Tagarchief: vader

Jezus bidt!

Standaard

categorie : religie

 

 

 

bijbel-duif-biddende-handen

 

 

 

 Waar bad Hij?

 

Eén van de meest mysterieuze en intrigerende aspecten van Jezus is de manier waarop Hij bad. We hebben slechts de beschikking over kleine gedeelten van Zijn gebeden, zoals deze in de Evangelies zijn vastgelegd.

Het staat geschreven dat Hij soms de hele nacht lang bad. De Bijbel vertelt ons dat Hij in de hof van Getsemane bloed zweette, zo groots was Zijn gesprek met Zijn Vader.

Zijn laatste vastgelegde gebed zijn de bekende woorden: “Maar laat het niet gebeuren zoals ik het wil, maar zoals u het wilt.” Deze uitdrukking van volkomen onderwerping aan wat er zou gaan gebeuren staat in schril contrast met onze menselijke neiging om confrontaties en de dood te ontwijken.

Er is niet vastgelegd dat Jezus ooit in het openbaar bad. Hij leerde Zijn volgelingen om hun geestelijkheid niet te gebruiken om de aandacht op zichzelf te vestigen, zoals de priesters in die tijd gewoonlijk deden.

Hij bad in afzondering. Om precies te zijn, Hij trok zich op een eenzame plek terug zodat hij niet door anderen zou worden afgeleid. We kunnen Zijn voorbeeld volgen door een stille plek voor onszelf te reserveren en ons gebed op een dusdanig tijdstip te plannen dat we minder snel door familie, vrienden of andere afleidingen worden gestoord. Je op God concentreren is de voornaamste gedachte, zodat we Zijn antwoord kunnen horen.

De Bijbel leert ons dat we ten alle tijde een “biddende houding” moeten aannemen. Eén van de prachtigste aspecten van bidden is dat we zelfs kunnen bidden als we aan het werk zijn, als we thuis zijn, of op andere plaatsen. We kunnen zelfs bidden als we in de auto rijden. Een biddende houding betekent dat we ons steeds bewust moeten zijn van de aanwezigheid van God en dat Hij altijd luistert.

“Het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet” (Jakobus 5:16). Dit betekent dat de kleinste vurige verzoeken met dezelfde kracht door God worden ontvangen als een lang gebed: “Ik geloof” heeft de macht om jouw leven te veranderen.

 

 

 

Hoe bad Hij?

 

Toen Zijn discipelen Hem vroegen om hen te leren bidden, leerde Hij hen het “Onze Vader”. Dit gebed leerde hen om God te eren, om Zijn perfecte wil voor hun levens na te streven, om Hem te vragen in hun behoeften te voorzien, om Zijn voorzieningen te verwachten en om zichzelf in dienstbaarheid op te offeren.

Een aardige manier om te onthouden welke dingen jij in je gebed kunt opnemen is :

 

God prijzen,

vreugdevol zijn,

vraag wat je zou willen, en

geef je aan Hem over.

 

Deze vier eenvoudige dingen vormen een geweldige fundering waar jij je gebeden op kunt bouwen.

 

 

 

 Wat kunnen wij leren?

 

Bidden is tweerichtingsverkeer. Onze vader in de Hemel verlangt ernaar om met ons te communiceren. Wij hebben deze wonderbaarlijke mogelijkheid gekregen om “tweerichtingsgesprekken” met onze Schepper te voeren. Hij kent onze harten en gedachten al, maar als we deze aan Hem verwoorden, dan laten we onze lasten en onze verlangens los.

Wanneer wij God in vertrouwen nemen, dan maakt Hij Zijn antwoorden aan ons bekend. We bidden niet alleen om onszelf te horen denken of praten. Bidden bouwt aan de relatie die we met Hem hebben. Bidden bouwt aan ons geloof.

God reageert op ons geloof, niet op onze behoeften. Bidden is de handeling waarmee ons geloof wordt uitgezonden. Ook wij kunnen bidden zoals Jezus dat deed.

 

Ieder van ons verlangt naar een verbinding met iemand die zich kan identificeren met onze omstandigheden en met wie we ons dagelijkse leven kunnen delen. En dat is precies wat een gebed is: een persoonlijke ervaring en een intieme verbinding met onze liefdevolle Hemelse Vader.

 

 

 1 Johannes 5:14-15

 

“Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben.”

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

John Astria

John Astria

Vader of Moeder God?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

god-strenght1

 

 

 

Wie beweert God dat hij is ?

 

God wordt op vele manieren beschreven: van een onpersoonlijke levenskracht tot een welwillende, persoonlijke, almachtige Schepper. Hij is ook al bij vele namen genoemd, zoals “Zeus”, “Jupiter”, “Brahma”, “Allah”, “Ra”, “Odin”, “Ashur”, “Izanagi”, “Viracocha”, “Ahura Mazda” en “de Grote Geest”. Hij wordt door sommigen gezien als “Moeder Natuur”, door anderen als “Vader God”. Maar wie beweert Hij zelf te zijn?

 

 

 

Vader God of Moeder Natuur?

 

Wat heeft God over Zichzelf aan ons geopenbaard? Allereerst noemt Hij zichzelf “Vader”, nooit “Moeder”, wanneer Hij over Zichzelf spreekt in de context van ouderschap. Hij noemt Zichzelf “een Vader voor Israël” en in één geval, toen zijn “kinderen” bijzonder oneerbiedig tegen Hem waren, zei Hij tegen hen:

 

“Een zoon eert zijn vader, een dienaar zijn heer. Als ik jullie vader ben, waar is dan je eerbied voor mij; als ik jullie heer ben – zegt de Heer  van de hemelse machten –, waar is dan je ontzag voor mij?”

 

Zijn profeten erkenden Hem als Vader door te zeggen: “Toch, Heer, bent u onze vader, wij zijn de klei, door u gevormd, wij zijn het werk van uw handen.”

En: “Hebben wij niet allemaal dezelfde vader, heeft niet een en dezelfde God ons geschapen?” Nooit noemt God Zichzelf “Moeder” en nooit wordt Hij zo door de profeten beschouwd. God “Moeder Natuur” noemen is vergelijkbaar met je aardse vader “mama” noemen.

 

 

Alleen geloof redt de mens van de vuurpoel

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Wat vindt God belangrijk?

 

Wie is God wat betreft Zijn morele eigenschappen? Hij zegt dat Hij geniet van rechtvaardigheid en oprechtheid:

 

“… De wijze moet zich niet beroemen op zijn wijsheid, de sterke niet op zijn kracht, de rijke niet op zijn rijkdom. Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich erop beroemen dat hij mij kent, inziet dat ik, de Heer, dit land liefde schenk, rechtvaardigheid en recht, want daar schep ik behagen in.”

 “Want ik, de Heer, heb het recht lief, ik haat offers van roofgoed…”

 

Rechtvaardigheid en onpartijdigheid zijn erg belangrijk voor God. Maar net zozeer erbarmen en genade. Dus terwijl God iedereen verantwoordelijk houdt, ieder voor zijn eigen leven, reikt Hij met Zijn genade uit naar de berouwvolle zondaar. Hij belooft:

 

“Wie goddeloos leeft, maar zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn geboden, mij trouw is en het goede doet, zal zeker in leven blijven en niet sterven. De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; door zijn rechtvaardige daden zal hij in leven blijven. Denken jullie dat ik het toejuich als een slecht mens sterven moet?  Nee, ik wil dat hij tot inkeer komt en in leven blijft. Want de dood van een mens geeft me geen vreugde. Kom tot inkeer en leef!”

 

Met dood bedoelt God niet echt de lichamelijke dood, waar wij meteen aan zouden denken. In plaats daarvan verwijst God naar een gebeurtenis in de eeuwigheid, na onze lichamelijke dood. De Schriftteksten verwijzen naar deze gebeurtenis als de “tweede dood”.

De eerste dood scheidt ons van onze lichamen en verwijdert ons uit deze wereld. De tweede dood is anders. Deze is ook een scheiding, maar in dit geval de scheiding van de éne groep mensen van de andere: mensen die gerechtvaardigd en vergeven zijn aan de ene kant, en mensen die boosaardig en zonder berouw zijn aan de andere kant. Over deze twee groepen zal afzonderlijk worden geoordeeld.

De ene groep zal beloond worden op basis van de goede dingen die zij gedaan hebben. Hun slechte daden zullen hierin niet in beschouwing worden genomen, maar door God vergeven worden. De andere groep zal beoordeeld worden op basis van het kwaad dat zij hebben gedaan, en hun goede daden zullen hen niet redden van hun straf.

God zegt:

“Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven. Kom tot inkeer en leef!”

 

Op deze manier ziet God er op toe dat gerechtigheid uiteindelijk zegeviert, maar dat genade wordt verleend aan mensen die nederig en berouwvol zijn.

God heeft een voorziening gemaakt voor mensen die berouw willen tonen. Het is een voorziening die mensen redt van hun zonden, als zij op goede voet met Hem willen staan. Hij stuurde een Messias, een Dienaar die vrijwillig leed en een plaatsvervangende dood stierf om de prijs te betalen voor de zonden van de mensen die tot inkeer willen komen en op Hem willen vertrouwen.

De Bijbel zegt:

“Wie kan geloven wat wij hebben gehoord? Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard? Maar Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Om onze zonden werd Hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd Hij getuchtigd, Zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de Heer op zich neerkomen. 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

 

De Bergrede van Christus en deze van Mahatma Gandhi

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Bergrede is te vinden in de hoofdstukken 5, 6 en 7

van Mattheüs en in Lukas 6.

 

 

Lees de Bijbel

 

 

 

De historische achtergrond

 

Mattheüs vertelt hoe Jezus rondtrok door heel Galilea en in de synagogen leerde. Hij verkondigde het goede nieuws van het Koninkrijk der hemelen en genas zieken onder het volk. Al snel stroomden van alle kanten de mensen toe om de wonderen te zien.

Lukas 6:12-19 vertelt overigens dat Jezus de nacht tussen de aankomst bij de berg en de grote rede, wakend heeft doorgebracht. Het is de enige keer dat wij lezen over een hele nacht vol gebed. Jezus begon niet te spreken voordat hij urenlang voor het volk geknield had liggen smeken bij de Vader.

Om te begrijpen wat Jezus de menigte leerde, is het goed om te kijken naar de omstandigheden waarin Jezus sprak. Politieke, godsdienstige omstandigheden werden nogal eens gebruikt om Zijn boodschap duidelijk te maken.

 

 

1.Politieke, godsdienstige omstandigheden

 

In de tijd waarin Jezus opgroeide, werd het godsdienstige klimaat gekleurd door vier belangrijke groeperingen: Sadduceeën, Farizeeën, Essenen en Zeloten. Van deze groeperingen konden de Farizeeën, de Zeloten en de Essenen niet leven met de bestaande toestand. Zij waren op zoek naar herstel van het door God uitverkoren volk.

De Farizeeën vormden de stroming waar Jezus het meest mee te maken gehad heeft. Zij zagen het als hun opdracht het Joodse volk te bewaren bij de Thora. Het zijn vaak moedige mannen geweest, die met inzet van hun leven geprobeerd hebben het Joodse erfgoed te behoeden voor invloeden van buitenaf. Om er zeker van te zijn dat men niet per ongeluk de voorschriften van de Thora zou overtreden, werd er door hen een soort beschermde omheining aangebracht.

Zo werd bijvoorbeeld gesteld dat de sabbat een uur eerder moest beginnen om te voorkomen dat men per ongeluk te laat zou beginnen. Men ging hierin echter steeds eerder verder en men werd gedetailleerder in de voorschriften. Als drijfveer kunnen we veronderstellen dat het hen ging om het behoud van de eigenheid van Israël en de godsdienst. Kortom: in het algemeen waren de Farizeeën felle strijders voor het joodse geloof, vervuld met een oprechte afkeer van de heidense Romeinse bezetter.

Toch bemerken we bij Jezus een zekere felheid ten opzichte van de Farizeeën. Het betreft dan het feit ze anderen zware lasten opleggen. Op dertien jarige leeftijd treedt Jezus in de openbaarheid en begint met Zijn evangelieverkondiging. Letterlijk genomen betekent evangelie ‘goed bericht’. Een goed bericht in geval van overwinningen aan het front of berichten van belangrijke gebeurtenissen rondom de keizer die goddelijke eer genoot.

Het evangelie van het koninkrijk betekent: de goede en verblijdende tijding dat Gods koninkrijk gekomen is en steeds meer zichtbaar wordt. Het hemel rijk is daarbij niet hetzelfde als de hemel. Met het Koninkrijk der hemelen wordt bedoeld dat de hemel en het gezag van God de toon aangeven. Nu Jezus aantreedt, is deze toekomst nabij. Een blijde boodschap.

Deze heilsboodschap vormt de kern van de leer en het werk van de Messias Jezus. Later is de betekenis van het woord evangelie verbreed, maar de oorspronkelijke betekenis ten tijde van Jezus openbaring was de aankondiging van een nieuw tijdperk van Gods heerschappij op aarde. Een belangrijk gegeven met het oog op de Bergrede.

 

 

2. Wat staat in de Bergrede?

 

De Bergrede, zoals beschreven in Mattheüs 5 tot 7, kan op diverse manieren worden ingedeeld. Ze kan gezien worden als richtlijn voor het leven van een christen, die weet dat God hem elk moment van de dag ziet. Velen in de wereld om hem heen leven anders en houden geen rekening met God. In de Bergrede is dat terug te vinden in allerlei situaties, die op twee manieren worden bekeken. Het gaat dan om twee manieren van handelen, die tegengesteld zijn.

Je kunt aalmoezen geven en bidden als een geveinsde, huichelaar, maar dat kan anders. Je kunt schatten verzamelen en zorgen dat je rijk wordt, maar dat kan ook anders. Je kunt bezorgd zijn over allerlei dagelijkse dingen, maar dat kan anders. Je kunt peuteren aan de splinter in het oog van je naaste, maar dat kan ook anders. je kunt ingaan door de brede poort, maar dat kan ook zeker anders.

In het dagelijks leven gebeuren dingen vaak op de ene manier, maar als christen wordt er juist wat anders van je verwacht. Opvallend is dus het denken in tegenstellingen. De Bergrede laat zien dat het besef van Gods aanwezigheid gevolgen heeft voor de keuzes die je maakt. Gevolgen voor de verhouding die de christen heeft tot zijn naaste, die vaak dingen anders aanpakt.

 

 

 

3. De Bergrede, wat nu?

 

De Bergrede is de grondwet van het koninkrijk van God, dat nergens op aarde te vinden is in de zin van een gebied van landsgrenzen. Christus richt dit op de harten van Zijn onderdanen. In de Bijbel is het voor iedere hoorder een uitnodiging om burger van dit Koninkrijk te worden.

Citaat van Jezus: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die dezelve vinden.

De weg om burger te worden is wedergeboorte en bekering. God heeft een volk voor zichzelf gewild dat hem toebehoort en dient. Daarvoor is de Heer Jezus op aarde gekomen om zichzelf te geven voor de zonden van de mens. Daardoor werd de tegenstrever van God, de satan, voor goed verslagen. Wie in het zoenoffer van het kruis gelooft ( zie Johannes 11: 24-26) krijgt de belofte van Jezus dat hij gered is.

 

 

 

 

 

De Bergrede in Mattheüs 5

 

Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen.

Hij nam het woord en onderrichtte hen:

  • Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
  • Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
  • Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
  • Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
  • Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
  • Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
  • Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
  • Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten.

 

 

.

Matteüs 5: 39 – 39

 

38 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” 39 En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet,  maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.

 

 

.

Mattheüs 6

 

7 Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voort prevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden.

8 Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen.

9 Bid daarom als volgt: Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,

10 laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.

11 Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.

12 Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.

13 En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.

14 Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven.

15 Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.

 

 

 

In 2018 is het precies zeventig jaar geleden dat Mahatma Gandhi (1869-1948) werd doodgeschoten. Geïnspireerd door de Bergrede van Christus, preekte hij als hindoe en als politicus consequent geweldloosheid, onder andere via de beroemde ‘Zoutmars’ van 1930.

 

 

 

 

Mohandas Karamchand Gandhi (2/10/1869 – 30/01/1948), vaak Mahatma Gandhi genoemd, was een Indiaas politicus. Na een rechtenstudie in Engeland vertrok Gandhi naar Zuid-Afrika, waar hij zich voor de Indiase bevolkingsgroep inzette. Na terugkeer in India werd hij leider in de Indiase onafhankelijkheidsstrijd.

Mahatma Gandhi was een van de grondleggers van de moderne staat India en voorstander van geweldloosheid als middel voor revolutie. Gandhi spande zich ook in voor verzoening tussen hindoes en moslims  in India. Hij werd in 1948 in New Delhi vermoord door een extremistische hindoe. 

Gandhi is in het Westen vooral bekend om zijn levensfilosofie van vreedzaam verzet, oftewel ‘satyagraha’. Het is dus wrang dat hij uitgerekend door geweld om het leven is gekomen door een radicale hindoe.

 

 

 

10 citaten, als Bergrede, van deze scherpzinnige denker

 

1. “Het verschil tussen wat we doen en wat we kunnen doen zou voldoende zijn om het grootste deel van de problemen van de wereld op te lossen.”

2. “Alleen christenen begrijpen niet dat Christus geweldloos was.”

3. “De liefde eist nooit rechten op, zij geeft ze altijd. De liefde lijdt steeds, koestert nooit wrok, wreekt zichzelf nooit.”

4. “Stilte verlicht je levenspad. Door niet te spreken, zie je duidelijker.”

5. “Alleen de waarheid zal standhouden; al het andere wordt door de vloed van tijd weggeveegd.”

6. “Gebed is de sleutel van de ochtend en de grendel van de avond.”

7. “Iemand kan je alleen je zelfrespect afnemen als je het hem geeft.”

8. “Het gebed is geen ijdel pleziertje van oude vrouwen. Als men het juist begrijpt en benut is het het machtigste middel tot de actie.”

9. “De aarde biedt voldoende om ieders behoefte te bevredigen maar niet ieders hebzucht.”

10. “De geest wordt onzuiver als het hart niet gewassen wordt door gebed.”

 

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

De mus in de Bijbel.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

De mus

 

Toen de Here Jezus zijn twaalf discipelen de eerste keer uitzond om het evangelie te prediken, vermaande Hij hen niet bevreesd te zijn voor de mensen. En om zijn woorden te illustreren, gaf Hij als voorbeeld de mussen. Je zou denken dat de arend met zijn kracht en moed een beter voorbeeld zou zijn, maar nee, Jezus koos bewust de klei-ne huismus. Tot voor kort wist men weinig over de mus, omdat niemand de moeite had genomen hem nauw-keurig te bestuderen. Nu weten wij dat hij best dapper kan zijn, afgezien van zijn andere karaktereigenschappen, zoals slimheid, voorzichtigheid, vrolijkheid en ondeugendheid.

Mussen moeten in de dagen van Jezus algemeen voorgekomen zijn, gezien zijn woorden (Matteüs 10: 29 en Lucas 12:6) dat op de markt twee mussen voor een duit en vijf mussen voor twee duiten werden verkocht, (een duit is vergelijkbaar met een Eurocent nu).

 

 

 

Matteüs 10: 29

 

29 Jullie weten toch dat twee mussen voor maar één muntje worden verkocht? Toch zal niet één mus doodgaan zonder dat jullie Vader het toestaat. 30 Ook weet Hij zelfs precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. 31 Wees dus niet bang, want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar.

 

 

 

Lucas 12:6

 

6 Jullie weten dat vijf mussen worden verkocht voor maar twee muntjes. Maar niet één van die mussen is door God vergeten. 7 Ook weet Hij precies hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. Wees niet bang! Want jullie zijn belangrijker dan een heleboel mussen bij elkaar.

 

 

Jezus koos dit voorbeeld omdat Hij, in navolging van zijn Vader, liever kiest wat voor de wereld onaanzienlijk en veracht is (1 Korintiërs 1: 28 – 31). In zijn gelijkenissen gebruikte Hij vaak de meest algemene dingen in het leven: water, wijn, koren, schapen. Zo komt de achterliggende les sterker uit.

 

 

 

1 Korintiërs 1: 28 – 31

 

28 En de dingen die de ongelovige mensen onbelangrijk en waardeloos vinden, gebruikt God juist om te laten zien dat je niets hebt aan de dingen die de mensen zo belangrijk vinden. 29 Zo kan dus niemand bij God over zichzelf opscheppen. 30 Want alles wat we nu zijn, hebben we alleen aan Hem te danken. Want alleen door Je-zus Christus hebben we nu Gods wijsheid. En alleen dankzij Hem zijn we vrijgesproken van schuld en zijn we ge-red. Alleen door Hem horen we nu bij God. 31 Daardoor is het waar wat er in de Boeken staat: “Als iemand zo graag trots wil zijn, laat hij dan trots zijn op de Heer en niet op zichzelf.”

 

Wanneer we Jezus’ woorden van Matteüs 10:29 in hun verband lezen – Zijn opdracht aan de twaalf om te prediken- is zijn les niet op eigen kracht te vertrouwen. Wanneer zij tegenover een vijandige schare of een keiharde koning komen te staan, moeten zij niet in paniek raken, maar eenvoudig vertrouwen dat God hen de woorden om te spreken zal ingeven (Matteüs 10:19).

 

 

 

Matteüs 10:19

 

19 Als ze jullie gevangen nemen, maak je dan geen zorgen wat jullie moeten zeggen. Want jullie zullen de woorden krijgen op het moment dat jullie ze nodig hebben. 20 Want jullie zullen niet zelf spreken. Maar de Geest van jullie Vader zal door jullie heen spreken.

 

Ook de mus heeft elke dag met grote gevaren te maken, of dat nu door het verkeer of van een roofvogel komt. Toch komt hij meestal veilig weg. Niet één wordt er door God vergeten, zegt Jezus. Feitelijk is een discipel van Hem net zo afhankelijk van de Vader als een mus. Dat vogeltje is wel voorzichtig en houdt altijd een oogje in het zeil, maar tegelijkertijd is hij veel minder bezorgd dan wij mensen.

Hij geniet van het leven en is niet bevreesd voor de toekomst. Hij leert uit ervaring, maar maakt zich geen zorgen. Waren wij ook maar zo onbekommerd. Niet bang voor de mensen, maar vertrouwend op God, die ons leven in zijn hand houdt.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Preterisme, de vervangingstheologie

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

.

Preterisme

 

Het preterisme is de leer dat de voorzegde gebeurtenissen in Mattheüs 24 en het boek Openbaring grotendeels of volledig hebben plaatsgevonden in de aanloop naar en ten tijde van de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Christus. Sommige preteristen stellen dat de wederkomst van Christus en de opstanding van de doden in het jaar 70 hebben plaatsgevonden.

 

 

Romeinse belegering en verwoesting van Jeruzalem in 70 n.C.. Schilderij door David Roberts (1850).

 

Term. De term preterisme komt van het Latijnse woord praeter = verleden, omdat de profetieën merendeels of alle reeds in het verleden zouden zijn vervuld.

 

Hoofdinhoud van leer. Het preterisme stelt dat alle of een deel van de Bijbelse profetieën over de laatste dagen verwijzen naar gebeurtenissen die in de eerste eeuw plaatsvonden na de geboorte van Christus, in het bijzonder in verband met de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Christus. Jezus’ voorzeggingen aangaande aardbevingen. onlusten, oorlogen en de grote verdrukking zijn in de eerste eeuw uitgekomen.

 

Versus futurisme. Het preterisme staat tegenover het futurisme, dit is de opvatting dat de meeste voorzeggingen over het einde der tijden, de laatste dagen, de Grote Verdrukking en dergelijke, nog een toekomstige vervulling wacht en aan de terugkeer van Christus onmiddellijk zullen voorafgaan.

 

 

 

.

Gedeeltelijk en volledig preterisme

 

-deel– en volpreterisme: De opvatting dat de profetieën over het einde reeds grotendeels (maar niet alle) zijn uitgekomen. Nog niet gebeurd zijn: 1. de wederkomst van Christus en de opneming van de gemeente; 2. de opstanding; 3. het oordeel.

-volledig preterisme of hyperpreterisme: De meer recente opvatting dat alle voorzeggingen reeds zijn vervuld.

 

 

Gedeeltelijk preterisme

 

Het gedeeltelijke preterisme is de oudste van de twee standpunten. Het stelt dat de profetieën aangaande de verwoesting van Jeruzalem, de Antichrist, de Grote Verdrukking en de komst van de Dag van de Heer als een “komst ten oordeel” door Christus, vervuld werden circa 70 na Chr., toen de Romeinse generaal (en latere keizer) Titus Jeruzalem innam, plunderde en de tempel verwoestte, waardoor blijvend een einde kwam aan de dagelijkse dierenoffers. “Babylon de Grote” (Openbaring 17-18) wordt vereenzelvigd met de oude heidense stad Rome of de Joodse stad Jeruzalem.

De meeste gedeeltelijk preteristen geloven ook dat uitdrukking “laatste dagen” slaat op de laatste dagen van de Mozaïsche verbond dat God uitsluitend had met de natie Israël tot het jaar 70 na Christus. Zoals God gericht uitoefende over verschillende naties in het Oude Testament, zo kwam ook Christus ten oordeel tegen degenen in Israël die hem afwezen.

Die laatste dagen van de natie Israël zijn volgens het gedeeltelijk preterisme te worden onderscheiden van de “laatste dag”, die nog wel in de toekomst ligt en deze gebeurtenissen brengt: de wederkomst van Jezus, de lichamelijke opstanding van de rechtvaardigen en onrechtvaardigen, het laatste oordeel, en de schepping van een letterlijke nieuwe hemel en een nieuwe aarde, vrij van de vloek van zonde en dood, die door de val van Adam en Eva is gekomen.

Het preterisme vindt (anno 2015) al meer aanhang onder christenen. Een bekende Amerikaanse preterist is Don K. Preston. Hij ziet de periode tussen 30 en 70 na Christus als het duizendjarig rijk en de tijd daarna is die van het nieuwe verbond (de eeuwige toestand).

 

 

Volledig preterisme

 

Het volledig preterisme verschilt van het gedeeltelijk daarin, dat alle profetie beschouwd als vervuld met de verwoesting van Jeruzalem, dus ook de voorzeggingen aangaande de opstanding van de doden en de wederkomst (parousia) van de Heer Jezus.

Volgens het volledig preterisme is de Heer Jezus teruggekomen in 70 n.C. en wel ten oordeel, wat geleid heeft tot de verwoesting van Jeruzalem en haar tempel in het jaar 70. Dit gebeurde door midden van buitenlandse legers op een manier die vergelijkbaar is met diverse oudtestamentische beschrijvingen van God die komt om andere naties rechtvaardig te oordelen.

Volgens het volledig preterisme is de opstanding van de doden al gebeurd. Deze opstanding was niet een lichamelijke, maar een verrijzenis van de zielen uit de plaats der doden, welke bekend staat als Sjeool (Hebreeuws) of Hades (Grieks). De rechtvaardige zielen hebben een geestelijk lichaam gekregen dat geschikt is voor de hemel, en de onrechtvaardige doden zijn geworpen in de poel van vuur. Sommige volledig preteristen geloven dat deze verandering een doorgaande is en bij het overlijden van elke ziel plaatsvindt (Hebr. 9:27).

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden door het volledig preterisme gelijkgesteld met de vervulling van de wet in het jaar 70 na Chr. Zoals een christen bij zijn bekering “een nieuwe schepping” is geworden, is de wereld dat ook in 70 na Chr.

 

Kritiek

 

Bijbels bezwaar. Op Bijbelse gronden kan men ernstige bezwaren tegen het volledig preterisme aanvoeren. Reeds de apostel Paulus verwierp de gedachte dat de opstanding der doden al had plaatsgevonden.

2Ti 2:16 Maar onttrek je aan ongoddelijk gezwets; 2Ti 2:17 want zij zullen voortgaan tot toenemende goddeloosheid en hun woord zal als kanker voortwoekeren. Onder hen zijn Hymeneus en Filetus, 2Ti 2:18 die van de waarheid zijn afgeweken door te zeggen dat de opstanding al heeft plaatsgehad en die het geloof van sommigen omverwerpen.

De Heer Jezus stond lichamelijk uit de doden op en ook de doden zullen lichamelijk verrijzen en het lichaam van de levenden zal veranderd worden.

Aanhangers van het volledig preterisme antwoorden dat Paulus’ veroordeling terecht was, omdat de opstanding vóór 70 na Christus nog niet gebeurd was. Ook zeggen zij dat zij bepaalde Schriftplaatsen, die tegen hun standpunt worden aangevoerd, anders uitleggen.

 

Ketterij. Voor zover en omdat het volledig preterisme sterk afwijkt van de overgeleverde geloofsbelijdenissen, wordt het door velen als ketterij beschouwd. Volledig preteristen antwoorden dat de geloofsbelijdenissen niet goddelijk geïnspireerd zijn, maar zijn opgesteld door feilbare mensen. De belijdenissen zijn fout op het punt van de toekomst en moeten aangepast worden.

 

 

 

 

Argumenten voor het preterisme

 

Sommige leerlingen zouden Hem zien komen. De Heer Jezus heeft gezegd dat sommigen van zijn leerlingen zijn komst zouden meemaken.

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen. Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. 

 

“Dit geslacht” zou het meemaken. De Heer Jezus heeft gezegd dat “dit geslacht”, het geslacht van zijn tijd (in de eerste eeuw) de voorzegde gebeurtenissen zou meemaken.

Mt 24:33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Mt 24:34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. 

De voorzeggingen in Matteüs 24 aangaande de “Grote Verdrukking” beschouwt het preterisme als vervuld met de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 na Chr. Steun voor deze stelling vindt men in Jezus’ woorden dat “dit geslacht niet zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd”. Deze woorden schijnen de voorzegde gebeurtenissen te beperken tot “dit geslacht”, tot de generatie in de eerste eeuw.

 

“Spoedig”. De Heer heeft gezegd dat de in de Openbaring voorzegde gebeurtenissen spoedig zouden geschieden (Opb. 1:1)

Opb 1:1 Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven.

Opb 22:6 En hij zei tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig, en de Heer, de God van de geesten van de profeten, heeft zijn engel gezonden om zijn slaven te tonen wat met spoed moet gebeuren.

Hijzelf zou spoedig komen (Opb. 22:7, 12, 20)

Opb 22:7 En zie, Ik kom spoedig. Gelukkig hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart.

Opb 22:12 Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden zoals zijn werk is.

Opb 22:20 Hij die deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig! Amen, kom, Heer Jezus!

Ook aan twee gemeenten in Klein-Azië zei Hij spoedig te komen.

Opb 2:16  Bekeer u dan; maar zo niet, Ik kom spoedig naar u toe en Ik zal oorlog tegen hen voeren met het zwaard van mijn mond.

Opb 3:11  Ik kom spoedig, houd wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt.

 

 

.

.

Tegenwerpingen

 

Sommige leerlingen zouden Hem zien komen. De Heer Jezus heeft gezegd dat enkele leerlingen Hem zouden zien komen in zijn koninkrijk.

Mt 16:27 Want de Zoon des mensen staat te komen in de heerlijkheid van zijn Vader met zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn doen. Mt 16:28 Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van hen die hier staan, die de dood geenszins zullen smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk. 

Dat hebben zij gezien toen de Heer zes dagen na deze woorden drie leerlingen meenam op een hoge berg. Daar werd hij verheerlijkt.

Mt 17:1 En na zes dagen nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes mee en bracht hen afzonderlijk op een hoge berg. Mt 17:2 En Hij werd in hun bijzijn van gedaante veranderd; en zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren werden wit als het licht. Enz. 

Merk op dat ze verzen onmiddellijk volgen op Matth. 16:28. Dat “zien komen” is een vooruitblik geweest. Zoals Hij toen in zichtbare heerlijkheid straalde, zo zal hij eens zichtbaar verschijnen in deze wereld.

 

“Dit geslacht” zou het meemaken. De Heer heeft gezegd dat “dit geslacht” de voorzegde gebeurtenissen zou meemaken.

Mt 24:33 Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Mt 24:34 Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan voordat al deze dingen zijn gebeurd. 

Het gebruikte woord voor “geslacht” is het Griekse woord “genea”. Het kan een figuurlijke betekenis hebben: “een soort mensen die veel op elkaar lijken in gaven, leefwijzen, karakter; specifiek in ongunstige zin, een verdorven geslacht”.

Mt 11:16 Met wie echter zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk aan kinderen die op de markten zitten en de anderen de woorden toeroepen: 

Mt 12:39 Hij antwoordde echter en zei tot hen: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, en het zal geen teken worden gegeven dan het teken van de profeet Jona. 

Mt 12:45 Dan gaat hij heen en neemt zeven andere geesten met zich mee, bozer dan hijzelf, en zij komen binnen en wonen daar; en het laatste van die mens wordt erger dan het eerste. Zo zal het ook zijn met dit boos geslacht. 

Mr 8:38 Want wie zich voor Mij en mijn woorden schaamt onder dit overspelig en zondig geslacht, voor hem zal ook de Zoon des mensen Zich schamen wanneer Hij komt in de heerlijkheid van zijn Vader, met de heilige engelen. 

Mr 9:19 Hij nu antwoordde hun en zei: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn? Hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem bij Mij. 

Flp 2:15 opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God temidden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, 

Als wij andere Schriftplaatsen over de toekomst zoveel mogelijk letterlijk nemen, moeten we “dit geslacht” in Matth. 24:34 figuurlijk verstaan: het betekent niet een “generatie van 40 jaar” betekent, maar “deze soort mensen”, d.w.z. dit verdorven mensengeslacht.

 

“Spoedig”. De Heer heeft gezegd dat de in de Openbaring voorzegde gebeurtenissen spoedig zouden gebeuren en dat Hijzelf spoedig zou komen. Daarnaast heeft de Heer gesuggereerd dat zijn komst op zich laat wachten. De boze slaaf zou zeggen “Mijn heer blijft uit”.

Mt 24:48 Als die boze slaaf echter in zijn hart zegt: Mt 24:49 Mijn heer blijft uit, en zijn medeslaven begint te slaan en eet en drinkt met de dronkaards, 

De bruisdmeisjes vielen in slaap, omdat “de bruidegom uitbleef”.

Mt 25:5 Toen nu de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. Mt 25:6 Maar te middernacht klonk een geroep: Zie, de bruidegom! Gaat uit, hem tegemoet!

In de gelijkenis van de slaven kwam de heer “na lange tijd” (Matth. 25:19).

Mt 25:14 Want het is als een mens die buitenslands ging en zijn eigen slaven riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde. (…) Mt 25:19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.

Wetend dat sommigen het uitbleven van de Heer voor traagheid hielden, wees de apostel Petrus erop dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag.

2Pe 3:8 Maar laat dit ene u niet onbekend zijn, geliefden, dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. 2Pe 3:9 De Heer vertraagt de belofte niet zoals sommigen het voor traagheid houden, maar Hij is lankmoedig over u, daar Hij niet wil dat iemand verloren gaat, maar dat allen tot bekering komen. 2Pe 3:10 Maar de dag van de Heer zal komen als een dief, waarop de hemelen met gedruis zullen voorbijgaan en de elementen brandend vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 2Pe 3:11 Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 

De tijdrekening van God is anders dan de onze. Gezien de aanwijzingen van “lange tijd” en “uitblijven” en gezien dat veel voorzeggingen over de eindtijd en de zichtbare komst van de Heer in de wereld met heerlijkheid en majesteit nog niet hebben plaatsgevonden, moeten we “spoedig” in het perspectief van een goddelijke tijdrekening plaatsen.

Ps 90:4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, wanneer die voorbijgegaan is, of als een wake in de nacht. 

De Heer komt op de wolken van de hemel. Critici van het preterisme wijzen erop dat Mattheüs 24 ook spreekt van Jezus’ komst op de wolken des hemels. Deze wederkomst in de lucht is nog niet gebeurd, ook niet in de eerste eeuw. De preterist antwoordt daarop dat er geen reden is om aan te nemen dat die komst op de wolken de Wederkomst van Christus is. In het Oude Testament spreekt God van zijn komst tot het volk ten oordeel. In Jesaja 19 vinden wij daarvan een treffend voorbeeld. De profeet verwijst naar het op handen zijnde oordeel over Egypte:

Jes 19:1 De last over Egypte. Zie, de HEERE rijdt op een snelle wolk en komt in Egypte. De afgoden van Egypte zullen beven voor Zijn aangezicht en het hart van de Egyptenaren zal smelten in hun binnenste. 

Noch Jes. 19: 1 noch Matt. 24:33, die beide op een komst op de wolken spreken, spreken volgens het preterisme van de wederkomst van Christus.

 

Belofte van Israëls herstel.Een andere tegenwerping tegen het preterisme is dat Gods verbond met Israël “eeuwig” is en daarom niet geëindigd kan zijn in het jaar 70. Israël is weliswaar verstrooid onder de volken, naar de Schrift (Deut. 30), maar het zal ook weer worden hersteld, naar de Schrift.

 

Logische gevolgen. Een ander bezwaar tegen het preterisme naar voren gebracht, is dat het antisemitisme en vervangingstheologie in de hand werkt.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

Is God Jezus?

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

Is Jezus God?

 

 

 Het historische geschil

 

Het antwoord op deze vraag is het enige echte geschil rondom de historische Jezus. Geen enkele geloofwaardige schriftgeleerde ontkent tegenwoordig dat Jezus een historische persoonlijkheid was die ongeveer 2000 jaar gele-den de aarde bewandelde, opmerkelijke wonderen en goede daden verrichtte en even buiten Jeruzalem een af-schuwelijke dood stierf aan een Romeins kruis. Het emotionele debat concentreert zich in het bijzonder op de vraag of Jezus al dan niet de vleesgeworden God is die drie dagen na Zijn kruisiging uit de dood opstond.

 

 

 De enige alternatieven

 

Veel mensen hebben dit geestelijk vraagstuk “opgelost” door Jezus te aanvaarden als een goed mens, een goed leraar of een groot profeet. Maar Jezus en Zijn volgelingen gebruikten duidelijke taal toen zij verkondigden dat Hij God was :

zie Johannes 10: 30-38, Matteüs 16: 13-17, Marcus 14: 61-64, Johannes 14: 6, Hebreeën 1: 6-8, Kolossenzen 1: 15 – 19, Johannes 12: 37-41 [citaat van Jesaja 6: 1-10]).

 

 

Johannes 10: 30-38

 

30 Ik en de Vader zijn helemaal één.” 31 De Joden begonnen weer stenen aan te slepen om Hem daarmee dood te gooien. 32 Maar Jezus zei: “Ik heb laten zien wat voor geweldige dingen mijn Vader doet. Om welke van die dingen willen jullie Mij nu doden?” 33 De Joden antwoordden Hem: “We willen U niet doden vanwege de goede dingen die U doet, maar omdat U God beledigt. Want U, een mens, zegt van Uzelf dat U God bent.” 34 Jezus antwoordde hun: “Er staat toch in de Boeken: ‘Ik heb gezegd: jullie zijn goden’  ? 35 God noemt de mensen dus goden als Hij tegen hen spreekt, en we moeten ons houden aan wat er in de Boeken staat. 36 Ik ben speciaal door de Vader geroepen om naar de wereld te gaan. Waarom zeggen jullie dan dat Ik God beledig, als Ik zeg dat Ik Gods Zoon ben? 37 Als Ik níet doe wat mijn Vader zegt, geloof Mij dan maar niet. 38 Maar als Ik dat wél doe en jullie Mij toch niet geloven, geloof dan de dingen die Ik doe. Dan zullen jullie moeten toegeven dat de Vader één met Mij is en Ik één ben met de Vader.”

 

 

Matteüs 16: 13-17

 

13 Ze kwamen in de buurt van de stad Cesarea Filippi. Daar vroeg Hij aan zijn leerlingen: “Wat zeggen de men-sen over de Mensenzoon? Wie ben Ik volgens hen?” 14 Ze antwoordden: “Sommige mensen zeggen dat U Jo-hannes de Doper bent. Andere mensen zeggen de profeet Elia  . Weer andere mensen zeggen Jeremia, of één van de andere profeten.” 15 Maar Jezus zei tegen hen: “Maar Wie ben Ik volgens júllie?” 16 Simon Petrus ant-woordde: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God.” 17 Jezus antwoordde: “Simon, zoon van Jona, wat heerlijk voor je dat je dit begrijpt! Want je weet dat niet doordat een mens je dat heeft laten zien. Maar mijn hemelse Vader heeft jou dat laten zien.

 

 

Marcus 14: 61-64

 

61 Maar Jezus zweeg en gaf geen antwoord. Toen vroeg de Hogepriester Hem weer: “Ben Jij de Messias, de Zoon van de Gezegende God?” 62 Jezus zei: “IK BEN  het. En u zal de Mensenzoon zien als Hij naast de Almach-tige God zit en op de wolken komt.” 63 De hogepriester riep uit: “We hebben verder geen beschuldigingen meer nodig! 64 Jullie hebben zelf gehoord dat Hij God heeft beledigd! Wat vinden jullie?” En ze vonden allemaal dat Hij de doodstraf moest krijgen.

 

 

Johannes 14: 6

 

6 Jezus zei tegen hem: “IK BEN  de weg en de waarheid en het leven. Alleen door Mij kun je bij de Vader komen. 7 Als jullie Mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen. Vanaf nu kennen jullie Hem en zien jullie Hem.”

 

 

Hebreeën 1: 6 – 8

 

6 En opnieuw zegt God, op het moment dat Hij zijn eerstgeboren Zoon in de wereld brengt: “Al Gods engelen moeten Hem aanbidden.” 7 Van de engelen zegt Hij: “Zijn engelen zijn als de wind. Zijn dienaren zijn als vuur-vlammen.” 8 Maar van de Zoon zegt Hij: “God, U bent voor eeuwig Koning en U heerst volmaakt rechtvaardig.

 

 

Kolossenzen 1: 15 – 19

 

15 Jezus is de afbeelding van God. God kunnen we niet zien. Maar aan Jezus kunnen we zien wie God is. Jezus was er al vóórdat God alles maakte. 16 Want door Jezus heeft God alle dingen in de hemel en op de aarde ge-maakt: de zichtbare dingen en de onzichtbare dingen, alles wat heerst en macht heeft. Alles is door Hem en voor Hem gemaakt. 17 Hij was er eerder dan al het andere. Alle dingen bestaan door Hem. 18 Hij is het Hoofd van de gemeente en de gemeente is zijn Lichaam. Hij is het begin van alles. Hij is de eerste die uit de dood is opge-staan. Zo is Hij dus van alles de eerste. 19 Want God had besloten Zelf in Jezus te komen wonen.

 

 

Johannes 12: 37-41

 

37 De mensen hadden met eigen ogen Jezus heel veel wonderen zien doen. Maar toch geloofden ze niet in Hem. 38 Zo werd werkelijkheid wat de profeet Jesaja van tevoren had gezegd: ‘Heer, wie gelooft wat hij van mij heeft gehoord? En wie heeft werkelijk begrepen hoe machtig de Heer is?’ 39 Ze konden niet geloven, omdat Jesaja ergens anders had gezegd: 40 ‘Ik heb hun ogen blind gemaakt en hun hart koppig gemaakt. Zo kunnen hun ogen het niet zien en kan hun hart het niet begrijpen. Daardoor zullen ze niet bij Mij terugkomen en zal Ik hen niet genezen.’ 41 Dit had Jesaja gezegd omdat hij tóen al had gezien hoe goed en machtig God is. Hij sprak toen over Jezus.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John astria

 

 

Daarom is elke mogelijke intellectuele compromis die Jezus een “goed mens” noemt logisch gezien inconsequent. Waarom? Omdat er feitelijk slechts drie werkelijke alternatieven zijn voor de identiteit van Jezus Christus. Hij is een leugenaar, een gek of onze Heer en God. Omdat Jezus beweerde God te zijn, zijn Zijn beweringen of waar, of onwaar. Als ze onwaar zijn, dan moet Hij dus een leugenaar zijn geweest, die de massa’s met opzet misleidde. Of Hij was een gek die oprecht geloofde dat Hij zelf God was, maar in werkelijk slechts een gewoon mens was.

Maar als Jezus een “goed mens” was, wat volgens de meeste mensen waar is, hoe kon Hij dan tegelijkertijd goed en gek zijn, of goed en een leugenaar? Er bestaat maar één logisch consequent alternatief: Hij moet de waarheid verteld hebben over Zijn identiteit. Naast de logische onverenigbaarheid toont het opmerkelijke historische en archeologische bewijs, samen met het bewijs uit de manuscripten, dat Jezus geen leugenaar en ook geen gek was. Nogmaals, de enige overgebleven positie is dat Zijn bewering waar was. Jezus is Heer en God.

 

 

De mens in geloof

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

Het enige nog resterende alternatief is dat Jezus slechts een legende of een mythe was. Het is erg onwaarschijn-lijk dat de beweringen van Jezus slechts legendarisch van aard zijn. Er was gewoonweg niet voldoende tijd voor de ontwikkeling van fabelachtige verhalen die de werkelijkheid konden vervangen. We weten nu bijvoorbeeld dat de Evangeliën zo’n 30 tot 50 jaar na de kruisiging van Jezus werden geschreven. We kunnen nu zelfs enkele van de vroege christelijke geloofsbelijdenissen, waarin het leven, de dood en de opstanding van Jezus worden ver-kondigd, dateren tot ongeveer 3 tot 10 jaar na Zijn kruisiging. Hieronder bevinden zich de brieven van Paulus aan de Korintiërs, de Romeinen en de Galaten.

Tenslotte, als de bewering van Jezus dat Hij God was slechts een mythe was, dan zouden de vroege Joodse tegenstanders van het christendom zeer zeker gebruik hebben gemaakt van het simpele feit dat deze dingen nooit werkelijk hadden plaatsgevonden. Maar in tegenstelling tot moderne sceptici ontkenden de Joodse rabbijnen nooit de bewering van Jezus dat Hij God was. In plaats daarvan noemden zij Hem een leugenaar en berechtten zij Hem wegens godslastering.

 

 

 Het enige mogelijke antwoord

 

Als jij jezelf al deze vragen hebt gesteld, al het bewijs hebt gewogen en alle argumenten hebt beproefd, zul je ui-teindelijk oog in oog staan met deze vraag. In Matteüs 16:15 zei Jezus het als volgt, “‘En wie ben ik volgens jullie?’ ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.” Wat is jouw antwoord?

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

God heeft eigenschappen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

Eigenschappen van God

 

 

 De betekenis

 

“Waar wij aan denken wanneer we over God nadenken, is de belangrijkste eigenschap van onszelf,” schrijft A.W. Tozer in zijn klassieke boek over de eigenschappen van God, The Knowledge of the Holy(oftewel De kennis van God).

 

Tozer gaat verder:

“De geestelijke geschiedenis van de mens zal ongetwijfeld aantonen dat geen enkele godsdienst ooit groter is geweest dan zijn begrip van God. Aanbidding is rein of onrein, afhankelijk van de gedachten die de aanbidder over God heeft.”

 

In onze harten weten we dat het bovenstaande waar is. Het is niet voldoende om “God” te volgen. Dat woord kan tegenwoordig zo veel verschillende dingen betekenen dat het eigenlijk erg weinig betekenis meer heeft. Als we gewoon in ons eigen hoofd gaan bepalen hoe Hij is, dan doen we niets anders dan een afgod in onze gedachten scheppen.

 

 

 De basis

 

Jezus kwam om de God van de Bijbel te openbaren, en God heeft Zichzelf in Zijn boek geopenbaard. Elke afwij-king daarvan in ons begrip van Hem is een verzonnen God. Tozer beschrijft in ‘The Knowledge of the Holy’ 18 karakteristieken van God in de Bijbel. Deze worden hier herhaald (maar niet in dezelfde volgorde). Tozer’s defi-nities zullen, wanneer deze gebruikt worden, tussen aanhalingstekens worden geplaatst.

De Bijbel zegt dat we God moeten prijzen voor wie Hij is, vooral in gebed. Een groot gedeelte van de Psalmen legt zich hierop toe. De meeste mensen concentreren zich in hun lofprijzing te veel op een beperkt aantal aspec-ten, zoals Gods liefde, en gebruiken de rest van hun gebeden om dingen van Hem te vragen.

 

 

 

 De karakteristieken

 

Wijsheid: “Wijsheid is het vermogen om perfecte doelen te stellen en om deze doelen op de meest perfecte manier te bereiken”. Met andere woorden: God maakt geen fouten. Hij is de Vader die het echt het beste weet, zoals Paulus in Romeinen 11: 33  uitlegt: “O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgron-delijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!”

 

Oneindigheid: God kent geen grenzen. Hij is onmetelijk. Deze eigenschap heeft per definitie gevolgen voor alle andere eigenschappen van God. Omdat God oneindig is, moeten ook al Zijn andere eigenschappen oneindig zijn.

 

Oppermacht: Dit is “de eigenschap waarmee Hij over Zijn hele schepping heerst”. Het is de toepassing van Zijn andere eigenschappen van alwetendheid en almachtigheid. Deze eigenschap geeft Hem de absolute vrijheid om datgene te doen, waarvan Hij weet dat dit het beste is. God heeft de controle over alles wat er gebeurt. Maar de mens heeft nog steeds een vrije wil en is nog steeds verantwoordelijk voor de keuzes in zijn leven.

 

Heiligheid: Dit is de eigenschap die God onderscheidt van alle andere, geschapen wezens. Deze heeft betrekking op Zijn verhevenheid en Zijn perfecte morele reinheid. Er bestaat absoluut geen enkele zonde of boosaardige ge-dachte in God. Zijn heiligheid is de definitie van wat rein en rechtvaardig is, in het hele universum. Steeds als God zich ergens vertoont, zoals aan Mozes in de brandende doornstruik, dan wordt die plaats heilig omdat God er is geweest.

 

Drie-eenheid: Ook al wordt dit woord niet in de Bijbel gebruikt, toch is de waarheid in de Bijbel opgenomen dat God Zichzelf in drie Personen openbaart. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden alle drie God genoemd, worden als God aanbeden, bestaan eeuwig en zijn betrokken bij zaken die alleen God kan doen. Maar, ook al openbaart God Zichzelf in drie Personen, toch is God Eén en kan Hij niet worden gesplitst. De drie Personen zijn er allen volledig bij betrokken wanneer Eén van de Drie actief is.

 

Alwetendheid: “God weet alles en heeft daarom geen behoefte aan nieuwe kennis. God heeft nooit iets geleerd en kan niet leren.” Alwetendheid betekent “alles wetend”. God weet alles en Zijn kennis is daarom oneindig. Het is onmogelijk om iets voor God verborgen te houden.

 

 

Trouw: Alles wat God heeft beloofd zal plaatsvinden. Zijn trouw garandeert dit. Hij liegt niet. Wat Hij in de Bijbel over Zichzelf heeft gezegd is waar. Jezus zei zelfs dat Hij de Waarheid is. Dit is extreem belangrijk voor volgeling-en van Jezus, omdat onze hoop op eeuwig leven juist op Zijn trouw berust. Hij zal Zijn belofte in ere houden: Zijn belofte dat onze zonden zullen worden vergeven en dat wij eeuwig met Hem zullen leven.

 

 

 

Vervolg van de studie

 

Liefde: Liefde is een zo belangrijk onderdeel van Gods karakter dat de apostel Johannes schreef: “God is liefde”. Dit betekent dat het welzijn van anderen Zijn grootste zorg is. Als je een volledige definitie van “liefde” wil ont-dekken, lees dan 1 Korintiërs 13. Als wij liefde in actie willen zien, dan kunnen we het leven van Jezus bestuderen. Zijn offergave aan het kruis voor de zonden van anderen is de hoogst mogelijke liefdesdaad. Gods liefde is geen liefde die uit emoties bestaat, maar een liefde die uit daden bestaat. Zijn liefde wordt vrijelijk aan Zijn geliefden gegeven; de mensen die er voor kiezen om Zijn zoon Jezus te volgen.

 

Almachtig: Dit woord betekent letterlijk al-machtig. Omdat God oneindig is en omdat Hij macht heeft, heeft Hij oneindige macht. Hij staat weliswaar toe dat Zijn schepselen een zekere macht bezitten, maar dit doet op geen enkele manier af aan Zijn eigen macht. “Hij verbruikt geen hoeveelheid energie die weer aangevuld zou moeten worden”. Wanneer de Bijbel ons vertelt dat God op de zevende dag rustte, dan is dit om ons een voorbeeld te geven van de rust die wij nodig hebben, niet omdat Hij Zelf moe was.

 

 

Onveroorzaakt: Toen Mozes vroeg wie in de brandende doornstruik met hem in gesprek was, zei God: “Ik ben diegene die er altijd is.” God heeft geen begin en geen einde. Hij bestaat gewoon. Niets anders in het hele uni-versum is onveroorzaakt. Als er iets zou bestaan dat God had geschapen, dan zou dat andere iets God zijn. Voor onze menselijke geesten is dit moeilijk te bevatten, omdat alle andere dingen in onze ervaringswereld uit iets an-ders dan zichzelf afkomstig zijn. De Bijbel zegt: “In het begin schiep God”. Hij was er al.

 

 

Zelfvoorzienend: De Bijbel zegt dat God in Zichzelf leven heeft (zie Johannes 5: 26). Al het andere leven in het universum is een geschenk van God. Hij heeft nergens behoefte aan en er is geen enkele manier waarop Hij zou kunnen verbeteren. Voor God is niets anders noodzakelijk. Hij heeft onze hulp nergens voor nodig, maar vanwege Zijn barmhartigheid en Zijn liefde laat Hij ons deel uitmaken van de ontvouwing van Zijn plan op aarde en staat Hij ons toe om een zegen voor anderen te zijn. Wij zijn degenen die veranderen: God verandert nooit. Hij is zelf-voorzienend.

 

 

Rechtvaardig: De Bijbel zegt dat God rechtvaardig is, maar Zijn karakter is juist wat ons vertelt wat rechtvaardig-heid werkelijk inhoudt. Hij schikt zich niet naar externe criteria. Rechtvaardigheid verschaft iedereen een morele gelijkheid. Wanneer slechte dingen worden gedaan, dan eist de gerechtigheid dat er een straf wordt uitgedeeld. Omdat God perfect is en nooit enig kwaad heeft begaan, zou er voor Hem nooit een straf nodig zijn; maar van-wege Zijn grote liefde heeft God de straf voor onze kwaadaardige daden op Zich genomen door Zelf naar het kruis te gaan. Er moet aan Zijn rechtvaardigheid voldaan worden: voor alle mensen die in Jezus willen geloven heeft Hij hier Zelf voor gezorgd.

 

 

Onveranderlijk: Dit betekent eenvoudigweg dat God nooit verandert. Daarom zegt de Bijbel: “Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.”

 

 

Barmhartig: “Barmhartigheid is de eigenschap van God die Hem actief genadig maakt”. Omdat door Jezus aan Gods gerechtigheid werd tegemoetgekomen, staat het Hem vrij om genadig te zijn voor alle mensen die ervoor kiezen Hem te volgen. Deze genade zal nooit ophouden omdat het een onderdeel van Gods aard is. Barmhartig-heid is de manier waarop Hij verlangt met de mensheid om te gaan. Hij zal dit daarom ook doen, tenzij een mens er zelf voor kiest om God te verachten of te negeren. Als dat het geval is, dan wordt Zijn gerechtigheid Zijn meest prominente eigenschap.

 

 

Eeuwig: Dit feit over God is in enkele opzichten eender aan Zijn zelfvoorzienigheid. God is er altijd al geweest en zal er ook altijd zijn, omdat Hij Zich in de eeuwigheid bevindt. De tijd is Zijn schepping. Daarom kan God het ein-de al vanaf het begin zien en daarom wordt Hij nooit door iets verrast. Als God niet eeuwig zou zijn, dan zou Zijn belofte van eeuwig leven voor de volgelingen van Jezus van weinig waarde zijn.

 

 

Goed: “De goedheid van God is wat Hem vriendelijk, schappelijk, welwillend en vol goedheid ten opzichte van de mens maakt”. Deze eigenschap van God verklaart waarom Hij Zijn volgelingen zegent zoals Hij doet. Gods daden definiëren wat goedheid is en we kunnen dit zonder moeite waarnemen in de manier waarop Jezus met de men-sen om Hem heen omging.

 

 

Genadig: God geeft graag grote geschenken aan de mensen die van Hem houden, zelfs als zij dat niet verdienen. Genadigheid is het woord waarmee we deze houding beschrijving. Jezus Christus is het kanaal waardoor Zijn ge-nadigheid zich beweegt. De Bijbel zegt: “Want is de wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.”

 

 

Alomtegenwoordig: Deze theologische term betekent: “altijd aanwezig”. Omdat God oneindig is kent Zijn wezen geen grenzen. Het is dus duidelijk dat Hij overal aanwezig is. Deze waarheid wordt ons door de Bijbel met de woorden “Ik ben met jullie” onderwezen, die in zowel het Oude als het Nieuwe Testament 22 keer worden her-haald. Dit waren zelfs Jezus’ geruststellende woorden juist nadat Hij Zijn discipelen de opdracht had gegeven om Zijn boodschap over de hele wereld te verspreiden. Dit is ongetwijfeld een geruststellende waarheid voor alle mensen die Jezus volgen.

 

 

 

Eigenschappen van God – De conclusie

 

Dit is de beschrijving van de God van de Bijbel. Alle andere ideeën over God zijn, volgens de Bijbel, afgoden. Zij komen voort uit het voorstellingsvermogen van de mens. Door over de eigenschappen van God te leren, kun je God prijzen voor wie Hij werkelijk is en voor de manier waarop al Zijn eigenschappen jouw leven op een positieve manier beïnvloeden.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

Bijbelteksten over de eigenschappen van god

 

eeuwig, oneindig, onsterfelijk, onveroorzaakt

 

 

Deuteronium 33: 27

 

Bij de eeuwige God ben je altijd veilig. Zijn eeuwige armen dragen je. Hij jaagt al je vijanden voor je weg en zegt: ‘Vernietig hen!’

 

 

 

Psalm 90: 2

 

2 Nog vóórdat de bergen ontstonden, nog vóórdat U de aarde had gemaakt, was U al God. Voor eeuwig bent U God.

 

 

 

1 Timoteüs 1: 17

 

17 Voor de Koning van alle eeuwen, de God die wij niet kunnen zien en die nooit sterft, de enige ware God, voor Hem is alle eer en alle macht en majesteit, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

 

 

onveranderlijk, trouw

 

Maleachi 3: 6

 

 Let op, Ik, de Heer, verander niet. Daarom zijn jullie niet totaal vernietigd, volk van Jakob!

 

 

 

Numeri 23:19

 

19 God is niet zoals de mensen. Mensen liegen, maar God liegt nooit. Mensen veranderen van gedachten, maar God doet altijd wat Hij zegt. Hij houdt Zich altijd aan wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

 

Psalm 102: 26 -27

 

26 U heeft in het begin de aarde neergezet. Ook de hemel is door U gemaakt.

 

 

 

 

wijsheid, onvergelijkbaar, perfect

 

2 Samuël 7:22

 

22 U bent geweldig, Heer! Uit alles wat we zelf hebben gehoord weten we zeker: niemand is als U. Er is geen an-dere God dan U.

 

 

 

Jesaja 40: 25

 

25 “Met wie willen jullie Mij vergelijken? Wie is als Ik?” zegt de Heilige God.

 

 

 

Matheüs 5: 48

 

48 Wees volmaakt, want jullie hemelse Vader is óók volmaakt.”

 

 

 

oppermachtig, ondoorgrondelijk, onopspeurbaar

 

Jesaja 40: 28

 

28 Weten jullie het dan niet? Hebben jullie het dan niet gehoord? De Heer is de Maker van de hele aarde. Hij is een eeuwige God. Hij wordt niet moe en raakt niet uitgeput. Hij is zóveel wijzer dan wij, dat wij Hem niet kunnen begrijpen.

 

 

 

Psalm 145: 3

 

3 U bent geweldig. U verdient het te worden geprezen. U bent zó machtig, het is niet te begrijpen.

 

 

 

Romeinen 11: 33 – 34

 

33 Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!

 

 

 

rechtvaardig

 

Deuteronium 32: 4

 

4 Hij is de Rots waarop wij stevig staan. Alles wat Hij doet is volmaakt. Alles wat Hij doet is rechtvaardig. Hij is trouw en nooit onrechtvaardig. Hij doet altijd wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

Psalm 18: 30

 

30 Met U durf ik een heel leger aan. Met U spring ik over een muur. 

 

 

 

 

God is één

 

Deuteronium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén. 

 

 

 

Matheüs 28: 19

 

Ga nu op pad en maak alle volken tot leerlingen van Mij. Doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. En leer hen om alles te doen wat Ik ook aan jullie heb geleerd.

 

 

 

Marcus 1: 9 – 11

 

9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jor-daan.10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer.11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”

 

 

 

alomtegenwoordig

 

Psalm 139: 7

 

7 Hoe zou ik kunnen vluchten voor uw Geest? Waar zou ik me voor U kunnen verbergen?

 

 

 

 

Jeremia 23: 23

 

23 Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg?

 

 

 

alwetend

 

Psalm 139: 1 – 5

 

1 Een lied van David. Voor de leider van het koor.  2 Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. 3 U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. 4 U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd. 5 U bent aan alle kanten om mij heen en uw hand rust op mij.

 

 

 

Spreuken 5: 21

 

21 Niets is verborgen voor de ogen van de Heer. Hij beoordeelt alles wat je doet.

 

 

 

heilig, als een vuur

 

Jesaja 6: 3

 

3 En de engelen riepen tegen elkaar: “Heilig! Heilig! Heilig is de Heer van de hemelse legers! De aarde is vol van zijn schitterende macht en majesteit!”

 

 

 

Exodus 3: 2

 

2 Daar kwam de Engel van de Heer naar hem toe. De Engel stond midden in een braamstruik en zag er uit als een vuurvlam. Mozes zag dat de braamstruik wel in brand stond, maar niet verbrandde.

 

 

 

Hebreeëuwen 12: 29

 

29 Want onze God is als een vuur dat alles verbrandt.

 

 

 

barmhartig, genadig, liefde, goed

 

Exodus 34: 6

 

6 De Heer liep langs hem heen en riep:  “Ik ben de Heer! Ik ben vriendelijk en geduldig, liefdevol, vol medelijden en vol waarheid.

 

 

 

Psalm 31: 19

 

19 Leg al die leugenaars het zwijgen op. Trots en spottend beschuldigen ze onschuldige mensen. 

 

 

 

1 Petrus 1: 3

 

3 We zijn de God en Vader van onze Heer Jezus Christus heel erg dankbaar. Want omdat Hij zo goed en liefdevol is, heeft Hij nieuwe mensen van ons gemaakt: we zijn opnieuw geboren. Dat heeft Hij gedaan door Jezus Christus uit de dood terug te roepen en weer levend te maken. Daardoor kunnen we vol hoop zijn.

 

 

 

Johannes 3: 16

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben.

 

 

 

Johannes 17: 3

 

3 Het eeuwige leven is dat de mensen U kennen, de enige echte God, en Jezus Christus die U heeft gestuurd.

 

 

 

almachtig  

 

Openbaring 19: 6

 

6 Toen hoorde ik een stem die leek op het geluid van een grote menigte, of van de zee, of van de donder. En die stem riep: “Prijs de Heer! Want de Almachtige Heer God is Koning!

 

 

 

Jeremia 32: 17

 

17 “Heer, U heeft door uw grote macht en kracht de hemel en de aarde gemaakt. Niets is te wonderlijk voor U.

 

 

 

Jeremia 32: 27

 

27 “Ik ben de Heer, de God van alle mensen. Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Hoe is het bidden van de rozenkrans ontstaan?

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Maria en de Rozenkrans

 

De exacte oorsprong van de rozenkrans is onduidelijk

 

Repetitieve gebeden en gebedssnoeren hebben voorchristelijke wortels. In het christendom gebruikten de woestijnvaders in de derde eeuw al geknoopte gebedstouwen bij het Jezusgebed. Dat bestaat uit de herhaling van één gebedszin: Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar (of variaties daarvan).

Het bidden van 150 Onze Vaders (in het Latijn Pater noster) en later weesgegroetjes ontstond waarschijnlijk in de abdijen. Monniken die geen Latijn kenden, hadden zo een alternatief voor het psalmgebed. De vader van het kloosterleven, Benedictus (480-547), schreef in zijn regel voor dat monniken wekelijks de 150 psalmen zouden bidden of zingen. Zo rond de 10e eeuw sprak men dan ook van het psalmengebed ter ere van Maria.

De praktijk om te mediteren over het leven van Jezus tijdens de rozenkrans wordt toegeschreven aan de kartuizermonnik Dominicus van Pruisen (1382–1461).

De eerste historische aanwijzingen voor de moderne rozenkrans dateren van ca. 1460. Toen begon de dominicaan Alanus de Rupe (Alain de la Roche, 1428-1475) geïnspireerd door een visioen de rozenkrans te promoten in de vorm van 15 tientjes van telkens één Onze Vader en 10 weesgegroeten. Volgens Alanus werd de rozenkrans aan de Kerk geschonken door de stichter van de dominicanenorde Sint Dominicus (1170-1221). Maar daar zijn geen historische bronnen voor.

Zeker is dat paus Pius V (een dominicaan) in zijn bul Consueverunt Romani Pontifices van 1569 de rozenkrans goedkeurde en zijn vaste vorm gaf. Sindsdien hebben veel pausen de rozenkrans aanbevolen.

De vorm van de rozenkrans bleef onveranderd tot 2002. Toen voegde paus Johannes Paulus II 5 mysteries van het licht toe over het openbare leven van Jezus. De apostolische brief waarin hij dat deed, Rosarium Virginis Mariae, is een boeiend (maar niet zo makkelijk leesbaar) document voor wie zich in de spiritualiteit van de rozenkrans wil verdiepen.

De vroegere paus wilde het verval omkeren waarin de rozenkrans was beland in de jaren 1970-85 vooral door het wegglijden van de aandacht van de mysteries van de rozenkrans. Daarom benadrukt hij ook de contemplatieve en meditatieve dimensie van het rozenkransgebed. Het gaat om de relatie met Jezus, naar het voorbeeld van Maria en met haar hulp.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA

 

Het woord “hart” in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

Het woord “hart” is een van de meest gebruikte woorden in de Bijbel.

Het komt zowaar 876 keer voor.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1. De boom en de vruchten

 

 Jezus Christus zegt in:

 

Mattheus 12:33-35
“Want aan de vrucht wordt de boom gekend…. Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond. De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.

 

Mattheus 7:16-18
“Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruch-ten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen.

 

Een vrucht is altijd het product van een boom die het voortbrengt. Geen enkel fruit wordt geproduceerd zonder boom, en het kan ook niet verschillen van de boom die het voortbrengt. De Heer gebruikt hier dit beeld om ons te vertellen dat het gene wat een mens voortbrengt het overeenkomstig resultaat is van de schat die hij in zijn hart heeft. Een goed hart brengt goede vruchten voort en een slecht hart, slechte vruchten.

 

Spreuken 4:23
“Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.

 

Uit het hart komen de uitingen van het leven d.w.z de resultaten, de vruchten die we voortbrengen in ons le-ven. Dus, het hart en wat daarin gaat, bepaalt de vruchten die eruit komen.

 

 

 

2. Het Woord en de vruchten

 

Gezien hebbend dat de resultaten die we voortbrengen in ons leven afhankelijk zijn van de schatten die we in ons hart hebben, en aannemend dat we alles willen doen om goede vruchten voort te brengen, zullen we nu zien welke goede schat geschikt is voor zulke vruchten. Hiervoor gaan we naar Spreuken 4:20. Daar spreekt God als een Vader en zegt:

 

Spreuken 4:20-21
“Mijn zoon, sla acht op mijn woorden, neig je oor tot wat ik zeg. Laat ze niet wijken van je ogen, bewaar ze in het binnenste van je hart.”

 

Onze Vader roept ons op om acht te slaan op zijn woorden, ons oor te neigen tot wat Hij zegt en zijn woorden in het binnenste van ons hart te bewaren. Zoals we eerder al zagen, de schatten die we in ons hart hebben bepalen de vruchten die we voortbrengen in ons leven. Dit geldt eveneens voor het Woord van God. Dat brengt ook vruchten voort wanneer we het in ons hart bewaren. Wat voor vruchten dat zijn, lezen we in vers 21:

 

Spreuken 4:21-22
bewaar ze [God’s woorden] in het binnenste van je hart. Ze zijn immers leven voor wie ze vinden, en genezing voor heel hun vlees.

 

De woorden van God, bewaard in het hart, zijn leven en gezondheid. Zoals Jezus zei:

 

Mattheus 4:4
“De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

 

Het is onmogelijk voor de mens te leven zonder het Woord van God. Maar om de goede vrucht van het Woord voort te brengen moet hij dit Woord in zijn hart bewaren. Zoals Jezus vertelde in zijn uitleg van de welbekende gelijkenis van de zaaier:

 

Lucas 8:11-15
“Dit is de gelijkenis: Het zaad is het Woord van God. Zij bij wie langs de weg gezaaid wordt, zijn zij die het horen; maar daarna komt de duivel en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet geloven en zalig worden. Zij bij wie op de rots gezaaid wordt, zijn zij die het Woord met vreugde ontvangen, wanneer zij het gehoord hebben. Maar dezen, die maar voor een bepaalde tijd geloven, hebben geen wortel, en in een tijd van verzoeking worden zij afvallig. En bij wie het zaad in de dorens valt, dat zijn zij die het hebben gehoord, maar die gaandeweg door de zorgen en rijkdom en genietingen van het leven verstikt worden en geen vrucht dragen. En waar het zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed hart vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen.

 

Het is het Woord van God, vernomen en bewaard in een goed en nobel hart, dat goede vruchten voorbrengt, het overvloedige leven, precies zoals God verlangt dat wij hebben (Johannes 10:10)

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3. God kijkt naar het hart en verlangt ons hart

 

Dat de Heer geïnteresseerd is in het hart blijkt ook duidelijk uit andere delen van het Woord:

 

1 Samuel 16:7
“Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heer ziet het hart aan

 

De Heer is geïnteresseerd in het hart. Hij geeft niet om de uiterlijke verschijning of wij goed en vroom zijn. De Farizeeën waren zo. Uiterlijk leken zij vroom maar van binnen waren zij huichelaars! Zoals Jezus Christus zo kenmerkend tegen hen zei:

 

Lucas 16:15
“En Hij zei tegen hen: U bent het die uzelf rechtvaardigt voor de mensen, maar God kent uw hart.”

 

1 Korinthe 4:5

Er zal een dag komen wanneer de Heer wat in de duisternis verborgen is aan het licht zal brengen en de voornemens van het hart openbaar zal maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen. In tegenstelling tot de mens die belang stelt in het uiterlijk is God geïnteresseerd in het innerlijk, het hart.

 

Spreuken 23:26
“Mijn zoon, geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen.”

 

Veel mensen zijn bereid om verschillende dingen te doen in de naam van de Heere. Maar wat Hij wil is dat we Hem simpelweg ons hart geven. Hij wil niet eerst de vruchten, onze werken, maar de boom die de vruchten voortbrengt. Als die boom -ons hart- aan Hem behoort, dan zullen de vruchten die voortkomen ook goed zijn, komend vanuit een hart, overgegeven aan en geleid door Hem.

 

 

 

4. “Met heel uw hart”

 

Niet alleen is God geïnteresseerd in ons hart, maar Hij verlangt het ook in zijn geheel:

 

Mattheus 22:35-37
“En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet? Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.

 

Deuteronomium 10:12
“Nu dan, Israël, wat vraagt de Heer, uw God, van u dan de Heer, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de Heer, uw God, te dienen, met heel uw hart en met heel uw ziel

 

Deuteronomium 4:29
“Dan zult u daar de Heer, uw God, zoeken en u zult Hem vinden, als u Hem met heel uw hart en heel uw ziel zoekt

 

Jeremia 29:13 
“U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar mij zult vragen met heel uw hart “

 

Joel 2:12-13
“Ook nu echter, spreekt de Heer, bekeer u tot Mij met heel uw hart… scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de Heer, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid.”

 

Spreuken 3:1,2,5,6
“Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet, en laat je hart mijn geboden in acht nemen, want lengte van dagen en jaren van leven en vrede zullen ze voor jou vermeerderen. Vertrouw op de Heer met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Hij je paden rechtmaken.”

 

2 Kronieken 6:14

zegt: de Heer: “houdt het verbond en de goedertierenheid tegenover Zijn dienaren die met heel hun hart wandelen voor zijn aangezicht.

 

 

5. Zonde: Een zaak van het hart

 

Mattheus 5:27-28
“U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft “

 

Dit schriftgedeelte heeft velen verward omdat men de zonde verbindt met uiterlijke daden. Maar God doet dit niet. Hij verbindt zonde met het hart, het innerlijk van de mens, datgene waar Hij naar kijkt. Wanneer het kwaad deel uitmaakt van ons hart is het zonde, ongeacht of en wanneer het zich zal uiten.

 

Psalm 66:18
Had ik in mijn hart onrecht op het oog gehad, de Heer zou mij niet hebben gehoord.”

 

Jesaja 59:1-2 
“Zie, de hand van de Heer is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.

 

Zonde verbreekt onze gemeenschap met God op het moment dat zonde in ons hart bevrucht raakt. Daarom is het zo noodzakelijk ons hart te bewaken.

 

 

6 Conclusie

 

In de Schriften zijn 876 verwijzingen naar het woord “hart”. In de voorbeelden hebben we gezien hoe belangrijk het hart is en hoeveel waarde God eraan hecht. Zodoende zagen we:

i) Het hart, het innerlijke deel van ons wezen, is de boom waarvan de vruchten die we in ons leven voortbrengen afhankelijk zijn. Wanneer datgene wat we in ons hart hebben goed is dan zullen de vruchten die we voortbrengen ook goed zijn, en omgekeerd.

ii) Opdat het hart goede vruchten voortbrengt is het noodzakelijk dat het het Woord van God bevat. De woorden van God, in ons hart bewaard, zijn leven.

iii) Aangezien de vruchten die we dragen afhankelijk zijn van de schat die we in ons hart bewaren (Mattheus 7:16-18) en sinds goede vruchten alleen voortgebracht worden door diegenen die het Woord van God in hun hart bewaren (Lucas 8:15) kunnen we concluderen dat we het kwade moeten afwijzen.

iv) Het hart is datgene waar God naar kijkt en wat Hij van ons verlangt.

v) Hij wil dat wij Hem liefhebben met heel ons hart.

vi) Dat wij Hem dienen met heel ons hart.

vii) Dat wij Hem zoeken met heel ons hart.

viii) Wanneer wij afwijken van Zijn wegen, dat wij tot Hem terugkeren met heel ons hart.

ix) Dat wij Hem vertrouwen met heel ons hart.

x) Dat zonde een zaak van het hart is en als zodanig moet worden behandeld.

 

Mogen we zodoende ons hele hart aan de Vader geven, zoals Hij ons oproept. Zoals de Heer zei:

 

Johannes 15:4-8 
“Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen. Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.”