Tagarchief: vader

De nieuwe rol van Maria.

Standaard

Categorie : religie

.

.

Hoe het begon

 

Laat ik mezelf aan u voorstellen. Ik ben mgr. John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, gewijd in het jaar 1953. In 1959 werd pater Pio mijn geestelijk leidsman. Ik ben bevoorrecht om geestelijk leider te mogen zijn van honderden zielen op alle niveaus van het geestelijk leven. Sommigen zijn beginnelingen, anderen zijn gevorderden en sommigen zijn mystici.

.

Msgr John Esseff

 

Al vele jaren ben ik geestelijk leider van een bijzondere ziel. Deze zienster noemt zichzelf Maria de Notre Dame. Vijf jaren geleden begonnen Jezus en Maria tot haar te spreken door de gave van inspraken.  Ze heeft nu meer dan 800 inspraken gehad. Ik heb de betrouwbaarheid van deze inspraken getoetst. Tot nu toe waren de inspraken een persoonlijk onderricht, bedoeld voor de kleine gebedsgroep. Op 10 december 2010 begon een nieuwe fase namelijk dat sommige inspraken aan de wereld bekend gemaakt moesten worden. De eerste inspraken waren speciaal gericht op het geheim van Fatima”.
.
.
.
.

De nieuwe lichten voor de mensheid

 

 

Maria

 

Van John Astria

Pasteltekening van John Astria

 

 

Waarom kom ik op deze manier naar voren, nadat ik zo veel eeuwen verborgen ben gebleven? Omdat de hemelse Vader dit heeft uitgevaardigd. Hij heeft mij verborgen gehouden tot dit tijdperk wanneer Satan elke macht van de hel zal vrijgeven om de beschaving te vernietigen, om Gods scheppend handelen om te keren en in het bijzonder om het licht van Jezus verrijzenis uit de dood te bedekken met de grootste duisternis.

Als hij zijn doel bereikt, dan zal het menselijk geslacht opnieuw terugkeren in de duisternis en slechts langzaam, na vele generaties, zal het licht van het geloof weer worden ontstoken. Zo is de strijd, die uitgevochten wordt en het grote belang van deze jaren.

Allen moeten open zijn voor de nieuwheid van Gods plan. Een ieder, die denkt aan mijn rol en mijn acties zoals in vroegere dagen, zal niet in staat zijn om te begrijpen of om te beantwoorden. Rivieren van glorie worden uitgestort. Oceanen van genade, ongezien tot nu toe, zijn gereed om open te barsten. Het zal niet zijn zoals het vroeger was. Alleen een dieper en ruimer geloof zal weten hoe te beantwoorden. Laat me dus beginnen.

Ik ontwaar het huidige kwaad en voorzie de komende duisternis, die over de mensheid zal komen. Nieuw licht zal nodig zijn, want het vroegere licht zal aangevallen worden en verzwakt. Ik stort dit licht reeds uit. Velen worden getrokken tot een nieuwe devotie tot mijn Onbevlekt Hart. Dit is als een kleine bloem, die voorzichtig beschermd moet worden, omdat zijn zaadjes bedoeld zijn om zich te verspreiden over de hele wereld. Zelfs degenen, die deze zaden verspreiden, hebben geen idee van de grote machten, die ze bevatten. Nooit tevoren is zulk licht gegeven.

Hoe meer harten mijn gaven ontvangen, des te groter kunnen de tekenen en wonderen zijn. Iedereen moet er een studie van maken. Allen moeten met de grootste ijver leven. Allen moeten zich verzamelen, zodat anderen zich met hen kunnen verzamelen. Ik zal hun aantal snel vermeerderen. Ik ben als Johannes de Doper, die de komst van nieuwe lichten om de mensheid te helpen verkondigt.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

God zocht een vader voor Zijn zoon

Standaard

Categorie: religie

 

 

 

Heilige Jozef en Jezus

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

God zocht een vader voor Zijn zoon

 

De kerstgeschiedenis is een opmerkelijk en bijzonder verhaal. Het heeft zoveel kanten die aandacht vragen. God koos niet alleen heel zorgvuldig Maria uit, maar ook Jozef. Hij wilde dat Zijn Zoon niet alleen een moeder, maar ook een aardse vader zou hebben. En daarom zocht Hij niet een gewoon meisje uit, maar een ondertrouwd meisje als moeder voor Zijn Zoon. Wat maakt dat nu voor een verschil?

 

Als Jezus uit een ongetrouwde maagd geboren zou zijn, zou de Zoon van God een ongehuwde, alleenstaande moeder hebben gehad. Hij zou zonder een aardse vader zijn op gegroeid. Maar Maria was ondertrouwd. Dat was zoiets als verloofd, alleen had het een veel vaster karakter. Het was een schriftelijk vast gelegde overeenkomst. De ondertrouwden hadden echter nog geen seksuele omgang. Het moment daarvoor was pas na de plechtige huwelijkssluiting. Jozef hoorde bij Maria. Hierdoor plaatste God Zijn Zoon in het gezin van Jozef. Hij wist hoe belangrijk het was voor de ontwikkeling van Zijn Zoon op aarde om niet alleen een moeder, maar ook een vader te hebben.

Het geslachtsregister in Mattheus eindigt met: `Jakob verwekte Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is. Dus niet: Jozef verwekte Jezus zoals bij de voorgaande vaders. Jozef was wel de man van Maria, maar niet de biologische vader van Jezus. De goddelijke Zoon is uit de maagd Maria geboren. Toch wordt de afstamming niet gerekend via Maria, maar via de lijn van Jozef. Wettelijk was Jezus een zoon van Jozef: de eerste, dus erfgenaam. Jozef was uit het geslacht van David. En zo werd Jezus via Jozef een zoon van David. Rom. 1:4 zegt: `Gesproten uit het geslacht van David naar het vlees, naar de geest… Gods Zoon…’

 

 

Een betrokken man en vader

 

En omdat Jozef uit het geslacht van David was, moest hij naar Bethlehem — de stad van David – om zich te laten inschrijven. Het register van zijn afstamming was dus goed bijgehouden. En tot onze verbazing nam hij zijn hoogzwangere bruid mee. Waarom doet hij dit? Had hij Maria in haar toestand niet beter thuis kunnen laten? Het is een zware tocht van 140 km dwars door het gebied van de Samaritanen heen. Maar Jozef neemt haar mee. Hij wil haar in haar omstandigheden niet alleen achterlaten. Hij wil haar beschermen tegen hoon en spot. En niet de schijn wekken dat hij Maria in de steek laat. Ze gaan samen.

En zo wordt het Schriftwoord vervuld dat Jezus in Bethlehem geboren zou worden. Het zal kenmerkend worden in hun relatie: waar Jozef is, daar is Maria en omgekeerd. Ze trekken door dik en door dun met elkaar op. Niet slechts even, maar een heel leven lang. Ze hebben dan ook een heel bijzonder geheim samen. Laten we dit in vogelvlucht bezien:

`En de herders kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef en het Kindeke, liggende in de kribbe.’ Jozef was bij de bevalling en stond haar daarin bij (Luc. 2:16). We zien ze weer samen in de tempel om hun Kind aan de Here op te dragen: vers 22 en 27. Vers 33: `En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd’. Ze beleefden de dingen samen. Vers 39: `Ze keerden samen weer terug naar Nazareth’. En dan lezen we in vers 41 dat ze samen elk jaar naar Jeruzalem reisden. Het jaarlijks opgaan naar de tempel was verplicht voor elke mannelijke Israëliet. Maar Maria ging ook mee.

Op een keer toen ze op reis waren naar Jeruzalem, raakten ze hun 12 jarige Zoon Jezus kwijt. De verontruste ouders gaan samen op zoek en zeggen tegen Hem, als ze Hem gevonden hebben: `Zie, uw vader en ik hebben u met angst gezocht’. Jozef was een betrokken vader! God bestuurde het zo dat Jezus in een eenvoudig gezin kwam, maar een goed gezin waar vader en moeder gezamenlijk optrokken, één weg gingen, samen met God!

 

 

Seksueel betrouwbaar

 

Toen Jozef bemerkte dat Maria zwanger was, wist hij het zeker: `Dat komt niet door mij.’ Hoewel hij en Maria ondertrouwd waren, hadden ze geen seksuele gemeenschap gehad. Ze hadden zelfs geen geslachtelijke omgang met elkaar tot de geboorte van de Here Jezus. Jozef werd niet beheerst door zijn seksuele driften, die werden beheerst door hem! Jozef was een man uit één stuk. Het is zo belangrijk voor een meisje om te merken tijdens de verkeringstijd dat haar `jongen’ de baas is over zijn seksuele driften. Het geeft een veilig gevoel. Want als hij zich vóór het huwelijk niet weet te beheersen, kan hij het dan wel in het huwelijk?

Want ook dan is er zelfbeheersing nodig, bijvoorbeeld bij ziekte of als de echtgenoten voor een bepaalde tijd afscheid moeten nemen. Als een man zich seksueel beheerst, krijgt hij de mogelijkheid om het innerlijk van het meisje te kennen en haar met het hart lief te krijgen. Dat deed Jozef. Uit de kerstgeschiedenis blijkt hoe zeer hij Maria lief had!

 

 

Gevoelig en toch sterk

 

Maria wist hoe het met de zaak gelegen was. Maar Jozef wist het niet. Zij wist dat ze geen omgang met een man had gehad, dat ze maagd was. Hoe kon ze dat aan Jozef bewijzen? Wat zat deze jonge vrouw in een moeilijk parket! Ze liep het gevaar van hoererij beschuldigd te worden en daar stond in Israël een hele zware straf op (peut. 22:23, 24). Maar Maria was niet bang. Ze wist dat ze onschuldig was en gaf het over aan God.
Jozef echter wist het niet. Het was voor de hand liggend dat hij dacht dat hij zich in zijn lieve Maria vergist had. Het kon niet anders dan dat ze vreemd was gegaan.

Natuurlijk zal Jozef heel verdrietig zijn geweest en teleurgesteld. Maar het valt op dat hij in deze netelige situatie waarin hij Maria heel gemakkelijk verwijten had kunnen maken, heel teergevoelig handelt. Hij houdt van Maria en is bezorgd om haar. Ook nu! Hij wil haar niet in opspraak brengen. Hij wil niet dat ze over de tong zal gaan. En daarom besluit hij om in stilte van haar weg te gaan. Jozef wilde zich aan de wet houden, die hem verbood om in deze omstandigheden Maria te trouwen. Maar hij ontziet haar zoveel als in zijn vermogen ligt. Hij loopt daarbij wel het risico zelf verkeerd beoordeeld te worden.

Men zou immers denken dat het kind van hem was en nu zijn zwangere ondertrouwde vrouw verliet… Hij verkoos barmhartigheid boven recht. Een grandioze man die Jozef! God had echt een hele goede vader voor Zijn Zoon gekozen! De Bijbel zegt dat hij zo handelde omdat hij rechtschapen was (Matt. 1:19). Het is een ouderwets woord dat staat voor integer, eerlijk, deugdzaam, oprecht. Nu moet u niet denken dat Jozef een zacht gekookt eitje was. Hij is een man zoals hij hoort te zijn: gevoelig en toch sterk.

 

 

Daadkrachtig

 

God grijpt in! Jozef krijgt een droom waarin een engel aan hem verschijnt. Die helpt hem uit de droom! Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest’ (Matt. 1:20). Maria is dus toch niet ontrouw aan hem geweest! Wat zal dat een opluchting voor hem zijn geweest. Hij nam Maria tot zich en had geen gemeenschap met haar tot Jezus geboren was (Matt. 1:25). Nog twee keer komt de engel des Heren tot Jozef en weer zien we zijn directe gehoorzaamheid en flinke wakkere handelwijze.

In Matt. 2:13 lezen we dat de engel tegen Jozef zegt dat hij moet vluchten naar Egypte, omdat Herodes zoekt het kind Jezus te doden. Reactie van Jozef: `Hij stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en week uit naar Egypte.’ Het is belangrijk dat een man leert om duidelijke beslissingen te maken. Niet als een dictator, die alleen rekening houdt met zijn eigen wensen en voorkeuren, maar als een leider die beslissingen maakt in overleg en op basis van wat het beste is voor zijn vrouw en kinderen.

 

 

Gehoorzaam aan God en mensen

 

Het is opvallend dat Jozef telkens stil is en niets terug zegt tegen de engel. Hij handelt ernaar en geeft geen tegenwerpingen. Hij had bijvoorbeeld kunnen zeggen: `Kan de Here God Zijn eigen Zoon niet beschermen? Hij kan toch een legioen engelen sturen? Hij kan Herodes toch onschadelijk maken?’ Niets van dit alles. Ze breken op en vluchten. Ze weten niet voor hoelang. De engel zei: `Totdat de Here het u zal zeggen.’ Egypte is een land vol afgoden. Geen ideale plek voor een gelovig gezin om te wonen. Maar geen gezeur, geen gemopper, geen bezwaren. Jozef gaat onmiddellijk en Maria gaat met hem mee.

 

 

Hoofd van het gezin

 

Het valt op in het verhaal dat de engel des Heren zich steeds richt tot Jozef en niet tot Maria. Jozef doet niet voor spek en bonen mee. Hij leeft niet in de schaduw van de meest begenadigde vrouw die er ooit geleefd heeft, omdat zij de Zoon van God gebaard heeft. De Here geeft hem de leiding over het gezin, zoals aan elke vader. God verkoos deze man als vader voor Zijn Zoon. Hij was een man naar Gods hart.

 

 

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

De gevolgen van ongeloof

Standaard

categorie : religie

.

.

.Ondanks de wondertekenen die hij voor hun ogen gedaan had,

geloofden de mensen niet in Christus.

.

Zo gingen de woorden van de profeet Jesaja in vervulling, die zei:

‘Heer, wie heeft onze boodschap geloofd?
Aan wie is de macht van de Heer geopenbaard?’

Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd:

‘Hij heeft hun ogen verblind
en hun hart gesloten,
anders zouden zij met hun ogen zien
en met hun hart begrijpen,
zij zouden zich omkeren
en ik zou hen genezen.’
.
Jesaja doelde op Jezus toen hij dit zei, omdat hij zijn majesteit zag. Toch waren er ook veel leiders die wel in hem geloofden, maar vanwege de farizeeën kwamen ze daar niet openlijk voor uit, omdat ze niet uit de synagoge gezet wilden worden. Ze stelden meer prijs op de eer van mensen dan op de eer van God.
.
.
.

jesaja-40-31

.

.

Jezus had luid en duidelijk gezegd

.

‘Wie in mij gelooft, gelooft niet in mij, maar in hem die mij gezonden heeft, en wie mij ziet, ziet hem die mij gezonden heeft. Ik ben het licht dat naar de wereld is gekomen, opdat iedereen die in mij gelooft niet meer in de duisternis is. Als iemand mijn woorden hoort maar ze niet bewaart, zal ik niet over hem oordelen. Ik ben immers niet gekomen om over de wereld te oordelen, maar om de wereld te redden.

Wie mij afwijst en mijn woorden niet aanneemt heeft al een rechter: alles wat ik gezegd heb zal op de laatste dag over hem oordelen. Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken. Ik weet dat zijn opdracht eeuwig leven betekent. Alles wat ik zeg, zeg ik zoals de Vader het mij verteld heeft.’

.

.

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

John Astria

De Drievuldigheid van God

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De enige ware God

 

De bijbel is het oudste boek dat er bestaat en bevat het woord van God. Hij openbaart zichzelf via profeten en geschriften, die zelf door Hem zijn geïnspireerd. Elk woord in de bijbel is beschermd door God. Hij zal niet toelaten dat er één woord of letter wordt veranderd.

 

-Heer, voor eeuwig staat uw woord in de hemel vast ( Ps119: 89).

-Het levende en blijvende woord van God blijft eeuwig bestaan ( 1Pe1: 23 ).

 

 

 

Er is maar één God

 

Volgens het Oude Testament

 

-Wees u ervan bewust en laat goed tot u doordringen dat de Heer de enige God is, boven in de hemel en hier beneden op aarde. Een andere is er niet ( Deuteronium 4: 39 ).

-Ik ben de Heer, er is geen ander, buiten mij is er geen God ( Jesaja 45: 5 ).

-Hebben wij niet allemaal dezelfde Vader, heeft niet één en dezelfde God ons geschapen ( Maleachi 2 : 10 ).

 

Volgens het Nieuwe Testament

-Aanbid de Heer uw God, en vereer alleen Hem ( Mat 4 : 10 ).

-Wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere God dan Hij ( marc12: 32 ).

-U gelooft dat God de enige is? Daar doet u goed aan ( Jacob2: 19 ).

-Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en de mensen, Jezus Christus ( 1Ti2: 5 ).

 

God is de Almachtige en heeft alles geschapen. Hij heeft geen beperkingen zoals de mens. In zijn eenheid kan hij tegelijk op zijn troon zitten in de hemel en op aarde aanwezig zijn. Voor Hem is dat niet moeilijk. Het menselijk verstand kan dat niet begrijpen. God weet dat de mens zijn geest beperkt is om Hem te doorgronden. De mens probeert de meetbare en zichtbare dingen te doorgronden maar heeft het moeilijk te aanvaarden dat er veel meer geschapen is.

 

 

God is in de hemel en schiep Jezus als eerste.

 

-We hebben iemand als hoge priester (Jezus) die zit aan de rechterhand van de troon van de Goddelijke majesteit in de hemel ( Heb8: 1 ).

-God kende Hem al voor het bestaan van de wereld, maar heeft Hem pas in deze laatste tijd ter wille van ons bekendgemaakt (1Pe1: 20-21).

-De Heer heeft mij als eerste geschapen, lang geleden, voor al het andere. 23  Ik ben gemaakt in het begin van de tijd, ik was er al voor de aarde bestond. 24  Toen er nog geen oceanen waren, geen bronnen met een overvloed aan water, toen was ik al geboren.
25  Voor de bergen een plaats hadden gevonden, voor er heuvels waren, was ik er al;
26  voordat de Heer de wijde wereld had gemaakt, voordat hij een zandkorreltje had geschapen. 27  Ik was erbij, toen Hij de hemel zijn plaats gaf, om de oceaan een horizon trok. 28  Toen Hij de wolken aan de hemel zette en de bronnen van de oceaan liet stromen, 29  toen Hij het water de wet stelde, de zeeën hun grenzen gaf, toen Hij de fundamenten voor de aarde legde, 30  was ik aan Zijn Zijde, ik was zijn  vertrouweling. Ik was verrukt, elke dag opnieuw, steeds verheugd in Zijn Aanwezigheid,
31  ik schiep vreugde in de aarde, ik was blij met de mensen. ( Sp8: 22-31 ).

 

 

 

 

God schiep alles door Jezus

 

-Voor ons is er toch slecht één God, de Vader, uit wie alles komt, en wij zijn geschapen tot zijn gemeenschap; en slechts één Heer, Jezus Christus, door wie alles is geworden, en wij zijn door Hem ( 1Kor8: 6 ).

-Want God heeft door Hem alles geschapen in de hemel en op aarde, het zichtbare en het onzichtbare, zoals tronen en heerschappijen, overheden en machten. Alles is door Hem en voor Hem geschapen (kol1: 16 ).

 

 

De Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn één en dezelfde God

 

God is een geest en staat boven de natuurwetten. Christus zei tegen zijn discipelen voordat hij naar de hemel ging; “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg een maak alle volken tot mijn leerlingen door hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” ( Mat28: 18-19 ). Hij zei ‘in de naam’ en niet ‘ in de namen’. Alle drie zijn dus één en dezelfde God.

 

-De Vader en ik zijn één ( joh10: 30 ).

-Geloof je niet dat in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Maar de Vader die in mij blijft doet zijn werk door mij ( Joh14: 10 ).

-Jezus zei tot hen: “maar als ik door de geest van God demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen: dit wil zeggen dat de Zoon in de Vader is, de Vader in de Zoon en dat de Heilige Geest de geest is van God en Christus” ( Mat12: 28 ).

Door deze voorbeelden zien we dat zowel de Vader als de Zoon en de Heilige Geest God zijn. Men noemt dit het mysterie van de Heilige Drievuldigheid van God.

 

 

De Heilige Drievuldigheid

Pasteltekening van John Astria

 

 

De Vader en de Zoon

 

God werd vlees op aarde. Hij liet zijn Zoon geboren worden zonder het resultaat van voortplanting. Deze Goddelijke verbondenheid gaat het menselijk verstand te boven. De geboorte van Christus in een sterfelijk lichaam was nodig om ons te verlossen van de zonde. Christus werd de Messias voor alle volkeren op aarde.

 

-Hij zal een groot man worden en  Zoon van de Allerhoogste worden genoemd ( Luc1: 32 ).

-Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde ( Mat3: 17 / Luc3: 22 / Marc1: 11 ).

-En dat heb ik ,Johannes de Doper, gezien en ik getuig dat hij de Zoon van God is ( Joh1: 34 ).

 

 

De verlossing van de mens door Christus

 

Door een groot geestelijk wezen ( Lucifer) werd de eerste mens om de tuin geleid. De zonde kwam in de wereld door de leugen. De goede band met God werd doorbroken. Gods oneindige rechtvaardigheid en grootsheid kan geen zonden dulden; niet in woorden ,daden en gedachten. Het gevolg was dat iedereen zou sterven en veroordeeld worden tot de hel. Maar God bedacht een oplossing voor de mens door zijn wijsheid en macht. Hij stuurde zijn zoon Jezus om ons te verlossen van de straf door zonden. Christus zou voor ons sterven.

-Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (Joh3: 16 ).

Geloven in Christus’ dood als zoenoffer is wat God wenst. Goede daden wissen de overtredingen niet uit. Wie deze denkfout maakt is voor eeuwig verloren.

 

 

 

De twee redenen waarom alleen Christus ons zou kunnen redden

 

  • De verlosser moest iemand zijn die nog nooit zondigde. Christus was God trouw en bleef zondeloos tot zijn kruisdood. Hij werd het geslachte lam of de losprijs voor ons allen.

 

-Christus is heilig en zuiver, van de zonden afgescheiden en ver boven de hemel verheven (Heb7: 26 ).

-Die (Christus) geen enkele  zonden beging en over wiens lippen geen leugen kwam (1Pe2: 22 ).

 

  • Jezus is verschenen om de zonden weg te nemen, er is in Hem geen zonde (2Kor5: 21 ).Christus is God zelf. Hij is de Zoon van God en de Zoon des mensen. Door zijn lijden en opstand uit de dood overwon hij alles enwerd een brug tussen God en de mens. Satan, de vader van de leugen, werd zo definitief verslagen.

 

De bijbel vertelt ons in Joh3: 16 dat God de wereld zo heeft lief gehad dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven opdat iedereen die in Hem gelooft nooit verloren zou gaan,maar eeuwig leven krijgt. God heeft de mens gered zonder zijn heiligheid en rechtvaardigheid aan te tasten. Wie niet in het zoenoffer van Christus gelooft is voor eeuwig verloren door die rechtvaardigheid.

 

God is een geest en werkt via zijn geest. Hij is samen met Christus in de hemel die aan zijn rechterhand zit. Christus is in de hemel onze Hogepriester en bemiddelaar voor onze zonden. Maar omdat God ons niet alleen wil laten heeft Hij ons zijn geest gezonden. De geest is de persoonlijkheid van God op aarde die staat voor Zijn wil, macht, zegen, kracht en glorie. Wie door de doop Jezus heeft aangenomen is in verbinding met de Heilige Geest wanneer  hij er beroep wil op doen.

 

-Wie weet wat er in een mens omgaat? Dat weet alleen zijn eigen Geest. Zo weet er ook niemand wat er in God omgaat dan alleen Gods eigen geest (1Kor2: 11 ).

-De Heilige Geest zal over u komen, de kracht van de Allerhoogste zal u als een schaduw bedekken (Luc1: 35 ).

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

De nieuwe rol van Maria.

Standaard

Categorie : religie

.

.

Hoe het begon

 

Laat ik mezelf aan u voorstellen. Ik ben mgr. John Esseff, priester uit het bisdom Scranton, Pensylvania, gewijd in het jaar 1953. In 1959 werd pater Pio mijn geestelijk leidsman. Ik ben bevoorrecht om geestelijk leider te mogen zijn van honderden zielen op alle niveaus van het geestelijk leven. Sommigen zijn beginnelingen, anderen zijn gevorderden en sommigen zijn mystici.

.

Msgr John Esseff

 

Al vele jaren ben ik geestelijk leider van een bijzondere ziel. Deze zienster noemt zichzelf Maria de Notre Dame. Vijf jaren geleden begonnen Jezus en Maria tot haar te spreken door de gave van inspraken.  Ze heeft nu meer dan 800 inspraken gehad. Ik heb de betrouwbaarheid van deze inspraken getoetst. Tot nu toe waren de inspraken een persoonlijk onderricht, bedoeld voor de kleine gebedsgroep. Op 10 december 2010 begon een nieuwe fase namelijk dat sommige inspraken aan de wereld bekend gemaakt moesten worden. De eerste inspraken waren speciaal gericht op het geheim van Fatima”.
.
.
.
.

De nieuwe lichten voor de mensheid

 

 

Maria

 

Van John Astria

Pasteltekening van John Astria

 

 

Waarom kom ik op deze manier naar voren, nadat ik zo veel eeuwen verborgen ben gebleven? Omdat de hemelse Vader dit heeft uitgevaardigd. Hij heeft mij verborgen gehouden tot dit tijdperk wanneer Satan elke macht van de hel zal vrijgeven om de beschaving te vernietigen, om Gods scheppend handelen om te keren en in het bijzonder om het licht van Jezus verrijzenis uit de dood te bedekken met de grootste duisternis.

Als hij zijn doel bereikt, dan zal het menselijk geslacht opnieuw terugkeren in de duisternis en slechts langzaam, na vele generaties, zal het licht van het geloof weer worden ontstoken. Zo is de strijd, die uitgevochten wordt en het grote belang van deze jaren.

Allen moeten open zijn voor de nieuwheid van Gods plan. Een ieder, die denkt aan mijn rol en mijn acties zoals in vroegere dagen, zal niet in staat zijn om te begrijpen of om te beantwoorden. Rivieren van glorie worden uitgestort. Oceanen van genade, ongezien tot nu toe, zijn gereed om open te barsten. Het zal niet zijn zoals het vroeger was. Alleen een dieper en ruimer geloof zal weten hoe te beantwoorden. Laat me dus beginnen.

Ik ontwaar het huidige kwaad en voorzie de komende duisternis, die over de mensheid zal komen. Nieuw licht zal nodig zijn, want het vroegere licht zal aangevallen worden en verzwakt. Ik stort dit licht reeds uit. Velen worden getrokken tot een nieuwe devotie tot mijn Onbevlekt Hart. Dit is als een kleine bloem, die voorzichtig beschermd moet worden, omdat zijn zaadjes bedoeld zijn om zich te verspreiden over de hele wereld. Zelfs degenen, die deze zaden verspreiden, hebben geen idee van de grote machten, die ze bevatten. Nooit tevoren is zulk licht gegeven.

Hoe meer harten mijn gaven ontvangen, des te groter kunnen de tekenen en wonderen zijn. Iedereen moet er een studie van maken. Allen moeten met de grootste ijver leven. Allen moeten zich verzamelen, zodat anderen zich met hen kunnen verzamelen. Ik zal hun aantal snel vermeerderen. Ik ben als Johannes de Doper, die de komst van nieuwe lichten om de mensheid te helpen verkondigt.

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

John Astria

John Astria

Wat ongelovigen nooit zullen begrijpen

Standaard

categorie : religie

 

 

 

De Heilige Geest is de Geest van God die zich openbaart in de wedergeboren volgelingen van Jezus Christus. Hij is de geestelijk plaatsvervanger van Jezus hier op aarde, nadat Jezus zelf uit de dood is opgestaan en opgevaren is naar de hemel.

 

 

De Helige Drievuldigheid: God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest

 

Pasteltekening van John Astria

 


De Heilige Geest is geen vage afschaduwing van Jezus, evenmin een tastbare kracht. Hij is een onderdeel van de Enige, naast God de Vader en God de Zoon. Het is aan een niet-gelovige praktisch onmogelijk uit te leggen wat Hij bewerkstelligd en hoe Hij werkt door volgelingen van Jezus heen. Wanneer je zelf Gods Geest ervaart weet je hoe Zijn Geest werkt, Hij geeft je op een onvatbare manier rust, zekerheid, onderricht, vrijmoedigheid en blijdschap. Maar hoe dat nu uit te leggen? Hoe iets uit te leggen wat niet van deze wereld is? Iets wat niet bedoeld is om tastbaar te zijn voor deze wereld?

 

 

Jezus legde het als volgt aan Zijn discipelen:

 

“Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
de Geest van de waarheid. De wereld kan hem
niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent
hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont
in jullie en zal in jullie blijven. Ik laat jullie niet als
wezen achter, ik kom bij jullie terug.”

Johannes 14:16-18

 

 

De Geest leert je het onderscheid te maken tussen wat goed en wat fout is. Hij geeft je inzicht in je eigen zonden en Hij doet je beseffen dat er zonder Jezus geen weg naar de hemel is. Dat er buiten Jezus geen enkele rechtvaardiging is dat wij met onze zonden maar in de buurt kunnen komen van God de Vader. En de Heilige Geest is het die jou vrijmoedig maakt om openlijk, en in blijdschap en zonder schaamte, over Jezus te kunnen getuigen.

 

 

Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen:

 

“Ik heb
alle macht in hemel en op aarde gekregen.Ga
er daarom op uit om alle volken tot mijn discipelen
te maken. Doop hen in de naam van de Vader en
van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen
altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit
niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd.”


Mattheüs 28:18-20

.

.

God is Vader, Zoon en Heilige Geest. En toch is Hij 1, Hij is echat (het hebreeuwse woord voor één). Ter verduidelijking: je kunt het misschien enigzins vergelijken met de zon. Hij is werkelijk daar, te zien voor iedereen: groot en rond, met andere menselijke woorden: de bron van het leven op aarde. Daarnaast geeft deze bron licht en warmte af. In dit vergelijk kun je het zien als de bron / zon = God de Vader, het licht = Jezus de Zoon en de warmte = de Heilige Geest.

 

 

Wanneer iemand wedergeboren wordt door het geloven in Jezus als de Messias, zal God door Zijn Geest, de Heilige Geest, in hem of haar komen wonen.

 

Maar allen die Hem wel aanvaard hebben,
heeft Hij het recht gegeven kinderen van God
te worden. Door geloof in Zijn naam worden
zij opnieuw geboren, natuurlijk niet als mens,
maar geestelijk uit God.

Johannes 1:12-13

 

 

 

Zoals Jezus het zelf zegt is het zelfs een bittere noodzaak om wederomgeboren te worden:

 

“Toch is het zoals Ik zeg. Als iemand na
zijn natuurlijke geboorte niet ook
geestelijk geboren wordt, kan hij
onmogelijk in het Koninkrijk van God
komen. Uit mensen komt menselijk
leven voort, maar uit de Geest van God
komt geestelijk leven voort.”

Johannes 3:5-6

 

 

 

De Heilige Geest heeft kennis over God
die wij alleen via de Heilige Geest te
weten kunnen komen: Zoals alleen de
geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de
Geest van God wat er in God is.


1 Corinthiërs 2:11

 

 

 

Een belangrijke taak van de Heilige Geest is dat Hij getuigt over Jezus Christus. Hij getuigt, onderwijst en geeft inzicht over de waarheid van Jezus de Messias:

 

“Als Ik bij de Vader ben, zal Ik mijn
Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige
Geest, de bron van alle waarheid. Hij komt
uit de Vader en zal u alles over Mij vertellen.”
Johannes 15:26

Maar als de Heilige Geest komt, zal Hij u
de weg wijzen naar de volledige waarheid.
Wat Hij u zal zeggen, heeft Hij niet uit
Zichzelf, maar Hij geeft door wat Hij hoort.
Hij zal vertellen wat er in de toekomst gaat gebeuren.
Door u te vertellen wat Hij van Mij hoort, zal Hij Mij grootmaken.

Johannes 16:14

 

 

 

Dat staat ook in de Boeken: “Wat niemand heeft
gezien, niemand heeft gehoord en wat niemand
ooit bedacht, dat heeft God allemaal klaar voor
hen, die Hem liefhebben.”

God heeft het ons door de Geest duidelijk gemaakt.
Want voor de Geest is niets verborgen, zelfs het
diepste wezen van God niet.
Zoals alleen de geest van een mens weet wat in een
mens omgaat, weet ook alleen de Geest van God
wat er in God is.

En wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen,
maar de Geest van God om zo te weten wat God ons
in genade gegeven heeft. Daarover spreken wij dan
ook niet met menselijke welsprekendheid, maar met
woorden die de Geest ons ingeeft.

Wij gebruiken dus de woorden van de Geest om de
gedachten van de Geest over te brengen. Maar iemand
die niet gelovig is (de natuurlijke mens) heeft geen oog
voor wat de Geest van God doet. Voor hem is dat allemaal
onzin. Hij begrijpt er niets van, omdat het alleen geestelijk
te doorzien is.

1 Corinthiërs 2:9-14

 

 

De Geest onthult Gods wil en Gods waarheid voor een christen, met als doel Gods karakter in toenemende mate door het leven van een gelovige heen te laten schijnen. En wel op zo’n manier dat duidelijk blijkt dat we dat onmogelijk zelf kunnen doen.

 

 

De Heilige Geest geeft het karakter van een wedergeboren christen liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, mildheid, trouw, tederheid en zelfbeheersing.


Galaten 5:22

 

 

In plaats van proberen liefdevol en geduldig te zijn, vraagt God ons om volledig op Hem te vertrouwen teneinde Hij zelf deze kwaliteiten en eigenschappen in ons leven kan geven. Ons volledig, in vertrouwen, open te stellen voor Hem, onze Schepper die zoveel liefde voor ons heeft. Daarom wordt, o.a. in Galaten 5:25, ons christenen gezegd ons te laten leiden door, en zodoende vol te zijn van, de Geest (Efeze 5:18).

 

 

De ware – en de valse Drievuldigheid

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

 

De Heilige Geest heeft ook een belangrijke taak ten opzichte van niet-gelovigen.

 

 

Hij is het die de harten van de mensen overtuigt van eigen zonde. Dat wij Gods vergeving nodig hebben en dat dit alleen te vinden is door het offer van Jezus. Dat Hij voor onze plaats gestorven is, voor onze zonden en voor het oordeel dat anders ieder mens had getroffen. Dit oordeel dat nu voorbijgaat aan een ieder die zijn vertrouwen op de Messias Jezus gesteld heeft.

De Heilige Geest klopt op onze harten en vraagt ons elke keer weer, met een liefdevol geduld, om ons te bezinnen, onze zonden te belijden en ons te keren naar God onze Vader voor vergeving van onze fouten en een nieuw leven met Hem te beginnen. Een leven die eeuwigdurend en vol van Zijn liefde zal zijn.

 

 

 

 

3d-gouden-pijl-5271528

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

 

 

 JOHN ASTRIA

JOHN ASTRIA

 

 

Bidden met discipline

Standaard

categorie : religie

.

.

1374181556

.

.

Hoe gebeden worden gevoed

.

Gedisciplineerd bidden vergt een hoop werk. De moeilijkheid van gedisciplineerd bidden is dat het moeilijk is voor ons te concentreren op iets dat niet voelbaar is (zoals aardappelen) noch abstract (zoals getallen). Iets wat concreet immaterieel is, kan alleen met behulp van een pijnlijke inspanning in het zicht worden gehouden.

.

Een moeilijke opgave

.

Het gebed is een moeilijke discipline die we moeten blijven oefenen tot het een tweede natuur is geworden. Het doel is om mensen te worden die voortdurend bidden, “zonder ophouden” staat in 1 Tessalonicenzen 5:17.  We moeten leren om te bidden. Om dat te doen, moeten we bepaalde oorzaken overwinnen van de geestelijke traagheid waarmee we in gevecht zijn.

.

 Het idee dat bidden geen verschil uitmaakt

.

Wanneer we gedisciplineerd bidden voor het eerst overwegen, zullen we eerst over geloof moeten nadenken. Velen zijn niet in staat om te bidden, omdat ze niet geloven dat het enig verschil zou uitmaken. Dit is een ernstige geloofscrisis. We zullen moeten zien dat Gods goedheid en trouw niet kunnen worden geëvalueerd op basis van een enkel onbeantwoord gebed, hoe gemakkelijk het ook is om tot een dergelijke conclusie te komen. Paradoxaal genoeg vraagt God juist in crisistijden, wanneer Hij het meest afstandelijk lijkt, dat we Hem geloven en op Hem vertrouwen.

.

Het idee dat je alles zelf in de hand kan hebben/houden

.

Een tweede sleutel tot gedisciplineerd bidden is het overwinnen van hoogmoedswaanzin en de daarbij behorende houding van zelfredzaamheid. Jezus zei resoluut:

“Ik ben de wijnstok. Jullie zijn de ranken. Los van Mij kunt gij niets” (Johannes 15:5).

We zouden het prettiger vinden als hij had gezegd: “Los van Mij kunt gij sommige dingen, maar verbonden met mij kun je meer dingen.” Het is vernederend om elke dag om dagelijks brood te moeten vragen. Het is verne- derend om elke dag om wijsheid, leiding, genade, barmhartigheid en vrede te bidden. Is er geen manier om voor een hele week “vooruit te bidden” en daar dan verder op te teren?

Ik vind het vernederend om elke dag te erkennen: “Vader, ik ben een zondaar en heb behoefte aan Uw genade. Ik ben een geschapen wezen en U bent de Schepper. Ik ben vandaag volkomen afhankelijk van Uw genade voor elke ademtocht die ik neem, elke hartslag en alles wat ik nodig heb.”

Moet en dan elke dag weer opnieuw bidden? Het eerlijke antwoord is “ja”! Hoewel rituele gebeden kunnen worden aangeboden in een soort Farizeïsche zelfvoorziening, begint een echte gebedsdiscipline elke dag weer met een gekruisigde trots.

.

 Een verkeerd begrip van ons nieuwe geboorterecht

.

De derde oefening in onze gebedsdiscipline is dat wij onze schuld en schaamte moeten overwinnen. God houdt van ons met een perfecte en onveranderlijke liefde. Hij verlangt dat wij naar Hem toekomen met onze vragen en dat wij Zijn grote en kostbare beloften beproeven en bevestigen. Hij kent ons door en door en hij geeft ons alles in Christus, zodat we Hem altijd kunnen benaderen, ongeacht onze omstandigheden.

Uit Hebreeën 4:9-15 blijkt dat er een God is, die ons uitnodigt om onze pogingen om alles op eigen houtje op te knappen opzij te zetten. Hij nodigt ons uit om in Hem te rusten. Hij doorzoekt ons met Zijn woord (niet altijd plezierig zoals we allemaal wel weten) om onze geestelijke toestand te openbaren.

Hij herinnert ons eraan dat wij ongeacht onze geestelijke gesteldheid een meelevende Hogepriester hebben, die eeuwig aan voorbede doet voor de mensen die Hij heeft verlost. Hij nodigt ons uit om tot Hem te komen, in een omgeving van genade en barmhartigheid. Zijn uitnodiging om zonder schroom naar Hem toe te komen bevestigt dat niets ons van het gebed weerhoudt, behalve ons eigen gebrek aan inzicht in ons geestelijke nieuwe geboorterecht.

.

Nu is de tijd om te leren

.

Uiteindelijk bestaat er geen uitgestippelde route die ons leert gedisciplineerd te bidden. Maar we moeten het wel leren. Anders lopen we in crisistijden het risico dat we onvoldoende gebedskracht hebben en denken dat God ver weg is. Natuurlijk kunnen we niet uitsluiten dat God een crisis kan gebruiken om ons te leren bidden, als we dat nog niet eerder hebben geleerd.

God staat moeilijke tijden in onze levens toe, zodat we leren bidden en later een nog grotere crisis aankunnen. Het juiste moment om de stand van het fornuis te controleren en met de brandblusser te oefenen, is vóórdat de pan overkookt en de keuken begint af te branden. Het juiste moment om gedisciplineerd te leren bidden, is vóórdat een grote geestelijke strijd uitbreekt.

.

.

3d-gouden-pijl-5271528

.

.

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

.

.

John Astria

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

Standaard

Categorie: religie

 

 

Openbaring les 1: Johannes ontmoet een bruisende Christus

 

 

 

Pasteltekening van John Astria

 

 

ACHTERGROND

 

Bij het benaderen van het boek Openbaring komen we aan bij het laatste hoofdstuk uit Gods verlossingsverhaal dat ons vertelt hoe alles eindigt. Van in het Oude Testament tot aan dit punt hebben we God Zijn verlossingsplan zien uitwerken doorheen Adam, de aartsvaders, de profeten en uiteindelijk Zijn geliefde Zoon Jezus Christus. Nu dat we aan het einde van dit verlossingsplan zijn geraakt, zien we deze Jezus weer opnieuw. Eigenlijk is het deze Jezus die het centrale thema vormt van het gehele boek. Het boek Openbaring onthult bovenal de majesteit en glorie van de Here Jezus. Doorheen het boek Mattheüs lezen we van Zijn geboorte als de Zoon van David, Zijn onderwijs en onderwijs, terwijl Hij hier op aarde verbleef en evenzeer Zijn dood en opstanding. Al deze dingen bevestigen Zijn goddelijkheid en dat Hij de Messias is. Maar waar het boek Mattheüs Christus presenteerde in Zijn eerste nederige komst, geeft het boek Openbaring Hem nu in Zijn tweede komst hoog en verheven weer. Ieder visioen en beschrijving van Hem in het boek Openbaring is vol van majesteit, macht en glorie. In dit boek worden de hemelen geopend en kunnen de lezers net zoals Stefanus (Hand.7:56) vooruitziende beelden zien van de opgestane verheerlijkte Zoon van God.

De context geeft aan dat we in het jaar 96n.C. zitten, tijdens de regeerperiode van Domitianus van Rome. De Gemeente onderging in deze periode een grote vervolging. Johannes was verbannen naar een eiland dat gekend stond als Patmos (Op.1:9). Ondanks deze vervolging groeide de Gemeente verder en verspreidde ze zich op een snel tempo doorheen de provincie Asia (niet beperkt tot de steden die genoemd worden in Openbaring). Het is aan deze lijdende gemeente in Asia dat het boek Openbaring is geschreven (1:4). Dit getuigenis over de komende heerlijkheid van Jezus Christus werd opgeschreven en de wereld in gestuurd door de apostel Johannes om Zijn lijdende gemeente aan te moedigen om te volharden te midden van deze vervolging. Hun harten en gedachten werden bepaald bij de bevestigende waarheid dat Christus op een dag zal komen en voor eens en altijd zal overwinnen, regeren en de zijnen tot Zichzelf nemen.

 

Christus’ openbaring ingeleid (Openbaring 1:1-3)

 

De discipel Johannes had een speciale plaats in het hart van Jezus. Hij had veel met Hem gewandeld en gepraat hier op aarde en wordt in de Evangeliën verschillende keren beschreven als de discipel die de Here liefhad (Joh.13:23; 20:2; 21:7,20). In het Evangelie van Johannes zien we veel van deze speciale relatie. Vele jaren zijn nu voorbij gegaan sinds de dood en opstanding van de Here Jezus en Johannes blijft trouw zijn Heer volgen (Joh.19:35; 21:24; 1 Joh.1:2; 4:14). Johannes is nu zelfs zijn oudere dagen al lijdend aan het doorbrengen omwille van zijn getuigenis van Christus (1:9). Doordat hij het onderwijs en de wonderen van Jezus van dichtbij had kunnen mee volgen, is Johannes nu een trouwe getuige van Gods Woord en Zijn Zoon Jezus Christus (Op.1:2). Met dit allemaal in gedachten is het haast vanzelfsprekend dat Jezus nu net hem, Zijn geliefde vriend en discipel, verkiest om deze openbaring van de komende dingen bekend te maken.

Johannes begint het weergeven van deze openbaring met een erg informatieve inleiding en vermaning. Deze brief is de openbaring die God heeft gegeven aan Zijn Zoon Jezus betreffende de dingen die in de toekomst nog staan te gebeuren. Christus, die reeds gekruisigd en opgestaan was, zit nu op Zijn plaats bij de Vader in de hemel (Heb.1:3). Het eerste bewijs dat de Vader het gehoorzaam leven van Zijn Zoon behaagde was Zijn opstanding; het tweede de hemelvaart en het derde was het sturen van de Heilige Geest. Doordat Hij Zijn Vader op elk mogelijke manier had behaagd, had God Jezus nu een openbaring gegeven om bekend te maken aan Zijn dienaren op aarde. Jezus had Zijn geliefde vriend Johannes gekozen om deze boodschap aan Zijn volk te delen.

Na deze boodschap door een engel van de Heer te hebben ontvangen, schreef Johannes trouw op wat hij over de verrezen Christus had gehoord en gezien. Omdat de gebeurtenissen die hierin beschreven staan spoedig zullen plaatsvinden, vermaant Johannes anderen die Christus volgen om deze woorden luidop te lezen, er gehoor naar te geven en ze te bewaren tot de wederkomst van Christus. De wetenschap dat de gebeurtenissen die worden weergegeven in het boek Openbaring spoedig zullen plaatsvinden zou iedere christen moeten motiveren (zowel nu als toen) om voor de Heer een heilig en gehoorzaam leven te leiden (2Pet.3:14). Degenen die gehoorzaam zijn aan zulk een waarschuwing worden in de ogen van God als gezegend aanschouwd.

 

 

Christus die verheerlijkt hoort te worden onder de 7 gemeenten te Asia (Openb1: 4-8)

 

Na de verzen 1-3 gaat Johannes verder met het uitbreiden van de inleiding van zijn brief. Het is in deze uitbreiding dat we aanwijzingen vinden over de verdere inhoud van de brief. Dat Johannes zo uitbreidt over de rol van Jezus in 1:5-6 suggereert de centrale plaats die Christus inneemt in dit boek en in de eindtijd. Een deel van die rol zal bestaan uit het meedelen van genade en vrede aan de zeven gemeenten van de Romeinse provincie Asia. Johannes herkende hier de vervolging die die Gemeente destijds meemaakte. Omwille van die vervolging begreep de apostel hoe nodig de zegen van zowel genade als vrede was in moeilijke tijden als deze. Nog interessanter is dat deze zegen van de complete drie-eenheid komt.

Hij “Die is en Die was en Die komt” omkadert de bron van de gehele zegen (1:4, 8). Dit was een punt dat Johannes graag benadrukte door dit gedeelte van het hoofdstuk in te kapselen met deze zin. “De zeven Geesten, Die voor Zijn troon zijn” verwijst mogelijk naar de zevenvoudige Geest uit Jesaja 11:2 of een andere analogie voor de Geest van God. De interpretatie laat ons toe om de “zeven Geesten” hier te zien als de derde persoon van de Drie-eenheid; het werk van de Heilige Geest in de 7 gemeenten!  Als we de zeven Geesten hier lezen als Gods Geest houden de verzen 4 en 5 een zegening in van de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Ongeacht of Johannes al dan niet hiernaar verwijst, hij sluit op zijn minst af met Jezus omdat Zijn rol het centrale element is. Uiteindelijk is het ook net door hun trouw aan Jezus dat de lezers van Johannes tegenstand ondervinden uit de synagoge en van Rome.

Johannes geeft hier in vers 5 drie benamingen die weer die de persoon van Jezus beschrijven en in verzen 5-6 drie uiteenzettingen over Zijn werk. Iedere benaming van Jezus in vers 5 geeft een speciale bemoediging aan de lijdende Gemeente: Jezus had getuigd, was uit de dood verrezen en regeert nu. Dat Jezus “de Eerstgeborene uit de doden” wordt genoemd wil zeggen dat Hij de eerste was die ooit verrezen is uit de doden, en dat Hij van al degenen die ooit uit de dood zullen zijn verrezen Hij de grootste plaats inneemt. Deze opstanding was vooral relevant voor de christenen die weldra omwille van Zijn Naam de dood tegemoet zouden treden.

Als de “Eerstgeborene was Jezus’ opstanding een garantie dat degenen die Hem volgden in de dood ook verrezen zouden worden (1 Kor.15:20) – daarom hadden ze niets te vrezen, zelfs niet de dood (Op.1:17-18). Dat Christus ook heerst over de koningen van de aarde was ook verfrissend voor de Gemeente. Dit taalgebruik zinspeelt op Psalm 89:27 waar Gods “eerstgeboren zoon” regeert over “de koningen van de aarde.” Voor de gelovigen die leden onder de vertegenwoordigers van de machtige Caesar was deze benaming van Jezus inderdaad een grote bemoediging!

Bij het opsommen van drie benamingen van Jezus somt Johannes ook drie daden van Jezus op in verzen 5-6: Hij heeft ons lief; Hij bevrijdde ons van onze zonden; en Hij maakte ons tot koningen en priesters. Jezus’ liefde voor ons komt tot uiting in Zijn plaatsvervangende dood. Deze zekerheid van de liefde van Christus zou de lijdende gelovigen bemoedigen; Zijn dood geeft ook een voorbeeld aan degenen die geroepen werden om deel te hebben aan het offer van het Lam in dienst voor Gods missie in de wereld (Op.6:9).

In de verklaring dat Jezus ons tot koningen en priesters heeft gemaakt, herinnert Johannes zijn publiek aan wat God voor hen bewaard heeft; dat is om vertegenwoordigers en aanbidders te zijn (1:6). Als priesters zullen de volgelingen van Jezus aanbidden (Op.4:10-11, 5:8-10) en offeren, zowel de geur van gebed (5:8; 8:4) als het offer van hun eigen levens (6:9). Het plaatsvervangend werk van Jezus voor alle gelovigen gaf dat Johannes los barstte in lofzang voor de verrezen Christus. Door Zijn daad aan het kruis hadden Johannes en zijn lezers alle reden om zich te verheugen. Christus’ vergoten bloed had hun uiteindelijk verlost van hun zonden. Nu waren ze door het offer van Christus door God vergeven zondaren, bevrijd van zonden, dood en hel.

Johannes eindigt zijn groet aan de zeven gemeenten met een bemoedigende belofte (1:7), nog een andere bevestiging van Gods karakter (1:8). De belofte, dat Jezus komt! Dat Jezus zou terugkomen op de wolken geeft Daniël 7:13 en dat degenen die Hem doorstoken hebben rouw zullen hebben weerspiegelt Zacharia 12:10. Jezus zal komen om alles terug recht te zetten en de vervolgers van de Gemeente zullen dat moeten erkennen. Deze hoop dat Christus op een dag terug zal keren en de gelovigen mee zal nemen naar de hemel om voor eeuwig in Zijn nabijheid te leven geeft hoop en troost (Joh.14:1-3; Thess.4:18).

Aan het einde bevestigd Johannes nogmaals dat de gehele geschiedenis in de handen van de Heer is – zowel de toekomst als het heden (1:8). Zijn volk moeten dus niet vrezen dat er ook maar iets zal gebeuren dat buiten Gods plan valt. Hun God is “de Alfa en de Omega” een benaming die zinspeelt op het boek Jesaja waar God wordt aangegeven als de Eerste en de Laatste (Jes.41:4; 44:6; 48:12). Net als “Die is en Die was en Die komt”, is voor God de gehele geschiedenis van begin tot aan het einde hetzelfde.

God is niet enkel Heer over de tijd, maar regeert ook over het universum: Hij is “de Almachtige”, in dit boek een gebruikelijke naam voor God (1:8; 4:8; 11:17; 15:3; 16:7, 14; 19:6, 15; 21:22). Voor de christenen die leden onder Caesar, was de wetenschap dat ze “de Almachtige” dienden iets wat hun kracht verleende. Caesar mag dan wel zijn rijk voor een bepaalde periode hier op aarde regeren, maar God regeert zowel de wereld als haar verloop in de geschiedenis.

 

 

 

 

Christus voorzien (Openbaring 1:9-16)

 

Onmiddellijk na zijn groeten aan de zeven gemeenten begint Johannes met het beschrijven van zijn visioen van de verrezen Christus. Hier identificeert de apostel zichzelf nederig als iemand die het lijden van de Gemeente op dat moment deelde. Om wille van de getuigenis van Jezus was het christendom binnen het Romeinse Rijk een gehate en verachte religieuze sekte geworden. Johannes nam deel aan dit lijden is duidelijk omdat hij door de Romeinen verbannen werd op het het eiland Patmos. De leiders uit Johannes’ gemeenschap hadden hem verstoten uit alles wat hem bekend was.

Terwijl hij op de dag des Heren aanbad hoorde Johannes een luide stem hem instrueren: “Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea.” Johannes moest de openbaring van Jezus Christus op een strategische wijze bezorgen aan deze gemeenten, omdat dit zou zorgen voor een snelle en efficiënte verspreiding van de boodschap. Toen Johannes zich omkeerde en een stem “als van een bazuin” hoorde, zag hij ook “zeven gouden kandelaren” (1:12), die in vers 20 benoemt worden als de zeven gemeenten.

Deze kandelaren waren van goud, omdat goud het meest kostbare metaal was. De Gemeente is voor God de meest prachtige en waardevolle entiteit op aarde – zo waardevol dat Jezus bereid was om het te kopen met Zijn eigen bloed (Hand.20:28). Terwijl dit wezenlijke gemeenten waren op echte locaties, staan de zeven kandelaren symbool voor de soorten gemeenten doorheen de gehele kerkgeschiedenis.

In het midden van de gouden kandelaren zag Johannes “Iemand Die op de Zoon des mensen leek” (1:13). Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de Gemeente, Jezus Christus. Wat het meest van belang is hier is dat Jezus verschijnt tussen de kandelaren (1:12-13; 2:1). Omdat Christus deze kandelaren uitlegt als zijnde de Gemeente in haar volheid (1:20), is Zijn verschijning in het visioen tussen de kandelaren een belangrijke bemoediging voor degenen die leden omwille van Zijn Naam. De bemoediging zit in het feit dat Hij hun niet verlaten heeft. Hij is trouw gebleven aan Zijn belofte die Hij maakte in het Evangelie naar Mattheüs: “Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matth.28:20; Heb.13:5).

Het eerste wat Johannes meedeelde was dat Christus gekleed was “in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel” (1:13b). Het gewaad en de gordel verwijzen terug naar de hogepriester in de tempel in het Oude Testament (Ex.28:4; 39:29; Lev.8:7) en suggereert dat Jezus de Hogepriester is van Zijn volk (Rom.8:33-34). De wetenschap dat hun Hogepriester zich medelevend begaf in hun midden om hun te beschermen en verzorgen gaf extra hoop en troost aan de vervolgde gemeenten.

De rest van Johannes’ visioen van de Mensenzoon licht de goddelijkheid van de verrezen Christus toe, waarvan veel was voorzegd in het boek Daniël. Daniël 7:13-14 verwijst naar een figuur die lijkt op een “zoon des mensen” die zou regeren als Gods vertegenwoordiger. De haren als wol en vergelijking met witte sneeuw (1:14) zinspeelt op God zelf, de “Oude van Dagen” uit hetzelfde gedeelte in Daniël. De stem “als het geluid van vele wateren” (1:15; 19:6) verwijst naar de stem van God zelf als vele wateren in Ezechiël 1:24; 43:2.

Het punt van Jezus’ vlammende ogen, witte haar en bronzen voeten (1:14-15) was dat Hij licht of vuur straalde – enorm gelijkaardig aan vele andere visioenen van God in de Bijbel (Ez.1:27; Dan.7:9-10; Op.21:33; 22:5). Om die reden kon Johannes zijn gezicht enkel beschrijven “zoals de zon schijnt in haar kracht” (1:16c). Johannes’ visioen van de verheerlijkte Heer van de Gemeente bereikte haar hoogtepunt in deze beschrijving van de stralende heerlijkheid van Zijn gezicht. De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte staat was van groot belang voor christenen van eender welke afkomst.

De verrezen Heer is machtig, zelfs goddelijk en kan Zijn volk daarom beschermen en kracht geven voor hun vervolgers. Dit is duidelijk in het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij in Zijn rechterhand zeven sterren vasthoudt (of boodschappers/leiders van de Gemeente) (1:16a, 20a). Het doel van Jezus’ omschrijving was niet om aan de gemeenten Zijn voorkomen mee te delen, maar om Zijn macht te verkondigen. Hij was de regerende Heer van het universum, Degene met de macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef naar de vervolgde christenen om hen eraan te herinneren dat God groter dan hun verzoekingen was.

 

 

Christus’ boodschap (Openbaring 1:17-20)

 

Terwijl het vooruitzicht van Christus bemoedigend zal zijn geweest voor de gemeenten, was Zijn boodschap van nog groter belang. Op een wijze gelijk aan zijn ervaring met de verheerlijking van Jezus op de berg (cf. Matt.7:6) werd Johannes opnieuw met schrik overweldigd bij de verschijning van Christus’ glorie en viel hij “als dood aan Zijn voeten” (1:17). Jezus “legde Zijn rechterhand op” Johannes en sprak tot de bange apostel de rustgevende woorden “wees niet bevreesd” (1:17). Overweldigd door de glorie en majesteit van Christus kon Johannes rust vinden in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving. Deze rustgevende boodschap en zekerheid die Jezus gaf is gebaseerd op zowel wie Hij is en het gezag dat Hij bezit.

Allereerst noemt Jezus Zichzelf “Ik ben” – de verbondsnaam van God (Ex.3:14). Het was met deze naam dat Hij de bevreesde discipelen die Hem op het meer van Galilea zagen lopen geruststelde (Mattheüs. 14:27). Daarna noemt Jezus Zichzelf “de Eerste en de Laatste” wat nog een andere benaming is die in het Oude Testament gebruikt wordt voor God (Jes.44:6; 48:12). Deze benaming bevestigd opnieuw aan Johannes en zijn lezers de goddelijkheid van Christus. Afgeleid van deze naam is het feit dat Jezus al bestond voor alle dingen er waren en zal blijven bestaan tot in de eeuwigheid. Jezus is veel groter en hoger verheven dan eender welke valse god van de omliggende volkeren. Wanneer deze allen zijn gekomen en gegaan, zal enkel Hij nog overblijven.

De hele boodschap van 1:18 heeft ook betrekking op Jezus’ overwinning van de dood. In de Bijbel en Joodse traditie is God de “Levende.” Jezus wordt hier specifiek de “Levende” genoemd omdat Hij, ondanks dat Hij stierf, Hij voor eeuwig leeft. Paulus schreef zelfs dat “Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem” (Rom.6:9). Door uit de dood op te staan garandeerde Jezus eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen ze omwille van Zijn naam de dood in de ogen (20:4). Omdat Christus nu “altijd leeft om voor hen (Zijn volk) te pleiten,” “kan Hij ook volkomen zalig maken wie door Hem tot God gaan” (Heb.7:25). Ondanks zijn zondigheid in de aanwezigheid van de glorieuze hemelse Heer had Johannes (en al degenen die in Hem geloofden) niets te vrezen, omdat diezelfde Heer de straf voor zijn zonden had betaald met Zijn dood en verrezen was om nu voor eeuwig zijn advocaat te zijn.

Door Zijn overwinning over de dood heeft Jezus ook “de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Op.1:18). Dat Jezus de sleutels van het dodenrijk bezit geeft aan dat Hij alle macht heeft over de dood. Het zien van zulk een visioen van Christus moet voor Johannes en de Gemeente in de eerste eeuw van grote waarde zijn geweest. In de oude paleizen destijds waren degenen die de sleutels in handen hadden voorname gezagsdragers die konden bepalen of mensen al dan niet in de aanwezigheid van de koning mocht vertoeven. Christus heeft op gelijkaardige wijze het gezag om te beslissen wie sterft en wie leeft; Hij regeert over leven en dood. Door dit te bevatten hadden Johannes en al de verlosten niets te vrezen, omdat Christus hun al van de dood en het dodenrijk had bevrijd door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood gaf aan hen die tot de Gemeente behoren rust en zekerheid, omdat gelovigen niets meer te vrezen hebben.

Aan het eind van het visioen wordt aan Johannes een herinnering gegeven van Zijn goddelijkheid. Op het eerdere gebod van Christus om te schrijven (Op.1:11), wordt nu verder gegaan en aan Johannes wordt gevraagd om drie aspecten op te schrijven. Als eerst “wat u (Johannes) hebt gezien”, het visioen dat hij dus net al gezien en opgeschreven had in verzen 10-16. Ten tweede “wat is”, wat een verwijzing is naar de brieven naar de zeven gemeenten die de toestand van de gemeenten weergaf. En als laatst moest Johannes opschrijven “wat hierna zal geschieden”, de profetische openbaring van de toekomstige dingen die zich ontvouwden in komende visioenen. Christus sluit hier het visioen met Zijn geliefde volgeling door hem te herinneren aan zijn plicht, om de waarheid die hij had geleerd door de visioenen, door te geven.

 

 

Conclusie

 

In het boek Openbaring heeft Christus Zijn Gemeente een erg bemoedigende, maar ook ontnuchterende boodschap gegeven. Doordat de apostel Johannes deze openbaring trouw heeft opgeschreven heeft de vervolgde Gemeente uit die tijd veel rust en zekerheid mogen ontvangen in het feit dat Christus, hun Messias, nu verheerlijkt is. Terwijl ze tegenstand ondervonden, of zelfs de dood door de hand van Caesar, werden ze bemoedigd in het feit dat Christus nog steeds leeft en regeert met Zijn Vader. Hij heeft de dood overwonnen door Zijn leven te geven voor de zonden van mensen. Nu de dood verslagen is blijft enkel de uiteindelijke dag over dat Hij voor de zijnen zal terugkeren. “Maar die dag en dat moment is aan niemand bekend” (Mc.13:32- 37; 1 Thess.5:2).

Om die reden roept Christus allen uit die tijd op om op Hem te wachten, wat zelfs de dag zelf kan betekenen. De terugkeer van Jezus zal uiteindelijk een einde brengen aan de rebellie van mensen – een gelukkig einde voor Gods volk, maar een tragisch einde voor allen die er voor kiezen om Hem te verwerpen. Omdat deze specifieke tijd onbekend en dichtbij is, mag niemand zijn bekering uitstellen. Er is nooit een goede gelegenheid voor de christenen om zich te hechten aan wereldse bezittingen of voorkomens, omdat Christus op eender welk moment kan terugkeren om rekenschap te vragen voor onze keuzes.

 

 

BEGELEIDENDE VRAGEN

 

 Wie kiest Christus om Zijn openbaring te geven?

 

Christus had van Zijn Vader een openbaring gekregen om aan de gemeente te geven. De boodschapper die Jezus koos om Zijn openbaring te geven, was niemand minder dan Zijn geliefde apostel Johannes. Hem zou de taak toevertrouwd worden van het brengen van deze openbaring van de dingen die zouden gebeuren aan de kerk. Wie in de toekomst deze openbaring luidop zou lezen, ernaar zou luisteren en het gehoorzaamt, zou in de ogen van God gezegend geacht worden.

 

 

 Wat ervoeren Johannes en de kerkelijke gemeente gedurende deze tijd?

 

Terwijl hij deze openbaring ontving, leed Johannes gevangenschap op een klein eiland, genaamd Patmos. Daar hielde de Romeinse overheid hem, omdat hij getuigenis had gegeven van Jezus Christus. Net als Petrus en Paulus voor hem, leed Johannes voor zijn toewijding aan Christus de Messias. De kerk ervoer een gelijke vervolging. Net als Stefanus jaren daarvoor, bleef de kerk te maken hebben met de tegenstand wegens hun trouw aan de Messias. Over de gehele wereld werden gelovigen gehaat voor het volgen van Jezus Christus.

 

 

 Naar waar stuurt de apostel Johannes de openbaring van Jezus Christus?

 

Terwijl Johannes op de dag des Heren aan het lofprijzen was, hoort Johannes een luide stem die tegen hem zegt: “Schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea” (1:11). Deze zeven gemeenten waren gekozen, omdat ze in de zeven belangrijkste steden gelegen waren waarin Asia verdeeld was. Johannes moest de Openbaring van Jezus Christus strategisch aan de gemeenten brengen, omdat dit een doeltreffende en snelle manier was om de boodschap te sturen.

 

 

 Met welke boodschap groet Johannes de zeven gemeenten?

 

Aan het begin van de brief stuurt Johannes een zeer bemoedigende groet van God en Jezus zelf. De Heer God almachtig, de Alfa en Omega wilde dat ze wisten dat Hij nog de eeuwige Soevereine was. Hij had alles nog in Zijn hand, ongeacht de situatie. Christus wilde dat ze wisten dat Hij van hen hield, Hij hen van zonde bevrijdt had en hen koningen en priesters voor God maakte. Vanwege Zijn werk aan het kruis, hadden Johannes en zijn lezers de grootste reden om verheugd te zijn. Het gevloeide bloed van Christus had hen tenslotte bevrijd van hun zonden. Zij stonden nu als zondaren vergeven voor God, vrijgemaakt van zonden, dood en hel door het offer van Jezus Christus. Daarbij zou Jezus terugkomen voor Zijn volgelingen. Geen andere zekerheid zou een betere bemoediging geweest zijn voor de lijdende gelovigen, dan de wetenschap dat Jezus zou komen om dingen recht te zetten en dat de verdrukkers van de kerk tot de erkenning zullen komen van het verkeerde dat zij gedaan hebben aan Gods dienaren. Deze hoop, dat Christus op een dag zal terugkeren en gelovigen mee naar de hemel zal nemen om voor altijd in Zijn aanwezigheid te zijn, voorzag hen zowel van hoop als wel troost gedurende hun lijden.

 

 

 Wat zag Johannes toen hij zich naar de stem, die sprak, keerde?

 

Toen Johannes zich keerde naar de stem die was als een bazuin, zag hij een als “de Zoon des mensen” die te midden van zeven gouden kandelaren was. Dit is niemand anders dan de verheerlijkte Heer van de gemeente, Jezus Christus. Wat veelbetekenend hier is, is dat Jezus te midden van de kandelaars verschijnt (1:12-13; 2:1). Aangezien Christus uitlegt dat deze kandelaars zijn als de gemeenten in hun volheid (1:20), is Zijn verschijning te midden van de kandelaren Jezus aanwezigheid bij Zijn kerk (Joh.20:19). Dat Jezus in dit visioen aanwezig was bij de kerken, zou een geweldige bemoediging geweest zijn voor degene die lijden voor Zijn naam. De bemoediging hier is dat Christus hen niet verlaten had. Hij was getrouw geweest aan Zijn belofte die Hij in het evangelie van Mattheüs gemaakt had, “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld” (Matt.28:20; ook Heb.13:5).

 

 

 Hoe zag de Zoon des mensen er uit in het visioen van Johannes?

 

De verschijning van Jezus in Zijn verheerlijkte toestand, zou voor iedere christen van groot belang zijn. De Een die wij dienen is de Een wiens haar als wit wol is en wiens stem is als geluid van vele wateren. Alles van Hem, van Zijn vurige ogen tot Zijn bronzen voeten straalde Zijn heerlijkheid af. Dat zulk een heerlijkheid gezien kon worden, betekende dat de verrezen Heer machtig is, zelfs God zelf en daarom kan Hij zijn kinderen beschermen en in staat stellen te midden van hun verdrukkers. Dit wordt zichtbaar bij het zwaard dat uit Zijn mond kwam (1:16b) en dat Hij de zeven sterren in Zijn rechterhand vasthoudt (of boodschappers/leiders van de kerk) (1:16a, 20a). Het punt van Jezus’ beschrijving hier was niet om de gemeenten van Zijn verschijning te vertellen, maar om Zijn macht te bekent te maken. Hij was de heersende Heer van het heelal, de Een met macht over leven en dood (1:18). Johannes schreef over de vervolgde christenen, hen eraan herinnerende dat God groter was dan hun beproevingen.

 

 

 Hoe reageert de apostel Johannes wanneer hij de Zoon des mensen ziet?

 

Op een manier gelijk aan zijn ervaring met de heerlijkheid van Jezus op de berg van de verheerlijking (cf. Matt.17:6), was Johannes weer overweldigd door angst bij de voorstelling van Gods heerlijkheid. De apostel Johannes schrijft dat hij als dood neerviel voor Zijn magnifieke Verlosser Jezus Christus. En net als Hij lang geleden gedaan had bij de verheerlijking op de berg (Matt.17:7), plaatste Jezus Zijn rechterhand op Johannes en gaf de bange apostel de bemoedigende woorden “Wees niet bevreesd” (1:17). Terwijl hij overweldigd is door de glorie en majesteit van Christus, kreeg Johannes de troost in de zekerheid van Gods genadevolle liefde en barmhartige vergeving.

 

 

 Hoe laat Christus weten wie Hij is, terwijl Hij troost schenkt aan de apostel Johannes?

 

Om Johannes te troosten zegt Jezus, “Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid” (1:17-18). Jezus maakt zichzelf bekend als de Een die de dood heeft overwonnen. Hoewel Hij aan het kruis stierf, kon het graf Hem niet vasthouden. Christus, die uit de doden is opgestaan, zal nooit weer sterven. Dus door op te staan uit de dood heeft Christus niet alleen de dood verslagen, maar garandeerde Hij eeuwig leven aan al Zijn volgelingen, ook al zagen zij de dood tegemoet vanwege Zijn naam. Dus ondanks Zijn zondeloosheid in de aanwezigheid van de glorieuze Heer van de hemel, hoefde Johannes niet bang te zijn, omdat dezelfde Heer de straf voor zijn zonden had gedragen (en voor degene die in Hem geloofden) en opgestaan was om zijn eeuwige Verlosser te zijn.

 

 

 Wat zegt de verheerlijkte Christus nu over wat Hij nu in bezit heeft?

 

Door Zijn overwinning over de dood, houdt Jezus ook de “sleutels van de dood en van het dodenrijk zelf” in handen (1:18). De mensen in die dagen geloofden dat het dodenrijk (Hades) een Griekse god was die heerste over het rijk van de dood, “het huis van Hades.” “Dood en Hades” vertegenwoordigen daarom de macht van de dood over de schepping. Dat Jezus de sleutel van het dodenrijk had, duidt het feit aan dat Hij alle macht en gezag over de dood heeft. Door dit begrepen te hebben, had Johannes geen angst, evenals al de verlosten, aangezien Christus hem al verlost had van de dood en het dodenrijk door Zijn eigen dood. Wetende dat Christus gezag heeft over de dood, voorzag grote zekerheid voor degene van de gemeenten, aangezien gelovigen niet langer een reden hebben om bang te zijn.

 

 

SAMENVATTING

 

Voordat God de Bijbel eindigde, verlangde Hij dat er nog een openbaring gegeven werd over de dingen die in de toekomst zouden plaatsvinden. Voor degenen uit de vroege gemeenten, zou zijn boodschap een grote bemoediging zijn tijdens de vervolging. Ondanks hun moeilijke omstandigheden blijft God over alle dingen de controle houden. Hij is de Almachtige, de Alfa en Omega, het begin en het einde. Zelfs Christus Zijn Zoon is daar om een bemoediging te geven. Hij die Hem liefheeft en hen bevrijdt heeft van zonden, blijft bij hen. Dit wordt gezien in het visioen van Johannes van de Mensenzoon. Christus, in Zijn volle glorie, verschijnt aan de apostel. In deze ontmoeting bevestigd Christus dat Hij de Levende is, die zonde en dood heeft overwonnen. Johannes schrijft alles wat Christus hem openbaart over de toekomst, getrouw en in gehoorzaamheid op. Van groot belang is het feit dat Christus spoedig zal komen om alle dingen nieuw te maken. Wat er nog rest is de openbaring van Jezus Christus zoals we kunnen zien in het laatst vermelde boek van het Nieuwe Testament.

Dat Christus stierf, is opgestaan en nu leeft blijft een wonderbare waarheid voor vele christenen vandaag. Ieder van ons zou dankbaar moeten zijn dat Christus ons heeft vrijgemaakt van onze zonden door Zijn bloed en dat Hij zijn gemeente blijft liefhebben en er zorg voor draagt. Nu dat de dood is verslagen, is de laatste dag dat Hij voor de Zijnen zal terugkomen, alles wat overblijft. Deze tijd komt spoedig en zal onverwacht zijn. Het is om die reden dat Christus degene oproept om gereed te zijn, want het kan vandaag zijn. Voor degene die niet bij Gods familie behoren, raakt het moment, om zich naar God te keren, op. Christus zal komen en snel, wanneer Hij komt terwijl men Hem nog afwijst, zal hun einde tragisch zijn. Omdat die tijd onbekend is en nader, zou niemand berouw moeten uitstellen.

 

 

 

 

 

voorpagina openbaring a4

 

 

 

 

pijl-omlaag-illustraties_430109

 

 

 

preview en aankoop boek “De Openbaring “: 

http://nl.blurb.com/books/5378870?ce=blurb_ew&utm_source=widget

 

JOHN ASTRIA