Dagelijks archief: juni 11, 2025

Catliniet, pijpsteen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

 

Algemeen

.

Catliniet of pijpsteen is een bepaalde soort rood metamorf argilliet dat voorkomt in kwartsiet. Het mineraal wordt gehouwen door Indianen om gebruikt te worden als pijp. De mijnen bevinden zich in het Pipestone National Monument nabij Pipestone in South Dakota en nabij de rivier de Pipestone in Manitoba, Canada.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bewerking van catliniet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Flogopiet

Standaard

categorie :  Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemene informatie

 

Flogopiet, ook wel magnesium mica genoemd, is een aluminium houdend mineraal dat tot de mica familie van de fylosilicaten behoort. De doorzichtig tot doorschijnende kristallen zijn kleurloos tot roodbruin, oranje, geel of groen van kleur, met een parelachtige glans.

Het mineraal heeft een witte streepkleur. Het kristalstelsel is monoklien en de splijting is perfect volgens kristalvlak [001]. De gemiddelde dichtheid is 2,8 en de hardheid is 2 tot 2,5. Zoals meer mica’s, is flogopiet zwak radioactief.

 

 

 

 

 

Etymologie

 

De naam flogopiet is afgeleid van het Griekse phlogopos, wat ‘lijkend op vuur’ betekent.

 

 

 

 

 

Vindplaats

 

Flogopiet wordt onder andere in Groenland, Rusland, Canada en de VS gevonden.

 

 

 

 

 

Chemische eigenschappen

 

samenstelling: KMg3AlSi3O10F(OH)

hardheid: 2 – 2,5

dichtheid: 2,8

 

 

Mineraal
Chemische formule KMg3AlSi3O10F(OH)
Kleur Bruin, grijs, groen, geel of roodbruin
Streepkleur Wit
Hardheid 2 – 2,5
Gemiddelde dichtheid 2,8 kg/dm3
Glans Parelglans
Opaciteit Doorzichtig tot doorschijnend
Splijting [001] Perfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Peen : Daucus carota

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– het roodpaarse bloemetje in het midden van (volgroeide)
– en de omwindselbladen met lijnvormige slippen

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Peen is een stijf behaarde, overblijvende plant van 30 tot 90 cm hoog. Ze is zeer algemeen voorkomend in de Lage Landen. Ze groeit in vrije droge graslanden, in bermen, op dijken en in de duinen.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Peen bloeit vanaf juni tot de herfst met witte, soms roze, platte schermen, die bestaan uit 20 tot 40 kleinere schermen. Op de plaats van het middelste kleine scherm staan meestal 1 of meer rood-paarse bloemetjes. Hierdoor is peen makkelijk te onderscheiden van de andere witte schermbloemigen.

De schermen bestaan uit kleine witte bloemetjes met 5 uitgerande kroonbladen. De buitenste bloemetjes zijn stralend en hebben ongelijke kroonbladen. Na de bloei gaan de buitenste stralen zich buigen en ontstaat een “vogelnestje”.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

De vruchtjes blijven hangen in de vacht van dieren en kunnen daardoor over grote afstanden verspreid worden. Peen is een belangrijke waardplant voor de rupsen van de koninginnenpage. De gekweekte vorm van peen heeft een vlezige oranje wortel, is minder behaard en heeft iets anders gevormde bladeren.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten met witte bloemschermen

 

Er zijn veel planten met witte bloemschermen. Zie voor vergelijking en herkenning van de (zeer) algemeen voorkomende soorten, die groeien in graslanden, akkers, bermen, langs heggen en bosranden de pagina “Sleutel algemene witte schermbloemigen“.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– schermbloemenfamilie (Apiaceae)
– overblijvend
– zeer algemeen of vrij zeldzaam
– 30 tot 90 cm hoog

Bloem
– wit (soms roze)
– vanaf juni tot de herfst
– meervoudig scherm
– stervormig
– 1,5 tot 2 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 meeldraden
– 2 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– 2- tot 3-voudig geveerd
– top spits
– rand gaaf of gezaagd
– voet wigvormig of gevleugeld
– veernervig
– behaard

Stengel
– rechtop
– behaard

zie wilde bloemen

 

 

 

 

 

 

 

Knoopkruid : Centaurea jacea

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan
– de helder roze bloemenhoofdjes, die
– met buitenste, vergrote randbloemen lijken op korenbloemen,
– zonder de vergrote randbloemen op distelbloemen en
– de ongedeelde stengelbladeren tot vlak onder het bloemhoofdje

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Knoopkruid is een overblijvende plant, die bloeit van juni tot in de herfst op droge tot vrij vochtige, matig voedselrijke, grazige grond. Ze kan tot 1,20 meter hoog worden. Knoopkruid is zeer variabel van vorm. Er bestaan verschillende ondersoorten, van elkaar te onderscheiden door de vorm en het aanhangsel van de omwindselblaadjes. Het omwindsel is heel opvallend. De omwindselblaadjes hebben een verbreed, donkerbruin tot zwart aanhangsel met een gave tot franje-achtige rand.

 

 

 

 

 

Bloem

 

De buitenste buisbloemen zijn vergroot en staan naar buiten gericht, maar kunnen ook ontbreken.
Zonder de vergrote stralende buitenste bloemen heeft bloemhoofdje wat weg van distelbloemen (linkerfoto), maar de plant is makkelijk van distels te onderscheiden vanwege het ontbreken van de voor distels kenmerkende prikkende bladeren en/of stengels.

 

 

 

 

 

Blad

 

De bovenste stengelbladeren zijn ongedeeld, de onderste bladeren veerspletig. Jonge planten zijn licht (spinragachtig) behaard.

 

 

 

 

 

Toepassingen

 

In de Middeleeuwen werd de plant gebruikt om wonden te helen, tegen aandoeningen van de urinewegen en zelfs cholera schijnt ermee bestreden te zijn.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soort 

 

Grote centaurie is een vergelijkbare soort. Ze heeft grotere bloemen, gedeelde stengelbladeren (ook de bovenste) en geen stengelbladeren tot vlak onder de bloem.

 

 

grote centauri

 

 

 

Algemeen

 

– composietenfamilie (Asteraceae)

– overblijvend
– algemeen tot vrij zeldzaam
– 0,1 tot 1,20 meter hoog

Bloem
– helder roze buisbloemen
– vanaf juni tot in de herfst
– hoofdje
– alleenstaand
– 2 tot 6 cm

Blad
– verspreid
– enkelvoudig
– top spits
– voet gevleugeld
– netnervig
– kaal of (spinragachtig) behaard
– bovenste :
– zittend
– lancetvormig
– gave rand
– onderste :
– gesteeld
– veervormig ingesneden
– getande rand

Stengel
– rechtop
– kaal of (spinragachtig) behaard

zie wilde bloemen