Category, categorie : A complete animated overview of the bible
.
.
Book of Jeremiah, summary
.
Boek Jeremia, samenvatting
.
.













Kweepeer behoort tot de rozenfamilie en is een zusje van de appel, gewone peer en lijsterbes. Deze peer kun je niet echt goed rauw eten; hij wordt vaak gebruikt om jam, compote, vruchtensap en gelei van te maken. Het woord marmelade betekent oorspronkelijk zelfs ´kweeperenjam´. Van oorsprong komt de kweepeer uit streken rondom de Kaspische Zee. Tegenwoordig groeit hij vooral in het Middellandse Zeegebied en Japan. De kweepeer heeft medicinale werking en wordt vooral ingezet bij kinderdiarree, luchtwegenaandoeningen, brandwonden en gesprongen lippen.
De Latijnse naam van kweepeer is Cydonia oblonga. In het Nederlands wordt de kweepeer ook kortweg ´kwee´ genoemd. De naam Cydonia komt van de Griekse stad Ḱydonia´, tegenwoordig Chania, een stad op het eiland Kreta. Waarschijnlijk werd de kwee daar vroeger veel verbouwd. ´Oblonga´ is Latijn voor langwerpig en slaat erop dat de kweepeer niet helemaal rond is, zoals veel ander fruit.

De pitten worden in het Midden Oosten van oudsher gebruikt om een zere keel en hoest mee te behandelen. De pitten worden geweekt in water waardoor er een dik, gelachtig aftreksel ontstaat wat gedronken wordt. Het is geschikt voor kinderen en in tegenstelling tot sommige regulier gebruikte hoestdranken zit er geen alcohol in. In Pakistan wordt kweepeer gebruikt om mondslijmvliesirritaties en zweren mee te behandelen. Het gelachtige aftreksel van de zaden wordt uitwendig gebruikt bij allergieën en huiduitslag. In Malta wordt een theelepel kweeperenjam in een kopje kokend water gedaan om darm- en maagproblemen te verhelpen. In Iran en Afghanistan worden de zaden van kweeperen verzameld en gekookt om het op te drinken als geneesmiddel bij longontsteking.
Van de kweepeer wordt de vrucht en het zaad gebruikt. Deze hebben beide andere geneestoepassingen zoals je verderop in het artikel kunt lezen. De vrucht bevat koolhydraten in de vorm van fructose en glucose, appelzuur, pectine, protopectine, slijmstoffen, tanninen, etherische olie en leucoanthocyanidinen. De pitten bevatten slijmstoffen waarvan 20% pentosaanslijm en polysacchariden met zwelvermogen, amygdaline, het enzym emulsine, tanninen en vette olie.

De adstringerende tanninen verzachten slijmvliezen. Pectine is een stof die andere stoffen absorbeert. Deze werking wordt met name aangewend bij het stelpen van bloedingen. Voor de medicinale werking wordt het sap, de siroop gebruikt. De medicinale werking wordt in de fytotherapie toegepast bij de volgende indicaties:
Van de kweepeerpitten wordt alleen het slijm gebruikt wat verkregen wordt door de pitten in water te weken. De pitten zelf worden niet gegeten. De gelsubstantie die door pitten te weken in water wordt gevormd leent zich voor uitwendige toepassing. Het verzacht en beschermt de huid. Deze kweepeerslijmoplossing wordt soms gebruikt om zelf een crème of suspensie te bereiden. In de
fytotherapie kan kweepeergel worden aangewend bij:




.
.
.
Lavendel etherische olie is zeer veelzijdig. Iedereen kent Lavendel als tuinplant. Als de lavendel bloeit ruikt de hele tuin heerlijk. Je kunt daarna de bosjes drogen. Dat ziet er decoratief uit en geeft nog steeds een heerlijke geur. Na een tijdje begint toch het natuurlijk aroma wat af te nemen. Lavendelolie is dan zeker een goed alternatief om ruimtes in je huis heerlijk te laten ruiken.
.
| Lavendel, Lavandula officinalis, komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied.
Het is een groenblijvende houtachtige struik tot 1 meter hoog met prachtige violet-blauwe bloemen. |
Echte lavendel olie is echter schaars omdat het een zeer veel gevraagde olie is. De beste lavendel etherische olie komt van planten die hoger dan 600 meter groeien. Vaak wordt ook Lavandin als Lavendel olie verkocht. Maar Lavandin heeft niet dezelfde therapeutische kwaliteiten als Lavendel. Let dus op dat als je lavendel etherische olie koopt dat je ook echte lavendelolie krijgt.
.
.
.
.
Lavendelolie kent heel veel toepassingen:
– Kalmerend:
De geur van lavendel voert je mee naar het zuiden. Je voelt als het ware de stralende Provençaalse zon.
Je komt tot rust. Je slaapt ’s nachts beter door voor het slapen 1 of 2 druppeltjes olie op je kussen te doen of 1 uurtje voor het slapen gaan te vernevelen met een diffuser. Dit werkt tevens afstotend voor muggen.
– Luchtverfrisser
Een druppeltje lavendelolie in een ruimte in huis geeft je een frisse, aangename geur en verjaagt snel vervelende geurtjes van bijvoorbeeld huisdieren of sigarettenrook.
Je kan de lavendelgeur in huis verspreiden via potpourri, een aromalamp, aromadiffuser, geursteentje of luchtbevochtiger. Zelfs via de stofzuiger(zak) en in de vloerzeep.
Voor snel resultaat met een aromalamp neem je wat warm water, 4 tot 6 druppeltjes lavendelolie erbij. Door de warmte van de lamp zal het water samen met de olie verdampen en op die manier de heerlijke geur van lavendel brengen en je snel verlossen van onaangename geurtjes.
Als je echt van de lavendelgeur geniet kun je een paar druppeltjes lavendelolie toevoegen aan je doekje wat je in de droger gebruikt, je wasgoed ruikt heerlijk naar lavendel. Of een paar druppels lavendelolie toevoegen aan het laatste spoelwater van de wasmachine. Ook in de kledingkast kun je een doekje of een washandje verstoppen met lavendelolie.
Maak je eigen wasmiddel en wasverzachter met lavendel etherische olie
– Insectenvrij
Insecten houden nadrukkelijk niet van lavendel.
Bij een insectenbeet, mierenbeet, kwallenbeet of een wespensteek helpt lavendelolie om de pijn te verzachten. Doe rechtsreeks een druppeltje olie op de zere plek. Na ca. 15 min. zal de werking van de olie voelbaar zijn. Ingeval van hardnekkige beten/steken en vervelende jeuk/pijn, herhaal dit een paar keer.
Last van mieren? Doe enkele druppeltjes Lavendelolie op de plaats van het mierennest en herhaal dit indien nodig. De mieren zullen snel een ander heenkomen zoeken. Een natuurlijke manier om van de mieren af te komen en beter dan de alle schadelijke chemische middelen.
|
Ook bij ontstekingen (puisten etc.) werkt lavendolie genezend.
De olie werkt ook slijmoplossend en helpt daardoor bij verkoudheid en griep.
Bij brandwonden is het belangrijk om eerst te koelen, daarna elk uur een paar druppels lavendelolie op de plek aanbrengen, evt. een doekje in lavendelolie drenken en dat op de wond leggen.
Lavendelolie werkt bloeddruk verlagend, voorkomt maagkramp en misselijkheid en spijsverteringsstoornissen.
Ook geeft Lavendel etherische olie verlichting bij reumatische aandoeningen.
Voeg een paar druppels toe aan een neutrale, natuurlijke shampoo, het helpt roos te voorkomen.
Gebruik na het wassen van je haar een laatste spoeling van een kopje water met 4 druppels lavendel olie. Masseer je hoofdhuid en haar hiermee. Niet meer uitspoelen.
Je haar zal heerlijk subtiel naar lavendel ruiken.
Spanning, depressie, slapeloosheid en stress kunnen uitstekend behandeld worden met lavendelolie.
Heb je allergische uitslag, bultjes of rode uitslag, een paar druppeltjes lavendelolie op het gebied toepassen. De uitslag verdwijnt binnen 30 minuten!
Lavendelolie mag direct op de huid gebruikt worden, na gebruik, de huid niet afdekken met een pleister of verband.
Het is aan te raden altijd een flesje Lavendelolie in de nabijheid te hebben, hoe sneller je het gebruikt als het nodig is des te beter zal de werking zijn.
| Lavendelolie versterkt de werking van andere etherische olie en kan daarom met bijna elke etherische olie gecombineerd worden.
Lavendel etherische olie is onmisbaar in de collectie van etherische oliën en de perfecte olie voor iedereen die wil starten met aromatherapie.
|
De Jugendstil was een reactie op het eclecticisme van de 19de eeuw. Deze stijl met vloeiende lijnen en gestileerde bloemen werd na 1900 toegepast op meubels, vazen, sieraden, stoffen en affiches. Iets dergelijks zien we in de ontwikkeling van het kostuum. Na een eeuw van kostuums met een fraaie buitenkant over een ongemakkelijke binnenkant zou de vrouwenkleding in de 20ste eeuw steeds meer rekening gaan houden met het comfort en de persoonlijkheid van de draagster. Een begin hiervan werd gemaakt met de reformkleding
De kleding van de vrouw was een weerspiegeling van de luxueuze levensstijl in het begin van deze eeuw. De reformjapon werd spottend ‘hobbezakjurk’ genoemd , want hij was recht van snit en werd vaak zonder korset gedragen. De enige garnering was opgestikt band in slingermotieven. Een groot contrast hiermee vormden de luxueuze namiddagjaponnen in pasteltinten met veel kant en elegante tailleurs in de S-lijn. Deze lijn werd verkregen door het gezondheidskorset of droit- devant. Het was even weinig gezond als de vroegere korsetten; het maakte de buik plat, achterwerk en boezem staken uit.
De mantel: vooral driekwartmantels met ruime mouwen.
De onderkleding: hemd en onderbroek of combination, droit- devant korset. Voor jonge meisjes het zg. schoolkorset.
Het haar: opgestoken haar, bol rondom het hoofd.
De hoed: platte hoed met veel kunstbloemen. Ook kinderen droegen buitenshuis altijd iets op het hoofd, jongens een pet, meisjes een hoed.
De accessoires: paraplu, handschoenen, kam van schildpad, kragen en shawls van bont, waaiers van veren boord.
De schoenen: elegante instapschoenen met strikjes. Knooplaarsjes onder voetvrije sportsokken
De kleding van de man had als kleine verandering dat het costume-veston, het gewone pak voor overdag, wat meer zakken met zakkleppen vertoonde.
De mantel: de rechte overjas was iets korter dan vroeger en werd vaker gedragen dan de pardessus. Warme bontjassen voor autorijdende mannen.
De sportkleding: steeds meer speciale kleding voor bepaalde sporten. Bijvoorbeeld: voor tennis een lange lichte flannel broek in een streepdessin, gedragen met wit hemd met slappe boord en witte pet met grote klep. Roeien, hardlopen en voetballen werd gedaan in kniebroek en flanellen hemd.
Accessoires bij het sportieve pak waren strohoed en felgekleurde wollen das.
Het haar: tamelijk kort. Opvallend grote snorren.
De hoed: voor overdag vooral de bolhoed en de Homburghoed.
De schoenen: voor ’s zomers tweekleurige molières (bruin met wit of zwart met wit). Minder knooplaarzen, meer veterschoenen.
De opvoering van Rimski-Korssakovs Sheherazade door het Russische ballet in Parijs, heeft een onmiskenbare invloed gehad op de mode na 1910. De door Leon Bakst ontworpen exotische, fel gekleurde kostuums vormden voor Paul Poiret een nieuwe inspiratiebron. Zijn ontwerpen zoals tunieken en kimono’s gaven blijk van oosterse invloeden en hij creëerde een nieuw silhouet: slank en soepel.
De kleding van de vrouw kreeg een volledig ander silhouet: van boven breed, naar onder toe smal uitlopend. Het lichaam werd niet langer in de taille ingesnoerd. Japonnen hadden een hoge taille, een ‘strompelrok’ en dikwijls een tunica (lampekapsilhouet).
De mantel: minder mantels maar veel mantelkostuums met een tamelijk lang jasje en een zeer nauwe rok, vaak voorzien van splitten. Zeer modieus: het kimonojasje dikwijls afgezet met bont of struisveren.
De sportkleding: voor het eerst badkostuums uit één stuk, met pijpen tot de knieën, gemaakt van wollen tricot en gedragen met zwarte kousen en badschoentjes.
Het haar: losjes opgestoken, soms gekrulde pony.
De hoed: aanvankelijk erg groot met veel garnering. Poiret bracht ook kleine tulbandkapjes met aigrettes.
De accessoires: ceintuurs, hoedenspelden, Jugendstil sieraden van vensteremail. De eerste lippenrouge uit een potje. Poiret creëerde een eigen parfum.
De schoenen: nog veel knooplaarsjes, maar meer en meer laag uitgesneden schoentjes met halfhoge hakken (pumps).
De kleding van de man onderging slechts summiere veranderingen. Het kostuum bestond nog steeds uit jasje, broek en vest van dezelfde stof, een wit hemd met losse boord en een strikje of geknoopte das .
De mantel: voor op reis een lange, rechte jas; voor de stad een wat kortere, getailleerde jas.
De hoed: bolhoed, Homburghoed, hoge hoed en strohoed. Petten voor sportieve doeleinden en op reis.
De accessoires: dasspeld, horlogeketting, manchetknopen, wandelstok met ivoren of zilveren knop, handschoenen.
In deze periode was West-Europa in beroering door de Eerste Wereldoorlog. De afwezigheid van de mannen vereiste van de vrouwen zelfstandigheid. Dit had uiteraard invloed op de mode. We zien dan ook na 1914 dat de strompelrok werd vervangen door een meer praktische wijde, kortere rok. Voor het eerst zien we Amerikaanse invloeden op de Europese cultuur, vooral uit de wereld van het amusement. De dixiland jazz en de stomme film werden snel populair.
De kleding van de vrouw was in enkele jaren volledig van silhouet veranderd. De japon had brede schouders, brede revers aan een kraag die opvallend hoog in de nek opstond, een wijde rok en een slanke taille. Omdat veel vrouwen in de rouw waren lag in de modetijdschriften de nadruk vooral op zwarte kleding, rouwsluiers enz.
Coco Chanel werkte tijdens de Eerste Wereldoorlog in een veldhospitaal in Deauville, Frankrijk.
De donkerblauwe wollen jakken en pullovers van de mariniers inspireerden haar. Ze versierde ze met stiksels en hier en daar een broche en flaneerde ermee op de Promenade de Deauville. Veel dames uit die tijd volgden haar voorbeeld en schaften de oorlogscrinolines af. Ook al omdat ze in de shawlkraagjasjes met ceintuur en wollen jakken gemakkelijker hun werk konden doen. Een nieuw type jasje met een shawlkraag en een ceintuur werd veel gedragen.
De mantel: wijd model met hoog opstaande kraag, soms gedragen met een ceintuur.
Het haar: losjes opgestoken haar door een permanent gekruld.
De hoed: hoge toque of grote platte hoed met lint.
De accessoires: grote paraplu, handschoenen, mof.
De schoenen: onder de kortere rokken veel knooplaarzen. Schoenen met hakken en vetersluiting.
De kleding van de man kreeg in deze oorlogsperiode nog minder de aandacht dan al tientallen jaren het geval was geweest. Het jasje van het meestal grijze, zwarte of gestreepte costume-veston kon zowel van één als twee rijen knopen zijn voorzien. De lange pantalon had pijpen met ingeperste plooien en met omslagen.
De hoed: deukhoed, bolhoed, strohoed en (geruite) pet. Voor het eerst zag men mannen zonder hoofddeksel buitenshuis.
De accessoires: zie vorige periode.
De schoenen: veterschoenen, soms tweekleurig.
.
In tien jaar tijds was in het modebeeld niets meer te bespeuren van de wat decadente elegance van het begin van de twintigste eeuw. De vereenvoudiging die in de oorlog noodzaak was geweest, groeide nu uit tot een nieuwe stijl waarin de nadruk werd gelegd op bewegingsvrijheid.
De kleding van de vrouw was recht en sluik, met het accent op de heupen . De roklengte reikte aanvankelijk tot de enkel, na 1921 tot de kuit en werd na 1923 geleidelijk korter. De japon was meestal kraagloos met een V-hals, een ronde of een vierkante hals. Veelgedragen: het deux-pièces, dat bestond uit een rechte of geplooide rok met een lange blouse óver de rok.

De mantel: recht en lang. Meer mantelpakken, vaak gegarneerd met bont.
De avondjurk: rechte halflange japon, laag decolleté of alleen maar schouderbanden, de rok in ongelijke punten vallend.
Het haar: losjes opgestoken of strak weggekamd in een knotje op het hoofd .
De hoed: grote, platte hoed met garnering van bloemen of ver
De accessoires: kraag en mof van vossenbont , imitatiesieraden, bijvoorbeeld lange glazen of parelkettingen in combinatie met goudkleurige schakelkettingen, lange oorhangers.
De schoenen: laag uitgesneden pumps met spitse neuzen en banden over de wreef.
De mode van de jaren twintig werd sterk beïnvloed door de kunst en de architectuur. De golvende lijnen van de Jugendstil waren onder invloed van het kubisme (Picasso, Mondriaan) vervangen door strakke, rechthoekige vormen.n De nieuwe stijl heette: art déco.
De kleding van de vrouw was recht en kort. In 1927 was de rok het kortst, en wel tot op de knie.
De mantel: eveneens kort, met een brede schouderlijn, een diepe shawlkraag en vaak gegarneerd met vos.
De avondjurk: in deze periode werden voor het eerst korte avondjurken gedragen. Meestal een recht hemdjurkje met schouderbanden, vaak van doorzichtige stof. Avondmantels waren van zijde met struisveren; typerend voor deze tijd: het smokingjasje gedragen over de avondjapon.
De sportkleding: wollen badpak zonder mouwen, met halve pijpen. De eerste speciale skibroeken, een lang of driekwart pofbroekmodel.
Het haar: omstreeks 1925 hebben alle jonge en zich jong voelende vrouwen hun haar afgeknipt. Voor het eerst werd een door de zon gebruinde huid mode.
De hoed: cloche (pothoed) of helmhoed. Bij zomerjaponnen grote doorzichtige hoeden.
De accessoires: zeer belangrijk vanwege de eenvoudige kleding.
Lange shawls, art déco broches en poederdozen in email. Broches en armbanden van schildpad en ivoor. Lange Chanel-kettingen, oorhangers, enveloppetas (afb. 3), sigarettenpijpje. Klein model paraplu met geometrische motieven. De schoenen: iets minder puntige bandschoenen.
Door de belangstelling voor uitheemse culturen kwam slangen- en krokodillenleer in de mode .
.
De kleding van de man begon voor het eerst sinds honderd jaar wat meer variatie te vertonen. Het colbertjasje was korter en getailleerd. Men droeg veel blazers met grijze broeken..
Het haar: midden- of zijscheiding; smalle snor.
De hoed: vilten deukhoed, geruite wollen of linnen pet.
De accessoires: leren broekriem met gesp, vlinderdasje, pochet, zegelring met monogram, sigarettenkoker en sigarettenpijpje.
De schoenen: molières met ronde neuzen, vaak tweekleurig.
De ineenstorting van Wall Street (1929) en de economische noodsituatie waarin daarmee ook West-Europa kwam te verkeren, maakte een einde aan de ‘gay twenties’. Sterren werden geïdealiseerd en geïmiteerd. Kenmerkend voor de mode was dat de natuurlijke lichaamsvormen werden geaccentueerd en niet veranderd, zoals de modegeschiedenis tot dusver liet zien.
De kleding van de vrouw had een slank silhouet verkregen. De schouders waren enigszins verbreed.
Omstreeks 1939 japonnen met draperieën over boezem en heupen. Het driedelige Chanelpak was nu vaker van tweed dan van jersey en afgebiesd met tress.
De mantel: lang en smal, met een brede, schuine overslag.
De avondjurk: altijd langer dan de japon voor overdag.
De sportieve kleding: voor het eerst een tweedelig badpak.
Het haar: golven en krullen, halflang haar, ook opgestoken of gepermanent. Veel platinablond haar, weggeschoren wenkbrauwen en grote rood gestifte mond.
De hoed: klein, schuin op het hoofd geplaatst hoedje. Veel baretten. Herenhoed à la Garbo.
De accessoires: lange shawl, grote broches en oorknoppen, sieraden van email, ivoor en bakeliet. Met het zonnebaden kwam de zonnebril in de mode.
De schoenen: minder bandschoenen, meer pumps met dunne hakken. Slangenleer, krokodillenleer en suède Schoenen met open hiel en teen .
De kleding van de man was breed in de schouders en smal in de heupen. Het geklede pak met vest had een getailleerd jasje, sportieve colberts waren rechter van model.
De mantel: rechte wollen jas of demi (dunnere stof); gabardine regenjas met ceintuur.
Het haar: kort haar zonder scheiding of met een zijscheiding, glad gekamd met brillantine.
De hoed: deukhoed, pet.
De accessoires: dasspeld, handschoenen, sigarettenkoker, broekriem, polshorloge.

























































.
.

.
.
.
.
.
.
.
J.o : RIP 24/07/2018
.
.

