Tagarchief: vader

God heeft eigenschappen.

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Drievuldigheid van God en de mens

 

Pasteltekening van John astria

 

 

 

Eigenschappen van God

 

 

 De betekenis

 

“Waar wij aan denken wanneer we over God nadenken, is de belangrijkste eigenschap van onszelf,” schrijft A.W. Tozer in zijn klassieke boek over de eigenschappen van God, The Knowledge of the Holy(oftewel De kennis van God).

 

Tozer gaat verder:

“De geestelijke geschiedenis van de mens zal ongetwijfeld aantonen dat geen enkele godsdienst ooit groter is geweest dan zijn begrip van God. Aanbidding is rein of onrein, afhankelijk van de gedachten die de aanbidder over God heeft.”

 

In onze harten weten we dat het bovenstaande waar is. Het is niet voldoende om “God” te volgen. Dat woord kan tegenwoordig zo veel verschillende dingen betekenen dat het eigenlijk erg weinig betekenis meer heeft. Als we gewoon in ons eigen hoofd gaan bepalen hoe Hij is, dan doen we niets anders dan een afgod in onze gedachten scheppen.

 

 

 De basis

 

Jezus kwam om de God van de Bijbel te openbaren, en God heeft Zichzelf in Zijn boek geopenbaard. Elke afwij-king daarvan in ons begrip van Hem is een verzonnen God. Tozer beschrijft in ‘The Knowledge of the Holy’ 18 karakteristieken van God in de Bijbel. Deze worden hier herhaald (maar niet in dezelfde volgorde). Tozer’s defi-nities zullen, wanneer deze gebruikt worden, tussen aanhalingstekens worden geplaatst.

De Bijbel zegt dat we God moeten prijzen voor wie Hij is, vooral in gebed. Een groot gedeelte van de Psalmen legt zich hierop toe. De meeste mensen concentreren zich in hun lofprijzing te veel op een beperkt aantal aspec-ten, zoals Gods liefde, en gebruiken de rest van hun gebeden om dingen van Hem te vragen.

 

 

 

 De karakteristieken

 

Wijsheid: “Wijsheid is het vermogen om perfecte doelen te stellen en om deze doelen op de meest perfecte manier te bereiken”. Met andere woorden: God maakt geen fouten. Hij is de Vader die het echt het beste weet, zoals Paulus in Romeinen 11: 33  uitlegt: “O onpeilbare rijkdom van Gods wijsheid en kennis! Hoe ondoorgron-delijk zijn zijn beslissingen, hoe onnaspeurlijk zijn wegen!”

 

Oneindigheid: God kent geen grenzen. Hij is onmetelijk. Deze eigenschap heeft per definitie gevolgen voor alle andere eigenschappen van God. Omdat God oneindig is, moeten ook al Zijn andere eigenschappen oneindig zijn.

 

Oppermacht: Dit is “de eigenschap waarmee Hij over Zijn hele schepping heerst”. Het is de toepassing van Zijn andere eigenschappen van alwetendheid en almachtigheid. Deze eigenschap geeft Hem de absolute vrijheid om datgene te doen, waarvan Hij weet dat dit het beste is. God heeft de controle over alles wat er gebeurt. Maar de mens heeft nog steeds een vrije wil en is nog steeds verantwoordelijk voor de keuzes in zijn leven.

 

Heiligheid: Dit is de eigenschap die God onderscheidt van alle andere, geschapen wezens. Deze heeft betrekking op Zijn verhevenheid en Zijn perfecte morele reinheid. Er bestaat absoluut geen enkele zonde of boosaardige ge-dachte in God. Zijn heiligheid is de definitie van wat rein en rechtvaardig is, in het hele universum. Steeds als God zich ergens vertoont, zoals aan Mozes in de brandende doornstruik, dan wordt die plaats heilig omdat God er is geweest.

 

Drie-eenheid: Ook al wordt dit woord niet in de Bijbel gebruikt, toch is de waarheid in de Bijbel opgenomen dat God Zichzelf in drie Personen openbaart. De Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden alle drie God genoemd, worden als God aanbeden, bestaan eeuwig en zijn betrokken bij zaken die alleen God kan doen. Maar, ook al openbaart God Zichzelf in drie Personen, toch is God Eén en kan Hij niet worden gesplitst. De drie Personen zijn er allen volledig bij betrokken wanneer Eén van de Drie actief is.

 

Alwetendheid: “God weet alles en heeft daarom geen behoefte aan nieuwe kennis. God heeft nooit iets geleerd en kan niet leren.” Alwetendheid betekent “alles wetend”. God weet alles en Zijn kennis is daarom oneindig. Het is onmogelijk om iets voor God verborgen te houden.

 

 

Trouw: Alles wat God heeft beloofd zal plaatsvinden. Zijn trouw garandeert dit. Hij liegt niet. Wat Hij in de Bijbel over Zichzelf heeft gezegd is waar. Jezus zei zelfs dat Hij de Waarheid is. Dit is extreem belangrijk voor volgeling-en van Jezus, omdat onze hoop op eeuwig leven juist op Zijn trouw berust. Hij zal Zijn belofte in ere houden: Zijn belofte dat onze zonden zullen worden vergeven en dat wij eeuwig met Hem zullen leven.

 

 

 

Vervolg van de studie

 

Liefde: Liefde is een zo belangrijk onderdeel van Gods karakter dat de apostel Johannes schreef: “God is liefde”. Dit betekent dat het welzijn van anderen Zijn grootste zorg is. Als je een volledige definitie van “liefde” wil ont-dekken, lees dan 1 Korintiërs 13. Als wij liefde in actie willen zien, dan kunnen we het leven van Jezus bestuderen. Zijn offergave aan het kruis voor de zonden van anderen is de hoogst mogelijke liefdesdaad. Gods liefde is geen liefde die uit emoties bestaat, maar een liefde die uit daden bestaat. Zijn liefde wordt vrijelijk aan Zijn geliefden gegeven; de mensen die er voor kiezen om Zijn zoon Jezus te volgen.

 

Almachtig: Dit woord betekent letterlijk al-machtig. Omdat God oneindig is en omdat Hij macht heeft, heeft Hij oneindige macht. Hij staat weliswaar toe dat Zijn schepselen een zekere macht bezitten, maar dit doet op geen enkele manier af aan Zijn eigen macht. “Hij verbruikt geen hoeveelheid energie die weer aangevuld zou moeten worden”. Wanneer de Bijbel ons vertelt dat God op de zevende dag rustte, dan is dit om ons een voorbeeld te geven van de rust die wij nodig hebben, niet omdat Hij Zelf moe was.

 

 

Onveroorzaakt: Toen Mozes vroeg wie in de brandende doornstruik met hem in gesprek was, zei God: “Ik ben diegene die er altijd is.” God heeft geen begin en geen einde. Hij bestaat gewoon. Niets anders in het hele uni-versum is onveroorzaakt. Als er iets zou bestaan dat God had geschapen, dan zou dat andere iets God zijn. Voor onze menselijke geesten is dit moeilijk te bevatten, omdat alle andere dingen in onze ervaringswereld uit iets an-ders dan zichzelf afkomstig zijn. De Bijbel zegt: “In het begin schiep God”. Hij was er al.

 

 

Zelfvoorzienend: De Bijbel zegt dat God in Zichzelf leven heeft (zie Johannes 5: 26). Al het andere leven in het universum is een geschenk van God. Hij heeft nergens behoefte aan en er is geen enkele manier waarop Hij zou kunnen verbeteren. Voor God is niets anders noodzakelijk. Hij heeft onze hulp nergens voor nodig, maar vanwege Zijn barmhartigheid en Zijn liefde laat Hij ons deel uitmaken van de ontvouwing van Zijn plan op aarde en staat Hij ons toe om een zegen voor anderen te zijn. Wij zijn degenen die veranderen: God verandert nooit. Hij is zelf-voorzienend.

 

 

Rechtvaardig: De Bijbel zegt dat God rechtvaardig is, maar Zijn karakter is juist wat ons vertelt wat rechtvaardig-heid werkelijk inhoudt. Hij schikt zich niet naar externe criteria. Rechtvaardigheid verschaft iedereen een morele gelijkheid. Wanneer slechte dingen worden gedaan, dan eist de gerechtigheid dat er een straf wordt uitgedeeld. Omdat God perfect is en nooit enig kwaad heeft begaan, zou er voor Hem nooit een straf nodig zijn; maar van-wege Zijn grote liefde heeft God de straf voor onze kwaadaardige daden op Zich genomen door Zelf naar het kruis te gaan. Er moet aan Zijn rechtvaardigheid voldaan worden: voor alle mensen die in Jezus willen geloven heeft Hij hier Zelf voor gezorgd.

 

 

Onveranderlijk: Dit betekent eenvoudigweg dat God nooit verandert. Daarom zegt de Bijbel: “Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid.”

 

 

Barmhartig: “Barmhartigheid is de eigenschap van God die Hem actief genadig maakt”. Omdat door Jezus aan Gods gerechtigheid werd tegemoetgekomen, staat het Hem vrij om genadig te zijn voor alle mensen die ervoor kiezen Hem te volgen. Deze genade zal nooit ophouden omdat het een onderdeel van Gods aard is. Barmhartig-heid is de manier waarop Hij verlangt met de mensheid om te gaan. Hij zal dit daarom ook doen, tenzij een mens er zelf voor kiest om God te verachten of te negeren. Als dat het geval is, dan wordt Zijn gerechtigheid Zijn meest prominente eigenschap.

 

 

Eeuwig: Dit feit over God is in enkele opzichten eender aan Zijn zelfvoorzienigheid. God is er altijd al geweest en zal er ook altijd zijn, omdat Hij Zich in de eeuwigheid bevindt. De tijd is Zijn schepping. Daarom kan God het ein-de al vanaf het begin zien en daarom wordt Hij nooit door iets verrast. Als God niet eeuwig zou zijn, dan zou Zijn belofte van eeuwig leven voor de volgelingen van Jezus van weinig waarde zijn.

 

 

Goed: “De goedheid van God is wat Hem vriendelijk, schappelijk, welwillend en vol goedheid ten opzichte van de mens maakt”. Deze eigenschap van God verklaart waarom Hij Zijn volgelingen zegent zoals Hij doet. Gods daden definiëren wat goedheid is en we kunnen dit zonder moeite waarnemen in de manier waarop Jezus met de men-sen om Hem heen omging.

 

 

Genadig: God geeft graag grote geschenken aan de mensen die van Hem houden, zelfs als zij dat niet verdienen. Genadigheid is het woord waarmee we deze houding beschrijving. Jezus Christus is het kanaal waardoor Zijn ge-nadigheid zich beweegt. De Bijbel zegt: “Want is de wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.”

 

 

Alomtegenwoordig: Deze theologische term betekent: “altijd aanwezig”. Omdat God oneindig is kent Zijn wezen geen grenzen. Het is dus duidelijk dat Hij overal aanwezig is. Deze waarheid wordt ons door de Bijbel met de woorden “Ik ben met jullie” onderwezen, die in zowel het Oude als het Nieuwe Testament 22 keer worden her-haald. Dit waren zelfs Jezus’ geruststellende woorden juist nadat Hij Zijn discipelen de opdracht had gegeven om Zijn boodschap over de hele wereld te verspreiden. Dit is ongetwijfeld een geruststellende waarheid voor alle mensen die Jezus volgen.

 

 

 

Eigenschappen van God – De conclusie

 

Dit is de beschrijving van de God van de Bijbel. Alle andere ideeën over God zijn, volgens de Bijbel, afgoden. Zij komen voort uit het voorstellingsvermogen van de mens. Door over de eigenschappen van God te leren, kun je God prijzen voor wie Hij werkelijk is en voor de manier waarop al Zijn eigenschappen jouw leven op een positieve manier beïnvloeden.

 

 

De ware- en de Valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

.

 

 

Bijbelteksten over de eigenschappen van god

 

eeuwig, oneindig, onsterfelijk, onveroorzaakt

 

 

Deuteronium 33: 27

 

Bij de eeuwige God ben je altijd veilig. Zijn eeuwige armen dragen je. Hij jaagt al je vijanden voor je weg en zegt: ‘Vernietig hen!’

 

 

 

Psalm 90: 2

 

2 Nog vóórdat de bergen ontstonden, nog vóórdat U de aarde had gemaakt, was U al God. Voor eeuwig bent U God.

 

 

 

1 Timoteüs 1: 17

 

17 Voor de Koning van alle eeuwen, de God die wij niet kunnen zien en die nooit sterft, de enige ware God, voor Hem is alle eer en alle macht en majesteit, voor eeuwig! Amen! Zo is het!

 

 

 

 

onveranderlijk, trouw

 

Maleachi 3: 6

 

 Let op, Ik, de Heer, verander niet. Daarom zijn jullie niet totaal vernietigd, volk van Jakob!

 

 

 

Numeri 23:19

 

19 God is niet zoals de mensen. Mensen liegen, maar God liegt nooit. Mensen veranderen van gedachten, maar God doet altijd wat Hij zegt. Hij houdt Zich altijd aan wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

 

Psalm 102: 26 -27

 

26 U heeft in het begin de aarde neergezet. Ook de hemel is door U gemaakt.

 

 

 

 

wijsheid, onvergelijkbaar, perfect

 

2 Samuël 7:22

 

22 U bent geweldig, Heer! Uit alles wat we zelf hebben gehoord weten we zeker: niemand is als U. Er is geen an-dere God dan U.

 

 

 

Jesaja 40: 25

 

25 “Met wie willen jullie Mij vergelijken? Wie is als Ik?” zegt de Heilige God.

 

 

 

Matheüs 5: 48

 

48 Wees volmaakt, want jullie hemelse Vader is óók volmaakt.”

 

 

 

oppermachtig, ondoorgrondelijk, onopspeurbaar

 

Jesaja 40: 28

 

28 Weten jullie het dan niet? Hebben jullie het dan niet gehoord? De Heer is de Maker van de hele aarde. Hij is een eeuwige God. Hij wordt niet moe en raakt niet uitgeput. Hij is zóveel wijzer dan wij, dat wij Hem niet kunnen begrijpen.

 

 

 

Psalm 145: 3

 

3 U bent geweldig. U verdient het te worden geprezen. U bent zó machtig, het is niet te begrijpen.

 

 

 

Romeinen 11: 33 – 34

 

33 Wat zijn Gods wijsheid en kennis toch onbegrijpelijk groot! Wat is het moeilijk om zijn plannen te begrijpen en zijn daden uit te leggen!

 

 

 

rechtvaardig

 

Deuteronium 32: 4

 

4 Hij is de Rots waarop wij stevig staan. Alles wat Hij doet is volmaakt. Alles wat Hij doet is rechtvaardig. Hij is trouw en nooit onrechtvaardig. Hij doet altijd wat Hij heeft beloofd.

 

 

 

Psalm 18: 30

 

30 Met U durf ik een heel leger aan. Met U spring ik over een muur. 

 

 

 

 

God is één

 

Deuteronium 6: 4

 

4 Luister, Israël, de Heer is onze God. De Heer is Eén. 

 

 

 

Matheüs 28: 19

 

Ga nu op pad en maak alle volken tot leerlingen van Mij. Doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. En leer hen om alles te doen wat Ik ook aan jullie heb geleerd.

 

 

 

Marcus 1: 9 – 11

 

9 In die tijd kwam ook Jezus uit Nazaret in Galilea naar Johannes toe. Hij liet Zich door hem dopen in de Jor-daan.10 Op het moment dat Hij uit het water opstond, zag Jezus de hemel opengaan. En de Geest daalde als een duif op Hem neer.11 En een stem zei uit de hemel: “Jij bent mijn Zoon. Ik houd heel veel van jou. Ik geniet van jou.”

 

 

 

alomtegenwoordig

 

Psalm 139: 7

 

7 Hoe zou ik kunnen vluchten voor uw Geest? Waar zou ik me voor U kunnen verbergen?

 

 

 

 

Jeremia 23: 23

 

23 Ben Ik alleen een God van dichtbij? zegt de Heer. Ben Ik niet ook een God van ver weg?

 

 

 

alwetend

 

Psalm 139: 1 – 5

 

1 Een lied van David. Voor de leider van het koor.  2 Heer, U kent mij door en door. U weet alles van mij, waar ik ook ben. U weet alles wat ik denk. 3 U bent dag en nacht bij mij, U weet alles wat ik doe. 4 U kent elk woord van mij, nog voordat ik het heb gezegd. 5 U bent aan alle kanten om mij heen en uw hand rust op mij.

 

 

 

Spreuken 5: 21

 

21 Niets is verborgen voor de ogen van de Heer. Hij beoordeelt alles wat je doet.

 

 

 

heilig, als een vuur

 

Jesaja 6: 3

 

3 En de engelen riepen tegen elkaar: “Heilig! Heilig! Heilig is de Heer van de hemelse legers! De aarde is vol van zijn schitterende macht en majesteit!”

 

 

 

Exodus 3: 2

 

2 Daar kwam de Engel van de Heer naar hem toe. De Engel stond midden in een braamstruik en zag er uit als een vuurvlam. Mozes zag dat de braamstruik wel in brand stond, maar niet verbrandde.

 

 

 

Hebreeëuwen 12: 29

 

29 Want onze God is als een vuur dat alles verbrandt.

 

 

 

barmhartig, genadig, liefde, goed

 

Exodus 34: 6

 

6 De Heer liep langs hem heen en riep:  “Ik ben de Heer! Ik ben vriendelijk en geduldig, liefdevol, vol medelijden en vol waarheid.

 

 

 

Psalm 31: 19

 

19 Leg al die leugenaars het zwijgen op. Trots en spottend beschuldigen ze onschuldige mensen. 

 

 

 

1 Petrus 1: 3

 

3 We zijn de God en Vader van onze Heer Jezus Christus heel erg dankbaar. Want omdat Hij zo goed en liefdevol is, heeft Hij nieuwe mensen van ons gemaakt: we zijn opnieuw geboren. Dat heeft Hij gedaan door Jezus Christus uit de dood terug te roepen en weer levend te maken. Daardoor kunnen we vol hoop zijn.

 

 

 

Johannes 3: 16

 

16 Want God houdt zoveel van de mensen, dat Hij zijn enige Zoon aan hen heeft gegeven. Iedereen die in Hem gelooft, zal niet verloren gaan, maar zal het eeuwige leven hebben.

 

 

 

Johannes 17: 3

 

3 Het eeuwige leven is dat de mensen U kennen, de enige echte God, en Jezus Christus die U heeft gestuurd.

 

 

 

almachtig  

 

Openbaring 19: 6

 

6 Toen hoorde ik een stem die leek op het geluid van een grote menigte, of van de zee, of van de donder. En die stem riep: “Prijs de Heer! Want de Almachtige Heer God is Koning!

 

 

 

Jeremia 32: 17

 

17 “Heer, U heeft door uw grote macht en kracht de hemel en de aarde gemaakt. Niets is te wonderlijk voor U.

 

 

 

Jeremia 32: 27

 

27 “Ik ben de Heer, de God van alle mensen. Zou voor Mij iets te wonderlijk zijn?

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

Hoe is het bidden van de rozenkrans ontstaan?

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Maria en de Rozenkrans

 

De exacte oorsprong van de rozenkrans is onduidelijk

 

Repetitieve gebeden en gebedssnoeren hebben voorchristelijke wortels. In het christendom gebruikten de woestijnvaders in de derde eeuw al geknoopte gebedstouwen bij het Jezusgebed. Dat bestaat uit de herhaling van één gebedszin: Heer Jezus, Zoon van God, ontferm U over mij, zondaar (of variaties daarvan).

Het bidden van 150 Onze Vaders (in het Latijn Pater noster) en later weesgegroetjes ontstond waarschijnlijk in de abdijen. Monniken die geen Latijn kenden, hadden zo een alternatief voor het psalmgebed. De vader van het kloosterleven, Benedictus (480-547), schreef in zijn regel voor dat monniken wekelijks de 150 psalmen zouden bidden of zingen. Zo rond de 10e eeuw sprak men dan ook van het psalmengebed ter ere van Maria.

De praktijk om te mediteren over het leven van Jezus tijdens de rozenkrans wordt toegeschreven aan de kartuizermonnik Dominicus van Pruisen (1382–1461).

De eerste historische aanwijzingen voor de moderne rozenkrans dateren van ca. 1460. Toen begon de dominicaan Alanus de Rupe (Alain de la Roche, 1428-1475) geïnspireerd door een visioen de rozenkrans te promoten in de vorm van 15 tientjes van telkens één Onze Vader en 10 weesgegroeten. Volgens Alanus werd de rozenkrans aan de Kerk geschonken door de stichter van de dominicanenorde Sint Dominicus (1170-1221). Maar daar zijn geen historische bronnen voor.

Zeker is dat paus Pius V (een dominicaan) in zijn bul Consueverunt Romani Pontifices van 1569 de rozenkrans goedkeurde en zijn vaste vorm gaf. Sindsdien hebben veel pausen de rozenkrans aanbevolen.

De vorm van de rozenkrans bleef onveranderd tot 2002. Toen voegde paus Johannes Paulus II 5 mysteries van het licht toe over het openbare leven van Jezus. De apostolische brief waarin hij dat deed, Rosarium Virginis Mariae, is een boeiend (maar niet zo makkelijk leesbaar) document voor wie zich in de spiritualiteit van de rozenkrans wil verdiepen.

De vroegere paus wilde het verval omkeren waarin de rozenkrans was beland in de jaren 1970-85 vooral door het wegglijden van de aandacht van de mysteries van de rozenkrans. Daarom benadrukt hij ook de contemplatieve en meditatieve dimensie van het rozenkransgebed. Het gaat om de relatie met Jezus, naar het voorbeeld van Maria en met haar hulp.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

Het woord “hart” in de Bijbel

Standaard

categorie : religie

 

 

Het woord “hart” is een van de meest gebruikte woorden in de Bijbel.

Het komt zowaar 876 keer voor.

 

 

De Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

1. De boom en de vruchten

 

 Jezus Christus zegt in:

 

Mattheus 12:33-35
“Want aan de vrucht wordt de boom gekend…. Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond. De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.

 

Mattheus 7:16-18
“Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruch-ten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen.

 

Een vrucht is altijd het product van een boom die het voortbrengt. Geen enkel fruit wordt geproduceerd zonder boom, en het kan ook niet verschillen van de boom die het voortbrengt. De Heer gebruikt hier dit beeld om ons te vertellen dat het gene wat een mens voortbrengt het overeenkomstig resultaat is van de schat die hij in zijn hart heeft. Een goed hart brengt goede vruchten voort en een slecht hart, slechte vruchten.

 

Spreuken 4:23
“Bescherm je hart boven alles wat te behoeden is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.

 

Uit het hart komen de uitingen van het leven d.w.z de resultaten, de vruchten die we voortbrengen in ons le-ven. Dus, het hart en wat daarin gaat, bepaalt de vruchten die eruit komen.

 

 

 

2. Het Woord en de vruchten

 

Gezien hebbend dat de resultaten die we voortbrengen in ons leven afhankelijk zijn van de schatten die we in ons hart hebben, en aannemend dat we alles willen doen om goede vruchten voort te brengen, zullen we nu zien welke goede schat geschikt is voor zulke vruchten. Hiervoor gaan we naar Spreuken 4:20. Daar spreekt God als een Vader en zegt:

 

Spreuken 4:20-21
“Mijn zoon, sla acht op mijn woorden, neig je oor tot wat ik zeg. Laat ze niet wijken van je ogen, bewaar ze in het binnenste van je hart.”

 

Onze Vader roept ons op om acht te slaan op zijn woorden, ons oor te neigen tot wat Hij zegt en zijn woorden in het binnenste van ons hart te bewaren. Zoals we eerder al zagen, de schatten die we in ons hart hebben bepalen de vruchten die we voortbrengen in ons leven. Dit geldt eveneens voor het Woord van God. Dat brengt ook vruchten voort wanneer we het in ons hart bewaren. Wat voor vruchten dat zijn, lezen we in vers 21:

 

Spreuken 4:21-22
bewaar ze [God’s woorden] in het binnenste van je hart. Ze zijn immers leven voor wie ze vinden, en genezing voor heel hun vlees.

 

De woorden van God, bewaard in het hart, zijn leven en gezondheid. Zoals Jezus zei:

 

Mattheus 4:4
“De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

 

Het is onmogelijk voor de mens te leven zonder het Woord van God. Maar om de goede vrucht van het Woord voort te brengen moet hij dit Woord in zijn hart bewaren. Zoals Jezus vertelde in zijn uitleg van de welbekende gelijkenis van de zaaier:

 

Lucas 8:11-15
“Dit is de gelijkenis: Het zaad is het Woord van God. Zij bij wie langs de weg gezaaid wordt, zijn zij die het horen; maar daarna komt de duivel en neemt het Woord uit hun hart weg, opdat zij niet geloven en zalig worden. Zij bij wie op de rots gezaaid wordt, zijn zij die het Woord met vreugde ontvangen, wanneer zij het gehoord hebben. Maar dezen, die maar voor een bepaalde tijd geloven, hebben geen wortel, en in een tijd van verzoeking worden zij afvallig. En bij wie het zaad in de dorens valt, dat zijn zij die het hebben gehoord, maar die gaandeweg door de zorgen en rijkdom en genietingen van het leven verstikt worden en geen vrucht dragen. En waar het zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed hart vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen.

 

Het is het Woord van God, vernomen en bewaard in een goed en nobel hart, dat goede vruchten voorbrengt, het overvloedige leven, precies zoals God verlangt dat wij hebben (Johannes 10:10)

 

 

De Heilige Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3. God kijkt naar het hart en verlangt ons hart

 

Dat de Heer geïnteresseerd is in het hart blijkt ook duidelijk uit andere delen van het Woord:

 

1 Samuel 16:7
“Het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de Heer ziet het hart aan

 

De Heer is geïnteresseerd in het hart. Hij geeft niet om de uiterlijke verschijning of wij goed en vroom zijn. De Farizeeën waren zo. Uiterlijk leken zij vroom maar van binnen waren zij huichelaars! Zoals Jezus Christus zo kenmerkend tegen hen zei:

 

Lucas 16:15
“En Hij zei tegen hen: U bent het die uzelf rechtvaardigt voor de mensen, maar God kent uw hart.”

 

1 Korinthe 4:5

Er zal een dag komen wanneer de Heer wat in de duisternis verborgen is aan het licht zal brengen en de voornemens van het hart openbaar zal maken. En dan zal ieder van God lof ontvangen. In tegenstelling tot de mens die belang stelt in het uiterlijk is God geïnteresseerd in het innerlijk, het hart.

 

Spreuken 23:26
“Mijn zoon, geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen.”

 

Veel mensen zijn bereid om verschillende dingen te doen in de naam van de Heere. Maar wat Hij wil is dat we Hem simpelweg ons hart geven. Hij wil niet eerst de vruchten, onze werken, maar de boom die de vruchten voortbrengt. Als die boom -ons hart- aan Hem behoort, dan zullen de vruchten die voortkomen ook goed zijn, komend vanuit een hart, overgegeven aan en geleid door Hem.

 

 

 

4. “Met heel uw hart”

 

Niet alleen is God geïnteresseerd in ons hart, maar Hij verlangt het ook in zijn geheel:

 

Mattheus 22:35-37
“En een van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken: Meester, wat is het grote gebod in de wet? Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand.

 

Deuteronomium 10:12
“Nu dan, Israël, wat vraagt de Heer, uw God, van u dan de Heer, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de Heer, uw God, te dienen, met heel uw hart en met heel uw ziel

 

Deuteronomium 4:29
“Dan zult u daar de Heer, uw God, zoeken en u zult Hem vinden, als u Hem met heel uw hart en heel uw ziel zoekt

 

Jeremia 29:13 
“U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar mij zult vragen met heel uw hart “

 

Joel 2:12-13
“Ook nu echter, spreekt de Heer, bekeer u tot Mij met heel uw hart… scheur uw hart en niet uw kleren. Bekeer u tot de Heer, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid.”

 

Spreuken 3:1,2,5,6
“Mijn zoon, vergeet mijn onderricht niet, en laat je hart mijn geboden in acht nemen, want lengte van dagen en jaren van leven en vrede zullen ze voor jou vermeerderen. Vertrouw op de Heer met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Hij je paden rechtmaken.”

 

2 Kronieken 6:14

zegt: de Heer: “houdt het verbond en de goedertierenheid tegenover Zijn dienaren die met heel hun hart wandelen voor zijn aangezicht.

 

 

5. Zonde: Een zaak van het hart

 

Mattheus 5:27-28
“U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft “

 

Dit schriftgedeelte heeft velen verward omdat men de zonde verbindt met uiterlijke daden. Maar God doet dit niet. Hij verbindt zonde met het hart, het innerlijk van de mens, datgene waar Hij naar kijkt. Wanneer het kwaad deel uitmaakt van ons hart is het zonde, ongeacht of en wanneer het zich zal uiten.

 

Psalm 66:18
Had ik in mijn hart onrecht op het oog gehad, de Heer zou mij niet hebben gehoord.”

 

Jesaja 59:1-2 
“Zie, de hand van de Heer is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort.

 

Zonde verbreekt onze gemeenschap met God op het moment dat zonde in ons hart bevrucht raakt. Daarom is het zo noodzakelijk ons hart te bewaken.

 

 

6 Conclusie

 

In de Schriften zijn 876 verwijzingen naar het woord “hart”. In de voorbeelden hebben we gezien hoe belangrijk het hart is en hoeveel waarde God eraan hecht. Zodoende zagen we:

i) Het hart, het innerlijke deel van ons wezen, is de boom waarvan de vruchten die we in ons leven voortbrengen afhankelijk zijn. Wanneer datgene wat we in ons hart hebben goed is dan zullen de vruchten die we voortbrengen ook goed zijn, en omgekeerd.

ii) Opdat het hart goede vruchten voortbrengt is het noodzakelijk dat het het Woord van God bevat. De woorden van God, in ons hart bewaard, zijn leven.

iii) Aangezien de vruchten die we dragen afhankelijk zijn van de schat die we in ons hart bewaren (Mattheus 7:16-18) en sinds goede vruchten alleen voortgebracht worden door diegenen die het Woord van God in hun hart bewaren (Lucas 8:15) kunnen we concluderen dat we het kwade moeten afwijzen.

iv) Het hart is datgene waar God naar kijkt en wat Hij van ons verlangt.

v) Hij wil dat wij Hem liefhebben met heel ons hart.

vi) Dat wij Hem dienen met heel ons hart.

vii) Dat wij Hem zoeken met heel ons hart.

viii) Wanneer wij afwijken van Zijn wegen, dat wij tot Hem terugkeren met heel ons hart.

ix) Dat wij Hem vertrouwen met heel ons hart.

x) Dat zonde een zaak van het hart is en als zodanig moet worden behandeld.

 

Mogen we zodoende ons hele hart aan de Vader geven, zoals Hij ons oproept. Zoals de Heer zei:

 

Johannes 15:4-8 
“Blijf in Mij, en Ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet in de wijnstok blijft, zo ook u niet, als u niet in Mij blijft. Ik ben de Wijnstok, u de ranken; wie in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt u niets doen. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij buitengeworpen zoals de rank, en verdort, en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. Als u in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraag wat u maar wilt en het zal u ten deel vallen. Hierin wordt Mijn Vader verheerlijkt, dat u veel vrucht draagt en Mijn discipelen bent.”

 

 

 

 

 

 

 

Maria Magdalena

Standaard

 categorie : religie

.

.

Maria Magdalena of van Magdala was een volgelinge van de Heer Jezus, die haar van zeven boze geesten had bevrijd. Zij kwam uit de plaats Magdala in Galilea. Zij was een van de leerlingen aan wie Jezus na zijn opstanding uit de dood verscheen (Marc. 15:40-47; Luc. 8:2; Joh. 20:1-18). Magdala was een stad gelegen aan de westelijke oever van het meer van Genezareth.

.

Maria-Magdalena

.

.

We lezen voor het eerst van Maria van Magdala in Luc 8:2.

Lu 8:1 En het gebeurde daarna, dat Hij rondreisde door stad en dorp, terwijl Hij predikte en het evangelie van het koninkrijk van God verkondigde, en de twaalf waren bij Hem,
Lu 8:2 en enige vrouwen die van boze geesten en ziekten waren genezen: Maria, Magdalena geheten, van wie zeven demonen waren uitgegaan,
Lu 8:3 en Johanna, de vrouw van Chusas, zaakwaarnemer van Herodes, en Susanna, en vele anderen, die hen dienden met hun bezittingen.

Terwijl de Heer in Galilea rondtrok, volgde zij en diende ze hem. Ze was niet de enige. Ook bijvoorbeeld Salome, de moeder van Johannes en Jacobus deed dat. En vele andere vrouwen. De vrouwen dienden Jezus met hun bezittingen, lezen we elders. Kleding, voedsel, drinken, misschien geld om eten of iets anders te kopen. Ze voorzagen de Heer en de twaalven van levensbehoeften. De aardse dingen die Hij en de twaalven behoefden werden hem gegeven door de vrouwen. Er waren bemiddelde vrouwen bij.

Op weg naar Jeruzalem, waar hij zou sterven, volgden hem zijn mannelijke en vrouwelijke discipelen. Vele vrouwen volgden de Heer op weg naar Jeruzalem. Ze bleven niet achter in Galilea. Onder hen was Maria van Magdala. De vrouwen volgden Jezus om Hem te dienen.” (Mt 27)

De Heer werd verraden, gearresteerd, veroordeeld, bespot, gegeseld en gekruisigd. Maria en vele vrouwen volgden hem op weg naar Golgotha. Toen Hij aan het kruis hing, keken ze van verre toe.

Mt 27:55  Nu waren daar vele vrouwen die uit de verte toezagen, die Jezus waren gevolgd van Galilea om Hem te dienen;
Mt 27:56  onder hen was Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Jozef, en de moeder van de zonen van Zebedeus.

Ze kwam naderbij:

Joh 19:25  bij het kruis van Jezus nu stonden zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena.

Bij het kruis stonden dus Maria van Magdala en twee andere Maria’s. De betekenis van de naam der aanwezige vrienden en verwanten:

  • Maria = “hun rebellie”,
  • Jezus = “Jah is heil”, of “Jah is redding”.
  • Johannes = “God is een genadige gever”, of “Gods genadegave”, of “God is genadig”,

De namen spreken dus van opstand, redding en genade. Gods redding wordt uit genade geschonken aan een opstandige mensheid.

Nadat de Heer gestorven was, is hij van het kruis afgenomen en in een graf gelegd. Maria Magdalena zag met een andere vrouw waar hij gelegd was. Later kocht ze samen met twee andere vrouwen specerijen om het dode lichaam van Jezus te zalven.

Toen ze vroeg in de ochtend bij het graf kwam, zag zij dat de steen van de grafopening was weggenomen. Hiervan bracht ze Petrus en Johannes terstond op de hoogte: “Zij hebben de Heer weggenomen uit het graf, en wij weten niet waar zij Hem hebben gelegd”. Daarna kwam zij bij het graf terug, en terwijl ze huilt, treft ze in het graf twee mannen (engelen) in witte kleren aan.

Die zeiden tot haar:„Vrouw, waarom ween je?” Zij zei tot hen: „Omdat zij mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar zij Hem hebben gelegd”. Toen zij dit had gezegd, keerde zij zich om en zag een derde persoon staan. Deze zei tot haar: „Vrouw, waarom ween je? Wie zoek je?

” Zij meende dat het de tuinman was en zei tot Hem: „Heer, als u Hem weggedragen hebt, zeg mij waar u Hem gelegd hebt en ik zal Hem wegnemen”. Daarop zei de onbekende: „Maria!” Dan herkende ze de stem van haar Jezus. Zij keerde zich om en zei tot Hem in het Hebreeuws: „Rabboeni! (= Meester!)”.

“Rabboeni” is een bijzondere titel, onderscheiden van “Rabbi”. “Rabbi” betekent “mijn rab”, d.i. mijn leraar, mijn meester, mijn onderwijzer. Rabboeni is dus een eretitel. Een hogere titel dan rabbi.

De Heer Jezus zei haar: “Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren naar mijn Vader; maar ga heen naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader en naar mijn God en uw God.” Daarop ging Maria Magdalena de discipelen berichten dat zij de Heer gezien en dat Hij haar dit gezegd had.

.

.

RLC dilemma009graf

.

.

Maria is wel eens “de apostel der apostelen” genoemd. Apostel betekent “gezondene”, “gezant”. Ze werd gezonden om Jezus gezanten te boodschappen.

Na de hemelvaart van de Heer hielden de apostelen verblijf in een bovenzaal.

Hnd 1:13  En toen zij de stad waren binnengekomen, gingen zij op naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden …
Hnd 1:14  Deze allen volhardden eendrachtig in het gebed, met enige vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en zijn broers.

Allicht is Maria Magdalena daarbij geweest, voorts ook bij de uitstorting van Heilige Geest.

Na de vervanging van Judas door Matthias als apostel lezen we:

Hnd 2:1  En toen de dag van het pinksterfeest werd vervuld, waren zij allen gemeenschappelijk bijeen.

Na de uitstorting van de Heilige Geest legt Petrus uit:

Hnd 2:16 Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joel:
Hnd 2:17 ‘En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik van mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, en uw zonen en dochters zullen profeteren, en uw jongemannen zullen gezichten zien en uw ouden zullen dromen dromen.
Hnd 2:18 Ja, op mijn slaven en op mijn slavinnen zal Ik in die dagen van mijn Geest uitstorten en zij zullen profeteren.

Allicht is Maria ook daarbij geweest. Ze sprak in de Geest van de grote daden van God. Eens was ze door zeven boze geesten bezeten geweest, nu was een andere Geest in haar gekomen. Geen boze geest, maar de Geest van waarheid en liefde.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

 John Astria

John Astria

De geheimenis der getallen in de Bijbel

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

 

 

 

 

God spreekt via de Bijbel tot mensen door 32.173 teksten en verzen

 

 

Aantal boeken Oude Testament: 39

 

Aantal boeken Nieuwe Testament: 27

 

Aantal pagina’s: 1600

 

 

Aantal teksten: 30.000

 

Aantal verzen: 2173

 

 

 

De geheimenis der getallen

 

32.173: 3+2+1+7+3=16>1+6=7 staat voor compleetheid, vervulling

volkomenheid, voltooiing, het begin van iets nieuws

afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

6 staat voor de onperfecte, zondige mens

 

 

Openbaring hoofdstuk 8 (a) ; zegel 7 en de eerste 4 bazuinen

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

39: 3+9=12>1+2=3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid:

De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

9 is het getal dat duidt op de heiligheid van God

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

 

 

God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

1600: 1+6+0+0=7 staat voor compleetheid, vervulling volkomenheid,

voltooiing, het begin van iets nieuws

Afzonderlijke getallen:

1 is het getal van God zelf

6 staat voor de onperfecte, zondige mens

0 geen betekenis

 

30.000: 3+0+0+0+0=3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid:

De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

Afzonderlijke getallen:

0 geen betekenis

 

 

2173: 2+1+7+3=13>1+3=4 staat voor wereldwijde kennisname

Afzonderlijke getallen:

3 is het getal van de Goddelijke Drievuldigheid: De Vader, de Zoon, de Heilige Geest

2 is het getal voor getuigenis

1 is het getal van God zelf

7 staat voor compleetheid, vervulling, volkomenheid, voltooiing, het begin van iets nieuws

 

 

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 

 

 

 

De geestelijke ontwikkeling van de mens.

Standaard

categorie : Hildegard von Bingen

 

 

.

 

hildegard von bingen

 

.

 

De geestelijke wereld

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel op aarde te brengen en die ook te bereiken.

.

 

1. Geest, ziel en lichaam

.

Dat er met de mens een verhouding tussen geest, ziel en lichaam samenhangt, wordt wel genoemd, maar niet verder uitgewerkt.
Zie artikel ” de geestelijke wereld “.

.

 

scivias-t-11

.

 

 

2. De geestelijke vermogens

.

De eigenschappen van de geestelijke vermogens worden opgesomd in de tekst bij het visioen Scivias Boek II,2:
Er is namelijk sprake van: licht en warmte (vuur), dat doordringend en doordringbaar is (zelfvormend en vormbaar) wat de eigenschappen van de geestelijke vermogens zijn:

 

.

licht en warmte vermogens voortbrengselen
vormbaar licht
zelfvormend licht
vormbare warmte
zelfvormende warmte
waarnemen
denken
voelen
willen
ervaringsbeelden
denkbeelden
gemoedstoestand
krachtstoestand

 

 

.Dan wordt de betekenis van de Heilige Drievuldigheid besproken:

.
Het allerhelderste licht is ‘zonder smet van bedrog’ (is de waarheid) en duidt de Vader aan.
(Vader – waarheid: denken)
Het allerzoetste rode vuur is ‘zonder smet van sterfelijkheid’ (is de levenskracht) en ‘zonder smet van duisternis’ (is het bewustzijn) en duidt de Heilige Geest aan.
(Heilige Geest – bewuste kracht: waarnemen, willen)
De mensengestalte is ‘zonder smet van verharding’ (is de zachtmoedigheid) en duidt de Zoon aan, uit de Vader geboren.
(Zoon – zachtmoedigheid: voelen)
De Vader en de Heilige Geest worden kenbaar gemaakt door de Zoon.

 

.

Vader
Heilige Geest
Zoon
waarheid
bewustzijn en kracht
zachtmoedigheid
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

In het Liber Divinorum Operum bij visioen 1

 

ldo-visioen-1

 

.

 

ldo-visioen-1-b

.

 

“Ik ben de rationalitas (‘berekenen’, denken), die de wind van het klinkende woord bevat, de woorden van de redelijkheid waardoor elk schepsel is gemaakt. Maar ik ben ook officialis (‘dienstvaardigheid’, voelen). Want de levende dingen branden dankzij mij. Ik ben dienaar en toeverlaat.
En ik ben het equalis leven (‘equalis’: a. ‘van het paard’: willen; b. ‘van de ruiter’: waarnemen) in eeuwigheid, dat niet ontstaan is en niet zal eindigen. En datzelfde leven is de zich bewegende en werkende God, en toch is dit leven één in deze drie krachten (de geestelijke vermogens).”

 

.

rationalis
equalis
officialis
denken
waarnemen en willen
voelen

 

 

.

Het Liber Divinorum Operum, visioen 4

 

 

ldo-visioen-4

 

.

Het vierde visioen van het Liber Divinorum Operum is geheel gewijd aan het bezielde schepsel, de mens. Het visioenbeeld geeft in metaforen te kennen, hoe de ziel (geest) in het lichaam werkt. De ziel heeft twee krachten, waardoor zij zowel het werk als de rust van haar ijverig streven met gelijke sterkte beheerst. Met de ene (kracht) stijgt zij omhoog, waar zij God ervaart.

Met de andere (kracht) neemt zij het gehele lichaam waarin zij bestaat, in bezit om daarin te werken.
Want het is de ziel tot vreugde om in het lichaam werkzaam te zijn. Daartoe is het immers door God gemaakt. En door dat werk van het lichaam snelt de ziel (geest) naar haar vervolmaking.

Het menselijke lichaam is als het ware een afspiegeling van de geschapen wereld als geheel, het universum. In haar visioen zag Hildegard de mensengestalte staande in het midden van de cirkels der elementen. Zoals de armen en benen het lichaam van de mens in evenwicht houden temidden van alle natuurkrachten, zo houdt de ziel het innerlijk van de mens in evenwicht.

Maar zoals het lichaam gemaakt is om te bewegen, zo staat ook de ziel niet stil. Zij is voortdurend in beweging, net zoals de winden in het uitspansel, die het wereldgebouw in evenwicht houden. De ziel vliegt in de mens met vier vleugels (bewegen: willen), namelijk met het waarnemingsvermogen(sensualitas), met het verstand (intellectus, denken) en met de kennis van het goede en het kwade (scientia boni en scientia mali, voelen).

Zo werkt de ziel met de zintuiglijke waarneming volgens de smaak van het vlees; door het verstand onderscheidt zij waarlijk haar werken, of die God of de mensen welgevallig zijn. Door de twee vleugels der kennis, namelijk van het goede en kwade, voltooit de mens elk werk in de ziel, waardoor de innerlijke verscheidenheid ervan getoetst wordt: welke werken door de geest verlossing door God verlangen, welke door het vlees het eerbetoon eigenlijk van de mensen begeren.

 

 

.

3. De geestelijke ontwikkeling (en)

.

4. De geestesgesteldheid van onbewuste vereenzelviging,

gehechtheid, eenzijdigheid (en)

.

5. Bewustwording, bevrijding, zelfverwerkelijking

 

.

In de drie visioenen die in Scivias Boek I ( miniaturen T5,T6 en T7) staan beschreven, wordt aan Hildegard de kringloop van de menselijke geest getoond. Deze begint in de algeest (het vierkant dat zich naar alle zijden uitstrekt), van waaruit de menselijke geest (de vurige bol) door zijn moeder heen in een lichaam op aarde wordt geboren.

Daar moet de geest zich staande zien te houden in de druk die van de tijd als stroom van gebeurtenissen uitgaat. Als de mens erin slaagt bij zichzelf te komen en zich geestelijk te ontwikkelen, bereikt hij het doel: zelfverwerkelijking. Bij het overlijden wordt hij opgevangen door geesten met wie hij nu overeenstemt door zijn ontwikkeling; door hen wordt hij naar zijn eigen wereld gevoerd. Is dat een lichte wereld, dan kan hij in het paradijs weer met God worden herenigd.

.

 

 

Sivias T5 : geboorte uit de hemel en de levensweg op aarde

 

.

scivias-t5

 

.

“En nadien zag ik een bijzonder grote en heldere schittering die leek op te vlammen (een kracht), met vele ogen (is alziend, m.a.w. een bewuste kracht), en die vier hoeken had die naar de vier uithoeken van de wereld (alomtegenwoordig) gekeerd waren (m.a.w. de vierhoek is de algeest): in die schittering, die het geheim van de hoogste schepper aanduidde, werd me een heel groot geheim onthuld. En daar binnenin die schittering verscheen ook een andere schittering, gelijkend op die van de ochtendgloed en die de helderheid van een purperen schittering bevatte (en vele, vurige bollen: de wereld van de menselijke geesten in de algeest).”

(De ‘ochtendgloed’ of ‘morgenrood’ is een beeld van Jezus. Het hoofdje dat in de baan te zien is, is de geest van Jezus, de heilige geest, die als volmaakte geest naar de aarde afdaalt.)

“En zo zag ik … een vrouw (op aarde) die in haar buik … de volledige gestalte van een mens droeg. En zie, door een geheim raadsbesluit van de hoogste schepper begon deze gestalte hevige, levengevende bewegingen te maken en wel zo dat een vurige bol (bol van licht en warmte, een menselijke geest uit de geestelijke wereld), die niet de vorm van een menselijk lichaam had, (door de verbinding afdaalde en) het hart van deze gestalte in bezit nam en diens hersenen bedekte, en zich in al zijn ledematen verspreidde (de indaling van de geest in het lichaam).

En daarna kwam diezelfde mensengestalte, die aldus tot leven werd gewekt, uit de schoot van deze vrouw en dit in overeenstemming met de bewegingen welke die bol (de geest) in diezelfde mensengestalte veroorzaakte; en in overeenstemming met die bewegingen veranderde die mensengestalte ook van kleur.

En ik zag dat de vele wervelwinden (zintuiglijke ervaringen) die deze bol binnendrongen – de bol welke nog altijd in dat lichaam bleef – hem naar de aarde deden afbuigen (de onbewuste vereenzelviging); maar deze bol, die weer op krachten was gekomen, richtte zich moedig op en weerstond krachtig die wervelwinden en zei, al klagend: Waar ben ik, ik die verdwaald ben? In de schaduw van de dood.” (de zelfbewustwording).

En zie, ik zag op aarde mensen die in hun kannen melk droegen en daar kazen van maakten (verwerking van ervaringen tot persoonlijkheidstrekken: de ‘kazen’ zijn ‘witte bollen’: de geest); één deel ervan was vet en dik, en daaruit werden sterke kazen (krachtige geest) gemaakt; het andere deel was licht en dun, en daaruit werden zwakke kazen gestremd (zwakke geest); en een deel was vermengd met vies slijm, het was besmet en daaruit werden bittere kazen gemaakt (kwaadaardige geest).”

“En jij nu mens, die dit ziet, sta er ook bij stil, want ‘de vele wervelwinden die deze bol binnendringen – de bol die nog altijd in dat lichaam blijft – doen hem naar de aarde afbuigen’ (maakt de geestesgesteldheid zintuiglijk: de onbewuste vereenzelviging): dit betekent dat de menselijke ziel, wanneer de mens nog in zijn lichaam leeft, door vele onzichtbare verleidingen wordt geboeid, die haar door het genot van de zintuigen vaak doen afbuigen naar de zonden van de aardse genietingen.”

 

.

De rechter helft van de miniatuur, die uit vijf afbeeldingen bestaat, toont de levensweg van de mens. De onderste drie laten de beproevingen zien die de mens op aarde heeft te verduren om zich staande te houden tegenover allerlei verleidingen.
De vierde afbeelding toont de mens die tot bezinning is gekomen en besluit zich weer tot God te richten. De bovenste toont de mens die de geestelijke vermogens (de vleugels) tot ontwikkeling heeft gebracht en zich daardoor niet meer laat afleiden van de rechte weg. Zijn lichaam is een tempel Gods geworden.

 

.

 

Scivias T6 : de beproefde, zich tot God richtende mens bij zijn gang over de aarde

 

.

scivias-t-6

 

.

“Maar met herstelde krachten richt ze zich moedig op en verzet zich er krachtig tegen’: dat is omdat de gelovige en beproefde mens, ook al heeft hij gezondigd, vaak dankzij de gave Gods tot inkeer kan komen en zijn zonden verlaten (zelfbewustwording en zelfverwerkelijking); en omdat hij, door zijn hoop in God te stellen, de misleidende verlokkingen van zich af kan zetten, op voorwaarde dat hij zijn schepper trouw blijft zoeken – net zoals de gelovige mens, die hierboven aan het woord is, in haar klacht over haar beproeving heeft aangetoond.”

Dit visioen toont de mens die op aarde aan verleidingen blootstaat, maar die zich vastberaden tot God wendt (de opgeheven handen beduiden een biddende houding).

 

 

.

Scivias T7 : overlijden en terugkeer naar huis

 

.

scivias-t-7

 

.

“Wat nu het volgende betreft, ‘dat een andere bol (geest) zich losmaakte uit de omtrekken van zijn eigen vorm en haar eigen knopen losmaakte’: dat is omdat die ziel de lichamelijke leden van haar woonplaats (het lichaam) achter zich laat en ook de verbinding tussen deze ledematen verlaat, op het ogenblik dat de ontbinding van deze woonplaats is aangebroken; en ‘dat zij zich ervan losmaakte en haar woonplaats aan ontbinding overliet’: dat is omdat zij, wanneer zij zich uit haar lichaam verwijdert, de plek van haar woonplaats laat instorten, wat haar vrees inboezemt, omdat zij het naderende oordeel van de opperste rechter tegemoet moet zien, omdat zij dan de waarde van haar werken zal inzien, op basis van het rechtvaardige oordeel van God.

En hierom ook is het dat, ‘wanneer de ziel aldus ontbonden is, dat zowel lichtgevende als duistere geesten naderbij treden, die de bol (menselijke geest) vergezeld hadden zolang zij zich nog in die woonplaats bevond’: omdat op het moment van die ontbinding, wanneer de menselijke ziel zijn woonplaats verlaat, engelachtige geesten, zowel goede als slechte, in overeenstemming met de rechtvaardige en juiste beschikking van God, aanwezig zijn; en ‘ze wachten op de losmaking, zodat ze haar, zodra zij volledig ontbonden is, met zich kunnen meevoeren’:

zij wachten immers eveneens op het oordeel van de rechtvaardige rechter over deze ziel op het ogenblik van de scheiding van de ziel van haar lichaam, zodat ze haar, gescheiden van haar lichaam, naar de plek kunnen voeren waar zij zal worden geoordeeld door de opperste rechter volgens de verdiensten van haar eigen werken, net zoals het u, o mens, hierboven waarheidsgetrouw werd getoond.”
(namelijk naar de duistere gebieden, de middelste afbeelding op de miniatuur, of naar de lichte gebieden, de bovenste afbeelding).

 

.

 

Scivias T25 : de vrije keuze van de mens

 

.

scivias-t25

 

.

Een lieflijke, vergulde vrouwenfiguur staat hier omgeven door zes engelen, terwijl rechts van haar zes welwillende gelovigen naderen en links drie personen zich vijandig gedragen. Deze mensen komen vanuit het noordrijk van de duivel en het ongeloof de Stad Gods binnen door de poort die zich bevindt tussen de toren van Gods raadsbesluiten en de zuil van Gods Woord. Hier gebeurt eigenlijk iets heel belangrijks in de geschiedenis van de Verlossing.

Hildegard geeft deze Godskracht of deugd, de naam van Scientia Dei dat is het ‘Weten van God’ of de ‘Godskennis’. Maar dit begrip van kennen wordt in dubbele zin gebruikt. Op de eerste plaats het kennen of het weten van God, wie aan Zijn uitnodiging gehoor geeft en geloof schenkt aan de openbaring. Op de tweede plaats betekent dit het weten van de mens over God. Het antwoord van de mens, die uit vrije wil geloof schenkt aan de openbaring van het Woord Gods.

Hier komt de scheiding der geesten: zij die goed willen, ontvangen als bij het bruiloftsmaal het feestkleed, maar zij die zonder kleed binnendringen, worden teruggedreven. Het is waar dat de Heer de armen van de straat, de ongelukkigen door zijn dienaars liet ophalen, opdat zijn feestzaal vol zou raken. Van ieder wordt echter verwacht dat hij komt in een feestkleed. De uitnodiging is een genadegeschenk, maar men moet er wel gevolg aan willen geven.

Nog een ander belangrijk aspect van de roeping tot het koninkrijk Gods komt hier naar voren: Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren om deel te nemen aan de uitvoering van Gods plannen. God heeft enkelen uitverkoren om zijn medewerkers te worden in de verwerkelijking van het grote bouwplan. Als God in zijn goddelijke ijver om de ongelovigen te bekeren, samen met de gelovigen gaat beginnen de drie gemetselde muren op te trekken, dan heeft Hij bijzondere medewerkers nodig. Aanvankelijk roept hij het joodse volk en oefent het door strenge discipline (de ‘Wetten van Mozes’).

 

.

 

6. Gebed als godsbezinning, de hereniging

.

In het gedachtengoed van Hildegard staat de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens in het middelpunt; het gaat op de weg door dit bestaan om de ontwikkeling van de deugden door een juiste keuze te maken tussen goed en kwaad, met het doel de hemel te bereiken.
Heel Scivias en Liber Divinorum Operum zijn doordrongen van de raad zich altijd in gebed tot God te richten.

 

 

 

.

3d-gouden-pijl-5271528

 

.

voorpagina openbaring a4

 

 

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

 

JOHN ASTRIA

Waar zijn de doden?

Standaard

Categorie: religie

 

1. Het paradijs

 

Vlak voor zijn sterven vroeg een van de misdadigers die met Jezus gekruisigd werd aan hem: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt’ (Luc.23:42). De man krijgt van Jezus een duidelijk antwoord: ‘Ik beloof je, vandaag nog zul je bij Mij zijn in het paradijs’  Nog op deze dag, de dag van hun kruisiging, zal het verzoek van de misdadiger ingewilligd worden.

De uitdrukking ‘het paradijs’ doet denken aan Gen.2: 8: maar die aardse hof, die zich ergens in Mesopotamië bevond, is er niet meer. Nu leefde onder de joden de gedachte dat door de overtreding van Adam het paradijs verplaatst was naar een verborgen plek, ver buiten het bereik van mensen. Meestal dacht men dan aan de hemel, soms zelfs aan de derde hemel.

We lezen in het joodse boek 2 Baruch: ‘Ik (God) toonde haar (het hemels Jeruzalem) aan Adam, voordat hij zondigde, maar toen hij het gebod overtreden had, werd zij aan hem onttrokken, evenals het paradijs. En zie, nu blijft zij bij mij bewaard, evenals ook het paradijs.’

Ook Paulus spreekt over dit paradijs en ook hij lokaliseert het in de derde hemel. Dit blijkt uit de beschrijving van de bijzondere ervaring die hij meemaakte en waarvan hij in 2 Kor.12: 2-4 vertelt: ‘Ik weet van een mens in Christus dat die persoon weggevoerd werd tot in de derde hemel. En ik weet van die persoon dat hij weggevoerd werd naar het paradijs en onuitsprekelijke woorden gehoord heeft’.

Het paradijs als plaats van harmonie en vrede was voor de joden een aanduiding voor de tijdelijke rustplaats, waar de zielen van de rechtvaardigen na hun dood verblijven tot de opstanding der doden.

Tegen deze achtergrond kunnen we stellen dat Jezus de moordenaar die naast hem aan het kruis hing, belooft dat hij direct na zijn dood met Hem naar deze paradijselijke rustplaats mag gaan. En in deze verblijfplaats heeft Paulus door Gods genade een blik mogen werpen.

 

 

Paradijs

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

2. Het dodenrijk is geen ‘hel’

 

Als verblijfplaats van de goddelozen tussen dood en opstanding noemt het Nieuwe Testament de hades. Het is van belang op te merken dat er verschil is tussen dodenrijk (hades) en hel (gehenna). Het is erg verwarrend dat sommige oudere vertalingen beide woorden met ‘hel’ vertalen. Dit is onjuist en hierdoor ontstaat er verwarring. Hades en gehenna zijn in het Nieuwe Testament als ook in het voorchristelijk jodendom geen synoniemen.

Het Griekse hades is een synoniem van het Hebreeuwse sjeool en kan het beste vertaald worden met ‘dodenrijk’. Het is in het Nieuwe Testament (als ook op vele plaatsen in de voorchristelijke joodse literatuur)  een tijdelijk verblijf, waar de zielen van de goddelozen zich na hun lichamelijke dood bevinden in afwachting van de opstanding van de doden. We zien dit in het Nieuwe Testament het duidelijkst in de gelijkenis van Jezus over de rijke man en de arme Lazarus. ‘Toen hij [de rijke] in het dodenrijk, waar hij hevig gekweld werd, zijn ogen opsloeg, zag hij in de verte Abraham met Lazarus aan zijn zijde’ (Luc. 16:23).

De hades staat in nauw verband met de eerste dood, de dood van het lichaam, en heeft een tijdelijke functie. Bij het laatste oordeel geeft zij haar inwoners over om geoordeeld te worden. Zo lezen we in Openbaring 20: 13 ‘De dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.’

De gehenna daarentegen is de plaats die beschreven wordt als een ‘poel van vuur’ (Openb. 20: 14) en een ‘vurige oven’ (Mat. 13: 42), waartoe men veroordeeld kan worden aan het einde van de tijd (bv. in Mat.13:40-42). In het boek Openbaring beschrijft de apostel Johannes wanneer dit zal gebeuren, namelijk na de opstanding en het laatste oordeel (Openb.20: 12,15).

Aansluitend bij de moderne vertalingen moeten we concluderen dat het begrip ‘hel’ beperkt dient te worden tot deze gehenna. Uitgaande van de verschillende betekenis van beide woorden kunnen we vervolgens stellen dat de gehenna-hel momenteel nog ‘leeg’ is. Deze definitieve plaats van veroordeling krijgt pas een functie bij en na het laatste oordeel.

 

 

Satan, de tegenstander ,bestemd voor gehenna

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

3.‘Eeuwige tenten’ en ‘veel woningen’

 

Wanneer Jezus de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester verteld heeft, zegt Hij vervolgens: ‘En Ik zeg u: Maakt u vrienden met behulp van de onrechtvaardige Mammon, opdat, wanneer deze u ontvalt, men u opneme in de eeuwige tenten.’ (Luc.16:9) De woorden ‘wanneer deze u ontvalt’ spreken over het moment van sterven. Sommige handschriften hebben zelfs ‘wanneer jullie sterven.’ Dan zal het er voor hen op aan komen, dat zij worden opgenomen in de eeuwige tenten.

 

 

Wat bedoelt Jezus hier met ‘eeuwige tenten’? 

 

In Johannes 14: 2 zegt Jezus: ‘In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.’

Met de aanduiding ‘het huis van Mijn Vader’ doelde Hij in dit verband op de hemel. Maar wanneer zullen de discipelen die ‘vele woningen’ mogen betrekken? Ook hier helpen geschriften uit de joodse apocalyptiek ons verder. In het Testament van Abraham, een joods geschrift uit de eerste eeuw, zegt God bij de dood van Abraham het volgende: ‘Draag dan mijn vriend Abraham naar het paradijs, waar de tenten  van mijn rechtvaardigen zijn en de woningen  van mijn heiligen, in diens schoot; waar geen moeite is, geen verdriet, geen gezucht, maar vrede en gejubel en leven zonder einde.’ (20: 10-14).

De ‘woningen’ die de heiligen direct na hun dood betrekken worden, evenals de ‘tenten’ van de rechtvaardigen gelokaliseerd in de ‘schoot van Abraham. En Jezus maakt duidelijk dat de ‘woningen’ zich bevinden in het ‘huis van de Vader’, de hemel.

 

 

Schoot van Abraham

 

Het beeld van de ‘boezem’ of ‘schoot’ (deel van het menselijk lichaam) komen we in het NT tegen in het gezegde ‘aanliggen aan iemands boezem’ of ‘in iemands schoot’, d.w.z. aan de maaltijd naast iemand aanliggen. Zo lag de discipel welke Jezus liefhad bij het Avondmaal aan Zijn boezem aan (Joh.13: 23), en lezen we in Luc.16: 22 hoe de arme door de engelen in Abrahams schoot of aan Abrahams boezem werd gedragen, d.w.z. hij mag met Abraham aanliggen aan het feestmaal van de rechtvaardigen. Het is in de eerste eeuw een vaste term geworden voor de plaats van vrede en geluk, waar de rechtvaardigen na hun dood heengaan.

 

 

Intrekken bij de Heer

 

Als Paulus over zijn dood spreekt in Filippenzen 1: 23-24 zegt hij het volgende: ‘van beide zijden word ik gedrongen; ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn, want dit is verreweg het beste; maar nog in het vlees te blijven is nodiger om uwentwil’. Sterven is voor Paulus ‘met Christus zijn’. Deze eenheid met Hem beleeft hij nu al, maar hij verwacht dat deze band nog veel intenser zal worden na zijn dood. Daarom zegt hij: sterven en met Christus zijn is vergeleken bij blijven leven op aarde, verreweg het beste.

In 2Kor.5: 8 zegt hij: ‘Wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen.’ Dit leven bij Christus, dat op de dood volgt, noemt Paulus een thuiskomen of ‘intrekken’ bij de Heer. De tegenwoordige tijd ‘wij hebben’ (2Kor.5:1) wijst op de zekerheid dat dit nieuwe bestaan gereed ligt op het moment dat het oude, aardse zal worden afgebroken.

 

 

Een tweefasenstructuur

 

Paulus spreekt zowel over een geborgenheid bij God direct na de dood, als over een latere opstanding van de doden (1Kor.15). De twee lijken temporeel gezien in elkaars verlengde te liggen. Men noemt dit een ‘tweetrapsverwachting.’  Een tijdelijke geborgenheid in de hemel bij Christus, die direct na het sterven ingaat zal gevolgd worden door een opstanding uit de doden aan het einde der tijden. We hoeven hier dus niet te denken aan een ontwikkeling in het denken van Paulus over dit thema, zoals vaak gezegd is.

Ook bij Jezus en de evangelist Lucas vinden we deze tweefasenstructuur. Er wordt enerzijds over de hades, het paradijs en de ‘eeuwige tenten’ gesproken, waar men direct na de dood zal verblijven, en anderzijds over een opstanding uit de doden aan het einde der tijden (Luc.20: 27-40). In de joodse apocalyptiek komen we dezelfde tweetrapsverwachting ook tegen (bv. in 4Ezra en 2Baruch; De Vries, 83-101).

 

 

 

4. Herinnering en herkenning

 

Zijn de gestorvenen tussen dood en opstanding al volmaakt? Zijn zij in die tussentijd bij volle bewustzijn en is hun aardse identiteit herkenbaar?

‘Wanneer de rijke in het dodenrijk zijn ogen opslaat, ziet hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot’ (Luc. 16: 23). Zowel de rijke als Lazarus leven na hun dood voort, de een in een gezegende paradijselijke geborgenheid bij Abraham, de ander in een voorlopig verblijf bestemd voor onrechtvaardigen. Beide zijn gescheiden door een ‘grote kloof’ (vs.26). De gestorvenen blijken elkaar te herkennen (vs.23, ‘ziet hij Abraham en Lazarus’), lichamelijk te functioneren (vs.24, ‘mijn tong verkoele’) en herinneringen te hebben aan het aardse leven (vs.25 en 27). Jezus vertelt een gelijkenis, maar dat betekent niet dat wat Hij hier vertelt geen werkelijkheid is. Gelijkenissen zijn geen fabels, maar reële voorbeelden uit het dagelijks leven met een geestelijke les.

Het duidelijkst echter spreekt het boek Openbaring zich uit over de hemelse situatie van de gelovigen tussen dood en opstanding. In Openbaring 7 mag Johannes een blik werpen in de hemel en mag in een gezicht het moment zien dat een grote schare uit alle volk, stammen en natiën en talen daar staat voor de troon en voor het Lam. De hemelse tolk zegt dan tegen Johannes dat deze mensen uit de grote verdrukking komen en we lezen het volgende in vers 15-17: ‘zij zijn voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel; en Hij die op de troon gezeten is zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen niet meer hongeren en niet meer dorsten, ook zal de zon niet op hen vallen, noch enige hitte, want het Lam dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen.’

In de eerste plaats merken we op dat er gezegd wordt dat deze mensen uit de grote verdrukking komen; hun aardse identiteit is dus bekend. Verder zien we hier dat er activiteit is in de hemel (‘ze vereren Hem’). Het dienen van God gaat door. Hoewel de genoemde zegeningen sterk overeenkomen met die in het hemels Jeruzalem op de nieuwe aarde (Op.22:1-5) is de hemelse situatie toch een voorlopige. De opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde liggen nog in het verschiet.

 

 

Openbaring hoofdstuk 6 : De ruiters van de apocalyps en de martelaren onder de troon van God

 

 

 

5. Voorlopige heerlijkheid

 

Het voorlopige van het hemelse leven tussen dood en opstanding wordt ook benadrukt in Openbaring 6: 9-11 waar we lezen dat Johannes onder het altaar in de hemel ‘zielen’ van mensen ziet. Hij zegt: ‘Ik zag onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren om het Woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. En zij riepen met luider stem en zeiden: tot hoe lang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt u ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen? En aan elk hunner werd een wit gewaad gegeven, en hun werd gezegd, dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het getal vol zou zijn van hun mededienstknechten’

Johannes spreekt hier over zielen die in de hemel zijn, maar het zijn wel zielen die kunnen roepen en bidden. Ze zijn dus blijkbaar bij hun volle bewustzijn. Ook hebben ze deel aan de zegeningen en de bestaanswijze van het hemelse leven, wat blijkt uit het witte kleed dat ze ontvangen. Maar nergens blijkt tegelijk duidelijker dan hier dat zij nog niet de uiteindelijke volmaaktheid genieten. De zielen vragen hoelang ze nog moeten wachten totdat Gods gerechtigheid op aarde geopenbaard zal worden. Er wordt hen gezegd dat ze nog een korte tijd moeten wachten, namelijk totdat het getal van hun broeders vol zal zijn. Hun hemelse heerlijkheid is voorlopig. Het volmaakte komt pas met de opstanding van het lichaam en de nieuwe aarde.

 

 

 

 

 

 

Waarom vasten christenen niet op dezelfde manier als moslims?

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

.Waarom vasten christenen niet op

dezelfde manier als moslims?

.

.

Antwoord

.

Zowel moslims als christenen vasten, maar hun doelen voor het vasten verschillen. Een moslim is verplicht om tijdens de Ramadan te vasten, om de Vijf Zuilen te onderhouden. Veel moslims streven tijdens hun vastentijd oprecht naar de zegen en vergeving van Allah.

.

.

.

.

Voor christenen is vasten geen plicht, maar een genot. Het overslaan van maaltijden geeft hen de gelegenheid om hun voldoening in God uit te drukken, in plaats van in voedsel. Hoewel met vasten noch Gods genade noch een plaats in het paradijs kan worden verdiend, vasten veel christenen toch en wel om de volgende redenen:

• om hun tevredenheid in God alleen uit te drukken (Lucas 4:4)
• om zichzelf voor God te vernederen (Daniël 9:310:12)
• om God om hulp te vragen (2 Samuël 12:16Ester 4:16Ezra 8:23)
• om naar Gods wil op zoek te gaan (Handelingen 13:2-3)
• om zich van de zonde af te keren (Jona 3:5-101 Koningen 21:25-29)
• om God zonder afleidingen te aanbidden (Lucas 2:36-38)

.

.

.

.

.Hoewel Jezus (Isa) het vasten aanmoedigde, zei Hij niet wanneer of hoe lang gevast moest worden. De religieuze leiders uit de tijd van Isa waren er trots op dat zij twee keer per week vastten, maar Jezus twijfelde aan hun oprechtheid. Christenen volgen Zijn voorbeeld.

.

.

Isa’s voorbeeld van het vasten

.

Aan het begin van Isa’s openbare bediening, vóór Zijn grote wonderen en onderricht, vastte Hij veertig dagen lang. Daarna stelde de duivel Jezus op de proef, toen Hij hongerig en zwak was:

“Nadat hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, had hij grote honger… De duivel nam hem opnieuw mee, nu naar een zeer hoge berg. Hij toonde hem alle koninkrijken van de wereld in al hun pracht en zei: ‘Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.’ Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.” (Matteüs 4:28-11)

Satan probeerde Jezus tot de zonde te verleiden, maar Jezus bleef perfect – in tegenstelling tot alle andere mensen in de geschiedenis.

.

.

.

.

.

Isa’s waarschuwing tegen hoogmoedig vasten 

.

Vast niet om godsdienstig te lijken in de ogen van andere mensen

.
“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie, zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Matteüs 6:16-18)

.

.

Vast niet om vergeving van je zonden te verdienen

.
(Farizeeër = iemand die bij een zekere religieuze, fundamentele Joodse sekte behoorde) 
“De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf:

‘God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.’ De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: ‘God, wees mij zondaar genadig.’ Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden” (Lucas 18:11-14).

Jezus leerde ons dat we met vasten geen toegang tot de hemel kunnen verdienen. Onze zonden maken onze beste religieuze daden onwaardig.

.

.

.

.

Isa’s transformatie van het vasten (Marcus 2:18-22)

.
Jezus onderwees dat het volgen van Gods heilige wil meer voldoening zal brengen dan eten:

“Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien’.” (Johannes 4:31-34)

.

.

Wat zijn Gods wil en werk dan?

.

“‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben. Maar ik heb u al gezegd dat u niet gelooft, ook al hebt u me gezien. Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen, want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag. Dit wil mijn Vader: dat iedereen die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven heeft, en dat ik hen op de laatste dag uit de dood zal opwekken.’” (Johannes 6:35-40)

Net zoals we zullen sterven als we niet eten, zo zullen we ook geestelijk sterven (dat wil zeggen: eeuwig van God afgescheiden worden in de hel) als we Jezus niet ontvangen. Hij is het Brood van het Leven. Omdat Hij “uit de hemel neerdaalde” en uit een maagd geboren werd, noemde Jezus God Zijn Vader. Jezus bewees met Zijn perfecte leven, dood en opstanding dat Hij Goddelijk is; Hij is Gods Zoon. Jezus Christus voerde de wil van Zijn Vader uit: Hij redde zondaars door hun straf aan het kruis op Zich te nemen. Door Jezus uit de dood op te wekken toonde God dat de offergave van Jezus aanvaard werd.

Heb jij het Brood van het Leven ontvangen? Jij moet je van je zonden afkeren en op de dood en de opstanding van Jezus vertrouwen om je te redden – niet op je eigen goedheid en daden, zoals vasten.

Nadat Hij je van jouw zonden verlost, geeft Jezus jou het verlangen en de kracht om God door middel van goede daden te eren:

“Maar nu, bevrijd van de zonde en in dienst van God, oogst u toewijding aan hem en zelfs het eeuwige leven. Het loon van de zonde is de dood, maar het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” (Romeinen 6:22-23)

.

.

Helend bloed

 

Pasteltekening van John Astria

.

.

.

.

Wat is het onderscheid der geesten?

Standaard

categorie : religie

.

.

.

.

Het onderscheiden van geesten is een inzicht in de geestelijke wereld over de werking en het functioneren van geesten. Het is een gave om geesten te kunnen herkennen, hun strategieën doorzien en dus adequate tegenmaatregelen te kunnen nemen. In Matteüs 17 vers 14 tot 21 kunnen we lezen hoe Jezus aangeeft hoe een bepaalde boze geest uitgedreven moet worden.

.

Waar geestesuitingen zijn zal Satan trachten door imitatie het volk van God te verleiden. Ook de menselijke geest kan op dit terrein zeer actief zijn om – vaak onbewust of door een verkeerde geestelijke opvoeding – de openbaring van de Heilige Geest in de weg te staan.

De gave van onderscheiding is gegeven om te onderscheiden door welke geest wordt gesproken of gehandeld. In het bijzonder op het terrein van de profetie is dit belangrijk.

.

In 1 Thessalonicenzen 5:20, 21 volgt na de vermaning om de profetieën niet te verachten, onmiddellijk de opdracht om alle dingen te beproeven en het goede te houden.
Deze tekst wordt veelal misbruikt door hen, die er een vrijbrief in zien om zich op wegen te begeven waar ze als gelovigen niet thuishoren, doch heeft in eerste instantie betrekking op het toetsen van profetische uitingen. Niet alleen de uiting van de geest, doch vooral door welke geest wordt gesproken, dient onderscheiden te worden.

De geschiedenis van Bileam in Numeri 22:34, 35 en 23:1-5 leert ons, dat zelfs valse profeten door Gods Geest geïnspireerd kunnen profeteren. In zo een geval is het belangrijk dat de geest wordt onderscheiden, daar de geestesuiting hier geen houvast biedt. Denk ook aan de vrouw die Paulus en zijn metgezellen nariep, dat zij dienstknechten van God waren. Dit was volkomen juist, doch de geest waardoor zij sprak was een waarzeggende geest – Hand. 16:17.

De duivel openbaart zich als een engel des Lichts, doch de gave van onderscheiden der geesten maakt hem openbaar.

We zien deze gave ook in werking treden bij het openbaar komen van personen als Ananias en Saffira (Hand. 5:1-11) en Simon de tovenaar (Hand. 8:23).

In het bijzonder waar de normale onderscheiding op grond van Gods Woord en geestelijke kennis, alsmede natuurlijke mensenkennis tekort schieten, geeft de gave van onderscheiding uitkomst, omdat deze dwars door alle schijn heen ziet.

.

.

.

.

Beproeft de Geesten

.

 “Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan. Hieraan onderkent gij de Geest Gods: iedere geest, die belijdt, dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en iedere, die Jezus niet belijdt, is niet uit God.

En dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt, dat hij komen zal, en hij is nu reeds in de wereld. Gij zijt uit God, kinderkens, en gij hebt hen overwonnen; want Hij, die in u is, is meerder dan die in de wereld is. Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld en hoort de wereld naar hen. Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling” (1 Johannes 4:1-6).

.

.

Vertrouwt niet iedere geest

.

In deze tekst worden we gewaarschuwd om niet zomaar iedereen te vertrouwen en alles te geloven! “Gelooft niet iedere geest.”

Jezus had al eerder een dergelijke waarschuwing gegeven: “Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet” (Matteüs 24:23).

.

.

Beproeft de geesten, of zij uit God zijn

.

Welke geesten mogen we wel geloven, en welke niet? Hoe kunnen we goede en slechte geesten herkennen?

 1. Paulus schreef: “Toetst alles en behoudt het goede. Onthoudt u van alle soort van kwaad” (1 Tessalonicenzen 5:21,22).

Wel dienen wij open te staan voor iedereen, steeds klaar om iets bij te leren. Maar we mogen niet zomaar alles geloven. We moeten alles toetsen. Het goede moeten we behouden en het overige verwerpen.

2. Waarom staat ‘geesten’ in deze waarschuwing? Hoe kunnen wij een geest op de proef stellen?

Wij mogen niet uitsluitend naar uiterlijkheden kijken. We moeten de vraag stellen: Door welke geest wordt deze persoon bewogen? Door welke kracht gedreven?

De Geest van God waarschuwt ons voor de dwaalgeesten:

“Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in latere tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen, door de huichelarij van leugensprekers, die in hun eigen geweten gebrandmerkt zijn” (1 Timoteüs 4:1,2).

.

.

De ware- en de valse Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

.

.

  Vele valse profeten zijn in de wereld uitgegaan

.

De voorspelling van Jezus is wel uitgekomen: “En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden” (Matteüs 24:11).

Verschillende soorten dwaalleraars worden in de Schrift genoemd.

 1. We lezen over valse christussen.

.

Een valse christus is iemand die valselijk beweert Gods aangestelde Christus of Messias te zijn.

Jezus zei: “Ziet toe, dat niemand u verleide! Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben de Christus, en zij zullen velen verleiden” (Matteüs 24:5). “Indien dan iemand tot u zegt: Zie, hier is de Christus, of: Hier, gelooft het niet. Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden. Zie, Ik heb het u voorzegd. Indien men dan tot u zegt: Zie, Hij is in de woestijn, gaat er niet heen; zie, Hij is in de binnenkamer, gelooft het niet. Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn” (Matteüs 24:23-27 //Marcus 13:20-23).

.

 2. In de brieven van Johannes lezen we over antichristen. ‘Anti’ betekent ‘tegen’. Een ‘antichrist’ is iemand die zich opstelt òf tegen Christus als Zijn vijand, òf tegenover Christus als Zijn plaatsvervanger.

.

“Kinderen, het is de laatste uur; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is. Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn: maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn” (1 Johannes 2:18,19).

“Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader. Wat u betreft, wat gij van den beginne gehoord hebt, moet in u blijven. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, dan zult gij ook in de Zoon en in de Vader blijven” (1 Johannes 2:22-24).

“Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden. Dit is de misleider en de antichrist. Let op uzelf, dat gij niet verliest wat wij verricht hebben, maar uw loon ten volle ontvangt. Een ieder, die verder gaat en niet blijft in de leer van Christus, heeft God niet; wie in die leer blijft, deze heeft zowel de Vader als de Zoon” (2 Johannes 7-9).

.

 3. Zoals er valse christussen zijn, zijn er ook valse apostelen. Een apostel is iemand die gezonden is, een gezant. Een valse apostel is iemand die valselijk beweert dat hij door God gezonden is.

.

“Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken” (2 Korintiërs 11:13-15).

Jezus liet Johannes aan de gemeente te Efeze schrijven: “Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden” (Openbaring 2:2).

.

 4. We worden ook voor valse profeten gewaarschuwd. Een profeet was iemand die sprak door goddelijke inspiratie. Een valse profeet is iemand die valselijk beweert dat God door hem een boodschap heeft gegeven.

.

“Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen” (Matteüs 7:15-19).

Evenals de valse apostelen, staan valse profeten in dienst van de satan: “En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God” (Openbaring 16:13,14).

.

 5. Ook zijn er valse leraars. Een valse leraar hoeft niet te beweren een profeet of apostel te zijn. Hij zal zich gewoon voorstellen als iemand die een boodschap uit de Schrift brengt. Maar eigenlijk brengt hij een menselijke boodschap i.p.v. Gods woord.

.

“Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochende en een schielijk verderf over zich brengend. En velen zullen hun losbandigheden navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden; en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen; maar het oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet” (2 Petrus 2:1-3).

.

.

De antichrist of de valse profeet

Pasteltekening van John Astria

.

.

Hoe kunnen wij ons wapenen tegen al deze gevaren?

.

 1. We moeten de waarheid liefhebben, anders worden we bedrogen.

.

“Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. Dan zal de wetteloze zich openbaren; hem zal de Here Jezus doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn verschijning als Hij komt. Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid” (2 Tessalonicenzen 2:7-12).

.

 2. God heeft bepaalde mensen aan de gemeente gegeven om ons te helpen.

.

“En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde” (Efeziërs 4:11-16).

.

.

De strijd tussen goed en kwaad op de laatste dag

Pasteltekening van John Astria

.

.

 De geesten onderscheiden – Hoe herkent men een sekte?

.

De massa-zelfmoord van 913 volgelingen van Jim Jones in Guyana op 18 november 1978 maakte duidelijk hoe onredelijk en gevaarlijk bepaalde bewegingen kunnen zijn.

Men is het echter lang niet eens over de kenmerken van sekten. Wat is het verschil tussen een onschuldige groep en een gevaarlijke sekte? Mensen geven verschillende antwoorden op deze vraag, afhankelijk van hun eigen uitgangspunt.

Een communist beschouwt alle vormen van godsdienst als bijgeloof en als schadelijk voor de maatschappij. Hij ziet echter niet in dat zijn eigen systeem vele kenmerken heeft van ‘sekten’. Marx en Lenin zijn de grote onfeilbare Leiders. Het dialectisch materialisme (de wereldbeschouwing van het marxisme) is de grote Kracht, die alles in de juiste richting moet leiden. Geweld en dwang worden aangewend om tegenstanders uit te schakelen en om te heersen.

Een Rooms-Katholiek is geneigd alle niet-katholieke kerken toch enigszins als ‘sekten’ te beschouwen, hoewel een onderscheid wordt gemaakt tussen echt gevaarlijke en minder erge groepen. Hij beschouwt ze als opstandelingen tegen de éne ware moederkerk. Maar hij ziet niet in dat vele kenmerken van sekten zeer sterk in de Rooms-Katholieke Kerk zelf aanwezig zijn.

Het valt een niet-katholiek al meteen op dat de ergste sekten dikwijls grote overeenkomsten tonen met de Rooms-Katholieke Kerk! Ze zijn hiërarchisch georganiseerd met één man aan de top. Deze grote man wordt door de leden bijna als een god vereerd. Hij wordt met pracht en praal rondgeleid en rijdt in een imposant voertuig. Uit hoofde van zijn ‘positie’ mag hij in weelde leven, terwijl van zijn volgelingen grote offers worden gevraagd.

Dikwijls wordt hij ‘Vader’ genoemd en als onfeilbaar beschouwd. Men beperkt zich niet tot godsdienstige activiteiten: wereldse macht wordt ook gebruikt. Allerlei middeltjes worden verzonnen om aan geld te komen. Sommige sekten lijken veel op kloosters of, erger nog, op slotkloosters.

.

.

Een maatstaf is nodig

.

De enige oplossing is ergens een betrouwbare maatstaf te vinden waarnaar verschillende groeperingen en bewegingen getoetst kunnen worden.

Is grootte een geldige maatstaf? Indien wel, dan is de Rooms-Katholieke Kerk in België geen sekte, maar de Mormoonse wel. In de staat Utah echter (in Amerika), waar er vele Mormonen zijn en slechts weinige Katholieken, zou het net andersom zijn! Neen, grootte is geen geldige maatstaf. Men mag een groep niet als sekte bestempelen alleen omdat die klein is. Evenmin gaat een grote groep zomaar vrijuit.

.

.

Jezus, de Messias, de enige weg naar eeuwig leven

Pasteltekening van John Astria

.

.

Algemene erkende normen

.

Ongeacht welk geloof men heeft, of welke filosofische of politieke overtuiging, zijn er toch bepaalde algemene normen waarnaar men een beweging kan toetsen. Ondanks de vele afwijkingen, bestaat er onder de mensen toch zo iets als een algemeen besef van goed en kwaad.

Wanneer 900 mensen gezamenlijk zelfmoord plegen, zullen weinigen hun beweging als goed bestempelen. Het eindresultaat in dat geval was duidelijk slecht.

Wanneer een systeem mensen tot gevangenen of slaven maakt, is het een slecht systeem. Mensen mogen niet lichamelijk opgesloten worden, achter een ijzeren gordijn, of in een commune.

Maar geestelijk mogen de mensen ook niet opgesloten worden. Het geestelijk opsluiten of isoleren is soms moeilijker te herkennen. Familiale en sociale druk zijn soms al voldoende om mensen onder een dwang te zetten, zodat ze niet durven weg te gaan. Velen volgen de uiterlijke vormen van een godsdienst, hoewel ze zelf daar niet in geloven, alleen om hun ouders en familie tevreden te stellen.

Door de zogenaamde ‘heilige’ inquisitie gebruikte de Rooms-Katholieke Kerk de staat om mensen te dwingen in die kerk te blijven, of als ze in hun ‘dwaling’ bleven volharden, hen te liquideren. Alle groeperingen die zich van dergelijke middelen bedienen om slaven van mensen te maken, zijn gevaarlijke sekten.

Wanneer een systeem blinde en onvoorwaardelijke gehoorzaamheid opeist, worden de mensen beroofd van hun fundamentele hoedanigheid van vrije wezens. Zij stellen zich dan bloot aan misbruik door hun leiders en zijn in staat ongelooflijk walgelijke dingen te doen.

Gehoorzaamheid aan rechtmatige gezaghebbers (b.v. ouders, leraars, werkgevers en regering) wordt hiermee niet bedoeld. Waar het gevaar schuilt, is in de ‘blinde en onvoorwaardelijke’ gehoorzaamheid. Mensen in verantwoordelijke posities mogen verwachten dat wij hen gehoorzamen, maar niet dat wij hen blind en onvoorwaardelijk gehoorzamen.

Groeperingen die dergelijke oneerlijke praktijken toepassen, zijn duidelijk af te keuren. Godsdiensten die mensenoffers brengen, of die aansporen tot moord, tot oorlog, of tot onzedelijkheid kunnen door ieder weldenkend mens afgekeurd worden.

Merk op dat dergelijke misbruiken niet beperkt zijn tot de een of andere godsdienstige of politieke richting. Zowel links als rechts, en onder allerlei soorten godsdiensten kan men voorbeelden van dergelijke misbruiken vinden.

.

.

.

.

.

Christelijke normen

.

Naast de algemene waarden van goed en kwaad, heeft een christen andere maatstaven. Hij erkent Jezus als de Zoon van God en hij gelooft dat God door de Heilige Schrift normen heeft bekendgemaakt.

Een christen vraagt zich niet alleen af of de methoden en praktijken van een beweging in het algemeen goed of slecht te noemen zijn. Hij wil ook weten of de praktijken en leerstellingen van een bepaalde groep in overeenstemming zijn met de oorspronkelijke leer van Christus!

Deze vraag is enigszins moeilijker te beantwoorden omdat het hier om waarheid en waarachtigheid gaat. Maar anderzijds heeft een christen het voordeel dat hij een geschreven norm bezit, waarnaar hij alles kan toetsen.

Verschil van mening is er niet in de eerste plaats over wat de Schrift leert, maar over wat de Schrift niet leert. Door te lezen wat de Schrift wel leert, komen er heus wel vele duidelijke normen naar voren, waarnaar men groeperingen kan toetsen.

.

.

De 10 geboden

Pasteltekening van John Astria

.

.

 Zaken die in de Schrift zeer concreet en duidelijk worden onderwezen

.

 1. Godsdiensten die Jezus niet erkennen als de Zoon van God, kunnen de mensen niet tot God brengen. Jezus zei: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij” [Johannes 14:6].

.

 2. Godsdiensten die Jezus wel erkennen, maar dan slechts als de zoveelste profeet in een reeks gelijksoortige profeten, zijn valse godsdiensten. Volgens Hebreeën, hoofdstuk 1, is Jezus de afdruk van Gods wezen, boven alle mensen en engelen. In Handelingen 4:12 zegt Petrus: “En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere naam onder mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden.”

.

 3. Jezus zelf heeft voorspeld dat vele sekten zouden ontstaan. In Marcus 13:6 spreekt Jezus tot zijn volgelingen: “Kijkt u uit dat niemand u misleidt. Velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het, en zij zullen velen misleiden.” [Zie ook 2 Petrus 2:1-3; 2 Johannes 7-11 en 2 Timoteüs 4:3,4.]

.

 4. Jezus heeft zijn volgelingen tegen valse leraars en profeten gewaarschuwd.

.

 5. Een valse leraar kondigt zich niet aan met een: “Dag, mijnheer, Ik ben een valse leraar.” Uiterlijk stellen valse profeten zich voor als dienaren der gerechtigheid. Trouwens, zo stelt de satan zich ook voor! Daarom moet men verder kijken om een valse leraar als zodanig te kunnen onderscheiden. [Zie Matteüs 7:15-20; Romeinen 16:17,18; 2 Korintiërs 11:13-15.]

.

 6. In Matteüs 7:15-20 zegt Jezus dat wij valse profeten aan hun vruchten kunnen herkennen: “Past u op voor de valse profeten, die tot u komen in schapevachten, maar van binnen zijn zij roofzuchtige wolven. Aan hun vruchten zult u hen kennen.”

.

 7. Wie zich in geestelijke zin ‘vader’ of ‘leermeester’ laat noemen, is geen volgeling van Christus. In Matteüs 23:8-10 zegt Jezus: “U echter, laat u niet rabbi noemen; want één is uw Meester, en u bent allen broeders. En noemt niemand uw vader op de aarde, want één is uw Vader: de Hemelse. Laat u ook niet leermeesters noemen, want één is uw Leermeester: de Christus.” Zowel de Rooms-Katholieke Kerk als vele andere sekten hebben leiders die ‘Vader’ genoemd worden. In vele oosterse godsdiensten heeft men een grote leermeester, van wie al de anderen het moeten hebben. Maar voor een christen is God zijn enige Vader, en Christus zijn enige Leermeester.

.

8. Bedrieglijke wonderen worden door valse profeten verricht [Deuteronomium 13:1-3; Matteüs 7:22,23; Matteüs 24:24; Marcus 13:21-23; 2 Tessalonicenzen 2:5-12].

.

 9. Groeperingen die een gezagsorganisatie hebben, zijn niet van Christus. In Matteüs 20:25,26 zegt Jezus aan zijn volgelingen: “U weet, dat de oversten van de volken over hen heersen en de groten gezag over hen voeren. Zo zal het onder u niet zijn.” De gemeente van Christus mag geen organisatie hebben, waar gezag wordt uitgeoefend zoals bij wereldse regeringen.

.

 10. Wie zegt “De tijd is nabij is een valse profeet. In Lucas 21:8 waarschuwt Jezus: “Kijkt u uit dat u niet wordt misleid. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: Ik ben het; en: De tijd is nabij gekomen. Gaat hen niet achterna.” Vele sekten menen op een of andere wijze te weten dat het einde van de wereld nabij is. Maar Jezus zegt in Matteüs 24:35,36 dat niemand behalve de Vader weet wanneer die dag zal aanbreken. Hij waarschuwt ons voor mensen die beweren dat zij het wel weten: “Gaat hen niet achterna.” In de Openbaring van het Nieuwe Testament zegt Christus wel dat de mens zich moet voorbereiden op het einde en dat er tekenen voor deze tijd zichtbaar zullen zijn als waarschuwing.

.

 11. Wie een voorspelling doet, die niet uitkomt, is een valse profeet [Deuteronomium 18:21,22]. Dit is zo vanzelfsprekend, dat het wonderlijk is, hoe de mensen zich telkens weer kunnen laten misleiden. De Getuigen van Jehova, de Adventisten, Armstrong en Hal Lindsey e.a. hebben voorspellingen gemaakt die kennelijk niet zijn uitgekomen. Maar ze staan dan weer klaar met andere voorwendsels en nieuwe voorspellingen die de oude moeten vervangen.

.

 12. Wie doden of geesten raadpleegt, is niet een dienaar van God [Jesaja 8:19,20].

.

 13. Wie christenen reglementen inzake eten en drinken oplegt is een valse leraar [1 Timoteüs 4:1-7; Kolossenzen 2:16-17; Hebreeën 13:9; Marcus 7:19]. De enige uitzondering hierop is dat christenen geen bloed of gestikt vlees mogen eten [Handelingen 15:19,20; 28,29; 21:25].

.

14. Wie geboden uit het Oude Testament aan christenen oplegt (zoals het houden van de sabbat, of het geven van een tiende, of andere zaken die in het Nieuwe Testament niet vervat zijn) is een valse leraar [Kolossenzen 2:4-19; Titus 3:8-11; Efeziërs 2:14-16].

.

 15. Wie het huwelijk verbiedt, is een valse leraar [1 Timoteüs 4:1-7].

.

 16. Wie het woord van God tegenspreekt, is een valse leraar [Deuteronomium 13:1-3; Jesaja 8:19,20; Romeinen 16:17,18].

.

17. Wie menselijke geboden, leerstellingen en tradities verkondigt, is een valse leraar [Matteüs 15:8,9; Galaten 2:3,4; Kolossenzen 2:4-19; Titus 1:10-16].

.

 18. Wie de Schriften verdraait, is een valse leraar [2 Petrus 3:16-18]. Valse leraars en profeten verdraaien de Schrift. Ze houden zich graag bezig met moeilijke teksten, want die zijn gemakkelijker te verdraaien.

.

Een volgeling van Christus heeft daarom een grote verantwoordelijkheid om zelf met oprechtheid de Schrift ernstig te onderzoeken om schriftmisbruik te kunnen herkennen. Wie de Schrift niet goed kent, wordt gemakkelijk op een dwaalspoor gebracht door iemand die de Schrift op een misleidende wijze interpreteert.

Valse leraars halen Bijbelteksten aan geheel uit hun verband. Wanneer een tekst wordt aangehaald, zoek de tekst op in de bijbel en lees gans het verband.

Het is niet mogelijk in een kort artikel alle aspecten van het probleem te belichten. Als u een volledige gids wenst, waarmee u sekten kunt onderkennen, bestudeer de Heilige Schrift!

.

.

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

Herkennen van een valse leer

Standaard

categorie : religie

 

 

 

 

Hoe valse leren herkennen?

 

 

De ware- en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John

 

Hoe ethisch of moreel hoogstaand een leer ook mag zijn, hoe liefdevol, mooi en aantrekkelijk deze mag lijken, hoe vredevol, logisch, vol van goede bedoelingen hij overkomt: als ze Jezus Christus niet brengt als dé goddelijke Zoon van de Vader die als mens op aarde kwam, voor onze zonden aan het kruis stierf en zo Zijn heilige bloed vergoot voor de vergeving van onze zonden en lichamelijk uit de doden is opgestaan en ten hemel is gevaren, kun je er zeker van zijn dat je te maken hebt met een valse leer.

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

 

Waarom de Openbaring lezen ?

 

Johannes 17 : 3 > ‘’dit betekent eeuwig leven, dat zij voortdurend kennis in zich opnemen van u, de enige ware God en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus ‘’.

Openbaring 1 : 3 > ‘’ gelukkig is hij die deze profetische woorden van de Here voorleest; en dat geldt ook voor de mensen die ernaar luisteren en het zullen onthouden. Want de tijd dat deze dingen werkelijkheid worden, komt steeds dichterbij ‘’.

Openbaring 22 : 7 > Jezus zegt : ‘’ ja, ik kom gauw. Gelukkig is hij die de profetische woorden van dit boek onthoudt ‘’.

 

Dit zijn enkele citaten uit de Bijbel waarin God de mens aanmaant kennis in zich op te nemen over zichzelf en Jezus Christus. Wie God zoekt zal hem vinden. Het is aan de mens om de eerste stap te zetten. Wanneer we God om inzichten vragen zal de Heilige Geest ons geestelijk denken verlichten. Het onbegrijpelijke wordt plots of op het gepaste moment verstaanbaar. In het eerste en het laatste hoofdstuk  van de Openbaring zegt Christus tot twee maal toe dat het lezen ervan een zegening geeft. Het woord van God, de Bijbel, is meer dan de traditionele preken en parabels die we al jaren kennen. Kennis opnemen van God is niet alleen bestemd voor theologen, maar voor iedereen. Door die opname van kennis krijgen we inzichten in het verleden en heden waardoor we met een gerust hart en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen gaan.

 

 

 

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA