Dagelijks archief: juni 26, 2025

Sodaliet

Standaard

categorie : sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

 

Algemeen

 

Sodaliet is een populair donkerblauw gesteente, verwant aan lapis lazuli. Meestal heeft de steen witte calciet-aders. De mooiste kwaliteit sodaliet is inktblauw en zonder calciet. Soms echter is de sodaliet groen, rood of roze. Dat komt doordat sodaliet een gesteente is met een wisselende samenstelling. Omdat sodaliet in grote massa’s voorkomt, wordt hij gebruikt voor het maken van grote siervoorwerpen, schalen en soms zelfs wandbedekking. Vanwege zijn mooie donkerblauwe kleur is hij geliefd als materiaal voor halskettingen en ringen.

 

 

sodaliet-lr

 

 

Herkomst van de naam

 

De naam sodaliet is afgeleid van de chemische samenstelling: het Engelse sodium betekent ‘natrium’ en het Griekse lithos ‘steen’.

 

 

 

 

 

Door de eeuwen heen

 

De oude Egyptenaren gebruikten sodaliet en lapis lazuli door elkaar. Er zijn scarabeeën van sodaliet gevonden, en rituele voorwerpen werden met sodaliet versierd. Vermalen sodaliet werd gebruikt als grondstof voor blauwe verf en oogmake-up.

Ook in het oude Griekenland was de sodaliet geliefd. Men geloofde dat sodaliet beschermde tegen ziektes en allerlei kwalen kon genezen. Door het dragen van de blauwe sodaliet zouden artistieke talenten, met name muzikale, zich kunnen ontwikkelen. Daarom droegen vooral kunstenaars zoals beeldhouwers, schilders en zanger de edelsteen.

De oude Romeinen namen het gebruik van de Grieken over. Ze meenden dat sodaliet de concentratie en het logisch nadenken zou bevorderen.
Zowel de Grieken als de Romeinen noemden sodaliet (net als veel andere blauwe stenen) saffier. Deze naam bleef sodaliet tot ver in de middeleeuwen houden. In de middeleeuwen werden er mooie gebruiks- en siervoorwerpen, zoals kommen en schalen, van gemaakt.

In 1811 beschreef de Schotse mineraloog Thomas Thomson (1773-1852), professor in Glasgow, sodaliet als apart gesteente. Hij gaf het de naam sodaliet, naar zijn samenstelling.
De sodaliet is een paar eeuwen in de vergetelheid geraakt, maar in de negentiende eeuw werd hij herontdekt als heelsteen.

Ook wordt sodaliet als siersteen gebruikt in de bouw, sinds in 1891 in Canada grote afzettingen gevonden werden. Daar wordt de sodaliet Princess Blue (’prinsessenblauw’) genoemd, naar prinses Patricia van Connaught (1886-1974), kleindochter van de Engelse koningin Victoria. Zij bezocht de sodalietmijn vlak na de opening. De prinses was zo weg van de rijke koningsblauwe kleur met de sneeuwwitte aders, dat ze besloot het interieur van Marlborough House in Engeland deels te laten versieren met de Canadese sodaliet.

 

 

full30545466sodaliet

 

 

 

Spiritueel

 

* Sodaliet verenigt mannelijk en vrouwelijk, intuïtie en logica. Het helpt om problemen ontstaan door dualiteit, op te lossen.
* Sodaliet heft blokkades op, zowel op het fysieke als het geestelijk vlak. Hij is vooral werkzaam in de onderste twee lagen van de aura.
* Sodaliet stimuleert de pijnappelklier en het derde oog, hij kan meditatie verdiepen.
* Sodaliet maakt waarheidslievend en idealistisch.
* Deze steen helpt logisch nadenken en iets gestructureerd aan te pakken.
* Sodaliet vergroot de loyaliteit aan personen en goede doelen.

 

 

266px-Sodalith_-_Rohstein

 

 

 

Chemische samenstelling

 

Het blauwe sodaliet kan door ingesloten mangaan roze, rood of paarsig gekleurd worden, Deze varianten worden hackmaniet genoemd. De koningsblauwe variant uit Canada wordt Princess Blue genoemd. De verwantschap met lapis lazuli blijkt duidelijk uit de samenstelling. Beide gesteentes bevatten de mineralen lazuliet, hauyn en noseaan. Het grote verschil is dat lapis lazuli daarnaast ook goudglanzende insluitsels van pyriet bevat.

 

 

Samenstelling:Na8[Cl2|(AlSiO4)6] (sodaliet) + Ca (witte calciet) + Be, K, Mg, Mo, S, SO4 + (Mn)
Hardheid: 5,5 – 6, bros
Glans: glasglans, op breukvlakken vetglans
Transparantie:ondoorzichtig
Breuk: onregelmatig, schelpvormig
Splijtbaarheid: zeer volkomen
Dichtheid: 2,13 – 2,29 (iets minder hard en minder zwaar dan lapis lazuli)
Kristalstelsel: kubisch, meestal microkristallijn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

Titaniet, sfeen

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

.

.

Algemeen

.

Het mineraal titaniet of sfeen is een fluor-houdend calcium–titanium–silicaat met de chemische  formule CaTiSiO5. Zeldzame aardelementen als lanthanium, cerium, praseodymium, samarium en neodymium komen in kleine hoeveelheden in het mineraal voor. Het mineraal behoort tot de nesosilicaten.

Het grijze, groene, gele, rode of roodbruine titaniet heeft een diamantglans, een rood-witte streepkleur en de splijting van het mineraal is duidelijk volgens het kristalvlak [110] en imperfect volgens [100] en [112]. Het kristalstelsel is monoklien. Het mineraal heeft een gemiddelde dichtheid van 3,48, de hardheid is 5 tot 5,5 en het mineraal is, door de insluitsels van de zeldzame aardelementen, mild radioactief. De gamma ray waarde volgens het American Petroleum Institute is 3805,77.

.

.

.

.

Naamgeving

.

De naam van het mineraal titaniet is afgeleid van de samenstelling; het bevat het element titanium.

.

.

.

.

Voorkomen

.

Het mineraal titaniet is een algemeen voorkomend mineraal in felsische dieptegesteenten, pegmatieten, gneisen, schisten en skarns. De typelocatie is Passau, Beieren, Duitsland. Titaniet komt ook voor in de zandfractie van Nederlandse Kwartaire riviersedimenten. In de zware metaalanalyse, zoals dat in Nederland bij de Rijks Geologische Dienst gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw plaats vond, wordt het mineraal ingedeeld bij de zogenoemde instabiele groep. Het wordt daarin tot de vulkanische mineralen gerekend. Er worden verschillende variëteiten onderscheiden waarvan er een karakteristiek voor Maaszanden is.

.

.

.

.

Titaniet
Titanite crystals on Amphibole - Ochtendung, Eifel, Germany.jpg

.

.

Mineraal
Chemische formule CaTiAlFe3+SiO5F
Kleur Grijs, groen, geel, rood of roodbruin
Streepkleur Roodwit
Hardheid 5 – 5,5
Gemiddelde dichtheid 3,48 kg/dm3
Glans Diamantglans
Splijting [110] Duidelijk, [100] Imperfect, [112] Imperfect
Kristaloptiek
Kristalstelsel Monoklien

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Galeniet

Standaard

categorie : Sieraden, juwelen, mineralen en edelstenen

 

 

Galeniet

 

Het mineraal  galeniet of loodglans (ook wel galena) is een loodsulfide met de chemische formule PbS.

 

 

 

.

Eigenschappen

 

De galeniet-kristallen zijn over het algemeen kubisch, maar soms octahedrisch. Het mineraal komt vaak voor samen met sphaleriet(zinkblende) en fluoriet (vloeispaat).

 

 

 

.

Voorkomen

 

Afzettingen van galeniet worden aangetroffen in Duitsland, Frankrijk, Roemenië, Oostenrijk, België, Italië, Spanje, Schotland, Engeland, Australië, Mexico en de Verenigde Staten. Het mineraal voor Galeniet wordt primair aan- getroffen in hydrothermale aders en rond pegmatieten, alsook in aders in kalksteen en dolomiet samen met sfaleriet.

 

 

 

 

 

Geschiedenis

 

Galeniet was bij de Babyloniërs al bekend, en bij de Romeinen was het een begeerde stof zoals het gebruik in de aquaducten aantoont. De naam galena voor loodglans is van Romeinse oorsprong. In het oude Egypte werd het mineraal gebruikt in kralen.

 

 

 

 

 

Galeniet of loodglans
Galena-2.jpg
Mineraal
Chemische formule PbS
Kleur loodgrijs
Streepkleur loodgrijs
Hardheid 2,5
Gemiddelde dichtheid 7400 tot 7580 kg/m3
Glans metaalglans
Opaciteit opaak
Breuk bros
Splijting perfect [100], [010] en [001]
Kristaloptiek
Kristalstelsel Kubisch
Brekingsindices Geen, opaak
Dubbele breking Geen, opaak
Pleochroïsme Geen, opaak
Overige eigenschappen
Chemisch gedrag oplosbaar in HNO3
Bijzondere kenmerken door verwering bedekt met anglesiet en later cerusseriet
smeltpunt 115 °C
wit onder opvallend licht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Rimpelroos : Rosa rugosa

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de helder roze (soms witte), grote, geurende rozen en
– de oranje-rode bottels, breder dan hoog en
– de duidelijk generfde blaadjes, onderkant dicht viltig behaard

 

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Rimpelroos is van oorsprong een kustplant uit Oost-Azië die bij ons algemeen voorkomt , vooral in de duin- gebieden. Ze wordt ook aangeplant. Ze is een lage struik van 1 tot 2 meter hoog. Door wortelopslag kan ze zich stormachtig uitbreiden, waardoor er van de oorspronkelijke begroeiing vaak weinig overblijft.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Rimpelroos bloeit in juni en juli met nabloei tot in de herfst. De aangenaam geurende bloemen zijn 8 tot 10 cm in doorsnede. Ze hebben 5 gerimpelde/verkreukelde, helder roze, soms witte kroonbladen. De hangende bottels zijn oranje-rood, 1,5 tot 2,5 cm breed, meestal breder dan hoog, bevatten veel vitamine C en hebben een kroontje van de 5 blijvend afstaande kelkbladen.

 

 

 

 

 

Blad en takken

 

De bladeren zijn 7- tot 9-tallig. De nerven van de glanzende deelblaadjes zijn vrij diep ingekerfd. De onderkant van de bladeren is dicht behaard en ze hebben een gezaagde rand. Vaak wordt er in de literatuur en op internet gesproken over sterk gerimpelde blaadjes. De takken zijn viltig behaard en met zeer veel, vaak naaldvormige stekels van ongelijke lengte bezet.

 

 

 

 

 

Bijzonderheden

 

Met name de groenling doet zich in de winter te goed aan de zaden uit de zacht geworden bottels.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

In de flora van Heukels worden 12 soorten rozen genoemd. Men kan de verwilderde tuinrozen (Virginische roos, Franse roos, Hollandse rimpelroos, veelbloemige roos en bergroos) buiten beschouwing laten. Dan blijven er nog 7 over. Van elke is er een uniek kenmerk :

 

 

kaneelroos
rimpelroos
bosroos
egelantier
hondsroos
viltroos
duinroos
:
:
:
:
:
:
:
2 rechtafstaande stekels aan de voet van de bladsteel.
oranje-rode bottels breder dan hoog (kleine “tomaatjes”).
kaal, geen doorns of stekels.
appelachtige geur bij wrijving van het blad.
grote haakvormige doorns op verder kale takken.
aan beide zijden behaarde bladeren, onderkant viltig.
donkere, bruinachtig paarse tot zwartachtige bottels.

 

 

 

kaneelroos

 

 

 

bosroos

 

 

 

egelantier

 

 

 

hondsroos

 

 

 

viltroos

 

 

 

duinroos

 

 

De hangende bottels zijn oranje-rood, 1,5 tot 2,5 cm breed, meestal breder dan hoog, bevatten veel vitamine C en hebben een kroontje van de 5 blijvend afstaande kelkbladen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rechte ganzerik : Potentilla recta

Standaard

categorie : kamerplanten en bloemen

 

 

 

 

 

Goed te herkennen aan 
– de bleekgele bloemen met 5 hartvormige kroonbladen, die
– langer zijn dan de kelkbladen en
– de handvormige 5 – 7 delige bladeren

 

 

 

 

 

Algemeen

 

Rechte ganzerik is een overblijvende plant, die groeit op droge, matig voedselrijke, meestal omgewerkte grond in bermen en op zandige dijkhellingen. Ze komt vrij algemeen voor in de Lage Landen, waar ze halverwege de 19de eeuw vermoedelijk als sierplant is terecht gekomen. Ze wordt nog steeds beschouwd als een ingeburgerde plant. Allerlei cultivars met bloemen van wit tot donkergeel zijn te koop als tuinplant.

 

 

 

 

 

Bloem

 

Rechte ganzerik bloeit vanaf juni tot en met augustus. De bloemen zijn bleekgeel (soms lichtgeel), ze hebben 5 hartvormige kroonbladen en ze staan in een los bijscherm, dat niet meer dan 1/3 van de totale hoogte van de plant inneemt. Naast 5 kelkbladen hebben de bloemen ook 5 bijkelkbladen, die smaller en even lang of iets langer zijn dan de kelkbladen. Zowel kelk- als bijkelkbladen zijn behaard.

 

 

 

 

 

 

 

 

Blad en stengel

 

De lang behaarde, vrij forse stengelbladeren zijn handvormig 5 – 7 delig en lijken wel wat op hennepbladeren. Aan de voet van het bladstengel zit een diep gezaagd eveneens vrij fors steunblad. De bladeren in de bloeiwijze zijn handvormig (hooguit 3-delig), veerdelig of enkelvoudig met diep gezaagde rand. Zoals de naam al doet vermoeden is de stengel rechtopstaand en net als de andere groene delen van de plant lang behaard.

 

 

 

 

 

Vergelijkbare soorten

 

Het geslacht Potentilla kent ongeveer 500 soorten. In het schema “Sleutel ganzerik” kun je zien hoe je ze van elkaar kunt onderscheiden.

 

 

 

 

 

Algemeen

 

– rozenfamilie (Rosaceae)
– overblijvend
– vrij zeldzaam
– 30 tot 70 cm

Bloem
– bleekgeel (soms lichtgeel)
– vanaf juni t/m augustus
– bijscherm
– stervormig
– 20 tot 25 mm
– 5 kroonbladen, niet vergroeid
– 5 kelkbladen
– 5 bijkelkbladen
– meer dan 20 meeldraden
– meer dan 20 stijlen

Blad
– verspreid
– samengesteld
– handvormig
– top spits
– rand gezaagd of getand
– voet wigvormig
– handnervig
– zacht behaard

Stengel
– rechtop
– behaard
– rolrond

zie wilde bloemen