voor degenen die niet waakzaam zouden zijn of in ongeloof vertoeven. Voor dezen komt de Heer altijd als een dief, gelovigen zijn altijd waakzaam: zij houden er altijd rekening mee dat de Heer vandaag nog kan komen, en zij leven er helemaal naar toe, ook al weten zij ‘dag nog uur’.

De wereld zal erg verrast worden door de plotselinge opname van de Gemeente. In die tijd zullen zij hun gewone gangetje gaan en eten, drinken, huwen … alsof er niets aan de hand is. Er is in de passage geen sprake van een grote verdrukking maar eerder van een relatieve vrede. Niemand had ermee gerekend dat er zo’n ingrijpende ge-beurtenis zou plaatsvinden. Als gevolg daarvan worden zij nu verrast door de plotselinge wegname (opname) van vele mensen, waarbij zelfs familieleden. Daarop komt de hele wereld in beroering en de verdrukkingstijd begint.

Voor alle duidelijkheid, in Mt24:40-41 staat er (tweemaal): ‘de een zal aangenomen en de ander zal verlaten wor-den. Dit wegnemen betekent de opname, en de overige mensen worden gelaten waar zij zijn om overge-leverd te worden aan de verdrukkingstijd. De dag des Heren begint dus wanneer Hij Zijn gemeente onverwachts opneemt (1Kor15:51-52), vóór alle oordelen die over de wereld komen. De opname op zich is reeds een oordeel voor de naamchristenen en ongelovigen die achtergelaten worden. De Heer redt zijn Gemeente echter van de komende toorn (1Th1:10; 5:9), de grote verzoeking (Op3:10,11).

In Op 4 en 5 zien we de opgenomen Gemeente vertegenwoordigd in de 24 oudsten. Wanneer in Op 6 de ver-drukkingstijd losbarst is er geen sprake meer van de Gemeente. In Op 1 tot 3 komt de naam ‘Gemeente’ 19 maal voor; daarna niet meer, dan is alles terug kenmerkend Joods: het Gemeentetijdperk is voorbij. Deze komende ‘toorn’ is niet de hel. De toorn begint met het verbreken van de zegels van het oordelenboek (zie Op 5) vanaf Op 6. Wanneer die verbroken worden zien we in Openbaring de uitbarsting van het ene oordeel na het andere, steeds krachtiger. Voortdurend is er sprake van Gods toorn.

Het verschijnen van de Antichrist is een van de grootste uitingen van Gods wraak (Dn9:27; 2Th2:9-12; Op6:1, 2). Deze toorn duurt de volle zeven jaar, de zeventigste jaarweek. Dit alles is de “Dag des Heren” (2Th2) en dat wordt de Gemeente bespaard. De opname van de Gemeente (2Th2), de tempel van de Heilige Geest, geeft aanleiding tot het uitbreken van de verdrukkingstijd die overeenkomt met de laatste jaarweek in Daniël 9. God neemt dan de draad weer op met Israël (Rm11).

Israël zal geestelijk opstaan en alle gebeurtenissen voltrekken zich zoals de Heer die heeft voorzegd. Uit die vervullingen kan Israël opmaken dat de Messias en Zijn vrederijk nabij is, voor de deur. Met het boek Daniël of Openbaring kunnen zij dan zelfs precies berekenen wanneer hun Heer komt.

 

 

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

De Openbaring : hoofdstuk 20 ; de eerste opstanding en de tweede dood

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

 

Het oordeel over de volken

.

Dit gedeelte vindt rechtstreeks aansluiting bij Mt24:31 alwaar sprake is van het bijeen vergaderen van de uitver-koren, de getrouwe Joden. Hier echter worden de volken verzameld en gescheiden als schapen en bokken. De troon die we hier zien is deze van bij het begin van het duizendjarig vrederijk. Alle nog levende volken worden ervoor verzameld. Zij worden beoordeeld over de manier waarop zij de predikers van het Koninkrijk hebben behandeld (Mt24:14). Dit mogen we niet verwarren met de ‘grote witte troon’ uit Op20:11, die helemaal aan het eind van het duizendjarig vrederijk komt, en dan zullen ook de doden geoordeeld worden.

 

 

.

 Conclusie

 

.De Schriftuurlijke conclusie kan niet anders zijn dan dat de uitdrukking ‘dit geslacht’ (Mt24:34, Mk13:30 en Lk21:32), enkel te maken heeft met het Joodse volk als zodanig en niet een bepaald tijdperk van één generatie. Pas ná het Gemeentetijdperk, en niet ervóór, zal God de draad met Israël terug opnemen in de verdrukking. Dan pas wordt Israël geestelijk hersteld en komen zij tot bekering. Vóór deze verdrukking moeten wij niet ‘één gene-ratie’ van Israël afmeten. Pas in de verdrukking zullen de tekenen der tijden duidelijk worden.

Vóór de verdrukking is er slechts één belangrijke gebeurtenis, en gelijk ook een teken voor Israël en de wereld: de opname van de Gemeente. Dit zal als een totale verassing komen en aanleiding geven tot de verdrukking. Wel is het waar dat het ‘wereldtoneel’ voor de aanstaande gebeurtenissen in onze tijden wordt opgezet, zowel met be-trekking tot de volken, de (moslim)vijanden van Israël, de oprichting van de staat Israël, de terugkeer van Joden, het gedeeltelijke bezit van Jeruzalem, enz.

Maar dit is niet het ‘begin van de weeën’ (‘beginsel der smarten’ ) van Mt24:8, waarbij de tekenen der tijden duidelijk worden voor de Joden, en die hen ook tot bekering zullen leiden. Vóór de verdrukking is er beslist geen tijdperk van ‘één generatie’ van Joden waarop ook maar iets van de rede der laatste dingen van de Heer van toepassing is. De Gemeente heeft die tekenen niet nodig, en Israël zou ze in haar onbekeerde toestand niet kun-nen zien. Er zijn wel twee perioden met tekenen over de laatste dingen: 1e. de periode 33-70 n. Chr, en 2e. de ‘zeventigste jaarweek’ (de verdrukking).

Wij moeten vóór de Opname geen tekenen der tijden verwachten, noch voor de Gemeente, noch voor Israël. De Schrift wijst eerder op het tegendeel, het leven gaat zijn gewone gangetje totdat plots de Gemeente wordt opgenomen (Mt24:38). Daarna zal het Joodse volk de tekenen zien die haar toebehoren, en tot bekering komen.

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

.

 

John Astria

 

Tekenen van de eindtijd

Standaard

categorie : religie

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

.

.

Inleiding

.

Dat de wereld na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend veranderd is zal wel niemand ontkennen, daarvoor zijn er voorbeelden in overvloed te noemen. Maar er zullen weinig mensen zijn die beseffen dat wij leven in de voorlaatste fase van de geschiedenis die God met deze wereld schrijft.

.

 

Ook onder christenen is het besef dat we leven in de eindtijd jammer genoeg vaak niet of nauwelijks meer aan-wezig. Veel gebeurtenissen die in relatie staan met voorzeggingen in de Bijbel betreffende de eindtijd hebben intussen plaatsgevonden of zijn bezig zich verder te ontwikkelen.

In de zeventiger jaren was er over de eindtijd en de komst van de Heer Jezus veel aandacht, maar de belang-stelling in de ‘dingen die spoedig gebeuren moeten’ is daarna echter geleidelijk aan weggeëbd. Vandaar dat het goed is om die belangstelling weer eens aan te wakkeren want de tekenen zijn te duidelijk om ze te negeren.

.

 

1. Babylon, de grote hoer

 

Veel Bijbeluitleggers zijn van mening dat de beschrijving van de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 de profetische geschiedenis is van de christelijke kerk. Het begint met de gemeente te Efeze die haar eerste liefde heeft verlaten (2:4) en eindigt met de gemeente te Laodicea waar de Heer Jezus buiten de deur staat (3:20).

De opname van de Gemeente maakt een einde aan de geschiedenis van de Gemeente op aarde en wordt vanaf hoofdstuk 4 gezien in de hemel. Maar daarmee eindigt het christendom niet want Laodicea zal overgaan in het grote Babylon van de eindtijd. In Openbaring 17 zien we dat daar nog een geestelijke macht is die heerschappij voert over de koningen van de aarde.

Is het mogelijk dat de Wereldraad van Kerken opgericht in 1948 een voorloper is van dit grote Babylon? Het hoofddoel van de oecumenische beweging is om kerken van alle denominaties en sekten, en alle religieuze organisaties samen te brengen in één Oecumenische Kerk of Wereldkerk.

Het streven naar deze (valse) eenheid, gebaseerd op Johannes 17:21, en de oprichting in 1948 van de Wereldraad van Kerken kunnen we uniek in de geschiedenis van de Christenheid noemen en kan in verband met de eindtijd en de wederkomst van Christus gebracht worden.

Nooit eerder is er na de Reformatie zulk een streven en organisatie geweest.

 

.

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

De Openbaring hoofdstuk 17: Babylon wordt geoordeeld

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

2. Ontstaan van Europa

 

Na de Tweede Wereldoorlog beperkte het streven naar eenheid zich niet alleen tot het christendom. Het streven van de Wereldraad van Kerken naar eenheid gebeurde naar het voorbeeld van de Verenigde Naties. Deze orga-nisatie, opgericht in 1945, streefde naar het samenbrengen van alle volken op deze aarde.

Daarnaast was er in Europa ook een streven naar eenheid ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Veel eerder waren daartoe al pogingen ondernomen o.a. door Karel de Grote, Napoleon en Hitler maar allen faalden. Het verschil met hun pogingen en die van na de Tweede Wereldoorlog verschilt niet in hun doelstelling om alle landen van Europa verenigen, maar wel in hun manier.

Het Verdrag van Rome in 1953, was een verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap gevestigd werd. Om te begrijpen wat dat met de eindtijd te maken heeft moeten we teruggrijpen op het boek Daniël en in het bijzonder zijn beschrijving van het zgn. statenbeeld in hoofdstuk 2. Kort samengevat zien we daar dat, nadat Israël terzijde is gesteld, er vier wereldmachten opkomen waaraan God gezag verleend.

Dit zijn respectievelijk: het Babylonische, het Medische-Perzische, het Griekse en het Romeinse rijk.

Dat laatste rijk zal dan teniet gedaan worden door de komst van Christus die Zijn Rijk zal stichten. Dat betekent dan ook dat er voor de komst van Christus weer een ‘Romeins rijk’ aanwezig moet zijn. Vele uitleggers zien in de huidige Europese Unie de herleving van het Romeins rijk.

Treffend is de profetie van Daniël: ‘Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, zoals ijzer zich niet vermengt met leem’ (Daniël 2:43).

.

.

 

2993f8b7bf0ba9bd7256b7c957dfca4c

 

 

.

 

3. Ontstaan van de staat Israël

 

De staat Israël werd voorzegd door God: ‘Zo zegt de Here: Zie, Ik zal uw graven openen en Ik zal u uit uw graven doen oprijzen, Mijn volk, en Ik zal u brengen in het land van Israël’ (Ez.37:12).

Misschien is de stichting van de staat Israël door de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog versneld. Hoe dan ook in 1948 was het zover en riep David Ben-Goerion op 14 mei in Tel-Aviv de staat Israël uit.

In het jaar 70 n.Chr. werd Jeruzalem door de Romeinse bevelhebber Titus verwoest en werden de joden in bal-lingschap gevoerd. Maar het Oude en het Nieuwe Testament getuigen namelijk dat er voor Israël herstel is.

‘Want ik wil niet, broeders, dat u geen weet hebt van dit geheimenis, dat er voor een deel verharding over Israël is gekomen, totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan. En zo zal heel Israël zalig worden, zoals geschre-ven staat: De Verlosser zal uit Sion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jakob’ (Rom.11:25-26).

In de 19e eeuw ontstond er onder seculiere Joden van Oost-Europa een ideologie, zionisme genaamd, die streefde naar het stichten van een nationale Joodse staat. Het zionisme was een antwoord op de voortdurende antisemitische vervolgingen waaraan Joden in Europa blootstonden. Sinds de oprichting van de zionistische be-weging verhuisde een steeds groter deel van de Joodse wereldbevolking naar Israël.

In 2000 woonde ongeveer 40% van alle Joden in Israël. Het huidige volk Israël verkeert nog in een staat van ongeloof maar daarin zal verandering komen. ‘Zo zegt de Heere tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen. En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (Ez.37:5, 8).

 

.

 

46946201309191543pal

 

 

.

 

4. Het jaar 1967

 

De Zesdaagse Oorlog was een oorlog die tussen 5 en 10 juni 1967 werd uitgevochten tussen Israël en zijn Arabische buurlanden Egypte, Jordanië en Syrië. De term ‘Zesdaagse Oorlog’ is kort na de gebeurtenissen verzonnen door Moshe Dayan in een bewuste toespeling op de zes dagen der schepping in het Bijbelboek Genesis.

Door het innemen van de Gazastrook, het schiereiland Sinaï, de Westelijke Jordaanoever (inclusief oostelijk Jeru-zalem) en de Hoogten van Golan, verviervoudigde het door Israël gecontroleerde gebied tot 88.000 vierkante kilometer. Na felle gevechten werd heel Jeruzalem door het Israëlische leger veroverd. Allon en Begin stelden voor om de Oude Stad, het historische centrum, van Jeruzalem in te nemen.

De bevelhebber van het Centrale Commando Uzi Narkiss, Moshe Dayan en Yitzak Rabin gingen op 7 juni 1967 om 13:00 uur de Oude Stad binnen via de Leeuwenpoort. Ze zullen toen wel niet beseft hebben dat ze daarmee de profetie van de Heer Jezus vervulden zoals vermeld in Lukas 21:24:  ‘Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden van de heidenen vervuld zullen zijn’.

 

 

 

5. De Messias-belijdende gelovigen

 

Na de gebeurtenissen van de Zesdaagse Oorlog kregen vele Joden de overtuiging dat ze leefden in bijzondere tijden. In 2014 waren er 35 Messias-belijdende gemeenten in Israël met ruim 10.000 gelovigen. Deze beweging is niet meer te stoppen en ook wereldwijd neemt het aantal Messias belijdende Joden toe.

God wil door deze Joden het nieuwe volk Israël gaan vormen. Dat er weer Joden in het land Israël zullen zijn blijkt overduidelijk uit de verzen 15-22 van de eindtijd rede in Mattheüs 24. Daarbij zijn er nog de 144000 verzegelden uit alle stammen van de Israëlieten (Openb.7:4;141, 3).

Op de bekering van Israël is het nog wachten maar Gods Woord is daar duidelijk over: ‘de tijden van verkwikking komen niet eerder dan dat Zij  over Hem, Die zij doorstoken hebben rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene (Zach.12:10).

 

 

 

6. De komende tempel

 

In Jeruzalem staat  het Visitors Center van het Temple Institute. In dit centrum kun je kennis nemen van de voort-gang van de voorbereidingen tot de bouw van een tempel. Dit centrum biedt gasten de mogelijkheid om een video te bekijken waarin de geschiedenis van de Heilige Tempel wordt vertoond.

De taak van het Temple Institute is om in de profetische tijd waarin wij leven en als leden van het menselijk ras te proberen de herbouw van de Heilige Tempel te voltooien om daarmee de woorden van de profeet Jesaja in ver-vulling te doen gaan: ‘Want mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden voor alle volken’ (Jes.56:7).

Uit de brief aan de Thessalonicenzen blijkt dat er vlak voor de komst van de Heer Jezus weer een tempel zal zijn want: ‘de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet’ (2 Thes.2:4).

Ook in het boek Openbaring wordt er gesproken over een tempel: ‘En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang’ (Openb.11:1-2).

De ‘derde tempel’ zoals het door orthodoxe Joden genoemd word zal niet de tempel zijn die in het boek Ezechiël beschreven wordt (Ez.40-42) maar de tempel waarin de Antichrist zich zal vertonen.

 

.

 

hoofdstuk-21-een-nieuwe-hemel-en-een-nieuwe-aarde

Openbaring hoofdstuk 21 : Het nieuwe Jeruzalem

 

Pasteltekening van John Astria

 

.

 

7. De wederkomst van de Heer

 

De eerste komst van de Heer Jezus, geboren als kind in Betlehem, kon aan de hand van de profetie van Daniël vrij nauwkeurig bepaald worden want: ‘Vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op de Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeënzestig weken.

Na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden’ (Dan.9:25-27). 445 (voor Chr) +483 (69×7) = 38 (na Chr). Houden we nog rekening met een verschil van 3-4 jaar bij de vaststelling, dan komen we ongeveer op 33 naChr. Let wel het gaat hier niet om het tijdstip van zijn geboorte maar van het sterven van de Messias! Het NT vermeld dat er in die tijd joden waren die de Messias verwachten (Luk.2:25, 38; 23:51; Joh.4:25).

Een profetie voor wat betreft de tijdstip voor de  tweede komst van de Heer Jezus voor Israël en de volken is ons niet gegeven, eerder het tegenovergestelde. ‘En Hij zei tegen hen: Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft’ (Hand.1:7). En: ‘Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, ook aan de Zoon niet, maar alleen aan de Vader’ (Mark.13:32).

Ondanks deze woorden van de Heer Jezus zijn er in het verleden maar ook nu nog, veel pogingen gedaan om dat tijdstip te berekenen maar ze faalden allen. Op de vraag van de discipelen: ‘Wat is het teken van Uw komst en van de voleinding van de wereld?’ geeft de Heer Jezus in algemene zin wel een antwoord op de dingen die zullen ge beuren maar vermeld er gelijk bij dat, ook al gebeuren deze dingen, dat dat het einde nog niet is.

(Matth.24:3-7). Voor de Opname van de Gemeente kan de Heer Jezus elk moment komen. Aan het volk Israël zijn er tekenen gegeven die in hoofdstuk 24 van het Mattheüs evangelie vermeld zijn en in de Openbaring van Johan-nes.

De zes gebeurtenissen, hierboven vermeld, zijn dan ook geen tekenen maar signalen die aangeven dat we in de eindtijd leven vlak voor de komst van de Heer Jezus.

‘Wij hebben het profetische woord, dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart’ (2 Petr.1:19).

 

.

 

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

Het oordeel van Christus op zijn witte troon

 

pasteltekening van John Astria

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

.

JOHN ASTRIA

De martelaren van de islam en de 72 maagden

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Inleiding

 

Martelaarschap wordt in verschillende religies erkend en hoog geprezen. In het christendom is dat niet anders. De vorige paus verklaarde in het jaar 2000 ( Johannes Paulus II ) 44 moderne martelaren zalig. Onlangs nog verklaarde de huidige paus, Benedictus XVI, 498 Spanjaarden zalig die slachtoffer geworden waren van religieuze vervolgingen tijdens de Spaanse burgeroorlog. Zij werden allemaal tot martelaar uitgeroepen. Martelaarschap in het christendom wordt in het Westen positief geassocieerd met mensen die sterven omwille van standvastigheid van hun geloof, iets wat als positief en lovenswaardig ervaren wordt.

 

 

Screen-Shot-2015-05-10-at-19.34.19

 

 

Het martelaarschap in de islam heeft in de hoofden van veel mensen uit het Westen een gans andere invulling. Men denkt daarbij direct aan moslims die zichzelf opblazen om anderen te doden als onderdeel van een vermeende campagne om de islam met geweld op te leggen aan een gemeenschap, een land of zelfs de hele wereld.

Volgens het cliché worden ‘martelaren’ daartoe gemotiveerd door een in het vooruitzicht gestelde beloning met 72 maagden in het paradijs, een beloning die hen door profeet Mohamed zou zijn toegezegd. Uit voorliggende analyse zal moeten blijken hoeveel er van dit stereotype overeind blijft na studie van martelaarschap vanuit de primaire bronnen van de islam.

.

.

1. Martelaarschap als getuigenis van geloof

.

1.1. Shahada: geloofsbelijdenis en martelaarschap

.

De islamitische geloofsbelijdenis luidt als volgt:

“Ik belijd dat er geen god is dan God en ik belijd dat Mohammed Zijn Boodschapper is”

 

Deze uitdrukking noemt men in het Arabisch de shahada. Het woord shahada heeft ook andere betekenissen waaronder getuigenis en martelaarschap.

Dit kan tot surrealistische verwarring kan leiden, waarmee misverstanden en vooroordelen gevoed worden. Eenieder die (strikt gesproken na een rituele reiniging en in het bijzijn van één of twee getuigen) de islamitische geloofsbelijdenis van harte uitspreekt, uit vrije keuze en bij volle verstandelijke vermogens uitspreekt treedt toe tot de moslimgemeenschap.

De rechtschapenen (‘salihun’) zijn volgens de Koran diegenen die in God geloven en goede daden stellen. De Koran beperkt dit niet tot moslims, maar stelt dat ook joden en christenen die in God en de Laatste Dag geloven en die goede daden stellen, op oordeelsdag niets zullen te vrezen hebben:

«Zij die geloven, zij die het jodendom aanhangen, de christenen en de sabiërs die in God en de laatste dag geloven en die deugdelijk handelen, voor hen is hun loon bij de Heer en zij hebben niets te vrezen noch zullen zij bedroefd zijn.» (Koran 2:62)

Dat men een eenvoudige uitdrukking van geloofsbelijdenis zonder gêne verdraait tot een steunbetuiging aan zelfmoordterrorisme illustreert hoe stereotiep, vooringenomen en afwijzend het westerse beeld van de islam is. Een onderzoek naar de ware betekenis van martelaarschap in de islam vereist dan ook in de eerste plaats dat men afstand neemt van deze stereotypen om met onbevangen blik de inhoud van dit concept in de islam te verkennen en in te vullen.

 

 

.

1.2. De eerste martelaar: een vrouw die stierf omdat ze de islam niet wou afzweren

.

De eerste martelaar van de islam was een vrouw, Sumayyah bint Khabbab. Zij was een Abessijnse, één van de eersten die zich bekeerde tot de islam. De profeet Mohamed begon zijn openbaringen van God te verkondigen en een eerste handvol mensen lieten zich tot de islam bekeren.

De jonge moslimgemeenschap was toen nog maar met dertig en werden beschermd door familie- en clan banden, behalve Summayyah en haar gezin die geen tribale banden hadden en dus niemand hadden om hen te beschermen. Toen de polytheïsten (Quraysh) van hun bekering hoorden, werden ze brutaal aangepakt.

De mannen van het gezin werden, aan hete rotsblokken gebonden, te koken gezet in de verzengende hitte van de Mekkaanse woestijn. Summayyah werd zwaar geslagen. Toen zij bleef weigeren de islam af te zweren greep het clanhoofd Abu Jahl op een gegeven moment een speer en stak die door haar onderbuik. De verwondingen werden haar fataal. Zodoende, werd zij de eerste martelaar van de islam.

Dit concept sluit naadloos aan bij het christelijke concept van martelaarschap van ‘getuigen van God’ en heeft duidelijk niets te maken met de tot in den treure opgevoerde islamofobe propaganda dat martelaren in de islam terroristen en moordenaars zijn die dan nog voor hun daden beloond zullen worden ook.

 

 

 

1300765713_179684399_1-Sumayyah-Fitrah-Anggun-Taman-Setiawangsa

 

.

 

1.3. Martelaarschap en godsdienstvrijheid

.

Martelaarschap in de islam houdt dus in eerste instantie al verband met het standvastig belijden van het islamitisch geloof, en daarom ook met een verdedigen van de vrijheid van keuze over hoe men zich tot God verhoudt. De islam is gebouwd op een pijler van godsdienstvrijheid. Islam betekent ‘overgave aan God’,  dit veronderstelt dat men vrij is om zich over te geven aan God. De Koran stelt, uitdrukkelijk:

«In de godsdienst is er geen dwang.» (Koran, 2:256)

Zonder godsdienstvrijheid, zonder vrijheid om voor God te kiezen, is islam niet mogelijk. Het behoort tot de kerntaken van moslims te werken aan het opbouwen van een gemeenschap die deze vrijheid verzekert.

In de Koran wordt de godsdienstvrijheid door God zelf ingesteld. Dit betekent dat elke afbreuk die men daaraan doet, elke inperking die men eraan oplegt, ingaat tegen de islam. Het is bijgevolg uitgesloten dan een echte martelaar ook maar iets zou (willen) te maken hebben met het zelfs maar pogen te dwingen van anderen tot de islam.

Het beeld dat islam met geweld de godsdienst aan de hele wereld wil opleggen, en dat de martelaren daarvan de proponenten zijn, is in tegenspraak met de islamitische leer. Moslims zijn niet verzekerd van een plaats in het paradijs. Als ze zich misdragen gaan ze naar de hel, terwijl joden en christenen die zich aan de voorschriften van de aan hun profeten geschonken openbaringen houden en goede daden verrichten, volgens de islam tot het paradijs kunnen toegelaten worden.

.

.

 

1.4. Martelaarschap, jihad en terrorisme

.

In de islam is geloof alleen niet voldoende, met moet ook handelen naar het geloof.  Moslims moeten met andere woorden ook in hun handelswijze getuigenis afleggen van hun geloof. Dit handelen vertaalt zich als ‘jihad’ die innig verweven is met martelaarschap.

Jihad betekent niets meer of minder dan ernaar streven het goede te doen. Jihad is een zaak van elk moment van de dag. Bij elke keuze die men maakt in het leven, kan men het goede of het slechte kiezen. Jihad betekent dat men kiest voor het goede. Wie dat laatste doet, is een mujahid.

Wanneer een moslimgemeenschap aangevallen wordt en na uitputting van alle middelen om de aanval op een vreedzame wijze  af te slaan, kan de beste manier van reageren erin bestaan de wapens op te nemen om de gemeenschap te verdedigen.  Een strijder in zo een wettige, defensieve oorlog, is ook een mujahid.

Merk op dat ook in deze gevallen van militaire defensie het bij jihad nooit de bedoeling is anderen met dwang het geloof te willen opleggen, maar wel het voortbestaan te vrijwaren van de “gemeenschap van de middenweg”;  en de vrede en godsdienstvrijheid te beschermen zonder dewelke men ook de eigen godsdienst niet kan beleven.

In veruit de meeste gevallen evenwel heeft jihad niets met oorlog te maken en is geweld zelfs verboden. Met terrorisme heeft jihad niets van doen. De islam verwerpt terrorisme als een misdaad tegen de samenleving. Terrorisme is ten andere één van de weinige misdrijven waarvoor volgens de islam de doodstraf kan uitgesproken worden.

Zijn er mensen die zichzelf moslim of zelfs jihadi noemen en zichzelf opblazen om daarbij burgerslachtoffers te maken? Ja. Handelen zij volgens wat bij zeer ruime meerderheidsopvatting de Koranische boodschap is? Ondubbelzinnig neen. Wat ook hun motieven zijn, hun daden druisen in tegen de islam. Gaat men mee in hun logica, dan heeft de terrorist het ideologisch pleit gewonnen.

Na de aanslagen van 11 september is er in alle geledingen van de moslimgemeenschap, zowel door geleerden als door andere moslims, een krachtige veroordeling gekomen van die aanslagen en werden er fatwas gelanceerd die terrorisme afkeuren en verwerpen als strijdig met de islam.

 

 

jihad-nafs

 

.

 

1.5. Definitie van martelaarschap in de islam

.

Een mujahid, vanuit de leer die naam waardig, is iemand die tijdens zijn (of haar) leven als enige intentie heeft God te dienen door er consequent naar te streven voor het goede te kiezen, om geen andere reden dan dat God het waard is Hem te dienen. Vanuit de zuivere intentie God te dienen legt hij in zijn woorden en daden standvastig getuigenis af van ‘de waarheid’ waarin hij gelooft.

Een mujahid sterft de dood van een “shaheed” (een ‘martelaar’), op voorwaarde dat hij deze waarheid getrouw blijft. Het martelaarschap kent verschillende elementen:

  • getuigen (in woord en daad) van de waarheid (m.a.w. resoluut kiezen voor het goede);
  • met als enige en zuivere intentie God te dienen;
  • en met de bereidheid het leven te geven voor die getuigenis zonder evenwel de dood actief op te zoeken en zonder de noodzaak ervoor gedood te worden.

Bekijken we nu even die elementen:

  • getuigen (in woord en daad) van de waarheid .  Dat getuigenis van God een cruciale rol speelt in het martelaarschap, bleek reeds uit het relaas van de eerste martelares van de islam. Martelaarschap, geloof (in de zin van getuigen van de waarheid) en jihad (in de zin van het daadwerkelijk beleven van dit geloof in woord en daad door een standvastig streven om het goede te doen in alle aspecten van het leven) zijn dan ook begrippen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
  • met als enige en zuivere intentie God te dienen. Alles wat men doet zal op de Oordeelsdag geëvalueerd worden op grond van de intenties die men had. Wie het martelaarschap nastreefde voor bijvoorbeeld de eer die hem te beurt zou vallen, in plaats van om God te dienen, mag zich aan een enkele reis naar de hel verwachten.

    «De eerste persoon die op Oordeelsdag ongunstig beoordeeld zal worden, is de valse martelaar. Hij wordt voorgeleid, en de beloningen die hij gekregen zou hebben en die hij herkent, worden hem getoond. Dan vraagt God hem: “Wat deed je om deze beloningen te krijgen?” Hij antwoordt: “ik streed omwille van U tot ik de marteldood stierf”. Dan beveelt God: “Je liegt! Je streed opdat de mensen zouden zeggen: ‘Wat een dapper man!’ En dat zeiden ze ook in deze wereld [m.a.w.: je kreeg al wat je wou]”. Dan wordt het bevel gegeven dat deze persoon op zijn gezicht naar de hel gesleept wordt.»

  • en met de bereidheid het leven te geven voor die getuigenis zonder evenwel de dood te zoeken en zonder er noodzakelijk voor gedood te worden. Merk op dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen de bereidheid voor God te sterven, en actief de dood te zoeken. Het eerste is in samenhang met de twee vorige factoren. Het laatste  is zelfmoord, wat door de islam verboden wordt. Wie zelfmoord pleegt, wordt de toegang tot het paradijs ontzegd:

    «De Profeet zei: “En hetgeen iemand gebruikt om zelfmoord mee te plegen in deze wereld, daarmee zal hij gefolterd worden in het Hellevuur”.» (gemeld door Thabit bin Ad-Dahhak, in: Bukhari)«Een man werd verwond en pleegde zelfmoord, en dus zei God: Mijn dienaar heeft snel zijn dood veroorzaakt, dus verbied Ik het Paradijs voor hem.» (Bukhari)

    Het is mogelijk dat men op een andere, zelfs ‘banale’ manier aan zijn einde komt maar toch als martelaar beschouwd wordt:

    «Op een dag vroeg de Profeet: “Wie noemen jullie zelf martelaars?”. De mensen rondom hem antwoordden: “Diegenen die gedood worden door een wapen.” Zijn reactie hierop was: “Er zijn er veel die gedood worden door wapens, en ze zijn geen martelaars; er zijn er veel die in hun bed sterven, maar die beloond worden met de zegeningen van de siddiqs (de eminent oprechten) en de marterlaren” » (al-Isfahani 8, 251)

     

Het is duidelijk dat het zich opblazen in een terreuraanslag strijdig is met de islam en dus evenmin een daad van religieus martelaarschap kan zijn, hoe graag sommigen in het Westen dat ook zo voorstellen en hoe graag sommige terreurgroepen hun leden dat ook willen doen geloven.

 

 

Mohammed de profeet

Mohammed de profeet

 

 

 

1.6. Soorten martelaren

.

Ruwweg kan men van 3 categorieën van martelaren spreken, die als volgt gedefinieerd worden:

  • Martelaren van deze wereld en van het hiernamaals. Dit zijn moslims die het leven laten in een wettige strijd tegen onrecht.Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer zij als strijder het leven laten in een wettige oorlog. Het betreft hier dus gelovigen die het verdedigen van islamitische kernwaarden zoals vrede, rechtvaardigheid, broederlijkheid, godsdienstvrijheid enz. met hun leven betaald hebben. Tot dergelijke martelaren behoren diegenen die het opnamen tegen een tiran en daarvoor door de tiran gedood werden:

    « De meester van de martelaren is Hamzah Ibn ‘Abdul-Muttalib, een man die zich verzette tegen een tiranniek leider, en die hem instrueerde met het goede en hem het slechte verbood, als gevolg waarvan [de tirannieke leider] hem doodde. » (hasan, al-Haakim en adh-Dhiyaa`)

     

    «Iemand die gedood wordt bij het afweren van verdrukking is shaheed» (an-Nisaa`i en adh-Dhiyaa`)

    Het gaat hier telkens om moslims die gedood werden in omstandigheden waarbij zij de grondwaarden van de islam verdedigden binnen de grenzen van het toelaatbare, zonder dat ze de dood zochten en zonder dat ze eigen eer of een beloning nastreefden.

  • Martelaren van het hiernamaals.  Dit betreft mensen die om andere redenen dan de voorgaande stierven en in het huidige leven niet als martelaar beschouwd worden, maar in het hiernamaals toch de status van martelaar krijgen. Een paar voorbeelden:

    «Er zijn vijf overlijdens als gevolg waarvan iemand een martelaar is: diegene die gedood wordt op het pad van God is een martelaar, diegene die verdrinkt op het pad van God is een martelaar, diegene die sterft ten gevolge van een maagziekte op het pad van God is een martelaar, diegene die sterft ten gevolge van de pest op het pad van God is een martelaar, en de vrouw die stierf in het kraambed is een martelaar.» (saheeh, an-Nisaa`i, al-Jami)

    Het is dus niet het geval dat iedereen die verdrinkt een martelaar is. Het ligt eraan hoe hij geleefd heeft. Ook niet elke moslim die overlijdt ten gevolge van een ziekte in de buik is een martelaar. Als hij deze ziekte opliep door slechte, buitensporige leefgewoonten en geen rechtschapen leven leidde, zal hij geen martelaar zijn.

  • Martelaren van deze wereld.  Dit zijn moslims die hier en nu als martelaar beschouwd worden, maar in het hiernamaals niet als martelaar zullen beschouwd worden. Bijvoorbeeld iemand die als soldaat in een wettige oorlog zou sneuvelen maar aan de strijd deelnam omwille van de eer die hem te beurt zou vallen, zal hier als martelaar beschouwd worden maar in het hiernamaals naar de hel gaan.

Vanuit islamitisch perspectief heeft het eigenlijk geen zin iemand een martelaar te noemen (anders dan in het christendom is er in de islam geen kerkinstituut dat iemand tot ‘martelaar’ kan uitroepen) omdat alleen God hierover kan oordelen. Men kan hoogstens zeggen dat iemand ‘met grote waarschijnlijkheid’ een martelaar is, maar de beslissing daarover komt alleen God toe. Een martelarencultus is dan ook niet aan de orde in de islam.

.

.

.

1.7. Beloning voor de martelaren

.

Volgens de islam worden martelaren in het hiernamaals bedacht met de grootste beloningen. Zo zal hun overgang naar het hiernamaals  zo goed als pijnloos zijn. De stervenspijn zal zodanig verkleind worden dat het maar zal aanvoelen als een muggenbeet.

«Abu Hurayrah vertelde dat profeet Mohamed zei: “Een martelaar voelt maar evenveel van het effect van gedood te worden als iemand die zou gestoken zijn door een mug.”» (Tirmidhi, Nasa’i en andere – gemeld door Abu Hurayrah)

Hoewel mensen die als mujahid leven en naar het martelaarschap verlangen zich als doel stellen tijdens het leven in alles het goede te doen ten einde God te dienen, struikelt iedereen al eens. Daarbij krijgen martelaren vergiffenis voor de zonden die zij in hun nobel streven onvrijwillig toch begingen (tenzij het om zware zonden gaat zoals hypocrisie). Zodoende, krijgen martelaren het eeuwig leven in het hiernamaalse paradijs.

«En denk van hen die op Gods weg gedood worden niet dat zij dood zijn; zij zijn juist levend bij hun Heer, waar in hun onderhoud wordt voorzien terwijl zij zich verheugen over wat God hun van Zijn Genade geeft en zich verblijden dat de achterblijvers die zich nog niet bij hen gevoegd hebben niets te vrezen hebben noch bedroefd zullen zijn. Zij verblijden zich over een genade en gunst van God, en dat God het loon van de gelovigen niet verloren laat gaan.» (Koran 3:169-171)

In het paradijs zullen zij de mooiste plekken krijgen.

« Samurah Ibn Jundub vertelde dat de Profeet zei: “Vorige nacht ontving ik een (goddelijke) ingeving (via een droom); ik zag twee mannen naar mij komen en me meenemen naar een boom (in het Paradijs), en vervolgens naar een plek die het beste was dat ik ooit gezien had; zij informeerden me dat dit de verblijfplaats was van de martelaren.” » (Bukhari)

 

 

 

1.8. De ’72 maagden’

 

Naast vergeving van alle zonden en weldadige paradijselijke beloningen spreekt de Koran ook over de hoor al ayn’ voor diegenen die het paradijs bereiken.

«Zo is het! En Wij geven hun gezellinnen met sprekende grote ogen ten huwelijk.”» (Koran 44:54)

“Hoor al ayn” zijn speciale schepselen die enkel in het paradijs wonen. Volgens de enen gaat het om bijzondere vrouwelijke gezellen voor mannen die het paradijs bereiken, volgens anderen hebben de “hoor al ayn” geen geslacht, ze zijn noch mannelijk, noch vrouwelijk, maar wezens met een uitzonderlijk zuivere spiritualiteit die gereflecteerd wordt in hun ogen waaruit hun puurheid straalt. Er bestaat zelfs een omstreden theorie die zegt dat “hoor al ayn” eigenlijk gewoon ‘druiven’ betekent, wat aansluit bij de andere grafische omschrijvingen van de weelderigheid die het paradijs kenmerkt.

 

De Koran vermeldt bovendien nergens een aantal. De ’72’ is afkomstig van de volgende hadith:

«Men hoorde profeet Mohamed zeggen: “De kleinste beloning voor de mensen van het Paradijs is een plaats waar er 80.000 dienaren en 72 vrouwen zijn, waarboven een koepel staat die versierd is met parels, aquamarijn en robijn, zo breed als de afstand van Al-Jabiyyah (een voorstad van Damascus) tot Sna’a (in Jemen).”» (Tirdmidhi)

Enkele bedenkingen hierbij:

Deze hadith is omstreden, de authenticiteit ervan staat niet vast. Dit wil zeggen dat het niet zeker is dat profeet Mohamed deze woorden ooit gesproken heeft. Ze maken bijgevolg geen deel uit van de kernleer van de islam. De verzen en hadith die het paradijs beschrijven moet men net zo min letterlijk nemen als de bij ons alom bekende spreekwoordelijke rijstpap die ons in de hemel met gouden lepeltjes zal geserveerd worden.

Waar het in deze verzen en hadiths om te doen is, is het schetsen van de uitzonderlijkheid van de beloning die iedereen die in het paradijs terechtkomt te beurt zal vallen. Wie zich nu aan de voedingsvoorschriften houdt, wie zich nu aan voorschriften van matiging houdt, wie zich aan de seksuele beperkingen houdt, zal hierna rijkelijk beloond worden.

En hoewel naargelang van de interpretatie ervan de term ‘hoor’ een seksuele connotatie kan hebben, in die zin dat de term als ‘maagd’ kan opgevat worden , dan nog wordt er nergens gesteld dat mannen effectief seksuele relaties zullen onderhouden met deze schepselen. Nogal logisch, vermits de bestaansvorm van een gans andere orde zal zijn dan het aardse bestaan.

Zelfs als men deze hadith voor waar zou aannemen, én wanneer men “hoor al ayn” letterlijk als ‘maagden’ interpreteert, staat er nergens in dat terroristen met 72 maagden beloond zullen worden.

Zoals eerder gezegd, zijn moslims niet zeker van een plek in het paradijs. Als zij zich misdragen hebben kunnen zij naar de hel gaan. Anderzijds, stelt de Koran dat ook joden en christenen die in God geloven en zich gedragen in overeenstemming met de aan hun profeten geopenbaarde boodschap, eveneens in het paradijs kunnen toegelaten worden.

En ten slotte, de hele discussie over de beloning van het martelaarschap is eigenlijk een zinloze discussie, want zodra men iets doet voor de beloning en niet vanuit de zuivere intentie God te dienen, ziet men de beloning aan zijn neus voorbij gaan.

Getuige de volgende lange maar lezenswaardige hadith over het oordeel dat gereserveerd wordt voor geleerden, welstellenden en (vermeende) mujahids die beweren het martelaarschap na te streven maar in werkelijkheid uit zijn op een beloning in de vorm van eerbetuigingen.

« Op de Laatste Dag wanneer God zal zetelen om te oordelen en elke gemeenschap voor Hem zal knielen, zullen de eersten die geoordeeld zullen worden de geleerden van het Heilige Boek zijn, of diegenen die gedood werden in een jihad of diegenen die rijk en welvarend waren op aarde.


God zal aan de geleerde vragen: ‘Werd jou niet alles geleerd dat geopenbaard werd aan de Profeet? Wat deed je met deze kennis?’ Hij zal antwoorden: ‘O Heer! Ik placht de Koran dag en nacht te reciteren in mijn gebeden.’ God zal zeggen: ‘Je bent een leugenaar.’ En zodoende zullen de engelen hem als leugenaar beschouwen, en God zal het oordeel vellen dat deze man dit alles enkel deed om geprezen te worden als een zeer groot geleerde.

Het lof dat hij ontving op aarde was het doel waar hij op mikte, dus is er hier voor hem niets. Vervolgens zal de rijke man aangesproken worden en God zal zeggen: ‘Heb ik je niet welvarend gemaakt en onafhankelijk van anderen? Wat deed je met die welvaart?’ Hij zal antwoorden: ‘O God, ik gaf aan de behoeftigen en was liefdadig.’

God zal zeggen: ‘Je bent een leugenaar’, en de Engelen zullen hem ook een leugenaar noemen. God zal zeggen: ‘Je was niet liefdadig in de geest, je reikte liefdadigheid uit met als enige drijfveer geprezen en geëerd te worden. Je werd geprezen en geëerd, dus heb je al de beloning gekregen waarop je mikte. Er is hier niets voor jou’.


Dan zal een man gebracht worden die gedood werd in een jihad. Hij verwacht dat God hem zal eren als een martelaar, maar deze aanspraak zal hem ontzegd worden door God die zal zeggen: ‘je vocht enkel om geprezen te worden als een dapper man. Je kreeg het lof dat je in de wereld nastreefde. Hier is er niets voor jou’.


De Profeet voegde hier aan toe: ‘Dit zijn de personen die in hel geworpen zullen worden vóór de anderen.’
» (Tirmidhi, gemeld door Abu Hurairah)

 

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

 

.

2. Seculariserend extreem nationalisme van militante jihadi’s en zelfmoordterroristen

.

In ‘Islam Hijacked’ stelt Rabbi Reuven Firestone, professor Middeleeuws Judaisme en Islam, aan de Hebron Union College van Los Angeles  :

«Wat zelfmoord en het schade berokken aan onschuldigen betreft, is islam ondubbelzinnig. De vier scholen van islamitische wet verbieden uitdrukkelijk het schade berokken aan niet-strijders.» 

 

De professor laat er geen twijfel over bestaat, de islam verbiedt terreurdaden. Maar waarom sleuren de zelfmoordterroristen er dan God en de islam bij? Professor Robert Pape werpt daar enig licht op. Hij houdt een databank bij van zelfmoordaanslagen.

Op grond van de gegevens die hij verzamelde over zelfmoordaanslagen gepleegd tussen 1980 en 2003, concludeert hij dat niet de moslims, maar wel de Tamil Tijgers van Sri Lanka de kop aanvoeren inzake zelfmoordaanslagen.

De Tamil Tijgers zijn een seculiere marxistische groep die voornamelijk rekruteert bij Hindoe families. Zij zijn uitvinders van de ‘zelfmoordvest’ die later door de Palestijnse plegers van zelfmoordaanslagen overgenomen werd.

Zelfs bij de zogenoemde ‘islamitische’ aanslagen nemen luidens professor Pape de seculier georiënteerde groepen 2/3den van de aanslagen voor hun rekening. Deze professor stelt verder dat terrorisme geen zaak is van individuele fanatici, maar een strategische zet is van groepen die campagne voeren voor een specifiek politiek doel, met name “het dwingen van moderne democratieën om betekenisvolle toegevingen te doen inzake nationale zelfbeschikking”.

Volgens diezelfde professor is er overweldigend bewijs dat zelfmoordterrorisme weinig verband houdt met religie. Hij omschrijft zelfmoordterrorisme als “een extreme strategie voor nationale bevrijding” en dus een extreme strijd voor nationalisme. Wereldwijd, hebben 95% van al dergelijke incidenten dit centrale doel. Met andere woorden: terrorisme dient een politiek doel.

Niet alle bezettingen evenwel van landen leiden tot zelfmoordterrorisme. En hier speelt religie wel een rol, in die zin dat zelfmoordaanslagen vooral plaatsvinden wanneer er een religieus verschil is tussen de bezetter en de bezette gemeenschap. Het is door dit religieverschil, dat de terroristenleiders er beter in slagen de bezetter te demoniseren vanuit een verwrongen lectuur van de eigen religie.

In tegenstelling tot de gangbare opvatting, dat militante ‘jihadi’s’ religieuze fanatici zijn, kan men dus stellen dat het integendeel juist gaat om mensen die de islam proberen te seculariseren om nationalistische belangen te dienen, en dit terwijl de islam geen notie van nationaliteit kent en zelfs elke vorm van hypernationalisme verwerpt.

 

 

al-aqsa-martyrs-brigades-31

 

.

.

3. Besluit

.

Martelaarschap is het ‘getuigen van God’ door in alle omstandigheden, in woord en daad, ernaar te streven het goede te doen, met als enige intentie God te dienen om geen andere reden dan dat God dat waard is, waarbij men bereid is voor het getuigen van die waarheid zijn leven te geven, zonder evenwel de dood te zoeken en zonder er noodzakelijkerwijs voor gedood te worden.

Omdat de intentie (niyya) een grote rol speelt en alleen God in de harten kan kijken, zijn mensen niet geplaatst om te beoordelen wie ‘martelaar’ is en wie niet. Dat “oordeel” komt alleen God toe. Een martelaren cultus geeft dan ook geen pas in de islam.

Het is in de islam trouwens niet hoe men sterft, dat iemand tot martelaar maakt, het is hoe men lééft. Ook wie een natuurlijke dood sterft kan men ‘martelaar’ zijn. Het maakt niet uit hoe men sterft  zo lang men noch in het leven, noch in de dood iets onwettig nastreeft. Dat maakt een zelfmoordaanslag tot iets wat ingaat tegen de islam.

Niet alleen is zelfmoord verboden, de aanslag is bovendien een criminele daad waarbij men onschuldigen van het leven berooft met als doel angst te zaaien. Een zelfmoordterrorist kan geen ‘martelaar’ zijn, vermits hij de grenzen van het wettige te buiten gaat in de manier waarop hij sterft.

Het concept van islamitisch martelaarschap wordt dan ook beklad en gekaapt, zowel door terroristen als door diegenen in het Westen die meegaan in de ideologie van de terroristen en hen “martelaar” noemen.

Dat de profeet Mohamed voorgesteld wordt als een terroristenleider die plegers van zelfmoordaanslagen beloont, is voor moslims zeer schokkend. Hij vertegenwoordigt voor hen de nobelste waarden die door een mens kunnen nagestreefd worden. Hem als terroristenleider voorstellen, is een omkering van de moraal.

Het martelaarschap daarenboven degraderen tot iets dat gedreven wordt door seksuele driften is een dehumanisering van moslims tot wezens die, gedreven door seksuele driften, geweld verheerlijken. Een dergelijke beeldvorming is vernederend, denigrerend, dehumaniserend.

Ze moedigt polarisatie aan, niet alleen bij diegenen die het beeld voor waar aannemen en die zich dus afkeren van moslims, maar ook bij de moslims zelf die zich volkomen onrechtvaardig getypeerd weten. Bovendien verhinderen dergelijke mythes een gedegen analyse en dus ook een daadkrachtige, doeltreffende strijd tegen het terrorisme.

Zijn er moslims die terreurdaden plegen? Ja. Er zijn ook niet-moslims die terreurdaden plegen. Het probleem is complex, de oplossing niet eenvoudig. De strijd tegen door moslims gepleegde terreur ligt in elk geval niet in het demoniseren van de islam. Integendeel.

De islam, met de echte martelaren ervan op kop, erkennen als een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme zou al een grote stap in de goede richting zijn. Het zou in elk geval op zijn minst diegenen die er aan beide kanten van dit verhaal belang bij hebben een botsing der beschavingen uit te lokken, de wind uit de zeilen nemen.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

John Astria

John Astria

 

 

 

Is de paus onfeilbaar?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De 10 geboden voor de eeuwigheid

De 10 geboden voor de eeuwigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

De Katholieke Kerkleer betreffende de pauselijke onfeilbaarheid wordt door mensen buiten de Kerk vaak verkeerd begrepen. Fundamentalisten  verwarren het charisma van de pauselijke onfeilbaarheid vaak met foutloosheid.

.

Velen denken dat de Katholieken geloven dat de paus niet kan zondigen. Anderen, die deze elementaire blunder weten te vermijden, denken dat de paus een soort amulet of magische kracht bezit wanneer er een onfeilbare uitspraak gedaan wordt.

Gezien deze veel voorkomende misverstanden over de basisbeginselen van de pauselijke onfeilbaarheid, is het noodzakelijk om uit te leggen wat deze onfeilbaarheid niet is. Onfeilbaarheid is niet de afwezigheid van zonden.

Het is geen charisma dat alleen aan de Paus toebehoort. Onfeilbaarheid behoort ook toe aan het gehele orgaan van bisschoppen, wanneer ze in dogmatische eenheid met de Paus, in alle ernst een bepaalde doctrine als waar bestempelen. We weten dit van Jezus zelf, toen hij zijn apostelen en hun opvolgers beloofdt:

“Wie u hoort, die hoort Mij” (Luc. 16: 10), en

“Al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemel gebonden wezen” (Matt. 18: 18).

 

.

Uitleg van het tweede Vaticaanse Concilie

.

Het tweede Vaticaans Concilie legt de onfeilbaarheid als volgt uit:

“De afzonderlijke bisschoppen bezitten weliswaar niet het privilege der onfeilbaarheid; wanneer zij echter, ook al zijn zij verspreid over heel de wereld, maar in gemeenschap leven met elkaar en met de opvolger van Petrus, een officiële leer geven over geloof en zeden en hierbij gezamenlijk komen tot één definitief te aanvaarden uitspraak, dan verkondigen zij op onfeilbare wijze de leer van Christus. Dit is nog duidelijker het geval, wanneer zij, in een oecumenische concilie bijeen, voor geheel de Kerk optreden als leraars en rechters van geloof en zeden; dan moet men aan hun uitspraken de instemming geven van het geloof.”

Onfeilbaarheid behoort op een speciale wijze toe aan de paus als hoofd van de bisschoppen (Matt. 16:17-19; Joh. 21:15-17). Zoals Vaticanum II opmerkt is het een charisma van de paus om :

“krachtens zijn ambt, wanneer hij als opperste herder en leraar van alle gelovigen, die zijn broeders versterkt in het geloof, een leer omtrent geloof of zeden door een definitieve act proclameert. Daarom worden zijn definitieve uitspraken terecht onveranderlijk genoemd uit zichzelf en niet krachtens de instemming van de Kerk, omdat ze zijn geschied onder de bijstand van de Heilige Geest, die hem in de persoon van de heilige Petrus is beloofd”.

De onfeilbaarheid van de paus is niet een doctrine die plotseling in de leer van de Kerk verscheen, het is een doctrine die impliciet ook al in de vroegchristelijke Kerk aanwezig was. Het is alleen ons begrip van de onfeilbaarheid die ontwikkeld is en die in de loop van de tijd duidelijker begrepen werd. In feite is de leer van de onfeilbaarheid impliciet beschreven in de Petrus-teksten:

Joh. 21: 15-17 : “Weid Mijn schapen. . .

Luc. 22: 32 : “Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude”

Matt. 16: 18 : “dat gij zijt Petrus. . . “.

 

 

pope_francis_in_march_2013

 

.

 

Gebaseerd op Christus mandaat

.

Christus instrueert de Kerk om alles te leren wat Hij geboden had (Matt. 28: 19-20) en beloofde de bescherming van de Heilige Geest die zal “u in al de waarheid leiden” (Joh. 16: 13). Dat mandaat en die belofte garanderen dat de Kerk nooit zal falen in het verkondigen van Zijn leer (Matt. 16: 18, 1 Tim. 3: 15), zelfs wanneer dit wel het geval is bij een individuele Katholiek.

Toen de christenen een duidelijker zicht kregen op het leergezag van de Kerk en op het primaat van de paus, ontwikkelden ze een duidelijker begrip van de onfeilbaarheid van de paus. De ontwikkeling van het gelovig begrijpen heeft haar wortels duidelijk in het vroege begin van de Kerk.

Cyprianus van Carthago stelde bijvoorbeeld, in ongeveer 256 na Christus, de volgende vraag: “Durven de ketters te naderen tot de stoel van Petrus, waar vandaan het apostolische geloof is ontstaan, en waar vandaan geen fouten komen?“ (Brieven 59 [55], 14). In de vijfde eeuw vatte Augustinus de vroegchristelijke houding kort samen toe hij zei: “Rome heeft gesproken, de zaak is beslist” (Preken 131, 10).

.

 

Opheldering

.

Een onfeilbare uitspraak, gedaan door de paus alleen of door een oecumenisch concilie, wordt gewoonlijk gedaan wanneer een bepaalde doctrine in twijfel getrokken wordt. De meeste doctrines zijn nooit in twijfel getrokken door de grote meerderheid van Katholieken.

Neem nu de catechismus en kijk eens naar het grote aantal doctrines, de meeste hiervan zijn niet formeel gedefinieerd. Maar veel punten zijn in het verleden al eens gedefinieerd, en dat niet alleen door de paus. Er zijn in feite veel belangrijke onderwerpen waarover de paus onmogelijk een onfeilbare uitspraak kan doen, zonder gevaar te lopen om vroegere onfeilbare verklaringen van oecumenische concilies en het gewone magisterium van de kerk te herhalen.

Ten minste de hoofdlijn van het zojuist geciteerde zal bekend voorkomen voor belezen Katholieken, voor wie het duidelijke taal is. Maar dat ligt geheel anders voor ‘Bijbelchristenen’. Voor hen lijkt de pauselijke onfeilbaarheid eerder een warboel, omdat naar hun idee veel van wat deze pauselijke onfeilbaarheid inhoud onjuist is.

Sommigen vragen hoe het kan dat pausen onfeilbaar kunnen zijn, terwijl sommigen van hen een schandelijk leven hebben geleid. Dit bezwaar illustreert de veel voorkomende verwarring tussen onfeilbaarheid en foutloosheid. Er is geen garantie dat een paus geen zonde zou doen of een slecht voorbeeld geven. Het is opmerkelijke dat er door de eeuwen heen een grote mate van heiligheid gevonden wordt onder de pausen; slechte pausen vallen op, juist omdat ze zo zeldzaam zijn.

Andere mensen vragen zich af hoe deze onfeilbaarheid mogelijk is wanneer de ene paus het soms niet eens is met de andere paus. Ook dit laat zien dat er een verkeerd beeld is van de onfeilbaarheid die alleen betrekking heeft op officiële leerstukken van geloof en moraal, niet op disciplinaire maatregelen en zelfs niet op onofficiële commentaren op geloof en moraal. De theologische privéopvattingen van een paus zijn niet onfeilbaar.

Zelfs fundamentalisten en evangelisten die deze misvattingen niet hebben, denken toch vaak dat de onfeilbaarheid betekent dat de paus een speciaal soort genade heeft gekregen die hem toestaat te leren wat hij maar voor nodig acht, maar dat is eveneens niet correct. Onfeilbaarheid is niet een vervanging voor de theologische studie door de paus.

Wat de onfeilbaarheid betekent is dat de paus bewaard wordt om formele leerstellingen als de ‘waarheid’ te verkondigen, die in de ogen van sommige gelovigen in feite dwalingen zijn. De paus moet de waarheid leren door studie, hoewel hij hiervoor natuurlijk wel een voordeelt kent, door zijn bijzondere positie.

.

 

Was Petrus niet onfeilbaar?

.

Als Bijbels bewijs voor de feilbaarheid wijzen fundamentalisten graag op Petrus leiding in Antiochië, waar hij weigert om met de heidense christenen te eten, om de Joden uit Palestina maar niet tegen het hoofd te stoten (Gal. 2: 11-16). Paulus vermaant Petrus ervoor. Dit toont niet aan dat de pauselijke onfeilbaarheid niet bestaat, omdat Petrus’ handeling had te maken met een disciplinaire kwestie, niet met zaken omtrent geloof en moraal.

Verder waren het Petrus handelingen die problemen veroorzaakten, niet zijn leer. Paulus erkent dat Petrus de juiste leer zeer goed kende (Gal. 2: 12-13). Het probleem was dat hij niet leefde volgens hetgeen hij zelf leerde. In dit geval leerde Petrus dus niet iets, en er is al helemaal geen sprake van gezaghebbend definiëren van geloofs- of morele kwesties.

Fundamentalisten moet ook erkennen dat Petrus een bepaalde onfeilbaarheid had. Ze kunnen immers niet ontkennen dat hij twee Bijbelboeken heeft geschreven waarbij hij bewaard werd voor het schrijven van een fout. Het gedrag van Petrus in Antiochië was verkeerd, wat niet in strijd is met de vorm van onfeilbaarheid. Daarom hoeft het verkeerde gedrag van een paus dus ook niet in strijd te zijn met zijn onfeilbaarheid.

Kijkend naar de geschiedenis citeren sommige critici van de Kerk bepaalde fouten van een paus. Hun argumentatie heeft betrekking op de drie pausen Liberius, Vergilius en Honorius.  Het heeft geen zin om alle details te noemen omdat elke goede kerkgeschiedenisbeschrijving de feiten kan weergeven. Het is genoeg om te zeggen dat geen van deze zaken voldoet aan de eisen omtrent pauselijke onfeilbaarheid zoals gegeven in Vaticanum I.

.

 

Hun favoriete zaak

.

Volgens de fundamentalistische commentatoren is hun beste zaak die van paus Honorius. Ze zeggen dat hij de dwaalleer verkondigde dat Christus alleen een goddelijke en geen menselijke wil had, zoals alle orthodoxe christenen wel geloven.

Maar dat is niet wat Honorius deed. Zelfs een snelle blik op de geschiedkundige stukken toont aan dat hij simpelweg helemaal geen beslissing wilde nemen. Zoals Ronald Knox uitlegt:

“naar zijn beste weten dacht hij dat het beter was om in deze zaak geen beslissende uitspraak te doen, dit voor de vrede in de Kerk. Wij vinden dat hij verkeerd gehandeld heeft, maar achteraf is dat gemakkelijk te zeggen. Maar niemand zal toch claimen dat de paus onfeilbaar is, in het niet verdedigen van een doctrine.”

De ontkenning van de pauselijke onfeilbaarheid bij ‘Bijbelchristenen’ komt voort uit hun visie op de Kerk. Ze geloven niet dat Christus een zichtbare Kerk heeft geïnstitueerd, wat ook betekent dat ze niet geloven in een hiërarchie van bisschoppen met de paus aan het hoofd.

Het is eenvoudig om te wijzen naar het Nieuwe Testament waar de apostelen een zichtbare organisatie opzetten, volgens bevel van hun Meester. Alle christelijke schrijvers vanaf de eerste eeuwen hebben ten volle erkend dat Christus een voortdurende organisatie opgezet heeft.

Een voorbeeld van dit aloude geloof vinden we bij de persoon van Ignatius van Antiochië. In zijn brief uit de tweede eeuw aan de Kerk te Smyrma schrijft hij:

“Waar de bisschop verschijnt, laten de mensen daar zijn, net als overal waar Christus is, daar is de Katholieke Kerk” (Brieven aan de Smyrnarezen 8 ).

Wanneer Christus een dergelijke organisatie opzet, moet Hij toch ook voorzien hebben in:

de continuering ervan,

de zichtbaarheid om gevonden te kunnen worden en

in een methode om Zijn leer getrouw te bewaren.

Dit alles is bereikt door de apostolische successie van de paus als individu samen met de bisschoppen. Zij, te samen met alle gelovigen, vormen de kerk die de bewaring van de christelijke boodschap, in zijn volheid en onfeilbaarheid garandeert.

Het is de Heilige Geest die de paus bewaart voor het officieel leren van fouten. Wanneer, zoals Christus zelf leert, de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen, dan moet ze ook beschermd worden tegen het vallen in dwalingen en daarmee het afvallen van Christus. Ze moet blijken een perfecte en vaste gids te zijn in zaken van onze zaligheid.

De onfeilbaarheid geeft geen garantie dat een bepaalde paus niet nalaat om de waarheid te prediken, of dat hij zonder zonde is, of dat een enkele disciplinaire beslissing niet op verstandige wijze gemaakt wordt. Het zou natuurlijk prettig zijn wanneer hij foutloos en alwetend zou zijn, maar dat hij dat niet is wil nog niet zeggen dat de vernietiging van de Kerk op handen is.

De paus moet in staat zijn om goed te leren, aangezien het onderwijs tot redding van de mens, de primaire taak van de Kerk is. Mensen moeten, om gered te worden, weten wat ze moeten geloven omtrent de zaligheid. Ze moeten een volledig betrouwbare rots hebben om op te bouwen en hierop te kunnen vertrouwen als bron van de enige christelijke leer. En dat is waarom de pauselijke onfeilbaarheid bestaat.

Aangezien Christus gezegd heeft dat de poorten van de hel de Kerk niet zullen overweldigen (Matt. 16: 18b), betekent dit dat Zijn Kerk nooit kan ophouden te bestaan. Daarom kan de Kerk geen dwaling leren, wat betekent dat alles wat ze als volkomen waar definieert de waarheid is. Deze realiteit wordt ook weerspiegeld in wat de apostel Paulus zegt over de Kerk als “pilaar en vastigheid der waarheid” (1 Tim. 3: 15).

Wanneer de Kerk het fundament van de religieuze waarheid in deze wereld is, dan is ze Gods eigen woordvoerder. Zoals Christus zijn discipelen leerde:

Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Mij; en wie Mij verwerpt, die verwerpt Dengene, Die Mij gezonden heeft.” (Luc. 10: 16).

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

Hoe de Heilige Geest ontvangen?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

.

.

De Bijbel laat ons zien dat God ons het grootste denkbare geschenk wil geven. Hij komt met Zijn eigen Heilige Geest in ons wonen. Hij wil ons de doop en vervulling met de heilige Geest schenken, zodat we de hemel op aarde ervaren, het koninkrijk van God dat werkelijkheid wordt in ons leven.

.

Het grootste probleem met veel christenen is dat ze wel geloven dat God bestaat, Jezus voor hun zonden is gestorven en de Bijbel het boek van God is… maar dat ze God niet als een sterke werkelijkheid ervaren.

God lijkt toch ver van hen te blijven. Hun gebeden lijken weinig effect te hebben. Hun geloof is aan de zwakke kant en ze missen het vuur om anderen over Jezus Christus te vertellen. Sommige christenen verrichten wel veel godsdienstige activiteiten, maar het is de vraag of het allemaal zoveel blijvende vrucht draagt als we zouden willen.

Hoe komt dat? Omdat we nog teveel in eigen kracht doen. We beseffen niet welk wonderbare geschenk God ons wil geven.

.

 

Man in aanbidding

 

.

 

Jezus Christus wil ons de wonderbare doop en

vervulling met de heilige Geest schenken.

.

De heilige Geest tilt het christelijke leven op een heel ander niveau, waar God ons echt kan ontmoeten en waar God een geweldige realiteit wordt in ons dagelijks leven.

Het grote verschil tussen het Oude-  en het Nieuwe Testament is niet alleen dat Jezus Christus is gestorven voor onze zonden. Het gaat veel verder. Het verschil is ook dat God niet meer veraf is en enkel spreekt doorheen een geschreven wet.

 

 

God is nu dichtbij gekomen. Hij woont in ons en bij ons.

Hij wil ons vervullen met Zijn Geest.

.

Hij wil een werkelijkheid worden voor ons, die zo mooi en bijzonder is, dat we als het ware de hemel al op aarde ervaren. Met vervolging natuurlijk, want het blijft wel de aarde. Maar we kunnen God wel als een realiteit leren kennen. Zijn licht kan geweldig sterk schijnen in ons.

Zijn liefde kan ons hart vervullen en onze daden sturen. Zijn goedheid kan ons overspoelen en zijn vrede ons beheersen. Gods heerlijkheid is niet iets wat we pas veel later ervaren, als we dood zijn. Nee, God is hier en nu bij ons en wil ons dopen in zijn Heilige Geest.

 

 

 

Hoe word je vervuld met de heilige Geest?

 

De Bijbel laat vier stappen zien die elk mens moet nemen om de doop en vervulling met de Geest te ontvangen.

.

Begin een nieuw leven, en laat u dopen, ieder van u, in de naam van Jezus Christus, om vergeving te krijgen van uw zonden; en u zult de heilige Geest als geschenk ontvangen. (Handelingen 2:38)

.

Doe niet zoals zovelen, die de heldere waarheid van de Bijbel willen vervangen door menselijke tradities en redeneringen.

.

 

De Heilige Geest

Pasteltekening van John Astria

 

.

1) Begin een nieuw leven

Natuurlijk is de eerste stap dat je je bekeert van je leven zonder God, je leven in zonde, oneerlijkheid, onreinheid. Bekering is de basis. Keer je om van het kwaad, naar God toe. Begin een compleet nieuw leven met God.

 

.

2) Geloof in Jezus Christus

Geloof in Jezus Christus als jouw verlosser. Besef dat Jezus Christus de redder van de mensheid is en ook voor jouw zonden is gestorven aan het kruis op Golgotha. Hij heeft zijn bloed laten vloeien als een offer voor de zonden van de mens. Als je Hem gelooft en knielt voor Hem, dan worden je zonden vergeven.

 

.

3) Laat je dopen

Laat je dopen in water. Dat is een basishandeling die hoort bij de bekering. In veel traditionele kerken heeft men de doop vervangen door kinderdoop. Maar Jezus Christus liet zich ook dopen in water, dus wie zijn wij dan om te beweren dat wij meer zijn dan de Zoon van God en dat wij de doop niet nodig hebben? Jezus was ook opgedragen en gezegend als kind, maar toch liet Hij zich dopen, toen Hij zijn bediening  begon.

 

.Zodra Jezus gedoopt was en uit het water kwam, ging de hemel open en Johannes zag de Geest van God als een duif op hem neerdalen. (Mattheus 3:16)

 

Elke christen die vervuld wil worden met de Geest van God, doet er goed aan het voorbeeld van Jezus Christus te volgen. Jezus Christus is de Zoon van God en Hij werd pas vervuld met de Geest van God, toen Hij zich liet dopen in water.

 

.

4) Ontvang de Geest

In de Bijbel zie je dat de Geest van God over mensen kwam, nadat ze gebed onder handoplegging ontvingen van de apostelen.

.

Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op, en zo ontvingen ze de heilige Geest. (Handelingen 8:17)

Veronachtzaam de genade die je geschonken is niet; je dankt haar aan de profetische woorden die de raad van oudsten over jou, onder handoplegging, heeft uitgesproken. (1 Timoteüs 4:14)

.

In sommige christelijke kringen heeft men ook hier de heldere Bijbelse waarheid vervangen door meningen en tradities van mensen. Maar als je werkelijk verlangt naar de doop en vervulling met de Heilige Geest, laat dan alle menselijke bezwaren varen en laat betrouwbare en reine christenen voor je bidden onder handoplegging, zoals de Bijbel zegt.

Nadat we deze stappen hebben doorlopen, is het aan onszelf, om vervuld te blijven met de Geest van God. Dat heeft te maken met onze eigen levensstijl.

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 John Astria

John Astria

Godsdiensten en geweld

Standaard

categorie : religie

 

 

 

nietinmijnnaam

.

 

Zijn godsdiensten de oorzaak van alle geweld

en kunnen we ze maar beter afschaffen?

 

Men hoort wel eens zeggen dat godsdiensten gewelddadige sprookjes zijn die verantwoordelijk zijn voor alle geweld en dat al die oorlogen een aanslagen uit de wereld zouden zijn als men de godsdiensten zou afschaffen.

Afgezien van het feit dat dat wettelijk niet mogelijk zou zijn, de universele verklaring van de rechten van de mens die elke democratie onderschrijft garandeert immers godsdienstvrijheid, stellen zich volgende bedenkingen:

  • Waren wereldoorlog I en II godsdienstoorlogen? neen
  • Was de Westerse oorlog tegen Irak een godsdienstoorlog? neen
  • Was de bloederige beëindiging van de protesten op het Tiananmen-plein in China een godsdienstige zaak? neen
  • Is deze lijst van oorlogen waarin de Verenigde Staten sedert 1950 betrokken waren, een opsomming van godsdienstoorlogen? neen
  •  Zijn de Verenigde Staten in deze oorlogen betrokken omwille van godsdienstige motieven? En zouden al deze oorlogen niet bestaan hebben mocht men godsdiensten afschaffen? nee
  • Was de Russische burgeroorlog (1917-1921) een religieuze oorlog? neen

.

 

 

Hebben de moslimterroristen religieuze motieven?

 

Vooreerst is het zo dat er ook aanslagen gepleegd worden door christenen, boeddhisten, joden, maar ook door extreem-rechts, extreem-links en door staten. Uit de Europol cijfers van aanslagen in Europa blijkt dat ruim 98% van de terreurdaden in Europa gepleegd worden door links, rechts, separatisten en single issue terroristen. Minder dan 2% van de aanslagen in Europa zijn het werk van moslimterroristen. 98% van de terreur in Europa heeft dus niets met religie te maken.

Bovendien is terrorisme geheel in strijd met de islam, volgens dewelke terreur een misdaad tegen de samenleving is.

Verder bestudeerde professor Pape de 315 de zelfmoordaanslagen die wereldwijd gepleegd werden tussen 1980 en 2003. Hij kwam tot het besluit dat wereldwijd de meeste zelfmoordaanslagen niet gepleegd werden door moslims, maar dat het overgrote deel gepleegd werd door de Tamil Tijgers van Sri Lanka, een seculiere marxistische groep die voornamelijk rekruteert bij Hindoes. Het zijn ook de Tamil Tijgers die de zelfmoordvest uitvonden die later door Palestijnse plegers van zelfmoordaanslagen werd overgenomen.

Zelfs wat in de pers islamitische aanslagen genoemd worden, blijken volgens deze professor voor twee derden uitgevoerd te worden door niet-religieuze groepen. De professor voert aan dat zelfmoordterrorisme geen zaak is van individuele fanatici, maar dat deze aanslagen een politiek strategie weerspiegelen en een politiek doel dienen. Groepen die bezette landen en gebieden als hun eigen land beschouwden, eisen toegevingen inzake nationale zelfbeschikking.

Hun terreurdaden zijn een “extreme strategie voor nationale bevrijding” en dus een uiting van een extreme strijd voor nationalisme. Volgens deze professor hebben 95% van de aanslagen wereldwijd deze bedoeling. Zelfmoordterrorisme heeft dus weinig of niets met eender welke religie dan ook te maken.

De professor stelt dat niet alle bezettingen van landen leiden tot zelfmoordterrorisme. Deze aanslagen vinden vooral plaats wanneer de bezettingsmacht een andere religie aanhangt dan het land dat bezet wordt. Door dit verschil in religie slagen terroristenleiders er beter in de bezetter te demoniseren vanuit een scheefgetrokken interpretatie van hun geloof.

Minder dan 2%  van de aanslagen in Europa de laatste 4 jaar was het werk van moslims. Dat minimaliseert de dreiging die van deze terreur uitgaat niet, maar plaatst het wel in de context.

 Alle modellen, religieus en niet-religieus hebben hun schare terroristen

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

John Astria