Dagelijks archief: mei 29, 2025

De mammoetboom in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

 

De mammoetboom

 

U zult in de Bijbel tevergeefs naar een vermelding van mammoetbomen zoeken, maar omdat zij tot de groep hoogste bomen ter wereld behoren, mogen wij ze niet over het hoofd zien. Trouwens, dat zou ook heel moeilijk zijn; want hun toppen zijn bijna niet te zien vanaf de grond. Mammoetbomen kunnen namelijk 90 meter hoog worden en de stam kan een doorsnede van 7 meter hebben. Zij zijn inheems in Californië, maar zijn in Europa vaak als straat- of parkboom aangeplant. Hoe kan een boom van zo’n enorme omvang voortkomen uit een mi-nuscuul zaadje? Is dit niet één van de merkwaardigste wonderen van de schepping?

 

 

zaadje van de mammoetboom

 

De apostel Paulus gebruikte dit fenomeen als illustratie, toen hij de opstanding uit de doden wilde verklaren. In 1 Korintiërs 15 nam hij het op tegen de Griekse opvatting, dat een opstanding van het lichaam onzin is (zie Hande-lingen 17:32); en als antwoord op de sceptische vraag: “Hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?”, wees hij naar het enorme verschil tussen zaad en plant (1 Korintiërs 15:35-38). Wat in dit le-ven onaanzienlijk en van geen betekenis lijkt te zijn, krijgt bij de wederkomst van Christus een verandering tot heerlijkheid, waarvan de mogelijkheden onze stoutste verwachtingen te boven gaan.

 

 

handelingen17: 32

 

32 Toen de mensen hoorden over een opstanding uit de dood, lachten sommigen hem uit. Anderen zeiden: “We komen een andere keer nog wel eens naar je luisteren.”

 

 

geestelijk lichaam

 

 

1 Korintiërs 15

 

Hoe worden de doden weer levend gemaakt?

 

35 Jullie zeggen misschien: “Maar hóe worden de doden dan weer levend gemaakt? En wat voor lichaam hebben ze dan?” 36 Maar dat is een dwaze vraag! Alles wat je zaait, moet eerst sterven. Pas dan kan er nieuw leven uit ontstaan. 37 En wat je zaait, ziet er niet hetzelfde uit als wat er later uitkomt. Wat je zaait is maar een simpele korrel, bijvoorbeeld graan. 38 Maar God laat er een bepaalde plant uit groeien. Uit elke soort zaad groeit een bepaalde soort plant.

39 Ook zijn niet alle levende wezens hetzelfde. Het lichaam van mensen is anders dan van dieren. En het lichaam van vogels is weer anders dan van vissen. 40 En aardse lichamen zoals mensen, dieren en planten, zijn weer an-ders dan de hemellichamen zoals zon, maan en sterren. Ze zijn verschillend van schoonheid. 41 En het licht van de zon is ook weer anders dan het licht van de maan of van de sterren. En de ene ster schijnt helderder dan de andere ster.

42 Zo is het ook met de opstanding uit de dood. Wat wordt gezaaid, is sterfelijk. Maar wat opstaat uit de dood, is onsterfelijk. 43 Wat wordt gezaaid is niet mooi. Wat opstaat uit de dood is prachtig. Wat wordt gezaaid, is zwak. Maar wat opstaat uit de dood, is vol kracht. 44 Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar er staat een geestelijk lichaam op. Want net zoals er een aards lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam. 45 Dat staat ook in de Boeken: “De eerste mens, Adam, werd een levend wezen.” Maar de laatste Adam (= Jezus) werd een levendmakende Geest.

46 Maar het geestelijke was er niet het eerst. Eerst kwam het aardse. Daarna pas het geestelijke. 47 De eerste mens werd uit het stof van de aarde gemaakt. Maar de tweede Mens is uit de hemel. 48 Alle aardse mensen lij-ken op de eerste aardse mens. En alle hemelse mensen lijken op de hemelse Mens. 49 En net zoals we eerst lijken op die aardse mens, zo zullen we later lijken op die hemelse Mens.

50 Maar ik zeg jullie, broeders en zusters: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet binnengaan. Ster-felijke dingen kunnen geen onsterfelijkheid binnengaan. 51 Kijk, ik vertel jullie een goddelijk geheim. We zullen niet allemaal eerst sterven. Als de laatste trompet klinkt, zullen we allemaal in één ogenblik veranderd worden. 52 Want op een dag zal er op de trompet worden geblazen. Dan zullen de doden als onsterfelijke mensen uit de dood opstaan. En wij zullen op dat moment veranderd worden.

53 Want dit sterfelijke lichaam moet onsterfelijkheid aantrekken. 54 En op het moment dat dit sterfelijke li-chaam onsterfelijkheid heeft aangetrokken, is werkelijkheid geworden wat in de Boeken staat: “De dood is opge-slokt door de overwinning. 55 Dood, wat wil je nu nog? Waar is nu je macht?” 56 De dood heeft macht door het kwaad, en het kwaad heeft macht door de wet van Mozes. 57 Maar prijs God, Hij heeft ons de overwinning gegeven door onze Heer Jezus Christus.

58 Wees daarom altijd sterk in het geloof, lieve broeders en zusters. Houd vol en doe altijd je best voor de Heer. Jullie moeten weten dat álles wat je voor de Heer doet, beloond zal worden.

 

 

Met een ander beeld gaf de engel Daniël te kennen, dat de rechtvaardigen in Gods Koninkrijk “zullen stralen als de glans van het uitspansel … als de sterren, voor eeuwig en altoos” (Daniël 12: 1 – 3, NBG‘51). Als wij openstaan voor de warmte van Gods liefde kan dat ook met ons gebeuren.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Daniël 12: 1 – 3

 

1 In die tijd zal de engel Michaël komen, de machtige beschermer van je volk. Hij zal je volk helpen in de vre-selijke tijd die komt. Want zulke verschrikkelijke tijden zijn er nog nooit geweest sinds er mensen bestaan. Maar iedereen van jouw volk wiens naam in het Boek van het Leven is bijgeschreven, zal worden gered. 2 Veel van de mensen die allang dood zijn, zullen opstaan. Sommigen zullen het eeuwige leven krijgen, anderen de eeuwige, vreselijke straf. 3 De wijze mensen zullen stralen als de sterren aan de hemel. Zij die andere mensen hebben geleerd hoe ze God moeten dienen, zullen schitteren als de sterren, voor altijd en eeuwig.”

 

 

 

 

 

 

 

Fenakiet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Eigenschappen

 

Het kleurloze, blauwige, witte, gele, roze of bruine fenakiet heeft een witte streepkleur en een glasglans. De hardheid van het mineraal is 8 op de schaal van Mohs en het doorzichtig tot doorschijnende mineraal komt voor in kristallen of korrelige of radiale aggregaten. Het soortelijk gewicht van fenakiet is 2,98 en het mineraal heeft een trigonaal kristalstelsel.

 

 

 

 

Naam

 

De naam van het mineraal fenakiet is afgeleid van het Griekse  phenax, dat “bedrieglijk” betekent want het werd met kwarts verwisseld.

 

 

 

 

 

Voorkomen

 

Fenakiet komt voor in pegmatieten en is zeldzaam. De typelocatie is Takovaya in het Oeralgebergte in Rusland waar men tot 18 centimeter grote kristallen gevonden heeft. Gele en rode kristallen komen voor in Brazilië  en in de VS. Grote kristallen (tot 8 centimeter) komen voor in het Habachdal in Oostenrijk.

 

 

 

 

 

Mineraal
Chemische formule Be2SiO4
Kleur Kleurloos, wit, blauwig, geel, roze, bruin
Streepkleur Wit
Hardheid 7,5 – 8
Gemiddelde dichtheid 2,98 kg/dm3
Glans Glas
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Breuk Schelpvormig (bros)
Splijting Duidelijk, [1020]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Trigonaal
Brekingsindices 1,654 – 1,670
Dubbele breking 0,0160
Dispersie 0,015
Fluorescentie Bleek groenachtig, blauw
Luminescentie Soms violet tot roze
Pleochroïsme Duidelijk, kleurloos tot oranjegeel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moerasrolklaver : Lotus pedunculatus

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de kleine, schermachtige trossen gele vlinderbloemen en
– de voor de bloei stervormig uitstaande, gewimperde kelktanden en
– het samengestelde blad, waarvan 1 paar aan de basis van de bladsteel zit en
– de deelblaadjes met gewimperde rand, waarvan de zij-nerven goed zichtbaar zijn

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Moerasrolklaver is een overblijvende plant van 30 tot 100 cm hoog/lang. Ze komt zeer algemeen voor in de Lage Landen. Ze groeit op natte, min of meer voedselrijke grond in graslanden, aan waterkanten en op drassige kapvlakten. Bij bemesting en watervervuiling verdwijnt moerasrolklaver al snel.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloem

 

Moerasrolklaver bloeit vanaf juni tot en met augustus met gele vlinderbloemen, die met 4-14 in een schermachtige tros staan. De trossen staan in de bladoksels op lange stelen. De knoppen zijn soms lichtrood aangelopen. Voor de bloei wijken de kelktanden stervormig uiteen.

De bloemen hebben een bijzonder bestuivingsmechanisme, geheel ingericht op bezoek van bijen en hommels, die rijkelijk beloond worden met nectar. Andere insecten bezoeken de bloemen ook, maar zorgen niet voor de bestuiving.

 

 

 

 

 

Blad

 

Kenmerkend voor de rolklavers is het blad, dat bestaat uit 5 deelblaadjes, waarvan het onderste paar direct aan de basis van de bladsteel staat, een eind verwijderd van de overige drie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De naam rolklaver verwijst naar de rechte, rolronde peulen.

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

moerasrolklaver : bloemtrossen van 4-14 gele bloemen, voor de bloei stervormig uitstaande, gewimperde kelktanden.

 

 

smalle rolklaver : armbloemige bloeiwijze, 1-4(-6) gele bloemen, blad grijsgroen.

 

smalle rolklaver

 

 

 

 

gewone rolklaver : bloemtrossen van 3-8 dooiergele bloemen, in de knop rood, zij-nerven van het blad slecht zichtbaar.

 

 

gewone rolklaver

 

 

 

rechte rolklaver : plaatselijk ingezaaid en ingeburgerd, bloemen lichtgeel en in de knop niet rood.

 

rechte rolklaver

 

 

 

veldlathyrus : samengestelde bladeren eindigend in een vertakte rank, vruchten duidelijk afgeplat.

 

veldlathyrus

 

 

 

Algemeen

 

vlinderbloemenfamilie (Fabaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen tot vrij zeldzaam
– 30 tot 100 cm

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– schermachtige tros
– vlinderbloem
– vlag 10 tot 18 mm
– 5 kroonbladen, vergroeid
– 5 kelkbladen, vergroeid
– 10 meeldraden
– 1 stijl

Blad
– verspreid
– handvormig samengesteld
– top spits
– rand gaaf, gewimperd
– voet afgerond of wigvormig
– veernervig

Stengel
– opstijgend of liggend
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

 

Moeraskruiskruid

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de gele bloemhoofdjes met 12 tot 20 straalbloemen en
– de omhooggerichte, van onderen grijsviltig behaarde, enkelvoudige bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Moeraskruiskruid is overblijvende plant, die groeit op natte, voedselrijke grond aan waterkanten, in rietlanden, moerassen, grienden en drassige hooilanden. Ze wordt 0,6 tot 1,8 meter hoog. In watergebieden is ze vrij algemeen maar elders is ze zeer zeldzaam tot ontbrekend.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Moeraskruiskruid bloeit vanaf juni tot en met augustus met gele bloemhoofdjes, die met 10 tot 30 bij elkaar in losse pluimen in de bladoksels van de bovenste bladeren staan.

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De stengel is onvertakt. De lengte van de plant en de onvertakte stengel geven moeraskruiskruid een smal uiterlijk. De omhooggerichte bladeren staan verspreid aan de stengel en zijn aan de onderkant grijsviltig behaard.
Ook de bovenkant is enigzins behaard. Vaak is de rand van het blad omgerold. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bovenste zittend en met een brede voet half stengelomvattend.

 

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Moeraskruiskruid is eenvoudig van de andere kruiskruiden te onderscheiden door de omhooggerichte, van onderen grijsviltig behaarde, niet samengestelde bladeren.

 

 

 

bezemkruiskruid : blad vlezig en zeer smal

 

bezemkruiskruid

 

 

 

 

jacobskruiskruid : omwindselbladen met zwarte punt en blad is dubbel geveerd

 

jacobskruiskruid

 

 

 

 

viltig kruiskruid : omwindselbladen zonder zwarte punt en blad is dubbel geveerd

 

viltig kruiskruid

 

 

 

duinkruiskruid : zonder staalbloemen : blad dubbel geveerd

 

duinkruiskruid

 

 

 

waterkruiskruid : blad met grote eindslib (ongeveer de helft van het blad ) en blad is dubbel geveerd

 

waterkruiskruid

 

 

 

 

schaduwkruiskruid : tanden bladrand opzij gericht : blad langwerpig

 

schaduwkruiskruid

 

 

 

 

rivierkruiskruid : tanden bladrand naar de top gericht : blad langwerpig

 

rivierkruiskruid

 

 

 

moeraskruiskruid: onderkant grijs viltig behaard, bladeren staan ook vaak omhoog gericht : blad langwerpig.

 

 

Algemeen

 

composietenfamilie (Asteraceae)
– overblijvend
– vrij algemeen tot ontbrekend
– 0,6 tot 1,8 meter

Bloem
– geel
– vanaf juni t/m augustus
– hoofdje
– buis- en straalbloemen
– 3 tot 4 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– lancetvormig
– top spits
– rand getand
– onderste gesteeld
– bovenste zittend
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– van boven (weinig) behaard
– kantig
– gegroefd

zie wilde bloemen