Tagarchief: vlekjes

Jade / Jadeïet / Nefriet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Kenmerken van jade

 

Jade staat bekend als een gelukbrengende groene edelsteen. Maar eigenlijk is jade een verzamelnaam van ver-schilende mineralen. En jade is weliswaar meestal groen, maar kan ook grijs, zwart, rood, paars, roze, lila, wit, geel of bruin zijn. Jade is te herkennen aan het vettige oppervlak, de typerende tint groen, en de zwarte vlekjes. De steen heeft bovendien een vezelige structuur, wat verwerking lastig maakt. De meest gewaardeerde en dure soort jade is smaragdgroen, en heet wel Imperial jade.

De bekendste leden van de jadefamilie zijn jadeïet en nefriet. Deze stenen werden oorspronkelijk door elkaar ge-bruikt, want ze waren nauwelijks van elkaar te onderscheiden in uiterlijk en gebruik. Een belangrijk verschil is dat nefriet veel vezeliger is. Voorwerpen van nefriet breken minder snel van voorwerpen van jadeïet. Later bleken er nog meer familieleden te zijn. De belangrijkste zijn de albietjadeïet (lichtgroen), de chloromelaniet (mosgroen tot groenzwarte) en de maw-sit-sit (lichtgroen tot grasgroen met zwarte vlekken en strepen).

Alle mineralen uit de jadefamilie worden veel gebruikt in de edelsteentherapie, omdat ze een grote variëteit aan klachten en kwalen kunnen helen. Het bekendst is de werking op blaas en nieren. Vanwege de grote vraag is het voor handelaren verleidelijk om stenen die op jade lijken onder de naam jade op de markt te brengen. Aventurijn bijvoorbeeld wordt vaak als India-jade aangeboden, prasem als Afrikaanse jade, vesuviaan als California-jade, car-neool als rode jade, serpentijn als Chinese jade, en rhodoniet als rode Peking-jade.

Jade is de nationale steen van China. Jade is ook de nationale steen van de Amerikaanse staten Alaska, Californië en Wyoming. Onder de naam greenstone (‘groene steen’) is nefriet de nationale steen van Nieuw-Zeeland. Maw-sit-sit is de nationale steen van Birma (Myanmar).

 

 

jadeiet

 

 

 

RUW

 

 

 

 

 

 

 

 

Herkomst van de naam

 

 

  • Jade is kort voor jadeïet. Dat woord is afgeleid van Spaans piedra de ijada,’steen voor de lendenen’. Men wist dat de steen nierkwalen kon genezen, maar men dacht vroeger dat de nieren aan de zijkant van de rug zaten, net onder de ribbenkast.
  • Nefriet is afgeleid van Lapis nephreticus (‘nierensteen’), van Latijn lapis (steen) en Grieks nephros (‘nier’). Dit was oorspronkelijk de naam die apothekers gebruikten voor jadeïet. Later, nadat ontdekte was dat jade in feite twee verschillende mineralen waren, werd deze naam toegewezen aan het nieuw ontdekte mineraal.
  • Albietjadeïet (of jadeïetalbiet) is jadeïet met veel albiet. Die naam is afgeleid van Latijn albus (‘wit’).
  • Maw-sit-sit is genoemd naar zijn vindplaats, het dorpje Maw Sit Sit in noordwest-Birma.
  • Uit de Jonge Steentijd (ongeveer 11.000 v.Chr.) zijn gebruiksvoorwerpen van jade, zoals messen en bijlen, gevonden. Jade was heel gewild materiaal voor het maken van wapens. Toen wapens later vooral van brons en ijzer werden gemaakt, bleven wapens van jade geliefd voor rituelen. Uit deze tijd zijn ook jade sieraden, jade kralen en kleine vormpjes jade met een vetergat gevonden.

 

 

draak van jade

 

 

 

ruw

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

In China was jadeïet en vooral nefriet al vanaf 5000 v.Chr. in gebruik voor gebruiksvoorwerpen en rituele voor-werpen. In China werden groene stenen hogelijk gewaardeerd, vooral als ze de typerende groene kleur van jade of aventurijn hadden. Ze heetten dan , Chinees voor ‘jade, aventurijn, groene steen’. Yü gaf zijn bezitter een goede gezondheid, een lang leven en vooral voorspoed. Het was de steen van de Keizer en als zodanig het sym-bool van de Staat en de Macht. Het keizerlijke zegel was vervaardigd van yü. In China was smaragdgroene yü kostbaarder dan goud.

Jade werd verwerkt in allerlei gebruiksvoorwerpen (mondstukken van waterpijpen, schaaltjes, theekopjes, schacht van kalligrafeerpenselen, sieraden). Door de steen dagelijks te beroeren, zou het de bezitter goed vergaan. Jade werd ook meegegeven aan de doden, voor een gelukkig verblijf in het hiernamaals. Vaak werden kleine voor-werpjes of amuletten op het gezicht of de borst van de overledene gelegd. Rijke mensen droegen in hun graf kleding die geheel uit plaatjes jade was vervaardigd. Naast de groene jade werden – en worden – ook witte en zwarte jade zeer gewaardeerd. Nog steeds zijn amuletten van jade populair bij Chinezen.

 

Ook in de grote rijken van de Maya’s (300-900 n.Chr.) en de Azteken (1200-1500) in Midden-Amerika stond de groene jade voor geluk, voorspoed, lang leven en onsterfelijkheid. Ook daar werden grafgiften van groene stenen meegegeven aan de doden. Jade was vooral een steen voor de rijken. Er zijn voorwerpen gevonden met prachtig gesneden figuren en tekens van jade. Van oudsher werden jadeïet en nefriet in Midden-Amerika gebruikt tegen kwalen van blaas en nier. In de zestiende eeuw name de Spaanse veroveraars deze stenen en hun toepassing mee naar Europa.

In Nieuw-Zeeland was en is de jade een geliefde en heel belangrijke steen. Het gaat daarbij om de steen die wij nu nefriet noemen, die traditioneel in Nieuw-Zeeland greenstone of pounamu heet. Al eeuwen worden daar van jade wapens en sieraden gemaakt. Jade was belangrijk als ruilmiddel voor de handel. De Maori, de inheemse be-volking van Nieuw-Zeeland, dragen halssieraden van jade, de zogenaamde hei-tiki. Die sieraden gingen vaak van generatie op generatie over en speelden een belangrijke rol in de traditie.

Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw werd vastgesteld dat wat men altijd als jade had beschouwd, eigenlijk twee verschillende mineralen waren: jadeïet en nefriet. Kort daarna werd als variant van jadeïet de chloromelaniet ontdekt, en in 1963 volgde de ontdekking van maw-sit-sit.

 

 

jadeiet Msya

 

 

 

 

 

 

africanjadepalmstones

 

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Jade kan allerlei kleuren hebben, afhankelijk van de samenstelling van de insluitsels. Jade vertoont vaak donkere vlekken van magnetiet. De typerende groene kleur van de jadeïet wordt bepaald door kleine hoeveelheden inge-sloten chroom en ijzer. Hoe meer ijzer, hoe groener. Hoe meer chroom, hoe briljanter groen. Albietjadeïet is ja-deïet dat veel albiet bevat en kan daardoor zelfs wit zijn. Nefriet krijgt zijn groene kleur vooral door ijzer, waarbij het ingesloten magnesium de kleur intensiveert. IJzer alleen geeft gele, rode en bruine tinten. Een beetje man-gaan maakt lila, violet. Magnetiet maakt zwart.

Nefriet is een vervilt fijnvezelig aggregaat, sterk verwant aan actinoliet. Nefriet is nog taaier dan jadeïet. Het komt ook vaker voor dan jadeïet. Chloromelaniet is groen door de sporen chroom. Chloromelaniet is eigenlijk een mengsel van diopsied, jadeïet en aegirien. Ook bij maw-sit-sit is de groen kleur te danken aan chroom. Deze steen heeft in vergelijking met jadeïet minder aluminium en meer chroom.

 

 

Samenstelling: jadeïet, chloromelaniet: NaAl(SiO2)3 + Ca, Cr, Fe, Mg, Mn

nefriet: Ca2(Mg,Fe)5[(OH,F)(Si4O11)]2
maw-sit-sit: Na(Al, Cr)0,5Si2O6 + Cr, Fe, Mg, Mn
Hardheid: jadeïet, maw-sit-sit, chloromelaniet: 6,5 – 7
nefriet: 6 – 6,5
Glans: glasglans, vetglas, zijdeglans
Transparantie: doorschijnend, doorzichtig, ondoorzichtig
Breuk: jadeïet, maw-sit-sit, chloromelaniet: schelpvorming
nefriet: oneffen, ruw, splinterig
Splijtbaarheid: geen
Dichtheid: jadeïet, chloromelaniet: 3,25 – 3,36
nefriet: 2,90 – 3,02
maw-sit-sit: 2,5 – 3,5
Kristalstelsel: monoklien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

  

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Advertenties

Steenanjer : Dianthus deltoides

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
alleenstaande helder roze bloemen met witte vlekjes en een donkerrode smalle ring aan de basis van de kroonbladen

 

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Steenanjer is een overblijvende plant van 20 tot 45 cm hoog en groeit op droge, matig voedselarme zandgrond in lage graslanden. Ze is plaatselijk vrij algemeen voor komend in de Lage Landen. Ze is wettelijk beschermd en staat op de rode lijst als kwetsbaar.

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Steenanjer bloeit vanaf juni tot en met oktober met niet geurende bloemen van 1,5 tot 2 cm in doorsnede. Ze staan aan het einde van de stengel en zijstengels. Ze zijn helder roze (zelden wit) en hebben 5 getande kroon- bladen, die witte vlekjes hebben en een donkerrode, smalle rand. Die rand op de kroonbladen vormt in het midden van de bloem een ring.

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

Steenanjer heeft rechtopstaande bloeiende stengels en half liggende, korte, niet bloeiende stengels. De bladeren van de niet bloeiende stengels en de onderste bladeren van de bloeiende stengels hebben een stompe punt, de overige bladeren hebben een spitse punt. Stengels en bladeren zijn ze kort afstaand behaard en voelen daardoor ruw aan.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

:
:
::
steenanjer : alleenstaande bloemen, behaarde stengel.

 

kartuizer anjer : bloemen in dichte trossen en onder de bloemen bruine vliezige kelkschubben, kale stengel.

 

 

kartuizer anjer

 

 

 

ruige anjer : bloemen in dichte trossen (maar iets losser dan kartuizer anjer), zonder bruinvliezige kelkschubben, maar met nagenoeg rechtopstaande, groene schutbladen, stengel, bladeren en kelk dicht behaard.

 

 

ruige anjer

 

 

 

duizendschoon : tuinplant, bloemen in dichte trossen, kelkschubben groen, bladeren aan de voet gewimperd.

 

 

duizendschoon

 

 

 

 

 

Algemeen

– anjerfamilie (Carophyllaceae)
– overblijvend
– plaatselijk vrij algemeen tot vrij   zeldzaam
– 20 tot 45 cm
– verspreiding

Bloem
– helder roze, soms wit
– juni t/m oktober
– alleenstaand
– stervormig
– 1,5 tot 2 cm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 10 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– kruisgewijs tegenoverstaand
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top stomp of spits
– rand gaaf
– voet doorgroeid
– parallelnervig
– blauwgroen
– kort ruw behaard

Stengel
– liggend en opstijgend
– kort ruw behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dalmatiër steen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Behoort tot de jaspis soort. Jaspis is een on-pure kwarts variant en is meestal rood, geel of bruin van kleur. Enkele veelvoorkomende soorten zijn: bloedsteen of heliotroop (groene jaspis met rode vlekjes), mookaiet, jaspisijzer, dalmatiër jaspis (crèmekleurige basis met bruinige en zwarte vlekjes), jaspis brecci (steen marmerachtig patroon) en regenboog jaspis (steen met rood en/of bruin streeppatroon).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

vindplaats

 

Jaspis is een veel voorkomende steen en wordt o.a. gevonden in: Australië, Brazilië, India, Mexico, Rusland, Verenigde Staten en Zuid-Afrika.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen


samenstelling: SiO2

hardheid: 7 

dichtheid: 2,6

 

 

 

bloedsteen

 

 

 

 

mookaiet

 

 

 

 

jaspis ijzer

 

 

 

 

brecci

 

 

 

 

regenboog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nunderiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

Algemene informatie

 

Nunderiet is een bruine steen met groene vlekjes.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

Etymologie

 

Nunderiet is vernoemd naar Nundle, New South Wales, Australië.

 

 

ruw

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Nunderiet wordt in Australië gevonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

Hardheid: 6